RAV Brabant begroting 2026.pdf
Tekst van het document
afhankelijk van de intensiteit van het gebruik en kan daardoor afwijken). Op basis van de bevindingen wordt het tijdstip, jaar van onderhoud, eventueel in de MJOP aangepast. Dit kan ook andersom van kracht zijn, waarbij later gepland onderhoud eerder moet worden uitgevoerd. 2. Zijn er activiteiten te combineren waardoor er voor het primaire proces maar één keer overlast is (b.v. schilderwerk en vervanging vloerbedekking in één keer, of als een verbouwing noodzakelijk is het planmatig onderhoud hiermee combineren). Op basis van deze bevindingen en overwegingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast. 3. Zijn er ontwikkelingen m.b.t. het gebouw waardoor uitvoering niet meer opportuun is (b.v. gaat een locatie verhuizen of wordt een locatie op termijn opgeheven). Op basis van deze bevindingen kan het MJOP eventueel ook worden aangepast. De gegevens in het MJOP moeten steeds worden aangevuld met gegevens vanuit de praktijk. Dit kan naar aanleiding van de jaarlijkse eigen visuele inspectie, en/of op basis van ervaringscijfers van daadwerkelijke uitvoering. Dit is een continu proces. De visuele inspectie conform de NEN 2767 wordt, voor de panden in eigendom, elke 4 jaar herhaald. Deze externe inspectie kan ook aanpassingen in het MJOP tot gevolg hebben.
EED (Energy Efficiency Directive) Conform Europese regelgeving zijn we verplicht Maatschappelijk Verantwoord te Ondernemen en een Duurzaamheids- en Energiebeleid te hebben. Dit heeft tot gevolg dat we afgelopen jaren diverse investeringen op dit gebied uitgevoerd hebben. In huur- en eigendompanden zijn investeringen gedaan om de bouwkundige schil te verbeteren, LED-verlichting aan te brengen en zonnepanelen te plaatsen waar dit technisch mogelijk was. Komende jaren staan in het teken van regulier (storings) onderhoud op alle locaties en het verder verduurzamen in het kader van de EED/energielabels. Ook worden er komende jaren, door de groei van de organisatie, nieuwe locaties ontwikkeld, waarbij duurzaamheid en energiebeleid hoog in het vaandel staan.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 20
4 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING
Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: alle ondersteunende activiteiten die nodig zijn om de doelstellingen van de RAV te realiseren. De bedrijfsvoering draagt daarmee bij aan een efficiënte en effectieve organisatie van het proces ambulancezorg. Naast de bedrijfsvoering die binnen de RAVspecifiek is georganiseerd, zoals HR, Facilitaire zaken, control, planning, communicatie, kwaliteit, wagenpark, voertuig ICT en opleiding worden de taken salarisadministratie, financiën, inkoop, DIV en automatisering door de RAV ingekocht bij Hét Service Centrum (HSC). Hoewel het management van het HSC ten aanzien van deze functies een afgeleide bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft, is bewustwording en kennis van de omgeving waarbinnen de RAV zijn taken uitvoert noodzakelijk. Hét Service Centrum verzorgt voor GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant, de RAV Brabant Midden-West-Noord en de GGD Noord- en Oost-Gelderland een aantal ondersteunende diensten (financiën, salarisadministratie, DIV, inkoop, automatisering en informatisering en met name beheer van het netwerk en kantoorautomatisering). Hét Service Centrum is geen aparte organisatie, maar het resultaat van een brede samenwerking.
4.1
Organisatie
De organisatie moet het werken van geschikte en gemotiveerde mensen aan processen en producten adequaat faciliteren. De structuur volgt de strategie van de organisatie en is dienend aan sturing en samenwerking. Een slagvaardig managementteam, ondersteund door een professionele staf, met onderscheidend leiderschap vormt daarbij de basis. Door aan deze voorwaarden te voldoen kan de RAV zich handhaven binnen het topsegment van de RAV-organisaties en de maatstafconcurrentie binnen de ambulancezorg het hoofd bieden. Op basis van deze uitgangspunten ontwikkelt de organisatie zich op een aantal aspecten: Zij kenmerkt zich door haar medewerkers te prikkelen, uit te dagen en verantwoordelijkheid te laten nemen voor de eigen ontwikkeling; Er is ruimte voor innovatie; De organisatie is in control; Ontwikkeling van expertise vindt voornamelijk plaats door het zoeken van regionale en landelijke samenwerking.
4.2
Personeel
Ons personeel is ons belangrijkste kapitaal. In een steeds krappere arbeidsmarkt is het belangrijk personeel te vinden, te binden en te boeien. Functiedifferentiatie Er is de afgelopen jaren veel ingezet op functiedifferentiatie aan de zijde van de rijdienst. Naast onze reguliere ALS-ambulances, werken we momenteel met Midden Complex ambulances, voor – kort gezegd – planbaar (niet-acuut) vervoer. Verder werken we met Verpleegkundig Specialisten, Physician Assistants en Medisch Hulpverleners. Dit alles naar volle tevredenheid. Daarnaast leggen we momenteel de basis voor functiedifferentiatie aan de meldkamerkant. De 112centralist wordt duurzaam ingebed in onze organisatie. In de loop van 2025 gaan we werken met functies als Klinisch Coördinator en Coördinerend Verpleegkundig Centralist. Personeelsmanagement kan niet worden los gezien van technologische ontwikkelingen. We verwachten bijvoorbeeld dat begin 2025 de meldkamercentralisten volledig worden ondersteund bij de uitgifte van ambulances door een AI-tool. Verder streven we ernaar dat er halverwege 2026 een aanvullend triagesysteem zal werken voor verlengde triage.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 21
Opleiding Een belangrijk aandachtspunt voor ons is de instroom van nieuwe medewerkers. Onze RAV heeft haar eigen, landelijk gecertificeerde, opleiding voor ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs. In de opleiding voor ambulanceverpleegkundigen worden zowel gespecialiseerde als nietgespecialiseerde verpleegkundigen opgeleid. In het hebben van een eigen opleiding zijn we uniek in Nederland. Daar zijn we trots op! Dit biedt ons regie op startmomenten en op de inhoud van de opleiding. Qua ambulanceverpleegkundigen en medisch hulpverleners, streeft de RAV ernaar om zo veel mogelijk mensen aan te nemen. Op geleide daarvan zullen wij ook chauffeurs aannemen. Met deze instroom kunnen we het normale verloop opvangen en iets groeien. Naast het opleiden van nieuwe medewerkers, ontplooien we ook andere initiatieven. In ons werkgebied zijn verschillende initiatieven voor DUO-banen (waaronder met het ETZ in Tilburg, het Bravis-ziekenhuis in Bergen op Zoom en Bernhoven in Uden). Hierdoor kunnen SEH/ICverpleegkundigen voor een deel van de tijd worden ingezet als ambulanceverpleegkundige, en andersom. Ook zijn loopbaanpaden ontwikkeld zodat verdere doorgroei en doorontwikkeling binnen onze organisatie kan worden gestimuleerd. Denk hierbij aan het faciliteren van doorgroei van chauffeur naar verpleegkundige, of van verpleegkundige naar Verpleegkundig Specialist Meerjarenbeleidsplan & MTO.
