RAV Brabant begroting 2026.pdf
Tekst van het document
concept BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
INHOUDSOPGAVE
INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................. 1 INLEIDING............................................................................................................................ 2 1 BELEID .......................................................................................................................... 3 1.1 Activiteiten en doelstellingen ...................................................................................... 3 1.2 Rechtmatigheidsverantwoording .................................................................................. 3 1.3 Beleidsthema’s.......................................................................................................... 4 2 PROGRAMMA’S .............................................................................................................. 11 2.1 Meldkamer Brabant-Noord ........................................................................................ 11 2.2 Meldkamer Midden- en West-Brabant ........................................................................ 12 2.3 RAV Brabant-Noord ................................................................................................. 13 2.4 RAV Midden- en West-Brabant ..................................................................................
15 2.5 Overzicht overhead ................................................................................................. 18 3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ................................................................ 20 4 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ...................................................................................... 21 4.1 Organisatie ............................................................................................................. 21 4.2 Personeel ............................................................................................................... 21 4.3 Informatievoorziening/automatisering ........................................................................ 22 4.4 Financiën ............................................................................................................... 22 4.5 Facilitaire zaken en huisvesting ................................................................................. 23 4.6 Informatie- en archiefbeheer .................................................................................... 23 4.7 Indicatoren ............................................................................................................. 24 5 PARAGRAAF FINANCIERING EN TREASURY .......................................................................
25 6 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .......................................... 28 6.1 Beleid omtrent reserves en voorzieningen en risico’s ................................................... 28 6.2 Reserves en voorzieningen ....................................................................................... 28 6.3 Inventarisatie van de risico’s .................................................................................... 28 7 STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2026 ................................................................................ 32 8 INVESTERINGSBEGROTING 2026 .................................................................................... 33
BIJLAGEN Bijlage 1 Staat van vaste activa ............................................................................................ 34 Bijlage 2 Staat van reserves en voorzieningen ........................................................................ 35 Bijlage 3 Meerjarenraming ................................................................................................... 36 Bijlage 4 Prognosebalans ..................................................................................................... 37 Bijlage 5 Exploitatierekening per afdeling .............................................................................. 38 Bijlage 6 Begroting naar taakvelden ...................................................................................... 41 Bijlage 7 Gebruikte afkortingen ............................................................................................ 42 Bijlage 8 Toelichting Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 ......................................................... 45
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 1
INLEIDING
Voor u ligt de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Brabant Midden-West-Noord (MWN). De regeling omvat het werkgebied van de twee veiligheidsregio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord, en is gebaseerd op de Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR) en de Gemeentewet. Deze begroting is gebaseerd op de in het landelijk Referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid voor de RAV Midden- en West-Brabant en de RAV Brabant-Noord opgenomen eisen ten aanzien van de spreiding van standplaatsen en te leveren paraatheid. Op grond van deze eisen zijn prestatiecontracten gesloten met de regionale zorgverzekeraars, waarin de eisen uit het referentiekader nader zijn gespecificeerd in concrete locaties voor standplaatsen, het aantal te leveren ambulances per dagdeel en het dekkingspercentage responstijd in geval van een A1urgentie, gemeten per RAV-regio. Een ander belangrijk uitgangspunt is het Kwaliteitskader Ambulancezorg 2.0. RAV’en zetten zich samen met hun netwerkpartners voortdurend in om de kwaliteit van ambulancezorg te bewaken en te verbeteren. De kwaliteit van de ambulancezorg werd tot de invoering van het kwaliteitskader 1.0. op slechts enkele signalen beoordeeld, zoals de responstijd. Een bredere set van kwaliteitssignalen doet de zorg die ambulancezorg professionals aan patiënten verlenen meer recht.
Dit was voor Ambulancezorg Nederland aanleiding om samen met stakeholders en netwerkpartners een kwaliteitskader ambulancezorg te ontwikkelen. In 2019 verscheen de eerste versie van het kwaliteitskader ambulancezorg. Inmiddels is er een kwaliteitskader ambulancezorg 2.0. Deze versie bevat 23 signalen die grotendeels al geïmplementeerd zijn en waar mogelijk zijn voorzien van streefwaarden en minimale waarden. Voor de implementatie van enkele signalen is een implementatieplan opgesteld, dat onderdeel uitmaakt van het kwaliteitskader. Tot slot bevat het kwaliteitskader een onderhoudsplan. Goede ambulancezorg, van aanname melding tot overdracht De brede set kwaliteitssignalen in het kwaliteitskader is gebaseerd op de zeven uitgangspunten van goede ambulancezorg: 1) bereikbaar en beschikbaar 2) patiëntgericht 3) veilig 4) professioneel 5) afgestemd met ketenpartners 6) continu geëvalueerd en waar nodig verbeterd en 7) geleverd door organisaties die hun zaken op orde hebben. In het kwaliteitskader zijn deze zeven uitgangspunten geconcretiseerd en toetsbaar gemaakt. Dit resulteert in een brede, samenhangende set van zowel inhoudelijke als procesmatige kwaliteitssignalen.
De kwaliteitssignalen hebben betrekking op het volledige ambulancezorgproces: van het aannemen en beoordelen van de zorgvraag door de meldkamercentralist ambulancezorg, de beoordeling ter plaatse en de behandeling en het vervoer van de patiënt tot en met de overdracht van de patiënt aan een andere zorgverlener. De resultaten van de signalen uit het kwaliteitskader van alle RAV’en worden jaarlijks gepubliceerd in het Sectorkompas. Nadere toelichting op het Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 2.0 en de vertaling naar deze begroting is te vinden in bijlage 8.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 2
1 BELEID 1.1
Activiteiten en doelstellingen
De Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord’ heeft tot doel het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen bijdragen. De GR RAV Brabant Midden-West-Noord heeft tot taak: ▪ Het instellen en in stand houden van een Regionale Ambulancevoorziening ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; ▪ Het in stand houden van een meldkamer ambulancezorg ten behoeve van het werkgebied Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; ▪ Het vaststellen en (doen) uitvoeren van het Regionaal Ambulance Plan van de regio’s Midden- en West-Brabant en Brabant-Noord; ▪ Het (doen) leveren van een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant en de Hulpverleningsdienst Brabant-Noord. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die waar nodig tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd.
1.2
Rechtmatigheidsverantwoording
Met het aannemen van de Wet versterking decentrale rekenkamers is de rechtmatigheidsverantwoording een feit geworden. Vanaf boekjaar 2023 legt het dagelijks bestuur verantwoording af over rechtmatigheid door middel van de rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. De accountant zal vanaf 2023 alleen nog een getrouwheidsoordeel geven bij de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording maakt onderdeel uit van de jaarrekening en valt daarmee binnen de scope van het getrouwheidsoordeel van de accountant. De samenleving en het zorglandschap in Nederland veranderen in snel tempo. Dé uitdaging voor de toekomst is om kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van (acute) zorg voor iedereen te garanderen, bij een toenemende vraag naar spoedzorg en een groter wordend tekort aan zorgmedewerkers. In september 2022 verscheen het Integraal Zorgakkoord (IZA), een samenwerkingsplan van VWS en een groot aantal zorgpartners, waarin zij afspraken vastlegden over het realiseren van meer passende, preventiegerichte, duurzame en gedigitaliseerde zorg in ons land.
