CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029.pdf

Besluitvormende Vergadering 6 november 2025, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 03.: Begroting 2026.23.889 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Onder een woning wordt verstaan de kleinste binnen 1 of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik, ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte. Voorbeelden zijn vrijstaande woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen, studentenhuizen. Alle verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie en eventueel 1 of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt. Nieuwbouw betreft de mutatie in de woningvoorraad waarbij een woning 'vanaf 0' wordt toegevoegd aan de woningvoorraad Het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per honderd personen van 20 tot 65 jaar. Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde woz-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting. Som van de gemiddeld betaalde ozb op basis van de gemiddelde woz-waarde van woningen in de gemeente + reinigingsheffing + rioolheffing minus eventuele heffingskorting.

73

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Indicator Banen

Jongeren met een delict voor de rechter

Kinderen in uitkeringsgezin

Werkloze jongeren

Netto arbeidsparticipatie - naar opleidingsniveau

Personen met een bijstandsuitkering

Lopende re-integratievoorzieningen Jongeren met jeugdhulp (aandeel jongeren tot 18 jaar)

74

Omschrijving Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot en met 64 jaar. Het percentage jongeren (12 t/m 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het VerweyJonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS. Percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal 1 lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS. Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV WERKbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS.

Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15-64 jaar. in percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari Hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014), en in natura door de zorgaanbieder is geleverd. PGB gefinancierde hulp en zorg valt hier dus buiten. Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. Zorg in Natura wordt direct vergoed aan de zorgverlener zonder tussenkomst van de zorggebruiker. In het kader van de jeugdzorg betekent dit dat de hulp rechtstreeks

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Indicator

Jongeren met jeugdbescherming (aandeel jongeren tot 18 jaar)

Jongeren met jeugdreclassering (aandeel jongeren van 12 tot 23 jaar)

Clienten met een maatwerkvoorziening Wmo

Gemeente Steenbergen

Omschrijving door de gemeente wordt vergoed. Persoonsgebonden budget (PGB)is een geldbedrag waarmee de zorggebruiker zelf zorg, begeleiding, hulp, hulpmiddelen of voorzieningen in kan kopen. Deze wordt verstrekt via de Sociale verzekeringsbank (SVB) maar is ook afkomstig van de gemeente. in percentage van alle jongeren tot 18 jaar, per 1 januari Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan 'onder toezicht gesteld' of onder voogdij geplaatst. in percentage van alle jongeren in de leeftijd van 12 tot 23 jaar, per 1 januari Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie of leerplichtambtenaar in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen. Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder de overtreding of het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat.

Jeugdreclassering kan worden opgelegd door de kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkvoorziening is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmo-gegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.

75

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Paragrafen

76

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Paragraaf lokale heffingen De gemeente Steenbergen kent diverse lokale heffingen. Deze kunnen onderverdeeld worden in belastingen, rechten en bestemmingsheffingen. Belastingen kunnen worden ingezet als algemeen dekkingsmiddel en de hoogte ervan is vrij te bepalen. Rechten worden geheven voor diensten die door de gemeente worden verleend. De hoogte ervan mag niet meer dan kostendekkend zijn. Bestemmingsheffingen zijn bedoeld voor de dekking van specifieke lasten voor collectieve voorzieningen. Ook hiervan mag de hoogte niet meer dan kostendekkend zijn. In de gemeente Steenbergen komen de volgende heffingen voor: •

belastingen: onroerendezaakbelasting, belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten, toeristenbelasting, forensenbelasting, reclamebelasting; • rechten: marktgelden, leges, lijkbezorgingsrechten; • bestemmingsheffingen: rioolheffing, afvalstoffenheffing. De lokale heffingen kunnen worden geheven op grond van de Gemeentewet of op grond van andere wetten, zoals de Wet milieubeheer en de Paspoortwet. Het beleid voor de lokale heffingen is vastgelegd in de diverse verordeningen en regelingen. De uitgangspunten die bij het vaststellen van de verordeningen zijn gehanteerd, komen gedeeltelijk voort uit het bestuursakkoord en het collegewerkprogramma 2022 - 2026. Daarnaast is de raad gebonden aan wettelijke bepalingen. De uitgangspunten bestaan uit de volgende wettelijke bepalingen en lokale keuzes: Wettelijke bepalingen: • •

de tarieven van de afvalstoffen- en de rioolheffing zijn maximaal 100% kostendekkend; datzelfde geldt voor de tarieven van de leges. Binnen de legesverordening is kruissubsidiëring toegestaan. Zie voor een toelichting hierop het onderdeel leges. Lokale ambities: In het coalitieakkoord 2022-2026 is aangegeven: • dat de lasten voor inwoners en bedrijven beheersbaar moeten blijven; • kostendekkend moeten zijn; • bij voorkeur niet hoger stijgen dan de inflatie; • bij de afvalstoffenheffing de kosten voor de inwoners zo laag mogelijk houden. Gezien de wettelijke bepalingen en de lokale ambities is in de Perspectiefnota 2026 en nu ook in deze begroting uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • • •

de opbrengst van de onroerendezaakbelasting (OZB) stijgt met het inflatiepercentage van 3,3%; de tarieven van de onroerendezaakbelasting worden hier op aangepast en worden gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling van de onroerende zaken; de overige belastingen stijgen eveneens met 3,3%; de kostendekkendheid van de tarieven voor de rioolheffing is 100% en de compensabele BTW wordt in deze tarieven doorberekend; de kostendekkendheid van de tarieven voor de afvalstoffenheffing is 100% en de compensabele BTW wordt in deze tarieven doorberekend.

