CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsbegroting 2022 VRMWB 2115622.pdf

Besluitvormende Vergadering 24 juni 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 10.: Begrotingen 2022 Verbonden Partijen.17.936 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de verwachte formatie opgenomen. De formatie in het overzicht betreft de medewerkers met een vaste aanstelling en is onderverdeeld in organisatieonderdelen. Medewerkers binnen organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn in 2022 ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.

Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.312 vrijwilligers opgenomen. Deze formatie is lager dan de formatie in de begroting 2020. Dit komt doordat in juli 2019 het geüpdatete dekkings- en spreidingsplan is vastgesteld waarin onder andere de hernieuwde formatie vrijwilligers is opgenomen.

2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals Veiligheidsregio MWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMU-saldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet FIDO In de Wet FIDO worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2022 is gesteld op € 7,5 miljoen (8,2% van € 91 miljoen).

De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2022 € 18,2 miljoen bedraagt (20% van € 91 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm.

Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2020

Renteherzieningen (1) € Betaalde aflossingen (2) € Renterisico (1 + 2) €

4.342 4.342

2021

€ € €

2.789 2.789

2022

€ € €

6.169 6.169

2023

€ € €

6.050 6.050

2024

€ € €

3.097 3.097

2025

€ € €

3.399 3.399

Renterisiconorm (20%)

€

17.993 €

18.560 €

18.208 €

18.520 €

18.717 €

18.990

Ruimte renterisiconorm

€

13.651 €

15.771 €

12.038 €

12.470 €

15.619 €

15.591

Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2022 zullen op basis van de bestaande leningenportefeuille € 446.661 bedragen. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten en worden gedekt vanuit de reserve kapitaallasten. Renteschema 2022 (bedragen x 1.000) A

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€

447

B

De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten

€

-

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

€

-

-/-

€

-

-/-

€

- +/+

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

-

Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

€ €

- +/+ - +/+

C1 C2 C3

D1 D2 E

-/€

447

€

-

€

-

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

€ -447

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

-

Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de ABN-AMRO werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt slechts een beperkte rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zullen minimaal zijn vanwege het lage rentepercentage. Deze rentebaten worden niet in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer blijft ondergebracht bij de ABN-AMRO. Hier wordt een rekening-courant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën.

Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2022 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op ruim € 34 miljoen. De groei van de leningenportefeuille wordt voornamelijk veroorzaakt door de investeringen welke zullen plaatsvinden. Naast de aan te trekken leningen in 2021 zullen ook in komende jaren additionele geldleningen dienen te worden aangetrokken. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2022 tot en met 2025. Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beide zijn hieronder weergegeven. Meerjarenbalans (bedragen x € 1.000)

31-12-2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Activa Materiële vaste activa Vlottende activa Liquide middelen

€ € €

50.957 € 10.986 € 19 €

61.395 € 6.679 € 154 €

62.534 € 6.679 € 12 €

56.173 € 6.179 € 115 €

57.213 € 6.929 € 237 €

60.113 5.929 92

Totaal vaste activa

€

61.962 €

68.229 €

69.225 €

62.467 €

64.380 €

66.134

(bedragen x € 1.000)

31-12-2020

31-12-2021

31-12-2022

31-12-2023

31-12-2024

31-12-2025

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schulden Vlottende passiva

€ € € €

18.832 2.605 19.058 21.467

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

€ € € €

12.966 1.843 34.554 16.771

Totaal vaste passiva

€

61.962 €

64.380 €

66.134

14.392 2.796 34.269 16.771

68.229 €

14.098 2.256 36.100 16.771

13.818 1.829 30.050 16.771

69.225 €

62.467 €

13.658 1.999 31.952 16.771

In de komende jaren vinden er aanzienlijke investeringen plaats (zie paragraaf 2.3), waardoor het balanstotaal stijgt naar ruim € 69 miljoen in 2022. De omvang van de materiele vaste activa zal vanaf 2023 weer afnemen, vanwege de verkoop van kazernes. De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Ondanks het aantrekken van extra vermogen wijzigen de rentelasten naar verwachting slechts beperkt. Nieuwe leningen worden aangetrokken die aanvullende rentekosten met zich meebrengen, maar deze worden gecompenseerd door de lagere rentelasten op de oudere leningen, die veelal zijn gefinancierd tegen een hoger rentepercentage. Het eigen vermogen wordt gedurende de komende jaren afgebouwd, door de inzet van reserves. EMU-saldo

1.

2. 3. 4. 5.

Omschrijving (bedragen x € 1.000)

Realisatie 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa

€

€

175

€

58

€

71

€

192

€

224

€ -4.319 € 514 € -199

€ 10.439 € 191 € -

€ € €

1.139 -540 -

€ -6.361 € -427 € -

€ € €

1.040 170 -

€ € €

2.900 -155 -

€

-123

€

€

60

€

60

€

60

€

60

€

5.496

€ -10.132

€ -1.681

€

5.944

€

-739

Berekend EMU-saldo

340

60

€ -2.891

2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s vormen een onderdeel van ons dagelijks leven. Ook wij hebben te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. De vraag is niet hoe kunnen we ze vermijden; de vraag is, hoe gaan we er mee om. Veel risico’s worden opgevangen door een scala van beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te beperken. Deze maatregelen zijn onderdeel van de protocollen die binnen de organisatie zijn ontwikkeld. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. Daarnaast hebben we een berekening gemaakt die we duiden als de “benodigde weerstandscapaciteit “. Dit is een interne buffer die de organisatie in staat moet stellen de gevolgen van de risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Onder beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die een organisatie heeft om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Het geld en de mogelijkheden bestaan onder andere uit het vrij aanwendbare gedeelte van de algemene reserve en in voorkomende gevallen de post onvoorzien die in de begroting is opgenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s waar een organisatie mee wordt geconfronteerd (risicoprofiel).

In het risicoregister is opgenomen welke maatregelen we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Hierin worden de volgende categorieën onderscheiden: strategische-, financiële-, operationele- en wet- en regelgevingsrisico’s. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere facetten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. De risicoscore komt tot stand door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen. Tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie bestaat dus een relatie. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen genoemd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen wordt de score op kans omgezet naar de volgende percentages: Score 1 2 3

Kans Laag Middel Hoog

% 25% 50% 75%

Bovenstaand percentage wordt vermenigvuldigd met het gemiddelde bedrag binnen de categorie financiële impact. Dit wordt zichtbaar gemaakt in onderstaande tabel. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 4.612.500. Risico

Score

Kans

Vrijwilligheid Fort Oranje Chemiepack Contiunuiteit ICT Tweede loopbaanbeleid Omgevingswet WNRA En Europese deeltijdrichtlijn Informatieveiligheid Vakbekwaamheid

2 1 1 1 3 3 3 3 2

75% € 1.750.000 € 1.312.500 25% niet gedefinieerd niet gedefinieerd 25% niet gedefinieerd niet gedefinieerd 25% niet gedefinieerd niet gedefinieerd 75% € 1.750.000 € 1.312.500 75% € 300.000 € 225.000 75% € 1.750.000 € 1.312.500 75% € 300.000 € 225.000 75% € 300.000 € 225.000

Totaal benodigde weerstandscapaciteit

Gemiddelde financiële impact

Benodigd weerstandsvermogen

€

4.612.500

Het bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente kan een algemene reserve aanhouden die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. Dit betekent dat in het geval van de Veiligheidsregio de gemeenten feitelijk fungeren als een deel van het benodigde weerstandscapaciteit.

