CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota armoedebestrijding 2139358.pdf

Besluitvormende Vergadering 27 januari 2022, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 07.: Kadernota armoedebestrijding 2022-2024.11.994 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Kadernota Armoedebestrijding 2022-2024 Samen Armoede Aanpakken

Gemeente Steenbergen Team Welzijn en Zorg December 2021

www.gemeente-steenbergen.nl

Inhoud 1.

Inleiding .......................................................................................................................... 4 Totstandkoming kadernota ................................................................................................... 4

2.

Wat is armoede ............................................................................................................... 5 Definitie van armoede .......................................................................................................... 5 Landelijke cijfers .................................................................................................................. 6 Lokale cijfers ........................................................................................................................ 6

3.

Oorzaken van armoede ................................................................................................... 8 Oorzaken van armoede ........................................................................................................ 8 Corona ................................................................................................................................. 8 Precaire arbeid .................................................................................................................... 8 Laaggeletterdheid ................................................................................................................ 9 Life-events ........................................................................................................................... 9 Energiearmoede ................................................................................................................... 9 Ervaringen ......................................................................................................................... 10

4.

Gevolgen van armoede ................................................................................................. 10 Schaarste en stress ............................................................................................................ 10 Gezondheid ....................................................................................................................... 11 Eenzaamheid ..................................................................................................................... 11 Gevolgen voor kinderen...................................................................................................... 11

5.

Voorzieningen en het gebruik ervan ............................................................................. 12 Voorkomen is beter dan genezen ........................................................................................ 12 Onderzoek ......................................................................................................................... 13

6.

Aanpak armoedebestrijding .......................................................................................... 20 Steenbergse definitie van armoede ..................................................................................... 20 Missie armoedebestrijding .................................................................................................. 20 Uitgangspunten .................................................................................................................. 21 De activiteiten .................................................................................................................... 21

7.

Effectmeting en planning .............................................................................................. 24 Armoede in Steenbergen .................................................................................................... 25 Kinderen in armoede .......................................................................................................... 25 Percentage bereik minimaregelingen .................................................................................. 25 Vroege signalering bij schulden .......................................................................................... 25 Aantal meldingen schuldhulpverlening ................................................................................ 25 Participatie middels werkcentrum ....................................................................................... 25 Uitgaven ............................................................................................................................ 25 Klantervaringen .................................................................................................................. 25

8.

Financiën ....................................................................................................................... 26

Bijlagen ................................................................................................................................ 27 Bijlage I Resultaten en analyse gesprekken ....................................................................... 27 Bijlage II Interviewvragen ................................................................................................... 34 2

Bijlage Ill Stimulansz Minimascan 2019 gemeente Steenbergen .......................................... 35 Bijlage lV Resultaten Ik Praat Mee gemeente Steenbergen ................................................. 36

3

1. Inleiding In de gemeente Steenbergen vinden we het belangrijk dat mensen mee kunnen doen. Het terugdringen van armoede is dan ook een van de belangrijkste speerpunten uit het raadsprogramma. Het college van de gemeente Steenbergen ziet de armoedeopgave in samenhang met de transformatie in het sociaal domein waarbij de doelstelling is dat inwoners naar vermogen en op eigen wijze kunnen participeren. Eén van belangrijkste reden waardoor huishoudens het moeilijk vinden om te participeren in de samenleving is armoede. De rekenkamercommissie signaleert eind 2017 en nogmaals in 2018 een aantal verbeterpunten rond het Steenbergse armoedebeleid. Al deze aandachtspunten zijn opgepakt en hierover is de gemeenteraad al eerder geïnformeerd. Een kadernota armoedebeleid is het laatste punt van aandacht, waar nog niet eerder op is geïnvesteerd. Er bestaat in gemeente Steenbergen op dit moment nog geen Kadernota Armoedebeleid dat integraal aandacht besteedt aan de bestrijding van armoede. De kadernota armoedebeleid 20222024 haakt aan op diverse andere kaders. • • • • • • • • •

Beleidsplan ‘Sociaal Domein gemeenten Brabantse Wal’ 2018-2021 Bestuursopdracht Transformatie Sociaal Domein gemeente Steenbergen (2019) Visie op Dienstverlening (2019) Beleidsplan Schuldhulpverlening 2019-2023 Beleidskader zorg voor jeugd 2018-2021- ‘koersvast, op weg naar verbinden’ Plan van aanpak ‘Kwaliteitsimpuls welzijnswerk Steenbergen’ – februari 2018 Nota ‘Steenbergen Vitaal’; 2018 Onderwijsagenda Brabantse Wal (2019) Beleidskader bestrijding laaggeletterdheid 2020-2023

We zetten de komende jaren voornamelijk in op preventie, vroege signalering en het bereik van het armoedebeleid. Bereiken de voorzieningen de burgers en de Steenbergse jeugd voor wie ze bedoeld zijn? Het is belangrijk dat mensen de weg naar de voorzieningen weten te vinden. Dat doen we bijvoorbeeld via de Vraagwijzer aan de Fabrieksdijk. We gaan beter gebruik maken van de contacten die onze ketenpartners al met onze inwoners hebben. Daar waar nodig gaan we, met de wijkteams, naar de mensen toe om ze achter de voordeur verder te helpen. Vroegtijdige hulp voorkomt een hoop ellende (en kosten) en bevordert de kans van slagen om tot een oplossing te komen. Als het gaat om inkomensondersteuning dan blijven we inzetten op een goed voorzieningenniveau en op het vergroten het bereik. Daarnaast zijn we ervan overtuigd dat perspectief bieden nodig is om mensen duurzaam uit de armoede te houden of te helpen. De armoedeopgave sluit aan op de transformatie van het sociaal domein. Hierbij wordt er ingezet op preventieve ondersteuning, gaat de gemeente uit van de eigen mogelijkheden van haar inwoners, faciliteert het effectieve maatwerkondersteuning om inwoners weer handelingsperspectief te bieden en biedt het een vangnet wanneer inwoners er niet meer zelf uit kunnen komen.

Centraal uitgangspunt is dat we als gemeente Steenbergen aansluiten bij de leefwereld van onze inwoners, de ‘beweging naar voren’ maken met onze dienstverlening en ondersteuning en dat samen met andere partners doen. Totstandkoming kadernota Deze kadernota is tot stand gekomen door middel van een uitgebreide dialoog met de samenleving en de doelgroep. De start werd gemaakt met een startbijeenkomst op 9 december 4

2019 met als thema jeugdarmoede. Iedereen in de gemeente Steenbergen die in contact komt met armoede en jeugd was daarbij uitgenodigd. Via de website Ik Praat Mee van de gemeente Steenbergen hebben 45 inwoners de enquête ingevuld. Het afgelopen jaar zijn er dialoogsessies met de ketenpartners geweest. In het voorjaar van 2021 is er een onderzoek gestart dat antwoord moet geven op de vraag waarom Steenbergse rechthebbenden bewust of onbewust geen gebruik maken van armoedevoorzieningen. Er is met 33 inwoners gesproken over hun ervaringen, waar zij in het dagelijks leven tegenaan lopen en welke verbeterpunten zij hiervoor zien. Voor deze aanpak is gekozen om te zorgen dat alle betrokken partijen omtrent armoede en schulden met elkaar de dialoog (blijven) voeren zodat het beleid daadwerkelijk een verschil gaat maken voor de doelgroep en breed gedragen wordt. Op basis van al deze input is de kadernota Samen Armoede Aanpakken opgesteld.

