09. Natuurbeleidsplan Steenbergen definitieve versie 21 maart 2017 BM1700917.pdf
Tekst van het document
Inhoudsopgave
NATUURBELEIDSPLAN
Natuurbeleidsplan Steenbergen
1
Colofon Door: Ilco van Woersem Karin Albers Sander Hunink Ecologica Rondven 22 6026 PX Maarheeze tel.: 0495 - 46 20 70 fax: 0495 - 46 20 79 info@ecologica.eu www.ecologica.eu In opdracht van: Gemeente Steenbergen Postbus 6 4650 AA Steenbergen Contactpersoon: Marc de Jong Projectnummer: P2016/43 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en auteurs. Ecologica is niet aansprakelijk voor directe of gevolgschade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen en resultaten uit dit rapport en overige werkzaamheden van Ecologica. Opdrachtgever vrijwaart Ecologica in deze tevens voor aanspraken van derden.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ........................................................................................................... 5 1.1.
2
3
4
5
Proces en aanpak ............................................................................................... 5
AMBITIE, VISIE EN DOELSTELLING ...................................................................... 9 2.1.
Ambitie ............................................................................................................... 9
2.2.
Visie .................................................................................................................... 9
2.3.
Doelstelling......................................................................................................... 9
GEBIEDSBESCHRIJVING .................................................................................... 13 3.1.
Landschappen en gebieden ............................................................................. 13
3.2.
Soorten ............................................................................................................. 15
3.3.
Bedreigingen .................................................................................................... 18
3.4.
Potenties en kansen ......................................................................................... 19
WET- EN REGELGEVING, SUBSIDIES ................................................................. 21 4.1.
Wet- en regelgeving ......................................................................................... 21
4.2.
Enkele belangrijke subsidiestelsels .................................................................. 22
NATUURBELEIDSTHEMA’S................................................................................ 25 5.1.
Natte ecologische verbindingszones................................................................ 26
5.2.
Droge ecologische verbindingen ...................................................................... 31
5.3.
Open zeekleipolders – agrarische natuur ........................................................ 38
5.4.
Natura2000 – hoogwaardige buitendijkse natuur ........................................... 41
5.5.
Bijzondere natuur van het Oudland en de kreken op het zand ....................... 43
5.6.
Natuur in stad en dorpen ................................................................................. 47
5.7.
Natuurgelieerde recreatie................................................................................ 50
5.8.
Aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden ...................... 53
5.9.
Implementatie natuur en natuurwetgeving in organisatie.............................. 56
5.10.
Natuureducatie voor duurzaam draagvlak voor de natuur ......................... 58
5.11.
Organisatiestructuur .................................................................................... 60
5.12.
Duurzame reservering van voldoende financiën ......................................... 61
BIJLAGE 1: KAART MET NATUURWAARDEN ................................................................ 63 BIJLAGE 2: KAART DROGE EVz...................................................................................... 65
Natuurbeleidsplan Steenbergen
3
4
Natuurbeleidsplan Steenbergen
1 INLEIDING De gemeente Steenbergen kenmerkt zich door een grote diversiteit aan natuurwaarden. Dit komt vooral door de grote diversiteit van het Steenbergse landschap, waarin de kernen, open agrarische polders, kreken, dijken, bos en het Natura 2000-gebied Krammer-Volkerak elkaar afwisselen. De variatie aan natuur, landschappen en mensen binnen de gemeente Steenbergen maakt dat allerlei soorten natuurwaarden van groot belang zijn. Deze worden ook hoog gewaardeerd. In het raadsprogramma ‘Van gemeente naar gemeenschap’ staat aangegeven dat er een Natuurbeleidsplan wordt gemaakt. In het raadsprogramma is het volgende opgenomen: ‘We gaan een Natuurbeleidsplan maken. De ecologische verbindingszones maken daar onderdeel van uit. Het Natuurbeleidsplan is ook van belang voor de kansen voor recreatie in onze gemeente. In het Natuurbeleidsplan bepalen we wat we als gemeente als natuurwaarde hebben en waar we heen willen. Het uitvoeringsplan geeft dan aan welke stappen we kunnen gaan zetten.’ Voor u ligt het Natuurbeleidsplan. Er is beschreven welke natuurwaarden de gemeente heeft en hoe we ermee om willen gaan. De gemeente en haar partners geven het behoud, de ontwikkeling en de beleving van de Steenbergse natuur een hoge prioriteit. De volgende stap is de vertaling van het beleid in een uitvoeringsprogramma.
1.1. Proces en aanpak Om draagvlak voor het behoud, de ontwikkeling, de beleving van de Steenbergse natuur en het Natuurbeleidsplan te creëren en te behouden is het noodzakelijk om samen met onze partners een interactief beleidsproces te doorlopen. Als er uitsluitend sprake is van een gemeentelijk besluit zal het gewenste eindresultaat niet worden bereikt. We moeten het samen doen. De gemeente heeft daarom voor een breed gedragen aanpak gekozen. Beeldvormende raadsvergadering, overleggen, workshops, communicatie en informatieoverdracht maakten dan ook een belangrijk deel uit van het proces. Vele organisaties en mensen, waaronder de belangrijkste spelers op het gebied van behoud, ontwikkeling en beleving van natuur hebben deelgenomen aan de ontwikkeling van het Natuurbeleidsplan.
Inventarisatie natuurwaarden Het uitvoeren van een inventarisatie van bestaande natuurwaarden vormde de basis voor de ontwikkeling van het beleid. Hierbij is uitgegaan van een praktische aanpak (bureauonderzoek, raadplegen Nationale databank flora en fauna,input van natuurbeherende instanties en andere natuurkenners). Eind 2015 en begin 2016 is er gewerkt aan deze inventarisatie. Vooral dankzij de volgende partijen: ANV Brabantse Wal, Brabants Landschap, KNNV, Natuurmonumenten, Provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, Stichting Sirene, Waterschap
Natuurbeleidsplan Steenbergen
5
Brabantse Delta, West-Brabantse Vogelwerkgroep, ZLTO Steenbergen – Bergen op Zoom is er een goed beeld ontstaan van de actuele waarden. In het kader van de inventarisatie is onderscheid gemaakt naar: bebouwde kom en buitengebied; natuur binnen en buiten natuurgebieden; beschermde soorten op grond van wetgeving en overige soorten. De inventarisatie heeft geresulteerd in een natuurwaardenkaart (nulmeting, actuele en potentiële waarden, beschermde gebieden).
Beeldvormende raadsvergadering Na de inventarisatie is op 12 april 2016 de ontwikkeling van het Natuurbeleidsplan gestart met een beeldvormende raadsvergadering. Vanaf het begin werken daardoor tal van regionale en plaatselijke partners mee. Er is gebruik gemaakt van hun kennis en ideeën. Vele partijen hebben meegewerkt aan de verschillende workshops, met als doel om zoveel mogelijk input voor de ontwikkeling van het Natuurbeleidplan te krijgen.
Opstellen nota van uitgangspunten Vervolgens is er op 15 juni 2016 een bijeenkomst gehouden voor met name de natuurbeheerders, natuurrealisatoren en Stichting Sirene. Tenslotte is op 20 juli 2016 een klankbordgroepbijeenkomst gehouden om de conceptnota van uitgangspunten te bespreken. Vele partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de beeldvormende raadsvergadering zijn ook benaderd voor en hebben deelgenomen aan deze klankbordgroepbijeenkomst. Partijen die niet aanwezig konden zijn, hebben de mogelijkheid gehad om schriftelijk een reactie in te dienen. Van deze mogelijkheid is door meerdere partijen gebruik gemaakt. Gedurende het proces is gebleken dat er een grote mate van consensus is.
Opiniërend behandelen van de nota van uitgangspunten Vanuit de natuurinventarisatie, de beeldvormende raadsvergadering en de twee overleggen is er een nota van uitgangspunten opgesteld. Deze nota is in oktober 2016 opiniërend behandeld door de gemeenteraad. De nota van uitgangspunten is positief ontvangen en vormt samen met de opiniërende behandeling door de gemeenteraad de basis voor de verdere ontwikkeling van het Natuurbeleidsplan.
