CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West 2525221.pdf

Besluitvormende Vergadering 30 oktober 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 07.: Regionale woonzorgvisie West-Brabant-West.12.943 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West 5 juni 2025 Maliesingel 38 3581 BK Utrecht

T KvK

030 - 693 60 00 17106411

IBAN BIC

NL31 RABO 0361 1913 16 RABONL2U

E W

info@atrive.nl www.atrive.nl

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West Opdrachtgever: Projectleiding:

Datum: Documentnaam:

Regio West-Brabant West, Bestuurlijk Overleg Wonen Louise van der Aart (gemeente Woensdrecht), Milou van Gaans (gemeente Bergen op Zoom) en Toine Tak (Woonkwartier) 5 juni 2025 Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Janine Boers en Esther Mulder Maliesingel 38 3581 BK Utrecht 030 693 60 00 info@atrive.nl www.atrive.nl

Voor het geheel of gedeeltelijk bewerken van teksten en/of beeldmateriaal dient men vooraf toestemming te vragen aan Atrivé. Aan deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Inhoudsopgave

5

Waarmaken

24

5.1

Met elkaar en met onze inwoners

24

1

Het gaat om mensen

2

5.2

Regionaal sturen

25

1.1

Waarom deze visie?

2

5.3

Lerend netwerk als motor

26

1.2

Leeswijzer

3

5.4

Regionaal uitvoeringsprogramma

26

5.5

Acties 2025 en 2026

27

2

Onze regionale woonzorgopgaven

4

2.1

Ouderen

4

2.2

Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking

6

2.3

Beschermd wonen, maatschappelijke opvang, dak- en thuislozen 7

2.4

Opgave mensen die uitstromen naar zelfstandig wonen

8

2.5

Overige doelgroepen

9

3

Onze waarden & principes

11

3.1

Een eigen woonplek

11

3.2

In een vertrouwde omgeving

11

3.3

Netwerk welzijn, wonen en zorg

12

3.4

Samenwerking dicht bij huis/ gebiedsgerichte aanpak

12

4

Onze doelen

14

4.1

Wat doen we al?

14

4.2

Elkaar helpen in een zorgzame gemeenschap en veerkrachtige wijk 14

4.3

Mensen die een woon- of opvangvoorziening nodig hebben

4.4

Mensen in een kwetsbare positie op de reguliere woningmarkt 18

4.5

Ouderen

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Bijlage 1: Betrokken partijen

28

Bijlage 2: Aandachtsgroepen

29

16

20

1

1 Het gaat om mensen 1.1 Waarom deze visie? Aangespoord door tekorten aan woningen, vergrijzing, meer mensen in een kwetsbare positie, toenemend tekort aan zorgpersoneel én een toenemende zorgkloof heeft het Rijk de regie herpakt met tal van programma’s en wetten. • Het Rijk heeft de woondealregio’s gevraagd afspraken te maken over ouderenhuisvesting, zodat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, in een passende woning en in een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen. • Het Rijk wil ervoor zorgen dat gemeenten aandacht hebben voor alle aandachtsgroepen en voldoende betaalbare woningen bouwen. Met de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) herpakt het Rijk de regie. Met de inwerkingtreding van de Wvrv worden gemeenten verplicht een lokaal volkshuisvestingsprogramma op te stellen. In principe stelt een college van burgemeester en wethouders een lokaal volkshuisvestingsprogramma vast, op basis van de door een gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie. • Met de invoering van de Wvrv zijn gemeenten ook verplicht regionaal af te stemmen over de verdeling van urgent woningzoekenden in de regio. Deze afspraken landen in een regionale huisvestingverordening. Hoewel de gemeenten gezamenlijk zo’n verordening opstellen, wordt deze uiteindelijk vastgesteld door de gemeenteraad van elke betrokken gemeente.

Doel van deze regionale woonzorgvisie Acht gemeenten in de regio West-Brabant West hebben samen met corporaties, welzijnsorganisaties, zorgpartijen, zorgkantoor, belangenbehartigers, cliëntenorganisaties en provincie de afgelopen maanden gewerkt aan de eerste regionale woonzorgvisie. Het doel: • de meest kwetsbare inwoners ondersteunen met voldoende geschikte woningen, op een passende plek en evenwichtig verdeeld, met de juiste zorg & ondersteuning om mee te (kunnen) doen aan de samenleving. Belangrijk uitgangspunt was: lokaal wat kan, regionaal wat moet. Soms ligt de sleutel tot succes bij een goede regionale afspraak, meestal zijn het de

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

mensen in de uitvoering (op gebiedsniveau) die het verschil maken. We hebben in deze visie die opgaven vastgepakt, waarvan partijen denken dat ze dusdanig groot zijn of worden dat ze het lokale niveau overstijgen. Een ander uitgangspunt was realisme en haalbaarheid. De regionale woonzorgvisie bevat reële afspraken over richtingen, kaders, ambities en (samenwerkings)afspraken. Gemeenten zorgen voor een lokale uitwerking in volkshuisvestingsprogramma’s, waarbij ze vanzelfsprekend recht doen aan hun eigen couleur locale en eventueel aanvullende speerpunten.

Regio West-Brabant West • Gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen, Steenbergen, Woensdrecht en Tholen • •

• • • • • •

de gemeente Moerdijk is onderdeel van een andere zorgregio (uitstroom maatschappelijke opvang en beschermd wonen) de gemeente Tholen ligt in provincie Zeeland en valt onder zorgregio Zeeland

Provincie Noord-Brabant Vijf corporaties: Alwel, Stadlander, Thuisvester, Woningstichting Woensdrecht en Woonkwartier Een veelvoud aan welzijn- en zorgorganisaties Op het gebied van wonen vormt het Bestuurlijk Overleg Wonen een belangrijke basis voor samenwerking Op gebied van zorg en sociaal domein vormt de stuurgroep Grip op Kwetsbaarheid de bestuurlijke basis Het Bestuurlijk Overleg Wonen organiseert het proces van de regionale woonzorgvisie. Het zorgkantoor sluit aan.

2

Een integrale en themagerichte visie Tijdens het proces hebben deelnemers vaak geconstateerd dat de wereld van wonen, welzijn en zorg verschillende werelden zijn, gescheiden door systemen, geldstromen en een andere taal. Doorbraken zijn nodig, die vragen ook landelijke systeemveranderingen. Tegelijkertijd is er volgens alle partijen winst te behalen als het lukt om meer integraal én gebiedsgericht te kijken. Om die reden hebben we gekozen voor een themagericht programma: • Elkaar helpen in een zorgzame gemeenschap in een veerkrachtige wijk • Mensen die een woon- of opvangvoorziening nodig hebben • Mensen in een kwetsbare positie op de reguliere woningmarkt • Ouderen. In het proces is vaak gesproken dat het op het gebied van wonen, welzijn en zorg begint met preventie en community building. Veel van die beschouwingen staan ook al in het IZA-Regioplan West-Brabant West. Feit is en blijft dat mensen een dak boven hun hoofd nodig hebben. Het creëren van meer woonplekken is urgent en een proces van lange adem, volharding, focus en innovatie. Omdat er niet voldoende woningen zijn, stagneert ook de doorstroom en uitstroom. Hierdoor nemen de zorgkosten toe. Ondertussen is het op sommige plekken steeds moeilijker om voldoende en goed (zorg)personeel te vinden. Ook staat de draagkracht van sommige wijken onder druk.

