BP De Boogerd - Toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN DE BOOGERD TOELICHTING BEHOREND BIJ RAADSBESLUIT RD2400243
[Geef tekst op]
www.gemeente-steenbergen.nl
Bestemmingsplan “De Boogerd”
Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12
Gemeente Steenbergen
info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl
Toelichting
project projectnummer projectleider
versie fase auteur
Bestemmingsplan De Boogerd 231122 Wilrik Hengstmengel
3.0 Vastgesteld Wilrik Hengstmengel MSc
paraaf gecontroleerd
Toby van Baast MSc
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
7 7 8 9 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Planbeschrijving Inleiding Beschrijving huidige situatie Beschrijving beoogde situatie Verkeer & Parkeren
11 11 11 12 13
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 17 22 33
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Planologisch relevante (milieu)aspecten Inleiding Bodem Waterhuishouding Cultuurhistorie Archeologie Ecologie Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering Geurhinder en veehouderijen Driftblootstelling spuitzones Externe veiligheid Luchtkwaliteit Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling
35 35 35 36 39 40 42 45 46 47 49 50 52 54 55
5 5.1 5.2 5.3
Juridische plantoelichting Inleiding Opbouw van de regels Regels
57 57 57 57
6 6.1 6.2 6.3
Economische uitvoerbaarheid Inleiding Toepassing Grondexploitatiewet Economische uitvoerbaarheid
61 61 61 61
7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog
63 63
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
7.2 7.3 7.4
Vooroverleg Zienswijzen Vaststelling
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8
Toelichting landschappelijke inpassing Berekening kwaliteitsverbetering Verkennend bodemonderzoek Watertoets Stikstofdepositieonderzoek Quickscan Wet natuurbescherming Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Nota van Zienswijzen
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
63 63 64
1
Inleiding
1.1 Aanleiding en doel Aanleiding Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad de motie ‘grondaankoop Kruisland’ aangenomen. Hierin heeft de raad opdracht gegeven om actief in gesprek te gaan voor het verwerven van gronden voor woningbouw in Kruisland. Om te voorzien in de woonbehoefte voor Kruisland heeft de gemeente gronden verworven om een woningbouwontwikkeling in gang te zetten. De ambitie van de gemeente is om het dorp voor de toekomst vitaal te houden. Het moet mogelijk zijn voor jongeren om in Kruisland een huis te kopen of te huren. Vanwege de vergrijzing is er ook behoefte aan woningtypes voor ouderen. Door gepaste nieuwbouw te realiseren hoeven jongeren en ouderen het dorp niet meer te verlaten en blijft Kruisland als dorp vitaal. De gemeente Steenbergen heeft de inwoners van Kruisland reeds in een vroeg stadium bij de planvorming betrokken. Dit heeft geresulteerd in een gedragen plan voor een nieuwe woonwijk met 80 woningen. Samen met de inwoners van Kruisland is via een klankbordgroep de nieuwe woonwijk vormgegeven. De woonwijk is gesitueerd op een voormalige boomgaard en draagt om die reden de naam De Boogerd, wat een Kruislandse vertaling is van boomgaard. De uitgangspunten zijn een dorpse uitstraling met beperkte bouwhoogten, woningen voor verschillende doelgroepen in een groene omgeving.
Uitsnede luchtfoto van de kern Kruisland met de ligging van het plangebied globaal aangeduid met gele ster. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Doel Het vigerende planologisch regime betreft het bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen” (en de daarop volgende 1e herziening) en staat gelet op de vigerende agrarische bestemming reguliere woningbouw niet toe. De beoogde ontwikkeling is derhalve niet mogelijk op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de nieuwe woonwijk in Kruisland mogelijk te maken. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied betreft een voormalige boomgaard direct ten zuiden van de kern van Kruisland. Deze locatie is momenteel begroeid met gras en verder onbebouwd en onverhard. Het plangebied heeft een oppervlak van circa 28.000 m² en staat kadastraal bekend als gemeente Steenbergen, sectie AB, perceelnummer 370 (gedeeltelijk). De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door omliggende woningen, sportvelden en agrarische gronden. De ligging en begrenzing is op navolgende afbeelding nader aangeduid.
Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen” met rood omkaderd het plangebied. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Voor de gronden binnen het plangebied vigeert het bestemmingsplan “Buitengebied Steenbergen” in combinatie met “Buitengebied Steenbergen – 1e herziening” van de gemeente Steenbergen. De gronden binnen het plangebied kennen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’. Tevens is de gebiedsaanduiding ‘Archeologische verwachtingswaarde’ toegekend. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ zijn de gronden met name bedoeld voor agrarische bodemexploitatie en het behoud en herstel van de aanwezige landschapswaarden. Burgerbewoning is hier niet toegestaan, waardoor een herziening van het planologisch regime dient plaats te vinden. 1.4 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk is een inleiding gegeven op het initiatief. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 bevat een verantwoording over de wijze waarop rekening is gehouden met de milieuplanologische uitvoeringsaspecten alsmede met de in het plangebied en omgeving voorkomende waarden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en tot slot worden in het laatste hoofdstuk de resultaten uit de planologische procedure weergegeven.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
2
Planbeschrijving
2.1 Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied in beeld worden gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. 2.2 Beschrijving huidige situatie Het plangebied heeft een oppervlak van circa 28.000 m² en is gelegen aan de zuidrand van de kern van Kruisland. Het perceel kent momenteel de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ en betreft een voormalige boomgaard waarop fruit werd geteeld. In de huidige situatie zijn de fruitbomen gerooid en is het plangebied volledig begroeid met gras. Binnen het plangebied is thans geen bebouwing of verharding aanwezig. De directe omgeving bestaat uit woningen en sportvelden aan noordwestelijke zijde, begrensd door een coniferenhaag, en agrarische percelen aan de overige zijden. Het plangebied wordt ten oosten en (deels) ten zuiden begrensd door een slotenstelsel.