Overleg bermen en dijken Voor de verdere uitwerking van het natuurbeleid bleek het gewenst de mogelijkheden rondom de waardevolle dijken en vele bermen in de gemeente nader te bekijken. Daarom is er op 7 december 2016 overleg gevoerd met lokale deskundigen met kennis van bloem-, boomdijken en bermen. Daarbij is op een kaart de waarde / prioriteitstelling van de verschillende dijken bepaald. Daarnaast is gekeken naar kansen, mogelijkheden en kosten van aanpassingen in het bermbeheer.
6
Natuurbeleidsplan Steenbergen
Opstellen Natuurbeleidsplan Vervolgens is gewerkt aan het concept beleidsplan. Dit concept is begin januari 2017 aangeboden aan de klankbordgroep en is in een overleg op 1 februari 2017 besproken. Eveneens is alle partijen de mogelijkheid geboden om schriftelijk te reageren. Met behulp van de input van de klankbordgroep is vervolgens het Natuurbeleidsplan verder ontwikkeld.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
7
8
Natuurbeleidsplan Steenbergen
2 AMBITIE, VISIE EN DOELSTELLING 2.1. Ambitie De gemeente heeft de ambitie om meer te doen voor en met de voor Steenbergen karakteristieke natuur. In het raadsprogramma ‘Van gemeente naar gemeenschap’ is aangegeven dat er een Natuurbeleidsplan opgesteld gaat worden. In het Collegeprogramma 2014 – 2018 is als doel opgenomen dat er een heldere visie komt op de plaats die natuur inneemt in de gemeente Steenbergen. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van de begroting 2015 ingestemd met de ontwikkeling van een Natuurbeleidsplan. In de begroting is het volgende opgenomen: “Er wordt, conform het raadsprogramma, een Natuurbeleidsplan met een uitvoeringsplan opgesteld. Er wordt in bepaald welke natuurwaarden de gemeente heeft en waar we heen willen. In het kader van dit proces wordt onder andere aandacht besteed aan: het behoud en ontwikkeling van natuur en landschap; de kansen voor (natuur)recreatie; het beheer van natuur; het Natuurbeleidsplan als hulpmiddel bij ruimtelijke ontwikkelingen.“
2.2. Visie De visie is: ‘Gezamenlijk inzetten op een optimum voor natuur en landschap in relatie tot andere functies, zodat karakteristieke natuurwaarden kunnen toenemen, soorten duurzaam kunnen voortbestaan en mensen bij de natuur worden betrokken en deze kunnen beleven.’
2.3. Doelstelling Hoofddoelstelling De gemeente Steenbergen stelt een Natuurbeleidsplan op met als doel: ‘Behoud en versterken, danwel uitbreiden van de voor Noordwest Brabant karakteristieke natuur en landschapsstructuren in haar gemeente, zodat deze natuur- en landschapswaarden duurzaam aanwezig blijven en de mensen daar optimaal van kunnen genieten en profiteren.’
Natuurbeleidsplan Steenbergen
9
Figuur 1: kaart met indeling in karakteristieke hoog- en laagdynamische landschappelijke eenheden binnen de gemeente Steenbergen
De deel(gebieds)doelstellingen zijn: binnen de woonkernen en de hoogdynamische gebieden, waar de (economische) ontwikkelingen in hoofdzaak plaats moeten vinden, dient middels gericht langetermijnbeleid bewust met de economische ontwikkelingen, natuur en landschap te worden omgegaan. het streven in het laagdynamische gebied rondom de Vliet is in eerste instantie gericht op het versterken van het landschappelijke en natuurlijke karakter en het versterken van de waterhuishoudkundige functies (waterbeheersing en waterberging) van de zone. Hier is primair ruimte voor ontwikkelingen op gebied van natuur, water en recreatie. het streven in het laagdynamische gebied van de zeekleipolders is gericht op het handhaven, herstel en versterken van de openheid van het landschap en de bijbehorende randen in de vorm van de lintvormige dijken met beplanting (populierenrijen) en kreken, die tezamen de inpolderingsgeschiedenis laten zien. Dit is nodig voor het karakter van deze polders, de functie als leefgebied en als verbindingszone voor allerlei planten en dieren en draagt bij aan biologische plaagbestrijding. De wens van gemeente is dat de karakteristieke natuur en specifieke soorten van open kleipolders duurzaam behouden blijven en zich kunnen ontwikkelen en ook dat de openheid van het zeekleipolders behouden blijft. In dit gebied liggen veel kansen voor agrarisch natuurbeheer.
Aan ontwikkelingen die de openheid van het landschap (onevenredig) aantasten wordt niet meegewerkt. In de open zeekleipolders zijn mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling en versterking van de voor Steenbergen belangrijke en kenmerkende grondgebonden landbouwsector, waaronder ook begrepen het bieden van extra mogelijkheden in
10
Natuurbeleidsplan Steenbergen
het kader van de verbrede landbouw. Het behoud en de ontwikkeling van recreatie en toerisme vormt eveneens een speerpunt. het streven in het laagdynamische overgangsgebied tussen zand en klei aan de zuidoostzijde van Steenbergen is gericht op het handhaven en versterken van het landschap. Hier staat het behoud en versterken van het coulisselandschap en de kreken op het zand gevarieerd met de openheid voorop. in het eveneens laagdynamische gebied van de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen, aansluitend aan het Volkerak, is de doelstelling natuurontwikkeling en – behoud; waar mogelijk is recreatief medegebruik toegestaan.
Hierbij is het van belang in de gaten te houden dat de natuur zich niet aan grenzen stoort en dat oplossingen van knelpunten ook buiten de gemeente kunnen liggen. Samenwerking met aangrenzende gemeenten, het waterschap en eigenaren kan dan ook belangrijk zijn. Het behalen van de doelstellingen is niet mogelijk zonder een breed gedragen medewerking vanuit alle lagen van de bevolking en de samenwerking tussen alle spelers in het natuurbehoud en natuurontwikkeling in en rond Steenbergen. Vergroten van bewustwording en het beïnvloeden van gedrag, planologische bescherming van de natuur en het duurzaam vrijmaken van voldoende financiën zijn eveneens onmisbare elementen voor een optimale inrichting en het duurzame behoud van voor Steenbergen karakteristieke natuur en landschap.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
11
12
Natuurbeleidsplan Steenbergen
3 GEBIEDSBESCHRIJVING 3.1. Landschappen en gebieden De gemeente Steenbergen kent vijf duidelijk te onderscheiden landschappelijke eenheden (zie Figuur 1): 1. de laagdynamische open zeekleipolders, in het noordwesten en noordoosten; 2. het laagdynamische overgangsgebied tussen zeeklei en zand ten zuiden en zuidoosten van Steenbergen (omgeving het Oudland en de kreken op het zand); 3. het laagdynamische gebied rondom De Vliet; 4. de laagdynamische buitendijkse vooroevers langs het Krammer – Volkerak (de Dintelse Gorzen en de Slikken van de Heen-Oost) en het Schelde-Rijnkanaal; 5. de woonkernen en de hoogdynamische gebieden. Binnen deze landschappen zijn de voor Steenbergen belangrijke en kenmerkende natuurgebieden aanwezig zoals: - de Dintelse Grozen en de Slikken van de Heen (Natura 2000-gebied); - de Steenbergsche en Roosendaalsche Vliet; - het Oudland en het Halsters Laag (onder andere natte natuurparel); - de Cruijslandse Kreken met de Roode Weel (onder andere natte natuurparel); - De Barend, met de Potmarkreek en de Molenkreek; - buitendijks gelegen vooroever Schelde-Rijnkanaal met Stellebos; - de Rietkreek.
Figuur 2: kaart met beschermde gebieden binnen de gemeente Steenbergen (in groen en geel).