Het zorgt ervoor dat er ook een vraagstuk ligt in de verdeling (waar wel en niet woonzorgvormen). Op tal van beleidsterreinen worden al concrete regionale acties uitgevoerd en deze moeten met snelheid doorgezet worden. Deze regionale woonzorgvisie probeert samenhang te brengen en te beantwoorden wat er aanvullend gedaan moet worden.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen we de regionale woonzorgopgaven waar de regio West-Brabant West voor staat. Aan de hand van hoofdstuk 2 en gesprekken met partners staan in hoofdstuk 3 enkele belangrijke waarden en principes. In hoofdstuk 4 werken we per thema uit welke doelen we onszelf stellen en welke afspraken daarbij horen. Uiteindelijk draait het om realisatiekracht. Hoofdstuk 5 gaat in op hoe we gaan sturen, monitoren, evalueren en bijsturen.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

De regionale woonzorgvisie is het resultaat van een interactief proces. • We spraken met een meedoegroep met daarin de betrokken medewerkers van tal van wonen-, welzijn- en zorgorganisaties en organiseerden netwerkconferenties. • In elke stap zijn de ambtenaren van de acht gemeenten en de vijf corporaties nauw betrokken. • Belangenbehartigers en cliëntenorganisaties maakten de visie sterker. • Een regionale woonzorgvisie vraagt ook intern bij gemeenten een verandering in werken • er vonden vele gesprekken plaats met ambtenaren • wethouders gaven richting • met deze input organiseerden we twee werksessies voor gemeenteraadsleden. • Het geeft de gemeenteraden voeding om een brede maatschappelijke afweging te maken die zoveel als mogelijk recht doet aan een vitale toekomst van kwetsbare inwoners in de regio West-Brabant West. Deze visie is geen eindpunt, maar een begin. Nu is het tijd voor beweging, uitvoering en gezamenlijke regie. Alleen zo maken we het verschil – voor de inwoners van West-Brabant West, vandaag én morgen. Het is een startpunt en bedoeld om echt commitment te krijgen bij die organisaties die samen met inwoners tot uitvoeringskracht komen. Het Bestuurlijk Overleg Wonen heeft 25 juni 2025 besloten dat de visie gereed is voor vaststelling in de gemeenteraden. In Tholen wordt het ter kennisname gedeeld met de gemeenteraad.

3

2 Onze regionale woonzorgopgaven Regionale woonzorganalyse 2040 Als input voor deze woonzorgvisie is inzicht nodig in de vraag en het aanbod die door zorgdoelgroepen naar woningen -nu en in 2030 en 2040- wordt uitgeoefend. Springco Urban Analytics 1 heeft dit onderzoek voor de regio uitgevoerd. • Springco zoomt in op de opgave voor ouderen (mensen ouder dan 65 jaar), mensen met een beperking, mensen binnen de GGZ-groep en de overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden die door het Rijk zijn benoemd voor de regio als geheel en per gemeente. • Voor het concretiseren van de vraag zijn verschillende bronnen gecombineerd, waaronder het WoON (2021), CIZ (2023) en de Monitor Langdurige Zorg (2023). Voor het in beeld brengen van de vraag en het aanbod is ook een inventarisatie uitgevoerd onder zorgpartijen en corporaties. De opgave voor overige aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden is kwalitatief onderzocht tijdens individuele gesprekken met de gemeenten. Voor de volledigheid is het onderzoek aangevuld met cijfers over de opgave voor maatschappelijke opvang en mensen met een ernstige psychische aandoening. • In dit hoofdstuk staan de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek.

geclusterde woningen en zorggeschikte woningen in de sociale huursector te verhogen, met bijzondere aandacht voor dementievriendelijke ontwerpen. • In de Nationale Prestatieafspraken is afgesproken dat woningcorporaties zich actief inzetten voor de bouw van 40.000 geclusterde woningen en 20.000 zorggeschikte woningen in de sociale huur: 50% van de opgave. De nationale kaders vormen een basis voor regionale uitwerking en uitvoering.

Hoe groot is de opgave in West-Brabant West? Vergrijzing en toenemende zorgvraag In de gemeenten in de regio West-Brabant West groeit het aantal kleine huishoudens ouder dan 65 jaar in de periode van 2023 tot 2040 met 66%. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door de groei van het aantal kleine huishoudens van 75 jaar en ouder. Meer ouderen wonen langer thuis en vaker alleen, wat kan leiden tot meer eenzaamheid en psychische klachten. Het aantal mensen met chronische aandoeningen en dementie neemt toe. Daardoor stijgt de zorgvraag, terwijl passende zorg thuis niet altijd beschikbaar is – door complexiteit en/of personeelstekort. De behoefte aan verpleeghuiszorg en andere woonzorgvormen groeit mee.

2.1 Ouderen Het Rijk heeft ouderen als aandachtsgroep van beleid benoemd. Het Programma Wonen en zorg voor ouderen heeft als hoofddoel ouderen in staat te stellen zo lang mogelijk comfortabel en gezond zelfstandig te blijven wonen. Om dit mogelijk te maken moeten er voldoende geschikte woningen bijkomen. Dat kan overigens via nieuwbouw én aanpassing van de bestaande voorraad. Het Rijk heeft drie verschillende typen woonzorgwoningen benoemd: nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen. Op nationaal niveau zijn er afspraken gemaakt om het aantal 1

Het onderzoeksrapport van Springco is als bijlage op te vragen bij de regiocoördinator. Springco heeft per gemeenten factsheets met opgaven vraag en aanbod, het woonzorglandschap en de voorzieningenstructuur gemaakt.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

4

Type woningen In het onderzoek wordt onderscheid gemaakt naar 5 typen woonvormen, waarnaar een seniore huishouden vraag kan uitoefenen: 1. een niet-nultredenwoning 2. een nultredenwoning: woning buiten en binnen traploos toegankelijk 3. een geclusterde woning: geclusterde woonvormen kunnen bestaan uit reguliere geclusterde woningen en zorggeschikte woningen 4. een zorggeschikte woning: toegankelijk voor mensen met een fysieke beperking, waar goed verpleging en verzorging aan huis kan worden geboden (indicatie voor Wlz-zorg via persoonsgebonden budget (PGB), Volledig Pakket Thuis (VPT) of Modulair Pakket Thuis (MPT)) 5. intramuraal wonen: een plek in een verpleeghuis (Wlz-indicatie). In realiteit lukt het niet om alles in deze typen in te delen. Woonvormen lopen in werkelijkheid wat meer door elkaar heen en kunnen op plekken overlappen.

Het onderzoek toont het volgende in 2040 aan: • Voor nultredenwoningen ontstaat een tekort van bijna 3.000 woningen. • Voor geclusterd wonen bedraagt het tekort minimaal 500 woningen. Deze opgave ligt hoger wanneer ook de vraag meetelt van huishoudens die niet urgent verhuisgeneigd zijn. De opgave bedraagt dan 9.500 woningen. • Voor verpleegzorg (via een verpleeghuis of zorggeschikte woningen) ontstaat een tekort van rond de 4.000 wooneenheden. Deze kan niet worden opgevangen binnen de capaciteit van de huidige verpleeghuizen en verzorgingshuizen, omdat het Rijk het aantal nieuwe verpleegplekken heeft gemaximaliseerd: landelijk niet meer dan circa 130.000. In de regio komen er geen verpleeghuizen meer bij. Zorggeschikte woningen kunnen een oplossing bieden voor het tekort. Wanneer we de bestaande zorggeschikte woningen zouden meenemen in de opgave aan woningen waarin verpleegzorg kan worden geleverd, dan zien we dat de tekorten in alle gemeenten afnemen tot een totale opgave van zo’n 1.600 woonplekken. De meeste zorggeschikte woningen liggen overigens niet in de directe omgeving van een verpleeghuis met zorgpersoneel. Voor de regio West-Brabant West zien we dat in 75% van de gevallen de zorggeschikte woningen verder dan 250 meter van een verpleeghuis of verzorgingshuis liggen.

Uit de woonzorganalyse blijkt dat er, in verband met de toegenomen vermogens (inkomen, pensioenen, eigen woning) van ouderen, een grote woonzorgopgave ligt binnen de middeldure en dure huur en in de koop. • Op dit moment is ongeveer de helft van de nultredenwoningen in het bezit van corporaties, maar ook ruim 80% van de geclusterde woningen en 86% van de zorggeschikte woningen. • Dit laat zien dat er op dit moment een grote ongelijkheid zit tussen de vraag naar woningen in het hogere segment (koop en huur) en het aanbod dat zich voornamelijk in het lagere huursegment centreert. • De programmering van nieuwe woonzorgwoningen zal dus veel sterker dan voorheen gericht moeten zijn op hogere prijssegmenten. Dit wijkt aanzienlijk af van het rijkskader dat uitgaat van 50% van de opgave in de sociale huursector. Zie de figuur hieronder voor de verdeling van de opgave ouderenhuisvesting naar prijssegment.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

5

Opgave ouderenhuisvesting naar prijssegment

De grote opgave voor seniorenwoningen benadrukt het grote belang van het stimuleren en onderhouden van (zorgzame) gemeenschappen. Bij nieuwbouw is het van groot belang om ook specifiek voor senioren te programmeren. Voor bestaande woningen is het belangrijk om bij investeringen door woningcorporaties, vastgoedbeleggers en eigenaar-bewoners goed rekening te houden met de geschiktheid van de plek om langer thuis te blijven wonen.

