OMWB Wijzingsoverzicht 2331694.pdf
Tekst van het document
OUD (geel = verwijderd)
Voorstel nieuw (geel = nieuw of wijziging)
Achtergrond / Toelichting
Andere vindplaats
Artikel 1 Begripsbepaling 1. In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; b. deelnemers: alle aan de regeling deelnemende publiekrechtelijke lichamen en rechtspersonen; c. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; d. colleges: colleges van burgemeester & wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; e. Provinciale Staten: Provinciale Staten van Noord-Brabant; f. raden: gemeenteraden van de gemeenten waarvan het college deelneemt aan deze regeling; g. Omgevingsdienst: Het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling, ook wel aangeduid als Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; h. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; i. boekjaar: Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar; j. het werkgebied: het totale grondgebied van de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten, alsmede het daarmee overeenkomende grondgebied van de provincie Noord-Brabant.
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: boekjaar: boekjaar dat samenvalt met het kalenderjaar; colleges: colleges van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; deelnemers: alle aan deze regeling deelnemende publiekrechtelijke lichamen; Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant; Landelijk basistakenpakket: verplichte Landelijke Basistakenpakket, als opgenomen in artikel 13.12 Omgevingsbesluit juncto bijlage VI van het Omgevingsbesluit; omgevingsdienst: Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; Provinciale Staten: Provinciale Staten van NoordBrabant; raden: gemeenteraden van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; werkgebied: totale grondgebied van de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling, alsmede het daarmee overeenkomende grondgebied van de provincie Noord-Brabant; wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.
Nummering losgelaten om latere wijzigingen makkelijker te verwerken. Nieuwe nummering van de regeling geïmplementeerd met paragrafen.
n.v.t.
Een toevoeging of verwijdering uit de begrippenlijst vereist daardoor geen verlettering en verdere wijzigingen in de rest van de regeling. Latere verwijderingen of toevoegingen aan de regeling zullen minder snel leiden tot grote impact op de nummering. Begripsbepaling op alfabetische volgorde gezet. Definities toegevoegd van: Landelijk basistakenpakket. Definities verwijderd van: regeling. Behoeft niet gedefinieerd te worden. tweede lid verwijderd omdat conform de Aanwijzingen voor de regelgeving dit niet in de regeling hoeft te worden opgenomen.
2.
Waar in deze regeling artikelen van de Provinciewet of Gemeentewet, dan wel andere wettelijke regelingen van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt, tenzij anders vermeld, in die artikelen voor de provincie, Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning, respectievelijk de gemeente, de raad, burgemeester en wethouders, de burgemeester, gelezen: de Omgevingsdienst, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
artikel 2 – openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wet, genaamd omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Tilburg. 3. De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en om als verlengstuk van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan een leefbare en veilige werk- en leefomgeving van de regio Midden- en West-Brabant. Door het aangaan van de gemeenschappelijke regeling worden ten aanzien van deze uitvoerende taken geen bevoegdheden overgedragen, die bij of krachtens een wettelijke regeling aan een of meer van de deelnemers zijn toegekend. Nieuw
Artikel 1.2 Openbaar lichaam 1. Er is een openbaar lichaam dat rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet, genaamd Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant. 2. Het openbaar lichaam is gevestigd te Tilburg.
Artikel 1.3 Participatie
Doel verplaatst naar de aanhef.
aanhef
Artikel 3 – bevoegdheden 1. De Omgevingsdienst heeft geen verordenende bevoegdheid overgedragen gekregen van de deelnemers. 2. Het algemeen bestuur heeft een eigen verordenende bevoegdheid met betrekking tot de vaststelling van de verordeningen ex artikel 212 en 213 Gemeentewet juncto artikel 216 en 217 Provinciewet, de vaststelling van de organisatieverordening en de vaststelling van de arbeidsvoorwaardenverordeningen als bedoeld in artikel 125 Ambtenarenwet. 3. Het algemeen bestuur en dagelijks bestuur hebben voorts verordenende en regelgevende bevoegdheid met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van de Omgevingsdienst betreffen. 4. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van de hoofdstukken VIII en IX van de wet een gemeenschappelijke regeling treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van de Omgevingsdienst enkel op het gebied van de ondersteunende processen. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan nadat tenminste twee derde van het aantal deelnemers met het aangaan van de regeling heeft ingestemd. Onder het treffen van een gemeenschappelijke regeling wordt in dit
Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden worden niet bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken. -
Dit artikel bevat bevoegdheden van het algemeen bestuur en overbodige bepalingen die al uitputtend in de wet zijn geregeld. Lid 3, 4 en 5 zijn verplaatst naar artikel 3.6. (bevoegdheden algemeen bestuur) Lid 2, 3 (voor zover het ziet op het dagelijks bestuur) en 6 zijn komen te vervallen omdat de regeling hierin niet hoeft te voorzien. Óf de wet regelt dit, óf het behoeft niet genoemd te worden indien de regeling hierin niet voorziet. In de toelichting bij 3.6 en 4.5 is opgenomen welke bevoegdheden de wet inherent in voorziet.
Artikel 3.6 Artikel 4.5
artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een gemeenschappelijke regeling. 5. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van de Omgevingsdienst enkel op het gebied van de ondersteunende processen op voorwaarde dat de raden en Provinciale Staten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het algemeen bestuur kenbaar te maken. 6. Het dagelijks bestuur kan enkel op basis van de door de heffingsambtenaren van de deelnemers verleende externe mandaten leges innen voor het op aanvraag door de Omgevingsdienst leveren van diensten en het uitvoeren van taken voor derden. De leges worden vastgesteld op basis van de door iedere deelnemer gehanteerde norm. De leges komen ten goede aan de betrokken deelnemer. artikel 4 Landelijke basistaken 1. De Omgevingsdienst is belast met het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van de taken bedoeld in versie 2.3 van het Basistakenpakket regionale uitvoeringsorganisaties omgevingsrecht,
Artikel 2.1 basistaken 1. De omgevingsdienst is belast met het ten behoeve van de deelnemers uitvoeren van het Landelijk Basistakenpakket met inachtneming van het door de deelnemers vastgestelde beleid.