Natuurbeleidsplan Steenbergen
13
Figuur 3: Gerealiseerde of nog te realiseren natte en droge ecologische verbindingszones en natuurgebieden (NNB) binnen de gemeente Steenbergen (Kaart www.brabant.nl).
14
Natuurbeleidsplan Steenbergen
3.2. Soorten Met de inventarisatie van de Steenbergse natuurwaarden zijn de belangrijkste (en voor Steenbergen karakteristieke) groeiplaatsen van bijzondere planten en leefgebieden van bijzondere diersoorten op kaart gezet. Een globale verzamelkaart is in Figuur 4 opgenomen.
Figuur 4: bijzondere natuurwaarden in de gemeente Steenbergen (ook als bijlage 1 opgenomen)
Beschermde soorten De inventarisatie toont aan dat er grote verschillen zijn in de verspreiding van beschermde en bedreigde Rode Lijst-soorten binnen de gemeente. Vooral op de Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen-Oost is een grote diversiteit aanwezig van zowel beschermde als bedreigde soorten. Dit is uiteraard niet verwonderlijk, aangezien hier diverse verschillende geschikte standplaatsfactoren aanwezig zijn voor de meest bijzondere orchideeën en andere plantensoorten van vochtige, droge en kalkrijke bodems. Buiten het natuurgebied de Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen - Oost zijn bijzondere planten aanwezig op een aantal kalkrijke dijken, die door terreinbeheerders botanisch goed worden beheerd. Het overgrote deel van de gemeente biedt nu geen geschikte standplaatsfactoren door het overwegend voedselrijke karakter en het intensieve agrarische gebruik. In het stedelijk gebied komen her en der muurplanten voor (die inmiddels hun beschermde status hebben verloren). Naast planten, komt er een aantal beschermde zoogdieren voor die niet op voorhand verwacht werden binnen de gemeente. Het betreft onder andere de streng beschermde das en boommarter, beide waargenomen in de Dintelse Gorzen. Ook komt de streng beschermde
Natuurbeleidsplan Steenbergen
15
bever voor in diverse wateren in de gemeente, waaronder wederom de Slikken van de Heen en de Dintelse Gorzen, maar ook in verschillende delen van de Vliet en het Markvlietkanaal. Verder is er een sporadische waarneming bekend van de zeldzame en streng beschermde noordse woelmuis op de oever van de Vliet en een waterspitsmuis in het bosgebied van het Oudland, ten zuidoosten van Steenbergen. Kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) komen sporadisch voor, met name in de bosgebieden maar ook rondom oude en wat rommelige boerenerven. Deze soorten zijn vanaf 2017 strenger beschermd vanwege hun slechte staat van instandhouding. Alle vleermuissoorten in Nederland zijn streng beschermd. In het stedelijk gebied en de bij de meeste erven buiten de kernen komen naar verwachting enkele algemene gebouwbewonende vleermuissoorten voor, met name de gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Deze soorten maken gebruik van verschillende elementen binnen het stedelijk gebied, zoals parken, lanen en watergangen, maar ook van landschapselementen daarbuiten, waaronder de oude lanen en bossen in het Oudland en de Dassenberg ten zuidoosten van Steenbergen en verschillende bossen en boomdijken in de rest van de gemeente. Dit geldt ook voor enkele boombewonende vleermuissoorten, waaronder de watervleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis.
Hoewel er weinig waarnemingen zijn van deze soorten in de gemeente, worden deze soorten in vrijwel de gehele gemeente verwacht. De eveneens redelijk algemeen voorkomende gewone grootoorvleermuis wordt met name verwacht in bosrijke gebieden en rondom parken. De soort is waargenomen in een bunker direct buiten de Dintelse Gorzen. De vrij zeldzame meervleermuis is bekend van de Steenbergse Vliet. Nader onderzoek is nodig om te bepalen waar belangrijke verblijfplaatsen en bijbehorende leefgebieden van deze vleermuissoorten voorkomen. De Ambassadeurssoort van de gemeente, de ijsvogel (foto), komt veelvuldig voor in de gemeente. De soort wordt voornamelijk gezien langs de Vliet, onder meer bij de Benedensas, de Dintelse Gorzen en rondom het Markvlietkanaal. Ook in en rondom de kern van Dinteloord wordt de soort veel waargenomen. Naast deze Ambassadeurssoort komen er diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de gemeente voor, zoals de steenuil, een soort van kleinschalige agrarische landschappen. De kerkuil komt juist voornamelijk ten westen van de kern van Steenbergen voor, in het meer open agrarische gebied rondom Nieuw-Vossemeer en de Heensche Molen. Territoria of nesten van buizerd, havik en sperwer komen in lage dichtheden in de gehele gemeente voor. De boomvalk is alleen bekend van de Heense Polder, de wespendief alleen uit de bossen van het Oudland.
Gebouwbewonende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest, de huismus en gierzwaluw, hebben volgens de geraadpleegde bronnen niet veel territoria in de gemeente (bekend van Steenbergen, Nieuw-Vossemeer, De Heen en Dinteloord). Toch moeten deze soorten ook voorkomen in de kern van Kruisland, en huismussen ook in boerderijen en schuren op boerenerven in het landelijk gebied.
16
Natuurbeleidsplan Steenbergen
Bijzondere en streng beschermde amfibieën binnen de gemeentegrens zijn de rugstreeppad en Alpenwatersalamander (foto). De rugstreeppad komt, hoewel er weinig waarnemingen zijn opgenomen in landelijke databases, vooral voor in het westelijk deel van de gemeente, op de gorzen en slikken, de polders rondom de Heensche Molen, Nieuw-Vossemeer en oprukkend in oostelijke richting naar Steenbergen. De bontgekleurde Alpenwatersalamander komt alleen voor in het uiterste zuidelijke puntje van de gemeente, in de bossen van het Oudland. Naast deze zeldzamere amfibieën komen er ook algemeen beschermde soorten voor: kleine watersalamander, gewone pad, bruine en bastaardkikker. In het oude veengebied en het zandgebied van de gemeente, in het Oudland en directe omgeving, komt de streng beschermde en zeldzame grote modderkruiper voor. Het is de enige beschermde vissoort binnen de gemeente. De voorheen streng, maar nu niet meer beschermde bittervoorn is een kenmerkende soort van heldere en schone wateren. Hoewel er slechts één waarneming bekend is in het Markvlietkanaal, komt deze soort volgens de Klankbordgroep ook voor in de kreken in de gemeente. Daarnaast komt ook de nu niet meer beschermde kleine modderkruiper voor in diverse kreken en sloten.
Tijdens de bijeenkomsten van de Klankbordgroep is een inventarisatie gemaakt van belangrijke overwintergebieden van zwanen, ganzen, eenden en akkervogels. Hoewel niet beschermd, levert de gemeente een belangrijke bijdrage aan goede overwinteringgebieden in het westelijk deel van de provincie NoordBrabant. Grote concentraties overwinterende watervogels zijn in het agrarisch gebied in het westelijk deel van de gemeente te vinden, waaronder in de polders rondom Nieuw-Vossemeer, de Heensche Molen en De Heen. Ook op en rondom de Roode Weel zijn jaarlijks grote concentraties overwinterende watervogels te vinden. In het broedseizoen broeden enkele kenmerkende akkervogels van het agrarische gebied in het westelijke deel van de gemeente, zoals de gele kwikstaart, patrijs (foto) en veldleeuwerik. Territoria van deze soorten zijn voornamelijk te vinden op en langs akkers in de polders rondom De Heen, de Heensche Molen en ten westen van Dinteloord. Het voorkomen van deze akkervogels lijkt gebonden te zijn aan de aanwezigheid van brede akkerranden, die niet worden meegenomen in de intensieve agrarische bedrijfsvoering.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
17
Rode Lijst-soorten De gemeente herbergt een aantal zeldzame en bedreigde plant- en diersoorten, welke op de zogenaamde Rode Lijst staan. Deze soorten zijn niet evenredig over de gemeente verdeeld, er zijn duidelijke concentraties zichtbaar. Een concentratie van deze "Rode Lijst"-soorten bevindt zich op de Dintelse Gorzen, wat niet verwonderlijk is gezien de bijzondere gradiënt (overgang) van zoet naar zout, van droog naar nat, van kalkarm naar kalkrijk en van voedselrijk naar voedselarm. Opvallend is verder dat buiten de Dintelse Gorzen de Rode Lijstsoorten zich voornamelijk concentreren op landgoed Dassenberg, het Oudland, de vooroever van het Schelde-Rijnkanaal met het Stellebos en op een aantal (bloem)dijken. Er is een duidelijke harde grens zichtbaar tussen enerzijds het intensief beheerde agrarische gebied en anderzijds de extensief beheerde dijken, het gebied rondom het ScheldeRijnkanaal, landgoed Dassenberg en het Oudland. De concentratie laat zien dat deze gebieden in de gemeente van belang zijn als groeiplaats en leefgebied van zeldzame en bedreigde soorten. Ook toont het de kwetsbaarheid van deze bijzondere soorten vanwege van hun vaak geïsoleerde voorkomen. Het is helder dat de noodzaak hoog is om deze (bloem)dijken, deze ecologisch waardevolle linten in het landschap, effectief en duurzaam veilig te stellen.
