CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

P05134 3 BP Middenweg 5 Stede Broec vastgesteld 20221021

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Middenweg 5 Bovenkarspel22.637 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Middenweg 5 Bovenkarspel Gemeente Stede Broec Vastgesteld

Bestemmingsplan Middenweg 5 Bovenkarspel Gemeente Stede Broec Vastgesteld

Rapportnummer:

P05134_3

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0532.BPMiddenweg5-VG01

Datum:

21 oktober 2022

Opdrachtgever:

De Woonschakel

Projectteam BRO:

JvdA, LvK, JDO

Concept:

februari 2022

Voorontwerp:

april 2022

Ontwerp:

juli 2022

Vaststelling:

december 2022

Bron foto kaft:

Abstract 1

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan voor het mogelijk maken van woningbouw (14 sociale huurwoningen) en een kantoor voor De Woonschakel op de locatie Middenweg 5, Bovenkarspel BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1.INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

3 3 3 5 6

2.PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgestane ontwikkeling

7 7 8

3.BELEID 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

12 12 16 18 19

4.OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Kabels en leidingen 4.6 Externe veiligheid 4.7 Ecologie 4.8 Bodem 4.9 Water 4.10 Archeologie 4.11 Cultuurhistorie 4.12 Trillingshinder 4.13 Duurzaam bouwen 4.14 Bezonning 4.15 M.e.r.-beoordeling

25 25 26 27 28 30 30 35 38 39 41 42 42 44 45 46

5.UITVOERBAARHEID 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Economische uitvoerbaarheid

47 47 47

Inhoudsopgave

1

6.PLANSTUKKEN 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de analoge verbeelding 6.3 Toelichting op de regels

49 49 49 49

7.INSPRAAK, OVERLEG EN PROCEDURE 7.1 Overleg 7.2 Ontwerp

52 52 52

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladder voor duurzame verstedlijking Bijlage 2: Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerslawaai Bijlage 3: Externe veiligheid Bijlage 4: Verantwoording hoogte groepsrisico Bijlage 5: Quickscan en ecologisch onderzoek Bijlage 6: Stikstofonderzoek Bijlage 7: Indicatief bodemonderzoek Bijlage 8: Archeologisch advies Bijlage 9: Trillingsonderzoek Bijlage 10: Bezonningsstudie Bijlage 11: Aanmeldingsnotitie MER

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Midden in de kern Bovenkarspel, nabij het station Bovenkarspel-Grootebroek, de centrumvoorzieningen en het woongebied ligt de bedrijfs- en kantoorlocatie Middenweg 5. Op deze locatie is een bedrijfspand aanwezig, waarin een timmerwerkplaats is gevestigd. Daarnaast is hier het kantoor van stichting De Woonschakel gevestigd. De Woonschakel (hierna ook: initiatiefnemer) is voornemens om op deze locatie de bestaande bedrijfsbebouwing te amoveren en 14 (sociale huur)appartementen te realiseren. Tevens zal er een nieuw kantoor van de woningstichting komen. De mogelijkheid zal echter bestaan ook dit kantoorgedeelte in de toekomst in te zetten ten behoeve van wonen. In dat geval zullen nog 2 extra woningen worden gerealiseerd. Deze herontwikkeling is tevens aanleiding om de ruimtelijke kwaliteit aan de Middenweg te verbeteren waardoor dit deel van het centrumgebied van Bovenkarspel wordt opgewaardeerd. Dit betekent onder meer dat er meer groen wordt toegevoegd en het parkeren zoveel mogelijk uit het zicht wordt gerealiseerd. Het beoogde appartementengebouw met kantoor is op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Centrum Stede Broec’ niet mogelijk. Om het initiatief mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het nieuwe planologisch-juridische kader voor de locatie Middenweg 5.

In de voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het initiatief op de verschillende relevante onderdelen haalbaar en aanvaardbaar is.

1.2 Plangebied Het plangebied ligt aan de oostkant van het centrum van Bovenkarspel. Het plangebied betreft de kadastrale percelen sectie A, nummers 2362 en 2363 aan de Middenweg 5 te Bovenkarspel en heeft een oppervlakte van circa 2.985 m2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door een watergang met daarachter een woongebied. Aan de west- en oostzijde wordt het plangebied door woonbestemmingen aan respectievelijk de Stationslaan en de locatie Middenweg 7 begrensd. Op laatstgenoemde locatie wordt momenteel een appartementengebouw gerealiseerd op een voormalige bedrijfslocatie. De zuidelijke plangrens wordt gevormd door de Middenweg. Op de afbeeldingen in figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied in groter verband weergegeven. Daaronder is een gedetailleerde luchtfoto afgebeeld waarop de ligging van het plangebied in zijn omgeving te zien is. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

3

Figuur 1.1 Ligging en globale begrenzing plangebied

Hoofdstuk 1

4

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor onderhavig plangebied is het bestemmingsplan ‘Centrum Stede Broec, vastgesteld op 22 december 2016, vigerend. Een uitsnede van het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Centrum Stede Broec’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van dit vigerend bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘Bedrijf’. Over het meest oostelijke blok ligt de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – timmerwerkplaats’ en over de twee westelijke blokken ligt de functieaanduiding ‘kantoor’. Ook gelden verschillende bouwhoogten. Zo bestaat de maximale bouwhoogte uit 5 meter ter plaatse van de twee meest oostelijke blokken, en uit 7 meter op het meest westelijk gelegen blok. Tot slot geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Deze dubbelbestemming wordt nader toegelicht in paragraaf 4.10 ‘Archeologie’. De woningbouwontwikkeling is binnen de vigerende bestemming niet mogelijk. Bovendien worden met het beoogde nieuwe appartementengebouw de bouwgrenzen gedeeltelijk overschreden. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is daarom onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In de noordoostelijke hoek van het plangebied is de beheersverordening ‘Stede Broec Noord’ (25 april 2013) van toepassing. In deze hoek is een brug over de daar aanwezige watergang beoogd, die mogelijk later wordt gerealiseerd. Conform deze beheersverordening is dit niet mogelijk. Daarom is ook het betreffende gedeelte opgenomen in het plangebied van onderhavig bestemmingsplan.

