Regionale woonzorgvisie West-Brabant West 2525221.pdf
Tekst van het document
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
•
•
Het Rijk is voornemens dat statushouders niet meer als urgente groep mogen worden aangewezen. De regiogemeenten West-Brabant West hebben met elkaar afgesproken dat iedere gemeente verantwoordelijk is voor de eigen opgave van asielzoekers, statushouders en vluchtelingen. We spreken af dat we ook actief inzetten op spreiding van aandachtsgroepen binnen gemeenten. Dit draagt bij aan leefbare wijken en een evenwichtige sociale dynamiek. Dit vraagt bewuste keuzes. Gemeenten nemen hierin het voortouw door richtinggevende kaders te stellen voor locaties en programmering, afgestemd op de draagkracht van wijken. Corporaties geven hieraan uitvoering door passende woningen toe te wijzen en huursegmenten zorgvuldig te verdelen.
4.5 Ouderen West-Brabant West staat voor een opgave die steeds urgenter wordt: het dichten van de groeiende kloof tussen zelfstandig wonen en verpleeghuiszorg, zonder dat er extra verpleeghuiscapaciteit bijkomt. En het vormgeven van passende ondersteuning aan huis – juist vóórdat zwaardere zorg nodig is. We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten. De sleutel ligt in een integrale aanpak welzijn, wonen en zorg: het versneld realiseren van zorggeschikte woningen, geclusterde woonvormen in de eigen wijk, versterken van thuiszorg en het actiever inzetten op informele netwerken én formele zorg . Zonder deze omslag komt de zorg onder verder onder druk te staan. Hoe meer we nú investeren in passende woonvormen en ondersteuning in de wijk, hoe beter we er met elkaar voor kunnen zorgen dat de zorg toegankelijk blijft voor diegenen die hem echt nodig hebben. We kiezen voor een koers waarin ouderen langer zelfstandig kunnen wonen, in een passende omgeving die ondersteuning mogelijk maakt wanneer dat nodig is. Dit vraagt om de inzet op nieuwbouw en slimme aanpassing van de bestaande voorraad en: • Meer nultredenwoningen, zorggeschikte woningen & geclusterde woonvormen • Versterken van samenredzaamheid in de buurt • Actieve inzet van informele netwerken • Voldoende formele zorg nabij.
20
Vier doelen 1.
2.
3.
4.
Meer woningen die écht werken voor senioren - We zorgen ervoor dat er voldoende woningen beschikbaar zijn die aantrekkelijk zijn voor senioren, ook om daadwerkelijk voor te verhuizen. Dat doen we zowel via nieuwbouw als via aanpassing van bestaande woningen. Zo bouwen we aan een flexibele woningvoorraad die ook geschikt is voor andere kleine huishoudens en die beweging op de woningmarkt op gang brengt. Faciliteren van doorstroming: van senior naar starter - We benutten het potentieel van senioren als sleutel tot doorstroming. Door hen aantrekkelijke woonalternatieven te bieden, komen bestaande woningen vrij voor andere doelgroepen. Eén verhuizing door een senior kan leiden tot meerdere vervolgverhuizingen. Zo creëren we meer ruimte voor starters, gezinnen en andere woningzoekenden. Zorgzame gemeenschappen: samen leven in veerkrachtige wijken - We bouwen aan wijken en buurten waar mensen omzien naar elkaar en zich veilig en verbonden voelen. Samen met inwoners creëren we gemeenschappen waarin ruimte is voor herstel, ontwikkeling en weerbaarheid. Lukt het niet om er voor elkaar te zijn, dan is er passende professionele ondersteuning. Divers woonaanbod in een toekomstbestendig woonzorglandschap We realiseren een breed en passend palet aan woonvormen voor senioren en andere aandachtsgroepen.
Hierbij sluiten we aan op de behoefte en het dagelijks leven van mensen en op de inzichten uit onze regionale woonzorganalyse. Zo zorgen we voor een woonlandschap dat klaar is voor de toekomst.
