Buitendijks-plan
Tekst van het document
IJsselmeerwater. In 2018 ging het flexibele peilbeheer pas tijdens de droge periode
Artikel 2.12 is niet van toepassing op overstroombare natuurontwikkeling en
maximaal gevuld.
groter dan 500MW is van nationaal belang. Het plan voorziet in een opgesteld
in. Toen in 2018 de lange periode van droogte optrad, waren de meren nog niet Dat zal nu minder snel overkomen: het hoofdwatersysteem van het IJsselmeergebied heeft aan robuustheid gewonnen.
projecten van nationaal belang met betrekking tot windenergie. Energieopwekking vermogen van 1350 MW en is dus een energieopwekkingsproject van nationaal belang.
Bergingsverlies
Verder kan een uitzondering worden gemaakt voor landaanwinning en
verkleint de bergingscapaciteit met 0,2%.
daarvoor benodigde beschermende constructies of waterstaatkundige elementen.
De randen van de eilandmodules hebben een gezamenlijk areaal van 209 ha en De aanleg van de vier zonne-atollen en het natuureiland veroorzaken een bergingsverlies van 0,9% van het IJsselmeer en Ketelmeer. 11
Doordat de zonne-atollen allen in openverbinding staan met het IJsselmeer kan
binnen de atollen het waterpeil meebewegen en veroorzaakt geen bergingsverlies. Het deel van het natuureiland (helofyten, zand en overstromingsgrasland) dat
bouwactiviteiten voor ontwikkelingen die zijn gericht op overstroombare natuur en Bij dat laatste kan gedacht worden aan strek- of luwtedammen die de kracht van de golfslag opvangen of verminderen.
De zandige randen van de atollen behoren hiertoe. Zonder die beschermende
constructies bestaat het gevaar dat het aangebrachte zandpakket in het atol dat cruciaal is voor de natuurontwikkeling wegspoelt.
boven het streefpeil ligt – bij elkaar ruim 900 ha -, veroorzaakt het overgrote deel
Zelfstandige aanleg van eilanden in het kader van natuurontwikkeling vallen niet
In principe kunnen voorzieningen worden getroffen voor een bergingsfunctie, maar
Het Buitendijks Plan voorziet niet in eilanden maar in zonne-atollen.
van het bergingsverlies (0,7% van het bergingsverlies).
de kans is groot dat vanwege het natuurlijke peil dat binnen deze compartimenten
van het natuureiland wordt nagestreefd, het peil hier al hoog is op het moment dat de wateroverschotten voorkomen.
Feitelijk is er sprake van overstroombare natuur omdat fluctuerend waterpeil essentieel is voor de natuurontwikkeling.
11
Onderzoek Deltares, Bijlage B, pag. 41
onder deze uitzonderingen.
Zowel op basis van de geformuleerde uitzondering beschermende constructies ten behoeve van overstroombare natuur als de
energieopwekking van nationaal belang kan voor het realiseren van het plan een uitzondering worden verleend.
12 Artikel 5.49 (beperkingen landaanwinning en bouwwerken) [artikel 2.24, eerste lid, van de
Omgevingswet]
38
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
4.
Monitoring, ‘Learning by Doing’
Het planconcept met de zonne-atollen is een nieuw concept dat nog nergens in de
praktijk is toegepast. Monitorgegevens ontbreken dan uiteraard.
Tijdens het bouwen van de Marker Wadden is veel kennis verzameld over het
bouwen met zand, klei en slib. Ook over de ontwikkeling van het ecosysteem hoe
de atollen en ondieptes kunnen bijdragen aan de uitbreiding van de natuurlijke diversiteit en het vergroten van het voedselaanbod en de voedselkwaliteit voor
vogels en vissen. Kennis is ook aanwezig van maatregelen elders dat bij ondieptes
en luwte in het IJsselmeer waterplanten zullen gaan groeien. Indien het sediment in de atollen sporen en zaden bevatten zullen er op korte termijn na de aanleg
waterplanten komen. Gebeurt dat niet dan kan dit worden aangebracht in de
toplaag. Het zo gecreëerde habitat binnen een atol is daarmee aantrekkelijk als schuilplek voor jonge en overwinterende vis.
Ook over de aanleg van de natuurlijke oever langs de Wieringermeerdijk van
ongeveer 1 kilometer breed met een diepe vaargeul vertoont gelijkenis met het
noordelijk deel van het Veluwemeer. De aangelegde ondieptes daar zijn volledig
begroeid met waterplanten en trekken elke winter tienduizenden watervogels die foerageren op de planten, vissen of ongewervelde dieren. Concentraties
foeragerende en rustende vogels, die nu aanwezig zijn in de luwte van de
Wieringermeerdijk, worden ook verwacht in de luwte aan de oostzijde van de
atollen. Niet bij alle Natura 2000 vogelsoorten is bij voorbaat duidelijk of ze op het aanbod aan habitat en voedsel zullen reageren.
Er is onder andere met de aanleg en monitoring van de Marker Wadden, maar ook
van ervaringen elders, voldoende kennis vergaard om er vanuit te gaan dat de
aanleg van de zonne-atollen, de natuurlijke oever langs de Wieringermeerdijk en
Het vergaren van praktijkgegevens met het experimenteren van verschillende oplossingen is cruciaal.
Voorgesteld wordt onder de vlag van het Nationaal Kennis- en
Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) een kennis en innovatie-traject en (onafhankelijk) monitoring traject te starten voor het planconcept van de atollen.
Het principe ervan is dat er een samenwerking ontstaat tussen de overheden, het bedrijfsleven en de kenniscentra.
Daartoe worden specifieke, langjarige programma’s opgesteld. Die programma’s maken deel uit van de aanleg en beheerfase van het project.
het natuureiland een positief effect zal hebben op het ecosysteem.