Het meerjarenbeleidsplan en het medewerkers tevredenheidsonderzoek (MTO) zijn onderwerpen die in 2025 hoog op onze agenda staan. Halverwege 2025 zal het nieuwe meerjarenbeleidsplan worden vastgesteld, in welk traject we de medewerkers zullen blijven betrekken. Ook houden we de medewerkers actief op de hoogte van de ontwikkelingen die voortkomen uit het MTO wat in 2024 is uitgevoerd.
4.3
Informatievoorziening/automatisering
De RAV Brabant MWN voert taken uit binnen het zorgnetwerk en de veiligheidsketen. De informatievoorziening en automatisering van de RAV is voornamelijk gericht op optimalisatie van de primaire processen binnen deze ketens. Voor netwerkbeheer en kantoorautomatisering neemt de RAV diensten af van het HSC. In 2025 wordt gewerkt aan implementatie van geautomatiseerde feedback berichten vanuit ziekenhuizen naar de ambulanceverpleegkundige, de ambulanceverpleegkundige via een eigen device voorzien van huisartsensamenvatting en medicatieverstrekking. Automatisering is belangrijk om efficiënter te kunnen werken. Daarnaast is er continue aandacht voor de doorontwikkeling van business intelligence, het digitale ritformulier en nieuwe informatiebehoefte als gevolg van zorgdifferentiatie, mobiele zorg en zorgcoördinatie. Tevens wordt beleid bepaald op het gebruik van AI en gekeken hoe AI verder ingezet kan worden. Daarnaast wordt gewerkt aan gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders onderling, het toekomstbestendig maken van identificatie van de patiënt en zorgverlener, optimale waarde creatie ondersteunen voor de patiënt, het netwerk en het personeel. Er is continue aandacht voor informatiebeveiliging, cybersecurity & privacy, compliant zijn en compliant blijven. Ook worden pilots met nieuwe, slimme medische apparatuur, nieuwe software verwacht, welke ondersteund dienen te worden.
4.4
Financiën
Een van de hoofdverantwoordelijkheden van dit onderwerp is de “planning & control” met als taak het verzorgen van de verschillende informatieproducten inclusief analyse en advisering. Een andere verantwoordelijkheid is die voor de financiële administratie. Taken zijn dan onder meer het inrichten van de administratie (voldoen aan eisen BBV en behoeften organisatie) en het verwerken van de financiële mutaties.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 22
Ook Treasury valt onder de verantwoordelijkheden van Financiën. Taken zijn onder andere het (mede) opstellen van het Treasurystatuut, het daaraan uitvoering geven en daarover in het hoofdstuk Financiën rapporteren. In de loop van 2025 zal het risicomanagement van de RAV opgepakt worden, om dit naar een hoger niveau te tillen.
4.5
Facilitaire zaken en huisvesting
De facilitaire afdeling van de RAV speelt een cruciale rol in het waarborgen van een effectieve en efficiënte werkomgeving. Facilitaire zaken richt zich op integrale beheersing van (en dienstverlening in en om) organisatiehuisvesting en –huishouding, ter ondersteuning van alle gebruikers met ruimte, middelen, diensten en bescherming, resulterende in optimale productiviteit en kostenbeheersing voor de organisatie. De hoofdtaken op het facilitair terrein liggen voor de RAV bij: - coördinatie (groot) onderhoud, middels het MJOP; - contractmanagement; - ondersteunen van huisvestingsprojecten; - ondersteunen inkoop en aanbesteding; - ondersteunen logistieke handelingen; - het beheer van dagelijkse operationele activiteiten en probleem oplossing.
Het huisvestingsbeleid van de RAV wordt materieel in hoge mate bepaald door het landelijk referentiekader. Daarnaast geldt voor huisvesting en de daarvan afgeleide kosten zoals energie, schoonmaak, (groot) onderhoud en huur dat dit moet worden gerealiseerd binnen de strakke budgetkaders c.q. normen van NZa en zorgverzekeraars. Verder is er een toenemende focus op duurzaamheid en milieuvriendelijkheid binnen de huisvesting en facilitaire taken. Dit betekent o.a. het implementeren van energie-efficiënte systemen, afvalreductieprogramma's, groene (bouw)materialen, energie zuinige verlichting, elektrificatie voertuigen enz. Technologische innovaties zijn in de toekomst eveneens van belang in het facilitaire beheer. Denk hierbij aan het gebruik van geavanceerde gebouwbeheersystemen die real-time monitoring en beheer van faciliteiten mogelijk maken, en het integreren van slimme technologieën voor verbeterde veiligheid en comfort. Voor de toekomst blijft de afdeling proactief inspelen op veranderende behoeften en ontwikkelingen binnen de organisatie en de bredere sector, met een sterke nadruk op innovatie, duurzaamheid, en kostenbeheersing.
4.6
Informatie- en archiefbeheer
Op de inrichting van het archief- en informatiebeheer van RAV Brabant Midden-West-Noord (‘RAV’) is de Archiefwet 1995 van toepassing. Er is een nieuwe Archiefwet voorzien, waarvan de inwerkingtreding op dit moment wordt verwacht op 1 januari 2026. Het doel van archief- en informatiebeheer is het duurzaam toegankelijk maken en houden van informatie. Daarvan maken ook deel uit: het vernietigen van informatie die niet langer nodig is voor toekomstig gebruik en het tijdig overbrengen van bewaararchief. Met een goed archief- en informatiebeheer wordt de bedrijfsvoering ondersteund en worden risico’s beheerst. Voor de RAV wordt het archief- en informatiebeheer verzorgd door Team Informatiebeheer van Het Service Centrum.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 23
Eenmaal per twee jaar vindt toetsing van het archief- en informatiebeheer van de RAV plaats door de toezichthouder, de archivaris van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Daarnaast valt de RAV onder het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) van de Provincie Noord-Brabant. Ook staat een aantal keren per jaar het Strategisch Informatie Overleg (SIO) op de agenda. Tijdens dit overleg vindt afstemming plaats door toezichthouders en portefeuillehouders over onderwerpen op het gebied van archief- en informatiebeheer en wordt kennis uitgewisseld. Het team Informatiebeheer voert bij de RAV regelmatig auditgesprekken over archief- en informatiebeheer. De verslaglegging van deze auditgesprekken is te vinden op de auditsite van de RAV. Daarnaast krijgt iedere nieuwe medewerker bij indiensttreding een digitale vaardigheidstraining, enerzijds om bewustwording te creëren voor het belang van een goed archiefen informatiebeheer, anderzijds om de nieuwe medewerker te informeren over de afspraken met betrekking tot opslaan en archiveren binnen de organisatie. Medewerkers die al langer bij de RAV in dienst zijn, volgen de digitale vaardigheidstraining eenmaal per drie jaar, waardoor hun kennis over archief- en informatiebeheer actueel blijft.