Afspraken Meer woningen die écht werken voor senioren • In elke gemeente zorgen we voor de toevoeging van voldoende geclusterde woonvormen en zorggeschikte woningen. Deze ontwikkeling maken we onderdeel van de regionale woondeal. Dat kunnen ook gemengdwonenvormen zijn. • De woonzorgopgave voor senioren is niet alleen een corporatievraagstuk. Juist in de middeldure en duurdere huursector én het koopsegment is er veel behoefte. Daarom betrekken we, via de regionale woondeal,
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
nadrukkelijk ook marktpartijen bij deze opgave. Dit is geagendeerd bij het traject van de regionale woondeal. Faciliteren van doorstroming: van senior naar starter • We faciliteren doorstroming onder senioren door hen actief te informeren over hun woonmogelijkheden. Dit doen we via bewustwordingscampagnes en het gericht inzetten van instrumenten, zoals aangepaste toewijzingsregels. Een sociale kaart kan hierbij een hulpmiddel zijn. De toolkit van Platform31 biedt verdere inspiratie. • We gaan ervan uit dat ouderen met een koopwoning in principe zelf verantwoordelijk zijn voor woningaanpassingen, zoals het verwijderen van drempels, aanbrengen van handgrepen of installeren van hulpmiddelen als een tillift of aangepaste wastafel. • Elke gemeente maakt in de prestatieafspraken afspraken over het inzetten van opbouwwerkers, wijkverpleegkundigen en verhuiscoaches. Zij zijn actief aanwezig in wijken, gaan het gesprek aan met bewoners en zetten initiatieven op om de doorstroming concreet te stimuleren. Zorgzame gemeenschappen: samen leven in veerkrachtige wijken • In paragraaf 4.2 is het belang van ontmoeting als basis voor verbinding benadrukt. Vanzelfsprekend is dit ook een randvoorwaarde voor ‘langer zelfstandig thuis’. We kiezen voor een integrale aanpak van wonen, welzijn en zorg, met geclusterde woonvormen die sociale verbinding stimuleren en ondersteuning dichtbij brengen.
Dit helpt eenzaamheid onder ouderen. • Door woningen slim te groeperen rond zorgorganisaties, gezondheidscentra en gemeenschapsvoorzieningen én door samenwerken met en in (wijk)teams, gezondheids- en woonzorgcentra ontstaat een samenhangend netwerk dat bijdraagt aan zelf- en samenredzaamheid van de inwoners van West-Brabant West. Zo brengen we ondersteuning letterlijk dichterbij. Ons uitgangspunt is het inzetten op zorgcirkels (zoals dit ook is benoemd in de woonzorganalyse van Springco). Door een concentratie van plekken (zorgcirkels) met voorzieningen kunnen we ook dekking geven als er sprake is van complexe zorgvragen. • We spreken af dat we in de regio ruimte maken voor gemengdwonenprojecten waarin onderlinge betrokkenheid centraal staat. In deze woonvormen leven mensen met én zonder
21
•
•
• •
ondersteuningsvraag samen, met aandacht voor elkaar en ruimte voor ieders eigenheid. Gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties verkennen gezamenlijk waar en hoe dit type projecten kunnen worden gerealiseerd. Welzijn- en zorgorganisaties ontwikkelen een gezamenlijke regionale aanpak die inzet op reablement: mensen doen zelf wat ze kunnen en leren opnieuw zelfstandig te handelen waar dat kan. Zo versterken we de eigen regie van inwoners en bouwen we aan meer veerkracht in onze wijken. We realiseren zorgconcepten die inzetten op reablement. Dit is een concept met een combinatie van een geclusterde woonvoorziening (onder andere voor de levering van VPT), met intramurale 24-uurszorg en een VanThuisUit-concept. Door deze combinatie zijn de juiste faciliteiten voor ouderen in de directe omgeving beschikbaar en kan via VanThuisUit passende interventies ingezet worden om zelfredzaamheid te vergroten. Hierdoor worden ouderen in staat gesteld om langer zelfstandig thuis te blijven wonen (zie ook kader). We nodigen welzijn- en zorgorganisaties uit om ook hun werkgebied goed op elkaar afstemmen, zodat er efÏciënt om wordt gegaan met de capaciteit in de zorg. Om ouderen daadwerkelijk langer thuis te laten wonen is expliciet aandacht nodig voor thuiszorginfrastructuur, (preventieve) begeleiding, bereikbaarheid en informele netwerken.
