CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Gemeente Stede Broec - Jaarstukken 2021, versie 16 juni 2022

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Jaarstukken 2021 Stede Broec25.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Werkelijk 2021

Totaal lasten

897

1.288

873

Totaal baten

-39.514

-41.577

-42.099

Saldo van baten en lasten

-38.616

-40.289

-41.226

Toevoeging aan de reserves

0

0

0

Onttrekking aan de reserves

0

-1.496

-1.496

-38.616

-41.785

-42.722

Resultaat

68/161

Toelichting afwijkingen JR2021 t.o.v. B2021 (> € 20.000)

Bedrag V/N

Lasten: Renteresultaat Bijdrage SED organisatie Dienstverlening Rentelasten Overige belastingen Algemene uitkering: corona steunpakket Regeling Spuk Overige verschillen Totaal lasten:

99 -25 -127 37 34 335 69 -8 415

V N N V V V V N V

Baten: Vergoeding dienstverlening Rentebaten Onroerendezaakbelasting Algemene uitkering Uitkering stimulering sport Aandelen en deelnemingen Overige verschillen Totaal baten:

127 -257 41 498 146 -29 -4 522

V N V V V N N V

Totaal verschil

937

V

Lasten Renteresultaat (€ 99.000 voordeel) De rente wordt op basis van een percentage (het renteomslagpercentage) doorberekend aan de taakvelden. De doorberekende rente is hoger dan de werkelijke rentelast zodat er een resultaat is op dit programma. Bijdrage SED organisatie (€ 25.000 nadeel) In 2021 was de bijdrage aan de SED organisatie € 11.534.000. De bijdrage wordt toegerekend aan de taakvelden. De werkelijke toerekening wijkt af van de begrote toerekening. Dit komt mede door de extra kosten van € 1,5 miljoen waar het algemeen bestuur wel mandaat voor heeft gegeven. Ook wijkt de begrote verdeling over de taakvelden af van de werkelijk toegerekende kosten op het betreffende taakveld. Dienstverlening (€ 127.000 nadeel) Betreft kosten voor de SED organisatie die ook in rekening zijn gebracht. Rentelasten (€ 37.000 voordeel) De rente wordt geboekt op het programma Algemene dekkingsmiddelen en dan toegerekend aan de taakvelden. De toegerekende rente is op het totaal van alle programma's budgettair neutraal.

69/161

Overige belastingen (€ 34.000 voordeel) Minder inzet van de poepzuiger. Corona steunpakket (€ 335.000 voordeel) Van de uitkering die is ontvangen om de financiële gevolgen van corona op te vangen is een budget gevormd. Regeling specifieke uitkering regeling sport (€ 69.000) De uitkering over 2019 en 2020 is vastgesteld. De uitkering is hoger dan verwacht. Baten Vergoeding dienstverlening (€ 127.000 voordeel) Dit is een doorbelasting aan de SED organisatie voor kosten die de gemeente heeft betaald. Rentebaten (€ 257.000 nadeel) Door renteherziening voor verstrekte leningen aan De Woonschakel en door versnelde aflossingen van hypotheken zijn de rentebaten lager. Onroerendezaakbelasting (€ 41.000 voordeel) In verband met het opleggen en boeken van aanslagen over voorgaande jaren in 2021, is er een meeropbrengst ontstaan. Algemene uitkering (€ 498.000) Met de decembercirculaire is extra uitkering ontvangen, waaronder een uitkering om de negatieve financiële gevolgen van corona te dekken. Regeling specifieke uitkering stimulering sport (€ 146.000 voordeel) Voor 2019 en 2020 is een verrekening ontvangen. Aandelen en deelnemingen (€ 29.000 nadeel) Door lagere winsten van de BNG Bank en Alliander is het uitgekeerde dividend lager.

70/161

Overhead Inleiding Gemeenten zijn verplicht een apart overzicht van de kosten van de overhead op te nemen in de programmaverantwoording. Dat is zo afgesproken om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Wettelijk is het voldoende om alleen het totaalbedrag aan overhead op te nemen. In de programma's moeten alleen de kosten worden opgenomen van het primaire proces. De kosten moeten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken en activiteiten. Activiteiten die onder de overhead vallen, zijn grofweg in te delen in ondersteunende afdelingen (zoals activiteiten van personeelszaken, facilitaire zaken, financiën) en ondersteunende personen op de taakvelden (zoals activiteiten van leidinggevenden, secretariaat). Om te kunnen vaststellen welke kosten onder de overhead vallen, is de volgende definitie opgesteld: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.

Wat hebben we bereikt en wat hebben we ervoor gedaan? Juridische zaken Ambitie Tijdige/correcte besluitvorming bezwaarschriften.

Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

85,5% van de bezwaarschriften is Het aantal bezwaarschriften is opbinnen de wettelijke termijn nagenoeg gelijk gebleven. Het aantal afgehandeld. zaken voor het domein Samenleving is ten opzichte van 2020 gedaald. Voor Ruimte is dit meer dan verdubbeld. In verband met de complexiteit van deze zaken neemt de afhandeling daarvan meer tijd in beslag. Ondanks de toename van de zaken voor het domein Ruimte zijn we erin geslaagd om 85,5% van de bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn af te handelen. De verschuiving in de verhouding van de inhoud van de zaken heeft geleid tot meer benodigde expertise op het gebied van het omgevingsrecht. We hebben daarvoor meer expertise in huis gehaald.

71/161

Communicatie Ambitie

Wat hebben we bereikt?

Wat hebben we ervoor gedaan?

Burgerparticipatie

Inwoners worden betrokken bij de De coronabeperkingen hebben de ontwikkeling van gemeentelijk beleid ontwikkeling van interactieve, online of projecten. Inwoners kunnen hun participatie versneld. De mogelijkheid ideeën delen via een interactief, van het Burgerpanel bleken hiervoor online platform. te beperkt. In 2021 zijn we gestart met samen.stedebroec.nl, een tool voor interactieve, online participatie met meer mogelijkheden. We hebben deze ingezet voor de Omgevingsvisie. We willen deze tool bij meerdere projecten toepassen en zo de online mogelijkheden van participatie vergroten. Daarnaast hebben er diverse (digitale) bijeenkomsten plaatsgevonden. Proactief informeren De website is vernieuwd. De We hebben een nieuwe website van inwoners en informatie op de website is gelanceerd om de gebruikerservaring ondernemers. toegankelijk, actueel en juist. te verbeteren door een ander ontwerp Wekelijks staan de publicaties in het en een betere zoekfunctionaliteit. gemeentenieuws. We zetten social Wekelijks actualiseren we de website media actief in. De gemeentegids is en publiceren we actueel nieuws in huis aan huis verspreid. het gemeentenieuws en via een digitale nieuwsbrief. De social media strategie is verder uitgewerkt. We informeren inwoners en ondernemers meerdere keren per week via Facebook en Instagram.

Door de social media goed te monitoren kunnen we inspelen op wat er leeft onder inwoners en ondernemers.

Indicatoren Juridische zaken Afgeleid beleidsdoel Tijdige besluitvorming op bezwaarschriften

Prestatie indicatoren Percentage afdoening bezwaarschriften binnen de wettelijke termijn.

