01. Onderzoeksrapport RKC Duurzaamheid.pdf
Tekst van het document
Odura advies en projecten bv, ’s-Hertogenbosch Pure Energie Woningcorporatie stichting Stadlander, Bergen op Zoom Wereldwinkel Wereldwijd, Steenbergen Woningcorporatie stichting Woonkwartier, Zevenbergen ZLTO Steenbergen-Bergen op Zoom
Wederhoor
Zoals gebruikelijk bij elk onderzoek van de RKC, is ook dit onderzoek afgesloten met het wederhoortraject. Alle medewerkers van de ambtelijke organisatie en alle externe vertegenwoordigers waarbij interviews zijn afgenomen, hebben de gelegenheid gekregen om hun interviewverslag te controleren. Vervolgens is het conceptonderzoeksrapport voorgelegd voor ambtelijke wederhoor. Daarna is het definitieve rapport inclusief conclusies en aanbevelingen voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.
Pagina 54 van 66
Bijlage 4. Ambtelijke reactie
De RKC heeft het concept onderzoeksrapport Duurzaamheid in de gemeente Steenbergen op 8 oktober 2020 aangeboden voor ambtelijk wederhoor. Op 5 november ontving de RKC de volgende reactie:
Pagina 55 van 66
Pagina 56 van 66
Pagina 57 van 66
Pagina 58 van 66
Pagina 59 van 66
Bijlage 5. Reactie op ambtelijk wederhoor
Het ambtelijk wederhoor bevat naast opmerkingen over feitelijke onjuistheden in het rapport, ook een aantal tips/suggesties/aandachtspunten voor aanpassingen. In de tabel hieronder aangegeven of en hoe de RKC dit alles verwerkt heeft in het rapport. Ambtelijke reactie Pagina 4, Doelstelling van het onderzoek: “De vertegenwoordigers hebben vanuit hun perspectief en beleving meningen, suggesties en ideeën naar voren gebracht over hoe zij het stimuleren van de gemeente ervaren.” Is er specifiek gevraagd naar hoe de vertegenwoordigers het stimuleren van de gemeente hebben ervaren in de periode 2016-2018? En/of zijn ook de huidige ervaringen hierin meegenomen? Voorstel is om dit goed te duiden en mogelijk een topic- of vragenlijst die gebruikt is voor de interviews als bijlage op te nemen. Pagina 5, 1. Wat is de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma? Het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 is niet langer van kracht. Er wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van een nieuw uitvoeringsprogramma. Graag dit in het onderzoeksrapport benoemen. Wij vinden het belangrijk om niet alleen terug, maar ook vooruit te blikken. Dit is bij een dynamisch beleidsterrein als duurzaamheid van belang. Pagina 5, Beantwoording 1e en 2e deelvraag De RKC trekt de conclusie dat de doelen en ambities een logisch geheel vormen met de visie. Dat kunnen wij beamen.
Sterker nog: In het Uitvoeringsprogramma zijn de scores van de gemeente Steenbergen op alle GDI thema’s/doelen op het moment van vaststellen van het Uitvoeringsprogramma in 2016, vermeld. Daarmee ligt er een ambitie die genormeerd is met meetbare GDI indicatoren. Op dat punt is naar onze mening invulling gegeven aan het SMART principe. Een vergelijking met de GDI-scores op de GDI thema’s/doelen eind 2018 was dan ook mogelijk.
Reactie RKC De geïnterviewde vertegenwoordigers van de externe organisaties, hebben - in de tijd bezien - een mix van verschillende ervaringen met de gemeente Steenbergen. Het overzicht van de geïnterviewde vertegenwoordigers staat in Bijlage 3, onder het kopje: Interviews. De rekenkamercommissie heeft in het onderzoek gebruik gemaakt van een semigestructureerde interviewmethode. Dit is in het onderzoeksrapport aangepast/toegevoegd in hoofdstuk 3. Resultaten afgenomen interviews, pagina 19 en 20 en in Bijlage 3. Verantwoording van het onderzoek, onder het kopje Interviews, pagina 53. Dat er momenteel gewerkt wordt aan het opstellen van een nieuw uitvoeringsprogramma, is toegevoegd (pagina 5). Wij gaan ervan uit dat u de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport daarin meeneemt.