Gemeente Steenbergen

77

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 In deze begroting is bij enkele heffingen nog sprake van voorlopige tarieven. Dat is dan bij de betreffende heffing aangegeven. De definitieve tarieven worden bepaald bij het opstellen van de verordeningen voor de gemeentelijke heffingen. Deze worden voorgelegd in de raadsvergadering van december 2025.

78

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Overzicht lokale heffingen In de volgende tabel treft u een overzicht aan van alle heffingen en de geraamde opbrengst. Bedragen x € 1.000

Heffing Onroerendezaakbelastingen Eigendom Onroerendezaakbelastingen Gebruik Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Afvalstoffenheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Forensenbelasting Reclamebelasting Leges Marktgelden Lijkbezorgingsrechten

Gemeente Steenbergen

Jaarrekening 2024 4.950

Begroting 2025 5.469

Begroting 2026 5.615

1.004

1.060

1.130

2

2

2

4.002 1.870 339 8 81 2.079 2 61 14.398

4.085 2.098 176 10 94 1.097 3 78 14.172

4.394 2.383 200 10 80 1.127 3 78 15.022

79

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Toerekening van indirecte kosten aan tarieven Sinds 2017 worden indirecte kosten (de overhead) apart verantwoord en buiten de administratie om toegerekend aan de kostendekkende tarieven. De wijze waarop dit gebeurt is vastgelegd in de financiële verordening. Dit gebeurt in de vorm van een opslagpercentage op de personeelskosten die verbonden zijn aan een specifieke heffing. De toerekening vindt plaats naar rato van de personeelslasten. In 2026 is de opslag 88,16%.

80

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Ontwikkeling van de lokale lasten De lokale lasten voor 2026 bedragen:

Onroerendezaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totaal Stijgingspercentage Landelijk gemiddelde

Eenpersoonshuishoudens 2025 € 328,12 € 153,00 € 313,00 € 794,12

Eenpersoonshuishoudens 2026 € 336,13 € 168,00 € 333,00 € 837,13 5,42% € 964,00

Meerpersoonshuishoudens 2025 € 328,12 € 180,00 € 417,00 € 925,12

Meerpersoonshuishoudens 2026 € 336,13 € 198,00 € 444,00 € 978,13 5,73% € 1.053,00

In deze tabel is bij de berekening van de woonlasten 2026 voor de onroerendezaakbelasting uitgegaan van een woning in Steenbergen met een gemiddelde WOZ-waarde, met waardepeildatum 1 januari 2025, van € 362.000 en een tariefstijging van 3,3%. Het bedrag dat is opgenomen als landelijk gemiddelde woonlast voor 2026 is ontleend aan de Atlas van de lokale lasten 2025 (de COELO atlas). In dezelfde atlas zijn de lasten van alle 342 Nederlandse (deel)gemeenten in beeld gebracht en op een ranglijst gezet. Daarbij worden de lasten voor OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing bij elkaar opgesteld voor gemiddelde huishoudens, verdeeld naar huurders en eigenaren. De gemeentelijke woonlasten zijn voorzien van een rangnummer. Hierbij heeft nummer 1 de laagste woonlasten en nummer 342 de hoogste. Uit de ranglijst van 2025 blijkt dat Steenbergen voor de eigenaren op plaats 131 staat (was in 2024 108) en voor de huurders op plaats 213 (was in 2024 218).

Gemeente Steenbergen

81

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Per heffing beleid:

82

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Onroerendezaakbelastingen Onder de naam onroerendezaakbelasting (OZB) wordt een belasting geheven van diegene die op 1 januari gebruik maakt en/of in het bezit is van een pand. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: •

de gebruikersbelasting, die wordt opgelegd aan degene die een onroerende zaak, niet zijnde een woning, gebruikt; • de eigenarenbelasting, die wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde (meestal de eigenaar) van een onroerende zaak. De belasting wordt gegeven over de waarde van de onroerende zaak. Bij de raming van de OZB opbrengsten voor 2026 zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • •

de OZB opbrengst stijgt ten opzichte van voorgaand jaar met 3,3%; voor de waarde van de woningen en niet-woningen is uitgegaan van de waardepeildatum 1 januari 2025; • de tarieven die in deze begroting zijn opgenomen zijn voorlopige tarieven. In de verordening op de heffing en invordering van de onroerendezaakbelastingen voor 2026 worden de definitieve tarieven opgenomen. Deze zijn dan aangepast voor de op dat moment bekende gemiddelde waardeontwikkeling van resp. woningen en niet-woningen. Bij een waardestijging zal het tarief dalen, bij een waardedaling zal het tarief stijgen, zodat de stijging van de opbrengst die in deze begroting is opgenomen niet verandert. De voorlopige tarieven voor 2026 zijn als volgt: Onroerendezaakbelasting (OZB) Onroerendezaakbelasting (OZB) woningen eigenaar Onroerendezaakbelasting (OZB) niet-woningen eigenaar Onroerendezaakbelasting (OZB) niet-woningen gebruik

2025

2026

Verschil

0,0983%

0,1007%

2,4%

0,2316%

0,2372%

2,4%

0,1822%

0,1866%

2,4%

De verwachte OZB opbrengst bedraagt ca. € 6,7 miljoen.

