Bijlage was-wordt tabel aanpassing verordeningen ikv de Omgevingswet 2205255.pdf
Tekst van het document
31
WAS Artikel 5: vergunning ex lege De vergunning wordt geacht te zijn verleend, indien – behoudens het bepaalde in artikel 17 – geen beslissing is genomen binnen 8 weken na indiening van de aanvraag. Het college kan deze termijn met maximaal 6 weken verlengen.
WORDT Artikel 5: Lijst met waardevolle en monumentale bomen Steenbergen en kaart beschermde groenelementen 1. Het College stelt de bomenlijst en de kaart vast en is bevoegd de bomenlijst en de kaart te actualiseren. 2. Actualisatie van de bomenlijst kan op verzoek van een rechthebbende op een boom of op initiatief van het College. Bij plaatsing op of verwijdering van een boom van de bomenlijst of de kaart, wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. 3. De bomenlijst bevat voor iedere boom afzonderlijk een aanduiding van standplaats/locatie, de boomsoort, foto, de waardering en toekomstverwachting. 4. De eigenaar van en/of een rechthebbende op een boom die op de bomenlijst en/of op de kaart is opgenomen is verplicht schriftelijk mededeling te doen aan het College van: a. Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de boom anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. De mededeling dient te gebeuren binnen 10 dagen na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan; b. De dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk tenietgaat als gevolg van welke oorzaak dan ook. De mededeling dient te geschieden onmiddellijk zodra sprake is van dreiging dat de boom geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan.
32
Artikel 6: weigering/voorwaardelijke vergunning 1. Het college kan de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van onder meer; § Waardering van de houtopstand op basis van de toetsingscriteria vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen’. o Boomsoort Duurzaamheid Boomgrootte Inheemse soort Dendrologische waarde o Stamdiameter o Levensverwachting o Groeivorm o Ruimtelijke betekenis Schaarste Zichtbaarheid Landschappelijke waarde Waarde van dorps- en stadschoon o Cultuurhistorische betekenis § Flora en faunawet; § Natuurbeschermingswet; § Vogel- en habitatrichtlijn. 2. Het college kan de vergunning weigeren doch onder strikte voorschriften toestemming verlenen om de houtopstand te verplanten mits het verplanten vakkundig wordt uitgevoerd. 3.
Artikel 6: Intrekken vergunning Het College kan een verleende omgevingsvergunning intrekken: a. als daarvan niet binnen een jaar volledig gebruik van is gemaakt; b. op verzoek van de aanvrager.
33
WAS Het college kan de vergunning weigeren doch indien sprake is van dringende belangen de vergunning verlenen onder het voorschrift dat gecompenseerd wordt, mogelijk volgens een door de aanvrager te overleggen en door het college goed te keuren compensatieplan of overeenkomstig de door het college vastgestelde voorwaarden. Wordt een herplantvoorschrift gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen.
WORDT
34
Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst en kaart ‘Beschermde groenelementen’ 1. Bij de beslissing omtrent de plaatsing van een houtopstand op de bomenlijst of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ worden de criteria gebruikt zoals weergegeven in de nota ‘Boombehoud Steenbergen’. 2. Voor een houtopstand voorkomend op de ‘Waardevolle en Monumentale’ bomenlijst wordt geen kapvergunning verleend, tenzij er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid. De bewijslast hiertoe valt onder de verantwoordelijkheid van de aanvrager zijnde eigenaar dan wel bij degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom te beschikken. 3. Een verzoek tot plaatsing of wijziging van de ‘Waardevolle en Monumentale’ bomenlijst of de kaart ‘Beschermde groenelementen’ dient schriftelijk te worden aangevraagd respectievelijk te worden gedaan door, namens of met toestemming van de eigenaar of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de boom, bomen of houtopstanden te beschikken. Naast de eisen die artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht daaraan stelt, dient de aanvraag een situatieschets te bevatten. 4. Het college is bevoegd de bomenlijst en de kaart ’beschermde groenelementen’ te actualiseren. 5.
Burgemeester en wethouders delen het besluit omtrent plaatsing op deze lijst schriftelijk mede aan de eigenaar en andere zakelijk gerechtigde en voor zover van toepassing, aan degene, die om plaatsing op de lijst heeft verzocht. Het besluit tot het plaatsen op voornoemde lijst moet worden gezien als een besluit als bedoeld in artikel 1:3 Algemene Wet Bestuursrecht. 6. De bomenlijst omvat voor iedere boom afzonderlijk een aanduiding van standplaats/locatie, de boomsoort, foto, de waardering en toekomstverwachting. 7. De eigenaar van een houtopstand die op de bomenlijst en /of op de kaart ‘beschermde
Artikel 7: Financiële compensatie/instandhoudingplicht 1. Als een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het College is geveld dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zal het College aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevond dan wel degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de monetaire boomwaarde te vergoeden. 2. De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe bomen. 3. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij ook worden bepaald hoe en wanneer de vergoeding moet worden betaald. 4. Als een boom waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het College aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de boom bevindt dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het College te geven aanwijzingen binnen een door het College te stellen termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.