4.7
Indicatoren
BEGROTING Kengetallen
JRR 2024
2025
2026
2027
2028
2029
aantal FTE (excl. FLO)
665,9
670,4
673,9
677,5
685,7
694,0
overhead: Totale kosten % van totale lasten
13,0%
13,4%
13,3%
13,3%
13,3%
13,3%
externe inhuur: kosten als % van totale loonsom 6,0%
5,8%
5,8%
5,8%
5,2%
4,7%
externe inhuur: totale kosten inhuur x € 1.000
3.941
4.059
4.181
3.906
3.623
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
3.676
pagina 24
5
PARAGRAAF FINANCIERING EN TREASURY
Het doel van deze paragraaf is om informatie te verstrekken over het treasurybeleid en de beheersing van de financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Treasury houdt zich bezig met risico’s die samenhangen met alle huidige en toekomstige kasstromen. Deze risico’s komen voort uit zowel de financieringsbehoefte, als uit de mutaties van de bestaande portefeuilles zoals (vervroegde) aflossingen, herfinanciering en renteaanpassing. In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken inzicht moet geven in: De rentelasten; Het renteresultaat; De wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen; De financieringsbehoefte. In de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) worden de kaders aangegeven voor de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie. Op basis van de Wet Fido wordt hieronder nader ingegaan op de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto-vlottende schuld van een decentraal overheidsorgaan in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan een wettelijk bepaald percentage (8,2%). In de onderstaande tabel staat de positie van de RAV. Hierin is in 2026 te zien dat de vlottende schulden onder de kasgeldlimiet blijven.
Omschrijving
Begroot 2026
Prognose 2024
Omvang kasgeldlimiet 1 Toegestane kasgeldlimiet in procenten van 8.497
7.704
13.325
13.325
Schuld in rekening-courant
-
-
Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar
-
-
Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld
3.295
3.295
16.620
16.620
de grondslag in een bedrag 2 Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar
3 Vlottende middelen Contante in kas
-
Tegoeden in rekening-courant
-
137
23.321
16.267
23.321
16.408
Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
4
4 Toets kasgeldlimiet Totaal netto-vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
6.701
212
8.497
7.704
15.198
7.492
pagina 25
Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel de rentegevoeligheid van de portefeuille van leningen met een looptijd van een jaar of langer te beperken. Dit komt er op neer dat het renterisico in een bepaald jaar niet meer mag bedragen dan een wettelijk bepaald percentage van het begrotingstotaal. In onderstaand overzicht wordt de relatie gelegd tussen renterisico en renterisiconorm. Het overzicht laat zien dat er voldoende ruimte is ten opzichte van de renterisiconorm. (bedragen x € 1.000) Omschrijving
2026
2027
2028
2029
nvt
nvt
nvt
nvt
Renterisico 1
Renteherzieningen op leningen o/g
2
Betaalde aflossingen
1.700
1.700
1.700
1.700
3
Renterisico (1+2)
1.700
1.700
1.700
1.700
4
Rente-risiconorm
20.724
21.312
21.946
22.686
19.024
19.612
20.246
20.986
5a Ruimte onder renterisiconorm (4 > 3) 5b Overschrijding rente-risiconorm (3 > 4)
nvt
nvt
nvt
nvt
103.620
106.559
109.731
113.431
Renterisiconorm 4a Begrotingstotaal 4b Percentage regeling 4
20%
Berekende rente-risiconorm (4a * 4b)
20.724
20%
20%
21.312
21.946
20% 22.686
Schatkistbankieren Vanaf 2013 is de Wet Fido gewijzigd, waarbij het verplicht schatkistbankieren door decentrale overheden is ingevoerd. Het verplicht schatkistbankieren houdt in dat de RAV haar overtollige liquide middelen en beleggingen aan moet houden bij het ministerie van Financiën en niet langer bij private partijen/banken onder kan brengen. De RAV is begin 2014 begonnen met het Schatkistbankieren. Leningen Op 30 oktober 2019 is er een lening aangegaan ter vervanging van de lening in 2010 en 2011 en ter financiering van een gedeelte van de vaste activa. De verwachting is dat er in 2025 een lening noodzakelijk is van 6 miljoen ter financiering van de activa.
Omschrijving
Lening nummer
Ingangs- Looptijd Rente datum %
Lening BNG 40.113272 30-10-2019 10 jaar 0,038% Totaal opgenomen leningen
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
Hoofd som
11.000.000 11.000.000
saldo eind 2025
4.400.000 4.400.000
pagina 26
Renteschema
Schema renteberekening 2026
2026
2026
x € 1.000 x € 1.000 Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo
280 -
Rente van projectfinanciering moet aan het betreffende taakveld toegerekend worden Aan taakvelden toe te rekenen rente
-68
Rente eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal rentetoerekening intern
280
212 -
Aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toe te rekenen rente (renteomslag)
212
Boekwaarde vaste activa per 1 januari
25.947
Berekende en gekozen renteomslagpercentage
0,82%
Werkelijk aan taakvelden(incl. overhead) toegerekende rente
212
Renteresultaat op het taakveld treasury
0
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 27
6 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: ▪ De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de GR RAV Brabant Midden-West-Noord beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, zijnde de reserves en voorzieningen; ▪ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn genomen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. In 2015 is het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) aangepast. Op basis hiervan neemt de RAV een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag.
6.1
Beleid omtrent reserves en voorzieningen en risico’s
De nota Reserves en Voorzieningen is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GR RAV Brabant Midden-West-Noord. Uitgangspunt is dat, indien er in totaliteit een negatieve reserve ontstaat, dit binnen een termijn van drie jaar wordt teruggebracht tot een positief saldo. De paragraaf Risico’s brengt in beeld wat de belangrijke risico’s zijn en hoe we daarmee omgaan. Daarbij richten we ons op zowel de uitgaven- als de inkomstenkant. De stand van de reserves is voldoende voor de dekking van de in paragraaf 6.3 benoemde en gekwantificeerde risico’s.