In vervolg daarop verscheen de Kamerbrief Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg, waarin de minister van VWS een aantal acties presenteerde die voortbouwen op de afspraken in het IZA (Integraal Zorgakkoord), rondom de volgende drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. Bovengenoemde publicaties bevatten een aantal zaken dat van direct belang is voor de ambulancesector, zoals: acute zorg aan huis, ontwikkeling van zorgcoördinatie, bestrijden van personeelstekort, verbetering van (digitale) informatieoverdracht tussen netwerkpartners en onderzoek naar innovatieve technologische en digitale oplossingen. Dit vereist de bereidheid van alle netwerkpartners om intensief samen te werken, buiten de eigen kaders te denken en over drempels te stappen. Dit is voor de RAV Brabant MWN en haar netwerkpartners in de acute zorg samengekomen in het ROAZ-beeld en het ROAZ-plan. We gaan hierna uitgebreider in op de ontwikkelingen rondom zorgcoördinatie.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 3
1.3
Beleidsthema’s
Inleiding Het beeld dat wij als ambulancevoorziening enkel patiënten voor acute zorg vervoeren naar het ziekenhuis, is de laatste jaren veranderd. In ons meerjarenbeleidsplan 2022 – 2025 benoemen wij al ons te gaan richten op zorgdifferentiatie, waarbij het ons doel is om de juiste zorg tijdig te bieden op de juiste plaats. In sommige gevallen betekent dit dat, op geplande basis, een patiënt vervoerd wordt tussen twee ziekenhuizen bijvoorbeeld. Dat wordt verzorgd door onze Midden-Complexe Ambulances (“MCA”). Dit ontzorgt de reguliere ALS-ambulances. Verder werken we ook al enige jaren met Verpleegkundig Specialisten en Physician Assistants die zelfstandig inzetbaar zijn. De komende jaren wordt functiedifferentiatie ook aan de kant van de beide Meldkamers Ambulancezorg zichtbaar. Denk hierbij aan verlengde triage, de 112-centralist en de Klinisch Coördinator. Kortom: we brengen altijd de juiste zorg naar de patiënt, waarbij we in sommige gevallen ook de patiënt naar de zorg zullen brengen. Bij de RAV Brabant Midden-West-Noord draait het om meer dan snelheid en vakmanschap. Onze kernwaarden, kartrekker, kompaan, kordaat en koersvast, vormen het fundament van ons werk. Ze weerspiegelen wie we zijn: proactieve leiders, betrouwbare teamspelers, besluitvaardige professionals en een stabiele factor in een uitdagend veranderend zorglandschap.
De afgelopen maanden hebben we ons bezonnen op ons bestaansrecht, onze overtuigingen, de uitdagingen en kansen die we voor ons zien; een en ander heeft geresulteerd in een nieuw meerjarenbeleidsplan dat per 1 januari 2026 in werking zal treden. Deze begroting voor 2026 vormt een eerste invulling van ons nieuwe meerjarenbeleid. Alvorens in te gaan op enkele concrete initiatieven, bespreken we eerst de druk op de zorg en de uitdagingen die we voor ons zien. 1.3.1. Druk op de zorg De zorgsector staat onder toenemende druk door verschillende maatschappelijke ontwikkelingen: Vergrijzing Onze samenleving veroudert en de zorgvraag groeit. Ouderen hebben vaker en langduriger zorg nodig, wat leidt tot een stijgende druk op alle zorginstanties, inclusief de ambulancezorg. Toename sociale problematiek Psychosociale problematiek en kwetsbaarheid in de samenleving nemen toe. Dit leidt tot complexere zorgvragen en een groeiende behoefte aan multidisciplinaire zorg. Steeds complexere zorgvraag Door medische vooruitgang blijven mensen met chronische aandoeningen langer leven, maar hebben ze vaak intensieve en gespecialiseerde zorg nodig. Dit vraagt om meer expertise en maatwerk binnen het acute zorgnetwerk. Meer en langer zelfstandig wonende ouderen Ouderen blijven steeds langer thuis wonen, al dan niet met hulp van mantelzorgers.
Dit leidt tot een grotere vraag naar zorg aan huis, wat de rol van de ambulancezorg verandert van enkel vervoer naar een bredere zorgverlener aan huis. Tekort aan zorgpersoneel De krapte op de arbeidsmarkt is een van de grootste uitdagingen voor de zorgsector. Het vinden en behouden van gekwalificeerd personeel wordt steeds moeilijker, terwijl de zorgvraag blijft groeien. Dit geldt niet alleen voor ons, maar ook voor onze netwerkpartners.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 4
Technologische ontwikkelingen Innovaties zoals geavanceerde medische apparatuur, digitale communicatie en AI-gestuurde triage maken zorg in potentie efficiënter en beter. Dit vraagt om voortdurende investeringen en bijscholing, zodat onze professionals optimaal profiteren van de nieuwste technologieën. Tegelijkertijd brengt digitalisering grote uitdagingen met zich mee. Het ontwikkelen van landelijk beleid en aangepaste wetgeving kost vaak jaren, terwijl technologische ontwikkelingen snel gaan. Bovendien is zo’n 20% van de bevolking niet of nauwelijks digitaal vaardig, wat drempels creëert in de toegang tot zorg. 1.3.2. Uitdagingen De druk op de zorg leidt tot een aantal uitdagingen waarmee onze organisatie in 2026 te maken zal hebben: Goed en innovatief werkgeverschap De RAV zal moeten investeren in goed en innovatief werkgeverschap. Om de continuïteit en kwaliteit van zorg te waarborgen, moeten we verder kijken dan de traditionele aanpak. We investeren in goed werkgeverschap en loopbaanontwikkeling, maar verkennen ook innovatieve oplossingen.
Denk hierbij aan: (i) het slimmer organiseren van zorg, bijvoorbeeld door technologische ondersteuning of functiedifferentiatie; (ii) het ontwikkelen van combifuncties, waarin professionals ervaring opdoen in zowel de acute zorg als het ziekenhuis; en (iii) het intensiveren van de samenwerking met opleidingsinstituten en netwerkpartners om de instroom en doorstroom van zorgprofessionals te vergroten. Materiaal en middelen We investeren in technologische innovaties en efficiëntere werkprocessen om onze mensen optimaal te ondersteunen. Dit helpt de impact van het personeelstekort te verzachten en verhoogt de veiligheid en effectiviteit van zorgverlening. Kennis en vaardigheden Door de snelle ontwikkelingen in de zorgsector is continue scholing noodzakelijk. Nieuwe triagesystemen, AI-toepassingen en functiedifferentiatie vragen om specialistische kennis op alle niveaus, van zorgverleners en centralisten tot ICT en facilitair beheer. Focus op onze kerntaak De veranderende rol van ambulancezorg in het zorgnetwerk vraagt om een balans tussen innovatie en onze fundamentele opdracht: het leveren van hoogwaardige ambulancezorg. Daarom blijven we onszelf de vraag stellen: hoe draagt elke nieuwe ontwikkeling bij aan de kwaliteit en toegankelijkheid van onze zorg? We zorgen ervoor dat vernieuwing altijd in dienst staat van betere patiëntenzorg.