Definitie Landelijk basistakenpakket opgenomen in artikel 1.1 begripsbepaling.
n.v.t
2.
3.
zoals vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu op 25 mei 2011. Bij opname van het Landelijk Basistakenpakket in wetgeving of anderszins door wijziging van het Landelijk Basistakenpakket geldt het Landelijk Basistakenpakket na die opname of wijziging. Tot het Landelijk Basistakenpakket wordt ook gerekend het in dit kader vervullen van adviserende taken op het terrein van de vergunningverlening, toezicht en handhaving ten behoeve van de deelnemers, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor de deelnemers tezamen worden verricht.
artikel 5 – verzoektaken 1. In aanvulling op de taken uit het Landelijk Basistakenpakket kan de Omgevingsdienst, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de taken uit het Landelijk Basistakenpakket, op verzoek van een of meer deelnemers ook andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden inzake de vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van de fysieke leefomgeving verrichten. 2. Op verzoek van een of meer deelnemers kan de Omgevingsdienst naast de in lid 1 van dit artikel vermelde taken en onder dezelfde voorwaarde als in dat lid vermeld ook andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden
2.
Onder de taken, bedoeld in het eerste lid, behoort ook het vervullen van: a. adviserende taken op het terrein van de vergunningverlening, toezicht en handhaving ten behoeve van de deelnemers; b. coördinerende taken voor de deelnemers tezamen; en c. afstemmende taken voor de deelnemers tezamen.
Artikel 2.2 Verzoektaken Onverminderd artikel 2.1 kan de omgevingsdienst, voor zover dit geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de basistaken, op verzoek van een of meer deelnemers de volgende andere taken uitvoeren: a. verzoektaken met betrekking tot andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden inzake vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de fysieke leefomgeving; of b. andere adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving.
Conform Aanwijzingen voor de Regelgeving herschreven.
n.v.t.
op het gebied van de fysieke leefomgeving voor hen verrichten Artikel 6 – Dienstverleningsovereenkomst 1. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in artikel 4 en 5 genoemde taken worden door of namens het dagelijks bestuur enerzijds en elk van de deelnemers afzonderlijk anderzijds, schriftelijke werkafspraken gemaakt in de vorm van contracten, waarin in ieder geval is vastgelegd welke producten en diensten de Omgevingsdienst aan de deelnemers zal leveren en wat de vergoeding daarvoor zal zijn. 2. Met betrekking tot de beëindiging van de in artikel 5 genoemde taken worden door of namens het dagelijks bestuur enerzijds en de deelnemer die het aangaat anderzijds, in deze contracten eveneens schriftelijke afspraken gemaakt met betrekking tot in ieder geval de afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan, alsmede compensatie voor de overige rechten en verplichtingen.
Artikel 2.4 Algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomsten 1. Het algemeen bestuur stelt algemene leveringsvoorwaarden vast of geeft het dagelijks bestuur opdracht tot het aangaan van een dienstverleningsovereenkomst met elk van de deelnemers afzonderlijk, met betrekking tot de uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 2.1 en 2.2. 2. In de algemene leveringsvoorwaarden of dienstverleningsovereenkomst, bedoeld in eerste lid, wordt in ieder geval vastgelegd: a. welke producten en diensten de omgevingsdienst aan de deelnemers zal leveren; en b. de afwikkeling van de financiële gevolgen, alsmede compensatie voor de overige rechten en verplichtingen bij beëindiging van de in artikel 2.2. genoemde taken.
Artikel 7 – Werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke lichamen Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 4 en 5 bedoelde taken, kan de Omgevingsdienst op verzoek van andere publiekrechtelijke rechtspersonen voor hen adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de fysieke leefomgeving verrichten, indien die uitvoering geen
Artikel 2.3 werkzaamheden voor andere publiekrechtelijke rechtspersonen Onverminderd de taken, bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2, kan de omgevingsdienst op verzoek van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon, indien dit geen verstoring veroorzaakt, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden voor die rechtspersoon
Mogelijkheden opgenomen voor flexibiliteit. Dienstverleningsovereenkomst of werkprogramma met algemene voorwaarden. De vergoeding dient te worden vastgesteld bij begroting en jaarrekening.
verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de in beide artikelen aangeduide taken voor de deelnemers.
verrichten op het gebied van de fysieke leefomgeving.
Artikel 8 Bestuursorganen De Omgevingsdienst kent de volgende bestuursorganen: a. het algemeen bestuur; b. het dagelijks bestuur; c. de voorzitter; d. door het algemeen bestuur ingestelde bestuurscommissies. Artikel 9 Het algemeen bestuur 1. De Omgevingsdienst heeft een algemeen bestuur. Gedeputeerde Staten en de colleges wijzen uit hun midden ieder één lid van het algemeen bestuur aan. Ook wijzen zij uit hun midden ieder tenminste één lid aan die het door hen benoemde lid bij diens ontstentenis vervangt. 2. De leden van het algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de raden respectievelijk Provinciale Staten een nieuw geïnstalleerd college respectievelijk de nieuw geïnstalleerde Gedeputeerde Staten een besluit neemt tot aanwijzing van een lid en plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3. Wanneer het lidmaatschap van Gedeputeerde Staten of van het college eindigt, eindigt ook het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het algemeen bestuur.
Vervalt
De wet voorziet in artikel 12 van de Wgr dat het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Daarmee is het niet nodig om dit artikel op te nemen.