Rekening 2020 89,1%

72/161

Begroting 2021 95%

Rekening 2021 85,5%

Invloed raad Laag

Communicatie Afgeleid beleidsdoel Proactief informeren van inwoners en ondernemers.

Prestatie indicatoren Gemiddelde waardering voor de communicatiemiddelen van de gemeente.

Rekening 2020 *

Begroting 2021 7,0

Rekening 2021 6,5

* Waar staat je gemeente wordt iedere twee jaar uitgezet.

Wat heeft het gekost?

Onderdeel

Lasten

Baten

werkelijk

werkelijk

Kapitaallasten

191

0

Personeelslasten

143

0

Huisvesting

179

0

4.490

874

Werkplaats

68

54

Bijdrage SSC DeSom

914

Overig

170

105

6.155

1.033

Bijdrage SED organisatie

Primitieve begroting 2021

Begroting 2021

Werkelijk 2021

Totaal lasten

5.216

5.908

6.155

Totaal baten

-101

-96

-1.033

Saldo van baten en lasten

5.115

5.812

5.121

Toevoeging aan de reserves

0

0

0

Onttrekking aan de reserves

0

0

0

5.115

5.812

5.121

Resultaat

73/161

Invloed raad Middel

Toelichting afwijkingen JR2021 t.o.v. B2021 (>€ 20.000)

Bedrag

V/N

Bijdrage SED organisatie

640

V

Bijdrage SSC DeSom

-899

N

Werkplaats

-47

N

Elektronische dienstverlening

54

V

Overige verschillen

5

V

-247

N

Bijdrage SSC DeSom

874

V

Werkplaats

47

V

Overige verschillen

17

V

Totaal baten:

938

V

Totaal verschil

691

V

Lasten:

Totaal lasten: Baten:

Lasten Bijdrage SED organisatie (€ 640.000 voordeel) In 2021 was de bijdrage aan de SED organisatie € 11.534.000. De bijdrage wordt toegerekend aan de taakvelden. De werkelijke toerekening wijkt af van de begrote toerekening. Dit komt mede door de extra kosten van € 1,5 miljoen waar het algemeen bestuur wel mandaat voor heeft gegeven. Ook wijkt de begrote verdeling over de taakvelden af van de werkelijk toegerekende kosten op het betreffende taakveld. Bijdrage SSC DeSom (€ 899.000 nadeel) Per saldo uitgaven en inkomsten is er een verschil van € 25.000 nadelig. Dit wordt veroorzaakt door een mutatie die is opgenomen in de voorjaarsnota 2020 van DeSom waarbij als gevolg van actuele inzichten de bijdrage is verhoogd. Werkplaats (€ 47.000 nadeel) Dit zijn kosten die gemaakt zijn voor de SED organisatie en welke in rekening zijn gebracht. Elektronische dienstverlening (€ 54.000 voordeel) Hiervoor is een budget vrijgemaakt waarvan de kosten voor de SED organisatie zijn. Baten Bijdrage SSC DeSom (€ 874.000 voordeel) Per saldo uitgaven en inkomsten is er een verschil van € 25.000 nadelig. Dit wordt veroorzaakt door een mutatie die is opgenomen in de voorjaarsnota 2020 van DeSom waarbij als gevolg van actuele inzichten de bijdrage is verhoogd.

74/161

Werkplaats (€ 47.000 nadeel) Dit zijn vergoedingen voor kosten die gemaakt zijn voor de SED organisatie.

Vennootschapsbelasting De gemeente hoeft geen rekening te houden met een belastinglast. Met een deel van de activiteiten wordt geen onderneming gedreven, doordat niet wordt voldaan aan één of meerdere ondernemingscriteria. Met een deel van de activiteiten wordt wel winst behaald. Het resultaat behaald met deze activiteiten is waarschijnlijk vrijgesteld van belastingen. Indien de Belastingdienst de hier geschetste positie van de gemeente niet volgt, dan zal dit voor de gemeente niet leiden tot een materiële last.

Onvoorzien De post onvoorzien welke is opgenomen in de begroting 2021 bedraagt € 15.000. Er zijn geen mutaties op de post onvoorzien geweest in 2021. Het begrotingssaldo wordt gedurende het jaar gemuteerd aan de hand van raadsbesluiten. In het onderstaande overzicht zijn de raadsbesluiten weergegeven: Onderwerp

RaadsvergaBedrag dering van: Incidenteel Structureel -580.000 286.000

Begrotingssaldo begroting 2021 Najaarsnota 2020

26-11-2020

-40.000

-40.000

Nota reserves en voorzieningen 1e begrotingswijziging 2021, inclusief onttrekking AR

17-12-2020 17-12-2020

302.000 172.000

-50.000

Kadernota 2021-2025, inclusief onttrekking reserve SD

1-7-2021

-12.000

-253.000

Meicirculaire 2021

30-9-2021

Eindejaarsnota 2021 Inclusief onttrekking grondbedrijf en onttrekking Reserve SD Onderzoek toekomst SED organisatie Nota monumentenbeleid

21-12-2021

-210.000

21-12-2021 21-12-2021

-49.000 -25.000

Begrotingssaldo 31 december 2021

131.000

-442.000

75/161

-444.000

-370.000

Paragrafen

76/161

Lokale heffingen Inleiding In de Gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke lokale heffingen de gemeente aan inwoners en bedrijven mag opleggen. De raad bepaalt welke van die heffingen daadwerkelijk worden geheven. De gemeente kent de volgende lokale heffingen: - Belastingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Hiertoe behoren de onroerendezaakbelastingen (OZB), toeristenbelasting, forensenbelasting en hondenbelasting. - Belastingen om kosten mee te verhalen: de heffingen en rechten. De opbrengst is niet vrij besteedbaar maar is gerelateerd aan de betreffende gemeentelijke zorgplicht of specifieke dienstverlening. Hiertoe behoren de rioolheffing, afvalstoffenheffing, secretarieleges, leges omgevingsvergunningen, begrafenisrechten, marktgelden en pachtsommen kermissen. In 2021 is het gematigde beleid met betrekking tot de tarieven van de gemeentelijke belastingen voortgezet. Dit betekent dat de tarieven zijn gestegen met het inflatiepercentage. Voor 2021 is dit 1,7%.

Gerealiseerde inkomsten In de onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de verwachte opbrengsten in de begroting 2021 en de werkelijke opbrengsten. Begroting 2021

Werkelijk 2021

3.588

3.651

Onroerendezaakbelastingen op niet-woningen (eigenaren)

470

513

Onroerendezaakbelastingen op niet-woningen (gebruikers)

399

333

Forensenbelasting

25

-12

Toeristenbelasting

30

103

Hondenbelasting

96

96

4.608

4.684

Secretarieleges

201

224

Leges omgevingsvergunningen

475

443

9

11

Rioolheffing

1.538

1.545

Afvalstoffenheffing

3.116

3.081

Staangelden markten

25

13

Pachtsommen kermissen

15

-

39 5.418

85 5.402

Belastingen Onroerendezaakbelastingen op woningen (eigenaren)

Totaal Heffingen

Begrafenisrechten

Overige heffingen

77/161

Het totaal aan belastingen en heffingen bedraagt circa € 10,1 miljoen. Onderstaande grafiek laat de verdeling van de opbrengsten uit de belastingen en heffingen voor 2021 zien.

