Bijlage regionaal crisisplan 2023 - 2027 2307988.pdf
Tekst van het document
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant
Colofon Dit Regionaal Crisisplan 2023 – 2027 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is opgesteld door het projectteam Regionaal Crisisplan 2023 – 2027. Dit in opdracht van de Algemeen Directeur en onder leiding van afdeling Crisisbeheersing. Hierbij is uitgegaan van het Regionaal Crisisplan 2018 – 2022. Samen met onze hulpverleningsdiensten en (keten-)partners is daarnaast gekeken naar de in de afgelopen jaren opgedane ervaringen, verbetervoorstellen en nieuwe kaders.
Adres Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Postbus 3208 5003 DE Tilburg www.vrmwb.nl
Beheer Dit Regionaal Crisisplan 2023 – 2027 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant op xx-xx-2023. Het beheer, de borging en aanpassing ervan ligt bij afdeling Crisisbeheersing van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant stelt het Regionaal Crisisplan minimaal eenmaal per vier jaar vast, zoals staat in de Wet veiligheidsregio’s. Indien nodig passen we het tussentijds aan. Het Regionaal Crisisplan 2023 – 2027 is afgestemd met onze crisispartners en de buurregio’s Brabant Noord, Brabant Zuidoost, Gelderland Zuid, Rotterdam Rijnmond, Zeeland, Zuid-Holland Zuid en de Provincie Antwerpen. Na vaststelling sturen we het ter informatie aan de regionale en interregionale crisispartners en de Commissaris van de Koning.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 2 van 36
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................... 5 2 Bevoegdheden ......................................................................................... 7 2.1
Burgemeester/voorzitter veiligheidsregio .................................................................... 7
2.2
Driehoeksoverleg .......................................................................................................... 8
2.3 Districtelijke samenwerking .......................................................................................... 9 2.3.1 Lokale flitscrisis..................................................................................................... 10 2.3.2 Flitscrisis met een gemeentegrens overschrijdend karakter ................................ 10 2.3.3 Regiobrede dreigende of langdurige crisis ........................................................... 11 2.4 Rol veiligheidsregio ..................................................................................................... 11 2.4.1 Crisisbeheersing, bevolkingszorg en crisiscommunicatie ..................................... 12 2.5
Bovenregionale opschaling ......................................................................................... 13
2.6
Landelijke crisisstructuur ............................................................................................ 13
2.7
Organisatie België ....................................................................................................... 14
3 Structuur ten behoeve van dreigende crises ........................................... 16 3.1
Monitoringsteam......................................................................................................... 16
3.2
Preparatief ROT........................................................................................................... 16
3.3
Projectleider ................................................................................................................ 16
3.4
Scenarioteam .............................................................................................................. 16
4 Crisisorganisatie en opschaling bij acute crises ....................................... 17 4.1 Opschalingsmodel GRIP .............................................................................................. 17 4.1.1 Uitgangspunten .................................................................................................... 17 4.2
Meldkamer .................................................................................................................. 17
4.3
Commando Plaats Incident (CoPI)............................................................................... 18
4.4 Regionaal Operationeel Team (ROT)........................................................................... 20 4.4.1 Stafsecties ROT ..................................................................................................... 21 4.5
Gemeentelijke Beleidsteam (GBT) .............................................................................. 22
4.6 Regionaal Beleidsteam (RBT) ...................................................................................... 23 4.6.1 De GRIP fasen ....................................................................................................... 26 4.7
Herstel ......................................................................................................................... 27
5 Flexibele crisisaanpak............................................................................. 28 5.1
Knoppenmodel ............................................................................................................ 28
5.2
Flexibel afschalen ........................................................................................................ 28
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 3 van 36
5.3
Onze kwaliteiten.......................................................................................................... 28
5.4 Langdurige crisis .......................................................................................................... 29 5.4.1 Bemensing ............................................................................................................ 29 5.5
Mandaat versus flexibiliteit......................................................................................... 29
5.6
Hybride werken ........................................................................................................... 30
6 Bijlagen .................................................................................................. 31 6.1
Bijlage 1: Monodisciplinaire processen....................................................................... 31
6.2
Bijlage 2: Locaties teams crisisorganisatie .................................................................. 33
6.3
Bijlage 3: Adresgegevens stad- en gemeentehuizen in de regio ................................ 34
6.4
Bijlage 4: Lijst met afkortingen.................................................................................... 35
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 4 van 36
1 Inleiding Het Regionaal Crisisplan (RCP) van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) beschrijft de multidisciplinaire organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daarnaast ook de wijze waarop we bij het bestrijden van een ramp of het beheersen van een crisis optre den en samenwerken. Het is een operationeel plan voor de aanpak van incidenten, calamiteiten, rampen en crises, die een gecoördineerd optreden van de hulpdiensten vereisen. Het RCP staat niet op zichzelf. De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) verplicht veiligheidsregio’s tot het maken van vier regionale planvormen: een Regionaal Risicoprofiel, een Regionaal Beleidsplan, een Beleidsplan Multi Opleiden, Trainen en Oefenen (MOTO) en een Regionaal Crisisplan. Het Regionaal Risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s, inclusief relevante risico’s uit aangrenzende of bovenregionale gebieden. Het geeft daarmee een professionele interpretatie van risico’s. Het heeft tot doel het bestuur van de veiligheidsregio in staat te stellen gerichte keuzes te maken voor het beleid van de regio in de komende jaren . Ofwel wat bedreigt de vitale belangen van de samenleving en hoe erg is dat? Conform de Wet veiligheidsregio’s is het risicoprofiel mede de basis voor het Regionaal Beleidsplan.
Het Regionaal Beleidsplan beschrijft de wijze waarop de multidisciplinaire voorbereiding en uitvoering van de crisisbeheersing en rampenbestrijding wordt vormgegeven. Daarnaast ook de wijze waarop de kwaliteit wordt geborgd en de wijze waarop de regio rampen en crises probeert te voorkomen. Dus wat moeten wij dan kunnen en wie en wat is daarbij nodig? Het bestuur formuleert in het Regionaal Beleidsplan het beleid voor de uitvoering van de opgedragen taken . Het MOTO beleidsplan beschrijft de voorbereiding van de multidisciplinaire organisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de wijze waarop we bij he t bestrijden van een ramp of het beheersen van een crisis optreden en samenwerken. Het is een plan voor de aanpak van het opleiden, trainen en oefenen van de crisisorganisatie. Regionaal Risicoprofiel
Wat bedreigt ons en hoe erg is dat?
Regionaal Beleidsplan
Wat moeten we kunnen?
Regionaal Crisisplan
Wie en wat is er nodig?
MOTO beleidsplan
Hoe bereiden we ons hierop voor?
