Bijlage Begroting 2025 VRMWB 2413390.pdf
Tekst van het document
In 2023 is gewerkt aan het herzien en beoordelen van de risico's in de financiële processen. Op basis van de risico's zijn, voor ieder belangrijk financieel proces, de interne controleprogramma's beoordeeld. Dit heeft geresulteerd dat bepaalde interne controles zijn aangevuld en uitgebreid. In 2024 is ingezet op de kwaliteitsverbetering van de tweede lijnscontrole. In 2025 verwachten wij dat de activiteiten, die uitgevoerd dienen te worden om de rechtmatigheidsverantwoording af te geven, ingebed zijn in onze dagelijkse werkzaamheden. Wet Open Overheid Het bestuur heeft vastgesteld dat een Woo-verzoek moet worden ingediend via het webformulier of via een brief aan de postbus van de veiligheidsregio. Daarnaast heeft het bestuur de wettelijke verplicht gestelde Woo-contactfunctionaris aangewezen. Hiermee voldoen we aan de eisen die per 1 mei 2022, zijn getreden. Voor de uitvoering van de Woo is een implementatieplan uitgewerkt en vastgesteld. In 2025 richten wij ons op het verder actief publiceren van documenten zodat wij in 2027 voldoen aan de wettelijke opgave. Voor de verbetering van de informatiehuishouding is een verbeterplan opgesteld. Uitvoering hiervan gebeurt onder toezicht van de archiefinspecteur en het provinciaal toezicht.
Voor 15 juli 2024 gaat een voortgangsrapportage (archiefbeheer, verbeterplan, voortgang en begeleidende brieven) naar het Algemeen Bestuur en Provincie. In 2024 richten wij ons op het implementeren van een document managementsysteemt (DMS) voor bijvoorbeeld het archiveren van digitale documenten. In 2025 zullen wij digitaal archiveren verder borgen in de werkprocessen.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
29
VRMWB | Titel
2
Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet open overheid (Woo) stelt standaarden verplicht. Die openheid maakt het mogelijk dat iedereen de standaarden kan gebruiken. Daarbij gaat het onder meer om standaarden voor digitale toegankelijkheid die voor onze organisatie betrekking hebben op onze website. De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen. Uit een in 2023 uitgevoerde verkenning komt naar voren dat de aanpassingen voor onze organisatie beperkt blijven tot het verbeteren van de digitale toegankelijkheid en de modernisering van de afhandeling van elektronisch bestuurlijk verkeer. Het gaat bij de Wmebv met name om het aanpassen van digitale kanalen zodat aan wettelijke eisen wordt voldaan. Dit wordt opgepakt in 2024 maar ook voor 2025 verwachten wij nog inspanning te leveren voor implementatie van deze wet.
2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals de VRMWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMU-saldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet Fido In de Wet Fido worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor de VRMWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2025 is gesteld op € 8,5 miljoen (8,2% van € 103,9 miljoen).
De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor de VRMWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2025 € 20,8 miljoen bedraagt (20% van € 103,9 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm. Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2023
Renteherzieningen (1) Betaalde aflossingen (2)
2024
2025
2026
2027
2028
0
0
0
0
0
0
3880
4932
5239
5875
6130
6860
Renterisico (1 + 2)
3880
4932
5239
5875
6130
6860
Renterisiconorm (20%)
20579
20785
20390
20686
21224
21652
Ruimte renterisiconorm
16699
15853
15152
14810
15094
14792
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
30
VRMWB | Titel
2
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2025 bedragen op basis van de bestaande leningenportefeuille € 789.339. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten. Renteschema 2025 (bedragen x 1.000) A
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
866
B
De externe rentebaten (idem)
250
-/-
Saldo rentelasten en rentebaten C1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
C2
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
C3
616 0
-/-
0
-/-
0
+/+
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
D1
Rente over eigen vermogen
0
+/+
D2
Rente over voorzieningen
0
+/+
E
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
0
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
616
Renteresultaat op het taakveld Treasury
0
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de BNG werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt een rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier wordt een rekeningcourant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën. Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2025 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 29,7 miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2025 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
31
VRMWB | Titel
2
opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2025 tot en met 2028.