Toelichting op heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) De OZB wordt geheven van onroerende zaken die binnen de gemeente zijn gelegen. Het betreft een gebruikers- en eigenarenbelasting op niet-woningen (dit zijn vooral kantoor- en bedrijfspanden) en een eigenarenbelasting op woningen. Voor 2021 heeft de gemeenteraad de volgende tarieven vastgesteld:  Voor eigenaren van een woning 0,1510% van de vastgestelde waarde;  Voor eigenaren van een niet-woning 0,1831% van de vastgestelde waarde;  Voor gebruikers van een niet-woning 0,1497% van de vastgestelde waarde. De berekening van de OZB-tarieven wordt gedaan aan de hand van de door de raad goedgekeurde methode. De tarieven voor de onroerendezaakbelastingen worden berekend naar een percentage van de WOZ-waarde van het onroerend goed in de gemeente. Bij het bepalen van dit tarief wordt een relatie gelegd met de waardeontwikkeling van het onroerend goed. Voor de opbrengst onroerendezaakbelastingen woningen geldt als uitgangspunt dat deze stijgt met 4,5% exclusief inflatiecorrectie. Bij het bepalen voor het tarief voor de niet-woningen geldt dat de opbrengst stijgt met 0,6% exclusief inflatiecorrectie. Hondenbelasting Uitgangspunt bij hondenbelasting is dat de baten worden aangewend ter bestrijding van de overlast van honden. Iedere houder van een hond ontvangt een aanslag hondenbelasting.

De hoogte van de aanslag hondenbelasting is afhankelijk van het aantal honden dat de belastingplichtige heeft.

78/161

Rioolheffing Rioolheffing wordt geheven van de eigenaar van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. Uitgangspunten voor de heffing zijn het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) en volledige kostendekking. Voor 2021 is de rioolheffing woningen vastgesteld op € 148,60. De rioolheffing mag maximaal 100% kostendekkend worden opgelegd. Het percentage kostendekkendheid in 2021 is 100%. Hieronder vindt u een overzicht met betrekking tot de kostendekkendheid van de riolering: 2021 Directe kosten riolering

1.245

Overhead

119

BTW

194

Totale kosten

1.558

Opbrengsten heffingen

1.545

Overige inkomsten Totale inkomsten

13 1.558

Dekking

100%

Afvalstoffenheffing De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn afhankelijk van de kosten die de Huisvuilcentrale (HVC) in Alkmaar aan de gemeente in rekening brengt. Met HVC is overeengekomen dat de kostprijs per huishouden met een jaarlijkse indexering wordt aangepast voor de tariefstelling op lokaal niveau. In het kader van kostendekkendheid worden aan de afvalkosten de kosten van administratie en inning (de zogenaamde perceptiekosten) toegevoegd. Ook wordt rekening gehouden met de doorwerking van het BTW-compensatiefonds. De tarieven voor 2021 zijn als volgt vastgesteld:  één persoonshuishouden € 252,00  meer persoonshuishouden € 374,05 Afvalstoffenheffing mag maximaal 100% kostendekkend worden opgelegd. Het percentage kostendekkendheid in 2021 is 95%.

79/161

2021 Directe kosten afvalinzameling Overhead

2.787 68

BTW

546

Overige toe te rekenen kosten

198

Totale kosten

3.599

Opbrengsten heffingen

3.081

Overige inkomsten Totale inkomsten

356 3.437

Dekking

95%

Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen Leges Leges zijn betalingen aan de gemeente waar een individueel aanwijsbare tegenprestatie van die gemeente tegenover staat. Het gaat om een bedrag dat betaald moet worden aan de gemeente voor het gebruik van hun diensten of producten. De leges worden geheven van de aanvrager van de dienst dan wel van degene ten behoeve van wie de dienst is verleend. De leges mogen per titel maximaal 100% kostendekkend zijn. Hieronder vindt u een overzicht met betrekking tot de kostendekkendheid van de leges. Titel 1 Algemene dienstverlening hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk hoofdstuk

1 Burgerlijke stand 2 Reisdocumenten 3 Rijbewijs Verstrekkingen uit de basisregistratie 4 personen 9 Overige publiekszaken 16 Kansspelen 17 Kinderopvang 18 AVOI

Kostendekking Titel 1

Titel 2 Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning hoofdstuk hoofdstuk

3 Omgevingsvergunning 10 Reclame

Kostendekking Titel 2

80/161

Lasten

Baten

Dekking

52 87 88

73 57 71

140,50% 66,27% 80,50%

10 10 5 3 18

6 8 3 4 16

56,57% 76,27% 60,17% 116,24% 88,28%

272

237

86,97%

Lasten

Baten

Dekking

470 -

462 -

98,40% -

470

462

98,40%

Titel 3 Europese dienstenrichtlijn

Lasten

Baten

Dekking

15 69

20 10

135,60% 13,96%

84

30

35,60%

Lasten

Baten

Dekking

Kostendekkendheid Titel 1 Kostendekkendheid Titel 2 Kostendekkendheid Titlel 3

272 470 84

237 462 30

86,97% 98,40% 35,60%

Kostendekkendheid totale tarieventabel

826

729

88,24%

hoofdstuk hoofdstuk

1 Horeca 2 Organiseren evenementen of markten

Kostendekking Titel 3

Recapitulatie Titel 1, 2 en 3

Begraafplaatsrechten Grafrechten worden geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor door de gemeente verleende diensten in verband met de begraafplaats. Daarbij mogen de baten niet hoger zijn dan de kosten. Het tarief mag maximaal 100% kostendekkend zijn. Marktgelden Voor het innemen van een standplaats om daarop zaken of voorwerpen te plaatsen, uit te stallen of te verkopen tijdens de weekmarkt, jaarmarkten, braderieën, themamarkten of andere evenementen worden onder de naam marktgelden rechten geheven. Het tarief voor marktgeld wordt berekend per strekkende meter standplaats. Op dit tarief wordt een korting van tien procent verleend als per kwartaal vooruit wordt betaald. Toeristenbelasting Deze belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Het tarief bedraagt in 2021 € 1,55 per overnachting. Forensenbelasting Forensenbelasting wordt geheven van degene die voor zichzelf of voor zijn gezin meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning beschikbaar houdt zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben. Onder gemeubileerde woningen vallen ook zomerhuisjes, chalets en caravans. Het tarief voor de forensenbelasting is voor 2021 vastgesteld op € 305,10 per woning per jaar.

Een aanduiding van de lokale lastendruk Woonlasten per huishouden Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo) heeft de cijfers van de gemeentelijke belastingdruk voor 2021 bekend gemaakt. Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de bedragen die huishoudens betalen aan OZB,

81/161

afvalstoffenheffing en rioolheffing. De gemiddelde woonlasten in 2021 voor een meerpersoonshuishouden in Nederland bedragen € 813. Onderstaande tabel laat zien wat de gemiddelde bruto woonlasten van de Westfriese gemeenten zijn.

