CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage nota bodembeheer 2222964.pdf

Besluitvormende Vergadering 20 oktober 2022, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 08.: Nota bodembeheer en bodemkwaliteit.33.411 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant

projectnummer 0474495.100 definitief revisie 03 4 juli 2022

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant

projectnummer 0474495.100 definitief revisie 03 4 juli 2022

Auteurs N. Snoeren R.M. Groot I. Lanting

Opdrachtgever Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Spoorlaan 181 5038 CB TILBURG

Gecontroleerd: I. Lanting

datum 4 juli 2022

beschrijving definitief

vrijgave Ir. E. Oosterbaan (b.a.)

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Inhoudsopgave

Blz.

Inleiding I. II. III. IV. V.

5 Beheergebied Reikwijdte Vaststelling en geldigheidsduur Omgevingswet Leeswijzer

5 6 7 7 9

Deel 1: Bodem in het tijdelijk deel van het omgevingsplan

10

1

Lokale Maximale Waarden bij toepassen van grond of baggerspecie

11

1.1 1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.2

Lokale maximale waarden PFAS Toelichting Achtergrondwaarden PFAS Lokale Maximale Waarden PFAS PFAS in Waalwijk Lokale maximale waarden PCB voor gemeente Heusden

11 11 12 12 13 15

2

Afwijkend percentage bijmengingen

17

2.1 2.2

Wettelijk kader Lokaal alternatief percentage bijmengingen

17 17

3

Erkenning bodemkwaliteitskaarten

19

4

Bodemfunctieklassenkaart

20

4.1 4.2 4.3 4.4

Algemeen Omgevingswet Lokaal beleid wegen en wegbermen buitengebied Actualisatie van de bodemfunctieklassenkaart

20 21 21 21

5

Gebiedsspecifieke toepassingseisen

22

5.1 5.2 5.3

Onderbouwing Uitwerking gebiedsspecifiek beleid Beleidsregel

22 22 26

6

AW2000-grond toepassen op gevoelige bestemmingen

27

6.1 6.2

Aanleiding Beleid

27 27

Deel 2: Beleidsregels bodem

28

Blad 1 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

7

Grondwaterbeschermingsgebieden

29

7.1 7.2

Onderbouwing Beleidsregel

29 30

8

Uitzonderingsregel bij opslag van partijen

32

8.1 8.2 8.3

Onderbouwing Aanvullende eisen bij tijdelijke opslag Heusden Beleidsregel

32 33 33

9

Grondverzet wegen en bermen van doorgaande wegen

34

9.1 9.2

Onderbouwing Beleidsregel

34 35

10

Niet gescheiden ontgraven bij tijdelijke uitname

37

10.1 10.2

Onderbouwing Beleidsregel

37 38

11

Toepassen van thermisch gereinigde grond

40

11.1 11.2

Onderbouwing Beleidsregel

40 43

12

Gebruik Toets herkomst NEN 5725

44

12.1 12.2

Onderbouwing Beleidsregel

44 44

13

Terugsaneerbeleid

46

13.1 13.2

Onderbouwing Beleidsregel

46 46

14

Bescherming van natuurgebieden

47

14.1 14.2 14.3

Onderbouwing Beperking grondverzet Natte Natuurparel van Waalwijk Beleidsregel

47 47 47

15

Volkstuincomplexen van Waalwijk

49

15.1 15.2

Onderbouwing Beleidsregel

49 49

Deel 3: Toelichting en uitleg

50

16

Het wettelijk kader

51

16.1 16.1.1

Huidige generieke kader Wet bodembescherming

51 51

Blad 2 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

16.1.2 16.2 16.2.1 16.2.2

Besluit bodemkwaliteit Toekomstige generieke kader Intrekken Wet bodembescherming Besluit bodemkwaliteit (Bbk) onder de Omgevingswet

52 53 53 55

17

Generieke toepassingseisen

56

17.1 17.2 17.2.1 17.3 17.3.1 17.4 17.4.1 17.5 17.5.1

Het generieke toepassingskader Gebiedsspecifiek toepassingskader Gebiedsspecifieke toepassingskader onder de Omgevingswet Toepassen op landbodem Toepassen landbodem onder de Omgevingswet Verspreiden baggerspecie Verspreiden baggerspecie onder de Omgevingswet Tijdelijke uitname Tijdelijke uitname onder de Omgevingswet

56 58 58 59 62 63 65 65 66

18

Grootschalige bodemtoepassing

67

18.1

Grootschalige toepassing onder de Omgevingswet

68

19

Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie

70

19.1

Tijdelijke opslag van grond en baggerspecie onder de Omgevingswet

71

20

Bewijsmiddelen

73

20.1 20.2 20.2.1 20.2.2 20.2.3 20.2.4 20.3 20.4 20.5 20.5.1 20.6

Gebruik van de bodemkwaliteitskaart Overige erkende bewijsmiddelen Partijkeuring Erkende kwaliteitsverklaring Fabrikant-eigen-verklaring (water)bodemonderzoek Bewijsmiddelen onder de Omgevingswet Bewijsmiddelen voor PFAS Zorgplicht bij graafwerken Zorgplicht Omgevingswet Onderzoek naar asbest in de bodem

73 74 75 75 76 76 77 77 79 80 80

21

Meldingen en procedures

82

21.1 21.2 21.3 21.4 21.5 21.6 21.6.1 21.6.2 21.6.3

Wanneer melden Meldingstermijn en loket Beoordeling Registratie Toezicht en handhaving Meldingen en procedures onder de Omgevingswet Meldingen Termijnen Toezicht en handhaving

82 82 82 83 83 86 86 86 88

Blad 3 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Deel 4: Bodemkwaliteitskaarten

90

22

De bodemkwaliteitskaart

91

22.1 22.2 22.3 22.4

Ontgravingskaart Functiekaart Toepassingskaart generieke kader Bodemkwaliteitskaarten en bodemfunctiekaart onder de Omgevingswet

91 91 91 92

Bijlage 1 Afkortingenlijst Bijlage 2 Geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart Midden- en West-Brabant Bijlage 3 Geactualiseerde toepassingskaart Midden- en West-Brabant Bijlage 4 Waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden in de Concept Omgevingsverordening Bijlage 5 Toets herkomst NEN 5725 Bijlage 6 Benaming gevoelige bestemmingen

Blad 4 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Inleiding Voor u ligt de Nota bodembeheer van de regio Midden-West Brabant, waarin het beleid ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op landbodem is beschreven. De Nota bodembeheer is een praktische richtlijn voor het omgaan met vrijkomende grond en baggerspecie en geeft invulling aan het grondstromenbeleid. In de Nota bodembeheer staat het bodembeleid van de deelnemende gemeenten beschreven en de bijbehorende beleidsregels. De betrokken wet- en regelgeving voor het tijdelijk opslaan en toepassen van grond en baggerspecie is beschreven in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Wet bodembescherming (Wbb) en na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). Aanleiding voor het opstellen van de Nota bodembeheer is tweeledig. Allereerst zullen in 2021/2022 twee regionale Nota’s binnen de regio verlopen. De grondslag voor gebiedsspecifiek beleid is het Besluit bodemkwaliteit. Hierin is opgenomen dat het bodembeleid minimaal eens in de 10 jaar wordt herzien. Ten tweede zal naar verwachting de Omgevingswet op 1 januari 2023 van kracht worden. Beide situaties vormen het uitgelezen moment om het lokale bodembeleid te actualiseren en nieuwe onderwerpen in het bodembeleid op te nemen. De Nota die voor u ligt is in eerste instantie gebaseerd op de voorgaande Nota’s die in de regio van kracht waren.