De RKC deelt uw mening niet. Uit de interviews met de ambtenaren en de bestudeerde documenten, is ons feitelijk niet gebleken dat er op basis van een overeengekomen en samenhangende werkwijze integraal (SMART) inzicht is in de doelstellingen en ambities op het gebied van duurzaamheid.
Uw conclusie wordt (voor zover wij kunnen zien) ingegeven door pagina 43, de rapportage met de batterijtjes. Daar staat bij de vierde bullet van deelvraag 1 de tekst: “De doelstellingen en ambities (projecten/acties) zijn merendeels tekstueel en kwalitatief van aard. Streefwaarden ontbreken veelal en dit maakt het lastig om te beoordelen of er inzicht is”. Als het gaat om de ambities is dat niet helemaal terecht. Zoals hierboven aangegeven is de ambitie in het Uitvoeringsprogramma wel degelijk voorzien van streefwaarden. Voorstel is om op pagina 43 de tekst op dit punt te herzien. In de tekst op pagina 5 zou wat duidelijker gesteld kunnen worden dat de ambities waren voorzien van meetbare doelstellingen (GDI). Wat betreft de uitvoeringsacties en projecten: deze voldoen over het algemeen niet aan de SMART principes. In het Uitvoeringsprogramma is expliciet opgemerkt dat ‘de (extra) acties in verband met inzet op de GDI zeker zullen leiden tot een verbetering van de score, maar dat geen enkele zekerheid kan worden gegeven over het bereiken van de ambities van de gemeenteraad. Dat heeft te maken met het feit, dat de gebruikte gegevens waarmee de GDI-scores worden bepaald, niet altijd even recent zijn en/of gemeentespecifiek. Bovendien kan de gemeente in veel gevallen maar
In hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 Monitoring nader beschouwd, is onder het kopje De kaders (pagina 24) onder meer al aangestipt dat de scores maar beperkt beïnvloedbaar zijn, en niet altijd even recent en/of gemeente specifiek.
Pagina 60 van 66
in beperkte mate invloed uitoefenen op de gegevens die horen bij een bepaalde indicator. Een voorbeeld hiervan is de biologische kwaliteit van het oppervlaktewater die maar in beperkte mate beïnvloedbaar is door de gemeente. De uiteindelijke scores blijven ook vaak afhankelijk van gedrag van inwoners en bedrijven’. Voorstel is om dit te benoemen in het rapport. Pagina 5, Beantwoording 1e deelvraag, 2e bullet: Het B&W-voorstel (deze is reeds in een eerder stadium aangeleverd) over het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 bevatte – in tegenstelling tot het document dat naar de raad is gegaan – een overzicht van de extra benodigde uren van de betrokken medewerkers van de verschillende afdelingen en het extra budget ten opzichte van ‘going-concern-uren/budget’ in verband met het Uitvoeringsprogramma. Wel moeten wij opmerken dat wij geen inzicht kunnen geven of de geraamde uren ook overeenkomen met de daadwerkelijk gemaakte uren. Tijdschrijven is (nog) niet voor de gehele ambtelijke organisatie ingevoerd. Pagina 5, Beantwoording 3e deelvraag, 1e bullet: De conclusie dat de GDI niet als standaardinstrument wordt gehanteerd door de medewerkers is feitelijk niet correct.
Alle verantwoordelijke projecttrekkers/(beleids)medewerkers hebben bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 en voor de jaarlijkse begrotingen en jaarrekeningen input hebben geleverd, maar het blijkt dat de betreffende medewerkers zich hier niet altijd van bewust waren. Zij hebben dus wel degelijk een bijdrage geleverd aan de doelen. Graag dit corrigeren in het onderzoeksrapport Pagina 5, Beantwoording 3e deelvraag, 2e en 3e bullet: Gezien voorgaande teksten kan niet zondermeer gesteld worden dat de bovengemiddelde score van de gemeente Steenbergen van 6,0 niet te danken is aan het effectief gebruik van de GDI-monitor. Dit doet in onze ogen geen recht aan de projecten/acties die zijn uitgevoerd. Door weloverwogen projecten/acties in het Uitvoeringsprogramma met het oog op de GDI-monitor, kan ook niet zondermeer gesteld worden dat er geen direct verband is met de GDI-monitor bij het realiseren van de gemeentelijke ambities. De gemeentelijke ambities vallen grotendeels samen met die van de GDI.
