Nota Verbonden Partijen reacties op zienswijzen van gemeenten versie 31 januari 2024 2404151.pdf
Tekst van het document
De vraag is of er wel voldoende oog is voor de uitvoerbaarheid van al deze nieuwe afspraken. Is het aantal afspraken die nu in het conceptdocument zijn opgenomen ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden, wel wenselijk als startpunt? Reactie: Met instemming constateren wij met uw raad met ons van mening is dat het goed is om in de nota ook afspraken over privaatrechtelijke partijen verbonden partijen op te nemen. Naar ons oordeel zijn de afspraken uitvoerbaar. Voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden stellen we voor om indien nodig een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: Aan de nota voegen we toe dat voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden wordt voorgesteld een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. 6. Vul de financiële richtlijnen aan voor resultaatbestemming en beperking van de algemene reserve De financiële richtlijnen bieden de mogelijkheid om een beperkte algemene reserve aan te houden om bedrijfsvoering in een lopend boekjaar te kunnen continueren. Enkele gemeenschappelijke regelingen houden op dit moment hiervoor al een reserve aan. Vanuit praktische overwegingen kunnen we ons dit voorstellen.
Echter om een te grote algemene reservevorming te voorkomen is het voorstel om dit te beperken tot 3% van de begroting. Om verder grip te houden op de reservevorming is het voorstel de bestemming van de positieve resultaatrekening voor zienswijzen voor te leggen aan de raden. (Het voorleggen voor zienswijzen is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen blz. 14, laatste alinea. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. Het streven is erop gericht dat de financiële spelregels zowel door gemeenten uit Midden- als uit West-Brabant worden onderschreven en toegepast. Wij sluiten daarbij zo veel als mogelijk aan bij het advies dat hierover door de burgemeesters van Breda en Tilburg in overleg met enkele grote(re) verbonden partijen tot stand is gekomen. Naar ons oordeel
vraagt de hoogte van een algemene reserve om maatwerk per verbonden partij. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel. De ontwerpbegroting, die voor zienswijzen aan de gemeenteraden van de deelnemers wordt voorgelegd, geeft inzicht in de hoogte en het verloop van de algemene en bestemmingsreserves alsmede het verwachte rekeningresultaat voor bestemming voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. De hoogte van de algemene reserve is afgestemd op het percentage dat door het AB bij voorkeur voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld. We voegen aan de nota toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. Wanneer de gemeenteraad zich niet kan vinden in de hoogte of het (verwachte) verloop van de algemene of een bestemmingsreserve kan de gemeenteraad hierop een zienswijze indienen. Door de (concept)zienswijze tijdig te delen met de andere deelnemers, wordt bevorderd dat ook andere gemeenteraden uw zienswijze beoordelen en wegen of ze deze kunnen ondersteunen. Over het algemeen zal de algemene reserve worden gevoed vanuit het rekeningresultaat.
Een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat kan uitsluitend worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling (art. 10, lid 5 Wgr). Wij stellen echter voor daar terughoudend mee om te gaan nu naar ons oordeel er sprake is van een adequaat instrumentarium in spelregels en zienswijzen op de concept-begroting. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is. Dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. 7. Breng diverse tekstuele aanpassingen aan in de Nota. Op enkele onderdelen is de tekst niet volledig. Daarom worden diverse aanvullingen ten aanzien van de tekst gedaan (zie bijlage 1).
Deze aanvullingen hebben voornamelijk betrekking op het onderdeel AVG en hoofdstuk 3. Het zijn nadere toelichtingen op de tekst maar wijzigen de inhoud niet. Reactie: Dank voor de tekstuele suggesties. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verwerken de tekstuele suggesties in de nota. 8. Laat Hoofdstuk 4 samenwerking buiten de Wgr of het BW vervallen Onder een verbonden partij wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin een gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De beschreven samenwerkingen in hoofdstuk 4 voldoen niet aan deze definitie en daarom moeten ze niet worden opgenomen in de Nota Verbonden Partijen. Als hieraan behoefte is kan worden voorgesteld een separate nota op te stellen waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de taak- en rolverdeling tussen de raad en college voor deze vormen van samenwerking. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók
gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’.
Moerdijk 1. De nota aanscherpen op basis van het instrumentarium van de WGR Wij waarderen de inzet die afgelopen maanden is gepleegd om tot een herijkte versie van de bestaande nota verbonden partijen te komen. Ook het feit dat er in de conceptnota aandacht is voor het gehele spectrum van samenwerkingsverbanden partijen vinden wij een goede ontwikkeling. Na de evaluatie van de Nota Verbonden Partijen in 2021 is afgesproken de nota aan te passen na de invoering van de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Doel van deze wetswijziging is het versterken van de positie van raden bij besluitvorming door gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel ook de controlerende rol van de gemeenteraad te versterken. In de voorliggende Nota Verbonden Partijen worden de mogelijkheden van de wet benoemd. In de Nota Verbonden Partijen zijn echter geen concrete toepassingen van deze mogelijkheden opgenomen. De gemeenteraad roept de werkgroep daarom op om de Nota Verbonden Partijen aan te scherpen met een wijze waarop het nieuwe instrumentarium dat in de WGR wordt geboden (in het bijzonder adviesraden) in de praktijk tot meer grip op de verbonden partijen leidt. Geef duidelijk aan wat een afspraak is, wat een toelichting daarop is en de lokale invulling van het instrumentarium.
