01. Onderzoeksrapport RKC Duurzaamheid.pdf
Tekst van het document
Rekenkamercommissie Postbus 6 4650 AA STEENBERGEN
Onderzoeksrapport:
Duurzaamheid in de gemeente Steenbergen Een zoektocht naar de richting in de ambitie
Inhoud
Rapport in het kort ......................................................................................................................... 3 Inleiding.................................................................................................................................................. 3 Doelstelling van het onderzoek ............................................................................................................. 4 Onderzoeksvragen ................................................................................................................................. 4 Normenkader ......................................................................................................................................... 4 Beantwoording van de onderzoeksvragen ............................................................................................ 4 Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................. 6 1.
Inleiding ................................................................................................................................ 10 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 10 1.2 Doel- en vraagstelling van het onderzoek ..................................................................................... 11 1.3 Werkwijze in vogelvlucht ............................................................................................................... 11 1.4 Leeswijzer....................................................................................................................................... 12
2.
Stand van zaken uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018 ........................................ 14 2.1 SMART overzicht projecten/acties 2016-2018 .............................................................................. 14 2.2 Analyse ........................................................................................................................................... 14 2.3 Verbeterpunten en suggesties voor het werken aan duurzaamheid ............................................ 15 2.4 Samenvatting ................................................................................................................................. 16
3.
Resultaten afgenomen interviews.......................................................................................... 18 3.1 Inleiding.......................................................................................................................................... 18 3.2 Woordenwolken en analyses ......................................................................................................... 18 3.3 Monitoring nader beschouwd ....................................................................................................... 23 3.4 Verbeterpunten voor het werken aan duurzaamheid................................................................... 25 3.5 Samenvatting ................................................................................................................................. 26
4. Onderzoeksvragen en normenkader, conclusies en aanbevelingen ............................................. 28 4.1 Beantwoording van de onderzoeksvragen .................................................................................... 28 4.2 Conclusies en aanbevelingen ......................................................................................................... 30 Bijlagen ........................................................................................................................................ 32 Bijlage 1. SMART overzicht projecten/acties 2016-2018 (en 2019) .................................................... 33 Bijlage 2. Financiële specificaties ......................................................................................................... 47 Bijlage 3. Verantwoording van het onderzoek .................................................................................... 52 Bijlage 4. Ambtelijke reactie ................................................................................................................ 55 Bijlage 5. Reactie op ambtelijk wederhoor .......................................................................................... 60 Bijlage 6. Bestuurlijke reactie............................................................................................................... 64 Bijlage 7.
Nawoord RKC........................................................................................................................ 66
Pagina 2 van 66
Rapport in het kort Inleiding
Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Steenbergen is uitgewerkt in verschillende documenten1. In deze documenten is voor een omvangrijk deel het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid beschreven. Duurzaamheid is een ‘breed’ begrip en kent vele definities. De gemeente Steenbergen stelt dat zij structureel en op een integrale manier werkt aan een leefbare samenleving, waarin mensen in hun basisbehoeften kunnen voorzien, zonder dat de basisbehoeften van toekomstige generaties in het gedrang komen. De gemeente verwijst daarbij naar de definitie van de commissie Brundtland2, in haar rapport: ‘Our common future’ (1987): ‘Leefbaarheid op de lange termijn kan alleen worden gewaarborgd wanneer bij alle ontwikkelingen een balans wordt gevonden tussen sociale aspecten ('people'), milieuaspecten ('planet') en economische aspecten ('profit')’. Ook wel de drie p’s genoemd. Figuur 1 toont op hoofdlijnen de samenhang tussen de drie p’s, de onderwerpen en thema’s die daarbij een rol spelen.
People
Woonomgeving Onderwijs Veiligheid Gezondheid
Energie Klimaat Grondstoffen Landschap
Sociale cohesie Cultuur Participatie
Maatschappij gemeente Steenbergen
Lucht-water Bodem Grondwater Calamiteiten
Infrastructuur Auto/openbaar vervoer Wandelen
Werk/arbeid Economische structuur Kennis
Planet
Profit
Figuur 1 Samenhang drie P’s, onderwerpen en thema’s
De toenemende aandacht voor duurzaamheid, de daarvoor ingezette middelen en de daarbij bereikte resultaten, waren voor de rekenkamercommissie Steenbergen (hierna: RKC), reden voor het uitvoeren van een onderzoek naar duurzaamheid in de gemeente Steenbergen. 1
De Duurzaamheidsnota Steenbergen 2012-2020, coalitieprogramma 2014-2018 en het Uitvoeringsprogramma ‘Duurzaamheid 2016-2018 Gemeente Steenbergen’. 2 De RKC merkt hierbij op dat de letterlijke definitie van duurzaamheid, uit het Brundtland rapport als volgt luidt: "Een ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van het heden, zonder de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien in het gedrang te brengen".
Pagina 3 van 66
Doelstelling van het onderzoek
De doelstelling van het onderzoek is om de gemeenteraad op hoofdlijnen inzicht en een beoordeling te geven van het Uitvoeringsprogramma ‘Duurzaamheid 2016-2018 Gemeente Steenbergen (hierna: uitvoeringsprogramma). Daarnaast heeft de RKC onderzocht in welke mate de gemeente Steenbergen invulling geeft en heeft gegeven aan hetgeen in de Duurzaamheidsnota Steenbergen 2012-2020 (hierna: duurzaamheidsnota) is opgetekend. Hierbij doelen we op de strategie van het werken aan duurzaamheid: naast het zelf doen, anderen te willen stimuleren door het bevorderen van: - Informeren; - Inspireren; - Motiveren; - Reguleren; - Faciliteren/ organiseren. Hiervoor heeft de RKC verschillende vertegenwoordigers van externe organisaties geïnterviewd. Zij vormen een onderdeel van de sociale aspecten ('people'), milieuaspecten ('planet') en economische aspecten (‘profit'). De vertegenwoordigers hebben vanuit hun perspectief en beleving meningen, suggesties en ideeën naar voren gebracht over hoe zij het stimuleren van de gemeente ervaren. Dit heeft geleid tot verschillende interessante inzichten en uitingen.
Onderzoeksvragen
De onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd: Centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze voert de gemeente Steenbergen het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018 uit en in hoeverre is deze uitvoering doeltreffend en doelmatig? Vier deelvragen: 1. Wat is de stand van zaken van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018? 2. Zijn de uitgangspunten van het Uitvoeringsprogramma voldoende concreet geformuleerd? 3. In welke mate wordt de Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (GDI) effectief gebruikt? 4. Is de gemeenteraad doormiddel van de begroting, jaarverslag of andere stukken voldoende geinformeerd door het college, over de resultaten van het Uitvoeringsprogramma en de uitgaven ervan?
Normenkader
De resultaten van het onderzoek zijn getoetst aan vooraf gestelde normen ofwel beoordelingscriteria. Voor elke deelvraag zijn criteria opgesteld. In hoofdstuk 4.1 staat de beoordeling nader uitgewerkt.
Beantwoording van de onderzoeksvragen
Centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze voert de gemeente Steenbergen het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018 uit en in hoeverre is deze uitvoering doeltreffend en doelmatig? Beantwoording: De gemeente voert het uitvoeringsprogramma uit aan de hand van verschillende beschreven projecten. Vanwege het ontbreken van SMART geformuleerde doelstellingen is de doeltreffendheid niet eenduidig vast te stellen. Verder is er geen inzicht in de relatie tussen inzet van middelen en de bereikte resultaten. Dit maakt dat de RKC ook geen beoordeling kan geven over doelmatigheid van het Uitvoeringsprogramma.