2. Wat is armoede Definitie van armoede Van ‘armoede’ bestaan uiteenlopende definities. De Europese Unie volgt de volgende definitie van armoede: “Armoede is een situatie waarin sprake is van onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen, waardoor mensen zijn uitgesloten van een levensstandaard die in de samenleving waarin men woont als minimaal wordt gezien”. In deze definitie kan men twee vormen van armoede onderscheiden: schaarste in vermogen in financiële en in niet financiële zin. - Armoede in financiële zin is het niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoefte door een gebrek aan financiële middelen. - Daarnaast is er ook sociale armoede (uitsluiting) en andere vormen van niet financiële armoede (denkvermogen, sociaal vermogen, netwerkvermogen, integratie, enzovoorts). Armoede is tegelijkertijd een relatief begrip, gebonden aan historie, context en specifieke kenmerken en situatie en afhankelijk van de eigen perceptie (beleving). Armoede is meer dan een gebrek aan financiële middelen. Armoede heeft vergaande gevolgen voor iemands leven. Armoede zorgt bijvoorbeeld voor minder kans op een opleiding, heeft betrekking op je woonsituatie en je gezondheid. Schaamte, sociaal isolement, eenzaamheid, stress en depressies kunnen een gevolg zijn van armoede. Hieronder wordt een beknopte beschrijving gegeven van een aantal (negatieve) effecten van armoede.

Iedereen kan te maken krijgen met armoede. Waren het voor de crisis van 2008 nog voornamelijk sociale minima die in armoede leefden, door de economische crisis zijn ook andere risicogroepen ontstaan. We zien nu ook hoogopgeleiden en zelfstandig ondernemers die de eindjes niet meer aan elkaar kunnen knopen. De groep mensen die met armoede en schulden te maken heeft, is inmiddels zeer divers. Landelijke onderzoeken laten de volgende groepen zien met het grootste risico op armoede: • • • • •

Mensen die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen Mensen (met name jongeren) met een laag opleidingsniveau Mensen met migratie achtergrond Mensen die laaggeletterd zijn Mensen met psychische problemen 5

• •

Mensen met verslavingsproblemen Mensen met een (licht) verstandelijke beperking

Landelijke cijfers Landelijk zijn er diverse kengetallen en gegevens omtrent armoede beschikbaar. In Nederland zijn er ruim1 miljoen huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum dit is 12,7 % van het totaal aantal huishoudens. Het betreft bijna 1,7 miljoen personen waarvan er 340.000 kinderen onder de 18 jaar. Opvallend is dat 184.087 (71.884 + 112.203) van deze huishoudens geen uitkering hebben maar werken als werknemer of zelfstandige. De zogenaamde arme werkenden.

AANTAL HUISHOUDENS IN NEDERLAND MET EEN INKOMEN TOT 120% VAN HET SOCIAAL MINIMUM. TOTAAL HUISHOUDENS 1.010.534 UITKERING ALS INKOMEN 826.447 INKOMEN ALS ZELFSTANDIGE

71.884

INKOMEN ALS WERKNEMER

112.203 0

200.000 400.000

600.000 800.000

1.000.000

1.200.000

Figuur 1. Aantal huishoudens in Nederland met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum (bron: Stimulansz Minimascan, 2019). Lokale cijfers Als we deze landelijke cijfers vertalen en daarnaast gebruik maken van lokale cijfers, ontstaat lokaal het volgende beeld.

AANTAL STEENBERGSE HUISHOUDENS MET EEN INKOMEN TOT 120 % VAN HET SOCIAAL MINIMUM TOTAAL HUISHOUDENS

Totaal huishoudens; 1.166

BIJSTANDSUITKERINGEN

323

UITKERINGEN INKOMENSVERZEKERING

632

INKOMEN ALS ZELFSTANDIGE

87

INKOMEN ALS WERKNEMER

124 0

200

400

600

800

1.000

1.200

Figuur 2. Aantal huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum. (bron: Stimulansz Minimascan, 2019). 6

In totaal kent de gemeente Steenbergen 12.539 huishoudens. Uit figuur 2 kunnen we opmaken dat in de gemeente Steenbergen 1166 huishoudens een inkomen tot 120% (dit is de inkomensgrens die door de gemeente wordt gehanteerd bij de minimaregelingen) van het bijstandsniveau hebben. Dit betreft 9,3% van het totaal aantal huishoudens binnen de gemeente. Daarnaast blijkt uit de tabel dat een laag inkomen niet alleen huishoudens betreft die gebruik maken van uitkeringen inkomensverzekeringen en sociale voorzieningen. Een groot deel van de arme volwassenen bestaat uit werkenden, in Steenbergen zijn er 211 (87 + 124) arme werkenden. Dit bevestigt daarmee nogmaals dat armoede ook werknemers en zelfstandigen kan treffen.

Nederland

Steenbergen

Inkomen uit arbeid

Inkomen uit arbeid

Inkomen als zelfstandige

Inkomen als zelfstandige

uitkeringen inkomensverzekering

uitkeringen inkomensverzekering

bijstandsuitkeringen

bijstandsuitkeringen 11%

11%

7%

7%

34%

28%

48%

54%

Figuur 3. Percentage huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum naar inkomstenbron (bron: Stimulansz Minimascan, 2019). Opvallend is dat een erg grote groep van de in armoede opgroeiende kinderen in Nederland werkende ouders heeft en niet zoals werd verwacht in een huishouden met een (bijstands)uitkering. Tot slot zijn er ook lokale gegevens bekend over het aantal kinderen tot 18 jaar die opgroeien in huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum. Kinderen < 18 jaar in huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum Percentage Bereik aantal totaal 2020 Steenbergen

349

8,3%

52%

Woensdrecht

312

8,2%

42%

Bergen op Zoom 1529 12,4% 49% Nederland 341955 10,1% --Figuur 4. Aantal kinderen in huishoudens met een inkomen tot 120 % van het sociaal minimum (bron: Stimulansz Minimascan, 2019). De huishoudens welke behoren tot de doelgroep hebben gezamenlijk 349 kinderen onder de 18 jaar. Speciaal voor de kinderen van ouders met een smalle beurs is er de regeling Maatschappelijke Participatie Schoolgaande Kinderen. Bij de overgang naar het middelbaar onderwijs kan men aanspraak doen gelden op een laptop en/of een goede fiets. Ook lidmaatschap van een (sport) vereniging behoort tot de mogelijkheden. In 2019 maken in Steenbergen 181 kinderen (52%) gebruik van de voorzieningen voor jongeren. 7

3. Oorzaken van armoede Oorzaken van armoede Er is sprake van een diversiteit aan oorzaken voor armoede en schulden. Mensen hebben in de eerste plaats te maken met een zeer ingewikkeld systeem van allerlei landelijke en lokale regelingen. Om van alle regelingen gebruik te maken, moeten mensen allerlei papieren overleggen en alert zijn op wijzigingen. Een vergissing of moment van onoplettendheid kan leiden tot (forse) verplichtingen om terug te betalen. Daarnaast spelen maatschappelijke ontwikkelingen en omgevingsfactoren een rol zoals vergrijzing of een economische crisis. Vaak is er sprake van verborgen armoede. Verborgen armoede kan ontstaan doordat men het met opzet geheim probeert te houden, door onbekendheid met organisaties die kunnen helpen, een te hoge drempel bij deze organisaties en door een cultureel element dat voorkomt dat er gebruik wordt gemaakt van het sociaal vangnet. Bijna in elk gesprek over armoede komt het begrip schaamte om de hoek kijken. Het woord armoede is beladen en vergroot de vraagverlegenheid. Dit is niet alleen bij vragen aan de gemeente, maar ook bijvoorbeeld bij het vragen om ondersteuning bij de voedselbank. Iedereen kent wel het programma “een dubbeltje op zijn kant” (RTL 4), waar gezinnen geholpen worden om de financiële huishouding weer op orde te krijgen.