Het voorstel is om als eerste stap één atol aan te leggen en
Hoe dat zich precies ontwikkelt zal in de praktijk blijken.
veranderingen zijn daarbij mogelijk als de monitorresultaten daarom
gedurende een aantal jaren te monitoren. Tussentijdse bijsturing en vragen.
Dit monitor-programma maakt deel uit van de aanbesteding van het project.
39
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
5.
Natura 2000, Significantie en Kennisleemten
5.1
Significantie
Op basis van het expertoordeel van Deltares/Waardenburg zijn op voorhand geen
De onzekerheden moeten dus een overzienbaar risico zijn dat voorkomt uit een
Daarbij moet worden opgemerkt dat een dergelijk planconcept nog nooit is
voldoet hier aan.
significante negatieve effecten te verwachten.
gerealiseerd en dat er juridisch dus niet kan worden geconcludeerd dat een significant negatief effect op voorhand kan worden uitgesloten.
Er is immers sprake van kennisleemte, met name voor de effecten van de zonnepanelen op de ecologie.
Europese regelgeving vereist dat bij een vergunningverlening wetenschappelijk
wordt aangetoond dat er redelijkerwijs geen twijfel is dat er blijvende, schadelijke gevolgen zullen optreden op de natuurlijke kenmerken van het Natura-2000
gebied. Juridisch gezien kan deze conclusie (nog) niet worden getrokken.
Bij het bepalen van effecten op Natura 2000 gebieden is significantie dus juridisch
zorgvuldig en onderbouwd onderzoek. Het onderzoek Deltares/Waardenburg
Verder moet de schaal van de pilot passen bij de relevantie van de kennisleemten. 5.2
Kennis leemten en Pilotvragen
Effecten van zonnepanelen op ecologie en natuur
De voorgestelde zonne-atollen zijn nog nergens ter wereld gebouwd en daarom ontbreken monitor data.
De centrale pilotvraag vraag is hoe de habitats binnen de atollen zich gaan ontwikkelen met de geplaatste zonnepanelen?
een belangrijk begrip. Er is sprake van significante negatieve gevolgen als het plan het behalen van de instandhoudingsdoelen bemoeilijkt.
Het gebied waar het plan is gesitueerd is op basis van de Vogelrichtlijn
aangewezen voor de bescherming van 10 broedvogelsoorten en vanwege de betekenis voor 31 niet-broedvogelsoorten.
Gedacht wordt aan het plaatsen van bi-faciale panelen die op palen in het water
staan en in oost-west richting worden opgesteld. De plaatsing is zodanig dat niet meer dan 50% van het wateroppervlak wordt beschaduwd.
In feite kunnen er in een Natura 2000 gebied dus geen ontwikkelingen plaats
vinden tenzij kan worden aangetoond dat de natuurdoelstellingen niet worden aangetast.
Leemte in kennis overbruggen met een Monitoringssysteem is in
principe mogelijk, maar uitsluitend als uit onderzoeken blijkt dat er nog sprake is van enige onzekerheid en dat eventuele negatieve gevolgen te stoppen of volledig omkeerbaar zijn.
Impressie van een mogelijke opstelling van zonnepanelen op palen
40
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
De resulterende reductie (grofweg een halvering) van de hoeveelheid licht door de panelen bij de bodem wordt gecompenseerd door verondieping en luwtewerking
van de atolranden, zodanig dat onder de panelen waterplanten kunnen groeien. De kans op waterplanten is in de eerste plaats afhankelijk van de hoeveelheid licht die
Afhankelijk van uitvoering en beheer kunnen de randen aantrekkelijk worden
gemaakt als broed- en rustlocatie voor verschillende vogelsoorten. Dit kan gunstig zijn als het gaat om bepaalde Natura 2000 doelsoorten. Vragen:
op de bodem valt, en daarmee van de combinatie van diepte en helderheid.
1.
Ongeveer 4% van het licht dat aan het wateroppervlak binnentreedt moet op de
bodem vallen. In de praktijk groeien de diepst voorkomende waterplanten in het
worden vormgegeven dat deze zowel stabiliteit en robuustheid (levensduur) geeft voor de er binnen
IJsselmeergebied op ongeveer 3,5 meter. Hier is de dichtheid echter nog laag.
Daarom wordt voor de verondiepingen in het ontwerp een ondergrens van 3 meter
2.
onder zomerpeil gebruikt. Omdat de hoeveelheid licht op de bodem onder de
zonnepanelen (bij 50% bedekking) wordt gereduceerd, wordt ook de ondergrens
ontstane (overstroombare) natuur.
Wordt de ca. 50 meter brede rand van het atol
daadwerkelijk als broed- en rustlocaties door vogels gebruikt.
van de verondiepingen gehalveerd tot 1,5 m.
Onder invloed van de ruimtelijke afwisseling tussen licht en donker ontstaat een
Op welke wijze kan de zandige rand van de atollen
vegetatie met een open structuur en gradiënten die kunnen bijdragen aan de
Vissen
van de modules een ecologische bestemming krijgen.
waterplanten en het zo gecreëerde habitat binnen een atol is in potentie
diversiteit van flora en fauna. Op deze manier kan nagenoeg de gehele oppervlakte De panelen worden niet strak tegen de randen van de ringdijken gelegd, hier wordt ook een zone opengelaten. Deze open zone dient voor bereikbaarheid van de
ringdijken ten behoeve van onderhoud en bereikbaarheid van de panelen voor
onderhoud.
De zandige randen van de atollen
Door de zandige rand van het atol en de panelen zelf ontstaat luwte en neemt binnen het atol de hoeveelheid zwevend stof in de waterkolom af.
De atollen staan in open verbinding met het IJsselmeer. Binnen de atollen groeien aantrekkelijk als schuilplek voor jonge en overwinterende vis.