Pagina 4 van 66
Beantwoording vier deelvragen: 1. Wat is de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma? Uit de bestudeerde documenten en overige informatiebronnen blijkt dat de doelstellingen en ambities een logisch geheel vormen met de visie. In het algemeen ontbreekt het bij de uitvoering (de projecten/acties) aan: a. inzicht in inzet van mensen/uren en middelen b. SMART geformuleerde ambities/doelstellingen en c. streefwaarden (Kritieke Prestatie Indicatoren oftewel KPI’s). Inzicht hierbij is ook een belangrijk vereiste voor het bepalen van een juist evenwicht tussen de benodigde arbeidscapaciteit en de te realiseren duurzaamheidswerkzaamheden. Parallel hieraan is het ook een vereiste om een sterkere en meer integrale regie op landelijke en regionale duurzaamheidsontwikkelingen te organiseren. Dit biedt bijvoorbeeld meer kansen op het verkrijgen van financiële middelen (subsidies). Doordat de doelstellingen en ambities merendeels tekstueel en kwalitatief van aard zijn, is het niet mogelijk om te beoordelen of er volledig inzicht is in de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma. Er wordt momenteel gewerkt aan het opstellen van een nieuw uitvoeringsprogramma. 2. Zijn de uitgangspunten van het uitvoeringsprogramma voldoende concreet geformuleerd? Doordat het ontbreekt aan SMART geformuleerde doelstellingen, is niet helemaal inzichtelijk hoe succesvol het programma is uitgevoerd.
Hoewel merendeels kwalitatief van aard, wordt voldoende inzicht gegeven welke projecten/acties bijdragen aan welke onderdelen van duurzaamheid. Het uitvoeringsprogramma en de onderzochte onderliggende documenten geven duidelijk inzicht in de betrokken partijen en hun rol die zij daarbij vervullen. 3. In welke mate wordt de GDI effectief gebruikt? Gezien het feit dat de GDI niet als standaardinstrument gebruikt wordt door de medewerkers en alle afdelingen, is niet aan te geven of de tips die uit de monitor komen effect hebben. Overall scoort de gemeente Steenbergen bovengemiddeld op de GDI (6,0 versus 5,8 in vergelijking met Nederland). Maar dat is niet te danken aan het effectief gebruik van de GDI. De bovengemiddelde score wordt voor een belangrijk deel gerealiseerd door de hoge sub-score op ‘Economie’: Steenbergen 7,5, Nederland: 6,5. Op de sub-score ‘Milieu en Energie’ scoort Steenbergen 4,9 en Nederland 5,1. De gemeentelijke ambities lijken op basis van bovengenoemde scores gemiddeld genomen gerealiseerd te zijn. Echter, op basis van het onderzoek heeft de RKC geen direct verband kunnen leggen tussen de GDI en/of projecten/acties uit het uitvoeringsprogramma. 4.
Is de gemeenteraad door middel van de begroting, jaarverslag of andere stukken voldoende geïnformeerd door het college, over de resultaten van het uitvoeringsprogramma en de uitgaven ervan? De verstrekte informatie aan de gemeenteraad gebeurt via jaarlijkse begrotingen en rekeningen, raadsmededelingen, werkprogramma’s Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB), jaarverslagen, uitvoeringsplannen en collegebesluiten. Op basis van de hierboven opgesomde documenten is de raad niet in staat om daadwerkelijk de resultaten van het uitvoeringsprogramma te doorgronden. Een compleet financieel inzicht in zowel de kosten als baten van het uitvoeringsprogramma ontbreekt. De mate waarin de gemeente Steenbergen anderen probeert te stimuleren met het werken aan duurzaamheid, is onderzocht door het afnemen van interviews bij vertegenwoordigers van externe organisaties. Zij vormen onderdeel van de sociale aspecten ('people'), milieuaspecten ('planet') en economi-
Pagina 5 van 66
sche aspecten (‘profit'). Een selectie van meningen, suggesties en ideeën, aangehaald door de geïnterviewde personen – over de wijze waarop de gemeente Steenbergen invulling geeft aan het stimuleren van anderen (informeren, inspireren, motiveren, reguleren en faciliteren) – staat in de hiernavolgende figuur 2 weergegeven. Het volledig overzicht met meningen, suggesties en ideeën leest u in paragraaf 3.2. “Wij vinden dat de gemeente Steenbergen inwoners, bedrijven en organisaties op het gebied van duurzaamheid weinig informeert, stimuleert, inspireert, motiveert, reguleert en faciliteert om grootschalige duurzame projecten mede tot stand te brengen. Een duurzame samenleving bouwen we samen. Gezien de klimaatdoelstellingen en de lokale opgave voor de gemeente Steenbergen denken wij dat de gemeente Steenbergen op dit vlak nog winst kan behalen.”
“In onze optiek zijn de jaarlijks terugkerende behandeling van de kadernota en het vaststellen van de programmabegroting belangrijke instrumenten waarmee de gemeenteraad sturing kan geven aan het thema duurzaamheid.”
“De overgang naar een duurzame energievoorziening vraagt veel ruimte, waardoor het landschap in de gemeente Steenbergen in de nabije toekomst op veel plekken gaat veranderen. Daarom is een democratische besluitvorming met ruimte voor inbreng en alternatieven vanuit bewoners en lokale initiatieven heel belangrijk.”
“Verduurzaming gaat ook door zonder de gemeente. Echter…het helpt wel enorm als je te maken hebt met een regisserende gemeente. ….richting aangeven en consistent beleid is daarbij belangrijk.”
“……..dat de energietransitie betaalbaar moet zijn voor iedereen, ook voor mensen met een smalle beurs of zelfs zonder beurs. Dat houdt bijvoorbeeld in dat de duurzame energieopwekking zoveel mogelijk ook bij de burgers moet blijven liggen…”
Figuur 2 Selectie van door extern geïnterviewde personen aangehaalde meningen, suggesties en ideeën
De antwoorden op de onderzoeksvragen leiden samen met overige onderzoeksresultaten tot de hierna opgetekende conclusies en aanbevelingen.
Conclusies en aanbevelingen
Conclusie 1 Uit de literatuur is op te maken dat het begrip duurzaamheid een zeer breed begrip is en veel onderwerpen en thema’s omvat. De gemeente Steenbergen hanteert voor het begrip de definitie van de commissie Brundtland, opgetekend in haar rapport: ‘Our common future’ (1987): ‘Leefbaarheid op de lange termijn kan alleen worden gewaarborgd wanneer bij alle ontwikkelingen een balans wordt gevonden tussen sociale aspecten ('people'), milieuaspecten ('planet') en economische aspecten ('profit')’. Deze Pagina 6 van 66
definitie biedt mogelijkheden om onderwerpen en thema’s van duurzaamheid te rubriceren en daarbij na te gaan welke ervan de meeste duurzaamheidswinst opleveren. De indicatoren in de GDI hebben vooral betrekking op particulieren, waarbij op redelijk korte termijn de meeste winst lijkt te behalen is op de aspecten: vervoerswijze, hernieuwbare energie, CO2-uitstoot wegverkeer en woningen, energieverbruik woningen, huishoudelijk afval en afvalscheiding. Echter, meer dan particulieren vervullen bedrijven een bepalende rol bij het tot stand brengen van CO2-reductie en het realiseren van andere duurzaamheidsverbeteringen. Daarbij is ook duidelijk dat de gemeente voor veel duurzaamheidsthema’s en onderwerpen een stimulerende en regierol heeft. Maar, tegelijkertijd ook een controlerende en handhavende rol bij bedrijven. Dit alles laat onverlet dat de gemeente samen met bedrijven zich meer gaat richten op het ontwikkelen van duurzaamheidsindicatoren. Voor aanknopingspunten voor het ontwikkelen van indicatoren kan geput worden uit de ‘Termijnrapportages’ van de Omgevingsdienst Middenen West-Brabant. Verder hebben grotere bedrijven een energiebesparingsplicht. Daarnaast geldt voor bedrijven sinds 2019 een informatieplicht. De gemeente kan zich meer inzetten om deze twee plichten transparant te maken en te (laten) versterken en strak te monitoren.