Veel van het bestaande bodembeleid is overgenomen en samengevoegd. Daarnaast zijn de bestaande bodembeleidsregels tegen het licht gehouden en zijn voor actuele onderwerpen aanvullende regels opgenomen ter bescherming van de regionale bodemkwaliteit. Het gaat hierbij onder meer over het beleid omtrent de stofgroep PFAS (Poly- en perfluoralkylstoffen), het beschermen van gevoelige bestemmingen door uitsluitend ‘schone’ grond toe te laten en de regels omtrent toepassen van thermisch gereinigde grond. In het kader van eenduidigheid binnen de regio is gekozen voor een gezamenlijke aanpak van het bodembeleid. Voorgaand bodembeleid is ook geregeld in regio-verband opgepakt. Door een regionale aanpak zijn de bodemregels duidelijk in het geval van gemeente-overstijgende initiatieven. Daarnaast hebben meerdere gemeenten een deel van hun bodemtaken bij de OMWB neergelegd. Op deze manier wordt voorkomen dat er een ‘lappendeken’ ontstaat aan lokale bodemregels waarop toegezien moet worden.

I.

Beheergebied

Het regionale bodembeleid is tot stand gekomen in samenwerking met 23 gemeenten in de regio Midden-West Brabant en de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. De deelnemende gemeenten zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

Blad 5 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Tabel 1: Deelnemende gemeenten aan de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Nota bodembeheer Alphen-Chaam Etten-Leur Hilvarenbeek Altena Geertruidenberg Loon op Zand Baarle-Nassau Gilze-Rijen Moerdijk Breda Goirle Oisterwijk Dongen Halderberge Oosterhout Drimmelen Heusden Roosendaal

Rucphen Steenbergen Waalwijk Woensdrecht Zundert

Het bodembeleid dat in deze Nota is beschreven, is van toepassing op het beheergebied van de deelnemende gemeenten, zie figuur 1.

Figuur 1: Beheergebied van de deelnemende gemeenten

II. Reikwijdte Deze Nota bodembeheer is opgesteld als een uitvoeringsdocument waarin is beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met grondstromen. In de Nota zijn de regels en procedures voor het binnen de deelnemende gemeenten toepassen van (licht verontreinigde) grond en baggerspecie als bodem nader toegelicht. Daarnaast is in de Nota beschreven wanneer gebruik kan worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als erkend bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. Naast grondverzet binnen de gemeentegrenzen en binnen het beheergebied (zie figuur 1) is in deze Bodembeheernota ook beschreven hoe moet worden omgegaan met het toepassen van een partij grond of baggerspecie die afkomstig is van een locatie die buiten het beheergebied is gelegen (introduceren van grond en/of baggerspecie van buiten het beheergebied).

Blad 6 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Bij zowel de gebiedsspecifieke als de generieke toepassingseisen is uitgegaan van het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie, inclusief het op aangrenzende percelen verspreiden van baggerspecie. Toepassingen in oppervlaktewater maken geen onderdeel uit van deze Bodembeheernota. De bodemkwaliteitskaarten geven een beeld van de algemene kwaliteit van de bodem in een gebied. De Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart zijn niet van kracht op locaties die verdacht zijn op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen. Verdachte locaties zijn locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die mogelijk een negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit. Voor deze locaties dient altijd door middel van bodemonderzoek de milieuhygiënische kwaliteit te worden bepaald. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een te ontgraven of toe te passen partij ligt altijd bij de initiatiefnemer. Het gemeentelijke gebiedsspecifieke beleid voor het toepassen van grond en baggerspecie, zoals beschreven in deze Nota, is daarentegen wel van toepassing op dit soort locaties. Met andere woorden, de kwaliteit grond die op deze locaties wordt toegepast, mag niet slechter zijn dan de kwaliteit zoals aangegeven op de gebiedsspecifieke toepassingskaart.

Hiermee wordt invulling gegeven aan het stand-still principe hetgeen ervoor zorgt dat de bestaande bodemkwaliteit binnen het beheergebied van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant niet negatief wordt beïnvloed.

III. Vaststelling en geldigheidsduur De herziene Nota bodembeheer moet voor inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld zijn door de gemeenteraad van de afzonderlijke gemeenten en daarmee vigerend zijn op moment van inwerkingtreden van de Omgevingswet. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing Na inwerkingtreden van de Omgevingswet wordt deel 1 van de voorliggende Nota bodembeheer van rechtswege onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. In deel 2 van de Nota zijn de andere bodem-gerelateerde onderwerpen van de deelnemende gemeenten uitgewerkt als beleid en beleidsregels. Door de Nota bodembeheer en deze beleidsregels vast te stellen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, blijft het huidige (lokale) bodembeleid op basis van de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Zo wordt een beleidsneutrale overgang gewaarborgd. In deel 3 is vervolgens het huidige landelijke bodembeleid tezamen met het toekomstige landelijke bodembeleid na inwerkintreding van de Omgevingswet beschreven.

IV. Omgevingswet Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden verschillende gemeentelijke regels en verordeningen onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente. De bruidsschatregels worden ook onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Tijdens de overgangsfase (tot eind 2029) heeft de gemeente de tijd om het tijdelijke deel van het omgevingsplan om te zetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het omgevingsplan omvat alle ruimtelijke regels, waaronder ook een deel van de regels voor onder andere grondverzet uit de Nota bodembeheer. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de lokale regels die zijn vastgesteld op basis van artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet)

Blad 7 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Deze regels, verwerkt in deel 1 van deze Nota, betreffen de vastgestelde Lokale Maximale Waarden én de vastgestelde afwijkende percentages bodemvreemde bijmengingen. De bodemkwaliteitskaarten als grondslag voor de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit worden geen onderdeel van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Deze kunnen evenwel ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruikt blijven worden om de kwaliteit van de ontvangende bodem of de kwaliteit van binnen het beheersgebied toe te passen grond vast te stellen. De bodemfunctieklassekaart is bij inwerkingtreding van de Omgevingswet daarentegen wel gelijk gesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Overig lokaal bodembeleid verliest onder de nieuwe regelgeving zijn grondslag, indien hier geen nieuwe regels voor opgesteld zijn. Om te voorkomen dat een deel van het lokale bodembeleid zijn grondslag verliest bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn in deze Nota de andere onderwerpen die de deelnemende gemeenten als lokaal bodembeleid willen hanteren, uitgewerkt als beleidsregels. Beleidsregels geven aan hoe de gemeente met de haar toegekende bevoegdheid omgaat. Deze regels kunnen mogelijkerwijs in de toekomst toch nog worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan als maatwerkregels of andere decentrale regels.

Maatwerkregels worden opgenomen in het omgevingsplan en wijzigen de algemene regels binnen het beheergebied. Er kan uitsluitend maatwerk plaatsvinden zolang een hoger bestuursorgaan daar ruimte toe geeft. Naast maatwerkregels kan een gemeente decentrale regels in het omgevingsplan opnemen voor onderwerpen die niet door het Rijk geregeld zijn. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben nog niet alle gemeenten het nieuwe deel van hun omgevingsplan paraat voor vaststelling. Door het bodembeleid nu vast te leggen in beleidsregels, wordt voorkomen dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsvacuüm ontstaat. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wijzigt de wettelijke basis van het lokale bodembeleid. Waar tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Wet bodembescherming en het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit het normenkader vormen voor lokaal bodembeleid, zijn onder de Omgevingswet nieuwe beleidskaders van kracht. Met betrekking tot bodembeleid worden de volgende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) relevant:  Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl);  Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Tevens is een gewijzigd Besluit bodemkwaliteit en een nieuwe Regeling bodemkwaliteit 2021 van kracht. Het Bal is gericht aan burgers, bedrijven en bestuursorganen en omvat algemene regels over de leefomgeving, activiteiten, vergunningen en meldingsplichten.