Dit geldt met name voor de risicobepaling van de verbonden partijen (categorieën), het instellen van adviesraden en regionale bijeenkomsten van de raden. Zo kan bijvoorbeeld de beschreven indeling in drie risicocategorieën op basis waarop de aandacht voor een verbonden partij wordt bepaald ook als vertrekpunt dienen voor het instellen van adviesraden kunnen dienen. Ook zouden in de Nota afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop de deelnemende gemeenten besluiten tot het instellen van een adviesraad. Dit kan bijvoorbeeld kunnen als een (gekwalificeerde) meerderheid van de deelnemende gemeenten hiertoe de wens uitspreekt. Reactie: Met instemming nemen wij kennis van het feit dat uw raad de inzet die afgelopen maanden is gepleegd om tot een herijkte versie van de bestaande nota verbonden partijen te komen waardeert. Ook het feit dat er in de conceptnota aandacht is voor het gehele spectrum van samenwerkingsverbanden partijen vinden wij met uw raad een goede ontwikkeling. Het instellen van een gemeenschappelijke radenadviescommissie op basis van artikel 24a Wgr vereist unanimiteit van de deelnemende raden. Wij passen de nota op dit punt enigszins aan. Wij zullen daarin opnemen dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen.
Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24a Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk een voorstel voor indienen. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. Wij zijn er geen voorstander van om in de nota de concrete toepassingen van de nieuwe instrumenten op te nemen. De concrete toepassing van de nieuwe instrumenten dient namelijk een plaats te krijgen in de aanpassing van de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: In de nota voegen we aan de passage over de drie risicocategorieën een passage toe dat de drie risicocategorieën voor de gemeenteraden als vertrekpunt kunnen dienen voor het instellen van een
gemeenschappelijke adviescommissie. Ook benoemen we expliciet in de nota de doelen van de wijziging van de Wgr zijnde het versterken van de positie van de gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen (in het bijzonder adviesraden), het bieden van aanvullend controle instrumentarium aan de raad en het verbeteren van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming van gemeenschappelijke regelingen. In de nota nemen we ook op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24a Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk een voorstel voor indienen. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. 2. De nota niet als een eindproduct maar een startpunt voor verdere optimalisering zien.
Maar wat ons betreft is de nota, ook na verwerking van de zienswijzen, zoals die nu is opgesteld geen document dat we pas over vier jaar gaan evalueren. De opbouw van de nota verdient nog veel aandacht. Naar onze mening kunnen diverse onderdelen beknopter en helderder worden weergegeven. Maak meer onderscheid tussen een toelichtende tekst, concrete afspraken en wat zich leent voor een mogelijke lokale invulling. Deze verdeling komt nu nog onvoldoende naar voren. Daardoor is het niet altijd duidelijk wat precies moet worden nageleefd en gecontroleerd door gemeenten en verbonden partijen wanneer gemeenteraden de nota hebben vastgesteld. Een gemis dat wij ook in de huidige nota ervaren en het daarom belangrijk vinden dat hierin verbetering komt. Wij realiseren ons dat het geheel omwerken van de Nota Verbonden Partijen naar een meer handzame versie tijd kost. Wij verwachten dit niet op korte termijn. Wat ons betreft leidt dit binnen de looptijd van de herijkte nota wel tot een tussentijdse aanpassing. Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt. We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. Ook de toelichting en de (mogelijke lokale invulling geven we in kleur (uiteraard een andere kleur dan de afspraken) weer. 3. De schaal van gemeenschappelijke regeling is leidend voor schaal raadsbijeenkomsten. In de conceptnota wordt aangegeven dat ten aanzien van de raadsbijeenkomsten wordt afgestemd op welke schaal deze bijeenkomsten gehouden worden. Wat ons betreft is het uitgangspunt dat we hierin de schaal van de gemeenschappelijke regeling volgen ten aanzien van de schaal waarop de afstemming plaatsvindt. Het is vervolgens een praktische uitwerking hoe we dit organiseren.
Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. De schaal van de radenavonden wordt bij voorkeur afgestemd op de te behandelen onderwerpen en de betrokken verbonden partijen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. 4. Integrale afstemming borgen ten aanzien van bepalen maatschappelijke en financiële impact Wij onderschrijven het uitgangspunt, zoals onder afspraak 2.1. benoemd, dat hoe meer impact een regeling heeft, hoe zwaarder het te hanteren toezichtregime is. Dat betekent dat in die situaties ook meer informatievoorziening is gewenst. In de conceptnota is aangegeven dat dit maatwerk per gemeente en per verbonden partij is. Dit onderdeel vraagt nog een verduidelijking: hoe brengen we de individuele keuzes van gemeenten hierin samen tot een integraal beeld? Of heeft het niet juist de voorkeur dit integraal aan de voorzijde al af te stemmen? Kortom, wij missen in het concept de borging van de integrale afstemming. Reactie: Wij onderschrijven uw standpunt deels. Met u zijn we van mening dat het wenselijk is dat elke gemeente eenzelfde toezichtregime voor een verbonden partij hanteert.
Er kan echter vanwege een specifieke situatie die slechts bij één of bij enkele deelnemende gemeenten speelt, die het voor die gemeente(n) noodzakelijk maakt een ander toezichtregime te hanteren dan het toezichtregime dat met alle deelnemende gemeenteraden onderling is afgesproken. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: We voegen aan de nota toe dat regionale samenwerking ook vraagt om integrale afstemming aan de voorkant tussen gemeenteraden over impact van een regeling en het daarbij behorende toezichtregime. We geven daarbij wel aan dat vanuit het perspectief van de lokale autonomie het wel een lokale afweging van de gemeenteraad zelf blijft welk toezichtregime wordt gehanteerd. 5. Zorg over de uitvoerbaarheid van alle afspraken Het is goed dat er in de nieuwe nota voor wordt gekozen om afspraken ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden op te nemen. Voor veel gemeenten is dat op dit moment nog niet vanzelfsprekend en zijn organisaties daarmee nauwelijks bekend. Wij vragen ons af over er wel voldoende oog is voor de uitvoerbaarheid van al deze nieuwe afspraken.
