Kadernota armoedebestrijding 2139358.pdf
Tekst van het document
25
8. Financiën Gemeenten ontvangen structurele middelen voor de bestrijding van armoede. Deze middelen zijn door de toenmalige staatssecretaris Klijnsma o.a. beschikbaar gesteld om armoede onder kinderen te bestrijden. Deze middelen zijn echter niet als zodanig geoormerkt en kunnen dus meerdere doelen dienen. Deze middelen worden in Steenbergen volledig toegevoegd aan het budget gemeentelijk minimabeleid. Een groot deel van deze middelen wordt bijvoorbeeld besteed aan de subsidiëring van Stichting Leergeld ten behoeve van het bestrijden van armoede onder kinderen. Voor de inkomensondersteunende regelingen geldt dat hoe meer mensen hier een beroep op doen, hoe hoger de uitgaven. De afgelopen jaren zien we de totale uitgaven voor het minimabeleid stabiliseren (zie grafiek hieronder). In de tabel daaronder staan het aantal aanvragen per inkomensregeling. Verantwoording daarover vindt plaats in de kwartaalrapportages waarin ook een toelichting wordt gegeven op de ontwikkelingen.
€900.000 €800.000 €700.000 €600.000 €500.000 €400.000 €300.000 €200.000 €100.000 €0 2015
2016
2017
2018
Begroting
2019
2020
Uitgaven
2015
2016
2017
2018
2019
2020
Begroting
€ 438.829
€ 529.890
€ 789.313
€ 598.700
€ 650.200
€ 525.200
Uitgaven
€ 494.211
€ 641.358
€ 714.902
€ 541.951
€ 576.056
€ 577.481
bijzondere bijstand
299
330
344
370
403
383
inkomenstoeslag
115
137
158
169
163
176
collectieve ziektekostenverzekering participatie schoolgaande kinderen sociaal culturele bijdrage
273
242
329
360
361
380
100
113
179
183
168
181
70
102
109
121
126
69
2
2
8
2
1
1
studietoeslag schuldhulpverlening
87
96
72
45
59
42
Totaal aanvragen
913
982
1128
1187
1215
1155
26
Bijlagen Bijlage I Resultaten en analyse gesprekken Om te kunnen herijken is het echter eerst van belang om inzichtelijk te krijgen hoe ons huidige minimabeleid functioneert. Wat zien we gebeuren en gaat er goed, maar natuurlijk is de vraag ‘wat kan er beter?’ van nog groter belang. Er hebben daarvoor interviews plaatsgevonden met rechthebbenden uit de gemeente Steenbergen welke, bewust of onbewust, geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen. Verder zijn er gesprekken geweest met de professionals en vrijwilligers bij de uitvoeringsorganisaties en ketenpartners van het armoedebeleid zoals Stichting Leergeld, Stichting Schuldhulpmaatje, de Sociale Dienst, de Voedselbank, het Vluchtelingenwerk, het Algemeen Maatschappelijk Werk, de Ontmoetingswinkel, Kindervakantieweek Dinteloord etc Wie zijn die Steenbergse rechthebbenden met inkomens onder het sociaal minimum die geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen?
25%
30%
Bijstandsuitkering Inkomen uit arbeid Pensioen
45%
Figuur 7. Percentage gesproken inwoners welke recht hebben op een voorziening maar hier geen gebruik van maken. Van alle gesproken inwoners welke geen gebruik maken van de voorzieningen ontvangt 30% een bijstandsuitkering van de sociale dienst, 45% van de respondenten heeft een inkomen uit arbeid en 25% van de respondenten ontvangt inmiddels zijn pensioen.