In veel afleveringen zie je dat de directe omgeving, ook familie, vaak niet weet hoe erg de situatie van het gezin is. Gezinnen in armoede wonen in gewone huizen, hebben een mooie auto en doen alledaagse dingen. Hoe kun je die situatie eerder signaleren en ingrijpen voordat het te laat is? Hierbij is de vraag niet “hoe vinden we de inwoner?”, maar meer “hoe vinden inwoners ons?”. Corona Een ander onderscheid in armoede is die tussen werklozen en werkenden. Waarbij we vroeger vaak dachten dat armoede alleen ging om mensen met een bijstandsuitkering, is tegenwoordig de groei van werkenden in armoede opvallend. Vooral nu tijdens de coronapandemie zijn veel mensen in de problemen gekomen. Het CPB gaf eind 2019 nog aan dat er in 2020 een forse daling te verwachten was van het aantal huishoudens onder de armoedegrens. Inmiddels is sprake van een economische crisis die het gevaar in zich bergt van een langdurige stagnatie. Verwacht mag worden dat er sprake zal zijn van een stijging van het algemene armoedecijfer. Ook zullen er groepen werkenden (waaronder ook zelfstandigen zonder en met personeel) zijn die met toenemende financiële tekorten te maken hebben. Meer werkloosheid leidt over het algemeen, met enige vertraging, tot meer armoede. Dat is vooral het geval als werkenden uiteindelijk terugvallen in de bijstand.

Vooral zzp’ers en jongere werkenden met een beperkt arbeidsverleden lopen dit risico. Daarbij komt dat een aantal sectoren en beroepen met een oververtegenwoordiging werkende armen (zoals de horeca en de cultuursector) als gevolg van de huidige crisis met stagnatie en krimp te maken heeft. Precaire arbeid De groep werkende armen kent een gevarieerde samenstelling. Binnen de groep werkenden verschillen de risico’s op armoede aanzienlijk. Het risico op armoede is het grootst bij zelfstandigen, parttimers en oproepkrachten. Veel werkenden hebben tegenwoordig te maken met zogenaamde precaire arbeid. Precaire arbeid is onzeker werk dat weinig betaalt en een lage kwaliteit heeft. Er is sprake van onzeker werk als het onduidelijk is of het werk gecontinueerd zal worden of voldoende inkomsten oplevert. Met name jongeren werken tegenwoordig uitsluitend

8

op basis van tijdelijke contracten en er is sprake van grote onzekerheid over de voortzetting van het werk. Onderzoek wijst uit dat er significante overlap is tussen armoede en precaire arbeid. Daarnaast brengt de onzekerheid van precaire arbeid een aantal risico’s met zich mee. Allereerst is precaire arbeid een probleem als mensen langdurig ziek of deels arbeidsongeschikt raken. Tijdelijke werknemers hebben op een gegeven moment geen werkgever meer waarbij zij kunnen terugkeren, wat hun kans op werkhervatting vermindert. Tevens is de pensioenopbouw van tijdelijke krachten en zelfstandigen vaak minder goed dan die van werknemers met een vast contract en is het afsluiten van een hypotheek lastiger. Laaggeletterdheid In Nederland zijn 2,5 miljoen mensen vanaf 16 jaar laaggeletterd. Zo’n 1,9 miljoen mensen hebben moeite met (digi)taalvaardigheden. Dat is 11% van de Nederlandse bevolking ouder dan 16. Mensen die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen (laaggeletterdheid) zijn vaak minder zelfredzaam. Het is lastiger om duurzaam werk te vinden, door te ontwikkelen in een functie en meer dan het minimale loon te verdienen. Informatie over overheidsregelingen in het kader van werk, inkomen of andere hulp wordt vaak niet goed begrepen. Omgekeerd staat armoede deelname aan activiteiten die basale vaardigheden vergroten in de weg.

Mensen die moeite hebben met lezen of rekenen zijn ook oververtegenwoordigd onder de schuldenaren die zich aanmelden bij schuldhulpverlening. Life-events Armoede kan iedereen overkomen. Levensgebeurtenissen als verlies van werk, een echtscheiding of een langdurige ziekte kunnen een belangrijke rol spelen bij het verslechteren van de financiële situatie van een persoon of huishouden. Maar ook een huwelijk, een huis kopen, baanverlies, geboorte en overlijden kunnen ingrijpend zijn. Deze gebeurtenissen hebben invloed op financiën en er kunnen daardoor problemen ontstaan. Ruim 20 procent van de gescheiden vrouwen leeft namelijk onder de armoedegrens. Bij levensgebeurtenissen is het belangrijk om mensen te ondersteunen bij het aanpassen van hun financiële situatie aan de nieuwe omstandigheden. Energiearmoede In Nederland leven ongeveer 550.000 huishoudens, zo’n zeven procent van het totaal, in energiearmoede: ze hebben hoge energiekosten, wonen meestal in een huis dat niet goed is geïsoleerd en hebben een laag inkomen. Het ontbreekt hen vaak aan financiële middelen om te verduurzamen, waardoor ze de energierekening niet naar beneden kunnen brengen. Dit zijn mensen die vanwege financiële problemen minder energie consumeren dan ze zouden willen. Energiearme huishoudens in Nederland geven gemiddeld 13-20% van hun inkomen uit aan energie, tegenover 5% gemiddeld voor alle huishoudens.

Een analyse van de kenmerken van energiearme huishoudens laat zien dat eenpersoonshuishoudens en met name eenoudergezinnen sterk zijn oververtegenwoordigd in de groep energiearme huishoudens. Ongeveer 40% van de energiearme huishoudens heeft inkomen uit de bijstand of een andere sociale voorziening en ongeveer 40% heeft een pensioen. Deze huishoudens zijn gemiddeld relatief klein en hebben een fors lager inkomen dan niet-energiearme huishoudens.

9

Ervaringen De intakers van de integrale toegang in Steenbergen en medewerkers van de ISD zien steeds meer jonge gezinnen die in de financiële problemen komen. In 2019 zijn door de medewerkers van de integrale toegang 5 aangekondigde woningontruimingen voorkomen. De oorzaak is soms gewoon verkeerde keuzes maken. Deze gezinnen hebben vaak beperkt inzicht in hun financiële situatie en hebben geen idee wat er maandelijks uitgaat aan bijvoorbeeld dure telefoonabonnementen, televisie of een auto op afbetaling. Bij schulden en het stellen van prioriteiten wordt er gekozen om de IPhone wel te betalen, maar de huur niet. Ook zien de intakers dat bij sommige inwoners financiële problemen gepaard gaan met verslavingsproblematiek, zoals gokschulden of alcoholisme. Maar ook criminaliteit, bijvoorbeeld iemand die in schulden is geraakt na het oprollen van een wietplantage. Financiële ondersteuning heeft weinig zin wanneer er geen aandacht is voor dit gedrag en de keuzes die mensen maken. Hierin doet de gemeente een beroep op de eigen verantwoordelijkheid en zal ondersteuning vooral gericht zijn op gedragsverandering en financieel inzicht. De invloed van gemeenten in het oplossen van armoede is zeer beperkt.

De intakers ontmoeten ook met regelmaat gezinnen waarbij sprake is van meervoudige en complexe problemen die tegelijkertijd op verschillende domeinen in het gezin en in de context/leefsituatie rond het gezin spelen. Zij zijn overbelast door de vele problemen waarmee ze te maken hebben. Financiële stabiliteit is dan een belangrijke voorwaarde om aan die andere problemen te kunnen werken.