Uitsnede vogelvluchtfoto van het plangebied en directe omgeving. Bron: Cyclomedia Technology, 2023.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
2.3 Beschrijving beoogde situatie Het planvoornemen bestaat de gronden binnen het plangebied in ontwikkeling te nemen ten behoeve van het wonen. Om te voorzien in de woonbehoefte voor Kruisland heeft de gemeente gronden verworven om een woningbouwontwikkeling in gang te zetten. Samen met de inwoners van Kruisland is via een klankbordgroep de nieuwe woonwijk vorm gegeven. Onderstaande stedenbouwkundige verkaveling vormt het uitgangspunt voor het bestemmingsplan.
Stedenbouwkundige opzet. Bron: Gemeente Steenbergen, 2024.
De uitgangspunten van het plan zijn een dorpse uitstraling met beperkte bouwhoogten en woningen voor verschillende doelgroepen in een groene omgeving. De ambitie van de gemeente is om het dorp voor de toekomst vitaal te houden. Het moet mogelijk zijn voor jongeren om in Kruisland een huis te kopen of te huren. Vanwege de vergrijzing is er ook behoefte aan woningtypes voor ouderen. Door gepaste nieuwbouw te realiseren hoeven jongeren en ouderen het dorp niet meer te verlaten en blijft Kruisland als dorp vitaal. Het planvoornemen omvat de realisatie van 80 woningen, bestaande uit een mix van 65 grondgebonden woningen (13 vrijstaand, 8 twee-onder-één-kap en 44 rijwoningen) en 15 gestapelde woningen (appartementen). Het woonprogramma bestaat, zoals afgestemd binnen de Woondeal West-Brabant West, uit 25 sociale huurwoningen, 29 betaalbare koopwoningen en 26 dure koopwoningen. In de woondeal is immers afgesproken dat elk project voor 66% uit betaalbare woningen bestaat, waarvan 30% sociale huurwoningen. Betaalbare woningen zijn
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
huurwoningen met een huurprijs tot € 1.000,- en koopwoningen met een koopprijs tot € 355.000,-. Het minimum aantal woningen per project waarvoor deze afspraak geldt is 20 woningen. Het project bestaat voor 67,5% uit betaalbare woningen. Het percentage sociale huurwoningen bedraagt met 25 woningen 31% (moet minimaal 30% zijn), het percentage betaalbare koopwoningen bedraagt met 29 woningen 36% (moet minimaal 36% zijn). Het percentage overige koopwoningen bedraagt met 26 woningen 32,5% (moet maximaal 33% zijn). Met dit woonprogramma voldoet het project aldus aan de regionale woondeal. Binnen het plangebied is naast het wonen ruimte gereserveerd voor parkeren, groen en landschappelijke inpassing. Het plangebied wordt ontsloten langs de sportvelden via Het Hoogje. Een directe aansluiting op de Herengoed zal enkel als calamiteitenroute dienen. De wijk heeft een groen, autoluw hart in het midden van de wijk. Er is sprake van een clustering van woningtypes. En zoals ook in andere wijken het geval, vindt de ontsluiting aan de binnenzijde van de wijk plaats. Om het initiatief mogelijk te maken, moet daarbij worden voldaan aan de regels van de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant die betrekking hebben op de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering van het landschap (3.9 Iov). Hiertoe is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.
