12B. Bijlage Beleidsbegroting 2024 VRMWB 2312441.pdf
Tekst van het document
Hiervoor ontwikkelen we een gezondheidsmonitor, waarbij we bestaande vormen van
25
•
monitoring en registratie integreren, zoals blootstellingsregistratie. In 2024 hebben we specifiek aandacht voor beroepsziekten, die maatschappelijk een steeds groter vraagstuk vormen, zoals acute stress/ post-traumatische stress stoornis (PTSS).
We dragen met een duurzame bedrijfsvoering bij aan een groene, gezonde, sociale en circulaire samenleving
Duurzame bedrijfsvoering en CO2-prestatieladder • Wij werken in 2023 aan een visie voor duurzame bedrijfsvoering en realistische doelen in lijn met de Sustainable Development Goals (SDG’s). In 2024 werken we aan reductie van onze CO2-uitstoot middels de systematiek van de CO2-prestatieladder waarvan steeds meer overheden gebruik maken. • Wij werken naar een niveau 3 certificering in 2024. Ons energiegebruik van de gebouwen en de brandstof voor voertuigen vormen de grootste component waarop bespaard kan gaan worden. • Voor kleinere dienstvoertuigen is in 2023 al een eerste tranche aanbesteed van (elektrische) voertuigen met lage emissie. In 2024 brengen we in beeld hoe de zwaardere voertuigen emissie-armer of emissievrij gemaakt kunnen worden. • Een ander belangrijk traject is het doorlopen van een bewustwordingstraject voor alle medewerkers.
We versterken onze veilige en betrouwbare informatievoorziening en de digitaal zelfredzaamheid van onze medewerkers.
Betrouwbare Informatievoorziening Om informatiegestuurd te werken moet ons digitale ecosysteem een flinke transitie ondergaan. In 2023 is een meerjarenplan voor informatievoorziening opgesteld. De hoofdthema’s hierin zijn 1) minimaliseren complexiteit IT-omgeving, 2) veilige digitale werkomgeving, 3) digitalisering als uitgangspunt voor alle activiteiten, 4) digitaal vakmanschap, 5) informatiebeveiliging. In 2024 zetten we in op: Minimaliseren van complexiteit In 2024 gaan we de mogelijkheden van het vernieuwde ecosysteem verder benutten. We vergroten de synergie tussen systemen, zowel regionaal als daarbuiten (landelijk), waarmee we faciliteren dat de juiste informatie, op het juiste moment, bij de juiste persoon is. Informatieveiligheid We voldoen 100% aan de BIO-normen (Baseline Informatiebeveiliging Overheid). Hiertoe implementeren we een oplossing voor het monitoren van beveiligingsrisico’s (Security Operations Center, SOC) en het adequaat acteren daarop (Computer Emergency Response Team, CERT). Voor deze oplossingen werken veiligheidsregio’s landelijk samen. Digitaal vakmanschap We vergroten de digitale zelfredzaamheid van medewerkers, zodat zij in staat zijn om informatie te registreren, analyseren en duiden in verschillende situaties, met verschillende instrumenten. Digitaal vakmanschap gaat ook over samenwerking tussen collega’s met digitale middelen en systemen.
Data-uitwisseling (Convenant DUW) De samenwerking met de OMWB, GGD West-Brabant en Waterschap Brabantse Delta heeft als hoofdthema de onderlinge data-uitwisseling vanwege de gezamenlijke zorg rond de impact van klimaatverandering op de werkzaamheden van onze
26
organisaties. Het resultaat is een rapportage met verkenningen inzake de data-uitwisseling met deze partners, inclusief adviezen omtrent toekomstige borging en beheer. Presterend vermogen
Alle doelgroepen (intern van managementteam tot en met werkvloer en anderen, zoals de gemeenten) krijgen steeds meer realtime dashboards ter beschikking, zodat snel en adequaat gehandeld kan worden. Deze worden begeleid met instructies op de diverse niveaus. Tegelijkertijd gaat de bezem door de grote hoeveelheid prestaties en kengetallen, zodat nog transparanter is waarop de regio stuurt. Daarmee ligt de weg open om deze prestaties en kengetallen ook extern (op de website) te tonen. We vergroten de transparantie van onze organisatie om een openbare, betrouwbare, en veilige overheid te zijn.
Digitale toegankelijkheid In 2023 wordt een stappenplan gemaakt om digitaal toegankelijk te worden. In 2024 implementeren we maatregelen om digitale toegankelijkheid te borgen, met aandacht voor zowel technisch aspecten als de rol van medewerkers hierin. Wet open overheid (Woo) We werken volgens een meerjarenplan van aanpak om tijdig te voldoen aan de eisen van de Woo. We voeren dat plan uit voor jaarschijf 2024 op een viertal aandachtsgebieden, namelijk: processen, dienstverlening, ICT & Informatievoorziening en cultuur. In 2024 gaan wij adviezen van adviescolleges en jaarplannen en verslagen actief publiceren via het plooi platform. Archief en Informatiebeheer • Voor de Wet open overheid en de Archiefwet brengen we de documentaire informatie-huishouding op orde. • We maken een openbaar overzicht van bestanden en archieven op documentniveau met uitzonderingsgronden voor openbaarheid. • Informatie van een taakgebied/proces in vak applicaties wordt voorzien van metadata zoals bewaartermijn en dergelijke. Ook wordt voorzien in selectielijsten, vernietiging en een duurzame archiefbewaarplaats. Visitatie Veiligheidsregio MWB Visitatie heeft als doel om veiligheidsregio’s als organisatie verder te ontwikkelen en om van en met elkaar te leren.
We geven hiermee invulling aan artikel 56 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) waarin staat dat het bestuur van de veiligheidsregio ervoor zorgt dat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie wordt verricht. In 2022 is er landelijk een voorstel voor een aanpak uitgewerkt. Vanaf 2023 starten een aantal veiligheidsregio's op basis van deze aanpak. Wij staan voor 2024 op de planning.
