Integraal Huisvestingsplan Steenbergen 2024-2040 2419081.pdf
Tekst van het document
Integraal Huisvestingsplan primair en voortgezet onderwijs 2024-2040 Toekomstbestendige onderwijshuisvesting is investeren in onze kinderen
Opdrachtgever Gemeente Steenbergen
Datum 28 juni 2024
Referentienummer 2230442_20240628JL01
Auteur(s) Florine Meijering, Onno Damen
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Plan van Aanpak
5
1.3
Status IHP
5
Visie op onderwijs
6
2.1
Aanbod in de gemeente
6
2.2
Uitgangspunten jeugdbeleid
6
2.3
Kindcentra en maatschappelijke ontmoetingsplekken
7
2.4
Gelijkwaardigheid kinderopvang en onderwijs
8
2.5
Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs
8
2.6
Passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang
9
2.7
Gelijke kansen
11
2.8
Voortgezet onderwijs
11
2.9
Samenwerkingen en relaties
12
Visie op huisvesting
13
3.1
Duurzaamheid
13
3.2
Gezondheid
15
3.3
Huisvesting kinderopvang
16
3.4
Flexibiliteit, ruimtegebruik en toekomstbestendigheid
17
3.5
Type maatregelen binnen IHP
19
Nieuwbouw
20
Levensduurverlengende renovatie
20
In stand houden
22
Afstoten
23
Huisvestingsscenario’s
24
4.1
Steenbergen
25
4.1.1
Maria Regina
26
4.1.2
KC Kiezelrijk
27
4.1.3
Gummarus
28
4.1.4
Pius X
29
4.1.5
’t Ravelijn
30
De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS Adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS Adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS Adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS Adviseurs B.V.
www.icsadviseurs.nl
4.2
Dinteloord
4.2.1
Petrus en Paulus
31
4.2.2
Groen van Prinstererschool
32
4.2.3
De Regenboog
33
4.3
Kruisland
4.3.1 4.4
De Zonneberg
Nieuw-Vossemeer
4.4.1
5.
31
Merijntje
Financiële kaders en werkwijze
34 34 35 35
36
5.1
Uitgangspunten
36
5.2
Investering schoolbesturen
36
5.3
Totale investering IHP
37
5.4
Fasering
37
www.icsadviseurs.nl
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Dit integraal huisvestingsplan (hierna: IHP) is opgesteld voor de gemeente Steenbergen voor de periode 20242040. Dit wil zeggen dat de onderwijs- en kinderopvangvisie en ambities in kaart zijn gebracht en de basis vormen voor dit IHP. Dit IHP biedt de gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties een dynamisch beleidsperspectief, geborgd in een gedragen en transparant uit te voeren meerjaren huisvestingsplan. Dit plan geeft houvast aan hoe om te gaan met investeringen in gebouwen voor onderwijs en opvang opdat er in de gemeente een duurzame en gezonde onderwijs- en opvangomgeving kan worden voortgezet. Naast de ontwikkelingen van het leerlingaantal en de staat van de gebouwen, zijn meer kwalitatieve vragen aan de orde geweest, zowel ten aanzien van de functionaliteit van de gebouwen als ontwikkelingen in het aanbod van onderwijs- en opvangvoorzieningen. Het IHP geeft daarmee inzicht in de grootste knelpunten en geeft helderheid over de gewenste oplossingsrichtingen. Hierbij dient tevens aandacht te zijn voor zowel korte- als lange termijn oplossingen. Het voorliggende IHP is opgesteld onder begeleiding van ICSadviseurs en in samenwerking met de schoolbesturen van het primair- en voortgezet onderwijs en vertegenwoordigers van de gemeente. Ook de opvangpartners van het onderwijs zijn betrokken bij het proces.
www.icsadviseurs.nl
4/38
Het IHP biedt een perspectief voor de schoollocaties voor het primair, voortgezet en speciaal onderwijs voor de komende zestien jaar.
1.2 Plan van Aanpak Een belangrijk uitgangspunt voor het IHP is dat het een gezamenlijk plan is van de schoolbesturen, de opvangorganisaties en de gemeente. Betrokkenheid van en draagvlak bij de schoolbesturen en de opvangorganisaties vormt de basis voor de aanpak. De schoolbesturen en opvangorganisaties zijn betrokken bij het IHP-proces door het participeren in een aantal gezamenlijke bijeenkomsten. Hierin zijn informatie, inzichten en standpunten onderling gedeeld om zo tot een samenhangend en gedragen plan te komen. ▪
▪
▪
▪
▪
Visie op onderwijs en huisvesting Om uiteindelijk tot plannen te kunnen komen, wordt eerst de vraag beantwoord wat de gemeente en de schoolbesturen en opvangorganisaties met hun onderwijs- en opvanghuisvesting beogen. Thema’s als aanbod, krimp en groei, gezondheid, duurzaamheid en investeren in kinderopvang zijn behandeld in werksessies. Hierin wordt dieper in gegaan op de visie die de gemeente en schoolbesturen in ontwikkeling hadden. Situatieschets per kern Aan de hand van de basisinformatie en het inzicht in de vooraf benoemde knelpunten en ontwikkelingen, is een situatieschets gemaakt van de gemeente Steenbergen in de vorm van een zogenaamde kansenkaart. Deze kansenkaart geeft de knelpunten én kansen per kern in een visualisatie weer. Tijdens de werksessies is per school(gebouw) stilgestaan bij mogelijke ontwikkelrichtingen, samenwerking & clustering en karakteristieken van het onderwijs en/of huisvesting inclusief opvang. Hieruit zijn verschillende scenario’s naar voren gekomen. Scenariovorming, prioritering en oplossingsrichting Op basis van de scenario’s is een prioritering ontstaan met schoolgebouwen die binnen het IHP, in verschillende fasen, om een ingreep vragen. De basisinformatie uit de factsheets, de situatieschets per kern en de prioritering vormen de input voor de oplossingsrichting.
De oplossingsrichting is erop gericht de geconstateerde knelpunten op te lossen en de geformuleerde ambities te realiseren. Financiële vertaling oplossingsrichting Voor de oplossingsrichting worden de investeringskosten in beeld gebracht. Op basis hiervan kan vervolgens door de gemeente de consequentie voor de meerjarenbegroting worden gemaakt. Rapportage IHP De situatieschets per kern, de gezamenlijke ambities en afspraken, oplossingsrichtingen en de scenario’s, inclusief financiële vertaling, zijn vastgelegd in het voorliggende rapport. In deze rapportage is tevens voor elke schoollocatie een voorstel opgenomen voor de toekomstige huisvesting.
1.3 Status IHP Dit IHP komt in overleg tussen gemeenten, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties tot stand. Het IHP vormt daarnaast een perspectief om alle besluiten rond investeringen in huisvesting de komende jaren langs te leggen en kan iedere vier jaar worden geactualiseerd. Het IHP is als het ware een koersdocument en geen blauwdruk. Op deze manier blijft flexibiliteit (beargumenteerd) gehouden. Het is aan alle partijen om te waarborgen dat projecten en daaraan gekoppelde investeringen mogelijk zijn. Het plan krijgt status met een vaststellingsbesluit vanuit de gemeenteraad. Hiermee staan de investeringen in de eerste vier jaar vast en weet de gemeenteraad welke investeringen vanaf jaar vijf en verder verwacht worden. Over investeringen na de eerste periode van vier jaar dient de gemeenteraad aparte besluiten te nemen.
www.icsadviseurs.nl
5/38
2. Visie op onderwijs In dit hoofdstuk is de visie op onderwijs- en opvang(huisvesting) en de ontwikkeling van het kind beschreven. De visie vormt het fundament voor het Integraal Huisvestingsplan Steenbergen. In een interactieve werksessie, met vertegenwoordigers van de schoolbesturen en de gemeente, zijn de ontwikkelingen benoemd die van invloed zijn op onderwijs(huisvesting) in de gemeente Steenbergen.