Dit landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 gevoegd bij de regels. De basisgedachte van de landschappelijk inpassing is het aansluiten van de nieuwe woonwijk op haar omgeving met behulp van het toepassen van groene landschappelijke elementen. Om dit doel te bereiken is gezocht naar een balans in het landschap waarmee een vanzelfsprekendheid in de aanwezigheid van de nieuwbouw gecreëerd wordt. Een nadere toelichting op de landschappelijke inpassing is opgenomen in bijlage 1 bij onderhavige toelichting. In paragraaf 3.3.3 wordt verder ingegaan op de kwaliteitsverbetering van het landschap, als vereist op basis van de provinciale Interim omgevingsverordening. 2.4 Verkeer & Parkeren Verkeer De gemeente Steenbergen kan op basis van de omgevingsadressendichtheid worden aangemerkt als ‘weinig stedelijk’ (500–1.000 adressen per km2). Onderhavig plangebied is gelegen binnen de zone ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel duidt, gelet op de stedenbouwkundige verkaveling, de maximale verkeersgeneratie die geldt op basis van de kencijfers van het CROW in een ‘weinig stedelijk’ gebied binnen de zone ‘rest bebouwde kom’: Functie
Max vpe
Aantal woningen
Totaal max vpe
Huur, appartement, sociaal
4,5 per woning
5
22,5
Huur, huis, sociaal
6,0 per woning
20
120,0
Koop, appartement, duur
7,8 per woning
5
39,0
Koop, appartement, goedkoop
6,0 per woning
5
30,0
Koop, vrijstaand
8,6 per woning
13
111,8
Koop, twee-onder-een-kap
8,2 per woning
8
65,6
Koop, tussen/hoek
7,8 per woning
24
187,2
80
576,1
Totaal
Het planvoornemen genereert op basis van het verkavelingsplan een maximum aantal extra voertuigbewegingen per etmaal (vpe) van 576,1. Het plangebied zal worden ontsloten via Het Hoogje en het verkeer zal bij het verlaten van Het Hoogje zich spreiden door de aanliggende woonwijk in de richtingen van de Molenstraat en de Roosendaalseweg. Voor gemiddelde erftoegangswegen geldt een maximale capaciteit van 4.000 tot 6.000 verkeersbewegingen per etmaal. Dit zijn acceptabele aantallen, welke het woongenot niet of zeer gering aantasten.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
In de huidige situatie is de verkeersintensiteit op de wegvakken van en naar Het Hoogje circa 1.000 verkeersbewegingen per etmaal. Dit is op een reguliere weekdag volgens het BBMA verkeersmodel 2022. De prognoses volgens dit verkeersmodel voor 2030 en 2040 blijven ongewijzigd. Om deze intensiteit om te rekenen naar werkdagen wordt het getal vermenigvuldigd met 1,11 conform de uitgangspunten van het CROW. Hierdoor komt de huidige intensiteit op 1.110 verkeersbewegingen per etmaal. In de toekomstige situatie is er een toename van de intensiteit van 576,1 verkeersbewegingen per etmaal. Dit verkeer verspreidt zich door de omliggende woonwijk waardoor er een toename in intensiteit te verwachten is van 288 voertuigbewegingen per etmaal. Hierdoor komt de toekomstige intensiteit van de wegen in de omliggende woonwijk op 1.398 voertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijk lage toename vormt geen probleem ten aanzien van afwikkeling van verkeersstromen. Het aspect verkeer vormt daarmee geen belemmering voor het voorgenomen initiatief. Onderstaand zijn aanvullend mogelijke alternatieve verkeersontsluitingen inzichtelijk gemaakt en afgewogen.
Hieruit volgt dat de gekozen verkeersontsluiting beter is dan de alternatieve verkeersontsluitingen via de rode of oranje route: • Rode route: de aansluitende weg tussen Grote Tiende 15 en Herengoed 8 met een breedte van circa 4 meter is zeer smal: het openbaar gebied heeft geen trottoir en geen parkeervakken. Ter vergelijking: de weg tussen Grote Tiende 9 en Grote Tiende 12 heeft een breedte van ruim 5 meter. Het openbaar gebied heeft, naast een ruimere wegbreedte, ook een trottoir en parkeervakken. • Oranje route: deze route is gedeeltelijk gelegen buiten het stedelijk gebied. Uit stedenbouwkundig oogpunt wordt gekozen de volledige gebiedsontwikkeling binnen stedelijk gebied op te vangen. Het stedelijk gebied is het samenstel van bebouwing voor woon- en andere functies met de daarbij behorende infrastructuur. Voor een duurzame ontwikkeling van het stedelijk gebied is de insteek om het stedelijk gebied compact te houden en om die reden de verkeersontsluiting binnen bestaand stedelijk gebied op te vangen. Hierbij wordt echter opgemerkt dat bij een eventuele verdere verstedelijking van het aansluitend gebied niet uitgesloten is dat in de toekomst via de oranje route alsnog een verkeersontsluiting kan komen.