35%
Bekend Onbekend
65%
Figuur 8. Percentage gesproken inwoners welke bekend dan wel onbekend zijn met de armoedevoorzieningen. Van alle gesproken inwoners is 65% onbekend met de armoedevoorzieningen voor inwoners met een smalle beurs. De inwoners met een bijstandsuitkering van de gemeente Steenbergen zijn bekend met de armoedevoorzieningen. De inwoners welke bekend zijn met de armoedevoorzieningen geven aan dat de publicaties die zij zien over de
27
armoedevoorzieningen in de media kanalen, dat de teksten te moeilijk zijn, te lang en ze worden niet als helder en duidelijk ervaren. Van alle gesproken inwoners welke geen gebruik maken van de voorzieningen is 25% gepensioneerd, zij zijn allemaal onbekend met de voorzieningen voor mensen met een smalle beurs. De gepensioneerde respondenten hebben nog nooit van de voorzieningen gehoord en weten zelfs niet dat zij tot de doelgroep behoren. Middels het soepproject ten tijde van Corona, hebben zij zich na een gesprek met de initiatiefneemster gemeld voor een interview. Zij geven aan afhankelijk te zijn van informatie in de gratis lokale krant en de lokale televisie (SLOS) Van de werkenden en gepensioneerden is 93% van gesproken inwoners onbekend met de voorzieningen welke er voor hen zijn. Zij zien geen publicaties in de media over de verschillende voorzieningen en weten daardoor niet dat zij tot de doelgroep behoren van de armoedevoorzieningen. Wat maakt dat Steenbergse rechthebbenden geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen? Onbekendheid met de voorziening Uit het onderzoek komt naar voren dat 93 % van de rechthebbenden welke geen gebruik maakt van de voorzieningen omdat zij onbekend zijn met deze regelingen.
Zij kunnen zelfstandig in hun onderhoud voorzien en zijn daardoor niet in beeld als doelgroep bij de gemeente Steenbergen welke hun kunnen ondersteunen met informatie en advies over de verschillende voorzieningen. Zij zijn onbekend met de mogelijkheden, zij zien hierover geen informatie in de krant, websites of social media kanalen en weten daardoor ook niet dat zij tot de doelgroep behoren en zijn derhalve zelf niet actief op zoek naar financiële hulp. Van de gesproken gepensioneerden is 100% onbekend met deze voorzieningen, de informatie bereikt hen ook niet. Zij realiseren zich niet dat zij tot de doelgroep behoren. “Ik zie nooit iets van gemeente in de media.” Suggesties welke door deze respondenten worden genoemd om dit te verbeteren zijn: “De gemeente weet ons goed te vinden bij gemeentelijke belastingen aan het begin van ieder jaar. Waarom sturen ze dan niet even gelijk een informatie pakket mee met de regelingen die er zijn waar we gebruik van kunnen maken.” “Veel duidelijker in de media aangeven dat bijvoorbeeld een regeling ook gebruikt kan worden door mensen die werken, je hoeft niet in de uitkering te zitten om deze aan te vragen.” Van alle respondenten heeft 30% een bijstandsuitkering van de sociale dienst, als voornaamste inkomensbron en 70% een inkomen uit arbeid of pensioen.
Op de vraag : “Bent u bekend met de voorzieningen voor inwoners met een smalle beurs.” Was het opvallend dat respondenten met een bijstandsuitkering beter waren geïnformeerd dan de respondenten met een ander inkomen. De respondenten met een bijstandsuitkering geven aan dat zij middels nieuwsbrieven van de sociale dienst op de hoogte worden gebracht met informatie over de voorzieningen. Over de frequentie en inhoud van de nieuwsbrieven geven alle bijstandsgerechtigden aan dat deze onder de maat is. Van de bijstandsgerechtigden is overigens maar 5% bekend met alle armoedevoorzieningen.
28
“De informatieverstrekking zou duidelijker mogen, meer ruchtbaarheid geven aan welke regelingen er zijn.” 5% van de respondenten welke een andere bron van inkomsten heeft dan een bijstandsuitkering geeft aan dat zij nog nooit informatie heeft gezien over voorzieningen voor mensen met een smalle beurs maar door familie is geattendeerd op het bestaan ervan. “Dat van de kwijtschelding heb ik van mijn moeder gehoord.”