Artikel 3.1 Samenstelling en aanwijzing 1. De colleges en Gedeputeerde Staten wijzen ieder uit hun midden een lid aan en wijzen een plaatsvervangend lid aan. 2. Een plaatsvervangend lid vervangt het aangewezen lid bij: a. ontstentenis; of b. ontslag.
Artikel 13, tweede lid, van de Wgr, bepaalt reeds dat het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege eindigt, zodra men ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn. De bepalingen in dit lid zijn daar een aanvulling op.
Artikel 3.2 Incompatibiliteit Onverminderd artikel 20 van de wet is het lidmaatschap van het algemeen bestuur onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van een der deelnemers, dan wel door of vanwege het bestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. Artikel 3.3 Einde lidmaatschap 1. Onverminderd artikel 13, tweede lid, van de wet, eindigt het lidmaatschap van een lid van het algemeen bestuur van rechtswege indien:
Het aanblijven van het lid van het algemeen bestuur is overbodig indien het plaatsvervangend lid het algemeen bestuur kan vervangen bij diens ontslag. Bij het bestaan van een of meerdere vacatures blijf het algemeen bestuur van rechtswege bevoegd om te besluiten.
4.
Een (plaatsvervangend) lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door schriftelijke mededeling aan het algemeen bestuur. 5. Indien tussentijds de plaats van een (plaatsvervangend) lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college of Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk een nieuw (plaatsvervangend) lid aan. 6. Een lid van het algemeen bestuur dat op basis van het vierde lid van dit artikel zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen. 7. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 8. Wanneer iemand wordt aangesteld om een vacante plaats in het algemeen bestuur te vervullen, treedt hij af op het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou aftreden. 9. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met de betrekking van ambtenaar, door of vanwege het bestuur van één der deelnemers dan wel door of vanwege het bestuur van de Omgevingsdienst aangesteld of daaraan ondergeschikt. Met ambtenaar worden voor de toepassing van dit lid gelijkgesteld zij die in dienst van één der deelnemers dan wel van de Omgevingsdienst op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel 10 Werkwijze
a.
2.
het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten een nieuw lid aanwijst; of b. het college dat hem heeft aangewezen of Gedeputeerde Staten schriftelijk het ontslag verleent indien: 1°. hij daar om verzoekt; 2°. hij het vertrouwen niet meer bezit van Gedeputeerde Staten of het college uit wiens midden men is aangewezen. Indien tussentijds de plaats van een lid of een plaatsvervangend lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college of Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk een nieuw lid of een plaatsvervangend lid aan.
Artikel 3.4 Vergaderingen
Reglement van orde is geregeld in artikel 16 Provinciewet,
Toelichting.
1. 2.
3.
4. 5.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Het algemeen bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar. Meer vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig acht, wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 16, tweede lid van deze regeling een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten worden benoemd of wanneer tenminste 1/5e van de leden van het algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoekt. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer 1/5e van het aantal leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht. Vervolgens besluit het algemeen bestuur of in beslotenheid zal worden vergaderd. Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan door adviseurs. Artikel 15, eerste lid Gemeentewet en artikel 15, eerste lid Provinciewet en artikel X8 Kieswet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het algemeen bestuur.
1.
2.
3.
Onverminderd artikel 22, tweede lid, van de wet, juncto artikel 17 van de Provinciewet, kunnen meer vergaderingen worden ingelast, indien een of meer leden van het dagelijks bestuur moeten worden benoemd. Van een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt een afzonderlijk verslag gemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. In een vergadering met gesloten deuren als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de wet, wordt niet beraadslaagd of besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de jaarrekening; b. de vaststelling van het liquidatieplan; c. het benoemen of ontslaan van een lid van het dagelijks bestuur; d. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen de omgevingsdienst en andere openbare lichamen; e. het toetreden tot of het uittreden uit een regeling, bedoeld onder d; f. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties of verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.
koppelbepaling artikel 22 van de wet regelt dit uitputtend. Meer vergaderingen inlassen is geregeld in artikel 17 Provinciewet, koppelbepaling artikel 22 van de wet regelt dit uitputtend. Openbaarheid vergadering uitputtend geregeld in artikel 22, derde lid, van de wet. Beslotenheid vergadering geregeld in artikel 22, vierde en vijfde lid, van de wet. Verboden gedragingen zijn geregeld in artikel 20, eerste en vijfde lid, van de wet. Overbodige bepalingen opgenomen in Toelichting. Uitsluiten besluitvorming in besloten vergadering wenselijk.
4.
Artikel 11 Geheimhouding Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 12 Vergaderquorum 1. Het algemeen bestuur kan slechts vergaderen en besluiten nemen indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 2. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld. 3. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in lid 1 niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. 4. Op vergaderingen als bedoeld in lid 3 is het bepaalde van lid 1 niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan in dat geval over alle onderwerpen, waaronder de begroting, een begrotingswijziging en de jaarstukken, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aanwezige quorum. Het algemeen bestuur kan
Het algemeen bestuur kan zich in de vergaderingen laten bijstaan door deskundigen. Artikel 6.5 Geheimhouding Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie als bedoeld in de artikelen 24 of 25 van de wet, nemen artikel 23 van de wet inzake geheimhouding in acht.
-
De wet regelt de mogelijkheden tot geheimhouding uitputtend in artikel 23 van de wet. Gelet op zwaarte van het onderwerp laten staan als verwijsartikel in de tekst.
Toelichting
Uitputtend geregeld in de wet. Artikel 22 Wgr koppelbepaling naar artikel 17 en 20 Provinciewet.
Toelichting.
Lid 2 wordt opgenomen in het reglement van orde.
echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal leden tegenwoordig is. Artikel 13 Besluitvorming 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem. 2. Besluiten worden genomen met een meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, tenzij in de regeling anders is bepaald. 3. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen en jaarrekening worden genomen met een meerderheid van stemmen, met dien verstande dat de meerderheid van stemmen eveneens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigt welke de Omgevingsdienst in het voorafgaande jaar heeft gegenereerd. 4.