2.1 Aanbod in de gemeente Primair onderwijs De gemeente Steenbergen bestaat uit zes kernen, te weten Steenbergen, Dinteloord, Nieuw-Vossemeer, Kruisland, Welberg en De Heen. Met uitzondering van De Heen is in iedere kern minimaal één basisschool te vinden. Speciaal onderwijs In de gemeente Steenbergen is op dit moment geen voorziening voor het (voortgezet) speciaal onderwijs. Op dit moment faciliteert de gemeente vervoer voor deze doelgroep om de leerlingen elders in de omgeving onderwijs te kunnen bieden. Gemeente Steenbergen streeft ernaar om ook binnen haar kern deze kinderen onderwijs te kunnen bieden, waar dat mogelijk is voor leerlingen in het kader van passend en inclusiever onderwijs. Er is een populatie leerlingen die voor hun ontwikkelkansen beter af is in een speciale setting buiten de gemeente Steenbergen. Binnen dit IHP wordt bij de scenario-ontwikkeling verkend waar eventuele kansen voor een vorm van meer gespecialiseerd aanbod/onderwijs liggen binnen de gemeente Steenbergen. Voortgezet onderwijs In de gemeente Steenbergen is één middelbare school aanwezig, namelijk ’t Ravelijn. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De gemeente Steenbergen heeft een verantwoordelijkheid voor, voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Voorschoolse educatie is voor peuters van 2,5 tot 4 jaar. Zo krijgen deze kinderen een goede start op de basisschool.
Onder andere het huisvesten van opvangplekken draagt mede bij aan het invullen van de verantwoordelijkheid.1 Onderwijskansenbeleid (OKB) In de gemeente Steenbergen wordt ook een onderwijskansenbeleid (OKB) samen met schoolbesturen opgesteld. Het doel is het bieden van kansen voor kinderen die vanwege hun achtergrond minder goed ‘presteren’ dan zij in gunstigere omstandigheden zouden doen. Dit sluit aan op de VVE. Het realiseren van kindcentra met goede ontwikkelkansen voor kinderen draagt bij aan het verminderen van onderwijsachterstanden en het optimaliseren van ontwikkelkansen.
2.2 Uitgangspunten jeugdbeleid Uitgangspunten vanuit jeugdbeleid binnen de gemeente Steenbergen die betrekking hebben op het IHP. ▪
Recht van jeugdigen om in een prettige, veilige omgeving op te groeien
De opgestelde kaders van de gemeente Steenbergen t.a.v. jeugd gaan voornamelijk uit van het recht van jeugdigen om in een prettige, veilige omgeving op te groeien, om zich op een gezonde manier te kunnen ontwikkelen en om actief deel te kunnen nemen aan de maatschappij. Hierbij hoort een integrale kerngerichte aanpak, die dichtbij, zichtbaar en herkenbaar is voor alle jeugdigen van de gemeente Steenbergen. 1 Wel binnen geldende wet- en regelgeving omdat opvang een commerciële activiteit blijft.
www.icsadviseurs.nl
6/38
(Beleidskader Jongerenwerk 2019-2022 & uitvoeringsprogramma jeugd- en jongerenwerk 2019-2022) ▪
Kernwaarden zijn vastgelegd in de regiovisie Jeugdhulp West-Brabant West 2022-2025 ─ Eigen kracht en eigen leven als continue streven : Jeugdhulp staat in het teken van de eigen kracht van gezinnen. Dat geldt voor alle fasen in het proces. Zo staat continu centraal wat ouders, jeugdigen en hun omgeving op eigen kracht kunnen, niet alleen bij de start van de zorg. ─ Jeugdhulp is een teamsport: We werken als netwerk van gezin: lokale ondersteuning, zorgaanbieders en maatschappelijke partners samen omdat één partij niet altijd alles alleen kan oplossen. ─ Ieder kind verdient een thuis: Ieder kind heeft recht op een eigen veilige plek, thuis in het gezin, op school, in zijn sociale omgeving maar ook als hij niet thuis kan wonen. Het gaat om een plek waar je mag zijn wie je bent, waar je kan leren en kan leren vertrouwen. Als er hulp nodig is wordt deze zo dicht als mogelijk bij het eigen thuis ingezet. ─
Sturen vanuit kwaliteit: Voldoende beschikbaarheid van zorg, keuzevrijheid en flexibiliteit zijn nodig om zorg op maat te bieden passend bij de situatie van een kind en zijn gezin. De kwaliteit van zorg moet opleveren dat kinderen en gezinnen sneller weer zelfstandig verder kunnen.
(Regiovisie Jeugdhulp West-Brabant West 2022-2025: Koersvast op weg naar de nieuwe balans) ▪
Handel alsof het je eigen kind is
Met de meeste kinderen gaat het goed. Zij wonen thuis, gaan naar school en ontwikkelen zich. Soms zijn er problemen die deze ontwikkeling tegenhouden. Er is iets aan de hand met de ouders, de omgeving of met het kind zelf. Het versterken van de eigen kracht zodat het gezin zoveel mogelijk zonder ondersteuning verder kan; daar zetten gemeenten in West-Brabant West zich voor in. Lichte hulp als het kan, zwaardere hulp als nodig, zodat kinderen veilig opgroeien tot zelfstandige volwassenen. (Regiovisie Jeugdhulp West-Brabant West 2022-2025: Koersvast op weg naar de nieuwe balans) ▪
Inrichting lokale toegang
Vraagwijzer is het punt in de gemeente Steenbergen voor alle vragen rond welzijn & zorg van 0-100 jaar. Het streven is om vanuit de verschillende disciplines samen te werken aan 1 plan, voor 1 gezin met 1 regisseur. (Lokale paragraaf Steenbergen Regiovisie Jeugdhulp WBW) ▪
Lokale pijlers gemeente Steenbergen ─ Preventief werken en normaliseren ─ Pro actief en outreachend ─ Gezinsgericht werken ─ Samenwerking onderwijs en jeugdzorg ─ Armoede aanpakken ─ Eenzaamheid onder jongeren en hun sociale ontwikkeling
(Lokale paragraaf Steenbergen Regiovisie Jeugdhulp WBW)
2.3 Kindcentra en maatschappelijke ontmoetingsplekken De schoolbesturen en de gemeente hebben het streven om een bereikbaar aanbod van kindvoorzieningen te blijven realiseren. Dit kan in de vorm van een kindcentrum2 (KC).
2 Het realiseren van een kindcentrum waarbij onderwijs en kinderopvang in één gebouw zitten is het uitgangspunt. Maar aangezien het om
het realiseren van een doorlopende leerlijn gaat, blijft het ook mogelijk om een doorgaande leerlijn in een netwerk voorziening te realiseren. Waarin kinderopvang en onderwijs niet op één locatie zijn gevestigd, maar wel een inhoudelijke samenwerking hebben.
www.icsadviseurs.nl
7/38
Een kindcentrum is een plaats van waaruit verbindingen zijn “Een kindcentrum is een voorziening voor kinderen van 0-14 jaar, waar zij de dag doorbrengen om te leren, spelen, sporten, ontwikkelen en ontmoeten. Alle ontwikkelingsterreinen van kinderen komen aan bod. Een kindcentrum biedt een gevarieerd totaalpakket op het gebied van educatie, kinderopvang, ontwikkeling, zorg, welzijn en vrije tijd. Dit totaalpakket is niet verdeeld op basis van een institutionele en/of organisatorische verdeling. Het komt er op neer dat onderwijs, kinderopvang (optioneel ook welzijn en zorg) in een kindcentrum gelijkwaardige partners zijn, die gezamenlijk een aanbod aan diensten bieden binnen een pedagogisch kader. Een kindcentrum biedt alle kinderen een dagprogramma voor zo lang als zij willen deelnemen, met minimale en maximale uren maar met een ruim openingsregime.” Verschijningsvormen voorzieningen De vorming van kindcentra of specialistische voorzieningen is het leidende principe. Er zijn echter verschillende verschijningsvormen in de praktijk mogelijk: ▪ ▪ ▪
School: dit is een voorziening waar enkel een onderwijspartij in gehuisvest is zonder andere kindpartners. Kindcentrum of specialistische voorziening: dit is een voorziening waarbij naast onderwijs ook een andere kindpartner(s) gehuisvest is. Multifunctionele accommodatie: dit is een voorziening waarin naast de partijen die in een kindcentrum of specialistische voorziening aanwezig zijn, ook andere partijen gehuisvest zijn die meer gerelateerd zijn aan de wijk of bijvoorbeeld een bredere welzijnsvoorziening. Het is van belang om te kijken waar er koppelkansen zijn met andere voorzieningen en/of functies3.
