CConstaterende datStede Broec
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Erfgoednota 'Behoud, ontwikkeling en beleving van land en dorpen' Stede Broec 2023

Gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente Stede BroecBij agendapunt: Erfgoednota16.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Behoud, ontwikkeling en beleving van land en dorpen

2

ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Behoud, ontwikkeling en beleving van land en dorpen

3

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Voorwoord

7

Samenvatting

8

1

Inleiding

10

Aanleiding

11

Definitie van erfgoed

12

Totstandkoming van het beleid

12

Kaders

13

Leeswijzer

14

Partners van gemeente Stede Broec

15

Het verhaal van Stede Broec

16

2

Van vaarpolder naar rijpolder

17

Akkerbouw, binnenvisserij, handel en tuinbouw

24

Samen zelfstandig

28

Zes typen erfgoed

33

Landschappelijke structuren

34

Gebouwd erfgoed

38

Archeologie

44

Roerend en mobiel erfgoed

45

Groen erfgoed

48

Immaterieel erfgoed

49

4

3

Visie

52

4

Opgaven, ambities en acties

56

Basisvoorwaarde

57

Basistaken monumenten en archeologie

58

Beleefbaar maken van landschap en erfgoed

60

5

Conclusie

63

Bijlage

Kaders

64

Landelijke kaders

65

Provinciale kaders

68

Regionale kaders

70

Gemeentelijke kaders Stede Broec

70

Colofon

5

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

78

Inhoud

“Doel van het erfgoedbeleid is de onderlinge verbondenheid stimuleren, het woonplezier vergroten en de lokale identiteit versterken.” Wethouder Thijs Visser

6

Voorwoord Stede Broec heeft een rijke geschiedenis, die nog volop wordt beleefd. Van de sporen van de West-Friese bronstijd-beschaving tot het diverse dorpslint en de vele eilandjes in de polder; bewust en onbewust ben je overal in Stede Broec omringd door erfgoed. Maar wat beschermen we vandaag, zodat de volgende generaties het ook kunnen beleven? In deze erfgoednota willen we met elkaar vaststellen wat we als waardevol erfgoed zien in onze gemeente. Het gaat daarbij niet alleen om ruimtelijke structuren of oude gebouwen, maar ook om Stede Broecse tradities, zoals de kermissen. Zo kunnen we het complete verhaal van hoe onze gemeente is geworden zoals zij nu is blijven beleven. Het beschermen van erfgoed hoeft niet te betekenen dat we alleen de klok stilzetten. Ons erfgoed kan juist worden ingezet om nieuwe ontwikkelingen te verrijken en kan mogelijk zelfs de oplossing zijn voor de huidige en toekomstige uitdagingen. Zo blijven we functioneel gebruik maken van datgene dat karakteristiek is voor onze gemeente. Dit vraagt ook dat we met elkaar kijken hoe we ons erfgoed voor iedereen beleefbaar, interessant en toegankelijk kunnen maken. Het opstellen van deze nota heeft in ieder geval laten zien dat er in Stede Broec een sterke basis ligt. Tal van belanghebbenden zijn in elke fase aangehaakt en hebben enthousiast meegedacht over een erfgoednota waar Stede Broec trots op mag zijn.

Wethouder Thijs Visser

7

Samenvatting Wat verstaan we onder ‘erfgoed’? Wat we zien als cultureel erfgoed wordt bepaald in een voort­ durend gesprek tussen betrokkenen, gebruikers, beheerders, eigenaren, professionals en initiatief­ nemers. Het gesprek gaat over welke landschappen en structuren, gebouwen, ondergrondse en bovengrondse objecten, tradities en verhalen we willen doorgeven aan volgende generaties. Want dat is het erfgoed van Stede Broec. Daarom hebben we bij de totstandkoming van deze erfgoednota bewoners en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties de mogelijkheid geboden om hun visie op het erfgoed te geven. Bovendien hebben zij aan kunnen geven wat zij van de gemeente verwachten op dit vlak. Uit dit traject is naar voren gekomen dat er sprake is van een positief probleem. Het belang van het erfgoed is tot op zekere hoogte geborgd. Tegelijkertijd zien alle betrokkenen kansen om méér te doen. Denk aan verduurzaming in relatie tot erfgoed, erfgoed in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen, erfgoededucatie en verschillende vormen van recreatie.

De identiteit van Stede Broec

Het verhaal van Stede Broec is in deze nota bondig beschreven om het karakter van onze gemeente te schetsen en de hoofdlijnen van onze geschiedenis te duiden. Daarbij komen drie thema’s naar voren: ‘Van vaarpolder naar rijpolder’, ‘Akkerbouw, binnenvisserij, handel en tuinbouw’ en ‘Samen zelfstandig’. Bij elk thema zijn voorbeelden genoemd en is beschreven wat we daarvan nu nog terugzien in de dorpen, wijken en landschappen. Uit de verschillende gesprekken en het historische verhaal zijn zes typen erfgoed naar boven gekomen die relevant zijn voor Stede Broec: landschap­ pelijke structuren, gebouwd erfgoed, archeologie, groen erfgoed, immaterieel erfgoed en roerend en mobiel erfgoed. Al deze typen zijn door de mens gemaakt, aangelegd of aangeplant.