Hoofdstuk 1

5

1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding (plankaart) waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, regels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 met de planbeschrijving, dit gaat in op de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de gewenste situatie. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met het beleid. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse planologische aspecten die van belang zijn voor het voorliggende bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag hoe hetgeen in voorliggend plan is vastgelegd juridisch wordt geregeld. In hoofdstuk 6 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

Hoofdstuk 1

6

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie De omgeving van het plangebied bestaat uit het centrumgebied van Bovenkarspel en Grootebroek. Het plangebied ligt aan de oostelijke rand van dit centrumgebied. De dorpen Bovenkarspel en Grootebroek zijn praktisch gezien samengesmolten tot één kern. Het centrumgebied bestaat onder andere uit het overdekte Winkelcentrum Het Streekhof, het gemeentehuis, andere detailhandel en dienstverlening. Deze voorzieningen bevinden zich ten westen van het plangebied. Ten noorden van het plangebied zijn woningen aanwezig. Ter hoogte van het plangebied is ten zuiden van de Middenweg een bedrijfsverzamelgebouw aanwezig waar detailhandel in niet dagelijkse goederen is gevestigd. Het betreffen winkels als de Action, Hema en woonwinkels. Op loopafstand is het treinstation van Bovenkarspel-Grootebroek aanwezig. Het plangebied is in de huidige situatie een bedrijfsperceel. Er is enigszins verouderde bedrijfsbebouwing aanwezig in de vorm van een kantoorgebouw en een timmerwerkplaats. Momenteel is initiatiefnemer stichting De Woonschakel gevestigd in het pand. Het plangebied is verder grotendeels verhard, met parkeervoorzieningen aan de voorzijde van het perceel. Langs de randen is beplanting aanwezig. Het perceel wordt aan de zuidzijde ontsloten op de Middenweg.

Het geheel geeft een versteende en grauwe indruk wat niet ten goede komt aan de ruimtelijke kwaliteit van dit deel van het centrumgebied Bovenkarspel-Grootebroek. Navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie van het plangebied en van de bebouwing aan de overzijde van de Middenweg. Tot slot maakt ook een deel van het openbaar gebied ten noorden van het bedrijfsperceel onderdeel uit van het plangebied. Hier is een watergang gelegen, die het bedrijfsperceel scheidt van het noordelijk gelegen woongebiedje aan de Zonnedauw.

Hoofdstuk 2

7

Figuur 2.1 Zicht op de bedrijfshal in het plangebied

Figuur 2.2 Zicht op de tegenover liggende bebouwing

2.2 Voorgestane ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens de huidige kantoor-/bedrijfslocatie te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De bestaande bebouwing wordt gesloopt en er wordt een nieuw hoogwaardig appartementencomplex met 14 sociale huurappartementen gerealiseerd, die onder beheer van de initiatiefnemer komen. Ook wordt er een kantoordeel gerealiseerd (circa 200 m2), waarbij de mogelijkheid bestaat dit deel in de toekomst ook in te zetten ten behoeve van wonen (2 extra woningen). De wooncorporatie zal dus ook in de toekomstige situatie gebruik maken van het kantoordeel in het pand en zal de sociale huurappartementen in haar eigendom en onder haar beheer hebben. Ondanks dat een deel van de bestaande kantoorfunctie nog ingezet zal worden voor de wooncorporatie, is de grootte

Hoofdstuk 2

8

van het huidige kantoor niet meer gewenst en bestaat er juist veel behoefte aan woningen, waardoor het voornemen tot transformatie een goede kans biedt voor een passende nieuwe invulling van deze locatie. De transformatie sluit ook aan bij de recente transformatie van een bedrijfsperceel naar een appartementengebouw op de naastgelegen locatie Middenweg 7. Het nieuwe appartementencomplex bestaat uit 3 bouwlagen, waarbij het kantoordeel laagbouw is (1 bouwlaag). De appartementen zullen variëren in grootte van circa 70 m 2 tot circa 80 m 2. Op de begane grond wordt in inpandige bergingen voorzien. Het kantoordeel wordt bouwkundig geschikt gemaakt om dit in de toekomst te kunnen omzetten in 2 extra woningen. Dit wordt met een afwijkingsbevoegdheid gefaciliteerd in het bestemmingsplan. De beoogde herontwikkeling biedt ook kansen om de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te verbeteren, in het bijzonder aan de Middenweg. Dit past ook in de recente centrumvisie van de gemeente (zie nader par. 3.4 hierover). Het omliggende terrein wordt ingericht met parkeerplaatsen en groenvoorzieningen, waarbij de parkeerplaatsen in tegenstelling tot in de huidige situatie zoveel mogelijk uit het zicht worden gerealiseerd. Hiertoe komt aan de achterzijde van het perceel een parkeerterrein voor de bewoners en voor personeel van het kantoor.

Het bezoekersparkeren voor het kantoorgedeelte vindt aan de voorzijde, aan de Middenweg, plaats. De westelijke en noordelijke strook van het plangebied worden groen ingericht en ook aan de voorzijde (zuidzijde) wordt groen toegevoegd. Tot slot wordt er aan de noordoostzijde van het plangebied mogelijk in de toekomst een brug aangelegd voor wandel- en fietsverkeer, met bijbehorend pad in het plangebied. Het bestemmingsplan is hierin faciliterend. In figuur 2.3 is de plattegrond van het toekomstige bouwplan weergegeven en in figuur 2.4 zijn impressies weergegeven van het planvoornemen.

Hoofdstuk 2

9

Figuur 2.3 Plattegrond bouwplan en toekomstige inrichting (incl. indicatieve positie brug)

Hoofdstuk 2

10

Figuur 2.4 Impressies toekomstige bebouwing

Hoofdstuk 2

11

3.

BELEID In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de beoogde invoering van de Omgevingswet heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.

Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;  Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is, gelet op de aard, omvang en ligging van het plan.

Hoofdstuk 3

12

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Doorwerking plangebied Zoals al in voorgaande paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking binnen dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.1 Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).