27
Kengetallen Realisatie 2022
Verwachting of streefwaarde 2023
Verwachting of streefwaarde 2024
6,5% 2,0% 100%
4,5% 2,5% 100%
4,5% 2,5% 100%
22.950 8.450 4.800 5.450 5.700 16.200
-1 -1 -1 -1 -1 -1
-1 -1 -1 -1 -1 -1
9
5
5
100% 89% 11%
100%
100%
Aantal bezwaarschriften/klachten % raadsvragen binnen week beantwoord
3 100%
7 100%
7 100%
Inkoop Rechtmatige aanbestedingen Realiseren inkoopplan
100% 76%
100% 80%
100% 80%
10.984 93% < 30 dgn 99% 76%
10.000 95% < 30 dgn 95% 90%
10.000 95% < 30 dgn 95% 90%
Personeel en organisatie Ziekteverzuim (organisatie) Opleidingsbudget (als % loonsom) % van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid Communicatie Meten reputatie via social media Volgers YouTube brw Volgers Facebook brw Volgers Instagram brw Volgers Facebook vrmwb Volgers LinkedIn vrmwb Volgers Twitter vrmwb Strategie en ontwikkeling Aantal Woo-verzoeken Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn • Afgedaan binnen primair beslistermijn • Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging
FP&C Aantal facturen Doorlooptijd facturen Realisatie budget Realisatie investeringen
Informatisering Incidentafhandeling conform norm 96% 95% Aantal hacks (major storing) 0 0 1 Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven in de realisatie. Dit betreft nietbeïnvloedbare cijfers, omdat het aantal aanvragen vanuit gemeenten betreft.
95% 0
28
Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht (bedragen x 1.000)
Begroting 2024 Lasten Baten
Saldo
Begroting 2025 Lasten Baten
Saldo
Begroting 2026 Lasten Baten
Saldo
Begroting 2027 Lasten Baten
Saldo
Wendbare en duurzame organisatie
€
1.685 €
-
€
1.685 €
1.478 €
-
€
1.478 €
1.395 €
-
€
1.395 €
920
€
-
€
920
Algemene Dekkingsmiddelen
€
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
-
€
-
€
-
Overhead Vennootschapsbelasting
€ 10.849 € -
€ €
-
€ 10.849 € -
€ 11.481 € -
€ €
-
€ 11.481 € -
€ 11.346 € -
€ €
-
€ 11.346 € -
€ 11.778 € -
€ €
-
€ 11.778 € -
Begroot totaal saldo van baten en lasten
€ 12.534
€
-
€ 12.534
€ 12.959
€
-
€ 12.959
€ 12.741
€
-
€ 12.741
€ 12.699
€
-
€ 12.699
Subtotaal mutaties reseves
€
357
€
-591
€
€
€ -1.078 €
€
375
€
-272
€
€
375
€
-272
€
Resultaat
€ 12.891
€
-591
€ 12.300
€ 13.116
€
-272
€ 12.844
€ 13.074
€
-272
€ 12.802
€
-234
366
€ 13.325
-712
€ -1.078 € 12.247
€
€
103
103
Financieel overzicht Overhead Conform de BBV wetgeving moeten de kosten van Overhead inzichtelijk gemaakt worden in beleidsbegroting. Deze zijn inzichtelijk gemaakt en verantwoord per pijler. Hieronder volgt een samenvattend overzicht voor het totaal op Overhead. Begroting 2024 Lasten Baten
Overhead Specifiek (bedragen x € 1.000) Stimuleren redzaamheid in de samenleving
€
-
€
-
Bijdragen aan een veilige € 950 € leefomgeving Leveren van een 2.784 € hulpvaardige en slagvaardige € inzet Wendbare en duurzame € 10.849 € organisatie
-
€
-
€
-
€
10.849
€
11.481
-
€
14.582
€
15.356
Totale Overhead
€
€
-
Begroting 2025 Lasten Baten
Saldo
14.582
€
€
-
Begroting 2026 Lasten Baten
Saldo
€
-
€
-
€
-
950 €
988 €
-
€
2.784 €
2.887 €
-
€
€
-
€
11.481
€
11.346
€
-
€
15.356
€
15.362
Begroting 2027 Lasten Baten
Saldo
€
-
€
-
€
-
988 €
1.026 €
-
€
2.887 €
2.989 €
-
€
€
-
€
11.346
€
11.778
€
-
€
15.362
€
15.919
Saldo
€
-
€
-
1.026 €
1.056 €
-
€
1.056
2.989 €
3.085 €
-
€
3.085
€
-
€
11.778
€
-
€
15.919
29
1.6 Algemene dekkingsmiddelen Inleiding In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen: • • •
De rentelasten en baten De rijksbijdrage BDuR gelden De algemene gemeentelijke bijdragen
De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2.2 Financiering voor de rente en 3.1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de gemeentelijke bijdragen. Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht Begroting 2024 Lasten Baten
(bedragen x 1.000) Algemene Dekkingsmiddelen €
-
Algemene Dekkingsmiddelen
€
502
Overhead Vennootschapsbelasting
€ €
-
Begroot totaal saldo van baten en lasten
€
502
Subtotaal mutaties reseves
€
-
Resultaat
€
502
€
-
-
€
-
€ -87.777
€ -87.275
€
605
€ €
€ €
-
€ €
-
€ -87.777
€ -87.275
€
605
€
€
-
€
-
€ -87.275
€
605
-
-
€ -87.777
€
Begroting 2025 Lasten Baten
Saldo
€
-
-
€
-
€ -91.789
€ -91.184
€
797
€ €
€ €
-
€ €
-
€ -91.789
€ -91.184
€
797
€
€
-
€
-
€ -91.184
€
797
-
-
€ -91.789
€
Begroting 2026 Lasten Baten
Saldo
€
-
-
€
-
€ -95.172
€ -94.375
€
796
€ €
€ €
-
€ €
-
€ -95.172
€ -94.375
€
796
€
€
-
€
-
€ -94.375
€
796
-
-
€ -95.172
€
Begroting 2027 Lasten Baten
Saldo
€
-
€
Saldo -
€ -97.546
€ -96.751
€ €
€ €
-
-
€ -97.546
€ -96.751
€
€
-
€ -97.546
-
€ -96.751
30
2 Paragrafen
31
32
2. PARAGRAFEN In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • • • • • • •
lokale heffingen weerstandsvermogen en risicobeheersing onderhoud kapitaalgoederen en investeringen financiering bedrijfsvoering verbonden partijen grondbeleid
Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen om een eenduidig en volledig beeld te geven over dit onderwerp.