Wij nemen dit voor kennisgeving aan.
Uit de afgenomen interviews met de betrokken ambtenaren en uit de bestudeerde documenten, hebben wij niet kunnen opmaken dat de GDI als standaardinstrument wordt gehanteerd. Wij hebben geen vastgestelde overeengekomen procedure of methode aangetroffen waarin afspraken en/of specificaties staan beschreven over de wijze waarop in de organisatie gewerkt wordt met de GDI.
Wij begrijpen uw toelichting goed, wij hebben echter geen documenten en/of toelichtingen in ons onderzoek kunnen achterhalen waarin één op één inzichtelijk is gemaakt wat de effecten en verbanden zijn tussen de uitgevoerde projecten/acties en de bereikte GDI-scores. De RKC beoogt geen suggestie te wekken dat ‘Milieu en Energie’ wordt gezien als zijnde exclusief behorende tot ‘het duurzaamheidsterrein’.
Over de opmerking dat de bovengemiddelde score voor een belangrijk deel gerealiseerd wordt door de hoge subscore op ‘Economie’: deze score is onderdeel van de totale duurzaamheidsscore en staat niet op zichzelf. De opmerking suggereert dat ‘Milieu en Energie’ nog steeds wordt gezien als exclusief behorende tot ‘het duurzaamheidsterrein’. Graag bovenstaande in het onderzoeksrapport nuanceren. Pagina 12, Inleiding hoofdstuk 2: Het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 is gebaseerd op de Duurzaamheidsnota, het Convenant Duurzaam Bouwen en de Gemeentelijke Duurzaamheid Index. Zoals het nu beschreven staat lijkt het alsof er geen onderlinge relatie is tussen de documenten. Graag dit in het onderzoeksrapport verduidelijken. Pagina 15/16, 3.4 - Communicatie duurzaam bouwen: Gasloos bouwen is inmiddels verplicht bij nieuwbouw.
Dit is verduidelijkt in het rapport, op pagina 14.
Dit is toegevoegd op pagina 36, 3.4.
Pagina 61 van 66
Pagina 17, 5.1 - Activiteit uitvoeren i.s.m. ondernemers Steenbergen: In 2020 is er een werkgroep duurzaamheid opgestart voor het bedrijventerrein Reinierpolder. Hieraan nemen verschillende ondernemers die gevestigd zijn op het bedrijventerrein deel. Pagina 19, 7.1 - Opstellen regionale kansenkaart mestvergisting (2016-2017): “Regionaal niet uitgevoerd: Wordt meegenomen in de Regionale Energie Strategie.” Dit is niet het geval. Wel wordt er in de RES een regionale structuur warmte opgenomen. Hierbij wordt gekeken naar gemeente overstijgende warmtebronnen. Pagina 19, 7.2 - Stimuleren toepassing duurzame energieopwekking (o.a. Warmte Koude Opslag): “De Verklaring van Steenbergen energieneutraal in 2040 is ondertekend door de gemeente en haar maatschappelijke partners (2016).” De gemeenteraad heeft in de vergadering op 9 juli jl. de doelstelling bijgesteld naar energieneutraal in 2050. “De Visie Energie en Ruimte wordt opgesteld, die richting gaat geven aan de opgave energietransitie (vaststelling gemeenteraad gepland 2020).” De Visie Energie en Ruimte is op 9 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. “In 2019/2020 is/wordt deelgenomen aan het project Regionale Energiestrategie.