4. Gevolgen van armoede Schaarste en stress Mensen die van een laag inkomen leven ervaren (financiële) schaarste, zeker als zij ook schulden hebben. Volgens de theorie van schaarste zorgt (chronische) schaarste van financiële middelen ervoor dat het moeilijk is voor mensen om zich aan de armoede te onttrekken. Schaarste legt een grotere druk op zowel de tijd als de cognitieve functies die nodig zijn voor allerlei dagelijkse taken. Plannen, overzicht houden, beslisprocessen en het bijsturen van eigen emoties en gedrag dreigen onder druk te komen staan. Schaarste creëert een korte termijn focus gericht op het oplossen van die schaarste, maar vermindert daardoor ook de bandbreedte van het denken. Dit heeft negatieve gevolgen op het vermogen om aandacht op te brengen, om goede beslissingen te nemen, om op langere termijn plannen te maken, om vast te houden aan die plannen en om verleidingen te weerstaan. Mensen met een laag inkomen worden mede hierdoor beperkt in het vermogen om werk te vinden of om activiteiten die werk genereren te ontplooien. Ook kan het een weerslag hebben op de keuzes omtrent de opvoeding in arme gezinnen. Hierbij speelt ook een rol dat ouders stress ervaren ten gevolge van de talrijke problemen die armoede met zich meebrengt.

Deze heeft zijn weerslag op de emotionele beschikbaarheid van de ouder voor het kind, en leidt er vaak toe dat er sprake is van weinig sensibele interacties en een harde opvoedstijl.

10

Gezondheid Gezond leven is belangrijk, maar gezond leven blijkt in de praktijk niet zo makkelijk als je minder of geen geld te besteden hebt. Groenten en fruit zijn niet goedkoop. Er is geen geld voor een abonnement op de fitnessschool of sportclub. Daarnaast bestaat in de zorg een verplichte eigen bijdrage voor gemaakte ziektekosten en medicijnen, waardoor mensen met een laag inkomen soms de afweging maken om pas later medische hulp in te schakelen. De situatie van mensen die in armoede leven wijkt in veel opzichten af van mensen die welvarender zijn. Volwassenen die leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaak te maken met chronische stress, ongezonde leefstijl, chronische ziekte als diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten, maar ook psychsociale problemen of opvoedproblematiek kunnen een gevolg zijn. Er bestaat een vicieuze cirkel tussen een verslechterende gezondheid en toenemende, aan armoede gerelateerde, chronische stress. (bron: RIVM) Eenzaamheid Armoede kan ervoor zorgen dat iemand in een maatschappelijk isolement raakt en eenzaam wordt. Meedoen kost vaak geld. Daarom is er een verband tussen armoede en eenzaamheid. Door een beperkt budget nemen de mogelijkheden om deel te nemen aan activiteiten af. Door een beperkt budget is het gebruik van een auto of het openbaar vervoer te kostbaar. Dit geldt ook voor een telefoon, computer of internet.

De mogelijkheid om ergens te komen, contact te leggen of je zelf te voorzien van informatie wordt daardoor ook een stuk lastiger. Gevolgen voor kinderen Kinderen uit een laag-inkomensgezin gaan minder vaak uit dan kinderen waarvan ouders voldoende te besteden hebben. Ze sporten minder, volgen minder muziekles en gaan minder vaak een dagje naar de speeltuin door de kosten die aan deze activiteiten verbonden zijn. Kinderen uit een gezin met een laag-inkomen nodigen daarnaast ook minder vaak vrienden uit, bijvoorbeeld voor een verjaardag, om te spelen of te blijven eten. “Wanneer we niet oppassen gaat armoede over van generatie op generatie”. Dit is een veelgehoorde angst bij mensen die nu in armoede leven. Helaas leert wetenschappelijk onderzoek ons dat dit al de praktijk is. Kinderen die opgegroeid zijn in een gezin met een laag inkomen lopen meer risico om later in de armoede te geraken dan kinderen uit een gezin met een hoger inkomen. Kinderen die opgroeien in armoede hebben vaker tekorten op het gebied van sociale participatie en ronden daardoor vaker een lagere opleiding af en ontwikkelen een tekort aan economisch kapitaal. Vanwege deze tekorten is de kans groter dat deze kinderen later arm of sociaal uitgesloten zijn. Kinderen hebben niet het goede voorbeeld gekregen van hun ouders of niet de vaardigheden geleerd om de juiste financiële keuzes te maken.

Samenhangend met de materiële tekorten in het gezin, blijken kinderen die opgroeien in armoede vaker last te hebben van gezondheidsproblemen. Mede hierdoor hebben zij in hun jeugd een geringere sociale participatie, ronden zij een lagere opleiding af en ontvangen zij later als volwassene vaker een uitkering. Op deze manier draagt een slechtere gezondheid bij aan een grotere kans op armoede en sociale uitsluiting als volwassene.

11

Figuur 5. Armoede als een vicieuze cirkel Nederlandse kinderen weten relatief vaak boven het inkomensniveau van hun ouders uit te komen. Maar er zijn gezinnen die langdurig in armoede leven en dat heeft een matigend effect. Verscheidene studies hebben namelijk aangetoond dat het opgroeien in armoede ook voor de lange termijn nadelig is: het zogenoemde littekeneffect. De kans om als volwassene in armoede te verkeren is groter wanneer men tijdens de jeugd armoede heeft gekend, met name wanneer het langdurige armoede betreft. Mensen die als kind ouders met een uitkering hadden, ontvangen als volwassene vaker een uitkering. Zij hebben een hogere kans op armoede en sociale uitsluiting als volwassene. Er is een causaal verband tussen uitkeringsontvangst van ouders en de kans dat hun kinderen een uitkering ontvangen. Armoede is een samenhang van vele elementen, die vaak tegelijk aanwezig is bij arme gezinnen: moeilijkheden in het onderwijs, slechte tewerkstellingskansen, een te gering inkomen, ongezonde huisvesting, moeilijke thuissituaties. De samenhang van deze elementen kunnen we visualiseren als de kringloop van de armoede. De problemen uit de kringloop van armoede kunnen zowel oorzaak als gevolg zijn. Mensen in armoede worden geconfronteerd met vele samenhangende problemen, die elkaar versterken, wat de kans om de kringloop te doorbreken bemoeilijkt.

5. Voorzieningen en het gebruik ervan Onze aanpak omtrent armoede kan voor inwoners een kanteling betekenen. Door preventief armoede te bestrijden en hulp te bieden aan inwoners die in armoede leven, wordt de mogelijkheid geboden om meer betrokken te raken bij de samenleving. Daarnaast is de hoop dat er door de hulp ruimte ontstaat om de passieve houding, veroorzaakt door de armoede- en/of schuldenproblematiek, te doorbreken zodat er ook mogelijkheden ontstaan om deel te nemen aan de maatschappij. Dit vormt daarnaast ook een goede voorbeeldfunctie voor kinderen die in armoede opgroeien, waardoor de overerfbaarheid van armoede kan worden voorkomen.

Voorkomen is beter dan genezen Het huidige beleid is tot stand gekomen ten tijde van de oprichting van de ISD in 2012, waardoor we tot op heden in de gemeente Steenbergen een aantal minimaregelingen kennen. Dit is beleid waarin met name curatieve voorzieningen floreren. Zo treffen we diverse gemeentelijke 12

regelingen die specifiek gericht zijn op de (financiële) positie van mensen met een inkomen op of vlak boven het bijstandsniveau. De afgelopen jaren heeft het Sociaal Domein Steenbergen zich echter doorontwikkeld. We werken steeds meer toe naar het ontwikkelen van integraal beleid, waarin diverse leefgebieden met elkaar worden verweven. Ook de rol van het voorliggende veld is veranderd. Vanuit de samenleving wordt meer zelfstandig opgepakt, er ontwikkelen zich diverse (burger)initiatieven en de gemeente pakt daarin de faciliterende rol met inzetten van onder andere kerncoördinatoren. Daarnaast is de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar armoede, waaruit is gebleken dat armoede meer is dan alleen een gebrek financiële middelen. Al deze componenten laten de noodzaak tot een verschuiving zien, namelijk van curatief naar preventief beleid. Het voorkomen van (zwaardere) problematiek is immers beter dan genezen. Dit vraagt een herijking van het beleid, doordat we willen inzetten op een bredere aanpak dan het huidige minimabeleid. Om deze bredere scope te borgen spreken we vanaf heden niet meer van minimabeleid, maar van armoedebestrijding, waarin zowel preventieve als curatieve maatregelen aan bod komen. Deze werkwijze sluit bovendien aan bij de Visie Sociaal Domein Brabantse Wal.