2.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie 2024 (581,41 fte) opgenomen. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn in 2024 ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.
De sector Directie bestaat uit de directie (2 fte), directieondersteuning (2 fte) en de afdelingen Programma's (3 fte) en Concerncontrol (3 fte).
33
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.330 vrijwilligers opgenomen. Deze formatie is gelijk aan de formatie in de begroting 2023. District Baronie Markiezaten Hart van Brabant Totaal
Formatie Bezetting 528 513 428 392 374 1.330
377 1.282
Audit en Interne Controle Een goede administratieve organisatie en interne beheersing zijn belangrijke randvoorwaarden om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. Door middel van interne controles en audits wordt periodiek vastgesteld of interne procedures en afspraken zijn nageleefd en te rapporteren cijfers betrouwbaar zijn. Het gaat hierbij niet alleen om financiële cijfers maar ook om niet financiële cijfers. De afdeling Concerncontrol is onafhankelijk van de lijnorganisatie gepositioneerd en voert audits, evaluaties, (doelmatigheid)onderzoeken en analyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. In 2024 hebben we eveneens permanente aandacht voor de goede opzet van de administratieve organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op de uitvoering van het interne controle plan. Daarnaast bewaakt zij de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter van de accountant. Aandacht voor frauderisico's en beheersing Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie de aandacht. In de processen zijn beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. In 2024 voeren we wederom de jaarlijkse frauderisico analyse uit.
Deze analyse vormt een inventarisatie van mogelijke fraudes die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden. Voor de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisico analyse worden aan het managementteam en het Dagelijks Bestuur voorgelegd. Invoering rechtmatigheidsverantwoording De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is op 27 september 2022 door de Eerste Kamer vastgesteld en gaat in per verantwoordingsjaar 2023. Het Dagelijks Bestuur zal over het boekjaar 2023 voor de eerste keer de verantwoording afgeven. Dit verslag van bevindingen bevat in ieder geval bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maken. Vanaf 2023 geeft de accountant een controleverklaring af met alleen een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening. De verantwoording over de rechtmatigheid zal het Dagelijks Bestuur afgeven. In 2024 zijn de voorbereiding voor het afgeven van de rechtmatigheidsverantwoording afgerond en zijn de activiteiten die wij hiervoor moeten uitvoeren ingebed in onze doorlopende werkzaamheden.
Wet Open Overheid Het bestuur heeft vastgesteld dat een Woo-verzoek moet worden ingediend via het webformulier of via een brief aan de postbus van de veiligheidsregio. Daarnaast heeft het bestuur de wettelijke verplicht gestelde Woo-contactfunctionaris aangewezen. Hiermee voldoen we aan de eisen die per 1 mei 2022, zijn getreden. Voor de uitvoering van de Woo is een implementatieplan uitgewerkt en vastgesteld. De voortgang van de uitvoering wordt tweemaal per jaar afgestemd met concern control en is onderdeel van de interne verantwoordingcyclus (managementgespreken). Voor de verbetering van de informatiehuishouding is een verbeterplan opgesteld. Uitvoering hiervan gebeurt onder toezicht van de archiefinspecteur en het provinciaal toezicht. Voor 15 juli 2024 gaat een voortgangsrapportage (archiefbeheer, verbeterplan, voortgang en begeleidende brieven) naar Algemeen Bestuur en Provincie.
34
2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals de VRMWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMU-saldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet Fido In de Wet Fido worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor de VRMWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2024 is gesteld op € 7,7 miljoen (8,2% van € 93,8 miljoen). De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille.
Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor de VRMWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2024 € 18,8 miljoen bedraagt (20% van € 93,8 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm. Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2022
Renteherzieningen (1) € Betaalde aflossingen (2) € Renterisico (1 + 2) €
9.766 9.766
€ € €
3.664 3.664
€ € €
3.910 3.910
€ € €
4.079 4.079
€ € €
3.999 3.999
€ € €
4.038 4.038
Renterisiconorm (20%)
€
17.144
€
18.599
€
18.765
€
19.526
€
20.194
€
20.565
Ruimte renterisiconorm
€
7.377
€
14.935
€
14.855
€
15.447
€
16.196
€
16.528
2023
2024
2025
2026
2027
35
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2024 bedragen op basis van de bestaande leningenportefeuille € 501.761. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten.
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de BNG werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt een rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier wordt een rekeningcourant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën. Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2024 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 29,7 miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2024 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden.
Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2024 tot en met 2027.
36
2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft inzicht in hoeverre we in staat zijn om niet gestructureerde financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: • • • •
Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. Een inventarisatie van de risico’s. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. Een aantal verplichte financiële kengetallen.
Voor het bepalen van het weerstandsvermogen zijn de weerstandscapaciteit en de risico’s die we mogelijk lopen van belang. De belangrijke risico’s zijn die we voorzien waarvoor geen of beperkte maatregelen zijn genomen en die van (grote) materiele waarde kunnen zijn. Het gaat om risico’s die nog niet voldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen waarover de organisatie beschikt om niet begrote kosten op te vangen. Benodigde weerstandscapaciteit Tussen de benodigde weerstandscapaciteit (nodig om de financiële risico’s op te vangen) en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie bestaat dus een relatie. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen genoemd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen wordt de score op kans omgezet naar de volgende percentages:
Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per 1 januari 2023) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op
37
€ 6.102.5000. Ten opzichte van de bestuur rapportage 2022 (€ 6.125.000) is het benodigde weerstandscapaciteit ongeveer gelijk gebleven. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Deze middelen bestaan uit de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de nog niet ingevulde begrotingsruimte en een post onvoorzien. We hebben geen algemene reserve en rekenen alleen de bestemmingsreserve Crisis en Calamiteiten tot de weerstandscapaciteit. Deze reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige reserves rekenen wij niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend.
Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen:
Beschikbare weerstandscapaciteit --------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2023 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit bedraagt € 6.102.500 (t.o.v. € 6.125.000 in bestuur rapportage 2022). Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/ € 6.102.500) bedraagt hiermee 0,26. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. Met een ratio weerstandsvermogen van 0,26 (€ 1.611.576 / € 6.102.500) zijn we hier zeer beperkt toe in staat. Dit is een logisch gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur (besluit maart 2012) om geen algemene reserve aan te houden. Om onze risico’s op te vangen dienen de deelnemende gemeente een algemene reserve aan te houden die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. Hiermee zijn in feite de gemeenten een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we indien nodig een beroep doen op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten. Inventarisatie van risico’s Omgaan met risico’s vormt een dagelijks onderdeel voor organisaties. Van onvoorspelbare crisissen zoals de oorlog in Oekraïne en de hierdoor stijgende gasprijzen tot veranderende wet- en regelgeving die invloed hebben op de bedrijfsvoering.
Ook wij hebben te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Veel risico’s worden opgevangen door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te beperken. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de relevante risico’s benoemd die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder risico hebben we (voor zover mogelijk) maatregelen opgenomen die we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het opstellen van een risicoprofiel is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe
38
risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden. Vrijwilligheid Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden aan de organisatie. De beschikbaarheid vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers is een proces dat continu aandacht heeft. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de veiligheidsregio. We denken na over kortere opleidingstrajecten en geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel. Daarnaast ontwikkelen we een visie op toekomstbestendige brandweerzorg, waarin we ook rekening houden met scenario’s dat een aantal posten in de toekomst niet voldoende vrijwilligers meer heeft om levensvatbaar te zijn. In 2023 gaan we door met werving via verschillende kanalen en willen we de werving succesvoller maken door gerichter in te zetten op potentiële doelgroepen. Hiervoor zetten we de kennis van een recruiter in.
We ontwikkelen nieuwe en flexibele brandweerzorgconcepten om met behoud van vrijwilligheid de paraatheid en kwaliteit van de brandweerzorg ook in de toekomst te borgen. Op basis van het belevingsonderzoek en eerdere ervaringen uit Expeditie JIJ ontwikkelen we een nieuw programma voor het vinden, binden en boeien van (nieuwe) vrijwilligers. Informatieveiligheid De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. We zijn goed aangehaakt op het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. In 2021 is een audit op de BIO uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). We voldoen inmiddels voor ca 75% aan norm, vanaf 2023 en verder sturen wij op het realiseren van het restant. In 2022 zijn de medewerkers getraind op herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's. Daarnaast is ook het incident response plan afgerond met daarin procedures voor het geval dat het toch mis gaat. Continuïteit ICT Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt.
Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er zijn een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse over kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval. Voor de crisisorganisatie blijft dit een permanent aandachtspunt. Naar aanleiding van de wereldwijd incident LOG4J is prioriteit gegeven aan het updaten van de continuïteitsplannen. Ondanks de genomen maatregelen blijft dit risico potentieel aanwezig. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom.
We zien dat medewerkers op zoek zijn naar zekerheid en steeds vaker al na ongeveer 13 jaar dienstverband kiezen voor een andere baan buiten de brandweer. Vanwege het snellere verloop moeten we eerder nieuwe potentiële brandweermensen werven, selecteren en opleiden. Om dit risico te beperken wordt conform het uitvoeringskader uitvoering gegeven aan het tweede loopbaanbeleid. Medewerkers zijn bewust gemaakt dat zij zelf aan zet zijn voor het maken en realiseren van hun loopbaanplan. Het tweede loopbaanbeleid wordt door zowel werkgevers als -
39
nemers als niet aantrekkelijk ervaren. De universiteit van Maastricht doet in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) onderzoek naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. De resultaten van het onderzoek worden gebruikt bij het heroverwegen van het tweede loopbaanbeleid. Wij volgen de ontwikkelingen. In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek naar bezwarendheid zijn in het najaar van 2022 afspraken gemaakt waardoor 20-jarigen uitstel kunnen aanvragen totdat er landelijk een definitieve oplossing komt voor duurzame inzetbaarheid van brandweermensen. Afhankelijk van de te maken keuzes heeft dit risico een financiële impact van € 0,6 miljoen tot € 1 miljoen. Omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Deze wet betekent een omkanteling van de organisatie en vraagt andere competenties en kennis van de medewerkers. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is inmiddels meerdere keren uitgesteld en is onlangs opnieuw uitgesteld tot begin 2024. Onderzoeksbureau Cebeon heeft berekend dat de implementatie van de Omgevingswet de veiligheidsregio’s gezamenlijk 20-30 miljoen euro kosten.
Daarnaast zal er, na de invoering van de wet, sprake zijn van gezamenlijk 15-20 miljoen euro structurele meerkosten voor de veiligheidsregio’s. Door investeringen in de veranderende werkwijze van adviseren en andere producten is meer capaciteit nodig. Wij schatten de financiële impact hiervan op € 240.000,-. Wet Normalisering Rechtspersoon Ambtenaren (WNRA) De WNRA heeft als doel de rechtspositie van ambtenaren en de private sector gelijk te trekken. Deze wet is ook van toepassing voor het personeel van de veiligheidsregio’s. Door het stelsel van vrijwillige brandweerzorg dat in Nederland wordt gehanteerd heeft de invoering van de WNRA een aantal specifieke gevolgen voor de veiligheidsregio’s. Brandweervrijwilligers hebben op dit moment een eigen rechtspositie (vastgelegd in de CAR-UWO), die verschilt van beroepspersoneel. Door de invoering van de WNRA krijgen vrijwilligers in de toekomst een arbeidsovereenkomst en kunnen zij aanspraak maken op toeslagen en voorzieningen die ook voor beroeps gebruikelijk zijn. Tevens leidt het tot een hoger quotum aan banen in het kader van de participatiewet. Veiligheidsregio’s hebben een uitzonderingspositie gekregen, naar aanleiding van vragen over de uitwerking van de Europese deeltijdrichtlijn op het stelsel van vrijwilligheid. Het uitstel is voor onbepaalde tijd verleend.