2.2 Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking Springco heeft op basis van een inventarisatie voor alle zorginstellingen in de regio West-Brabant West vastgesteld wat het aantal (zorg)woningen op dit moment is voor mensen met een verstandelijke beperking en een enkelvoudige problematiek en mensen met een lichamelijke beperking. Hierin is het bezit en de plannen van alle reguliere zorginstellingen en corporaties meegenomen. Particuliere initiatieven (vanuit het zorgkantoor) zijn minder goed in beeld, daarom heeft Springco die vanuit openbare databronnen (zoals het zorgkantoor) aangevuld en hebben de gemeenten een extra validatie uitgevoerd op de uiteindelijke lijst.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Twee scenario’s als bandbreedte Voor het bereken van de opgave heeft Springco een minimum- en maximumscenario uitgewerkt, zodat gemeenten een bandbreedte hebben van de zorgzwaarte die in een gemeente wordt verwacht. Bij de berekeningen is ook rekening gehouden met de ouder wordende doelgroep. Het minimumscenario gaat ervan uit dat alleen de inwoners met een zware zorg een vraag uitoefenen naar een zorgwoning. In dit scenario ontstaat er een (theoretisch) overschot: • van 225 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking • van 20 woningen voor mensen met een lichamelijk beperking • in de gemeente Tholen geldt als enige dat er ook in het minimumscenario een tekort is aan zorgwoningen voor mensen met een verstandelijke beperking. Voor de gemeenten Rucphen en Moerdijk is dit het geval voor mensen met een lichamelijke beperking. Het maximumscenario gaat ervan uit dat zowel de inwoners met lichte als zware zorg een vraag uitoefenen naar een zorgwoning. In dat scenario ontstaan in alle gemeenten in West-Brabant West tekorten aan zorgwoningen voor mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking: • een tekort van 635 woningen voor mensen met een verstandelijke beperking • een tekort van 65 woningen voor mensen met een lichamelijk beperking.

Ambulantisering vraagt meer zelfstandig woningen De verwachting is dat de omvang van de vraag vanuit deze doelgroepen nauwelijks tot niet gaat stijgen naar de toekomst. Wel ziet de vraag er anders uit, want ook mensen met een beperking wonen steeds vaker zelfstandig. Het gaat om mensen met een Wlz GZ- en/of Wlz GGZ-Windicatie die vanuit het ouderlijk huis zelfstandig willen wonen (met een Modulair Pakket Thuis of Volledig Pakket Thuis). Door deze ontwikkeling ligt het minimumscenario voor de hand. Dit betekent dat er in de regio nu en in 2040 voldoende zorgwoningen zijn voor mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking. Door de verdergaande ambulantisering zijn meer reguliere woningen of geclusterde woonvormen nodig.

6

2.3 Beschermd wonen, maatschappelijke opvang, dak- en thuislozen De groep mensen die, soms tijdelijk, een woon- of opvangvoorziening nodig hebben, is divers. Het gaat om mensen met uiteenlopende achtergronden, leeftijden, behoeften en leefomstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan: • Jongeren die niet meer thuis kunnen wonen. • Psychisch kwetsbare mensen, inclusief mensen met een licht verstandelijke beperking, die een stabiele woonomgeving nodig hebben om tot rust te kunnen komen. • Mensen met een verslavingsachtergrond die weer grip op hun leven proberen te krijgen. • Dak- en thuislozen die een plek zoeken om opnieuw te beginnen. • Slachtoffers van huiselijk geweld die veiligheid en rust nodig hebben. • Mensen met hoog complexe problematiek, soms verward gedrag en soms zorgmijdend. Elk van deze groepen heeft een specifieke woonbehoefte en soms een andere mate van begeleiding of ondersteuning nodig. Van sommige groepen heeft Springco de toekomstige opgave kwantitatief in beeld kunnen krijgen, bij andere aandachtsgroepen is een meer kwalitatieve inschatting gemaakt.

Opgave beschermd wonen 2040 •

• •

2

Beschermd wonen staat voor wonen in een veilige woonomgeving met 24/7 begeleiding in nabijheid. Deze voorziening is bedoeld voor mensen die door psychische of psychosociale problemen (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen. Beschermd wonen wordt zowel vanuit de Wmo als de Wlz aangeboden, waarbij een Wmo-indicatie een meer tijdelijk karakter heeft. Meestal wonen er meer mensen in één woonvorm. De hoeveelheid begeleiding verschilt, van een paar uur tot intensieve begeleiding. Beschermd wonen kan door zowel grote instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (GGZ-instellingen) worden aangeboden als door kleine zorgorganisaties voor beschermd wonen (zoals zorgboerderijen). Bij het berekenen van de opgave beschermd wonen en maatschappelijke opvang is de gemeente Moerdijk niet meegenomen aangezien de gemeente onderdeel is

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

•

Steeds vaker wordt gekozen voor beschermd thuis: een vorm waarbij wonen en zorg worden gescheiden. De cliënt betaalt zelf de woonkosten (vaak met inkomensondersteuning) en krijgt 24/7 zorg in de buurt. Bij een Wlz-indicatie heet dit een zelfstandig pakket thuis.

Springco berekent de vraag op basis van prevalentiecijfers 2: de kans dat een inwoner een indicatie heeft. Zo ontstaat een gemeentelijke vraag die losstaat van bestaande woonlocaties. Bergen op Zoom, in de rol van centrumgemeente, kent relatief veel aanbod. De woonzorganalyse schetst tot 2040 een opgave van 280 plekken beschermd wonen (Wmo en Wlz). De cijfers zijn gebaseerd op een inventarisatie in 2024 onder zorgaanbieders. Ze vormen een recent uitgangspunt en een momentopname; want cijfers blijven aan verandering onderhevig. Uit een eerdere analyse van CQ Procesmanagement blijkt dat: • Bergen op Zoom en Roosendaal een overaanbod hebben als we het vergelijken met de vraag vanuit haar eigen inwoners. • Woensdrecht heeft voldoende aanbod en de overige gemeenten hebben grotere tekorten aan beschermd wonen. In lijn met de landelijke beweging “van beschermd wonen naar beschermd thuis” en het regioplan MO/BW wordt er voor het realiseren van Wmobeschermdwonenplekken vooral ingezet op het doorontwikkelen van beschermd thuis. Verder worden er in de regio beschermde woonplekken gemist voor de doelgroep met een zwaardere en/of complexe zorgvraag, vooral voor mensen met een verslaving. Dit zijn vaak mensen die (uiteindelijk) een Wlz-indicatie krijgen en dus voor langere tijd een beschermde woonplek nodig hebben. • Bij uitbreiding is spreiding belangrijk.

De regio handelt conform het beleidsuitgangspunt van het woonplaatsbeginsel: mensen krijgen ondersteuning in hun eigen leefomgeving. Beschermd wonen vraagt om een gebiedsgerichte aanpak. Bij clustering op één locatie is veerkracht van de buurt en goede zorgbegeleiding cruciaal. Spreiding binnen een gemeente vereist afspraken met zorgpartijen over oproepbaarheid, bereikbaarheid en opschaling bij incidenten. van een andere zorgregio. De gemeente Tholen is wel meegenomen in de opgave beschermd wonen, maar niet in de opgave maatschappelijke opvang.

7

Opgave dak- en thuislozen

Opgave aanbod voor inwoners die zorg mijden

Dak- en thuislozen vormen een diverse groep mensen zonder stabiele woonsituatie. Dit varieert van mensen die letterlijk op straat leven tot mensen die tijdelijk bij anderen verblijven (bijvoorbeeld in een wisselend netwerk van vrienden of familie), in een nachtopvang slapen of in een ongeschikte of onzekere woonsituatie verkeren. De groep omvat jongeren, mensen met psychische of verslavingsproblematiek, slachtoffers van huiselijk geweld, arbeidsmigranten zonder woonadres en mensen die door financiële problemen of scheiding hun woning zijn kwijtgeraakt. De hulpvraag verschilt. Wat hen verbindt is het ontbreken van een vaste, veilige plek om te wonen.