Dit is bij uitstek een onderwerp voor het leernetwerk (zie paragraaf 5.3).
Divers woonaanbod in een toekomstbestendig woonzorglandschap • We zetten in op het realiseren van dementievriendelijke wijken, waar mensen met dementie zelfstandig en veilig kunnen wonen. Denk aan duidelijke bewegwijzering, herkenbare oriëntatiepunten en een zorgzame buurt. Gemeenten die hier al mee werken laten zien hoe dit bijdraagt aan welzijn én bewustwording (meer info: www.dementievriendelijk.nl). • Nieuwbouwlocaties voor senioren richten we zoveel mogelijk in op plekken waar het woonwelzijnzorglandschap sterk is en waar al veel ouderen wonen. De woonzorglandschapskaarten van Springco geven richting; gemeenten werken dit lokaal uit met zorgorganisaties, corporaties en ontwikkelaars. Op de plekken waar veel senioren wonen
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
•
en het woonwelzijnzorglandschap onvoldoende is ontwikkeld, investeren we daarin. Ook bij investeringen in bestaande woningen is locatie bepalend. Wijken met veel senioren, een sterk zorgnetwerk en actieve gemeenschappen bieden de meeste kansen. We zoeken naar mogelijkheden om ontmoetingsruimten toe te voegen of zorg dichtbij te brengen, bijvoorbeeld in Thuisplusflats. Daar is één vaste zorgaanbieder actief, soms samen met een welzijnspartner. Ze organiseren activiteiten en leveren zorg met een herkenbaar team. Dat biedt mantelzorgers en bewoners één aanspreekpunt. De samenwerking tussen wonen, zorg en welzijn helpt signalen van eenzaamheid of gezondheidsproblemen vroeg te herkennen. Zorgorganisaties elders zien dat de aanpak werkt, ook voor hun eigen medewerkers: het werk is aantrekkelijker, het ziekteverzuim lager en het personeelsverloop kleiner. Een groot pluspunt in een krappe arbeidsmarkt.
VanThuisUit VanThuisUit is een zorgconcept tussen thuis en verpleeghuis in. Het concept is samen met CZ zorgkantoor en zorgverzekeraar CZ ontwikkeld door TanteLouise. Het is door Reable Nederland erkend als hét voorbeeld van reablement in de praktijk. Een recent rapport concludeert dat ouderen met een zorgvraag, die deelnemen aan VanThuisUit, daadwerkelijk langer thuis kunnen blijven wonen, met een periode van minimaal 9 tot 12 maanden.
22
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
23
5 Waarmaken 5.1 Met elkaar en met onze inwoners In de Wet regie op de volkshuisvesting staat dat de woonzorgopgaven op regionaal niveau moeten worden afgestemd. Het is een duidelijke aanwijzing dat op het gebied van de volkshuisvesting en wonen en zorg is geconstateerd dat overheden niet voldoende als één overheid werken aan de opgaven en dat vraag en aanbod niet altijd goed op elkaar aansluiten. Samenwerken over grenzen heen: wonen, zorg en welzijn verbinden De regio is formeel geen extra bestuurslaag, maar een samenwerkingsverband om domein- en lokaaloverstijgende ambities te realiseren. Gemeenten en partners behouden hun bevoegdheden en zijn samen verantwoordelijk voor de uitvoering en het lokaal verankeren van afspraken. Die gezamenlijke verantwoordelijkheid is cruciaal, want in het proces van de regionale woonzorgvisie werd duidelijk dat wonen, welzijn en zorg gescheiden werelden zijn, met verschillende systemen, geldstromen en taal. Bij het ontwikkelen van het IZA-Regioplan bleken woonpartijen onvoldoende betrokken en bij deze visie was het zoeken naar hoe recht te doen aan welzijn en zorg.