We kennen echter ook een vrij aanwendbare bestemmingsreserves onder de benaming Crisis en Calamiteiten. Deze kan worden aangewend voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Hiermee vormt deze bestemmingsreserve een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. Het directe weerstandsvermogen kan aan de hand van die beschikbare weerstandscapaciteit van € 1.611.576 worden gesteld op 0,35. Binnen de organisatie is per 1 januari 2021 Concerncontrol (voorheen audit en control) ingericht, met een onafhankelijke concerncontroller. Op jaarbasis voert deze functie diverse controles en onderzoeken uit. Enerzijds richt de functie zich op de rechtmatigheid, waarbij wordt gecontroleerd of onze handelwijze in overeenstemming is met wet- en regelgeving en besluiten. Anderzijds richt het nieuwe gedeelte van deze functie zich op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. De audits die op dit vlak worden uitgevoerd, vormen een belangrijke stap in het leren en verbeteren van de organisatie en mogelijke risico’s te determineren. In dit diagram geven we de belangrijkste risico’s weer. De weergegeven risico’s worden vervolgens tekstueel toegelicht. Als laatste geven we onderbouwd de vervallen risico’s weer.

WNRA & 3 3 Europese deeltijd-

2 Hoog = 3

Impact

Risicodiagram

richtlijn

Informatie veiligheid

2e loopbaanbeleid

Middel = 2

1

2

Vakbekwaam heid

3 Omgevings wet

Laag = 1

Vrijwilligheid

1

1

Chemie -Pack

Fort Oranje Laag = 1

2

continuïteit ICT

Middel = 2

Hoog = 3 Kans

Vrijwilligheid (strategisch risico) Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden. Daarnaast staat de beschikbaarheid van deze vrijwilligers steeds meer onder druk. Hierdoor kan onze kerntaak, het bestrijden van incidenten, onder druk komen te staan. De beheersmaatregelen voor dit risico bestaan uit twee aspecten. Enerzijds richten we ons op het werven van nieuwe vrijwilligers middels wervingscampagnes. Door corona heeft het werven van nieuwe vrijwilligers stilgelegen. Dit kan betekenen dat we komende periode geconfronteerd worden met een daadwerkelijk tekort. In 2021 dienen daarom extra werving, selectie en opleidingen uitgevoerd te worden. Indien in bepaalde posten niet of onvoldoende vrijwilligers gevonden kunnen worden vraagt dat mogelijkerwijs om herijking van ons spreidingsplan dan wel aanpassing van onze uitrukmodaliteiten. Anderzijds hebben we het vrijwilligerstraject ‘Expeditie JIJ’ opgezet. Met dit traject hebben we maatregelen en ideeën opgehaald om vrijwilligheid in onze regio te versterken. Met ingang van 2021 hebben we een bureau vrijwilligheid ingericht en in elk district een front-office om de verbinding met de vrijwilligers te

verbeteren. De financiële impact is naar verwachting 1.3 miljoen. Vakbekwaamheid medewerkers (operationeel risico) In 2020 heeft een groot aantal realistische trainingen geen doorgang gevonden vanwege beperkende maatregelen door het Corona virus. De meeste trainingen worden doorgeschoven naar 2021 of zelfs 2022. Enerzijds omdat we ook dit jaar nog met beperkende maatregelen te maken hebben en anderzijds omdat de capaciteit van oefencentra beperkt is. Hoewel het effect op langere termijn nog niet bekend is, maken wij ons zorgen over de vakbekwaamheid van met name onze medewerkers. Ook bij opleidingen is een achterstand opgelopen, met name omdat de planning vanwege de Corona maatregelen een aantal keren is bijgesteld. Bovendien verwachten we door nieuwe wervingscampagnes om de uitstroom van vrijwilligers op te vangen, dat er behoefte is aan een extra opleiding in het najaar van 2021. Informatieveiligheid (strategisch risico) De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. Op dit moment scoren wij veelal niveau 2, op een enkel vlak halen we een 3 en soms zelfs een 4.

Wanneer wij behoren tot de vitale infrastructuur betekent dit een volwassenheidsniveau van 4 op alle onderdelen van de organisatie. Samen met een landelijke vakgroep wordt in 2021 aan een plan van aanpak gewerkt inclusief benodigde (financiële) middelen. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 0,1 miljoen en € 0,5 miljoen. Tweede loopbaanbeleid (wet- en regelgeving risico) Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24-uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Veiligheidsregio MWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. Bij medewerkers kan dit beleid zorgen voor onzekerheid over hun toekomst. Voor de organisatie ontstaan financiële gevolgen vanwege het aanbieden van studiefaciliteiten en mogelijke overbruggingsregelingen. Om dit risico te mitigeren wordt een uitvoeringskader opgesteld. Daarnaast worden medewerkers bewust gemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid bij het bepalen van hun tweede loopbaan. Afhankelijk van de te maken keuzes heeft dit risico een financiële impact van € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen.

Omgevingswet (wet- en regelgeving risico) De omgevingswet treedt naar verwachting per 1 januari 2022 in werking en bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Dit heeft consequenties van de omgevingswet op de processen en werkzaamheden in het kader van advisering. De precieze financiële consequenties zijn nog niet geheel duidelijk.. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 0,1 miljoen en € 0,5 miljoen. WNRA en Europese deeltijdrichtlijn (wet- en regelgeving risico) Op 1 januari 2020 is de WNRA in werking getreden. Deze Wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Voor personeel van Veiligheidsregio’s geldt echter uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig – en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van Veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, moment plaats. In het Veiligheidsberaad van 14 september 2020 is door alle 25 voorzitters Veiligheidsregio’s de intentie uitgesproken om deel te nemen aan de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Dit moet ertoe leiden dat per 1 januari 2022 de oprichting van de werkgeversvereniging een feit is.