Dit RCP voor de periode 2023-2027 is voor een groot deel gelijk aan het RCP 2018-2022. Het gaat overeenkomstig de huidige Wet veiligheidsregio’s (Wvr) over rampen en crises, zoals in de wet gedefinieerd. Ramp Een zwaar ongeval of andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 5 van 36
Crisis Een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. Er is een evaluatie van de huidige Wvr uitgevoerd, waarover op 4 december 2020 een evaluatierapport is uitgebracht. Op het gebied van crisisbeheersing sluiten de resultaten van die evaluatie, niet geheel toevallig, aan bij de regionale lessen uit crises van de afgelopen jaren, zoals de boerenprotesten, COVID-19, Oekraïne- en vluchtelingencrisis. We hebben niet alleen meer te maken met de ‘klassieke’ crises, maar ook met sluimerende, langdurige of andersoortige crises met een serieuze nasleep. Dat geeft een andere kijk op de crisisbeheersing en daarmee de crisisorganisatie én leidt tot veel geleerde lessen. Samengevat zijn dit de aanbevelingen: • Zorg voor het vastleggen van de rol van de veiligheidsregio en (nieuw) ingezette teams. • Zorg voor een flexibele, lerende organisatie, die goed en tijdig inspeelt op verschillende crises en daardoor zorgt voor snel herstel van de normale situatie. • Zorg voor goede samenwerking bovenregionaal en aansluiting op de landelijke crisisstructuur. In dit RCP sorteren we alvast voor op de nieuwe Wvr. Dit leidt tot een aantal nieuwe elementen in onze crisisorganisatie, te weten: • monitoringteam • herstel • projectleider • districten • flexibele inzet (gereedschapskist en knoppenmodel)
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 6 van 36
2 Bevoegdheden Op basis van wet- en regelgeving hebben verschillende (bestuurlijke) partijen specifieke bevoegdheden bij incidenten, crises en rampen. Een groot aantal hiervan is uitgewerkt in de bestuurlijke netwerkkaarten1 en de bijbehorende bevoegdhedenschema’s. Hierin staat per crisistype een overzicht van de betrokken partijen. Er is een algemene keten en er zijn meerdere functionele ketens. Rampenbestrijding en handhaving van de openbare orde vormen samen de algemene keten. Crisisbestrijding op specifieke beleidsterreinen is belegd in een functionele keten. De bevoegdheid van de burgemeester, als opperbevelhebber en eindverantwoordelijk voor de crisisbestrijding, houdt in eerste instantie verband met de openbare orde en veiligheid. Hij2 kan zich beroepen op specifieke bevoegdheden wanneer hij in wil grijpen in de functionele keten. Als vertegenwoordiger van de gezagsdrager in de functionele keten kunnen, indien betrokken, Dijkgraven, Watergraven, liaisons, afgevaardigden of in bijzondere situaties ook Rijksheren deelnemen aan het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) of Regionaal Beleidsteam (RBT). Op operationeel niveau schuiven liaisons van betrokken partijen aan in het Regionaal Operationeel Team (ROT).
Figuur: afstemming tussen algemene keten en functionele ketens.
2.1 Burgemeester/voorzitter veiligheidsregio De kwalificatie van de crisis of ramp bepaalt wie het opperbevel voert. De voorzitter veiligheidsregio beslist, zelfstandig of op vraag van andere bestuurders, om de kwantificering ’van meer dan plaatselijke betekenis’ te gebruiken. • •
De burgemeester heeft het gezag bij brand en ongevallen waarbij de brandweer een taak heeft. In deze gevallen mag de burgemeester bevelen geven die nodig zijn met het oog op het voorkomen, beperken en bestrijden van het gevaar (bevoegdheid op basis van artikel 4 Wvr). Als er sprake is van een ramp of van ernstige vrees voor het ontstaan ervan heeft de burgemeester het opperbevel. Degenen die aan de bestrijding van de ramp deelnemen staan onder zijn3 bevel (artikel 5 Wvr). In zo’n geval heeft de burgemeester algemene bevoegdheden die hij, indien
1
Bestuurlijke netwerkkaarten zijn terug te vinden op de website van het NIPV via deze link: Bestuurlijke netwerkkaarten - Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (nipv.nl) 2 Omwille van de leesbaarheid is steeds ‘hij’ gebruikt als verwijswoord in de tekst. Waar ‘hij’ staat kunt u uiteraard ook ‘zij’ lezen. 3
Omwille van de leesbaarheid is steeds ‘zijn’ gebruikt als verwijswoord in de tekst. Waar ‘zijn’ staat kunt u uiteraard ook ‘haar’ lezen.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 7 van 36
•
• •
nodig, inzet voor de handhaving van de openbare orde of voor de beperking van gevaar (artikel 175 en 176 Gemeentewet). Indien de voorzitter veiligheidsregio een (dreigende) ramp of crisis kwalificeert als ‘van meer dan plaatselijke betekenis’ gaan het gezag dan wel opperbevel én de daarbij behorende bevoegdheden van de lokale burgemeester over naar de voorzitter veiligheidsregio (artikel 39 Wvr). Na afloop legt de voorzitter veiligheidsregio verantwoording af aan de gemeenteraden van de betrokken gemeenten (artikel 40 Wvr). De burgemeester(s) van de betrokken gemeente(n) moet(en) hierbij geraadpleegd worden, tenzij de tijd dit niet toelaat. Hij kan dan inbrengen dat zijn gemeente onevenredig geschaad wordt door een besluit van de voorzitter veiligheidsregio (artikel 39, lid 4 Wvr). De burgemeester heeft naast zijn taak als bevoegd gezag en opperbevelhebber van de crisisorganisatie ook een taak als burgervader, als bestuurder en als boegbeeld voor de gemeenschap/gemeente. Tussen deze taken dient hij voortdurend te schakelen. De burgemeester draagt er zorg voor dat aan de bevolking informatie wordt verschaft over de oorsprong, de omvang en de gevolgen van een ramp of crisis die de gemeente bedreigt of treft. Daarnaast ook over de daarbij te volgen gedragslijn (artikel 7 Wvr, lid 1).
Ook draagt hij er zorg voor dat aan de personen die in zijn gemeente betrokken zijn bij de rampenbestrijding of de crisisbeheersing, informatie wordt verschaft over die ramp of crisis, de risico’s die hun inzet daarbij heeft voor hun gezondheid en de voorzorgsmaatregelen die in verband daarmee zijn of zullen worden getroffen (artikel 7 Wvr, lid 2).
2.2 Driehoeksoverleg In het driehoeksoverleg maken de burgemeester, de officier van justitie en de politie afspraken over lokale prioriteiten, openbare orde en strafrechtelijke trajecten. In een crisissituatie waarbij ook strafrechtelijke zaken kunnen (gaan) spelen4, is het misschien gewenst om in beperkter gezelschap een driehoeksoverleg te hanteren. Dit naast het overleg binnen het Gemeentelijk Beleidsteam. Dat is afhankelijk van de situatie. • •
• •
4
De Politiewet 2012 (artikel 13) voorziet in de mogelijkheid tot een driehoeksoverleg. Het driehoeksoverleg is een overleg tussen de politie en twee gezagsdragers: de burgemeester en de (hoofd)officier van justitie. In geval van een incident, ramp of crisis kan een driehoeksoverleg wenselijk zij n wanneer afstemming nodig is tussen de burgemeester en de (hoofd)officier van justitie over de inzet van de politie. Dit ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening en de taken ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Doel van het overleg is om de strafrechtelijke en bestuurlijke instrumenten zo goed mogelijk afgestemd toe te passen. De burgemeester en de (hoofd)officier van justitie staan niet in een hiërarchische verhouding tot elkaar. De eigen bevoegdheden van de burgemeester (beschreven in paragraaf 2.1) en de (hoofd)officier van justitie, die het gezag heeft over de onderzoeken van de politie, blijven bestaan.
Een voorbeeld hiervan is plundering.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 8 van 36
2.3 Districtelijke samenwerking Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) is met 24 gemeenten een grote veiligheidsregio. Regionale afstemming met al deze gemeenten kan een uitdaging zijn. Om dit eenvoudiger te maken is de regio opgedeeld in drie districten: • Markiezaten, onder voorzitterschap van de burgemeester van de gemeente Roosendaal. • Baronie, onder voorzitterschap van de burgemeester van de gemeente Breda. • Hart van Brabant, onder voorzitterschap van de burgemeester van de gemeente Tilburg, tevens voorzitter VRMWB.