6.2 Reserves en voorzieningen (in duizenden euro’s) Prognose 31-12-26
Prognose 31-12-24
Algemene reserve Reserve Aanvaardbare Kosten (NZa) Reserve onderhoud panden Reserve reorganisatie Totaal reserves
902 14.035 207 742 15.887
902 14.035 207 742 15.887
Voorziening verlofsaldi/tijdsparen Totaal voorzieningen
5.513 5.513
3.986 3.986
Totaal reserves en voorzieningen
21.400
19.873
6.3
Inventarisatie van de risico’s
De meest significante risico’s worden benoemd. De significante risico’s, vaak ook met een financiële impact worden gesignaleerd door gesprekken vanuit Control met de portefeuillehouders in de organisatie. Verder is er vanaf 2019 een BCM (Business Continuity Management) beleid, waarbij de processen binnen de RAV worden doorlopen en risico’s en acties worden benoemd. Verder zijn we in het kader van risicobeheersing bezig met een notitie Risicomanagement dat vanaf 2025 verder uitgekristalliseerd gaat worden. Binnen de planning & control cyclus houden we de vinger aan de pols en treffen we maatregelen bij financiële knelpunten.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 28
We informeren het bestuur daarover via de bestuursrapportages. Op een moment dat de RAV een risico loopt dat we niet binnen de reguliere begroting kunnen opvangen moeten we de reserves aanspreken of moeten deze als buffer dienen.
Risico
Verwacht risico Verwacht risico (bedrag in miljoen (bedrag in miljoen €) €) 2025 2026
Kans
Maatregel
midden/laag
landelijk overleg vanuit AZN, lokaal overleg met de zorgverzekeraars
0
0
midden/laag
sturing management/ in begroting reeds opnemen
0
0
ICT
laag
continu beveiligingsmaatregelen treffen
0
0
Persoonlijk levensfasebudget uren
laag
verplichting opgenomen
0
0
midden/laag
landelijk overleg om deze verplichting landelijk op te nemen. Indien de tijdsspaarregeling als voorziening op de balans blijft, dan zal AZN trachten om de indexering in het budget te laten opnemen.
0
0
groot
continu aandacht hiervoor, bv functiedifferentiatie
0
0
Verhoogd ziekteverzuim wat de personeelsbezetting en paraatheid in gevaar kan brengen.
groot
In geval van nood worden nevenactiviteiten opgeschort, contracten opgeplust en in het uiterste geval kunnen verloven worden ingetrokken. Teammanagers blijven in contact met zieke medewerkers om de stand van zaken doorlopend te monitoren.
0
0
Aansprakelijkheidsstellin g door medewerkers ivm oplopen Post-Covid
midden/laag
goed laten adviseren door een advocatenkantoor
pm
pm
0,00
0,00
Budgettering NZa, lager dan de werkelijke kosten Prestatiecontract
Tijdspaarregeling
Onvoldoende binden en boeien van medewerkers
TOTAAL
Budgettering NZa lager dan de werkelijke kosten De ambulanceopbrengsten worden verkregen via budget van het ministerie van VWS. Ambulancezorg Nederland onderhandelt samen met zorgverzekeraars Nederland met NZa over het budget indien dit op een bepaald onderdeel niet toereikend is. In 2019 was daar sprake van, mede door de loonontwikkeling binnen de ambulancesector (flinke loonstijging vanwege de nieuwe
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 29
CAO/door FWG worden daarnaast nog de salarissen van de ambulanceverpleegkundigen hoger ingeschaald). Het was dan ook de vraag of dit in de toekomst volledig gedekt gaat worden door NZa, want de toename moet ook passen binnen het macrobudget van VWS, dat beschikbaar is voor ambulancezorg. In 2020 is er door NZa boekenonderzoek verricht naar de werkelijke loonkosten en de overige personeelslasten. Dit heeft erin geresulteerd dat NZa deze budgetten vanaf 2021 heeft opgehoogd. Medio 2025 lijkt het budget weer niet toereikend te worden, de verwachting is dat in 2026 NzA een nieuw kostenonderzoek gaat doen om dit recht te trekken. Prestatiecontract Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid (maximaal ca. € 900.000) afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. De kans dat de RAV deze lokaal overeengekomen prestatieafspraken gedeeltelijk niet behaalt is aanwezig. Er worden haalbare afspraken gemaakt waarop de RAV invloed heeft om ze ook te kunnen realiseren. In de begroting wordt voortaan rekening gehouden met mogelijke kortingen. ICT De afhankelijkheid van ICT kan de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Door het steeds opener karakter van de ICT stijgt het risico van het gebruik van privacygevoelige informatie.
Ook stellen de overheid en de netwerkpartners hogere veiligheidseisen; de data moet voldoende beveiligd zijn. Daarnaast moet de RAV met ingang van 2018 voldoen aan de NEN-normering voor de zorg en aan accountantseisen. Technisch hebben we al veel geregeld, want sinds 2018 zijn we voor de NEN 7510 norm gecertificeerd. Het informatiebeveiligingsmanagementsysteem (ISMS) Van het HSC is ingericht en gecertificeerd. Daarnaast zijn er afspraken tussen HSC en RAV gemaakt, waarin o.a. de continuïteit van het bedrijfsproces met betrekking tot ICT is opgenomen. Persoonlijk levensfasebudget uren Het Persoonlijk Levensfasebudget (PLB) is een voorziening ten behoeve van het bevorderen van de duurzame inzetbaarheid van de werknemer gedurende zijn loopbaan. Het PLB biedt de werknemer de mogelijkheid een evenwichtige balans te vinden tussen werk en privé. De PLB uren worden als verplichting op de balans gezet. Tijdspaarregeling Medio 2021 is landelijk de tijdspaarregeling overeengekomen met de Vakbonden. De werknemer wordt in de gelegenheid gesteld om tijd te sparen, om die gespaarde tijd later tijdens de gehele loopbaan naar eigen wens als doorbetaalde tijd op te kunnen nemen. Dit draagt bij aan een goede balans tussen werken en privé. Bij AZN wordt nog onderzocht of de verplichting die gaat ontstaan aan de medewerkers landelijk wordt opgenomen, of dat dit bij de afzonderlijke RAV’s blijft.