De Europese Deeltijdrichtlijn vormt een risico vanwege de verplichting dat deeltijdmedewerkers - waaronder brandweervrijwilligers - een gelijke beloning dienen te krijgen als voltijd medewerkers wanneer zij hetzelfde werk doen en aan dezelfde taken en opleidingseisen moeten voldoen. Dit is daarom van toepassing op brandweervrijwilligers. Er is een landelijke bestuurlijke denktank ingericht die zal rapporteren hoe fundamenteel onderscheid kan worden gemaakt tussen beroepsmedewerkers en vrijwilligers. In 2021 neemt het Veiligheidsberaad een besluit. Mochten de maatregelen omtrent taakdifferentiatie niet succesvol zijn, dan is de verwachting dat de kosten voor vrijwillige brandweerzorg tussen de € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen zullen stijgen. Belangrijkste stijgingen worden dan veroorzaakt door hogere kosten voor consignatie op diverse posten om de noodzakelijke paraatheid te kunnen waarborgen en hogere kosten voor het garanderen van beschikbaarheid van een aantal noodzakelijke specialismen.

Chemie-Pack (wet- en regelgeving risico) Gemeente Moerdijk, Veiligheidsregio MWB en onderdelen van de Staat der Nederlanden worden door de verzekeringsmaatschappijen van omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Door de advocaat is in een brief aan de Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio een bedrag genoemd van € 27 miljoen (exclusief rente en kosten). Daarnaast wordt bij veroordeling ook imagoschade geleden. De beheersmaatregelen op dit risico bestaan uit specialistische juridische bijstand. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met gemeente Moerdijk en de Staat der Nederlanden. Diverse voorbereidingen en aanvullende onderzoeken zijn afgerond. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Continuïteit ICT (operationeel risico) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er zijn een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse over kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval.

Voor de crisisorganisatie blijft dit een permanent aandachtspunt. Ondanks de genomen maatregelen blijft dit risico potentieel aanwezig. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Gewijzigde risico’s Onderstaand worden de gewijzigde risico’s toegelicht. Het gaat in dit geval om twee risico’s die zijn vervallen en één risico dat is toegevoegd. Organisatie doorontwikkeling (operationeel risico) Momenteel vindt er een proces van herinrichting van de organisatie plaats. Dit proces wordt in de loop van 2020 afgerond. Vanuit dit proces worden frictiekosten verwacht die niet vanuit de reguliere begroting gedekt kunnen worden. Bij de bestemming van het resultaat 2019 is hiervoor een reserve aangemaakt en bij de bestemming van 2020 wordt hier een extra bedrag voor gevraagd. Als het bestuur hiermee instemt is dit risico gemitigeerd. Beheerkosten ICT (wet- en regelgeving risico) Er was sprake van een dispuut met onze ICT-dienstverlener over bepalingen in de aanbesteding en de overeenkomst. Er is overeenstemming bereikt over de implementatiekosten. Het bedrag wordt gedekt uit de exploitatie. Hiermee komt dit risico te vervallen en is de weerstandscapaciteit niet aangesproken.

Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Kengetallen Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 Netto schuldquote

34%

52%

56%

48%

49%

52%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

34%

52%

56%

48%

49%

52%

Solvabiliteitsratio

30%

22%

20%

22%

21%

20%

5,38%

0,00%

0,09%

0,09%

0,09%

0,09%

Structurele exploitatieruimte

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van Veiligheidsregio MWB aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt toe in 2021 en 2022. In de jaren hierna zal het netto schuldquote rond hetzelfde niveau blijven schommelen. Dit wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om de investeringen de komende jaren te financieren. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat geen verschil zien. Dit komt doordat er geen leningen zijn verstrekt.

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft inzicht in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. In de komende jaren zal een groot gedeelte van de reserves worden ingezet, hierdoor neemt het eigen vermogen af. Dit vormt de belangrijkste oorzaak van de daling van de solvabiliteitsratio. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Voor de komende jaren wordt een structureel evenwicht van de exploitatie verwacht.

2.4 Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen. Gebouwen In 2013 is een besluit genomen over de eigendomsoverdracht van 9 kazernes van de gemeenten, per 31 december 2013. Naast de brandweerkazernes wordt ook gebruik gemaakt van een kantoorpand van de GGD West-Brabant, waarvan een gedeelte wordt gehuurd. Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud van de overgenomen kazernes via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2018 zijn de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast. Voorziening onderhoud gebouwen (bedragen x 1.000)

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1.915 € 580 € 452 €

2.043 € 580 € 927 €

1.696 € 580 € 946 €

1.329 € 580 € 410 €

1.499 580 735

€

1.343

Stand per 01-01 Toevoeging aan voorziening Aanwending voorziening

€ € €

1.562 € 580 € 226 €

Stand per 31-12

€

1.915

€

2.043

€

1.696

€

1.329

€

1.499

Materieel en voertuigen Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij aanbesteding van deze voertuigen is een onderhoudscontract afgesloten. De bepakkingswerkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld t.b.v. materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal.

Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)

2020

Voertuigen Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen

€ € € € € € €

Bepakking Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Overig Totaal bepakking

€ € € €

Totaal

€

551 426 357 324 30 39 1.728

2021

€ € € € € € €

158 € 147 € 0 € 306 € 2.034

€

585 404 604 281 160 105 2.140

2022

€ € € € € € €

585 404 604 281 160 105 2.140

153 € 145 € € 298 € 2.438

€

2023

€ € € € € € €

585 319 604 281 160 105 2.055

153 € 145 € € 298 € 2.438

2024

€ € € € € € €

€

2.353

€

€ € € € € € €

585 319 604 281 160 105 2.055

153 € 145 € € 298 €

153 145 298

€

2.353

585 319 604 281 160 105 2.055

153 € 145 € € 298 €

2025

2.353

De voertuigen zijn vanaf 2020 WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Ter voorkoming van schade is nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Dit verklaard de afname van de verzekeringen en toename van schades onder voertuigen. Investeringen De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor de financieringsbehoefte. Alle investeringen in onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. Er is geen sprake van investeringen met een maatschappelijk nut. Meerjarig investeringsplan (bedragen x € 1.000)

2022

2023

2024

2025

Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond weg en bouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa

€ € € € € € €

105 2.708 968 4.344

€ € € € € € €

6.186 782 648

€ € € € € € €

€ € € € 6.629 € 762 € 665 €

5.798 900 3.373

Totaal

€

8.126

€

7.616

€

8.056

€

10.071

2.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Veiligheidsregio MWB is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat Veiligheidsregio MWB over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is Veiligheidsregio MWB formeel een verbonden partij voor de 24 gemeenten. Veiligheidsregio MWB zelf kent geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel

samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Veiligheidsregio MWB participeert voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de Veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats van de cijfers van de GHOR met de Veiligheidsregio MWB. De bijdrage van de veiligheidsregio MWB aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in de begroting en jaarrekening van de veiligheidsregio MWB.