Er is momenteel geen passend aanbod voor een groep mensen die geen zorg aanvaarden (zorgmijders) en dit is een grote zorg voor veel organisaties. Het zijn mensen met vaak meerdere complexe aandoeningen, soms ook met een verstandelijke beperking die vaak niet is gediagnosticeerd, omdat er andere problemen spelen in combinatie met verslaving. Vaak is er ook sprake van een langdurige geschiedenis van overlast veroorzaken in woonwijken. Zij maken soms al jaren gebruik van de maatschappelijke opvang. • De regio schat in dat het jaarlijks om 60 mensen (exclusief de gemeente Moerdijk en Tholen) gaat.

De ETHOS-telling biedt een scherp en actueel beeld van de aard en omvang van dak- en thuisloosheid in Nederland. In april 2024 zijn in 55 gemeenten 6.063 mensen in een kwetsbare woonsituatie geregistreerd. Opvallend is het aandeel vrouwen (30%) en minderjarigen (18%), evenals de aanwezigheid van kinderen en jongeren die tijdelijk onderdak vinden bij bekenden of in ongeschikte onderkomens. Ook blijkt 35% van de mensen die op straat leven EU-burger, vaak voormalige arbeidsmigranten. Deze bevindingen bevestigen de urgente noodzaak tot integrale, doelgroepgerichte beleidsmaatregelen op lokaal én regionaal niveau. Landelijk is de ambitie uitgesproken om in 2030 dakloosheid te voorkomen, het Nationaal Actieplan Dakloosheid 'Eerst een Thuis' geeft hierin richting. Dit plan richt zich op een fundamentele verandering in de aanpak van dakloosheid, met de nadruk op preventie en het bieden van stabiele huisvesting als startpunt voor herstel. Een groot obstakel in creatieve oplossingen is de kostendelersnorm: hoe meer volwassenen er in één huis wonen, hoe lager de uitkering per persoon wordt. Als inwoning wel mogelijk zou zijn, dan zijn veel minder mensen aangewezen op de maatschappelijke opvang, een vakantiepark of anders.

De woonzorganalyse schets in de regio een structureel tekort aan plekken voor maatschappelijke opvang; de vraag ligt al jaren 10 tot 20 plekken boven het beschikbare aanbod, exclusief het aantal dreigend dak- en thuislozen. De huidige opvang is geconcentreerd in Bergen op Zoom en Roosendaal. Voor een evenwichtige regionale aanpak is spreiding van (kleinschalige) opvanglocaties wenselijk. Daarbij vraagt dit om een zorgvuldige financiële afweging, mede in relatie tot de economische haalbaarheid van spreiding.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

2.4 Opgave mensen die uitstromen naar zelfstandig wonen Steeds meer mensen zijn -na een verblijf in een woonvoorziening met intensieve begeleiding- klaar voor zelfstandig wonen. Ze willen vooruit, ze kúnnen vooruit. • Het gaat bijvoorbeeld om mensen die uitstromen uit een woonvoorziening voor beschermd wonen (Wmo of Wlz) of maatschappelijke opvang. • Ook 18+ jongeren die vanuit jeugdzorg met verblijf doorstromen naar de reguliere woningmarkt zijn een kleine, maar veelgenoemde doelgroep. • Enkele zorgpartners hebben ons gevraagd op deze plek met nadruk ook de mensen met lichamelijke, verstandelijke en psychische kwetsbaarheid te benoemen. Ook mensen met een beperking wonen steeds langer thuis en willen zo normaal mogelijk mee kunnen doen. Organisaties merken soms een spanningsveld tussen normaal mee doen (normalisering) en (het beeld over) dat de leefbaarheid van een wijk niet onder druk moeten komen te staan. Een vraag voor hen is hoe we mét elkaar zorgen dat iedereen mee kán doen en zichzelf mag zijn. Het gaat al met al om mensen die klaar zijn voor een nieuwe stap – naar een zelfstandig leven, soms met nog wat begeleiding, in een gewone wijk. Uit de woonzorganalyse blijkt dat jaarlijks zeker 120 mensen met een ondersteuningsvraag willen doorstromen naar een zelfstandige woning. Betrokken partijen verwachten dat dit aantal in werkelijkheid hoger ligt. Het

8

exacte beeld ontbreekt nog, maar de urgentie is duidelijk. Voor deze groep is een sociale huurwoning vaak de sleutel tot zelfstandig wonen.

2.5 Overige doelgroepen Het Rijk heeft nog meer aandachtsgroepen bepaald. Het gaat bijvoorbeeld om arbeidsmigranten, statushouders, woonwagenbewoners, personen die in blijf-van-mijn-lijf-huis verblijven, mantelzorgers, ernstig chronisch zieken, studenten, personen uit detentie en stoppende sexwerkers. Het tekort aan geschikte woningen heeft geleid tot concurrentie tussen verschillende aandachtsgroepen, waardoor mensen op de wachtlijst in de knel komen en de leefbaarheid soms in het gedrang komt. Zowel aandachtsgroepen als reguliere woningzoekenden doen een beroep op de schaarse betaalbare woningen. Om de opgave in beeld te brengen van de hierboven genoemde doelgroepen is o.a. informatie aangeleverd door de procesregisseurs van het Zorg- en Veiligheidshuis De Markiezaten en heeft Springco gesprekken met gemeenten en corporaties gevoerd. Dit kwalitatieve deel van het onderzoek van Springco leverde onderstaande beeld op.

corporaties; problemen worden opgelost. Vanuit de strategische rondgang zijn de volgende zaken nog benoemd. • De benodigde woningen voor de uitstroom van ex-gedetineerden vraagt aandacht, want het bestaande aanbod is niet toereikend.

Conclusies & aanbevelingen regionale woonzorganalyse Springco Urban Analytics • • •

•

Beeld overige doelgroepen •

• • •

Voor woonwagenbewoners, arbeidsmigranten en statushouders zijn aparte bestuursopdrachten uitgevoerd. Deze staan in de rapportage van Springco. Opvallend zijn de verschillen in vraag en aanbod bij arbeidsmigranten. Voor ernstig chronisch zieken en ex-gedetineerden zijn al regionale afspraken gemaakt. Gemeenten vragen aandacht voor mensen in tijdelijk verblijf door relatieproblemen. Ook mantelzorgers en mantelzorgontvangers worden genoemd als belangrijke doelgroep voor de toekomst. In Woensdrecht speelt huisvesting voor studenten van de KMSL een rol. In Roosendaal blijven studenten meestal thuis wonen.

Kleine opgave, grote maatschappelijke impact Tijdens het onderzoek van Springco hebben gemeenten uitgesproken dat zij van mening zijn dat er voor deze groep overige doelgroepen voldoende lokaal maatwerk kan worden geleverd. Dit gebeurt in samenwerking met (meestal)

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

• •

Kwantitatieve opgave is groot: 31% van de nieuwbouwwoningen programmeren voor senioren. Toekomstige senioren vermogender; er ontstaat meer vraag naar koop en middeldure huur. Woonzorgopgave voor mensen met lichamelijke/verstandelijke beperking (LG/VG): opgave voor mensen met enkelvoudige problematiek is beperkt. Er zijn meer woningen nodig door ambulantisering. Beschermd wonen/beschermd thuis (BW/BT): opgave urgent en vraagt zorgvuldig maatwerk; spreiden (impact leefbaarheid) én clusteren (leveren van zorg). Maatschappelijke opvang en ernstige psychische aandoening (EPA): structureel tekort. Aanbod toevoegen. Overige doelgroepen op basis van kwalitatief onderzoek: vaak voldoet lokaal maatwerk.

Op 13 december 2024 heeft het Bestuurlijk Overleg Wonen ingestemd met het beeld dat de regionale woonzorganalyse geeft. Het onderzoeksrapport van Springco Urban Analytics is als afzonderlijke bijlage op te vragen bij de regiocoördinator. Voor de gemeenten heeft Springco afzonderlijk factsheets met de lokale opgaven en kaarten met informatie over onder meer vraag en aanbod, het woonzorglandschap en de voorzieningenstructuur gemaakt.