Deze geeft inzicht in de benodigde acties op de verschillende schaalniveaus en de governance om de klimaatdoelstellingen te halen.” De gemeente Steenbergen werkt binnen de regio West-Brabant gezamenlijk met vijftien gemeenten, de provincie Noord-Brabant, de waterschappen Brabantse Delta en Rivierenland en netbeheerder Enexis aan de RES. De RES is een instrument om te komen tot een regionaal afgestemde bijdrage aan de nationale klimaatdoelen. Het gaat om 1) de duurzame opwekking van elektriciteit, 2) de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en 3) de daarvoor benodigde opslagcapaciteit en infrastructuur. De RES heeft een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. Uiterlijk 1 juli 2021 dienen alle regio’s de definitieve RES, ook wel de RES 1.0 genoemd, aan het Rijk aan te bieden. De RES moet vervolgens minimaal eens in de twee jaar herzien worden. Pagina 21, 7.6 - Energiebesparingsactie woningeigenaren: “De gemeente faciliteert door: gronden beschikbaar te stellen, vergunning verlenen, (start)bijdragen (2 x € 5000) en een garantstelling i.v.m. aansluitkosten van het zonneveld op het elektriciteitsnet, en communicatie.” De gemeente heeft een startbijdrage van € 5.000, - verstrekt aan Duurzaam Steenbergen. Daarnaast ontvangt de energiecoöperatie zowel in 2020 als in 2021 een subsidie van € 5.000, -.
Pagina 21, 7.7 - Continuering regionale actie energieambassadeurs: “De energieambassadeurs vormen ondertussen de energie coöperatie.” Niet alle energieambassadeurs zijn onderdeel van Duurzaam Steenbergen, alleen Pagina 21, 7.9 - Inrichting regionaal energieloket (regionale actie): “In 2019 is Steenbergen zelf een overeenkomst met het Energieloket aangegaan voor de duur van 2 jaar. Kosten € 3.700,00 per jaar.”
Dit is toegevoegd op pagina 38, 5.1.
Dit is toegevoegd op pagina 39, 7.1.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 40, 7.2.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 40, 7.2.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 40, 7.2.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 40, 7.2.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 40, 7.2.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 42, 7.6. Met hierbij de opmerking dat deze aanvulling ook al stond vermeld in de laatste kolom: Door de organisatie gegeven antwoorden op de Rekenkamercommissie vragen. De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 42, 7.6. Met hierbij de opmerking dat deze aanvulling ook al stond vermeld in de laatste kolom: Door de organisatie gegeven antwoorden op de Rekenkamercommissie vragen. De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 42, 7.7. Met hierbij de opmerking dat deze aanvulling ook al stond vermeld in de laatste kolom: Door de organisatie gegeven antwoorden op de Rekenkamercommissie vragen. Vanwege privacy regels, heeft de RKC namen weggelaten. De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 43, 7.9. Met hierbij de opmerking dat deze aanvulling ook al stond vermeld in de laatste kolom: Door de organisatie gegeven antwoorden op de Rekenkamercommissie vragen.
Pagina 62 van 66
De kosten voor het Regionaal Energieloket bedragen per jaar € 5.634, - exclusief btw per jaar. Pagina 29, Tabel 3: “Ondersteuning regionale initiatieven energiebesparing particuliere woningbouw (2016-2017)” wordt genoemd als een voorbeeld van een project/ actie waarbij een SMARTformulering ontbreekt. Dit is echter een project van de VNG en Regio West-Brabant (RWB) waar wij als gemeente aan deel hebben genomen. De VNG heeft geen SMART-doelstelling vooraf geformuleerd. Het doel van de ondersteuningsstructuur was: allianties op het gebied van energie op lokaal niveau laten ontstaan. Hieruit zijn de energiecoöperatie Energiek Brabantse Wal en later de energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen en het Regionaal Energieloket ontstaan. Pagina 32, 3.1 tweede alinea: Als toelichting/reactie op de bewering, dat de monitoring van indicatoren van duurzaamheidsonderdelen niet eenduidig plaatsvindt in de organisatie: de duurzaamheid van de gemeente Steenbergen wordt niet binnen de organisatie gemeten, maar gebeurt binnen de landelijke GDI. Zo heeft de raad het gewild en staat het in het Uitvoeringsprogramma. Pagina 39, De organisatie: “Hoewel het gemeentebestuur de doelstelling heeft bij de top 100 gemeenten te komen, is bij de organisatie niet bekend of deze doelstelling is behaald.” Deze doelstelling is in het uitvoeringsprogramma bijgesteld naar het ‘behalen van een score 5,0 eind 2018’.