2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: • • • •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; Een inventarisatie van de risico’s; Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Een aantal verplichte financiële kengetallen
In de begroting zijn in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt, vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogens risicobeheersing, gerapporteerd over de risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2024, bij het opstellen van de begroting 2025) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit: Risico Risico
Score Kans Gemiddelde Score Kans financiële Gemiddelde impact financiële impact
Vrijwilligheid Vrijwilligheid Informatieveiligheid Informatieveiligheid Continuïteit OIV IT infrastructuur Continuïteit OIV IT infrastructuur Tweede loopbaanbeleid Tweede loopbaanbeleid Omgevingswet Omgevingswet Wet Normalisering Rechtspersoon Ambtenaren Wet Normalisering Rechtspersoon Ambtenaren Verplichtend karakter Verplichtend karakter Stijgende prijsontwikkeling Stijgende prijsontwikkeling Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten’ Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten’ Safety Village Safety Village Aansprakelijkheid niet verzekerbare risico's Aansprakelijkheid verzekerbare risico's Totaal benodigde niet weerstandscapaciteit Totaal benodigde weerstandscapaciteit
3 33 33 33 33 33 33 33 33 3 ntb 2 ntb 2
75% € 75% € € 75% 75% € 75% 75% € 75% 75% € € 75% 75% € € 75% 75% € € 75% 75% € 75% 75% € 75% 75% € ntb ntb 50% € 50% €
1.750.000 € 1.750.000 € € 900.000 900.000 € PM PM € 800.000 800.000 € € 320.000 320.000 € € 1.250.000 1.250.000 € € 1.500.000 1.500.000 € PM PM 400.000 € 400.000 € PM PM € 400.000 400.000 € € €
Benodigd Benodigd weerstandsweerstandscapaciteit capaciteit 1.312.500 1.312.500 675.000 675.000 PM 600.000PM 600.000 240.000 240.000 937.500 937.500 1.125.000 1.125.000 PM 300.000PM 300.000 PM 200.000PM 200.000 5.390.000 5.390.000
Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.390.000,-.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
32
VRMWB | Titel
2
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de nog niet ingevulde begrotingsruimte en een post onvoorzien. Veiligheidsregio MWB rekent alleen de bestemmingsreserve Crisis en Calamiteiten tot de weerstandscapaciteit. Deze reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige reserves worden niet meegerekend tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend. Veiligheidsregio MWB kent geen algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen:
Beschikbare weerstandscapaciteit: € 1.611.576 ------------------------------------------------------------- = 0.30 Benodigde weerstandscapaciteit: € 5.390.000
De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2024 licht gedaald en bedraagt € 5.390.000. Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/ € 5.390.000) is hierdoor ten opzichte van de begroting 2024 licht gestegen en bedraagt 0,30 (was 0,26). Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn, met een ratio weerstandsvermogen van 0,30, beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Dit is een logisch gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur (besluit maart 2012) om geen algemene reserve aan te houden. In 2024 hebben we ons beleid en kaders op risicomanagement verder uitgewerkt in een nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen en leggen deze ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur. In dit beleid hebben we ook kaders en afspraken vastgelegd voor de vorming van een algemene reserve en de voeding ervan. Vooralsnog dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om de risico’s van de Veiligheidsregio op te vangen die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen.
Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten. Inventarisatie risico’s Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crisissen zoals de oorlog in Oekraïne en de hierdoor stijgende gasprijzen tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering en de uitvoering van het werk.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
33
VRMWB | Titel
2
Zoals alle organisaties hebben wij ook te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen zijn diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd die zich voor kunnen doen maar die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we (voor zover mogelijk) maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden. Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s per februari 2024 nader toe.
Vrijwilligheid Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben structureel 30-50 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers wordt steeds problematischer. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers heeft continu aandacht. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de Veiligheidsregio. We denken na over kortere opleidingstrajecten en geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel. Daarnaast ontwikkelen we een visie op toekomstbestendige brandweerzorg, waarin we ook rekening houden met scenario’s dat een aantal posten in de toekomst niet voldoende vrijwilligers meer heeft om de benodigde paraatheid te leveren en dreigen daardoor niet levensvatbaar te zijn. Verplichtend karakter Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie hebben wij ook de maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden.
In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband. In 2022 is, vooruitlopend op de landelijke ontwikkelingen, geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde dekkingsplan van de regio. Als tijdelijke maatregel is in de vergadering VRMWB | Beleidsbegroting 2025
34
VRMWB | Titel
2
van het Algemeen Bestuur van oktober 2022 het besluit genomen om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Hiervoor is in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000. Aan deze optie kleven een paar nadelen. Op de eerste plaats is de belangrijkste oorzaak van de noodzakelijke ophoging van de formatie een gevolg van de effecten van de Europese regelgeving en het in de toekomst niet meer kunnen kazerneren van vrijwilligers. Dit brengt in de ogen van het Veiligheidsberaad (VB) een stelselverandering met zich mee, waarvoor de minister van Justitie & Veiligheid (J&V) verantwoordelijk is en die ook voor rekening van het ministerie zou moeten komen. Vanuit VRMWB is ook al aangegeven richting de “Denktank Taakdifferentiatie” dat deze kostenstijging voor VRMWB als gevolg van de regelgeving eraan zit te komen. Er is nog geen duidelijkheid of en in hoeverre de minister van J&V budget ter beschikking stelt voor de uitvoering. Indien structureel beroepsformatie moet worden aangetrokken worden de kosten geschat op ca 1,1 miljoen per jaar vanaf 2026. Informatieveiligheid De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen.
Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. In 2021 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). In 2024 vindt een herijking van de BIO-norm plaats en geven we een vervolg door middel van een roadmap om compliance met de BIO en groei in volwassenheid verder te realiseren. De impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt (o.a. Phising, ransome ware). Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Vervreemding van overheidsgelden. (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen.
Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval. Naar aanleiding van wereldwijd incident LOG4J, is prioriteit gegeven aan het updaten van de continuïteitsplannen. Het continuïteitsplan voor het openen van gebouwen is in 2023 gereed, deze dient als blauwdruk om in 2024 en 2025 de kritische processen te beschrijven. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het VRMWB | Beleidsbegroting 2025
35
VRMWB | Titel
2
verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. Wij merken wel dat deze ontwikkeling vanwege onduidelijkheid, onrust veroorzaakt bij de beroepsbrandweer mensen. Zij willen niet in onzekerheid blijven en dus vertrekken goed opgeleide brandweermensen vroegtijdig. Kwantiteit en kwaliteit van brandweermensen is een probleem, zeker in de toekomst. Dit komt onder andere door: in-/door-/uitstroom versus opleidingsduur, ervaringsverdunning, problemen met roosters, nieuwe risico's en taken en het op peil houden van de professionele 24 uurs organisatie. Dit leidt vanwege bijvoorbeeld externe inhuur tot onnodige kostenverhoging. Al langere tijd wordt door de meeste betrokken partijen onderkend dat het 20-jaren beleid niet ideaal is. De Universiteit van Maastricht is daarom in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend en eventuele onderhandelingen over herziening van hoofdstuk 9a CAR (-UWO) hebben dan in het LOAV (Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio's) plaatsgevonden.