Parkeren Met de inwerkingtreding van de “Reparatiewet BZK” op 29 november 2014 is het verplicht om het parkeren te reguleren met een bestemmingsregeling. In de bestemmingsregeling kan worden opgenomen dat bij aanvraag om omgevingsvergunning (voor het bouwen en / of afwijken) dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde parkeernormen. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dient echter al bij vaststelling van een bestemmingsplan inzichtelijk te worden gemaakt dat redelijkerwijs in de aldus benodigde
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
parkeerplaatsen feitelijk duurzaam kan worden voorzien (ECLI:NL:RVS:2017:1036, r.o. 5.3). Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door het geldende parkeerbeleid. De gemeente Steenbergen heeft geen eigen parkeerbeleid en maakt daarom gebruik van de parkeerkencijfers van het CROW. Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Steenbergen. De gemeente Steenbergen kan op basis van de omgevingsadressendichtheid worden aangemerkt als ‘weinig stedelijk’ (500–1.000 adressen per km2). Op basis van deze gegevens kunnen de juiste parkeerkencijfers gehanteerd worden ten aanzien van de beoogde ontwikkelingen. Op basis van de kencijfers van het CROW uit 2024 gelden in een ‘weinig stedelijk’ gebied binnen de zone ‘rest bebouwde kom’ de volgende gemiddelde parkeerkencijfers per woning (exclusief bezoekersparkeren): Functie
Gem. norm
Aantal woningen
Totaal pp
Huur, appartement, sociaal
0,8 pp
5
4,0
Huur, huis, sociaal
1,1 pp
20
22,0
Koop, appartement, duur
1,8 pp
5
9,0
Koop, appartement, goedkoop
1,3 pp
5
6,5
Koop, vrijstaand
2,0 pp
13
26,0
Koop, twee-onder-een-kap
1,9 pp
8
15,2
Koop, tussen/hoek
1,8 pp
24
43,2
80
125,9
Totaal
Hieruit volgt dat op basis van de gemiddelde parkeernormen voorzien dient te worden in 126 parkeerplaatsen. Daarnaast zijn in de openbare ruimte altijd parkeerplaatsen nodig voor bezoekers aan de woningen. Per woning gelden hiervoor de volgende kencijfers:
Voor onderhavig plan geldt daarmee dat (80 x 0,2 =) 16 bezoekersparkeerplaatsen in de openbare ruimte dienen te worden gerealiseerd. Op basis van het stedenbouwkundig plan geldt dat binnen het plangebied voorzien wordt in 104 openbare parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen op eigen terrein worden vaak minder efficiënt gebruikt dan openbare parkeerplaatsen. Als rekenfactor voor parkeren op eigen terrein gelden de waarden uit onderstaande tabel:
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Op basis van het verkavelingsplan beschikt een aantal woningen over parkeergelegenheid op eigen terrein. Gezien het afwijkende berekeningsaantal ten opzichte van het theoretische aantal per parkeervoorziening geldt hiervoor dat er 4,0 (4x garage met enkele oprit) + 3,2 (4x enkele oprit zonder garage) + 30,6 (17 garages met dubbele oprit) = 37,8 parkeerplaatsen beschikbaar zijn op eigen terrein. Derhalve wordt op basis van het stedenbouwkundig plan direct voorzien in 104 pp (in openbare ruimte) + 37,8 pp (op eigen terrein) = 141,8 parkeerplaatsen. Door middel van straatparkeren zal het restant aan benodigde parkeerplaatsen voor bezoekersparkeren worden ingevuld. Ten tijde van de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ zal concreet inzichtelijk moeten worden gemaakt waar de parkeerplaatsen worden gerealiseerd en wat de concrete parkeereis bedraagt. In de regels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
3
Beleidskader
3.1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke, provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het geldende beleid. 3.2 Rijksbeleid 3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken.
Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk zijn. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen het rijksbeleid.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
3.2.2 Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld.
Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).
Ligging van het plangebied (aangeduid met rode marker) binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en Woensdrecht. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.
Beoordeling Het plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van radarstation Herwijnen en het radarstation op vliegbasis Woensdrecht. Rondom deze radarstations mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. De maximale toegestane hoogte van bouwwerken in het radarverstoringsgebied van radarstation Woensdrecht bedraagt 113 meter boven NAP. In het onderhavige plan
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt boven de genoemde hoogtes. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor deze radarstations. Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat onderhavige ontwikkeling passend is binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling.
Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden. Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni 2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uiteen worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen.
Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. 1. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? 2. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? 3. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? 4. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? 5. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? 1.
Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling?
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een bruto-oppervlakte groter dan 500 m2, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Onderhavig ruimtelijk besluit voorziet in de realisatie van maximaal 80 woningen op één woningbouwlocatie. Gelet op de omvang betreft dit een stedelijke ontwikkeling. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. 2.
Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling?
Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied is momenteel voorzien van de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden'. Gronden met deze bestemming zijn met name bedoeld voor agrarische bodemexploitatie en het behoud en herstel van de aanwezige landschapswaarden. Burgerbewoning is niet toegestaan. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de bouw van maximaal 80 woningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en vindt tevens een vergroting van het planologisch beslag op de ruimte plaats. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' moet verder worden doorlopen. 3.
Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling?
Uit de 'overzichtsuitspraak' van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. Uit jurisprudentie blijkt dat de actuele behoefte aan woningen kan worden onderbouwd met gebruikmaking van regionale woningbouwafspraken (o.m. 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2908, r.o. 10.2). Woondeal West-Brabant West Op 9 maart 2023 is de regionale woondeal ondertekend. De woondeal is voor de komende jaren de basis voor de volkshuisvestelijke opgave en komt in de plaats van het eerdere gemeentelijke woonbeleid. In de woondeal zijn afspraken gemaakt tussen rijk, provincie en de gemeenten Woensdrecht, Bergen op zoom, Roosendaal, Rucphen, Halderberge, Moerdijk en Steenbergen. Deze gemeenten vormen de regio West-Brabant West.
