CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptbegroting RSW 2027

Gemeenteraad 24 juni 2026, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Recreatieschap WF10.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Recreatieschap Westfriesland Begroting 2027

Voor behandeling in de vergadering van het algemeen bestuur van 1 juli 2026

2

Inhoudsopgave

Inleiding ....................................................................................................................................... 3 Uitgangspunten ................................................................................................................................... 3 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 Beleidsbegroting .......................................................................................................................... 5 Missie en visie en taken ...................................................................................................................... 5 Programmaplan ................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 1 – Recreatieterreinen ................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 - Recreatieve netwerken............................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 - Algemeen beheer en beleid.................................................................................... 12 Hoofdstuk 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien .........................................................

14 Wat mag het kosten? .................................................................................................................... 17 Paragrafen ......................................................................................................................................... 18 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing .................................................................. 18 Beschikbare weerstandscapaciteit ................................................................................................ 18 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ....................................................................................... 22 Paragraaf Financiering ................................................................................................................... 23 Paragraaf Bedrijfsvoering .............................................................................................................. 24 Financiële begroting ................................................................................................................... 25 Uitgangspunten bij de begroting....................................................................................................... 25 Overzicht van baten en lasten en de toelichting...............................................................................

26 Uiteenzetting financiële positie en de toelichting ............................................................................ 27 Meerjarenraming .............................................................................................................................. 29 Geprognosticeerde Begin- en Eindbalans 2027 ................................................................................ 30

Bijlagen • Verwachte investeringen • Stand en verloop reserves en voorzieningen • Overzicht baten en lasten per taakveld • Meerjarig geprognosticeerde balans • Recreatieschap in cijfers en kaarten • Begroting 2027 volgens de oude programma-indeling

2

3

Inleiding Geachte leden van het algemeen bestuur, Met trots presenteren wij u de Begroting 2027 en de Meerjarenraming 2028–2030. Ten tijde van het opstellen van deze begroting spelen wereldwijd ingrijpende ontwikkelingen. Oorlogen en politieke spanningen leveren verontrustende beelden op en zorgen voor economische schommelingen, met name op het gebied van energie- en brandstofprijzen. In welke mate dit in 2027 doorwerkt, is op dit moment nog onzeker. Ondanks deze mondiale dynamiek blijven wij ons ook in 2027 onverminderd inzetten voor de recreatie in Westfriesland, zoals wij dat al ruim vijftig jaar doen. Dat doen wij door het beheren van recreatieterreinen én het ontwikkelen en uitvoeren van recreatiebeleid. De maatschappelijke uitdagingen zijn groot, maar bieden ook kansen. Thema’s als biodiversiteit, klimaatadaptatie, druk op de beschikbare ruimte en nieuwe regelgeving vragen om innovatieve en integrale oplossingen. Tegelijkertijd groeit de recreatiebehoefte, hetgeen ons uitdaagt om natuur, recreatie en andere functies zorgvuldig en duurzaam met elkaar te verbinden. Recreatievisie Eind 2025 is de nieuwe recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’ vastgesteld. Deze visie is tot stand gekomen via een intensief traject waarin gemeenteraden en het algemeen bestuur nauw zijn betrokken.

Dit heeft geleid tot uitsluitend positieve zienswijzen en een unanieme vaststelling van de visie. De uitwerking ervan vraagt om samenwerking: wij kunnen en willen dit niet alleen doen. Samen met de regio en onze partners zoeken wij naar slimme, integrale benaderingen om recreatie, natuur en andere ruimtelijke opgaven te verbinden, zodat Westfriesland ook in de toekomst een aantrekkelijke recreatieregio blijft. Bedrijfsvoering In 2027 willen wij ons nadrukkelijker richten op het versterken van de interne bedrijfsvoering. De toenemende hoeveelheid wet- en regelgeving maakt het werk complexer, met name op het gebied van natuurwetgeving, vergunningen, inkoop en aanbesteding, digitale veiligheid, privacy en participatie. Daarnaast vraagt ook de steeds mondiger en beter geïnformeerde recreant om meer afstemming, communicatie en begeleiding. Verder is het noodzakelijk om beheer- en investeringsplannen actueel te houden, zodat tijdig kan worden geanticipeerd en geprogrammeerd zodat (financiële) verrassingen worden voorkomen. Dit is niet alleen van belang voor een effectieve uitvoering, maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid waar wij voldoende aandacht aan moeten besteden. De huidige situatie leidt er echter toe dat directie en beleidsontwikkeling meer tijd kwijt zijn aan deze taken dan wenselijk is. Dit gaat ten koste van hun beleidsmatige en strategische taken.

In de uitvoering betekent dit dat werk soms niet of niet tijdig kan worden opgepakt en zorgt het voor toenemende werkdruk. Om hieraan tegemoet te komen, is in deze begroting een uitbreiding van de formatie opgenomen. Hiermee willen wij de interne bedrijfsvoering versterken, de organisatie toekomstbestendig maken en ruimte creëren voor een efficiënte uitvoering van de recreatievisie en onze reguliere taken.

Uitgangspunten Naast de Kadernota 2027 is deze begroting opgesteld op basis van de algemene financiële uitgangspunten die door de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord zijn vastgesteld. Voor nadere details hierover verwijzen wij u naar bladzijde 25. De uitvoering van de recreatievisie vraagt om gerichte investeringen, maar ook om samenwerking. Het Recreatieschap is niet als enige verantwoordelijk voor uitvoering en financiering. Samen met gemeenten, maatschappelijke organisaties en andere partners zoeken wij naar integrale, duurzame oplossingen.

3

4 Tegelijkertijd vraagt de uitvoering om duidelijke keuzes, zodat wij de beschikbare middelen doelmatig inzetten en Westfriesland aantrekkelijk en toekomstbestendig houden voor zowel inwoners als bezoekers. Na de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 zal aan het algemeen bestuur een beleidskader voor de uitvoering en financiering worden voorgelegd. Op basis daarvan wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. Eventuele financiële consequenties worden verwerkt via de reguliere Planning & Control-cyclus.

Zienswijzen Kadernota 2027 Op de Kadernota 2027 zijn alleen positieve zienswijzen ontvangen. Het overzicht van de zienswijzen en de besluitvorming is bijgevoegd.

Leeswijzer Na deze inleiding volgt de Beleidsbegroting. In tegenstelling tot voorgaande jaren bevat de begroting nog maar één programma. Hiervoor is gekozen omdat een begroting met meerdere programma’s in de praktijk tot bestuurlijke en administratieve knelpunten leidt en niet bijdraagt aan een heldere positionering van verantwoordelijkheden binnen de organisatie. De verschillen in omvang tussen de programma’s waren groot. Het programma Recreatieterreinen besloeg ruim 8o% van de totale begroting, terwijl de overige drie programma’s slechts een beperkte omvang hadden. Hierdoor ontstond het praktische probleem dat een relatief kleine overschrijding binnen een klein programma al snel als materieel werd aangemerkt. Dit vereiste besluitvorming door het algemeen bestuur om een beperkt bedrag over te hevelen tussen programma’s, wat niet bijdroeg aan flexibiliteit en doelmatigheid. Met de overstap naar één integraal programma in zowel begroting als jaarrekening blijven materiële verschillen duidelijk zichtbaar, maar kunnen kleinere afwijkingen binnen het geheel tegen elkaar wegvallen. Dit voorkomt onnodige formele procedures en sluit beter aan bij de manier waarop de organisatie feitelijk werkt. Om transparantie en inzicht te waarborgen wordt binnen het programma gewerkt met verschillende hoofdstukken.