Van idee naar actie Innovaties en verbeteringen dreigen soms verloren te gaan in de waan van de dag. Om dit te voorkomen, versterken we onze interne processen zodat: goede ideeën niet alleen worden bedacht, maar ook daadwerkelijk worden uitgevoerd; initiatieven duurzaam worden geborgd binnen de organisatie; en medewerkers structureel betrokken worden bij verbeterprocessen. 1.3.3. Drie hoofdthema’s Gelet op de ontwikkelingen en uitdagingen die voor ons staan, zullen we ook in 2026 blijven werken aan de drie hoofdthema’s: ‘A Great Place to Work’ Naar verwachting houden de uitdagingen op de arbeidsmarkt voorlopig nog aan. In ons nieuwe meerjarenbeleid zullen we dan ook aandacht besteden hieraan. Hoe blijven we een goede plek om te werken voor onze huidige collega’s, en hoe zijn we aantrekkelijk voor een nieuwe generatie medewerkers? Een positieve werkomgeving draagt bij aan de tevredenheid en het welzijn van medewerkers, wat op zijn beurt de kwaliteit van de zorg die zij leveren kan verbeteren. Een organisatie die wordt gezien als ‘a great place to work’ kan talent aantrekken en behouden. Voor de (acute) zorg is dat extra van belang, omdat zorg mensenwerk is. Een positieve werkomgeving
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 5
draagt bij aan motivatie en productiviteit, en daarmee uiteindelijk aan betere patiëntenzorg. Kortom, het streven naar ‘a great place to work’ is niet alleen gunstig voor de medewerkers van de RAV, maar ook voor de patiënten die zij bedienen. Het is een investering in de mensen die de zorg verlenen, wat uiteindelijk leidt tot een betere zorgverlening. Netwerksamenwerking De ontwikkelingen rondom zorgcoördinatie vergen van alle zorgaanbieders in onze regio dat we optimaal gaan samenwerken als partner in het zorgnetwerk. Van een keten van zorgaanbieders waar de patiënt doorheen laveert, naar een netwerk van acute zorgaanbieders waarin de patiënt centraal staat. Ketenpartners binnen de zorg worden dan ook netwerkpartners. Voor de RAV is dit ook van belang, aangezien in de acute zorg veel verschillende partijen betrokken zijn bij de zorg voor patiënten. Denk hierbij aan ziekenhuizen, huisartsen, specialisten en andere zorgverleners zoals de GGZ. Een effectieve samenwerking tussen deze partijen kan de kwaliteit en efficiëntie van de zorg verbeteren. Door samen te werken in een netwerk, kunnen deze partijen informatie en middelen delen, wat kan leiden tot betere coördinatie van de zorg. Bovendien kan samenwerking bijdragen aan innovatie en continue verbetering in de zorg.
Door samen te werken, kunnen partijen van elkaar leren, best practices delen, en gezamenlijk oplossingen ontwikkelen voor gemeenschappelijke uitdagingen. Kortom, netwerksamenwerking is niet alleen belangrijk voor de efficiëntie en effectiviteit van de zorg die de RAV levert, maar ook voor de tevredenheid van de patiënten en de continue verbetering en innovatie in de zorg. Het is een cruciaal onderdeel van het streven naar kwaliteit in de acute zorg. Uiteindelijk draagt het bij aan een zo’n optimaal mogelijke aanwending van onze schaarse, gezamenlijke middelen. Organisatieontwikkeling Dit is een belangrijk onderwerp voor de RAV. Zowel de eigen interne organisatie (sterke groei en managementwisselingen), als de buitenwereld (veranderende zorgvraag / sector, invloed van technologie, krappe arbeidsmarkt) is sterk veranderd de afgelopen tijd. Deze verandering zet zich bovendien voort. De RAV past haar organisatie en haar processen hierop aan, met als doel de interne en externe samenwerking te verbeteren. Dit is nodig om de patiënt duurzaam de beste zorg op de juiste plek en het juiste moment te kunnen bieden. Het stelt de RAV ook in staat om effectief te reageren op veranderingen in de gezondheidszorgsector, zoals nieuwe technologieën, veranderende patiëntbehoeften en beleidswijzigingen.
Kortom, organisatieontwikkeling is niet alleen belangrijk voor de groei en het succes van de RAV, maar ook voor het waarborgen van de kwaliteit en effectiviteit van de zorg die zij levert. 1.3.4. Wat mogen patiënten van ons verwachten? De RAV stelt de patiënt centraal: optimale waardecreatie voor de patiënt is ons streven. We leveren mobiele zorg: de juiste ambulancezorg, op het juiste moment, op de juiste plaats en door de juiste hulpverlener. Dit betekent dat we in ieder geval de zorg naar de patiënt brengen, en waar nodig ook de patiënt naar de zorg. Door zorg- en functiedifferentiatie is deze zorg steeds beter afgestemd op de vraag van de patiënt. De RAV heeft de kwaliteit van zorg hoog in het vaandel staan. Wat ook essentieel is voor de kwaliteit van zorg is het evalueren van de geleverde zorg. Sinds 2015 vindt intercollegiale zorgevaluatiebegeleiding (ZEB) plaats. Via ZEB wordt het handelen van onze ambulanceverpleegkundigen en medisch hulpverleners geëvalueerd door middel van een methodiek, die afkomstig is uit de luchtvaart en inmiddels zeer effectief is gebleken. In 2019 is de methodiek uitgebreid naar het handelen van ambulancechauffeurs. Naar verwachting zal ZEB de komende jaren breder worden uitgerold binnen onze organisatie. Verder zijn we trots om te kunnen melden dat we zijn gestart met een patiëntenservicebureau.
Dit zal de komende jaren verder worden uitgebouwd.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 6
Kwaliteitskader Ambulancezorg 2.0 In 2019 zette de ambulancesector een grote stap voorwaarts met de ontwikkeling van het kwaliteitskader ambulancezorg 1.0. Niet langer werd de kwaliteit van de ambulancezorg beoordeeld op alleen de aanrijtijden. In een brede set van kwaliteitssignalen werd beschreven wat goede ambulancezorg is. Versie 2.0 is tot stand gekomen in samenwerking met een brede vertegenwoordiging van ambulancezorgprofessionals, RAV-experts, RAV-bestuurders, cliëntenvertegenwoordigers en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het kwaliteitskader 2.0 bevat 23 signalen, die grotendeels al geïmplementeerd zijn. De set aan kwaliteitseisen is gebaseerd op de zeven pijlers van goede ambulancezorg; 1) bereikbaar en beschikbaar, 2) patiëntgericht, 3) veilig, 4) professioneel, 5) afgestemd met ketenpartners, 6) continu geëvalueerd en waar nodig verbeterd, 7) geleverd door organisaties die hun zaken op orde hebben. Een signaal is een meetbaar element dat een aanwijzing geeft over de kwaliteit van een aspect van de ambulancezorgverlening. De signalen hebben betrekking op het volledige ambulancezorg proces; van het aannemen en beoordelen van de zorgvraag door de meldkamercentralist, de beoordeling ter plaatse en de behandeling en het vervoer van de patiënt tot en met de overdracht van de patiënt aan een andere zorgverlener.
Uit de toelichting op voornoemde bepaling uit de Regeling ambulancezorg-voorzieningen blijkt dat tijdigheid slechts een van de aspecten is van de kwaliteit van ambulancezorg. Daarom wordt in voornoemde bepaling verwezen naar het Kwaliteitskader Ambulancezorg van branchevereniging AZN. We streven ernaar dat onze RAV in 2026 niet alleen verantwoording aflegt over de tijdigheid van de ambulancezorg, maar juist ook over de kwaliteit daarvan. Dit aan de hand van een of meer kwaliteitssignalen. Dit wordt verder opgepakt in de onderhandelingen met de zorgverzekeraars. Verbeterde urgentie-indeling De verbeterde urgentie-indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus en onderscheidt niet alleen spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg, maar ook meldkamerzorg. Het doel van de nieuwe urgentie-indeling is om in geval van echte spoed, in levensbedreigende situaties waarin tijd er echt toe doet, sneller bij de patiënt te zijn en in gevallen waarin dat mogelijk is, iets meer tijd te nemen voor de triage, zodat de patiënt direct op de juiste plek terecht komt en de best passende zorg krijgt. Met behulp van de nieuwe urgentie-indeling is de RAV beter in staat de juiste zorg op de juiste plaats te realiseren. Momenteel wordt gewerkt aan de implementatie van de C1 en C2-urgenties. Naar verwachting is dit in 2026 volledig operationeel.