Deze bijstelling is expliciet vermeld in het raadsvoorstel met betrekking tot het Uitvoeringsprogramma, echter niet als apart beslispunt. Tot slot Graag geven wij de volgende tips/suggesties/aandachtspunten mee aan de RKC: Beschrijf (ook voor de blik op de toekomst) de huidige ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid – nationaal, regionaal en lokaal; Geef in het rapport meer achtergrond over de periode waarin het Uitvoeringsprogramma 2016-2018 is opgesteld en uitgevoerd. Zo bestond ten tijde van het opstellen van het uitvoeringsprogramma het Klimaatakkoord nog niet; Probeer in het rapport de dynamiek van het beleidsterrein duurzaamheid nadrukkelijker naar voren te brengen. De ontwikkelingen op dit beleidsterrein gaan ontzettend hard. Geef inzicht in de beperkte beschikbare capaciteit (aantal fte (beleids)medewerker duurzaamheid) en de capaciteit die beschikbaar was voor de coördinatie van het uitvoeringsprogramma. Was er voldoende capaciteit beschikbaar? Hoe was dit in andere gemeenten (in de regio of van vergelijkbare omvang) gesteld? Om de leesbaarheid van het rapport te vergroten, kan nog eens kritisch worden gekeken naar de plaats van figuren en tabellen in het rapport. Wat kan eventueel naar de bijlage worden verplaatst? Let daarnaast op het taalgebruik, zodat het rapport voor eenieder goed te volgen is.
De tekstuele aanvulling is toegevoegd op pagina 43, 7.9. Dit is aangepast op pagina 15, voetnoot 11. Echter, dit neemt niet weg dat de gemeente vanuit haar eigen regierol SMARTdoelstellingen hierover kan formuleren, en daarmee een goed beeld kan krijgen over de voortgang en resultaten ervan.
Wij begrijpen uw toelichting/reactie. Met ons betoog beogen we de organisatie te voorzien van suggesties om het werken aan monitoring van duurzaamheidsinitiatieven te verbeteren en te versterken. De strekking van ons betoog is dan ook om de GDI in de organisatie centraal te stellen, maar vooral ook daarna op subonderdelen te verankeren. Hiermee ontstaat meer inzicht in de verhouding tussen bereikte resultaten en de daarmee gepaard gaande kosten van inzet van mensen en middelen. Uw aanvulling is toegevoegd op pagina 24.
De RKC heeft kennisgenomen van uw tips/suggesties/aandachtspunten. Enkele opmerkingen hierover: De doelstelling van het onderzoek (zie pagina 4) en de daarvan afgeleide onderzoeksvragen bepalen de focus waarop de RKC zich richt bij haar onderzoeken. Een aantal lay-out wijzigingen zijn aangebracht in het rapport.
Pagina 63 van 66
Bijlage 6. Bestuurlijke reactie
Pagina 64 van 66
Pagina 65 van 66
Bijlage 7. Nawoord RKC Wij danken het college voor de constructieve reactie op de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksrapport. Zoals door uw college en door de rekenkamercommissie is opgemerkt, is het een gegeven dat ‘Duurzaamheid’ een zeer breed begrip is. Ondanks dat gegeven levert het onderzoek een aantal aanknopings- en leerpunten op, die de gemeente Steenbergen verder brengen om haar doelstellingen en ambities op het vlak van Duurzaamheid te realiseren. Wij zijn blij met de positieve terugkoppeling van het college op de conclusies en aanbevelingen. Wij zien daarom aanleiding om in dit nawoord aan te geven dat wij erop vertrouwen dat het college van burgemeester en wethouders onze conclusies en aanbevelingen opneemt in de jaarrekening(en), zodat de gemeenteraad de voortgang op de verdere uitwerking ervan goed kan volgen.
Pagina 66 van 66