Er vindt op districtelijk niveau, los van een crisis, afstemming plaats tussen de gemeenten in het district. Dit geldt voor afstemming in de koude fase met politie, Openbaar Ministerie (OM), brandweer en bevolkingszorg die allemaal georganiseerd zijn naar dezelfde 5 districtsindeling. Het is voor de hand liggend om deze samenwerking ook in een crisis vast te houden. Wel ziet de districtelijke samenwerking er anders uit in verschillende typen crisis. We onderscheiden in dit kader drie typen crisis: 1. Een lokale (flits)crisis. 2. Een (flits)crisis met een gemeentegrens overschrijdend karakter. 3. Een locatie ongebonden of regiobrede, langdurige of dreigende crisis. Ook is er een onderscheid tussen de samenwerking in het district op bestuurlijk niveau ( Beleidsteam, driehoek of afstemmingsoverleg) en ambtelijk of operationeel niveau (bevolkingszorg, projectteam).
5
Er is een uitzondering. De ABG-gemeenten zijn voor bevolkingszorg onderdeel van Hart van Brabant. Voor politie, OM en brandweer geldt dat Alphen-Chaam en Baarle-Nassau onder de Baronie vallen. En Gilze Rijen onder Hart van Brabant.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 9 van 36
2.3.1 Lokale flitscrisis Bestuurlijk Bij een lokale flitscrisis speelt het district slechts een kleine rol in het bestuurlijk overleg. De burgemeester van de getroffen gemeente is bevoegd en verantwoordelijk. Het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) komt samen in de getroffen gemeente. Er is sprake van opschaling naar GRIP 3. De voorzitter van het betreffende district wordt geïnformeerd en is beschikbaar om de lokale burgemeester te ondersteunen, indien gewenst. Operationeel Operationeel wordt er in een flitscrisis juist heel nauw samengewerkt, door bevolkingszorg steeds meer districtelijk te organiseren. Samen zorgen de gemeenten in een district voor een voldoende kundige en robuuste bevolkingszorgorganisatie. Primair wordt gewerkt met lokale functionarissen, met achtervang uit het district. VRMWB ondersteunt de getroffen gemeente bij het proces crisis communicatie.
2.3.2 Flitscrisis met een gemeentegrens overschrijdend karakter Bij een flitscrisis met een gemeentegrens overschrijdend karakter zijn er verschillende mogelijkheden. Meest bekend is de situatie waarbij wordt opgeschaald naar GRIP 4 en waarbij de voorzitter VR zijn verantwoordelijkheden conform artikel 39 Wvr inzet. Dit hoeft niet echter niet altijd het geval te zijn. Er zijn twee tussenvarianten mogelijk. Ook vanuit een GRIP 3 kan besloten worden tot bestuurlijke afstemming. En een GRIP 4 opschaling kan ook zonder inzet van de verantwoordelijkheden van de voorzitter. Bestuurlijk Tussenvariant 1 - GRIP 3 In overleg met de voorzitter veiligheidsregio kan besloten worden om GRIP 3 te handhaven bij een incident of crisis van meer dan lokale betekenis. Bijvoorbeeld in het geval van een incident met grote effecten in de brongemeente en beperkte effecten in omliggende gemeenten, waarbij bestuurlijk afstemming van de aanpak of communicatiestrategie wenselijk is. De burgemeester(s) van de gemeente(n) uit het effectgebied sluiten in dat geval aan in het GBT in de getroffen gemeente. De burgemeester van de brongemeente blijft primair bevoegd en verantwoordelijk. Net als bij een lokale flitscrisis wordt de voorzitter van het betreffende district of van de betrokken districten geïnformeerd en is beschikbaar voor ondersteuning.
Ook de voorzitter van de veiligheidsregio wordt uiteraard geïnformeerd. Tussenvariant 2 - GRIP 4 zonder bevoegdheden voorzitter Er bestaat ook de mogelijkheid om, in overleg met de voorzitter veiligheidsregio, wel op te schalen naar GRIP 4. Dit zonder dat de voorzitter conform artikel 39 Wvr zijn bevoegdheden inzet. Bijvoorbeeld bij grote effecten in zowel bron- als effectgemeenten. GRIP 4 geldt ter bestuurlijke afstemming en coördinatie, maar de bevoegdheden blijven lokaal. De districtsvoorzitter(s) worden geïnformeerd en zijn beschikbaar voor ondersteuning. Het Regionale Beleidsteam (RBT) verhuist in principe naar de RBT-ruimte in het district van de getroffen gemeente, tenzij anders wordt bepaald in overleg met voorzitter veiligheidsregio. VRMWB beschikt in ieder district (zie bijlage 2) over een RBT-ruimte. Zo voorkomen we dat een burgemeester ver van zijn gemeente weg moet in geval van een crisis. GRIP met inzet bevoegdheden voorzitter VR Tot slot de meest bekende situatie. De voorzitter besluit tot het inzetten van zijn bevoegdheden en schaalt op naar GRIP 4. De burgemeesters van de gemeenten in het bron- en effectgebied sluiten aan in het RBT. De opkomstlocatie is de RBT-ruimte in het district van de getroffen gemeente.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 10 van 36
Operationeel In alle gevallen geldt operationeel dezelfde werkwijze als in een lokale flitscrisis. Het ROT zal conform de reguliere opschaling opereren vanuit het Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) te Bergen op Zoom. De taakorganisaties Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie komen op in de brongemeente.
2.3.3 Regiobrede dreigende of langdurige crisis Bestuurlijk Alle burgemeesters van de gemeenten in het effectgebied maken bij een crisis van meer dan lokale betekenis onderdeel uit van het RBT. Bij een regiobrede of regio-overschrijdende crisis, zoals COVID19, of dreigende crisis, zoals de jaarwisseling, zou dit betekenen dat 24 gemeenten aan tafel zitten. Omdat dit lastig werkbaar is, maken we hier gebruik van een districtelijke vertegenwoordiging. In plaats van alle burgemeesters, neemt een afvaardiging per district deel aan het RBT. Deze bestaat in ieder geval uit de districtsvoorzitters en wordt verder per crisis aangevuld met in ieder geval een tweede burgemeester per district. De districtelijke afvaardiging behartigt nadrukkelijk de belangen van alle gemeenten in het district. Districtelijk vindt rondom de RBT’s afstemming en informatiedeling plaats. De voorzitter van de veiligheidsregio deelt direct de verslagen en besluiten van het RBT met alle burgemeesters, met de mogelijkheid bezwaar te maken indien de belangen van hun gemeente onevenredig worden geschaad. Indien er sprake is van een formele opschaling naar GRIP 4 en inzet van artikel 39 Wet Veiligheidsregio, is de voorzitter veiligheidsregio beslissingsbevoegd. Als er (nog) geen sprake is van opschaling, dan liggen die bevoegdheden lokaal bij de individuele burgemeesters.
Het districtelijk overleg is in alle gevallen bedoeld voor bestuurlijke afstemming en kent geen formele beslissingsbevoegdheid. Ambtelijk In een regiobrede crisis is er een regionale stafsectie bevolkingszorg of projectteam actief . De verbinding met de districten wordt gemaakt door de inzet van liaisons op twee niveaus: adviseur en gemeentesecretaris. De adviseurs sluiten aan in de regionale stafsectie of het projectteam. De coördinerend gemeentesecretaris is ambtelijk ondersteuner van de districtelijk voorzitter en sluit aan in het districtelijke en regionale bestuurlijk afstemmingsoverleg. De districtelijke overleggen zijn bedoeld voor afstemming en informatiedeling. Er is geen aparte districtelijke organisatie. Dit zou namelijk leiden tot een extra niveau om te bemensen, terwijl de betreffende functionarissen juist nodig zijn in hun eigen gemeente. Indien gewenst wordt er op districtelijk niveau ambtelijk afgestemd en samengewerkt.
