Programmabegroting 2022 2132680.pdf
Tekst van het document
bedrag
AfschrijvingsKap. Lasten
Struc.
periode
Kpl. Rollend materieel
88
Ransomes cirkelmaaier
42.000
8.400
8.400 5 jaar
Carrerro met maaidek
25.000
3.600
3.600 7 jaar
Zeroturn
20.000
4.000
4.000 5 jaar
Zeroturn
20.000
4.000
4.000 5 jaar
Rioolreiniger
24.000
2.400
2.400 10 jaar
Programma's
InvesteringsInvesteringen 2023
bedrag 131.000
TOTAAL 2023
AfschrijvingsKap. Lasten
Struc.
22.400
periode 22.400
InvesteringsInvesteringen 2024
bedrag
AfschrijvingsKap. Lasten
Struc.
periode
Kpl. Rollend materieel Renault Master met veegvuil
48.000
8.000
8.000 6 jaar
Renault Master met veegvuil
48.000
8.000
8.000 6 jaar
Hefblok ondergrondse containers
11.000
1.600
1.600 7 jaar
Veegmachine Bucher
180.000
22.500
22.500 8 jaar
Ransomes maaimachine 5 delig
71.000
14.200
14.200 5 jaar
TOTAAL 2024
358.000
54.300
54.300
InvesteringsInvesteringen 2025
bedrag
AfschrijvingsKap. Lasten
Struc.
periode
Kpl. Rollend materieel Renault Master met kraantje
50.000
7.200
7.200 7 jaar
Renault Master met kraantje
50.000
7.200
7.200 7 jaar
Renault Master
44.000
6.300
6.300 7 jaar
Ford connect
30.000
4.300
4.300 7 jaar
Bestelbus gesloten (Renault)
27.000
3.900
3.900 7 jaar
Trafficbus (Renault)
36.000
4.500
4.500 8 jaar
Veegmachine Bucher
180.000
22.500
22.500 8 jaar
Sneeuwploeg
14.000
1.400
1.400 10 jaar
Vorkheftruck Gemeentewerf
33.000
4.200
4.200 8 jaar
Tractor New Holland + fronthef
48.000
8.000
8.000 6 jaar
Tractor New Holland met toebehoren
24.000
4.800
4.800 5 jaar
Kubota maaier
10.000
2.000
2.000 5 jaar
Houtversnipperaar met motor wijkteam
18.000
3.000
3.000 6 jaar
Houtversnipperaar met motor wijkteam
18.000
3.000
3.000 6 jaar
TOTAAL 2025
582.000
82.300
82.300
Verbonden partijen Aan de doelen van dit programma werken wij samen met de volgende verbonden partijen: West-Brabants Archief Levert een bijdrage aan een efficiënte en effectieve borging van de digitale informatie voor de bedrijfsvoering, verantwoording en controleerbaarheid nu en voor erfgoed in de toekomst. Daarnaast dient de organisatie te voorzien in het oppakken van nieuwe taken rondom het E-depot. Regio West Brabant Levert – in samenwerking met de gemeenten – een bijdrage bij bovengemeentelijke beleidsmatige en strategische vraagstukken. In deze regeling zijn ondergebracht het SES (Sociaal Economische
Programma's
89
Samenwerking), KCV (Kleinschalig Collectief Vervoer), Regiobureau Breda, Milieu & Afval Regio Breda, GGA (gebiedsgerichte aanpak) en het Mobiliteitscentrum West-Brabant. Stichting Inkoopbureau West-Brabant Het creëren van voordelen op zowel financieel, kwalitatief, procesmatig en duurzaam gebied op het terrein van inkoop en aanbestedingen voor de zelfstandige gemeenten en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.
90
Programma's
Totaal overzicht verplichte beleidsindicatoren
Programma's
91
Verklarende lijst beleidsindicatoren
92
Programma's
Paragrafen en bijlagen
Paragrafen en bijlagen
93
94
Paragrafen en bijlagen
Paragrafen
Paragrafen en bijlagen
95
96
Paragrafen en bijlagen
Paragraaf lokale heffingen
Paragrafen en bijlagen
97
Overzicht lokale heffingen Onderstaande tabel geeft weer welke opbrengsten uit lokale heffingen zijn geraamd als dekking in de begroting: Omschrijving
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Onroerende zaakbelastingen: - eigenaren
4.074.073
4.177.800
4.303.597
- gebruikers
726.568
788.400
798.517
Afvalstoffenheffing
3.698.739
3.767.000
3.777.692
Rioolheffing
1.717.421
1.878.400
2.001.706
Hondenbelasting
98.476
-
-
Toeristenbelasting
79.215
104.900
104.900
Forensenbelasting
6.776
7.100
7.100
Reclamebelasting
68.524
83.200
83.200
Leges bouwvergunningen c.a.