De aandacht ligt op de mogelijkheden van behoud van vrijwilligheid binnen de kaders van de Europese deeltijdrichtlijn. Echter moet er in het kader van de WNRA wel aandacht zijn voor de juridische basis voor de aanstelling van de vrijwilliger volgens het civiele arbeidsrecht. Het advies en uitwerkingsgrond moet hierop nog volgen. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's. Mocht het worden ingevoerd is de inschatting per 1 januari 2024. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 1,0 en € 1,5 miljoen. Verplichtend karakter De Europese deeltijdrichtlijn vormt een risico vanwege de verplichting om deeltijders (brandweervrijwilligers) op dezelfde manier te verlonen als fulltimers wanneer zij hetzelfde werk doen en aan dezelfde eisen moeten voldoen. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en werkgevers instemmen met een ander dienstverband. Een landelijke denktank heeft een voorstel ontwikkeld waarbij onderscheid tussen beroeps en vrijwilligers wordt gemaakt op basis van het verplichtend karakter. Vrijwilligers kan volgens dit voorstel geen verplichte aanwezigheid (kazernering) of beschikbaarheid (consignering) worden opgelegd.
Juristen oordelen dat dit onderscheid voldoende is om het stelsel van vrijwilligheid in stand te houden. Het voorstel heeft wel financiële consequenties omdat wij op dit moment kazernering van vrijwilligers veelvuldig toepassen. Het Veiligheidsberaad is van mening dat de minister van J&V als stelselverantwoordelijke de meerkosten voor haar rekening moet nemen. Op basis van het voorstel is een implementatieplan gemaakt voor de invoering van het onderscheid op basis van verplichtend
40
karakter. Er is nog geen duidelijkheid of en in hoeverre de minister van J&V budget ter beschikking stelt voor de uitvoering. Wij schatten de financiële impact hiervan op tussen de € 1,5 en € 2,5 miljoen. Stijgende loon- en prijsontwikkeling (inkopen en bouwmaterialen) Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Daarnaast is ook een verwachtte stijging van de loonkosten. De cao-onderhandelingen lopen nog, het financieel effect is nog niet exact te duiden. Vooraf is al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er in de loop van 2023 en verder financiële tekorten ontstaan. Het risico is dat toegekende indexatie onvoldoende is om de effecten van cao-stijgingen op te vangen. Begin 2023 zal meer duidelijkheid komen over de financiële effecten voor de begroting 2023 en verder. Stijgende brandstof, elektra en gasprijzen Door het aflopen van het contract eind 2022 nemen de kosten voor gas en elektra toe. Voor 2023 zijn de gasprijzen ruim twee keer zo hoog als medio 2022. Om de energiekosten te beperken moet meer gestuurd worden op het zuinig omgaan met energie.
Op intranet worden artikelen gepubliceerd over gezamenlijke verantwoordelijkheid om gas/elektra verbruik terug te dringen. Er wordt gekeken naar het uitbreiden van zonnepanelen in overleg gemeenten. We sturen en monitoren via Hero-balancer. Bij nieuwbouw en renovaties kazernes hebben we oog voor verduurzamen. In 2023 starten we met de overgang naar de eerste voertuigen van diesel op elektrisch rijden. Chemie-Pack Gemeente Moerdijk, Veiligheidsregio MWB en onderdelen van de Staat der Nederlanden worden door de verzekeringsmaatschappijen van omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Door de advocaat is in een brief aan de Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio een bedrag genoemd van € 27 miljoen (exclusief rente en kosten). Daarnaast wordt bij veroordeling ook imagoschade geleden. We laten ons bijstaan door specialisten. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met gemeente Moerdijk en de Staat der Nederlanden. Diverse voorbereidingen en aanvullende onderzoeken zijn afgerond. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd.
Fort Oranje Eigenaren van camping Fort Oranje willen in gesprek met de gemeente Zundert over de schade die zij menen te hebben geleden als gevolg van de overname en ontmanteling van de camping. Als gevolg van het uitroepen van GRIP 4 ten tijde van de acties bij camping Fort Oranje is de voorzitter van de Veiligheidsregio op grond van artikel 39 Wet veiligheidsregio’s in de plaats getreden van de burgemeester van de gemeente Zundert en heeft hij een aantal besluiten genomen. Discussie kan ontstaan over de vraag of de Veiligheidsregio voor een deel aansprakelijk zou kunnen worden gesteld voor geleden schade. De grootte van het risico is niet bekend. Er is ook nog geen sprake van een daadwerkelijke aansprakelijkstelling. Data lek GGD Het ministerie van VWS (als onderdeel van de Staat der Nederlanden), alle GGD-en, alle Veiligheidsregio’s, ook MWB, en een aantal gemeentes worden door de Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (ICAM) namens een aantal natuurlijke personen verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van het datalek in januari 2022 binnen het systeem van de GGD. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Er zijn ook nog geen bedragen genoemd. We hebben deze kwestie gemeld bij onze verzekering. Door het Veiligheidsberaad is namens alle veiligheidsregio’s gereageerd richting de stichting ICAM.
In deze brief staat dat de veiligheidsregio’s pas inhoudelijk reageren nadat de gesprekken tussen de stichting ICAM en het ministerie van VWS zijn afgerond. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met GGD West-Brabant, het Veiligheidsberaad en andere veiligheidsregio’s. Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
41
Kengetallen
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026 2027
Netto schuldquote
40%
50%
54%
59%
55%
55%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
40%
50%
54%
59%
55%
55%
Solvabiliteitsratio
25%
9%
8%
6%
6%
6%
0,68%
1,24%
0,19%
0,18%
0,19%
0,19%
Structurele exploitatieruimte
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote schommelt de komende jaren rond hetzelfde niveau met een kleine piek in 2025. Dit wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om de investeringen de komende jaren te financieren. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat geen verschil zien. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. In 2023 valt de egalisatiereserve kapitaallasten vrij en in de komende jaren zal een groot gedeelte van de resterende reserves worden ingezet. Hierdoor neemt het eigen vermogen af. Dit vormt de belangrijkste oorzaak van de daling van de solvabiliteitsratio. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is. Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves.
Voor de komende jaren schommelt de structurele exploitatieruimte de 0,19%.