Aanbeveling 1 aan de gemeenteraad Bepaal of en op welke wijze u geïnformeerd wilt worden over de uitvoering en voortgang van duurzaamheidsverbeteringen. Stel een kader op met daarin concreet geformuleerde onderdelen en/of thema’s van duurzaamheid, waarvan u op reguliere basis inzicht wilt hebben en in de tijd bezien de resultaten ervan wilt volgen of monitoren. Belangrijke items hierbij zijn: transparant inzicht in CO2 cijfers/reductie en inzicht in effecten van maatregelen, zoals: de mate waarin bedrijven voldoen aan hun energiebesparings- en informatieplicht. Verzoek vervolgens uw college om u hierover te informeren, zodat u tijdig en gerichter kunt controleren en (bij)sturen. Aanbeveling 1 aan het college Stel een overzicht samen waarin alle onderwerpen en thema’s die onder het begrip duurzaamheid vallen, genoemd worden. Geef daarbij op een integrale wijze de belangrijkste issues aan die een prominente rol innemen, en welke afdelingen/teams verantwoordelijk zijn voor de uitvoering ervan. Bepaal daarbij ook of er een juist evenwicht is tussen de benodigde arbeidscapaciteit en de te realiseren duurzaamheidsdoelstellingen. Kijk daarbij in eerste instantie naar onderdelen van de milieu en energie aspecten, vanuit de GDI of de Klimaatmonitormilieuaspecten en beoordeel daarbij of zij uitvoerbaar zijn.
Ontwikkel en implementeer vervolgens een passend instrument, zoals bijvoorbeeld een dashboard om te monitoren en integraal (in alle lagen van de organisatie) bruikbaar is voor de gemeente Steenbergen. Hierdoor ontstaat een mogelijkheid om in de tijd bezien helder inzicht te krijgen in vooraf opgestelde ambities, doelen en resultaten. Overweeg daarnaast ook om te kijken naar meetinstrumenten die gebruikt worden door buurgemeenten. Maak als gewenst gebruik van suggesties die de GDI geeft over milieuaspecten. Voer vervolgens aan de hand van het hiervoor aangehaalde overzicht overleg met uw gemeenteraad, zodat dit ook voor hen een eenduidig en samenhangend geheel vormt. Organiseer en communiceer een heldere regiestructuur in uw organisatie, om daarmee de uitvoering en voortgang met behulp van de ontwikkelde monitor/dashboard in goede banen te leiden. Conclusie 2 Het onderzoek toont aan dat slechts een deel van de projecten/activiteiten – zoals aangegeven in het uitvoeringsprogramma – gekwantificeerd zijn. Dit maakt het voor de raad lastig om de resultaten van het uitvoeringsprogramma te volgen en Duurzaamheidsdoelstellingen te controleren. Aanbeveling 2 aan het college Stel bij een herzien of nieuw op te stellen uitvoeringsprogramma SMART geformuleerde doelen en/of activiteiten met bijhorende Kritieke Prestatie Indicatoren op. Draag zorg dat de indicatoren onderdeel
Pagina 7 van 66
vormen van een monitor en richt vervolgens de uitvoering van het programma in op basis van een procesgeoriënteerde bedrijfsvoering. Conclusie 3 Uit ons onderzoek blijkt dat over de wijze waarop de gemeente Steenbergen anderen wil stimuleren, een aantal kritische meningen naar voren komt. Tegelijkertijd brengen de meeste criticasters ook suggesties en ideeën naar voren voor verbeteringen. In de figuren 4 en 5 en onder het kopje Analyse op pagina 21, staan deze uitvoerig (geparafraseerd) beschreven. Aanbeveling 3 aan het college Besteed beduidend meer aandacht aan het communiceren naar inwoners over duurzaamheid. Zodanig dat dit leidt tot meer bewustwording. Geef hen daarbij ook meer inzicht in de effecten en mogelijkheden van duurzaamheid (kosten/baten). Breng uitvoeriger de mogelijkheden van stimuleringsleningen en andere activiteiten die de gemeente uitvoert of nog moet uitvoeren onder de aandacht. Geef daarbij inwoners een podium om hun ervaringen daarover breed kenbaar te maken, faciliteer en stimuleer dit. Laat inwoners meer participeren in onderwerpen die leiden tot meer verduurzaming. Maak – daar waar mogelijk – nog meer gebruik van sociale media en combineer dit meer met de gemeentelijke website. Promoot en breng veel meer dan nu succesvolle duurzaamheidsverbeteringen die plaatsvinden door zowel inwoners als bedrijven, voor het voetlicht.
Een suggestie hierbij is om het belang en de jaarlijkse, gezamenlijke voortgang op het niveau van de hele gemeente inzichtelijk en toegankelijk te maken met behulp van een dashboard.
Pagina 8 van 66
Hoofdstuk
Inleiding
Pagina 9 van 66
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
Beleidsmatig maakt de gemeente Steenbergen zich al jarenlang sterk voor duurzaamheid (of duurzame ontwikkeling). In de duurzaamheidsnota formuleert zij dit als volgt: De gemeente Steenbergen maakt zich sterk voor duurzaamheid. Dit betekent dat structureel en op een integrale manier gewerkt wordt aan een leefbare samenleving waarin mensen in hun basisbehoeften kunnen voorzien, zonder dat de basisbehoeften van toekomstige generaties in het gedrang komen (naar de definitie van duurzaamheid uit Our common future, van de commissie Brundtland: 1987). Leefbaarheid op de lange termijn kan alleen worden gewaarborgd wanneer bij alle ontwikkelingen een balans wordt gevonden tussen sociale aspecten ('people'), milieuaspecten ('planet') en economische aspecten ('profit').
In de praktijk betekent dit dat in Steenbergen: - continu gewerkt wordt aan een gezonde, veilige en leefbare samenleving; - verspilling (en uitputting) van grond- en hulpstoffen, water en energie wordt voorkomen; - alternatieven worden toegepast voor voorraden die op termijn schaars of moeilijk toegankelijk worden (innovatie); - sociale aspecten zoals eerlijke handel en arbeidsparticipatie worden bevorderd; - een bijdrage wordt geleverd aan het behoud van biodiversiteit en groene ruimte; - in het kader van een leefbare samenleving, rekening wordt gehouden met onafwendbare ontwikkelingen zoals klimaatverandering; - lange termijn denken wordt gestimuleerd; - bij dit lange termijn denken naast financiële/economische aspecten ook andere aspecten worden meegenomen; de zogenaamde 'people, planet, profit'-gedachte. De hiervoor aangehaalde duurzaamheidsnota schetst een overkoepelend strategisch kader voor de verduurzaming van de gemeente. De nota bestaat uit een visie, strategie en programmering. Op verschillende thema’s zijn ambities geformuleerd, instrumenten en acties benoemd waarmee de ambities (subdoelen) kunnen worden volbracht. Naast de ambities in de nota, is in het coalitieprogramma3 tot doel gesteld om in de gemeente Steenbergen een Gemeentelijke Duurzaamheidsindex (hierna: GDI) te hebben. Ambitie is om hiermee als gemeente in de top 100 van Nederland te staan.
Ook is op het gebied van bouwen en wonen een verdiepingsslag in de duurzaamheidsambities gemaakt in het ‘Convenant Duurzaam Bouwen’. Uiteindelijk leiden deze documenten tot een zeer uitgebreide set ambities op het gebied van duurzaamheid. Het uitvoeringsprogramma duurzaamheid maakt de ambities tweejaarlijks inzichtelijk. Daarnaast geeft het aan wat de stand van zaken is op het gebied van de ambities en wat de concrete vervolgstappen zijn. Daarnaast is in het coalitieakkoord 2014-2018 uitgesproken om de thema’s duurzaamheid & innovatie hoger op de agenda zetten. Duurzaamheid & innovatie wordt niet enkel gezien als een opdracht om bewust om te gaan met de natuurlijke middelen. Het wordt ook gezien als een kans waardoor duurzaamheid vanaf 2015 een apart programma is gaan vormen in de programmabegroting. Om het gemeentelijk beleid richting te geven wordt gebruik gemaakt van de GDI als basis. Met deze index wordt gemeten op welke terreinen de gemeente Steenbergen vooruitgang heeft geboekt als duurzame gemeente.