Onderzoek Er hebben 33 interviews plaatsgevonden met rechthebbenden uit de gemeente Steenbergen welke, bewust of onbewust, geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen. Verder zijn er gesprekken geweest met de professionals en vrijwilligers bij de uitvoeringsorganisaties en ketenpartners van het armoedebeleid zoals Stichting Leergeld, Stichting Schuldhulpmaatje, de Sociale Dienst, de Voedselbank, het Vluchtelingenwerk, het Algemeen Maatschappelijk Werk, de Ontmoetingswinkel, Kindervakantieweek Dinteloord etc. Hieronder een greep uit de analyse van de gesprekken. Wie zijn die Steenbergse rechthebbenden met inkomens onder het sociaal minimum die geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen?

25%

30%

Bijstandsuitkering Inkomen uit arbeid Pensioen

45%

Van alle gesproken inwoners welke geen gebruik maken van de voorzieningen ontvangt 30% een bijstandsuitkering van de sociale dienst, 45% van de respondenten heeft een inkomen uit arbeid en 25% van de respondenten ontvangt inmiddels zijn pensioen. Wat maakt dat Steenbergse rechthebbenden geen gebruik maken van de armoedevoorzieningen? 1. Onbekendheid met de voorziening Uit het onderzoek komt naar voren dat 93 % van de rechthebbenden welke geen gebruik maakt van de voorzieningen omdat zij onbekend zijn met deze regelingen. “Ik zie nooit iets van gemeente in de media.”

13

“Oudere mensen bereik je niet met internet, hebben geen computer, doe dan een brief vanuit de gemeente naar de oudere mensen, jullie weten waar ze wonen.” “Ik werk toch gewoon, zeggen ze dan” Suggesties welke door deze respondenten worden genoemd om dit te verbeteren zijn: “De gemeente weet ons goed te vinden bij gemeentelijke belastingen aan het begin van ieder jaar. Waarom sturen ze dan niet even gelijk een informatie pakket mee met de regelingen die er zijn waar we gebruik van kunnen maken.” “Veel duidelijker in de media aangeven dat bijvoorbeeld een regeling ook gebruikt kan worden door mensen die werken, je hoeft niet in de uitkering te zitten om deze aan te vragen.” “De informatieverstrekking zou duidelijker mogen, meer ruchtbaarheid geven aan welke regelingen er zijn.” 2. Schaamte 57% van de respondenten, welke bekend zijn met de voorzieningen, heeft last van schaamte. 75% van de doelgroep welke last heeft van schaamte maakt als gevolg van deze schaamte maar deels gebruik van de voorzieningen. “Ik moet oppassen dat ik het nu droog houdt, dit is een hele goeie vraag. Ja, ik ben zelf persoonlijk een gevoelig mens. Ik schaam mij voor de bijstand terwijl ik duidelijke redenen heb dat ik dat niet hoef te zijn. Je hebt vooroordelen als je in de b ijstand zit, je houdt je handje op. Ik hoop dat er een basisinkomen komt.

Beter voor je eigen gevoel.” “ Ik was kort klant bij de Voedselbank maar heb me per mail afgemeld vanwege de schaamte. Dan kom ik daar en komt dat schaamtegevoel weer naar boven en dat vind ik verschrikkelijk.” 3. Procedure en angst voor problemen bij vergissing of afwijzing 43 % van de respondenten, welke bekend zijn met de voorzieningen, maakt als gevolg van een te volgen procedure deels gebruik van de voorzieningen. • Vanwege angst voor het afwijzen van de declaratie. Men begrijpt niet alle teksten en is bang het voorgeschoten geld dan kwijt te zijn. • De middelen niet kunnen voorschieten, vanwege het feit dat men in de schuldsanering zit en leeft van € 60,- weekgeld. “Ik moet het eerst voorschieten en dat kan ik niet dus ik vraag het niet aan. € 150, - kan ik niet eerst uitgeven en 6 weken later pas terug dat werkt niet. ” 4. Verwerkingsvermogen Het verwerkingsvermogen is het vermogen van de geest om door waarnemen, denken, voelen en willen gebeurtenissen te verwerken tot persoonlijke ervaringen. Rechthebbenden maken bewust en onbewust geen gebruik van de voorzieningen vanwege de stress van schulden en het dagelijks overleven.

14

“Zenuwslopend traject je moet dit en je moet dat. Veel te omslachtig allemaal, ik heb daar geen tijd voor met 5 kinderen, de regelingen moeten makkelijker aangereikt worden.” “Ik heb een licht verstandelijke beperking. Ik vind het moeilijk om rond te komen, ik mis het overzicht. Ik moet nu onthouden dat er iets aangevraagd kan worden en dat vergeet ik. Ze moeten actief aanvraagformulieren opsturen naar de mensen zodat ze er niet zelf achteraan hoeven te gaan.” Welke oplossingsrichtingen zien de rechthebbenden en de uitvoeringsorganisaties en ketenpartners om het aanvragen van de armoedevoorzieningen door rechthebbenden te bevorderen? Door veel frequenter te communiceren over de voorzieningen en deze beter te richten op bepaalde doelgroepen, kan de informatie beter worden afgestemd en op de juiste manier worden overgebracht bij verschillende doelgroepen. • Het bereik en gebruik onder ouderen, gepensioneerden en de digitaal minder vaardigen zal waarschijnlijk toenemen wanneer de lokale televisie, radio en de gratis weekbladen worden ingezet. • Wanneer digitale vaardigheden zijn vereist om een aanvraag voor een armoedevoorziening te doen aangeven dat een vrijwilliger hen kan ondersteunen bij het aanvragen.

• Ook alle informatie met betrekking tot armoedevoorzieningen delen met sportvereniging, religieuze organisaties, huisartsen, ouderenbonden en verzoeken de informatie welke zij van de gemeente krijgen door te sturen naar al hun leden of op te nemen in hun nieuwsbrieven of social media kanalen. • De aanvraagprocedure vereenvoudigen. Het proces aanpassen door bijvoorbeeld rechthebbenden een voorschot te verstrekken in plaats van op declaratiebasis te werken. •

15

Regelingen voor de minima van de gemeente Steenbergen 2022

16

Als u een laag inkomen heeft, kan het wel eens moeilijk zijn om rond te komen. Na het doen van de boodschappen en het betalen van de huur heeft u vaak geen geld meer over voor iets extra’s. Geld om uw kinderen te laten sporten of om te sparen voor ee n nieuwe wasmachine lukt dan niet altijd. Dit geldt dus niet alleen voor mensen met een bijstandsuitkering maar ook voor inwoners van Steenbergen met een laag salaris of lage uitkering. Er is een groot aantal regelingen die het rondkomen wat makkelijker kunnen maken. Dit zijn regelingen die helpen om mensen met een minimuminkomen zo goed mogelijk deel te laten nemen aan de samenleving. 1. Beschrijving

Doelgroep Hoogte

Voorwaarden

Bijzondere Bijstand Bijzondere bijstand is een bijdrage in extra kosten die men niet iedere dag maakt. Vaak als gevolg van een bijzondere situatie. Soms kan men die kosten niet of niet helemaal betalen omdat er een laag salaris of een uitkering is of omdat het om zeer hoge bedragen gaat. In deze gevallen kan de gemeente een financiële bijdrage verstrekken. Bijzondere bijstand wordt niet gegeven voor normale uitgaven die iedereen heeft zoals voeding, kleding of huur. Iedereen kan bijzondere bijstand aanvragen, of er nu loon, pensioen of een uitkering wordt ontvangen . De bijzondere bijstand kan kosten geheel of gedeeltelijk vergoeden. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de draagkracht. Draagkracht is dat deel van het inkomen en vermogen waarmee men de kosten zelf kunt betalen. In het algemeen geldt dat er geen draagkracht is indien er een inkomen is rond bijstandsniveau. Of er recht is op bijzondere bijstand, hangt af van inkomen en vermogen. De ISD Brabantse Wal hanteert hiervoor een inkomens- en vermogensgrens (zie tabel onder)

2.