De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving. Landelijke Meldkamer Samenwerking Het beheer van de meldkamer is per 1 januari 2020 overgedragen aan de LMS, als onderdeel van de Nationale Politie. De overdracht van de verantwoordelijkheid van het beheer wordt vastgelegd in de Wet op de Veiligheidsregio’s en in de Politiewet. De overdracht is nader gespecificeerd in het overdrachtsdossier dat in het najaar van 2019 is vastgelegd. Door middel van deze overdracht vindt een langdurige samenwerking met de LMS plaats. Tevens is medio 2020 de nieuwe meldkamer in Bergen op Zoom in gebruik genomen en maken de brandweercentralisten en het multi-opschaling onderdeel deel uit van deze nieuwe meldkamer. Publiek-Private Samenwerking (PPS) Moerdijk Vanaf 1 februari 2013 is er op het Zeehaven- en Industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Dit is vastgesteld in een overeenkomst tussen de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en Veiligheidsregio MWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. Er wordt uitgegaan van een kostenverdeling van 1/3 SBM en 2/3 Veiligheidsregio MWB. De post is continu bezet door 6 personen.

Voor de bedrijfsbrandweertaak beschikt de post over een tankautospuit industrieel en een schuimblusvoertuig. Deze kunnen ook worden ingezet voor de basisbrandweerzorg op het terrein. Ten behoeve van de bedrijfsbrandweerzorg is personeel specifiek en aanvullend opgeleid en geoefend. Door de post Moerdijk Haven wordt gewerkt met het Bedrijfsbrandweer Veiligheidsbeheersysteem (VBS). Alle wijzigingen worden dagelijks verwerkt, zodat het systeem actueel is en blijft. Publiek-Private Samenwerking voor blusboot De Veiligheidsregio MWB heeft een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. De brandweer levert een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen. Veiligheidsregio MWB en Veiligheidsregio Zeeland werken al lange tijd samen bij het bestrijden van incidenten op het Schelde-Rijnkanaal. Om deze interregionale samenwerking te formaliseren is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld door beide veiligheidsregio’s. Hierin is een aantal algemene uitgangspunten en operationele afspraken vastgelegd. Met deze overeenkomst wordt bijgedragen aan een betere brandweerzorg en voldoet de samenwerking tussen partijen nog meer aan de eisen die de wet en maatschappij hieraan stellen.

Bij incidenten op het Schelde-Rijnkanaal is het niet altijd direct duidelijk binnen welke veiligheidsregio het incident plaatsvindt. Daarom zullen meestal beide meldkamers de melding ontvangen, contact met elkaar zoeken en de hulpverlening opstarten. Tussen beide regio’s is in een samenwerkingsovereenkomst een verantwoordelijkheidsverdeling afgesproken. Als het gaat om Search & Rescue (SAR) wordt de Eendracht vanuit Tholen (VRZ) gealarmeerd en bij brand en IBGS (Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen) wordt de Furie 4 uit Dinteloord gealarmeerd. Tijdens een incident treden beide vaartuigen gezamenlijk op.

3 Financiële begroting

3.1 Kaders totstandkoming begroting Herijking beleid Voor de beleidsbegroting 2022 zijn er geen nieuwe voorstellen herijking beleid. Bij wijzigingen in het beleid is de lijn gevolgd “nieuw voor oud“. Financiële duurzaamheid In het kader van het streven naar het financieel in balans brengen van de structurele lasten met de structurele baten en de vermindering van de financiering van bepaalde activiteiten vanuit de bestemmingsreserves is een traject gestart wat heeft geleid tot diverse ombuigingen. Deze ombuigingen hebben haar doorwerking gekregen naar de afdelingsbegrotingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserves. Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2022. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken, zijn: • Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. • Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2022. Nacalculatie van de gebruikte indices voor jaar 2021 en 2020, zoals ze zijn verwerkt in de begroting jaar 2021.

Samenvattend wordt de huidige loon- en prijsontwikkeling bepaald door het CPB in november 2020 gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2022 en de correcties van deze indices voor het jaar 2020 en 2021 van de in de begroting 2021 verwerkte cijfers. Kerngegevenstabel Centraal Planbureau november 2020

Loonindex Prijsindex

2020

2021

2022

2023

2024

2025

3,90% 2,20%

1,40% 1,50%

1,40% 1,30%

2,00% 1,40%

1,80% 1,30%

2,10% 1,30%

Op basis van de bovenstaande financiële tabel kan een gewogen gemiddelde index berekend worden waarmee de bijdrage in de begroting wordt aangepast. Deze berekening is in de tabel op de volgende pagina weergegeven.

Berekening gewogen index begroting 2022 CPB november 2020 Index CPB Verhouding Gewogen Index index begroting 2022 Loonindex 2020 Prijsindex 2020 Gewogen index Index 2020 bij begroting 2021 Correctie index 2020

3,90% 2,20%

Loonindex 2021 Prijsindex 2021 Gewogen index Index 2021 bij begroting 2021 Correctie index 2021

1,40% 1,50%

Loonindex 2022 Prijsindex 2022 Gewogen index 2022 Index 2022 incl nacalculatie

1,40% 1,30%

Loonindex 2023 Prijsindex 2023 Gewogen index 2023

2,00% 1,40%

Loonindex 2024 Prijsindex 2024 Gewogen index 2024

1,80% 1,30%

Loonindex 2025 Prijsindex 2025 Gewogen index 2025

2,10% 1,30%

60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

60,00% 40,00% 60,00% 40,00% 60,00% 40,00%

2,34% 0,88% 3,22% 2,52% 0,70%

0,70%

0,84% 0,60% 1,44% 2,58% -1,14%

-1,14%

0,84% 0,52% 1,36%

1,36% 0,92%

1,20% 0,56% 1,76%

1,76%

1,08% 0,52% 1,60%

1,60%

1,26% 0,52% 1,78%

1,78%

Ontwikkeling Rijksbijdrage (voorheen BDuR) Op basis van de beschikking Rijksbijdrage 2020 (d.d. 9 november 2020) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt onderstaande bijdrage voor Veiligheidsregio MWB verwacht. Rijksbijdrage 2022 2023 2024 2025* (bedragen x 1.000) Beschikking 2020

€

9.655

€

9.656

€

9.656

€

9.656

*De Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2025 is hetzelfde bedrag als 2024 aangehouden. Exploitatiebijdrage gemeenten Met ingang van de begroting 2013 is het kostenverdeelmodel geïntroduceerd voor het verdelen van de kosten van Veiligheidsregio MWB over de deelnemende gemeenten. Het kostenverdeelmodel is gebaseerd op de Cebeon maatstaven die rekening houden met verschillen tussen gemeenten zoals inwoners, kernen en bedrijvigheid. Tevens sluit het op Cebeon gebaseerde model aan bij de inkomsten die de gemeenten ontvangen voor het cluster Openbare Orde en Veiligheid (OOV) uit het Gemeentefonds. De maatstaven van het Cebeon model veranderen echter continu. De (invulling van de) maatstaven van het gemeentefonds worden jaarlijks geactualiseerd waardoor de bijdrage uit het gemeentefonds jaarlijks verandert. De afgelopen jaren heeft groot onderhoud plaatsgevonden waarbij maatstaven en weging zijn aangepast. Om scheefgroei tussen de bijdrage uit het Gemeentefonds en de betaling aan de veiligheidsregio te voorkomen, is door het AB besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds.

