CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

09. Natuurbeleidsplan Steenbergen definitieve versie 21 maart 2017 BM1700917.pdf

Beeldvormende vergadering 20 september 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 3: Presentatie huidig duurzaamheidsbeleid15.423 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

34

Natuurbeleidsplan Steenbergen

bermen jaarlijks te maaien en het maaisel af te voeren. Bij sterk verrijkte, verruigte bermen zal dat de eerste jaren zelfs tweemaal per jaar moeten plaatsvinden. De bermen in de oudste droogmakerijen, op een kalkrijke bodem, zijn het meest kansrijk. Deze gronden bevinden zich vooral in het westen rond Nieuw-Vossemeer, in het noordwesten en ten zuidoosten van Steenbergen. Tijdens een speciale bijeenkomst is de volgende prioritering in het gemeentelijke beheer van de bermen aangebracht (zie figuur 8): A. in ieder geval te verschralen bermen, in zuidwestelijke deel van de gemeente, omdat hier kalkrijke oudere gerijpte bodems liggen. Hier is kans van slagen groot; B. mogelijk te verschralen bermen, in noordwestelijk deel van gemeente, met kansrijke, vaak kalkrijke wegbermen, maar minder hoge potenties dan in zuidwesten; C. mogelijk te verschralen bermen, in zuidoostelijk deel van gemeente, met kansrijke, maar niet kalkrijke wegbermen, en minder hoge potenties dan bij Nieuw-Vossemeer; D. kansarme bermen in het noordoostelijk deel van de gemeente. Niet ecologisch te beheren.

B D A A C Figuur 8: indeling in beheersprioriteiten van de bermen van de gemeente Steenbergen (Kaart: Google Earth)

Binnen deze globale indeling kan verder naar de prioritering van kansrijke bermen gekeken worden, met als uitgangspunten:  breder is kansrijker;  minder beschaduwd is kansrijker;  gradiëntrijk is kansrijker (bijvoorbeeld met een helling, vooral op het zuiden);  geen ander medegebruik (zoals parkeren).

Natuurbeleidsplan Steenbergen

35

5.2.5. Uitgangspunten en wensen Uitgangspunten bij de realisatie van droge ecologische verbindingen zijn: 1. de realisatie van droge ecologische verbindingen is van groot belang voor het versterken van de Steenbergse natuur; 2. De klankbordgroep wil dat de beschikbare middelen gaan naar het herstel en beheer van de bloem-, boomdijken en wegbermen met de hoogste potentiële biodiversiteit en de grootste kans van slagen; 3. De klankbordgroep adviseert:  een studie te (laten) uitvoeren van de knelpunten bij dijken en wegbermen voor grondgebonden dieren (amfibieën, kleine en middelgrote zoogdieren), vleermuizen, dagvlinders, vogels en planten, die zich moeizaam verspreiden. Stichting Sirene heeft een eerste opzet gemaakt;  met eigenaren herstel- / inrichtingplannen van specifieke dijken uit te werken;  (beheer)contracten met de eigenaren (middels het StiKa) af te sluiten;  onderzoek te doen naar het -in overleg- structureel duurzaam beheren van de eigen dijken, het structureel duurzaam beheren (maaien en afvoeren) van de eigen wegbermen (primair de bermen in het zuidwestelijk deel van de gemeente rond Nieuw-Vossemeer, als het kan ook de bermen in het noordwestelijk en zuidoostelijk deel); 4. Na inrichting moet er structureel aandacht zijn voor goede nazorg en duurzaam beheer. Hier moet voor de lange termijn geld voor worden gereserveerd.

Overige wensen van de partners:  in gebieden die erg open zijn, zoals bijvoorbeeld rondom De Heen, moet rekening worden gehouden met de openheid van het kleipolderlandschap als nieuwe boomdijken gepland worden;  bij meerdere partijen leeft de wens om kale dijken en bermen van gemeentelijke of provinciale wegen te beplanten met bomen of struiken, zolang dit de gewenste openheid niet aantast en niet in strijd is met het functioneren als bloemdijk of bloemrijke berm of agrariërs hindert;  om (boom)dijken tegen kap te beschermen kan de gemeente (nieuwe) regels opstellen. Wellicht kan men een deel van de boomdijken omvormen tot "struweeldijken";  het beter inrichten van het groen en de waterpartijen bij bedrijventerreinen;  overige mogelijk te nemen brongerichte en effectgerichte maatregelen kunnen zijn: beperking van de uitstoot van ammoniak, herplant van bomen, aanplant van struiken, plaggen, maaien en afvoeren (‘Biocassie’?, afvoeren biomassa voor gebruik energieopwekking) of begrazen van dijkdelen en wegbermen met hoge potenties.

5.2.6. Verantwoordelijkheid gemeente Verreweg de meeste wegbermen zijn in eigendom en beheer van de gemeente. De gemeente heeft dus de sleutelrol in de inrichting en het beheer van de droge ecologische verbindingen. De gemeente Steenbergen heeft een belangrijke, initiërende rol bij de studie naar, regelgeving van en realisatie van droge ecologische verbindingen in de vorm van bloem-, boomdijken en schrale, bloemrijke bermen en oevers. Het bestaande gemeentelijke ruimtelijke beleid schept mogelijkheden om bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied te sturen op de kwaliteitsverbetering van het landschap.

36

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.2.7. Samenwerking en financiering De gemeente streeft er naar om door een goede samenwerking met de provincie, agrariërs en het waterschap en door middel van particulier natuurbeheer meer droge ecologische verbindingen te realiseren. Vooral de Subsidieregeling Stimuleringskader Groenblauwe Diensten (StiKa) van provincie, gemeente en waterschap speelt een belangrijke rol bij de realisatie van droge ecologische verbindingen. De afgelopen jaren heeft de gemeente deze subsidieregeling ingezet voor het behoud van de boomdijken en de realisatie van ‘ommetjes’. De toepassing van de kwaliteitsregel bij ruimtelijke ontwikkelingen kan ook een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van droge ecologische verbindingen.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

37

5.3. Open zeekleipolders – agrarische natuur Steenbergen is een plattelandsgemeente. Agrarische bedrijven hebben het overgrote deel van de oppervlakte van de gemeente al eeuwen in eigendom en beheer, inclusief een groot deel van de dijken. Deze landbouwbedrijven liggen in een vlak en open zeekleipolderlandschap, op vruchtbare zeekleigronden, tussen oude kreken en de vele dijken.

Open zeekleipolderlandschap in het noordwesten van de gemeente Steenbergen Bron: Google Streetview

De bedrijfsvoering is zeer efficiënt, met selectieve gewasbescherming, met sterk verlaagde (grond)waterstanden en exploitatie van de percelen tot strak langs de waterlopen (sloten). Voorheen groeiden iepenlaanbomen langs vele wegen en op tal van dijken; deze iepen zijn vervangen door essen en populieren. De erven hebben veelal een boomrijke erfbeplanting; hier en daar zijn grote fruitcomplexen, omringd door windsingels. Door de steeds efficiëntere bedrijfsvoering zijn karakteristieke weide-, akkerplant- en diersoorten verdwenen of zeldzaam geworden. ’s Winters foerageren wel veel watervogels (ganzen, zwanen en smienten) in grote groepen op de graslanden en geoogste akkers. Er worden tegenwoordig beheer(s)pakketten voor agrarisch natuurbeheer afgesloten, bijvoorbeeld akkerranden met bloemrijke kruiden, waarvan insecten, insectenetende en zaadetende akkervogels profiteren.