Oftewel is het aantal afspraken die nu in het conceptdocument zijn opgenomen ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden, wel wenselijk als startpunt? Reactie: Met instemming constateren wij met uw raad met ons van mening is dat het goed is om in de nota ook afspraken over privaatrechtelijke partijen verbonden partijen op te nemen. Naar ons oordeel zijn de afspraken uitvoerbaar. Voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden stellen we voor om indien nodig een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: Aan de nota voegen we toe dat voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden wordt voorgesteld een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. 6. de financiële richtlijnen aan te vullen voor resultaatbestemming en beperking van de algemene reserve De financiële richtlijnen bieden de mogelijkheid om een beperkte algemene reserve aan te houden om bedrijfsvoering in een lopend boekjaar te kunnen continueren. Enkele Gemeenschappelijke regelingen houden op dit moment hiervoor al een reserve aan. Vanuit
praktische overwegingen kunnen we ons dit voorstellen. Echter om een te grote algemene reservevorming te voorkomen is het voorstel om dit te beperken tot 3% van de begroting. Om verder grip te houden op de reservevorming is het voorstel de bestemming van de positieve resultaatrekening voor zienswijzen voor te leggen aan de raden. (Het voorleggen voor zienswijzen is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen blz. 14, laatste alinea). Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. Het streven is erop gericht dat de financiële spelregels zowel door gemeenten uit Midden- als uit West-Brabant worden onderschreven en toegepast. Wij sluiten daarbij zo veel als mogelijk aan bij het advies dat hierover door de burgemeesters van Breda en Tilburg in overleg met enkele grote(re) verbonden partijen tot stand is gekomen. Naar ons oordeel vraagt de hoogte van een algemene reserve om maatwerk per verbonden partij. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel. De ontwerpbegroting, die voor zienswijzen aan de gemeenteraden van de deelnemers wordt voorgelegd, geeft inzicht in de hoogte en het verloop van de algemene en bestemmingsreserves alsmede het verwachte rekeningresultaat voor bestemming voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren.
De hoogte van de algemene reserve is afgestemd op het percentage dat door het AB bij voorkeur voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld. We voegen aan de nota toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. Wanneer de gemeenteraad zich niet kan vinden in de hoogte of het (verwachte) verloop van de algemene of een bestemmingsreserve kan de gemeenteraad hierop een zienswijze indienen. Door de (concept)zienswijze tijdig te delen met de andere deelnemers, wordt bevorderd dat ook andere gemeenteraden uw zienswijze beoordelen en wegen of ze deze kunnen ondersteunen. Over het algemeen zal de algemene reserve worden gevoed vanuit het rekeningresultaat. Een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat kan uitsluitend worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling (art. 10, lid 5 Wgr). Wij stellen echter voor daar terughoudend mee om te gaan nu naar ons oordeel er sprake is van een adequaat instrumentarium in spelregels en zienswijzen op de concept-begroting.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is. Dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. 7. Diverse tekstuele aanpassingen aanbrengen in de Nota. Op enkele onderdelen is de tekst niet volledig. Daarom worden diverse aanvullingen ten aanzien van de tekst gedaan (zie bijlage 1). Deze aanvullingen hebben voornamelijk betrekking op het onderdeel AVG en hoofdstuk 3. Het zijn nadere toelichtingen op de tekst maar wijzigen de inhoud niet. Reactie: Dank voor de tekstuele suggesties. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verwerken de tekstuele suggesties in de nota.
8. Hoofdstuk 4 samenwerking buiten de WGR of het BW laten vervallen Onder een verbonden partij wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin gemeente Moerdijk een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De beschreven samenwerkingen in hoofdstuk 4 voldoen niet aan deze definitie en we zijn daarom van mening dat ze niet moeten worden opgenomen in de NVP. Als hieraan behoefte is kan worden voorgesteld een separate nota op te stellen waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de taak- en rolverdeling tussen de raad en college voor deze vormen van samenwerking. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’.
Oosterhout (let op: Oosterhout heeft ook een 2-tal verzoeken rechtstreeks gericht aan alle raden uit de regio. De eerste betreft een regionale klankbordfunctie, de tweede betreft een proef met een gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie ex art. 24a Wgr. Hoewel deze verzoeken formeel geen onderdeel uitmaken van de zienswijzen maar wel een directe relatie hebben tot de nota verbonden partijen en de aanpassing van de Wgr gaan we hierop onderstaand ook in) 1. Vertaal de nota naar een zo compact en zo concreet mogelijke afsprakenset en vraag de raden enkel over die afspraken een besluit te nemen. Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt. We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. Ook de toelichting en de (mogelijke lokale invulling geven we in kleur (uiteraard een andere kleur dan de afspraken) weer. 2.