Als uitgangspunt geldt hierbij dat de prioriteit bij het onderwijs en kinderopvang ligt en dat overige maatschappelijke functies alleen worden toegevoegd indien dit een meerwaarde heeft.
2.4 Gelijkwaardigheid kinderopvang en onderwijs Binnen een kindcentrum wordt gedacht vanuit maatschappelijke meters. Onderwijs en kinderopvang wijken niet voor elkaar bij groei, waardoor er een duurzame, toekomstbestendige samenwerking en aanbod is. Voorwaarde is dat kinderopvang, of andere organisaties anders dan onderwijs, een kostprijsdekkende huur (vergoeding van kapitaallasten van gepleegde investering en daarnaast exploitatielasten) betalen. De keuze voor een kinderopvangorganisatie ligt bij het schoolbestuur.
2.5 Doorlopende ontwikkellijn: primair en voortgezet onderwijs De doorlopende ontwikkellijn van opvang en primair onderwijs, kan ook worden doorgetrokken naar het voortgezet onderwijs en verder om een uiteindelijke ontwikkellijn van 0-18 jaar te creëren. Idealiter een opstap naar een leven lang leren en ontwikkelen. De eerste stap in dit proces ligt bij voor- en vroegschoolse educatie (VVE), het OKB en de aansluiting van kinderopvang bij het primair onderwijs. Inzetten op kindcentra helpt dit te bevorderen. De focus bij de transitie van primair naar het voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs naar het vervolgonderwijs ligt bij het borgen van een optimale ontwikkeling en ontplooiing van alle jeugdigen in Steenbergen. Daarnaast ligt bij het voortgezet onderwijs de aandacht op het leren van vaardigheden en competenties die nodig zijn in het vervolgonderwijs en in de samenleving. Dit kan ook worden vormgegeven in samenwerking met het vervolgonderwijs en het bedrijfsleven, zoals het aanbieden van gastlessen. Het aanbieden van 10 -14 onderwijs (‘tienerschool’) is een landelijke trend om deze doorgaande ontwikkellijn en overstap tussen primair en voortgezet onderwijs te versterken. Het doel van een tienerschool is het versoepelen en verkleinen van de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs.
Daarnaast zijn er 3 Dit ligt in lijn met het vastgoed- en accommodatiebeleid van de gemeente Steenbergen, mei 2023
www.icsadviseurs.nl
8/38
ook leerlingen die bewust voor een tienerschool kiezen voor het krijgen van extra begeleiding. Binnen de gemeente Steenbergen zijn geen concrete initiatieven voor het aanbieden van 10-14 onderwijs, maar schoolbesturen denken hier wel over na om dit in de toekomst aan te gaan bieden. De gemeente Steenbergen ondersteunt deze landelijke ontwikkeling en wil hier samen met de schoolbesturen actief in optrekken. Het niveau van ondersteuning van de gemeente in deze ontwikkeling wordt later vastgesteld. Zoals benoemd is een doorgaande ontwikkellijn van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs van belang. ‘t Ravelijn heeft biedt onderwijs aan binnen MAVO en voorbereidend MBO. Door het aanbieden van een voorbereidend MBO is de doorlopende ontwikkellijn in een breed stadium ontwikkeld. Het doel van de scholen is om samen verder te werken aan de doorgaande ontwikkellijn en om maximaal kansen te bieden aan kinderen.
2.6 Passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang Het VN-verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap is in juli 2016 in werking getreden. Landen moeten zorgdragen voor een inclusievere samenleving, waartoe ook inclusief onderwijs behoort. Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente onderschrijven het belang van het aanbieden van passende en inclusieve opvang en onderwijs. Kansengelijkheid en het recht op kwalitatief goed onderwijs en goede opvang voor alle kinderen is belangrijk. Daarnaast is er ook aandacht voor toegankelijkheid van de gebouwen. Scholen hebben sinds 1 augustus 2014 de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind te realiseren. Kinderen gaan in principe naar het reguliere onderwijs, waar ze worden uitgedaagd op basis van de mogelijkheden en de onderwijsbehoefte. Wanneer de zorgbehoefte toeneemt en/of scholen niet tegemoet kunnen komen aan de zorgbehoefte, is de school verantwoordelijk om in overleg met ouders en schoolbesturen binnen de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Deze samenwerking tussen scholen vindt plaats in het Samenwerkingsverband Brabantse Wal, samen met de gemeenten Woensdrecht, Bergen op Zoom, Steenbergen en Tholen. Eén van de doelstellingen van de invoering van passend onderwijs was en is dat meer leerlingen in het regulier onderwijs blijven. Daarnaast is aandacht voor inclusiever onderwijs.
Inclusiever onderwijs is een proces en gaat ervan uit dat het onderwijs voor alle leerlingen toegankelijk is en niemand wordt uitgesloten op basis van beperkingen. Kinderen leren, spelen en werken samen en ieder kind kan zich optimaal ontwikkelen met ondersteuning die daarvoor nodig is. Kinderen hebben hiermee gelijke kansen op school, maar ook in de maatschappij. Dit is ook van toepassing op de kinderopvang. Het is belangrijk dat ook rekenschap gegeven wordt aan kinderen of leerlingen die zich beter kunnen ontwikkelen in een meer gespecialiseerde (leer)omgeving. Schoolbesturen, opvangorganisaties en gemeente stellen zich tot doel om ook deze kinderen/leerlingen als het niet anders kan, een passende plaats aan te bieden in een meer gespecialiseerde voorziening. Schoolbesturen, opvangorganisaties en de gemeente Steenbergen onderschrijven het belang van het aanbieden van passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang. Kansengelijkheid voor alle leerlingen is belangrijk. Passend en inclusiever onderwijs en kinderopvang vraagt om een ander (flexibel) ruimtegebruik, bijvoorbeeld ruimtes waar onder begeleiding, zelfstandig of in kleine groepen gewerkt kan worden door leerlingen, maar ook door externe zorgaanbieders of begeleiders. De doelstelling is om tussen gemeente, kinderopvang en schoolbesturen tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte, te komen.
www.icsadviseurs.nl
9/38
Inclusief en gedifferentieerd onderwijs vragen om meer ruimte In het onderwijs zijn twee ontwikkelingen gaande die op gespannen voet staan met de normatieve vierkante meters. Het gaat dan om het passend onderwijs en het streven om te komen tot meer inclusief onderwijs. Daarnaast ontwikkelt het onderwijs zich ook naar andere onderwijsconcepten met meer gepersonaliseerde werkwijze van het toekomstige onderwijs. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de ruimtebehoefte en -vraag vanuit het onderwijs. Het gaat dan om meer diversiteit aan werkplekken én meer spreekruimten. Dit om zo meer ruimte te geven aan begeleiding/ondersteuning (bijvoorbeeld vanuit school en/of jeugdhulp) maar ook dat kinderen kunnen leren op de plek die bij de leerling/activiteit past (bijvoorbeeld in stilte of in groepsverband samenwerken aan een project). Binnen dit IHP wordt opgenomen om extra vierkante meters boven de norm mogelijk te maken. Dit kan enkel door het beargumenteerd onderbouwen bij een project waarvoor die meters benodigd zijn en welke omvang daarvoor nodig is. Voor alsnog wordt uitgegaan van een indicatieve omvang van 50 m². Daarnaast worden er ervaringscijfers (door uitwisseling van ervaring tussen schoolbesturen en gemeente) opgebouwd zodat er per keer bekeken en beargumenteerd kan worden hoeveel vierkante meters extra benodigd zijn.