In het Bkl, welke gericht is aan bestuursorganen, worden regels opgenomen welke met name betrekking hebben op normen en instructies voor milieu en veiligheid. Bij het opstellen van dit document is gebruik gemaakt van de volgende wetsdocumenten en versienummers:  Besluit activiteiten leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 14-12-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/  Besluit kwaliteit leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 30-06-2021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/

Blad 8 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Besluit bouwwerken leefomgeving, Geconsolideerde Staatsblad-versie, versie 23-062021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelsel-omgevingswet/overzichtgeconsolideerde-teksten-omgevingswet/ Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet en bijbehorende Nota van Toelichting, publicatiedatum 25-02-2021, beschikbaar via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-98.html. Hierin is onder meer de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen; Bruidsschat Omgevingsplan Artikelen, Geconsolideerde Staatsbladversie, versie 15-122021, beschikbaar via https://iplo.nl/regelgeving/stelselomgevingswet/geconsolideerde-tekst-bruidsschat/

V. Leeswijzer In deel 1 van de Nota bodembeheer is het gebiedsspecifieke bodembeleid beschreven (maatwerk onder de Omgevingswet). Het betreft hierbij onderwerpen die volgen uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. In deel 2 van de Nota zijn verschillende bodemthema’s uitgewerkt waarin de deelnemende gemeenten een standpunt hebben genomen. De bijbehorende beleidsregels geven aan hoe de gemeenten in bepaalde situaties handelen. Deel 3 van de Nota behandelt het huidige en toekomstige wettelijke kader voor grondverzet, wat de generieke toepassingseisen zijn in algemene en bijzondere gevallen, welke bewijsmiddelen de deelnemende gemeenten accepteren en hoe melding, procedures en toezicht zijn vormgegeven bij grondverzet. Deel 4 behandelt vervolgens hoe de bodemkwaliteitskaart geïnterpreteerd en gehanteerd dient te worden.

Blad 9 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Deel 1: Bodem in het tijdelijk deel van het omgevingsplan Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt normen met betrekking tot de toepassing van grond en baggerspecie op basis van een landelijk geldend normenkader, zoals beschreven in het wettelijk kader in deel 3. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit artikel 44 heeft de gemeente de ruimte om af te wijken van dit generieke kader voor zover het lokale toepassingseisen, inclusief afwijkend percentage bijmengingen, betreft. De deelnemende gemeenten hebben ervoor gekozen om van deze mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid gebruik te maken. Het belangrijkste uitgangspunt van dit beleid is dat de kwaliteit van de bodem meer wordt afgestemd op het gebruik van de bodem. De toepassingseisen worden in de volgende paragrafen nader uitgewerkt. De mogelijkheid tot gebiedsspecifiek beleid blijft na inwerkingtreding van de Omgevingswet bestaan. Dit is mogelijk door het opnemen van regels in het gemeentelijk omgevingsplan. Gebiedsspecifiek beleid wordt in het stelsel van de Omgevingswet maatwerkregels genoemd. Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet is er overgangsrecht voor lokaal beleid dat op grond van artikel 12a, lid 5 Wet bodembescherming is vastgesteld.

Het gaat hierbij om regels ten aanzien van de kwaliteit, waaronder de samenstelling en emissie, van grond of baggerspecie en de wijze van toetsing aan de kwaliteit en het gebruik van de bodem waarop of waarin grond of baggerspecie wordt toegepast (Wbb, artikel 12a, lid 3). Hieruit volgt dat er overgangsrecht is voor de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid dat volgt uit artikel 44 van het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit volgende gebiedsspecifieke kaarten (zoals de gebiedsspecifieke toepassingskaart) vallen ook onder het overgangsrecht. Gedurende de overgangsperiode (tot 31 december 2029) heeft de gemeente de tijd om de onderwerpen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan over te zetten naar maatwerkregels in het nieuwe deel van het omgevingsplan.

Blad 10 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

1

Lokale Maximale Waarden bij toepassen van grond of baggerspecie

1.1

Lokale maximale waarden PFAS

1.1.1

Toelichting PFAS is een verzamelnaam van gefluoreerde koolwaterstoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. PFAS is sinds de jaren ’50 in Nederland veel gebruikt in diverse industriële toepassingen als blusschuim, coatings (o.a. teflon), verf, kleding en cosmetica. Het heeft de eigenschappen persistent, mobiel en niet tot nauwelijks biologisch afbreekbaar te zijn. Regionaal en landelijk wordt steeds meer kennis en inzicht verkregen over PFAS en de onderliggende perfluoralkyl-verbindingen. Zo staan PFOS (perfluoroctaansulfonzuur), PFOA (perfluoroctaanzuur) en GenX op de lijst van Zeer Zorgwekkend stoffen (ZZS). Een aantal andere stoffen uit de PFASgroep staat op de lijst van potentiële ZZS. PFAS is niet opgenomen in bestaande regelgeving, aangezien de stof “nieuw” is ten aanzien van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. In juli van 2019 is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een ‘Tijdelijk Handelingskader PFAS’ uitgebracht, waarna verschillende actualisaties zijn gepubliceerd. In de handelingskaders zijn de kaders aangegeven om hergebruik van PFAS-houdende grond te stimuleren waarbij tegelijkertijd voldaan wordt aan de zorgplicht.

Tot op heden zijn de volgende handelingskaders gepubliceerd:  ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 8 juli 2019;  Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 29 november 2019;  Geactualiseerde versie ‘Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’, 2 juli 2020;  Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 13 december 2021. Voor een groot deel van het grondgebied van de provincie Noord-Brabant is een bodemkwaliteitskaart ten behoeve van PFAS opgesteld en een Nota Bodembeheer PFAS.  ‘Rapport Bodemkwaliteitskaart PFAS voor de deelnemende gemeenten in NoordBrabant’, kenmerk 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020, door Antea Group1;  ‘Nota bodembeheer PFAS, Deelnemende gemeenten in Noord-Brabant’, kenmerk 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020, door Antea Group. Voor het grondgebied van de gemeente Waalwijk is de volgende bodemkwaliteitskaart opgesteld (zie ook paragraaf 1.1.4):  ‘Rapport Achtergrondwaarden PFAS Gemeente Waalwijk’, kenmerk 0459526.100, d.d.

18 december 2020, revisie 01, door Antea Group; Het doel van de bovengenoemde bodemkwaliteitskaart PFAS en de Nota Bodembeheer PFAS is om het grondverzet binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten te vereenvoudigen voor wat betreft de stofgroep PFAS. In Nota Bodembeheer PFAS is invulling De gemeente Waalwijk heeft de achtergrondwaarden van PFAS in haar eigen grondgebied bepaald en op basis daarvan Lokale Maximale Waarden vastgesteld, zie ook paragraaf 1.1.4. 1

Blad 11 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

gegeven aan het lokale beleid voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten binnen de provincie Noord-Brabant. Voor het toepassen van grond dient naast de toetsing op PFAS, separaat getoetst te worden aan de lokaal vastgestelde reguliere bodemkwaliteitskaart. In de onderhavige Nota bodembeheer worden Lokale Maximale Waarden zoals opgenomen in de Nota bodembeheer PFAS, op basis van de achtergrondwaarden zoals bepaald in de Bodemkwaliteitskaart PFAS, vastgelegd. Bij het vaststellen van deze Nota stelt de gemeente tevens de basis voor de Lokale Maximale Waarden vast, namelijk de Bodemkwaliteitskaart PFAS.