Prestaties en paraatheid De jaarlijkse bekostiging van de RAV’en is afhankelijk van de prestaties die zij leveren. Op dit moment wordt de bekostiging van RAV’en grotendeels bepaald door ritaanbod, aanrijdtijden en kwalitatieve prestaties in de meldkamers. Op het niveau van de werkgebieden van de Veiligheidsregio’s geldt een inspanningsverplichting voor wat betreft responstijden. Ook geldt een resultaatsverplichting met betrekking tot een juiste spreiding van ambulanceposten over de gebieden. Responstijd valt in drie delen uiteen: meldkamertijd, uitruktijd en aanrijdtijd. Voor de urgentieclassificatie A1 werd uitgegaan van de volgende verdeling: 2 minuten meldkamertijd, 1 minuut uitruktijd en 12 minuten aanrijdtijd. Inmiddels is de oude classificatie A1 opgedeeld in A0 en een nieuwe A1. Voor A0 geldt voornoemde verdeling van 2 minuten, 1 minuut en 12 minuten. Voor de nieuwe A1-classificatie geldt een meldkamertijd van 4 minuten, een uitruktijd van 1 minuut en een rijdtijd van 12 minuten (dus 17 minuten in totaal). Soms wordt de vraag gesteld of niet op fijnmaziger niveau (dan op het niveau van de Veiligheidsregio’s) gekeken moet worden naar de prestaties in de ambulancezorg. Nog afzien van het feit dat, zoals hiervoor al benoemd, kwaliteit breder is dan alleen prestaties, staan wij ook anderszins niet achter deze systematiek.
Er wordt op Veiligheidsregioniveau gemeten omdat daarmee het goed en in samenhang functioneren van de verschillende crisisdiensten wordt ondersteund. Monitoren of verantwoorden op lokaal niveau sluit daar niet op aan. Om lokaal paraat te staan voor inzetten binnen de streefnorm, moet er een aanzienlijke hoeveelheid extra
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 7
ambulances worden ingezet. Ook moeten dan veel ambulanceverpleegkundigen worden onttrokken uit andere sectoren van de zorg. Vervolgens neemt het aantal inzetten per ambulance flink af. Uit het oogpunt van efficiëntie en kwaliteit wordt daarom plaatsgebonden verantwoording niet wenselijk geacht. Innovatie en onderzoek Verandering is geen doel op zich. Elke ontwikkeling binnen de RAV Brabant Midden-West-Noord moet aantoonbare meerwaarde hebben en onderbouwd zijn met gedegen, evidence-based onderzoek. Dit zorgt ervoor dat we innovaties zowel intern als extern goed kunnen uitleggen én verantwoord implementeren. De komende jaren blijven we ons hierop richten, wat betekent dat we de juiste expertise in huis moeten hebben om deze ontwikkelingen te begeleiden en te beoordelen. 1.3.5. Wat mogen (toekomstige) collega’s van ons verwachten? De druk op bestaand en nieuw personeel blijft een belangrijke uitdaging voor de komende jaren. Het behouden van enthousiaste en bekwame medewerkers en het werven van nieuw talent zijn daarom topprioriteiten in ons beleid. Duidelijkheid en richting We willen een platte organisatie blijven, maar met onze groeiende omvang vraagt dat om extra duidelijkheid. De uitbreiding van één Manager Ambulancezorg naar drie Managers Operatiën zal hieraan bijdragen. Naar verwachting zal onze organisatie in 2026 gewend zijn aan deze nieuwe organisatievorm.
Tegelijkertijd beseffen we dat dit niet binnen een paar maanden als vertrouwd zal voelen. Het vraagt van de organisatie om constant duidelijk te blijven communiceren over besluiten en keuzes. Het vraagt van collega’s om kritisch en opbouwend te blijven, om vragen te stellen. Functiedifferentiatie De afgelopen jaren heeft de RAV ingezet op functiedifferentiatie aan de zijde van de rijdienst; naast onze reguliere ALS-ambulances, werken we momenteel naar volle tevredenheid met MCambulances, voor – kort gezegd – planbaar (niet-acuut) vervoer. Verder werken we ook met Verpleegkundig Specialisten, Physician Assistants en Medisch Hulpverleners. Daarnaast leggen we momenteel de basis voor functiedifferentiatie aan de meldkamerkant. De 112-centralist wordt duurzaam ingebed in onze organisatie. In de loop van 2025 gaan we werken met functies als Klinisch Coördinator en Coördinerend Verpleegkundig Centralist, rollen die naar verwachting in 2026 volledig binnen ons werkgebied geïmplementeerd zullen zijn. Vooruitstrevend beleid en innovatie Wij merkten het eerder in deze nota al op; personeelsmanagement kan niet worden los gezien van technologische ontwikkelingen. We verwachten bijvoorbeeld dat begin 2025 de meldkamercentralisten volledig worden ondersteund bij de uitgifte van ambulances door een AI-tool.
Verder streven we ernaar dat er halverwege 2026 een aanvullend triagesysteem zal werken voor verlengde triage. We gaan ervan uit dat innovatieve oplossingen het werk makkelijk en efficiënter maken, maar ook de trots en tevredenheid van collega’s vergroten. Opleiding, loopbaanontwikkeling en doorgroeimogelijkheden Een belangrijk aandachtspunt voor ons is de instroom van nieuwe medewerkers. Dit kan de maximale scholingscapaciteit van de RAV beperken (bijvoorbeeld door de numerus fixus op de BMHopleidingen). Onze RAV heeft haar eigen, landelijk gecertificeerde, opleiding voor ambulanceverpleegkundigen en -chauffeurs. In de opleiding voor ambulanceverpleegkundigen worden zowel gespecialiseerde als niet-gespecialiseerde verpleegkundigen opgeleid. In het hebben van een eigen opleiding zijn we uniek in Nederland. Daar zijn we trots op! Dit biedt ons regie op startmomenten en op de inhoud van de opleiding. Qua ambulanceverpleegkundigen en medisch hulpverleners, streeft de RAV ernaar om zo veel mogelijk mensen aan te nemen. Wij hopen dat het lukt om in 2025 tussen de 20 en 30 nieuwe collegae als verpleegkundigen/medisch hulpverleners te kunnen aannemen. Op geleide daarvan zullen wij ook chauffeurs aannemen. Met dit aantal kunnen we het normale verloop opvangen en iets groeien. De eerste tekenen zijn gunstig. In april en oktober 2025 starten onze
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 8
opleidingsgroepen en medische hulpverleners kunnen flexibel instromen. We streven ernaar deze ontwikkeling in 2026 door te zetten. Naast het opleiden van nieuwe medewerkers, ontplooien we ook andere initiatieven. In ons werkgebied zijn verschillende initiatieven voor DUO-banen (waaronder met het ETZ in Tilburg, het Bravis-ziekenhuis in Bergen op Zoom en Bernhoven in Uden). Hierdoor kunnen SEH/ICverpleegkundigen voor een deel van de tijd worden ingezet als ambulanceverpleegkundige, en andersom. Verder wordt gewerkt aan loopbaan- en loopbaancoachingsbeleid. Ook zijn loopbaanpaden ontwikkeld zodat verdere doorgroei en doorontwikkeling binnen onze organisatie kan worden gestimuleerd. Denk hierbij aan het faciliteren van doorgroei van chauffeur naar verpleegkundige, of van verpleegkundige naar Verpleegkundig Specialist. We streven ernaar om in 2026 een goed werkend loopbaan- en loopbaancoachingsbeleid te hebben geïmplementeerd. In 2026 blijven we uiteraard ook werken aan de bekwaamheid van onze collega’s. Betrokkenheid en continue verbetering Voor onze RAV was 2024 onder ander een belangrijk jaar vanwege het uitgevoerde medewerkerstevredenheidsonderzoek (“MTO”) en het feit dat we zoveel mogelijk collega’s hebben betrokken bij de voorbereidingen voor het nieuwe meerjarenbeleidsplan. Dit zijn onderwerpen die de komende tijd hoog op onze agenda staan.