Gemeente Steenbergen

83

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten Onder de naam ‘belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen ruimten twee directe belastingen geheven: 1. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een bedrijfsruimte al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; 2. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een ruimte het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. De belasting wordt geheven over de waarde van de roerende zaak. De verwachte opbrengst bedraagt ca.€ 2.000. De tarieven zijn gelijk aan die van de onroerendezaakbelasting.

84

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Afvalstoffenheffing De gemeente zorgt voor het wekelijks ophalen van het huisvuil en het exploiteren van de milieustraat. Via de afvalstoffenheffing worden de kosten verbonden aan het verzamelen en het verwerken van het huisvuil verhaald op de inwoners van de gemeente. De maatstaf van de heffing is een vast bedrag per perceel. Bij de heffing wordt onderscheid gemaakt tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens. Sinds 1 januari 2024 wordt de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval in de gemeente Steenbergen gedaan door Saver N.V. Bij de raming van de opbrengst van de afvalstoffenheffing voor 2026 zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • • • • • •

de tarieven zijn 100% kostendekkend; voor het opvangen van pieken en dalen in de uitgaven is een egalisatievoorziening aanwezig; de compensabele btw is in de tariefberekening meegenomen; bij de raming van de lasten is het door Saver aangegeven inflatiepercentage van 4% aangehouden (2025: 3,8%); het tarief voor een eenpersoonshuishouden bedraagt 75% van het tarief voor een meerpersoonshuishouden; er is geen apart tarief voor restafval.

Egalisatievoorziening afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing wordt gebruik gemaakt van een egalisatievoorziening. Deze voorziening is bedoeld om schommelingen in de afvalstoffenheffing te voorkomen. De voorziening zal de komende jaren naar verwachting hard nodig zijn om de stijgende kosten te kunnen dekken en om daarmee een (te) grote stijging van de afvalstoffenheffing te voorkomen. Begin 2026 bedraagt het saldo van de voorziening naar verwachting € 1,4 miljoen. In 2026 wordt er een bedrag van ca. € 270.000 onttrokken aan de voorziening, zodat het saldo eind 2026 € 1.130.000 bedraagt. Op grond van de huidige verwachtingen resteert er eind 2029 nog een saldo van ca. € 700.000 in de voorziening. Kosten die verbonden zijn aan de afvalstoffenheffing Bij het berekenen van het tarief voor de afvalstoffenheffing worden diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het ophalen van huishoudelijk afval. Dit betreft met name de kosten die door Saver in rekening worden gebracht. Ook kosten die daar rechtstreeks mee verbonden zijn, zoals het stortrecht, de milieustraat en andere verwerkingskosten worden volledig meegenomen. Verleende kwijtscheldingen worden voor 79% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel afvalstoffenheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt.

Voor de toerekening van de kosten van de overhead is een berekening uitgevoerd zoals aangegeven bij de algemene uitgangspunten voor de toerekening van indirecte kosten. Beleidskeuzes afvalstoffenheffing beleidsplan Van Afval Naar Grondstof (VANG) 2016-2020 Na de evaluatie van het beleidsplan VANG wordt in 2026 een nieuw beleidsplan voor de komende jaren ontwikkeld. Hierbij is naast de vermindering van de hoeveelheid restafval ook het recyclingpercentage een belangrijke component. Hiermee wordt de kwaliteit van de ingezamelde grondstofstromen bedoeld. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de Rijksoverheid. Daarom blijven we inzetten op kwaliteit van de grondstofstromen. Dit is niet alleen vanuit het oogpunt van milieu,

Gemeente Steenbergen

85

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 maar ook financieel gezien een belangrijk punt, omdat de vergoeding van het ingezamelde PMD (plastic- metalen verpakkingen en drankenkartons) gebaseerd is op de mate van vervuiling. Inzameling GFT bij hoogbouw De gemeentebrede uitrol van deze (wettelijk verplichte) inzameling wordt voortgezet in 2026 en steeds professioneler vormgegeven. Risico’s De volgende componenten zullen naar verwachting na 2026 zorgen voor een stijging van de kosten: • •

een nieuwe regionale aanbesteding voor de verwerking van restafval en gft. De huidige overeenkomst loopt af op 1 februari 2027. extra belastingmaatregelen vanuit de Rijksoverheid: CO2 heffing en verbrandingsbelasting. De Rijksoverheid heeft besloten om een heffing van € 567 miljoen grotendeels door te belasten aan de AVI’s (afvalverbrandingsinstallaties). Deze kosten zullen worden doorberekend aan de gemeenten.

Ontwikkeling tarieven Met inachtneming van de uitgangspunten zijn de tarieven voor 2026 als volgt: • 1-persoonshuishouden: € 333 (was € 313 in 2025) • meerpersoonshuishouden: € 444 (was € 417 in 2025) De geraamde opbrengst en de berekening van de kostendekkendheid treft u in de volgende tabel aan.