Investeren in preventie en samenwerking Gemeenten zien de grootste onzekerheid in het sociaal-maatschappelijk domein: hoe waarborgen we preventie en welzijn met meer taken en minder budget? Een sterke sociale basis kan bijdragen aan het versterken van zelfen samenredzaamheid en daarmee de druk op zorg verlichten. Toch is het belangrijk om realistisch te blijven: de sociale basis is geen alternatief voor professionele zorg. Wie te veel verwacht van wat informele netwerken kunnen dragen, loopt het risico kwetsbare mensen tussen wal en schip te laten vallen. Investeren in beide -menselijk contact én professionele ondersteuningis noodzakelijk. Alle betrokken partijen onderkennen de opgave en committeren zich aan de transitie. We staan aan de vooravond van een beweging waarin slimme combinaties van welzijn, zorg en vastgoed kansen bieden. Samenwerking en vertrouwen in de regio zijn cruciaal om die kansen te verzilveren. Een sterk overlegklimaat in West-Brabant West helpt daarbij.
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
Met inwoners – hun stem als kompas Hoe doen we recht aan de stem van de mensen waarvoor we dit allemaal doen? Tijdens dit proces hebben we op twee momenten het gesprek gevoerd met vertegenwoordigers van inwoners en cliënten. Uitgenodigd waren huurdersorganisaties, lokale adviesraden sociaal domein, cliëntenraden van GGZ WNB en SDW, ouderenorganisaties van KBO en Ooboz, Stichting Alzheimer West-Brabant en het Dementienetwerk West-Brabant. Een gedragen visie met verbindingskracht Aanwezigen gaven aan blij te zijn met de visie die er ligt: een compleet verhaal dat duidelijk de verbinding legt tussen wonen, welzijn en zorg. De oproep tot samenwerking over de muren van sectoren heen wordt breed herkend én ondersteund. De realiteit van complexiteit Tegelijkertijd werden er zorgen uitgesproken. Veel mensen zoeken in een ingewikkelde systeemwereld naar houvast. Hoe zorgen we ervoor dat inwoners, cliënten en mantelzorgers niet alleen worden gehoord, maar ook daadwerkelijk invloed hebben op de verdere uitwerking van plannen – zowel regionaal als lokaal? Hoe houden we onszelf en elkaar scherp, zodat beloftes omgezet worden in zichtbare resultaten? En hoe organiseren we ruimte voor tegenspraak, als dat nodig is? Kennis delen als hefboom voor invloed Er is ook onder belangenbehartigers een duidelijke beweging zichtbaar richting meer netwerkvorming en kennisdeling.
Zorgbelang ontwikkelt vanuit het IZA een participatie-hub. Tegelijkertijd zien we de beweging dat lokale adviesraden zich regionaal organiseren. Door krachten te bundelen groeit het vermogen om invloed uit te oefenen – adviserend en meebouwend. Participatie vraagt continuïteit én overtuiging Wat in het proces vaak is benoemd: het is essentieel dat we niet óver inwoners praten, maar mét hen blijven praten. Participatie is een doorlopend proces dat vraagt om aandacht, structuur en wederkerigheid. De betrokken professionele organisaties voelen zich aangesproken om samen met inwoners en belangenbehartigers verder te bouwen aan oplossingen die recht doen aan ieders leefwereld.