9

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

10

3 Onze waarden & principes De betrokken organisaties staan samen met inwoners voor een belangrijke vraag: hoe willen we dat de samenleving van de toekomst eruit ziet? Het is belangrijk om, met betrekking tot de woningbouwopgave, de juiste keuzes te maken. Welk soort woningen voegen we toe voor wie? Maar wat zijn de juiste keuzes als er zoveel belangen zijn om af te wegen en de aandachtsgroepen zo divers zijn en andere zaken vragen? In dit hoofdstuk benoemen we allereerst enkele waarden en principes die de basis vormen van ons handelen. Ze vormen een toetssteen waar we elkaar bij helpen én op aanspreken.

Kernwaarden regionale woonzorgvisie West-Brabant West 1. 2. 3. 4.

Een eigen woonplek In een vertrouwde omgeving Welzijn eerst, zorg als vangnet Samenwerking dicht bij huis.

3.1 Een eigen woonplek Het hebben van een eigen woonplek is ontzettend belangrijk. Met een eigen woonplek heb je grond onder de voeten en kun je beter meedoen. • Als gemeenten, corporaties, welzijn- en zorgorganisaties zetten we ons in voor een samenleving waar iedereen een dak boven het hoofd heeft. Wij werken samen om mensen te huisvesten die onze steun nodig hebben. Mensen die vanwege dementie niet meer zelfstandig kunnen wonen, mensen die gevlucht zijn uit een ander land, mensen die dakloos zijn geweest, gescheiden of om wat voor reden dan ook een nieuwe start verdienen. Mensen die een goede buur soms extra nodig hebben en dat zelf ook graag willen zijn.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

•

Gezien de schaarste op de woningmarkt, zal dit echt niet helemaal lukken de komende jaren. Maar we trekken wel alles uit de kast om meters te maken. Betrokken en volhardend. Dat betekent, naast het toevoegen van nieuwe passende woningen, ook het benutten van de bestaande voorraad.

3.2 In een vertrouwde omgeving Wonen is meer dan een dak boven je hoofd. Wonen gaat over de leefkwaliteit en een passend ‘thuis’ waarin bewoners met of zonder ondersteuning, betekenis aan het leven kunnen geven. Dit aspect vraagt nog meer aandacht nu de inwoners van onze regio steeds ouder worden en er steeds meer ouderen en mensen met een andere zorg- en ondersteuningsbehoefte langer zelfstandig thuis wonen. De woning moet bijvoorbeeld passend zijn voor als je eenmaal wat minder mobiel wordt. De woonomgeving moet uitnodigen om naar buiten te gaan, zodat je in staat bent om je buurtgenoten te blijven ontmoeten en in beweging te blijven. Wat ons betreft staat de volgende wens in deze regionale woonzorgvisie centraal: • Onze wens: in een meer gevarieerde woningmarkt en inclusieve samenleving kunnen ouderen en mensen die om welke reden dan ook wat extra ondersteuning en begeleiding nodig hebben, binnen hun mogelijkheden meedoen en leven in een passende woning in een vertrouwde buurt met een divers woonzorglandschap. • Ook in onze regio is het breed gedragen dat mensen die (tijdelijk) beschermd wonen nodig hebben, zoveel mogelijk in hun eigen wijk en bij voorkeur ambulant geholpen worden. Natuurlijk weten we ook dat de eigen gemeente niet altijd de beste plek is voor herstel; uitzonderingen blijven mogelijk en zijn uitgewerkt.

In de wijk als het kan, niet in de wijk als het niet kan.

11

3.3 Netwerk welzijn, wonen en zorg De beweging naar langer thuis zorgt bij senioren voor een stijgende behoefte aan ondersteuning bij het voeren van eigen regie, preventie, hulp en ondersteuning in de thuissituatie. Bij aandachtsgroepen die uitstromen is de begeleiding erop gericht deze vaardigheden (weer) aan te leren. We zijn doordrongen van het feit dat de beschikbaarheid van professionele ondersteuning en zorg niet vanzelfsprekend is. Hier moeten we ons als samenleving beter op voorbereiden. Onderzoeken wijzen uit dat investeren in welzijn en de sociale basis bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven en verminderen van kosten voor zorg. • Een factor die de druk op de gezondheidszorg beïnvloedt, is onze gezondheidstoestand. Een gezondere levensstijl vermindert de kans op een beroep doen op professionele medische hulp en kan het moment van zorgbehoefte uitstellen. Dit vraagt een omslag waarin preventie en welzijn sleutels tot succes vormen. We zien dit allereerst als een lokale gemeentelijke verantwoordelijkheid: het wordt op gemeentelijk niveau vormgegeven in het sociale domein. • Natuurlijk doen gemeenten het niet alleen. De opdracht is om zo breed mogelijk samen te werken met partijen op gebied van welzijn, wonen en zorg, inclusief bewoners zelf want hun belevingswereld is het vertrekpunt.

De inwoners staan zoveel mogelijk zelf aan het roer voor het vervullen van hun behoefte aan wonen, welzijn en ondersteuning. Soms moet samenlevingsopbouw professioneel worden gefaciliteerd om een beweging op gang te helpen. Organisaties in onze regio faciliteren dit proces door een goede samenwerkingsstructuur. • Het vraagt om voldoende geclusterde, en soms gemengde, woonvormen met ruimte voor ontmoeting in combinatie met een goede zorginfrastructuur van professionele en informele zorg. In sommige gevallen is meer intensieve zorg in een intramurale setting of nabij 24uurszorg gewenst. Dit kan onder andere door middel van het realiseren van geclusterde woonvormen om en nabij bestaande 24-uurszorg. Met deze kruisbestuiving houden we ook zorgvoorzieningen in stand die anders wellicht zouden verdwijnen. • Zorg voor inwoners met complexe zorgvragen blijft noodzakelijk. Het vraagt verbinding tussen welzijn, wonen en zorg en gelijkwaardige samenwerking tussen verschillende disciplines en organisaties.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

3.4 Samenwerking dicht bij huis/ gebiedsgerichte aanpak Tijdens het proces is er vaak gesproken over het belang van een integrale én gebiedsgerichte aanpak. Elke gemeente, elk dorp, elke buurt en elke straat verschilt. De oplossingen voor de opgaven verschillen ook per gebied. Voor de regio West-Brabant West staat het als een paal boven water dat dit het hart moet vormen van de visie: samenwerking dicht bij huis en in de buurt. De kern van deze waarde is dat organisaties op lokaal niveau meer de nadruk kunnen leggen op specifieke behoeften en kenmerken van hun eigen gemeenschappen. De volgende principes zijn hierin voor partners essentieel: • Samen werken we aan het versterken van de sociale basis. Natuurlijk is dit allereerst iets van de samenleving zelf. Maar gemeenten kunnen en willen dit in nauwe samenwerking met bewoners, woningcorporaties, welzijn- en zorgorganisaties faciliteren en stimuleren. • We werken op het gebied van wonen, welzijn en zorg altijd samen. Daarvoor organiseren gemeenten een duurzaam lokaal WWZ-overleg en worden ook welzijn- en zorgpartners betrokken bij prestatieafspraken. Met de invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting wordt dit laatste ook verplicht overigens.

• Idealiter ontwikkelt een gemeente bij gebiedsontwikkelingen, zowel in de nieuwbouw als bij herontwikkeling van bestaande wijken, eerst met partners aan een integraal plan van eisen. • De woonzorganalyse van Springco heeft ter inspiratie vier kansen met enkele visualisaties uitgewerkt die sturing kunnen bieden aan een verdere gebiedsgerichte toepassing: • Kans 1: nieuwbouw: geschikte locaties voor senioren • Kans 2: bestaande voorraad: zorgzame samenleving • Kans 3: bestaande voorraad: zorgcirkels • Kans 4: spreiding BW/BT: hoge veerkracht opzoeken. • Organisaties spreken af deze inspiratie, samen met hun eigen data, informatie en inzichten, te gebruiken om tot passende strategieën te komen. Daarmee doen we ook recht aan het uitgangspunt: lokaal wat kan, regionaal wat moet.