Jonge vis zal tussen de waterplanten en kunstmatige structuren binnen de atollen
in de zomer genoeg schuilgelegenheid en voedsel vinden. Voor overwinterende vis kan dat anders zijn, omdat de beschutting van de waterplanten dan is
weggevallen.
Het aanbieden van nieuwe overwinteringslocaties kan de kansen voor vis
verbeteren zolang ze zich niet te vaak hoeven te verplaatsen; vissen eten in de
winter nauwelijks en hebben daardoor uiteindelijk weinig reserves. De ringdijken en
Daarom is de ondergrens lokaal weer verdiept naar 2 m. Als bovengrens wordt
de panelen bieden mogelijk aantrekkelijke rustplaatsen voor aalscholvers, van wie
aansluitend op de helofytenzone. Door tussen onder- en bovengrens in diepte te
besloten wateren. Drie vragen zijn dan nog te beantwoorden:
overal 0,5 m onder zomerpeil aangehouden, langs de Wieringermeerdijk
variëren wordt een ruimtelijke variatie aan vegetatietypen gestimuleerd. De
nevenvaargeul die tussen de Wieringermeerdijk en de eilanden is voorgesteld,
wordt ter voorkoming van overlast verdiept tot 4,5 m. Op deze diepte worden geen waterplanten verwacht.
De beschermde randen van de zonne-atollen dienen een zoveel mogelijk natuurlijk karakter te krijgen, maar moeten ook stabiel zijn om de zonnepanelen te
beschermen.
ook bekend is dat ze geen moeite hebben met het foerageren in kleine
Vragen: 1. 2. 3.
Kan de vis de locatie vinden?
Wordt de overwinterende vis vervolgens niet opgegeten door aalscholvers?
Zijn de overwinterende vissen veilig in de atollen?
41
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
Er is kennis aanwezig dat er een positief effect zal ontstaan door het aanleggen van de zandige atollen, het verondiepen ervan met het ontstaan van waterplanten en de aanleg van de vooroevers.
Het onderzoek Deltares/Waardenburg onderbouwd wetenschappelijk dat er
positieve effecten zijn te verwachten. Positief voor de natuurontwikkeling, positief voor (beschermde) broed- en niet broedvogelsoorten. Positief ten aanzien van de (meeste) visetende vogelsoorten. Voor enkele specifieke vogelsoorten die
afhankelijk zijn van de Dreisseina mosselen worden compenserende maatregelen genomen in het plan (zie pagina 23 en 24 van dit rapport).
Het rapport Deltares/Waardenburg geeft dus een wetenschappelijk
Atol E als pilot
en onafhankelijk onderbouwde verwachting dat er geen significante
negatieve effecten zijn te verwachten met een onzekerheid over met name de praktische kennis ten aanzien van de effecten van de geplaatste zonnepanelen op het water.
De geformuleerde kennisleemten kan met behulp van een pilot
worden onderzocht mits de schaal ervan passend is en de eventueel optredende negatieve effecten kunnen worden gestopt.
Een kleinere pilot is waarbij met name de effecten van de zonnepanelen op de waterkwaliteit worden gemonitord is mogelijk door de aanleg van atol B.
Beide atollen kunnen tijdig worden voorzien van een netwerkaansluiting door Tennet.
5.3
Eerste stap - Pilot
Voorgesteld wordt om pilot atol E aan te leggen als eerste stap.
De reden om dit atol te kiezen is dat bij dit atol alle geformuleerde kennisleemten en pilot vragen in de praktijk kunnen worden getest.
Atol E bestaat uit een zuidelijk deel met open verbinding naar het IJsselmeer als en een noordelijk deel van dat afgesloten is van het IJsselmeer met een eigen peil. Vijf habitatstypen worden hier gerealiseerd: - 250 ha Helofyten moeras
- 70 ha Overstromingsgrasland
- 500 ha Ondiepten voor waterplanten onder en naast de zonnepanelen
- 340 haOndergedoken waterplanten buiten het atol aan de luwe oostzijde - 130 ha mosselbanken op 3 – 4 meter diepte - 50 ha zandige rand van het atol
5.4
‘Worse-Case’
Als ondanks de zorgvuldige onderbouwing in het gedane onderzoek dat de
zonnepanelen in de praktijk geen negatief effect hebben op de ecologie deze
tijdens de pilot toch optreden en deze negatieve effecten niet zijn te vermijden c.q.
zijn bij te sturen tijdens de fase van de monitoring, zullen de geplaatste zonnepanelen moeten worden verwijderd.
Er bestaat immers de mogelijkheid om allereerst bij te sturen door het
bedekkingspercentage van de zonnepanelen te verkleinen door er een aantal weg te halen.
Dat deze ‘worse-case situatie zal ontstaan is zeer onwaarschijnlijk.
In het uiterste geval de negatieve effecten volledig ongedaan worden gemaakt en is er geen sprake van een blijvende schade.
42
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
Ook in dat geval blijft het planconcept van de zonne-atollen (dus zonder
zonnepanelen) voldoen aan de doelstellingen van de PAGW en Natura 2000.
Voor de financiering van het project vervalt dan de opbrengst van de zonneenergie.
5.5 Passende beoordeling en vergunningaanvraag
Het is noodzakelijk dat in een latere fase met een zg. passende beoordeling de voorgenomen activiteiten, een gedetailleerd onderzoek naar de ecologische
effecten, de technische elementen als zandwinning, de pilot en de monitoring procedure, worden uitgewerkt en aangetoond.
Voorgesteld wordt deze passende beoordeling uit te voeren voor het gehele Plan.
Daarmee wordt zekerheid gecreëerd dat het gehele plan voldoet aan de wettelijke vereisten en wordt de pilot voor een eerste fase in een totaal beeld gezet.
Als de uitkomsten na monitoring positief zijn (conform de verwachtingen van het onderzoek Deltares/Waardenburg) kan direct de volgende fasen worden uitgevoerd. Het is juridisch wel een uitdaging om dit zo in te regelen.