5.
6.
De omzet als bedoeld in het derde lid wordt bepaald op basis van de basistaken en verzoektaken als bedoeld in artikel 4 en 5. Indien de stemmen met betrekking tot een bepaald voorstel staken, wordt het betrokken onderwerp aangehouden tot de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien de stemmen wederom staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist de voorzitter. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende
Artikel 3.5 Besluitvorming 1. Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering een stem. 2. De volgende besluiten worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid, waarbij de meerderheid van stemmen tevens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigd welke de omgevingsdienst in het voorgaande jaar heeft gegenereerd: a. het vaststellen van de begroting; b. de wijziging van de begroting; en c. het vaststellen van de jaarrekening. 3. De omzet, bedoeld in het tweede lid, wordt bepaald op basis van de basistaken en verzoektaken als bedoeld in de artikelen 2.1 en 2.2.
Artikel 51, eerste lid, juncto artikel 13, vierde lid, onder c van de wet bevat de wettelijke mogelijkheid voor gekwalificeerde besluitvorming. Bepaling is uitgevoerd in de regeling. Staken van herstemmen uitputtend geregeld in artikel 22 van de wet juncto artikel 31, tweede en derde leden en artikel 32, vijfde lid, van de Provinciewet. Ingeval de stemmen bij herstemming over besluiten met betrekking tot benoeming, voordracht of aanbeveling van personen staken, beslist het lot, niet de voorzitter.
Toelichting.
personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. Artikel 14 Bevoegdheden algemeen bestuur 1. Aan het algemeen bestuur behoren, binnen het kader van deze regeling, alle bevoegdheden, die niet bij of krachtens de wet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen, aan hem toegekende bevoegdheden volgens door hem te stellen regels overdragen aan het dagelijks bestuur of aan een bestuurscommissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het stellen van regels over het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, of over de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van de Omgevingsdienst aangaat; d. het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24, eerste en tweede lid en 25 van de wet; e. Het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 55a van de wet; f. het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een deelnemer tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; g. het doen van een voorstel aan de colleges en Gedeputeerde Staten tot wijziging van de regeling;
Artikel 3.6 Taken en bevoegdheden 1. Onverminderd de wet, heeft het algemeen bestuur de volgende taken en bevoegdheden: a. het vaststellen van beleidsregels waarmee de andere organen van de omgevingsdienst rekening houden bij de uitoefening van hun bevoegdheden; b. het instellen van commissies als bedoeld in artikel 25 van de wet; c. het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen indien dat in het bijzonder aangewezen is voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang; d. het met inachtneming van de hoofdstukken VIII en IX van de wet deelnemen aan of treffen van een gemeenschappelijke regeling ter behartiging van de ondersteunende processen, mits twee derde van het aantal deelnemers met het aangaan van de regeling heeft ingestemd. 2. Onverminderd artikel 57a van de wet, kan het algemeen bestuur de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen beleidsregels of daaraan te stellen beperkingen overdragen aan het
In dit artikel zijn de bevoegdheden geregeld van het algemeen bestuur, voor zover die niet voortvloeien uit de wet. Voor zover de wet de bevoegdheid niet regelt is dit expliciet opgenomen in dit artikel. De bevoegdheden uit artikel 3 van de oude regeling zijn hierin opgenomen. Het overdragen van bevoegdheden door het algemeen bestuur is uitgesloten indien de regeling dit uitsluit óf indien de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. Artikel 57a van de wet regelt welke bevoegdheden niet mogen worden overgedragen. Daarnaast verzet de aard van de bevoegdheid zich tegen het overdragen van de bevoegdheid tot het instellen van commissies en tot het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 55a van de wet. Omdat de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet is deze niet opgenomen,
Toelichting.
h.
het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van de regeling.
3.
dagelijks bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a. het stellen van beleidsregels over het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, of over de directe regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van de omgevingsdienst aangaat; b. het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding van een bestuursorgaan tot respectievelijk uit de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; c. het doen van een voorstel aan de colleges en Gedeputeerde Staten tot wijziging van de regeling; d. het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 24, eerste en tweede lid, artikel 24 a en artikel 25; e. het oprichten van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, bedoeld in het eerste lid, onder c; f. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van de regeling. Onverminderd artikel 25 van de wet regelt het algemeen bestuur bij het instellen van een commissie als bedoeld in het eerste lid, onder b:
maar is volstaan met het verwijzen hiernaar in de Toelichting.
a.
de einddatum van de commissie, indien deze is ingesteld voor bepaalde tijd; en b. de benoeming van de voorzitter van de commissie. Artikel 15 Samenstelling 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste 5 leden, waaronder de voorzitter. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is eveneens voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. De leden worden uit en door het algemeen bestuur gekozen in de eerste vergadering, waarin het algemeen bestuur in een nieuwe samenstelling bijeen komt, dan wel in de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur, volgend op de beëindiging van het lidmaatschap van één of meer leden van het dagelijks bestuur. 4. Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid worden aangewezen. 5. Het algemeen bestuur bewaakt bij de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur een evenwichtige spreiding in locatie over het werkgebied van de Omgevingsdienst en in omvang van de deelnemers. In het reglement van orde van het algemeen bestuur kunnen daarover afspraken worden gemaakt. Artikel 16 Zittingsduur 1. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt zodra het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt of wanneer het lid van het dagelijks bestuur als zodanig ontslag neemt.