2.4 Rol veiligheidsregio Aan de basis van de crisisorganisatie staat de crisisstructuur. De veiligheidsregio heeft, onder verantwoordelijkheid van de (plaatsvervangend) directeur veiligheidsregio, de regie over: • Melding en alarmering • Op- en afschaling • De leiding en coördinatie • Crisiscommunicatie • Informatiemanagement De directeur van de veiligheidsregio treedt op als eerste aanspreekpunt voor de voorzitter veiligheidsregio. Afstemming vindt plaats met een Regionaal Operationeel Leider (ROL). Vanwege het belang van eenduidige en afgestemde crisiscommunicatie vindt hierover afstemming plaats met betrokken crisispartners.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 11 van 36
2.4.1 Crisisbeheersing, bevolkingszorg en crisiscommunicatie De afdelingen Crisisbeheersing en Bevolkingszorg en (Crisis)communicatie spelen een belangrijke rol in de voorbereiding, coördinatie en organisatie van crises. Een hernieuwde, duurzame focus ligt op de rol van data en technologie, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, (geo)politieke gebeurtenissen en klimaatveranderingen. De aanpak bij crisisbeheersing volgt vier schakels: 1. Risicomonitoring Risicomonitoring inventariseert de risico’s en brengt deze in beeld. Dit onder andere door middel van het dynamisch risicoprofiel voor de korte, middellange en lange termijn. Daarbij vindt een analyse plaats, met oog voor cascade-effecten en duiding. Ook wordt een inschatting gemaakt van kans, effecten en te treffen maatregelen. Indien nodig wordt een monitoringsteam geformeerd, zie ook paragraaf 3.1. Bij risicomonitoring wordt samengewerkt met en gebruik gemaakt van onder andere data van partners en partijen. 2. Preparatie Preparatie richt zich op de benodigde faciliteiten, waaronder het RCC en de (landelijke) multidisciplinaire planvorming in samenwerking met partners en partijen. Daarnaast het verzorgen van de multidisciplinaire vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen. 3. Respons Respons betreft het flexibel inzetten van de crisisorganisatie, wanneer crises vragen om maatwerk.
Daarvoor is de gereedschapskist beschikbaar, zoals beschreven in paragraaf 5.3. Maar ook de afdelingen Crisisbeheersing en Bevolkingszorg en (Crisis)communicatie. We bewaken, onafhankelijk, het proces en de benodigde organisatie bij een langdurige crisis. Als vooruitgeschoven post in de respons fungeert 24/7 de Calamiteitencoördinator (CaCo) op de meldkamer. 4. Herstel Herstel maakt de cirkel rond door het zorgen voor multidisciplinaire overdracht aan de betrokken gemeente(n), evaluaties, implementatie van leermomenten en nazorg voor alle onder de hoede van de veiligheidsregio vallende crisisfunctionarissen.
• Monitoren • Inventariseren • Analyse • Interventiekeuze?
• Leren en evalueren • Overdracht • Nazorg
• Multi operationele voorbereiding • Multi opleiden, trainen en oefenen
Risico's
Preparatie
Herstel
Respons • Flexibele inzet crisisorganisatie • CaCo • Procesbewaking
Figuur: de vier schakels van de aanpak bij crisisbeheersing. Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 12 van 36
2.5 Bovenregionale opschaling Indien meer veiligheidsregio’s betrokken zijn of worden bij een (dreigende) ramp of crisis is er behoefte aan bovenregionale coördinatie. Dit komt omdat er mogelijk maatregelen moeten worden getroffen op het grondgebied van meer dan één veiligheidsregio. De betrokken voorzitters nemen in gezamenlijkheid een besluit tot het opschalen naar GRIP 5. Er verandert hiermee niets aan de samenstelling van de regionale crisisorganisatie. Bij GRIP 5 wijzen de betrokken regio’s samen een interregionaal Beleidsteam (iRBT) en interregionaal Operationeel Team (iROT) aan. Het basisprincipe is dat ze de bronregio hiervoor aanwijzen, indien er sprake is van een aanwijsbare bron. Deze bronregio bezit veelal ook de meeste informatie over het incident. De verantwoordelijkheid voor de coördinatie tussen de betrokken veiligheidsregio’s en haar partners ligt bij de interregionale teams. De betrokken ROT’s vaardigen liaisons af naar het iROT. De coördinerende regio wordt ook het aanspreekpunt voor het Rijk. We volgen de landelijke ontwikkelingen over het iRBT. Bijstand Op aanvraag wordt regionaal ondersteuning op landelijk niveau geboden. Afhankelijk van de vraag leveren multidisciplinaire crisisfunctionarissen, op basis van maatwerk, een bijdrage en worden tijdelijk landelijk beschikbaar gesteld.
Het is aan de directeur Veiligheidsregio e n/of andere kolomverantwoordelijken daarin te beslissen.
2.6 Landelijke crisisstructuur Bovenregionale crises verlangen aansluiting bij de landelijke crisisstructuur op alle niveaus. Deelname aan het Veiligheidsberaad en de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) brengen de regio bestuurlijk en strategisch in positie. Een vertegenwoordiger uit het RCDV neemt zitting in het Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb). De voorzitter van de Veiligheidsregio vertegenwoordigt de regio bestuurlijk in het Veiligheidsberaad (VB). De voorzitter van het VB schuift weer aan in de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb). Het Nationaal Kernteam Crisiscommunicatie (NKC) fungeert tijdens een nationale crisis of incident als informatieknooppunt vanuit de Rijksoverheid op het gebied van pers- en publiekscommunicatie. Zo formuleert het NKC communicatiekaders en kernboodschappen, stemt deze af met de betrokken partijen en fungeert zij als aanspreekpunt voor alle betrokken overheidspartijen. Operationeel nemen de Regionaal Operationeel Leider (ROL) en de Informatiemanager (IM) deel in landelijke afstemmingsoverleggen. In de toekomst wordt dit verder vormgegeven door het Knooppunt Coördinatie Regio-Rijk (KCR2). Het Rijk kent verder haar eigen crisisstructuur. Deze is beschreven in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming6.
Van belang voor dit RCP is dat bij landelijke opschaling er niets verandert aan de lokale/regionale bevoegdheden en verantwoordelijken. Het Rijk faciliteert, geeft richting en stuurt waar nodig en mogelijk. De uitwerking van sturende aanwijzingen vanuit rijksniveau gebeurt binnen de bestaande gezagsstructuren. Landelijke opschaling is onafhankelijk van opschaling op regionaal niveau.
6 Bron: Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (2016) waarin een nadere uitwerking van het Instellingsbesluit Ministeriële
Commissie Crisisbeheersing 2013 is opgenomen dat op 24 april 2013 in de Staatscourant is gepubliceerd (nr. 11207).