24
5.2 Regionaal sturen Met de vaststelling van deze regionale woonzorgvisie is een belangrijke mijlpaal bereikt en beweging ontstaan. De vraag is nu: hoe zorgen we dat afspraken uit deze visie worden opgepakt, wat vraagt dit aan coördinatie en organisatie en financiele middelen, en hoe borgen we regionaal de domeinoverstijgende samenwerking? Het overzicht in het rechterkader geeft een indruk van de overlegstructuren die er nu zijn rond wonen, welzijn en zorg. Met dit als uitgangspunt hebben bestuurders verkend hoe de organisatie en coördinatie zo ingericht kan worden dat deze past bij de regionale opgaven én werkbaar blijft voor iedereen aan tafel. Uit dit gesprek komt o.a. naar voren: • In de wereld van wonen, welzijn en zorg komen verschillende systemen samen, elk met hun eigen regels, geldstromen, belangen en taal. De kracht van samenwerking wordt soms belemmerd door de complexiteit van versnipperde domeinen. Hoe houd je regie als iedereen verantwoordelijk is voor een stukje van de puzzel? Bestuurders spelen een sleutelrol in het doorbreken van domeinlogica. • Samenwerken begint bij elkaar begrijpen – en dit vergt, ook bij het vervolg, tijd en aandacht. Bestuurlijke verbinding is nodig om koers te houden, mits we het organiseren op een manier die energie geeft in plaats van vraagt.
We zoeken naar een vorm waarin bestuurders richting geven en ruimte laten, zonder overbelast te raken met extra afstemmingsoverleggen. • Juist omdat de opgaven zo verknoopt zijn, is organisatie van de samenwerking en coördinatie wel cruciaal. Coördinatie vraagt om iemand die het overzicht houdt en de verbinding legt tussen alle spelers aan tafel. • Coördinatie vraagt inzet – ook financieel. Er is daarom voorgesteld om deze lasten samen met alle betrokken partners te dragen en evenwichtig te verdelen, passend bij het gezamenlijke belang. • Regionaal zijn sectorale overleggen onmisbaar om elkaar te blijven verstaan en de lijnen kort te houden. • Lokaal zit de sleutel tot uitvoering: beleidsmatig via programmasturing en prestatieafspraken, praktisch via gebiedsgericht samenwerken. Daar komen afspraken tot leven en wordt impact zichtbaar.
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
Huidige overlegtafels wonen, welzijn en zorg West-Brabant West • Gemeenten werken samen in de Stedelijke Regio WestBrabant (SRWB). Dit overleg krijgt een formele status in de regionale samenwerking van gemeenten. Wonen wordt hier ook onderdeel van; er blijft wel een afzonderlijk Bestuurlijk Overleg Wonen. • De regionale woondeal wordt aangestuurd via het Bestuurlijk Overleg Wonen. In het Bestuurlijk Overleg Wonen participeren de wethouders wonen van acht gemeenten en vijf corporaties, samen met provincie en het Rijk. De gemeente Tholen doet ook aan dit overleg mee. • In de Stuurgroep Grip op Kwetsbaarheid participeren de wethouders zorg van tien gemeenten en bestuurders van welzijn- en zorgorganisaties. Aan dit overleg is ook de IZAactielijn kwetsbare ouderen nu en in de toekomst verbonden. • Aan de Bestuurlijke tafel MO/BW stemmen 6 gemeenten (Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht) af en besluiten over zaken die betrekking hebben op beschermd wonen, maatschappelijke opvang en openbare geestelijke gezondheidzorg. • Binnen het district de Markiezaten stemmen gemeenten aan de Regionale Regietafel RRT af over de huisvesting van asielzoekers, statushouders en mensen die uit Oekraïne zijn gevlucht. • Verder is er in West-Brabant West voor de gemeenten een Bestuurlijke tafel Wmo en jeugd.