De invulling van de actieve informatieplicht en het correct betrekken van de raad via bijeenkomsten of zienswijzen is en blijft een verantwoordelijkheid van het college en de verbonden partij, waarbij maatwerk per regeling en per situatie voorop staat. Reactie: Wij onderschrijven uiteraard deze zienswijze. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot aanpassing van de nota. 3. Voeg aan de afspraken toe dat gemeenschappelijke regelingen openbaar (via overheid.nl) kennisgeven van hun vergaderingen en vergaderstukken. Reactie: Wij nemen deze toevoeging op in de nota. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij nemen deze toevoeging op in de nota. 4. Regel zo veel mogelijk in de reguliere P&C- en beleidscyclus en maak daarbij inhoudelijke wijzigingen expliciet. Reactie: Met u zijn wij van mening dat verbonden partijen zo veel mogelijk in de reguliere P&C- en beleidscyclus moeten regelen en daarbij inhoudelijke wijzigingen expliciet moeten maken. Dit zorgt voor een versterking van de positie van de gemeenteraden zoals de wetgever heeft bedoeld met de wijziging van de Wgr. Wij gaan ervanuit dat wij dit op passende wijze hebben ingevuld in de Nota Verbonden Partijen. Wij zien geen concrete wijzigingsvoorstellen in dit onderdeel van uw zienswijze waar wij op in kunnen gaan.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot een aanpassing van de nota. 5. We zien graag dat colleges en gemeenschappelijke regelingen een regionaal overlegplatform van raadsleden gaan benutten als klankbordgroep voor de invulling van de regionale informatievoorziening; dit platform moet op districtelijke samenhang worden gebaseerd (WBO/Baronie-WBW/Markiezaat) en moet gericht zijn op procesmatige afstemming, dus zonder inhoudelijk mandaat. Inhoud blijft aan de gemeenteraden. Reactie: Met uw zijn we van mening dat het een goede zaak is wanneer colleges en gemeenschappelijke regelingen een regionaal overlegplatform van raadsleden gaan benutten als klankbordgroep voor de invulling van de regionale informatievoorziening. Ook zijn wij met u van mening dat de rol van het regionaal overlegplatform van raadsleden puur procesmatig is en dat het inhoudelijk mandaat bij de individuele gemeenteraden blijft liggen. Het is positief te lezen dat uw raad daaraan een actieve bijdrage wil leveren aan het regionaal overlegplatform van raadsleden. Voor wat betreft de schaal waarop de raadsledenbijeenkomsten moeten plaatsvinden onderschrijven wij uw zienswijze grotendeels. De schaal van de radenavonden wordt afgestemd op de schaal van de verbonden partijen en de te behandelen onderwerpen. Uiteraard zijn goede afspraken over de organisatie van de avonden essentieel.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. Hierbij geven we ook aan dat de rol van het regionaal overlegplatform van raadsleden puur procesmatig is en dat het inhoudelijk mandaat bij de individuele gemeenteraden blijft liggen. 6. Gemeenschappelijke regelingen en raden zijn vrij om het initiatief te nemen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Daarbij worden niet bij voorbaat: i. regelingen uitgesloten; ii. keuzes gemaakt uit de drie taken die deze adviescommissie volgens de Wgr kan hebben; iii. een extra vergoeding aan de leden ingesteld: lidmaatschap van een gemeenschappelijke adviescommissie behoort in beginsel tot het normale raadswerk, er is bovendien al een mogelijkheid tot het vergoeden van reiskosten. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze in deze. Wel is een kleine nuancering nodig aangezien uw raad, naar wij aannemen, verwijst naar (het (nieuwe) artikel 24a in de Wgr. Dit artikel legt de bevoegdheid tot het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie exclusief bij de gemeenteraden. Met u zijn we van mening dat bij voorbaat geen regelingen moeten worden uitgesloten van het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie.
Wanneer alle raden voorstellen een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen regelt het algemeen bestuur de bevoegdheden, de taken en werkwijze van de commissie, nadat het algemeen bestuur de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid heeft gesteld hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Een gemeenschappelijke adviescommissie kan inderdaad drie taken hebben, te weten: - het algemeen bestuur van advies voorzien; - de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden; - de raden van advies kan voorzien.
Wel merken wij hierbij op dat bij het maken van een keuze tussen de drie mogelijke taken ervoor gewaakt moet worden dat er geen strijdigheid ontstaat tussen de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden enerzijds en de adviserende rol van de gemeenschappelijke adviescommissie anderzijds. Wij nemen kennis van uw visie dat het lidmaatschap van een gemeenschappelijke adviescommissie in beginsel behoort tot het normale raadswerk en er bovendien al een mogelijkheid tot het vergoeden van reiskosten is. Voor wat betreft de keuze voor het al dan niet toekennen van een vergoeding aan de leden van een gemeenschappelijke adviescommissie moet deze in de gemeenschappelijke regeling worden gemaakt. De wetgever heeft in artikel 24a lid 6 hierover bewust een kan bepaling opgenomen. Overigens kan ook op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven.
Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. Zo sluit het afwegingskader aan bij uw zienswijze. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken in de nota de passage over de gemeenschappelijke adviescommissie. In de nota nemen we ook op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24a Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en het al dan niet toekennen van een vergoeding aan de raadsleden. 7.
Verzoek aan de gemeenteraden over een gemeenschappelijke adviescommissie U geeft aan graag te willen experimenteren met een gemeenschappelijke adviescommissie, waarbij u aangeeft er voorstander van te zijn om dit te doen bij een beleidsrijke samenwerking op het schaalniveau van de WBO/Baronie en/of SRBT. Reactie Uw wens om te experimenteren met een gemeenschappelijke adviescommissie bij een beleidsrijke samenwerking sluit aan bij het afwegingskader dat wij als bijlage II opnamen in de concept nota verbonden partijen. Wij willen u vragen om de opgedane ervaringen daarbij goed vast te leggen opdat deze inderdaad ingezet kunnen worden bij evaluatie van deze nota en deze ervaringen waar nodig kunnen worden benut bij het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie op basis van artikel 24a Wgr bij andere gemeenschappelijke regelingen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot een aanpassing in de nota. 8. Een zienswijze in te dienen op de regionale adviezen (bijlage 1 bij de nota) met als kernpunten: Koppel deze bijlage los van de nota;
Faciliteer de raden door een schematisch overzicht te geven van de wettelijke bepalingen uit de Wgr waaraan raden de wijzigingen van de regelingen kunnen toetsen; Stel eventuele adviezen over de invulling van de keuzeruimte pas op nadat raadsleden daarover in een regionale bijeenkomst met elkaar in gesprek hebben kunnen gaan; t.a.v. de nu al opgestelde adviezen in bijlage 1 bij de nota: i. GR-en richten eventuele participatietrajecten in overleg met gemeenten in; ii. Experimenteer met een gemeenschappelijke adviescommissie, waarbij wij er voorstander van zijn om dit te doen bij een beleidsrijke samenwerking op het schaalniveau van de WBO/Baronie en/of SRBT; iii. Opsommingen in de regionale nota of in een regeling van onderwerpen waarop een zienswijze kan worden uitgebracht hebben geen limitatief karakter. Reactie: We namen in de conceptnota op dat bijlage I “buiten de scope van deze nota valt”. We voegden deze bijlage, zoals u onder b verzoekt, enkel toe om voor de gemeenteraden als hulpmiddel te dienen bij het beoordelen van de wijzigingen van de gemeenschappelijke regelingen die in het vierde kwartaal van 2023 in procedure zijn/komen. In de definitieve nota halen we bijlage 1 weg. Met u zijn wij van mening dat GR-en eventuele participatietrajecten in overleg met de gemeenten in dienen te richten.