Gemeente

Opmeer Stede Broec Enkhuizen Drechterland Medemblik Hoorn Koggenland

Bruto woonlasten Bruto woonlasten één persoonshuishouden meer persoonshuishouden 2020 2021 2020 2021 € 736 € 800 € 654 € 680 € 681 € 645 € 582

€ 874 € 800 € 707 € 716 € 702 € 623 € 608

€ 833 € 920 € 774 € 763 € 786 € 733 € 663

€ 977 € 922 € 832 € 801 € 810 € 702 € 692

Bron: Atlas Coelo - atlas van de lokale lasten, bijlage 3 woonlasten per gemeente

Conclusie Ten opzichte van 2020 zijn de woonlasten in Stede Broec nagenoeg gelijk gebleven. De gemeente kent voor deze regio een hogere lastendruk en zit boven het Nederlandse gemiddelde.

Kwijtschelding Als een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen dan kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding worden verleend. Systematiek kwijtscheldingsberekening Om te bepalen of een belastingschuldige voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding in aanmerking komt vindt een vermogens- en inkomenstoets plaats. Samenwerkingsverband De gemeente heeft voor de behandeling van kwijtscheldingsverzoeken een samenwerkingsverband gesloten met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK). Een verzoek bij een van deze twee organisaties is voldoende. Wat kan worden kwijtgescholden? De gecombineerde belastingaanslag (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) komt in aanmerking voor kwijtschelding. In 2021 is voor € 94.000 aan kwijtschelding verleend.

82/161

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Beide komen in het vervolg van deze paragraaf aan de orde.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit geeft aan hoeveel middelen beschikbaar zijn om eventuele risico’s op te kunnen vangen.

Berekening weerstandscapaciteit

31-12-2021

Onbenutte belastingcapaciteit

619

Post onvoorzien

15

Gerealiseerde resultaat Totale weerstandscapaciteit (exploitatie)

2.950 3.611

Weerstandsvermogen Vrij aanwendbare reserves

5.153

Stille reserves

0

Subtotaal

5.153

Totale weerstandscapaciteit

8.737

Onbenutte belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij een financiële tegenvaller deze in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit. In de navolgende berekening is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert.

83/161

OZB-percentage van de WOZ-waarde voor toelating art.12 Werkelijk gewogen % WOZ-waarde gemeente Verschil

0,1809% 0,1535% 0,0274%

Onbenutte belastingcapaciteit

€ 619.000

Onvoorzien De post Onvoorzien per 31-12-2021 is € 15.000. Vrij aanwendbare reserves Onder de vrij aanwendbare reserves vallen de algemene reserve en de bestemmingsreserves waarvan de bestemming kan worden gewijzigd zodat deze kunnen worden ingezet voor onverwachte financiële tegenvallers. De stand van de vrij aanwendbare reserves bedraagt per 31 december 2021 € 5.153.000. Stille reserves Stille reserves hebben te maken met activa die te laag of tegen nul zijn gewaardeerd. De stille reserves maken alleen deel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit als de betrokken activa op korte termijn (binnen 1 jaar) verkoopbaar zijn, verkoop van de stille reserves niet leidt tot een gat in de gemeentebegroting en verkoop de taakuitoefening van de gemeente niet aantast. De gemeente Stede Broec heeft vele activa op de balans staan. De gemeente stelt echter niet de vrije verkoopwaarde vast van deze activa waardoor de omvang van de stille reserves niet duidelijk is.

Risicomanagement Risicomanagement en -beheersing Aanleiding en achtergrond De gemeente voert een actief beleid op de beheersing van de risico’s die we gezamenlijk lopen. Door een scherp inzicht in actuele risico’s worden de betrokken partijen in staat gesteld om op verantwoorde wijze besluiten te nemen. Risico´s Volgens de toelichting op artikel 11 BBV zijn de risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen de risico’s die niet anderszins te ondervangen zijn. Reguliere risico’s risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn - maken geen deel uit van de risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Hiervoor zijn immers verzekeringen afgesloten of voorzieningen gevormd. De bedrijfsvoeringsrisico’s zijn risico’s voor de SED organisatie. De risico’s zijn eind 2021 wederom geïnventariseerd en in onderstaande tabel uiteengezet. Daarbij is onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de getroffen/gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in euro’s weer. Vervolgens worden kans en impact weergegeven. De laatste kolom geeft inzicht in het beslag

84/161

dat het risico legt op de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s zonder hoge kans x effect zijn opgenomen onder 'overige risico’s'. Risico’s SED organisatie Het uitgangspunt voor de deelnemende gemeentes in de SED organisatie is dat de gemeenschappelijke regeling de rekeningresultaten volledig afwikkelt op de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling kent, als beschikbare weerstandscapaciteit, geen reserves. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit kan alleen de post onvoorzien worden meegenomen. Indien zich dus tegenvallers voordoen die niet kunnen worden opgevangen in de reguliere begroting of uit de post onvoorzien, dan komen deze tegenvallers ten laste van de gemeenten. In evenredigheid van de verdeelsleutel dient deze benodigde weerstandscapaciteit meegenomen te worden in de jaarrekening van onze gemeente als risico’s bij de verbonden partij.

In 2021 hebben zich geen significante problemen voorgedaan. De opgesomde risico’s uit de risicoparagraaf van de begroting 2021 hebben niet geleid tot een beroep op de algemene reserve. Hoewel in de begroting zo goed mogelijk wordt ingeschat wat de benodigde bedragen zijn voor de verschillende onderdelen van het Sociaal Domein, is de laatste jaren gebleken dat de openeinderegeling een groot risico met zich meebrengt. De kans en de impact vallen moeilijk separaat in te schatten, omdat ook in de financiële begroting rekening wordt gehouden met een inschatting en het deels een regulier gemeentelijk te lopen risico betreft. De bestaande reserves zijn echter nog van voldoende niveau (zie het weerstandsvermogen). Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Voor het bepalen van het benodigde weerstandsvermogen moet een keuze worden gemaakt over het zekerheidspercentage. Met welke mate van zekerheid worden de geïdentificeerde risico’s afgedekt? In de beleidsnota weerstandsvermogen is bepaald dat dit percentage

85/161

minimaal 75% en maximaal 90% van het risicobedrag betreft. De kans dat alle genoemde risico’s tegelijkertijd en met een maximale omvang optreden is immers nihil. Het totaalbedrag van alle risico’s bedraagt € 1.671.000. De benodigde weerstandscapaciteit bij de minimale en maximale zekerheidspercentage bedraagt: Percentage 75% 90%

Bedrag € 1.253.000 € 1.504.000

De beschikbare weerstandscapaciteit is € 8.737.000. De weerstandscapaciteit is € 1.504.000. Daarmee beschikken weerstandsvermogen van 5,8 (beschikbaar in relatie tot benodigd).

benodigde maximale wij over een ratio

Kengetallen Om de financiële positie van de gemeente inzichtelijker te maken schrijft het Rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. Deze kengetallen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen moeten daarbij in samenhang en in onderlinge verhouding worden beoordeeld. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen weer.

Kengetallen:

Rekening Begroting Rekening 2021 2021 2020

netto schuldquote a. zonder correctie doorgeleende gelden

65%

107%

67%

b. met correctie doorgeleende gelden

35%

55%

35%

solvabiliteitsratio

23%

16%

21%

grondexploitatie

7%

0%

0%

structurele exploitatieruimte

0%

1%

113%

112%

1% 124%

belastingcapaciteit

Het ministerie van BZK heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol.