Inclusief beroep bij de Raad van State is hier circa 3 jaar proceduretijd mee gemoeid.
43
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
6.
Financiële Haalbaarheid
Van het plan is een business-case gemaakt.
Niet alleen van de aanleg van de zonne-atollenen, maar ook van de maatregelen
voor de verbetering van de waterkwaliteit, natuurontwikkeling, gebiedsfonds voor de kustontwikkeling en beheerkosten. Alle investeringen dus in het gebied van de ‘Wieringerhoek’. Ook is nagegaan wat de benodigde private investering voor de
opwekking van zonne-energie is, inclusief het daarbij behorende marktconforme
rendement. Tenslotte zijn ook de kosten van de aanleg van de netaansluiting door Tennet verkend.
In een vertrouwelijke business-case is aangegeven hoe deze kosten kunnen worden gefinancierd.
Kostenraming Planconcept
Voor het plan is een kostenraming gemaakt van de aanleg van de zonne-atollen, de
natuurontwikkeling inclusief bijkomende kosten, structureel beheer, omgevingsfonds, risicoreservering en btw.
Het gehele gebiedsplan Wieringerhoek vergt een investering van ca. €500 mln. (±25% onzekerheidsmarge, prijspeil 2020).
het project Wieringerhoek in de MER-procedure wordt vastgesteld voor fase 1,
gezien het beperkte budget van €50 mln.
Het planconcept met de zonne-atollen voorziet in een sluitende financiering van
het gehele project – met een beperkte bijdrage uit het PAGW budget - en met de opbrengst van de energieopwekking als drager. Opbrengsten
De aanleg van het plan vindt plaats op rijksgrond. De opbrengst van het gebruik
van ca. 1350 ha wateroppervlak van de gronden die nodig zijn voor de aanleg van
de zonne-energie zullen met een aanbesteding door het RVB/Rijkswaterstaat op de markt worden gezet.
Uiteraard zal de hoogte van de opbrengst met een aanbesteding plaatsvinden,
zodat de hoogte van de vergoeding ‘marktconform’ wordt vastgesteld. Financiering
De gehele gebiedsontwikkeling van de ‘Wieringerhoek’ – verbetering van de
waterkwaliteit, natuurontwikkeling, gebiedsfonds voor de kustontwikkeling en
beheerkosten - kan worden gefinancierd uit een marktconforme opbrengst + de
huidige €50 mln. die in het MIRT door de minister van IenW is gereserveerd.
Beschikbare Publieke middelen
Door het Rijk is een ruwe schatting (+/- 50% onzekerheidsmarge) van de
aanlegkosten van de natuurontwikkeling in de ‘Wieringerhoek’ gedaan in de pre-
verkenning IJsselmeergebied. 13 Voor fase 1 is een bedrag van €50 mln. geraamd en voor fase 2 een bedrag van €200 mln. Samen €250 mln, met overigens alleen
beheerkosten voor 10 jaar. Alleen voor fase 1 is €50 mln. in de PAGW middelen van het ministerie van IenW gereserveerd.
Door de ministeries van IenW en LNV wordt erkend dat de werkelijke kosten van de vier varianten die door het Rijk zijn verkend enkele honderden miljoenen hoger zijn en dat om een co-financiering wordt gevraagd.
De opbrengsten die worden gegenereerd door de opwekking van
antwoord van augustus 2020, waarin wordt vermeld dat de voorkeursvariant voor
project.
Dat het beperkte rijksbudget een belangrijke rol speelt blijkt uit de nota van
13
Ministeries IenW en LNV, Preverkenning IJsselmeergebied, 1 december 2017, pagina 49
de zonne-energie zijn de drager van de financiering van het gehele
44
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
Subsidieloze aanleg van de zonnepanelen in de atollen
Aangezien de aanbesteding na 2025 plaatsvindt, zal conform het Klimaatakkoord het realiseren van de zonnepanelen in de atollen subsidieloos zijn. De SDE+ subsidieregeling blijft tot en met 2025 beschikbaar voor hernieuwbare
elektriciteitsopties. Indien nodig kunnen na 2025 alternatieve instrumenten, niet
zijnde subsidie, worden overwogen om investeringszekerheid op kosteneffectieve wijze te borgen.
Het rijksbudget van €50 mln. van het PAGW project is enkele honderden miljoenen te laag voor de uitvoering ervan. Door de PAGW doelen te integreren met
energieopwekking door zonne-atollen kunnen alle ecologische doelen worden
uitgevoerd met dit beperkte budget. Tegelijk wordt een substantiële bijdrage aan de energietransitie gerealiseerd. Private investeringen
Ook voor de noodzakelijke private investering is een business-case gemaakt. Hierin
zijn substantiële middelen opgenomen voor een gebiedsontwikkelingsfonds en beheerkosten.
De business-case is gebaseerd op het model dat bij toetsing van subsidieaanvragen voor zonneparken op rijksgrond wordt gebruikt. De overeenkomsten worden voor 30 jaar aangegaan.
De technische levensduur van de aangelegde infrastructuur en netaansluiting
bedraagt met adequaat onderhoud 60 jaar. Er zal dus 2 keer een aanbesteding plaatsvinden, zodat een totale opbrengst beschikbaar komt over 60 jaar.
Uiteraard is het private rendement in deze business-case gevoelig voor
financieringsrente, het kostenniveau en de hoogte van de PAGW bijdrage van het
ministerie van IenW.
45
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
7.