38

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.3.1. Uitgangspunten en overige wensen De uitgangspunten van het gemeentelijk beleid van de natuur in de open zeekleipolders zijn: 1. het behoud van de open ruimte van de zeekleipolders èn de landschappelijke begrenzing daarvan door de kreken en boom-, bloem- en/of struweeldijken zijn van vitaal belang voor het Steenbergse landschap. De gemeente Steenbergen heeft een grote verantwoordelijkheid voor het behoud van deze openheid en de bijzondere geologische en cultuurhistorische waarden, en een belangrijke taak bij de regelgeving (bestemmingsplan en structuurvisie), controle en handhaving1; 2. de open zeekleipolders worden primair benut voor grondgebonden agrarisch gebruik; 3. binnen de open zeekleipolders is het stiltegebied Heense Polder een belangrijke kernwaarde; 4. de gemeente en partners willen de karakteristieke plant- en diersoorten van het open agrarische kleipolderlandschap (en de kreken en bloem-, struweel en/of boomdijken) behouden, waar nodig herstellen en duurzaam beheren; 5. de klankbordgroep wil dat de beschikbare middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Je kunt geld maar één keer uitgeven, en dan bij voorkeur aan de meest waardevolle agrarische natuur. Verder afmaken waar mee begonnen is, heeft de voorkeur boven het opstarten van nieuwe initiatieven; 6.

het agrarisch natuurbeheer via het ANB (subsidiestelsel via de Provincie) kent een collectieve streekgerichte benadering, om het agrarisch natuur- en landschapsbeheer dààr toe te passen waar dit het meest kansrijk is en waar de grootste deelnamebereidheid bij grondeigenaren is. Er zijn bij het agrarische natuurbeheer aan de hand van vooraf vastgestelde doelsoorten leefgebieden aangewezen waar natuur(beheers)pakketten kunnen worden afgesloten, die voor deze doelsoorten belangrijk zijn. Onder andere de ANV Brabantse Wal en het Brabants Landschap zetten zich in voor de Steenbergse agrariërs en het gemeentelijke grondgebied. In Steenbergen wordt er met name ingezet op de realisatie van akkerranden voor akkervogels (broedvogels zoals patrijzen, zaad voor zaadeters e.d.). Het agrarisch natuurbeheer wordt binnen de gemeente Steenbergen op grote schaal toegepast en is van groot belang voor dit gebied; 7. de agrariërs kunnen meedoen aan het 'Ondernemend NatuurNetwerk Brabant', waarbij hun gronden (met name die langs kreeklopen) voor 'eeuwig' ingericht worden als natuur, tegen een financiële vergoeding; 8. bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied is aandacht voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Landschappelijke inpassing maakt hier onderdeel vanuit. Dit is in lijn met het bestaande gemeentelijke ruimtelijke beleid. 1

Voor de bescherming van de waardevolle openheid èn de karakteristieke ruimtelijke begrenzing door kreken en dijken worden de volgende criteria gehanteerd:  bescherming van de waardevolle openheid (onderscheid: open zeekleipolders, de zone rondom De Vliet, kreken tegen het zand) staat voorop;  inheemse beplanting op dijken is passend binnen de waardevolle openheid (zie ook Dijk van een Landschap). Begroeide boomdijken hoeven hier geen bezwaar te zijn, omdat deze dijken ver van elkaar liggen en daarbinnen de openheid gegarandeerd blijft;  inheemse beplanting op bouwblokken (boerenerven, burgerwoningen, etc.) is passend binnen de waardevolle openheid;  het toevoegen van inheemse beplanting op andere locaties moet de waardevolle openheid niet onaanvaardbaar aantasten. Hierbij zijn met name de omvang (oppervlakte), de beleefbaarheid van de openheid (mate van doorsnijding / opsplitsing open landschap) en de tijdsduur van de ingreep van belang (permanent of tijdelijk);  kenmerkend voor het gebied is tevens het grondgebonden agrarische grondgebruik.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

39

Overige wensen van de partners:  de ANV vindt het behoud, herstel en de ontwikkeling van (agrarische) natuur zeer belangrijk, maar het mag de agrarische bedrijfsvoering niet in de weg staan ('no - go');  Natuurmonumenten vindt dat ook de agrarische natuur vanuit bestaande (natuur)kernen moet worden versterkt. Natuurmonumenten wil dat de subsidies worden ingezet op de meest kansrijke verbindingszones, natuurvriendelijke akkerranden en andere plaatsen qua biodiversiteit. Een goed voorbeeld is de dooradering met natuurvriendelijke akkerranden van het gebied tussen Dinteloord en Steenbergen;  het is gewenst een lijst van voor Steenbergen kenmerkende inheemse beplanting op te stellen.

5.3.2. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente Steenbergen heeft een grote verantwoordelijkheid voor het behoud van de openheid van het kleipolderlandschap en de bijzondere geologische en cultuurhistorische waarden, en een belangrijke taak bij de regelgeving, controle en handhaving. Het bestaande gemeentelijke ruimtelijke beleid schept mogelijkheden om bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied te sturen op de kwaliteitsverbetering van het landschap.

5.3.3. Samenwerking en financiering Om de karakteristieke natuur en specifieke soorten van open zeekleipolders duurzaam te behouden, uit te breiden en te ontwikkelen worden verschillende maatregelen genomen. De Agrarische Natuur Vereniging (ANV) Brabantse Wal (binnen het Collectief ANB WestBrabant), Brabants Landschap (Coördinatiepunt Landschapsbeheer) en de agrariërs geven samen uitvoering aan het agrarisch natuurbeheer. De Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader (StiKa) van provincie, gemeente en waterschap maakt ook gerichte maatregelen ten behoeve van agrarische natuur mogelijk. De toepassing van de kwaliteitsregel bij ruimtelijke ontwikkelingen kan eveneens een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van agrarische natuur. Tevens kunnen de eigenaren van bouwblokken (onder andere bij agrariërs en burgerwoningen) door de realisatie van inheemse erfbeplanting een bijdrage leveren.