Wij staan positief tegenover uw wens om te experimenteren met een gemeenschappelijke adviescommissie. Met u zijn wij van mening, zoals we ook in het als bijlage II opgenomen afwegingskader aangaven, dat het nadrukkelijk de voorkeur verdient met een gemeenschappelijke adviescommissie te experimenteren bij een beleidsrijke samenwerking. De opzet van een nieuwe regeling leent zich in het bijzonder om vanaf de start te gaan werken conform de nota. Wij willen u vragen om de opgedane ervaringen daarbij goed vast te leggen opdat deze inderdaad ingezet kunnen worden bij evaluatie van deze nota en deze ervaringen waar nodig kunnen worden benut bij het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie op basis van artikel 24a Wgr bij andere gemeenschappelijke regelingen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We schrappen bijlage 1 in de nota. 9. Deze zienswijzen te delen met alle gemeenteraden in WBO/De Baronie, met daarbij het verzoek aan de raden om zich uit te spreken over een regionaal overlegplatform op het schaalniveau WBO/De Baronie. Reactie: Via uw griffie ontvingen de gemeenteraden dit verzoek. Zoals u zelf al eerder in uw zienswijze constateerde is het formuleren van een antwoord op deze vraag de bevoegdheid van de individuele gemeenteraden. Wij beperken ons in deze tot de zienswijzen die direct betrekking hebben op de afspraken in de Nota Verbonden Partijen.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot een aanpassing van de nota. 10. Tweemaal per jaar in een gemeentelijke brede informatieavond bijgepraat te willen worden over de actuele inhoudelijke ontwikkelingen in de samenwerkingen. Reactie: Wij stellen vast dat dit onderdeel van uw zienswijze betrekking heeft op het onderlinge verkeer tussen raad en college daar waar het gaat om intergemeentelijke samenwerking. Uw werkwijze sluit
overigens aan bij de mogelijke lokale invulling zoals we die beschrijven in de nota verbonden partijen. Wij beperken ons in deze tot de zienswijzen die direct betrekking hebben op de afspraken in de Nota Verbonden Partijen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Dit leidt niet tot een aanpassing van de nota.
Roosendaal 1. De nota aanscherpen op basis van het instrumentarium van de WGR Na de evaluatie van de Nota Verbonden Partijen in 2021 is afgesproken de nota aan te passen na de invoering van de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Doel van deze wetswijziging is het versterken van de positie van raden bij besluitvorming over gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel ook de controlerende rol van de gemeenteraad te versterken. In de voorliggende NVP worden de mogelijkheden van de wet benoemd. In de NVP zijn echter geen concrete toepassingen van deze mogelijkheden opgenomen. De gemeenteraad roept de werkgroep daarom op om de NVP aan te scherpen met een wijze waarop het nieuwe instrumentarium dat in de WGR wordt geboden (in het bijzonder adviesraden) in de praktijk tot meer grip op de verbonden partijen leidt. Geef duidelijk aan wat een afspraak is, wat een toelichting daarop is en de lokale invulling van het instrumentarium. Dit geldt met name voor de risicobepaling van de verbonden partijen (categorieën), het instellen van adviesraden en regionale bijeenkomsten van de raden. Zo kan bijvoorbeeld de beschreven indeling in drie risicocategorieën op basis waarop de aandacht voor een verbonden partij wordt bepaald ook als vertrekpunt dienen voor het instellen van adviesraden.
Ook zouden in de NVP afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop de deelnemende gemeenten besluiten tot het instellen van een adviesraad. Dit kan bijvoorbeeld kunnen als een (gekwalificeerde) meerderheid van de deelnemende gemeenten hiertoe de wens uitspreekt. Reactie: Het instellen van een gemeenschappelijke radenadviescommissie op basis van artikel 24a Wgr vereist unanimiteit van de deelnemende raden. Wij passen de nota op dit punt enigszins aan. Wij zullen daarin opnemen dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: In de nota nemen we op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. In de nota voegen we aan de passage over de drie risicocategorieën een passage toe dat de drie risicocategorieën voor de gemeenteraden als vertrekpunt kunnen dienen voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie.
Ook benoemen we expliciet in de nota de doelen van de wijziging van de Wgr zijnde het versterken van de positie van de gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen (in het bijzonder adviesraden), het bieden van aanvullend controle instrumentarium aan de raad en het verbeteren van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming van gemeenschappelijke regelingen.
2. De nota niet als een eindproduct maar een startpunt voor verdere optimalisering zien Wij waarderen de inzet die afgelopen maanden is gepleegd om tot een herijkte versie van de bestaande Nota Verbonden Partijen te komen. Ook het feit dat er in de conceptnota aandacht is voor het gehele spectrum van samenwerkingsverbanden partijen vinden wij een goede ontwikkeling. Maar wat ons betreft is de NVP zoals die nu is opgesteld geen document dat we pas over vier jaar gaan evalueren. De opbouw van de NVP verdient nog veel aandacht. Naar onze mening kunnen diverse onderdelen beknopter en helderder worden weergegeven. Maak meer onderscheid tussen een toelichtende tekst, concrete afspraken en wat zich leent voor een mogelijke lokale invulling. Deze verdeling komt nu nog onvoldoende naar voren. Daardoor is het niet altijd duidelijk wat precies moet worden nageleefd en gecontroleerd door gemeenten en verbonden partijen wanneer gemeenteraden de NVP hebben vastgesteld. Een gemis dat wij ook in de huidige nota ervaren en het daarom belangrijk vinden dat hierin verbetering komt. Wat ons betreft leidt dit binnen de looptijd van de herijkte NVP al tot een tussentijdse aanpassing. Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt.