Het uitgangspunt is dat altijd eerst wordt gekeken naar het multifunctioneel inzetten van meters voordat daadwerkelijk meters gerealiseerd moeten worden. De investering van deze meer meters wordt gepleegd vanuit de gemeente. De exploitatielasten komen voor rekening van het schoolbestuur. De investering wordt gepleegd bij vervangende nieuwbouw (of uitbreiding) en levensduur verlengende renovatie. Voor het voortgezet onderwijs is een logische denkrichting van extra vierkante meters minder makkelijk te formuleren maar kan ook daar aan de orde zijn. Te overwegen is om daar met bijvoorbeeld 50 of 100 vierkante meter extra te rekenen die ingezet kan worden voor specifieke werkplekken of extra spreekruimten.
Vernieuwende onderwijsconcepten Het hedendaagse onderwijs omvat niet op alle scholen het klassieke klassikale onderwijsconcept. Basisscholen wijken vaker af van het klassieke concept om op een andere manier het onderwijs te verzorgen. Hiermee speelt het in op de beste leeromgeving van het kind, en houdt het rekening met een optimale inzet van leerkrachten door het leerkrachtentekort. Bij ieder onderwijsconcept wordt anders aangekeken tegen het optimaal benutten van ruimten. Het is aan het schoolbestuur welke vorm van onderwijs zij inzetten.
www.icsadviseurs.nl
10/38
2.7 Gelijke kansen Het streven is om alle kinderen gelijke kansen te bieden om onderwijs te genieten (vorming, ontwikkeling, scholing), maar helaas is de kansenongelijkheid alleen maar toegenomen. Zo is landelijk de kloof tussen kinderen van hoog- en laagopgeleide ouders in de afgelopen 15 jaar verdubbeld en is landelijk bijna een kwart van alle leerlingen onvoldoende leesvaardig om als mondige burger in de samenleving mee te doen. Deze problematiek speelt ook in de gemeente Steenbergen. Er zijn veel kinderen met achterstanden. Het is van belang dat hier oog voor blijft en dat er zoveel mogelijk eerlijke kansen worden gecreëerd.
Rijke schooldag Een klassieke schooldag kent veel educatieve elementen. Een rijke schooldag richt zich op aanvullende activiteiten om kinderen een gelijke kans te kunnen bieden met de rest van de maatschappij. Op scholen in wijken met een achterstand biedt de rijke schooldag aanvullende activiteiten naast het reguliere curriculum zoals muziek of sport. Deze rijke schooldag laat kinderen talenten ontdekken en zichzelf volledig ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond of financiële situatie4. De rijke schooldag kenmerkt zich met extra ondersteuning en aandacht voor hen die dat zich niet kunnen veroorloven. Dit vraagt om een multifunctioneel en toegankelijk gebouw.
2.8 Voortgezet onderwijs Voor het voortgezet onderwijs is de gemeentelijke rol een andere dan voor het primair onderwijs, omdat het voortgezet onderwijs haar eigen onderwijshuisvesting regelt (doorgedecentraliseerd). Dat neemt niet weg dat de visie van het voortgezet onderwijs in dit beleidsrijk IHP ook haar plaats krijgt. ’t Ravelijn (VMBO) is de enige school voor voortgezet onderwijs in de gemeente Steenbergen. Zij gaat uit van leerling gestuurd en programma gestuurd onderwijs, gericht op domeinleren. Zij maakt daarnaast gebruik van het gedachtegoed van natuurlijk leren (Agora). Zowel het domeinleren als het natuurlijk leren zijn onderwijsconcepten die erop gericht zijn om leerlingen zelf keuzes te leren maken. Naast de eerder genoemde doorlopende leerlijnen - die doorlopen tot en met het voortgezet onderwijs - is ook de aansluiting op en het contact met de arbeidsmarkt van belang. Via geïntegreerde leerwegen zorgt ’t Ravelijn voor aansluiting op het werkveld, waarbij wordt samengewerkt met de topsectoren in de regio. Het is van belang dat het VMBO de aandacht en waardering krijgt die het verdient. Hierdoor kan de beeldvorming van praktisch gerichte opleidingen verbeteren.
4 Dit sluit aan op de uitgangspunten vanuit het Jeugdbeleid van de gemeente Steenbergen.
www.icsadviseurs.nl
11/38
2.9 Samenwerkingen en relaties Samenwerken wordt tegenwoordig steeds belangrijker. Veel maatschappelijke thema’s en functies raken nog meer bij elkaar betrokken. Dit IHP moet daar verder bij helpen. Het combineren van functies in één gebouw draagt bij aan een efficiënte samenwerking zoals al eerder beschreven. De samenwerkingen richten zich voornamelijk op logische verbanden waar functies nauw aansluiten op elkaar. Een samenwerking óf het fysiek in één gebouw onderbrengen van allerlei verschillende soorten (maatschappelijke) functies kan daar waar logisch, maar is geen doel op zich. De doelstelling is om tussen gemeente, schoolbesturen en opvangorganisaties tot passende huisvesting, afgestemd op de specifieke behoefte, te komen. Dit kan bijvoorbeeld door samenwerking met het preventieve voorliggende veld zoals; jeugd - en jongerenwerk of de bibliotheek. Het onderwijs en de kinderopvang hebben in dit proces de leiding. De kinderopvang speelt bij het aangaan van deze samenwerkingen een belangrijke rol. Bij ieder project dient de behoefte aan kinderopvang te worden geïnventariseerd en meegenomen te worden in het project. Het heeft de voorkeur kinderopvang zo dicht mogelijk bij de school, waar de kinderen naartoe gaan, te situeren. De opvangorganisatie zijn daarbij een volwaardige en gelijkwaardige partner in het proces om te komen tot nieuwe of aangepaste huisvesting.
Dat betekent ook dat opvang niet wijkt voor onderwijs. En dat er sprake is van zakelijke huurafspraken op basis van kostprijs dekkend tarief. Voor andere organisaties/functies dan opvang kunnen ook per project op basis van behoefte afspraken worden gemaakt.
Stelselwijziging kinderopvang Er is een landelijke ontwikkeling om op termijn kinderopvang (bijna) gratis te maken en ook een stelselwijziging mogelijk te bewerkstelligen. Deze stelselwijziging is uitgesteld. Indien de stelselwijziging aan de orde is, zal de vraag naar kinderopvang daardoor vermoedelijk toenemen. In de scenario-ontwikkeling wordt daar aandacht aan besteed.
www.icsadviseurs.nl
12/38
3. Visie op huisvesting Het zorgen voor adequate huisvesting is belangrijk omdat de huisvesting actief bijdraagt aan de ontwikkelmogelijkheden van kinderen binnen de gemeente Steenbergen. Goede huisvesting zorgt voor een omgeving waarin door leerkrachten, personeel en pedagogisch medewerkers een klimaat gerealiseerd kan worde. Door te zorgen voor goede huisvesting levert dit actief een bijdrage aan de ontwikkeling van de jongste inwoners van Steenbergen en daarmee het potentieel van alle toekomstige ambassadeurs. Dit vormt een belangrijke drijfveer voor dit IHP. De visie op (onderwijs- en opvang)huisvesting gaat in op gerelateerde thema’s zoals duurzaamheid, energie, binnenklimaat, de financiën en brede investeringen. Voor elk thema is de gezamenlijke visie en ambitie beschreven. Daarnaast is deze ambitie vertaald in concrete en haalbare spelregels voor de uitvoering. Hierin worden onder andere de financiële kaders en verantwoordelijkheden beschreven.