De provinciale woningbouwopgave is als basis genomen en binnen de regio vertaald naar concrete locaties en afspraken over de versnelde uitvoering van de woningbouw en de betaalbaarheid van nieuwe woningen. Per gemeente wordt een deel van de regionale opgave opgepakt, passend bij de lokale opgave van de gemeente. In de woondeal is afgesproken dat de gemeente Steenbergen tot en met 2030 netto (inclusief sloop) minimaal 720 woningen toevoegt aan de woningvoorraad. Bruto (exclusief sloop) wordt uitgegaan van een toevoeging van minimaal 805 woningen. Het voorliggende woningbouwplan met 80 woningen draagt bij aan het behalen van die doelstelling. Daarnaast wordt in de woondeal ook aandacht besteed aan de huisvesting voor ouderen als specifieke doelgroep. Hiervoor zijn per gemeente geen harde streefcijfers afgesproken, maar wel is voor de regio het aantal van 3000 nultredenwoningen genoemd. In dit plan zullen ook nultredenwoningen worden opgeleverd. De specifieke hoeveelheid wordt nader ingevuld.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
In de woondeal is afgesproken dat elk project voor 66% uit betaalbare woningen bestaat, waarvan 30% sociale huurwoningen. Betaalbare woningen zijn huurwoningen met een huurprijs tot € 1.000 en koopwoningen met een koopprijs tot € 355.000. Het minimum aantal woningen per project waarvoor deze afspraak geldt is 20 woningen. Het project bestaat voor 67,5% uit betaalbare woningen. Het percentage sociale huurwoningen bedraagt met 25 woningen 31% (moet minimaal 30% zijn), het percentage betaalbare koopwoningen bedraagt met 29 woningen 36% (moet minimaal 36% zijn). Het percentage overige koopwoningen bedraagt met 26 woningen 32,5% (moet maximaal 33% zijn). Met dit woonprogramma voldoet het project aan de regionale woondeal. 4.
Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied?
Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ex artikel 1.1.1 van het Bro wordt onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaan: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Bij de beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zien van art. 1.1.1 Bro kan worden aangemerkt dient te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Daaraan doet niet af dat de bebouwing waarin het voorgaande plan voorzag ten tijde van de vaststelling van het nieuwe plan nog niet was gerealiseerd.
Het voorgaande bestemmingsplan maakt geen stedenbouwkundig samenstel van bebouwing mogelijk, maar enkel agrarische bedrijfsvoering. Het plangebied is overigens aan vrijwel alle zijden omringd door landelijke/agrarische functies. Gelet daarop is het onderhavige plangebied gelegen buiten het 'bestaand stedelijk gebied' van Kruisland. 5.
Is het mogelijk de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren?
De gemeente Steenbergen heeft alle potentiële woningbouwlocaties binnen bestaand stedelijk gebied van Kruisland in beschouwing genomen om woningbouwontwikkeling met de schaal van onderhavig planvoornemen te kunnen realiseren. Hieruit is gebleken dat binnen het bestaand stedelijk gebied feitelijk geen geschikte locaties aanwezig zijn die plaats kunnen bieden aan dit plan. Gelet op het ontbreken van inbreidingslocaties kan het aantal woningen in Kruisland enkel worden uitgebreid buiten bestaand stedelijk gebied. Bovendien waren enkel de gronden van onderhavig plangebied op reële wijze door de gemeente aan te kopen ten behoeve van de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Jarenlange pogingen om aan de noordkant van Kruisland gronden te verwerven, zijn immers mislukt. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat binnen het bestaand stedelijk gebied van Kruisland feitelijk geen ruimte aanwezig is om de voorziene ontwikkeling te realiseren en onderhavige locatie als meest geschikt wordt aangemerkt voor de voorziene woningbouwontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte en kan enkel buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ worden gerealiseerd.
Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
3.3 Provinciaal beleid 3.3.1 Omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving' Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.
De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Beoordeling Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie ervoor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Volgens de methodiek van diep-rond-breed uit de Brabantse omgevingsvisie wordt gekeken naar de effecten van een ontwikkeling op omliggende waarden en functies en hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan de ontwikkeling van omgevingskwaliteit. De intensiteit van ‘diep, rond en breed kijken’ verschilt per geval. Het is een hulpmiddel om aan de voorkant alle belangen te betrekken. Bij toepassing van deze methode moet worden geconcludeerd dat in onderhavige situatie geen tot nauwelijks sprake is van significante effecten op het milieu. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de relevante milieuaspecten in hoofdstuk 4. Uit de toetsing in navolgende paragraaf aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies blijkt dat invulling gegeven wordt aan een goede omgevingskwaliteit.
De ontwikkeling is daarmee vanuit het diep kijken naar zichtbare effecten én minder zichtbare lagen passend binnen het provinciale beleid. Het voorliggend initiatief betreft de planologische functiewijziging ten behoeve van het wonen en de realisatie van maximaal 80 woningen aan de zuidrand van de kern Kruisland. Het woningbouwplan draagt bij aan het behalen van de doelstellingen uit de Woondeal West-Brabant West om in de gemeente Steenbergen. De woningen worden bovendien volgens de laatste duurzaamheidsvereisten en gasloos gerealiseerd, waardoor de woningen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Door middel van landschappelijke inpassing wordt de kwaliteit van het landschap ter plaatse verbeterd en worden bestaande kwaliteiten versterkt. De uitbreiding vindt buiten de contouren van het bestaand stedelijk gebied plaats. Voor de provincie NoordBrabant ligt de voorkeur voor herbestemmings- en transformatieopgaven. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Gelet op de concrete woningbehoefte, de gemaakte afspraken in de regionale woondeal en gelet op het ontbreken van inbreidingslocaties, kan het aantal woningen in Kruisland enkel worden uitgebreid buiten bestaand stedelijk gebied.