Het toont ook de noodzaak van het met elkaar verbinden van deze (bloem)dijken en natuurgebieden.
3.3. Bedreigingen Zoals overal in Nederland hebben binnen de gemeente Steenbergen verschillende bedreigingen voor de natuur een grote rol gespeeld, zoals: schaalvergroting landbouw, met onder andere het verlies van weide- en akkervogels; ontwatering, verdroging van (natuur)gebieden, met verlies van kwelindicerende soorten en/of verdrogingsgevoelige habitats / vegetaties; urbanisatie, habitatverlies door bijvoorbeeld bebouwing met verlies van groeiplaatsen en leefgebieden; sloop en renovatie van oude panden, waarbij gebouwbewonende diersoorten, zoals vleermuizen, huismus en gierzwaluw verblijfplaatsen kwijtraken; versnippering door wegenaanleg, met als gevolg isolatie en inteelt, en het plaatselijk uitsterven van (deel)populaties planten en dieren; verruiging van vegetaties door stikstofdepositie (bemesting, luchtverontreiniging en dergelijke), met verlies van schraalgraslandsoorten (vaatplanten, paddenstoelen, mossen); verschijnen van invasieve exoten zorgt voor verdringing van soorten en landbouwschade (speelt onder andere bij waterplanten, kwetsbare vissoorten en amfibieën, ganzen en grondgebonden zoogdieren, zoals muskusratten). Een deel van deze bedreigingen speelt op dit moment nog steeds, maar deels is er sprake van een ombuiging. Grootschalige urbanisatie, wegenaanleg en verdere ontwatering zijn de komende jaren niet echt meer te verwachten.
Overige aandachtspunten zijn: hergebruik van vrijkomende (agrarische) bedrijfslocaties; grootschalige maïsteelt; habitatverlies door bebouwing; verruiging van vegetaties door stikstofdepositie en niet optimaal beheer; (grootschalige) kap van bomen, zoals bij boomdijken; (massaal) uitvallen van bomen, zoals door essentaksterfte;
18
Natuurbeleidsplan Steenbergen
slechts beperkt herstel van reeds verdroogde gebieden. In alle gevallen is bestrijding / vermindering van het negatieve effect slechts echt mogelijk door de bedreiging aan te pakken; in enkele gevallen is dit echter onmogelijk (bij bebouwing of wegverbreding) – dan dient de natuurschade gecompenseerd te worden. In enkele gevallen is symptoombestrijding niet te vermijden.
3.4. Potenties en kansen Steenbergen kent een aantal landschappelijke eenheden met hoge potenties voor de natuur. De aanwezigheid van oude dijken die zijn opgebouwd uit kalkrijke grondsoorten, schrale bermen op kalkrijke bodems, oude kreekcomplexen, buitendijkse vooroevers, al of niet begroeid met zilte vegetaties of wilgenbossen, oudere gemengde bossen, gebieden met optredend kwelwater, maar ook muren met kalkhoudende specie (mortel), parken (begraafplaatsen, tuinen) met oudere beplantingen, gebouwen met ruimtes in spouwmuren, in en onder dakconstructies – dit zijn allemaal potentiële dragers van hoge natuurwaarden, met extra kansen op bijvoorbeeld: schrale vegetaties met (bokken)orchissen op dijken; bloemrijke vegetaties met veel dagvlinder- en inlandse bijensoorten; voedselarm water met kranswieren en fonteinkruiden en bijzondere macrofauna; relictvegetaties met zoutminnende planten op de buitendijkse slikken; zachthoutooibossen met bijzondere vleermuissoorten, hoge zangvogel- en roofvogelstand en zeldzame mossen; oudere bossen met hoge dichtheden aan vleermuizen en andere grotere zoogdieren, varens en paddenstoelen; kwelwateren en -sloten met oer-Nederlandse vissoorten zoals grote modderkruiper en aal, bijzondere amfibieënsoorten en zeldzame kwelindicerende planten; bijzondere muurplanten en zeldzame varensoorten; hoge dichtheden aan cultuurvolgers zoals
huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, steenen kerkuil, zangvogels, stinzenplanten in oude loofbossen en parken en gebouwbewonende vleermuizen. Potenties en kansen zijn er ook op het vlak van het slim combineren van natuur met andere functies in het gebied, zoals bijvoorbeeld het robuuster maken van het watersysteem, waardoor wateroverlast kan worden aangepakt. De benutting van genoemde potenties en kansen leidt niet alleen tot een toename van (al of niet bijzondere) plant- en diersoorten, maar tegelijkertijd tot het aantrekkelijker worden van het landschap en een verhoging van de belevingswaarde (bloeiende dijken en bermen, fladderende vlinders, zwermende zwaluwen) van de Steenbergse natuur.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
19
20
Natuurbeleidsplan Steenbergen
4 WET- EN REGELGEVING, SUBSIDIES Het natuurbeleid van de gemeente Steenbergen is primair bedoeld om te sturen in en aan te vullen op reeds lopende processen en initiatieven. Daarbij wordt naadloos aangesloten op bestaande wet- en regelgeving. Ook bestaande subsidieregelingen en andere vormen van beleid spelen een rol. Hier wordt beknopt aangegeven wat voor dit Natuurbeleidsplan relevant is.
4.1. Wet- en regelgeving Wet natuurbescherming Deze wetgeving vormt de Nederlandse vertaling van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming in werking getreden. Hierin zijn ondergebracht: - Soortenwetgeving (voormalige Flora- en faunawet) Deze wetgeving regelt de bescherming van specifieke soorten door bescherming van bedreigde flora en met name de vaste rust- en verblijfplaats van de belangrijkste faunagroepen. Effecten moeten voorkomen worden door voorzorgsmaatregelen. - Gebiedenwetgeving (voormalige Natuurbeschermingswet) Deze wetgeving beschermt de belangrijkste natuurgebieden in het Europese natuurnetwerk Natura2000. Als (indirecte) effecten niet uit te sluiten zijn is een vergunning nodig. - Wetgeving bossen (voormalige Boswet) Dit onderdeel regelt het behoud van de bossen. Dit gebeurt met name door herplant of compensatie te eisen als bos gekapt wordt. Voor de gemeente is de Wet natuurbescherming van belang bij het uitvoeren van haar taken, zoals vergunningverlening, handhaving en het doorlopen van ruimtelijke procedures. Wet ruimtelijke ordening Deze wet regelt wàt wáár mag aan ontwikkelingen en landgebruik. Ook het Natuur Netwerk Nederland (NNN, voormalige Ecologische Hoofdstructuur) en in Noord-Brabant het Natuur Netwerk Brabant (NNB) vallen hieronder.