2.4 Onderhoud kapitaalgoederen In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen. Gebouwen Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022 zijn de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast.
Voorziening onderhoud gebouwen (bedragen x 1.000)
Rekening 2022
Begroting 2023
Stand per 01-01 Toevoeging aan voorziening Aanwending voorziening
€ € €
2.138 € 842 € 219 €
Stand per 31-12
€
2.761
€
Begroting 2024
2.761 € 842 € 929 € 2.674
€
Begroting 2025
2.674 € 842 € 926 € 2.590
€
Begroting 2026
2.590 € 842 € 1.416 € 2.016
€
Begroting 2027
2.016 € 842 € 868 €
1.991 842 853
€
1.980
1.991
42
Materieel en voertuigen Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het planmatig- en correctief onderhoud inclusief APK wordt uitgevoerd door de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker wordt ook andersoortig correctief onderhoud aan voertuigen zelf uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor de kleine dienstvoertuigen van het district Hart van Brabant. De bepakkingswerkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)
Rekening 2022
Voertuigen Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen
€ € € € € € €
Bepakking Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Overig Totaal bepakking
€ € € €
Totaal
€
422 555 781 233 118 89 2.198
Begroting 2023
€ € € € € € €
85 € 169 € € 254 € 2.452
€
486 330 850 281 110 93 2.150
Begroting 2024
€ € € € € € €
132 € 147 € € 279 € 2.429
€
486 330 850 290 110 92 2.158
Begroting 2025
€ € € € € € €
130 € 147 € € 277 € 2.434
€
486 330 850 298 110 92 2.166
Begroting 2026
€ € € € € € €
130 € 147 € € 277 € 2.443
€
Begroting 2027
€ € € € € € €
486 330 850 317 110 92 2.185
130 € 147 € € 277 €
130 147 277
€
2.461
486 330 850 307 110 92 2.175
2.452
De voertuigen zijn vanaf 2020 WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Ter voorkoming van schade is nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd.
2.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. We zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we over voldoende middelen beschikken om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel externe partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband onder Kosten Gemene Rekening. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant.
De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening.
43
Het instellen en in stand houden van een GHOR is onze taak. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats van de cijfers van de GHOR. De bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving. Gemene Rekening Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OC VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland, inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1 januari 2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief calamiteiten coördinatoren) vindt plaats op basis van inwoneraantallen van beide veiligheidsregio’s (74% VRMWB - 26% VRZ). Na verloop van een periode van vier jaar, voor de eerste keer ten behoeve het jaar 2024 wordt de verdeelsleutel op basis van de nieuwe inwoneraantallen opnieuw vastgesteld.
44
3 Financiële begroting
45
FINANCIËLE BEGROTING 3.1 Kaders totstandkoming begroting Herijking beleid Er is sprake van gewijzigd beleid. In de kaderbrief 2024 is een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voorgesteld van € 272.000. Deze verhoging komt voort uit de volgende beleidsmatige wijzigingen: • • • •
Implementatie van de Wet open overheid (Woo) (€ 150.000), Versterken van Informatieveiligheid (€100.000), Operationele sterkte (reeds bestuurlijk vastgesteld) (€ 465.000) Verlaging van de bijdrage door de taakstelling (-/- € 443.000).
Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2024. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken in de gemeentelijke bijdragen, zijn: • Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. • Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2024. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2024 van het Centraal Plan Bureau (CPB) en de correcties van deze indices voor het jaar 2022 en 2023 van de in de begroting 2023 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting.
Kerngegevenstabel Centraal Planbureau o.b.v. maart 2022
Loonindex Prijsindex
2022
2023
2024
2025
2026
2027
4,30% 3,40%
3,60% 3,00%
4,20% 2,50%
4,10% 2,50%
3,90% 2,20%
3,90% 2,20%
Vanuit het CPB zijn alleen ramingen gegeven t/m 2026. Voor 2027 hanteren we dezelfde percentages als 2026.
Op basis van de indices uit bovenstaande tabel en degene die in de begroting 2023 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting is in onderstaande tabel weergegeven.
Takendiscussie profiel 4 De indexatie wordt toegepast ná aftrek van de € 443.000 bezuiniging conform bestuursbesluit AB2022.05.24/1. Kapitaallasten In AB2022.02.09/3.5 is besloten om de egalisatiereserve op kapitaallasten te laten vervallen en de
46
lasten te nemen in de exploitatiebegroting. Afwijkingen op het investeringsplan vertalen zich daardoor rechtstreeks in een wijziging op de gemeentelijke bijdragen. Voor de beleidsbegroting 2024 wordt uitgegaan van het geactualiseerde investeringsplan 2023 en volgende jaren. De mutatie in de kapitaallasten is meegenomen als herijking beleid en in onderstaande tabel opgenomen. CAO Voor de loonkosten zijn we uitgegaan van het op 28 februari 2023 bereikte principeakkoord CAO 2023-2024. Het principeakkoord kent een looptijd tot 1 mei 2024. Voor de loonkosten 2024 is uitgegaan van de structurele loonsverhoging 2023 en een loonindex van 2%. Vanaf mei wanneer de CAO afloopt is dat voor de resterende maanden 1,33%. Voor de jaren 2025-2027 is uitgegaan van de percentages van de loonindex volgens onderstaande tabel Berekening gewogen index begroting 2024 CPB maart 2022 van respectievelijk 4,10%, 3,90% en 3,90%. Nog niet meegenomen zijn de mogelijke financiële consequenties van een aanpassing in de Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) en/of de mogelijke ontheffing voor nachtdiensten voor de centralisten en calamiteiten coördinatoren (CaCo's) op de meldkamer. Reguliere gewogen index Op basis van de bovenstaande financiële tabel kan een gewogen gemiddelde index berekend worden waarmee de bijdrage in de begroting wordt aangepast.