3 Door de verantwoordelijke coalitie.
Pagina 10 van 66
De RKC heeft onafhankelijk besloten om de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid inzichtelijk maken. Aanleiding is de relevantie uit het coalitieakkoord en de brede (en uitdijende) set ambities die de gemeente Steenbergen op het gebied van duurzaamheid heeft benoemd. De RKC wil de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid inzichtelijk maken door enerzijds te beoordelen of de ambities allemaal ook haalbaar en meetbaar zijn. Anderzijds wordt beoordeeld of de gekozen ambities, doelstellingen en het gekozen instrumentarium zorgen voor het effectief bijdragen aan een duurzamer en daarmee leefbaar Steenbergen.
1.2 Doel- en vraagstelling van het onderzoek
De doelstelling van het onderzoek is om de gemeenteraad op hoofdlijnen inzicht en een beoordeling te geven van het Uitvoeringsprogramma ‘Duurzaamheid 2016-2018 Gemeente Steenbergen’; De onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd: Onderzoeksvragen: Centrale onderzoeksvraag: Op welke wijze voert de gemeente Steenbergen het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018 uit en in hoeverre is deze uitvoering doeltreffend en doelmatig? Vier deelvragen: 1. Wat is de stand van zaken van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018? 2. Zijn de uitgangspunten van het Uitvoeringsprogramma voldoende concreet geformuleerd? 3. In welke mate wordt de GDI effectief gebruikt? 4.
Is de gemeenteraad door middel van de begroting, jaarverslag of andere stukken voldoende geïnformeerd door het college, over de resultaten van het Uitvoeringsprogramma en de uitgaven ervan? In het kader van haar strategie heeft de gemeente Steenbergen in haar Duurzaamheidsnota Steenbergen 2012-2020 het volgende bepaald: Naast het zelf doen, anderen stimuleren door het bevorderen van: - Informeren: Waarom is duurzame ontwikkeling belangrijk? - Inspireren: Wat zijn de mogelijkheden voor duurzaam handelen? - Motiveren: Wat levert duurzaam handelen concreet op? - Reguleren: Wat zegt de wet- en regelgeving over duurzaamheid? - Faciliteren/ organiseren: o Met welke partijen kan worden samengewerkt? o Wat zijn de financieringsmogelijkheden? Zijn er subsidiemogelijkheden en zo ja, hoe kunnen de doelgroepen hier gebruik van maken? o Hoe kunnen samenwerkingsverbanden opgezet worden? Op basis van voornoemde strategie heeft de RKC ook onderzoek gedaan naar de mate waarin de gemeente invulling gaf aan de strategie in de duurzaamheidsnota. Daarvoor zijn interviews afgenomen bij vertegenwoordigers van externe organisaties.
1.3 Werkwijze in vogelvlucht
Om de onderzoeksvragen te beantwoorden heeft de RKC een uitgebreide set documenten opgevraagd bij de ambtelijke organisatie. Vervolgens zijn deze documenten geanalyseerd. Een aantal belangrijke documenten daarbij zijn: - Duurzaamheidsnota Steenbergen 2012-20204; - Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018 en; - het coalitieakkoord 2014-2018. 4 Op 31 mei 2012 heeft de gemeenteraad van Steenbergen de Duurzaamheidsnota Steenbergen 2012–2020 vastgesteld.
Pagina 11 van 66
Aansluitend namen we interviews af bij wethouders, (beleid)medewerkers van de gemeente en bij verschillende vertegenwoordigers van externe partijen. De externe partijen vormen een doorsnede vanuit de duurzaamheidsperspectieven: sociaal, milieu en economie (de 3 p’s: people, planet en profit). Op basis van de daaruit verkregen informatie trok de RKC conclusies en formuleerde ze aanbevelingen. Vervolgens is het conceptonderzoeksrapport voor ambtelijke en bestuurlijke wederhoor aangeboden aan respectievelijk de ambtelijke organisatie en het college. Tot slot is het definitieve rapport aangeboden aan de gemeenteraad.
1.4 Leeswijzer
Om bondig en snel een eerste indruk te krijgen van de inhoud van het rapport, begint het rapport met een korte uiteenzetting: ‘rapport in het kort’. Het huidige hoofdstuk bevat de aanleiding van het onderzoek, de doel- en vraagstelling en de werkwijze in vogelvlucht. Hoofdstuk 2 toont de uitgangsonderdelen van het uitvoeringsprogramma en gaat inhoudelijk in op de uitgangspunten en resultaten ervan. Dit vormt de basis waarmee de RKC de onderzoeksvragen 1 en 2 beantwoordt. Hoofdstuk 3 bespreekt de resultaten van de afgenomen interviews met wethouders, ambtenaren en vertegenwoordigers van externe partijen en gaat kort in op het onderdeel monitoring. De resultaten leiden tot verbeterpunten en naar voren gebrachte meningen, ideeën en suggesties om het werken aan duurzaamheid te versterken. En zij vormen de basis waarmee de RKC de onderzoeksvragen 3 en 4 beantwoordt. Tot slot gaat hoofdstuk 4 in op de beantwoording van alle onderzoeksvragen, conclusies en aanbevelingen.
Pagina 12 van 66
Hoofdstuk Stand van zaken uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018
Pagina 13 van 66
2. Stand van zaken uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2016-2018
Dit hoofdstuk gaat in op de stand van zaken met betrekking tot het uitvoeringsprogramma. Hierbij wordt verwezen naar het SMART overzicht projecten/acties 2016-2018 wat is opgenomen in bijlage 1. Dit overzicht vormt een onderdeel van een aantal met elkaar samenhangende beleidsdocumenten, zoals: - Het uitvoeringsprogramma; - Duurzaamheidsnota; - Convenant Duurzaam Bouwen. Hierbij wordt opgemerkt dat dit overzicht – voor zo ver van toepassing – ook informatie biedt over activiteiten en projecten die uitgevoerd zijn in 2019.
2.1 SMART overzicht projecten/acties 2016-2018
De tabel in bijlage 1 geeft het SMART overzicht projecten/acties 2016-2018 (en 2019) weer5. Het overzicht bevat de stand van zaken van de uitvoering van duurzaamheidsprojecten en acties. Deze komen voor een groot deel overeen met de 24 onderdelen zoals die in de GDI6 staan vermeld. Het overzicht is opgesteld door de organisatie (door de betreffende ambtenaren). Vervolgens heeft de RKC een aantal inhoudelijke vragen gesteld over het overzicht. Deze vragen zijn beantwoord door de ambtenaren. De antwoorden zijn door de RKC niet inhoudelijk geverifieerd7. De vragen van de RKC en de reacties hierop door de ambtenaren zijn in het overzicht weergegeven in respectievelijk de laatste twee kolommen. In het overzicht staan bij verschillende onderwerpen verwijzingen naar toelichtingen op de bijbehorende financiën. De toelichtingen staan in bijlage 28.