We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. Ook de toelichting en de (mogelijke lokale invulling geven we in kleur (uiteraard een andere kleur dan de afspraken) weer. 3. De schaal van de gemeenschappelijke regeling is leidend voor de schaal van raadsbijeenkomsten In de conceptnota wordt aangegeven dat ten aanzien van de raadsbijeenkomsten wordt afgestemd op welke schaal deze bijeenkomsten gehouden worden. Wat ons betreft is het uitgangspunt dat we hierin de schaal van de gemeenschappelijke regeling volgen. Het is vervolgens een praktische uitwerking hoe we dit organiseren. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. De schaal van de radenavonden wordt bij voorkeur afgestemd op de te behandelen onderwerpen en de betrokken verbonden partijen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. 4.
Integrale afstemming borgen ten aanzien van het bepalen van de maatschappelijke en financiële impact Wij onderschrijven het uitgangspunt, zoals onder afspraak 2.1. benoemd, dat hoe meer impact een regeling heeft, hoe zwaarder het te hanteren toezichtregime is. Dat betekent dat in die situaties ook meer informatievoorziening is gewenst. In de conceptnota is aangegeven dat dit maatwerk per gemeente en per verbonden partij is. Dit onderdeel vraagt nog een verduidelijking: hoe brengen we de individuele keuzes van gemeenten hierin samen tot een integraal beeld? Of heeft het niet juist de voorkeur dit integraal aan de voorzijde al af te stemmen? Kortom, wij missen in het concept de borging van de integrale afstemming.
Reactie: Wij onderschrijven uw standpunt deels. Met u zijn we van mening dat het wenselijk is dat elke gemeente eenzelfde toezichtregime voor een verbonden partij hanteert. Er kan echter vanwege een specifieke situatie die slechts bij één of bij enkele deelnemende gemeenten speelt, die het voor die gemeente(n) noodzakelijk maakt een ander toezichtregime te hanteren dan het toezichtregime dat met alle deelnemende gemeenteraden onderling is afgesproken. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: We voegen aan de nota toe dat regionale samenwerking ook vraagt om integrale afstemming aan de voorkant tussen gemeenteraden over impact van een regeling en het daarbij behorende toezichtregime. We geven daarbij wel aan dat vanuit het perspectief van de lokale autonomie het wel een lokale afweging van de gemeenteraad zelf blijft welk toezichtregime wordt gehanteerd. 5. De financiële richtlijnen aan te vullen voor resultaatbestemming en beperking van de algemene reserve De financiële richtlijnen bieden de mogelijkheid om een beperkte algemene reserve aan te houden om bedrijfsvoering in een lopend boekjaar te kunnen continueren. Enkele Gemeenschappelijke regelingen houden op dit moment hiervoor al een reserve aan. Vanuit praktische overwegingen kunnen we ons dit voorstellen.
Echter om een te grote algemene reservevorming te voorkomen is het voorstel om dit te beperken tot 3% van de begroting (begrote lasten). Om verder grip te houden op de reservevorming is het voorstel de bestemming van de positieve resultaatrekening voor zienswijzen voor te leggen aan de raden. (Het voorleggen voor zienswijzen is opgenomen in de Nota Verbonden Partijen blz. 14, laatste alinea). Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. Het streven is erop gericht dat de financiële spelregels zowel door gemeenten uit Midden- als uit West-Brabant worden onderschreven en toegepast. Wij sluiten daarbij zo veel als mogelijk aan bij het advies dat hierover door de burgemeesters van Breda en Tilburg in overleg met enkele grote(re) verbonden partijen tot stand is gekomen. Naar ons oordeel vraagt de hoogte van een algemene reserve om maatwerk per verbonden partij. Dit is een samenspel tussen AB en gemeenteraden, rekening houdende met de regionale spelregel. De ontwerpbegroting, die voor zienswijzen aan de gemeenteraden van de deelnemers wordt voorgelegd, geeft inzicht in de hoogte en het verloop van de algemene en bestemmingsreserves alsmede het verwachte rekeningresultaat voor bestemming voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren.
De hoogte van de algemene reserve is afgestemd op het percentage dat door het AB bij voorkeur voor een periode van 4 jaar wordt vastgesteld. We voegen aan de nota toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. Wanneer de gemeenteraad zich niet kan vinden in de hoogte of het (verwachte) verloop van de algemene of een bestemmingsreserve kan de gemeenteraad hierop een zienswijze indienen. Door de (concept)zienswijze tijdig te delen met de andere deelnemers, wordt bevorderd dat ook andere gemeenteraden uw zienswijze beoordelen en wegen of ze deze kunnen ondersteunen. Over het algemeen zal de algemene reserve worden gevoed vanuit het rekeningresultaat. Een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat kan uitsluitend worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling (art. 10, lid 5 Wgr). Wij stellen echter voor daar terughoudend mee om te gaan nu naar ons oordeel er sprake is van een adequaat instrumentarium in spelregels en zienswijzen op de concept-begroting.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Wij voegen aan de nota toe dat over een besluit tot instelling of aanpassing van een algemene reserve een zienswijzeprocedure in het kader van de ontwerpbegroting van toepassing is. Dat een zienswijzenprocedure over de bestemming van het rekeningresultaat uitsluitend kan worden ingesteld wanneer dit expliciet wordt opgenomen in de regeling en dat wordt voorgesteld daar terughoudend mee om te gaan. We voegen daaraan toe dat we voor het bepalen van de hoogte van een (beperkte) algemene reserve adviseren daar waar het AB dit nodig acht door de accountant van een verbonden partij een advies te laten geven waarbij we er nog steeds van uitgaan dat de weerstandscapaciteit in belangrijke mate bij de deelnemers wordt aangehouden. 6. Diverse tekstuele aanpassingen aanbrengen in de NVP Op enkele onderdelen is de tekst niet volledig. Daarom worden diverse aanvullingen ten aanzien van de tekst gedaan (zie bijlage 1). Deze aanvullingen hebben voornamelijk betrekking op het onderdeel Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en hoofdstuk 3. Het zijn nadere toelichtingen op de tekst maar wijzigen de inhoud niet. Reactie: Dank voor de tekstuele suggesties. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verwerken de tekstuele suggesties in de nota. 7.