762.632
656.000
657.413
Leges burgerzaken
215.493
508.300
461.543
Leges openbare orde
8.259
13.300
13.000
Marktgelden
1.840
3.100
3.100
Begraafrechten
21.456
74.300
74.300
11.479.472
12.061.800
12.286.068
Totaal
Ontwikkelingen van de lokale lasten / overhead In het raadsprogramma Aan de slag! 2019-2022 is opgenomen dat de totale belastingdruk maximaal wordt verhoogd met loon- en prijsstijgingen (inflatievolgend). Bij de begroting 2022 is voor de OZB uitgegaan van een stijgingspercentage van 1,5%. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing is uitgegaan van 100% kostendekking. De lokale lasten voor 2022 bedragen: Lokale lasten
Eénpersoonshuishoudens
Meerpersoonshuishoudens
2021
2021
2022
OZB-Zakelijk recht
€ 282.00
€ 296.00
€ 282.00
€ 296.00
Rioolheffing
€ 129.00
€ 148.00
€ 152.00
€ 175.00
Afvalstoffenheffing
€ 298.00
€ 296.00
€ 397.00
€ 395.00
€ 709
€ 740
€ 831
€ 866
Totaal
4,37%
Stijgingspercentage Landelijk gemiddelde
98
2022
Paragrafen en bijlagen
€ 737.00
4,21% € 811.00
In de bovenstaande tabel is bij de berekening van de woonlasten uitgegaan van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in 2021 van € 244.000 en een tariefstijging voor 2022 van 11%. Het bedrag dat is opgenomen als landelijk gemiddelde woonlast voor 2021 is ontleend aan de Atlas van de lokale belastingen 2021 (de COELO atlas). Plaats op de ranglijst In dezelfde Atlas zijn de lasten van alle 377 Nederlandse (deel)gemeenten in beeld gebracht en op een ranglijst gezet. Daarbij worden de lasten voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolrecht bij elkaar opgesteld voor gemiddelde huishoudens, verdeeld naar huurders en eigenaren. Uit deze ranglijst blijkt dat Steenbergen voor de eigenaren op plaats 185 staat en voor de huurders op plaats 262. Vervolgonderzoek lokale heffingen Mede naar aanleiding van het onderzoek naar de hoogte van de gemeentelijke lasten in Steenbergen ten opzichte van de regio is er in 2020 een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om de lasten voor de inwoners en bedrijven zo laag mogelijk te houden. De resultaten hebben geleid tot aanpassingen in het rioolrecht. In het raadsvoorstel is aangegeven dat er in 2021 een verdiepend onderzoek zou volgen naar mogelijkheden om verdere stappen te zetten (verbreden en verdiepen). Dit onderzoek loopt momenteel nog.
Evenals vorig jaar worden de resultaten betrokken bij de voorbereiding van de voorstellen voor de belastingverordeningen 2022. Deze worden voor de maand december geagendeerd voor behandeling in de raad. De tarieven die in deze begroting zijn opgenomen zijn dus voorlopig. Overhead Overhead en rentetoerekening centraal In het BBV wordt overhead gedefinieerd als 'alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces'. Deze definitie omvat onder andere elementen die via de gangbare definitie uit 'Vensters voor Bedrijfsvoering' tot overheadkosten kunnen worden gerekend, maar beperkt zich daar niet toe. Naast de loonkosten van de zogenaamde PIOFACHfuncties in de definitie van 'Vensters voor Bedrijfsvoering', omvat de in de BBV-definitie bedoelde overhead ook de ICT-kosten van alle PIOFACH-systemen, alle ambtelijke huisvestingskosten, alle uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de programma's of taakvelden in het primaire proces. (NB: PIOFACH staat voor de functies personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting) In de begroting worden baten en lasten van overhead niet meer onder de afzonderlijke beleidsprogramma 's geregistreerd maar opgenomen in het programma Bestuur en Dienstverlening.
Overhead wordt ook toegerekend aan taken en activiteiten waarvoor de gemeente kostendekkende tarieven berekent. Door de bovengenoemde wetswijziging moet deze overhead echter extracomptabel worden berekend in de vorm van een opslagpercentage. De gemeente legt in de financiele verordening vast welke methode wordt gevolgd bij het bepalen van het percentage overhead. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de diverse heffingen wordt het toegerekende bedrag aan overhead afzonderlijk vermeld. Het opslagpercentage overhead op de personeelskosten voor 2022 bedraagt 85,14% (82,50%, 2021) en voor de buitendienst 71,05% (66,99%, 2021). Voor de buitendienst is het percentage lager omdat zij niet zijn gehuisvest in het gemeentehuis.
Onroerende zaakbelastingen In 2019 is de macronorm voor de laatste keer toegepast. Dit is een norm voor de totale opbrengsten OZB in Nederland. De macronorm is in 2020 vervangen door een benchmark van de woonlasten, uitgevoerd door het COELO.
Paragrafen en bijlagen
99