1.1.2

Achtergrondwaarden PFAS Uit het rapport van de bodemkwaliteitskaart PFAS blijkt dat alle gemeten waarden (P80) van PFOS, PFOA, GenX en de overige PFAS lager zijn dan de normen voor de klasse landbouw/natuur uit het Handelingskader van december 2021. Hierbij is onderscheid gemaakt in bovengrond (00,5 m -maaiveld) en ondergrond (0,5-2,0 m -maaiveld). Tabel 2: Berekende ontgravingskwaliteit op basis van de P80, PFAS in de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) in µg/kg d.s. m-mv betekent meter onder maaiveld Zonenaam

PFOS

PFOA

Overige PFAS

GenX

Bovengrond

0,6

0,7

0,1

0,1

Ondergrond

0,2

0,3

0,1

0,1

Voldoet aan de maximale waarde voor landbouw/natuur uit het Handelingskader PFAS (dec 2021) Voldoet aan de maximale waarde voor wonen/industrie uit het Handelingskader PFAS (dec 2021)

De deelnemende gemeenten aan de PFAS Bodemkwaliteitskaart hanteren derhalve de maximaal geldende toepassingsnorm voor de klasse landbouw/natuur als maximale toepassingskwaliteit voor PFAS-houdende grond, naar aanleiding van de oproep van de minister voor milieu en wonen. In de kamerbrief van 29 november 2019 (IenW/BSK-2019/251123) (laatste alinea pagina 2) roept de Minister van milieu en wonen, gemeenten op om de landelijke achtergrondwaarden als minimum waarden te hanteren, ook als lokaal lagere waarden zijn gemeten. Dit is ook benoemd in het Model Beleid toepassen PFAS houdende grond en baggerspecie voor gemeenten (kenmerk 1248710-044 C04).

1.1.3

Lokale Maximale Waarden PFAS Aangezien de berekende P80-waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor de klasse landbouw/natuur, hebben de samenwerkende omgevingsdiensten van de provincie Noord-Brabant ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen voor landbouw/natuur uit het vigerende landelijke beleid (Handelingskader PFAS, dan wel Regeling bodemkwaliteit) zolang deze een verruiming bieden ten opzichte van de berekende achtergrondwaarden. In tabel 3 zijn de huidig geldende toepassingsnormen uit het Handelingskader PFAS (versie december 2021) aangegeven. Indien op een later tijdstip nog nieuwe toepassingsnormen worden gepubliceerd welke boven de berekende achtergrondwaarden liggen, dan wel in een nieuw Handelingskader PFAS, dan wel als onderdeel van het generieke bodembeleid vanuit het rijk, worden deze toepassingsnormen gehanteerd.

Blad 12 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Tabel 3: Maximale toepassingsnormen voor PFAS in de bovengrond (0,0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) in µg/kg d.s. boven en onder grondwaterniveau en buiten grondwaterbeschermingsgebieden* Kwaliteitsklasse

PFOA

Overige PFAS (inclusief PFOS en GenX)

Landbouw/natuur

1,9

1,4

Wonen

7,0

3,0

Industrie

7,0

3,0

* Voor de toepassingseisen in de gemeente Waalwijk en binnen projectgebied GOL/Haven Acht in de gemeente Waalwijk wordt verwezen naar paragraaf 1.1.4.

De kwaliteit van de toe te passen partij is afhankelijk van de strengste van de twee: de bodemfunctie van de toepassingslocatie en de actuele ontgravingskwaliteit van de toepassingslocatie. Uit de bodemkwaliteitskaart PFAS van de deelnemende gemeenten in de provincie Noord-Brabant blijkt dat in het gehele beheergebied de ontgravingsklasse landbouw/natuur van toepassing is. De toepassingsnorm voor de klasse landbouw/natuur is derhalve de maximale toepassingskwaliteit. Dit geldt zowel voor de bovengrond als voor de ondergrond. Met het oog op het beschermen van de drinkwaterkwaliteit gelden binnen grondwaterbeschermingsgebieden afwijkende normen ten opzichte van tabel 3. Hiertoe dient de vigerende provinciale milieuverordening dan wel omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant gehanteerd te worden. Voor de actuele regels omtrent het toepassen van partijen grond met PFAS wordt verwezen naar de vigerende regelgeving van de provincie. Meer over toepassen van grond en baggerspecie binnen grondwaterbeschermingsgebieden is opgenomen in hoofdstuk 7 in deel 2 van deze Nota.

1.1.4

PFAS in Waalwijk De gemeente Waalwijk heeft voor haar grondgebied de achtergrondwaarden voor de stofgroep PFAS bepaald en daarop Lokale Maximale Waarden gebaseerd. Daarnaast heeft de gemeente voor het projectgebied Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL)/Haven Acht een bodemkwaliteitskaart opgesteld. De LMW’s (Lokale Maximale Waarde) van dit projectgebied zijn vastgelegd in het Addendum op de Nota bodembeheer. In dit Addendum is ook een Erratum opgenomen met betrekking tot volkstuincomplexen in de gemeente Waalwijk. De onderbouwing en het beleid omtrent PFAS in de gemeente Waalwijk is beschreven in de volgende documenten:  ‘Rapport Achtergrondwaarden PFAS Gemeente Waalwijk’, kenmerk 0459526.100, d.d. 18 december 2020, revisie 01, door Antea Group;  ‘Rapport Achtergrondwaarden PFAS Gol en Haven Acht te Waalwijk’, kenmerk 0471368.100, d.d. 18 augustus 2021, door Antea Group;  ‘Addendum op de Nota bodembeheer, Gemeente Waalwijk’, kenmerk 0471368.100, d.d. 18 augustus 2021, door Antea Group. Naar verwachting worden het addendum en de bodemkwaliteitskaart voor het gebied GOL en Haven Acht in februari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Waalwijk. Uit het rapport Achtergrondwaarden PFAS blijkt dat de ontgravingskwaliteit in de gemeente Waalwijk voldoet aan de klasse landbouw/natuur zoals beschreven in het Handelingskader PFAS (versie december 2021).

De hieruit volgende LMW’s zijn beschreven in het Rapport Achtergrondwaarden PFAS en zijn hieronder in de tabel samengevat. Uitzondering op deze toepassingseisen wordt gevormd door het projectgebied GOL/Haven Acht, zie onder.

Blad 13 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Tabel 4: Lokale Maximale Waarden en toepassingsnormen voor PFAS binnen het beheergebied van de gemeente Waalwijk in µg/kg d.s., conform het Handelingskader PFAS versie december 2021* Zonenaam

Bodemfunctie

PFOS

PFOA

Overige PFAS

Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau 1 – Bovengrond Waalwijk

2 - Ondergrond Waalwijk

landbouw/natuur

1,4

1,9

1,4

Wonen en industrie

3

7

3

landbouw/natuur, Wonen en industrie

1,4

1,9

1,4

* Indien op een later tijdstip nieuwe toepassingsnormen voor de klasse landbouw/natuur worden gepubliceerd in een nieuw Tijdelijk of Definitief handelingskader PFAS dan wel door verankering in het Besluit bodemkwaliteit, dan worden deze nieuwe normen gehanteerd.