• De ouderenzorgorganisaties in West-Brabant voeren via een regionale transitietafel VVT gesprekken over ouderenzorg nu en in de toekomst. • Organisaties uit gehandicaptenzorg spreken aan de VG transitietafel over de gehandicaptenzorg in West-Brabant.
25
Belang coördinatie: sectoraal verdiepen, integraal verbinden Om zowel de voortgang op sectorale dossiers te waarborgen als de integrale samenwerking te versterken, gaan we voor een aanpak, waarbij de inhoud van de woonzorgvisie leidend is, samen met bestaande programma’s en actielijnen uit o.a. de regionale woondeal en het IZA-Regioplan. • De bestaande overlegtafels blijven in stand: het Bestuurlijk Overleg Wonen (voor de regionale woondeal), de Stuurgroep Grip op Kwetsbaarheid (voor de IZA actielijn kwetsbare ouderen nu en in de toekomst) en de Bestuurlijke tafel MO/BW blijven elk hun eigen dynamiek en focus houden. • Coördinatie is nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een kwartiermaker/programmamanager. Het voorstel is dit te borgen binnen de SRWB (onder de actielijn Wonen). Het Bestuurlijk Overleg Wonen is verantwoordelijk voor de opdrachtformulering van de coördinatie. • Periodiek (voor- en najaarsoverleg) wordt een integraal combi-overleg georganiseerd, waarin synergie, voortgang, bijsturen en het doorbreken van domeinlogica centraal staan. Dit overleg sluit idealiter aan op een reguliere vergadering van één van de bestaande tafels. • Het zorgkantoor is hierbij ook een vaste gesprekspartner. • Lokaal zit de sleutel tot uitvoering: beleidsmatig via programmasturing en prestatieafspraken, praktisch via gebiedsgericht samenwerken.
Daar komen afspraken tot leven en wordt impact zichtbaar. De afspraken uit deze regionale woonzorgvisie landen allereerst in volkshuisvestingsprogramma’s. Het betrekken van welzijns- en zorgpartners bij prestatieafspraken biedt kansen voor meer samenhang en impact. Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart 2026 adviseren wij ten slotte om de regionale woonzorgvisie in het college te agenderen. Dit document biedt houvast om lokaal en regionaal koers te houden. Benoem het belang van deze visie expliciet in het overdrachtsdocument aan nieuwe collegeleden. Zo zorgen we ervoor dat kennis niet verloren gaat en bouwen we samen verder. Zo behouden we diepgang én bouwen we aan regie op het geheel.
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
5.3 Lerend netwerk als motor West-Brabant West kent al inspirerende voorbeelden die richting geven aan de doelen. Het ‘kom-aan-tafel’-initiatief van Woonkwartier is daar een mooi voorbeeld van: het vervult een duidelijke behoefte aan ontmoeting en kennisdeling. Om deze energie vast te houden én te versterken, stellen we voor een regionaal lerend netwerk te ontwikkelen. Een plek waar partners uit wonen, welzijn en zorg elkaar regelmatig ontmoeten om kennis en inzichten te delen en van elkaar te leren. We maken gebruik van bestaande werkplaatsen. Het idee is om rondom een aantal centrale thema’s leernetwerken of communities of practice te organiseren, waarin praktijk en kennis samenkomen. We zien op dit moment drie inhoudelijke thema’s als mogelijke katalysatoren: • De beweging naar de voorkant in het sociaal domein • Gemengdwonenconcepten en welzijn en zorg aan huis • Nieuwe financieringsvormen: van individuele indicatie naar collectief budget. Zo bouwen we aan een lerende regio, waarin we kennis niet alleen ophalen, maar ook samen maken.