2.2 Analyse
Het overzicht in bijlage 1 laat zien dat op een breed vlak aan verschillende onderdelen en onderwerpen van duurzaamheid door de gemeente gewerkt is en wordt. Concreet gaat het om: - een algemeen deel - communicatie als cruciaal onderdeel - duurzame gemeentelijke bedrijfsvoering - duurzaam ontwikkelen en bouwen - duurzaam beheren - duurzaam ondernemen/duurzame mobiliteit - duurzaam wonen en leven - duurzame energieopwekking - sociale duurzaamheid (met twaalf onderliggende onderdelen)9. Het overzicht eindigt met solvabiliteitsratio eigen vermogen/vreemd vermogen en heffingen (OZB-tarief). En zoals al aangegeven in paragraaf 2.1, komen de onderdelen voor een groot deel overeen met de 24 onderdelen van de GDI. Daar waar het voor de gemeentelijke organisatie mogelijk was, hebben zij in het overzicht per project/actie de stand van zaken toegelicht. 5 Het overzicht bevat op een aantal plaatsen de afkorting: c.p. en een letter-/cijfercombinatie, zoals bijvoorbeeld: c.p. MR3a. De letters c.p.
betekenen: ‘collegeprogramma’ en de letter-/cijfercombinaties zijn afkomstig uit het in 2015 geldende collegeprogramma 2015 (het jaar waarin het uitvoeringsprogramma werd opgesteld). De in het uitvoeringsprogramma opgenomen acties correspondeerden met de collegeprogramma-onderdelen met dat specifiek genoemde nummer. 6 De GDI bevat de volgende drie thema’s met onderliggend 24 onderwerpen: 1. Mens en Maatschappij (minima, onderwijs, sociale zekerheid, gender gelijkheid, sport, burgerparticipatie en veiligheid), 2. Milieu en Energie (CO2-wegverkeer, vervoerswijze, hernieuwbare energie, CO2woningen, energiebesparing, energiegebruik, afvalscheiding, huishoudelijk afval, natuur, lucht en water), 3. Economie (werkloosheid, Jeugd en werkloosheid, werkgelegenheid, solvabiliteit en woonlasten). 7 De reden voor het niet verifiëren, is dat de betreffende ambtenaren de informatie opgeleverd hebben, onder auspiciën van de organisatie controller. De RKC heeft daarbij wel de aangegeven bijlagen ingezien, die in de antwoorden van de ambtenaren genoemd zijn. 8 in de vorm van acht specificaties: 1.1 - 2.5 - 2.6 - 3.5 - 4.2 - 4.4 - 6.1 - 7.7. 9 De twaalf onderdelen zijn: minima, onderwijs, sociale zekerheid, gender gelijkheid, gezondheid/ernstig overgewicht volwassene, gezondheid/ernstig overgewicht kinderen, sport, burgerparticipatie, veiligheid, werkloosheid, jeugdwerkloosheid werkgelegenheid.
Pagina 14 van 66
De RKC constateert dat het overzicht: ‘SMART overzicht projecten/acties’ geen recht doet aan de naam. Dit komt doordat definities van: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden niet gespecificeerd zijn en ontbreken. Vervolgens is ook niet inzichtelijk, wat de bijbehorende Kritieke prestatie-indicatoren (KPI’s) zijn. SMART geformuleerde projecten/acties in combinatie met KPI’s en een vorm van monitoring maken het mogelijk om de uitvoering van projecten/acties te analyseren en de regie erover te behouden. Daardoor ontstaat een continu gestructureerd proces. De RKC heeft geconstateerd dat voor een aantal uitgevoerde projecten/acties de bereikte resultaten in verschillende rapportages terug te vinden zijn. Echter is dit beperkt en gefragmenteerd van aard. Dit is te voorkomen door gebruik te maken van de Plan-Do-Check-Act cyclus. Daarmee blijven alle onderdelen in beeld. Daarnaast onderkent de RKC dat het niet voor alle uit te voeren projecten/acties mogelijk is om ze SMART te formuleren, maar voor een aantal is dat wel het geval. Ter illustratie hieronder in tabel 1 een aantal voorbeelden uit het SMART overzicht projecten/acties, waarbij SMART-formuleringen ontbreken.
3.1 - Continuering toepassing dzh10 -ladder bij RO-initiatieven (regulier werk) 3.3 - Ondersteuning regionale initiatieven energiebesparing particuliere woningbouw (2016-2017)11 3.6 - Per te verkopen bouwkavel overwegen of GPR12-ambitie uit Convenant Dubo13 wordt toegepast 3.8 - GPR-berekeningen vragen bij grotere bouwprojecten 3.9 - Steekproefsgewijs controleren GPR-berekeningen 8.7 - Uitvoeren volwassenen-en ouderenmonitor (2016-2018) (reeds gepland)
Tabel 1 Voorbeelden van projecten/acties waarbij SMART-formuleringen ontbreken
2.3 Verbeterpunten en suggesties voor het werken aan duurzaamheid
Op basis van het onderzoek adviseert de RKC aan de raad een aantal verbeterpunten en doet een aantal suggesties voor de interne organisatie. Interne organisatie Door de focus meer te leggen op wat het bestuur wil bereiken met duurzaamheidsprojecten/acties, is het belangrijk om in de organisatie een aantal vaste werkzaamheden in te bedden. Allereerst dienen (daar wat dat mogelijk is) de ambities van de projecten/acties SMART geformuleerd te worden. Om vervolgens de voortgang van de projecten/acties inzichtelijk te maken, is het noodzakelijk om een vorm van monitoring te ontwikkelen. Hierbij is vooral van belang dat de monitoring integraal van opzet is, zodat de organisatie zich minder richt op activiteiten, maar vooral inzet op processturing. Tot slot vereist effectieve processturing een sterke regie op de voortgang, waarbij het Plan-Do-Check-Act principe een vast onderdeel vormt. Heldere formulering van doelstellingen Een heldere formulering van doelstelling betekent dat het voor zowel de organisatie als college en raad helder is wat de doelstellingen zijn op het gebied van duurzaamheid. Daarnaast is het van belang om de doelstellingen te operationaliseren. Met andere woorden: een concretisering van het doel zodat het tijdens de uitvoering maar ook na afloop gemeten kan worden of en in hoeverre de doelstelling is gerealiseerd.
10 Duurzaamheidsladder.
Dit is echter een project van de VNG en Regio West-Brabant (RWB) waar wij als gemeente aan deel hebben genomen. De VNG heeft geen SMART-doelstelling vooraf geformuleerd. Het doel van de ondersteuningsstructuur was: allianties op het gebied van energie op lokaal niveau laten ontstaan. Hieruit zijn de energiecoöperatie Energiek Brabantse Wal en later de energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen en het Regionaal Energieloket ontstaan. 12 GPR Gebouw is een dubo-instrument, oorspronkelijk ontwikkeld door gemeente Tilburg als Gemeentelijke Praktijk Richtlijn voor duurzaam bouwen. 13 Zie: http://dubo.odbn.nl/convenant/wat-is-het-convenant 11
Pagina 15 van 66
Borging integraliteit Tijdens het onderzoek is gebleken dat duurzaamheid een containerbegrip is. Dit is ook aanleiding dat het niet helemaal duidelijk is voor het bestuur en/of de organisatie wat de toegevoegde waarde is van dit thema. Hierbij is ook het risico dat er gedacht wordt in kolommen en dat er gewerkt wordt op basis van activiteiten. Met andere woorden: het ontbreken van verbanden met andere thema’s kan ertoe leiden dat doelstellingen niet behaald worden of kansen niet verzilverd worden. Communicatie Het is van belang om helder te communiceren wat de verwachtingen zijn ten aanzien van duurzaamheid. Het is een veronderstelling voor de RKC dat duurzaamheid voor inwoners een ingewikkeld begrip is. In eerste instantie denkt men aan zonnepanelen of windturbines. Echter, duurzaamheid is in elk aspect van de bedrijfsvoering maar ook in beleidsprogramma’s een essentieel onderdeel. Hierdoor is het belangrijk om vanuit verwachtingenmanagement helder en transparant te zijn in wat er verstaan wordt onder duurzaamheid.
2.4 Samenvatting
In dit hoofdstuk is de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma toegelicht en aansluitend een analyse uitgevoerd. De analyse leidt tot een aantal verbeterpunten en suggesties om het werken aan duurzaamheid te verbeteren. Bij veel projecten/acties ontbreekt het ambitieniveau, in de vorm van kritieke prestatie-indicatoren en streefwaarden. Hier ligt een rol voor de gemeenteraad om in dialoog met het college een kader daarvoor op te stellen. Daardoor is het mogelijk voor de gemeenteraad om te controleren of de doelen en streefwaarden zijn bereikt.