Per hoofdstuk wordt beschreven wat we willen bereiken en welke activiteiten daarvoor nodig zijn. Op programmaniveau is aangegeven wat de kosten daarvoor zijn. Aansluitend komen de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud kapitaalgoederen, Financiering en Bedrijfsvoering aan bod. Na de beleidsbegroting vindt u de financiële begroting, inclusief de meerjarenbegroting. Tot slot worden diverse bijlagen gepresenteerd. Namens het dagelijks bestuur Recreatieschap Westfriesland, Nico Slagter, voorzitter

4

5

Beleidsbegroting Missie en visie en taken Al ruim vijftig jaar (sinds 1973) is het Recreatieschap dé partij in Westfriesland die voor de Westfriese gemeenten het beleid voor de (openlucht)recreatie ontwikkelt en uitvoert. Dit doet het voor zowel de eigen inwoners als voor bezoekers van buiten de regio. Missie Westfriesland heeft veel te bieden op het gebied van landschap, natuur en recreatie. Niet alleen voor de eigen bewoners maar ook voor recreanten van buiten de regio. De huidige en toekomstige recreant heeft andere wensen en verlangens dan die van vroeger. Door het behouden, benutten en verbeteren van de kernkwaliteiten van landschap, natuur en recreatie is het Recreatieschap in staat om in te spelen op de eisen, wensen en vragen vanuit een veranderende maatschappij. Dit kan het Recreatieschap niet alleen. Het zoekt daarom verbinding met andere partijen, zowel binnen als buiten Westfriesland. Visie In de recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’ krijgt de visie gestalte. De visie op de recreatie in Westfriesland is als volgt verwoord: ‘Regio Westfriesland wil de inwoners van en bezoekers aan de regio voldoende kwalitatief goede en aantrekkelijke recreatiemogelijkheden bieden.

Recreatievoorzieningen brengen plezier én dragen positief bij aan de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners, zorgen voor een fijne leefomgeving en kunnen bijdragen aan opgaven voor natuur, biodiversiteit en klimaat. Door recreatie integraal als onderdeel bij andere ontwikkelingen mee te nemen begint het letterlijk bij de voordeur. Daarnaast wil de regio zich inzetten voor een aantrekkelijk en beleefbaar landschap met natuur- en cultuurwaarden.’ De recreatievisie draagt ook bij aan de ambitie uit het Pact van Wesfriesland om tot de top tien van meest aantrekkelijke regio’s behoren. Taak Het Recreatieschap geeft hier invulling aan door het beheer en onderhoud van de recreatieterreinen die verspreid door Westfriesland liggen. Deze zijn gevarieerd ingericht en bieden elk wat wils. Ook beheert het Recreatieschap de recreatieve netwerken voor varen, fietsen en wandelen. Naast beheer en instandhouding wordt er ook ingezet op vergroten van het recreatieve aanbod. Dit gebeurt middels de uitvoering van de recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’.

Algemeen Ten tijde van het opstellen van de Begroting 2027 spelen er twee ontwikkelingen waarvan de impact op de taken en werkzaamheden van het Recreatieschap in 2027 nog niet volledig te overzien is. Mondiale spanningen en economische effecten De eerste betreft de aanhoudende oorlogen en internationale politieke spanningen. Deze kunnen invloed hebben op kosten voor brandstoffen, materialen, energie en aannemers. Hoewel deze posten onderdeel zijn van de begroting, is het op dit moment onzeker in hoeverre zij daadwerkelijk tot afwijkingen zullen leiden. Daarnaast zijn er indirecte effecten – zoals ontwikkelingen in loonkosten en rente – waarvan de financiële impact nu nog niet kan worden voorspeld. De huidige cao loopt tot en met maart 2027; ten tijde van het opstellen van deze begroting is nog niet bekend welke afspraken in een nieuwe cao zullen worden vastgelegd en wat dit betekent voor de personeelslasten. Uitvoering van de recreatievisie De tweede onzekerheid betreft de uitvoering van de nieuwe recreatievisie, die een ambitieuze koers uitzet. De visie vraagt niet alleen om slimme en integrale beleidscombinaties, maar ook om gerichte investeringen. Na de

5

6 gemeenteraadsverkiezingen van 2026 wordt aan het algemeen bestuur een beleidskader voorgelegd voor de uitvoering en financiering van de visie. Op basis hiervan worden een uitvoeringsprogramma en een investeringsplan opgesteld. Pas dan wordt duidelijk wat de financiële gevolgen precies zijn. Eventuele effecten worden, conform de gebruikelijke werkwijze, verwerkt in de reguliere Planning & Control-cyclus.

6

7

Programmaplan In tegenstelling tot voorgaande jaren bevat deze begroting nog maar één programma, namelijk het programma ‘Recreatie’. Wat onveranderd blijft, is dat wij in de begroting aangeven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat het mag kosten. Om deze informatie op een duidelijke en gestructureerde manier te presenteren, hebben wij binnen het programma drie hoofdstukken opgenomen: • • •

Recreatieterreinen Recreatieve netwerken Algemeen beheer en beleid

In deze hoofdstukken beantwoorden wij de eerste twee vragen: wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen. Deze indeling sluit aan bij de programma’s die in eerdere begrotingen werden gebruikt. Het verschil met voorgaande jaren zit in de wijze waarop wij de vraag ‘wat mag het kosten’ beantwoorden. De financiële informatie wordt nu gepresenteerd op het niveau van kostensoorten, zoals personeelskosten, kantoorkosten en kapitaallasten. Daarnaast zijn ook de mutaties in reserves opgenomen, zodat de financiële opbouw volledig en transparant inzichtelijk is. Ter verduidelijking is in de bijlage een overzicht opgenomen waarin de tabel met baten en lasten zowel volgens de oude als de nieuwe systematiek is weergegeven. Hierdoor kunnen de cijfers eenvoudig worden vergeleken met die van voorgaande jaren.

Hoofdstuk 1 – Recreatieterreinen Wat willen wij bereiken? Het Recreatieschap streeft naar gevarieerde recreatieterreinen die aansluiten bij de behoeften van zowel inwoners als dagjesmensen en verblijfsrecreanten. De terreinen bieden ruimte aan uiteenlopende gebruikersgroepen, zoals zwemmers, (water)sporters, hondeneigenaren, fietsers, wandelaars en natuurliefhebbers. De inrichting en het beheer zijn primair gericht op deze diversiteit, zodat alle gebruikers zich welkom voelen en de terreinen voor verschillende vormen van recreatie geschikt blijven. Daarnaast wil het Recreatieschap een grotere bijdrage leveren aan natuur en biodiversiteit. We richten onze gebieden steeds vaker natuurinclusief in en nemen beheermaatregelen die de natuurwaarden versterken. De beleefbaarheid van deze natuur staat daarbij centraal, zodat bezoekers daadwerkelijk ervaren wat de meerwaarde daarvan is. De samenhang tussen natuur, recreatie en gezondheid wordt de laatste jaren steeds duidelijker. Beweging in een groene omgeving heeft aantoonbaar positieve effecten op zowel de fysieke als de mentale gezondheid. Voor veel mensen is de natuur een belangrijke plek om stress te verminderen, tot rust te komen of psychische klachten te verlichten. De terreinen van het Recreatieschap kunnen hierin een betekenisvolle rol spelen.