Collectieve ziektekostenverzekering

Beschrijving

De wet staat gemeenten toe om categoriale bijzondere bijstand voor een Collectieve Zorgverzekering voor minima (CZM) te verstrekken. Het gaat hier altijd om een aanvullende verzekering. Door het afsluiten van een CZM kunnen de gemeenten de toegankelijkheid van de verzekering voor minima vergroten en de tegemoetkoming in medische kosten verbeteren Iedereen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm kan meedoen met de collectieve zorgverzekering Aanvragen bij Intergemeentelijk Sociale Dienst Brabantse Wal (ISD). Deelname kan éénmaal per kalenderjaar op 1 januari wanneer men van een andere zorgverzekeraar overstapt

Doelgroep Bijzonderheden

3.

Regeling sociaal culturele bijdrage

Beschrijving

Deze regeling is bedoeld om de maatschappelijke participatie van inwoners met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum te bevorderen. Deze declaratieregeling is een belangrijk middel om sociale uitsluiting te voorkomen. Uitgangspunt is dat de 17

Doelgroep Hoogte Bijzonderheden 4. Beschrijving

Doelgroep Hoogte

Bijzonderheden Leergeldformule

5. Beschrijving

Doelgroep

Hoogte

Voorwaarden

declaratie betrekking heeft op kosten voor deelname aan sportieve, sociaalculturele en educatieve activiteiten. Inwoners met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. De hoogte van de jaarlijkse toeslag is maximaal € 150,00 per lid van een huishouden per kalenderjaar. Aanvragen bij ISD. Regeling ter bevordering van maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen De gemeente Steenbergen vindt het belangrijk dat kinderen mee kunnen doen in de samenleving. Ze moeten bijvoorbeeld aan sport kunnen doen, muziekles kunnen volgen of genoeg schoolspullen hebben. De financiële situatie van hun ouders mag dat niet in de weg staan. Tot nu tot konden ouders voor deze zaken een geldbedrag uit de verordening maatschappelijke participatie door schoolgaande kinderen aanvragen. In de nieuwe regeling werkt dit anders. De gemeente Steenbergen werkt samen met de Stichting Leergeld. Ouders met schoolgaande kinderen tot de leeftijd van 18 jaar met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Per kind bestaat recht op subsidie in de vorm van één voorziening naar eigen keuze per kalenderjaar. Dat betekent dat de ondersteuning van de gemeente voor kinderen voortaan niet meer een geldbedrag is, maar bijvoorbeeld zwemles, een lidmaatschap voor een sportclub of de bibliotheek. Aanvragen bij ISD of bij Stichting Leergeld. Kinderen mogen nooit de dupe worden van ouders die schulden hebben.

Het streven is dan ook om te voorkomen, dat schoolgaande kinderen tussen vier en achttien jaar door de financiële situatie van hun ouder(s) in een sociaal isolement raken of sociaal worden buitengesloten. Door de Stichting Leergeld wordt altijd naar de individuele situatie van een gezin gekeken. Het is dus mogelijk, dat mensen qua inkomen eigenlijk boven de norm (van 120%) zitten, maar door bijzondere omstandigheden (zoals bijvoorbeeld hoge schulden) toch voor ondersteuning door Stichting Leergeld in aanmerking komen. Effectief zitten deze mensen soms zelfs onder de bijstandsgrens. Dit kan het geval zijn als ze in de schuldsanering zitten en maar een beperkt bedrag aan leefgeld krijgen. Stichting leergeld noemt dit de Leergeldformule.

Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is een jaarlijkse aanvulling op het inkomen van mensen die al lang op een minimumniveau hebben moeten leven en geen zicht hebben op inkomensverbetering. Dat inkomen kan een uitkering zijn, maar ook inkomen uit werk De toeslag is alleen bedoeld voor mensen die langdurig van een laag inkomen rond moeten komen, geen zicht hebben op hogere inkomsten en de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. De hoogte van de jaarlijkse toeslag is afhankelijk van de persoonlijke situatie. Alleenstaanden en alleenstaande ouders € 340. Gehuwden en samenwonenden € 484. • 21 jaar of ouder, maar niet ouder dan de AOW-leeftijd; 18

• • • •

6. Beschrijving

Doelgroep Hoogte Voorwaarden

7. Beschrijving Doelgroep

Hoogte

Bijzonderheden

8. Beschrijving

Doelgroep

Het inkomen is de afgelopen jaren niet veel hoger geweest dan de geldende bijstandsnorm; Er is niet méér eigen vermogen dan men voor de bijstand mag hebben; Er is de afgelopen periode van twaalf maanden niet eerder een langdurigheidstoeslag of individuele inkomenstoeslag ontvangen; Men is niet in staat om met werk een hoger inkomen te krijgen en moet kunnen aantonen dat in de afgelopen periode er alles aan heeft gedaan om het inkomen te verbeteren.

Individuele studietoeslag Hiermee heeft het college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Mensen met een arbeidshandicap hebben een extra steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan. Studerenden die door een beperking niet in staat zijn om het minimumloon te verdienen. € 1200 voor een persoon van 18 jaar, 19 jaar en 20 jaar. € 1800 voor een persoon van 21 jaar en ouder • 18 jaar of ouder en recht op studiefinanciering op grond van de WSF of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 WTOS; • Er is niet méér eigen vermogen dan men voor de bijstand mag hebben. • De aanvrager is met een volledige baan niet in staat het wettelijk minimumloon te verdienen, maar heeft wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Voor deze beoordeling vraagt de ISD advies aan de UWV. Tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van een Sociaal Medische Indicatie.

Financiële tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal-medische indicatie. Voor ouders die om sociale en/of medische redenen tijdelijk niet of onvoldoende voor hun kind(eren) kunnen zorgen en er derhalve kinderopvang nodig is. Volledige tegemoetkoming is mogelijk voor ouders met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm. Voor ouders met een hoger inkomen zal de bijdrage afhankelijk zijn van het inkomen en/of het vermogen. Voor het bepalen van de noodzaak voor kinderopvang op basis van de sociaal medische indicatie is altijd een onafhankelijk advies nodig. Aanvragen bij de gemeente of de ISD. Kwijtschelding gemeentelijk belastingen. Voor de aanslag gemeentelijke belastingen is kwijtschelding mogelijk. Met deze regeling kunnen mensen die op het moment van aanvragen een inkomen tot 100% van de bijstandsnorm en weinig vermogen hebben in aanmerking komen voor kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen. Inwoners met een laag inkomen en daardoor niet in staat om de gemeentelijke belastingen te betalen komen mogelijk in aanmerking voor 19

Bijzonderheden

kwijtschelding. Aanvragen bij de gemeente

Hoogte bijstand De netto normbedragen per 1 januari 2022, voor mensen vanaf 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, die een uitkering krijgen op grond van de Participatiewet zijn, per maand inclusief vakantiegeld, als volgt Aantal volwassenen