Pagina 16 van 66
Hoofdstuk Resultaten afgenomen interviews
Pagina 17 van 66
3. Resultaten afgenomen interviews 3.1 Inleiding
De afgenomen interviews bij ambtenaren, wethouders en vertegenwoordigers van externe organisaties, hebben een veelheid aan informatie opgeleverd over het werken aan duurzaamheid door de gemeente Steenbergen. Deze informatie had betrekking op het verbeteren van het werken aan duurzaamheid door de gemeente Steenbergen. Het gaat dan om met name naar voren gebrachte aandachts- en verbeterpunten, aangehaalde meningen, suggesties en ideeën om de verbeteringen tot stand te brengen. De interviewinformatie is in paragraaf 3.2 inzichtelijk gemaakt door middel van twee ‘woordenwolken’ en kaders waarin quotes staat weergegeven. Deze drie weergaven tonen in één oogopslag de mate waarin woorden en woordencombinaties ten opzichte van elkaar wat meer of wat minder in de interviews ter sprake kwamen. De woordenwolk in figuur 3 geeft een impressie van de bij de ambtenaren en wethouders afgenomen interviews. De woordenwolk in figuur 4, het kader met quotes in figuur 5 en de quotes onder het kopje Analyse op pagina 21, geven een impressie van de afgenomen interviews bij vertegenwoordigers van externe partijen. Uit de afgenomen interviews bij ambtenaren en wethouders komt ook duidelijk naar voren dat er verschillende beelden en opvattingen bestaan ten aanzien van monitoring van indicatoren van duurzaamheidsverhoudingscijfers. Monitoring vindt niet eenduidig plaats in de organisatie.
In de beleidsstukken van de gemeente Steenbergen staat opgetekend dat als instrument voor de monitoring de GDI gebruikt wordt. Paragraaf 3.3 geeft een beknopte beschouwing op de monitoring in de gemeentelijke organisatie. Vervolgens gaat paragraaf 3.4 in op verbeterpunten en sluit dit hoofdstuk af met een samenvatting.
3.2 Woordenwolken en analyses
Figuur 3 Woordenwolk afgenomen interviews in de gemeentelijke organisatie
Pagina 18 van 66
Vooraf Als interviewmethode is gekozen / kozen we voor een semigestructureerde interviewmethode. Dit betekent dat afhankelijk van de rol en positie van de geïnterviewden de vier deelvragen van het onderzoek en aanvullende vragen voorgelegd zijn om te beantwoorden. Op basis van de gegeven antwoorden stelden we vervolgens open vragen . Dit alles heeft geleid tot vele aandachts- en verbeterpunten, aangehaalde meningen, suggesties en ideeën om het werken aan duurzaamheid door de gemeente Steenbergen te verbeteren. Analyse Zoals uit de woordenwolk in figuur 4 (pagina 19) is op te maken, zijn inzichten, meningen en ideeën over de GDI relatief vaak ter sprake gekomen in de interviews met ambtenaren en wethouders. Zoals al aangestipt in de inleiding, gaat paragraaf 3.3 hier verder inhoudelijk op in. Hoewel er op basis van alle naar voren gebrachte inzichten uiteraard altijd wel nuances mogelijk zijn, zijn er meerdere keren en in verschillende interviews een aantal zaken en suggesties naar voren gebracht, die om verbeteringen vragen. Meer aandacht vraagt: het versterken van de organisatiekracht; het integraal werken en; het zoeken naar een evenwichtige balans tussen het werk dat uitgevoerd moet worden voor duurzaamheid en de daarvoor benodigde arbeidscapaciteit.
Daarbij is het soms ook meer gewenst om specifieke kennis over duurzaamheidsinitiatieven in te huren en vooraf te onderzoeken wat de haalbaarheid is van dergelijke initiatieven. Om het werken aan duurzaamheid te versterken en beter in te bedden in de organisatie, is het vooral van belang dat de gemeenteraad een kader stelt voor duurzaamheidsonderwerpen die zij van belang achten, en waar de organisatie vervolgens de focus op kan richten. Het benoemen van concrete doelen is hierbij belangrijk. Een aantal naar voren gebrachte doelen is: energietransitie; klimaatadaptatie; biodiversiteit en; circulaire economie. Een koppeling van het duurzaamheidsbeleid in de Plan-Do-Check-Act cyclus helpt bij het inzichtelijker maken en bijsturen van duurzaamheidsprojecten. Het creëren van duurzaamheidbewustwording bij inwoners kan meer versterkt worden door middel van effectiever communiceren. Ook het uitvoeren van enquêtes onder inwoners over duurzaamheidsonderwerpen, biedt kansen om de resultaten ervan te gebruiken bij het opstellen van beleid. Hiermee kan het draagvlak onder de inwoners vergroot worden. Een belemmering die hierbij naar voren komt is, dat het uitvoeren van een enquête niet altijd vanzelfsprekend is vanwege de beschikbare capaciteit en andere prioriteiten.
Pagina 19 van 66
Figuur 4 Woordenwolk afgenomen interviews bij vertegenwoordigers van externe organisaties
"Samen met een flink aantal betrokken burgers, bedrijven en instellingen uit de gemeente een duurzaamheids-agenda ontwikkelen, en ervoor zorgen dat deze agenda voortvarend wordt opgepakt en uitgevoerd"
"We missen een visie vanuit de gemeente. We zien geen stimulering van duurzaamheidsmaatregelen. De particulier moet het zelf uitzoeken"
"De gemeente heeft een coördinerende rol om partijen samen te brengen"
"Aanbieden van stimuleringsmaatregelen"
"De gemeente moet haar inwoners meer stimuleren. Particulieren moet veel zelf uitzoeken. Onbekendheid over stimuleringsmaatregelen. Website gemeente niet overzichtelijk. Weinig aansluiting bij inwoners"
"De daadwerkelijke verduurzaming gaat ook door zonder de gemeente"
"Communicatie tussen raadsleden en ambtenaren. Uit de plannen van de ambtenaren blijkt nergens de input die wij de raadsleden hebben meegegeven"
"Als de gemeente hier wat flexibeler in zou zijn dan is de kans groot dat meer inwoners hun input willen geven en de kwaliteit van de informatie toeneemt"
"De gemeente heeft een kaderstellende rol en controlerende rol"
Figuur 5 Quotes afgenomen interviews bij vertegenwoordigers van externe organisaties
Vooraf Als interviewmethode, is gekozen voor een semigestructureerde interviewmethode. Dit betekent dat hen gevraagd is wat zij vinden van de wijze waarop de gemeente Steenbergen invulling geeft aan haar
Pagina 20 van 66
strategie van het werken aan duurzaamheid: naast het zelf doen, anderen te willen stimuleren door het bevorderen van: Informeren; Inspireren; Motiveren; Reguleren; Faciliteren/ organiseren. Vervolgens zijn naar aanleiding van de antwoorden hierop aanvullend open vragen gesteld. Analyse De inzichten, meningen, ideeën en suggesties over duurzaamheidsontwikkelingen in de gemeente Steenbergen, die vertegenwoordigers van externe partijen belangrijk vinden en naar voren brengen, blijken omvangrijk. Veel voorkomende genoemde onderwerpen, hebben betrekking op de manier waarop en de mate waarin de gemeente invulling geeft aan het informeren van inwoners over duurzaamheidsontwikkelingen. Daarbij in het oog springende onderdelen zijn: beter en nog meer communiceren, waarbij ook meer gebruik gemaakt kan worden van social media.
“De sociale media (facebook, twitter, Instagram) zouden inderdaad beter en meer benut kunnen worden. En dan niet alleen geschreven mededelingen, maar bijvoorbeeld korte animatiefilmpjes, en waarin je mensen ziet. De gedachte erachter is dat je mensen kunt overtuigen als je andere mensen uit je dorp hoort praten over duurzaamheid.”