Vanaf 2022 wordt vooralsnog de verplichting op de balans opgenomen. Het risico is nu nog, omdat hiervoor een voorziening wordt aangehouden, dat jaarlijks voor de volledige omvang van de voorziening geïndexeerd dient te worden. Indien deze voorziening op termijn fors gaat toenemen, dan is dit een flinke jaarlijkse extra kostenpost. Onvoldoende binden en boeien van medewerkers Het risico blijft aanwezig dat medewerkers vertrekken. We besteden aandacht aan opleiding, ontwikkeling, arbeidsomstandigheden en functiedifferentiatie. Het risico blijft gelijk door de aanhoudende schaarste op de arbeidsmarkt. Verhoogd ziekteverzuim wat de personeelsbezetting en paraatheid in gevaar kan brengen. Hoog ziekteverzuim: dit kan leiden tot druk op de paraatheid. We zetten in op vitaliteit van medewerkers. Aansprakelijkheidsstelling door medewerkers i.v.m. oplopen Post-Covid In januari 2022 is de RAV aansprakelijk gesteld door enkele medewerkers welke Post-Covid hebben opgelopen en als gevolg hiervan hun werkzaamheden niet meer kunnen verrichten. Deze medewerkers zijn op dit moment niet meer in dienst bij de RAV: zij zijn uit dienst getreden na een ziekteperiode van 2 jaar.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 30
Deze aansprakelijkheidstelling is destijds gemeld bij de verzekeringsagent van de RAV welke de aansprakelijkheidsstelling doorgeleid heeft naar de aansprakelijkheidsverzekeraar. Eind juli 2023 (dus ruim 1½ jaar na melding door de verzekeringsagent) heeft de verzekeraar aangegeven dat onze polis geen dekking biedt omdat het voorval in 2020 plaatsgevonden heeft en de RAV op dat moment bij een andere verzekeraar verzekerd was. Deze andere verzekeraar aanvaart de aansprakelijkheid evenmin daar er geen uitlooprisico verzekerd is. Juridisch gezien lijkt in deze alleen de verzekeringsagent verwijtbaar gehandeld te hebben daar zij naar het oordeel van de jurist van de RAV niet aan haar zorgplicht voldaan heeft. De verzekeringsagent is ondertussen door de RAV aansprakelijk gesteld en hiervoor loopt momenteel (begin 2025) een civiele procedure. Met betrekking tot de aansprakelijkheidstelling door de twee medewerkers is de behandeling hiervan in handen gegeven van een advocatenkantoor. De aansprakelijkheidstelling is door ons afgewezen. Momenteel (begin 2025) loopt er een civiele procedure. Op dit moment is nog op geen enkele wijze in te schatten dan wel te voorzien wat het financiële risico voor de RAV is. De conclusie is dat gezien de genoemde risico’s het weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen.
Kengetallen De hieronder vermelde kengetallen geven een eenvoudiger inzicht in de financiële positie van de RAV.
BEGROTING Kengetallen netto schuldquote netto schuldquote leningen
gecorrigeerd
solvabiliteitsratio
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
voor
alle
JRR 2024
2025
2026
6,8%
5,8%
2,1%
6,8%
5,8%
2,1%
37,8%
31,8%
34,0%
verstrekte
pagina 31
7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2026 (x 1000 euro)
(in duizenden euro's) Jaarrekening 2024 Lasten
Baten
Begroting 2025
Saldo
Lasten
Baten
Begroting 2026
Saldo
Lasten
Baten
Saldo
Ambulancezorg a) MKA Brabant Noord
2.340
2.516
176
2.673
2.712
39
2.698
2.815
a) MKA M.W. Brabant
3.149
3.302
153
3.702
4.038
336
3.806
4.140
334
b) RAV Brabant Noord
26.769
31.613
4.844
28.547
33.480
4.933
29.957
34.908
4.951 8.395
117
c) RAV M. W. Brabant
48.747
56.518
7.771
51.584
59.672
8.088
53.362
61.757
Subtotaal Programma
81.005
93.949
12.944
86.506
99.902
13.396
89.823
103.620
13.797
Overhead
12.176
0
-12.176
13396
0
-13.396
13.797
-
-13.797
Mutatie reserves
902
134
-768
0
0
0
-
-
-
Totaal resultaat
94.083
94.083
0
99.902
99.902
0
103.620
103.620
0
Begroting 2025 is conform vastgestelde beleidsbegroting 2025 en incl. de 1e begr wijz. conform AB vergadering 03-7-2025.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 32
8 INVESTERINGSBEGROTING 2026 (x 1000 euro)
(x 1000 euro)
Investerings begroting 2026
(Medisch) inventaris/opleidingsmateriaal/automatisering) Wagenpark
850 1.980
Totaal investeringsbegroting 2026 RAV Brabant-MWN
2.830
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 33
BIJLAGE 1 STAAT VAN VASTE ACTIVA 31-12-2026* Omschrijving van de Kapitaalsuitgaven
Aanschafwaarde
Investeringen
begin 2026
2026
Aanschafwaarde
Cumulatieve
Afschrijvings
Boekwaarde
Boekwaarde
einde
afschrijvingen
kosten
begin
einde
2026
2026
2026
2026
2026
Gronden en terreinen
2.526.403
-
2.526.403
-
-
2.526.403
2.526.403
Gebouwen
17.893.893
-
17.893.893
6.074.814
517.447
11.819.078
11.301.631
Wagenpark
22.551.846
1.980.000
24.531.846
16.021.327
2.988.712
6.530.519
5.521.807
Inventaris
1.074.300
450.000
1.524.300
692.627
118.532
381.673
713.141
Medische inventaris
8.967.937
-
8.967.937
5.576.755
844.375
3.391.181
2.546.806
Automatisering
1.871.558
400.000
2.271.558
1.048.359
434.731
823.199
Kleding
1.803.295
-
1.803.295
1.327.996
475.299
475.299
788.469 0
56.689.231
2.830.000
59.519.231
30.741.879
5.379.096
25.947.352
Totaal
23.398.257
* Van enkele onderwerpen is bekend dat deze hoogstwaarschijnlijk eind 2026 (extra) investeringen vragen. Of dat werkelijk zo is en, zo ja, in welke mate en wanneer, valt nu nog niet met zekerheid te zeggen. Een en ander zal verder geen grote afwijkingen in de kosten veroorzaken in 2026. Deze duidelijkheid wordt t.z.t. geboden in de begrotingswijziging 2026.
