OMWB Wijzingsoverzicht 2331694.pdf
Tekst van het document
Artikel 7.4 Verplichtingen deelnemers 1. De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen, dat de omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur van de omgevingsdienst blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet respectievelijk 198 en 199 van de Provinciewet. Artikel 7.5 Financiële voorschriften Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig de artikelen 216, 217 en 217a van de Provinciewet een verordening op met betrekking tot:
a.
de uitgangspunten vast voor het financieel beleid; b. het financieel beheer; c. de inrichting van de financiële organisatie; d. de controle op het financiële beheer; e. de inrichting van de financiële organisatie; f. periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door hen gevoerde bestuur. Artikel 36 Archiefbescheiden 1. Het dagelijks bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de Omgevingsdienst. Dit overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling, de Archiefverordening. 2. Het dagelijks bestuur is tevens belast met de zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de aan de Omgevingsdienst eventueel gedelegeerde taken. 3. Voor de door de deelnemers gemandateerde taken berust de zorg voor de desbetreffende archiefbescheiden bij deze deelnemers. 4. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemers. 5. Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de Omgevingsdienst is belast de archivaris van de provincie NoordBrabant. 6. Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een
Artikel 8.1 Archiefbescheiden 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast met betrekking tot: a. de zorg van het dagelijks bestuur voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam; b. het toezicht door een archivaris op de zorg, bedoeld onder a; 2. De archivaris wordt benoemd door het dagelijks bestuur. 3. Het dagelijks bestuur stelt een besluit informatiebeheer vast. 4. De kosten verbonden aan de uitoefening van de zorg, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de omgevingsdienst. 5. Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling wordt ten aanzien van de archiefbescheiden een voorziening als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet 1995 getroffen.
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling gewijzigd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1 van de Archiefwet 1995. Artikel 37 Archiefbewaarplaats 1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemers. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de Omgevingsdienst is aangewezen de archiefbewaarplaats van de provincie NoordBrabant.
Artikel 38 Ter beschikkingstelling archiefbescheiden
Artikel 8.2 Archiefbewaarplaats 1. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid, en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de deelnemers. 2. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de omgevingsdienst is aangewezen het Brabants Historisch Informatie Centrum. Artikel 8.4 Verantwoording 1. Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur jaarlijks over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het openbaar lichaam. 2. Zij voegen daarbij in ieder geval: a. het verslag van de archivaris; b. voor zover van toepassing, de gedurende de betreffende periode door de archivaris aan hen uitgebrachte adviezen; en c. een voorstel voor de in het kader van de zorgplicht voor de archiefbescheiden te treffen maatregelen, zo nodig voorzien van een kostenraming. Artikel 8.5 Ter beschikking stellen 1. Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de omgevingsdienst, stellen de colleges
Na consulteren Provincie Archivaris deze bepaling ingevoegd om te voldoen aan de wettelijke voorschriften Archiefwet.
Sommige leden zijn vervallen aangezien deze nog uitgaan van fysieke dossiers.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Indien noodzakelijk voor de taakuitvoering van de Omgevingsdienst, stellen de colleges en Gedeputeerde Staten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. Terbeschikkingstelling geschiedt voor maximaal 5 jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal 5 jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. Van de terbeschikkingstelling wordt een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een specificatie van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze verklaring wordt bewaard door de betreffende deelnemer en de Omgevingsdienst. Indien de Omgevingsdienst archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt deze slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit de bescheiden na machtiging door de ter beschikking stellende deelnemer. De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van de deelnemer, die de archiefbescheiden ter beschikking stelt, tenzij partijen anders overeenkomen. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het bestuursorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle gevallen de zorgdrager voor de archiefbescheiden. Indien de ordening van de in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen terbeschikkingstelling, is de Omgevingsdienst te allen tijde bevoegd inzage te nemen van die
2.
3.