35
WAS groenelementen’ is opgenomen is verplicht schriftelijk mededeling te doen aan het college van; Het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand anders dan door velling op grond van een verleende vergunning. De mededeling dient te geschieden binnen 10 dagen na het geheel of gedeeltelijk tenietgaan; De dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet gaan als gevolg van welke oorzaak dan ook. De mededeling dient te geschieden onmiddellijk zodra sprake is van dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. 8. Indien werkzaamheden gepland staan binnen of rondom de kroonprojectie van een houtopstand met name degene die vermeldt staan in de bomenlijst of op de kaart ‘beschermde groenelementen’ zijn de boombeschermingsmaatregelen zoals vermeldt in de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen’ van toepassing.
WORDT
36
Artikel 8: Vergunningsvoorschriften 1. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift van feitelijk niet-gebruik tot het moment dat: De bezwaar- of beroepstermijn voor derden is versterken zonder dat er bezwaar of beroep in ingediend; Beslist is op een verzoek om een voorlopige voorziening; Beslist is op het ingesteld bezwaar of beroep. 2. Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna. 3. Tot de vergunning behoort het voorschrift dat het kappen of verplanten van een houtopstand niet mag plaatsvinden in het broedseizoen. Dit seizoen loopt van 15 maart tot 15 juli. 4. Indien in voldoende termen aanwezig zijn om overeenkomstig het bepaalde in artikel 6, lid 2 en 3, een verplantplicht of herplantplicht te verbinden aan de vergunning doch uitvoering hiervan ( in ruimtelijke zin) niet of niet volledig tot de mogelijkheden behoort, kan het college van burgemeester en wethouders aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunningaanvrager aan de herplantplicht dient te voldoen door een overeenkomstig de boomwaarde te bepalen vergoeding te storten in het bomenfonds 5.
Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde van de vervangen beplanting, dan kan voor het verschil van beide waarden aan een kapvergunning een voorschrift tot het betalen van een compensatiebedrag worden verbonden, welk bedrag in het bomenfonds moet worden gestort. 6. Indien de waarde van de herplant minder bedraagt dan de waarde van de vervangen beplanting dan kan aan een kapvergunning het voorschrift worden verbonden dat er zoveel meer wordt herplant tot de waarde van de vervangen beplanting is bereikt.
Artikel 8: Bescherming bomen 1. Het is verboden om bomen die in eigendom zijn van de gemeente: a. Te beschadigen, te bekladden of te beplakken; b. Daaraan snoeiwerk te verrichten behalve door ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak.
2. Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan bomen, die in eigendom zijn van de gemeente, aan te brengen of anderszins te bevestigen behalve met schriftelijke toestemming van het College.
37
WAS 7. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunning niet ten uitvoer mag worden gelegd tot een in de toekomst gelegen nauwkeurig omschreven moment. Artikel 9: Bekendmaking Van iedere aanvraag wordt de ontvangst zo spoedig mogelijk bekend gemaakt op de website van de gemeente.
WORDT
Artikel 9: Ziekte, aantasting en gevaar 1. Als het College vindt dat een boom ziek of aangetast is, of naar zijn oordeel gevaar oplevert of kan opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen, kan het College aan de zakelijke gerechtigde van de grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om de betreffende boom te vellen of op een andere wijze door het College te bepalen deze te behandelen binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven aanwijzingen.
Elk besluit tot het verlenen van een kapvergunning wordt zo spoedig mogelijk bekendgemaakt in een lokaal dag-, nieuws-, of huis-aan-huisblad.
2. Het College kan maatregelen ter voorkoming van het verspreiden van ziekten voor, tijdens of na het vellen opleggen. 3. Het is verboden gevelde door ziekte aangetaste bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren, als het om bomen of delen daarvan gaat die de desbetreffende boomziekte of aantasting kunnen verspreiden.
Artikel 10: vervaltermijn vergunning 1. Een verleende vergunning vervalt indien daarvan niet binnen een jaar volledig gebruik is gemaakt. 2. Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek deze termijn verlengen met maximaal 1 jaar.
Artikel 10: Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk verplichtingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de monetaire boomwaarde. De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door het College van privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen.
38
WAS Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht 1. Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, zonder vergunning van het college is geveld ( anders dan bij wijze van dunning) dan wel op andere wijze teniet is gegaan, zal het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om de geldelijke waarde van de houtopstand volgens Methode Raad te vergoeden. 2. De financiële compensatie wordt gestort in het gemeentelijk bomenfonds. Het bomenfonds wordt gebruikt voor de aanplant van nieuwe houtopstand. 3. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald op welke wijze en binnen welke termijn de vergoeding dient te worden voldaan. 4. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in artikel 2 van toepassing is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door het college te geven aanwijzingen binnen een door het college te stellen termijn, voorzieningen te treffen, waardoor de bedreiging wordt weggenomen.