3.1 Duurzaamheid De Nederlandse overheid heeft met het Klimaatakkoord5 de doelen voor verduurzaming duidelijk gemaakt. In 2050 moet Nederland energieneutraal en gasloos zijn. Daarop volgden Regionale Energie Strategieën die voor verschillende regio’s keken naar de vertaling van dit akkoord. Gemeenten zijn hier vervolgens mee aan de slag gegaan. Binnen het IHP worden duurzaamheidsambities geformuleerd voor onderwijshuisvesting. Onderwijshuisvesting, gefinancierd met maatschappelijke middelen vanuit overheidswege, wordt aangemerkt als maatschappelijk vastgoed.
Definitie duurzaamheid Wij hanteren de duurzaamheidsdefinitie zoals die in het VN-rapport ‘Our Common Future’ is opgenomen: “Duurzame ontwikkeling is ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen” Brundtland, 1987).
DuurSAMEN 2024-2030 Onlangs is het nieuwe beleidskader DuurSAMEN 2024-2030 door de gemeenteraad Steenbergen vastgesteld. Hierin is het grootste speerpunt om in 2030 de bebouwde omgeving minimaal 55% energieneutraal te hebben. Deze opgave gaat grotendeels over de verduurzaming van bestaande woningen en (bedrijfs)gebouwen. Dit zijn huizen van particulieren: mensen die een huis bezitten of huren, mensen die huizen verhuren en woningbouwcorporaties. Ook gaat het over gebouwen in eigendom van bedrijven of organisaties, en uiteraard over gebouwen en maatschappelijk vastgoed van de gemeente. Daarnaast heeft de opgave ook betrekking op (vervangende) nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie. Waar dit juridisch mogelijk is (met name bij eigen gronduitgifte) gaat de gemeente Steenbergen verder dan de landelijke BENG richtlijnen. Ze willen toekomstbestendig zijn; wat betekent dat nieuwgebouwde of grootschalig gerenoveerde panden 100% energieneutraal zijn (ENG). Hoewel volledige energieneutraliteit – vanwege technische beperkingen bij bestaande bouw of vanwege juridische beperkingen in geval van nieuwbouw - niet altijd haalbaar is, streven ze hier met het beleid wel naar.
5 Klimaatakkoord 2019 – Rijksoverheid
www.icsadviseurs.nl
13/38
Definities BENG: Bijna Energieneutraal Gebouw BENG is van toepassing op de gebouw gebonden energie. De gebruik gebonden energie zoals energie voor smartboards, laden van ICT-apparatuur en keukenfaciliteiten wordt buiten beschouwing gelaten. De energieprestaties voor BENG-gebouwen worden vastgelegd aan de hand van drie eisen: ▪ ▪ ▪
De maximale energiebehoefte per kWh/m2/jaar; Het maximaal primair fossiel energiegebruik in kWh/m2/jaar; Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
Het is per project maatwerk hoe aan deze prestatie-eisen kan worden voldaan. Meer informatie is te vinden op de website van RVO. ENG: Energieneutraal gebouw Ook hier draait het om gebouw gebonden energie. De gebruik gebonden energie wordt buiten beschouwing gelaten. Het verschil met BENG is dat het saldo energieverbruik en opbrengst, ten aanzien van de gebouw gebonden energie, nul is. Nul op de meter Bij een nul-op-de-meter-gebouw wordt zowel het gebouw gebonden als het gebruik gebonden energieverbruik gecompenseerd. Het verschil met ENG is dat het saldo energiegebruik en -opbrengst, ten aanzien van het gebouw gebonden en gebruik gebonden energie, nul is.
Verduurzamen als maatregel in dit IHP – op natuurlijke momenten De focus in dit IHP ligt primair op het realiseren en het behouden van kwalitatief goede onderwijshuisvesting in de kernen van Steenbergen. Hiermee is voor goede onderwijshuisvesting als randvoorwaarde voor onderwijskwaliteit de grootste 'winst' te behalen en wordt tegelijkertijd verduurzaming optimaal toegepast. Dit betekent dat investeringen in het verduurzamen van gebouwen plaatsvinden bij natuurlijke momenten zoals vervangende nieuwbouw en levensduurverlengende renovatie. Schoolbesturen zijn vrij om, binnen de mogelijkheden die zij hebben, zelf maatregelen te treffen met betrekking tot het verduurzamen van onderwijsgebouwen, al dan niet met inzet van subsidieregelingen zoals SUVIS. Bij situaties die voortkomen uit de Wet Milieubeheer is een spanning tussen de verplichtingen en de bekostiging. Een schoolbestuur ontvangt geen aanvullende bekostiging om maatregelen die voortkomen uit de Wet Milieubeheer (erkende maatregelenlijst energiebesparing) te financieren. De gemeente is niet verantwoordelijk voor het realiseren van deze maatregelen. Wel heeft de gemeente een toezichthoudende taak in deze. Omdat beide partijen geen aanvullende bekostiging ontvangen is het in de praktijk lastig om tot realisatie van de voorzieningen te komen. Gemeente en schoolbesturen blijven hierover in gesprek.
Openbare schoolpleinen Indien schoolpleinen openbaar zijn, dan zijn nadere afspraken rondom onderhoud, vandalisme, investeringen in toestellen en keuring gewenst. Gemeente en schoolbesturen maken hierover aparte afspraken in een nog op te stellen beleidslijn los van het IHP Steenbergen.
www.icsadviseurs.nl
14/38
3.2 Gezondheid Een goed binnenklimaat is belangrijk voor goede leerprestaties. De ontwikkelingen rondom de COVID-19 pandemie benadrukken het belang van een goed binnenklimaat. Een gezonde school is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenklimaat als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. Gezonde scholen dragen bij aan een duurzaam gebouw, omdat ze het energieverbruik terugdringen en de CO2-uitstoot beperken. In de praktijk zijn vooral de CO2-concentratie en de binnentemperatuur vaak te hoog als gevolg van slechte ventilatie. Daarnaast draagt een gezond klimaat in het gebouw bij aan de leerprestaties en vermindert het gezondheidsklachten. Bij vervangende nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie van schoolgebouwen geldt als uitgangspunt het kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B en de vereisten die gelden voor opvangvoorzieningen. Hierdoor ontstaat een goed binnenklimaat. Voor bestaande gebouwen (niet zijnde levensduur verlengende renovatie) is de ambitie om ook een goed binnenklimaat te realiseren. De investeringen die een goed binnenklimaat realiseren, worden gewogen en in relatie gebracht met het perspectief (nog te verwachten gebruiksduur) van het gebouw. Gemeente, schoolbesturen en opvang hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de ambitie van een goed binnenklimaat in bestaande gebouwen te realiseren.
Vanuit het schoolbestuur kan de bestaande situatie in beeld worden gebracht inclusief inzicht in de benodigde maatregelen. Vervolgens wordt de koppeling gelegd met geplande investeringen vanuit het onderhoudsplan. In de praktijk blijkt dat het realiseren van een goed binnenklimaat vraagt om meer installaties aan te brengen. Dit heeft qua financiën enerzijds een investeringskant en anderzijds een exploitatiekant. Het aanbrengen van installaties betekent in de praktijk vaak een verhoging van het energieverbruik en de onderhoudscomponent voor schoolbesturen. Indien in een bestaand gebouw een investering in het binnenklimaat aan de orde is, dan is het in eerste instantie aan het schoolbestuur (al dan niet samen met de opvang) om te verkennen of ze de investering kan plegen. De opvangorganisatie investeert zelf of voldoet de bekostiging van de gepleegde investeringen (voor het deel dat ze gebruiken) via een huurvergoeding. Alle betrokken partijen maken samen een beargumenteerde keuze. Hiervoor blijven alle partijen met elkaar in gesprek, de ambitie staat vast, maar de rekening ligt uiteindelijk bij het schoolbestuur
Investeringen in binnenklimaat Voor investeringen in het binnenklimaat is ook een spanning aanwezig vanuit investeringen. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende bekostiging. Beide zien wel de noodzaak tot investeringen. Binnen het IHP wordt bij bestaande gebouwen ervoor gekozen investeringen in binnenklimaat mee te nemen op natuurlijke momenten, zoals levensduur verlengende renovatie of grote onderhoudsinvesteringen, tenzij vanuit de Rijksoverheid aanvullende bekostiging volgt. De gemeente investeert niet in duurzaamheid, alleen in levensduur verlengende renovatie en vervangende nieuwbouw. De schoolbesturen hebben het geld nu nodig voor de huidige gebouwen en zijn daarmee niet in staat om een bijdrage te leveren aan vervangende nieuwbouw.