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 13 van 36
2.7 Organisatie België In België kent de opschaling, naast het motorkapoverleg en de operationele coördinatie, drie bestuurlijke fases: • Gemeentelijke fase onder leiding van de burgemeester. • Provinciale fase onder leiding van de gouverneur. • Federale fase onder leiding van de minister van Binnenlandse Zaken. Het operationeel beheer (focus op de bron van de noodsituatie) gebeurt in de Commandopost Operaties (CP-Ops), de beleidsbeslissingen worden genomen in het (gemeentelijk of provinciaal) coördinatiecomité (CC). Zowel in de CP-Ops als in het CC zitten vertegenwoordigers van de 5 disciplines. Communicatie met de bevolking en de media in een noodsituatie is een afzonderlijke discipline, namelijk discipline 5. In elke gemeente is er een persoon verantwoordelijk voor discipline 5, veelal gaat het om iemand van de gemeentelijke communicatiedienst. Steeds meer gemeentelijke D5’s hebben een intergemeentelijke samenwerking met één of meerder buurgemeenten. Op provinciaal niveau is er bij de Dienst Noodplanning ook een verantwoordelijke voor discipline 5. Sinds kort is er op initiatief van het Nationaal Crisiscentrum ook een nationaal Team D5. Het gaat om een ‘invliegteam’ die in een acute noodsituatie bijstand kunnen verlenen aan de gemeentelijke en/of provinciale discipline 5.
Organisatie in Nederland Regionaal In Nederland wordt crisiscommunicatie verzorgd door het regionaal piketteam crisiscommunicatie. Binnen elke GRIP-niveau is crisiscommunicatie verzekerd. • Vanaf GRIP 0 wordt de crisiscommunicatie opgestart door een daarvoor aangewezen functionaris van VRMWB (woordvoerder). • Bij een GRIP 1 wordt, naast de woordvoerder, de communicatieadviseur CoPI gealarmeerd. Deze functionaris adviseert het Commando Plaats Incident (CoPI) over de communicatieve implicaties van het incident. • Bij een GRIP 2 of hoger wordt het team uitgebreid met: o De communicatieadviseur in het Regionaal Operationeel Team (ROT) o Een omgevingsanalist o Een Hoofd Crisiscommunicatie o Een HIN o Een strategisch communicatieadviseur in het Beleidsteam (vanaf GRIP 3) Schematisch België/Nederland BELGIE Fase Teams Motorkapoverleg Hulpdiensten op plaats incident Operationele CP-Ops coördinatie
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Communicatie Communicatie Niet voorzien Woordvoerder VRMWB
Teams
NEDERLAND Fase GRIP 0
Gemeentelijke Woordvoerder VRMWB D5 Communicatieadviseur CoPI
CoPI
GRIP 1
Pagina 14 van 36
Operationele coördinatie
CP-Ops
Gemeentelijke fase
CP-Ops + CCGem
Provinciale fase
CP-Ops +CCProv
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Gemeentelijke Woordvoerder VRMWB D5 Communicatieadviseur CoPI Communicatieadviseur ROT Omgevingsanalist Hoofd Crisiscommunicatie HIN Gemeentelijke Woordvoerder VRMWB D5 Communicatieadviseur CoPI Communicatieadviseur ROT, Omgevingsanalist Hoofd Crisiscommunicatie, HIN Strategisch communicatieadviseur Beleidsteam Provinciale D5 Woordvoerder VRMWB Communicatieadviseur CoPI Communicatieadviseur ROT Omgevingsanalist Hoofd Crisiscommunicatie HIN Strategisch communicatie adviseur Beleidsteam
CoPI + ROT
GRIP 2
CoPI + ROT + GBT
GRIP 3 en 4
CoPI + ROT RBT
GRIP 4
Pagina 15 van 36
3 Structuur ten behoeve van dreigende crises Zoals in de inleiding al werd aangegeven hebben we niet alleen meer te maken met de ‘klassieke’ crises. Dit hoofdstuk beschrijft de teams en de functie van projectleider, die we in kunnen zetten bij een dreigende crisis. Er is tijd en gelegenheid voor afstemming in de crisisorganisatie en met partners, omdat de noodzaak om direct te handelen (nog) niet acuut is. Voorbeelden van een dreigende crisis zijn maatschappelijke onrust, dreiging van hoogwater of mogelijke ordeverstoring tijdens oudjaar.
3.1 Monitoringsteam Risicomonitoring is een continu proces dat plaatsvindt binnen de afdeling Crisisbeheersing en Bevolkingszorg. De medewerkers hiervan zijn omgevingsbewust op ontwikkelingen en dreigingen en initiëren bij een zorg, naar eigen inzicht, een monitoringsteam. Die bestaat in ieder geval uit: • Vertegenwoordiger taakveld risicomonitoring. • IM-er voor het opstarten van informatiemanagement. • CaCo voor het activeren van het veiligheidsbeeld. Het monitoringsteam stemt met relevante netwerkpartners af over de situatie en komt zo tot een advies over de benodigde en/of wenselijke interventie. Ook informeert het monitoringsteam de dienstdoende ROL.
3.2 Preparatief ROT De dienstdoende ROL beslist over het instellen van een preparatief Regionaal Operationeel Team (ROT). In het preparatief ROT sluiten in beginsel alle dienstdoende, multidisciplinaire crisisfunctionarissen aan. Crisispartners kunnen, op wederzijds verzoek, aansluiten of worden benaderd voor informatie. In gezamenlijkheid bereiden zij zich voor op de (dreigende) crisis en wordt besloten welke partijen nodig zijn. De dienstdoende ROL stelt de directeur veiligheidsregio op de hoogte.
3.3 Projectleider Wanneer de dreigende crisis langer duurt dan de dienst- of piketperiode van de dienstdoende ROL heeft hij de mogelijkheid een beroep te doen op een projectleider. Dit voor de aansturing van het preparatief ROT. Hij vervangt de ROL voor de duur van de (dreigende) crisis. VRMWB heeft binnen de afdeling crisisbeheersing met dit doel een projectleider vast in dienst. De kolommen voorzien in principe in hun eigen rol. De projectleider kan ook ingezet worden ter ondersteuning van gemeenten, zie paragraaf 5.3. Indien de dreiging omslaat naar een acute escalatie wordt opgeschaald naar GRIP en wordt een ROT actief. De projectleider treedt dan op als adviseur in het ROT.
3.4 Scenarioteam Het monitoringsteam kan bij instelling van een (preparatief) ROT, haar taken in een gewenste samenstelling voortzetten als scenarioteam en is dan adviserend aan het (preparatief) ROT. Ook bij een opschaling naar GRIP is het mogelijk een scenarioteam te vormen, ter advisering aan het ROT. De samenstelling van een scenarioteam hangt af van de gewenste kennis en specialisme. Waar nodig wordt aansluiting en/of afstemming gezocht met interregionale dan wel met landelijke gremia. Crisispartners kunnen, op wederzijds verzoek, aansluiten of worden benaderd voor informatie.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 16 van 36
4 Crisisorganisatie en opschaling bij acute crises Dit hoofdstuk beschrijft de teams binnen de crisisorganisatie die inzetbaar zijn bij een acute crisis ofwel flitscrisis, met daarbij voor elk team de samenstelling, verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden, operationaliteit en locatie. Bij een acute crisis moeten meerdere hulpverleningsdiensten direct handelen. Daarvoor zetten we snel een herkenbare multidisciplinaire organisatie in. Voor de alarmering gebruiken we de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure (GRIP). Voorbeelden van een acute crisis zijn een grote brand, grootschalige uitval van stroom of grootschalige hulpverlening. Hoe de crisispartners hun taken uitvoeren wordt beschreven in monodisciplinaire deelplannen, handboeken en procedures.