Binnen dit netwerk voor natuur vallen met name reeds ingerichte natuurgebieden (ook Natura2000). Daarnaast zijn er gebieden aangewezen waar natuur ontwikkeld moet gaan worden. Deze zijn nu meestal nog in landbouwkundig gebruik. Tenslotte heeft de Provincie een aantal ecologische verbindingszones aangewezen, die de versnippering verder tegen moeten gaan. Deze zijn er zowel in de natte variant, langs waterlopen, als in de droge variant (zie ook Natuurbeleidsplan Noord-Brabant 2017). Omgevingswet Op 22 maart 2016 heeft de Eerste Kamer de Omgevingswet aangenomen. De verwachte invoering van de wet is niet voor 1 juli 2019. De doelstelling van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’. De Omgevingswet draagt bij aan de versterking van de economie én aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in ons land. De Omgevingswet laat ruimte voor private en publieke
Natuurbeleidsplan Steenbergen
21
initiatieven en uitgangspunt is om een fysieke leefomgeving te creëren die veilig, gezond en prettig is om in te leven. De natuur is een belangrijk onderdeel van de fysieke leefomgeving en maakt dan ook onderdeel uit van de toekomstige Omgevingswet. Natuur Netwerk Brabant (NNB) Het NatuurNetwerk Brabant (NNB) is de Brabantse invulling van de voormalige ecologische hoofdstructuur (EHS). De bestaande natuurgebieden worden met elkaar verbonden en uitgebreid (deels door de Provincie deels zelf, en deels door de realisatie van nieuwe natuur door Brabantse partners te financieren) met ecologische verbindingszones en nieuwe natuurgebieden. Daardoor krijgen planten en dieren meer ruimte en kunnen makkelijker van het ene naar het andere gebied trekken. Zo is uitwisseling van individuen mogelijk, kan uitsterven van soorten of inteelt voorkomen worden en kunnen vitale deelpopulaties ontstaan.
4.2. Enkele belangrijke subsidiestelsels De provincies verlenen subsidie voor het behoud en de ontwikkeling van (agrarische) natuurgebieden en landschappen door particulieren, agrarische ondernemers, natuurorganisaties en beheercollectieven. Hierbij gaat het om realisatie van het Natuur Netwerk Nederland, de Natura2000 gebieden, het (agrarisch) natuurbeheer en het soortenbeleid (bron: http://www.portaalnatuurenlandschap.nl/). Hierbij wordt onderscheid gemaakt in een subsidiestelsel binnen het NNN (SNL) en het subsidiestelsel Agrarisch Natuurbeheer (ANB) buiten de natuurgebieden. Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) Beheersubsidie is beschikbaar voor het reguliere natuurbeheer (blijvende natuur, binnen het Natuur Netwerk Brabant). Eigenaren of gebruikers van grond binnen het NNB kunnen subsidie krijgen voor regulier en/of agrarisch natuurbeheer en landschapsbeheer / beheer van landschapselementen. Subsidiestelsel Agrarisch Natuurbeheer (SAN) De provincies verlenen subsidie voor de bevordering van de ontwikkeling of het beheer van natuur, bos en landschap in gebieden waar dit samengaat met de uitoefening van landbouwactiviteiten. De gebruiker van de grond buiten het Natuurnetwerk Brabant kan deze subsidie aanvragen via een agrarisch collectief Natuurbeheer.
Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader (STIKA) De Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader (algemeen bekend als StiKa) is een financieringsregeling van de provincie, gemeenten en waterschappen in Noord-Brabant. Deze regeling biedt een vergoeding voor agrariërs en andere particuliere grondgebruikers (buiten het Natuurnetwerk Brabant) die zich actief in willen zetten voor verbetering van de kwaliteit van natuur en landschap. Het is ook een uitstekend instrument voor het behoud en de verdere aanleg van boomdijken, ommetjes en om kleinschalig nieuwe natuur aan te leggen; er kunnen bijvoorbeeld akkerranden voor insecten mee worden gerealiseerd, maar ook overhoekjes, 'restpercelen', erven en kleine landschappelijke elementen (zoals hagen, poelen, als rustplaatsen en leefgebied voor dieren) mee worden ingericht en beheerd. De provincie is ‘eigenaar’ van de regeling en verdubbelt iedere euro die een gemeente of waterschap beschikbaar stelt.
22
Natuurbeleidsplan Steenbergen
Groen Ontwikkelfonds Brabant Het Groen Ontwikkelfonds Brabant is een provinciale subsidieregeling die mede ondernemers, organisaties en particulieren de kans geeft om vernieuwende ideeën voor de ontwikkeling van nieuwe natuur in Brabant uit te voeren. Subsidie Biodiversiteit Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant stelt subsidie beschikbaar voor beschermingsprojecten die bijdragen aan de instandhouding van bedreigde soorten of leefgebieden, omdat het leefgebied van veel planten en dieren de laatste 50 jaar is verslechterd. Het kan gaan om projecten gericht op zeldzame soorten (zoals de grutto en de grote weerschijnvlinder), maar ook om projecten gericht op specifieke leefgebieden (habitats) zoals stuifzanden of weidevogelgebieden. De subsidie kan tot 100 procent van de kosten bedragen. Voorbeelden daarvan zijn: het aanleggen van amfibieënpoelen of het vergroten van heideterreinen en het maken van corridors in dichte dennenbossen voor een meer open structuur. Andere bronnen van financiering zijn gelden van de Europese gemeenschap en POP-gelden van de provincie Noord-Brabant.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
23
24
Natuurbeleidsplan Steenbergen
5 NATUURBELEIDSTHEMA’S Uit de verschillende bijeenkomsten en consultaties kwamen telkens de volgende voor Steenbergen specifieke natuurthema’s naar voren: 1. natte ecologische verbindingszones. Deze zijn geprojecteerd op waterlopen, zoals kreken; 2. droge ecologische verbindingen, met name in de vorm van bloem- en boomdijken en, waar mogelijk, ook wegbermen en de droge component van de kreekoevers; 3. open zeekleipolderlandschap met agrarische natuur. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan: weidevogels, akkervogels, grote concentraties watervogels (eenden, ganzen en overwinteraars), erfbeplantingen, speciaal ingerichte en beheerde akkerranden, het benutten van resthoeken van landbouwpercelen en bijenranden; 4. Natura2000-gebied (Krammer - Volkerak, met Dintelse Gorzen en Slikken van de Heen-Oost, ook langs de zeedijk van het Schelde-Rijnkanaal). Hier is hoogwaardige buitendijkse natuur; 5. bijzondere natuur van het overgangsgebied tussen zeeklei en zand ten zuiden en zuidoosten van Steenbergen in de vorm van kreken tegen het zand, kwelsituaties (met bijzondere kwelindicerende soorten, zoals de zeldzame grote modderkruiper) en oudere bossen (met o.a. boombewonende vleermuizen, uilen en roofvogels); 6. natuur in de stad en dorpen.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan: groene en/of blauwe dooradering van stad en dorp, stadsvogels, gebouwbewonende vleermuizen, vitaal bomenbestand met inlandse soorten en muurplanten; 7. natuurgebonden recreatie; 8. aardkundige, cultuurhistorische en landschappelijke waarden; 9. implementatie van natuur en natuurwetgeving in de gemeentelijke organisatie; 10. natuureducatie, voor een duurzaam draagvlak binnen de gemeente voor de natuur; 11. organisatiestructuur; 12. duurzame reservering van voldoende financiën. In dit hoofdstuk worden deze voor Steenbergen karakteristieke onderwerpen één voor één behandeld. Basis hierbij is de door de gemeenteraad in oktober 2016 opiniërend behandelde nota van uitgangspunten.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
25
5.1. Natte ecologische verbindingszones 5.1.1. Doel natte ecologische verbindingszones Als dieren en planten geen uitwisseling hebben met dieren en planten in andere gebieden lopen zij het risico om (plaatselijk) uit te sterven. Ecologische verbindingszones (EVZs) gaan versnippering van de (Brabantse) natuur tegen doordat zij (geïsoleerde) natuurgebieden verbinden. Zo kan uitwisseling van soorten en individuen (genen) plaatsvinden, waardoor natuurgebieden en plant- en dierpopulaties zo compleet en vitaal mogelijk blijven. Ze functioneren als trekroutes en als (tijdelijk) leef- en voortplantingsgebied voor dieren en planten. Ook worden vismigratieproblemen opgelost. Deze natte ecologische verbindingszones, vooral geprojecteerd op (oude) kreeklopen, vormen een zeer belangrijk onderdeel van de Steenbergse natuur. De ecologische verbindingszones zijn er niet alleen voor planten en dieren, maar maken het landschap ook afwisselender en aantrekkelijker voor de mens. De aanleg van natuur kan samengaan met de uitbreiding van wandel- en/of fietsroutes. Dat vergroot de toegankelijkheid en beleving van het buitengebied. In de nieuwe natuur is ook ruimte voor het bergen van water tijdens hevige regenbuien. Zo dragen ecologische verbindingszones ook bij aan het voorkomen van wateroverlast en aan waterkwaliteitsverbetering.