Uitdagende beweegomgeving Een ander aspect van gezondheid is het bevorderen van bewegen in en rond het schoolgebouw. Net als bij een gezond binnenklimaat draagt bewegen bij aan goede leerprestaties en de ontwikkeling van een kind. Om kinderen op school uit te dagen tot meer bewegen, moet de leeromgeving als zodanig ingericht worden. Denk hierbij aan hoogteverschillen, klimmuren en meubilair dat bewegen stimuleert, maar ook activiteiten die de school organiseert of passend bij het onderwijsconcept: beweegactiviteiten in de pauze en naschoolse sportactiviteiten.
www.icsadviseurs.nl
15/38
Dit sluit aan bij de ambities van het Nationaal Preventieakkoord en de beweging van Positieve Gezondheid. Met het Steenbergse Sport- en Beweegakkoord wil de gemeente Steenbergen bereiken dat iedereen, écht iedereen, plezier in sport kan hebben. Nu en in de toekomst.6 Bij de bestaande locaties wordt de buitenruimte gehandhaafd en kan gekeken worden naar het ‘vergroenen7’ van de pleinen. Voor vervangende nieuwbouw of levensduur verlengende renovatie wordt de omvang van de buitenruimte van belang geacht. Voor de opvang wordt voldaan aan de geldende regelgeving (ook bij bestaande bouw). Voor het onderwijs wordt de laatste actualisatie van de verordening aangehouden8, waardoor voldoende speelterrein ontstaat en dit bijdraagt aan het bevorderen van beweegmogelijkheden. Daar waar de kans zich aandient kan het schoolplein en het openbaar gebied worden gecombineerd. Dit wordt per situatie bekeken en besloten. Het is aan het schoolbestuur en de opvangorganisaties om de buitenruimte en binnenruimte op een interessante wijze vanuit de gezamenlijke pedagogische en meer inclusievere visie vorm te geven en in te richten. Daarnaast kan ook gedacht worden aan het realiseren van onderwijs- en opvangvoorzieningen nabij of samen met sportvoorzieningen of een nabijgelegen park. In het voortgezet onderwijs is sprake van voldoende buitenruimte (sportvelden) voor het bewegingsonderwijs.
Voor de gymzalen wordt er uitgegaan van de KVLO9 normen. Volgens KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding) is de minimale afmeting van een gymnastieklokaal 24 x 14 x 5,5 meter (b x l x h) (336 m²). Met aanverwante ruimten (kleedkamers, bergingen, circulatieruimte etc.) resulteert dit in een totale ruimtebehoefte van ongeveer 600 bruto vierkante meter (m² bvo) per gymzaal.
3.3 Huisvesting kinderopvang Vanwege de samenwerking tussen onderwijs en opvang is huisvesting van kinderopvang ook een belangrijk gegeven. Het streven is te komen tot gezamenlijke huisvesting waar de kans zich voordoet. Bij het realiseren van huisvesting wordt rekening gehouden met de wet kinderopvang. Hiervoor kan het zijn dat de opvangorganisatie en andere partners zelf kunnen investeren. Indien dat niet aan de orde kan zijn, zijn er andere opties mogelijk: ▪ ▪ ▪ ▪
De gemeente berekent een kostprijsdekkende huur inclusief leegstandsrisico en kosten voor garantie vanuit Waarborgfonds (indien toegepast). De gemeente verhuurt de vierkante meters kinderopvang aan de kinderopvangorganisatie. Schoolbestuur en kinderopvangorganisatie gaan inhoudelijke samenwerking aan. Zij bepalen gezamenlijk de visie, ambitie en het aantal kindplaatsen. Het schoolbestuur kiest de opvangpartner vanuit inhoudelijke samenwerking.
6 Bron: Sport- en beweegakkoord gemeente Steenbergen 2020-2022 7 Vanuit de Provincie Noord-Brabant is het mogelijk om hier subsidie voor aan te vragen (2024) 8 Dit betekent dat 3 vierkante meter per leerling wordt aangehouden met een maximum omvang van het schoolplein van 1.800 vierka nte
meter. 9 De KVLO is de belangenvereniging voor docenten en leerkrachten lichamelijke opvoeding, en adviseert onder andere over de omva ng voor sportvoorzieningen.
www.icsadviseurs.nl
16/38
3.4 Flexibiliteit, ruimtegebruik en toekomstbestendigheid Flexibiliteit en ruimtegebruik Voor gemeente en schoolbesturen is het wenselijk om bestaande voorzieningen zo optimaal mogelijk vorm te geven, rekening houdend met inhoudelijke samenwerking, passend onderwijs en leerlingenaantallen. Bij zowel groei als krimp is het van belang om hierop te anticiperen met behoud van het onderwijs- en opvangconcept. Bij (vervangende) nieuwbouw of renovatie is het van belang om aandacht te hebben voor toekomstige aanpasbaarheid. Dit betekent: ▪ ▪
▪
Uitbreidingsmogelijkheden: bij planvorming rekening houden met (toekomstige) uitbreiding zonder dat de uitbreiding het onderwijskundige of opvangconcept tenietdoet. Aanpasbaarheid: bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zoveel mogelijk te voorkomen. Transformeren van functie: bij scholen (constructief) rekening houden met het transformeren van schoolgebouwen naar een andere functie voor het schoolgebouw. Dit betekent dat bij de planvorming rekening wordt gehouden met het veranderen van functie naar bijvoorbeeld woningen. Belangrijk aandachtspunt is dat de transformeerbaarheid niet ten koste mag gaan van de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs.
Indien er een situatie ontstaat waarbij een onderwijsvoorziening te maken heeft met leegstand, dan bepaalt de onderwijsorganisatie zelf in hoeverre leegstand een (financieel) probleem is. Indien de leegstand door het schoolbestuur als probleem wordt ervaren, dient in afstemming met de gemeente een plan opgesteld te worden om de leegstand terug te dringen en daarmee de capaciteit af te stemmen op de behoefte. Deze plannen dienen te zijn afgestemd op de toekomstige normatieve ruimtebehoeften (aantal leerlingen) en (maatschappelijke) ontwikkelingen binnen een gebied (bijvoorbeeld dorpsontwikkelingen). Het uitgangspunt is niet te bouwen voor leegstand. Dit vanuit de filosofie dat de voorzieningen zijn of worden bekostigd met maatschappelijke middelen. Investeringen worden daarom beargumenteerd en maatschappelijk verantwoord gepleegd. Bij het maken van integrale en toekomstbestendige plannen wordt vanzelfsprekend ook gekeken naar het huisvesten van opvangfuncties en/of overige partners. Toekomstbestendigheid Om in te spelen op groei en krimp en mogelijke veranderingen in het gebruik is het van belang om huisvesting te realiseren die flexibel mee kan bewegen. Flexibele schoolgebouwen zijn gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn aan een veranderende ruimtevraag en het onderwijs- en kinderopvangconcept.