Publieke versus private aanpak
Vanaf het moment van vaststelling van de voorkeursvariant – voorzien medio oktober 2021 – dient er een keuze te worden gemaakt over de wijze waarin het project wordt uitgevoerd en wat de rol van de overheid en marktpartijen is. In principe zijn er een drietal mogelijkheden, te weten:
1. Door het Rijk (ministerie van IenW/Rijkswaterstaat, EZK, LNV) wordt het gehele
project Wieringerhoek – natuur, ecologie, zonne-atollen en zonnepanelen en
gebiedsontwikkeling in eigen hand uitgewerkt en uitgevoerd doormiddel van een publieksrechtelijke aanbesteding, waarbij het Rijk het ‘zandige’ deels financiert en deels voorfinanciert. De panelen worden ook door het Rijk voorgefinancierd. Alle verantwoordelijkheid, risico’s en processtappen liggen bij de overheid.
Bij een aanbesteding wordt het Rijk eigenaar van de zonne-atollen en van de
panelen. Dit laatste is onwenselijk, tenzij het Rijk ook zelf de stroom verbruikt, omdat het Rijk anders energieleverancier wordt en dat mag niet vanwege de Energiewet.
Derhalve zal het parallel of vlak na realisatie de zonnepanelen, via een openbare
verkoop gekoppeld aan een gronduitgifte, door het RVB naar de markt moeten worden gebracht.
Dit kan via het programma OER in opdracht van EZK. Via de openbare verkoop
krijgt het Rijk de voorinvestering van de panelen terug. Met opbrengsten via de gronduitgifte krijgt het Rijk zijn voorfinanciering terug voor het zandige deel.
2. Door het Rijk (ministerie van IenW/Rijkswaterstaat) wordt alleen het ‘zandige
deel’ (natuur, waterkwaliteit en zonne-atollen) uitgewerkt en uitgevoerd. De natuur,
ecologie en atollen worden publiekrechtelijk aanbesteed. Het Rijk financiert deels
dit zandig deel en financiert het voor een ander deel voor. Het Rijk financiert niks (voor) op gebied van de energieopwekking zelf.
Rijkswaterstaat/Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB) en Rijksdienst voor ondernemend
Nederland (RVO) organiseren in opdracht van EZK een marktconforme, openbare
en transpartante gronduitgifte, waarbij de partij die de hoogste opbrengst biedt de grond mag exploiteren.
De exploitant kan vervolgens op eigen kosten de zonnevelden op de grond realiseren en exploiteren.
Deze gronduitgifte loopt via het programma Opwek Energie Rijksgrond (OER) van het ministerie van EZK en kan parallel of vlak na de realisatie van het zandige deel plaatsvinden.
Via de opbrengsten van de gronduitgifte krijgt het Rijk zijn voorfinanciering terug voor het zandige deel.
3. Met als doel van het project, natuur, waterkwaliteit en energieopwekking, wordt de verkenningsfase van het project Wieringerhoek door de ministers van IenW en LNV doorlopen.
Indien de 5de variant daarin als Voorkeursalternatief (VKA) naar voren komt,
wordt het MIRT-spoor na de Verkenningenfase beëindigd.
De Verkenningenfase wordt naast het Projectbesluit afgesloten met een
bestuursovereenkomst tussen de ministers van IenW, LNV en EZK met de Provincie Noord-Holland en de gemeenten Medemblik en Holland Kroon.
In die overeenkomst worden afspraken gemaakt over de wijze van samenwerken, de te bereiken doelen en de onderlinge verantwoordelijkheden.
Door het Rijks Vastgoed Bedrijf (RVB), RVO en Rijkswaterstaat in opdracht van EZK (opdrachtgever van het Programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER)) wordt met een gronduitgifte en daarbij behorende specificaties (waaronder de
stapsgewijze fasering, adaptieve monitoring), de integrale gebiedsontwikkeling (het zandig deel van de atollen +natuurontwikkeling in Publiek Private Samenwerking (P.P.S.) gerealiseerd.
De lokale partijen, Provincie Noord-Holland en de gemeenten Medemblik en
Hollands Kroon, nemen deel aan deze samenwerking en zijn verantwoordelijk voor de lokale procedures en vergunningverlening en het maatschappelijk overleg. Het ministerie van EZK fungeert na de gronduitgifte als opdrachtgever
46
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
voor dit project binnen de Rijks Coördinatie Regeling (RCR).
Het gehele verdere project wordt door de winnende private partij verder voorbereid, uitgewerkt en gerealiseerd.
Een PAGW bijdrage van het ministerie van IenW wordt als een ‘lumpsum’ beschikbaar gesteld.
In deze optie financiert de markt zowel het zandige deel als de panelen. Het Rijk financiert, behalve de lumpsum, niks (voor).
De marktpartij die voldoet aan de specificaties, de hoogste prijs biedt en de laagste rijksbijdrage verlangt, wint de gronduitgifte.
De prijs zal in dit geval veel lager uitvallen, dan in variant 1 en 2, omdat het Rijk niet zijn voorfinanciering hoeft terug te verdienen via de aanbesting van het grbujik van de grond (de markt financiert immers alles voor).
Daarbij garandeert de minister van EZK de tijdige beschikbaarheid van een netwerkaansluiting.
Optie 1 is geen reële optie (‘’rijk wordt deels ondernemer’’) Optie 2 is een mogelijkheid met een scheiding tussen het zandige deel en het energiedeel. Optie 3 heeft de voorkeur, omdat deze zowel tot de volledige realisatie van de natuur -en waterdoelstellingen leidt als de
energieopwekking, zonder dat het Rijk moet (voor) financieren,
behalve het verstrekken van de lumpsum voor de PAGW doelen. De RijksCoordinatieRegeling (RCR) wordt toegepast voor het
stroomlijnen van de procedures, maar de provincie en gemeenten
dragen zorg voor de juridische procedures, vergunningverlening en maatschappelijk overleg.
47
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
8.
MIRT, PAGW en OER
In het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW) wordt op initiatief van het Rijk in hetzelfde gebied (‘Wieringerhoek’) een verkenning uitgevoerd naar maatregelen om de ecologische kwaliteit te vergroten. MIRT
Vier alternatieven van IenW/Rijkswaterstaat zonder energieopwekking
De eerste formele stappen zijn daarin inmiddels gezet. Te weten een Startbeslissing
voor een Verkenningsfase in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT).