Halverwege 2025 zal het nieuwe meerjarenbeleidsplan worden vastgesteld, in welk traject we de medewerkers zullen blijven betrekken. Ook houden we de medewerkers actief op de hoogte van de ontwikkelingen die voortkomen uit het MTO. Door blijvende betrokkenheid en transparante communicatie zorgen we ervoor dat het meerjarenbeleidsplan en de inzichten uit het MTO geen momentopnames zijn, maar een doorlopende basis voor vooruitgang. Zo zal er in 2026 een organisatiebreed beleid zijn voor sociale veiligheid. 1.3.6. Wat mogen netwerkpartners van elkaar verwachten? Naar verwachting zal zorgcoördinatie in 2026 zijn geïmplementeerd in de drie regio’s waarin wij actief zijn (West-Brabant, Midden-Brabant en Noord-Oost-Brabant). In algemene zin gaan we ervan uit dat alle energie die nu wordt gestoken in de periodieke overleggen op verschillende niveaus (bestuurlijk, tactisch en operationeel), in 2026 hun vruchten zullen afwerpen. Netwerkpartners weten elkaar te vinden en werken intensief samen. Gegevensuitwisseling is bovendien goed ingeregeld. Aan onze zijde hebben wij een goede basis gelegd voor verlengde triage. We gaan ervan uit dat verlengde triage werkend is binnen ons hele werkgebied. We streven ernaar dat de Klinisch Coördinator volledig ingebed is binnen onze beide meldkamers. Ook gaan we ervan uit dat een aanvullend triagesysteem is geïmplementeerd.
Onze collega’s zullen waarschijnlijk nog (deels) moeten worden opgeleid en getraind. Parallel daaraan vindt ook al monitoring en evaluatie bij op basis van de eerste ervaringen. 1.3.7. Wat mag de maatschappij van ons verwachten? Naast de zorg voor de patiënt die bij ons op de eerste plaats staat, voelen wij ook een grote verantwoordelijkheid ten opzichte van de maatschappij. Wij zijn een publieke organisatie en gaan efficiënt en verantwoord om met de middelen die aan ons zijn toevertrouwd. Daarnaast dragen wij graag bij om samen met onze partners in het acute zorgnetwerk te onderzoeken hoe de bereikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de acute zorg in de toekomst voor iedereen behouden blijft. Dit is een grote maatschappelijke uitdaging, die alleen in samenwerking met alle betrokkenen het hoofd kan worden geboden. Financieel Sinds de oprichting van onze Gemeenschappelijke Regeling in 2005 werken wij met een begroting die volledig is gedekt door het aan ons toegekende budget vanuit de zorgverzekeraars en hebben wij geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig gehad. De RAV is een financieel gezonde organisatie, die efficiënt en verantwoord omgaat met publieke middelen. Ook in 2026 wordt geen gemeentelijke bijdrage gevraagd.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 9
Duurzaamheid & MVO Onze organisatie is verweven met duurzaamheid. Onze RAV verwacht twee nieuwe vestigingen op te leveren in 2026. Naast gebruiksgemak voor onze rijdienst en moderne voorzieningen voor onze kantoorcollega’s, staan eisen rondom duurzaamheid hierbij hoog in het vaandel. Verder wordt gewerkt aan een duurzaam wagenpark. Denk hierbij aan de elektrificatie van de ambulances en het overige wagenpark. Hierbij staan voor uitdagingen wat betreft een goede laadinfrastructuur. Daarnaast kijken we naar de voetafdruk van medewerkers, zoals woon-werkverkeer en verplaatsingen tussen vestigingen. Gezien ons uitgestrekte werkgebied is dit een uitdagende, maar noodzakelijke stap. Tot slot bereiden we ons voor op de groeiende eisen rondom duurzaamheid, zoals de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Duurzaamheid is voor ons kortom geen losse ambitie, maar een integraal onderdeel van onze strategie.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 10
2 PROGRAMMA’S De RAV Brabant Midden-West-Noord heeft één programma, namelijk onderscheidt een viertal deelprogramma’s: Meldkameractiviteiten in de regio Brabant-Noord Meldkameractiviteiten in de regio Midden- en West-Brabant Ambulancehulpverlening in de regio Brabant-Noord Ambulancehulpverlening in de regio Midden- en West-Brabant
Ambulancezorg
en
In dit hoofdstuk wordt per deelprogramma uiteengezet wat de RAV Brabant Midden-West-Noord in 2026 wil bereiken, wat we hiervoor gaan doen en wat dit gaat kosten. Uitgangspunt hierbij zijn kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, optimale spreiding en beschikbaarheid en bedrijfsvoering binnen budgettaire kaders. 2.1
Meldkamer Brabant-Noord
2.1.1 Wat willen we bereiken? Best passende zorg voor de patiënt Het efficiënt en zorgvuldig afhandelen van de meldingen die binnenkomen op de meldkamer ambulancezorg. Verbetering van de kwaliteit van zorg door een juiste indicatiestelling en urgentiebepaling. Behouden van het niveau van de ACE-status op het triagesysteem ProQA De MKA Brabant-Noord behaalde in september 2016 de ACE-status. Een van de prestatieindicatoren om te monitoren of het gewenste niveau gehandhaafd blijft, is de nalevingsscore. Optimale spreiding en beschikbaarheid Het optimaal inzetten van de beschikbare ambulances door de meldkamer. De aansturing door de meldkamer heeft direct effect op de overschrijdingspercentages van het spoedvervoer. In 2025 beschikken wij over software die, op basis van AI, de MKA ondersteunt in het realiseren van optimale spreiding en beschikbaarheid. We gaan ervan uit dat dit in 2026 volledig is geïntegreerd. Verlengde triage In 2025 wordt gewerkt aan het implementeren van diverse initiatieven die te maken hebben met verlengde triage. Door aan de meldkamerzijde “slimmer” te triëren kunnen we nog effectievere en efficiëntere ambulancezorg verlenen. Denk hierbij aan de inzet van de Klinisch Coördinator, maar bijvoorbeeld ook aan een nieuw softwarepakket voor verlengde triage.
2.1.2 Wat gaan we hiervoor doen? Zorgcoördinatie De RAV blijft zich de komende tijd inspannen om bij te dragen aan de implementatie van zorgcoördinatievoorzieningen binnen de drie zorgcoördinatieregio’s in ons werkgebied, zowel in AZNverband als in overlegvormen met de netwerkpartners in de acute zorg. Verpleegkundig specialist/Physician Assistant op de meldkamer Zoals zorgcoördinatie zich richt op de best passende zorg voor de patiënt op het niveau van de verschillende hulpverleners, kan de inzet van de VS en PA op de meldkamer aan dat doel bijdragen op het niveau van de ambulancezorg. Door hun specifieke expertise te gebruiken bij de diagnosestelling op de meldkamer, kan gerichter worden bepaald welke van de verschillende ‘smaken’ binnen onze gedifferentieerde ambulancezorg het beste aansluit bij de zorgvraag van de patiënt.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 11
2.1.3 Wat gaat het kosten? Product
MKA Brabant-Noord
2.2
Lasten
2.698.000
inkomsten
Overige
Nza
Gemeentelijke Totaal resultaat excl. inkomsten bijdrage overhead
2.797.000
18.000
0
117.000
Meldkamer Midden- en West-Brabant
2.2.1 Wat willen we bereiken? Best passende zorg voor de patiënt Het efficiënt en zorgvuldig afhandelen van de meldingen die binnenkomen op de meldkamer ambulancezorg. Verbetering van de kwaliteit van zorg door een juiste indicatiestelling en urgentiebepaling. Behouden van het niveau van de ACE-status op het triagesysteem ProQA De MKA Brabant-Noord behaalde in september 2016 de ACE-status. Een van de prestatieindicatoren om te monitoren of het gewenste niveau gehandhaafd blijft, is de nalevingsscore. Optimale spreiding en beschikbaarheid Het optimaal inzetten van de beschikbare ambulances door de meldkamer. De aansturing door de meldkamer heeft direct effect op de overschrijdingspercentages van het spoedvervoer. In 2025 beschikken wij over software die, op basis van AI, de MKA ondersteunt in het realiseren van optimale spreiding en beschikbaarheid. We gaan ervan uit dat dit in 2026 volledig is geïntegreerd. Verlengde triage In 2025 wordt gewerkt aan het implementeren van diverse initiatieven die te maken hebben met verlengde triage. Door aan de meldkamerzijde “slimmer” te triëren kunnen we nog effectievere en efficiëntere ambulancezorg verlenen. Denk hierbij aan de inzet van de Klinisch Coördinator, maar bijvoorbeeld ook aan een nieuw softwarepakket voor verlengde triage.