5.4 Regionaal uitvoeringsprogramma We realiseren ons dat de ambities uit deze woonzorgvisie niet vanzelf werkelijkheid worden. Het vraagt bestuurlijke sturing en gezamenlijk eigenaarschap. We moeten bereid zijn om knelpunten onder ogen te zien, belangen te verbinden en koersvast te blijven, juist als het ingewikkeld wordt. Het realiseren van de doelen vraagt dat we keihard aan de slag gaan – en die urgentie wordt breed gevoeld. De betrokken organisaties hebben uitgesproken dat zij willen doorgroeien in regionale afstemming en gezamenlijke sturing. De afgelopen periode is de samenwerking merkbaar verdiept. Er is meer ruimte ontstaan om dilemma’s op tafel te leggen en daadwerkelijk verder te brengen. Dat is winst – én een fundament waarop we verder bouwen. Verder bouwen vraagt om concreet worden. De eerste vervolgstap is het organiseren van coördinatie, het uitwerken van een uitvoeringsprogramma 2025-2030 met een planning,
26
goede monitoring en de wijze waarop we verantwoording afleggen. De uitvoering van de afspraken is vanzelfsprekend ook afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende middelen. Dit moet onderdeel zijn van het uitvoeringsprogramma. Juist op dit moment ontstaat door keuzes op landelijk niveau extra druk op beschikbare middelen bij gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties. De bedoeling is dat het regionale uitvoeringsprogramma het mogelijk maakt te sturen op resultaten en waar nodig koers te corrigeren. Zo brengen we de visie stap voor stap tot leven – met concrete acties, meetbare voortgang en een bestuurlijk kompas dat we samen vasthouden. We vinden het belangrijk om nogmaals te benadrukken dat concretisering van deze visie ook plaatsvindt door de vertaling in lokale volkshuisvestingsprogramma’s, prestatieafspraken tussen gemeenten, corporaties, zorg organisaties en huurdersorganisaties.
5.5 Acties 2025 en 2026 Op dit moment ligt er nog geen uitvoeringsprogramma. De urgentie vraagt doorpakken. Om die reden hebben we hieronder kort op de rit gezet wat voor de betrokken partijen zodanige prioriteit heeft dat we dit in de eerste anderhalf jaar (2e helft 2025 en 2026) oppakken. Vanzelfsprekend worden de acties ook onderdeel van het op te stellen uitvoeringsprogramma. Actie 1. Wijze van coördinatie uitwerken en organiseren, opdrachtformulering, uitwerken van een uitvoeringsprogramma met fasering, participatie en coördinatie, middelen en monitoring.
Onder regie van BO Wonen
5. Beter zicht krijgen op de behoefte aan doorstroomplekken door o.a. het uitvoeren van een Ethosstelling (1e kwartaal 2026). Dit is de basis voor verdere concrete afspraken, monitoring en het uit te werken regionale actieplan dakloosheid. 6. Optimalisatie van de samenwerking tussen zorgpartners in de regio.
Onder regie van BO Wonen
Bestuurlijke tafel MO/BW
Diverse tafels
7. Lijst met inspirerende voorbeelden en leernetwerken (gebruikmaken van bestaande werkplaatsen).
Diverse tafels
8. Gemeenten zorgen ervoor dat deze regionale visie landt in lokale (volkshuisvestings)programma’s en daarna worden geborgd in prestatieafspraken met ook zorgpartners (verplichting Wvrv).
BO Wonen
9. Elke gemeente heeft of stelt een visie op sociale basis op.
Stuurgroep GOK
10. Met oog op de gemeenteraadsverkiezingen adviseren we het belang van deze visie te benoemen in het overdrachtsdocument aan nieuwe collegeleden.
BO Wonen
Waarmaken
2. Regionale afspraken maken over een evenwichtige verdeling wettelijk urgent woningzoekenden met oog voor alle aandachtsgroepen.
BO Wonen
3. Het opstellen van een regionale huisvestingsverordening met urgentieregeling.
BO Wonen
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
Actie 4. Het realiseren van meer woonplekken via de regionale woondeal.