De volgende uitgangspunten zijn voor de actualisatie gehanteerd: • De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. • De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting t+1. • De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst van de Meicirculaire beschikbaar gesteld door BZK (t-1). De verdeelsystematiek voor 2021 wordt beïnvloed door de gemeentelijke herindeling van de gemeente Haaren. In verband met de hiermee samenhangende gewijzigde regio-indeling worden de paramaters in het model voor de gemeente Oisterwijk en gemeente Tilburg, alsmede de regio als geheel verhoogd met de gegevens vanuit de betrokken kernen. Aanpassing van de sleutel van het kostenverdeelmodel vanaf 2021 vindt plaats na uitkomst van de meicirculaire 2021. Omdat deze uitkomst niet beschikbaar is ten tijde van het opstellen van de Beleidsbegroting 2022, wordt volstaan met een budgettair neutrale verwerking. Na het bekend worden van de gegevens worden deze verwerkt en aangepast in het model en wordt dit als begrotingswijziging ingebracht. In de onderstaande tabellen is voor de jaren 2022 tot en met 2025 de bijdrage per gemeente aan Veiligheidsregio MWB opgenomen, waarbij de wijzigingen met betrekking tot loon- en prijscompensatie verwerkt zijn.

De intekentaken FLO-overgangsrecht en kazernes zijn in paragraaf 3.3 Financiële positie verder uiteengezet. Gemeentelijke bijdrage

Totaal bijdrage Totaal bijdrage Totaal bijdrage Totaal bijdrage 2022 o.b.v. 2023 o.b.v. 2024 o.b.v. 2025 o.b.v. kostenverdeel- kostenverdeel- kostenverdeel- kostenverdeelmodel 2022 model 2022 model 2022 model 2022 excl. excl. excl. excl. intekentaak intekentaak intekentaak intekentaak

Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau Bergen op Zoom Breda Dongen Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Gilze en Rijen Goirle Halderberge Hilvarenbeek Loon op Zand Moerdijk Oisterwijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Tilburg Waalwijk Woensdrecht Zundert

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

680.528 3.065.401 525.564 3.964.094 11.076.493 1.320.420 1.564.633 2.345.893 1.328.204 1.485.249 1.190.393 1.776.693 927.205 1.254.751 2.937.319 1.495.683 3.230.245 4.645.407 1.150.678 1.418.245 14.470.020 2.705.804 1.399.694 1.146.159

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

692.505 3.119.352 534.814 4.033.862 11.271.440 1.343.659 1.592.171 2.387.180 1.351.580 1.511.389 1.211.344 1.807.963 943.523 1.276.835 2.989.016 1.522.007 3.287.097 4.727.166 1.170.930 1.443.206 14.724.693 2.753.427 1.424.329 1.166.331

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

703.585 3.169.262 543.371 4.098.404 11.451.783 1.365.158 1.617.646 2.425.375 1.373.205 1.535.571 1.230.725 1.836.890 958.620 1.297.264 3.036.840 1.546.359 3.339.691 4.802.801 1.189.665 1.466.297 14.960.288 2.797.481 1.447.118 1.184.993

€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €

716.109 3.225.675 553.043 4.171.356 11.655.624 1.389.458 1.646.440 2.468.547 1.397.648 1.562.905 1.252.632 1.869.587 975.683 1.320.355 3.090.896 1.573.885 3.399.137 4.888.291 1.210.841 1.492.397 15.226.581 2.847.277 1.472.877 1.206.086

Totaal

€

67.104.776

€

68.285.820

€

69.378.394

€

70.613.329

3.2 Overzicht lasten en baten Onderstaand overzicht geeft inzicht in de baten en de lasten in het meerjarig kader, waarbij de algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en de mutaties in de reserve apart inzichtelijk zijn gemaakt. Programma Veiligheid (bedragen x 1.000)

Jaarrekening 2020 Lasten

Baten

Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie Algemene opbrengsten

€ 35 € 7.361 € 60.354 € 1.673 € -

€ -211 € -8.064 € -61.227 € -753 € -

Subtotaal Programma Veiligheid

Begroting 2021

Begroting 2022

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

€ € € € €

-175 -703 -873 920 -

€ 723 € 7.615 € 59.811 € 1.976 € -

€ € -299 € -7.296 € -125 € -75.990

€ 723 € 7.316 € 52.515 € 1.851 € -75.990

€ 203 € 8.982 € 59.019 € 1.360 € -

€ -366 € -8.385 € -61.137 € -923 € -

€ -162 € 597 € -2.118 € 436 € -

€ 69.423

€ -70.255 €

-832

€ 70.124

€ -83.710 € -13.586

€ 69.564

€ -70.811 € -1.247

Algemene Dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting

€ € 15.669 € -1

€ € € -15.176 € € €

493 -1

€ 447 € 14.672 € -

€ € €

€ 447 € 13.039 € -

€ -447 € € -11.850 € € €

1.189 -

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

€ 85.091

€ -85.431 €

-340

€ 85.243

€ -84.157 €

1.086

€ 83.050

€ -83.107 €

-58

Mutaties Reserves Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie Algemene opbrengsten

€ € € 6.560 € 501 € -

€ € -82 € -7.911 € -2.054 € -

€ € -82 € -1.350 € -1.553 € -

€ € € 7.023 € 536 € -

€ -50 € € -7.430 € -1.025 € -140

€ € € € €

-50 -407 -489 -140

€ € € 6.936 € 1.053 € -

€ -50 € € -7.158 € -723 € -

€ € € € €

-50 -222 330 -

Subtotaal mutaties reseves

€ 7.061

€ -10.047 € -2.986

€ 7.559

€ -8.645

€ -1.086

€ 7.988

€ -7.931

€

58

Gerealiseerde resultaat

€ 92.152

€ -95.478 € -3.326

€ 92.802

€ -92.802 €

€ 91.038

€ -91.038 €

-0

Programma Veiligheid (bedragen x 1.000)

Begroting 2023

-447 -

€ € 14.672 € -

0

Begroting 2024

Begroting 2025

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie Algemene opbrengsten

€ 204 € 8.992 € 59.447 € 2.398

€ -371 € -8.510 € -62.246 € -940

€ -168 € 482 € -2.799 € 1.459

€ 202 € 8.955 € 59.222 € 3.647

€ -376 € -8.625 € -62.909 € -955

€ -174 € 330 € -3.688 € 2.692

€ 201 € 8.933 € 59.332 € 4.922

€ -382 € -8.755 € -63.826 € -972

€ -181 € 178 € -4.493 € 3.951

Subtotaal Programma Veiligheid

€ 71.041

€ -72.067 € -1.026

€ 72.026

€ -72.865 €

-840

€ 73.388

€ -73.934 €

-546

Algemene Dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting

€ 447 € 12.985 € -

€ -447 € € -12.030 € € €

955 -

€ 447 € 12.844 € -

€ -447 € € -12.197 € € €

648 -

€ 447 € 12.707 € -

€ -447 € € -12.385 € € €

322 -

Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten

€ 84.472

€ -84.543 €

-71 € 85.317

€ -85.508 €

-192

€ 86.542

€ -86.766 €

-224

Mutaties Reserves Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie Algemene opbrengsten