Artikel 12: schadevergoeding Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van artikel 2 of artikel 8 schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet anderszins is verzekerd, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
WORDT Artikel 11: Toezicht op naleving Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij deze verordening zijn belast de bij besluit van het College aangewezen personen.
Artikel 12: Inwerkingtreding en intrekking ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2. Op datzelfde tijdstip wordt de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ ingetrokken.
39
WAS Artikel 13: Bescherming houtopstanden 1. Het is verboden om houtopstanden, die openbaar eigendom zijn a. Te beschadigingen, te bekladden of te beplakken; b. Daaraan snoeiwerk te verrichten behoudens door ambtenaren ter uitoefening van de hun opgedragen boomverzorgende taak. 2. Het is verboden om een of meer voorwerpen in of aan een openbare houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen behoudens met schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders.
WORDT
Artikel 14: Burenrecht In afwijking van het bepaalde in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt de minimale afstand van het hebben van bomen, heggen en struiken tot de erfgrenslijn van een anders erf, indien het de erfgrenslijn betreft tussen openbare en particuliere grond, vastgesteld op 1 meter voor bomen en 0.5 meter voor heggen en struiken.
Art 14: Citeertitel
Artikel 13: Overgangsbepalingen 1. Besluiten, genomen op grond van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Besluiten, voorschriften en beperkingen die zijn opgelegd op grond van de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’ blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die wordt ingediend voor inwerkingtreding van deze verordening wordt afgewikkeld volgens de ‘Bomenverordening Steenbergen 2010’. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die wordt ingediend na inwerkingtreding van de deze verordening wordt afgewikkeld volgens deze verordening.
Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Bomenverordening Steenbergen’.
40
Artikel 15: bestrijding van iepziekte 1. Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van iepziekte of vermeerdering van de iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn. : a. Indien de iepen in de grond staan, deze te vellen; b. De iepen te ontbasten en de bast te vernietigen; c. De niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen 2. a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren; b. Het verbod is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en op iepenhout met een doorsnede van kleiner dan 4 centimeter; c. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. van dit lid gestelde verbod.
Artikel 16: Ziekte, aantasting en gevaar Indien burgemeester en wethouders van mening zijn dat een houtopstand ziek of aangetast is, dan wel naar hun oordeel gevaar oplevert of kan opleveren voor de verspreiding van die ziekte of aantasting, of anderszins gevaar of schade kan toebrengen aan personen of goederen, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijke gerechtigde van de grond dan wel aan degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen, bij aanschrijving de verplichting opleggen om de betreffende houtopstand te vellen of op een andere wijze door het college te bepalen deze te behandelen binnen een door hen in de aanschrijving te bepalen termijn en overeenkomstig de door hen gegeven aanwijzingen.
41
Artikel 17: verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning 1. Het college stemt de procedures betreffende kapvergunning en aanleg- en bouwvergunning in het ontwerpstadium op elkaar af. 2. De aanvraag om kapvergunning kan worden aangehouden op de enkele grond dat de bouwof aanlegplannen nog niet definitief zijn. 3. Nadat voor een perceel een bouw- of aanlegvergunning is verleend, kan een kapvergunning aan rechthebbende aanvrager worden geweigerd, indien de aanvrager niet, of niet tijdig, of niet volledig aan het college de aanwezigheid op het perceel heeft gemeld van een houtopstand die voorkomt op de bomenlijst, de kaart ‘beschermde groenelementen’ voldoet aan de omschrijving ‘bos’ en/of voorkomt op de lijst van de Monumentale Bomen van Nederland van de Bomenstichting. Artikel 18: Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de krachtens deze verordening gegeven voorschriften onderscheidenlijk verplichtingen, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de boomwaarde.
De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de mogelijkheid tot het instellen door burgemeester en wethouders van privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan bomen of houtopstanden. Artikel 19: Toezicht op naleving Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel 20: Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de 1e dag na het verstrijken van de termijn van zes weken na publicatie in een lokaal dag-, nieuws, of huis-aan-huisblad waarin zij is geplaatst en 42
WAS na vaststelling van de lijst ‘Waardevolle en Monumentale bomen’ en de kaart ‘Beschermde groenelementen’.
WORDT
Op datzelfde tijdstip wordt de verordening ‘Boomverordening Steenbergen 2004’ ingetrokken. Artikel 21: Overgangsbepalingen 1. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens deze verordening zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 blijven van kracht tot de tijd waarvoor zij zijn verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken 2. Een aanvraag om vergunning, ingediend op grond van de vervallen bepalingen bedoeld in het eerste lid en waarop nog geen besluit is genomen op het tijdstip van inwerkingtreding van de onderhavige verordening, wordt behandeld als een aanvraag om een vergunning overeenkomstig de bepalingen van de onderhavige vergunning.
43