4.1 Opschalingsmodel GRIP Bij een dringende situatie of crisis wordt een vast proces voor opschaling gebruikt: GRIP. Dit staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure. In deze procedure is per GRIP -fase vastgelegd welke crisisteams actief zijn met daarbij de kernbezetting van deze teams. Dit zorgt voor duidelijkheid, want bij een dringende situatie of crisis moeten de crisisorganisatie en crisispartners onder tijdsdruk handelen. In het geval van een niet dringende situatie of sluimercrisis wordt er flexibel opgeschaald. In zo’n situatie is er meer tijd beschikbaar voor afstemming binnen de crisisorganisatie en met andere crisispartners. Alle (hoofd)officieren van de diverse diensten (brandweer, politie, GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie) en de CaCo’s zijn bevoegd eigenstandig op te schalen naar GRIP 1. Bij voorkeur geschiedt dit in samenspraak met de hoogst leidinggevende ter plaatse. Opschaling naar GRIP 3 gebeurt door de burgemeester, vaak op advies van de ROL.
4.1.1 Uitgangspunten UITGANGSPUNT De opschalingsopdrachten staan niet ter discussie. Een team bestaat in het begin in ieder geval uit de kernbezetting. GRIP is in de beginfase leidend
Het is niet nodig dat GRIP-fasen elkaar opvolgen. Flexibel afschalen
TOELICHTING Normaal gesproken geldt dat als één van de partijen behoefte heeft aan opschaling in de GRIP-structuur, de andere partijen daarin meegaan. In het begin wordt volgens een vastgestelde standaard opgeschaald. De diverse teams starten met vaste kolommen en bezetting. GRIP kent een duidelijke structuur. Afhankelijk van het type incident kan in de loop van de bestrijding van het incident besloten worden om de kernbezetting aan te passen. De GRIP-fase die nodig is wordt direct afgeroepen, zonder dat eerst een lagere GRIP-fase wordt ingesteld. Schaal op zoals afgesproken, schaal af zoals het kan.
4.2 Meldkamer De gemeenschappelijke meldkamer (GMK) Zeeland – West-Brabant voert alle meldkamerprocessen uit voor de veiligheidsregio’s Zeeland en Midden- en West-Brabant. In het geval van grootschalige alarmering wordt het meldkamerproces aangestuurd door één leidinggevende, de calamiteitencoördinator (CaCo). De GMK heeft een 24/7 aanwezigheid van een CaCo.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 17 van 36
Locatie Kernbezetting
Taken meldkamer
Meldkamer Zeeland – West-Brabant, Bergen op Zoom Calamiteitencoördinator (CaCo) Centralist(en) ambulance Centralist(en) brandweer Centralist(en) politie
Normtijd7 Direct na alarmering
Is het meld-, regel-, informatie- en coördinatiecentrum. Het ontvangen en verwerken van meldingen. Het zorgen voor de alarmering van de juiste eenheden en functionarissen van de crisisorganisatie en de betrokken crisispartners. Het geven van een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident.
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden CalamiteitenInformeert de ROL, in geval van een melding van een dreigend coördinator (CaCo) incident. Deze neemt het besluit tot eventuele verdere stappen. Geeft leiding aan het meldkamerproces (melding, alarmering, opschaling en meldkamerbeeld). Is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van andere disciplines over te nemen. Is verantwoordelijk voor de informatievoorziening en de multidisciplinaire coördinatie, tot dit is overgenomen door het CoPI en/of ROT. Maakt een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident in het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) voor het (multidisciplinaire) informatieproces. Heeft binnen tien minuten een beschrijving van het incident gereed. Fungeert als aanspreekpunt voor de crisismanagementorganisatie. Stelt een journaal van de inzet op.
4.3 Commando Plaats Incident (CoPI) Het multidisciplinaire crisisteam Commando Plaats Incident (CoPI) heeft de operationele coördinatie en leiding op de plaats van het incident. Het CoPI richt zich op het incident en de operationele effecten. Locatie Kernbezetting
Uitbreiding
Plaats van het incident • Leider CoPI • OvD Brandweer • OvD Geneeskundig • OvD Politie • OvD Bevolkingszorg • Communicatieadviseur CoPI • Informatiemanager CoPI • Informatiecoördinator CoPI Op uitnodiging leider CoPI: • Adviseurs (functionele/algemene keten) • Partners, experts
Normtijd 30 minuten na alarmering
Zo snel mogelijk
7 Normtijd is de tijd waarbinnen het team/de functionaris de werkzaamheden aan moet vangen. Zie ook paragraaf 5.6 hybride werken.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 18 van 36
Taken
Bron- en effectbestrijding ter plaatse, door het inzetten, coördineren en aansturen van eenheden. Scenariodenken op de korte termijn (< 4 uur) en signaleren van knelpunten. Verzamelen en verwerken van operationele informatie. Bepalen en monitoren van uitvoerende en ondersteunende taken op de plaats van het incident. Multidisciplinair voorbereiden nafase/herstel en overdracht aan gemeente.
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Leider CoPI Geeft leiding aan het multidisciplinaire optreden van de hulpverleningsdiensten en crisispartners ter plaatse. Heeft de leiding over de bestrijding van het incident. Leidt het besluitvormingsproces binnen het CoPI en bewaakt de uitvoering van de taken van het CoPI. Neemt, samen met de overige CoPI functionarissen, besluiten ten behoeve van de (bron)bestrijding, de operationele effecten en op- en afschaling. Draagt binnen het CoPI de eindverantwoording voor de crisisbestrijding en besluiten die het CoPI neemt (bij GRIP 1).8 Is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van de andere CoPI-leden over te nemen. Informeert de ROL (van dienst) en/of de burgemeester indien er geen ROT actief is over de ontwikkelingen ter plaatse van het incident. Officier van Dienst Geeft leiding aan het monodisciplinaire optreden van de eigen (OvD) diensten ter plaatse. Neemt deel aan het CoPI voor multidisciplinaire coördinatie en afstemming. Communicatieadviseur Is gemandateerd te communiceren over feiten en omstandigheden in CoPI het brongebied, te voorziene ontwikkelingen en handelingsperspectieven via de social media, de crisiswebsite en via mediawoordvoering op de plaats van het incident.
Informeert het CoPI over het omgevingsbeeld en adviseert over de communicatieaanpak en stemt deze af met de woordvoerder veiligheidsregio, de incidentgemeente en de relevante partners. Informatiemanager Is verantwoordelijk voor de (multidisciplinaire) coördinatie van het informatieproces in het CoPI. Voert regie op het (multidisciplinaire) totaalbeeld bij GRIP 1. Informatiecoördinator Ondersteunt de Informatiemanager in het informatieverwerkingsproCoPI ces; dit is of geografisch of tekstueel.
8
De leider CoPI VRMWB kent daarmee een zwaardere taak en grotere verantwoordelijkheid dan in het landelijk referentiekader regionaal crisisplan (2016) is aangegeven.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 19 van 36
4.4 Regionaal Operationeel Team (ROT) Het Regionaal Operationeel Team (ROT) wordt ingesteld wanneer het niet mogelijk is vanaf de plaats van het incident alle processen te overzien en aan te sturen. Of als de plaats van het incident (nog) niet duidelijk te definiëren is. De ROL maakt bij instelling van een ROT afspraken met de leider CoPI over een verdeling van activiteiten ten behoeve van het plaats incident en overig. Locatie Kernbezetting
Uitbreiding
Regionaal Crisis Centrum, Bergen op Zoom • Regionaal Operationeel Leider • Algemeen Commandant Bevolkingszorg • Algemeen Commandant Brandweerzorg • Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg • Algemeen Commandant Politiezorg • Communicatieadviseur ROT • Liaison Defensie • Informatiemanager ROT • Informatiecoördinator ROT Indien nodig roept de ROL aanvullende specialismen of extra capaciteit op om het team te versterken10 .