Specificering kengetal naar categorie 1.

2. 3.

Cat. A

Cat. B

Cat. C

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130 %

> 130 %

b. met correctie doorgeleende gelden Solvabiliteitsratio Grondexploitatie

< 90% >50% < 20%

90 - 130 % 20 - 50 % 20 - 35 %

> 130 % < 20% > 35%

Netto schuldquote:

86/161

4. 5.

Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

> 0% < 95 %

0% 95 - 105 %

<0% >105%

Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. De netto schuldquote geeft aan of een gemeente investeringsruimte heeft of juist op haar tellen moet passen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Toelichting percentages Uitkomst categorie A: minst risicovol. De verwachting is dat de opgenomen leningen de komende jaren zullen afnemen. Voor 2021 is het een percentage van 65%, dit geeft aan dat de gemeente in categorie A zit. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal zowel berekend inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Toelichting percentages Uitkomst categorie A: minst risicovol. Het getal impliceert dat de gemeente goed in staat is om rentelasten en aflossingen te voldoen. De solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.

Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. Het gemiddelde voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage is, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Toelichting percentages Het gemiddelde voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Volgens het Model Kengetallen van de provincie wordt een solvabiliteitsratio tussen 30% en 80% als normaal beschouwd. Stede Broec heeft echter relatief gezien veel schulden doordat er veel gelden zijn uitgezet. Hierdoor is dit percentage bij Stede Broec met 23% lager dan gemiddeld. Kengetal grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten en is een indicatie van het risico. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Een grondexploitatie van 35% of hoger wordt als zeer risicovol beschouwd (bron: ministerie van BZK). Hoe lager het percentage, des te geringer het risico.

87/161

Toelichting percentages Stede Broec zit met haar kengetal grondexploitatie op 7% in 2021. Stede Broec zit hiermee ruim onder de signaleringswaarde van categorie A. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt een onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Wanneer het percentage negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Toelichting percentages Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. (bron: VNG). Dit percentage is in Stede Broec in 2021 0%. De structurele lasten zijn dus hoger dan de structurele baten. Belastingcapaciteit: Woonlasten meerpersoonshuishoudens De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen om bijvoorbeeld opgetreden risico’s op te vangen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en de reinigingsheffing voor een woning met gemiddelde WOZ-waarde in die gemeente. Een belastingcapaciteit van 100% is gelijk aan het landelijk gemiddelde. Een lage belastingcapaciteit houdt in dat de gemeente nog ruimte heeft om structurele baten te genereren. Toelichting percentages De gemeentelijke tarieven zijn hoger dan de landelijke tarieven. Dit betekent dat de mogelijkheid om extra baten te genereren door de belastingen te verhogen beperkter zijn dan gemiddeld. Samenhang kengetallen De gemeente Stede Broec heeft ten opzichte van de VNG-norm een redelijk hoge schuldpositie die van invloed is op de omvang van de netto schuldquote en op de solvabiliteitsratio. Overigens ontwikkelen de schuldquotes zich de komende jaren in positieve zin. De structurele exploitatieruimte is negatief. Hierdoor biedt de begroting onvoldoende ruimte om alle lasten te blijven dragen. Structurele bezuinigingen zorgen voor een omslag naar een positief percentage. De woonlasten zijn ten opzichte van het landelijk gemiddelde hoog. Er zijn nog mogelijkheden om de belastingen te verhogen.

Het weerstandsvermogen van de gemeente Stede Broec is voldoende om financiële tegenvallers op te vangen. Op basis van deze kengetallen kan de conclusie worden getrokken dat geen maatregelen getroffen hoeven te worden.

88/161

Onderhoud kapitaalgoederen Beleidsverantwoording Op 24 november 2016 heeft de raad de beheerambities vastgelegd door het ‘Kwaliteitsplan kapitaalgoederen openbare ruimte’ vast te stellen. Met de Kadernota 2017-2021 zijn hiervoor ook de bijbehorende financiële middelen beschikbaar gekomen. Als ambitie voor het beheer van de kapitaalgoederen (exclusief riolering en gebouwen) is in algemene zin gekozen voor beeldkwaliteitsniveau B: Veilig en functioneel beheer. De openbare ruimte wordt degelijk en voldoende onderhouden; over het algemeen is het heel, veilig en redelijk schoon. Voor een aantal specifieke domeinen en op een aantal locaties binnen de gemeente (centra en haven) is het inrichtingsniveau verhoogd tot A: goed, mooi en comfortabele inrichting. Eind 2017 zijn de verschillende beheerplannen - die het beleid verankeren en nader vormgeven - vastgesteld door het college. In 2020 is besloten het kwaliteitsniveau in de noordelijke en zuidelijke groenstroken terug te brengen tot laag. Dit komt met name tot uiting in een versobering van het maairegiem. De maatregel heeft echter wel een positieve bijdrage aan de biodiversiteit. Ook het onderhoud van rioleringen en gebouwen gebeurt aan de hand van beheerplannen (respectievelijk het GRP en het MJO-gebouwen). Hierdoor zijn ook hiervan de onderhoudsmaatregelen meerjarig inzichtelijk.

Het onderhoud van gebouwen wordt afgestemd op conditieniveau 3 (NEN 2767). Dit betekent een redelijke conditie, plaatselijk met zichtbare veroudering, waarbij functievervulling van bouw- en installatiedelen niet in gevaar komt. Het is de intentie om daar waar mogelijk vastgoed af te stoten.

Financiële consequenties Het financiële kader voor het onderhoud aan de kapitaalgoederen is de jaarlijkse exploitatie vanuit de programmabegroting. Het klein en groot onderhoud worden daarbij uit de jaarlijkse onderhoudsbudgetten bekostigd. Voor het (groot) onderhoud van riolering, gebouwen, baggeren en civiele kunstwerken zijn voorzieningen gevormd. De baggerwerkzaamheden tot aan de overdracht van het stedelijk water worden gedekt uit een reserve, die na de overdracht van het stedelijk water komt te vervallen.