12

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

13

4 Onze doelen Als regio staan we voor grote opgaven in wonen, welzijn en zorg. Met deze woonzorgvisie bundelen gemeenten, corporaties, welzijn- en zorgorganisaties hun krachten om samen passende oplossingen te realiseren. De visie biedt richting met gedeelde waarden, doelen en afspraken voor regionale samenwerking.

4.1 Wat doen we al? In de regio West-Brabant West lopen al veel initiatieven en samenwerkingen om wonen, welzijn en zorg beter op elkaar af te stemmen. • Veel is afgesproken in het IZA-Regioplan West-Brabant West. • Er ligt een regionale Woondeal West-Brabant West. De deal WestBrabant West richt zich op meer betaalbare woningen, versnelling van de bouw én aandacht voor aandachtsgroepen. De regio streeft ernaar dat corporaties 30% van de nieuwbouw als sociale huur realiseren. • Sinds 2020 werken zes gemeenten (excl. Moerdijk en Tholen), woningcorporaties en zorgaanbieders in West-Brabant West samen aan ‘de juiste ondersteuning op de juiste plek’. Dit leidde tot het convenant duurzame huisvesting en begeleiding van kwetsbare doelgroepen. In 2023 volgde de Regiovisie 'Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 2023-2028', met een uitvoeringsprogramma dat jaarlijks wordt aangepast. Momenteel wordt vanuit (T)huis voorop gewerkt aan concrete afspraken, met als doel dakloosheid zo goed als mogelijk te voorkomen en te beëindigingen en kwetsbare inwoners zoveel mogelijk een plek te bieden in de wijk, met passende begeleiding. Onderdeel hiervan is een nieuwe urgentieregeling, welke de oude regionale voorrangsregeling vervangt en zich richt op duurzame woonoplossingen en (re-)integratie. • In onze regio zijn veel praktijkvoorbeelden.

Zo werken Thuiszorg WestBrabant (TWB) en welzijnsorganisatie WijZijn bijvoorbeeld samen aan de Zorgzame Buurt West-Brabant. Deze samenwerking richt zich op het versterken van lokale netwerken, zodat de samenredzaamheid van een buurt versterkt en welzijn en zorg goed op elkaar aansluit.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Bij het vaststellen van de doelen en ondersteunende afspraken zijn we zoveel als mogelijk aangesloten bij bestaande initiatieven en samenwerkingsverbanden.

4.2 Elkaar helpen in een zorgzame gemeenschap en veerkrachtige wijk Een zorgzame gemeenschap draait in de kern om de bereidheid er voor elkaar te zijn. In een zorgzame gemeenschap gebeuren dingen door bewoners in plaats van alleen voor bewoners. Iedereen kan en mag naar vermogen meedoen en mensen worden hierin gefaciliteerd en ondersteund als dat nodig is. De gedachte is dat van betekenis zijn voor elkaar bijdraagt aan het welbevinden van mensen. Het ‘kunnen bijdragen’ leidt tot wederkerigheid. Een zorgzame gemeenschap wordt versterkt door een veerkrachtige buurt en andersom. Het is een omgeving waar mensen willen en kunnen bijdragen aan én rekening houden met het eigen en elkaars welbevinden.

Twee doelen 1.

Preventie en welzijn zijn sleutels tot succes - We zijn doordrongen van het feit dat de beschikbaarheid van professionele ondersteuning en zorg niet meer vanzelfsprekend is. Hier moeten we ons als samenleving beter op voorbereiden. We realiseren ons ook dat het anders organiseren van ondersteuning en welzijn nodig is om -ook bij toename van zorgvragen en krapte op de arbeidsmark- inwoners te kunnen blijven ondersteunen en het sociaal domein betaalbaar te houden. Diverse onderzoeken wijzen uit dat investeren in welzijn en het versterken van de sociale basis een voorwaarde is om zorgkosten te verminderen en kwaliteit van leven te verhogen. De sociale basis is het geheel van informele sociale verbanden (buurten, groepen, verenigingen, netwerken, gezinnen) van mensen, aangevuld en ondersteund vanuit de lokale overheid, organisaties, diensten en voorzieningen. Het vraagt van alle betrokken partijen, gemeenten voorop, een omslag waarin preventie en welzijn sleutels tot succes vormen.

14

2.

We zetten in op de versterking van de gemeenschappelijke sociale basis, zodat het meedoen, het erbij horen en samenredzaamheid mogelijk wordt - Het uitgangspunt is dat de inwoner zelf eigenaar is van de sociale basis, hier zeggenschap over heeft en hier de regie op voert. Partners zorgen ervoor dat hun institutionele sociale basis aansluit op bestaande netwerken én maken het toegankelijk. Want een goed netwerk in de wijk voorkomt veel problemen. Gemeenten organiseren het op een manier die past bij wat inwoners logisch vinden en faciliteren om een beweging op gang te helpen.

Afspraken Preventie en welzijn zijn sleutels tot succes • Op lokaal niveau werken wonen-, welzijn- en zorgpartners gebiedsgericht samen. We benutten datagedreven werken om beter inzicht te krijgen in behoeften en mogelijkheden. Kennis wordt actief gedeeld. De lokale volkshuisvestingsprogramma’s en beleid op gebied van sociaal domein werken deze samenwerking concreet uit, waarna afspraken worden geborgd in de prestatieafspraken. • We verkennen de mogelijkheden om het initiatief Zorgzame Buurt WestBrabant (onderdeel IZA actielijn kwetsbare ouderen in West-Brabant West) op te schalen. Daarbij brengen we in kaart wat nodig is om het initiatief in meerdere gebieden succesvol toe te passen. • De ambitie die wij in West-Brabant West hebben, vraagt een financiering die de beweging naar voren faciliteert. Partijen, inclusief financierders, zullen met elkaar aan tafel moeten om hier goede afspraken over te maken. We zetten in op de versterking van de gemeenschappelijke sociale basis • Het versterken van de sociale basis zien we als een lokale verantwoordelijkheid, hier wordt het vormgegeven. We spreken af dat iedere gemeente een visie op de sociale basis heeft of deze opstelt binnen afzienbare tijd. • Bij gebiedsgerichte ontwikkelingen stelt iedere gemeente samen met partners een integrale gebiedsvisie op.

Hierin wordt expliciet opgenomen wat de draagkracht is van buurten en plekken: hoe veerkrachtig is de buurt, zijn er aanvullende acties nodig en waar moeten aanvullende afspraken worden gemaakt? Er wordt gestreefd naar een evenwichtige mix van mensen in kwetsbare en minder kwetsbare posities. • Toegankelijke eerstelijnszorg is belangrijk voor mensen en leefbare buurten, zeker in kwetsbare wijken. In steden is ruimte schaars, op het platteland zijn zorgprofessionals moeilijk te vinden. De zorgvraag groeit. Gemeenten zijn zoekende in hoe ze kunnen ondersteunen. We willen leren van landelijke oplossingen en regionaal met zorgverzekeraars vraag en aanbod beter afstemmen.

Bron: Kwakernaak, M. Deuten, J. Britt, A., gepubliceerd op Verwey-Jonker Instituut, Movisie en Anderzoek

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

15

• •

•

Bij de ontwikkeling van nieuwe woningen en woonvormen wordt actief rekening gehouden met de fysieke en sociale leefomgeving. Dit wordt als voorwaarde meegenomen in het ontwikkelproces. We faciliteren ontmoeting als basis voor verbinding. Gemeenten en partners creëren ruimte voor betekenisvolle ontmoetingsplekken, activiteiten en initiatieven. We laten ons inspireren door onder andere de publicatie ‘Ruimte maken voor ontmoeting’ (2022) om plekken voor ontmoeting bewust in te zetten voor meer geluk en gezondheid. We realiseren gemengde woonvormen en experimenteren met alternatieve financieringsvormen. We verkennen het werken vanuit één budget, zodat investeringen in preventie zich ook kunnen terugverdienen. Het zorgkantoor denkt hierin constructief mee.