Kostendekkendheid afval Bedragen in €

Onderdeel Directe kosten afvalinzameling Kwijtschelding Compensabele btw Overhead Totale kosten

Bedrag 3.247.742 122.450 594.225 430.074 4.394.490

Onttrekking voorziening Totale kosten -/- onttrekking voorziening

269.740 4.124.750

Opbrengst afvalstoffenheffing Kostendekkendheid

4.124.750 100%

86

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Rioolheffing Onder de naam rioolheffing wordt een belasting geheven ter bestrijding van de kosten die verbonden zijn aan: •

de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en • de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor eigenaren en een vast bedrag voor gebruikers waarbij bij woningen onderscheid wordt gemaakt tussen één-en meerpersoonshuishouden. De verantwoordelijkheden en de zorgplicht van de gemeente zijn vastgelegd in het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP). In dat plan liggen ook de daaraan verbonden kosten vast. Het gemeentelijk waterbeheer omvat steeds meer werkzaamheden die niet aan individuele belangen zijn toe te rekenen. U kunt hierbij denken aan het afvoeren van regenwater en het grondwaterbeheer. De gemeentelijke uitgaven op dit gebied gaan de komende jaren aanzienlijk toenemen als gevolg van het Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Het vGRP liep tot en met 2023 en wordt opgevolgd door het gemeentelijk waterplan. Vaststelling van dit plan is helaas enkele malen uitgesteld, maar staat nu gepland voor behandeling in de raadsvergadering van januari 2026.

Bij het berekenen van de rioolheffing voor 2026 is uitgegaan van het bestaande plan. Bij de raming van de opbrengst van de rioolheffing voor 2026 zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • • • •

de tarieven zijn 100% kostendekkend; voor het opvangen van pieken en dalen in de uitgaven is een egalisatievoorziening aanwezig; de compensabele btw is in de tariefberekening meegenomen; het tarief voor een éénpersoonshuishouden bedraagt 75% van het tarief voor een meerpersoonshuishouden.

Egalisatievoorziening rioolheffing Bij de rioolheffing wordt gebruik gemaakt van een egalisatievoorziening. Deze voorziening is bedoeld om schommelingen in de rioolheffing te voorkomen. De voorziening zal de komende jaren naar verwachting hard nodig zijn om de stijgende kosten te kunnen dekken en om daarmee een (te) grote stijging van de rioolheffing te voorkomen. Begin 2026 bedraagt de voorziening naar verwachting € 615.000. In 2026 wordt er een bedrag van ca. € 27.000 onttrokken aan de voorziening, zodat het saldo eind 2026 € 588.000 bedraagt. Op grond van de huidige verwachtingen resteert er eind 2029 nog een saldo van ca. € 64.000 in de voorziening. Echter, met de komst van het nieuwe waterplan zal ook het gebruik van de voorziening worden geactualiseerd. Kosten die verbonden zijn aan de rioolheffing Bij het berekenen van het tarief voor de rioolheffing worden diverse kosten meegenomen. Allereerst vanzelfsprekend de directe kosten die verbonden zijn aan het beheer van de riolering. U dient hierbij te denken aan het reinigen van de riolering, energielasten voor het gebruik van de gemalen en

Gemeente Steenbergen

87

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 onderzoekskosten aan het rioolsysteem en de waterketen. Een ander onderdeel wat een flinke bijdrage levert aan de kosten betreft de kapitaallasten die verbonden zijn aan de investeringen in de riolering. Verleende kwijtscheldingen worden voor 21% meegenomen in de heffing, aangezien het aandeel rioolheffing hierin ongeveer dit percentage bedraagt. Het vegen van de straten, de onkruidbestrijding en het onderhoud van watergangen wordt voor 33% meegenomen in de heffing. Het voorkomen dat zwerfvuil, bladafval en onkruid in het riool terecht komt zorgt ervoor dat er minder kosten uitgegeven hoeven te worden aan het beheer. Landelijk is er een richtlijn ontwikkeld die aangeeft dat 1/3 deel van de kosten voor vegen en onkruidbestrijding mogen worden toegerekend naar het product riolering. Wij hanteren deze richtlijn ook. Voor het onderhoud van de watergangen bedraagt de storting in de voorziening baggeren voor het boekjaar 2026 € 84.024, zoals is aangegeven in het Baggerbeheerplan Stedelijk Water 2019-2026. Een landelijk gehanteerde norm is dat 25% van deze kosten gedekt kan worden vanuit de rioolheffing. Dit gebeurt ook in onze gemeente. Dit is een bedrag van € 21.006.

Ontwikkeling tarieven Met inachtneming van de uitgangspunten zijn de tarieven voor 2026 als volgt: • Woningen eigendom: € 77 (was € 70 in 2025) • Niet-woningen eigendom: € 145 (was € 132 in 2025) • Woningen - gebruik 1 persoonshuishoudens: € 91 (was € 83 in 2025) • Woningen - gebruik meerpersoonshuishoudens: € 121 (was € 110 in 2025) • Niet woningen - gebruik: € 193 (was € 175 in 2025) De geraamde opbrengst en de berekening van de kostendekkendheid treft u in de volgende tabel aan.

Kostendekkendheid van de rioolheffing Bedragen in €

Onderdeel Directe kosten riolering Onkruidbestrijding en vegen Kwijtschelding Storting voorziening baggeren Compensabele btw Overhead Totale kosten

Bedrag 1.657.733 139.137 32.550 21.006 182.881 376.608 2.409.915

Onttrekking voorziening Totale kosten incl. onttrekking voorziening

26.972 2.382.943

Opbrengst afvalstoffenheffing

2.382.943

Kostendekkendheid

88

100%

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Toeristenbelasting Onder de naam toeristenbelasting wordt een belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Deze personen maken gebruik van de voorzieningen in de gemeente, maar de gemeente wordt hiervoor niet gecompenseerd via het Gemeentefonds. Om die reden mogen gemeenten een deel van de kosten van deze voorzieningen op hen verhalen. De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. De tarieven van 2025 worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 3,3% dat in deze begroting is aangehouden. De raming van de opbrengst van de toeristenbelasting voor 2026 wordt geraamd op € 199.500 en kan als volgt worden onderverdeeld: • •

Arbeidsmigranten: 94.000 overnachtingen à € 1,40 = € 131.600 Toeristisch verblijf: 48.500 overnachtingen à € 1,40 = € 67.900

Gemeente Steenbergen

89

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Forensenbelasting Onder naam forensenbelasting wordt een belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De belasting wordt geheven door middel van een vast bedrag per woning. Het tarief voor 2026 voor de forensenbelasting is ten opzichte van 2025 geïndexeerd met het inflatiepercentage van 3,3% en bedraagt € 384. De totale opbrengst voor 2026 is geraamd op € 9.984.