Er worden nu geen onomkeerbare besluiten genomen in afwachting van deze resultaten. De rechten en plichten (onder andere faciliteiten) van het huidige 2e loopbaanbeleid blijven vooralsnog onveranderd van kracht. In de tussentijd mogen medewerkers in een bezwarende functie en 15 dienstjaren wel uitstel aanvragen van de maximale termijn van 20 jaar mits zij voldoen aan de gestelde voorwaarden (LOAV Circulaire 22/7). Om dit risico te beperken wordt conform het uitvoeringskader uitvoering gegeven aan het tweede loopbaanbeleid. Medewerkers zijn bewust gemaakt dat zij zelf aan zet zijn voor het maken en realiseren van hun loopbaanplan. Een deel van deze brandweermensen is al bezig met de uitvoering van zijn/haar loopbaanplan of gaat hiermee starten, een deel gaat in deze periode voldoen aan de startkwalificaties conform voorwaarden. Omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte extra.
Dit leidt tot een kostenstijging van € 240.000. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Wat de precieze inhoudelijke/ personele en financiële effecten zijn, wordt in de loop van 2024 in kaart gebracht middels een onderzoek naar de Risicobeheersing-taken. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 5 oktober 2023 opdracht gegeven voor dit onderzoek. De effecten van de implementatie van de Omgevingswet zijn dan nog beter zichtbaar. Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor VRMWB | Beleidsbegroting 2025
36
VRMWB | Titel
2
personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van april 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV is op 1 januari 2022 gestart en treedt namens alle veiligheidsregio’s op als vakorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. Medio 2024 wordt de keuze voor één van deze scenario’s voorbereid en ter besluitvorming aan het Veiligheidsberaad voorgelegd. Dit besluit wordt vervolgens gedeeld met de minister die een keuze maakt. Dan wordt duidelijk wat de impact voor de veiligheidsregio’s is. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. Indien er medio 2024 een besluit wordt genomen, vindt de uitwerking hiervan plaats in 2025 en verder. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's. De financiële impact is naar verwachting tussen de € 1,0 en € 1,5 miljoen.
Safety Village Door hoger verloop van personeel verwachten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum Safety Village en leidt naar verwachting tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt nu al (samen met partners) naar oplossingen gezocht. Ook moeten er keuzes gemaakt worden ten aanzien van de toekomst van Safety Village. Daarbij moet gedacht worden aan permanente huisvesting van het (kantoor)personeel van Safety Village, schoon- en veilig werken en uitbreiding van de capaciteiten van het oefencentrum, ook in relatie tot de verleende vergunningen. Zowel de kosten als de wijze van financiering zijn op dit moment nog niet duidelijk. Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Op basis van uitkomsten van onder andere interne RI&E's en landelijke signalen (en discussie) over mentale impact, PTSS en beroepsziekten bij de brandweer of veiligheidsregio is het noodzakelijk dat er meer wordt geïnvesteerd in zowel het mentale- als fysieke aspect van het werk van medewerkers. Dit vraagt om meer aandacht voor preventie en (na)zorg voor ons personeel en vergt verdere investering in aanvullende "check-ups" (mentaal en fysiek) van de PPMO (Periodiek Preventief Medisch Onderzoek).
Daarnaast leidt dit ook tot uitbreiding van het programma van eisen bij de nieuwe aanbestedingen van de Arbo-en PPMO-dienstverlener (juist in het kader van de rol die beide dienstverleners bij deze thema's hebben). In aanvulling hierop wordt een landelijk juridisch kader voorbereid dat de consequenties van PTSS verder uitwerkt en de rol en verplichtingen als werkgever verder omschrijft. De inhoudelijke en financiële consequenties worden nog in beeld gebracht. Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij de Veiligheidsregio kosten krijgt die zij niet kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
37
VRMWB | Titel
2
Stijgende loon- en prijsontwikkeling (inkopen en bouwmaterialen) Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud, diensten en leveringen worden per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf is al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er financiële tekorten ontstaan. Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt de komende jaren een stukje af. Dit wordt veroorzaakt doordat de vaste schulden meerjarig afnemen, terwijl de exploitatie toeneemt. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat geen verschil zien. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het lage saldo van de solvabiliteit wordt veroorzaakt door het ontbreken van een algemene reserve, waardoor we weinig eigen vermogen hebben. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Voor de komende jaren zitten we licht boven de 0%, wat een gezond structureel begrotingsevenwicht laat zien.
2.4 Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen. VRMWB | Beleidsbegroting 2025
38
VRMWB | Titel
2
Gebouwen Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022 zijn de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast. Voorziening onderhoud gebouwen (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Stand per 01-01 Toevoeging aan voorziening Aanwending voorziening Stand per 31-12
2.761
3.104
3.020
2.447
2.421
2.410
842
842
842
842
842
842
499 3.104
926 3.020
1.416 2.447
868 2.421
853 2.410
714 2.538
Materieel en voertuigen Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK wordt uitgevoerd door de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker wordt ook andersoortig onderhoud aan voertuigen zelf uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
39
VRMWB | Titel
2
Bij de voertuigen wordt er geen onderscheid meer gemaakt tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit is samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Om schades te voorkomen is nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.