Schaamte 57% van de respondenten, welke bekend zijn met de voorzieningen, heeft last van schaamte. 75% van de doelgroep welke last heeft van schaamte maakt als gevolg van deze schaamte maar deels gebruik van de voorzieningen. Zij maken als gevolg van schaamte bewust geen gebruik van de voedselbank als voorziening of van de regeling maatschappelijke participatie voor schoolgaande kinderen uitgevoerd door Stichting Leergeld. “Ik moet oppassen dat ik het nu droog houdt, dit is een hele goeie vraag. Ja, ik ben zelf persoonlijk een gevoelig mens. Ik schaam mij voor de bijstan d terwijl ik duidelijke redenen heb dat ik dat niet hoef te zijn. Je hebt vooroordelen als je in de bijstand zit, je houdt je handje op. Ik hoop dat er een basisinkomen komt. Beter voor je eigen gevoel.” Een alleenstaand ouder met een kind op de middelbare school leende een oude laptop van een vriendin. Zij was bekend met de voorzieningen, zoals een laptop en een fiets voor schoolgaande kinderen voor inwoners met een smalle beurs. Het was haar ook bekend dat zij tot de doelgroep behoorde maar de schaamte weerhield haar ervan contact op te nemen met Stichting leergeld om de eerder genoemde voorzieningen aan te vragen voor haar kind. “ Ik was kort klant bij de Voedselbank maar heb me per mail afgemeld vanwege de schaamte.
Dan kom ik daar en komt dat schaamtegevoel weer naar boven en dat vind ik verschrikkelijk.” Procedure 43 % van de respondenten, welke bekend zijn met de voorzieningen, maakt als gevolg van een te volgen procedure deels gebruik van de voorzieningen. Zij maken bewust geen gebruik van de een bepaalde voorziening omdat het op basis van declaratie is. Zij kunnen het zich niet veroorloven om de middelen voor te schieten omdat zij deze ruimte niet hebben binnen hun budget of bang zijn voor een afwijzing en zij de middelen niet gecompenseerd krijgen. Er wordt verder ook bewust door 50% van de respondenten welke bekend zijn met de voorzieningen, geen gebruik gemaakt van een voorziening welke werkt op declaratiebasis. De regeling sociaal culturele bijdrage, deze regeling is een financiële bij drage van € 150,per jaar voor volwassenen voor de lidmaatschap van een sportclub, vereniging of bezoek aan een museum, concert of bioscoop. De regeling werkt op declaratiebasis, er wordt verwacht dat men zelf eerst de kosten maakt en achteraf declareert bij de sociale dienst. De redenen welke worden aangeven op de vraag waarom men geen gebruik maakt van een armoedevoorziening welke werkt op basis van declaratie zijn:
29
• •
Vanwege angst voor het afwijzen van de declaratie. Men begrijpt niet alle teksten en is bang het voorgeschoten geld dan kwijt te zijn. De middelen niet kunnen voorschieten, vanwege het feit dat men in de schuldsanering zit en leeft van € 60,- weekgeld. “Ik moet het eerst voorschieten en dat kan ik niet dus ik vraag het niet aan. € 150, - kan ik niet eerst uitgeven en 6 weken later pas terug dat werkt niet. ”
Angst voor problemen bij vergissing of afwijzing. Een andere reden voor niet gebruik is gelegen in de angst voor problemen bij een vergissing of afwijzing. Het op een later moment moeten terugbetalen van de ontvangen middelen zal leiden tot financiële problemen bij de aanvrager. Een vergissing maken bij het invullen van het aanvraagformulier is snel gedaan en heeft financiële consequenties. Liever dan dat riskeren vragen zij de regeling helemaal niet meer aan. Verwerkingsvermogen Het verwerkingsvermogen is het vermogen van de geest om door waarnemen, denken, voelen en willen gebeurtenissen te verwerken tot persoonlijke ervaringen. Rechthebbenden maken bewust geen gebruik van de voorzieningen vanwege de stress van schulden en het dagelijks overleven. Wanneer je veel aan je hoofd hebt wordt het lastig om over andere zaken goed na te kunnen denken. Het zorgt ervoor dat men niet de rust in het hoofd heeft om alles goed te overzien om het aanvraagproces te doorlopen. De financiële schaarste zit het verwerkingsvermogen in de weg en daardoor is er maar een beperkt werkgeheugen en beperkte rekenkracht waardoor mensen in armoede slechts een beperkte hoeveelheid informatie kunnen verwerken en gebruiken. Een alleenstaand ouder met erg jonge kinderen geeft aan geen gebruik te maken van regelingen, omdat er ontzettend veel formulieren moet worden ingevuld of gescand.