Doorwerking plangebied Het initiatief betreft de omzetting van een bestaande bedrijfs- en kantoorlocatie naar wonen ten behoeve van 14 woningen (maximaal 16 woningen na toepassing van een afwijkingsbevoegdheid). Daarnaast blijft er sprake van een kleinschalige kantoorfunctie. De ontwikkeling van meer dan 11 woningen is volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is hierop van toepassing. Het areaal aan kantooroppervlak neemt met de voorgenomen ontwikkeling af ten opzichte van de huidige situatie. De Ladder is op dit onderdeel niet van toepassing. In het kader van dit bestemmingsplan is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgevoerd. Deze is opgenomen in de bijlagen. Hierna worden de belangrijkste conclusies beschreven.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

Bij de toetsing van het initiatief aan de ladder zijn de volgende aspecten van belang:  Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling: wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte te bevatten binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de ontwikkeling.  De behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling: bij de beoordeling van de behoefte dient het bestaande aanbod en vraag betrokken te worden. Bovendien dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben, dat dit tot een onaanvaardbare situatie zal leiden uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening.  De ligging van de ontwikkeling binnen of buiten bestaand stedelijk gebied: op basis van met name de bestemming wordt beoordeeld of de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Als de woningbouwontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol.

Passend binnen behoefte van het ruimtelijk verzorgingsgebied Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor is gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek gaat het om gemeente Stede Broec als primair verzorgingsgebied en de regio Westfriesland als secundair verzorgingsgebied. Dit is ook het niveau waarop regionaal afspraken worden gemaakt over de woningbouwprogrammering. Het initiatief wordt passend geacht binnen de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Hieronder volgt een beknopte toelichting. De volledige onderbouwing van de woningbehoefte is opgenomen in bijlage 1 en 2 van deze notitie. Passend binnen beleidskaders Het planinitiatief past binnen de gestelde beleidskaders en draagt bij aan de beleidsdoelstellingen van Rijk, provincie, regio en gemeente:  Zowel de provincie als gemeente streeft naar het zoveel mogelijk realiseren van woningen binnen bestaand stedelijk gebied en nabij OV-knooppunten. Dit initiatief ligt binnen bestaand stedelijk gebied en op iets meer dan 100 meter afstand van een treinstation en bushalte en sluit dus goed aan op deze kaders.

 Onder andere de Woonagenda van de provincie Noord-Holland en het regionale beleid sturen op voldoende betaalbare en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Door de druk op de woningmarkt is er vanuit vrijwel alle doelgroepen vraag naar woningen (o.a. starters, ouderen etc.). Met de sociale huurappartementen zal dit initiatief invulling geven aan de sterke woningbehoefte vanuit de verschillende doelgroepen.  Uit het gemeentelijk beleid komt naar voren dat er een betere balans moet komen in het woonprogramma van Stede Broec. Momenteel zijn er relatief weinig appartementen. De gemeente heeft als ambitie om tot 2025 630 nieuwe woningen gerealiseerd te krijgen, waarbij de initiatiefnemer van dit project (de Woonschakel) specifiek is aangewezen voor de realisatie van 100 woningen. Dit initiatief van de Woonschakel om maximaal 14 woningen te realiseren ligt dus geheel in lijn met de gemeentelijke ambities.

Hoofdstuk 3

14

Kwantitatieve behoefte Het initiatief om 14 woningen te realiseren op de locatie Middenweg 5 voorziet in een kwantitatieve behoefte:  Naar verwachting zal het aantal inwoners in zowel gemeente Stede Broec als in regio Westfriesland gedurende de komende jaren nog licht toenemen. Het aantal huishoudens neemt relatief sterker toe, wat vraagt om een toename van het aantal woningen.  Er zijn in de afgelopen jaren minder woningen gebouwd ten opzichte van de toename aan huishoudens, wat heeft geresulteerd in een inhaalvraag. In totaal is er tot 2030 een woningbehoefte van ongeveer 500 woningen in de gemeente Stede Broec en circa 7.150 woningen in de regio Westfriesland. Met de beleidsambitie om tot 2025 630 nieuwe woningen te realiseren streeft de gemeente Stede Broec naar meer woningbouw dan de 500 woningen volgens de bevolkingsprognose. Daartegenover staat een harde plancapaciteit van 438 woningen in gemeente Stede Broec en 3.600 woningen in de regio Westfriesland.  Zowel gemeentelijk als regionaal is de geplande woningbouw (harde plancapaciteit) dus ontoereikend om in de toenemende woningbehoefte te voorzien. Dit betekent dat het initiatief aan Middenweg 5 in Bovenkarspel met de realisatie van 14 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte. Het initiatief is in maart 2022 aangemeld bij de Regionale kerngroep Wonen.

Kwalitatieve behoefte Met de realisatie van 14 appartementen (sociale huur) voorziet het initiatief in een kwalitatieve behoefte:  Vanwege de vergrijzing is er zowel binnen de regio als binnen de gemeente behoefte aan levensloopgeschikte woningen, nultredenwoningen en appartementen. Dit initiatief geeft invulling aan de toenemende vraag naar appartementen vanuit onder andere de 65-plussers, die de komende jaren als enige bevolkingsgroep sterk zal toenemen. Gezien het hier om sociale huurappartementen gaat en er een lift in het gebouw aanwezig is, zijn de woningen geschikt voor de 65+ leeftijdsgroep. Op dit moment zijn er senioren die in hun huidige woning blijven wonen vanwege het gebrek aan alternatieven. Met de realisatie van appartementen kan dit initiatief bijdragen aan een betere doorstroming in de gemeente voor zowel de oudere als jongere doelgroep.  Er is in de regio relatief veel vraag naar betaalbare woningen (sociale huur en goedkope koop) vanuit starters en gezinnen. Dit blijkt ook uit het feit dat er momenteel circa 20.000 mensen ingeschreven staan voor sociale huurwoningen in de regio Westfriesland en de inschrijf- en zoekduur relatief lang zijn (resp. 9,5 jaar en 3,9 jaar). Bovendien heeft de gemeente Stede Broec relatief weinig appartementen in haar woningvoorraad, terwijl de gemeente de ambitie heeft om meer diversiteit te creëren in de woningvoorraad.