2.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. We zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we over voldoende middelen beschikken om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel externe partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband onder Kosten Gemene Rekening. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant.
De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor VRMWB | Beleidsbegroting 2025
40
VRMWB | Titel
2
Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is onze taak. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats van de cijfers van de GHOR. De bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving. Gemene Rekening Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OC VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland, inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.
Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1 januari 2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
41
VRMWB | Titel
2
3. Financiële begroting 3.1 Kaders totstandkoming begroting Herijking beleid Volgend aan de kaderbrief 2025 is er geen nieuw beleid opgenomen in de beleidsbegroting 2025 en de meerjarenraming. Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2025. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken in de gemeentelijke bijdragen, zijn: Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2025. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2025 van het Centraal Plan Bureau (CPB) en de correcties van deze indices voor het jaar 2022 en 2023 van de in de begroting 2023 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting.
Kerngegevenstabel Centraal Planbureau o.b.v. augustus 2023 In onderstaande tabel vindt u de kern gegevens van Centraal Planbureau o.b.v. augustus 2023 in de eerste kolom. In de kolom ernaast ziet u de verhouding die leidt tot een gewogen index waarmee regulier in onze begroting wordt gewerkt. In de laatste kolom ziet u de correctie op basis van het voorschot LPO dat we in 2023 extra hebben gekregen voor de cao 2023 te dekken. Hierdoor hebben wij de correctie met terugwerkende kracht voor 2023 op 0,0% gezet. Zie hiervoor ook de kaderbrief 2025.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
42
VRMWB | Titel
2
Index CPB
Index begroting 2025 incl. correctie Gewogen voorschot Verhouding index LPO 2023
Loonindex 2023
5,00%
60,00%
3,00%
Prijsindex 2023
6,60%
40,00%
2,64%
Gewogen index
5,64%
Index 2023 bij begroting 2024
3,36%
Correctie index 2023
2,28%
Loonindex 2024
6,50%
60,00%
3,90%
Prijsindex 2024
3,30%
40,00%
1,32%
Gewogen index
5,22%
Index 2024 bij begroting 2024
3,52%
Correctie index 2024
1,70%
Loonindex 2025
5,30%
60,00%
3,18%
Prijsindex 2025
2,40%
40,00%
0,96%
0,00%
1,70%
Gewogen index 2025
4,14%
4,14%
Index 2025 incl nacalculatie
8,12%
5,84%
Loonindex 2026
4,70%
60,00%
2,82%
Prijsindex 2026
2,90%
40,00%
1,16%
Gewogen index 2026
3,98%
Loonindex 2027
4,80%
60,00%
2,88%
Prijsindex 2027
2,80%
40,00%
1,12%
Gewogen index 2027
4,00%
Loonindex 2028
4,20%
60,00%
2,52%
Prijsindex 2028
2,40%
40,00%
0,96%
Gewogen index 2028
3,48%
3,98%
4,00%
3,48%
Op basis van deze indices en degene die reeds in de begroting 2024 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting is in onderstaande tabel weergegeven. 2025
2026
2027
2028
Gewogen loon- en prijsindex Kadernota 2025-2028
5,84%
3,98%
4,00%
3,48%
Gewogen loon- en prijsindex Beleidsbegroting 2024
3,46%
3,22%
3,22%
-
Mutatie loon- en prijsindex
2,38%
0,76%
0,78%
3,48%
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
43
VRMWB | Titel
2
Dit zijn de percentages waarmee de gemeentelijke bijdragen zijn verhoogd conform de kaderbrief 2025. Zie hiervoor ook de paragraaf ‘exploitatiebijdrage gemeenten’. Ontwikkeling Rijksbijdrage BDuR Op basis van de beschikking BDuR Rijksbijdrage 2023 (december 2023) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is onderstaande prognose afgegeven voor de meerjarige bijdrage. Ontwikkeling bijdrage BDuR
2025
2026
2027
2028*
Beleidsbegroting 2024 (beschikking 2022)
€ 10.309.318
€ 10.309.318
€ 10.309.318
€ 10.309.318
Loon/prijs bijstelling en taakstelling
€
€
€
€
Beschikking 2023
€ 11.261.064
€ 11.297.088
€ 11.293.640
€ 11.293.640
verwachte loon/prijs bijstelling
€
700.000
€ 1.050.000
€ 1.400.000
€ 1.750.000
Beleidsbegroting 2025
€ 11.961.064
€ 12.347.088
€ 12.693.640
€ 13.043.640
951.746
987.770
984.322
984.322
* de Rijksbijdrage BDuR wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2028 is hetzelfde bedrag als 2027 aangehouden.
Omdat het ministerie jaarlijks de BDuR bijdrage bijstelt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt rekening gehouden met een verwachtte bijstelling. Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen aan de BDuR vanaf 2023 voor een versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening bij de veiligheidsregio's. Dit vindt vanaf 2023 met een geleidelijke opbouw in vier jaar plaats: De extra financiële middelen zijn bestemd voor de versterking van de (toekomstige): 1. Crisisbeheersing. 2. Informatievoorziening per regio én gezamenlijk. 3. Inrichten van Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Voor 2023 en 2024 zijn er gegarandeerde afspraken uitgewerkt tussen het ministerie van J&V en de Veiligheidsregio’s over de verdeling van de extra middelen tussen de drie genoemde onderwerpen. De exacte verdeling van de aanvullende extra middelen vanaf 2025 staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit om in te spelen op lopende ontwikkelingen.