De stress van de schulden die zij heeft en het dagelijks overleven met 5 kinderen , zorgt ervoor dat zij niet de rust in haar hoofd heeft om alles goed te overzien om het aanvraagproces te doorlopen. “Zenuwslopend traject je moet dit en je moet dat. Veel te omslachtig allemaal, ik heb daar geen tijd voor met 5 kinderen, de regelingen moeten makkelijker aangereikt worden.” Een dame die heeft aangegeven een verstandelijke beperking te hebben bevestig t dit en verder geeft zij aan dat zij waarschijnlijk vergeet voorzieningen aan te vragen omdat er niet proactief aanvraagformulieren worden opgestuurd naar de huishoudens waarvan bekend is dat daar mensen wonen met een smalle beurs. Indien zij er niet op wordt gewezen dat er in het nieuwe jaar een voorziening kan worden aangevraagd, vergeet zij dit. “Ik heb een licht verstandelijke beperking. Ik vind het moeilijk om rond te komen, ik mis het overzicht. Ik moet nu onthouden dat er iets aangevraagd kan worden en dat vergeet ik. Ze moeten actief aanvraagformulieren opsturen naar de mensen zodat ze er niet zelf achteraan hoeven te gaan.” Het nut van contact opnemen om een aanvraag te doen is ook niet altijd helder. De geplaatste stukken op de media kanalen worden niet door iedereen als voldoende uitnodigend ervaren om een aanvraag in te dienen. Het is niet altijd duidelijk wat het op
30
kan leveren. Een persoonlijk brief zou volgens een respondent uitnodigender zijn en vooral door aan te geven wat het op kan leveren. Digitale vaardigheden Vanaf 2017 moet de overheid alle zaken digitaal kunnen laten afhandelen. Het ontbreken van digitale vaardigheden welke vereist zijn om een aanvraag voor een armoedevoorziening in te dienen is een barrière welke voornamelijk door de ouderen word ervaren. “Oudere mensen bereik je niet met internet, hebben geen computer, doe dan een brief vanuit de gemeente naar de oudere mensen, jullie weten waar ze wonen.” Welke redenen benoemen uitvoeringspartners voor het niet gebruik maken van de armoedevoorzieningen? Alle respondenten geven hetzelfde antwoord op de vraag over de bekendheid van de voorzieningen bij de doelgroep. Ze geven aan dat de doelgroep niet of nauwelijks op de hoogte is van de voorzieningen welke er voor hun zijn. Over de kwaliteit van de informatievoorziening is men ook eenduidig. Alle respondenten vinden de informatievoorziening over de voorziening onvoldoende, zowel de frequentie als de boodschap. Zij geven allen aan dat het taalgebruik in de publicaties niet aansluit bij het niveau van de doelgroep.
“De informatie is op zich duidelijk, als ik van mijzelf uitga, maar voor de doelgroep zijn doorsnee woorden al te moeilijk, het moet in duidelijke brokken en in veel simpeler taalgebruik aangeleverd worden.” Op verzoek van de gemeente wordt er jaarlijks een nieuwsbrief gemaild naar de directeuren van het voortgezet en primair onderwijs. Het verzoek is dan deze brief door te zenden naar alle ouders van de schoolgaande kinderen. Er wordt gevolg gegeven aan het verzoek en het resultaat is dat jaarlijks rond de 50% van de doelgroep succesvol een aanvraag doorloopt. De vrijwilliger van St. Leergeld maakt regelmatig mee dat kinderen van laaggeletterden en statushouders hun ouders proberen uit te leggen wat er in een brief staat. Hij geeft aan dat hoogst waarschijnlijk de nieuwsbrief per mail niet door alle ouders wordt gelezen. De vrijwilliger van Stichting Leergeld geeft aan dat het zou kunnen helpen om ook de kinderen zelf te informeren over de regelingen op school of sportvereniging en niet alleen de ouders. De leerkrachten van het primair en voortgezet onderwijs weten goed welke kinderen hierover geïnformeerd moeten worden. “Ik maak mee dat kinderen moeten tolken voor hun ouders.