Artikel 4.1 Samenstelling en aanwijzing 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit tenminste vijf leden, waaronder de voorzitter. 2. De leden worden uit en door het algemeen bestuur gekozen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur: a. waarin het algemeen bestuur in een nieuwe samenstelling bijeen komt; of b. volgend op de beëindiging van het lidmaatschap van een of meer leden van het dagelijks bestuur. 3. Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur een plaatsvervangend lid worden aangewezen. 4. Het algemeen bestuur bewaakt bij de aanwijzing van de leden van het dagelijks bestuur een evenwichtige spreiding over het werkgebied van de omgevingsdienst en in de omvang van de deelnemers.
Tweede lid is verwijderd omdat artikel 12, derde lid, van de wet dit regelt.
Artikel 4.2 Einde lidmaatschap
Opgeschoond conform aanwijzingen voor de regelgeving.
Het lidmaatschap van een lid van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege indien: a.
zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op grond van artikel 3.3; of
Termijn van twee maanden vervangen 4.1, tweede lid, van de regeling.
Toelichting.
2.
De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door overlijden, ontslag of om een andere reden tussentijds zijn opengevallen vindt plaats binnen twee maanden na het tijdstip waarop de vacature is ontstaan. Een tussentijds tot lid van het dagelijks bestuur benoemd lid treedt af op het moment waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou aftreden. 3. Het lidmaatschap van een plaatsvervangend lid eindigt op het moment dat een gekozen lid opnieuw in functie treedt. 4. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. 5. Het algemeen bestuur kan één of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezitten. Artikel 17 Werkwijze 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Dit reglement wordt medegedeeld aan het algemeen bestuur. 3. De voorzitter en elk lid hebben één stem. In het geval de stemmen staken, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. 4. De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald.
b. het algemeen bestuur dat hem heeft aangewezen schriftelijk het ontslag verleent indien: 1°. hij daar om verzoekt; 2°. hij het vertrouwen niet meer bezit van het algemeen bestuur uit wiens midden men is aangewezen.
Artikel 4.3 Vergaderingen 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste twee leden dit nodig oordelen. 2. Op het houden en de orde van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 57, artikel 59a en artikel 60 van de Provinciewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 4.4 Besluitvorming 1. Besluitvorming van het dagelijks bestuur vindt plaats overeenkomstig artikel 58 van de Provinciewet.
Alle bepalingen uit de Provinciewet die relevant zijn voor de vergaderingen en besluitvorming zijn van toepassing verklaard. In de toelichting is een artikelsgewijze toelichting opgenomen.
Toelichting.
5.
In de vergaderingen van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 6. Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter, onder verwijzing naar dit artikel, binnen twee weken opnieuw een vergadering. 7. Op de vergadering, bedoeld in het zesde lid, is het vijfde lid niet van toepassing. Het dagelijks bestuur kan echter over andere aangelegenheden dan die waarvoor de eerste vergadering was belegd alleen beraadslagen en besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is. 8. Bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen wordt schriftelijk gestemd, in de overige gevallen mondeling. Artikel 18 Bevoegdheden dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden die in deze regeling aan het dagelijks bestuur zijn opgedragen uit. 2. Het dagelijks bestuur is in het bijzonder belast met: a. het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Omgevingsdienst;
2.
3.
Indien de stemmen staken, anders dan over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen, heeft de voorzitter een doorslaggevende stem. Het dagelijks bestuur stemt: a. schriftelijk bij het doen van benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen betreffende personen; b. mondeling in de overige gevallen.
Artikel 4.5 Taken en bevoegdheden Onverminderd artikel 57b, van de wet, heeft het dagelijks bestuur de volgende bevoegdheden: a. het behartigen van de belangen van de omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor de omgevingsdienst van belang is; b. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de omgevingsdienst; c. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding.
In artikel 57b van de wet staan al bevoegdheden van het dagelijks bestuur geregeld. Daarom wordt voor deze bevoegdheden volstaan met het verwijzen naar de wettelijke vindplaats. Het benoemen, schorsen en ontslaan van ambtenaren is met de inwerkingtreding van de WNRA niet meer een publiekrechtelijke bevoegdheid van het dagelijks bestuur en dient
d.
ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; e. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Omgevingsdienst te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 55a van de wet; f. te besluiten namens de Omgevingsdienst, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; g. het voorstaan van de belangen van de Omgevingsdienst bij andere overheden, instellingen of personen, waarvan het contact daarmee voor de Omgevingsdienst van belang is; h. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Omgevingsdienst; i. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; 3. Het dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit. Artikel 19 Geheimhouding 1. Het dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet
derhalve niet meer in de regeling te worden geregeld.
Artikel 6.5 Geheimhouding Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter en een commissie als bedoeld in de
openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of van de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het dagelijks bestuur haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het algemeen bestuur haar opheft. Artikel 20 De voorzitter 1. De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur gekozen. 2. De voorzitter is tevens voorzitter van het algemeen bestuur en voorzitter van het dagelijks bestuur. 3. Bij afwezigheid of ontstentenis van de voorzitter wordt hij vervangen door de plaatsvervangende voorzitter. Deze wordt benoemd door het algemeen bestuur. 4. De stukken die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur uitgaan worden, naast de secretaris, meeondertekend door de voorzitter.
artikelen 24 of 25 van de wet, nemen artikel 23 van de wet inzake geheimhouding in acht.
Artikel 5.1 De voorzitter
Ingevolge artikel 13, negende lid, van de Wgr, wijst het algemeen bestuur uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan die de voorzitter bij diens ontstentenis of ontslag vervangt.
Artikel 12, derde lid, van de wet regelt dat de voorzitter tevens voorzitter van het dagelijks bestuur is. Medeondertekening is voor het algemeen bestuur geregeld in artikel 22 van de wet juncto 32a van de Provinciewet en voor het dagelijks bestuur in artikel 59 van de Provinciewet. Artikel 59 van de Provinciewet is reeds van
Toelichting.
5.