Normtijd 45 minuten
Zie 9 30 minuten
Taken
Ondersteunen/faciliteren van het CoPI in relatie tot schaarste en scenario’s. Coördineren van de operatie (op vraag of bij meer CoPI’s) en het bestrijden van de effecten. Bewaken continuïteit van de multidisciplinaire operationele inzet. Beslissen over het verdelen van schaarse (operationele) middelen. Scenariodenken op de (middel)lange termijn (4 – 12 uur, > 12 uur). Het adviseren van de burgemeester of de voorzitter veiligheidsregio over bestuurlijke en communicatieve dilemma’s. Multidisciplinair voorbereiden nafase/herstel en overdracht aan gemeente. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Regionaal Operationeel Draagt de eindverantwoordelijkheid over het operationele optreden. leider11 Leidt het besluitvormingsproces binnen het ROT. Voorziet de burgemeester of de voorzitter veiligheidsregio namens alle operationele hulpdiensten van bestuurlijk advies. Heeft de leiding over de aanpak van het incident, de effecten van het incident op de omgeving en de op- en afschaling tot en met GRIP 2. Is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van de andere ROT-leden over te nemen. Draagt vanaf GRIP 2 de eindverantwoordelijkheid voor de totale aanpak van het incident en de besluiten die de operationele teams nemen. Algemeen Eindverantwoordelijk voor het operationeel functioneren van de 9
In de bestuursafspraken ICMS is op ministerieel niveau afgesproken dat defensie garandeert om 2 uur na alarmering een liaison beschikbaar te hebben.
10
Hierin zijn liaisons van functionele ketenpartners inbegrepen.
11
De ROL is formeel aangewezen voor zijn functie (aanwijzingsbesluit).
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 20 van 36
Commandant
Communicatieadviseur ROT
Liaison defensie
Informatiemanager
Informatiecoördinator ROT
(eigen) discipline en het aan sturen van de monodisciplinaire backoffice. Geeft advies aan de ROL over operationele coördinatie, scenario’s, inzet schaarse middelen en bestuurlijke dilemma’s. Adviseert en informeert het ROT over de (operationele en tactische) aspecten van de communicatieaanpak op basis van het omgevingsbeeld. Adviseert over de communicatieve implicaties van voorgestelde maatregelen en besluiten. Beschouwt welke gewenste effecten met militaire capaciteiten kunnen worden behaald/ondersteunt en adviseert de ROL over de aanvraag en inzet van die capaciteiten. Is verantwoordelijk voor de (multidisciplinaire) coördinatie van het informatieproces in het ROT. Voert regie op het (multidisciplinair) totaalbeeld bij GRIP 2 en hoger. Ondersteunt de Informatiemanager in het informatieverwerkingsproces; dit is of geografisch of tekstueel. Indien nodig sluiten er twee coördinatoren in het ROT aan.
4.4.1 Stafsecties ROT De stafsecties ondersteunen het ROT. De samenstelling is monodisciplinair uitgewerkt. Locatie Kernbezetting
Uitbreiding
Taken
12
Regionaal Crisis Centrum, Bergen op Zoom • Een Algemeen Commandant per sectie • Leden stafsectie Brandweerzorg • Leden stafsectie Geneeskundige zorg • Leden stafsectie Politiezorg • Leden stafsectie Bevolkingszorg Er is ook een stafsectie crisiscommunicatie. Deze heet Taakorganisatie crisiscommunicatie. Deze staat onder leiding van een Hoofd Crisiscommunicatie (HCC), aangevuld met een Hoofd Informatie Crisiscommunicatie (HIN-CC) en een Omgevingsanalist. De HCC en HIN-CC zitten in de incidentgemeente en de Omgevingsanalist (werkt vanaf kantoor of thuis). • Adviseurs • Partners, experts
Normtijd 60 minuten12
Planning, uitvoering, monitoring en bijstelling van de uitvoering van de monodisciplinaire processen Het uitvoeren van het informatiemanagement en resourcemanagement. Afstemmen tussen de stafsecties. Inhoud geven aan het scenario denken.
Bemensing stafsecties volgens monodisciplinaire invulling.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 21 van 36
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Algemeen CommanDe Algemeen Commandant (AC) is het hoofd van de stafsectie. dant
4.5 Gemeentelijke Beleidsteam (GBT) De burgemeester kan bij een incident, ramp of crisis een Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) activeren. Dit als er behoefte is aan bestuurlijke advisering, het geven van uitvoering aan deze adviezen en/of het inperken van effecten in de nafase. In onze regio werken we met technisch voorzitters voor het GBT. De burgemeester heeft de keuze om een technisch voorzitter te gebruiken voor de procesbegeleiding van de vergadering. In het geval een locoburgemeester voorzitter is, dan krijgt hij altijd ondersteuning van een technisch voorzitter GBT. Locatie Kernbezetting
Uitbreiding
Taken
Stad- of gemeentehuis van de getroffen gemeente • Voorzitter GBT • (Technisch voorzitter GBT) • Strategisch Adviseur Bevolkingszorg • Strategisch Adviseur Brandweerzorg • Strategisch Adviseur Geneeskundige Zorg • Strategisch Adviseur Politiezorg • Strategisch Communicatieadviseur • Regionaal Operationeel Leider13 • Bestuurlijk Adviseur • (hoofd) Officier van Justitie • Secretaris Beleidsteam Indien betrokken: • Dijkgraven, Watergraven, liaisons, afgevaardigden en in bijzondere situaties Rijksheren uit direct betrokken functionele ketens. • Indien nodig roept de burgemeester aanvullende specialismen of extra capaciteit op, ter versterking van het team.
Normtijd 60 minuten14
Zo snel mogelijk
Het adviseren van de burgemeester over: • Besluiten op strategisch niveau. • De communicatiestrategie. Het ondersteunen van de burgemeester bij: • Het nemen en vervolgens het monitoren van besluiten. • Het uitvaardigen van noodbevelen of noodverordeningen. • Het nemen van een besluit over het aanvragen van bijstand. Het bestuurlijk afstemmen met de bij het incident betrokken partners. Het benoemen en afwegen van bestuurlijke en maatschappelijke
13 De Regionaal Operationeel Leider neemt op afstand deel aan een gedeelte van de vergadering van het GBT (telefonisch of per videocon-
ference) 14
Dit geldt alleen voor de functionarissen in de vaste kernbezetting.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 22 van 36
impact van het incident. Het inperken van effecten in de nafase. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Burgemeester Neemt strategische besluiten en geeft invulling aan de rol van boegbeeld en burgervader/-moeder. Zet indien nodig noodbevoegdheden in. Grijpt in vanuit systeemverantwoordelijkheid in de crisisorganisatie. Bepaalt het moment van bestuurlijk op- en afschalen. Technisch voorzitter Zit op verzoek van de burgemeester dan wel bij optreden van een locoburgemeester het overleg voor. Geeft sturing aan de agenda en een procesmatige aanpak. Strategisch adviseur Adviseert de burgemeester over strategische aspecten van de ramp of crisis. Bestuurlijk adviseur Adviseert de burgemeester over: • Openbare orde en openbare veiligheidsaspecten. • De noodbevoegdheden van de burgemeester. • De uitvoering van de te nemen maatregelen in de eigen gemeente. Communicatieadviseur Adviseert en informeert het Beleidsteam over de (strategische) aspecten van de communicatieaanpak op basis van het omgevingsbeeld Adviseert over de communicatieve implicaties van de onderwerpen die het team bespreekt. Adviseert de burgemeester over zijn rol als boegbeeld en burgervader. Regionaal Operationeel Schetst namens alle diensten een beeld van de operationele inzet. Leider (op afstand) Adviseert de burgemeester over de samenstelling van het GBT en organiseert het contact met partners en/of experts.