2.2.2 Wat gaan we hiervoor doen? Zorgcoördinatie De RAV blijft zich de komende tijd inspannen om bij te dragen aan de implementatie van zorgcoördinatievoorzieningen binnen de drie zorgcoördinatieregio’s in ons werkgebied, zowel in AZNverband als in overlegvormen met de netwerkpartners in de acute zorg. Verpleegkundig specialist/Physician Assistant op de meldkamer Zoals zorgcoördinatie zich richt op de best passende zorg voor de patiënt op het niveau van de verschillende hulpverleners, kan de inzet van de VS en PA op de meldkamer aan dat doel bijdragen op het niveau van de ambulancezorg. Door hun specifieke expertise te gebruiken bij de diagnosestelling op de meldkamer, kan gerichter worden bepaald welke van de verschillende ‘smaken’ binnen onze gedifferentieerde ambulancezorg het beste aansluit bij de zorgvraag van de patiënt.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 12
2.2.3 Wat gaat het kosten? Product
MKA MiddenBrabant 2.3
Lasten
en
inkomsten
Overige
Nza
Gemeentelijke Totaal resultaat excl. overhead inkomsten bijdrage
4.122.000
18.000
West 3.806.000
0
334.000
RAV Brabant-Noord
2.3.1 Wat willen we bereiken? Optimaliseren patiëntveiligheid en verhogen van de kwaliteit van zorg In het kader van de zorgevaluatie (ZEB) worden hulpverleningen sinds 2017 onder vastgestelde thema’s systematisch via collegiale intervisie besproken. Essentiële gegevens worden vastgelegd in een database. In 2026 hebben we als doelstelling dat elke ambulanceverpleegkundige minstens 1x per jaar een fysiek ZEB-gesprek heeft waarbij een hulpverlening wordt geëvalueerd. De beste passende zorg voor de patiënt De zorgvraag van de patiënt staat centraal. Dit betekent dat vervoer alleen plaatsvindt als dat strikt nodig is, en dat het soms beter is om de juiste zorg ter plaatse te leveren. We maken een weloverwogen afweging om óf de zorg naar de patiënt te brengen óf de patiënt naar de zorg. Was er voorheen altijd een intentie tot vervoer, nu verschuift het accent langzaam naar acute mobiele zorg zonder vervoer. Dit vergt uitbreiding van het zorgaanbod binnen de ambulancehulpverlening in de vorm van zorgdifferentiatie. We doen dit op verschillende manieren. De inzet van Verpleegkundig Specialisten (VS) en Physician Assistants (PA) in het primair proces is daar één van. Deze groep heeft meer mogelijkheden en expertise in diagnosestelling, en meer bevoegdheden in behandeling van de patiënt.
Een andere manier om beter aan te kunnen sluiten op de zorgvraag van de patiënt is onze divisie Middencomplex Ambulancevervoer (MCA). Na een aantal jaren van voorbereiding, werving en (bij)scholing is in 2025 sprake van twee volwaardige MCA-teams die samen het ambulancevervoer verzorgen in de categorie laag- en middencomplex vervoer. Realiseren van prestatieafspraken De RAV Brabant-Noord heeft de ambitie om in 2026, onder normale omstandigheden, bij minimaal 95% van de hulpverleningen met urgentie A0 binnen 15 minuten na melding ter plaatse te zijn en bij urgentie A2 binnen 30 minuten. Ook streven we ernaar dat 80% van het B2-vervoer wordt gereden door de MCA. Hiervoor is het nodig dat paraatheid conform het actuele referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid wordt geleverd. Voorwaarde daarbij is dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het benodigde niveau gebracht kan worden, en dat er geen sprake is van afwijkende omstandigheden. Tot slot streven we ernaar om een of meer kwaliteitssignalen toe te voegen aan de prestatieafspraken. Voldoen aan de WAV-vereisten De RAV spant zich in om te blijven voldoen aan de eisen van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Belangrijk hierbij is om de bedrijfsvoering binnen de budgettaire kaders te houden van de vigerende bekostigingssystematiek.
2.3.2 Wat gaan we hiervoor doen? Voortzetten ZEB-traject verpleegkundigen In 2026 willen we ervoor zorgen dat het aantal zorgevaluatiebegeleiders op peil blijft, én bewaken dat zij in staat worden gesteld om de voor ZEB bestemde tijd daadwerkelijk in te zetten, zodat het gestelde doel (1 fysiek ZEB-gesprek per ambulanceverpleegkundige per jaar) wordt behaald.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 13
Evaluatie van zorg met de patiënt De RAV Brabant MWN heeft een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren. De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult (voorheen Eerste Hulp, Geen Vervoer). In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts. Het evaluatieinstrument is in het voorjaar van 2023 geïmplementeerd en de doelstelling is om in 2026 met minimaal 100 patiënten telefonisch te evalueren en met minimaal 250 patiënten via een ingevuld antwoordkaartje. Zorgdifferentiatie Om de geleverde ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, realiseren wij de komende jaren differentiatie, door verschillende niveaus van de ambulancezorg te bieden. Naast het reguliere ambulancevoer leveren we ook middencomplexe ambulancezorg en zetten we verpleegkundig specialisten en physician assistants in het primaire proces van ambulancezorg in. Functiedifferentiatie Zorgdifferentiatie vereist functiedifferentiatie. Voor de verschillende niveaus van ambulancezorg is verschillende expertise nodig. Een belangrijke rol is weggelegd voor de groep verpleegkundig specialisten en physician assistants. De complexere zorgvraag van de patiënt heeft aanvullende expertise nodig.
VS en PA passen goed in dit profiel omdat zij meer kennis hebben en meer handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Paraatheid versus personeelstekort In 2026 is het streven om de paraatheid te leveren conform het referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid, onder voorwaarde dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht. De RAV voert een actief en aantrekkelijk wervingsbeleid en een loopbaanbeleid waarin aandacht is voor functiedifferentiatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is er inzet van BMH (bachelor medische hulpverlening), en leiden wij zelf op tot ambulanceverpleegkundige en -chauffeur binnen onze CZO-geaccrediteerde interne opleiding. 2026
2025
2024
aantal aantal aantal aantal
34.000 16.000 16.000 66.000
34.000 15.000 5.000 54.000
36.000 16.000 12.000 64.000
Prestatie-indicatoren tijd waarbinnen 95% van de A0-ritten ter plaatse is tijd waarbinnen 95% van de A1-ritten ter plaatse is tijd waarbinnen 95% van de A2-ritten ter plaatse is B2 door MCA gereden elke verpleegkundige 1x fysiek ZEB-gesprek evaluatie mobiel zorgconsult met patiënt telefonisch evaluatie mobiel zorgconsult met patiënt via kaartje
min min min % % aantal aantal
0:15:00 0:17:00 0:30:00 80% 100% 100 250
0:15:00 0:17:00 0:30:00 80% 100% 100 250
0:15:00 0:30:00 100% -
Ritten naar urgentie Urgentie A0/A1 Urgentie A2 Urgentie B1/B2 Overig Totaal ritten
aantal aantal aantal aantal aantal
26.000 15.000 9.000 16.000 66.000
26.000 19.000 9.000 0 54.000
27.000 27.000 10.000 0 64.000
Productie Declarabele ritten Mobiel zorgconsult (EHGV-ritten) Niet-declarabele ritten Totaal ritten
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 14
Toelichting Declarabele rit
Ambulancerit in opdracht van de MKA, waarbij vervoer voor de patiënt geïndiceerd is.