In het rapport Achtergrondwaarden PFAS is aangegeven welke bodemfunctie is toebedeeld aan welke locaties in de gemeente Waalwijk. In gebieden met bodemfunctie wonen en industrie kan mag in principe uitsluitend grond worden toegepast dat afkomstig is uit de gemeente Waalwijk, tenzij anders bepaald door de gemeente. Lokale Maximale Waarden GOL/Haven Acht Binnen het beheergebied is het projectgebied GOL/Haven Acht uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart PFAS. Het betreft hierbij het gebied zoals weergegeven in figuur 2. Voor dit gebied zijn recentelijk de achtergrondwaarden van PFAS bepaald (‘Rapport Achtergrondwaarden PFAS GOL en Haven Acht te Waalwijk’, kenmerk 0471368.100, d.d. 18 augustus 2021, door Antea Group). Dit rapport dient als onderbouwing voor de Lokale Maximale Waarden binnen het projectgebied.

Figuur 2: Projectgebied GOL/Haven Acht

Aangezien berekende waarden voor de andere PFAS dan PFOS in de bovengrond lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor wonen/industrie, maar hoger dan de klasse landbouw/natuur, wordt aangesloten bij de normen uit het Handelingskader PFAS (versie december 2021). Voor PFOS worden Lokale Maximale Waarden vastgesteld die afwijken van de normen zoals in het Handelingskader PFAS (versie december 2021). Voor de ondergrond zijn de normen voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur van toepassing.

Blad 14 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De resulterende LMW’s zijn aangegeven in tabel 5. Er wordt onderscheid gemaakt in drie zones in de bovengrond (0-0,5 m -maaiveld) en één zone voor de ondergrond (0,5-2,0 m -maaiveld). De zonering van de bovengrond is weergegeven in figuur 3. Tabel 5: Lokale Maximale Waarden en toepassingsnormen voor PFAS binnen projectgebied GOL/Haven Acht in µg/kg d.s., conform het Handelingskader PFAS (versie december 2021)* Zonenaam

PFOS

PFOA

Overige PFAS

Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau 1 - Bovengrond GOL/Haven 8

10,1

7

3

2 - Bovengrond GOL/Haven 8

7,2

7

3

3 - Bovengrond GOL/Haven 8

3,8

7

3

4 - Ondergrond GOL/Haven 8

1,4

1,9

1,4

* Indien op een later tijdstip ruimere toepassingsnormen voor worden gepubliceerd in een nieuw Tijdelijk of Definitief handelingskader PFAS dan wel door verankering in het Besluit bodemkwaliteit, dan worden deze nieuwe normen gehanteerd.

Figuur 3: Zone-indeling (geel = zone 1, roze = zone 2, blauw = zone 3, grijs = uitgesloten)

1.2

Lokale maximale waarden PCB voor gemeente Heusden Met de introductie van het Besluit bodemkwaliteit in 2008 werden de regels voor grondverzet en het stoffenpakket gewijzigd. Stoffen als barium, kobalt, molybdeen en som PCB’s werden toegevoegd. Na het toevoegen van deze stoffen aan het stoffenpakket bleek uit de tussentijdse resultaten dat PCB bepalend is voor de kwaliteit van de zone. Oorzaken bleek de hoge rapportagegrens van de lab-resultaten en de rekenregels waarmee getoetst werd in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Het kwam hierdoor voor dat een relatief schone zone de klasse industrie toegewezen kreeg, terwijl er slechts geringe gehalten aan PCB’s aanwezig waren. Om dit probleem tegen te gaan, heeft de gemeente Heusden gebiedsspecifiek beleid opgesteld.

Blad 15 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De lokale achtergrondwaarde van PCB’s binnen de gemeente zijn 2,5 maal de kwaliteitseis behorende bij de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur, oftewel 0,05 mg/kg ds. De lokale achtergrondwaarde wordt gehanteerd bij de toepassing van de bodemkwaliteitskaart en bij partijkeuringen. De vrijkomende bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv.) kan worden toegepast als zijnde achtergrondwaardenkwaliteit op basis van de ontgravingskaart van 2016. Dit is mogelijk door de uitzonderingsregel die in lid 4 van artikel 4.2.2. van de Regeling bodemkwaliteit is opgenomen: dit lid stelt dat de bodem, een partij grond of een partij baggerspecie nog in de klasse AW2000 valt indien slechts een beperkt aantal van de onderzochte stoffen de achtergrondwaarde overschrijdt. Vrijkomende ondergrond (traject 0,5 - 2,5 m -mv.) van kwaliteit achtergrondwaarden kan op basis van het gehalte PCB als klasse industrie worden toegepast.

Blad 16 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

2

Afwijkend percentage bijmengingen

2.1

Wettelijk kader In artikel 34 van het Besluit bodemkwaliteit en in het tweede lid van artikel 1.1 van de Regeling bodemkwaliteit (geldig voor inwerkingtreding van de Omgevingswet) en artikel 4.1271 van het Bal (geldig na inwerkingtreding van de Omgevingswet) is bepaald dat grond en baggerspecie niet meer dan 20 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal, bestaande uit stenige of houtige materialen zoals puin of boomwortels mogen bevatten, mits deze voorafgaand aan de ontgraving al in de bodem zaten en niet opzettelijk zijn toegevoegd. Andere soorten bodemvreemd materiaal zoals bijvoorbeeld plastic, glas of piepschuim mogen slechts sporadisch voorkomen. Een partij met dergelijke bijmengingen mag uitsluitend worden toegepast indien de bijmengingen sporadisch voorkomen én als de bijmengingen voorafgaand aan het ontgraven al in de grond of baggerspecie aanwezig waren, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond of baggerspecie wordt verwijderd voordat het wordt toegepast2. Het bijmengen met bodemvreemde materialen voorafgaande aan de toepassing is niet toegestaan. Het is onder bepaalde omstandigheden, zoals in een woonwijk of voor verkoop van gronden vaak niet wenselijk dat er (veel) bijmengingen in de bovengrond aanwezig zijn. Dit percentage kan desgewenst door het bevoegd gezag om milieuhygiënische redenen lager worden vastgesteld.

Ook mogen regels worden gesteld aan de soorten bodemvreemd materiaal in grond of baggerspecie. Het voornemen van de deelnemende gemeenten is om verslechtering van de algemene bodemkwaliteit in het gebied te voorkomen. Gemeente Altena hanteert een afwijkende regel voor het percentage bodemvreemd materiaal in toe te passen grond in gebieden met de functie landbouw, natuur en wonen. De gemeenten Gilze-Rijen, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Zundert Etten-Leur, Heusden, Goirle, en Rucphen hanteren voor de functie wonen een afwijkende regel. De overige deelnemende gemeenten hanteren het generieke beleid voor het percentage bijmengingen.

2.2

Lokaal alternatief percentage bijmengingen De gemeente Altena stelt het volgende vast: in gebieden binnen het beheergebied met de bodemfunctieklasse landbouw, natuur en wonen, mogen partijen worden toegepast met een maximaal percentage aan bijmengingen met steenachtig materiaal of hout van 5% (gewichtsprocent) indien dit materiaal vóór het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was. De gemeenten Gilze-Rijen, Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Halderberge, Etten-Leur, Heusden, Goirle, Zundert en Rucphen stellen vast dat voor toe te passen grond in gebieden met de functie wonen een maximaal percentage aan bijmengingen met steenachtig materiaal of hout aan van 5% (gewichtsprocent) indien dit materiaal vóór het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was. Voor de overige functies wordt aangesloten op het maximumpercentage van 20 gewichtsprocent zoals opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit en artikel 4.1271 van het Bal.