5.1.2. Opgave natte ecologische verbindingszones In de gemeente ligt een totaalopgave voor de realisatie van ongeveer 72 kilometer natte ecologische verbindingszone. Ondanks dat er de afgelopen jaren al delen van verschillende ecologische verbindingszones zijn ingericht, resteert er nog een grote opgave. De gemeente Steenbergen heeft, in vergelijking met andere gemeenten, een grote opgave.
Figuur 5: gerealiseerde en nog te realiseren natte ecologische verbindingszones
26
Natuurbeleidsplan Steenbergen
5.1.3. Inrichting natte ecologische verbindingszones De Steenbergse natte verbindingszones zijn vrijwel allemaal geprojecteerd op/ langs oude kreken en dienen te worden ingericht als “moeraszones van peilbeheerst kleigebied” (Waterschap Brabantse Delta, 2015). De Provincie heeft alle ecologische verbindingszones doelsoorten gekozen, die bepalend zijn voor de inrichting. Voor Steenbergen zijn dit de otter (een soort van robuuste eenheden natte natuur), drie karakteristieke broedvogelsoorten van niet te smalle stroken oud waterriet: snor, roerdomp en waterral en één karakteristieke broedvogelsoort van verlandende rietvegetaties, de blauwborst. De zesde doelsoort van natte EVZs binnen de gemeente Steenbergen is de meervleermuis, een voor Nederland karakteristieke gebouwbewonende vleermuis, die boven kreken en ander breed water vliegt en jaagt. Om een natte ecologische verbindingszone optimaal in te richten, zodat deze in ieder geval functioneert voor de doelsoorten, moeten dus robuuste brede moeraszones worden ingericht, met open water, een niet te smalle strook waterriet en een verlandingszone. De ingerichte natte verbindingszones zullen dan dienst doen als verbindingszone / vliegroute en als leefgebied, waarin otters kunnen gedijen en de vogelsoorten van waterriet zich kunnen voortplanten. De Klankbordgroep geeft aan dat het behalen van de doelsoorten zeer ambitieus is.
De gerealiseerde EVZs bieden wel een goede basis voor vele andere soorten en een goede biodiversiteit. Natuurmonumenten stelt dat de realisatie van verbindingszones bij moet dragen aan een duurzame variatie aan ecotopen / habitats, met voldoende variatie. Daarbinnen vinden de verschillende doel- / ambassadeurssoorten elk hun optimum. Belangrijk is te streven (ook door middel van ecologische verbindingen) naar zo robuust mogelijke eenheden natte natuur. Robuuste natuurgebieden kunnen tegen een stootje. Dan is er ook meer ruimte voor recreatief medegebruik en zal er minder verstoring van kwetsbare (groeiplaatsen van planten) diersoorten door recreatie plaatsvinden. In het kader van de doelstelling en financiering van de aanleg (waaronder subsidies) is het van belang om de door de Provincie voorgedragen ambassadeurssoorten van de natte ecologische verbindingszones (voor de lange termijn) aan te houden en te streven naar robuuste eenheden water, niet te smalle stroken waterriet en forse oeverzones.
Waterschap en gemeente aan de lat De trekkers van de inrichting van deze natte ecologische verbindingszones zijn het waterschap Brabantse Delta en de gemeente. Buiten de bebouwde kom is een natte ecologische verbindingszone gemiddeld 25 meter breed. Het waterschap is verantwoordelijk voor de 10 meter brede onderwaterzone en waterrietzone. De gemeente heeft een inspanningsverplichting voor de inrichting van de ‘droogste’ kant van de natte ecologische verbindingszone: de 15 meter brede in te richten
Natuurbeleidsplan Steenbergen
27
droge(re) oeverzone. Voor natte ecologische verbindingszones binnen stedelijk gebied geldt een gemiddelde breedte van 50 meter (waterschap voor 20 meter en de gemeente voor 30 meter). Samen met de vele partners (waterschap Brabantse Delta, provincie Noord-Brabant, het Brabants Landschap, agrariërs en anderen) wordt hard gewerkt aan de realisatie van deze natte verbindingszones, waarbij met name de Vliet en de Cruijslandse Kreken de afgelopen jaren een impuls hebben gekregen. Het waterschap, de gemeente en de provincie zijn de hoofdacteurs bij de realisatie van de natte ecologische verbindingszones.
5.1.4. Beheer Het inrichten van natte ecologische verbindingszones, zoals oude rivierkreken kost geld. Als dergelijke met algemene middelen ingerichte waterlopen en oeverzones daarna niet beheerd of onderhouden worden, zullen de waterlopen verlanden en het riet verruigen en dichtgroeien met houtige gewassen. Daarmee zal het doel (duurzame vestiging / passage van doelsoorten) niet bereikt worden. Direct na inrichting moet worden gestart met beheer (maaien en afvoeren oevers, riet en ruigtes, indien nodig aanvullend verwijderen opslag). Na enige tijd zullen de waterlopen veelal ook gebaggerd moeten worden. Het is dus van groot belang om de eenmaal ingerichte natte ecologische verbindingszones direct (liefst gefaseerd) duurzaam te beheren. Daar moet ook voor de (zeer) lange termijn voldoende geld voor worden gereserveerd. De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van het gemeentelijke deel van de natte ecologische verbindingszone.
5.1.5. Uitgangspunten, aandachtspunten en wensen De realisatie van natte ecologische verbindingen is van groot belang voor het versterken van de Steenbergse natuur. Uitgangspunten voor de realisatie van natte ecologische verbindingszones zijn: afmaken waar aan begonnen is. De beschikbare middelen gaan bij voorkeur naar de natte verbindingszones waarvan de realisatie al gestart is; deze moeten eerst afgemaakt worden. De partners vinden dat de hoogste prioriteiten moeten liggen bij het verwerven en realiseren van de ontbrekende schakels in deze verbindingszones; kansrijkheid. Bij de realisatie van welke natte EVZs is de meeste natuurwinst te behalen? Welke EVZs zorgen voor de meest kansrijke verbinding tussen de meest belangrijke natuurgebieden? Hierbij ligt ecologisch gezien de nadruk op de verbinding noord-zuid; multifunctionaliteit. Langs welke EVZs zijn er meekoppelkansen, waardoor meerdere doelen worden gerealiseerd, o.a. waterberging, recreatie en cultuurhistorie?; eigendom van de gronden. Waar is verwerving of medewerking gemakkelijk? Aan de hand van de bovenstaande criteria is, in willekeurige volgorde, de volgende prioritering voor de realisatie van de natte ecologische verbindingen gekozen: 1. Cruijslandse Kreken, fase 2; 2. de verbinding van de Steenbergsche en Roosendaalsche Vliet met de Ligne; 3.
de Breede Watergang met uitlopers (verbinding van de Cruijslandse kreken met de Steenbergsche en Roosendaalsche Vliet); 4. de verdere verbinding van het Oudland met het Halsters Laag; 5. de verbinding van De Barend met de Steenbergsche en Roosendaalsche Vliet.