Proeftuin Ruwaard In de Ruwaard, een wijk in de gemeente Oss, bedenken wijkbewoners en organisaties samen oplossingen waarin mensen meer voor zichzelf en voor elkaar kunnen gaan doen. Uiteindelijk streven zij naar hun ideale toekomstbeeld: “Ruwaard is een vitale wijk waar wijkbewoners tegen lagere kosten een betere (positieve) gezondheid ervaren.” Binnen de proeftuin werken we op basis van actie-leren. Dit betekent dat wijkbewoners, beroepskrachten, managers en bestuurders simpelweg beginnen met een bepaalde manier van werken (experimenteren), in plaats van eerst plannen van eisen en projectplannen op te stellen.

4.3 Mensen die een woon- of opvangvoorziening nodig hebben Voor mensen in onze samenleving die -door uiteenlopende redenen- (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen en/of dakloos zijn geworden moeten we zorgen voor passende woonvoorzieningen. Deze groep wordt echter gekenmerkt door een grote diversiteit in zorgvraag en behoefte. Er zijn mensen die vanwege hun complexe zorgvraag (vaak voor een langere tijd) een beschermde woonvoorziening of opvangplek nodig hebben waar 24/7 begeleiding aanwezig is. Voor andere mensen is een beschermde woonplek waarbij (naast vaste begeleidingsuren) zorg 24/7 oproepbaar is of een opvangplek met minder intensieve begeleiding meer passend. En dan zijn er ook nog mensen die vanwege hun onbegrepen en soms zorgmijdende gedrag niet gedijen in de "reguliere" woon/opvangvoorzieningen. Voor al deze mensen streven we naar passend aanbod, verspreid over de regio. Passend voor de mensen die een woonvoorziening nodig hebben en passend bij de draagkracht van een wijk.

Vier doelen 1.

2.

3.

4.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Passend beschermdwonenaanbod verspreid over de regio - We zorgen regionaal voor voldoende passend aanbod voor mensen met een complexe zorgvraag. Het aanbod van beschermdwonen- en beschermdthuisplekken wordt evenwichtiger over de regio verspreid. Voldoende woonplekken voor de brede doelgroep dak- en thuislozen en kleinschalige maatschappelijke opvang gericht op herstel - We willen dakloosheid zoveel mogelijk voorkomen en terugdringen. Waar opvang nodig blijft, organiseren we die kleinschalig, verspreid over de regio en gericht op herstel en perspectief en met oog voor de diversiteit van de doelgroep en hun behoeften. Sterke, gelijkwaardige ketensamenwerking - Ons doel is dat de ketensamenwerking rondom beschermd wonen en maatschappelijke opvang goed werkt en gebaseerd is op gelijkwaardigheid, gedeeld eigenaarschap en heldere rollen. We werken domeinoverstijgend aan gezamenlijke doelen. Woonvoorzieningen passend in de leefomgeving - Bij nieuwe woonvoorzieningen houden we actief rekening met de omgeving en inpassing in de buurt. We creëren plekken die passen bij de omgeving.

16

Afspraken Passend beschermdwonenaanbod verspreid over de regio • Gemeenten en het zorgkantoor brengen samen in kaart waar beschermdwonenaanbod ontbreekt. Ze gaan hierover actief in gesprek met zorgaanbieders en woningcorporaties om tot gerichte oplossingen te komen, rekening houdend met een passende schaal en maat. • Bij de verdere ontwikkeling van beschermd thuis zetten we in op gespreide locaties in de regio. Deze plekken worden zó ingericht dat ze na het traject eenvoudig kunnen worden omgezet naar reguliere huurwoningen. • Voor een structurele 24/7-bereikbaarheid stimuleren we samenwerking tussen zorgaanbieders. We onderzoeken ook hoe digitale oplossingen kunnen bijdragen. Flexibel kunnen opschalen of afbouwen van begeleiding, afgestemd op wat de cliënt nodig heeft, is daarbij essentieel. • We onderzoeken of de toewijzing van beschermdthuisplekken op termijn kan worden ondergebracht bij de regionale transferpunt. Dit wordt meegenomen in de verdere ontwikkeling van de regionale aanpak. Dakloosheid terugdringen en kleinschalige maatschappelijke opvang gericht op herstel • West-Brabant West zet zich, vanuit de regiovisie BW/MO en bijbehorend uitvoeringsplan, actief in om dakloosheid zoveel als mogelijk te voorkomen en te beëindigen. We richten ons op wat wel kan.

De doelstelling vanuit landelijk beleid is dat iedereen een vaste plek heeft om te wonen of hulp krijgt om zo'n plek te vinden, eventueel met ondersteuning op maat. Als regio willen we, in aansluiting op het landelijke actieplan, zelf ook een actieplan dakloosheid opstellen. Voor ons is het uitgangspunt: een woning beschikbaar én tegelijk passende begeleiding als nodig. • We brengen de behoefte aan doorstroomplekken voor mensen die (dreigend) dak- of thuisloos zijn beter in beeld. In onze regio voeren we in het eerste kwartaal van 2026 een eerste Ethostelling uit, deze vormt hiervoor een belangrijke basis. • We werken samen aan duurzame woonoplossingen, met inzet van nieuwbouw én bestaande voorraad. In die bestaande voorraad liggen

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

•

• • •

volop kansen voor creatieve woonoplossingen: woningdelen, splitsen, hospitaverhuur, inwoning en herbestemming van leegstaand vastgoed. We spreken af dat gemeenten hun beleid waar nodig aanpassen om deze oplossingen mogelijk te maken. Voor de nieuwbouw is in de regionale woondeal een belangrijke afspraak vastgelegd: 30% van de woningbouw wordt gebouwd als sociale huur. Natuurlijk blijft geclusterde dag- en nachtopvang nodig, zoals we dat nu hebben in Bergen op Zoom en Roosendaal. We gaan ook kleinschalige opvangplekken toevoegen verspreid over de regio. Mensen die gebruikmaken van opvangplakken worden op die manier zoveel mogelijk geïntegreerd in gemengde woonvormen en gewone woonwijken. We denken oplossingsgericht mee in het realiseren van (tijdelijke) plekken voor maatschappelijke opvang, ook buiten de gebaande paden. De Kade, de Domus en de MO zijn (op termijn) op zoek naar een nieuwe locatie. Bij dergelijke woonvoorzieningen pakken we als regio het locatieen haalbaarheidsonderzoek gezamenlijk op. Voor mensen met meervoudige problematiek die buiten de reguliere systemen vallen, creëren we samen passende woonoplossingen. Voor deze groep onderzoekt een projectgroep van het regionale samenwerkingsverband MO/BW onder andere de inzet van Skaeve Huse.

Sterke, gelijkwaardige ketensamenwerking • We gaan met de ketenpartners in gesprek over wat er nodig is om de ketensamenwerking te versterken en geven hier gericht uitvoering aan.

17

Woonvoorzieningen passend in de leefomgeving • We stimuleren gemengde woonprojecten voor uiteenlopende groepen. Zo creëren we inclusieve woonomgevingen waar mensen zich kunnen ontwikkelen en meedoen. • Het uitgangspunt voor alle woonvoorzieningen is spreiden waar het kan, clusteren waar nodig. • We zorgen voor een zorgvuldige inpassing in de omgeving, met aandacht voor draagkracht, draagvlak en duurzaamheid. Dat vraagt meer dan alleen een goede locatiekeuze. Waar een voorziening niet passend is, maken we een weloverwogen afweging. Het bijgevoegde kader vormt daarvoor de basis, die lokaal verder wordt ingevuld door gemeenten, corporaties en zorginstellingen, passend bij hun rol en verantwoordelijkheid. • Samen proberen we het stigma rond aandachtsgroepen te doorbreken door open te communiceren over hun woonbehoefte en de bijbehorende zorg.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

Housing First Herstel begint met een eigen (t)huis Het idee van Housing First is dat mensen zo snel mogelijk een eigen plek krijgen die ze echt als thuis kunnen en mogen beschouwen. Waar ze zichzelf kunnen zijn en waar eventuele doorstroom niet door derden wordt opgelegd, maar een resultaat is van eigen wensen en mogelijkheden. Bij Wonen Eerst is er scheiding van wonen en zorg. Met huur betalen mensen voor hun eigen huisvesting. Vanuit zorgmiddelen wordt de zorg betaald. Het project in West-Brabant wordt uitgevoerd door Stichting Mozaïk en WijZijn. Het richt zich op het bieden van stabiele huisvesting als basis voor herstel en re-integratie.