€ € € 7.153 € 973 € -

€ -50 € € -7.364 € -641 € -

€ € € € €

-50 -211 332 -

€ € € 7.427 € 840 € -

€ -50 € € -7.526 € -498 € -

€ € € € €

-50 -100 341 -

€ € € 7.705 € 704 € -

€ -50 € € -7.773 € -362 € -

€ € € € €

-50 -68 342 -

Subtotaal mutaties reseves

€ 8.126

€ -8.055

€

71 € 8.266

€ -8.075

€

192

€ 8.409

€ -8.185

€

224

Gerealiseerde resultaat

€ 92.599

€ -92.599 €

0

€ -93.583 €

0

€ 94.951

€ -94.951 €

0

€ 93.583

3.3 Financiële positie Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Op basis van de vastgestelde financiële uitgangspunten, weergegeven in vorige paragrafen, is een totaaloverzicht van de bijdragen van gemeenten en het financieel meerjarenperspectief opgesteld. Hierin zijn ook de intekentaken opgenomen. Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

€ 65.186.379

€ 65.186.379 € 3.011.611

€ 66.493.040 € 611.736

€ 67.104.776 € 1.181.044

€ 68.285.820 € 1.092.573

€ 69.378.394 € 1.234.935

Bijdrage na aanpassing LPO € 65.186.379

€ 68.197.990

€ 67.104.776

€ 68.285.820

€ 69.378.394

€ 70.613.329

Taakstelling Bijdrage na taakstelling

€ € 65.186.379

€ -1.704.950 € 66.493.040

€ € 67.104.776

€ € 68.285.820

€ € 69.378.394

€ € 70.613.329

Intekentaken FLO Kazernes Totaal intekentaken

€ € €

€ € €

€ € €

€ € €

€ € €

Vastgestelde begroting* Aanpassing LPO**

Totaal bijdrage gemeenten

4.958.524 659.520 5.618.044

€ 70.804.423

4.983.809 413.851 5.397.659

€ 71.890.700

2.681.105 412.042 3.093.147

€ 70.197.924

2.932.623 411.454 3.344.077

€ 71.629.897

3.118.484 € 94.619 € 3.213.103 €

€ 72.591.497

3.136.072 95.849 3.231.921

€ 73.845.250

* De gemeentelijke bijdrage vastgestelde begroting 2022 en verder is inclusief aanpassingen LPO en taakstelling € 1.704.950. ** Aanpassing LPO wordt vanaf 2022 berekend over Gemeentelijke bijdrage na aanpassing LPO en taakstelling voorgaand jaar. Actualisatie FLO-overgangsrecht Intekentaak FLO

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Regionalisering brandweer Bergen op Zoom Breda Roosendaal Tilburg

€ € € €

643.688 1.569.561 755.634 1.989.640

€ € € €

643.427 1.451.960 755.328 2.133.094

€ € € €

347.571 996.641 408.018 928.875

€ € € €

343.116 1.060.190 402.789 1.126.529

€ € € €

346.418 1.182.431 406.665 1.182.969

€ € € €

367.317 1.214.999 431.199 1.122.557

Totaal FLO-intekentaak

€

4.958.524

€

4.983.809

€

2.681.105

€

2.932.623

€

3.118.484

€

3.136.072

In de uitwerking van het Akkoord reparatie FLO-overgangsrecht brandweerpersoneel is afgesproken dat er vanaf 2022, als alternatief van de ‘levensloopregeling 210% bruto’, middels een ‘regeling netto FLOspaartegoed’ 225% van het netto jaarinkomen wordt gespaard voor medewerkers met recht op FLOovergangsrecht. Naast het hoger te sparen bedrag voor deze doelgroep wordt ook de leeftijd waarop dit doeltegoed gerealiseerd moet zijn lager (van leeftijd 59 jaar binnen de levensloopregeling naar leeftijd 55 jaar binnen de regeling netto FLO-spaartegoed 225% netto). Dit betekent dat er zowel een hoger bedrag voor deze doelgroep wordt gespaard, als dat dit bedrag sneller moet worden betaald. De kosten daarvan komen voor een groot deel voor de gemeenten met een voormalige beroepsbrandweer. Deze gemeenten zijn hierover individueel op de hoogte gesteld. Deze effecten doen zich, voor een klein deel, ook voor bij Veiligheidsregio MWB. Deze worden binnen de bestaande kaders opgevangen. In 2020 is hiervoor een meerjarenprognose gemaakt voor de kosten van het FLO-overgangsrecht. Eind 2020 heeft een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving gezorgd voor een noodzakelijke aanpassing van de prognose met als gevolg een verwachting van hogere kosten. De bedragen opgenomen in de begroting 2021 wijken af van de Beleidsbegroting 2021, jaarschijf 2021.

Deze wijziging is in het DB van maart 2021 voorgelegd als begrotingswijziging.

Actualisatie kazernes Intekentaak kazernes

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Gemeente Altena Alphen Chaam Bergen op Zoom Breda Gilze Rijen Loon op Zand Moerdijk Waalwijk

€ € € € € € € €

37.858 1.178 374.086 108.311 6.052 516 87.746 43.773

€ € € € € € € €

1.194 292.714 90.754 29.188

€ € € € € € € €

291.004 92.025 29.013

€ € € € € € € €

289.301 93.313 28.840

€ € € € € € € €

94.619 -

€ € € € € € € €

95.849 -

Totaal intekentaak kazernes

€

659.520

€

413.851

€

412.042

€

411.454

€

94.619 €

95.849

In 2013 is een besluit genomen over de overdracht van negen kazernes van zeven gemeenten aan Veiligheidsregio MWB per 31 december 2013. Met deze overdracht zijn er afspraken gemaakt over de verrekening van de eigenaarskosten zoals belastingen, verzekeringen en kapitaallasten. Deze kosten worden één op één verrekend met de betreffende gemeente. Basis voor de begroting van de intekentaak vormt de realisatie in boekjaar 2020. Op grond daarvan zijn o.a. de kapitaallasten 2021 en verder aangepast. Ten opzichte van de beleidsbegroting 2021 betekent dit voor jaarschijf 2021 een aanpassing in de begroting. Deze wijziging is in het DB van maart 2021 voorgelegd als begrotingswijziging. Vanaf 2022 worden nog twee kazernes terug verkocht aan de gemeenten.