“Wij vinden dat de gemeente Steenbergen inwoners, bedrijven en organisaties op het gebied van duurzaamheid weinig informeert, stimuleert, inspireert, motiveert, reguleert en faciliteert om grootschalige duurzame projecten mede tot stand te brengen. Een duurzame samenleving bouwen we samen. Gezien de klimaatdoelstellingen en de lokale opgave voor de gemeente Steenbergen denken wij dat de gemeente Steenbergen op dit vlak nog winst kan behalen.”
De rol en positie die de gemeente inneemt met betrekking tot duurzaamheidsontwikkelingen zijn niet altijd even duidelijk. Suggesties die naar voren komen om dit te verbeteren zijn: het innemen van een sterkere regisserende rol, het voeren van consistent beleid, kansen die energietransitie biedt beter benadrukken en meer bewustzijn over duurzaamheidsontwikkelingen ten toon spreiden.
“Het helpt wel enorm als je te maken hebt met een regisserende gemeente. Belangrijk hierin zijn richting aangeven en consistent beleid.”
“Samenvattend kan gesteld worden dat er te weinig inzicht is in een route en monitoring. Het zou goed zijn dat de gemeenteraad zichzelf afvraagt welke positie en/of rol zij inneemt ten aanzien van energie. Daarbij wel goed kijken wat we aankunnen (behapbaar). Vergezichten zijn daarbij onzin. Er moet wel al nagedacht worden over het aanleggen van tracés en netwerken voor elektrische energie.”
Pagina 21 van 66
Algemeen over visie en specifiek over visie Energie & Ruimte en het werken aan duurzaamheid, brengen enkele geïnterviewden het volgende naar voren:
“De Visie Energie & Ruimte is in mijn ogen goed doordacht; er is ook goed nagedacht over de mogelijke consequenties van het beleid als er geen duidelijke randvoorwaarden worden gesteld”
“Als je een visie hebt dan maakt het niet uit wanneer je er komt als je er maar komt.”
“Er zou op programmaniveau gewerkt moeten worden. Niet meer projectmatig werken maar meer gebiedsgericht, ook voor een (middel) langere termijn. Er moet worden afgestapt van het kort cyclisch werken en denken.”
In het algemeen vindt een aantal geïnterviewden dat werken aan duurzaamheid een samenspel is tussen gemeente, inwoners en dorpsraden. Specifiek vooral omdat duurzaamheid een verandering tot stand brengt van de ruimte en het landgebruik.
“De overgang naar een duurzame energievoorziening vraagt veel ruimte, waardoor het landschap in de gemeente Steenbergen in de nabije toekomst op veel plekken gaat veranderen. Daarom is een democratische besluitvorming met ruimte voor inbreng en alternatieven vanuit bewoners en lokale initiatieven heel belangrijk”
Ook sociale aspecten van duurzaamheidsontwikkelingen vragen aandacht. Denk hierbij aan de betaalbaarheid en daarbij oog hebben voor eventueel optredende ‘energie-armoede’. Verdergaande stimuleringsregelingen (subsidies en leningen) worden gezien als hulpmiddel om de energietransitie verder te brengen. Er zijn twijfels over de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen en enkele geïnterviewden ervaren daarbij een afwachtende houding van de gemeente. Daarnaast spreken enkelen hun zorg uit over dat de gemeente geen eisen stelt aan bedrijven ten aanzien van de energietransitie. En ook zijn er zorgen over het wel of niet kunnen financieren door eigenaren, van het verduurzamen van particulieren
Pagina 22 van 66
woningen, met name woningen uit de jaren zestig. Daaraan gekoppeld is een verzoek aan de gemeente om daarover meer informatie te verstrekken, zodat eigenaren daarin de juiste keuzes kunnen maken.
“De gemeente staat – mede samen met haar inwoners – aan de lat om samen de transitie te maken en dan moet je wel stimuleren. Het gebruik van duurzaamheidsleningen moet je nu als particulier zelf uitzoeken. Dat weten heel veel mensen niet. Onbekend dat er een fonds is voor stimuleringsmaatregelen. Hier zou meer over gecommuniceerd moeten worden. De website van de gemeente is niet heel overzichtelijk. Naast de website zou de gemeente gebruik kunnen maken van social media om aansluiting te vinden bij inwoners.”
“De gemeente moet haar inwoners meer stimuleren. Particulieren moeten veel zelf uitzoeken. Onbekendheid over stimuleringsmaatregelen. Website gemeente niet overzichtelijk. Weinig aansluiting bij inwoners.”
Wat je ook kunt stellen is dat duurzaamheid wel vaak een ondergeschoven kind is. De deadline van 2050 is wel een prikkel voor het realiseren van de doelstelling. Het is verder ook belangrijk om te werken aan bewustwording in financiële zin. Met andere woorden; wat het kost en wat het oplevert om duurzaamheid te realiseren.”
“Het realiseren van een duurzaamheidscentrum waar de gemeente de grootste participant is. Daarnaast bijvoorbeeld het beschikbaar stellen van groenleningen. Het centrum is dan een plek waar je vragen kunt stellen over duurzaamheid en waar verschillende organisaties/expertises uit de sector bij elkaar zitten.“
“De doelstelling van de gemeente Steenbergen om in 2040 energieneutraal te zijn vind ik mooi maar ook ambitieus: het vergt al op korte termijn een doordacht plan hoe die doelstelling waar te maken, ook gegeven het grote economische belang en het enorme huidige fossiele energieverbruik van de glastuin-bouwconcentratiegebieden in de gemeente. Ook daar liggen echter kansen voor andere voordelen dan enkel CO2-neutraliteit, die meegenomen dienen te worden bij het uitwerken van een doordacht plan. Een belangrijk onderdeel van het benodigde plan betreft de warmtetransitie, en dat is een onderwerp dat ook de burgers in ernstige mate raakt.“
Tot slot geeft een aantal geïnterviewden aan overtuigd te zijn dat het werken aan verduurzaming de komende jaren ook zonder de gemeente gewoon voortgang zal vinden. Eén persoon verwoordt dit als volgt: “Verduurzaming gaat ook door zonder de gemeente. Echter…het helpt wel enorm als je te maken hebt met een regisserende gemeente. ….richting aangeven en consistent beleid is daarbij belangrijk.”
3.3 Monitoring nader beschouwd
Monitoring is het systematisch volgen van relevante ontwikkelingen. Het gemeentebestuur van Steenbergen wil de GDI gebruiken om in 4 jaar tijd binnen de top 100 van Nederland te komen14.
14 Deze doelstelling is in het uitvoeringsprogramma bijgesteld, zie pagina 25.
Pagina 23 van 66
De kaders Begin 2014 is door de landelijke Stichting Duurzame Samenleving de GDI gepresenteerd. Deze index, beschikbaar voor alle gemeenten in Nederland, meet hoe duurzaam elke gemeente is aan de hand van een set van 24 indicatoren. Elke twee jaar wordt een nieuwe versie van de GDI gepresenteerd. Voor alle indicatoren die gebruikt zijn in de GDI zijn landelijk cijfers beschikbaar, bijvoorbeeld bij het CBS. Op basis van de gegevens uit de landelijk beschikbare cijfers, is een score per indicator en een gemiddelde score (de GDI) per gemeente berekend. De GDI van de gemeente Steenbergen bedroeg bij de start, in 2014: 4,7. Gemeente Steenbergen zat met deze score in de middenmoot. De GDI bevat, net als de Duurzaamheidsnota, veel 'planet-onderwerpen'. Er zijn dus veel onderwerpen die zowel in de GDI als in de Duurzaamheidsnota staan: de zogenaamde 'overlap' onderwerpen. Daarnaast besteedt de GDI ook aandacht aan onderwerpen als onderwijs, sociale zekerheid, werkgelegenheid e.d. (de Sociale Duurzaamheid). In het collegeprogramma was onder actie MR1b opgenomen: de GDI gebruiken om de komende 4 jaar binnen de top 100 gemeenten te komen. Bij deze doelstelling is op de eerste plaats de moeilijkheid, dat niet bekend is welke GDI-scores andere gemeenten (door hun extra inzet) de komende vier jaar gaan behalen.