Bijstandsnorm

120%

Gehuwden en samenwonenden

€ 1.560 € 1.092

€ 1.872

Alleenstaanden en alleenstaande ouders

€ 1.310

Vermogensgrens Om te beoordelen of een cliënt recht heeft op een minimaregeling wordt onder andere gelet op het vermogen waarover de aanvrager beschikt of kan beschikken. Onder vermogen verstaan we de waarde van de bezittingen verminderd met de schulden. Het bedrag dat een cliënt maximaal aan vermogen mag bezitten is afhankelijk van de leefsituatie:

Vermogensgrens Alleenstaande

€ 6.505

Alleenstaand ouder

€ 13.010 € 13.010

Gehuwden

6. Aanpak armoedebestrijding Steenbergse definitie van armoede Steenbergen gaat uit van de brede definitie van armoede uit het begin van hoofdstuk 2. We spreken in Steenbergen van armoede indien er sprake is van niet kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften als huisvesting, voedsel, nutsvoorzieningen, kleding en gezondheidszorg. Er is ook sprake van armoede als er geen mogelijkheid is te participeren. Kunnen meedoen aan de maatschappij en contacten onderhouden zijn basisbehoeften.

Missie armoedebestrijding

‘Niemand in Steenbergen leeft of groeit op in armoede.’

20

Armoede heeft een grote impact op het welzijn en de perspectieven van inwoners. We streven ernaar om armoede en schuldenproblematiek zoveel als mogelijk te verminderen onder de inwoners van de gemeente Steenbergen. Onze missie dat niemand in Steenbergen opgroeit of leeft in armoede willen we bereiken door in te zetten op: • • • •

Preventie en vroegsignalering. Participatie en perspectief. Voorkomen van financiële barrières. Passende dienstverlening.

Bij alle bovenstaande speerpunten speelt het voorliggend veld een belangrijke rol. Het vormt onze oren en ogen in de samenleving maar, nog belangrijker, deze professionals staan inwoners in armoede bij. De bovenstaande pijlers zullen dan ook samen met het voorliggend veld worden vormgegeven, zodat we op daadkrachtige wijze armoede- en schuldenproblematiek kunnen bestrijden en daarnaast ook het taboe rondom armoede en schulden kunnen doorbreken. De gemeente Steenbergen zet in op de aansluiting van systeem- en leefwereld en wil een bewuste beweging maken van rechtmatigheid naar doeltreffendheid. Wanneer je namelijk aansluit op de leefwereld van de inwoner dan wordt deze beter begrepen, kun je hem in zijn eigen kracht zetten en laat je hem of haar de mogelijkheden zien. De gemeente maakt ook aanspraak op de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner, maar wil ook door handelingsperspectief te bieden die wil van de inwoner om ook eigen regie te voeren bevorderen. De gemeente Steenbergen zet organisatie breed in op het “van buiten naar binnen” denken waarbij de klant centraal staat. De kernwaarden van de gemeentelijke organisatie: samenwerken, betrokken en wendbaar zijn vertaald naar een viertal kerncompetenties: samenwerken, klantgerichtheid, omgevingsbewustzijn en flexibiliteit. Ook voor de armoedeopgave wordt deze omslag gemaakt.

Uitgangspunten De uitgangspunten voor het armoedebeleid formuleren we als volgt: • • • • • •

We pakken armoede en schulden integraal aan. We gaan uit van de eigen mogelijkheden en doen een beroep op de eigen verantwoordelijkheid. We bieden maatwerk. We hebben onze inkomensregelingen op orde. Werken moet lonen. Kinderen mogen niet de dupe zijn van financiële problemen thuis.

De activiteiten De activiteiten hieronder beschrijven voorstellen voor de manier waarop we armoede willen bestrijden. Per activiteit zullen we personen en organisaties betrekken die daar een bijdrage aan kunnen leveren. klantmanagers en professionals en Doel

Iedereen in het Sociaal Domein is zich bewust van de gevolgen van armoede en schulden op alle levensgebieden. 21

Omdat er zoveel raakvlakken zijn met andere levensgebieden kan alleen samenwerking een structureel antwoord bieden. Vanuit het armoedebeleid moeten we de verbinding maken met het beleid op het gebied van de wmo, jeugd, onderwijs, gezondheid en welzijn. De aanpak van armoede doen we dan ook samen met de sociale wijkteams, kerken, maatschappelijk werk, vrijwilligers, scholen, GGD en overige maatschappelijke partners. Deze partners moeten de signalen van armoede kunnen herkennen én bespreken. Het is daarom belangrijk dat zij weten waar ze kunnen aankloppen voor ondersteuning en wat de gemeente voor hen kan doen. Ook samenwerking met ondernemers(verenigingen) en werkgevers is belangrijk om financiële problemen bij (zelfstandig) werkenden zo vroeg mogelijk aan te pakken. Hoe gaan we dat doen? We vormen met relevante partners een netwerk om armoede en schulden te voorkomen, te herkennen en te verzachten. We gaan regelmatig in gesprek met en organiseren periodiek een netwerkbijeenkomst voor professionals en vrijwilligers in het Sociaal Domein. Doel

Inwoners met kans op armoede worden vroegtijdig geholpen, zodat grotere financiële problemen kunnen worden voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen. Hoe eerder we armoede signaleren, hoe sneller we (grotere) problemen kunnen voorkomen. Met een vroegtijdige inzet kunnen we grotere maatschappelijke kosten achteraf bestrijden. Huisuitzettingen vanwege het niet nakomen van betalingsverplichtingen komen in Steenbergen niet meer voor. Hoe gaan we dat Met het project ‘Vroegsignalering’ hebben we een belangrijke doen? stap gezet om financiële problemen vroegtijdig te signaleren. Daarnaast willen wij inwoners informeren en adviseren over de financiële gevolgen van belangrijke levensgebeurtenissen. Hiervoor zoeken we samenwerking met netwerkpartners die als vindplaats kunnen dienen voor mensen die hiermee te maken hebben, zoals echtscheidingsadvocaten. Naast een actieve benadering van inwoners zijn algemene communicatie en voorlichting over de mogelijkheden van ondersteuning belangrijk in de preventieve aanpak. Er worden afspraken in lokale convenanten gemaakt met woningcorporaties, nutsbedrijven en zorgverzekeraars. Doel

Onze hulp- en dienstverlening is laagdrempelig, logisch en begrijpelijk en onze communicatie sluit aan bij de leefwereld van de mensen. We leven in een steeds complexere samenleving. We gaan er teveel vanuit dat mensen in staat zijn hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarnaast weten we dat veel mensen het moeilijk vinden om de drempel van de gemeente over te gaan. Uitgerekend de ondersteuning van de gemeente en de ISD moet daarom laagdrempelig, logisch en begrijpelijk zijn. Daarbij is het belangrijk om stress als gevolg van armoede en schaarste zoveel mogelijk te beperken. Professionals moeten zich bewust zijn van de gevolgen die deze stress bij mensen oplevert Hoe gaan we dat Voor de inwoners worden de aanvraagformulieren en brieven doen? eenvoudig gemaakt. Verder moeten de professionals op de 22

hoogte zijn van de sociale kaart, het aanbod aan inkomensregelingen en de mogelijkheden voor schuldhulpverlening. We hebben oog voor de behoeften bij specifieke doelgroepen, zoals licht verstandelijk beperkten, laaggeletterden, jongeren en statushouders. In onze communicatie houden we hier ook rekening mee. Doel

Kinderen moeten gelijke kansen hebben in het onderwijs en de samenleving, zij mogen niet de dupe zijn van de financiële problemen thuis. Het doorbreken van de kringloop van armoede. Het bevorderen, beschermen en bewaken van de gezondheid van onze inwoners. We zetten extra in op kinderen die uit een thuissituatie komen met financiële problemen. De stress thuis leidt vaak tot mindere schoolprestaties en minder ontwikkelingskansen, bijvoorbeeld doordat er financieel geen mogelijkheid is voor sport, cultuur of extra studie. Dat maakt het extra belangrijk dat kinderen een eerlijke kans krijgen om zich op school en in de samenleving te ontwikkelen. We willen voorkomen dat armoede van generatie op generatie wordt overgedragen. Hoe gaan we dat Gebruik maken van de oren en ogen die we al hebben. De doen? jeugdgezondheidszorg (JGZ) professionals in de consultatiebureaus zien alle kinderen in de gemeente Steenbergen tussen 0-18 jaar bij de wettelijk verplichte contactmomenten. Vooral tussen de 0-4 jaar worden nagenoeg alle kinderen en hun ouders en verzorgers bereikt. In afstemming met TWB & GGD bepalen hoe deze momenten beter of projectmatig benut kunnen worden voor het bestrijden van armoede.