Ik maak mee dat zij naar winkels worden gestuurd, zij moeten te snel volwassen dingen regelen, formulieren invullen, daar zijn zij nog niet aan toe en daar gaat het mis.” Een medewerker van de gemeente heeft onlangs nog meegemaakt dat zij bij een aanvrager van aanvulling op haar bijstand alles in de spreekkamer heeft laten invullen en dat deze op het einde toch niet is ingediend vanwege schaamte. “Ik schaam me zo met mijn 65 jaar.” Aangegeven wordt dat men regelmatig werkenden met een smalle beurs in de spreekkamer ontmoeten welke hun hoofd niet meer boven water kunnen houden en absoluut niet door hebben dat zij al geruime tijd tot de doelgroep behoren. Indien men niet 31
weet dat je tot de doelgroep behoort omdat je denkt dat deze er alleen maar zijn voor uitkeringsgerechtigden dan dringen de publicaties niet tot de mensen door. “Ik werk toch gewoon, zeggen ze dan” Er wordt ook aangeven dat het vertrouwen in de overheid voor enkelen een probleem is om een voorziening aan te vragen. Er wordt aangegeven dat men bang is voor een schuld bij de sociale dienst en dat de sociale dienst niet laagd rempelig is. Opvallend was dat op de vraag of er een voorzienig overbodig was of ontbrak het antwoord eenduidig was. Men mist geen voorzieningen en er zijn er ook geen overbodig. Hieronder een tabel met oplossingsrichtingen volgens de respondenten, om het aanvragen van de armoedevoorzieningen door rechthebbenden te bevorderen.
Oplossingsrichtingen
Rechthebbenden
Uitvoeringsorganisaties en ketenpartners
Door veel frequenter te communiceren over de voorzieningen en deze beter te richten op bepaalde doelgroepen, kan de informatie beter worden afgestemd en op de juiste manier worden overgebracht bij verschillende doelgroepen. Het bereik en gebruik onder ouderen, gepensioneerden en de digitaal minder vaardigen zal waarschijnlijk toenemen wanneer de lokale televisie, radio en de gratis weekbladen worden ingezet. Wanneer digitale vaardigheden zijn vereist om een aanvraag voor een armoedevoorziening te doen aangeven dat een vrijwilliger hen kan ondersteunen bij het aanvragen. Ook alle informatie met betrekking tot armoedevoorzieningen delen met sportvereniging, religieuze organisaties, huisartsen, ouderenbonden en verzoeken de informatie welke zij van de gemeente krijgen door te sturen naar al hun leden of op te nemen in hun nieuwsbrieven of social media kanalen. De aanvraagprocedure vereenvoudigen Het proces aanpassen door bijvoorbeeld rechthebbenden een voorschot te verstrekken in plaats van op declaratiebasis te werken. Indien door inwoners, ketenpartners en gemeente frequenter wordt gecommuniceerd over de voorzieningen neemt de schaamte misschien wat af bij een rechthebbende voor wie de drempel nu te hoog is.
Redenen waardoor hulpvragers gemotiveerd raken om contact op te nemen zijn; de telefonische bereikbaarheid verbeteren, een avondopenstelling voor werkenden en een vast contactpersoon organiseren. Een ervaringsdeskundige betrekken bij het opstellen van nieuwsbrieven en op deze wijze bereiken dat de
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x x
x
x
x
32
informatie welke wordt ontvangen middels krant, brief of e-mails ook wordt begrepen. Wanneer er meer wordt gecommuniceerd over de voorzieningen zullen ook niet rechthebbenden meer kennis krijgen over deze voorzieningen welke zij kunnen delen met hun netwerk. Op deze wijze kan worden bereikt dat inwoners verwijzers gaan worden. Bewindvoerders in de regio middels brieven informeren over de regelingen welke er zijn. Hiermee wordt bereikt dat zij hun cliënten bij wie de competenties ontbreken om de eigen financiële huishouding op orde te houden en de weg niet weten te vinden naar passende regelingen en ondersteuning kunnen informeren en helpen bij de aanvraag. Meer gebruik maken van herkenbare pictogrammen en filmpjes met uitleg per situatie of voorziening en ook in meerdere talen, daarbij duidelijk aangeven wat het hen kan opleveren, op deze wijze worden laaggeletterden en inwoners welke de taal nog niet machtig zijn bereikt. Alle informatie met betrekking tot armoedevoorzieningen delen met de afdeling personeel en organisatie van alle werkgevers in de gemeente Steenbergen. De werkgever kan dan gericht onder haar personeel met een salaris onder de 120% van het sociaal minimum alle informatie verstrekken. Ook in het geval van loonbeslag kan hen worden verzocht de werknemer te wijzen op instanties welke hulp bieden bij schuldhulpverlening.