Met de realisatie van 14 sociale huurappartementen voorziet het initiatief in deze kwalitatieve inhaalvraag voor appartementen.  Het initiatief voldoet aan de speerpunten van de Westfriese Basis en kan daarom verder getoetst worden aan de speerpunten van het Westfries Vooruitdenken. Hieruit blijkt dat dit initiatief op 6 van de 8 speerpunten positief scoort. Het plan draagt positief bij aan de ambitie voor een meer diverse woningvoorraad met meer betaalbare huurappartementen. De nabijheid van voorzieningen, een OV-knooppunt, groen en water maken dit initiatief een aantrekkelijke woonomgeving waarbij een duurzame levensstijl mogelijk wordt gemaakt. Tot slot zorgt de ontwikkeling ook voor een kwalitatieve impuls in het woningaanbod met de nabijheid van groen, water en een OVknooppunt. Geen onaanvaardbare leegstandseffecten Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van woningen voor zowel de gemeente Stede Broec als de gehele regio Westfriesland onaanvaardbare leegstandseffecten zullen optreden (i.r.t. het woon-, leef- en ondernemersklimaat). De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na

Hoofdstuk 3

15

het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Bovendien heeft een gezonde woningmarkt 2% leegstand volgens het Planbureau voor de Leefomgeving2. De gemeente Stede Broec had in 2021 een woningleegstand van 1%. Gesitueerd binnen bestaand stedelijk gebied Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: ‘Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en ook de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.3  Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijf’. Dit betekent dat het plangebied reeds een stedelijke functie heeft.  In de directe omgeving zijn stedelijke functies gelegen. Op de aangrenzende percelen zijn de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’ vigerend. Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging ‘binnen bestaand stedelijk gebied’ en is een verdere motivering op dit punt niet nodig.

3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 Op 19 november 2018 is door Provinciale Staten (PS) de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. De beleidsnota vervangt de Structuurvisie 2040 en loopt vooruit op de Omgevingswet, die in 2021 in werking zal treden. In de visie streeft de provincie naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een economisch vitale provincie draagt bij aan het welzijn, en een leefbare provincie draagt bij aan economische vitaliteit. De provincie staat voor een gezonde en veilige leefomgeving, goed voor mens, plant en dier, en daarmee ook goed voor het economisch vestigingsklimaat binnen de provincie. Dit evenwicht staat ten dienste van duurzame ontwikkeling: toekomstige generaties moeten ook profiteren van de keuzes die wij maken. In de omgevingsvisie is het principe van 'lokaal wat kan, centraal wat moet' leidend.

Hieruit komen een aantal hoofdthema's naar voren:  Noord-Holland in beweging, op weg naar een economisch en duurzame toekomst;  Dynamisch schiereiland, benutten van een unieke ligging;  Metropool in ontwikkeling, vergroten agglomeratiekracht door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaan systeem;  Sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio's vitaal;  Nieuwe energie, economische kansen benutten van energietransitie;  Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, vergroten van biodiversiteit en ontwikkelen van een economisch duurzame agri-foodsector. Doorwerking plangebied Voor de beoogde ontwikkeling is met name het hoofdthema ‘sterke kernen, sterke regio's, sterke kernen houden regio’s vitaal’ van toepassing. De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en betreft de herontwikkeling van een bedrijfsperceel. De bedrijfsactiviteiten worden (ge-

2 3

https://vastgoedactueel.nl/in-veel-gemeenten-nauwelijks-langdurige-woningleegstand/ Handreiking Ladder, via www.infomil.nl

Hoofdstuk 3

16

deeltelijk) gestaakt en de bebouwing wordt gesaneerd ten behoeve van de woningbouw en een kleiner kantoordeel. Dit kleinere kantoordeel past beter in de huidige behoefte en vraag naar kantoorruimte. Ook wordt er voorzien in sociale huurwoningen, waar momenteel veel vraag naar bestaat (zie ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’). Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van efficiënt en duurzaam ruimtegebruik wat bijdraagt aan de vitaliteit van de kern en regio. De ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Er wordt gezocht naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland.

Doorwerking plangebied Het plangebied bevindt zich, conform kaart 19 van de Omgevingsverordening, binnen de vastgestelde kritische afstand van Natura 2000-gebied. Hoe er wordt omgegaan met het behoud van Natura 2000gebieden en het in stand houden van de waarden hiervan, is nader toegelicht in paragraaf 4.7 ‘Ecologie’. Er zijn geen andere artikelen uit de Omgevingsverordening NH2020 van toepassing op onderhavige ontwikkeling. Beleidsprogramma Maak Plaats! Met Maak Plaats! wil de provincie Noord-Holland stationsomgevingen beter benutten en in samenhang met elkaar ontwikkelen. Alle 60 treinstations en 4 grote busstations in de provincie, zijn geanalyseerd. Er is in kaart gebracht wat onder meer ontwikkelingsmogelijkheden zijn en wat de huidige kwaliteiten zijn. De scores zijn uitgewerkt in het vlindermodel, dat OV-knooppunten als bestemming en verbinding in beeld brengt. Door de stationsomgevingen beter te benutten, wordt het reizigerspotentieel groter. Meer activiteiten en een goede bereikbaarheid leiden tot meer reizigers en een betere benutting van de capaciteit op het spoor. Dit draagt ook bij aan het vergroten van de keuzemogelijkheden binnen het daily urban system; OV, auto, fiets, lopen of een combinatie. Er zijn 4 inhoudelijke doelstellingen geformuleerd. Om knooppunten te ontwikkelen moet worden samengewerkt. Dit gebeurt op 3 niveaus.

Deze zijn geformuleerd in 3 procesmatige doelstellingen. De 7 doelstellingen zijn 22 maart 2016 door GS vastgesteld en luiden als volgt: Inhoudelijke doelstellingen 1. Verbeteren van knooppunten en de samenhang tussen knooppunten; 2. Verbeteren stationsomgevingen tot comfortabel en optimaal functionerende schakel; 3. Beter benutten bestaande ruimte rond stationsomgevingen; 4. Stationsomgevingen aantrekkelijker en leefbaarder maken.

Hoofdstuk 3

17

Procesmatige doelstellingen 5. Benutten samenwerkingsverbanden op netwerkniveau; 6. Waar nodig vormen van samenwerkingsverbanden en coalities op corridorniveau; 7. Faciliteren van samenwerkingsverbanden op knooppuntniveau. Beoordeling voor het plangebied Het plangebied ligt op circa 70 meter van treinstation Bovenkarspel-Grootebroek. Voor ieder station in de provincie is een 'knooppuntmilieu' geformuleerd, waarin de belangrijkste 'ideaaltypische' ontwikkelingsrichtingen zijn opgenomen. In totaal zijn er twaalf knooppuntenmilieus. De twaalf knooppuntmilieus zijn ideaaltypische situaties. Station Bovenkarspel-Grootebroek is ingedeeld in knooppuntmilieu 'centrum dorp'. Kenmerkend voor dit milieu is de ligging nabij een dorpscentrum en de multifunctionele structuur van wonen in lage dichtheid en een mix van dagelijkse voorzieningen en horeca. Het beoogde initiatief voorziet in een aantrekkelijk woonmilieu en draagt bij aan de verbetering van de openbare ruimte van het gebied. Het past daardoor in het beleidsprogramma 'Maak Plaats!'.