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 34
BIJLAGE 2: STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN Naam
Saldo aan Vermeerbegin van deringen dienstjaar 01.01.2025 in 2025
Verminderingen in 2025
Saldo aan Vermeereinde van deringen dienstjaar 31.12.2025 in 2026
Verminderingen in 2026
Saldo aan einde van dienstjaar 31.12.2026
Reserves Algemene reserve Algemene bedrijfsreserve
902.326
Subtotaal algemene reserve
902.326
Reserve aanvaardbare kosten RAV Brabant Noord RAV Midden/West Brabant MKA Brabant Noord MKA Midden/West Brabant Subtotaal reserve aanv. kosten
902.326 0
0
902.326
6.769.171 5.343.838 194.078 1.728.278
0
195.000 -227.000 -75.000 107.000
6.964.171 5.116.838 119.078 1.835.278
14.035.365
0
0
14.035.365
902.326 0
0
0
902.326
71.000 -169.000 0 98.000
7.035.171 4.947.838 119.078 1.933.278
0
14.035.365
0
206.806 742.261
Bestemmingsreserves reserve onderhoud panden Reorganisatiereserve
206.806 742.261
Subtotaal bestemmingsreserves
949.067
0
0
949.067
0
0
949.067
15.886.758
0
0
15.886.758
0
0
15.886.758
Voorzieningen Voorziening verlofsaldi/tijdsparen
3.986.645
776.000
4.762.645
751.000
Totaal Voorzieningen :
3.986.645
776.000
0
4.762.645
751.000
0
5.513.645
19.873.403
776.000
0
20.649.403
751.000
0
21.400.403
Totaal reserves :
Totaal reserves + voorzieningen :
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
206.806 742.261
pagina 35
5.513.645
BIJLAGE 3: MEERJARENRAMING RAV BRABANT MIDDEN-WEST-NOORD (x 1000 euro) Begroting Raming Raming Raming Raming 2026 2027 2028 2029 2030 € € € € € Bedrijfsopbrengsten Opbrengsten uit tarieven Mutatie financieringsoverschot/tekort
98.742 101.714 104.966 108.340 111.768 0 0 0 0 0
Wettelijk budget aanvaardbare kosten
98.742 101.714 104.966 108.340 111.768
Overige opbrengsten Gemeentelijke bijdrage
4.878 0
4.845 0
4.766 0
5.092 0
4.976 0
Som der bedrijfsopbrengsten
103.620 106.560 109.731 113.431 116.744
Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen Personeel derden Overige personeelskosten Kapitaallasten Huisvestingskosten Doorbelasting Het Service Center / GGD Toevoeging voorzieningen Overige bedrijfskosten
60.828 3.765 3.534 2.264 5.289 2.686 0 740 10.437
63.006 3.576 3.640 2.332 5.448 2.557 0 756 10.750
65.626 3.339 3.349 2.402 5.611 2.633 0 771 11.073
68.325 3.531 3.050 2.474 5.779 2.712 0 783 11.405
Som der bedrijfslasten
89.543
92.063
94.804
98.060 100.916
14.077
14.496
14.927
15.371
15.828
280 13.797
288 14.207
297 14.630
306 15.065
315 15.514
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
0
0
0
0
0
Gerealiseerd tot.saldo van baten en lasten
0
0
0
0
0
Incidentele baten (mutatie reserve panden) Incidentele lasten
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Structurele begrotingssaldo
0
0
0
0
0
Financiële baten en lasten Overhead
71.079 3.247 2.741 2.548 5.953 2.794 0 807 11.747
Toelichting Er is een indexering toegepast van 3% op basis van recente indexgegevens. Er worden geen incidentele baten en lasten verwacht.
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 36
BIJLAGE 4: PROGNOSEBALANS PER 31-12-2026 1-1-2026
31-12-2026
Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa
25.947.000 0 21.722.000
23.399.000 0 23.321.000
Totaal activa
47.669.000
46.720.000
Reserves Voorzieningen Langlopende schulden Vlottende passiva
15.887.000 4.762.000 10.400.000 16.620.000
15.887.000 5.513.000 8.700.000 16.620.000
Totaal passiva
47.669.000
46.720.000
Activa
Passiva
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 37
BIJLAGE 5: EXPLOITATIEREKENING 2026 PER AFDELING Begr
Begr
Begr
Begr
Begr
Begr
Progn.
MKA
MKA
RAV
RAV
Totaal
Totaal
Totaal
BN
MWB
BN
MWB
RAV
RAV
RAV
2026
2026
2026
2026
2026
2025
2024
€
€
€
€
€
€
Opbrengsten uit tarieven
2.797
4.122
33.223
58.600
98.742
95.119 85.878
Wettelijk budget aanvaardb. kosten
2.797
4.122
33.223
58.600
98.742
95.119 85.878
Overige opbrengsten
18
18
1.685
3.157
4.877
4.783
8.206
Vrijval voorzieningen
0
0
0
0
0
0
0
2.815
4.140
34.908
61.757
103.619
99.902 94.084
2.023
2.761
23.969
40.661
69.415
67.362 60.585
0
0
1.352
2.413
3.765
3.816
6.861
Personeel derden
149
274
830
2.806
4.059
3.941
3.676
Overige personeelskosten
176
300
1.153
2.032
3.661
3.554
3.483
Kapitaallasten
10
9
1.876
3.483
5.378
4.491
4.146
Huisvestingskosten
0
0
869
1.819
2.688
2.610
2.535
Doorbelasting Het Service Centrum
24
39
785
1.367
2.215
2.150
2.032
Toevoeging voorzieningen
0
23
274
454
751
776
612
Overige bedrijfskosten
433
636
3.590
6.751
11.408
11.076
9.101
Som der bedrijfslasten
2.815
4.041
34.698
61.786
103.340
99.776 93.031
0
98
211
-29
280
126
1.053
Financiële baten en lasten
0
0
140
140
280
126
151
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoef.