Onderhavige locatie is bovendien binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ als meest geschikt aangemerkt voor de voorziene woningbouwontwikkeling. Het initiatief is bovendien relatief kleinschalig van aard en heeft geen nadelige invloed op de kernwaarden die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. Het planvoornemen is daarmee passend binnen de uitgangspunten van de
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Omgevingsvisie en de ontwikkeling wordt aldus conform de methodiek van diep-rond-breed als passend in haar omgeving beschouwd. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening wordt het initiatief daarmee als verenigbaar met het provinciale ruimtelijke beleid geacht. De Omgevingsvisie heeft doorwerking in de regels van de Interim omgevingsverordening. Hierop wordt in navolgende paragraaf ingegaan. Conclusie De beoogde ontwikkelingen zijn passend binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden en worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening NoordBrabant (Iov N-B) vastgesteld. Op 15 april 2022 is de herziening van de Interim omgevingsverordening vastgesteld. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening ruimte Noord-Brabant.
Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen. Beoordeling Onderhavig plangebied is op de kaart ‘Rechtstreeks werkende regels: landbouw’ voorzien van de zone ‘Landelijk gebied’. De kaart ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ geeft naast de zone ‘Landelijk gebied’ tevens de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’. Samen met de Groenblauwe mantel vormt het Gemengd landelijk gebied een subzone binnen het landelijk gebied. Op basis van de kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ is het plangebied grotendeels gelegen binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’. Voor het overige zijn voor onderhavige gronden op de kaarten van de Interim omgevingsverordening geen relevante aanduidingen opgenomen. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er derhalve meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Interim omgevingsverordening.
Er moet ten eerste getoetst worden aan de geldende regels voor de opgenomen werkingsgebieden. Ten behoeve van de herbegrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ dient getoetst te worden aan de voorwaarden in artikel 5.3. Daarnaast dient voldaan te worden aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving (artikel 3.5 t/m 3.8 Iov). Tot slot dient vanwege de ligging van het plangebied buiten bestaand stedelijk gebied getoetst te worden aan artikel 3.9 (Kwaliteitsverbetering landschap).
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Uitsnede kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ met rood omkaderd het plangebied. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.
Artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied Een bestemmingsplan dat is gelegen in het landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. Het onderhavige ruimtelijke besluit maakt reguliere woningbouw mogelijk. Binnen het (gemengd) landelijk gebied (en de Groenblauwe mantel) is dit, onder voorwaarden, enkel mogelijk voor zover deze stedelijke ontwikkeling is geprojecteerd binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ (art. 3.43 Iov). Hier wordt navolgend aan getoetst. Artikel 3.43 Afwijkende regels verstedelijking afweegbaar Toetsingskader Het plangebied is gelegen binnen de structuur ‘Landelijk Gebied’. Daar overheen is het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ opgenomen. Binnen het ‘Landelijk Gebied’ zijn in beginsel geen duurzame stedelijke ontwikkelingen toegestaan. Ter plaatse van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ kan echter wel voorzien worden in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
d.
de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
Beoordeling De beoogde woningbouw vindt slechts gedeeltelijk plaats binnen ‘Verstedelijking afweegbaar’. Omdat een stedelijke ontwikkeling enkel mogelijk is binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’, wordt met het onderhavige bestemmingsplan voorgestaan om dit werkingsgebied te herbegrenzen. Het verzoek tot herbegrenzing is mogelijk op basis van art. 5.3 Iov. In zo’n geval verzoekt het college van burgemeester en wethouders Gedeputeerde Staten om de begrenzing van het werkingsgebied te wijzigen. Wel dient op basis van art. 5.3, lid 1 en lid 4 Iov verantwoord te worden dat de herbegrenzing past binnen de herbegrenzingsvoorwaarden. Hieraan wordt verderop getoetst. Bij herbegrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ is de ontwikkeling mogelijk indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden genoemd in artikel 3.43 Iov. Allereerst dient beoordeeld te worden of met het voorgenomen initiatief voorzien wordt in een duurzame stedelijke ontwikkeling. Met een stedelijke ontwikkeling wordt op grond van de Iov nieuw ruimtebeslag dan wel uitbreiding of wijziging van een bestaand ruimtebeslag ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies bedoeld. De gronden die onderdeel uitmaken van onderhavig plangebied kennen in de huidige situatie een agrarisch gebruik.
In de toekomstige situatie ontstaat binnen het plangebied een nieuwe woningbouwlocatie. Gelet op de omvang van het plangebied en het aantal te realiseren woningen, is sprake van een samenhangende structuur van stedelijke functies, derhalve een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Interim omgevingsverordening. Daarnaast dient bepaald te worden of met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een ‘duurzame’ stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.42, lid 2 Iov zegt hierover het volgende: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie.