De voorzitter vertegenwoordigt de Omgevingsdienst in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.
Artikel 21 Commissies 1. Het algemeen bestuur kan adviescommissies als bedoel in artikel 24 van de Wet en bestuurscommissies als bedoeld in artikel 25 van de Wet instellen. 2. Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een bestuurscommissie als bedoeld in het eerste lid nadat de raden en Provinciale Staten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. 3. Bij de instelling wordt in ieder geval geregeld: a. de samenstelling; b. de bevoegdheid /bevoegdheden; c. de werkwijze; d. de openbaarheid van vergaderingen; e. het toezicht van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; f. de verhouding van de toegekende bevoegdheden tot die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; g. de verantwoording aan het algemeen bestuur;
toepassing verklaard in artikel 4.3 van deze regeling. Vertegenwoordiging van de omgevingsdienst is uitputtend in artikel 33d van de wet geregeld.
-
-
Machtigingsbevoegdheid hoeft niet te worden opgenomen. Bevoegdheid artikel 24 hoeft niet te worden opgenomen. Inherente bevoegdheid algemeen bestuur. Bevoegdheid artikel 25 is een bevoegdheid van het algemeen bestuur en derhalve opgenomen in artikel 3.6. Aanvullende eisen voor het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 24 of 25 zijn opgenomen in artikel 3.6, derde lid, van de regeling.
Artikel 3.6 Toelichting
h.
wanneer de commissie is ingesteld voor bepaalde tijd, wordt tevens de einddatum van de commissie geregeld; i. de benoeming van de voorzitter van de commissie. Artikel 22 Interne inlichtingenplicht en verantwoordingsplicht lid dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Het algemeen bestuur regelt van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. Daarbij kan het algemeen bestuur de gevallen bepalen waarin met ter inzagelegging kan worden volstaan. Het dagelijks bestuur laat de kennisgeving of ter inzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met het algemeen belang. 4. De leden 1. tot en met 3. zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het door de voorzitter gevoerde bestuur. Artikel 23 Externe Inlichtingenplicht 1. Het bestuur van de Omgevingsdienst verstrekt schriftelijk aan Gedeputeerde Staten, de colleges, Provinciale Staten en de raden de door een of meer leden van die bestuursorganen gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk, voor zover dat niet strijdig is met het algemeen belang.
Artikel 6.4 Interne inlichtingenplicht 1. Onverminderd artikel 19a, tweede lid, van de wet regelt het algemeen bestuur van welke besluiten van het dagelijks bestuur in ieder geval kennisgeving wordt gedaan aan de leden van het algemeen bestuur. 2. De regeling, bedoeld in het eerste lid, bepaalt de gevallen waarin met ter inzagelegging van de besluiten kan worden volstaan. 3. De kennisgeving of de ter inzagelegging, bedoeld in het eerste en tweede lid, vindt niet plaats indien dit strijdig is met het openbaar belang.
Artikel 19a regelt dwingend dat het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk verantwoording schuldig zijn en dat het dagelijks bestuur alle inlichtingen geeft die het algemeen bestuur nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.
Artikel 6.2 Externe inlichtingenplicht 1. De inlichtingen, bedoeld in artikel 16, tweede lid, van de wet, worden aan de raad en Provinciale Staten, alsmede aan het college of Gedeputeerde Staten zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen 30 dagen in een vergadering of schriftelijk verstrekt op de door
Artikel 16, tweede lid, en artikel 17, eerste lid, van de wet regelt de inlichtingenplicht tussen het bestuur van het openbaar lichaam en de deelnemers en de raden en staten van de deelnemers. Artikel 16 bevat de passieve
De voorzitter heeft geen zelfstandige bevoegdheid en kan daarom geen bestuur voeren.
n.v.t.
2.
De inlichtingen worden in ieder geval binnen 30 dagen schriftelijk verstrekt en wel door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd.
Artikel 24 Externe verantwoordingsplicht lid algemeen bestuur 1. Het lid van het algemeen bestuur is aan Gedeputeerde Staten of aan het college die dit lid heeft aangewezen alsmede aan Provinciale Staten of de raad verantwoording schuldig over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan Gedeputeerde Staten of het college dat hem heeft aangewezen de door een of meer leden van Gedeputeerde Staten of van dat college alsmede aan Provinciale Staten of de raad gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen 30 dagen in een vergadering van Gedeputeerde Staten of dat college dan wel schriftelijk verstrekt. 4. Gedeputeerde Staten of het college kan een door hem aangewezen lid van het algemeen bestuur, indien dit lid het vertrouwen van Gedeputeerde
de deelnemer die het lid heeft aangewezen, vastgestelde werkwijze. 2. De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de wet, worden schriftelijk binnen 30 dagen verstrekt door het dagelijks bestuur, tenzij de inlichtingen uitdrukkelijk van het algemeen bestuur of de voorzitter worden verlangd. 3. De inlichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. Artikel 6.1 Externe verantwoording Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af aan de raad en Provinciale Staten, alsmede aan het college of Gedeputeerde Staten van de deelnemer die hem heeft aangewezen over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid, op de door die deelnemer vastgestelde werkwijze.
informatieplicht en artikel 17, bevat de inlichtingenplicht richting de gemeenteraden en Provinciale Staten. Het is in beginsel aan het dagelijks bestuur om deze inlichtingen te verstrekken, tenzij expliciet anders vereist.
Inlichtingenplicht van het tweede, derde en vijfde lid zijn opgenomen in artikel 6.2 van de regeling. Ontslag van het vierde lid opgenomen in artikel 3.3 van de regeling. Artikel 16, eerste lid, van de wet stelt dat de regeling bepalingen inhoudt omtrent de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd. De oude regeling voorzag niet in de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd. In de nieuwe regeling is derhalve voorgesteld dat dit aan de deelnemers is om op hun eigen wijze vast te stellen.