De informatie richten op de kinderen van belanghebbenden zodat zij hun ouders kunnen informeren, hierbij gebruik maken van posters op informatieborden van scholen, bibliotheek en verenigingen. De jongerenwerkers inzetten en hen outreachend laten werken. Actief de jongeren benaderen, het gesprek aangaan, vertrouwen winnen en informeren over de mogelijkheden. Professionals en vrijwilligers van de uitvoeringsorganisaties, welke in contact komen met de doelgroep, 1 of 2 keer per jaar uitnodigen op een informatieavond en elkaar informeren over de eigen organisatie. Op deze wijze vergroot de kennis van de sociale kaart en de voorzieningen.
x
x
x
x
x
x
x
33
Bijlage II Interviewvragen Introductie (mijzelf, het onderzoek en de opbouw van het interview). Procedure m.b.t. vertrouwelijkheid en anonimiteit uitleggen. Bedankt dat u wilt deelnemen aan dit onderzoek. Zoals in de uitnodiging voor dit interview al uitgelegd is, is dit interview bedoeld om meer inzicht te krijgen in … Alles wat wordt besproken in dit interview is anoniem en de citaten die gebruikt worden zijn niet te herleiden tot een persoon. Vragen m.b.t. respondent: 1) Achtergrondgegevens a) Leeftijd b) Geslacht c) Gezinssamenstelling d) Met .. kinderen in de leeftijd van…………….. 2) Wat voor soort inkomen heeft u? Is dit inkomen hoger of lager dan 120% van het sociaal minimum, € 1800 gehuwden of €1000 alleenstaanden. (check op doelgroep) 3) Van welke voorzieningen maakt u of iemand uit uw huishouden gebruik? 4) U heeft net bij één of meerdere voorzieningen aangegeven dat u hier geen gebruik van maakt. Wat zijn de redenen dat u hier geen gebruik van maakt? 5) Op welke manier (welk medium) zou de gemeente informatie over minimaondersteuning kunnen verspreiden zodat het ook u bereikt? 6) Wel bekend met regelingen, maar geen gebruik. Wat is de reden dat u er geen gebruik van maakt? (Doorvragen naar reden i.v.m.
koppeling, capaciteit, motivatie en gelegenheid) 7) Hoe wist u van de mogelijkheden, van het bestaan van de regeling(en)? 8) Wat vindt u van de informatievoorziening en berichtgeving rond de regelingen? Duidelijkheid /volledigheid /frequentie. 9) Hoe tevreden bent u over de ondersteuningsmogelijkheden die de gemeente biedt met de regelingen? 10) Welke regelingen zijn voor uw gevoel overbodig, welke worden gemist? 11) Wat moet er veranderen om ervoor te zorgen dat u gebruik gaat maken van de minimaregelingen? 12) Welke vorm van financiële ondersteuning of andere ondersteuning zou u willen? 13) Wat kan door de gemeente worden verbeterd om het gebruik van minimaregelingen te verbeteren? Tot slot: 14) Heeft u nog opmerkingen of suggesties of zijn er nog onderwerpen die u graag wilt bespreken die in het interview niet aan bod zijn gekomen?
34
Bijlage Ill Stimulansz Minimascan 2019 gemeente Steenbergen
35
Bijlage lV Resultaten Ik Praat Mee gemeente Steenbergen
36
37