3.3 Regionaal beleid Regionale structuurschets 'Westfriesland een dijk van een regio' 2016 Westfriesland is een regio met veel kwaliteiten. De regio ligt prachtig aan het Markermeer /IJsselmeer, heeft een vitale, diverse agrarische sector, kent mooie steden, bestaat uit aantrekkelijke landschappen en bezit een sterke ondernemersgeest. Een regio die gunstig gelegen is in Noord-Holland ten opzichte de dynamische Amsterdamse regio en goed verbonden is. Om de regio verder te versterken is het Pact van Westfriesland opgesteld. De zeven gemeenten van Westfriesland hebben aangegeven dat ze binnen vijf jaar tot de top 10 van meest aantrekkelijke regio’s van Nederland willen horen. Om de ambitie te bereiken heeft de regio onder andere een regionale structuurschets opgesteld. De regionale ambities zijn vertaald in zeven doelstellingen. Samen dragen ze bij aan de ambitie om tot de aantrekkelijkste regio’s in Nederland te behoren en spelen ze in op de gewenste economische, sociale ruimtelijke structuurversterking. Met de zeven doelstellingen wordt bijgedragen aan de ambities uit het Pact: 1. Westfriesland versterkt de leefbaarheid van (kleine) kernen; 2. Westfriesland benut recreatieve potenties van kust en steden; 3. Westfriesland bouwt aan een duurzame, klimaatadaptieve regio; 4. Westfriesland zorgt voor woonruimte voor de Westfriese samenleving; 5.

Westfriesland versterkt de externe woonkwaliteit; 6. Westfriesland biedt ruimte voor ondernemen; 7. Westfriesland versterkt de agribusiness. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een bedrijfs- en kantoorperceel. De bedrijfsactiviteiten worden grotendeels gestaakt en de bebouwing wordt gesaneerd ten behoeve van de woningbouw en een beperkte kantoorruimte. Het plan zorgt daarmee voor woonruimte in de regio. Door een bestaande minder courante bedrijfslocatie te transformeren tot een in de omgeving passende functie aan de rand van het centrum, worden de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van het gebied vergroot. Het planvoornemen is in lijn met de Regionale structuurschets.

Hoofdstuk 3

18

Regionale woonvisie West-Friesland 2017-2027 Binnen het Pact van West-Friesland is de ambitie uitgesproken om tot de top 10 woonregio's van Nederland te behoren. Deze Regionale Woonvisie zal aan het realiseren van die ambitie bijdragen. Samen met het Regionaal Actieprogramma (RAP) wordt uitvoering gegeven aan realistische doelen die in de regio opgepakt worden om de woningmarkt (meer) toekomstbestendig te maken en te behouden. Doel van de regionale woonvisie is om de West-Friese bevolking naar wens en tevredenheid te laten wonen en zoveel mogelijk een breed scala aan woonwensen en woningbehoefte van de inwoners binnen de regio te realiseren. De vijf speerpunten van de regionale woonvisie zijn: 1. Bestaande voorraad: kwaliteit en aantrekkelijkheid op peil houden en uitbouwen. 2. Vitale kernen: leefbaar West-Friesland tot in de kern. 3. Nieuwbouw: vooral inzetten op onderscheidende en complementaire producten. 4. Scheiden van wonen en zorg: langer zelfstandig wonen bevorderen. 5. Flexibel kader: houvast voor de regio en ruimte voor marktinitiatieven.

Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling van maximaal 14 sociale huurappartementen (plus twee extra na eventuele toepassing van de afwijkingsbevoegdheid om het kantoordeel in de toekomst om te zetten in woningen) draagt bij aan het vitaal houden van de kernen in West-Friesland door ook in de toekomst voldoende woongelegenheid te behouden voor de inwoners van Stede-Broec. Door in te spelen op de behoefte aan appartementen zoals aangegeven in de Toekomstvisie van Stede Broec wordt een onderscheidend en complementair product geleverd. Een ander speerpunt van de regio West-Friesland bestaat uit het bevorderen van langer zelfstandig wonen. De vergrijzing en de huisvesting van zorgbehoevende zijn een belangrijk thema. Het is de ambitie om inwoners zo lang mogelijk thuis te laten wonen. Hiervoor is er grote vraag naar levensloopgeschikte en nultredenwoningen, waar onderhavig initiatief in voorziet.

3.4 Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Stede Broec 2014-2024 De gemeente Stede Broec zet zich in om nu en in de toekomst een duurzame woon-/werkgemeente te blijven. Dit betekent het respecteren en versterken van de kernwaarden van de gemeente en het tegengaan van ontwikkelingen die afbreuk doen aan die kernwaarden. Deze hoofddoelstelling valt uiteen in de volgende uitgangspunten: Keuze 1 - Duurzame ontwikkeling. Gemeenten hebben een voorbeeldfunctie en de gemeente Stede Broec zet zich daarom in om het aspect duurzaamheid in de breedste zin van het woord structureel mee te nemen in haar projecten en organisatie. Keuze 2 - Uitgaan van eigen kracht en identiteit - Bekend maakt bemind! Stede Broec heeft een sterk eigen profiel als verstedelijkte plattelandsgemeente met een breed scala aan eigen voorzieningen en heeft daarmee een ander profiel dan bijvoorbeeld het naastgelegen Enkhuizen. Ontwikkelingen moeten de eigen bevolking aanspreken, dit betekent een transitie van aanbodnaar vraaggestuurd bouwen op basis van de eigen identiteit. Ook moet het woningen- en voorzieningenaanbod aan blijven sluiten op het profiel van de inwoners van de gemeente. Dat wil bijvoorbeeld zeggen: minder reguliere eengezinswoningen en meer appartementen voor alleenstaanden en ouderen.