We gaan verder aan de slag om meer kinderen te bereiken, het taboe en de schaamte onder kinderen weg te nemen en scholen en maatschappelijke organisaties te betrekken om dit onderwerp onder de aandacht te brengen. Samenwerking is een belangrijke factor om alle kinderen in Steenbergen te laten meedoen aan sociale, culturele en sportieve of educatieve activiteiten. Doel Betere aansluiting en effectiever beleid voor jongeren Om een goed en effectief beleid voor jongeren op te stellen is het belangrijk om deze groep te betrekken bij de vorming ervan. Dit gebeurt nog niet altijd. In gemeenten weet men onvoldoende of de voor kwetsbare kinderen en jongeren onder de 18 jaar bedoelde voorzieningen passend zijn en goed worden gebruikt. Weten de jongeren van 18-26 jaar het werkcentrum voor informatie over werk of opleiding te vinden? Weet de gemeente jongeren met beginnende schuldenproblematiek vroegtijdig te vinden? En weten jongeren op hun beurt regelingen van de gemeente te vinden? Met de Speaking Minds methodiek ontstaat effectieve jongerenparticipatie in gemeentelijke beleidsvorming. Onder professionele begeleiding wordt er een dialoog gefaciliteerd tussen jongeren en beleidsmakers. De jongeren gaan aan de slag met een beleidsvraag en vormen vanuit hun eigen perspectief en veldonderzoek een advies voor de verbetering van het gemeentelijke beleid.

Hiermee wordt beoogd dat de jongeren zich ontwikkelen en dat het beleid inclusiever en effectiever wordt.

23

Hoe gaan we dat doen?

De methodiek of het project ‘Speaking Minds’ van Movisie uitvoeren, waarbij we op zoek gaan naar jongeren die willen meedenken, meedenkers op het gebied van armoede, schulden, werk, opleiding, jeugdzorg en gezondheidszorg. Beleid dat jongeren direct raakt.

Doel Eenzaamheid als gevolg van financiële problemen tegengaan. Pro actieve ondersteuning dichtbij (kwetsbare) inwoners. Ze worden actief benaderd en waar nodig en gewenst geholpen. Hierdoor worden ergere problemen voorkomen en kunnen alle inwoners op een prettige manier deelnemen aan de samenleving. Het bestrijden van armoede en eenzaamheid via een integrale aanpak van beleid. Hoe gaan we dat doen? Innoveren van de huidige wijze van preventie en vroege signalering. Uitbreiding van inzet van outreachende medewerkers. Mogelijke verbetering zoals: • Vergroting van het bereik van specifieke doelgroepen, zoals ouderen en alleenstaanden, via vrijwillige huisbezoeken. • Uitbreiding van de inzet van deskundige vrijwilligers. • Hoe beter in te grijpen bij life events? • Hoe kan iedere inwoner verwijzer worden? Doel

De betrokkenheid vergroten van de doelgroep bij armoedebeleid Regelingen en voorzieningen die meer aansluiten bij de behoeften van de inwoners. Meer draagvlak voor beleid. Hoe gaan we dat Periodiek een enquête houden om ervaringen en tevredenheid doen? met het beleid te meten. Samenwerking met organisaties bevorderen, zoals bijvoorbeeld stichting Leergeld, voedselbank etc. Tijdens workshops voor aanvragers van een uitkering aandacht voor schuldhulpverlening en regelingen. Specifiek voor vluchtelingen ontwikkelen we met Vluchtelingenwerk een gerichte workshop.

7. Effectmeting en planning Om te kijken of de vernieuwde armoede- en schuldenaanpak werkt, gaan we effecten meten. We zijn voornemens dit te gaan doen door middel van zogenaamde effectindicatoren. Deze indicatoren geven inzicht in de beoogde (maatschappelijke) effecten van de nieuwe aanpak in Steenbergen. Hieronder wordt weergegeven over welke zaken we rapporteren. Deze rapportage wordt eenmaal per jaar opgesteld. Naast een cijfermatige weergave van deze indicatoren, wordt ook aandacht besteedt aan duiding van de cijfers: wat zegt dit en is het nodig om beleidsmatig en/of financieel bij te sturen op basis van de cijfers? Input voor de cijfers wordt verkregen vanuit de kwartaalrapportages van de ISD BW en WijZijn Steenbergen. De resultaten van de Benchmark van Divosa en Stimulansz geven inzicht in hoe de gemeente ervoor staat op het gebied van armoede en schulden. Bovendien kunnen de resultaten worden vergeleken met voorgaande jaren en die van andere deelnemende gemeenten. De effecten van het beleid worden inzichtelijk gemaakt langs de lijn van de verschillende uitgangspunten. Welke zaken we per uitgangspunt meten, zijn hieronder weergegeven. 24

Armoede in Steenbergen • Percentage inwoners dat moet rondkomen van een inkomen rond het wettelijk sociaal minimum en de 120% van het sociaal minimum • Percentage inwoners met een langdurig laag inkomen (4 jaar) • Percentage huishoudens aan te merken als arm onder verschillende groepen, vergelijking Steenbergen, Nederland en arbeidsmarktregio (niet jaarlijks beschikbaar) • Ontwikkeling uitkeringsbestand inclusief statushouders Kinderen in armoede • Percentage bereik van de kindregelingen onder cliënten met een uitkering in het kader van de Participatiewet en de niet-cliënten Percentage bereik minimaregelingen • Collectieve ziektekostenverzekering • Individuele inkomenstoeslag.

• Percentage bereik bijzondere bijstand Vroege signalering bij schulden • Aantal signalen van woningcorporaties, zorgverzekeraars en nutsbedrijven dat de gemeente ontvangt • Aantal personen dat benaderd is naar aanleiding van de signalen • Aantal personen dat gesproken is • Wijze van ondersteuning van de betreffende personen • Aantal inhoudingen uitkering (bestuurlijke boete) Aantal meldingen schuldhulpverlening • Gemiddeld schuldbedrag nieuwe aanmelders • Aantallen preventieve cursus schuldhulpverlening • Aantallen begeleiding richting Kredietbank Nederland • Aantallen actief Kredietbank Nederland-traject Participatie middels werkcentrum • Aantallen uitstroom naar werk Uitgaven • Minimaregelingen • Bijzondere bijstand bewindvoeringskosten Klantervaringen In het najaar van 2022 wordt gekeken of de verplichte onderzoeken naar klantervaringen die lopen op het gebied van Wmo en Jeugd, breder getrokken kunnen worden. Deze zullen worden aangevuld met onderzoeken van de ISD en de cliëntenraad ISD. Hierin wordt meegenomen of klanttevredenheid van onze dienstverlening rond de armoederegelingen en de beleving van de eenvoud hier onderdeel van kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1543/documents/16658