40

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.4. Natura2000 – hoogwaardige buitendijkse natuur Binnen de gemeentegrenzen van Steenbergen komt het zwaar beschermde Natura2000gebied Krammer - Volkerak voor, met de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen-Oost. Dit geheel buitendijkse gebied kent open, nu nog zoet, water. Op (aangelegde) eilandjes zijn noordse woelmuizen en broedende watervogels te vinden. Op de schaars begroeide zandplaten / slikken broeden steltlopers en plevieren en overwinteren vele soorten watervogels. De gorzen en slikken hebben kruidenrijke oeverlanden met orchissen en (kriel)parnassia, soms nog met zoutminnende vegetaties. Ook herbergt het gebied voedselrijke ooibossen met brandnetels en vlier, bevers, das, roofvogels en vleermuizen. Heel waardevol is de bijzondere overgang (gradiënt) van hoog, zoet, droog, kalkarm maar voedselrijk naar laag, zilt, nat, kalkrijk en voedselarme situatie. Op dergelijke complexe gradiënten komen altijd veel bijzondere plant- en diersoorten en leefgemeenschappen voor. De eigenaar - beheerder van de Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen-Oost is Natuurmonumenten. Binnen het Natura2000-gebied worden geen (wezenlijke) ontwikkelingen toegestaan en Natuurmonumenten regelt alles binnen de gebieden. Ontwikkelingen buiten Natura2000 kunnen echter indirecte effecten op de instandhoudingsdoelen hebben (externe werking, geregeld in de Wet natuurbescherming).

Bron: http://www.synbiosys.alterra.nl /natura2000

Figuur 9: Kaart begrenzing van het Natura 2000-gebied ‘Krammer-Volkerak’, met aan zuidkant de Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen-Oost

5.4.1. Uitgangspunten De uitgangspunten bij het behoud en beheer van het hoogwaardige buitendijkse Natura2000-gebied Krammer – Volkerak (Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen-Oost) zijn: 1. inrichting en beheer van het Natura2000-gebied in Steenbergen (de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen-Oost) gebeurt door Natuurmonumenten. De gemeente Steenbergen heeft hierin geen taak; 2. Natuurmonumenten wenst aansluiting van haar buitendijkse natuurgebieden met gebieden met hoge biodiversiteit binnen de gemeente Steenbergen, door de aanleg van ecologische verbindingszones en aansluiting met overige kerngebieden met hoogwaardige natuur (agrarische natuur e.v.);

Natuurbeleidsplan Steenbergen

41

3. betrokkenheid van de gemeente is wel gewenst en noodzakelijk. Op het gebied van beleid en handhaving betreffende initiatieven die de hoogwaardige buitendijkse natuur kunnen schaden, heeft de gemeente een belangrijke taak. Dit geldt met name bij ruimtelijke procedures en omgevingsvergunningen. Hierbij moet rekening worden gehouden met (effecten op) de instandhoudings- en uitbreidingsdoelen van deze Natura2000-natuurgebieden. Aanvragen in de omgeving van het gebied, maar ook verder weg, kunnen indirecte negatieve effecten hebben en moeten worden getoetst. Overige wensen van en zorgen bij de partners:  het is belangrijk dat kennis van de buitendijkse natuur èn de Wet natuurbescherming binnen de gemeente aanwezig is, en liefst wijd verbreid. Alleen dan kan de gemeente haar rol bij ruimtelijke procedures en omgevingsvergunningen in de buurt van de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen-Oost goed uitoefenen;  inzet van dit gebied als waterretentiegebied is risicovol voor de fauna in het voortplantings- en overwinteringseizoen en risicovol voor de vegetatie (habitattypes) door bevloeiing met voedselrijk water (verdwijnen van specifieke soorten en verruiging).

5.4.2. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente speelt een beperkte maar onmisbare rol in het Natura2000-gebied Krammer – Volkerak: 1. bij de realisatie van een effectieve (primaire) droge en natte ecologische verbindingszone tussen het Oudland en de Dintelse Gorzen / de Slikken van de Heen; 2. bij het doorlopen van ruimtelijke procedures en de toetsing van aanvragen van omgevingsvergunningen die effect kunnen hebben op de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen-Oost.

Dintelse gorzen, met goudknopje en zilte vegetaties (Foto Natuurmonumenten)

42

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.5. Bijzondere natuur van het Oudland en de kreken op het zand In het zuidoosten van de gemeente Steenbergen ligt het overgangsgebied tussen zeeklei en zand. Hier gaat het hoger gelegen pleistocene zand abrupt over in de lager gelegen zeekleipolders en verschijnt kwelwater aan de oppervlakte. Hier is sedert de 13e eeuw het veen ontgonnen.

Figuur 10: Kaart met landschapstypen bij Oudland, Kruisland e.o. met voormalige veenkolonie en kampontginningen (binnen rode ovaal)

Vanaf de 19e eeuw zijn de lagere delen bebost, onder meer met populieren op rabatten. De hogere delen zijn in gebruik als weiland. Het Oudland en omgeving kenmerkt zich als een halfopen landschap, met grote afwisseling tussen moerassige, soms venige, kreekresten (de Ligne en omgeving), landgoed Dassenberg, vochtig loofbos, droog naaldbos, natte hooilanden, enkele akkers en houtwallen. In het laaggelegen zuidelijk deel, De Krabben genaamd, zijn nog veenputjes te vinden. Het gebied heeft grote waarde voor de natuur en recreatie en plaatselijk als waterbergingsgebied. De hierbij horende plant- en diersoorten wijken dan ook af van de soorten van het open kleipolderlandschap en de krekencomplexen: in het Oudland leven vissen van veen- en kwelwateren (grote modderkruiper), zoogdier- en vogelsoorten van oude bossen (eekhoorns, boombewonende vleermuizen, spechten, boomklevers, bosuilen, kenmerkend voor oud loofhout, roofvogels, mezen van naaldbos) en plantensoorten die kenmerkend zijn voor veengraslanden en optredend kwelwater. Door de ligging vlakbij Steenbergen heeft het Oudland een belangrijke recreatieve functie, maar niettemin betreft het een relatief rustig, laagdynamisch gebied. Het eigendom en het beheer van het landgoed, de bossen en overige natuur van het Oudland ligt bij het Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Landgoed Dassenberg is in handen van een particulier.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

43

Zoals op Figuur 10 te zien is, is het landschap van het Oudland en omgeving onlosmakelijk verbonden met hetzelfde voormalige veenlandschap en de kampontginningen van de ten zuiden van het Oudland liggende gemeenten Roosendaal en Bergen op Zoom. Bovendien is het gebied voor Steenbergen de toegang tot de waardevolle Brabantse Wal. Tussen Steenbergen en Kruisland ligt het Cruijslandse krekencomplex. Deze Cruijslandse kreken vormen een restant van een krekenstelsel en bestaan uit een aantal wielen (De Roode Weel, Wiel aan de Drenkhoos en De Baak) en natuurlijke waterlopen. De Brandsche Kreek en de Laaikreek zijn waterlopen die bij ruilverkavelingen zijn rechtgetrokken. De kreken zijn aardkundig waardevol en vormen het laagst gelegen punt in het watersysteem Binnen het Oudland en het gebied van de Cruijslandse kreken op het zand is de afgelopen jaren veel gedaan aan de realisatie van natuur door de inrichting van het NatuurNetwerk Brabant (NNB). Vanuit het Groen Ontwikkelfonds Brabant wordt nu nader onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor de verdere realisatie van het Natuurnetwerk in het gebied. Hierbij wordt eveneens gekeken naar de mogelijkheden voor particulierbeheer. Ook zijn er in dit gebied kansen voor beheer door agrarische ondernemers met behulp van het Ondernemend Natuurnetwerk Brabant (initiatief van de ZLTO en de provincie).