89/161

Onderdeel Voorzieningen Wegen

Omschrijving

Primitieve Begroting begroting na wijziging Rekening verschil

Dagelijks onderhoud Groot onderhoud

551 0

21 445

41 407

-20 38

Dagelijks onderhoud Storting voorziening Aanwending voorziening

136 190 265

136 140 265

55 140 168

81 0 98

Dagelijks onderhoud

147

147

127

20

Waterwegen

Dagelijks onderhoud Storting voorziening Aanwending voorziening

68 20 20

-11 20 20

2 20 0

-13 0 20

Openbaar groen

Dagelijks onderhoud

746

734

753

-20

Riolering

Dagelijks onderhoud

422

422

297

125

Begraafplaatsen

Dagelijks onderhoud

7

11

12

-1

Gebouwen

Dagelijks onderhoud Storting voorziening Aanwending voorziening

183 337 0

343 337 380

425 337 321

-83 0 59

Bruggen

Openbare verlichting

Stand van zaken kapitaalgoederen Wegen Op basis van de technische wegeninspectie 2021 blijkt dat het areaal niet geheel voldoet aan het kwaliteitsniveau. De voorgaande inspectie die in 2016 is uitgevoerd heeft onvoldoende inzicht gegeven over de staat van onderhoud van het areaal. Hieruit is gebleken dat de inspectie niet geheel volgens de CROW-norm is uitgevoerd. Dit betekent dat een deel van de wegen niet voldoet aan het kwaliteitskader zoals is opgenomen in het Kwaliteitsplan kapitaalgoederen 2017-2026. Het Kwaliteitsplan kapitaalgoederen is in 2016 door de raad vastgesteld met als uitgangspunt dat de beeldkwaliteit voldoet aan de CROW-norm ‘B’ (basis). Om de veiligheid van de wegen te waarborgen, schadeclaims en kapitaalvernietiging te voorkomen zijn de beschikbare middelen niet toereikend om te voldoen aan het kwaliteitskader. Riolering Door een gebrek aan formatie in de riolering is er een achterstand ontstaan in het nemen van maatregelen om het functioneren van de riolering te waarborgen. Er is een achterstand ontstaan in het verwerken van revisiegegevens, wettelijke termijnen worden hierbij ruim overschreden. Het beheer van de riolering is hiermee tot onder een veilig niveau gekomen. 90/161

Water Er is geen achterstallig onderhoud aan het watersysteem. Groen Op basis van vier metingen kan gezegd worden dat de huidige kwaliteit wederom op hoofdlijnen op een B-niveau uitkomt. Enkele onderdelen scoren minder goed. Dit betreft voornamelijk de hoogte van het gras en het onkruid in de beplanting. Een oorzaak hiervoor is te vinden in de zachte winter waardoor en gras en de onkruiden bijna het hele jaar door blijven groeien. Daarnaast speelt steeds meer het gegeven dat tijdens pieken de krapte op de arbeidsmarkt een tijdige inzet van personeel bemoeilijkt. Ten opzichte van 2019 en 2020 is een lichte verbetering te zien in de beeldkwaliteit met name op het onderdeel boomonderhoud. Groentechnisch gezien voldoet de beplanting in het algemeen ruimschoots aan de kwaliteitsnormen. De bestrijding van Reuzenberenklauw en Japanse Duizendknoop in het openbaar groen blijft een punt van aandacht. De huidige maatregelen laten een afname zien. Voor een definitieve uitroeiing zal gedurende meerdere jaren consequent ingrijpen noodzakelijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat nog geen enkele toepasbare maatregel lijdt tot een effectieve bestrijding van de Japanse duizendknoop. Na een toename in 2020 van de eikenprocessierups is in 2021 het aantal aantastingen iets afgenomen. Spelen De speelvoorzieningen zijn veilig en voldoen aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen.

Gebouwen Het gemeentelijk vastgoed voldoet aan de daaraan gestelde kwaliteitseisen: conditieniveau 3 (redelijk). Bruggen Het beheer van de 210 gemeentelijke bruggen is op orde. Aandachtspunt is wel de onderbouw van houten fiets- en voetgangersbruggen. Zowel qua houtkwaliteit als de kwaliteit van de antislip lagen. Beschoeiingen Er is ten opzichte van vorig jaar, een grotere achterstand in het vervangen van de beschoeiingen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers; ten gevolge van de algemene bezuinigingsronde is de achterstand met 2 jaar (tot 2022) verlengd. De termijn van vervanging van de beschoeiingen en aanleggen natuurvriendelijke oevers, is met diezelfde 2 jaar verlengd tot 18 jaar (dus tot het jaar 2040). Openbare verlichting Het areaal is redelijk op orde en bestaat momenteel uit 5.750 verlichtingsobjecten waarvan ca. 8% lichtmasten en ca. 37% armaturen aan vervanging toe zijn. Verouderde verlichtingsobjecten of onderdelen zijn in beeld en worden jaarlijks projectmatig en wijkgericht vervangen.

91/161

Financiering Inleiding In deze paragraaf komen de onderwerpen aan de orde die behoren tot het geldstromenbeheer van de gemeente. In ieder geval beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte.

Financieringsfunctie De financieringsfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma’s. Deze functie omvat de financiering van het beleid en het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) schrijft de decentrale overheden een aantal zaken voor op het gebied van financiering. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De belangrijkste verplichtingen die uit deze wet voortvloeien zijn:  Het opstellen van een financieringsstatuut.  Het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening.  Het voldoen aan de kasgeldlimiet.  Het voldoen aan de renterisiconorm.

Financieringsstatuut Treasury is het sturen op en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Het Treasurystatuut is in 2017 vastgesteld.

Financieringsbeleid De financieringsportefeuille bestaat uit:  Opgenomen langlopende leningen.  Eigen vermogen dat als financieringsmiddel is ingezet (reserves).  In beheer gekregen waarborgsommen.

92/161

Opgenomen langlopende leningen en waarborgsommen Het onderstaande overzicht geeft de ontwikkeling aan van langlopende opgenomen leningen. 2021 Stand langlopende leningen per 1 januari Stand Waarborgsommen per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Stand totaal per 31 december

49.241 20 600 3.564 46.297

Uitgezette leningen De gemeente verstrekt langlopende leningen aan lokale en regionale instellingen en verenigingen. De basis voor verstrekking is het treasurystatuut. Daarnaast heeft de gemeente leningen uitstaan bij woningcorporatie De Woonschakel Westfriesland en hypothecaire geldleningen bij het ambtelijk personeel. Sinds 1 januari 2009 worden, als gevolg van een wijziging in de Wet Fido, geen nieuwe leningen meer aan ambtelijk personeel verstrekt. Onderstaand overzicht geeft de ontwikkeling aan van langlopende uitgezette leningen. 2021 Stand uitgezette leningen per 1 januari Nieuwe leningen Reguliere aflossingen Extra of vervroegde aflossingen Stand totaal per 31 december

20.645 0 3.575 0 17.070

Indicatoren Om de financieringsrisico’s (renterisico’s) te beperken, staan in de Wet Fido twee instrumenten: renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Daarnaast is met het schatkistbankieren een drempelbedrag bepaald. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. Het schema onder Rentetoerekening geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. Renterisiconorm De norm voor het renterisico stelt een grens aan financiering op lange termijn. Het doel is om overmatige renterisico’s op de vaste schuld (met een looptijd gelijk of langer dan 1 jaar) te vermijden. Het renterisico wordt verkleind door aflossingen in de tijd te spreiden.

93/161

De norm wordt berekend door het begrotingstotaal te vermenigvuldigen met een door het Rijk vastgesteld percentage (20%). Het totaal van renteaanpassingen en de herfinanciering van de aflossingen in een begrotingsjaar mag deze norm niet overschrijden. In cijfers betekent dit het volgende:

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

-

-

-

-

Renterisico 1.

Renteherzieningen

2.

Te betalen aflossingen

3.564

3.246

3.516

3.796

3.

Renterisico (1+2)

3.564

3.246

3.516

3.796

52.605

55.574

55.211

55.758

Renterisiconorm 4a.

Omvang begroting 1 januari

4b.

Vastgesteld percentage

20%

20%

20%

20%

4.