Artikel 6.2
5.
Staten of dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op Provinciale Staten en de raden.
Artikel 25 Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) 1. Separaat aan deze regeling wordt tevens een Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht ingesteld. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur van deze regeling neemt deel aan het BPO, dan wel wijst een ander lid uit het dagelijks bestuur hiervoor aan. 3. Het BPO heeft tot doel om gezamenlijk de aanpak van Brabantbrede en regio-overstijgende zaken te bepalen en provinciebreed afstemming te regelen. 4. De instelling en werkwijze van het BPO wordt geregeld in een bestuursconvenant zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van de regeling. Artikel 26 De directeur 1. De Omgevingsdienst heeft een directeur die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met de leiding van de Omgevingsdienst en met de zorg voor een juiste taakvervulling door de Omgevingsdienst.
Artikel 6.3 Actieve externe inlichtingenplicht 1. De inlichtingen, bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden schriftelijk of op een andere passende wijze verstrekt. 2. De inlichtingen worden niet verstrekt indien dit strijdig is met het openbaar belang. -
Nieuw
Artikel 5.2 De directeur 1. Het dagelijks bestuur stelt een directeur aan die onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur belast is met: a. de leiding van de omgevingsdienst; b. de aansturing van het personeel; en c. de zorg voor een juiste taakvervulling door de omgevingsdienst.
Zie toelichting. Sinds de invoering van de WNRA zijn aangelegenheden rondom de directeur een privaatrechtelijke rechtshandeling. Salaris hoeft niet in de regeling worden opgenomen, want dat maakt deel uit van arbeidsovereenkomst.
Wettelijke grondslag BPO is te vinden in de Wabo. Derhalve artikel overbodig.
Toelichting
2.
3. 4.
Het dagelijks bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur gehoord de opvatting van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur legt de instructie van de directeur vast in een Directiestatuut. Het dagelijks bestuur regelt de bezoldiging van de directeur.
Artikel 27 De secretaris 1. De directeur van de Omgevingsdienst fungeert als secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden, naast de voorzitter, meeondertekend door de secretaris.
Artikel 28 Organisatie Het dagelijks bestuur stelt regels vast over de ambtelijke organisatie en legt die vast in een organisatiebesluit.
2.
3.
Het dagelijks bestuur stelt zo spoedig mogelijk een nieuwe directeur aan in het geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de directeur. Het dagelijks bestuur stelt in een directiestatuut nadere regels over de taak en de bevoegdheden van de directeur.
Artikel 5.3 De secretaris 1. Het dagelijks bestuur wijst de directeur van de omgevingsdienst aan als de secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2. Het dagelijks bestuur wijst een medewerker van de omgevingsdienst als plaatsvervangend secretaris aan die de secretaris vervangt bij: a. ontstentenis; of b. ontslag. 3. De secretaris is bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 4. De stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de secretaris medeondertekend. 5. Indien sprake is van geheimhouding, als bedoelt in artikel 23 van de wet, maakt de secretaris hier melding van op de stukken. -
Opgenomen dat een plaatsvervangend secretaris dient te worden aangewezen in geval van openstaande vacature voor directeur. De secretaris is aanwezig bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. De secretaris is verantwoordelijk voor het melding maken van geheimhouding op stukken.
Artikel 57b lid 1 sub c regelt deze bevoegdheid.
Artikel 29 Personeel 1. Bij de Omgevingsdienst is personeel werkzaam. 2. Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van de Omgevingsdienst arbeidsvoorwaardenverordeningen vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt. 3. Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden. Artikel 30 Financiële informatieplicht Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden en aan Provinciale Staten.
Artikel 31 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt voorschriften vast inzake het financieel- en administratieve beheer van de Omgevingsdienst. De artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet en de artikelen 216 en 217 van de Provinciewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5.4 Cao SGO Het dagelijks bestuur hanteert voor de medewerkers van haar organisatie de Cao SGO, of de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt.
-
Conform de WNRA dienen arbeidsvoorwaarden niet meer in een bijzondere arbeidsvoorwaardenverordening te worden vastgesteld. Cao SGO is van toepassing verklaard.
-
Deze bepaling is geregeld in artikel 58b van de wet.
Toelichting
Conform artikel 59, zevende lid, van de wet zijn artikelen 190 tot en met 219 van de Provinciewet van toepassing.
-
Regels omtrent de jaarrekening en begroting zijn uitputtend en dwingend geregeld in de Provinciewet. Derhalve wordt volstaan met het verwijzen naar deze regels in de Toelichting. Artikel 59 van de wet geeft de regels omtrent de begroting. Conform artikel 59, zevende lid, van de wet zijn artikelen 190 tot en met 219 van de Provinciewet van toepassing.
Toelichting
2.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting van de Omgevingsdienst voor het komende kalenderjaar, met bijbehorende toelichting, toe naar de raden en Provinciale Staten. 3. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door de Omgevingsdienst. 4. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. 5. De raden en Provinciale Staten kunnen binnen 10 weken na toezending van de ontwerpbegroting hun zienswijzen daarover naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt, voor verzending van de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur, de commentaren en zienswijzen van de deelnemers toe. 6. Het algemeen bestuur stelt de begroting uiterlijk 15 juli voorafgaande aan het jaar waar deze voor dient, vast. Terstond na de vaststelling zendt het dagelijks bestuur de begroting aan de deelnemers, en in ieder geval voor 1 augustus naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Artikel 32 Begrotingswijziging Op besluiten tot wijziging van de begroting is de eerste volzin van artikel 59, lid 5 van de Wet van toepassing, indien door de wijziging de totale bijdrage van de deelnemers als gevolg van de uitvoering van de taken, die op basis van wettelijk voorschrift aan de Omgevingsdienst moeten worden opgedragen stijgt
Regels omtrent de jaarrekening en begroting zijn uitputtend en dwingend geregeld in de Provinciewet. Derhalve wordt volstaan met het verwijzen naar deze regels in de Toelichting. Artikel 31 lid 3 is verplaatst naar artikel 7.3 lid 4.