Figuur 11: Kaart met bestaande en nog te ontwikkelen 'nieuwe' natuur bij Oudland, Kruisland e.o. Bron: Natuurbeheerplan provincie Noord-Brabant 2017

5.5.1. Uitgangspunten De uitgangspunten voor de omgeving van het Oudland en de kreken op het zand zijn: 1. de partners (met name Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, de provincie NoordBrabant, waterschap Brabantse Delta) willen graag de karakteristieke natuur van het overgangsgebied van zand naar zeekleipolders herstellen, uitbreiden en optimaal beheren, zoals onder andere de Natte Natuurparel Oudland, met haar waterbeheer(s)opgave;

44

Natuurbeleidsplan Steenbergen

2.

3.

4. 5.

de partners vinden het gewenst dat het kreekrestant Ligne en haar botanisch belangrijke moeras- en verlandingszones weer met andere kreekresten wordt verbonden (zie ook: natte ecologische verbindingszones en verderop ‘landschapsverbetering’); vanwege de bijzondere ligging van het Oudland en omgeving (het afgegraven veen, de hoger gelegen zandgronden en de kampontginningen ten zuidoosten van Steenbergen) is samenwerking met de buurgemeenten Bergen op Zoom en Roosendaal van belang; de partners vinden het belangrijk dat, ondanks de belangrijke recreatieve functie / potentie, het Oudland en omgeving een rustig gebied blijft; de partners (agrariërs uit Kruisland, waterschap Brabantse Delta, de gemeente Steenbergen, de gemeente Roosendaal, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer en de provincie) willen graag de karakteristieke natuur, met name de natte ecologische verbindingszones van de Cruijslandse Kreken en de Smalle Beek herstellen, uitbreiden en optimaal beheren.

5.5.2. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente speelt een specifieke rol in het overgangsgebied Oudland - Kruisland en omgeving: 1. als initiatiefnemer bij het onderzoek naar de realisatie van effectieve (primaire) droge ecologische verbinding tussen het Oudland en de Dintelse Gorzen / Slikken van de Heen; 2. deelnemer aan de realisatie van effectieve natte verbindingszones en een goede inbedding van De Ligne binnen een aaneengesloten krekensysteem; 3. bij de bescherming van gebied in bestemmingsplannen, bij de toetsing van omgevingsvergunningen en bij het toestaan van passende recreatiemogelijkheden; 4. bij ruimtelijke ontwikkelingen sturen op de kwaliteitsverbetering van het landschap; 5. in de samenwerking met de buurgemeenten voor een vitale, aaneengesloten Brabantse Wal.

5.5.3. Samenwerking en financiering De spelers in aanleg en beheer van de natuur van het overgangsgebied Oudland - Kruisland, landgoed Dassenberg en Het Laag en omgeving zijn: Trekkers: Het Brabants Landschap, de provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, waterschap Brabantse Delta, de particuliere landgoedeigenaar en de gemeente. Financiers: provincie Noord-Brabant, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, waterschap Brabantse Delta, de gemeente en de particuliere landgoedeigenaar. Overige spelers: gemeente Bergen op Zoom, gemeente Roosendaal, Stichting De Brabantse Wal, Stichting Sirene, ANV, ZLTO, agrariërs en stad- en dorpsraden.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

45

Het Oudland bij Welberg: halfopen coulisselandschap (Foto: René Hoeflaak)

46

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.6. Natuur in stad en dorpen De stad Steenbergen en de dorpen binnen de gemeente herbergen een gevarieerde natuur. Deze 'stadsnatuur' is volkomen verschillend van de natuur van het open zeekleigebied, de vooroevers van het Krammer - Volkerak, het Oudland en de kreken. Hier openbaart natuur zich in de vorm van bomen en ander openbaar groen en specifieke plant- en diersoorten dichtbij de mensen en hun woningen. Hier broeden gebouwbewonende vogelsoorten, huizen gebouwbewonende vleermuizen, leven vogels en andere diersoorten in tuinen, parken of op begraafplaatsen, leven amfibieën en vissen in vijvers en grachten. Hier groeien planten, waaronder bijzondere varens en korstmossen op zure en basische steen en speciesoorten, zoals stadswallen, metselwerken, grafzerken en in rioolkolken. Deze stadsnatuur is waarschijnlijk de meest beleefde natuur binnen de gemeente Steenbergen.

Links: nest met jonge huiszwaluwen. Rechts: gele helmbloem in keldergat (Foto's: Ecologica)

5.6.1. Uitgangspunten en wensen De uitgangspunten van het groen en de natuur in stad en dorpen zijn: 1. eigendom en beheer van het openbaar groen en de ‘stadsnatuur’ liggen vrijwel geheel bij de gemeente en de bewoners van de stad en de dorpen; 2. de klankbordgroep heeft veel wensen betreffende het openbaar groen en de natuur in de stad en de dorpen en wil graag dat het openbaar groen zo optimaal mogelijk wordt ingericht en beheerd. Tijdens de bijeenkomsten zijn de volgende wensen naar voren gekomen:  het zou mooi zijn als er een groen-blauwe dooradering (aaneengesloten groenstructuren en zo veel mogelijk aaneengesloten waterpartijen) komt in stad en dorpen;  meer aandacht voor erfbeplanting met variatie aan inheemse boomsoorten;  herstel van de oude stadsgrachten en wallen, op ecologisch verantwoorde wijze, om meer groen in de stad te krijgen;  het is gewenst dat meer inheemse boomsoorten met een daarbij horende hoge biodiversiteit in het openbaar groen worden gebruikt (linde, kers, wilg, eik e.d.) en minder exoten met een lage biodiversiteit. Autochtoon plantsoen (inclusief laanbomen) kan gekocht worden bij Staatsbosbeheer;  er is een grote behoefte aan bloemrijke gazons (al of niet met inheemse bloemenmengsels met karakteristieke Brabantse soorten), met een beter maaibeheer (geba-

Natuurbeleidsplan Steenbergen

47

 

seerd op gedifferentieerde, natuurvriendelijkere maaibestekken, inclusief de afvoer van het maaisel), welke leiden tot diversificatie in vegetaties / plantengroei, met veel bloeiende kruiden en insecten; er is behoefte aan inspelen op het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). Dat kan o.a. door ontharding, door -waar mogelijk- het verwijderen van harde bestrating en de aanleg van meer openbaar groen. Dan kan de (in de toekomst overvloediger wordende) neerslag beter de bodem intrekken en zal minder overlast geven; ophangen van nestkasten, plaatsen van huiszwaluwtillen, stimuleren van structurele inbouw van huismus- en (gier)zwaluwkasten en vleermuisverblijfplaatsen in nieuwbouw en bij (na)isolatie en renovatie; de gemeente kan samen met partners (waaronder de provincie) een soortenbeleid uitstippelen, waarbij karakteristieke Steenbergse plant- en diersoorten bevoordeeld worden, bijvoorbeeld de ijsvogel (de Steenbergse Ambassadeursoort) langs vijvers en waterlopen in de kernen, huiszwaluwen en gierzwaluwen in de dorpsranden en muurplanten op de stadswallen en muren;