Renterisiconorm (4a x 4b)

10.521

11.115

11.042

11.152

Renterisico op vaste schuld (3)

3.564

3.246

3.516

3.796

Renterisiconorm (4)

10.521

11.115

11.042

11.152

Ruimte (3-4)

-6.957

-7.869

-7.526

-7.356

Toets renterisiconorm

(3 < 4): Ruimte onder renterisiconorm (3 > 4): Overschrijding renterisiconorm

De tabel laat zien dat het renterisico beneden de norm blijft. Schatkistbankieren Tijdelijk overtollige middelen worden verplicht ondergebracht bij het ministerie van Financiën. Het doel van de deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren is de Europese Monetaire Unie-schuld van de collectieve sector te verlagen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft voor de gemeente de maximale toegestane omvang van de kortlopende schuld (met een looptijd korter dan 1 jaar) aan. Wettelijk moet worden overgegaan tot omzetting naar langlopende schulden zodra de limiet meer dan twee achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden. Het doel van deze limiet is het renterisico op korte financiering te beperken. Fluctuaties in korte rente kunnen namelijk een relatief grote invloed hebben op rentelasten. De kasgeldlimiet wordt uitgedrukt in een percentage van het begrotingstotaal (8,5%) en bedraagt voor de gemeente Stede Broec voor 2021 € 4.471.000.

94/161

Bij het financieringsbeleid wordt rekening gehouden met deze limiet.

Omschrijving 1.

2.

Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting per 1 januari (lasten)

52.605

Percentage kasgeldlimiet

8,50%

Omvang kasgeldlimiet

4.471

Omvang vlottende schuld (gemiddeld dienstjaar) Opgenomen gelden < 1 jaar

0

Schuld in rekening courant

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

0

Overige geldleningen (geen vaste schuld)

0 0

3.

Vlottende middelen (gemiddeld dienstjaar) Contante gelden in kas

5

Tegoeden in rekening courant

149

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

0 154

4.

5.

Toets kasgeldlimiet Toegestane kasgeldlimiet

4.471

Totaal netto vlottende schuld (2-3)

-154

Ruimte (4-5)

4.625

De tabel laat zien dat de netto vlottende schuld binnen de limiet blijft. Rentetoerekening De paragraaf financiering moet inzicht geven in: - de rentelasten; - het renteresultaat; - de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.

95/161

Onderstaand schema geeft hier invulling aan.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering De externe rentebaten (idem)

1.756 276 -/-

Totaal door te rekenen externe rente

1.480

De rente die aan de grondexploitatie moet worden toegerekend

0 -/-

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0 -/-

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0 +/+

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

1.480

Rente over eigen vermogen

0 +/+

Rente over voorzieningen

0 +/+

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

1.480

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.375 -/-

Renteresultaat op het taakveld Treasury

105

96/161

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van zowel alle primaire als alle ondersteunende processen Deze paragraaf geeft, conform art. 14 van het BBV, inzicht in de relevante ontwikkelingen voor de gemeente Stede Broec op dit onderdeel. De gemeente Stede Broec staat voor een prettige woon- werk- en leefomgeving en werkt aan goede dienstverlening aan de inwoners en ondernemers. Voor de bedrijfsvoering maakt zij gebruik van de gemeenschappelijke regeling SED organisatie. De informatie uit deze paragraaf is daarom nagenoeg geheel ontleend aan de informatie die in de jaarrekening 2021 van de SED organisatie is opgenomen. De SED organisatie bouwt aan een stevige organisatie en staat in goed in contact met de medewerkers. Na een uitgebreide inventarisatie van de knelpunten in de organisatie heeft het algemeen bestuur van de SED organisatie er mee ingestemd om de formatie structureel met € 1,5 miljoen uit te breiden. Die € 1,5 miljoen is nodig om verder stappen te maken in het verder verbeteren van de dienstverlening en om het hoofd te kunnen bieden aan de toename van opgaven waarmee de gemeenten worden geconfronteerd.

Omdat het Rijk een steeds groter beroep doet op de lokale overheden zullen directie en bestuur van de SED organisatie ook in de toekomst steeds alert moeten zijn op een efficiënte inzet van de aanwezige capaciteit en scherpe keuzes moeten blijven maken. In 2021 is in de SED organisatie veel tot stand gebracht. Hieronder volgt een overzicht van de voornaamste punten.

Dienstverlening Bij de SED organisatie is het verbeteren van de dienstverlening een voortdurend proces, waarin continue verbetering van de online dienstverlening een hoofdzaak is. Inwoners en ondernemers verwachten dit steeds meer van hun gemeente. In juni 2021 zijn de nieuwe websites van de gemeenten gelanceerd. Doel is tot een verbetering van de gebruikerservaring te komen, onder andere door een modern en intuïtief design en een verbeterde zoekfunctionaliteit. We voldoen daardoor aan de standaard voor websites van overheidsinstanties (toegankelijkheidsnorm WCAG 2.1, niveau A + AA). In 2021 is de ‘social media’ strategie verder uitgewerkt, we richten ons op:  Meer bereik en doelgroepgerichte content: Door de inzet van sociale media willen wij meer zichtbaarheid, interactie, conversatie en bereik realiseren. We willen alle doelgroepen bereiken.  Tweerichtingsverkeer: we gaan het gesprek met de burger aan. Met alleen berichten plaatsen op sociale media zijn de gemeenten er nog niet. Gelet op de beschikbare capaciteit, is het KCC gestart met 1 kanaal (Facebook).  Beter monitoren van trends en ontwikkelingen: Door goed te ‘luisteren’ oftewel het monitoren van ‘social media’ willen de SED-gemeenten beter kunnen aansluiten op wat de doelgroep wil of beter bewust worden van wat er leeft onder de inwoners.

97/161

In het 3e kwartaal is de Klant Contact Monitor (KCM) in gebruik genomen. De Klant Contact Monitor brengt in kaart wat de inwoners van de SED-gemeenten vinden van het contact met de gemeente. De klantervaring wordt in kaart gebracht met als doel het doorlopend verbeteren van de klantervaring en het optimaliseren van interne bedrijfsprocessen. Meerdere WestFriese gemeenten meten via deze monitor de klanttevredenheid, waardoor in 2022 een benchmark kan worden gehouden.

Personeel en organisatie Evenals in 2020 heeft het werken in het teken gestaan van de coronacrisis. Door het virus en de daaruit voortvloeiende pandemie is onze manier van werken ingrijpend gewijzigd. Niet meer volledig op kantoor werken, maar vanuit huis en alleen indien nodig naar kantoor. In 2021 zijn extra faciliteiten beschikbaar gesteld om medewerkers mogelijkheden te geven om vanuit huis te werken. In 2021 zijn ca. 60 vacatures vervuld, een bijzondere prestatie in de huidige (krappe) arbeidsmarkt. Eind 2021 is gestart met het werken aan de arbeidsmarktcommunicatie en het imago van de SED organisatie naar buiten toe, de organisatie gaat daar in 2022 mee door. In het laatste kwartaal van 2021 is gestart met de herijking van het functiehuis volgens de HR21 methodiek. Sinds de start werkt de organisatie nog met veel indicatief ingeschaalde functies. Een duidelijke, uitlegbare structuur van het functiehuis en het definitief maken van de inschaling is een aspect van goed werkgeverschap en draagt bij aan de zekerheid en de tevredenheid van de medewerkers. In 2021 heeft een inhaalslag ambtseed plaatsgevonden. Al het personeel dat sinds 2017 in dienst is en nog geen belofte of een verklaring af heeft gelegd, heeft inmiddels een digitale ambtseed kunnen afleggen.