Artikel 7.1 Begroting en jaarrekening
Op besluiten tot wijziging van de begroting is artikel 59, vijfde lid, eerste volzin, van de Wgr van toepassing, indien door de wijziging de totale bijdrage van de deelnemers als gevolg van de taken, bedoeld in artikel 2.1, stijgt ten opzichte van het bedrag dat in de vastgestelde begroting is opgenomen.
Conform artikel 59, zevende lid, van de wet zijn artikelen 190 tot en met 219 van de Provinciewet van toepassing. Regels omtrent de jaarrekening en begroting zijn uitputtend en dwingend geregeld in de
-
ten opzichte van het bedrag dat in de vastgestelde begroting is opgenomen.
Artikel 33 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft de voorlopige jaarrekening aan de raden en Provinciale Staten. 2. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks voor 1 juni ter vaststelling aan aan het algemeen bestuur. Na vaststelling van de jaarrekening wordt deze ter kennis gebracht van de deelnemers. 3. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast. 4. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling in het algemeen bestuur met bijbehorende stukken aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Het jaarverslag dient in ieder geval vóór 15 juli te worden verzonden. 5. Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: a. Af te boeken van reserves, voor zover aanwezig; b. Ten laste te brengen van de deelnemers naar rato van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Provinciewet. Derhalve wordt volstaan met het verwijzen naar deze regels in de Toelichting. Artikel 7.2 Verrekening exploitatiesaldo Het algemeen bestuur kan besluiten: a. de blijkens de jaarrekening behaalde negatieve resultaten geheel of ten dele: 1°. af te boeken van reserves , voor zover aanwezig; 2°. ten laste te brengen van alle deelnemers naar rato van ieders omzet in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. b. de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: 1°. te bestemmen voor een algemene reserve; 2°. uit te keren aan de deelnemers naar rato van ieders omzet in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft.
Conform artikel 59, zevende lid, van de wet zijn artikelen 190 tot en met 219 van de Provinciewet van toepassing. Regels omtrent de jaarrekening en begroting zijn uitputtend en dwingend geregeld in de Provinciewet. Derhalve wordt volstaan met het verwijzen naar deze regels in de Toelichting.
6.
Het algemeen bestuur kan besluiten de blijkens de jaarrekening behaalde positieve resultaten geheel of ten dele: a. Te bestemmen voor een risicoreserve; b. Uit te keren aan de deelnemers naar rato van ieders afname (=omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Artikel 34 Vergoeding voor geleverde diensten 1. Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële bijdragen. 2. De te betalen vergoeding voor de taken als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt aan de hand van inzet/prestaties en/of afgenomen producten per deelnemer vastgesteld op basis van de door het bestuur vastgestelde prijzen en tarieven. 3. Bij de toerekening van de te betalen vergoeding worden naast de directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd. 4. Op basis van de begroting kan iedere deelnemer aan de hand van de daarin vastgelegde tarieven en/of productprijzen berekenen welke bijdrage verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Voor elke deelnemer wordt een werkprogramma gemaakt waarin de begrote vergoeding voor de afname van taken zijn berekend. De verrekening van de gerealiseerde vergoeding is op basis van geleverde prestaties/inzet per deelnemer.
Artikel 7.3 Vergoeding deelnemers 1. Het algemeen bestuur kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden, nadere regels vaststellen met betrekking tot de door de deelnemers te betalen voorschotnota’s en financiële bijdragen. 2. In de begroting wordt onder andere aangegeven welke bijdrage elke deelnemer verschuldigd is voor de uitvoering van de taken door de omgevingsdienst. 3. De te betalen vergoeding voor de taken als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 wordt aan de hand van inzet, prestaties of afgenomen producten per deelnemer vastgesteld op basis van de door het bestuur vastgestelde prijzen en tarieven. 4. Bij de toerekening van de te betalen vergoeding worden naast de directe uitvoeringskosten tevens de overheadkosten verdisconteerd. 4. Voor elke deelnemer wordt een werkprogramma gemaakt waarin de begrote vergoeding voor de afname van taken is berekend.
Artikel 34 lid 4 eerste volzin is verwijderd omdat dit niet meer van toepassing is. Daarvoor in de plaats is artikel 31 lid 3 opgenomen in lid 2. Mandaat dient te worden geregeld in mandaatbesluiten. Daarom uit de regeling gehaald.
5.
Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig het gestelde in artikel 33, lid 5 een besluit heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt bij het bepalen van de bijdrage per deelnemer het uitgangspunt gehanteerd, dat de financiële gevolgen worden toegedeeld aan de deelnemers die dat aangaat. 6. Het algemeen bestuur kan op basis van externe mandaten namens de betrokken deelnemers volgens de door hen gehanteerde norm geheven leges innen voor het op aanvraag leveren van diensten. Artikel 35 Verplichtingen deelnemers 1. De deelnemers zullen er steeds voor zorgdragen, dat de Omgevingsdienst te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst blijkt, dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet respectievelijk 198 en 199 Provinciewet.
5.
6.
De verrekening van de gerealiseerde vergoeding is op basis van geleverde prestaties of inzet per deelnemer. Wanneer het algemeen bestuur overeenkomstig een besluit als bedoeld in artikel 7.2, onder a, heeft genomen omtrent het bijdragen door de deelnemers in het nadelig exploitatiesaldo, wordt bij het bepalen van de bijdrage per deelnemer het uitgangspunt gehanteerd, dat de financiële gevolgen worden toegedeeld aan de deelnemers die dat aangaat.