De ijsvogel, ambassadeursoort van (Foto: Tim Faasen, Ecologica)

  

48

IVN en KNNV kunnen gidsen en vrijwilligers opleiden, die een rol kunnen spelen in het vrijwillige onderhoud van groenelementen; vermindering lichtverontreiniging binnen de bebouwde kommen, door verwijderen van onnodige kunstmatige, nachtelijke verlichtingsbronnen en toepassing van natuurvriendelijker vormen van verlichting (amberkleurige vleermuislampen e.d.); aanplant van stinzenbollen in het openbaar gemeentelijk groen, voor meer kleur aan het eind van de winter en meer stuifmeel- en nectarvoorziening voor insecten en de aanplant van bloem- en vruchtdragende (hagen en) bomen binnen de bebouwde kom; stimuleren van goed groenbeheer door particulieren, de aanplant van hagen, het plaatsen van bijenhotels en vogel- en vleermuiskasten, zorgvuldig onderhoud van monumentale bomen en oude hoogstamfruitrassen, het planten bolletjes, het realiseren van groene stadstuinen en visvrije amfibieënvijvers;

Natuurbeleidsplan Steenbergen

  

stimuleren van langlopende monitoring van de flora en fauna in de stad en dorpen. Hierbij kan bijvoorbeeld (ook) gebruik worden gemaakt van vrijwilligers van de KNNV, vogelwerkgroep en andere natuurliefhebbers; vrijwilligers kunnen mogelijk een rol spelen bij het beheren en monitoren van landschappelijke elementen, waardevolle wateren, oevers en wegbermen; samen met de schoolraad en anderen een educatief programma uitstippelen, met daarbinnen op zichzelf staande educatieve projecten. (Zie ook paragraaf 6.2)

5.6.2. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente Steenbergen heeft voor het groen, de natuur in de stad en de dorpen veel verantwoordelijkheid. De gemeente: 1. is als belangrijkste eigenaar en beheerder van het (openbaar) groen, verantwoordelijk voor het optimaliseren van de ‘stadsnatuur’ in de openbare ruimte; 2. onderzoekt de mogelijkheden voor het beheer van bermen, gazons, oevers en overige groenstroken op een duurzame ecologische manier, door maaien en structureel afvoeren van het maaisel; 3. maakt bij het openbaar groen zoveel als mogelijk gebruik van inheemse boom- en struiksoorten; 4. onderzoekt of er een aaneengesloten groen-blauwe dooradering (van bomen en struiken èn wateren) mogelijk is in stad en dorpen, waardoor meer planten en dieren zich binnen de woonkernen vrij kunnen verspreiden en vestigen; 5. onderzoekt de mogelijkheden om samen met de bewoners van stad en dorpen de natuur te verbeteren. Hierbij wordt eveneens aandacht besteed aan educatie en informatie.

5.6.3. Samenwerking en financiering De spelers voor het optimaliseren van het openbaar groen en de stads- en dorpnatuur zijn: Trekkers: de gemeente Steenbergen, de dorpsraden en de bewoners! Financier(s): de gemeente Steenbergen, mogelijk met enige subsidie van de Provincie – bij geaccordeerd specifiek soortenbeleid. Overige spelers: IVN, KNNV, Stichting Sirene, Brabants Landschap (soortgerichte maatregelen), waterschap Brabantse Delta (watergangen e.d.), provincie Noord-Brabant (soortenbeleid), particulieren, vogelwerkgroep, scholen en overige bewoners.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

49

5.7. Natuurgelieerde recreatie 5.7.1. Belang Natuurgebonden recreatie is direct gelieerd aan het 'buiten zijn', het beleven van de natuur, zoals wandelen ("Ommetje om het dorp"), fietsen, hengelsport, maar ook intensievere vormen van recreatie (wielrennen, toeren met motoren, varen). In de huidige Nederlandse samenleving komt deze natuurgebonden recreatie qua vrijetijdsbesteding op de derde plaats (na familiebezoeken en tijd doorbrengen op / met media als Internet, televisie, gebruik smartphone e.d., maar vòòr passieve en actieve sportbeleving en uitgaan / horeca). Het beleven van de natuur is een groot goed in Nederland, een zwaarwegend maatschappelijk belang en breed gedragen binnen alle lagen van de bevolking. Zowel voor de eigen bevolking als voor toeristen zijn een ongestoord landschap, een fraai park, bos, landgoed, fort, een rustige kreek met hoge rietkraag, een mooie bloeiende akkerrand of bloemdijk en boomdijk van grote waarde. Binnen de gemeente Steenbergen zijn deze gewaardeerde elementen alom aanwezig. De recreatie binnen de gemeente Steenbergen kan een kwaliteitsimpuls krijgen door nog meer natuurgelieerde recreatie mogelijk te maken. Dit komt de inwoners van de gemeente en de recreanten ten goede: een robuuste, fraaie natuur leidt tot een grotere leefbaarheid en is heilzaam voor de mensen.

5.7.2. Uitgangspunten en wensen De uitgangspunten voor de bevordering van natuurgelieerde recreatie zijn: 1. er wordt voor de natuurrecreatie binnen de gemeente ingezet op betere benutting van bestaande recreatieve voorzieningen en slechts zeer beperkt op uitbreiding. De basis is goed; 2. de klankbordgroep en de gemeente willen de natuur graag beter beleefbaar2 maken. Onder enig voorbehoud (door zonering en voorlichting) kan de natuur meer beleefbaar worden gemaakt door: meer mogelijkheden tot bevaring van de vele wateren (kreken e.d.); Voor de gemeente is het van belang dat de natte ecologische verbindingen passend bijdragen aan de extensieve recreatieve ambitie van de gemeente. Het kunnen beleven van de natte ecologische verbindingszones is belangrijk; het benutten van bestaande fiets- en wandelroutes langs en nabij bijzondere geomorfologische en aardkundige waarden, landschappelijke en cultuurhistorische elementen en nieuwe en oude landgoederen (ter verbetering van het historisch besef). De bestaande fiets- en wandelroutestructuur is goed. Een nieuwe route op of langs de zeedijken3, zodat de Dintelse Gorzen en de Slikken van De Heen passend beleefd kunnen worden, is gewenst; het behoud en/of optimaliseren van wandelroutes, zoals: * het behoud en de verdere realisatie van ‘ommetjes’ is belangrijk; de verschillende ommetjes, eventueel via andere routestructuren, op

2

Waar het kan, rekening houdend met de aanwezigheid van bijzondere of verstoringsgevoelige plant- en diersoorten.

3

Van wandelen of fietsen bovenop dijken gaat een verstorende werking uit: in het voorjaar op broedende weide- en akkervogels, in de winter op rustende en foeragerende watervogels (eenden, ganzen, zwanen). Zonering is soms nodig; bij kwetsbare gebieden moeten fietspaden en wandelpaden niet bovenop een dijk, maar onderlangs een dijk worden aangelegd. Waar nodig kunnen wandel- of fietsroutes enkele maanden voor publiek gesloten worden.