Hoofdstuk 3

19

Keuze 3 - Behoud en versterking (ruimtelijke) kwaliteit. Het faciliteren van initiatieven op het gebied van wonen en werken mag niet betekenen dat er sprake is van een achteruitgang in de ruimtelijke kwaliteit door het aantasten van andere kernkwaliteiten, zoals het vele groen en water. Ruimtelijke kwaliteit draagt vanzelfsprekend bij aan het verblijfsklimaat en daarmee aan de aantrekkingskracht van de gemeente en het draagvlak voor voorzieningen zoals bijvoorbeeld scholen. Keuze 4 - Verbinding van netwerken en gebieden. Een van de kernkwaliteiten van de gemeente Stede Broec is de aanwezigheid van een fijn netwerk aan natte en droge infrastructuur. Hierdoor is de gemeente relatief goed ontsloten. In de toekomst staan met name infrastructurele ingrepen in het regionale netwerk op de agenda van de provincie Noord-Holland. Hierdoor zal de bereikbaarheid van Stede Broec vanuit het westen en oosten nog beter worden. De noord-zuidverbindingen zijn echter ook van belang voor de algemene ontsluiting en een duurzame toekomst voor de werkgelegenheid. Doorwerking plangebied De vier beschreven uitgangspunten zijn verder uitgewerkt per onderwerp (figuur 3.1). Voor de beoogde ontwikkeling is met name het thema wonen van belang.

Voor woningbouw komt het accent te liggen op transformaties van bestaand bebouwd gebied en kleinschalige nieuwe wijken die bijdragen aan een duurzamer en meer divers beeld. Aan met name de doelstelling om bestaand bebouwd gebied te transformeren wordt invulling gegeven middels onderhavige ontwikkeling.

Figuur 3.1 Structuurvisiekaart Stede Broec

Gebiedsvisie Stede Broec Centrum Zuid Op 27 januari 2022 heeft de gemeenteraad de ‘Gebiedsvisie Stede Broec Centrum Zuid’ vastgesteld. Deze heeft de subtitel ‘Van achterkant naar voorkant van Stede Broec’ en ziet op het gebied rondom het winkelcentrum Het Streekhof en de gehele centrumzone ten noorden van de spoorlijn. Het plangebied ligt aan de (zuid)oostelijke rand van het centrum. De visie beschrijft de ontwikkeling van Het Steekhof vanaf de opening in 1986, via enkele grootschalige uitbreidingen naar een transformatie van winkelcentrum tot dorpshart. Laatstgenoemde plannen hebben in 2016 geresulteerd in een stedenbouwkundig plan, een beeldkwaliteitsplan in 2017 en de gebiedsvisie ‘Bouwen aan een nieuw Dorpshart’ in 2019. Deze documenten samen vormen de basis voor de Gebiedsvisie Stede Broec Centrum Zuid.

Hoofdstuk 3

20

De gemeente heeft in de gebiedsvisie de ambitie om het zuidelijk centrumdeel, tussen het NS-station, Het Streekhof en de aangrenzende woongebieden te ontwikkelen tot een aantrekkelijk verblijfsgebied. Hiertoe wordt een aantal concrete ontwikkelingen/ingrepen voorzien:  Tot stand brengen van een goede verbinding tussen het Streekplein en het Stationsplein; herinrichting van de ruimte voor het station, verplaatsing parkeerplaatsen en versmallen profiel van de Middend;  Ontwikkeling van Het Streekhof, fase 5 met woningbouw in 3-4 lagen waarbij hoge eisen aan de beeldkwaliteit van de bebouwing en openbare ruimte worden gesteld;  Alzijdig bebouwen van het Streekplein door realisatie van bebouwing aan de zuidkant van het plein (De Middend 5) met wonen op de verdieping en horeca/diensten/detailhandel in de plint. Samenhangend hiermee wordt de zuidgevel van winkelcentrum Het Streekhof vernieuwd;  Herontwikkeling locatie Middenweg 5 met woningbouw en front-office van De Woonschakel. Groene voortuin en ambitie om het achtergelegen water beter toegankelijk te maken via de kavel en een brug te slaan naar de overzijde. Figuur 3.2 geeft een beeld van de gebiedsvisie met inpassing van deze concrete ontwikkelingen en ingrepen.

Hoofdstuk 3

21

Figuur 3.2: Gebiedsvisie Stede Broec Centrum Zuid in beeld

Doorwerking plangebied De onderhavige ontwikkeling aan de Middenweg 5 wordt in de gebiedsvisie expliciet benoemd als een gewenste ontwikkeling. Deze herontwikkeling draagt bij aan de beoogde ruimtelijke opwaardering van het zuidelijk centrumgebied. In de gebiedsvisie is een ontwikkelkader aangegeven, waaraan de voorliggende ontwikkeling moet voldoen:  Een bouwvolume van drie woonlagen en een deel van de begane grond dat geschikt is voor de front-office van de Woonschakel;  Het volume past in het ritme van de bebouwing aan de Middenweg 7;  Indicatieve oppervlakte woonlagen 1.800 m² bvo en front-office begane grond 200 m² bvo. Figuur 3.3 geeft een beeld van het ontwikkelkader. De uitwerking van het bouwplan, waarin dit bestemmingsplan voorziet, geeft de gewenste herinvulling voor deze locatie in lijn met de geschetste ruimtelijke kaders. De bouwmassa is drielaags uitgevoerd, met een lager accent voor de front-office. De bouwmassa vormt daarmee een logische overgang tussen de bestaande bebouwing westelijk en zuidelijk van het plangebied enerzijds en het nieuwe, hogere appartementengebouw Middenweg 7 ten oosten van het plangebied. Het voorterrein is met zoveel mogelijk groen ingericht, met enkel 2 bezoekersparkeerplaatsen aan de voorzijde. Het is wenselijk hier parkeerplaatsen voor kort parkeren door bezoekers van De Woonschakel te realiseren.

De rest van het parkeren wordt aan de achterzijde opgelost. Ook dit sluit aan bij het wensbeeld van de gebiedsvisie. Verder is het bestemmingsplan faciliterend in de mogelijkheid om een verbinding met het water, inclusief een brug, te creëren. Deze is beoogd aan de noordoostkant van het plangebied, tussen de gebouwen Middenweg 5 en 7 door. Deze positie komt niet geheel overeen met figuur 3.3, maar is gekozen vanuit het oogpunt van een doelmatige en verkeersveilige langzaamverkeersverbinding. Deze verbinding past binnen de uitgangspunten van de visie. De haalbaarheid en exacte uitwerking van de verbinding moeten nog nader uitgewerkt worden.