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-bagger-alg/faq/zit-toegestane/ en https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/toepassen-grond-baggerspecie/inhoudelijke-voorschriften/ 2

Blad 17 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De overige deelnemende gemeenten hanteren het generieke beleid van 20% (gewichtsprocent) voor bijmengingen met steenachtig materiaal of hout voor alle bodemfuncties, indien dit materiaal vóór het ontgraven of bewerken al in de grond aanwezig was. Een partij met een hoger percentage bijmenging meer dan de hierboven genoemde gewichtspercentages, mag niet toegepast worden. Dit geldt dus ook voor andere initiatiefnemers dan de gemeente die grond in gebieden met een functie landbouw, natuur en wonen toepassen. Onder bodemvreemde materialen waar bovenstaande percentages voor gelden worden uitsluitend houtige en stenige bijmengingen verstaan. Plastics mogen slechts sporadisch voorkomen. De eigenaar van de toepassingslocatie kan aanvullende eisen aan de fysieke kwaliteit van toe te passen grond stellen. In dat geval dient dit privaatrechtelijk te worden vastgesteld.

Blad 18 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

3

Erkenning bodemkwaliteitskaarten De vigerende bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten van het beheergebied (zie figuur 1) worden door alle deelnemende gemeenten geaccepteerd als bewijsmiddel, onder de geldende voorwaarden die zijn beschreven in deze Nota. In deze Nota zijn een nieuwe functiekaart en gebiedsspecifieke toepassingskaart opgenomen (bijlagen 2 en 3).

Blad 19 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

4

Bodemfunctieklassenkaart

4.1

Algemeen Iedere gemeente is verplicht om voor haar beheergebied een functiekaart vast te stellen. De bodemfunctiekaart is een weergave van het huidige, en eventueel toekomstige, gebruik van de landbodem. Bij het toekennen van een functieklasse wordt onderscheid gemaakt in:  Gebieden met de bodemfunctieklasse wonen;  Gebieden met de bodemfunctieklasse industrie;  Gebieden met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur (artikel 5.89p Bkl)  Overige gebieden (deze gebieden zijn niet ingedeeld in de bodemfunctieklasse landbouw, natuur, wonen of industrie).

Figuur 4: Functieklassen voor landbodem

De bodemfunctieklassen landbouw/natuur, wonen en industrie zijn een clustering van in totaal zeven verschillende bodemfuncties. Deze bodemfuncties zijn weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Clustering bodemfuncties tot bodemfunctieklassen

Bodemfuncties 1. Moes- en volkstuinen 2. Natuur 3. Landbouw 4. Wonen met tuin 5. Plaatsen waar kinderen spelen 6. Groen met natuurwaarden 7. Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Bodemfunctieklassen Landbouw/natuur

Wonen* Industrie**

*

De functieklasse wonen omvat die bodemfuncties waarbij sprake kan zijn van veel bodemcontact en een beperkte gewasconsumptie. Hierbij moet worden gedacht aan een gewasconsumptie uit eigen tuin van rond de 10% van de totale gewasconsumptie. Wordt verwacht dat een grotere gewasconsumptie plaatsvindt, dan moet worden gekozen voor de functieklasse landbouw/natuur. ** Onder de functieklasse industrie vallen de minst kwetsbare bodemfuncties, met andere woorden die bodemfuncties waarbij sprake is van weinig bodemcontact en geen gewasconsumptie (bijvoorbeeld terreinen voor sport en recreatie).

Uitgesloten gebieden Uitgesloten gebieden zijn aangegeven op de functiekaart en de ontgravingskaart. Wateren en waterbodems zijn in elk geval uitgesloten en zijn als water aangegeven op de kaart. Aan uitgesloten gebieden is geen functieklasse toegekend. Derhalve zijn deze gebieden als grijze vlek (‘overig’) op de functiekaart aangegeven. Omgang met tussentijdse functiewijzigingen Als gevolg van een wijziging in het bestemmingsplan in het kader van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro), kan de functie van een locatie wijzigen. De Omgevingswet vervangt op het moment van intreden de Wro. Als gevolg van een functiewijziging kan het voorkomen dat de functieklasse, zoals aangegeven op de functieklassenkaart, niet meer correspondeert met de actuele functie van de locatie. Dit zou in theorie kunnen leiden tot verkeerde afwegingen bij het

Blad 20 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

toepassen van grond (of baggerspecie) volgens het generieke kader. Kleine wijzigingen van het bestemmingsplan, zoals betreffende een enkel perceel, worden i.v.m. versnippering niet altijd doorgevoerd op de bodemfunctiekaart. In het bestemmingsplan dan wel omgevingsplan wordt in dat geval opgenomen wat de toepassingskwaliteit is voor die locatie. Door de gemeenten wordt éénmaal per vijf jaar nagegaan of het noodzakelijk is om de functiekaart aan te passen en opnieuw vast te stellen. Bij voorkeur wordt bij het wijzigen van de functie van een locatie in het omgevingsplan, deze wijziging ook direct doorgevoerd op de bodemfunctieklassenkaart.

4.2

Omgevingswet Op grond van artikel 5.89p van het Bkl is een gemeente ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet verplicht over een bodemfunctieklassenkaart te beschikken. In artikel 3.5 van de Aanvullingswet bodem is bepaald dat een bodemfunctieklassenkaart die onder artikel 55 van het Besluit bodemkwaliteit (oud) door de gemeente is vastgesteld, van rechtswege in het tijdelijk deel van het omgevingsplan terecht komt. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen bodemfunctieklassenkaarten naar verwachting onder meer worden gebaseerd op de visiekaart(en) van de gemeente/regio. Een visiekaart is een samenvatting van de gewenste en geplande ontwikkelingen op een bepaald thema, weergegeven op een kaart, die later door vertaald worden naar doelen; die beschreven worden in het omgevingsprogramma. Functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen kunnen zo hun doorwerking vinden in de bodemfunctieklassenkaart.

4.3

Lokaal beleid wegen en wegbermen buitengebied De deelnemende gemeenten hebben voor de wegen en wegbermen van doorgaande wegen in het buitengebied bepaald hoe van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor de milieuverklaring bodemkwaliteit gebruik gemaakt kan worden. Dit beleid houdt in:  De wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen worden apart gezoneerd;  De wegen en wegbermen doorgaande wegen en spoorwegen krijgen de functie industrie toegewezen;  De wegen en wegbermen van doorgaande wegen en spoorwegen krijgen voor de bovengrond (traject 0,0-0,5 m -mv.) de ontgravingskwaliteitskwaliteit industrie toegewezen. Met doorgaande wegen wordt bedoeld: wegen met een snelheidslimiet van minimaal 80 km/u.

4.4

Actualisatie van de bodemfunctieklassenkaart De bodemfunctieklassenkaart van de deelnemende gemeenten is, tezamen met de vernieuwing van het regionale bodembeleid zoals beschreven in deze Nota, geactualiseerd. Hierin is vooruitlopend op de Omgevingswet, naast de functieklassen wonen en industrie tevens onderscheid gemaakt in de functies ‘natuur’ en ‘landbouw’. Als bron voor het aanduiden van natuurgebieden is gebruik gemaakt van de beheergebieden van de verschillende natuurbeheerders in de regio, te weten Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Brabants Landschap. Functiewijzigingen naar aanleiding van (geplande) ontwikkelingen zijn ook direct doorgevoerd op de functiekaart.