Het zijn gebouwen die over ruimten beschikken die voor verschillende doeleinden kunnen worden ingezet, zoals een wissellokaal en waar verschillende gebruikers multifunctioneel gebruik van maken. Dit vraagt om een flexibele inrichting en het mogelijk maken van dubbel gebruik door bijvoorbeeld de BSO of door andere gebruikers na schooltijd. Het realiseren van flexibele huisvesting vraagt in de planvormingsfase van (vervangende) nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie rekening te houden met: ▪
De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. In de ruimtelijk-planologische zin dient hier rekening mee gehouden te worden, door in het bestemmingsplan en bij het bepalen van het terreinoppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding. Dit is in lijn met het onderwijs- en kinderopvangconcept.
www.icsadviseurs.nl
17/38
▪
▪
Toekomstige (interne) aanpasbaarheid. Bij planvorming rekening houden met toekomstige aanpasbaarheid om groei, krimp, technische vernieuwing en/of onderwijsontwikkeling (flexibel) op te vangen. Het gebouw faciliteert daarmee de gebruikers en niet andersom. Daarnaast is er aandacht voor het installatieconcept om grote investeringen bij aanpassing (en veranderingen in het binnenklimaat) zo veel mogelijk te voorkomen. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst te transformeren naar een andere functie, zonder dat het ten koste gaat van de functionaliteit voor het onderwijs en de kinderopvang.
www.icsadviseurs.nl
18/38
3.5 Type maatregelen binnen IHP Voor elke onderwijsvoorziening wordt binnen het IHP een maatwerkscenario beschreven dat leidend is voor de maatregelen en investeringen die de komende jaren door gemeente en schoolbesturen worden gepleegd. In het IHP wordt onderscheid gemaakt tussen schoolgebouwen die de komende periode in stand worden gehouden en gebouwen waar de noodzaak tot vervanging of een maatregel aanwezig is. In het IHP hanteren we daarom de volgende huisvestingsscenario’s: ▪ ▪
▪ ▪
(Vervangende) nieuwbouw (en uitbreiding); Levensduurverlengende renovatie; ─ 40 jaar ─ 20 jaar In stand houden; Afstoten.
NB: Op dit moment is een wetgevingsproces bij het Rijk gaande waarin levensduur verlengende renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting als aanpassing in de wetgeving voorligt. De levensduurverlengende renovatie met een termijn van 20 jaar sluit daar het meest bij aan (de wetgeving gaat uit van levensduurverlenging van 25 jaar). Hieronder wordt de definitie en het afwegingskader van de huisvestingsscenario’s verder uitgewerkt. De huisvestingsmaatregelen kunnen leidend zijn, maar het laat onverlet dat er ook ruimte blijft voor maatwerkoplossingen in goed overleg waar dat gewenst/noodzakelijk is. Per scenario wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Hierbij wordt gesproken over gemeente en schoolbesturen vanuit hun positie als mogelijke bouwheren10. Na realisatie van een project gelden de wettelijke taken en verantwoordelijkheden voor gemeente en schoolbesturen qua exploitatie (lees: het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het in stand houden, het verrichten van aanpassingen en het exploiteren). Vertrekpunt realisatie van projecten Bij de realisatie van projecten is het aantal te realiseren vierkante meters volgens de VNG-norm leidend (al dan niet aangevuld met extra vierkante meters vanwege inclusiever en passend onderwijs (zie eerder tekstkader over extra vierkante meters) en niet het budget.
In de situatie dat bij realisatie van de vierkante meters met het vastgelegde kwaliteitsniveau middelen resteren, dan vloeien deze terug naar de gemeente. NB: Voor bovenstaand vertrekpunt is het noodzakelijk dat gedacht wordt vanuit de vierkante meters zoals beschikt en op basis van een voorlopige realistische investeringsbedragen. Na aanbesteding wordt het daadwerkelijke investeringsbedrag leidend.
10 In principe ligt het bouwheerschap bij het schoolbestuur. in situaties met meerdere partijen in een gebouw kan het bouwheerschap worden
belegd bij de gemeente.
www.icsadviseurs.nl
19/38
Nieuwbouw Bij de maatregel (vervangende) nieuwbouw gaat het om schoolgebouwen waarvoor in het IHP een noodzaak tot vervanging is aangetoond. Deze gebouwen vereisen op korte termijn een grootschalige ingreep in de vorm van (vervangende) nieuwbouw. Nieuwe schoolgebouwen dragen maximaal bij aan de verduurzamingsopgave. Dit wil zeggen bouwen volgens ENG11. Het is het uitgangspunt om op het gebied van gezondheid om Frisse Scholen klasse B te behalen. Voor de maatregel (vervangende) nieuwbouw zijn de volgende spelregels van toepassing: Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. ▪ De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. ▪ De gemeente financiert het wettelijke deel (momenteel BENG en gemiddeld Frisse Scholen klasse B + GPR (huidig: gemiddeld 7,5 en energie 8), waarbij per project wordt bekeken op welke onderdelen Frisse Scholen klasse A kan worden behaald binnen het budget. ▪ Een businesscase, met daarin maatregelen met een rendabele terugverdientijd in de exploitatie (passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol), moet aantonen of hogere duurzaamheidseisen zoals nul op de meter haalbaar zijn12.
▪ De stap van BENG naar ENG kan worden gezet met een bijdrage vanuit het schoolbestuur (totdat ENG het wettelijk kader wordt). Het uitgangspunt is dat deze eenmalige bijdrage kan worden verantwoord door terugverdienen passend binnen het Onderwijsaccountantsprotocol. ▪ Het doorvoeren en bekostigen van ENG is een keuze en de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Indien het schoolbestuur dat niet kan, pleegt de gemeente de extra investering om ENG mogelijk te maken. ▪ Er dienen voorafgaand aan de planvorming afspraken gemaakt te worden tussen de gemeente en het schoolbestuur over het eventueel inbrengen van gereserveerde onderhouds- en exploitatiebudget ten behoeve van het bekostigen van ENG. ▪ Er wordt een klimaatscan (inzicht in verduurzamingsmogelijkheden in lijn met het Klimaatbeleid) uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. ▪ De ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij nieuwbouwprojecten zoveel als mogelijk te worden geïntegreerd, passend binnen het budget. Het realiseren van uitbreiding bij een schoolgebouw is een variant van nieuwbouw. Vaak gaat het hier om kleinere projecten waardoor het bedrag voor nieuwbouw kan oplopen (afhankelijk van de grootte). Bij een dergelijke kleine uitbreiding is het duurzaamheidsconcept van het bestaande gebouw leidend en wordt gestreefd naar minimaal BENG. ▪
Levensduurverlengende renovatie Voor levensduurverlengende renovatie gelden twee varianten. Deze zijn: ▪ ▪
2A: levensduurverlengende renovatie met scope voor 40 jaar 2B: levensduurverlengende renovatie met scope voor 20 jaar
2A: levensduurverlengende renovatie met scope 40 jaar Deze ingreep wordt beschouwd als een volwaardig alternatief voor nieuwbouw. Hierbij wordt het bestaande gebouw aanzienlijk verbeterd, met als doel de levensduur met minstens 40 jaar te verlengen. Tegelijkertijd wordt het gebouw duurzamer en vereist het minder onderhoud. Daarnaast wordt ook een adequaat 11 Bij nieuwbouw wordt vanuit duurzaamheidsambitie en vooruitlopend op wetgeving in ontwikkeling gekozen voor ENG. Wanneer een
gebouw vanaf het begin met de ENG-filosofie wordt ontworpen zijn de meerkosten te overzien. Voor bestaande gebouw wordt (B)ENG beredeneerd benaderd en een beredeneerde afweging gemaakt welke ambitie verantwoord te behalen is. 12 Aandachtspunt daarbij is wel dat nieuwe gebouwen geen kosten voor gas hebben maar de hedendaagse installaties een hoger elektraverbruik hebben en ook meer onderhoudslasten hebben. Dit wordt integraal meegenomen in de afweging.
www.icsadviseurs.nl
20/38
binnenklimaat meegenomen conform de vereisten van Frisse Scholen klasse B. Omdat levensduurverlengende renovatie als een gelijkwaardig alternatief wordt beschouwd, worden dezelfde doelstellingen nagestreefd als bij nieuwbouw. Bij levensduurverlengende renovatie wordt gekeken naar: ▪ ▪ ▪ ▪
Functionele staat: verbeteren van de functionaliteit (flexibiliteit, multifunctionaliteit en aansluiten onderwijsen kinderopvangconcept); Technische staat: levensduurverlenging door investering in bouwkundige en installatietechnische ingrepen; Ruimtelijke staat; Verduurzaming van het gebouw (benaderen ambitie BENG).
Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2A zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ ▪ ▪ ▪
▪
▪ ▪
Een businesscase toont of nieuwbouw een beter alternatief is dan levensduurverlengende renovatie, wanneer daar geen direct uitsluitsel over wordt gegeven op basis van bepaalde context. De gemeente en het schoolbestuur stellen gezamenlijk de businesscase op om te voorkomen dat er eenzijdige sturing plaatsvindt. De bijdrage vanuit de gemeente en aanvullende bijdrage vanuit het schoolbestuur is vergelijkbaar met de spelregels voor nieuwbouw. Er wordt gerekend met één investeringsbedrag voor zowel levensduurverlengende renovatie als (vervangende) nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor levensduurverlengende renovatie vormt de basis voor de indicatieve investeringskosten, waaruit ook een levensduurverlengende renovatie bekostigd kan worden.
In het afwegingskader binnen de businesscase dienen de volgende afwegingen ten grondslag te liggen aan de motivatie om te kiezen voor levensduurverlengende renovatie in plaats van nieuwbouw: ─ Het gebouw heeft een goede uitstraling, ligging en/of functionaliteit, en/of; ─ Het gebouw heeft verschillende bouwdelen, en/of; ─ Het gebouw heeft nog een hoge boekwaarde, en/of; ─ De exploitatie vormt geen probleem, en/of; ─ Levensduurverlengende renovatie vormt een duurzamer alternatief dan nieuwbouw, circulaire maatregelen worden hierin meegenomen, en/of; ─ Er ruimte is in het gebouw of op het terrein om het gewenste aanbod te realiseren, en/of; ─ Het gebouw dusdanig flexibel is dat er multifunctioneel gebruik van ruimten kan worden gemaakt en aanpassingen/uitbreidingen in de toekomst mogelijk zijn (indien gewenst); ─ Wel of geen inzet van tijdelijke huisvesting benodigd is. Hierbij is leidend dat kinderen rust nodig hebben om tot goede ontwikkelprestaties te komen. Er wordt een klimaatscan uitgevoerd om te beoordelen welke klimaat adaptieve maatregelen er mogelijk zijn. De omschreven ambities voor flexibiliteit, inclusie en circulariteit dienen bij levensduurverlengende renovatieprojecten zoveel mogelijk te worden geïntegreerd passend binnen het beschikbaar gestelde budget.
In het proces om te komen tot een afweging voor levensduurverlengende renovatie zijn nog vijf spelregels van toepassing: ▪ ▪
Indien er aanleiding is om de bouwkundige en installatietechnische maatregelen ter discussie te stellen, kan een gebrekenrapportage inclusief maatregelen opgesteld worden ter onderbouwing; Er kunnen argumenten zijn om een bestaand gebouw toch te handhaven in plaats van (vervangende) nieuwbouw. Dit dient uitgebreid beargumenteerd te worden in een businesscase en betrokken organisaties komen in gezamenlijkheid tot een besluit. Daarna is het een maatregel die conform de genoemde maatregelen voor bekostiging in aanmerking komt;
www.icsadviseurs.nl
21/38
▪ ▪ ▪
Aandachtspunt voor in- of uitbreiden met behoud van onderwijs- en kinderopvangconcept. Aandacht voor de locatie (in de wijk/kern en leerlingenprognoses). Aandacht voor de klimaateffecten.
2B: levensduurverlengende renovatie met scope voor 20 jaar In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van een aangepaste levensduurverlengende renovatie variant. Voor scholen waarvan het toekomstperspectief onzeker is (vanwege leerlingenaantal, ruimtelijke ontwikkeling, et cetera), maar het gebouw vanuit kwalitatief oogpunt om een ingreep vraagt, kan een levensduurverlening van 20 jaar passend zijn. Voor de maatregel levensduurverlengende renovatie 2B zijn de volgende spelregels van toepassing: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪
Bij een aangepaste variant wordt het gebouw verduurzaamd, het binnenklimaat verbeterd en worden beperkte ingrepen gedaan om de onderwijskundige kwaliteit te verbeteren. De gemeente is verantwoordelijk voor het bekostigen van de kwaliteit verhogende (en levensduurverlengde) ingrepen. Het budget wordt bepaald op basis van de benodigde ruimtebehoefte van de school en kinderopvang, niet op de capaciteit van het gebouw en bedraagt maximaal 50% van het nieuwbouwbudget. Uitgangspunt is dat de ingrepen die met deze vergoeding te bekostigen zijn ervoor zorgen dat de levensduur van het totale pand met minimaal 20 jaar wordt verlengd. De schoolbesturen blijven verantwoordelijk voor de bekostiging van de onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in het MJOP. Op het moment dat helder is dat er een ingreep komt, wordt getracht de onderhoudswerkzaamheden zoveel mogelijk te clusteren in combinatie met de ingreep. De haalbaarheid van de ambities op het gebied van flexibiliteit, inclusie en circulariteit worden onderzocht, maar zijn geen doel op zich. Binnen de mogelijkheid van het beschikbare budget wordt hier invulling aan gegeven.
Wetgeving rond renovatie Voor levensduurverlengende renovatie als voorziening in de onderwijshuisvesting is door het Rijk wetgeving in de maak. Tot het moment dat de wetgeving van kracht is gelden bovenstaande spelregels voor levensduurverlengende renovatie (40 jaar) en aangepaste levensduurverlengende renovatie (20 jaar).
In stand houden Onder in stand houden vallen de gebouwen die binnen de looptijd van het IHP (ca. 16 jaar) in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep krijgen, is ook voor deze categorie aandacht voor hoe kan worden bijgedragen aan de verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat in lijn met de landelijke klimaatdoelstellingen. In 2050 dienen namelijk alle gebouwen CO2 neutraal te zijn. Het in stand houden en onderhouden van schoolgebouwen is een verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, die hiervoor een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) opstelt. Bij het planmatig onderhoud wordt minimaal het conditieniveau 3 van in stand houding op sober en doelmatig niveau (NEN2767) gehanteerd. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de handhaving van dit niveau en de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden.
www.icsadviseurs.nl
22/38
Het schoolbestuur is tevens verplicht om de Erkende Maatregelen (Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit betreft duurzame maatregelen met een terugverdientijd van maximaal 7 jaar. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van de bekostiging die zij vanuit het Rijk ontvangt in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Toch vraagt het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord om aanvullende maatregelen voor bestaande gebouwen. Hieronder zijn spelregels opgenomen hoe hiermee om te gaan. Spelregels IHP – in stand houden Hiervoor geldt de volgende spelregel: ▪ Het gebouw in stand houden en voldoen aan de wettelijke verplichting met erkende maatregelen.
Afstoten Dit betreft gebouwen die niet langer als schoolgebouw in gebruik blijven en teruggegeven worden conform verordening Onderwijshuisvesting aan de desbetreffende gemeente. Daarmee worden ze onttrokken aan de onderwijsbestemming.
www.icsadviseurs.nl
23/38
4. Huisvestingsscenario’s De volgende paragrafen bevatten de scenario’s per school. Hieronder volgt een toelichting van de onderdelen die daarin terugkomen. Leerlingenprognoses Voor het verwachte aantal leerlingen is gebruik gemaakt van de leerlingenprognoses die zijn opgesteld door Postmus Advies (januari 2024). Deze leerlingenprognose is een actualisatie op de leerlingenprognose van april 2023. De bevolkingsprognose is onveranderd gebleven. Analyse per schoolgebouw De analyse per schoolgebouw betreft een weergave van de kansenkaart (knelpuntenanalyse). In de kansenkaart is de school beoordeeld op: ▪ ▪ ▪ ▪