28
Natuurbeleidsplan Steenbergen
Figuur 6: prioritering natte ecologische verbindingszones. Afbeelding is gebaseerd op figuur 3
De realisatie van de verschillende natte ecologische verbindingszones (en hiermee herstel van oude kreeklopen) is van belang voor de natuur, cultuurhistorie, recreatie en waterberging. Aandachtspunten en wensen van de partners: de partners wijzen er op dat het belangrijk is dat na inrichting er aandacht is voor goede nazorg, voor duurzaam beheer. Hier moet geld voor worden gereserveerd; enkele partijen wensen dat in sommige natte ecologische verbindingszones het waterpeil een meer natuurlijk verloop krijgt: hoog in de winter en het vroege voorjaar en wegzijgend in de zomer (hetgeen leidt tot een herstel van het natuurlijke hydrologische systeem). Wellicht kunnen sommige natuurgebieden een eigen (grond)waterpeil(beheer) krijgen. Hierbij dient wel rekening te worden gehouden met verschillende gebruikers, waarbij wordt afgestemd op vispaaiplaatsen en natuurlijkere oevers, maar ook op de omliggende akkerbouw. De agrarische natuurvereniging stelt dat er een goede belangenafweging noodzakelijk is over dit waterpeilbeheer; het Brabants Landschap wil, in nauwe samenwerking met Waterschap, Provincie Noord-Brabant, gemeente, agrariërs en de terreinbeherende instanties, bij de inrichting van de natte ecologische verbindingszones slim inspelen op de klimaatsverandering.
Daarbij wijst zij er op dat ook buiten het Natuur Netwerk Brabant aanvullende begrenzing van laaggelegen gebieden nodig is, zodat rekening kan worden gehouden met de klimaatsverandering (noodzaak tot extra waterberging met tegelijkertijd een natuurfunctie). Dit kan goed plaatsvinden bij/langs de geplande natte ecologische verbindingszones;
Natuurbeleidsplan Steenbergen
29
de provincie Noord-Brabant nodigt alle partijen uit om nieuwe natte ecologische verbindingszones te realiseren en stelt daarvoor geld beschikbaar via het Groen Ontwikkelingsfonds Brabant. De agrariërs kunnen meedoen aan het 'Ondernemend NatuurNetwerk Brabant', waarbij hun gronden (met name die langs kreeklopen) voor 'eeuwig' ingericht worden als natuur, tegen een financiële vergoeding.
5.1.6. Verantwoordelijkheid gemeente De gemeente Steenbergen heeft bij de realisatie van de natte ecologische verbindingszones een inspanningsverplichting voor de realisatie van de droge component. De gemeente ziet toe op realisering van natte ecologische verbindingszones conform het vastgestelde beleid en een duurzaam beheer. De gemeente streeft er naar om door intensieve samenwerking met het waterschap, provincie en door middel van particulier natuurbeheer natte ecologische verbindingszones te realiseren. Het bestaande gemeentelijke ruimtelijke beleid schept mogelijkheden om bij ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied te sturen op de kwaliteitsverbetering van het landschap.
5.1.7. Samenwerking en financiering Het waterschap Brabantse Delta is vaak de trekker van de realisatie van de natte ecologische verbindingszones. In sommige gevallen is dit een andere partij. Per ontwikkeling worden hier afspraken over gemaakt. Overige onmisbare spelers zijn (afhankelijk van de locatie): de provincie, de gemeente, de agrariërs (ZLTO, ANV Brabantse Wal, individuele agrariërs), Brabants Landschap, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Stichting Sirene, grondeigenaren en in sommige gevallen de stads- of dorpsraden. Voor de realisatie van het gemeentelijke deel van de natte ecologische verbindingszones kan de gemeente in beginsel minimaal 50% en maximaal 75% subsidie krijgen van de Provincie (Groen Ontwikkelfonds Brabant). Voor de realisatie van natte ecologische verbindingszones door bijvoorbeeld agrariërs kan ook gebruik worden gemaakt van de provinciale subsidie voor particulier natuurbeheer (GroenBlauw Ontwikkelfonds Brabant). Andere bronnen van financiering zijn: LIFE-projectgelden van de Europese gemeenschap, POP-gelden van de provincie Noord-Brabant en de toepassing van de kwaliteitsregel bij ruimtelijke ontwikkelingen.
(witgesterde) blauwborst –soort van natte ecologische verbindingszone (zoals Mark - Vlietkanaal)
30
Natuurbeleidsplan Steenbergen
5.2. Droge ecologische verbindingen 5.2.1. Doel droge ecologische verbindingszones Het is van belang dat er in de gemeente Steenbergen naast de realisatie van natte ecologische verbindingszones ook droge ecologische verbindingen worden gerealiseerd. Alle dijken, zowel bloem- als boomdijken, zijn samen met bermen en de droge oevers van watergangen geschikt als droge ecologische verbindingszones. Voor grotere zoogdiersoorten en vooral vleermuizen, voor verschillende soorten bos- en roofvogels, specifieke dagvlinder- (op foto: de razendsnel uit het landschap verdwijnende argusvlinder) en andere insectensoorten van houtige gewassen en opgaande landschapselementen (struwelen, knotwilgen en enkele of dubbele bomenrijen) is de aanwezigheid van struiken en bomen onmisbaar. Van oudsher waren veel dijken met iepen begroeid; deze verdwenen door de iepenziekte. Nu staan op tal van dijken essen, maar vooral de voor Steenbergen typerende populieren. Ze vormen vaak éénrijige beplantingen, soms beplantingen bestaande uit meerdere rijen. Boomdijken met één rij bomen (populieren, essen of linden, liefst aan de noordzijde van de dijk geplant) welke niet te dicht op elkaar staan, functioneren prima als bloemdijk. Maar boomdijken met een dichte boombeplanting, zeker als deze uit meerdere rijen hoogopgaande bomen met dichte kroon bestaat, kunnen niet meer als bloemdijk dienstdoen.
Bomen en bloemrijkdom gaan slecht samen, met name vanwege de schaduwwerking en de verrijking door bladval. Boomdijken dienen zo weinig mogelijk te conflicteren met agrarische belangen, met name door schaduwwerking en voedselconcurrentie van de wortels. De ‘boomdijken’ kunnen bijdragen aan de verspreiding van genoemde grotere zoogdiersoorten, vleermuizen, bos- en roofvogels, specifieke insectensoorten van houtige gewassen, van het Oudland en de stad Steenbergen naar de zachthoutooibossen op de vooroevers van het Krammer - Volkerak en de nieuwe landgoederen.