Blad 21 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

5

Gebiedsspecifieke toepassingseisen

5.1

Onderbouwing Het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit stelt dat de kwaliteitsklasse van een toe te passen partij grond of baggerspecie wordt bepaald door zowel de kwaliteitsklasse als de bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem. Daar waar beide klassen niet met elkaar overeenkomen, kunnen knelpunten ontstaan voor grondverzet. Valt bijvoorbeeld in een bepaalde zone de vrijkomende grond in een slechtere klasse dan de functie die de zone bekleed, dan mag de grond niet opnieuw binnen dezelfde zone worden toegepast. Om extra ruimte te creëren voor grondverzet is door de deelnemende gemeenten gekozen om gebiedsspecifiek beleid op te stellen. Het belangrijkste uitgangspunt van dit beleid is dat de kwaliteit van de bodem wordt afgestemd op het gebruik van de bodem. Dit wil zeggen dat partijen grond op die plaats mogen worden toegepast waar deze de minste risico's opleveren voor de gebruiker. Het gebiedsspecifieke beleid is nader uitgewerkt in deel 2 van deze Nota. In verband met het 'standstill-principe' gelden de in deze paragraaf beschreven gebiedsspecifieke toepassingseisen alleen voor partijen grond die binnen het beheergebied (zie figuur 1) vrijkomen en opnieuw worden toegepast.

Dit betekent dat bij het toepassen van partijen grond die van buiten het beheergebied worden aangevoerd, dan wel bij het toepassen van partijen baggerspecie, altijd van de generieke toepassingseisen (deel 3 van deze Nota) moet worden uitgegaan. Met het toepassen van partijen baggerspecie wordt hierin niet het verspreiden van baggerspecie op de kant (bij onderhoud van watergangen) of het verwerken in een weilanddepot bedoeld.

5.2

Uitwerking gebiedsspecifiek beleid De deelnemende gemeenten hebben ervoor gekozen om gebiedsspecifiek beleid uit te werken. De volgende scenario’s zijn besproken: Scenario 1: functiekaart = toepassingskaart Scenario 2: functiekaart = toepassingskaart, maar max. 'wonen' Scenario 3a: aanwijzen gebieden die mogen aansluiten bij de functieklasse Scenario 3b: aanwijzen gebieden met maximaal functieklasse 'wonen' Scenario 4: hergebruik binnen dezelfde zone toestaan Scenario 1: functiekaart = toepassingskaart De kwaliteit van de ontvangende bodem wordt buiten beschouwing gelaten. Bij het beoordelen of een partij grond mag worden toegepast, wordt alleen naar de functieklasse van de toepassingslocatie gekeken. Dit betekent dat in gebieden met de functieklasse wonen, de kwaliteitsklasse wonen mag worden toegepast en in gebieden met functieklasse industrie, de kwaliteitsklasse industrie. Scenario 2: functiekaart = toepassingskaart, maar max. klasse wonen Net als bij scenario 1, wordt ook hier de kwaliteit van de ontvangende bodem buiten beschouwing gelaten. Het verschil is echter dat in zowel de gebieden met de functieklasse wonen

Blad 22 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

als de functieklasse industrie een bovengrens wordt gesteld aan de kwaliteitsklasse grond die mag worden toegepast, namelijk de klasse wonen. Scenario 3a: aanwijzen gebieden die mogen aansluiten bij de functieklasse Dit scenario is een afgeleide van scenario 1, met dit verschil dat niet voor de gehele gemeente de functiekaart als toepassingskaart wordt aangehouden, maar dat bepaalde gebieden worden aangewezen waarvoor alleen naar de functieklasse van de toepassingslocatie hoeft te worden gekeken. Scenario 3b: aanwijzen gebieden met maximaal functieklasse wonen Dit scenario is een afgeleide van scenario 2, met dit verschil dat bepaalde gebieden worden aangewezen waarvoor kwaliteitsklasse wonen als bovengrens geldt voor de toe te passen partij grond. Scenario 4: hergebruik binnen dezelfde zone toestaan Op enkele locaties in de regio doet zich de situatie voor dat de grond die op een locatie vrijkomt, ter plaatse niet opnieuw mag worden toegepast. Dit omdat de functieklasse van de ontvangende bodem in een strengere klasse valt. Het behoort tot de mogelijkheden om het opnieuw in dezelfde zone toepassen van de grond toe te staan mits dit geen risico's oplevert voor de specifieke functie die de bodem vervult. Keuze van de regio: scenario 2, functiekaart = toepassingskaart, max.

klasse wonen Bij het toepassen van grond wordt de kwaliteit van de ontvangende bodem buiten beschouwing gelaten. Bij het beoordelen of een partij grond mag worden toegepast, wordt alleen naar de functieklasse van de toepassingslocatie gekeken. Echter, in zowel de gebieden met de functieklasse wonen als de functieklasse industrie geldt een bovengrens aan de kwaliteitsklasse grond die mag worden toegepast, namelijk de klasse wonen. De wegen en wegbermen buiten de bebouwde kom zijn hiervan uitgezonderd. Hiervoor is namelijk apart beleid geformuleerd (zie hoofdstuk 4 in deel 1 van deze Nota). Het bovenstaande betekent dat bij het beoordelen of een partij grond mag worden toegepast, de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem buiten beschouwing wordt gelaten. Er wordt in dat geval alleen naar de functieklasse van de toepassingslocatie gekeken. Door het stellen van deze bovengrens wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit ter plaatse van industriegebieden in die mate afneemt, dat dit in de toekomst een belemmering zou kunnen vormen. Bijvoorbeeld wanneer één van deze gebieden wordt heringericht tot woonwijk of anderszins gevoeligere gebruiksfuncties. De deelnemende gemeenten creëren hierdoor meer afzetmogelijkheden voor partijen grond met de kwaliteitsklasse wonen.

Dit geldt niet alleen voor partijen grond afkomstig uit de eigen gemeente maar ook voor partijen grond afkomstig uit het gehele beheergebied. Enkele gemeenten hebben in plaats van scenario 2 gekozen voor een ander scenario of hanteren een ander scenario voor een deel van het grondgebied. In de onderstaande tabel is weergegeven welke keuzes door de deelnemende gemeenten gemaakt zijn:

Blad 23 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

Tabel 7: Gekozen scenario per gemeente

Gemeente Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Breda

Gekozen scenario 2 2 2 2

Dongen Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Gilze-Rijen Goirle Halderberge Heusden Hilvarenbeek Loon op zand Moerdijk Oisterwijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Waalwijk

2 2 2 en 3a 2 3b 2 2 2 en 3a 2 2 2 en 3a 2 2 2 en 3a 3b 2 2 3a, en 4

Woensdrecht Zundert

3b 2 en 4

Uitzonderingen

Uitzondering: kwaliteit industrie toepassen indien de functie industrie is en de ontvangende grond ook deze klasse heeft.