0
98
71
-169
0
0
902
Buitengewone baten
0
0
0
0
0
0
0
Buitengewone lasten
0
0
0
0
0
0
0
Buitengewoon resultaat
0
0
0
0
0
0
0
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
0
98
71
-169
0
0
902
Incidentele baten (mut. res. onderh. panden)
0
0
0
0
0
341
134
Incidentele lasten
0
0
0
0
0
0
0
Structurele begrotingsruimte
0
98
71
-169
0
341
768
Bedrijfsopbrengsten
Som der bedrijfsopbrengsten Bedrijfslasten Salarissen en sociale lasten FLO-kosten/regeling bezw. beroepen
Onderstaand worden de grootste afwijkingen toegelicht. Toelichting baten Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 38
De opbrengsten uit tarieven zijn ten opzichte van de begroting 2025 met € 3.623.000 gestegen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsindexering (€ 3.023.000) en door toename van de S&B middelen voor paraatheiduitbreidingen (€ 600.000). Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 is er een stijging van € 12.864.000 onder andere vanwege de loon- en prijsindexeringen 2025/2026 ad € 6.060.000 en vanwege toegenomen budget voor overige loonkosten ad € 2.766.000. Verder is meer budget voor de initiële scholing ad € 938.000, voor de vrije marge regeling € 1.689.000, voor directie en administratie € 379.000, voor extra productiekosten € 467.000, voor paraatheiduitbreidingen € 181.000 en voor diverse kleine budgetstijgingen ad 384.000. De overige opbrengsten stijgen in 2026 met € 94.000 ten opzichte van de begroting 2025, vooral vanwege de indexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 is er een daling van de overige opbrengsten van € 3.329.000, met name vanwege een lagere vergoeding vanuit het ministerie van VWS voor de FLO kosten, omdat de FLO kosten flink lager zijn. Verder was er in 2024 nog een onttrekking van uit de reserve huisvesting, dit wordt in 2026 niet verwacht. Toelichting lasten De salarissen en sociale lasten (inclusief personeel derden) nemen ten opzichte van de begroting 2025 toe met € 2.171.000.
Dit wordt veroorzaakt door de indexering van de loonkosten (€ 1.453 .000) en door uitbreiding van het ambulancepersoneel ten behoeve van de paraatheiduitbreidingen (€ 600.000). Verder neemt de inhuur van uitzendkrachten met € 118.000 toe. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 is er een stijging van € 9.213.000, dat grotendeels veroorzaakt wordt door een toename van de indexering 2025/2026 van de loonkosten ad € 4.870.000 en vanwege paraatheiduitbreidingen ad € 617.000. Verder neemt ORT/overwerk toe met € 1.531.000, vooral ook door de paraatheiduitbreidingen en de CAO aanpassingen en is er een toename van de loonkosten van ondersteunende diensten met € 1.271.000. Tevens nemen de uitkeringen ziektegeld toe met € 388.000 en stijgt de inhuur van uitzendkrachten met € 383.000, omdat het nog steeds lastig is om de vaste formatie op peil te krijgen. Verder zijn er nog diverse kleine loonkosten verhogingen ad € 153.000. De FLO-kosten/regeling bezwarende beroepen worden jaarlijks ingeschat op basis van personeel dat gebruik kan maken van de regeling bezwarende beroepen, de premies voor de levensloopregeling en versterkt ouderdomspensioen en de fiscale boetes die hierop rusten. De verwachting is dat de kosten in 2026 met € 51.000 afnemen ten opzichte van de begroting 2025. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 dalen de kosten met € 3.096.000.
In 2024 waren de FLO kosten extra hoog omdat er in 2024 extra stortingen zijn geweest aan de deelnemers omdat het gegarandeerde rendement te laag was. De baten vanuit het ministerie van VWS zijn daardoor ook lager (zie overige opbrengsten). De overige personeelskosten stijgen ten opzichte van de begroting 2025 met € 107.000. Dit wordt door de indexering veroorzaakt. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 stijgen de kosten met € 178.000 Dit wordt voornamelijk door indexering veroorzaakt, verder is er een toename van arbokosten.. De kapitaallasten nemen met € 887.000 toe ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er naast de investeringen 2026 er in 2025 flinke investeringen begroot zijn voor ambulances (die tevens in prijs gestegen zijn) en diverse vrije marge projecten (brancards, devices troponine, en mechanische Thoraxcompressie apparatuur), die in 2025 begroot zijn voor 50% (aanschaf per 1 juli 2025 begroot) en nu voor 100 % op de begroting 2026 terecht komen. Ten opzichte van conceptjaarrekening 2024 stijgen de kosten met 1.232.000. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er naast de investeringen 2026 er in 2025 flinke investeringen begroot zijn voor ambulances (die tevens in prijs gestegen zijn) en diverse vrije marge projecten (brancards, devices troponine, en mechanische Thoraxcompressie apparatuur).
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 39
De huisvestingskosten nemen met € 78.000 toe ten opzichte van de begroting 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsindexing. De huisvestingskosten stijgen ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 met € 153.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door de prijsindexering en door een toename van de energie- en schoonmaakkosten. De doorbelasting van Het Service Centrum stijgen met € 183.000 ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024, met name vanwege de prijsindexering. De toevoegingen aan voorzieningen betreft een dotatie aan de voorziening PLB-uren (persoonlijk levensfase budget) en de voorziening tijdsparen. De overige bedrijfskosten zijn € 332.000 hoger dan de begroting 2025. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de prijsindexering. Ten opzichte van de conceptjaarrekening 2024 stijgen de kosten met € 2.307.000, dit wordt ook vooral veroorzaakt door hogere kosten voor vrije marge projecten ad € 1.912.00 en de prijsindexering ad € 546.000. Daarentegen verwachten we in 2026 lagere diensten derden vanwege minder advieskosten ad -€ 116.000.