Mobiel zorgconsult
Een mobiel zorgconsult is een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening en of vervoer waarbij vervoer na onderzoek van de patiënt niet nodig blijkt te zijn, maar wel ter plaatse zorg wordt verleend. Voorheen werden deze ritten EHGV (Eerste Hulp Geen Vervoer) genoemd.
Niet-declarabele rit
Rit die niet gedeclareerd wordt; dit kan een voorwaardenscheppende, een loze rit of een afgebroken rit zijn.
Urgentie A0
Directe inzet met grootst mogelijke spoed
Urgentie A1
Directe inzet met spoed
Urgentie A2
Zo spoedig mogelijke inzet
Urgentie B1
Geplande inzet op bepaald tijdstip, hoogcomplexe zorgvraag
Urgentie B2
Geplande inzet zorgvraag
MCA
Middencomplex ambulancevervoer
Productie
De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2026 is gebaseerd op de productie van voorgaande jaren.
op
bepaald
tijdstip,
midden-/laagcomplexe
2.3.3 Wat gaat het kosten? Product
Lasten
inkomsten
Nza RAV Brabant-Noord
2.4
29.957.000
Overige
Gemeentelijke Totaal resultaat excl. overhead inkomsten bijdrage
33.223.000 1.685.000 0
4.951.000
RAV Midden- en West-Brabant
2.4.1 Wat willen we bereiken? Optimaliseren patiëntveiligheid en verhogen van de kwaliteit van zorg In het kader van de zorgevaluatie (ZEB) worden hulpverleningen sinds 2017 onder vastgestelde thema’s systematisch via collegiale intervisie besproken. Essentiële gegevens worden vastgelegd in een database. In 2026 hebben we als doelstelling dat elke ambulanceverpleegkundige minstens 1x per jaar een fysiek ZEB-gesprek heeft waarbij een hulpverlening wordt geëvalueerd. De beste passende zorg voor de patiënt De zorgvraag van de patiënt staat centraal. Dit betekent dat vervoer alleen plaatsvindt als dat strikt nodig is, en dat het soms beter is om de juiste zorg ter plaatse te leveren. We maken een weloverwogen afweging om óf de zorg naar de patiënt te brengen óf de patiënt naar de zorg. Was er voorheen altijd een intentie tot vervoer, nu verschuift het accent langzaam naar acute mobiele zorg zonder vervoer. Dit vergt uitbreiding van het zorgaanbod binnen de ambulancehulpverlening in de vorm van zorgdifferentiatie. We doen dit op verschillende manieren.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 15
De inzet van Verpleegkundig Specialisten (VS) en Physician Assistants (PA) in het primair proces is daar één van. Deze groep heeft meer mogelijkheden en expertise in diagnosestelling, en meer bevoegdheden in behandeling van de patiënt. Een andere manier om beter aan te kunnen sluiten op de zorgvraag van de patiënt is onze divisie Middencomplex Ambulancevervoer (MCA). Na een aantal jaren van voorbereiding, werving en (bij)scholing is in 2025 sprake van twee volwaardige MCA-teams die samen het ambulancevervoer verzorgen in de categorie laag- en middencomplex vervoer. Realiseren van prestatieafspraken De RAV Brabant-Noord heeft de ambitie om in 2026, onder normale omstandigheden, bij minimaal 95% van de hulpverleningen met urgentie A0 binnen 15 minuten na melding ter plaatse te zijn en bij urgentie A2 binnen 30 minuten. Ook streven we ernaar dat 90% van het B2-vervoer wordt gereden door de MCA. Hiervoor is het nodig dat paraatheid conform het actuele referentiekader Spreiding en Beschikbaarheid wordt geleverd. Voorwaarde daarbij is dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het benodigde niveau gebracht kan worden, en dat er geen sprake is van afwijkende omstandigheden. Tot slot streven we ernaar om een of meer kwaliteitssignalen toe te voegen aan de prestatieafspraken.
Voldoen aan de WAV-vereisten De RAV spant zich in om te blijven voldoen aan de eisen van de Wet Ambulancezorgvoorzieningen. Belangrijk hierbij is om de bedrijfsvoering binnen de budgettaire kaders te houden van de vigerende bekostigingssystematiek. 2.4.2 Wat gaan we hiervoor doen? Voortzetten ZEB-traject verpleegkundigen In 2025 willen we ervoor zorgen dat het aantal zorgevaluatiebegeleiders op peil blijft, én bewaken dat zij in staat worden gesteld om de voor ZEB bestemde tijd daadwerkelijk in te zetten, zodat het gestelde doel (1 fysiek ZEB-gesprek per ambulanceverpleegkundige per jaar) wordt behaald. Evaluatie van zorg met de patiënt De RAV Brabant MWN heeft een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren. De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult (voorheen Eerste Hulp, Geen Vervoer). In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts. Het evaluatieinstrument is in het voorjaar van 2023 geïmplementeerd en de doelstelling is om in 2025 met minimaal 100 patiënten telefonisch te evalueren en met minimaal 250 patiënten via een ingevuld antwoordkaartje.
Zorgdifferentiatie Om de geleverde ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, realiseren wij de komende jaren differentiatie, door verschillende niveaus van de ambulancezorg te bieden. Naast het reguliere ambulancevoer leveren we ook laag- en middencomplexe ambulancezorg en zetten we verpleegkundig specialisten en physician assistants in het primaire proces van ambulancezorg in. Functiedifferentiatie Zorgdifferentiatie vereist functiedifferentiatie. Voor de verschillende niveaus van ambulancezorg is verschillende expertise nodig. Een belangrijke rol is weggelegd voor de groep verpleegkundig specialisten en physician assistants. De complexere zorgvraag van de patiënt heeft aanvullende expertise nodig. VS en PA passen goed in dit profiel omdat zij meer kennis hebben en meer handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Paraatheid versus personeelstekort In 2026 is het streven om de paraatheid te leveren conform het referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid, onder voorwaarde dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht. De RAV voert een actief en aantrekkelijk wervingsbeleid en een loopbaanbeleid waarin aandacht is voor functiedifferentiatie en ontwikkelingsmogelijkheden.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 16
Daarnaast is er inzet van BMH (bachelor medische hulpverlening), en leiden wij zelf op tot ambulanceverpleegkundige en -chauffeur binnen onze CZO-geaccrediteerde interne opleiding. 2.4.2 Wat gaan we hiervoor doen? Voortzetten ZEB-traject verpleegkundigen In 2026 willen we ervoor zorgen dat het aantal zorgevaluatiebegeleiders op peil blijft, én bewaken dat zij in staat worden gesteld om de voor ZEB bestemde tijd daadwerkelijk in te zetten, zodat het gestelde doel (1 fysiek ZEB-gesprek per ambulanceverpleegkundige per jaar) wordt behaald. Evaluatie van zorg met de patiënt De RAV Brabant MWN heeft een instrument ontwikkeld om de geleverde zorg rechtstreeks, één op één, met de betreffende patiënt te evalueren. De focus ligt hierbij op het mobiele zorgconsult (voorheen Eerste Hulp, Geen Vervoer). In plaats van de patiënt naar het ziekenhuis te vervoeren wordt deze thuis geholpen, al dan niet in afstemming met de huisarts. Het evaluatieinstrument is in het voorjaar van 2023 geïmplementeerd en de doelstelling is om in 2026 met minimaal 100 patiënten telefonisch te evalueren en met minimaal 250 patiënten via een ingevuld antwoordkaartje. Zorgdifferentiatie Om de geleverde ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, realiseren wij de komende jaren differentiatie, door verschillende niveaus van de ambulancezorg te bieden.