Dit sluit volledig aan bij de nieuwe recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’. Die titel is niet voor niets gekozen: recreatiegebieden worden steeds belangrijker in het dagelijks leven van inwoners. Het gebruik beperkt zich allang niet meer tot een paar mooie zomerweekenden. Steeds meer mensen benutten de gebieden dagelijks – voor sport, een wandeling alleen of met vrienden, of een moment van ontspanning. De terreinen moeten daarom aansluiten bij deze veranderende en groeiende vraag, zodat zij ook in de toekomst bijdragen aan een gezond, aantrekkelijk en vitaal Westfriesland.

7

8

Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt ongeveer 350 hectare recreatiegebieden. Dit omvat het onderhoud van stranden, speel- en ligweiden, parken, speeltoestellen en diverse vormen van infrastructuur, zoals wegen, paden, parkeerterreinen, (toilet)gebouwen, bruggen, steigers, duikers en in- en uitlaatplaatsen voor boten. Ook bagger- en schouwwerkzaamheden in en langs watergangen vallen onder ons beheer. Daarnaast beheren wij verschillende zwemwaterlocaties. Het onderhoudsniveau verschilt per terrein en per onderdeel. Voor intensieve recreatiezones en meubilair streven wij naar ambitieniveau A volgens de CROW-richtlijnen (‘mooi en comfortabel’), hoewel dit per object kan variëren. Voor paden hanteren wij niveau B (‘functioneel’), terwijl voor halfverharde en onverharde paden niveau C geldt, waarbij enig ongemak of lichte hinder mogelijk is. Veel recreatieterreinen zijn in de jaren 70 en 80 aangelegd. In de afgelopen jaren zijn diverse terreinen opgewaardeerd of opnieuw ingericht, maar sommige locaties hebben nog altijd een typische jaren 80-uitstraling. In deze gebieden is het soms lastig om het gewenste ambitieniveau te halen. Tegelijkertijd stellen recreanten van vandaag hogere eisen aan kwaliteit, comfort en voorzieningen. Maar ook zien we dat meer recreanten vaker gebruik maken van de terreinen, wat ook vraagt om toename van aanbod.

Om aan deze veranderende vraag te voldoen, worden verouderde voorzieningen geleidelijk vervangen en waar nodig en mogelijk nieuwe voorzieningen toegevoegd. Deze opgave wordt meegenomen in de uitvoering van de nieuwe recreatievisie en sluit aan bij Actielijn 1 (Opwaarderen en uitbreiden van recreatiemogelijkheden). Naast het versterken van de recreatieve waarde is het vergroten van natuurwaarden en biodiversiteit een belangrijke opgave. Wanneer natuur en recreatie goed worden gecombineerd, kunnen zij elkaar versterken. Het Recreatieschap maakt daarom bewuste keuzes tussen intensief beheerde recreatiedelen en extensief beheerde natuurgebieden. Daarbij houden we rekening met veranderingen in het klimaat, zoals droogte, wateroverlast en hitte. De transitie naar meer natuurinclusieve en klimaatbestendige recreatieterreinen

8

9

verloopt stapsgewijs: beheer en beplanting worden aangepast, en nieuwe inrichtingsplannen houden standaard rekening met deze ontwikkelingen. Het Recreatieschap werkt samen met verschillende partners om deze doelen te realiseren. We streven ernaar de kwaliteit en beleving van onze terreinen te verbeteren, zonder toekomstige ontwikkelingen ten koste te laten gaan van de natuur. In sommige gevallen is natuurcompensatie noodzakelijk, omdat een aantal terreinen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Naast onze eigen locaties beheren wij ook zwemwaterlocaties en recreatieve voorzieningen in opdracht van derden. Zo verzorgen wij onder meer het recreatieve beheer van het stadsstrand in Hoorn. De terreinen in cijfers Bruggen

34 stuks

Beschoeiing

circa 10 kilometer

Boothellingen

3

Paden en wegen

circa 27 kilometer

Onverharde gras- en bospaden

circa 16 kilometer

Stranden

11

Zwemlocaties (eigen en van derden)

15

Gebouwen

11

Honderden andere (kleine) objecten en voorzieningen als banken, prullenbakken en speeltoestellen.

Hoofdstuk 2 - Recreatieve netwerken Wat willen wij bereiken? Ook in 2027 wil het Recreatieschap recreanten en toeristen kwalitatief goede routenetwerken aanbieden, waar zij veilig en comfortabel kunnen wandelen, varen en fietsen. Deze netwerken moeten naadloos aansluiten op die van aangrenzende regio’s, zodat recreanten zonder hinder van gemeente- of regiogrenzen kunnen genieten van hun tocht. Landelijke routes, zoals de Lange-Afstand-Wandelpaden (LAW’s) en Streekpaden, evenals de Landelijke Fietsroutes (LF-icoonroutes), zijn geïntegreerd in de regionale netwerken. Hiermee versterken de routes elkaar en ontstaat een samenhangend, herkenbaar en gebruiksvriendelijk recreatief netwerk dat zowel de dagelijkse gebruiker als de toeristische bezoeker optimaal ondersteunt. Wat doen wij ervoor? Het Recreatieschap beheert en onderhoudt de bebording van meer dan 1.000 kilometer aan recreatieve routenetwerken, evenals zeven Toeristische Overstappunten (TOP’s). Daarnaast onderhouden wij kleinere voorzieningen zoals overstapjes in het wandelnetwerk. Wij werken continu aan de ontwikkeling van deze netwerken, met als doel de kwaliteit op peil te houden en het netwerk waar mogelijk uit te breiden.

9

10 Een belangrijke ambitie komt voort uit Actielijn 2 van de recreatievisie (Fijnmazig netwerk van wandel-, fietsen vaarroutes). Tegelijkertijd sluit de ontwikkeling van de routenetwerken ook duidelijk aan op de overige actielijnen. Een goed functionerend en fijnmazig netwerk ontsluit grote delen van het landelijk gebied en kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan de recreatieve opgaven in de regio. Door de juiste verbindingen te realiseren kan recreatie worden versterkt zonder dat dit ten koste gaat van andere functies in het buitengebied. Actielijn 2 beschrijft specifiek de opgave om te komen tot een fijnmazig netwerk van wandel-, fiets- en vaarroutes. Dit gebeurt onder andere door: • het verbeteren van recreatieve mogelijkheden op bestaande wegen en paden; • het vergroten van de veiligheid; • het integreren van ‘groene’ en ‘blauwe’ recreatie dicht bij huis; • het toevoegen van ontbrekende schakels in het netwerk; • en het beter benutten van de kust en andere waardevolle landschappelijke elementen. De grootste uitdaging ligt daarbij in het realiseren van meer unieke verbindingen, zoals onverharde en halfverharde paden en boerenlandpaden. Deze dragen bij aan een aantrekkelijker, afwisselender en meer onderscheidend routenetwerk en vergroten daarmee de recreatieve waarde van het landschap.

Wandelnetwerk Westfriesland beschikt over een gebiedsdekkend wandelnetwerk, waarin ook de Lange-Afstand-Wandelpaden (LAW’s) – zoals het Groot Frieslandpad en het Zuiderzeepad – en het Streekpad Westfriese Omringdijk zijn opgenomen. Het netwerk sluit naadloos aan op de netwerken in aangrenzende regio’s. Naast de ambities uit de recreatievisie ligt de nadruk in 2027 op beheer en onderhoud, zodat de kwaliteit en veiligheid van het netwerk gewaarborgd blijven.