Deze berekening is in de tabel op de volgende pagina weergegeven. Berekening gewogen index begroting 2024 CPB maart 2022 Index CPB
Verhouding
Gewogen index
Loonindex 2022 Prijsindex 2022 Gewogen index Index 2022 bij begroting 2023 Correctie index 2022
4,30% 3,40%
60,00% 40,00%
2,58% 1,36% 3,94% 2,22% 1,72%
1,72%
Loonindex 2023 Prijsindex 2023 Gewogen index Index 2023 bij begroting 2023 Correctie index 2023
3,60% 3,00%
60,00% 40,00%
2,16% 1,20% 3,36% 2,14% 1,22%
1,22%
Loonindex 2024 Prijsindex 2024 Gewogen index 2024 Index 2024 incl nacalculatie
4,20% 2,50%
60,00% 40,00%
2,52% 1,00% 3,52%
Loonindex 2025 Prijsindex 2025 Gewogen index 2025
4,10% 2,50%
Loonindex 2026 Prijsindex 2026 Gewogen index 2026
3,90% 2,20%
Loonindex 2027 Prijsindex 2027 Gewogen index 2027
3,90% 2,20%
60,00% 40,00% 60,00% 40,00% 60,00% 40,00%
Index begroting 2024
3,52% 6,46%
2,46% 1,00% 3,46%
3,46%
2,34% 0,88% 3,22%
3,22%
2,34% 0,88% 3,22%
3,22%
Vanuit het CPB zijn alleen ramingen gegeven t/m 2026. Voor 2027 hanteren we dezelfde percentages als 2026. Hierdoor is de gewogen index 2027 3,22%
Ontwikkeling Rijksbijdrage BDuR Op basis van de beschikking BDuR Rijksbijdrage 2023 (d.d. 1 december 2022) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is onderstaande prognose afgegeven voor de meerjarige bijdrage.
47
Ontwikkeling bijdrage BDuR Beleidsbegroting 2023 (beschikking 2021)
Loon/prijs bijstelling Beschikking 2022 verwachte loon/prijs bijstelling Beleidsbegroting 2024
2024
2025
2026
2027*
€ 9.970.603 € 338.715 € 10.309.318 € 10.309.318 € 10.309.318 € 10.309.318 € 700.000 € 1.050.000 € 1.400.000 € 1.400.000 € 11.009.318 € 11.359.318 € 11.709.318 € 11.709.318
* de Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2027 is hetzelfde bedrag als 2026 aangehouden.
Omdat het ministerie jaarlijks de BDuR bijdrage bijstelt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt rekening gehouden met een verwachtte bijstelling. Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van € 83 miljoen aan de BDuR vanaf 2023 voor een versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening bij de veiligheidsregio's. Dit vindt vanaf 2023 met een geleidelijke opbouw in vier jaar plaats:
De extra financiële middelen zijn bestemd voor de versterking van de (toekomstige): 1. Crisisbeheersing. 2. Informatievoorziening per regio én gezamenlijk. 3. Inrichten van Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2). Voor 2023 zijn er gegarandeerde afspraken uitgewerkt tussen het ministerie van J&V en de Veiligheidsregio’s over de verdeling van de extra middelen tussen de drie genoemde onderwerpen. Vanaf 2024 komen er aanvullende extra middelen beschikbaar. De exacte verdeling van die aanvullende middelen staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit om in te spelen op lopende ontwikkelingen. Hierover worden uiterlijk 31 juli van het jaar voorafgaand aan het jaar dat de aanvullende extra middelen beschikbaar komen, afspraken gemaakt. Op basis van de verdelingssystematiek 2023 komt dit voor VRMWB uit op:
Exploitatiebijdrage gemeenten In 2018 is door het Algemeen Bestuur besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds, inclusief een overgangsperiode tot en met 2021 die is doorgelopen tot en met 2022. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseren we jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Het betreft enerzijds een set aan risicomaatstaven en anderzijds het gewicht dat deze maatstaf bijdraagt aan het totale risicoprofiel per gemeente. Hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer de gemeente bijdraagt aan de Veiligheidsregio. Jaarlijks worden de geactualiseerde kengetallen (o.a. OZB waarde, bedrijven, bebouwing, woonruimten etc.) gepubliceerd via de meicirculaire, subcluster Brandweer en rampenbestrijding gemeentefonds. Als de individuele kengetallen van gemeenten wijzigen, wijzigt daarmee de onderlinge verhouding van de risico's en daarmee samenhangend de gemeentelijke bijdragen. Vanaf 2022 nemen wij de actualisering vanuit de meicirculaire jaarlijks over. Omdat een aantal kengetallen
48
jaarlijks kunnen fluctueren, ontstaan hierdoor kleine verschillen in het risicoprofiel per gemeente. Omdat wij de begroting moeten aanleveren vóór mei, maken wij gebruik van de laatste bekende meicirculaire. Dat betekent voor de begroting 2024, die in januari-maart 2023 gemaakt wordt, bij gebruik maken van de meicirculaire 2022. Door het jaarlijks actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de Veiligheidsregio aan op de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds en zijn de veranderingen relatief beperkt. Deze werkwijze komt overeen met het in 2018 genomen AB-besluit, waarin de volgende uitgangspunten zijn vastgesteld: • • •
De sleutel CEBEON ten behoeve van verdeling gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij begroting (t+2), (m.a.w. de sleutels die op basis van meicirculaire 2022 zijn berekend worden toegepast in de beleidsbegroting 2024). De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Overzicht huidige vs. nieuwe sleutel kostenverdeelmodel Hieronder is een overzicht weergegeven van de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeon-maatstaven uit de Meicirculaire 2022, die als basis dienen voor de beleidsbegroting 2024.