Het opstellen van deze visie was nooit een doel op zich. Het ging om het versterken van de samenwerking en het bouwen aan een netwerk en gedeeld eigenaarschap. Met trots kunnen we zeggen dat dit is gelukt. Deze visie is geen eindpunt, maar een begin. Vanuit de beweging die is ingezet werkt de regio verder aan uitvoering en gezamenlijke regie. Zo komen afspraken tot leven en wordt impact zichtbaar – met en voor de inwoners van WestBrabant West, vandaag én morgen.
27
Bijlage 1: Betrokken partijen Gemeenten • • • • • • • •
Gemeente Bergen op Zoom Gemeente Halderberge Gemeente Moerdijk Gemeente Roosendaal Gemeente Rucphen Gemeente Steenbergen Gemeente Tholen Gemeente Woensdrecht
Woningcorporaties • • • • •
Alwel Stadlander Thuisvester Woningstichting Woensdrecht Woonkwartier
Welzijn- en zorgpartijen • • • • • • • • • • • • • •
Amarant CZ Zorgkantoor GGZ WNB Huisartsen Coöperatie West-Brabant Leger des Heils Memo Netwerk MO (Mee West Brabant) Novafarm Surplus Stichting Groenhuysen TanteLouise Thuiszorg West-Brabant SDW Stichting Inzet voor Zorg
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
• • •
WijZijn Zintri zorggroep Nederland Zorg- en veiligheidshuis De Markiezaten
Provincie •
Provincie Noord Brabant
Belangenbehartigers • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Adviesraad Sociaal Domein Bergen op Zoom Adviesraad Sociaal Domein Tholen Adviesraad Sociaal Domein Woensdrecht Adviesraad Sociaal Domein Halderberge Wmo adviesraad Moerdijk Adviesraad Sociaal Domein Roosendaal Adviesraad Sociaal Domein Rucphen Alzheimer West-Brabant Cliëntenraad GGZ WNB Cliëntenraad SDW Dementienetwerk West-Brabant Huurdersadviesraad Roosendaal (HAR) Platform van Huurdersbelangenverenigingen Huurdersbelangenvereniging BOZ Huurdersvereniging gemeente Rucphen HBWW HV Fijn Wonen KBO Ooboz
28
Bijlage 2: Aandachtsgroepen De door het Rijk benoemde aandachtsgroepen zijn heel verschillend in hun omvang, aard en problematiek. Ook kunnen mensen tot meerdere aandachtsgroepen behoren. Soms is de reden tijdelijk, maar het kan ook blijvend zijn. Bij het maken van afspraken is het belangrijk oog te hebben voor de verschillen en deze te vertalen. De Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht, bij invoering, gemeenten om regionale afspraken te maken over de huisvesting van wettelijke urgent woningzoekenden. Voor andere aandachtsgroepen, zoals ouderen, is regionale afstemming aanbevolen, maar niet wettelijk verplicht Blijvend Mensen behoren vaak hun hele leven of een belangrijk van hun leven tot deze groep
Tijdelijk Mensen zijn vaak maanden tot enkele jaren onderdeel van deze groep
Wettelijk urgent Mensen zijn bij voorkeur zo kort mogelijk onderdeel van deze groep
• Mensen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke beperking of psychiatrische aandoening • Woonwagenbewoners
• Arbeidsmigranten • (Dreigend) dakloze mensen • Ouderen • Statushouders • Studenten
• Uitstromers • maatschappelijke opvang • vrouwenopvang • beschermd wonen • klinische geestelijke gezondheidszorg • accommodatie jeugdhulp • (jeugd)detentie • Uitstappende sekswerkers
Bron: Platform31
Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
29
Atrivé. Inzicht is impact.
Bijlage
Maliesingel 38 3581 BK Utrecht
T KvK
030 693 60 00 Utrecht 17106411
E W
info@atrive.nl www.atrive.nl
Op onze werkzaamheden zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. Ons privacy statement staat op onze website. Regionale woonzorgvisie West-Brabant West
30