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 40
BIJLAGE 6: BEGROTING 2026 NAAR TAAKVELDEN (in duizenden euro's) Begroting na Jaarrekening 2024 Lasten 0.1 Bestuur 0.10 Mutatie reserves 0.11 Resultaat van de rek. van baten en lasten
Baten
Begroting 2026
wijziging 2025 Lasten
Baten
Lasten
Baten
62
-
80
-
82
-
-
134
-
-
-
-
-
-
-
-
902
0.4 Overhead
12.177
-
13.396
-
13.797
-
0.5 Treasury
277
126
126
-
280
-
7.1 Volksgezondheid/Ambulancezorg
80.792
93.950
86.300
99.902
89.461
103.620
Totaal resultaat
94.210
94.210
99.902
99.902
103.620
103.620
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 41
BIJLAGE 7
GEBRUIKTE AFKORTINGEN
ACE
Accredited Center of Excellence
AED
Automatische externe defibrillator
AI
Artificial Intelligence
ALS
Advanced Life Support
AMBAC
Academie voor ambulancezorg
AQUA
Advanced Quality Assurance
AVG
Algemene verordening gegevensbescherming
AZN
Ambulancezorg Nederland
BBV
Besluit begroting en verantwoording
BCM
Business Continuïty Management
BLS
Basic Life Support
BMH
Bachelor medische hulpverlening
BN
Brabant-Noord
BNG
Bank Nederlandse gemeenten
BURAP
Bestuursrapportage
CAO
Collectieve arbeidsovereenkomst
CSZ
College sanering ziekenhuisvoorzieningen
CVA
Cerebrovasculair accident
CZO
College zorgopleidingen
DIA
Directe inzet ambulance
EDQ
Emergency Dispatcher Quality
EED
Energy Efficiency Directive
EHGV
Eerste hulp, geen vervoer
FIDO
(Wet) Financiering decentrale overheden
FLO
Functioneel leeftijdsontslag
FWG
Functiewaardering gezondheidszorg
GGD
Gemeenschappelijke gezondheidsdienst
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 42
GGZ
Geestelijke gezondheidszorg
GHOR
Geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen
GR
Gemeenschappelijke regeling
HBO
Hoger beroepsonderwijs
HBO-V
Hoger beroepsonderwijs – Verpleegkunde
HR
Human Resources
HSC
Hét servicecentrum
IC
Intensive Care
ICA
Informatie, communicatie en automatisering
ICT
Informatie- en communicatietechnologie
IH
Informatiehuishouding
ISMS
Information Security Management System
IZA
Integraal Zorgakkoord
J&V
Justitie en Veiligheid
KTO
Klanttevredenheidsonderzoek
LMS
Landelijke meldkamersamenwerking
LSP
Landelijk schakelpunt
MARAP
Managementrapportage
MCA
Middencomplexe Ambulancezorg
MJOP
Meerjarenonderhoudsplanning
MKA
Meldkamer ambulancezorg
MO
Moederorganisatie
MWB
Midden- en West-Brabant
MWN
Midden-West-Noord
NEDAB
Niet-economische dienst van algemeen belang
NEN
Nederlandse norm
NIVEL NZa
Nederlands instituut voor onderzoek van de eerstelijnsgezondheidszorg Nederlandse zorgautoriteit
PA
Physician Assistant
PCI
Percutane coronaire interventies
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 43
PLB
Persoonlijk levensfasebudget
ProQA
Professional Quality Assurance
RAK
Reserve aanvaardbare kosten
RAV
Regionale ambulancevoorziening
SEH
Spoedeisende eerste hulp
SIO
Strategisch informatieoverleg
SZW
Sociale zaken en werkgelegenheid
UWV
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
VVO
Verpleegkundige vervolgopleiding
VVT
Verpleeg- en verzorgingstehuizen en thuiszorg
VWS
Volksgezondheid, welzijn en sport
VS
Verpleegkundig specialist
WAV
Wet ambulancezorgvoorzieningen
WGR
Wet gemeenschappelijke regelingen
WKO
Warmte-Koude Opslag
WOO
Wet Open Overheid
ZCV
Zorgcoördinatievoorzieningen
ZEB
Zorgevaluatiebegeleiding/begeleider
ZIO
Zorg, innovatie en opleiding
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 44
BIJLAGE 8
KWALITEITSKADER AMBULANCEZORG 2.0
PIJLER
SIGNALEN
WAG MAG VAN ONS WORDEN VERWACHT?
De RAV levert bereikbare en beschikbare ambulancezorg.
1. A1-inzetten 2. A2-inzetten 3. B-inzetten 4. CVA-doorlooptijd 5. STEMI-doorlooptijd 23. Meldkamerzorg
• De patiënt wordt op tijd geholpen
PLAATS IN DE BEGROTING Paragraaf 1.3.4 Paragrafen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.4
De RAV biedt patiëntgerichte zorg: de zorg is afgestemd op de reële vraag en behoefte van de patiënt
6. Patiëntervaringen 7. Mobiel zorgconsult en opnieuw ambulancezorg 19. Effectieve inzet deskundigheden
• De patiënt wordt correct bejegend • De patiënt ontvangt de best passende zorg, die veilig is en van de hoogst mogelijke kwaliteit
Paragraaf 1.3.4 Paragrafen 2.3 en 2.4
De RAV biedt veilige zorg, gericht op het voorkomen van onveilige situaties en schade aan patiënten tot een minimum beperken.
8. Infectiepreventie 18. Medische technologie
• De patiënt ontvangt de best passende zorg, die veilig is en van de hoogst mogelijke kwaliteit
Paragraaf 1.3.2 Paragraaf 1.3.4 Paragraaf 4.5
Ambulancezorg wordt verleend door bevoegde en bekwame professionals die handelen volgens de professionele standaard.
9. Bekwaamheidsbeleid
• De patiënt ontvangt de best passende zorg, die veilig is en van de hoogst mogelijke kwaliteit • Collega’s worden gestimuleerd en ondersteund in hun vakbekwaamheid, ontwikkeling en vitaliteit
Paragraaf 1.3.5 Paragraaf 4.2
De RAV werkt samen met patiënten(vertegenwoordigers) en regionale ketenpartners binnen het zorgdomein en openbare orde en veiligheid.
14. Ketenpartnertevredenheid 15. Multitraumapatiënten op de juiste plek 20. Kwaliteit en interoperabiliteit digitale dossiers
• RAV levert een actie bijdrage aan de ontwikkelingen rondom zorgcoördinatie • Hoofddoelen hierbij zijn een optimale onderlinge samenwerking, een goed geregelde gegevensuitwisseling en de (door-) ontwikkelingen van nieuwe zorgpaden
Paragraaf 1.3.4 Paragraaf 1.3.6
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 45
De RAV monitort de kwaliteit van de ambulancezorg aantoonbaar en systematisch en verbetert waar nodig.
11. Pijnregistratie en -behandeling 16. Leveren wetenschappelijke bijdrage 21. Thematisch aandacht voor zorgaspecten
• De patiënt ontvangt de best passende zorg, die veilig is en van de hoogst mogelijke kwaliteit
Paragraaf 1.3.4
Het RAV-bestuur handelt volgens de eisen van goed zorgbestuur.
10. Ziekteverzuim 12. Kwaliteits- en veiligheidsmanagementsysteem 13. Informatiebeveiliging 17. Voorbereid op rampen en crises 22. Maatschappelijk verantwoord ondernemen
• Collega’s worden gestimuleerd en ondersteund in hun vakbekwaamheid, ontwikkeling en vitaliteit • Collega’s hebben een prettige en veilige werkomgeving • De maatschappij mag erop vertrouwen dat wij goed zijn voorbereid op rampen en crises • De maatschappij mag erop vertrouwen dat wij verantwoord omgaan met middelen • We denken na over onze “foot print”, niet alleen die van ons als ambulancevoorzienig, maar ook die van onze collega’s
Paragraaf 1.3.7 Paragraaf 4.3 Paragraaf 4.4 Paragraaf 4.5 Paragraaf 4.6 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Paragraaf 6.3
* * *
Begroting 2026 RAV BRABANT MWN Bijlagen
pagina 46