10

11

Fietsroutenetwerk Het fietsroutenetwerk richt zich op het behouden - en in het kader van de recreatievisie – waar mogelijk – verbeteren van de kwaliteit van het regionale knooppuntennetwerk, de landelijke LF-icoonroutes, en de Westfriese Omringdijkroute. Wanneer verbeteringen gewenst of noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld op het gebied van recreatieve kwaliteit of verkeersveiligheid, worden deze – in lijn met de recreatievisie – opgenomen in het netwerk. Vaarroutenetwerk De vaarroutes in Westfriesland maken deel uit van het landelijke vaar- en sloepennetwerk. De focus ligt op behoud en kwaliteitsverbetering van bestaande routes en het invullen van ontbrekende schakels om te komen tot een volledig regiodekkend vaarnetwerk. De doorontwikkeling richt zich op zowel het regionale netwerk als de aansluiting op het landelijke toervaartnetwerk, met name in de Kop van Noord-Holland. Het Recreatieschap zet daarnaast - samen met de betrokken partijen - in op betere borging van het nautische en vaartechnische beheer van de routes en versterking daarvan. Toeristische Overstappunten (TOP’s) Toeristische Overstappunten (TOP’s) vormen knooppunten waar fiets-, wandel- en in sommige gevallen vaarroutes samenkomen. Er is voldoende parkeergelegenheid en ze bevinden zich vaak nabij horeca. Sommige TOP’s staan vlakbij een drinkwatertappunt.

Elke TOP heeft de vorm van een herkenbare informatiezuil met een routekaart en informatie over bezienswaardigheden en voorzieningen in de omgeving. In Westfriesland bevinden zich zeven TOP’s. Provinciale en landelijke afstemming Recreanten laten zich niet tegenhouden door bestuurlijke grenzen, en de recreatieve netwerken doen dat ook niet; zij sluiten naadloos aan op de netwerken in de omliggende regio’s. Naast fysieke aansluiting is beleidsmatige en operationele afstemming noodzakelijk. Er vindt daarom structureel overleg plaats met andere routebeheerders en met de provincie. Op provinciaal niveau neemt het Recreatieschap deel aan de Routealliantie, waar wordt samengewerkt aan ontwikkelingen in de routenetwerken, maar ook aan gezamenlijke promotie en communicatie via een provinciaal routeportaal. Daarnaast is er intensief contact met het Routebureau van Recreatie Noord-Holland, onder andere over beheer- en onderhoudsafspraken, de ontwikkeling van jaarlijkse factsheets en gezamenlijke promotieactiviteiten. Deze samenwerking zal mogelijk nog intensiever worden in de toekomst.

De netwerken zijn onderdeel van de provinciale en landelijke systemen: • Wandelen: www.wandelnetwerknoordholland.nl • Fietsen: www.nederlandfietsland.nl/fietsrouteplanner • Varen: www.sloepennetwerk.nl / www.vaarroutenetwerk.nl • TOP’s: www.natuurwegwijzer.nl/tops Beleving en thematisering van routes Hoewel de netwerken in grote lijnen op orde zijn, bestaat er een duidelijke wens om het aanbod verder te verrijken. Dit sluit aan bij Actielijn 3 (Aantrekkelijk en beleefbaar Westfries landschap) en Actielijn 4 (Samenwerking met andere beleidsvelden en organisaties) uit de recreatievisie. In 2027 onderzoekt het Recreatieschap – samen met verschillende partners – hoe de bestaande netwerken kunnen worden uitgebreid met themaroutes en hoe er een extra beleeflaag kan worden toegevoegd. Dit kan bijvoorbeeld door routes te ontwikkelen rond specifieke thema’s, zoals hondenuitlaatroutes, historische routes

11

12 of routes gericht op natuurbeleving. Dergelijke thematisering maakt de netwerken aantrekkelijker voor een breed publiek en draagt bij aan een herkenbaar en onderscheidend recreatief aanbod. Thematisering en promotie van routes hebben daarnaast een sterke relatie met het toerisme. Daarom wordt nauw afgestemd en samengewerkt met regionale en provinciale toeristische initiatieven. Zo zorgen we ervoor dat routes niet alleen functioneel en aantrekkelijk zijn, maar ook goed worden gepositioneerd binnen het bredere toeristisch aanbod van Westfriesland en Noord-Holland. Wandelnetwerk

ongeveer 535 kilometer

Vaarroutenetwerk

ongeveer 150 kilometer

Fietsroutenetwerk

ongeveer 150 kilometer

Toeristische Overstappunten (TOP’s)

7 stuks

Hoofdstuk 3 - Algemeen beheer en beleid Wat willen wij bereiken? Het hoofdstuk Algemeen beheer en beleid omvat de algemene bedrijfsvoering, beleidsontwikkeling en communicatie van het Recreatieschap. Binnen dit programma valt ook de recreatievisie die in december 2025 is vastgesteld en de daaruit voortvloeiende projecten. De uitvoering van deze projecten gebeurt in samenwerking en afstemming met gemeenten en andere partners. Recreatievisie In december 2025 heeft het algemeen bestuur de nieuwe recreatievisie ‘Gezond en aantrekkelijk Westfriesland’ vastgesteld. Deze visie vervangt het Natuur- en Recreatieplan Westfriesland uit 2016. De groei van het aantal inwoners, de toegenomen druk op de ruimte en andere ruimtelijke ontwikkelingen in de regio vormden de aanleiding voor het actualiseren van het beleid. Met de vaststelling van de nieuwe visie beschikt Westfriesland over een actuele koers voor de komende jaren, waarin recreatie, natuur, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit op een samenhangende manier worden verbonden. De recreatievisie bestaat uit vier Actielijnen, die in de afzonderlijke hoofdstukken van deze begroting grotendeels al aan bod zijn gekomen : 1. Toegankelijke en toekomstbestendige recreatieterreinen 2. Fijnmazige wandel-, fiets- en vaarroutenetwerken 3. Aantrekkelijk en beleefbaar Westfries landschap 4.

Samenwerking met andere beleidsvelden en organisaties Vanaf 2026 ligt de nadruk op de implementatie van deze visie. In 2027 wordt verder gewerkt aan het opstellen en uitvoeren van het uitvoeringsprogramma, waarin projecten, prioriteiten en investeringen worden geconcretiseerd. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met gemeenten, provincie, maatschappelijke organisaties, terreineigenaren en andere partners. Communicatie en participatie Voor het programma Algemeen beheer, beleid en communicatie blijft participatie een belangrijke pijler in 2027. Open en transparante communicatie draagt bij aan draagvlak en een succesvolle uitvoering van de recreatievisie. Dit doen wij door: • actieve informatievoorziening via website, nieuwsbrieven en sociale media;

12

13

• •

het betrekken van inwoners via bijeenkomsten; samenwerking met gemeenten, ondernemers, natuurorganisaties en andere stakeholders om tot een gedeelde koers en uitvoering te komen.

Wat doen wij ervoor? Recreatievisie Vanaf 2026 ligt de nadruk op de implementatie van de recreatievisie en de uitvoering van de projecten die daaruit voortkomen. Uitvoeringsprogramma Voor de uitvoering van de visie wordt een uitvoeringsprogramma recreatievisie opgesteld, waarin de ambities worden vertaald naar concrete opgaven, projecten, planning en investeringen. Het Recreatieschap beschikt over een bestemmingsreserve, ingesteld bij het vorige uitvoeringsprogramma. Deze reserve dekt een deel van de incidentele kosten en kapitaallasten, maar is onvoldoende om alle ambities uit de nieuwe visie te realiseren. Daarom wordt na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026 een beleidskader voor de uitvoering en financiering aan het algemeen bestuur voorgelegd. De daarin vastgestelde uitgangspunten vormen de basis voor het actualiseren en vaststellen van het uitvoeringsprogramma. Wanneer dit gevolgen heeft voor de gemeentelijke bijdrage, worden deze verwerkt via de kadernota, de begroting en overige stappen binnen de Planning & Control-cyclus. Voor ieder project wordt daarnaast gekeken naar mogelijkheden voor subsidies en cofinanciering, zoals Regiodeal, LEADER of andere regionale en nationale regelingen. Dynamisch uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma is dynamisch van aard. Nieuwe kansen, ontwikkelingen of projecten kunnen de planning en kosten beïnvloeden.