Hierover worden uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afspraken gemaakt. Op basis van de verdelingssystematiek 2023 komt dit voor VRMWB uit op: 2025
2026
2027
2028*
Extra middelen crisisbeheersing en informatievoorziening VRMWB
€ 2.981.833
€ 3.390.303
€ 3.390.303
€ 3.390.303
* de Rijksbijdrage BDuR wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2028 is hetzelfde bedrag als 2027 aangehouden.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
44
VRMWB | Titel
2
Exploitatiebijdrage gemeenten In 2018 is door het Algemeen Bestuur besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds, inclusief een overgangsperiode tot en met 2021 die is doorgelopen tot en met 2022. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseren we jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Het betreft enerzijds een set aan risicomaatstaven en anderzijds het gewicht dat deze maatstaf bijdraagt aan het totale risicoprofiel per gemeente. Hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer de gemeente bijdraagt aan de Veiligheidsregio. Jaarlijks worden de geactualiseerde kengetallen (o.a. OZB waarde, bedrijven, bebouwing, woonruimten etc.) gepubliceerd via de meicirculaire, subcluster Brandweer en rampenbestrijding gemeentefonds. Als de individuele kengetallen van gemeenten wijzigen, wijzigt daarmee de onderlinge verhouding van de risico's en daarmee samenhangend de gemeentelijke bijdragen. Vanaf 2022 nemen wij de actualisering vanuit de meicirculaire jaarlijks over. Omdat een aantal kengetallen jaarlijks kunnen fluctueren, ontstaan hierdoor kleine verschillen in het risicoprofiel per gemeente. Omdat wij de begroting moeten aanleveren vóór mei, maken wij gebruik van de laatste bekende meicirculaire.
Dat betekent voor de begroting 2025, die in januari-maart 2023 gemaakt wordt, bij gebruik maken van de meicirculaire 2023. Door het jaarlijks actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de Veiligheidsregio aan op de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds en zijn de veranderingen relatief beperkt. Deze werkwijze komt overeen met het in 2018 genomen AB-besluit, waarin de volgende uitgangspunten zijn vastgesteld: • De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. • De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting (t+2), (m.a.w. de sleutels die op basis van meicirculaire 2023 zijn berekend worden toegepast in de beleidsbegroting 2025). • De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Overzicht voormalige vs. nieuwe sleutel kostenverdeelmodel (KVM) Hieronder is een overzicht weergegeven van de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeon-maatstaven uit de Meicirculaire 2023, die als basis dienen voor de beleidsbegroting 2025.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
45
VRMWB | Titel
Gemeentelijke bijdrage sleutel
2
2025 o.b.v. meicirculaire
2024 o.b.v. meicirculaire
Verschil 2025-2024 (-/-
2023
2022
= lagere bijdrage)
Alphen-Chaam
0,90%
1,01%
-0,11%
Altena
4,73%
4,49%
0,24%
Baarle-Nassau
0,66%
0,76%
-0,10%
Bergen op Zoom
5,80%
5,81%
-0,01%
Breda
17,12%
16,38%
0,74%
Dongen
2,11%
1,96%
0,15%
Drimmelen
2,38%
2,29%
0,10%
Etten-Leur
3,53%
3,43%
0,10%
Geertruidenberg
1,83%
1,82%
0,01%
Gilze en Rijen
2,16%
2,27%
-0,11%
Goirle
1,90%
1,74%
0,16%
Halderberge
2,60%
2,65%
-0,05%
Hilvarenbeek
1,33%
1,39%
-0,06%
Loon op Zand
1,90%
1,87%
0,04%
Moerdijk
3,29%
4,20%
-0,91%
Oisterwijk
2,88%
2,65%
0,23%
Oosterhout
4,75%
4,70%
0,05%
Roosendaal
6,66%
6,72%
-0,06%
Rucphen
1,76%
1,66%
0,10%
Steenbergen
2,02%
2,15%
-0,13%
Tilburg
22,11%
22,23%
-0,12%
Waalwijk
3,99%
4,11%
-0,11%
Woensdrecht
1,90%
2,02%
-0,12%
Zundert
1,70%
1,70%
0,00%
100,00%
100,00%
100,00%
Totaal
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Op basis van de vastgestelde financiële uitgangspunten, weergegeven in vorige paragrafen, is een totaaloverzicht van de bijdragen van gemeenten en het financieel meerjarenperspectief opgesteld. Hierin zijn ook de intekentaken opgenomen.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
46
VRMWB | Titel
bedragen in €
Gemeentelijke bijdrage beleidsbegroting 2024 Waarvan kapitaallasten KVM zonder kapitaallasten Mutatie LPO uit kaderbrief 2025-2028 Delta LPO in euro boekjaar 2025-2028 Nieuwe bijdragen KVM incl beleid en LPO ex kaplasten VZ MJOP groot onderhoud Nieuwe bijdragen KVM geactualiseerde kapitaallasten Nieuwe bijdragen KVM totaal excl intekentaken FLO-overgangsrecht Bijdrage MDH Nieuwe bijdragen KVM totaal incl intekentaken
2
2025
2026
2027
2028
76.843.108
79.275.853
81.650.997
81.650.997
7.747.438
8.463.277
8.782.952
8.782.952
69.095.670
70.812.576
72.868.045
72.868.045
2,38%
0,76%
0,78%
3,48%
1.644.477
538.176
568.371
2.535.808
70.740.147
71.350.752
73.436.416
75.403.853
280.500
280.500
280.500
280.500
71.020.647
71.631.252
73.716.916
75.684.353
7.702.738