Ingediende zienswijzen zijn door de ministers van Infrastructuur en Waterstaat
(IenW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) beantwoord in een ‘Nota van Antwoord’ 14. Ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (commissie m.e.r.) heeft een advies uitgebracht met aandachtspunten voor het op te stellen milieueffectrapport (MER).
Hoofddoelstelling van het project is het verkennen van de mogelijkheden voor
48
ecologische verbeteringen in en rond het IJsselmeergebied.
In een viertal varianten die het Rijk heeft bedacht, die hiernaast zijn afgebeeld, zijn daartoe de mogelijkheden beschreven.
Een vijfde alternatief (Buitendijks Plan + onderzoek Deltares/Waardenburg), dient
als volwaardig alternatief naast de vier andere varianten te worden beoordeeld in het milieueffectrapport (MER) omdat dit een ‘relevant alternatief’ is. Het voldoet aan de ecologische hoofddoelstelling en voorziet bovendien in een substantiële opwek van duurzame energie. OER Programma
Door het kabinet is een besluit genomen dast rijksgrond wordt ingezet voor de
opwek van duurzame energie. Het ministerie van EZK heeft daarvoor een zg. OER-
programma (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) waarin projecten kunnen worden opgenomen
Na vaststelling van de voorkeursvariant – oktober 2021 – ligt het voor de hand het project op te nemen in het OER-programma. 14
Nota van Antwoord Verkenning Wieringerhoek, aug 2020, Rijkswaterstaat, ministerie IenW
Het vijfde alternatief
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
9.
Regionale Energie Strategie (RES)
Op basis van het Klimaatakkoord zijn er in Nederland 32 Regionale Energie Regio’s (RES) die de opgave hebben om een Regionale Energie Strategie op te stellen.
Gezamenlijk dienen deze regio’s te voorzien in een opwek van duurzame energie in de vorm van grootschalige wind of zon van 35 TWh.
In het Klimaatakkoord is aangegeven dat in 2025 met de uitvoering van de diverse projecten moet worden begonnen zodat in 2030 de opgenomen projecten zijn gerealiseerd. Een van die regio’s is Noord-Holland Noord. RES 1.0
De deelregio NHN ervoor om zonne-energie op te wekken door middel van zonneatollen op het IJsselmeer op een locatie tussen de stad Medemblik en Den Oever.
Dit zoekgebied bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Hollands Kroon en Medemblik.
Op onderstaand kaartje is dit zoekgebied groen gemaakt. Bij de Provincie en de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik is draagvlak voor dit plan, omdat
duurzame energieopwekking gecombineerd wordt met PAGW-doelen, recreatie en toerisme en het vergroten van de biodiversiteit.
Ook veel bewoners hebben eerder aangegeven zonne-energie in het IJsselmeer als kansrijk te zien.
Na het opstellen van een concept- RES in april 2020, is thans de fase aangebroken
Opwek
van de bestuurlijke besluitvorming door alle 18 gemeenteraden, het
Als het plan wordt uitgevoerd kan er in
Waterschapsbestuur en Provinciale Staten van Noord-Holland.
potentie 1,6 TWh aan duurzame energie
Besluitvorming van de RES 1.0 is voorzien voor 1 juli 2021.
worden opgewekt. Het gaat hierbij om
Elke 2 jaar (kan) de RES worden geactualiseerd.
1,6 TWh aan zonne-energie met atollen en 4200 ha natuurontwikkeling die
Buitendijks plan ‘Duurzaam Leefbaar’
samen met recreatieve voorzieningen
Ter voorbereiding van de besluitvorming van de RES 1.0 is er naar aanleiding van
op en langs de kust worden
het indienen van ‘wensen en bedenkingen’’ en een groot aantal reacties van
gerealiseerd. De RES regio NHN neemt
burgers en belangenorganisaties een concept reactienota in december 2020
de duurzame energieopwek van 1,6
bestuurlijk vastgesteld door alle 18 betrokken gemeenten.
TWh uur in haar RES bod op onder de
In deze bestuurlijke vastgestelde Reactienota staat:
verwachting dat het Rijk dit plan in het
‘’ Het plan Duurzaam Leefbaar geeft aanleiding om het zoekgebied
kader van de Routekaart Zon op Water
IJsselmeergebied nader te concretiseren voor zonne-energie. De suggestie om de
samen met de Provincie en gemeenten
opwek van zonne- energie van het plan Duurzaam Leefbaar te koppelen aan het
Medemblik en Hollands Kroon
project Wieringerhoek is nader onderzocht in opdracht van provincie Noord-
Holland en gemeente Medemblik. Het doel van het onderzoek is om de resultaten van het onderzoek in te brengen als bouwsteen in het project Wieringerhoek. De
Kaart zoekgebied RES 1.0 regio NHN
gefaseerd tot uitvoering brengt.
uitkomsten van het onderzoek laten een positief beeld zien over de mogelijkheden om grootschalige opwek van zonne-energie te combineren met de ecologische
doelstellingen van het project Wieringerhoek. Deze grootschalige opwek kan een aanzienlijke bijdrage leveren aan het bod van de RES (circa 1,6 TWh).”
Het Buitendijks Plan ‘DuurzaamLeefbaar’ is dus in zijn geheel met stapsgewijze realisatie opgenomen in de RES1.0 NHN.
49
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
Afspraken in Klimaatakkoord vergunningverlening 15
De RES leidt tot besluitvorming door gemeenten en provincies over de manier
waarop de doelstellingen voor hernieuwbare elektriciteitsopwekking voor 2030 op
land bovenop de afspraken van het Energieakkoord het beste gerealiseerd kunnen worden.