Ook samenwerking met projectpartners kan leiden tot wijzigingen, bijvoorbeeld door gezamenlijke financiering of doordat onverwachte mogelijkheden ontstaan voor versnelling. Het uitvoeringsprogramma wordt daarom regelmatig geactualiseerd, in nauwe samenwerking met de gemeenten. Belangrijke wijzigingen worden — waar nodig — formeel vastgesteld via de Planning & Control-cyclus of via separate besluitvorming. Gemeenteraden worden betrokken bij de besluitvorming. Inwoners en partners worden op de hoogte gehouden via de website, nieuwsbrieven en andere communicatiekanalen. Lopende en nieuwe projecten In 2027 werkt het Recreatieschap verder aan lopende projecten, zoals de opwaardering van de Vooroever Koopmanspolder–Andijk. Daarnaast komt mogelijk de voorbereiding van nieuwe projecten aan bod, waaronder De Hulk Buitendijks, de opwaardering van De Leijen en verbeteringen in de fiets- en vaarroutenetwerken. De voortgang van deze projecten is mede afhankelijk van de betrokken projectpartners. Samenhang met andere trajecten en beleidsstukken De recreatievisie staat niet op zichzelf, maar sluit nauw aan bij andere regionale en bovenregionale beleidskaders. Het Pact van Westfriesland richt zich op wonen, leefbaarheid en vrije tijd, en de recreatieterreinen en netwerken van het Recreatieschap leveren een directe bijdrage aan deze doelen.

Ze versterken de toeristische aantrekkingskracht van de regio, ondersteunen ondernemers en dragen bij aan maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie en waterberging. De samenhang tussen het Pact en de recreatievisie wordt de komende jaren verder verstevigd.

13

14 Ook het Ontwikkelingsperspectief Noord-Holland Noord vormt een belangrijk richtinggevend document. Het beschrijft de ruimtelijke ontwikkeling van de regio, met aandacht voor woningbouw, energie, bedrijvigheid, recreatie en klimaatadaptatie. Het versterken van recreatieve infrastructuur en het vergroten van de toeristische aantrekkelijkheid sluiten direct aan bij de ambities van de recreatievisie. Gezamenlijk dragen deze beleidskaders bij aan het versterken van de leefbaarheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van Westfriesland. De samenwerking tussen gemeenten, provincie, ondernemers en maatschappelijke organisaties is daarbij essentieel. Adviserende rol van het Recreatieschap Naast de uitvoering van de recreatievisie vervult het Recreatieschap een belangrijke adviserende rol richting gemeenten, provinciale partners en andere organisaties. Het verstrekt advies over uiteenlopende onderwerpen, zoals de kwaliteit en kwantiteit van recreatievoorzieningen, de ontwikkeling en instandhouding van recreatieve routenetwerken, de versterking van biodiversiteit en natuur, en vraagstukken op het gebied van watersport en waterrecreatie. Door zijn expertise fungeert het Recreatieschap als een inhoudelijke partner die overheden en organisaties ondersteunt bij het maken van duurzame en toekomstgerichte keuzes.

Het Recreatieschap neemt daarnaast actief deel aan verschillende regionale overlegstructuren en treedt op als vaste gesprekspartner voor onder meer de provincie Noord-Holland, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, terreinbeherende organisaties, maatschappelijke partners en lokale ondernemers. In deze samenwerkingen wordt gezamenlijk gewerkt aan het versterken van de recreatieve kwaliteit en de leefomgeving in de regio. Hierdoor draagt het Recreatieschap niet alleen bij aan de uitvoering van eigen projecten, maar ook aan de bredere ontwikkeling en toekomstbestendigheid van Westfriesland als recreatieve en groene regio. Communicatie Het Recreatieschap zet in op (boven)regionale samenwerking in promotie en communicatie, zodat middelen efficiënt worden benut en een breed bereik wordt gerealiseerd. Er is nauw contact met gemeenten, de provincie en andere partners om aan te sluiten bij actuele regionale en provinciale ontwikkelingen. Naast regiopromotie richt het Recreatieschap zich ook op heldere en toegankelijke informatievoorziening voor Westfriese inwoners. Nieuws en relevante ontwikkelingen worden gedeeld via lokale en regionale media, de website en sociale media. Een belangrijke PRactiviteit is RecreActief Westfriesland, waarin bestuurders, raadsleden en andere belanghebbenden worden geïnformeerd over lopende en toekomstige werkzaamheden en projecten.

In 2025 is besloten dit evenement eens per twee jaar te organiseren, tenzij ontwikkelingen aanleiding geven hiervan af te wijken. RecreActief Westfriesland vindt plaats in 2026 en 2028.. Gedurende het jaar worden bestuurders en raadsleden geïnformeerd via nieuwsbrieven, het jaaroverzicht en documenten uit de Planning & Control-cyclus. De regionale raadsledenbijeenkomsten bieden een platform om af te stemmen over onder meer de kadernota, de jaarrekening en de begroting, en kunnen ook worden benut om beleidsstukken — zoals de recreatievisie — te bespreken. Hoofdstuk 4 - Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien De belangrijkste inkomstenbron voor het Recreatieschap is de bijdrage per inwoner van de deelnemende gemeenten. Voor de doorberekening aan de gemeenten wordt uitgegaan van het voorlopige aantal inwoners per 1 januari 2026: 221.142.

14

15

De percentuele verdeling van de bijdrage (gelijk aan inwonersaantal) en de totale financiële bijdrage per gemeente is in onderstaande tabel weergegeven. Om de totale bijdrage vanuit de gemeenten te berekenen is eerst de totale bijdrage van 2026 (€ 1.670.990) met 7,59% verhoogd. Daarnaast is er een verhoging van € 93.180 als dekking voor de uitbreiding van de formatie. Inwoneraantallen en Bijdragen per Gemeente Deelnemers 2026 2027 Gemeente Drechterland 20.553 € 175.750 Gemeente Enkhuizen 18.738 € 160.230 Gemeente Hoorn 76.211 € 651.690 Gemeente Koggenland 24.209 € 207.010 Gemeente Medemblik 46.328 € 396.150 Gemeente Opmeer 12.668 € 108.320 Gemeente Stede Broec 22.435 € 191.840 Totaal

Groei vs Vorig Jaar

Bijdrage per Inwoner

221.142 €

1.891.000

€

8,55

0,6%

13,17%

De inwonersgroei wordt momenteel niet meegenomen in de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. Tegelijkertijd bestaat er wel degelijk een verband tussen het aantal inwoners en de kosten die het Recreatieschap maakt. Meer inwoners betekent doorgaans ook meer recreanten die gebruikmaken van de terreinen, wat leidt tot hogere kosten voor beheer en onderhoud. Dat geldt overigens ook voor het feit dat recreanten steeds vaker recreëren. Deze ontwikkelingen zullen naar verwachting in de toekomst kunnen zorgen voor extra taken en stijgende kosten. Mocht dit het geval zijn en een verhoging van de gemeentelijke bijdrage noodzakelijk worden, dan zal dit separaat en transparant worden onderbouwd en voor besluitvorming worden voorgelegd. Onvoorzien Binnen de Begroting is een post onvoorzien opgenomen. Deze post is bedoeld als dekking voor kosten die niet zijn voorzien in de Begroting. Dit zijn bijvoorbeeld kosten door vandalisme, illegale dumpingen of stormschade. De post bedraagt in 2026 € 25.000.