8.480.308
8.786.119
8.788.259
78.723.385
80.111.560
82.503.035
84.472.612
2.841.979
2.796.428
2.290.606
2.108.905
103.105
106.095
109.066
112.120
81.668.469
83.014.083
84.902.707
86.693.637
Actualisatie FLO-overgangsrecht Gemeente (bedragen x 1.000)
Bergen op Zoom Breda Roosendaal Tilburg Totaal VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting Begroting 2027 2028
506
315
382
444
384
327
1.431
813
944
864
719
796
593
370
449
521
451
384
1.658
1.021
1.067
968
737
602
4.188
2.519
2.842
2.796
2.291
2.109 47
VRMWB | Titel
2
Op grond van het pensioenreglement van het ABP is de werkgeversbijdrage Netto FLO-spaartegoed (NFST) vanaf 2023 pensioengevend. Daarnaast is over genoemde werkgeversbijdrage NFST op grond van fiscale regelgeving RVU-heffing verschuldigd. Naast de pensioengevendheid leidt de RVU-heffing van 52% tot een extra kostenstijging, waardoor het fundament onder het ontstaan van de werkgeversbijdrage NFST als opvolger van de werkgeversbijdrage Levensloop is weggevallen. Gelet op de ongewenste kostenstijging als gevolg van de verplichte pensioengevendheid en RVUheffing is overeengekomen de maandelijkse werkgeversbijdrage NFST per 1 januari 2024 te beëindigen. Het vervallen van de werkgeversbijdrage NFST zorgt op korte termijn voor lagere kosten. De begroting voor aankomende jaren is hierop aangepast. In latere jaren zorgt een lager NFST-saldo voor een lagere inzet NFST tijdens de individuele periode van volledig buitengewoon verlof van het FLOovergangsrecht en daarmee een hogere maandelijkse aanvulling van de werkgever. Over deze aanvulling is RVU-heffing verschuldigd waardoor de kosten van het FLO-overgangsrecht voor de werkgever stijgen. De kostenstijging schuift daarmee op naar de individuele periode van volledig buitengewoon verlof van het FLO-overgangsrecht. Deze lagere kosten betekenen een aanpassing van de begroting 2024. Dit is als begrotingswijziging 2024-1 verwerkt.
Actualisatie kazernes en bijdrage in kosten huisvesting en facilitair Gemeente (bedragen x € 1.000)
Bergen op Zoom Moerdijk Waalwijk Totaal
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting 12025
Begroting 2026
253 95 26 374
92 100 10 201
102 102
105 105
Begroting Begroting 2027 2028 107 107
109 109
In het 1e kwartaal van 2024 worden de laatste twee van de in totaal negen in 2013 overgenomen kazernes terug verkocht aan de gemeenten Bergen op Zoom en Waalwijk. Oorspronkelijk was dit in 2023 gepland. Hierdoor zijn de kosten voor het eigenaarsdeel te weten belastingen, verzekeringen en kapitaallasten o.b.v. de realisatie 2023 opnieuw berekend. Dit betekent een aanpassing van de begroting 2024. Dit is verwerkt met de begrotingswijziging 2024-1. Met de gemeente Moerdijk zijn afspraken gemaakt over een bijdrage in de kosten voor huisvesting en facilitaire zaken. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de prijsindex. Totale gemeentelijke bijdragen 2025-2028
In de onderstaande tabellen is voor de jaren 2025 t/m 2028 de bijdrage per gemeente aan Veiligheidsregio MWB opgenomen. Hierbij zijn de wijzigingen met betrekking tot loon- en prijscompensatie, de herijking van de kapitaallasten, de intekentaken FLO-overgangsrecht en kazernes verwerkt. De effecten van de Cebeon maatstaven uit de toekomstige circulaires en toekomstige indices van het CPB zijn hierin niet meegenomen zullen de uiteindelijke gemeentelijke bijdrage per jaar beïnvloeden.
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
48
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
49
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
50
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
51
VRMWB | Titel
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
2
52
VRMWB | Titel
2
3.2 Financiële positie Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beiden zijn hieronder weergegeven. Meerjarenbalans (bedragen * 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Materiele vaste activa
57380
47537
54159
51979
52727
49229
Vlottende activa
2322
5884
5884
5884
5884
5884
Liquide middelen
113
96
96
96
96
96
Overlopende activa Totaal vaste activa
4284 64099
1674 55191
1674 61813
1674 59634
1674 60381
1674 56883
(bedragen * 1.000)
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
Eigen vermogen
6724
5233
4444
4449
4050
3912
Voorzieningen
3865
3754
3154
3115
3104
3084
Vaste schulden
29669
34937
42198
40123
41289
37932
Vlottende passiva
23364
11208
11987
11946
11938
11955
Overlopende passiva Totaal vaste passiva
477 64099
60 55191
30 61813
0 59634
0 60381
0 56883
ACTIVA
PASSIVA
De omvang van de materiele vaste activa neemt toe in 2025 en blijft op een zelfde niveau in de jaren erna, op basis van het investeringsplan. De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Door de inzet van reserves zal het eigen vermogen de komende jaren worden afgebouwd. EMU-saldo
1.
2. 3. 4.
5.