4.
en Gedeputeerde Staten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. De kosten van het beheer van de terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van de deelnemer, die de archiefbescheiden ter beschikking stelt, tenzij de deelnemers anders overeenkomen. De zorgdrager voor de archiefbescheiden van het bestuursorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle gevallen de zorgdrager voor de archiefbescheiden. De omgevingsdienst kan het beheer van archiefbescheiden nader regelen in de algemene leveringsvoorwaarden of in de individuele dienstverleningsovereenkomsten.
archiefbescheiden dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te vorderen. 7. Ten aanzien van de terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a. De ter beschikking gestelde archiefbescheiden worden door de Omgevingsdienst in goede, geordende en toegankelijke staat bewaard; b. Uitlening van terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan functionarissen binnen de Omgevingsdienst die ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is. 8. De Omgevingsdienst kan het beheer van archiefbescheiden nader regelen in individuele dienstverleningsovereenkomsten. Artikel 39 Toetreding 1. Indien het algemeen bestuur daarmee instemt kan een gemeente, provincie, waterschap, het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. De deelneming gaat in met ingang van een nader te bepalen datum, vastgesteld door het algemeen bestuur en het orgaan van de deelnemer.
Artikel 40 Uittreding 1. Een deelnemer kan uit de regeling treden tenzij landelijke wetgeving of anderszins de mogelijkheid tot uittreding beperkt. Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken gemeente of
Artikel 9.1 Toetreding 1. Indien de deelnemers daarmee instemmen kan een gemeente, provincie, waterschap of het Rijk toetreden krachtens daartoe strekkende besluiten van haar daartoe bevoegde bestuursorganen. 2. De toetreding gaat in met ingang van een door de deelnemers nader te bepalen datum. 3. Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot toetreding aan deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers. Artikel 9.2 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het algemeen bestuur van een daartoe strekkend besluit van haar bestuursorgaan.
Het algemeen bestuur kan niet instemmen met toetreding. De regels omtrent toetreding zijn conform artikel 51, vijfde lid, van de wet hetzelfde als voor het treffen van de regeling. De deelnemers zijn bevoegd gezag. Het algemeen bestuur brengt het voorstel tot toetreding in procedure bij de deelnemers. De uittredingsregeling is uitgebreid. Gelet op de verplichte wettelijke grondslag van de regeling is het voor veel partijen vrijwel onmogelijk om uit de
Toelichting.
2.
de provincie, onder mededeling aan Gedeputeerde Staten en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de financiële verplichtingen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Daarbij brengt het algemeen bestuur in elk geval de financiële consequenties van de uittreding in beeld en draagt zij er zorg voor dat de Omgevingsdienst een redelijke periode krijgt om haar begroting en formatie in overeenstemming te brengen met het nieuwe aantal deelnemers. Verplichtingen die specifiek voor de uittredende deelnemer zijn aangegaan zullen daarbij in principe ook door die deelnemer nagekomen dienen te worden. Uittreden kan slechts plaatsvinden met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin de voor uittreding noodzakelijke wijziging van de regeling in werking is getreden.
Artikel 41 Wijziging Een voorstel tot wijziging van de regeling wordt bij de deelnemers in procedure gebracht door tussenkomst van het algemeen bestuur. De regeling wordt
2.
De opzegging geschiedt met in achtneming van een opzegtermijn van tenminste twee jaar. 3. De uittreding vindt plaats op 1 januari na het verstrijken van de opzegtermijn. 4. De uittredende deelnemer en het algemeen bestuur houden de kosten die verband houden met de uittreding zo laag mogelijk. 5. De uittredende deelnemer betaalt in jaar een van uittreding 66% en in jaar twee 33% van de bijdrage aan de begroting die de deelnemer voldeed in het jaar voorafgaand aan de uittreding. 6. Tot aan de datum van de uittreding behoudt de uittredende deelnemer alle rechten en verplichtingen die verbonden zijn aan de gemeenschappelijke regeling. 7. De deelnemers kunnen afwijken van het eerste tot en met het vijfde lid, voor zover toepassing, gelet op het belang dat dit artikel beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 8. Het algemeen bestuur brengt indien sprake is van een afwijking als bedoeld in het zevende lid, een voorstel met daarin de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van de uittreding in procedure bij de deelnemers. Artikel 9.3 wijziging
Het algemeen bestuur brengt een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling in procedure bij de deelnemers.
omgevingsdienst te treden. Desalniettemin is een voorstel voor een uittredingsprocedure opgesteld. Het algemeen bestuur heeft geen bevoegdheid tot het vaststellen van de financiële verplichtingen. Het is aan de deelnemers om af te wijken van hetgeen bepaald is in de regeling indien de omstandigheden van het geval daarvoor aanleiding geven. Komen partijen niet tot afwijkende afspraken dan is de bepaling leidend voor het afwikkelen van de financiële gevolgen van de uittreding.