90

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Reclamebelasting Onder de naam reclamebelasting wordt een belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. De belasting wordt geheven per vestiging over de waarde van de onroerende zaak. De opbrengst van de reclamebelasting is bedoeld voor ondernemers(verenigingen) die actief bijdragen aan vitale winkelgebieden in de gemeente Steenbergen. De netto-opbrengst van de reclamebelasting wordt beschikbaar gesteld aan de ondernemersverenigingen Hart van Dinteloord en ONS Steenbergen. Dit is voor de dekking van de kosten van de activiteiten die bijdragen aan een visueel aantrekkelijk en levendig centrum van de kernen Dinteloord en Steenbergen. De gemeente brengt de kosten voor de heffing en inning van de belasting in mindering op de aan Hart van Dinteloord en ONS Steenbergen uit te keren bedragen. De gemeente loopt daarnaast het risico van wanbetaling door belastingplichtigen. Met het oog daarop wordt een percentage van 10% van de begrote opbrengst reclamebelasting ingehouden totdat duidelijk is wat de feitelijk gerealiseerde opbrengst van de reclamebelasting is. Op basis van deze gerealiseerde opbrengst wordt een jaarlijkse eindafrekening met Hart van Dinteloord en Ons Steenbergen gemaakt.

Op verzoek van de Ondernemersvereniging Steenbergen zijn de tarieven voor 2026 voor de reclamebelasting in Steenbergen geïndexeerd met 3,3% ten opzicht van 2025. De tarieven voor de reclamebelasting in Dinteloord zijn niet geïndexeerd. De geraamde opbrengst voor 2026 is € 70.200 voor de reclamebelasting in Steenbergen en € 9.300 voor de reclamebelasting in Dinteloord.

Gemeente Steenbergen

91

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Lijkbezorgingsrechten Voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de gemeentelijke begraafplaatsen heft de gemeente zogeheten lijkbezorgingrechten. De verordening voor de lijkbezorgingsrechten kent een groot aantal diensten met aparte tarieven. Deze tarieven worden voor 2026 geïndexeerd met 3,3% ten opzichte van de tarieven over 2025. De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt € 33.012.

92

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Marktgelden Onder de naam marktgeld wordt een recht geheven voor het innemen van standplaatsen, op daarvoor in de Marktverordening gemeente Steenbergen 2013 aangewezen dagen, tijdstippen en plaatsen. Het marktgeld wordt geheven op basis van het aantal strekkende meters van de marktkraam per marktdag of gedeelte daarvan met een minimum van € 125 per inrichting per jaar. Daarnaast wordt een bijdrage in rekening gebracht voor reclamedoeleinden. De tarieven voor 2026 worden geïndexeerd met 3,3% ten opzicht van de tarieven over 2025. De geraamde opbrengst voor 2026 bedraagt € 3.100.

Gemeente Steenbergen

93

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Leges Op basis van artikel 229 van de Gemeentewet kunnen gemeenten rechten heffen ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Hieronder vallen onder meer de diensten voor het verstrekken van paspoorten, rijbewijzen en het in behandeling nemen van aanvragen voor omgevingsvergunningen. In de legesverordening is een groot aantal diensten van de gemeente Steenbergen opgenomen waarvoor leges in rekening gebracht mogen worden. Deze staan concreet benoemd in de tarieventabel die bij de verordening hoort. In tegenstelling tot voorgaande jaren worden deze niet meer apart in deze begroting opgenomen. De tarieventabel is verdeeld in drie hoofdstukken. Binnen een hoofdstuk is er een onderverdeling in paragrafen. De drie hoofdstukken zijn: 1. algemene dienstverlening; 2. dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; 3. en dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2. De wet spreekt van een maximale kostendekking van 100% op het niveau van de verordening. Dit impliceert dat sommige tarieven hoger kunnen zijn dan nodig is om de geraamde kosten te dekken en dat andere tarieven juist lager kunnen zijn. Indien dit het geval is, is sprake van kruissubsidiering. In de gemeente Steenbergen zijn niet van ieder product afzonderlijk de kosten bepaald.