5.2.2. Opgave en kansen droge ecologische verbindingen Twee droge ecologische verbindingszones Er zijn door de provincie Noord-Brabant binnen het NatuurNetwerk Brabant (NNB) slechts twee droge ecologische verbindingszones in de gemeente Steenbergen aangewezen: 1. het ‘droge kralensnoer’ (met als doelsoorten dagvlinders, sprinkhanen, egel, kleine marterachtigen en diverse muizensoorten) ten noordwesten van de stad Steenbergen, die al is ingericht. Deze droge ecologische verbindingszone bestaat deels uit een dijk begroeid met droog productiebos (“boomdijk”, begroeid met enkele rijen populieren) en deels uit bloemrijk grasland (“bloemdijk”); 2. de primaire zeedijk langs het Krammer – Volkerak en het Schelde-Rijnkanaal, als “bloemdijk”. Deze ecologische verbindingszone is van het type ‘bloemrijk hooiland‘ en deze is eveneens ingericht. Ook hier kunnen insecten en kleine zoogdiersoorten zich langs verplaatsen en zich voortplanten.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
31
Tijdens een speciaal hiervoor belegde bijeenkomst is een overzicht gemaakt van alle bloemen boomdijken in de gemeente. Ook zijn de potenties van de bermen beoordeeld. Hierin zijn de volgende essentiële natuuropgaven verwerkt: mogelijkheden om de bossen van het Oudland te verbinden met de zachthoutooibossen van het Krammer–Volkerak (Dintelse gorzen en Slikken van de Heen). Dit is een nadrukkelijke wens van Natuurmonumenten, beheerder van deze ooibossen op de vooroevers van het Krammer–Volkerak. Deze belangrijke droge verbinding kan ontstaan door het verbeteren van de zwakste schakel (struwelen breedbladige wilgen in oevers langs de Vliet en het planten van knotwilgen in de open ruimte ten noorden van Fort Henricus). Deze ecologische verbinding is de prioritaire droge verbinding binnen de gemeente Steenbergen en verbindt ook de beide door de provincie aangewezen en al gerealiseerde droge ecologische verbindingszones; behouden en versterken van aanwezige stapstenen / sleutelgebieden binnen de droge ecologische verbindingszones; ontwikkelen van ontbrekende stapstenen / sleutelgebieden in de prioritaire droge verbinding; benutting van de potenties van (al of niet kalkrijke) bloemdijken als verbinding; benutting van kansrijke bermen als ecologische verbinding.
De input is verwerkt op de visiekaart in Figuur 7; hierop staan naast de al gerealiseerde provinciale droge ecologische verbindindingszones de overige droge waardevolle ecologische verbindingen (bloem-, boomdijken en bermen), de noodzakelijke sleutelgebieden en de prioriteiten.
Figuur 7: droge ecologische verbindingszones binnen de gemeente Steenbergen (kaart Ecologica). De roodgroene cirkels zijn onmisbare sleutelgebieden in de belangrijkste droge ecologische verbindingen, van de bossen bij Welberg naar de ooibossen van de oeverlanden.
32
Natuurbeleidsplan Steenbergen
Mede als gevolg van het succes van projecten als “Dijk van een Landschap” en de regeling Groen Blauw Stimuleringskader beschikt de gemeente over vele boomdijken. Verreweg de meeste wegbermen zijn in eigendom en beheer van de gemeente.
Foto links: boomdijk, met meerrijige beplanting en forse schaduwwerking (Foto: Brabants Landschap) en foto rechts: verschraalde berm met bloemrijke vegetatie (Foto: P. Lemmers)
5.2.3. Inrichting droge ecologische verbindingen Alle dijken, zowel bloem- als boomdijken, zijn samen met bermen en de droge oevers van watergangen geschikt als droge ecologische verbindingen. Naast deze relatief smalle dijken en bermen (droge ‘corridors’) zijn om de kilometer ook grotere eenheden natuur nodig, de sleutelgebieden (zie Figuur 6). Deze sleutelgebieden dienen liefst minimaal 1 – 2 ha. groot te zijn, opdat de kans vergroot wordt dat ook meer kritische diersoorten zich daar kunnen voortplanten. Deze sleutelgebieden kunnen bestaande natuurgebieden zijn, oude en nieuwe landgoederen en parken, overhoeken, oude bezinkputten van de suikerfabriek, grote ongestoorde erven.
Stapstenen en sleutelgebieden Bloem- en boomdijken, bermen, oevers van watergangen kunnen samen met de stapstenen en sleutelgebieden bijdragen aan een aaneengesloten netwerk van biotopen (schraalgrasland, bloemrijk grasland, ruigtes, struweel en bos), waarbinnen grondgebonden dieren (zoals egels – foto) maar ook plantensoorten zich kunnen verplaatsen en nieuwe leefgebieden / groeiplaatsen kunnen koloniseren.
Kalkrijke bodem als extra kans Een aantal dijken en wegbermen, met name in het westelijk deel van de gemeente, heeft een kalkrijke toplaag; daardoor hebben deze een hoge botanische waarde of potentie. Door stikstofdepositie (intensieve landbouw, verkeer), gebrek aan onderhoud of beheer (door wat voor oorzaken dan ook) of door verkeerd beheer (klepelen, zonder afvoer van maaisel), is veel bijzondere plantengroei van schrale (kalkrijke) dijken en wegbermen verdwenen, zijn op veel dijken de vegetaties verruigd en hebben zeldzame planten van voedselarme bodems plaatsgemaakt voor ruigtes. Hier liggen veel kansen voor verbetering.
Natuurbeleidsplan Steenbergen
33
5.2.4. Beheer Gewenste verschraling Het huidige bermbeheer en een deel van het dijkbeheer bestaat uit het verklepelen van de vegetatie en het laten liggen van het maaisel. Er worden daarmee dus geen voedingsstoffen afgevoerd. Daardoor verruigen de bermen en wordt de te maaien biomassa steeds weelderiger en overvloediger. Het zijn juist de schrale dijken en wegbermen die een hoge biodiversiteit hebben. Om die potenties te benutten, is een duurzaam maai- en verschralingsbeheer noodzakelijk. Door dit lang vol te houden, kunnen bijzondere planten duurzaam aanwezig blijven of zich weer (uit de oude zaadbank) hervestigen. Na het maaien en afvoeren van het maaisel (na de zaadzetting van de gewenste soorten) kan de hergroei op dijken worden nabegraasd door schapen. Bij wegbermen kunnen de eerste meter(s) vanaf de verharding kort geklepeld worden, vanwege verkeerstechnische en veiligheidsoverwegingen.
Dijken De primaire waterkerende dijken (langs het Volkerak-Zoommeer, het Schelde-Rijnkanaal en langs het Mark-Dintel-Vliet-stelsel) mogen geen boombeplanting hebben. Plaatselijk kunnen er aan de binnenzijde van (primaire) dijken laagblijvende struwelen of knotwilgen worden geplant, mits dit geen overlast vormt voor agrariërs. Op de primaire en regionale waterkeringen mogen in verband met de waterkerende functie alleen schapen en bijvoorbeeld geen pony's of jongvee lopen. De natuurfunctie van deze dijken kan goed samengaan met de waterkerende functie; maaien en afvoeren van de vegetatie is niet alleen vanuit ecologisch opzicht goed, maar is ook belangrijk voor het in stand houden van de waterkerende functie van de dijken. Staatsbosbeheer heeft een aantal dijken in eigendom en beheert deze goed en duurzaam: men verschraalt de dijken jaarlijks, waardoor er waardevolle vegetaties te vinden zijn. De meeste dijken zijn (na afstoten door de voormalige Dienst der Domeinen) eigendom van agrariërs en andere particulieren. Een gevaar is dat sommige eigenaren bomen op hun dijken willen kappen en de dijken als grasland gaan beheren. Daardoor vallen gaten in aaneengesloten bomenrijen, waarmee de functie als verbindingszone, bijvoorbeeld als vliegroute voor vleermuizen, verslechtert. Ook rukt essentaksterfte steeds verder op in Nederland.
Enkele boomstructuren in Steenbergen bestaan primair uit essen. Daarmee is er een risico op het in korte tijd en ongepland wegvallen van deze structuren. Het is van belang deze ontwikkeling in de gaten te houden en -indien nodig- tijdig planvorming op te starten om goede oplossingen te formuleren. Men kan meer inlandse boomsoorten aanplanten, zoals fladderiep, populier, linde, mogelijk per dijk een andere soort (en ruim uit elkaar, 10 tot 12 meter - beter voor bloemen en agrariërs).
Bermen Bijna alle wegbermen in de gemeente Steenbergen zijn eigendom van de gemeente. Het is ook de gemeente die de bermen beheert, door ze enkele malen per jaar te laten klepelen. De wijze van het beheer van de bermen is bepalend voor de vestiging van gewenste kruiden en daarbij horende insecten (en andere dieren). Door depositie van stikstof, roet en fijnstof en door het huidige klepelbeheer zijn de bermen binnen de gemeente Steenbergen verruigd. Vanuit ecologisch oogpunt is er een omslag gewenst. Om dit te bereiken is het nodig om de