4.4 Mensen in een kwetsbare positie op de reguliere woningmarkt Steeds meer mensen zijn -na intensieve begeleiding- klaar voor zelfstandig wonen. Ze willen vooruit, ze kúnnen vooruit. Uit de woonzorganalyse (2024) blijkt dat jaarlijks in onze regio naar schatting minstens 120 mensen met een ondersteuningsvraag uit willen en kunnen stromen naar een zelfstandige woning. In werkelijkheid ligt dit aantal waarschijnlijk nog hoger, zo geven betrokken partijen aan. Het exacte beeld ontbreekt nog, maar de nood is voelbaar. Het gaat om mensen die klaar zijn voor een nieuwe stap – naar een zelfstandig leven, met de daarvoor benodigde en passende begeleiding, in een gewone wijk. Ze zijn vaak afhankelijk van een sociale huurwoning om die stap ook écht te kunnen zetten. Door de schaarste op de woningmarkt, ontbreekt die woning nu soms. Of een woning op een passende plek. Dit knelpunt raakt niet alleen de persoon in kwestie, maar legt ook druk op zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en woningcorporaties. Doorstroming

18

stokt, zware 24/7 begeleiding wordt onnodig verlengd en kostbare capaciteit blijft bezet. De boodschap is helder: er zijn méér (sociale) huurwoningen op passende plekken nodig. De druk op de keten vraagt om tempo, samenwerking én slimme keuzes. In West-Brabant West wordt al jaren met veel inzet gewerkt aan ‘weer thuis’, met een convenant en een voorrangsregeling. Die energie benutten we verder, zodat uitstroom een kans wordt – voor mensen én voor de regio. Want iedereen weet: een huis is meer dan een dak boven je hoofd – het is een sleutel naar herstel, meedoen en perspectief. Door samen te investeren in die verbinding, creëren we beweging in een systeem dat nu vastloopt.

•

•

Twee doelen 1.

2.

Iedereen een passende plek: voldoende woningen voor wie uitstroomt We streven ernaar dat er jaarlijks voldoende (sociale huur)woningen beschikbaar zijn voor mensen die uitstromen uit beschermd wonen (zowel Wmo als Wlz), maatschappelijke opvang of jeugdzorg. Zo bouwen we samen aan een toekomst waarin niemand tussen wal en schip valt. Eerlijke verdeling door samenwerking: ‘fair share’ als uitgangspunt - We verdelen de huisvesting van aandachtsgroepen en urgente woningzoekenden eerlijk over de regio. ‘Fair share’ is daarbij het leidende principe. Door goede samenwerking en korte lijnen tussen gemeenten en woningcorporaties lukt het vaak om in acute situaties ervoor te zorgen dat niemand blijft wachten.

Afspraken Iedereen een passende plek: voldoende woningen voor wie uitstroomt • We erkennen dat er regionaal meer woningen nodig zijn. De woondeal West-Brabant stimuleert dit actief via conceptueel bouwen, herbestemming en beter gebruik van bestaande voorraad via creatieve woonoplossingen (zie ook afspraak ‘Eerst een thuis’ bij terugdringen dakloosheid). We stellen voor een regionaal overleg te starten waarin gemeenten, corporaties en zorgpartijen hun vastgoedplannen afstemmen en gezamenlijke kansen benutten.

Regionale woonzorgvisie West-Brabant West

•

Voor de doelgroep (mensen met een ondersteuningsvraag die zelfstandig willen wonen) is het ook belangrijk dat er meer passende woonvormen bijkomen. Voor hen zetten we in op duurzame woonvormen waar zij kunnen wortelen, zoals gemengd wonen. Bij elke nieuwbouw- of transformatielocatie onderzoeken we actief de mogelijkheid om zo’n concept te realiseren. Een goede landing in de wijk vraagt om zorgvuldige begeleiding, korte lijnen en (vaste) begeleiders. Bij de overgang van beschermd naar zelfstandig wonen bekijken we welke ondersteuning nodig is en borgen we de opvolging hiervan. Daarnaast organiseren we -waar passend- een gezamenlijk intakegesprek met cliënt, (zorg)begeleider en woningcorporatie. Daarin bespreken we ook de mogelijkheden bij terugval en/of escalatie. Deze werkwijze leggen we voor aan de werkgroep convenant duurzame huisvesting en begeleiding van kwetsbare doelgroepen en verbinden we aan de verdere uitwerking van de regionale transferpunt. Aanvullend op bovenstaande afspraak spreken we af dat er actief verbinding wordt gezocht met een wijk- of sociaal team als die aanwezig is, zodat duurzaam instromen in de wijk zoveel mogelijk wordt gefaciliteerd.

Eerlijke verdeling door samenwerking: ‘fair share’ als uitgangspunt • De Wvrv verplicht bij invoering gemeenten om regionale afspraken te maken over de huisvesting van wettelijke urgent woningzoekenden. Voor andere aandachtsgroepen, zoals ouderen, is regionale afstemming aanbevolen, maar niet wettelijk verplicht. In bijlage 2 staat een overzicht van de aandachtsgroepen en de wettelijk urgent woningzoekenden. De mensen die uitstromen uit beschermd wonen, opvang of jeugdzorg hebben urgentie. Om hen écht goed te ondersteunen, is en blijft regionale samenwerking cruciaal. Alleen zo kunnen we zorgen voor de juiste zorg, begeleiding én een passende woning in een geschikte omgeving. Op dit moment ontbreekt inzicht in de uitstroomcijfers per doelgroep, mede doordat mensen buiten de voorrangsregeling om reageren. Dit belemmert grip én leidt soms tot aanzuiging richting gemeenten met kortere wachttijden. Daarom spreken we af om uitstroom zoveel mogelijk te bemiddelen via de regionale voorrangsregeling en het regionale transferpunt. Het woonplaatsbeginsel blijft leidend, met ruimte voor

19

•

•

• •

gemotiveerde uitzonderingen volgens het convenant duurzame huisvesting. Gemeenten houden hierbij rekening met wat iemand nodig heeft aan ondersteuning en betrekken hier actief de mogelijkheden van de sociale basis in de wijk. De huidige regionale voorrangsregeling regelt de toewijzing van mensen die uitstromen uit instellingen naar de reguliere woningmarkt. Corporaties en gemeenten hebben aanvullende voorrangsregelingen voor urgent woningzoekenden zoals sociaal en medisch urgenten. In het kader van de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting stellen we gezamenlijk een regionale urgentieverordening op voor de toewijzing van de wettelijke urgent woningzoekenden naar sociale huurwoningen. We maken daarin heldere en eenduidige afspraken over urgentiecriteria. Hieronder kunnen nog afzonderlijke regelingen vallen. Hoe we hierin omgaan met de positie van Moerdijk, die op gebied van beschermd wonen onderdeel is van een andere regio, wordt nader uitgewerkt. Gemeenten kunnen lokaal op de regionale verordening aanvullingen doen, maar vanwege de schaarste en de consequenties voor beleid, regelgeving en uitvoering, spreken we af hier terughoudend mee om te gaan. We erkennen dat het bepalen van een evenwichtige verdeling van woningzoekenden over de regio complex is. Er spelen meerdere factoren een rol.

Als regio spreken we af dat we bij het opstellen van een nieuwe regionale huisvestingsverordening en urgentieregeling komen tot gezamenlijke uitgangspunten voor een evenwichtige verdeling en wat we daaronder verstaan. Zodra deze uitgangspunten zijn vastgesteld en er duidelijkheid is over de regionale verdeling, starten we met het monitoren van de plaatsing van urgente woningzoekenden op regionaal niveau. Ook bij andere aandachtsgroepen, zoals woonwagenbewoners en arbeidsmigranten hanteren we het uitgangspunt van een evenwichtige verdeling. Dit wordt uitgewerkt in afzonderlijke bestuursopdrachten. We spreken met elkaar af dat we bij de verdere uitwerking van de verdelingsafspraken van de wettelijk urgenten ook goed kijken naar de andere aandachtsgroepen. Samen bepalen we of ook voor deze groepen nadere regionale verdelingsafspraken nodig zijn en welke aandachtsgroepen een lokale aangelegenheid zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1778/documents/21755