Dit vindt minimaal plaats op het niveau van productcategorie of zelfs hoger. Derhalve is het mogelijk dat kruissubsidiëring plaatsvindt. Op het uitgangspunt van kruissubsidiëring binnen de verordening bestaan enkele uitzonderingen: •

er is geen kruissubsidiëring toegestaan tussen de dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn en de overige dienstverlening; • de wetgeving over de omgevingsvergunning gaat ervan uit dat alleen binnen de omgevingsvergunning kruissubsidiëring kan worden toegepast en niet met dienstverlening erbuiten. In hoofdstuk 1 van de tarieventabel zijn tarieven opgenomen voor algemene dienstverlening. Hieronder vallen een aantal producten waarvoor van Rijkswege wettelijke tarieven worden bepaald. Hiervoor worden in 2026, net als in voorgaande jaren, de maximaal toegestane tarieven aangehouden. De overige tarieven worden geïndexeerd met het inflatiepercentage van 3,3%. Uit praktische overwegingen worden de tarieven afgerond. In hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn de tarieven opgenomen voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet. De tarieven zijn 100% kostendekkend. Voor de dienstverlening in het kader van de Omgevingswet zijn de volgende uitgangspunten benoemd: • • • •

94

de tarieven zijn (nagenoeg) 100% kostendekkend; het indienen van aanvragen voor ruimtelijke en maatschappelijke initiatieven wordt gestimuleerd door de hoogte van de daarvoor verschuldigde leges beperkt te houden; voor het vaststellen van de bouwkosten wordt gebruik gemaakt van een eenheidsprijzenlijst. Als een bouwwerk daar niet in is vermeld, geldt de definitie van de bouwkosten zoals die in de tarieventabel is opgenomen; voor milieubelastende activiteiten worden leges in rekening gebracht;

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 •

activiteiten waarvoor geen leges worden geheven, maar die wel in de modelverordening staan, zijn niet opgenomen in de tarieventabel. De betreffende artikelen hebben de standaard tekst ‘gereserveerd’ gekregen, zodat de nummering gelijk blijft aan de modelverordening. Dit zorgt ervoor dat wijzigingen eenvoudig verwerkt kunnen worden en er geen lange, overbodige bepalingen staan die de leesbaarheid nadelig beïnvloeden (deze methode wordt door een groot deel van de gemeenten in Nederland gevolgd). In hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn de tarieven opgenomen voor vergunningverlening op het gebied van openbare inrichtingen, horeca, winkeltijden, organisatie van evenementen, standplaatsen en andere niet specifiek genoemde aangelegenheden. Deze tarieven worden verhoogd met het inflatiepercentage van 3,3%. Ook hier worden de tarieven uit praktische overwegingen afgerond. In onderstaand overzicht staan de verwachte baten en lasten die betrekking hebben op de dienstverlening waarvoor leges in rekening worden gebracht. Daarbij zijn de verwachte baten en lasten onderverdeeld naar de hoofdstukken en paragrafen in de tarieventabel. In het overzicht ontbreken nummers. Voor die onderdelen worden geen diensten verleend waarvoor leges in rekening worden gebracht of is niet op voorhand bekend of de dienstverlening afgenomen gaat worden. Dan zijn geen leges geraamd.

Kostendekkendheid legestarieven Code 1 Algemene dienstverlening 1.1 1.2

1.3 1.4

1.7 1.8 1.9 Totaal: 2 Omgevingswet 2.1 2.2 2.3

2.4

2.5 2.7

Gemeente Steenbergen

Omschrijving

Burgerlijke stand Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Rijbewijzen Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie personen Overige publiekszaken Gemeentearchief Bijzondere wetten

Algemene bepalingen Voorfase Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Milieubelastende activiteiten Aanlegactiviteiten

Kosten 2026

Opbrengsten 2026

65.935 548.359

28.898 257.300

143.969 3.250

116.860 3.250

6.000 20 31.000 798.533

6.000 20 31.000 443.328

0 42.792 552.906

0 14.960 594.093

900

0

35.000

35.000

11.035

4.550

95

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Code 2.8 2.10 2.11 2.12 Totaal: 3 Europese dienstenrichtlijn 3.1 Totaal: Totaal kostendekkendheid:

96

Omschrijving Overige activiteiten Gelijkwaardigheid Overige tarieven Modaliteiten

Horeca

Kosten 2026 12.838 900 250 800 657.421

Opbrengsten 2026 6.860 900 250 800 657.413

13.250 13.250

13.250 13.250

1.469.204

1.113.991

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Inning van belastingen en kwijtschelding De onroerendezaakbelasting, belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten, afvalstoffenheffing, rioolheffing en forensenbelasting worden indien mogelijk op één aanslagbiljet verzameld. De betaling van de gemeentelijke belastingen kan via automatische incasso plaatsvinden. Die vindt plaats in tien maandelijkse termijnen. Door bijna 75% van de belastingplichtigen wordt hiervan gebruik gemaakt. Als een belastingplichtige geen machtiging voor automatische incasso heeft afgegeven, dan dient de aanslag in twee termijnen te worden voldaan. Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen en niet beschikt over vermogen, kan de belastingplichtige onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor kwijtschelding. Als norm voor de kwijtschelding wordt 100% van de bijstandsnorm gehanteerd. Concreet betekent dit dat belastingplichtigen die een vermogen hebben onder de norm en een inkomen hebben van 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Belastingplichtigen kunnen alleen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en de onroerendezaakbelasting.

Omdat het gebruikersdeel van de OZB al geruime tijd is afgeschaft, komt echter bijna niemand in aanmerking voor kwijtschelding van de OZB (eigenaarsdeel). Voor de overige heffingen kunnen belastingplichtigen geen verzoek doen tot kwijtschelding. De gemiste opbrengsten als gevolg van de verleende kwijtschelding worden betrokken bij de berekening van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Deze gemiste opbrengsten zijn bij de berekening van de tarieven in dit hoofdstuk meegenomen. Voor het jaar 2026 is een bedrag van € 155.000 aan kwijtschelding geraamd, bestaande uit 79% kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en 21% kwijtschelding van de rioolheffing. Deze percentages zijn bepaald met behulp van de werkelijk verleende kwijtschelding over 2025 (tot september).