Alphen-Chaam
Nieuw: Beleidsbegroting Beleidsbegroting 2023 2024 (Obv Meicirculaire 2022) 1,01% 0,99%
Verschil (-/- = lagere bijdrage)
0,02%
Altena
4,49%
4,52%
-0,03%
Baarle-Nassau
0,76%
0,76%
0,00%
Bergen op Zoom
5,81%
5,87%
-0,06%
Breda
16,38%
16,44%
-0,06%
Dongen
1,96%
1,97%
-0,01%
Drimmelen
2,29%
2,28%
0,01%
Etten-Leur
3,43%
3,46%
-0,03%
Geertruidenberg
1,82%
1,75%
0,07%
Gilze en Rijen
2,27%
2,17%
0,10%
Goirle
1,74%
1,76%
-0,02%
Halderberge
2,65%
2,66%
-0,01%
Hilvarenbeek
1,39%
1,40%
-0,01%
Loon op Zand
1,87%
1,87%
0,00%
Moerdijk
4,20%
4,32%
-0,12%
Oisterwijk
2,65%
2,67%
-0,03%
Oosterhout
4,70%
4,68%
0,01%
Roosendaal
6,72%
6,77%
-0,04%
Rucphen
1,66%
1,69%
-0,03%
Steenbergen
2,15%
2,16%
-0,02%
Tilburg
22,23%
22,03%
0,20%
Waalwijk
4,11%
4,06%
0,05%
Woensdrecht
2,02%
2,04%
-0,02%
Zundert
1,70%
1,69%
0,01%
100,00%
100,00%
0,00%
49
In de onderstaande tabel is voor het jaar 2024 de bijdrage per gemeente aan Veiligheidsregio MWB opgenomen, waarbij de wijzigingen met betrekking tot loon- en prijscompensatie en de herijking van de kapitaallasten verwerkt zijn. De intekentaken FLO-overgangsrecht en kazernes zijn in paragraaf 3.3 Financiële positie verder uiteengezet. Gemeentelijke bijdrage 2024
Totaal bijdrage o.b.v. Herijking beleid Totaal bijdrage kostenverdeelmodel (mutatie o.b.v. 2024 excl. intekentaak kap.lasten) kostenverdeelmodel 2024 excl. intekentaak incl. herijking beleid
Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau
€ € €
749.878 3.336.669 564.026
€ € €
-2.978 € -13.252 € -2.240 €
746.900 3.323.417 561.786
Bergen op Zoom
€
4.316.459
€
-17.143
€
4.299.316
€
352.684
Breda Dongen Drimmelen Etten-Leur Geertruidenberg Gilze en Rijen Goirle Halderberge Hilvarenbeek Loon op Zand Moerdijk Oisterwijk Oosterhout Roosendaal Rucphen Steenbergen Tilburg Waalwijk Woensdrecht Zundert Totaal
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
12.157.983 1.453.487 1.696.842 2.549.584 1.347.905 1.684.725 1.291.242 1.969.724 1.031.586 1.386.228 3.119.875 1.965.394 3.486.656 4.989.745 1.233.161 1.593.009 16.502.285 3.049.388 1.498.363 1.258.461 74.232.676
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
-48.287 -5.773 -6.739 -10.126 -5.353 -6.691 -5.128 -7.823 -4.097 -5.506 -12.391 -7.806 -13.848 -19.818 -4.898 -6.327 -65.541 -12.111 -5.951 -4.998 -294.826
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
12.109.695 1.447.714 1.690.103 2.539.458 1.342.551 1.678.034 1.286.114 1.961.901 1.027.488 1.380.723 3.107.484 1.957.588 3.472.808 4.969.927 1.228.263 1.586.683 16.436.744 3.037.277 1.492.412 1.253.463 73.937.850
€
1.111.375 € 13.221.070 € 1.447.714 € 1.690.103 € 2.539.458 € 1.342.551 € 1.678.034 € 1.286.114 € 1.961.901 € 1.027.488 € 1.380.723 € 3.207.392 € 1.957.588 € 3.472.808 414.020 € 5.383.947 € 1.228.263 € 1.586.683 1.253.965 € 17.690.709 € 3.037.277 € 1.492.412 € 1.253.463 3.132.044 € 77.169.802
Intekentaak Intekentaak FLO Totale bijdrage verkoop o.b.v. kostenkazernes verdeelmodel 2024
€
99.908
€
€
€
99.908
€
€ € €
746.900 3.323.417 561.786
€
4.652.000
50
In de onderstaande tabel is voor de jaren 2024 tot en met 2026 de bijdrage per gemeente aan Veiligheidsregio MWB opgenomen inclusief de herijking mutatie kapitaallasten en exclusief de intekentaken, waarbij de wijzigingen met betrekking tot loon- en prijscompensatie verwerkt zijn. De effecten van de Cebeon maatstaven uit de toekomstige circulaires zijn hierin niet meegenomen en beïnvloeden de gemeentelijke bijdragen.
Gemeentelijke bijdrage exclusief intekentaken
Totaal bijdrage Totaal bijdrage Totaal bijdrage 2024 o.b.v. 2025 o.b.v. 2026 o.b.v. kostenverdeel- kostenverdeel- kostenverdeelmodel 2024 model 2024 model 2024
Totaal bijdrage 2027 o.b.v. kostenverdeelmodel 2024
Alphen-Chaam Altena Baarle-Nassau
€ € €
746.900 3.323.417 561.786
€ € €
776.248 3.454.005 583.861
€ € €
800.823 3.563.354 602.345
€ € €
824.816 3.670.114 620.392
Bergen op Zoom €
4.299.316
€
4.468.250
€
4.609.709
€
4.747.818
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
12.109.695 1.447.714 1.690.103 2.539.458 1.342.551 1.678.034 1.286.114 1.961.901 1.027.488 1.380.723 3.107.484 1.957.588 3.472.808 4.969.927 1.228.263 1.586.683 16.436.744 3.037.277 1.492.412 1.253.463 73.937.850
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
12.585.525 1.504.600 1.756.513 2.639.241 1.395.305 1.743.969 1.336.650 2.038.990 1.067.862 1.434.976 3.229.587 2.034.508 3.609.266 5.165.212 1.276.525 1.649.028 17.082.597 3.156.621 1.551.054 1.302.716 76.843.108
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
12.983.965 1.552.233 1.812.121 2.722.796 1.439.478 1.799.181 1.378.966 2.103.542 1.101.669 1.480.405 3.331.832 2.098.918 3.723.531 5.328.735 1.316.938 1.701.234 17.623.408 3.256.556 1.600.158 1.343.958 79.275.852
€ € € € € € € € € € € € € € € € € € € € €
13.372.971 1.598.739 1.866.413 2.804.372 1.482.605 1.853.085 1.420.281 2.166.565 1.134.675 1.524.759 3.431.655 2.161.802 3.835.089 5.488.387 1.356.395 1.752.204 18.151.414 3.354.124 1.648.100 1.384.224 81.650.996