3.4 Incidentele en structurele lasten en baten Het overzicht met de incidentele en structurele lasten en baten, inclusief de mutaties in de reserve, geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting. Zowel het structurele begrotingssaldo als het incidentele begrotingssaldo is nihil. Door het volgen van een duurzame begrotingssystematiek worden structurele lasten gedekt met structurele middelen en incidentele lasten met incidentele middelen. Thema's

2022

2023

2024

2025

Incidenteel Structureel Incidenteel Structureel Incidenteel Structureel Incidenteel Structureel Programma Veiligheid Lasten Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

50 79 -

€ € € €

153 8.982 58.940 1.360

€ € € €

50 79 -

€ € € €

154 8.992 59.368 2.398

€ € € €

50 79 -

€ € € €

152 8.955 59.142 3.647

€ € € €

50 79 -

€ € € €

151 8.933 59.253 4.922

Baten Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

-

€ € € €

-366 -8.385 -61.137 -923

€ € € €

-

€ € € €

-371 -8.510 -62.246 -940

€ € € €

-

€ € € €

-376 -8.625 -62.909 -955

€ € € €

-

€ € € €

-382 -8.755 -63.826 -972

Subtotaal programma Veiligheid €

129

€

-1.376

€

129

€

-1.155

€

129

€

-969

€

129

€

-675

Algemene dekkingsmiddelen Lasten Baten

€ €

-

€ €

447 -447

€ €

-

€ €

447 -447

€ €

-

€ €

447 -447

€ €

-

€ €

447 -447

Overhead Lasten Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

-

€ € € €

481 2.495 10.063

€ € € €

-

€ € € €

482 2.498 10.006

€ € € €

-

€ € € €

480 2.487 9.878

€ € € €

-

€ € € €

478 2.481 9.748

Baten Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

-

€ € € €

-431 -2.229 -9.190

€ € € €

-

€ € € €

-438 -2.263 -9.329

€ € € €

-

€ € € €

-444 -2.295 -9.458

€ € € €

-

€ € € €

-451 -2.330 -9.604

Totaal saldo van lasten en baten

€

129

€

-187

€

129

€

-200

€

129

€

-321

€

129

€

-353

Reserves Onttrekkingen reserves Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

-50 -2

€ € € €

-7.158 -721

€ € € €

-50 -2

€ € € €

-7.364 -640

€ € € €

-50 -2

€ € € €

-7.526 -497

€ € € €

-50 -2

€ € € €

-7.773 -361

Toevoegingen reserves Redzame samenleving Bijdragen veilige leefomgeving Hulpvaardige slagvaardige inzet Wendbare duurzame organisatie

€ € € €

-

€ € € €

6.936 1.053

€ € € €

-

€ € € €

7.153 973

€ € € €

-

€ € € €

7.427 840

€ € € €

-

€ € € €

7.705 704

Totaal mutaties reserves

€

-52

€

109

€

-52

€

122

€

-52

€

243

€

-52

€

275

Totaal resultaat

€

78

€

-78

€

78

€

-78

€

78

€

-78

€

78

€

-78

De incidentele posten lichten worden hieronder op hoofdlijnen (> € 50.000) toegelicht. Redzame samenleving De incidentele lasten in het kader van het project Brandveilig Leven bedragen € 50.000. Hiervoor vindt jaarlijks een onttrekking plaats. Hulpvaardige slagvaardige inzet De incidentele lasten binnen deze pijler bestaan uit tijdelijke kosten in het kader van de gemeenschappelijke meldkamer. We verwachten dat we in 2022 nog circa € 72.000 aan eenmalige kosten voor tijdelijke inzet van personeel en faciliteiten.

3.5 Overzicht op taakvelden In deze paragraaf is het overzicht op taakvelden ingevoegd. (bedragen x 1.000)

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Lasten • 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer • 8.3 Wonen en Bouwen • 0.5 Treasury • 0.4 Overhead • 0.9 Vennootschapsbelasting

€ € € € €

68.010 1.545 447 13.048 -

€ € € € €

69.489 1.545 447 12.992 -

€ € € € €

70.466 1.545 447 12.859 -

€ € € € €

71.824 1.545 447 12.726 -

Totaal lasten

€

83.050

€

84.472

€

85.317

€

86.542

Baten • 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer • 0.5 Treasury • 0.4 Overhead

€ € €

-69.888 € -447 € -12.773 €

-71.127 € -447 € -12.969 €

-71.910 € -447 € -13.151 €

-72.963 -447 -13.357

Totaal baten

€

-83.107

€

-84.543

€

-85.508

€

-86.766

Totaal saldo van lasten en baten

€

-58

€

-71

€

-192 €

-224

• 0.10 Mutaties reserves Onttrek k ing aan reserves Toevoeging aan reserves

€ €

7.988 -7.931

€ €

8.126 -8.055

€ €

Totaal mutaties reserves

€

58

€

71

Totaal saldo van lasten en baten incl. mutaties reserves

€

-0

€

0

8.266 -8.075

€ €

8.409 -8.185

€

192 €

224

€

0

0

€

4 Bijlagen

4.1 Leningenoverzicht Het investeringsplan laat voor de komende jaren een aanzienlijke aanschaf van materiaal zien. Dit zal door middel van extern aan te trekken leningen worden gefinancierd. In onderstaand overzicht is de verwachting van de aan te trekken leningen opgenomen en ook de stand van de huidige leningen. De lasten die voortkomen uit de leningen zijn verwerkt in de exploitatie voor de komende jaren. Overzicht lopende leningen

Bedrag

1 Lening BNG 4,58%, nummer 82959, aangegaan ter financiering VOC, BRW

€

4 Lening BNG 3,41%, nummer 15429, aangegaan ter financiering van overname activa brandweer

Looptijd Bijzonderheden

Stand per 01-01-2020

Stand per 01-01-2021

Geraamde stand per 01-01-2022

€

153.332 €

117.535 €

80.097

€ 9.765.000 Aflossing € 651.000 per Vervroegde jaar aflossing niet aflossing per kwartaal toegestaan eerste maal oktober 2010, laatste maal 2025

€

3.092.250 €

2.441.250 €

1.790.250

5 Lening BNG 3,68%, € 4.140.000 Aflossing € 207.000 per Vervroegde nummer 105430, jaar aflossing niet Aangegaan ter financiering aflossing per kwartaal toegestaan van overname activa eerste maal oktober brandweer 2010, laatste maal 2030

€

2.018.250 €

1.811.250 €

1.604.250

6 Lening BNG 2,69%, € 14.553.288 Aflossing vlg schema nummer 108835, Aangegaan tbv financiering overname kazernes

Vervroegde aflossing niet toegestaan

€

8.419.491 €

7.387.631 €

7 Lening BNG 1,22%, € 6.000.000 Aflossing € 400.000 per nummer 110376, jaar met halfjaarlijkse Aangegaan ter financiering betaling, beginnend op van investeringen 2016 30-04-2016