Hoofdstuk 4 Samenwerking buiten de WGR of het BW laten vervallen Onder een verbonden partij wordt verstaan een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin gemeente Roosendaal een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De beschreven samenwerkingen in hoofdstuk 4 voldoen niet aan deze definitie en we zijn daarom van mening dat ze niet moeten worden opgenomen in de NVP. Als hieraan behoefte is kan worden voorgesteld een separate nota op te stellen waarbij nadrukkelijk wordt ingegaan op de taak- en rolverdeling tussen de raad en college voor deze vormen van samenwerking. Reactie: Uw zienswijze is duidelijk. Hoofdstuk 4 betreft inderdaad andere samenwerkingsvormen dan verbonden partijen. Kern van het hoofdstuk vormen de algemene uitgangspunten die óók gelden voor verbonden partijen. Deze uitgangspunten verplaatsen we naar het inleidende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 laten we vervallen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: Hoofdstuk 4 laten we vervallen en de algemene uitgangspunten die óók gelden voor samenwerking bij verbonden partijen verplaatsen we naar de ‘inleiding’. 8.
Aandacht voor raadsrapporteurs/-ambassadeurs/-adoptanten Overwegende dat de aanleiding bij het actualiseren van de Nota Verbonden Partijen is gelegen in het belang om gemeenteraden in staat te stellen hun rol bij beleidsontwikkeling, kaderstelling en controle van verbonden partijen uit te voeren en wetende dat niet alleen in Roosendaal, maar ook in andere deelnemende gemeenten in de gemeenteraden wordt gewerkt met rapporteurs, ambassadeurs of adoptanten teneinde een meer rechtstreekse relatie tussen een verbonden partij en gemeenteraden te realiseren. Daarom wordt voorgesteld om hier nadrukkelijk aandacht voor te hebben in de geactualiseerde Nota Verbonden Partijen, door in de geactualiseerde nota op te nemen, dat de gemeenschappelijke regelingen open staan voor deze raadswerkgroepen en dat zij desgevraagd van inlichtingen worden voorzien.
Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze en zullen dit als uitgangspunt opnemen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen in de nota op dat het AB en DB van de gemeenschappelijke regeling oog dient te hebben voor de positie die de raadsrapporteur/-ambassadeur/adoptant heeft als vooruitgeschoven post van de gemeenteraad. Het desgevraagd van inlichtingen van de raadsrapporteur/-ambassadeur/adoptant maakt hiervan uiteraard onderdeel uit.
Rucphen 1. De nota aanscherpen op basis van het instrumentarium van de Wgr Wij waarderen de inzet die afgelopen maanden is gepleegd om tot een herijkte versie van de bestaande nota verbonden partijen te komen. Ook het feit dat er in de conceptnota aandacht is voor het gehele spectrum van samenwerkingsverbanden partijen vinden wij een goede ontwikkeling. Na de evaluatie van de Nota Verbonden Partijen in 2021 is afgesproken de nota aan te passen na de invoering van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Doel van deze wetswijziging is het versterken van de positie van raden bij besluitvorming door gemeenschappelijke regelingen. Daarnaast beoogt het wetsvoorstel ook de controlerende rol van de gemeenteraad te versterken. In de voorliggende Nota Verbonden Partijen worden de mogelijkheden van de wet benoemd. In de Nota Verbonden Partijen zijn echter geen concrete toepassingen van deze mogelijkheden opgenomen. De gemeenteraad roept de werkgroep daarom op om de Nota Verbonden Partijen aan te scherpen met een wijze waarop het nieuwe instrumentarium dat in de Wgr wordt geboden (in het bijzonder adviesraden) in de praktijk tot meer grip op de verbonden partijen leidt. Zo kan bijvoorbeeld de beschreven indeling in drie risicocategorieën op basis waarop de aandacht voor een verbonden partij wordt bepaald ook als vertrekpunt dienen voor het instellen van adviesraden kunnen dienen.
Ook zouden in de Nota afspraken gemaakt kunnen worden over de wijze waarop de deelnemende gemeenten besluiten tot het instellen van een adviesraad. Dit kan bijvoorbeeld kunnen als een (gekwalificeerde) meerderheid van de deelnemende gemeenten hiertoe de wens uitspreekt. Reactie: Het instellen van een gemeenschappelijke radenadviescommissie op basis van artikel 24a Wgr vereist unanimiteit van de deelnemende raden. Wij passen de nota op dit punt enigszins aan. Wij zullen daarin opnemen dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding.
Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: In de nota nemen we op dat op grond van artikel 24 uit de Wet gemeenschappelijke regelingen elke regeling adviescommissies kan instellen waarin (ook) raadsleden zitting kunnen nemen. Deze adviescommissies zijn eenvoudig in te stellen ook als niet alle raden hier achter staan, maar een meerderheid van raden van deelnemers of het AB van de regeling zelf wel de behoefte aan een dergelijke commissie heeft. De (nieuwe) gemeenschappelijke adviescommissie uit artikel 24A Wgr komt dan alleen in beeld wanneer andere (meer laagdrempelige) opties niet werken en alle raden toch de behoefte hebben aan een gezamenlijke adviescommissie. Want de gemeenschappelijke raadsledenadviescommissie kan volgens de Wgr uitsluitend worden ingesteld wanneer alle gemeenteraden daar gezamenlijk instemming aan geven. Bij instelling wordt besloten over de op te dragen taken en de vergoeding. In de nota voegen we aan de passage over de drie risicocategorieën een passage toe dat de drie risicocategorieën voor de gemeenteraden als vertrekpunt kunnen dienen voor het instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie. Ook benoemen we expliciet in de
nota de doelen van de wijziging van de Wgr zijnde het versterken van de positie van de gemeenteraden in gemeenschappelijke regelingen (in het bijzonder adviesraden), het bieden van aanvullend controle instrumentarium aan de raad en het verbeteren van de positie van gemeenteraden in de besluitvorming van gemeenschappelijke regelingen. 2. De nota niet als een eindproduct maar een startpunt voor verdere optimalisering zien Wat ons betreft is de nota, ook na verwerking van de zienswijzen, zoals die nu is opgesteld geen document dat we pas over vier jaar gaan evalueren. De opbouw van de nota verdient nog veel aandacht. Naar onze mening kunnen diverse onderdelen beknopter en helderder worden weergegeven. Geef duidelijk aan wat een afspraak is, wat een toelichting daarop is en de lokale invulling van het instrumentarium. Deze verdeling komt nu nog onvoldoende naar voren. Daardoor is het niet altijd duidelijk wat precies moet worden nageleefd en gecontroleerd door gemeenten en verbonden partijen wanneer gemeenteraden de nota hebben vastgesteld. Dit geldt met name voor de risicobepaling van de verbonden partijen (categorieën), het instellen van adviesraden en regionale bijeenkomsten van de raden.