50

Natuurbeleidsplan Steenbergen

-

elkaar aan laten sluiten, zoals het door de dorpsraad Welberg ontwikkelde ‘Slingerpad’; * in de Dintelse Gorzen (en de Slikken van de Heen-Oost), op de zandige grens van slik en schor; * dwars door boerenland en langs bloemrijke akkerranden, in nieuwe landgoederen; * bij (slim gezoneerde) ecologische verbindingszones; * in/langs bospercelen (Stellebos, Oudland), via (dunnings)paden4. het organiseren, samen met partners van bijzondere exposities, excursies; de aanleg van bloemrijke akkerranden5 en natuurvriendelijke oevers.

Bloemrijke akkerranden (links met overweldigende bloemenpracht, met ook niet-inheemse plantensoorten, wel geschikt voor recreanten en zaadetende vogels, niet voor broedvogels en insecten, roofvogels en uilen. Rechts: geen dichte exotische bloemenmengsels, maar open vegetaties van inheemse plantensoorten) (Bron: BraCom fotografie, links; Ecologica rechts)

3. de recreatieve kansenkaart van de gemeente Steenbergen geeft een goede basis voor de bevordering van natuurrecreatie; 4. in het verdere proces moeten natuur, recreatie en cultuurhistorie goed op elkaar worden afgestemd. Dit kan door een uitgebalanceerde zonering en met behulp van een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. 4

Loslopende honden kunnen een negatief effect hebben op de natuur en op de bereidwillendheid van grondeigenaren om mee te willen werken aan de realisatie van een wandelpad. Maak bijvoorbeeld gebruik van een verdeling in: * routes waarbij honden los kunnen lopen en * routes waarbij honden aangelijnd moeten blijven (met name bij veehouderijen en kwetsbare vogelgebieden) 5

Bloemrijke akkerranden kunnen bestaan uit overweldigende bloemenpracht, als ze alleen bestemd zijn voor mensen en zaadetende vogels. Maar bloemrijke akkerranden voor broedvogels, roofvogels of inheemse insecten dienen niet te bestaan uit dicht opeenstaande bloemenmengsels van al of niet inheemse bloemen, maar juist uit een hele open, ijle vegetatie van ter plekke thuishorende plantensoorten en delen onbegroeide door zon beschenen bodem!

Natuurbeleidsplan Steenbergen

51

De overige wensen van de (leden van de) klankbordgroep zijn:  Natuurmonumenten wil dat de Slikken van de Heen-Oost volledig afgesloten blijven voor recreatie. Als de natuur robuust is, kan met enige zonering recreatie ook in waardevolle natuurgebieden plaatsvinden;  verbindingen leggen tussen natuur, recreatie, cultuurhistorie en landschap, ook ter bevordering van het historische besef, informatie en educatie;  de ANV vindt dat bij maatregelen ten behoeve van de recreatie (maar ook voor de natuur) waarbij boeren meewerken, het principe "Voor wat hoort wat" moet gelden. Het mes moet, waar mogelijk, aan twee kanten snijden;  het realiseren van uitkijkpunten om de natuur beleefbaar te maken;  door de realisatie van extra boomdijken met gevarieerde inheemse boomsoorten is het aantrekkelijker en aangenamer om te recreëren (bijvoorbeeld fietsen) in het grootschalige open landschap;  misschien kunnen op karakteristieke plaatsen enkele nieuwe landschappelijke elementen bedacht worden, al of niet in de vorm van een folly.

5.7.3. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente Steenbergen heeft voor het bevorderen / verbeteren van natuurgebonden recreatie de volgende verantwoordelijkheden:  verbinden, realiseren en/of (mede) bekostigen van wandel-, fiets- en vaarroutes (bijvoorbeeld met behulp van het Groen Blauw Stimuleringskader of andere provinciale subsidies);  bescherming van het landschap en de natuur in bestemmingsplannen en bij de toetsing van omgevingsvergunningen;  bescherming van het landschap en de natuur bij de ontwikkeling van kansen voor en –waar nodig- beperking, zonering of andere regulering van (bepaalde plaatsen of specifieke vormen van) recreatie;  in nauwe samenwerking met recreatieondernemers, Staatsbosbeheer, Brabants Landschap, Natuurmonumenten, stads- en dorpsraden en buurgemeenten zorgdragen voor een vitaal aaneengesloten recreatienetwerk;  de toepassing van de kwaliteitsregel bij ruimtelijke ontwikkelingen kan ook bijdragen aan de ontwikkeling van de natuurgebonden recreatie.

5.7.4. Samenwerking en financiering De spelers bij de bevordering van de natuurgebonden recreatie binnen de gemeente Steenbergen zijn: Trekkers: de gemeente, de stadsraad en dorpsraden, ondernemers en terreinbeheerders Overige spelers: de agrariërs, de ZLTO, de eigenaren van oude en nieuwe landgoederen, de ANV Brabantse Wal, het Brabants Landschap, het waterschap, het Natuurpodium, Stichting Sirene en bewoners. Financier(s): de gemeente, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, het Brabants Landschap, provincie Noord-Brabant en ondernemers.

52

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.8. Aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden 5.8.1. Belang De geologie, de cultuurhistorische elementen en het landschap zijn de dragers van de natuurwaarden. Het streven naar een hogere biodiversiteit kan niet los gezien worden van de aanwezige aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Kennis over, bescherming van en respect voor deze waarden is dan ook onmisbaar. In de gemeente Steenbergen komen onder andere de volgende voor het Natuurbeleidsplan van belang zijnde bijzondere aardkundige, geomorfologische, cultuurhistorische waarden èn bijzondere landschapselementen voor:  restanten van voormalige krekenstelsels, zoals De Ligne;  oude en jongere zeedijken in de hoedanigheid van bloem- en boomdijken;  de overgang van de laaggelegen droogmakerijen naar het hoger gelegen zandgebied van De Brabantse Wal (met plaatselijk een herkenbare steilrand) met kwel;  het halfgesloten coulisselandschap en de bebossingen (soms op rabatten) van het Oudland en omgeving, op afgegraven veengronden en kampontginningen;  de West-Brabantse waterlinie met Fort Henricus, haar open schootsvelden en het inundatiegebied ter hoogte van de Blauwe sluis (en enkele verdwenen batterijen);

Figuur 12: Fort Henricus en stad Steenbergen – het fort links (Bron: Atlas Van Loon)

   

kenmerkende verkavelingen van akkers en weiden; monumentale boerderijen en hun erfbeplantingen; kenmerkende oude laanbeplantingen van es, paardenkastanje en Hollandse linde; oude buitenplaatsen, Landgoed Dassenberg en nieuwe landgoederen.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