Vervroegde aflossing niet toegestaan

€

4.000.000 €

3.600.000 €

3.200.000

8 Lening BNG 0,84%, € 2.500.000 Aflossing € 125.000 per nummer 110377, jaar met halfjaarlijkse Aangegaan ter financiering betaling, beginnend op van investeringen 2016 31-07-2016

Vervroegde aflossing niet toegestaan

€

1.375.000 €

1.811.250 €

875.000

635.292 Aflossing in 30 jaarlijkse Vervroegde termijnen volgens aflossing is niet annuïteiten € 20.916 mogelijk behalve eerste maal 17 okt 1995, bij rentevoet laatste maal 17 okt 2024 aanpassing

# lening 2021 o.b.v. liquiditeitsprognose

€ 18.000.000 Aflossing € 900.000 per jaar met halfjaarlijkse betaling, beginnend op 31-07-2021

# lening 2022 o.b.v. liquiditeitsprognose

€ 8.000.000 Aflossing € 400.000 per jaar met halfjaarlijkse betaling, beginnend op 31-07-2022

# lening 2024 o.b.v. liquiditeitsprognose

€ 5.000.000 Aflossing € 250.000 per jaar met halfjaarlijkse betaling, beginnend op 31-07-2024

# lening 2025 o.b.v. liquiditeitsprognose

€ 6.000.000 Aflossing € 300.000 per jaar met halfjaarlijkse betaling, beginnend op 31-07-2025 € 74.593.580

-

€ 17.100.000

€ 19.058.323

€ 17.168.916

€ 24.649.597

4.2 Reserves en voorzieningen Reserves Omschrijving (bedragen x 1.000) Box gemeente Crises en calamiteitenreserve Egalisatie kapitaallasten Reserve overgang LMS Reserve transitie GMK HSL Subtotaal box gemeente

1-1-2022 Mutatie reserve

€ 1.612 € 9.533 € 29 € 32 € 613 € 11.819

€ € -91 € € € -13 € -104

€

1.361

€

Rijksbijdrage BTW Subtotaal box Rijk

€ €

1.213 2.574

Totaal

€ 14.392

Box Rijk / overig Rijksbijdrage strategische projecten

1-1-2023

€ 1.612 € 9.443 € 29 € 32 € 600 € 11.715 €

1.311

€ -140 € -190

€ €

1.073 2.384

€ -294

€ 14.098

-50

Mutatie reserve

€ € € € € €

-901 -13 -913

€

-50

€ €

-140 -190

1-1-2024 Mutatie reserve

€ 1.612 € 8.542 € 29 € 32 € 587 € 10.801

€ € € € € €

43 -13 30

€

-50

€

1.261

€ €

933 € -140 2.194 € -190

€ -1.103 € 12.995

€ -160

1-1-2025

€ 1.612 € 8.585 € 29 € 32 € 574 € 10.831 €

1.211

€ €

793 2.004

€ 12.835

Bovenstaande reserves geven de stand van de reserves weer voor resultaatbestemming jaarrekening 2020. De voorgestelde toevoegingen vanuit het resultaat zijn hier nog niet in verwerkt.

Voorzieningen Omschrijving (bedragen x 1.000)

1-1-2022 Mutatie reserve

1-1-2023

Mutatie reserve

1-1-2024 Mutatie reserve

1-1-2025

Voorzieningen Voorziening onderhoud kazernes Regelingen reorganisatie

€ €

2.043 € -347 178 € -116

€ €

1.696 62

€ €

-367 -62

€ €

1.329 -

€ 170 € -

€ €

1.499 -

Totaal

€

2.220

€

1.758

€

-429

€

1.329

€ 170

€

1.499

€ -463

4.3 Tariefvaststelling Tarievenbesluit personeel Veiligheidsregio 2022 Ten behoeve van, onder andere, de verantwoording van personele inspanningen bij projecten is het noodzakelijk dat het DB hiervoor een uurtarief vaststelt. Op basis van begroting, rekening houdend met een opslag voor bemiddeling, begeleiding, risico en administratieve verwerking e.d., zijn de volgende uurtarieven bepaald voor 2022: Laag (schaal 5/6/7) Middel (schaal 8/9/10) Hoog (schaal 11/12/13)

€ 80 € 103 € 139

Deze tarieven zijn met name bedoeld voor de verantwoording van projectmatige zaken en subsidies. Ten behoeve van individuele afspraken wordt de mogelijkheid van maatwerk open gehouden. Voor dienstverlening binnen het werkingsgebied BMWB op een niveau boven schaal 13 worden op individuele basis maatwerkafspraken gemaakt. Zo nodig dienen deze tarieven nog te worden verhoogd met 21% BTW. In principe is het beschikbaar stellen van personeel belast met BTW. Alleen in gevallen waarbij sprake is van een individueel contract in het kader van ‘arbeidsmobiliteit’ (= individueel opleidings- / ontwikkelingstraject), dan wel er expliciet vrijstelling is verleend door de inspecteur (in ons geval voor de brandweercentralisten bij de GMK), kan heffing van BTW buiten beschouwing blijven. De in rekening te brengen BTW is overigens voor gemeenten compensabel in het kader van het BTW compensatiefonds.

4.4 Lijst van veelgebruikte afkortingen Afkorting Betekenis

Afkorting

AB ANBO AOW Arbo AVG

Algemeen Bestuur Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen Algemene Ouderdomswet Arbeidsomstandigheden Algemene verordening gegevensbescherming

HSL IBGS ICT KBO KPI

Hogesnelheidslijn Incidentbestrijding Gevaarlijke Stoffen Informatie- en Communicatie Technologie Katholieke Bond van Ouderen Key Performance Indicator

BBV

Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten Brede Doeluitkering Rampenbestrijding Bank voor Nederlandse gemeente Besluit Risico´s Zware Ongevallen Buitenlandse zaken Calamiteiten Coördinator Collectieve Arbeidsovereenkomst Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Plan Bureau Dagelijks Bestuur Document Management Systeem Digitaal stelsel Omgevingswet Electronische LeerOmgeving

LMS

Landelijke Meldkamer Samenwerking

LPO MJOP MWB OMWB OOV OvD PPS RCC SAR SBM TAS TNO

Europees Monetaire Unie Financiering Decentrale Overheden Functioneel Leeftijdsontslag Financiën, Planning & Control Full Time Equivalent Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure Human Resource Management

VBS VEt VIK VRZ WA Wnra WOB

Loon- en prijsontwikkeling Meerjaren Onderhoudsplan Midden- en West-Brabant Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Openbare Orde en Veiligheid Officier van Dienst Publiek-Private Samenwerking Regionaal Crisiscentrum Search & Rescue Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk Tankautospuit Nederlandse Organisatie voor toegepastnatuurwetenschappelijk onderzoek Veiligheidsbeheersysteem Veilige Energietransitie Veiligheid Informatie Knooppunt Veiligheidsregio Zeeland Wettelijke Aansprakelijkheidsverzekering Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren Wet Openbaarheid van Bestuur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1473/documents/15775