15

16 Overhead Gemeenschappelijke regelingen dienen de overhead centraal te begroten en te verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. In 2023 is in de (BBV) notitie overhead een aanpassing gedaan waarbij kosten voor leidinggevenden die nauw bij de uitvoering betrokken zijn, mogen worden opgenomen in de programmakosten. In deze begroting zijn de kosten van deze leidinggevende daarom onder de programmakosten verantwoord en worden deze niet meer meegenomen in de overhead. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, communicatie, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor een deel uitgevoerd door de SED-organisatie. Hiervoor is een dienstverleningsovereenkomst afgesloten. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is weergegeven hoe het bedrag voor overhead is opgebouwd. Overhead Omschrijving Bijdrage dienstverleningsovereenkomst SED Directie, Administratieve ondersteuning en Communicatie Totaal

€ € €

Bedrag 210.690 303.660 514.350

In de onderstaande tabel staan de verplichte beleidsindicatoren weergegeven. Taakveld 0 - Bestuur en ondersteuning Naam indicator Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead

Eenheid

Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Overheadkosten per inwoner % Ext inhuur van Tot Pers. Kosten % Overhead van Totale Kosten

Bron Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen begroting Eigen begroting Eigen begroting

Indicator Begroting 2027 0,05 0,05 € 2,32 3,50% 23%

Toelichting Het Recreatieschap heeft geen eigen personeel. Al het personeel is in dienst bij de gemeente Stede Broec en wordt ingehuurd door het Recreatieschap.

Vennootschapsbelasting (vpb) Voor 2027 wordt geen resultaat begroot en derhalve is er ook geen Vpb-last geraamd.

16

17

Wat mag het kosten? RSW - Begroting 2027 Prog Omschrijving Ontwikkeling Recreatieterreinen

U/I Baten Totaal Baten Lasten

Groep Inkomsten Deelnemers Overige Inkomsten Personeel Kantoor Facilitair Marketing Onvoorzien Kapitaallasten Onderhoud terreinen Voorziening Onderhoud

Totaal Lasten Totaal Ontwikkeling Recreatieterreinen Mutaties Reserves

Totaal Mutaties Reserves

Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten

Mut Reserves Mut Reserves

W25 -1.549.236 -309.592 -1.858.828 892.251 376.470 91.923 9.900 0 204.165 371.584 70.755 2.017.047 158.218 158.218 -124.271 -124.271 0 0 -124.271 -124.271

BG26 -1.670.989 -315.582 -1.986.571 887.097 366.175 131.367 13.810 20.500 257.146 281.485 92.019 2.049.599 63.028 63.028 -63.076 -63.076 -63.076 -63.076

33.948

-48

BG27 -1.891.000 -321.840 -2.212.840 1.001.210 396.890 122.600 14.000 25.000 264.780 350.400 99.000 2.273.880 61.040 61.040 -61.040 -61.040 -61.040 -61.040

-

De onttrekking vanuit de reserves in bovenstaande tabel betreft een onttrekking ter dekking van kapitaallasten vanuit de daarvoor ingestelde bestemmingsreserve. Toelichting verschillen tussen Begroting 2027 versus Begroting 2026 en Rekening 2025 De (FUGR) indexaties gebruikt in de begroting over 2026 en 2027 bedroegen respectievelijk 7,44% en 7,59%. Dit betekent een (verwachte) stijging van lasten in 2026 van € 150.000 en een verwachte stijging van lasten in 2027 van € 156.000. Binnen het Recreatieschap wordt de FUGR-indexatie gebruikt om de gemeentelijke bijdragen te indexeren. De bijdragen die daaruit voortvloeien zijn de basis voor de bekostiging. Wanneer die niet afdoende is dan wordt in overleg met de gemeenten een additionele toevoeging aan de bijdrage overeengekomen. De kosten worden binnen het Recreatieschap begroot op basis van de daarbij behorende realiteit. Dit kan de FUGR-index zijn, maar ook de CPI-index wordt gebruikt. Lasten die voortvloeien uit investeringen (rente en afschrijving) worden op basis van de planning opgenomen in de begroting. Toelichting op de mutaties: In 2025 is met het bestuur afgesproken dat het Recreatieschap vanaf de Begroting 2027 overstapt op een begroting met één programma. In de bijlagen treft u de Begroting aan zoals die voorheen werd opgesteld; De personeelskosten stijgen met de voorziene indexatie.

De huidige cao loopt nog tot en met maart 2027. Voor de resterende maanden in 2027 is een inschatting gemaakt van de extra loonlast. Daarnaast zal de formatie in 2026 worden uitgebreid. Met deze uitbreiding heeft het bestuur bij de behandeling van de Kadernota 2027 reeds ingestemd; De overige mutaties komen voort uit indexering en planning van de investeringen in de aankomende begrotingsjaren.

17

18

Paragrafen In het BBV wordt bij de begroting een aantal verplichte paragrafen voorgeschreven. Voor het Recreatieschap zijn de volgende paragrafen van belang: Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen, Paragraaf Financiering en Paragraaf Bedrijfsvoering. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen is de mate waarin het Recreatieschap in staat is substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn er nodig om alle risico’s te kunnen opvangen). Volgens artikel 3.4 van de Uitgangspunten Gemeenschappelijke Regelingen geldt als maximum voor de hoogte van de Algemene reserve 2,5% van de lasten. Bij zwaarwegende argumenten kan afgeweken worden van dit bedrag. Voor 2027 betekent dit uitgangspunt een maximale hoogte van de Algemene reserve van € 57.000. Op 1 januari 2027 bedraagt de geraamde Algemene reserve € 18.000 (uitgaande van de voorgestelde maar nog niet goedgekeurde resultaatbestemming over boekjaar 2025). Daarmee is de reserve van het Recreatieschap, na bestemming rekeningresultaat 2025, aan de lage kant.

De gemeenten dienen rekening te houden met een verzoek tot aanvullende bijdragen wanneer het Recreatieschap geconfronteerd wordt met additionele en niet-begrote kosten die voortvloeien uit de risico’s. In overleg met het bestuur is bij de behandeling van de Kadernota 2027 wel overeengekomen dat de post Onvoorzien in de aankomende begrotingen op € 25.000 wordt vastgesteld, zodat daarmee extra ruimte is voor het opvangen van onvoorziene zaken. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de vrij aanwendbare middelen, onbenutte inkomstenbronnen en bezuinigingsmogelijkheden. Overzicht vrij aanwendbare middelen Omschrijving 1-1-2026 Algemene reserve 18.000 Jaarresultaat Onvoorzien 25.000 Totaal 43.000

1-1-2027 18.000 25.000 43.000

1-1-2028 18.000 0 25.000 43.000

De vrij aanwendbare middelen zijn de reserves waarvan het algemeen bestuur de bestemming kan wijzigen en de post onvoorzien. Risico’s Het Recreatieschap heeft in 2017 de beleidsnota ‘Weerstandsvermogen: risicomanagement en weerstandscapaciteit’ vastgesteld. Conform deze beleidsnota is de inventarisatie van de risico’s voor de jaarrekening over 2025 geactualiseerd. Deze is voor de Begroting 2027 ongewijzigd overgenomen. In de volgende tabel zijn alle actuele risico’s nader uiteengezet. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in de beschrijving van het risico en de gewenste beheersmaatregel. De kolom daarnaast geeft het maximaal financieel gevolg in duizenden euro’s. Vervolgens de kans en het effect (impact). De laatste kolom geeft inzicht in het financiële gevolg van het risico (bedrag x kans).