Naast het reguliere ambulancevoer leveren we ook middencomplexe ambulancezorg en zetten we verpleegkundig specialisten en physician assistants in het primaire proces van ambulancezorg in. Functiedifferentiatie Zorgdifferentiatie vereist functiedifferentiatie. Voor de verschillende niveaus van ambulancezorg is verschillende expertise nodig. Een belangrijke rol is weggelegd voor de groep verpleegkundig specialisten en physician assistants. De complexere zorgvraag van de patiënt heeft aanvullende expertise nodig. VS en PA passen goed in dit profiel omdat zij meer kennis hebben en meer handelingen zelfstandig mogen uitvoeren. Paraatheid versus personeelstekort In 2026 is het streven om de paraatheid te leveren conform het referentiekader Spreiding & Beschikbaarheid, onder voorwaarde dat de formatie ambulanceverpleegkundigen op het gewenste niveau kan worden gebracht. De RAV voert een actief en aantrekkelijk wervingsbeleid en een loopbaanbeleid waarin aandacht is voor functiedifferentiatie en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is er inzet van BMH (bachelor medische hulpverlening), en leiden wij zelf op tot ambulanceverpleegkundige en -chauffeur binnen onze CZO-geaccrediteerde interne opleiding.
Productie Declarabele ritten Mobiel zorgconsult (EHGV-ritten) Niet-declarabele ritten Totaal ritten Prestatie-indicatoren tijd waarbinnen 95% van de A0-ritten ter plaatse is tijd waarbinnen 95% van de A1-ritten ter plaatse is tijd waarbinnen 95% van de A2-ritten ter plaatse is B2 door MCA gereden elke verpleegkundige 1x fysiek ZEB-gesprek evaluatie mobiel zorgconsult met patiënt telefonisch evaluatie mobiel zorgconsult met patiënt via kaartje
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
2026
2025
2024
aantal aantal aantal aantal
68.000 30.000 47.000 145.000
70.000 28.000 10.000 108.000
73.000 27.000 25.000 125.000
min min min % % aantal aantal
0:15:00 0:17:00 0:30:00 90% 100% 100 250
0:15:00 0:17:00 0:30:00 90% 100% 100 250
0:15:00 0:30:00 100% -
pagina 17
Ritten naar urgentie Urgentie A0/A1 Urgentie A2 Urgentie B1/B2 Overig Totaal ritten
aantal aantal aantal aantal aantal
Toelichting Declarabele rit
50.000 28.000 20.000 47.000 145.000
53.000 35.000 20.000 0 108.000
55.000 48.000 22.000 0 125.000
Ambulancerit in opdracht van de MKA, waarbij vervoer voor de patiënt geïndiceerd is.
Mobiel zorgconsult
Een mobiel zorgconsult is een rit die wordt uitgevoerd met de intentie tot hulpverlening en of vervoer waarbij vervoer na onderzoek van de patiënt niet nodig blijkt te zijn, maar wel ter plaatse zorg wordt verleend. Voorheen werden deze ritten EHGV (Eerste Hulp Geen Vervoer) genoemd.
Niet-declarabele rit
Rit die niet gedeclareerd wordt; dit kan een voorwaardenscheppende, een loze rit of een afgebroken rit zijn.
Urgentie A0
Directe inzet met grootst mogelijke spoed
Urgentie A1
Directe inzet met spoed
Urgentie A2
Zo spoedig mogelijke inzet
Urgentie B1
Geplande inzet op bepaald tijdstip, hoogcomplexe zorgvraag
Urgentie B2
Geplande inzet zorgvraag
MCA
Middencomplex ambulancevervoer
Productie
De prognose van het aantal declarabele meldingen voor de begroting 2026 is gebaseerd op de productie van voorgaande jaren.
op
bepaald
tijdstip,
midden-/laagcomplexe
2.4.3 Wat gaat het kosten? Product
Lasten
inkomsten
Nza RAV MiddenBrabant
2.5
en
Overige
Gemeentelijke Totaal resultaat excl. overhead inkomsten bijdrage
West 53.362.000
58.600.000 3.157.000 0
8.395.000
Overzicht overhead
Het BBV schrijft voor dat we de overhead van de RAV begroten op een centrale begrotingspost: het ’overzicht overhead’. In deze begrotingspost zijn de automatiseringskosten, huisvestingskosten en diverse materiële overheadlasten (drukwerk, opleidingskosten etc.) opgenomen. Daarnaast zijn de personele lasten opgenomen van die functies die we op grond van de ’notitie overhead’ van de commissie BBV kwalificeren als overhead. Niet alle functies die we bij de RAV kennen, zijn specifiek in deze notitie genoemd. Voor de indeling zoals gehanteerd, hebben we dus een aantal pleitbare aannames moeten doen, die zijn afgestemd met materiedeskundigen.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 18
Om inzichtelijk te maken waar de overhead uit bestaat, is deze verdeeld in 4 onderdelen:
Overzicht overhead Huisvesting/automatisering Uitbestede bedrijfsvoering aan HSC Personeel overig Totaal
real. 2024 378.532 2.050.000 8.977.870 770.138 12.176.540
begr 2025 386.137 2.124.925 9.024.851 629.087 12.165.000
begr 2026 437.939 2.409.995 10.235.583 713.482 13.797.000
De begrote overhead van 2025 is conform de begrotingswijziging 2025, die op 3 juli 2025 zal worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van de RAV. In 2026 bedraagt de overhead 13,3 % van de totale kosten.
BEGROTING 2026 RAV BRABANT MWN
pagina 19
3 PARAGRAAF ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Doel van het onderhoud is kapitaalverlies te voorkomen en de gebouwen en installaties in zodanige (bouw)technische staat te houden, dat de gebruiksmogelijkheden en/of huurinkomsten gewaarborgd zijn. Hiervoor is een meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) opgesteld. De basis voor de MJOP wordt gevormd door een conditiemeting van het gebouw. Deze conditiemeting wordt door gecertificeerde inspecteurs uitgevoerd voor alle locaties, dit conform de eisen van NEN 2767. Hierbij maakt men gebruik van de elementencoderingen gebaseerd op de NLSFB codering. De NL-SFB codering heeft zich in Nederland ontwikkeld tot de standaard op het gebied van elementgerichte classificaties en wordt veel toegepast bij meerjarenonderhoud. Deze gegevens zijn opgenomen in het softwarepakket Planon Building Management, en met de door Planon aangeleverde kengetallen verwerkt tot de MJOP. De MJOP is een richtlijn voor uitvoering van onderhoud met een raming van de kosten. Op basis hiervan worden de jaarlijks opgenomen activiteiten uitgevoerd. We gebruiken als standaardnorm voor de mate en wijze van onderhoud, de waardering “goede conditie”. Jaarlijks worden nog een aantal zaken nagetrokken door de senior medewerker facilitair i.s.m. de teammanager facilitair: 1. Is de conditie zodanig dat uitvoering noodzakelijk is (dit is o.a.