Omschrijving (bedragen x 1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa
Realisatie 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
€
252
€
-638
€
-789
€
5
€
-399
€
€
2.404
€
4.606
€
6.622
€
-2.180
€
748
€ -3.498
Mutatie voorzieningen
€
726
€
481
€
-600
€
-39
€
-11
€
-20
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
€
46
€
60
€
60
€
60
€
60
€
60
-1.472
€
-4.823
2.087
€
-1.218
Berekend EMU-saldo
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
€
€
-8.071
€
€
-413
3.005
53
VRMWB | Titel
2
Leningenoverzicht Het investeringsplan laat voor de komende jaren een aanschaf van materiaal zien. Dit zal door middel van extern aan te trekken leningen worden gefinancierd. In onderstaand overzicht is de verwachting van de aan te trekken leningen opgenomen en ook de stand van de huidige leningen. De lasten die voortkomen uit de leningen zijn verwerkt in de exploitatie voor de komende jaren. Overzicht lopende leningen
Bedrag
1 Lening BNG 4,58%, nummer 82959, aangegaan ter financiering VOC, BRW
635.292 Aflossing in 30 jaarlijkse termijnen volgens annuïteiten € 39.152 eerste maal oktober 1995, laatste maal 2024 9.765.000 Aflossing € 651.000 per jaar aflossing per kwartaal eerste maal oktober 2010, laatste maal 2025 4.140.000 Aflossing € 207.000 per jaar aflossing per kwartaal eerste maal oktober 2010, laatste maal 2030 6.000.000 Aflossing € 400.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal op 30-04-2016, laatste maal 2030 2.500.000 Aflossing € 125.000 per jaar met jaarlijkse betaling, eerste maal juli 2016, laatste maal 2026 10.000.000 Aflossing € 666.667 per jaar aflossing per 3 maanden, eerste maal november 2021, laatste maal 2036
2 Lening BNG 3,41%, nummer 15429, aangegaan ter financiering van overname activa brandweer
3
Lening BNG 3,68%, nummer 105430, Aangegaan ter financiering van overname activa brandweer
5 Lening BNG 1,22%, nummer 110376, Aangegaan ter financiering van investeringen 2016
6 Lening BNG 0,84%, nummer 110377, Aangegaan ter financiering van investeringen 2016
7 Lening BNG 0,205%, nummer 114923, Aangegaan ter financiering van investeringen 2021
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Looptijd
Bijzonderheden
Stand per 01-01-2023
Stand per 01-01-2024
Geraamde stand per 01-01-2025
Vervroegde aflossing is niet mogelijk behalve bij rentevoet aanpassing
80.097
40.945
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
1.790.250
1.139.250
488.250
Vervroegde aflossing niet toegestaan
1.604.250
1.397.250
1.190.250
Vervroegde aflossing niet toegestaan
3.200.000
2.800.000
2.400.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
875.000
625.000
375.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
9.166.667
8.500.000
7.833.333
54
VRMWB | Titel
8 Lening BNG 2,132%, nummer 115776 Aangegaan ter financiering van investeringen 2022
9 Lening BNG 3,033%, nummer 116078 Aangegaan ter financiering aflossing lening 108835 lening 2024 o.b.v. liquiditeitsprognose
lening 2024 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2025 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2026 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2027 o.b.v. liquiditeitsprognose
Lening 2028 o.b.v. liquiditeitsprognose
2
10.000.000 Aflossing € 666.667 per jaar aflossing per 3 maanden, eerste maal december 2022, laatste maal 2037 7.000.000 Aflossing € 1.000.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal juni 2023, laatste maal 2029 7.000.000 Aflossing € 1.400.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal 2024, laatste maal 2030 3.200.000 Aflossing € 160.000 per jaar aflossing per halfjaar, eerste maal 2025, laatste maal 2044
Vervroegde aflossing niet toegestaan
9.833.333
9.166.667
8.500.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
7.000.000
6.000.000
5.000.000
12.500.000 Aflossing € 625.000 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2026, laatste maal 2044 3.175.000 Aflossing 158.750 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2027, laatste maal 2046 6.450.000 Aflossing 322.500 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2028, laatste maal 2047 2.250.000 Aflossing 112.500 per jaar, aflossing per halfjaar, eerste maal 2029, laatste maal 2048 84.615.292
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
5.950.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
3.200.000
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
Vervroegde aflossing niet toegestaan
-
-
-
33.549.597
29.669.112
34.936.833
55
VRMWB | Titel
2
Reserves en voorzieningen Reserves Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Box gemeente Crises en calamiteitenreserve Egalisatie kapitaallasten Doorontwikkeling organisatie SaaS Subtotaal box gemeente Box Rijk / overig Rijksbijdrage strategische projecten Rijksbijdrage BTW HSL Subtotaal box Rijk Totaal
€
1-1-2023
Mutatie reserve
1-1-2024
Mutatie reserve
1-1-2025
Mutatie reserve
1-1-2026
Mutatie reserve
1-1-2027
Mutatie reserve
1-1-2028
1.612 8.700 996 846 12.154
-8.700 -478 110 -9.068
1.612 519 956 3.086
-78 100 22
1.612 441 1.056 3.108
-80 -301 -381
1.612 361 755 2.727
-83 243 160
1.612 278 998 2.887
-85 -159 -244