18

19

Beschrijving van het risico

Genomen beheersmaatregel(en)

Maximaal risico

Kans op Impact optreden

Bedrag * kans

Langdurige afwezigheid Binnen Bedrijfsvoering is voldoende van een werknemer aandacht voor ARBO en veilig werken en door ziekte wordt onnodige/teveel druk en werkbelasting vermeden. Ook wordt hiervoor gebruik gemaakt van de afdeling P&O van de SED organisatie.

€ 50.000

3=50%

3

€ 25.000

Beëindigen overeenkomst door verhuurders en/of verpachters

Goed overleg en contact houden met de grondeigenaren en de overeenkomsten duurzaam (in tijd) vastleggen.

€ 80.000

2=30%

3

€ 24.000

Imagoschade

Open en duidelijk communiceren. Tijdig informeren en bewoners/bezoekers /raadsleden betrekken. Zorgvuldig omgaan met online communicatie.

€ 10.000

5=90%

1

€ 9.000

Gevolgen van klimaatverandering

Door hier bij de inrichting rekening mee te houden wordt hierop geanticipeerd. Maar ook door (verplichte) maatregelen als de controle van de zwemwaterkwaliteit. En natuurlijk door voorlichting aan de gasten zodat zij hun eigen maatregelen kunnen nemen.

€ 50.000

3=50%

3

€ 25.000

€ 2.500

4=70%

1

€ 1.750

Aansprakelijkheid Het Recreatieschap heeft een openbare buitenruimte aansprakelijkheidsverzekering welke claims door incidenten in de tot € 5 miljoen dekt. Daarnaast wordt om buitenruimte claims te voorkomen beheer uitgevoerd aan de terreinen. Daarvoor zijn er vastgestelde beheerplannen voor Groen, Kunstwerken, Water en Beschoeiing. Het opgenomen risico betreft het eigen risico. Totaal

€ 84.750

In de risicoparagraaf zijn de voornaamste risico’s die direct invloed kunnen hebben op het Recreatieschap benoemd en geanalyseerd. Niettemin kunnen zich risico’s voordoen die buiten onze directe invloedssfeer liggen, zoals geopolitieke spanningen, oorlogen, of wereldwijde economische crises. Deze risico’s kunnen leiden tot indirecte gevolgen voor het Recreatieschap zoals prijsstijgingen, toename van verschillende kosten, verstoringen in de leveringsketens, et cetera. Benodigde weerstandscapaciteit Uit bovenstaand overzicht blijkt dat het totaalbedrag aan risico’s op € 84.750 is ingeschat. Dit is de benodigde weerstandscapaciteit. Wij willen opmerken dat de inventarisatie van risico’s een dynamisch proces is.

19

20 De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt per 1 januari 2027 € 43.000. De benodigde weerstandscapaciteit is € 84.750. Daarmee beschikken wij over een ratio weerstandsvermogen van 0,49 (beschikbaar in relatie tot benodigd). Er zijn daarmee onvoldoende middelen om de risico’s af te dekken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een normtabel (onderstaand) ontwikkeld door het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio. Het weerstandsvermogen valt in de klasse “F-Ruim onvoldoende” en is daarmee verslechterd versus eerdere jaren. Het negatieve resultaat over 2025 is daar de voornaamste verklaring voor. Het bestuur en de gemeenten zijn zich hiervan bewust. Zoals reeds gememoreerd zullen de deelnemende gemeenten in geval van optredende bedrijfsrisico’s worden gevraagd om een additionele bijdrage. Waardering A

>2,0

Ratio

Betekenis Uitstekend

B C

1,4 – 2,0 1,0 – 1,4

Ruim voldoende Voldoende

D E

0,8 – 1,0 0,6 – 0,8

Matig Onvoldoende

F

<0,6

Ruim onvoldoende

20

21

Kengetallen en toelichting kengetallen Om de financiële positie inzichtelijk te maken schrijft het Rijk een verplichte basisset van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen Grondexploitatie en Belastingcapaciteit zijn niet van toepassing. De overige kengetallen worden hierna uitgewerkt. De opgenomen kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte het Recreatieschap beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken en opvangen. Ze geven inzicht in de financiële wend- en weerbaarheid. Onderstaande tabel geeft de berekende kengetallen van het Recreatieschap weer. Kengetallen Jaarstukken Begroot Begroot Begroot Begroot Begroot 2025 2026 2027 2028 2029 2030 1. a Netto schuldquote

53%

97%

104%

97%

102%

98%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

53%

97%

104%

97%

102%

98%

2.

Solvabiliteitsratio

42%

42%

33%

32%

30%

29%

3.

Structurele exploitatieruimte

1,0%

0,0%

0,0%

-0,9%

-0,5%

-0,7%

b

Het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) heeft onderstaande signaleringswaarden opgesteld. Hierbij is A het minst risicovol, B gemiddeld en C het meest risicovol. Specificering kengetal naar categorie

Cat. A

Cat. B

Cat. C

a. zonder correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

b. met correctie doorgeleende gelden

< 90%

90 - 130%

> 130%

2.

Solvabiliteitsratio

> 50%

20 - 50%

< 20%

3.

Structurele exploitatieruimte

> 0%

0%

< 0%

1.

Netto schuldquote:

Toelichting kengetallen: 1. a. Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Hoe hoger de schuld is, hoe meer kapitaallasten er zijn (rente en aflossing) waardoor een begroting minder flexibel wordt. Het kengetal wordt berekend door het totaal van de geleende gelden weer te geven als percentage van de totale baten. Hoe lager het percentage des te gunstiger en minder risicovol. De indeling voor het Recreatieschap komt in categorie B vanaf 2027. b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt dit kengetal berekend zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Zo wordt duidelijk wat het aandeel van de

21

22 verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Binnen het Recreatieschap zijn geen uitstaande geldleningen aanwezig, hetgeen ervoor zorgt dat de netto schuldquote en de gecorrigeerde netto schuldquote gelijk aan elkaar zijn. 2.

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeenschappelijke regeling in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen van een gemeenschappelijke regeling bestaat uit de reserves en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. De gemiddelde solvabiliteit voor alle gemeenten is circa 40% (bron: CBS). Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit loopt terug tot rond de 30%. Dit wordt veroorzaakt door de oplopende leningspositie in combinatie met het verlies in 2026 en het (geplande) gebruik van de bestemmingsreserves in de aankomende jaren. Hierdoor bevindt het Recreatieschap zich ook voor deze indicator in categorie B.

3.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeenschappelijke regeling heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt het onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Het percentage voor het Recreatieschap bevindt zich tussen 1,0% en -1,0% hetgeen betekent dat de structurele exploitatie van het Recreatieschap redelijk in evenwicht is. Door de negatieve begroting voor 2028 tot en met 2030 bevindt het Recreatieschap zich in die jaren in categorie C.