Gemeente Steenbergen

97

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het beleid voor het risicomanagement is vastgesteld op 9 november 2017. In het beleidskader zijn de volgende doelen opgenomen: • meer informatie verstrekken in de paragrafen bij begroting en jaarstukken, vooral aard en omvang van de risico’s en de beheersmaatregelen; • de raad actiever betrekken bij de risicobeheersing door jaarlijks het onderwerp te agenderen in het auditcommittee; • risico’s meer inzetten als tool voor het management; • meer terugkijken en leren van het effect van de beheersmaatregelen. Risicomanagement is het samenspel van activiteiten om de nadelige gevolgen van risico’s zoveel mogelijk binnen de grenzen te houden. De raad bepaalt daarbij de grenzen en de spelregels. Deze liggen vast in het beleidskader. Bij de begroting en de jaarstukken worden de risico’s opnieuw bekeken en waar nodig worden aanpassingen gedaan. In het proces van risicobeheersing worden steeds de volgende stappen doorlopen: identificeren, analyseren, beoordelen, maatregelen ontwerpen en implementeren en als laatste evalueren en rapporteren. Uitgangspunt is dat we ons richten op de belangrijkste risico's, die ongeveer 2/3e deel van de totale omvang vertegenwoordigen. De ontwikkelingen, risico's en beheersmaatregelen worden in deze paragraaf beschreven.

Ook wordt ingegaan op de omvang van de weerstandscapaciteit en de verschillende ratio’s die de provincie betrekt bij het toezicht op gemeenten.

Belangrijkste ontwikkelingen? Financiële positie gemeente De onzekerheid over de financiële positie van gemeenten is ten opzichte van de situatie van vorig jaar niet afgenomen. De val van het kabinet maakt het niet beter. Op het moment van opstellen van deze begroting (september 2025) staan we aan de vooravond van landelijke verkiezingen. Vanuit de eerste verkiezingsprogramma’s tekenen zich belangrijke thema’s af, die vragen om investeringen. De investering in defensie is hier een voorbeeld van. Daarnaast staan de zorguitgaven onder druk. De vraag is hoe deze uitgaven beheersbaar gehouden kunnen worden. Het betekent dat er op deze terreinen financiële middelen vrijgemaakt moeten worden, ten koste van andere onderwerpen. Het risico dat er gekort gaat worden op het gemeentefonds is aanwezig en vraagt om wendbaarheid in onze eigen gemeentelijke begroting.

Ombuigingen Op advies van de VNG is in de begroting 2025 een pakket van ombuigingen opgenomen. De gemeente Steenbergen heeft dit advies opgevolgd. In de begroting zijn ombuigingen opgenomen voor het sociaal domein, het fysiek domein en de bedrijfsvoering. In de begroting 2025 is gewezen op het risico dat ombuigingen onverhoopt niet worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkelingen, verkeerde aannames en dergelijke. Als beheersmaatregel is aangegeven dat de voortgang in de realisatie van de ombuigingen wordt gevolgd in de planning en control cyclus. De meest recente informatie over de voortgang van de realisatie is opgenomen in de Tussenrapportage 2025. Hieruit komt het volgende beeld naar voren:

98

Gemeente Steenbergen

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 • •

de ombuiging voor Jeugd is gerealiseerd en verwerkt in de begroting; de ombuiging voor het overig sociaal domein is incidenteel gerealiseerd voor 2025, maar nog niet voor de jaren daarna. De collegeprioriteit Toegankelijk Sociaal Domein moet hieraan verder invulling geven; • de ombuiging in het fysiek domein is slechts voor een klein deel gerealiseerd. Voor het grootste deel moet nog veel voorbereiding plaatsvinden; • de ombuiging voor de bedrijfsvoering is ook slechts deels gerealiseerd. Kijkend naar de stand van de ombuigingen kan worden geconstateerd dat we goed op weg zijn met het sociaal domein (jeugd), maar dat een deel van de ombuigingen nog niet of slechts incidenteel zijn gerealiseerd voor 2025. De tijd om maatregelen te treffen en bij te sturen wordt hiermee korter en dat verhoogt het risico dat de ingeboekte ombuigingen niet worden gerealiseerd. Dit risico is verwerkt in de risicoanalyse.

Financiële dekking toekomstige plannen In de begroting 2025 is in deze paragraaf al aandacht besteed aan deze ontwikkeling. Nog steeds houden we vast aan de ambities in de collegeprioriteiten. We proberen daarbij de financiële positie in lijn te brengen met deze ambities. Voor een aantal collegeprioriteiten kan dat ook. Voor de prioriteit Duurzaamheid en Economische Kracht zijn uitvoeringsmiddelen aanwezig. Voor een groot aantal collegeprioriteiten zijn die middelen er nog niet. Er is eerst nog veel voorbereidend werk nodig om te komen tot een plan met eventueel benodigde investeringen. Voor dit voorbereidende werk is budget opgenomen. Maar voor de uiteindelijke uitvoering nog niet. In ons financieel beleid hanteren we de lijn dat we pas budget opnemen als plannen een bepaalde mate van concreetheid hebben. Hiermee voorkomen we dat de begroting onnodig wordt belast. Deze lijn brengt wel het risico met zich mee dat ambities uiteindelijk niet haalbaar blijken. Het is belangrijk om daarop te anticiperen en tijdig ruimte in te bouwen in de begroting. Hoewel we dit in deze begroting 2026 en meerjarenramingen 2027 – 2029 wel hebben gepoogd, is dat, mede door andere ontwikkelingen die budget vragen, nog niet gelukt.