53

5.8.2. Uitgangspunten en wensen De uitgangspunten voor de aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn: 1. de gemeente Steenbergen actualiseert het beleid voor cultureel erfgoed, zoals bijzondere aardkundige en geomorfologische waarden èn bijzondere landschappelijke waarden; 2. de realisatie van verschillende vormen van 'landschapsverbetering' is belangrijk. Dit kan bijvoorbeeld door het realiseren van nieuwe boomdijken (zie ook: droge ecologische verbindingszones, in eigen beheer of met behulp van het Groen Blauwe Stimuleringskader) of kreekherstel (zie ook: natte ecologische verbindingszones). Ruimtelijke initiatieven waarbij kwaliteitsverbetering wordt toegepast kunnen hier ook aan bijdragen; 3. een goed en duurzaam onderhoud van karakteristieke en waardevolle landschapselementen en erfbeplantingen; 4. het beleefbaar maken en combineren van historie en natuur. Overige wens van de partners:  ontwikkel een visie op het gebied van landschap(sverbetering). Hierbij kan onder andere worden ingegaan op de vragen: * waar zijn deze kwalitatieve verbeteringen het meest noodzakelijk en het nuttigst?; * wat doen we in de bebouwde kom en wat in het buitengebied?; * wat kunnen de verschillende belanghebbende partijen hierin betekenen?; * hoe kan lichtverontreiniging worden beperkt?

5.8.3. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente Steenbergen heeft voor het behoud en het beleefbaar maken van haar aardkundige, geomorfologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden de volgende verantwoordelijkheden:  de gemeente Steenbergen actualiseert en versterkt haar beleid betreffende het behoud en het meer beleefbaar maken van haar historische erfgoed, zoals bijzondere aardkundige en geomorfologische waarden èn bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke waarden;  de planologische bescherming van haar aardkundige, geomorfologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden in bestemmingsplannen, bij ruimtelijke procedures en bij de toetsing van omgevingsvergunningen;  doorgaan met het eisen van een kwalitatieve 'landschapsverbetering' bij ruimtelijke ontwikkelingen;  de gemeente houdt de vinger aan de pols bij het onderhoud van karakteristieke en waardevolle landschapselementen en erfbeplantingen. Vele partijen (Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, waterschap Brabantse Delta, Natuurmonumenten, gemeente, knotgroepen, vrijwilligers, agrariërs) hebben hier een rol in;  de gemeente draagt bij aan het beter beleefbaar maken van het (oude) landschap, vooral door te verwijzen naar de historische combinatie van geschiedenis en de daar bij behorende groenelementen en specifieke natuur.

54

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.8.4. Samenwerking en financiering De belangrijkste betrokkenen bij de bescherming van de aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden zijn: Trekker: de gemeente. Overige spelers: vele partijen, waaronder het Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, waterschap Brabantse Delta, Natuurmonumenten, ANV Brabantse Wal, ZLTO, Stichting Sirene, eigenaars van de oude en nieuwe landgoederen, de agrariërs, stadsraad en dorpsraden, knotgroepen en andere vrijwilligers en 'overige partners vanuit de actualisatie voor het cultureel erfgoed' hebben hier een rol in. De financiers zijn: de gemeente, provincie Noord-Brabant, waterschap Brabantse Delta, het Brabants Landschap (met behulp van o.a. Groen Blauw Stimuleringskader), Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten (m.b.v. overige subsidies bij de aanleg van natte en droge ecologische verbindingszones, zie aldaar).

Oude zeedijk met karakteristieke knotwilgen. Bron: http://www.nlwandel.nl

Natuurbeleidsplan Steenbergen

55

5.9. Implementatie natuur en natuurwetgeving in organisatie 5.9.1. Belang Bij de inwerkingtreding in 2017 van de nieuwe Wet natuurbescherming (tot 1 januari 2017 Natuurbeschermingswet, Boswet en Flora- en faunawet) zijn Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant het bevoegde gezag voor de vergunning- / ontheffingverlening op het gebied van natuur en landschap geworden. Bij de toetsing van omgevingsvergunningen, bij het doorlopen van de ruimtelijke procedures en bij handhaving is het belangrijk dat kennis van de aanwezige natuur en van de nieuwe Wet natuurbescherming binnen de gemeente aanwezig is, en liefst wijd verbreid. Hierbij is het van belang de natuurwaarden in een vroeg stadium in het beslissingentraject een rol te geven. Dit moet de gemeente zelf toepassen, maar kan zij ook van de andere initiatiefnemers vragen. Daarnaast moet de gemeente bij het uitvoeren van haar beheertaken ook de natuurwetgeving in acht nemen.

5.9.2. Gemeentelijke duurzaamheidsindex De gemeentelijke duurzaamheidsindex (GDI) is een graadmeter die aangeeft hoe duurzaam een gemeente is. Het toont eveneens waar de mogelijkheden liggen om samen te werken aan een echt duurzame gemeente. Op het gebied van de natuur is het criterium het percentage van de oppervlakte van de gemeente met een hoge natuurkwaliteit; dit betreft zowel land als water. Zie het onderstaande kader. Als gevolg van de beoordelingsystematiek van de gemeentelijke duurzaamheidsindex voor het onderdeel natuur, moet de GDI-beoordeling niet leidend zijn voor het gemeentelijke natuurbeleid. Omdat de gemeente Steenbergen een grotendeels agrarische gemeente is, kàn de gemeente nooit hoog scoren op het onderdeel 'natuur' in de GDI. Toch zijn de natuurwaarden, die er binnen de gemeente zijn, heel waardevol. Kader Criterium van de gemeentelijke duurzaamheidsindex (G.D.I.)

56

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.9.3. Verantwoordelijkheid gemeente De belangrijkste aandachtspunten voor de verbetering van kennis van de natuur en natuurwetgeving binnen de gemeente zijn: 1. Voor het maken van de goede afwegingen bij met name ruimtelijke procedures, vergunningverlening, handhaving en beheer is binnen de gemeente vereist:  kennis van de Wet Natuurbescherming;  kennis van de verspreiding van bijzondere en beschermde soorten binnen de gemeente;  kennis van het Natuur Netwerk Brabant (NNB, voorheen de ecologische hoofdstructuur), het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant en de (deadlines voor de) ontwikkelingsopgave aan nieuwe natuur;  kennis op het gebied van ecologisch groenbeheer en de gedragscode groenbeheer; 2. inzetten op het verbeteren van de Steenbergse natuur en daarmee ook op het verhogen van de GDI-score voor natuur; 3. de beschikbaarheid van (een groep van lokale) specialisten met ecologische kennis om te kunnen consulteren bij ontwikkelingen en kansen op het gebied van de natuur. Partijen zoals het waterschap Brabantse Delta, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, het IVN, de Stichting Sirene, ANV Brabantse Wal, KNNV en ZLTO kunnen hierin een bijdrage leveren.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

57

5.10. Natuureducatie voor duurzaam draagvlak voor de natuur 5.10.1.

Belang

Mooie, beleefbare natuur dichtbij huis bevordert de leefbaarheid van de gemeente en is heilzaam voor de mensen. Natuureducatie en informatie zijn zeer belangrijk voor het behoud en de ontwikkeling van de Steenbergse natuur. Het draagt bij aan gedragsverandering van mensen en het vergroten van draagvlak en is daarom een speerpunt van de gemeente voor een gedegen natuurbeleid.