Het gaat dan om ruimtelijke aspecten die de basis vormen voor de borging in het omgevingsbeleid op provinciaal en gemeentelijk niveau.
In een stevige werkstructuur wordt – op regionaal en op nationaal niveau samen met maatschappelijke partners, waaronder marktpartijen, maatschappelijke
Provincie grenzen IJsselmeer
organisaties en netbeheerders - gestuurd op het proces en de resultaten. Routekaart ‘Zon op Water’
Het plan Duurzaam Leefbaar is opgenomen in de routekaart ‘Zon op Water’ van het ministerie van EZK. Het ministerie gaat ervan uit dat het plan onderdeel uitmaakt
50
van de RES 1.0. Het plan zou gezien zijn omvang moeten worden gerealiseerd met de Rijks Coördinatie Regeling in samenwerking met de Provincie en gemeenten. Het plan wordt dan aanbesteedt via het Rijksprogramma Opwek Energie Rijksgronden (OER).
De RES-regio Noord-Holland Noord bestaat uit 3 sub-regio’s en 18 gemeenten. Regio Kop van Noord-Holland
Texel, Den Helder, Schagen en Hollands Kroon
Gezamenlijk doel is dat uiterlijk op 1 januari 2025 alle aangevraagde benodigde vergunningen zijn afgegeven en dat in voorkomende
gevallen tenders voor uitgifte van projecten zijn afgerond met oog op de tijdige realisatie van de opgave.
15
Klimaatakkoord, 2019, pagina 163
Regio Alkmaar
Alkmaar, Bergen, Castricum, Heiloo, Uitgeest, Langedijk, Heerhugowaard Regio West Friesland
Hoorn, Medemblik, Opmeer, Koggenland, Stede Broec, Drechterland, Enkhuizen
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
10.
MER Procedure
Voor het project Wieringerhoek hebben de ministers van IenW en LNV een
Verbreden en integrale opgave van het project Wieringerhoek
kunnen voorzien in de PAGW doelen. Een MER-procedure maakt daar deel van uit.
Reikwijdte & Detailniveau zijn beschreven en ook niet als doel van het project.
startbeslissing genomen en een verkenning gestart naar de mogelijkheden om te
In deze procedure hebben beide ministers naast de rol van bevoegd gezag ook de rol van initiatiefnemer. Dat is wettelijk mogelijk.
De richtlijnen waaraan een MER-procedure moet voldoen zijn geregeld in de Wet milieubeheer (Wm). Het ontwikkelen van alternatieven een cruciale stap in dit
proces. In feite wordt daarmee al de speelruimte voor het uiteindelijke besluit bepaald: wat niet in de MER is onderzocht, kan ook niet in het besluit worden opgenomen.
In artikel 7 van de Wm staat dat in het MER de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven moeten worden beschreven’.
Energieopwekking maakt geen deel uit van de 4 alternatieven die in de notitie
Inmiddels is het verzoek gedaan door het college van GS van de Provincie NoordHolland en de colleges van de gemeenten Medemblik en Hollands Kroon aan de ministers van IenW en LNV om naast de 4 aangedragen alternatieven zonder energieopwekking een vijfde variant als zelfstandig alternatief en variant te
beoordelen. En, gelet op de beleidsuitspraken over energieopwekking in het IJsselmeer, de scope (is doelstelling van het project) te wijzigen. Beoordelingskader
Een belangrijk instrument om te komen tot een objectieve beoordeling van
alternatieven in een MER-onderzoek zijn de beoordelingscriteria en maatlatten.
Het Buitendijks Plan voldoet aan de geformuleerde PAGW en natuur doelen en is,
Het is noodzakelijk dat het criterium ‘Duurzaamheid en Energieopwekking’ deel
Nota van Antwoord, augustus 2020 16
Voorkeursalternatief (VKA)
geformuleerd dat “het project Wieringerhoek niet tot doel heeft om duurzame
Dat is voorzien medio oktober 2021.
nog afgezien van de energieopwekking, een gelijkwaardig alternatief.
Ondanks deze ambitie is op pagina 15 en 16 van de Nota van Antwoord
energie te gaan ontwikkelen”. Verwezen wordt naar het RES-proces. Verder is opgenomen dat “het Deltares onderzoek wordt gekoppeld aan deze MIRT-
verkenning als een initiatief van derden en wordt meegenomen in het MER”. Op pagina 153 staat onder kopje 4.1 Nieuwe alternatieven of
uitmaakt van dit beoordelingskader.
Na beoordeling van de alternatieven wordt een voorkeursalternatief samengesteld.
Verwacht wordt dat het Buitendijks Plan met de bouwstenen Zoet-Zoutovergang en Vismigratierivier, Natuureiland,
maatregelen: ''Maatregelen of alternatieven die duidelijk buiten de scope van het
Vooroevers en
IenW en LNV liggen worden niet meegenomen''.
deel uitmaakt van dit VKA.
project of buiten de scope van de beslissingsbevoegdheid van het bevoegd gezag Verder staat op diezelfde pagina 153: ''Een mee-koppelkans is een project in
hetzelfde gebied wat gekoppeld zou kunnen worden aan het project, omdat dit
voor ieder voordelen van samenwerken of samen plannen maken op kan leveren”.
Vier Zonne-atollen,
Alle doelen die het Rijk vanuit het PAGW wil bereiken met het
verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische verbetering worden met dit plan gerealiseerd.
16 Nota van Antwoord Verkenning Wieringerhoek, aug 2020, Rijkswaterstaat, ministerie van I en W
51
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
11. Planning en Realiseringstermijn
De centrale vraag is of het planconcept van de zonne-atollen de mogelijkheid biedt voor realisatie overeenkomstig de planning die voorzien is voor de PAGW doelstellingen (natuur – en waterkwaliteit).