Borgt continu de verbinding tussen operatie en bestuur door contact te onderhouden met de Leider CoPI. (Hoofd) Officier van Is binnen de crisisbeheersing verantwoordelijk voor de strafrechtelijJustitie ke handhaving van de rechtsorde (Politiewet, art. 13). Secretaris Beleidsteam Visualiseren van het vergaderproces tijdens de vergadering Het weergeven en vastleggen van relevante informatie uit c.q. in LCMS. Het vastleggen van besluiten en verslaglegging ten behoeve van afstemming en overdracht.
4.6 Regionaal Beleidsteam (RBT) De voorzitter veiligheidsregio15 stelt een Regionaal Beleidsteam (RBT) in bij incidenten waar behoefte is aan bestuurlijke leiding en coördinatie. Op grond van artikel 39 Wvr is daarmee formeel sprake van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. De voorzitter veiligheidsregio neemt in een dergelijk geval het gezag van de burgemeester(s) over, en stelt een overleg in waarin de betrokken gemeenten op bestuurlijk niveau 16 zijn vertegenwoordigd. 15
Er bestaat een vervangingsregeling voor de voorzitter veiligheidsregio.
16 VRMWB beziet, situatieafhankelijk en in samenhang met de wenselijkheid van de aanwezigheid van de burgemeester in zijn of haar
gemeenschap, of de bestuurders in het RBT uit burgemeesters dan wel hun plaatsvervanger kan bestaan.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 23 van 36
De voorzitter neemt, tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, geen besluiten zonder raadpleging van het RBT. De voorzitter veiligheidsregio is in een dergelijk situatie bestuurlijk eindverantwoordelijk. Locatie
Bij plaatsgebonden crises: er is per district een RBT locatie. RBT vindt plaats in het district van de brongemeente. Bij plaats onafhankelijke crises wordt de locatie bepaald in afstemming met de voorzitter, zie ook paragraaf 2.3. • Voorzitter RBT • (Technisch voorzitter RBT) • Burgemeesters (betrokken) gemeenten • Strategisch Adviseur VR (directeur VR) • Strategisch Adviseur Bevolkingszorg • Strategisch Adviseur Brandweerzorg • Strategisch Adviseur Geneeskundige Zorg • Strategisch Adviseur Politiezorg • Strategisch Communicatieadviseur • Regionaal Operationeel Leider17 • Bestuurlijk adviseur • Hoofdofficier van Justitie • Secretaris Beleidsteam
Normtijd
Uitbreiding
Indien betrokken: • Dijkgraven, Watergraven, liaisons, afgevaardigden en in bijzondere situaties Rijksheren uit direct betrokken functionele ketens. • Indien nodig roept de voorzitter veiligheidsregio aanvullende specialismen of extra capaciteit op, ter versterking van het team.
Zo snel mogelijk
Taken
Het adviseren van de voorzitter veiligheidsregio over: • Besluiten op strategisch niveau. • De communicatiestrategie. Het ondersteunen van de voorzitter veiligheidsregio bij: • Het nemen en vervolgens het monitoren van besluiten. • Het uitvaardigen van noodbevelen of noodverordeningen. • Het nemen van een besluit over het aanvragen van bijstand. Het bestuurlijk afstemmen met de bij het incident betrokken partners. Het benoemen en afwegen van bestuurlijke en maatschappelijke impact van het incident. Het inperken van effecten in de nafase. Informeren van bestuurlijke autoriteiten, onder andere nationaal.
Kernbezetting
60 minuten
17 De Regionaal Operationeel Leider neemt fysiek deel aan een gedeelte van de vergadering van het RBT
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 24 van 36
Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Voorzitter veiligheidsOp grond van artikel 39 Wvr is de voorzitter van de veiligheidsregio regio bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan: • De artikelen 4 tot en met 7 van de Wet veiligheidsregio’s. • De artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid. • De artikelen 11, 14, eerste lid, 56, eerste en vierde lid, en 62 van de Politiewet 2012. • De artikelen 5 tot en met 9 van de Wet openbare manifestaties. Het uitbrengen van een schriftelijk verslag na afloop aan de raden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Burgemeesters (beAdviseert aan de voorzitter veiligheidsregio over besluiten over de trokken) gemeenten coördinatie van een ramp of crisis. Neemt besluiten gericht op zijn overgebleven rollen en bevoegdheden in eigen gemeente, namelijk als boegbeeld en burgervader/moeder en het inzetten van noodbevoegdheden. Strategisch adviseur Adviseert de voorzitter veiligheidsregio over strategische aspecten van de ramp of crisis en de eigen kolom in het bijzonder. Strategisch CommuniAdviseert en informeert het RBT over de (strategische) aspecten van catieadviseur de communicatieaanpak op basis van het omgevingsbeeld Adviseert over de communicatieve implicaties van de onderwerpen die het team bespreekt.
Adviseert de voorzitter veiligheidsregio over zijn rol als boegbeeld en burgervader. Regionaal Operationeel Schetst namens alle diensten een beeld van de operationele inzet. Leider Borgt continu de verbinding tussen operatie en bestuur door contact te onderhouden met de Leider CoPI. Bestuurlijk adviseur Adviseert de voorzitter veiligheidsregio over openbare orde en openbare veiligheidsaspecten. (hoofd) Officier van Is binnen de crisisbeheersing verantwoordelijk voor de strafrechtelijJustitie ke handhaving van de rechtsorde (Politiewet, art. 13). Secretaris Beleidsteam Het weergeven en vastleggen van relevante informatie uit c.q. in LCMS. Het vastleggen van besluiten en verslaglegging ten behoeve van afstemming en overdracht. De tijden in bovenstaande tabellen zijn gebaseerd op de wettelijke tijden. Deze tijden zijn normen waarbinnen de functionaris moet starten met de werkzaamheden. Dit is niet hetzelfde als fysiek aanwezig zijn op de locatie waar het team werkt.
Regionaal Crisisplan 2023 – 2027
Pagina 25 van 36
4.6.1 De GRIP fasen GRIP
AANLEIDING
1
Er is behoefte aan multidisciplinaire coördinatie op de plaats van het incident.
2
Er is behoefte aan multidisciplinaire coördinatie op tactisch niveau. Daarnaast aan ondersteuning van het CoPI of ter voorbereiding op een mogelijk incident. Er is behoefte aan multidisciplinaire coördinatie, waarbij bestuurlijke opgaven voor de burgemeester vragen om ondersteuning door een GBT. Er is behoefte aan multidisciplinaire én bestuurlijke coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Er is behoefte aan multidisciplinaire én bestuurlijke coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis in meer regio’s of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. De betrokken voorzitters VR besluiten dit gezamenlijk.
3
4
5
BEVOEGD TOT OPSCHALING CaCo18 OvD van brandweer, politie, GHOR, Bevolkingszorg en de communicatieadviseur CoPI die zijn gealarmeerd voor of ingezet bij het incident. CaCo Leider CoPI i.o.m. ROL
CRISISTEAM
OPERATIONELE LEIDING Leider CoPI
BEVOEGD GEZAG Burgemeester
Meldkamer CoPI (optioneel) ROT
ROL
Burgemeester
De burgemeester van de gemeente waar het incident plaatsvindt. Vaak op advies/aanvraag van de ROL.
Meldkamer CoPI (optioneel) ROT (optioneel) GBT
ROL
Burgemeester
De voorzitter van de VR. Vaak op advies van de ROL en na afstemming met de burgemeester van de getroffen gemeente(n).