De gedachte is dat medewerkers met het uitspreken van de ambtseed zich bewust zijn van hun bijzondere en verantwoordelijke positie in de samenleving. In 2021 is vooruitgang geboekt met de professionalisering en digitalisering van het personeelsen salarissysteem. Het is inmiddels mogelijk om toegankelijke managementinformatie over de formatie, verzuim, loonsom en inhuur te genereren. Deze digitalisering bouwen we in 2022 verder uit met digitale personeelsdossiers en een E-HRM systeem waarin het proces in- dooren uitstroom van medewerkers digitaal geadministreerd wordt.

Facilitair In 2021 zijn diverse diensten opnieuw aanbesteed. De inkoop van horeca- en kantoorartikelen is ondergebracht bij lokale ondernemers. Duurzaamheid en flexibiliteit speelden hierbij een grote rol. Daarnaast zijn stappen gezet om de (bedrijfs)processen efficiënter in te inrichten. Dit zorgt ervoor dat team Facilitair de dienstverlening op afstand beter kan ondersteunen. Door het thuiswerken moest het klantcontact meer digitaal en is ook nog eens gegroeid door het individueel werken op een thuiswerkplek. De ontwikkeling van het hybride werken heeft effect op de SED organisatie. In 2021 is gestart met de werkgroep Hybride Werken om vanuit gestelde kaders integraal plannen te maken over hoe we deze manier van werken gaan vormgeven. Dit is onderdeel van goed en aantrekkelijk

98/161

werkgeverschap. Gelet op de uitkomsten van de werkgroep is de organisatie terughoudend geweest met het doen van aankopen op het gebied van huisvesting en mobiliteit.

ICT/Informatie Toegankelijke en betrouwbare overheidsinformatie is essentieel voor open en goed bestuur. Het op orde zijn van de digitale en papieren informatiehuishouding en archivering bij de overheid is een voorwaarde om alle taken en de toekomstige Wet Open Overheid (blijvend) goed te kunnen uitoefenen. Er zijn stappen gezet voor het op termijn duurzaam bewaren van digitale informatie in de digitale archiefbewaarplaats (e-depot). Blijvend te bewaren digitale informatie dient over 20 jaar, met de nieuwe archiefwet, 10 jaar, overgebracht te worden naar dit e-depot. Ook de sturing en monitoring op informatiebeheer krijgt de nodige aandacht. Ook wordt gewerkt aan de versterking van onderlinge samenhang van de informatiebeleidsvelden: beheren, beschermen, beveiligen en beschikbaar stellen van informatie. We blijven continu onze informatiehuishouding verbeteren en zijn in staat om goed in te spelen op de invoering van de Omgevingswet, de aangekondigde aanpassing van de Archiefwet 1995 (vervroegde overbrengingstermijn) en de aankomende Wet Open Overheid (WOO).

P&C-cyclus/Financiën De P&C-cyclus is in 2021 volgens planning uitgevoerd. Voor de jaarstukken 2020 van zowel de SED organisatie en de drie deelnemende gemeente heeft de accountant een goedkeurende verklaring afgegeven voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid. Voor rechtmatigheid is dit de eerste keer in het bestaan van de SED organisatie. Het meer aanbrengen van structuur, het geven van meer sturing en verder gaan met harmoniseren zijn waar de afdeling Financiën aan werkt bij het actualiseren van het financieel beleid en de P&C-cyclus. Zo wordt bij alle drie de gemeenten inmiddels een koppeling gemaakt tussen de Kadernota/ Voorjaarsnota om de ontwikkelingen voor het lopende jaar en die met een structureel gevolg in één document aan elkaar te verbinden. Om de leesbaarheid van de begrotingen van de deelnemende gemeenten verder te verbeteren is in 2021 het project doorontwikkelen P&C-cyclus/ leesbaarheid begroting gestart. In de begroting 2022 zijn de rubrieken en teksten van de programma’s aangepast en er is een infographic opgenomen. De volgende stap is om na de gemeenteraadsverkiezingen 2022 de mogelijkheid te onderzoeken om het aantal programma's terug te brengen. In 2021 heeft het college de intentie uitgesproken om een convenant aan te gaan met de Belastingdienst voor Horizontaal Toezicht (HT).

Hiervoor moeten onder ander een fiscale strategie en een fiscale risicoanalyse worden opgesteld.

99/161

Inkoop Inkoop is als adviserend team, faciliterend aan de organisatie. Het team bestaat uit de onderdelen subsidies, verzekeringen, nutskosten, contractbeheer en aanbestedingen. Vanuit deze rol speelt Inkoop in op ontwikkelingen in de omgeving. Waarbij voor aanbestedingen een coördinerende rol wordt vervuld. In 2021 is onder meer het volgende gerealiseerd:  Er is een openbare aanbesteding opgestart voor het aanbesteden van een integraal bestuurlijk informatiesysteem en digitaal vergadersysteem voor het MT, het college, de raad en toekomstige overlegorganen. Belangrijk is dat het systeem optimaal aansluit bij de behoeften van de organisatie. Ook moet het systeem voldoen aan de wet- en regelgeving op het gebied van archiefvorming, informatiebeveiliging & bescherming privacy en digitale toegankelijkheid.  Door de wettelijke aanbesteding van de brandpolis van de gemeente zijn ook voor de komende 2 jaar alle gemeentelijke panden weer 100% gedekt. Ook in de voorwaarden is niet gesneden, helaas hebben we wel te maken met een ongunstigere premie. Het is momenteel een lastige verzekeringsmarkt voor o.a. gemeenten.  In samenwerking met Ons Stede Broec is in 2020 een projectplan ingediend voor de inzet van een Wijk GGD-er. Dit project loopt door in 2021. Hiervoor is € 20.000 subsidie toegekend.

 Er is een specifieke uitkering tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving aangevraagd en gekregen.  Ook de regeling reductie energiegebruik woning is toegekend. Met het toegekende bedrag van € 100.000 kunnen energiebesparende maatregelen zoals ledlampen of tochtstrippen worden aangeschaft. Medio 2022 wordt het mogelijk om dit via een speciale website aan te schaffen.  De plaatsing van slimme meters is ook in 2021 doorgezet. Doordat de meters gegevens automatisch doorsturen naar de energieleverancier zijn de jaarafrekeningen nauwkeuriger geworden en is er een besparing in administratieve lasten gerealiseerd.  HVC was al leverancier van gas voor het gemeentehuis en wordt vanaf 2022 nu ook leverancier van alle overige gasaansluitingen voor de gemeente. HVC wekt haar energie zelf op in de regio. Daarmee werken we samen aan een duurzame toekomst.  Voor de administratie met betrekking tot het energieverbruik van alle aansluitingen is de rapportage geoptimaliseerd en daarmee doorontwikkeld.

100/161

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11599789/2