Top 5 risico's Hieronder zijn de belangrijkste ontwikkelingen opgenomen die van invloed zijn op onze top risico’s.

1. Algemene Uitkering Bij de inleiding is ingegaan op het algemene beeld waar gemeenten mee te maken hebben. Dat werkt voor een deel door op de risico’s voor de gemeente Steenbergen. In deze begroting hebben wij de algemene uitkering verwerkt op basis van de septembercirculaire 2025. De risico’s in de algemene uitkering liggen op een aantal aspecten: Incidentele oplossingen voor structurele problemen De uitdagingen voor gemeenten zijn groot. Op het gebied van migratie, zorg, klimaat en wonen wordt veel gevraagd van de gemeenten. In deze situatie zijn gemeenten gebaat bij een stabiele algemene uitkering, die structureel middelen beschikbaar stelt voor structurele taken. Toch zien we al lange tijd dat het Rijk de financiële problematiek steeds incidenteel, en vaak ook pas achteraf, oplost. Dit komt de stabiliteit in de uitkering niet ten goede. Accresontwikkelingen De jaarlijkse groei van het gemeentefonds, het accres, is gekoppeld aan de ontwikkeling van het BBP. Het accres wordt gesplitst in het volumedeel en het prijsdeel. Het volumedeel wordt gebaseerd

Gemeente Steenbergen

99

Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 op het historisch gemiddelde van het BBP. Het prijsdeel is gebaseerd op de inflatie van het BBP in het lopende jaar. Grofweg kan worden gezegd dat het volumedeel kan worden ingezet om hogere kosten op te vangen die samenhangen met de groei van de bevolking, kwaliteitsverbeteringen en beleidsintensiveringen. Het prijsdeel kan worden ingezet om de kosten van loon- en prijsstijgingen op te vangen. De prijsontwikkeling van het BBP loopt echter achter bij de inflatie, waardoor gemeenten onvoldoende worden gecompenseerd en het volumedeel moeten inzetten om loon- en prijsstijgingen op te kunnen vangen. Dit brengt risico met zich mee Nieuwe Rijksbezuinigingen Hierboven is geschetst dat de onzekerheid voor gemeenten blijft bestaan. Belangrijke thema’s zoals de betaalbaarheid van de zorg, de defensie uitgaven en klimaat gaan wellicht een forse claim leggen op de beschikbare landelijke budgetten. Dit brengt het risico mee dat er nog verder wordt gekort op het gemeentefonds. Resumerend kan worden gesteld dat het risico in de algemene uitkering nog steeds omvangrijk is.

2. Sociaal Domein Open eind karakter Zoals gemeld in de Perspectiefnota 2026 blijft de beheersing van de kosten in het sociaal domein een uitdaging. Het open eind karakter maakt het moeilijk om vooruit te kijken. Nog steeds worden we geconfronteerd met verrassingen. Dat geldt met name voor de kosten voor Jeugd, maar ook bij de Wet maatschappelijke ondersteuning. De uitgaven Participatiewet zijn wat stabieler van aard en zijn wat beter te beheersen. Een goede verbinding tussen de beleidsmakers, de uitvoering en de financiële adviseurs is dan ook cruciaal. De monitoring van de voortgang van budgetten vraagt veel aandacht. Met een goed inzicht kan immers beter worden (bij)gestuurd. Die bijsturing zal veelal financieel zijn. Beleid ligt immers voor langere tijd vast en is niet direct aan te passen. Jeugd Hoewel er de laatste jaren stappen zijn gezet om de kostenbeheersing te verbeteren, blijven we hier te maken hebben met het financieel risico dat de budgetten niet toereikend zijn om de benodigde zorg te kunnen bieden. Het Rijk heeft inmiddels compensatie geboden voor de tekorten uit eerdere jaren, maar – zoals eerder aangegeven – de financiele positie voor gemeenten blijft onzeker, ook als het gaat om Jeugd. Om de kosten beter te kunnen beheersen, wordt kritisch gekeken naar het arrangement wat ingezet wordt voor de problematiek van de jongere.

Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de jongere zelf. Vaak ligt de oorzaak van de problematiek juist bij anderen, bijvoorbeeld de ouders. Door een arrangement in te zetten dat is gericht op het oplossen van de oorzaak, kan naar de toekomst worden voorkomen dat de jongere verder in de problemen komt en een beroep moet doen op nog duurdere voorzieningen. Dit arrangement is aanvankelijk duurder, maar op termijn moet dit een besparing opleveren. Voor 2026 en 2027 worden hiervoor extra middelen ingezet. Wet maatschappelijke ondersteuning Naast de opwaartse druk in de Wmo als gevolg van demografische ontwikkelingen (vergrijzing), vindt in 2026 een herziening plaats van alle Wmo arrangementen. Dat kan leiden tot meer, maar ook minder lasten. Participatiewet Bij de uitvoering van de Participatiewet zijn de uitgaven goed te voorspellen. Er is sprake van een stabiel patroon. De inkomstenkant – de BUIG uitkering – is minder goed te voorspellen. De laatste

100

Gemeente Steenbergen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1779/documents/21828