Het niet altijd duidelijke onderscheid tussen een toelichtende tekst, concrete afspraken en wat zich leent voor een mogelijke lokale invulling, is een gemis dat wij ook in de huidige nota ervaren en daarom vinden wij het daarom belangrijk dat hierin verbetering komt. Wij realiseren ons dat het geheel omwerken van de Nota Verbonden Partijen naar een meer handzame versie tijd kost. Wij verwachten dit niet op korte termijn. Wat ons betreft leidt dit binnen de looptijd van de herijkte nota wel tot een tussentijdse aanpassing. Reactie: Dank voor de suggestie. We hebben de nota herzien en deze zo compact mogelijk gemaakt. We nemen de spelregels op in de koppen van alinea’s en paragrafen voor een betere herkenbaarheid en vindbaarheid en deze komen terug in een infographic waarin de afspraken helder worden weergegeven. De gemeenteraad kan deze infographic vaststellen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We nemen de spelregels op in koppen van alinea’s en paragrafen en verwijzen naar de op te stellen infographic. Verder geven we in de nota de afspraken in een kleur weer zodat deze snel gevonden en gelezen kunnen worden. Ook de toelichting en de (mogelijke lokale invulling geven we in kleur (uiteraard een andere kleur dan de afspraken) weer. 3.
De schaal van gemeenschappelijke regeling is leidend voor schaal raadsbijeenkomsten In de conceptnota wordt aangegeven dat ten aanzien van de raadsbijeenkomsten wordt afgestemd op welke schaal deze bijeenkomsten gehouden worden. Wat ons betreft is het uitgangspunt dat we hierin de schaal van de gemeenschappelijke regeling volgen ten aanzien van de schaal waarop de afstemming plaatsvindt. Het is vervolgens een praktische uitwerking hoe we dit organiseren. Reactie: Wij onderschrijven uw zienswijze grotendeels. De schaal van de radenavonden wordt bij voorkeur afgestemd op de te behandelen onderwerpen en de betrokken verbonden partijen. Verwerking in de Nota Verbonden Partijen: We verduidelijken de passage over de schaal waarop de radenavonden worden georganiseerd. 4. Integrale afstemming borgen ten aanzien van bepalen maatschappelijke en financiële impact. Wij onderschrijven het uitgangspunt, zoals onder afspraak 2.1. benoemd, dat hoe meer impact een regeling heeft, hoe zwaarder het te hanteren toezichtregime is. Dat betekent dat
in die situaties ook meer informatievoorziening is gewenst. In de conceptnota is aangegeven dat dit maatwerk per gemeente en per verbonden partij is. Dit onderdeel vraagt nog een verduidelijking: hoe brengen we de individuele keuzes van gemeenten hierin samen tot een integraal beeld? Of heeft het niet juist de voorkeur dit integraal aan de voorzijde al af te stemmen? Kortom, wij missen in het concept de borging van de integrale afstemming. Reactie: Wij onderschrijven uw standpunt deels. Met u zijn we van mening dat het wenselijk is dat elke gemeente eenzelfde toezichtregime voor een verbonden partij hanteert. Er kan echter vanwege een specifieke situatie die slechts bij één of bij enkele deelnemende gemeenten speelt, die het voor die gemeente(n) noodzakelijk maakt een ander toezichtregime te hanteren dan het toezichtregime dat met alle deelnemende gemeenteraden onderling is afgesproken. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: We voegen aan de nota toe dat regionale samenwerking ook vraagt om integrale afstemming aan de voorkant tussen gemeenteraden over impact van een regeling en het daarbij behorende toezichtregime. We geven daarbij wel aan dat vanuit het perspectief van de lokale autonomie het wel een lokale afweging van de gemeenteraad zelf blijft welk toezichtregime wordt gehanteerd. 5.
Zorg over de uitvoerbaarheid van alle afspraken Het is goed dat er in de nieuwe nota voor wordt gekozen om afspraken ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden op te nemen. Voor veel gemeenten is dat op dit moment nog niet vanzelfsprekend en zijn organisaties daarmee nauwelijks bekend. Wij vragen ons af over er wel voldoende oog is voor de uitvoerbaarheid van al deze nieuwe afspraken. Oftewel is het aantal afspraken die nu in het conceptdocument zijn opgenomen ten aanzien van privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden, wel wenselijk als startpunt? Reactie: Met instemming constateren wij met uw raad met ons van mening is dat het goed is om in de nota ook afspraken over privaatrechtelijke partijen verbonden partijen op te nemen. Naar ons oordeel zijn de afspraken uitvoerbaar. Voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden stellen we voor om indien nodig een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. Verwerking in Nota Verbonden Partijen: Aan de nota voegen we toe dat voor bestaande privaatrechtelijke samenwerkingsverbanden wordt voorgesteld een overgangstermijn te hanteren. De lengte van de overgangstermijn vraagt om maatwerk per privaatrechtelijke verbonden partij. 6.