1.612 192 839 2.643
1.704
-392
1.312
-313
1.000
-
1.000
-
1.000
-
1.000
1.073 604 3.381 15.535
-140 -13 -545 -9.612
933 591 2.836 5.922
-140 -259 -712 -690
793 332 2.125 5.233
-140 -268 -408 -789
653 64 1.717 4.444
-140 -15 -155 5
513 50 1.562 4.449
-140 -15 -155 -399
373 35 1.407 4.050
Bovenstaande reserves geven de stand van de reserves weer vóór resultaatbestemming jaarrekening 2023. De voorgestelde toevoegingen vanuit het resultaat zijn hier nog niet in verwerkt. Voorzieningen
De dotatie en aanwending van de voorziening spaarverlof wordt op basis van werkelijk opgenomen en gespaard verlof jaarlijks bepaald bij de jaarrekening. Investeringen De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor de financieringsbehoefte. Alle investeringen in onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. Er is geen sprake van investeringen met een maatschappelijk nut. Categorie (bedragen x € 1.000)
Rekening 2023
Begroting Begroting 2025 Begroting 2026 2024
Begroting 2027
Begroting 2028
Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
460 5.120
200 3.347
96 14.647
108 4.057
5.720
1.535
364
509
1.266
1.077
857
1.102
3.769
917
1.141
1.816
4.646
3.403
Totaal
9.713
4.973
17.149
7.059
11.222
6.040
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
56
VRMWB | Titel
2
3.3 Overzicht lasten en baten Onderstaand overzicht geeft inzicht in de baten en de lasten in het meerjarig kader, waarbij de algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en de mutaties in de reserve apart inzichtelijk zijn gemaakt. Een uitgebreide toelichting bij de cijfers vindt u in hoofdstuk in het beleidsgedeelte. Jaarrekening 2023
Begroting 2024, Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
VRMWB | Beleidsbegroting 2025
57
VRMWB | Titel
2
3.4 Incidentele en structurele lasten en baten Het overzicht met de incidentele en structurele lasten en baten, inclusief de mutaties in de reserve, geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting. Door het volgen van een duurzame begrotingssystematiek worden structurele lasten gedekt met structurele middelen en incidentele lasten grotendeels met incidentele middelen en een klein deel structurele lasten. Hierdoor is er sprake van een positief begrotingsevenwicht. Zie ook de paragraaf 2.3 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, financiële kengetallen. Begroting 2025 Bedragen x € 1000
MJB 2026
MJB 2027
MJB 2028
Incidenteel
structureel
Incidenteel
structureel
Incidenteel
structureel
1.381
100.570
605
102.823
1.027
105.095
1.043
107.219
595
81.694
179
84.246
251
85.764
137
87.277
0
9.215
0
9.483
0
9.692
0
9.907
595
71.669
179
73.953
251
75.252
137
76.540
0
810
0
810
0
820
0
831
0
866
0
903
0
806
0
709
Overhead
420
18.011
50
17.673
392
18.525
521
19.234
Reserve
366
0
375
0
384
0
385
0
-1.155
-100.796
-370
-103.058
-783
-105.339
-798
-107.464
0
-6.239
0
-6.306
0
-5.946
0
-5.849
0
-28
0
-28
0
-22
0
-8
0
-6.077
0
-6.139
0
-5.739
0
-5.657
0
-133
0
-139
0
-185
0
-185
Algemene dekkingsmiddelen
0
-94.532
0
-96.752
0
-99.393
0
-101.615
Overhead
0
-25
0
0
0
0
0
0
Reserve
-1.155
0
-370
0
-783
0
-798
0
Eindtotaal
226
-226
235
-235
244
-244
245
-245
Lasten Veiligheid
Incidenteel
structureel
Bijdrage aan een veilige leefomgeving Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet Stimuleren redzaamheid in de samenleving Algemene dekkingsmiddelen
Baten Veiligheid Bijdrage aan een veilige leefomgeving Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet Stimuleren redzaamheid in de samenleving
Algemeen Wij duiden de volgende typen posten als incidenteel: • De (projectmatige) lasten die worden gedekt uit een reserve. • Mutaties in de reserves • Eenmalige baten en lasten op niet terugkerende posten in de begroting. Hieronder een nadere toelichting op bovenstaand overzicht van incidentele lasten en baten hoger dan 50k. VRMWB | Beleidsbegroting 2025
58
VRMWB | Titel
2
Veiligheid: Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet (595k) Het betreft lasten binnen de reserve HSL voor de tijdelijke inzet van adviseurs Brandweerzorg, oefenuren ten behoeve van aanpak incidenten op de HSL en kapitaallasten van de voor de HSL aangeschafte voertuigen (268k). Daarnaast de lasten binnen de reserve SaaS voor vervanging software primair proces en het vakbekwaamheidmanagementsysteem (295k). Tot slot betreft het lasten binnen de reserve Doorontwikkeling organisatie voor frictiekosten personeel in het primair proces als gevolg van de doorontwikkeling die in 2021 heeft plaatsgevonden (32k). Overhead (420k) Dit betreft de lasten binnen de reserve SaaS voor vervanging software ICT (371K). Tevens betreft het lasten binnen de reserve Doorontwikkeling organisatie voor de frictiekosten overheadspersoneel als gevolg van de doorontwikkeling van de organisatie die in 2021 heeft plaatsgevonden (49k). Reserves (Storting 366k en onttrekking -1.155k) Dit betreft de storting in de reserve Saas (366k). De onttrekking is ter dekking van de lasten binnen de reserve Saas (667k), de reserve HSL (268k) en de reserve Doorontwikkeling organisatie (80k). Daarnaast de onttrekking reserve BDuR BTW (140k) ter dekking van algemene lasten.