Hoofdstuk 3

22

Figuur 3.3: ontwikkelkader Middenweg 5 volgens gebiedsvisie Stede Broec Centrum Zuid

Duurzaamheidsvisie 2018-2021 Klimaatverandering is in de afgelopen jaren meer en meer centraal komen te staan en vraagt om een integraal duurzaamheidsbeleid om de negatieve effecten tegen te gaan en de leefomgeving bestendig te maken tegen de nieuwe omstandigheden. In deze visie hebben we het over duurzaamheid in de fysieke leefomgeving, waaronder duurzame opwekking van energie, isoleren van de woningvoorraad, terugdringen van de CO2-uitstoot, toekomstbestendig inrichten van de leefomgeving en hergebruik van waardevolle afvalstromen. Visie en doelen De gemeente Stede Broec ziet duurzaamheid als het ontwikkelen van beleid en uitvoeren van projecten, zonder roofbouw te plegen op de leefomgeving en grondstoffen. De voordelen van vandaag worden niet afgewenteld op de toekomst. Stede Broec gelooft in een duurzame leefomgeving, waarin we vandaag en in de toekomst gezond en veilig kunnen leven. Stede Broec stelt zich de volgende doelen:  14% duurzame energie in 2020.  In 2050 wil Stede-Broec een geheel duurzame en energieneutrale gemeente zijn.  Klimaatbestendige inrichting van de gebouwde omgeving.  Afval wordt zoveel mogelijk tegengegaan en afvalstoffen zoveel mogelijk hergebruikt. In 2020 hebben we het restafval teruggebracht naar maximaal 100 kg per inwoner per jaar met een scheidingspercentage van 75 %.  Duurzame ambtelijke organisatie in 2020.

Hoofdstuk 3

23

De doelstellingen zijn uitgewerkt in vijf thema's die in het onderliggende programma verder uitgewerkt worden. De thema's zijn als volgt: 1. verduurzamen fysieke leefomgeving; 2. klimaatadaptatie; 3. circulaire economie; 4. bewustwording en communicatie; 5. eigen organisatie. Samenwerkingspartners De ambities zijn te groot en de doelstellingen onmogelijk te behalen zonder samenwerking. Stede Broec hoeft het gelukkig niet alleen te doen en het wiel niet opnieuw uit te vinden. Stede Broec heeft verschillende samenwerkingsverbanden met onder meer gemeenten in West-Friesland, de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord, het Duurzaam Bouwloket, de Provincie Noord-Holland en de Rijksoverheid. Ook lokale organisaties zoals de Stichting Puur Slim West-Friesland (PSWF) en de Zonnecoöperatie West-Friesland zijn belangrijke partners. Doorwerking plangebied Het toepassen van duurzame principes is een belangrijk element in onderhavige planontwikkeling. In paragraaf 4.12 Duurzaam bouwen wordt dit verder toegelicht.

Hoofdstuk 3

24

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Verkeersgeneratie Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wordt de meest recente CROW-publicatie als uitgangspunt genomen (CROW Parkeervraagcalculator 2020). In de CROW-publicatie zijn kengetallen voor het aantal verkeersbewegingen per etmaal gegeven voor verschillende type bedrijven en woningen. De stedelijkheidsgraad van het plangebied en de directe omgeving kan worden getypeerd als ‘Schil centrum, matig stedelijk’. Huidige situatie In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als bedrijfsperceel. Er kan onderscheid gemaakt worden in twee typen bedrijvigheid, te weten ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’ (timmerwerkplaats) en ‘Commerciële dienstverlening’ (kantoor). Het gedeelte ‘Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief’ heeft een oppervlakte van ca. 393 m2 en een verkeergeneratie van 5 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Het gedeelte ‘commerciële dienstverlening’ heeft een oppervlakte van ca. 530 m2 en een verkeersgeneratie van 12,4 mvt/etmaal per 100 m2 bvo. Totaal is in de huidige situatie sprake van een verkeersgeneratie van (afgerond) 86 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie is het plangebied in gebruik als woonperceel met een kantoordeel van circa 200 m2. Er wordt een appartementencomplex met in totaal 14 sociale wooneenheden gerealiseerd.

Voor de functie ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’ geldt een verkeersgeneratie van 3,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal per woning en voor de functie ‘commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)’ geldt een verkeersgeneratie van 12,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m2 bvo. Totaal betreft dit een verkeersgeneratie van 78 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Met onderhavige ontwikkeling is sprake van een afname van 8 motorvoertuigen per etmaal. Tevens is in de huidige situatie het aandeel aan kleine transportbusjes in de verkeersgeneratie vrij groot. In de toekomstige situatie is er in zeer verminderde mate sprake van dit type verkeer, wat de verkeersveiligheid en het woon- en leefklimaat ten goede komt. Parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gaat de gemeente Stede Broec uit van de gemiddelde CROW-normen. De gemiddelde norm voor de functie ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’ in het centrum betreft 1,1 parkeerplaatsen per woning. Voor 14 woningen dient uitgegaan te worden van 15,4, afgerond 16 parkeerplaatsen. De gemiddelde norm voor de functie ‘commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)’ is 2,05 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het voorziene bvo is 200 m². Voor het kantoordeel dient dan te worden uitgegaan van (afgerond) 5 parkeerplaatsen.

Hoofdstuk 4

25

Het inrichtingsplan voorziet in 22 parkeerplaatsen op het achterterrein. Deze zijn bedoeld voor bewoners en bezoekers van de woningen, alsmede voor werknemers van het kantoor van de Woonschakel. Aan de straatzijde is ruimte voor 2 parkeerplaatsen gereserveerd, bedoeld voor kortdurend bezoek aan het kantoor van de Woonschakel. Met in totaal 24 parkeerplaatsen wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig het gemeentelijk parkeerbeleid. Ten aanzien van het fietsparkeren heeft het gemeentelijk beleid geen normen gesteld. Dit wordt met het plan wel gefaciliteerd. Fietsparkeren is voor bewoners van de woningen mogelijk in de bergingen. Voor het personeel van het kantoor kan dit aan de achterzijde van het gebouw worden voorzien en voor bezoekers van het gebouw aan de voorzijde, nabij de ingang.