Oude kreekrestant, mooie beleefbare natuur. Foto: Jan-Arie van den Boogert

5.10.2.

Verantwoordelijkheid gemeente

Een goede aanpak om te komen tot een effectief natuureducatie- en natuurinformatiesysteem is:  samen met de scholen en anderen een educatief programma uitstippelen, met als doel bewustwording en het beïnvloeden van gedrag;  gebruik maken van de kennis van en samenwerken met partijen die al educatie en natuurinformatie verrichten, zoals: - provincie Noord-Brabant; - waterschap Brabantse Delta; - Natuurmonumenten; - Brabants Landschap; - Staatsbosbeheer; - ANV Brabantse Wal; - het IVN;

58

Natuurbeleidsplan Steenbergen

- het Natuurpodium (infostroom naar kinderen; excursies schoolklassen buiten in de natuur); - de KNNV (vrijwilligers voor excursies, voor inventarisaties en signalering); - het Milieu Educatief Centrum Roosendaal; - agrariërs / ZLTO (link tussen natuur en [duurzame] landbouw d.m.v. boerderij bezoeken); - stadsraad en dorpsraden ("Slingerpad" van de dorpsraad Welberg, met natuurbeleving en historisch besef bij kinderen); - Stichting Sirene; - hengelsportvereniging De Kruisweel; - plaatselijke ondernemers. De taak van de gemeente is om hierin primair te faciliteren zodat het duurzaam kan functioneren. Specifieke mogelijkheden zijn:  de scholen zijn voor educatie van kinderen bij uitstek geschikt, maar dit moet verder worden uitgewerkt. Hierbij kan mede worden gedacht aan het opstellen van een lesbrief over natuur;  het stimuleren van initiatieven en ideeën bij derden om de natuur te bevorderen;  het creëren van een subsidiepotje, waarmee natuurvriendelijke initiatieven kunnen worden aangemoedigd;  natuur (broedende uilen of gierzwaluwen, beelden van infraroodcamera’s bij faunapassages e.d.) laten zien middels webcams en dit onder de aandacht van de mensen brengen;  het benutten van de natuurfilms van de heer C.

van Kempen;  regelmatig informatie over de Steenbergse natuur verspreiden (website, social media, krant);  het opbouwen van een netwerk van mensen geïnteresseerd in de natuur en mensen / groepen die de natuur schoonhouden (jaarlijkse opschoondag) en beheren;  het plaatsen van bijen-, vlinder- en/of vogelkasten bij scholen;  benutten spel ‘Weet waar Je Woont’;  het organiseren van de jaarlijkse Boomplantdag en een Natuurwerkdag.

5.10.3.

Samenwerking en financiering

De belangrijkste betrokkenen bij de natuureducatie voor duurzaam draagvlak voor natuur zijn: Trekkers: de gemeente en de scholen. Overige spelers: Natuurmonumenten, Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, ANV Brabantse Wal, waterschap Brabantse Delta, provincie Noord-Brabant, het Natuurpodium, de KNNV, IVN, het Milieu-Educatief Centrum (Roosendaal), de agrariërs / ZLTO, de stadsraad en dorpsraden, de landgoedeigenaren, Stichting Sirene, vogelwerkgroep, de heer C. van Kempen en de plaatselijke ondernemers. Financier: de gemeente en vele anderen.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

59

5.11. Organisatiestructuur 5.11.1.

Goede taakverdeling en samenwerking

Er zijn veel partijen bij het natuur- en landschapsbeleid in Steenbergen betrokken. Deze dragen allemaal hun steentje bij aan een natuurrijk en groen Steenbergen. Maar de gemeente en Klankbordgroep stellen vast dat dit beter kan. Een goede taakverdeling en een goede samenwerking op diverse vlakken zijn gewenst om tot een nog natuurrijker en groener Steenbergen te komen.

5.11.2.

Verantwoordelijkheid gemeente

De gemeente stelt zich verantwoordelijk voor een gedegen organisatie en goede taakverdeling om tot een nog natuurrijker en groener Steenbergen te komen. De instrumenten hiervoor zijn: 1. het proces van de totstandkoming van dit Natuurbeleidsplan en het plan zelf moeten bijdragen aan een goede taakverdeling betreffende het natuur- en landschapsbeleid in de gemeente; 2. het proces van de totstandkoming van het Natuurbeleidsplan en het plan zelf moeten bijdragen aan een goede samenwerking tussen gemeente en alle andere spelers op het gebied van natuur- en landschapsbeleid; 3. een goede basisopleiding van verantwoordelijke en gemotiveerde sleutelpersonen binnen het ambtenarenapparaat (vooral bij Beheer en Onderhoud) op het gebied van kennis van de natuur en natuurwetgeving; 4. de beschikbaarheid van de (groep van lokale) specialisten met ecologische kennis om te kunnen consulteren; 5. een duurzame investering hierin om dit alles duurzaam te laten functioneren. De wensen van de gemeente zijn:  het Natuurbeleidsplan moet de kapstok en een inspiratiebron bieden. Het is de bedoeling om de ontwikkeling van activiteiten te bundelen.

Er wordt voor het natuurbeleid vooral gezocht naar combinatiemogelijkheden (werk met werk maken);  het streven is zoveel mogelijk om de ontwikkeling van natuur, landschap, recreatie, cultuurhistorie, archeologie en educatie / informatie te bundelen;  het streven is om door intensieve samenwerking met de partners en middels particulier natuurbeheer de realisatie van het Natuur Netwerk Brabant en de droge en natte ecologische verbindingszones te realiseren;  het streven naar een goede samenwerking met alle partijen en buurgemeenten om zo effectief mogelijk de gewenste natuur in te richten en te beheren (bijvoorbeeld door samen de kosten te delen; aansluitend aan elkaars eigendommen natuur ontwikkelen).

60

Natuurbeleidsplan Steenbergen

5.12. Duurzame reservering van voldoende financiën Het natuurbeleidsplan laat zien op welke manier we de natuur in Steenbergen voor de lange termijn een goede plaats kunnen geven. Het geeft richting, laat kansen zien en geeft de wensen van onze partners weer. Echter, de uitvoering van het natuurbeleidsplan vraagt ook om een investering door de gemeente. Voor de Steenbergse natuur zijn voor de lange termijn financiële middelen nodig. Ten einde duurzame investeringen te kunnen doen, moeten er afgewogen beslissingen worden genomen. In een uitvoeringsprogramma worden de acties voor de komende jaren verder uitgewerkt.

Natuurbeleidsplan Steenbergen

61

62

Natuurbeleidsplan Steenbergen

BIJLAGE 1: KAART MET NATUURWAARDEN

Natuurbeleidsplan Steenbergen

63

64

Natuurbeleidsplan Steenbergen

BIJLAGE 2: KAART DROGE EVZ

Natuurbeleidsplan Steenbergen

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1512/documents/16161