Planning IenW en Rijkswaterstaat Jaar
RCR en OER
Verkenningsfase MIRT
Jaar
Verkenningsfase MIRT
Opstellen milieueffectrapport Wieringerhoek
2020/2021
Eind 2021
Vaststellen ontwerp voorkeursbeslissing Fase 1 (budget €50 mln.)
Eind 2021 Eind 2021
Planconcept opnemen in OER programma EZK
2022
Zienswijzen ontwerpvoorkeursbeslissing + MER-rapport
2022
Zienswijzen ontwerpvoorkeursbeslissing + MER-rapport
2020/2021
Opstellen milieueffectrapport Wieringerhoek
Indicatie Tennet/Qirion naar netwerkaansluiting/cable-pooling
Vaststellen ontwerp voorkeursbeslissing Gehele project
Onderzoek Tennet/Qirion naar netwerkaansluiting/cable-pooling
Eind 2022
Vaststellen Voorkeursalternatief
Eind 2022
Vaststellen Voorkeursalternatief + Bestuursovereenkomst
2023
Beroepsprocedures VKA
2023
Beroepsprocedures VKA
2023-2025
Voorbereiden van het gehele project met realisatie van Fase 1 Passende beoordeling gehele plan+ Monitoringsprogramma
2024
Voorbereiding Realisatie/Contractvoorbereiding fase 1
2024
Aanbesteding gebiedsontwikkeling met contractvorming Fase 1
2025
Start Realisatiefase Fase 1 (zonder energieopwekking)
2025/2026
Start aanleg stap 1 (atol E) + netaansluiting
2026-2030
Monitoring/Bijsturing/Evaluatie pilot
2030-2035
Realisatiefase integraal project
Onbekend
Realisatie vervolgfasen
Uiteraard zijn deze planningen in deze fase globaal en nog voorzien van onzekerheden.
Uitvoering van dit plan is alleen denkbaar als er maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor is bij zowel Rijk, Provincie, Gemeenten, maatschappelijke organisaties en bewoners.
52
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
12.
Netwerkaansluiting
Tennet heeft met netwerkberekeningen hun eerste indicatieve bevindingen
Cablepooling
alleen de aansluitmogelijkheden op het 150KV-net in Noord-Holland Noord
van het aansluiten van een of meerdere zonne-atollen op de bestaande
aangegeven van de aansluitmogelijkheden van de zonne-atollen. Daarbij zijn
beschouwd. Daarnaast is als uitgangspunt gekozen – naast de zonne-atollen – alleen ontwikkelingen t.a.v. Zon op dak (o.b.v. van de RES NHN en prognoses
Liander) te betrekken. Andere ontwikkelingen t.a.v. de RES Noord-Holland Noord
Door ingenieursbureau Qirion is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden windparken. De zonne-atollen kunnen mogelijk nu al gebruik maken van het bestaande hoogspanningsnet van windparken.
(NHN) zijn buiten beschouwing gelaten en zijn niet meegenomen in de netbere-
Als het én hard waait én de zon schijnt volop, moeten de zonnepanelen afgeregeld
Deze analyse leidt tot een inschatting dat drie van de vier zonne-atollen in de
Naar schatting komt dat in dit geval 100 uur per jaar voor waarbij 5% van de
keningen (dus geen andere ontwikkelingen t.a.v. Zonneparken en Wind op Land). periode 2025-2030 kunnen worden aangesloten op het bestaande 150 KV-netwerk NHN. Ze worden dan – verdeeld over meerdere 150KV-stations in Noord-Holland
– aangesloten zoals op onderstaand kaartje is afgebeeld.
Het vierde zonne-atol met een opgesteld vermogen van 500MW kan in principe ook in de periode 2025-2030 worden aangesloten op het bestaande 150 KV netwerk, maar dan wel op een afstand van 40-60 km: de stations Diemen of
Oostzaan. Daarvoor dient wel over deze lange afstand een kabel met tracé te
worden ontworpen. Mogelijk kan dat via een kabel in het IJssel – en Markermeer.
Verkenning netaansluiting
worden, zodat het hoogspanningsnet niet overbelast raakt.
opgewekte energie afgeregeld moet worden. Daadwerkelijke uitwerking en toepasbaarheid in deze situatie moet onderzocht worden.
De aansluiting van de eerste fase -atol B met 150 MW opgesteld
vermogen vanaf 2025 is – al dan niet met cable-pooling – op het bestaande net vrij zeker.
Atol E kan worden aangesloten op de stations Diemen of Oostzaan.
Verkenning cable-pooling
Een uitbreiding van het 380KV net naar Noord-Holland Noord is in studie,
De netwerkcapaciteit in Noord-Holland Noord, zeker indien daar grootschalige
benodigde procedures niet voor 2030 operationeel zijn.
tijdig te voorzien van netwerkuitbreiding
waardoor het gehele opgestelde vermogen is aan te sluiten, maar zal gezien de
datacenters nog worden gesitueerd, vereist een hoge prioriteit bij het Rijk om
53
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
54
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
Colofon
BUITENDIJKS PLAN, Duurzaam Leefbaar’ is een initiatief van Kor Buitendijk.
De ecologische en Natura 2000 conclusies zijn ontleend aan het onderzoek Deltares/Waardenburg,
‘’Zonne-atollen geven ruimte aan natuur en duurzame-energie – een verkenning’’. Deltares, Sacha de Rijk en Ruurd Noordhuis
Bureau Waardenburg, Bas van den Boogaard en Ineke Röell De netwerkanalyse Tennet, Philip van Noort, Peter Kwakman, Bart van Hulst Analyse cable-pooling Qirion, Maarten van Blijderveen
De impressies zijn gemaakt door studio S3, Heerhugowaard, Martijn Vreeker
© Kor buitendijk/Buitendijks Plan bv, alle rechten voorbehouden 2021
55
Buitendijks Plan, ‘Duurzaam Leefbaar’
56