4.2 Geluid Op basis van de Wet geluidhinder (artikel 77 Wgh) dient bij een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd als het plan mogelijkheden biedt voor:  de toevoeging van een nieuwe woning of andere geluidsgevoelige functie binnen de zone van een weg;  de aanleg van een nieuwe weg;  de reconstructie van een bestaande weg. In de Wgh zijn grenswaarden opgenomen met betrekking tot de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel is 48 dB en mag in principe niet worden overschreden. Onder bepaalde voorwaarden, als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn en het voldoen aan de grenswaarden onoverkomelijke bezwaren ontmoet van landschappelijke, stedenbouwkundige of financiële aard, mag de geluidbelasting hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Hiervoor dient middels een ontheffing een hogere waarde te worden vastgesteld. Maximale ontheffingswaarden Situatie

Maximale ontheffings-

Artikel

waarde Stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

63 dB

Artikel 83, lid 2 Wgh

Vervangende nieuwbouw

68 dB

Artikel 83, lid 5 Wgh

Buiten stedelijk gebied 

Nieuwe woningen

53 dB

Artikel 83, lid 1 Wgh

Agrarische bedrijfsbebouwing

58 dB

Artikel 83, lid 4 Wgh

Vervangende nieuwbouw

58 dB

Artikel 83, lid 7 Wgh

Vervangende nieuwbouw* binnen de zone van

63 dB

Artikel 83, lid 6 Wgh

een autoweg of autosnelweg

*Met dien verstande dat de vervanging niet zal leiden tot een ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige functie of structuur en een wezenlijke toename van het aantal geluidgehinderden bij toetsing op bouwplanniveau voor ten hoogte 100 woningen.

Hoofdstuk 4

26

Doorwerking plangebied Onderhavig plangebied is gelegen binnen de geluidzone van het spoortraject Hoorn – Enkhuizen. Akoestisch onderzoek is hierom noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd door K+ Adviesgroep en de gehele rapportage is opgenomen in de bijlagen. In het onderzoek is, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, ook de Middenweg opgenomen. Hoewel deze weg geen formele geluidzone heeft, is de geluidbelasting van deze weg in het kader van een goede ruimtelijke ordening relevant. Onderstaand zijn de belangrijkste conclusies uit het onderzoek beschreven. Spoorlijn Hoorn – Enkhuizen  De gevelbelasting bedraagt maximaal 52 dB.  De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt niet overschreden.  In het kader van de Wet geluidhinder worden vanwege railverkeerslawaai geen restricties aan het onderzochte bouwplan opgelegd. Er is geen hogere waarde benodigd. Middenweg (niet-gezoneerde weg)  Er is sprake van een 30 km/zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de weg wel beschouwd en wordt ook het toetsingskader van de Wet geluidhinder gehanteerd.  In een aantal waarneempunten zijn gevelbelastingen vastgesteld hoger dan de ‘voorkeursgrenswaarde’ (48 dB).  De geluidbelasting ten gevolge van de Middenweg is maximaal 56 dB, zonder aftrek artikel 110g.

Zou die aftrek wel worden gehanteerd, dan is de geluidbelasting 51 dB, waarmee deze boven de voorkeursgrenswaarde zou liggen wanneer getoetst zou worden aan de Wet geluidhinder. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden.  Omdat geen sprake is van een gezoneerde weg, hoeft ook geen hogere waarde ten aanzien van deze weg worden aangevraagd.  Formeel hoeven ten gevolge van deze weg geen maatregelen te worden getroffen aan de gevel. Uit het oogpunt van wooncomfort en gezondheid (goed woon- en leefklimaat) is geadviseerd wel maatregelen te treffen om een binnenniveau van 33 dB te garanderen. Dit vormt voor de uitvoerbaarheid van het plan geen belemmering. Bij de verdere uitwerking van het bouwplan is rekening gehouden met dit advies. Er zijn aanvullende maatregelen getroffen om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. De omgevingsvergunning voor het onderdeel ‘bouwen’ wordt gecoördineerd met de voorliggende herziening van het bestemmingsplan. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het plan.

4.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijn stof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;

Hoofdstuk 4

27

het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.

Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd. Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). Doorwerking plangebied Wanneer sprake is van minder dan 1.500 woningen bij minimaal 1 ontsluitingsweg wordt de toename in verslechtering van de luchtkwaliteit gezien als ‘niet in betekende mate’. Met onderhavig plan worden maximaal 14 nieuwe woningen mogelijk gemaakt en er wordt een kantoorruimte gerealiseerd. Zoals uit paragraaf 4.1 valt te lezen, zal deze ontwikkeling voor een afname aan verkeersbewegingen zorgen. Deze ontwikkeling zal dan ook niet in betekende mate bij te dragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Om aan te tonen of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied, wordt gekeken naar de achtergrondwaarden. Deze achtergrondwaarden kunnen achterhaald worden met behulp van de NSL-monitoringstool.

In onderstaande tabel zijn de achtergrondwaarden van de dichtstbijzijnde meetpunten (gelegen aan de Drechterlandseweg) weergegeven. De normen voor de achtergrondwaarden voor stikstofdioxide en fijnstof worden niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Meetpunt 21765 21763 21761 21759 Norm

4.4

NO2 μg/m3 12.5 12.5 12.5 12.8 40

PM10 μg/m3 14.5 14.7 14.5 14.5 40

PM10 overschrijdingsdagen 6.0 6.0 6.0 6.0 35

PM2.5 μg/m3 7.2 7.2 7.2 7.2 25

Jaar 2020 2020 2020 2020

Bedrijven en milieuzonering

Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren.

Hoofdstuk 4

28

Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 4. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Binnen gemengde gebieden heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woon-werkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies en lintbebouwing in het buitengebied met veel agrarische en andere bedrijvigheid. Doorwerking plangebied Het plangebied maakt onderdeel uit van het centrumgebied van Bovenkarspel en Grootebroek met verschillende functies in de directe nabijheid. De Middenweg maakt onderdeel uit van de plaatselijke hoofdinfrastructuur en ter hoogte van het plangebied is er aan de Middenweg een winkelstrook aanwezig; aan de overige zijden zijn vooral woningen aanwezig. De omgeving van het plangebied kan vanwege de ligging en de mate van functiemenging worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’. Met onderhavige ontwikkeling (woningbouw) worden gedeeltelijk activiteiten mogelijk gemaakt die kunnen leiden tot milieuhinder voor omliggende functies. Woningen leiden niet tot hinder voor omliggende functies. Kantoren hebben echter wel een richtafstand van 10 meter (milieucategorie 1). In gemengd gebied kunnen kantoren echter aanpandig aan milieugevoelige functies worden gerealiseerd. Bovendien is er in de huidige situatie reeds sprake van een kantoorfunctie, waardoor er geen toename van hinder te verwachten is. Woningen zijn milieugevoelige functies.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12093473/1