Ten aanzien daarvan geldt dat onderhavige ontwikkeling een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’ betreft. De omgevingskwaliteit en de veilige en gezonde leefomgeving zijn beoordeeld in hoofdstuk 4. Uit de diverse milieuhygiënische onderzoeken blijkt dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren aan de rand van de bebouwde kom van Kruisland, alwaar voorzieningen per fiets en te voet te bereiken zijn. Bij verdere planuitwerking zal nader bekeken worden hoe verdere invulling gegeven kan worden aan mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. Zoals ook uiteengezet in paragraaf 3.2.3 is de ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied te realiseren. Om die reden wordt de ontwikkeling voorzien in het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’. Voor deze gebieden geldt dat hiervoor eerder is bepaald dat deze als eerste kunnen worden aangewend om te voorzien in nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Zorgvuldig ruimtegebruik wordt daarmee bevorderd.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Daarnaast wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Bij de verdere planuitwerking en het ontwerp van de woningen zal bekeken worden hoe aan de doelstellingen voor energie, klimaatadaptie en hittestress concreet bijgedragen kan worden. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat woningen energieneutraal, gasloos en onderhoudsarm worden geproduceerd. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3 ten aanzien van het aspect waterhuishouding binnen het plangebied is de ontwikkeling hydrologisch neutraal te ontwikkelen. Ten aanzien van hemelwater wordt daarbij voorzien in een groengebied alwaar berging van water mogelijk is. Daarmee draagt dit groengebied ook bij aan het voorkomen van hittestress. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Daarom kan nader getoetst worden aan de voorwaarden van artikel 3.43 vanwege de ligging van het plangebied binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking Afweegbaar’. Ad a.
Binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Kruisland is concreet gezocht naar inbreidingslocaties. Binnen dit gebied is echter – gelet op de omvang van de kern en de schaal van onderhavige ontwikkeling – feitelijk geen ruimte aanwezig om de voorziene ontwikkeling te realiseren. Realisatie van de woningen door inbreiding binnen de gemeentegrenzen van Steenbergen, maar buiten de kern Kruisland zelf, ligt niet voor de hand. Door middel van onderhavig initiatief wordt immers in de kwantitatieve behoefte naar woningen binnen de kern Kruisland voorzien, zoals ook uiteengezet in paragraaf 3.2.3. De ontwikkeling is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Verstedelijking Afweegbaar’. Dit zijn gebieden die buiten het bestaand stedelijk gebied als eerst in aanmerking komen voor stedelijke ontwikkelingen. Met het planvoornemen wordt daarmee aldus wel voorzien in woningbouw op een prioritaire locatie. Ad b. Transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed in Kruisland is ontoereikend om in de totale behoefte aan woningen te voorzien. Ad c. Het initiatief is passend binnen de regionale woningbouwafspraken, zoals afgestemd in de Woondeal WestBrabant West. Ad d. De ontwikkeling van het woongebied vindt plaats aansluitend aan het bestaande stedelijke gebied van Kruisland.
Bij de stedenbouwkundige opzet van onderhavig planvoornemen is bij de beoogde inrichting en verkaveling rekening gehouden met de bestaande structuren in de directe omgeving en de kern Kruisland. Daarnaast wordt binnen het plangebied voorzien in een landschappelijke inpassing gebaseerd op bestaande omgevingskwaliteiten en structuren in het gebied. Bovendien wordt door het gebruik en de instandhouding van streekeigen soorten de identiteit van het gebied versterkt. Hiermee vindt een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied plaats. Doordat het planvoornemen passend is binnen de beoogde ontwikkelingsrichting van de gemeente Steenbergen voor het plangebied vindt tevens een logische afronding plaats. Voor het plangebied en de omliggende gronden wordt immers gelijktijdig met onderhavig bestemmingsplan een partiële herziening van de structuurvisie van de gemeente Steenbergen vastgesteld waarop de voorgenomen woningbouwontwikkeling als ‘hard woningbouwplan’ is aangeduid “De Boogerd”.
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Uitsnede kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: basiskaart Landelijk gebied’ met rood omkaderd het plangebied. Bron: Ruimtelijkeplannen.nl, 2023.
Artikel 5.3, lid 1 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader De mogelijkheid tot herbegrenzing van een werkingsgebied is in artikel 5.3, lid 1 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant als volgt opgenomen: Artikel 5.3, lid 1 Iov: Gedeputeerde Staten zijn bevoegd de in deze verordening opgenomen grenzen van een werkingsgebied te wijzigen als één of meer van de volgende gevallen zich voordoet: a. de wijziging is nodig voor een doelmatige uitvoering; b. de wijziging draagt bij aan het doel waarvoor het werkingsgebied is opgenomen; c. de wijziging past binnen de uitgangspunten en basisprincipes van deze verordening; d. er is sprake van kennelijke onjuistheden in de begrenzing; e. de begrenzing van een gebied is niet langer in overeenstemming met een bestemmingsplan dat overeenkomstig artikel 3.8, derde lid, Wet ruimtelijke ordening is vastgesteld. Beoordeling In onderhavig geval wordt aangesloten bij het geval genoemd onder a en c. De wijziging is immers nodig voor een doelmatige uitvoering van onderhavige woningbouwontwikkeling. Bovendien heeft een partiële actualisatie van de gemeentelijke structuurvisie plaatsgevonden. Hierbij is onderhavig plangebied aangeduid als hard woningbouwplan. Dit betreft een plan waarvan al zeker is dat het gerealiseerd zal gaan worden.