Toestemming raden respectievelijk Provinciale Staten reeds wettelijk geregeld.
gewijzigd indien de colleges en Gedeputeerde Staten daartoe, met toestemming van de raden respectievelijk Provinciale Staten eensluidend besluiten. Artikel 42 Opheffing en liquidatie 1. Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 2. Door het algemeen bestuur wordt een liquidatieplan opgesteld na alle deelnemers te hebben geraadpleegd. 3. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en in de verplichting alle rechten en verplichtingen van de Omgevingsdienst over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 4. Toewijzing van personeel aan de deelnemers vindt plaats bij besluit van het algemeen bestuur naar rato van afname. 5. Bij de ontbinding van de Omgevingsdienst in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft de Omgevingsdienst voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van het vermogen noodzakelijk is. Artikel 43 Geschillen 1. Voordat een geschil wordt neergelegd bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt geprobeerd gezamenlijk tot overeenstemming te komen.
Artikel 9.4 Opheffing 1. Deze gemeenschappelijke regeling kan op voorstel van het algemeen bestuur worden opgeheven door een daartoe strekkend besluit van de betrokken bestuursorganen van de deelnemers. 2. Het voorstel, bedoeld in het eerste lid, bevat: a. een liquidatieplan waarover alle deelnemers zijn geraadpleegd; b. de verplichting voor de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen in de opheffing; en c. de gevolgen die de opheffing heeft voor de medewerkers van de omgevingsdienst, waarbij de toewijzing van medewerkers aan de deelnemers plaats vindt naar rato van afname.
Voortbestaan omgevingsdienst bij opheffing dwingend geregeld in artikel 9, derde lid, van de wet.
Artikel 10.1 Informele aanpak interne geschillen of interne bezwaarschriften 1. Indien sprake is van een geschil of een bezwaarschrift met betrekking tot een besluit op grond van een bepaling in deze regeling, wordt dit geschil eerst informeel door partijen
Minister van Binnenlandse Zaken is geen bevoegd gezag ingeval van bezwaarschriften. Indien een intern geschil ontstaat wordt de reguliere bezwaarprocedure gevolgd. Daarna zal pas een
2.
Wanneer niet tot overeenstemming kan worden gekomen, ook niet door de minister, zal het geschil worden voorgelegd aan de bevoegde rechter. 2. 3.
Artikel 44 Slotbepalingen 1. Het algemeen bestuur beslist in alle gevallen waarin deze regeling niet voorziet. 2. Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd en wordt om de vier jaar geëvalueerd door middel van een rapportage aan het algemeen bestuur.
besproken in aanwezigheid van een door partijen gezamenlijk gekozen onafhankelijke bemiddelaar. Partijen dragen samen de kosten voor de onafhankelijke bemiddelaar. Indien het informele gesprek niet leidt tot een oplossing van het bezwaar neemt het bestuur van het openbaar lichaam een beslissing op het bezwaar.
Artikel 10.2 Interne klachten 1. Het bestuur van het openbaar lichaam draagt ingevolge artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht zorg voor een behoorlijke behandeling van mondelinge en schriftelijke klachten over zijn gedragingen. 2. Het bestuur kan de afhandeling van klachten mandateren aan de directeur. Artikel 11.1 Evaluatie 1. Op verzoek van het algemeen bestuur wordt een verslag opgesteld: a. over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk; b. over het functioneren van de omgevingsdienst en de dienstverlening aan de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur overlegt het verslag van de evaluatie en de daaruit getrokken conclusies, bedoeld in het eerste lid, aan de deelnemers.
rechtsgang kunnen worden gestart. Regeling dient bepalingen omtrent klachten te hebben. Standaardbepaling.
Het algemeen bestuur kan niet beslissen in alle gevallen waarin de regeling niet voorziet. Immers alleen datgene waartoe het algemeen bestuur bevoegdheid heeft gekregen in deze regeling gaat het algemeen bestuur over. Alles wat de regeling niet regelt is dus aan deelnemers zelf. Indien bevoegdheden moeten worden uitgebreid kan dit met terugwerkende kracht in de regeling worden opgenomen.
Artikel 45 Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als: “Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant”.
Artikel 11.5 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant 2024.
Uitbreiding evaluatiebepalingen in verband met wijziging van de wet. Nieuwe citeertitel omdat de oude regeling ingetrokken en derhalve niet dezelfde citeertitel mag worden gehanteerd.