Vosdonk en Zwartenberg Haansberg, Broekakkers en Midden Brabant Poort

Industriegebied Groenewoud 1 & 2

Logistiek Park Moerdijk

Borchwerf II veld B Nijverhei Op industriegebieden Maasoever, Scharlo, gebied GOL/Haven 8 en zone ‘industrie na 1970 opgehoogd’ mag grond van kwaliteit industrie worden toegepast. Hergebruik binnen zone 'Bebouwing na 1945-opgehoogd' (bovengrond) is mogelijk. De Kooi en Driehoeven (Voormalige) tuinderslocaties en boomkwekerijen

* Voor alle scenario’s geldt de uitzondering: de toepassingseis voor toepassingen in wegen en wegbermen is klasse industrie, zoals beschreven in paragraaf 4.3 en hoofdstuk 9 van deze Nota. Gemeenten Roosendaal, Heusden, Etten-Leur en Moerdijk De gemeenten Roosendaal, Heusden, Etten-Leur en Moerdijk hebben de keuze gemaakt om enkele industriegebieden die ‘altijd industriegebied blijven’ (Borchwerf II veld B, Groenewoud 1 & 2, Vosdonk, Zwartenberg en Logistiek Park Moerdijk) aan te wijzen als uitzondering. Op deze locaties mag conform de bodemfunctie worden toegepast. Dit betekent dat binnen deze industriegebieden grond tot en met de kwaliteitsklasse industrie mag worden toegepast (scenario 3a). De gemeente Heusden voegt aan het bovengenoemde toe dat grond van de kwaliteitsklasse Industrie dat wordt toegepast binnen industriegebied Groenewoud 1 & 2 afkomstig dient te zijn uit:  Project Gebiedsontwikkeling Oostelijke Langstraat (GOL); of  Het grondgebied van de gemeente Heusden. Gemeente Breda De gemeente Breda staat toe dat grond van de kwaliteitsklasse industrie afkomstig uit het beheergebied mag worden toegepast mits aan de beide volgende voorwaarden wordt voldaan:

Blad 24 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De ontvangende bodem van de toepassingslocatie heeft minimaal de kwaliteitsklasse industrie. Om dit aan te tonen is een bewijsmiddel zoals in hoofdstuk 20 in deel 3 van deze Nota is beschreven, vereist; De toepassingslocatie is op de functiekaart aangewezen als functie industrie.

Gemeenten Gilze-Rijen, Rucphen en Woensdrecht De gemeenten Gilze-Rijen, Rucphen en Woensdrecht hebben enkele industriegebieden aangewezen waar grond tot en met de kwaliteitsklasse wonen mag worden toegepast (ongeacht de actuele kwaliteit van de ontvangende bodem). Gemeente Waalwijk De gemeente Waalwijk heeft een aantal gebieden uitgezonderd van de regel ‘maximaal klasse wonen toepassen’. Dit betreft:  Industrieterrein Maasoever;  Industrieterrein Scharlo;  Zone ‘industrie na 1970 opgehoogd’ (gebied tussen de Sluisweg en de industrieweg).  Projectgebied GOL/Haven Acht. Ter plaatse van deze gebieden mogen partijen van de kwaliteitsklasse industrie worden toegepast. Daarnaast is een uitzonderingsregel ingesteld voor de grond die vrijkomt uit de bodemlaag 0-0,5 m -mv. ter plaatse van de zone 'Bebouwing na 1945-opgehoogd'. Deze grond wordt geclassificeerd als industrie. Om de afzetmogelijkheden voor klasse industrie binnen de gemeente Waalwijk te verruimen, mag de in deze zone vrijkomende bovengrond opnieuw binnen dezelfde zone worden toegepast. Aan deze toepassing worden de volgende twee voorwaarden gesteld: 1. De grond moet afkomstig zijn uit de bovengrond (0-0,5 m -mv.); en 2. De vrijkomende grond mag alleen opnieuw binnen de zone worden toegepast in de openbare weg en/of in de groenstroken.

Gemeente Zundert Voor de binnen de gemeente Zundert aangewezen voormalige intensief gebruikte tuinderslocaties en boomkwekerijen (scenario 4) is het uitgangspunt dat grond binnen deze zone c.q. locaties uitwisselbaar is met als bovengrens klasse industrie voor de specifiek in die zone voorkomende parameters (bestrijdingsmiddelen). Gebruiksrisico’s Het Besluit bodemkwaliteit schrijft voor dat bij het opstellen van gebiedsspecifiek beleid een risicobeoordeling moet worden uitgevoerd. Dit om uit te sluiten dat de gekozen lokale maximale waarden, en de bijbehorende toegestane verslechtering van de bodemkwaliteit, geen belemmeringen oplevert voor het specifieke gebruik van de bodem ter plaatse. Deze risicobeoordeling moet worden uitgevoerd met de applicatie Risicotoolbox. Deze applicatie berekent voor de lokale maximale waarden de eventuele risico´s voor de verschillende vormen van bodemgebruik. Omdat de gemeenten er gemiddeld voor hebben gekozen voor het aansluiten bij de functieklassen, waarbij:  De generieke maximale waarden als bovengrens worden gehanteerd en  De functieklassen worden aangehouden zoals weergegeven op de functiekaart, wordt een dergelijke risicobeoordeling met de Risicotoolbox niet noodzakelijk geacht. De

Blad 25 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

maximale waarden van de generieke functieklassen zijn namelijk al afgeleid van de meest gevoelige bodemfunctie. Door het aansluiten bij de functieklassen, worden derhalve geen gebruiksrisico´s verwacht.

5.3

Beleidsregel De gemeente, of de daartoe aangewezen instantie, toetst bij het ontvangen van de melding voor het toepassen van grond afkomst in haar beheergebied of aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1. De partij is afkomstig uit het beheergebied als aangegeven in figuur 1 van deze Nota. 2. De partij kan binnen het beheergebied van de deelnemende gemeenten uitsluitend worden toegepast op locatie als is voldaan aan de voorwaarden van het gekozen scenario van de gemeente als aangegeven in tabel 7 van deze Nota, waarbij de volgende scenario’s worden gehanteerd: a. scenario 1: functiekaart = toepassingskaart b. scenario 2: functiekaart = toepassingskaart, maar max. 'wonen' c. scenario 3a: aanwijzen gebieden die mogen aansluiten bij de functieklasse d. scenario 3b: aanwijzen gebieden met maximaal functieklasse 'wonen' e. scenario 4: hergebruik binnen dezelfde zone toestaan Aan de overige voorwaarden die gelden bij een melding van toepassen van grond moet worden voldaan. De toepassingseis voor toepassingen in wegen en wegbermen is klasse industrie, zoals beschreven in paragraaf 4.3 en hoofdstuk 9 van deze Nota.

Blad 26 van 92

Nota Bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 4 juli 2022 revisie 03 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

6

AW2000-grond toepassen op gevoelige bestemmingen

6.1

Aanleiding Toepassing van grond of baggerspecie op gevoelige bestemmingen moet met de grootste zorgvuldigheid gebeuren. Lokaal kunnen binnen het beheergebied van de gemeente gevoelige bestemmingen voorkomen. Onder gevoelige bestemmingen vallen speelterreinen, scholen, kinderopvang, volkstuin, terreinen met park en plantsoen, natuurgebieden, sportterreinen, terreinen met verblijfsrecreatie en dagrecreatie en terreinen voor vrije tijd. In bijlage 6 zijn de verschillende gevoelige bestemmingen nader toegelicht. In deze bijlage zijn de bronnen aangegeven waarmee bepaald kan worden of er op een locatie sprake is van een gevoelige bestemming. De bronnen (zoals de Basisregistratie Grootschalige Topografie) zijn openbaar beschikbaar en opvraagbaar. De gemeente draagt geen verantwoordelijkheid voor de volledigheid van deze bronnen. Derhalve is het aan de initiatiefnemer om voorafgaande aan de toepassing op een mogelijke gevoelige bestemming altijd contact op te nemen met de gemeente voor inzicht in de huidige situatie. De gemeente toetst bij de melding van de voorgenomen toepassing of er sprake is van een van deze bovenstaande bestemmingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1577/documents/17654