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het algemeen bestuur heeft in 2023 het beheerplan herzien en vastgesteld, inclusief de financiële impact. In 2025 is er een aantal aanvullende besluiten genomen. De voornaamste aanleiding voor de mutaties zijn prijsstijgingen als gevolg van de inflatie, dan wel nieuwe inzichten. Ter dekking van de lasten is een voorziening ingesteld. Jaarlijks wordt een bedrag gestort. Ontwikkeling Voorziening groot onderhoud kapitaalgoederen Omschrijving Begroot 2027 Begroot 2028 Stand per 1 januari Vermeerderingen (storting) Verminderingen (aanwending) Stand per 31 december

124.000 99.000 118.000 105.000

105.000 99.000 75.000 129.000

Begroot 2029 129.000 99.000 91.700 136.300

Begroot 2030 136.300 99.000 110.000 125.300

22

23

In 2027 staan de volgende investeringen gepland: Investeringen 2027 Omschrijving

Bedrag

Natuur- en Recreatieplan/Recreatievisie Projecten Brug De Leijen Maai-arm Tractor New Holland Mini Graaf Kubota

400.000 14.000 50.000 110.000 20.000

Totaal

594.000

Paragraaf Financiering Het Recreatieschap hanteert het Treasurybeleid van de gemeente Stede Broec. Het Treasurystatuut is in 2017 geactualiseerd. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de korte financiering. Hiermee kan het renterisico op de korte financiering beperkt worden. De kasgeldlimiet wordt berekend als een bepaald percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De uitvoeringsregeling FIDO bepaalt het percentage voor de kasgeldlimiet. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% met een minimum van € 300.000. Deze norm wordt in 2027 niet overschreden (8,5% x € 2.274.000 = € 193.300). Renterisiconorm De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. Hoe meer de aflossing van de schuld in de tijd wordt gespreid, hoe minder gevoelig de begroting wordt voor renteschokken bij de herfinanciering. Het renterisico op het begrotingstotaal overschrijdt de renterisiconorm niet (artikel 6, lid 1 Wet FIDO). De renterisiconorm wordt berekend door een vastgesteld percentage te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. Deze norm is vastgesteld op 20% met een minimum van € 2.500.000. Deze norm wordt in 2027 niet overschreden. EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid.

Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor gemeenschappelijke regelingen vindt een steekproef plaats wanneer deze een exploitatie heeft van € 20 miljoen of meer. Het Recreatieschap valt hierbuiten en is dus niet verplicht deze gegevens te publiceren.

23

24 Paragraaf Bedrijfsvoering

Personeelsformatie Op 1 januari 2027 werken er bij het Recreatieschap dertien personen, samen 11,49 fte. De toegestane formatie is 11,63 fte (voor deze extra ruimte is geen dekking). Het Recreatieschap kan zelf geen personeel in dienst hebben. De personeelsleden worden daarom ingehuurd/gedetacheerd via de gemeente Stede Broec. Daarnaast is er een post van € 35.000 beschikbaar voor externe inhuur. Vanuit dit budget wordt er voor de afdeling Groen- en Recreatiebeheer ingehuurd om de pieken in het hoogseizoen op te vangen. Kosten personeel De geraamde kosten voor inhuur van het vaste personeel van het Recreatieschap bedragen in 2027 € 949.000. In dit bedrag zijn de gevolgen van de huidige cao 2025-2027 berekend. De cao loopt echter tot en met maart 2027. Wat de eventuele gevolgen van een cao voor de periode na maart 2027 zijn, is op dit moment niet te zeggen. Er is uitgegaan van een stijging van de lonen van ruim 2% op jaarbasis, wat neerkomt op bijna 3% voor de resterende negen maanden. Mutaties zullen verwerkt worden in de rapportages in 2027. Facilitaire organisatie De zogenaamde PIOFAH-taken (personeel, inkoop, organisatie, financiën, automatisering en huisvesting) van het Recreatieschap worden door de SED-organisatie verzorgd. Om die reden is het Recreatieschap gehuisvest in het gemeentehuis van Stede Broec. De kosten voor deze ondersteuning bedragen voor 2027 € 211.000.

Leeftijdsopbouw en ziekteverzuim De gemiddelde leeftijd van het eigen personeel bedraagt op 1 januari 2027 43 jaar. Er zijn vier medewerkers 50 jaar of ouder, waarvan een 60 jaar of ouder. Het Recreatieschap streeft naar een ziekteverzuimpercentage lager dan 4%.

24

25

Financiële begroting Uitgangspunten bij de begroting De begroting is gebaseerd op de uitgangspunten uit de Kadernota 2027. De Kadernota is voor een zienswijze naar de deelnemende gemeenteraden gestuurd. Op de Kadernota 2027 zijn alleen positieve zienswijzen ontvangen. Indexering Voor de Begroting 2027 worden de voorgestelde richtlijnen van de Regietafel Gemeenschappelijke Regelingen Noord-Holland Noord gehanteerd. Conform deze ontwikkeling wordt de totale gemeentelijke bijdrage met 7,59% geïndexeerd. Bij de opstelling van de Begroting 2027 is verder rekening gehouden met de volgende uitgangspunten: • besluiten uit de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn tot en met december 2025 verwerkt; • door de (FUGR) indexatie is de bijdrage per inwoner verhoogd met € 0,53 naar € 8,13. Daarnaast is er een uitbreiding van de formatie opgenomen van € 93.180 waardoor de bijdrage stijgt naar € 8,55 per inwoner; • voor rente op nieuwe investeringen is 3,4% gehanteerd; • het afschrijvingsbeleid is conform het activabeleid; • de kapitaallasten zijn gebaseerd op de verwachte investeringen welke zijn opgenomen in deze Begroting (zie bijlagen) • de Algemene reserve mag niet groter zijn dan 2,5% van de lasten. Nieuw beleid Ten tijde van het opstellen van de Begroting is er (nog) geen sprake van nieuw beleid. In 2025 is de nieuwe recreatievisie vastgesteld.

Er heeft ten tijde van het opstellen van deze Begroting nog geen besluitvorming plaatsgevonden met financiële gevolgen die zijn doorgevoerd in deze Begroting.

25

26

Overzicht van baten en lasten en de toelichting RSW - Begroting 2027 Prog Omschrijving Ontwikkeling Recreatieterreinen

U/I Baten

Groep Inkomsten Deelnemers Overige Inkomsten

Totaal Baten Lasten

Personeel Kantoor Facilitair Marketing Onvoorzien Kapitaallasten Onderhoud terreinen Voorziening Onderhoud

Totaal Lasten Totaal Ontwikkeling Recreatieterreinen Mutaties Reserves

Baten Totaal Baten Lasten Totaal Lasten

Mut Reserves Mut Reserves

Totaal Mutaties Reserves

Incidentele lasten en baten jaar Lasten Baten Reserves

2027

2028 0 0 0

W25 -1.549.236 -309.592 -1.858.828 892.251 376.470 91.923 9.900 0 204.165 371.584 70.755 2.017.047 158.218 158.218 -124.271 -124.271 0 0 -124.271 -124.271

BG26 -1.670.989 -315.582 -1.986.571 887.097 366.175 131.367 13.810 20.500 257.146 281.485 92.019 2.049.599 63.028 63.028 -63.076 -63.076 -63.076 -63.076

33.948

-48

2029 0 0 0

BG27 -1.891.000 -321.840 -2.212.840 1.001.210 396.890 122.600 14.000 25.000 264.780 350.400 99.000 2.273.880 61.040 61.040 -61.040 -61.040 -61.040 -61.040

-

2030 0 0 0

0 0 0

Presentatie van het structureel begrotingssaldo Saldo baten en lasten

-61.040

Saldo toevoegingen en onttrekkingen aan reserves

61.040

Begrotingssaldo

0

Waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

0

Structureel begrotingssaldo

0

Post Onvoorzien jaar Onvoorzien

2027 25.000

2028 25.000

2029

2030

25.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16869393/1