Als vervolgens de indicatoren van de GDI worden beschouwd, worden daarnaast de volgende opmerkingen geplaatst: De gebruikte gegevens waarmee de GDI (in 2014) is/wordt bepaald, zijn helaas niet altijd even recent en/of gemeente specifiek; In veel gevallen zijn de scores maar beperkt beïnvloedbaar; De uiteindelijke scores blijven ook vaak afhankelijk van gedrag van inwoners en bedrijven ondanks de extra inzet van de gemeente. Uit het voorgaande volgt dat het lastig is om aan te geven wat exact nodig is om aan de ambitie van het gemeentebestuur te voldoen. In het uitvoeringsprogramma werd toch een poging gedaan, door per indicator aan te geven: Welke gegevens de basis vormen voor de score; Wat de stand van zaken is ten aanzien van het onderwerp dat hoort bij de betreffende indicator; Welke acties in gang gezet kunnen worden om de score te verbeteren. Daarbij wordt zoveel mogelijk ingezet op het 'laaghangend fruit': met de meest voor de hand liggende acties wordt geprobeerd een zo hoog mogelijk resultaat te behalen. Eerder is gesteld dat, om te behoren bij de top 100 GDI-gemeenten van Nederland, de gemiddelde score van de gemeente Steenbergen in elk geval moet stijgen van nu 4,7 (aardige middenmoot) naar 4,9 - 5,0.
Om beter gerichte acties uit te kunnen zetten besloot het college actie MR1 b uit het collegeprogramma te wijzigen in: De Gemeentelijke Duurzaamheidsindex-score gebruiken om de komende vier jaar minimaal een score van 5,0 te behalen. Hierbij werd nogmaals opgemerkt dat de extra acties zeker zouden leiden tot een verbetering van de score, maar dat geen enkele zekerheid kon worden gegeven over het bereiken van de ambities van de gemeenteraad/ons college vanwege de hiervoor genoemde opmerkingen. De organisatie Tijdens het onderzoek is uit de interviews gebleken dat er aanzienlijke verschillen zijn tussen de medewerkers als het gaat om bekendheid met de GDI. Bij een enkeling is de GDI niet bekend, bij het gros is de GDI wel bekend maar wordt er eigenlijk niet mee gewerkt. Vaak wordt gebruik gemaakt van specifiekere indicatoren voor het betreffende beleidsveld en blijkt de GDI minder passend. Intern wordt de
Pagina 24 van 66
vraag gesteld of de GDI wel dé monitor is voor gemeente Steenbergen, of dat er naar een andere monitor gekeken moet worden. Een aandachtspunt bij de GDI is de actualiteit van informatie. Het is goed om te beseffen dat de GDI 2019 gebaseerd is op gegevens uit 2016-2017, er verschillende bronhouders zijn gebruikt en de jaren tussen gemeenten verschillen. Dit maakt een goed, onderling vergelijk erg lastig. Daarnaast maakt deze vertraging in de monitoring het lastig om een actueel beeld van de resultaten te zien. Hierdoor mis je de kans en wordt het een stuk lastiger om de acties bij te sturen als men ziet dat de resultaten achterblijven bij de doelstellingen. Hoewel het gemeentebestuur de doelstelling heeft bij de top 100 gemeenten te komen, is bij de organisatie niet bekend of deze doelstelling is behaald. Deze doelstelling is in het uitvoeringsprogramma bijgesteld naar het ‘behalen van een score 5,0 eind 2018’. Deze bijstelling is expliciet vermeld in het raadsvoorstel met betrekking tot het Uitvoeringsprogramma, echter niet als apart beslispunt. De resultaten Wanneer je op dit moment de GDI raadpleegt scoort de gemeente Steenbergen een 6,0 waar Nederland gemiddeld op een 5,8 uitkomt. Terugkijkende op voorgaande resultaten, waar gemeente Steenbergen op een 4,7 uitkwam lijkt het beleid zijn vruchten af te werpen.
3.4 Verbeterpunten voor het werken aan duurzaamheid
De afgenomen interviews bij de ambtenaren, wethouders en verschillende vertegenwoordigers van externe partijen, geven een uitgebreide bron aan informatie over hoe de geïnterviewden denken over het werken aan duurzaamheid door de gemeente. Vanuit hun visie dragen zij voorbeelden, ideeën en suggesties aan, die door de gemeente gebruikt kunnen worden als verbeterpunten. Een aantal daarvan: Duurzaamheid meer systematisch en integraal inbedden in de organisatie, Meer mogelijkheden bieden om ambtenaren te kunnen laten sparren met raadsleden/fractieleiders. Dit biedt ruimte om wederzijdse ambities op het vlak van duurzaamheid te verduidelijken, Meer communiceren over duurzaamheid naar inwoners, meer bewustwording creëren bij hen en de effecten van duurzaamheidsinitiatieven en -verbeteringen uitgebreider onder hun aandacht brengen, Het nog meer promoten van goede voorbeelden wat bedrijven bereiken op het gebied van duurzaamheidsverbeteringen. Een ander en belangrijk verbeterpunt is het eenduidig samen- en vaststellen van een monitor, die in de tijd bezien helder inzicht geeft in vooraf opgestelde ambities, doelen en resultaten. De mate van succes van een dergelijke monitor hangt in hoge mate af van de manier waarop de organisatie er gebruik van maakt.
Een randvoorwaarde hierbij is dat alle betrokkenen tijd en energie investeren in het maken van keuzes over een passende monitor, die integraal (in alle lagen van de organisatie) en vanuit praktisch oogpunt bruikbaar is voor de gemeente Steenbergen. Hierbij hoort onlosmakelijk ook bijzondere aandacht voor de interne communicatie, zodat alles rondom het gebruik van de monitor voor alle betrokkenen helder is. Toepassing van een op de organisatie afgestemde monitor biedt ook mogelijkheden om de beleidscyclus (agendavorming – besluitvorming – beleidsuitvoering – beleidsevaluatie) en de PlanDo-Check-Act cyclus ‘rond’ te maken. En, tot slot, een impuls kan geven aan de organisatieambitie om in plaats van op activiteiten te acteren meer door te ontwikkelen naar een op proces georiënteerde organisatie.
Pagina 25 van 66
3.5 Samenvatting
In dit hoofdstuk is aan de hand van afgenomen interviews met ambtenaren, wethouders en vertegenwoordigers van externe partijen een breed scala aan aandachts- en verbeterpunten, meningen, suggesties en ideeën, naar voren gebracht door hen, over het werken aan duurzaamheid door de gemeente Steenbergen. De RKC heeft hierbij de keuze gemaakt om voor de gemeenteraad een aanzienlijk aantal daarvan, in de vorm woordenwolken en quotes inzichtelijk te maken. Zonder daarbij vanuit de RKC een oordeel te geven. Verder is specifiek en bondig de focus gericht op de GDI, een monitor om de voortgang van vooraf bepaalde duurzaamheidsindicatoren te kunnen volgen. In haar beleid geeft de gemeente aan de GDI te willen gebruiken, maar uit het onderzoek blijkt dat in de organisatie verschillende beelden en opvattingen bestaan over het gebruik ervan. En, op veel van de door betrokkenen aangehaalde argumenten - om de GDI wel of juist niet te gebruiken - is een mening te vormen. Vaststaat dat het gebruik van een monitor - in welke vorm dan ook - echter wel een noodzakelijk instrument is om relevante duurzaamheidsontwikkelingen te kunnen volgen. Als hierin geen inzicht is, is het praktisch onmogelijk om als gemeenteraad hierop te controleren en bij te (laten) sturen.