De gemeente is immers eigenaar van de grond en er is een duidelijk voornemen deze gronden voor een bepaald doel te ontwikkelen. Voor wat betreft het vereiste dat de wijziging dient te passen binnen de basisprincipes van de Interim omgevingsverordening is van belang dat vanuit de basisprincipes geldt dat alle aanwezige waarden betrokken worden bij de planontwikkeling en dat daarmee rekening wordt gehouden bij de ruimtelijke inrichting en het stedenbouwkundig ontwerp (principe behoud door ontwikkeling). Door de basisprincipes uit artikel 3.5 ‘Zorgplicht
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
voor een goede omgevingskwaliteit’ consequent te doorlopen, worden de diverse aspecten die van belang (kunnen) zijn, inzichtelijk. Aan artikel 3.5 wordt verderop getoetst. Voor de wijziging van de grenzen van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’, gelden daarnaast specifieke voorwaarden genoemd in artikel 5.3, lid 4. Aan dit artikel wordt navolgend getoetst. Artikel 5.3, lid 4 wijziging grenzen van werkingsgebieden Toetsingskader Voor het wijzigen van de begrenzing van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ geldt in aanvulling op artikel 5.3, lid 1 dat: a. de wijziging past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. de wijziging nodig is vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt; c. de gewenste uitbreidingsrichting aanvaardbaar is of de behoefte aan de uitbreidingsrichting is vervallen. Beoordeling Ad. a. De wijziging dient te passen binnen de regionale afspraken. Zoals in paragraaf 3.2.3 uiteengezet, past de woningbouwontwikkeling binnen de regionale woningbouwafspraken. Ad b. De wijziging is nodig vanwege een stedelijke ontwikkeling die tot een duidelijke verbetering van de stedenbouwkundige of landschappelijke kwaliteit leidt.
Directe aanleiding voor de beoogde wijziging van de begrenzing van ‘Verstedelijking afweegbaar’ vormt het feit dat binnen de huidige begrenzing van dit werkingsgebied niet volledig voorzien kan worden in de woningbehoefte. Bij de stedenbouwkundige opzet van onderhavig planvoornemen is gelet op de beoogde inrichting en verkaveling rekening gehouden met de bestaande structuren in de directe omgeving en de kern Kruisland. Daarnaast is bij het ontwerp is rekening gehouden met inbedding binnen het landschap en is de landschappelijke inpassing gebaseerd op bestaande omgevingskwaliteiten en structuren in het gebied. Door het gebruik en de instandhouding van streekeigen soorten wordt de identiteit van het gebied bovendien versterkt. Met de beoogde ontwikkeling is kortom aansluiting gezocht bij omliggende stedenbouwkundige en landschappelijke structuren en waarden. Het plan leidt daarmee tot een duidelijke verbetering van de bestaande kwaliteiten. Ad c. De gewenste uitbreidingsrichting dient aanvaardbaar te zijn. De aanvaardbaarheid van een uitbreidingsrichting wordt bepaald door de in de omgeving aanwezige waarden. Hiervoor geldt dat de voorgenomen functiewijziging wordt afgewogen in relatie tot de algemene visie en het te voeren ruimtelijke beleid.
Hiertoe heeft een partiële actualisatie van de gemeentelijke structuurvisie plaatsgevonden, waarbij onderhavig plangebied is aangeduid als hard woningbouwplan. De milieu-planologische aanvaardbaarheid van de beoogde ontwikkeling is beschouwd in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Er is geen sprake van aantasting van in de omgeving aanwezige waarden. Zo is geen sprake van significante aantasting van cultuurhistorische waarden, staat de Wet natuurbescherming het planvoornemen niet in de weg en worden omliggende bedrijven niet gehinderd in hun bedrijfsvoering. Ook is de ontwikkeling van de woningen hydrologisch-neutraal te realiseren. Met de provincie Noord-Brabant heeft afstemming plaatsgevonden omtrent de herbegrenzing van het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar ten behoeve van onderhavig initiatief. Het besluit van Gedeputeerde Staten op het herbegrenzingsverzoek wordt genomen nadat onderhavig bestemmingsplan als ontwerp ter inzage is gelegd. Conform artikel 6.2 Lid 2 bevatte het ontwerpbesluit de volgende gebiedsaanduiding “overige zone – in Interim omgevingsverordening toe te voegen Verstedelijking afweegbaar” ter plaatse van de beoogde uitbreiding. In het vastgestelde bestemmingsplan is deze aanduiding weer verwijderd. Gedeputeerde Staten van Noord-
datum referentie
22 oktober 2024 231122_AdB_RAP_0001_v3.0
Brabant hebben in hun vergadering van 17 september 2024 de "TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant kaartaanpassingen 2024" vastgesteld waarin de herbegrenzing van het werkingsgebied is opgenomen. Conclusie Er wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd onder artikel 5.3, lid 4 Iov. Hieruit blijkt ook dat de wijziging van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ past binnen de uitgangspunten van de Interim omgevingsverordening. Artikel 3.5, 3.6, 3.7 en 3.8: Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader In de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2 Iov) is in artikel 3.5 opgenomen dat een bestemmingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Ad a) - Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: • •
b. c.
nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Ad b) - Toepassing van de lagenbenadering a. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. b. De lagenbenadering omvat de effecten op: • •