8

Inhoud

Een blik op Lutjebroek met De Horn uit 1990, met in de verte Enkhuizen (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Visie

Stede Broec kiest voor een breed erfgoedbeleid, waarin alle soorten erfgoed in samenhang aan bod komen. Het gaat in onze landelijke gemeente immers om veel meer dan alleen het beschermen van monumenten en de bekende archeologische vindplaatsen. Het landschap bepaalt een groot deel van onze identiteit. Daarbij hebben we een rijke collectie tastbare voorwerpen en ook niet-tastbare dingen als liedjes, gebruiken en taal. Met een integrale aanpak zorgen we ervoor dat niets over het hoofd wordt gezien. De verschillende soorten erfgoed in Stede Broec worden in samenhang met elkaar benaderd. Daarbij streven we naar meer kennis over de lokale geschiedenis en de betekenis van de dorpen en het landelijk gebied. Voor het waardevolle erfgoed van onze mooie gemeente voorzien we een levendige, duurzame toekomst.

Opgaven – ambities – acties

Onze visie is dat erfgoed een basis is voor alle ontwikkeling. Ook willen we stimuleren dat inwoners het erfgoed nog meer gaan waarderen door het te ervaren. Daarom formuleren we twee overkoepelende ambities van het gemeentelijk erfgoedbeleid: de basis op orde en het beleefbaar maken van het erfgoed. Om inzichtelijk te maken waar de kansen liggen, koppelen we de ambities steeds aan opgaven en acties, die we beschrijven en concreet maken. In de uitvoeringsagenda die bij deze nota hoort worden de acties geprioriteerd in tijd en logische volgorde. Tevens worden de acties gebudgetteerd.

9

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

1

Inleiding De huidige gemeente Stede Broec heeft van oorsprong een agrarisch karakter. Het open landschap met een fijnmazig slotenpatroon waarover de landbouwproducten via schuiten naar de diverse marktplaatsen werden vervoerd is echter in de twintigste eeuw sterk veranderd. Ook de levendige, kleinschalige dorpslinten werden uitgebreid met in verhouding grootschalige woonwijken. Hier zijn sinds de tweede helft van de twintigste eeuw relatief veel forensen komen wonen. Het slotenpatroon werd minder fijnmazig door ruilverkaveling ten behoeve van de efficiëntie. Toch kent de gemeente nog allerlei plekken, gebouwen, stukjes landschap, water- en dijkstructuren en archeologische vindplaatsen die bijdragen aan de herkenbaarheid van de geschiedenis. In de naoorlogse woonwijken is inmiddels een generatie opgegroeid die deze wijken waardeert en met betekenis laadt door eigen herinneringen en verhalen. Al dit soort plekken dragen bij aan de identiteit, het karakter en de omgevingskwaliteit van Stede Broec. Daarom is het voor de gemeenschap van groot belang dat er zorgvuldig mee omgegaan wordt. Naast de gebouwen en landschappen zijn er ook tradities, gebruiken, verhalen, losse objecten en voertuigen die karakteristiek zijn voor Stede Broec en die mede de identiteit van de gemeente bepalen: het immaterieel en roerend erfgoed.

‘Ik vind het belangrijk om de contouren van het verleden te bewaren.’ Inwoner van Stede Broec

10

Inhoud

Op het terrein waar nu de wijk Waterweide is gelegen werden in 2018 met behulp van het publiek archeologische opgravingen gedaan (beeld: Archeologie West-Friesland)

In deze nota benoemen we de waarde van de verschillende soorten erfgoed voor de gemeenschap. Ook worden de ambities van de gemeente in de omgang met het erfgoed benoemd en beschrijven we de opgaven die voor ons liggen en de acties die we willen ondernemen om die opgaven aan te pakken. De inzet: meer kennis bij de inwoners over de geschiedenis en betekenis van dorpen en land en een levendige, duurzame toekomst voor het waardevolle erfgoed van onze mooie gemeente.

Aanleiding

Voordat deze nota tot stand kwam had de gemeente nog geen erfgoedbeleid, terwijl de diverse bijzondere gebouwen, landschappen, structuren, tradities en objecten onze aandacht vragen. Historische Vereniging Oud Stede Broec heeft de gemeente op deze lacune gewezen. De ambities van de vorige en de huidige gemeenteraad op het vlak van erfgoed hebben ertoe geleid dat we aan het werk zijn gegaan met het ontwikkelen van een breed gedragen erfgoedbeleid, samen met diverse belangstellenden en belanghebbenden uit de gemeente en de regio. Een goede omgevingskwaliteit is van groot belang voor nieuwe ontwikkelingen. Stede Broec is in het laatste kwart van de twintigste eeuw sterk gegroeid en daardoor zijn de dorpse sfeer en het landelijke karakter veranderd. Bij het ontwerp van de nieuwste wijken wordt rekening gehouden met, en inspiratie geput uit, de archeologische vondsten die zijn gedaan. Ook is de aloude traditie van doorvaarbaarheid een belangrijk thema geweest bij de ontwikkeling van de wijk Waterweide in Grootebroek. Dit heeft ertoe bijgedragen dat het een wijk met een hoge omgevingskwaliteit is geworden. In deze benadering vormen landschappelijke kwaliteit, een zorgvuldige omgang met archeologische vondsten en – meer algemeen – een adequate bescherming van het erfgoed de basis van nieuwe ontwikkelingen. Dit willen we in de toekomst verder uitbouwen.

“Erfgoed is voor iedereen en geeft aan hoe het was.” Inwoner van Stede Broec

11

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Een kaart van Grootebroek uit 1826 (beeld: Noord-Hollands Archief)

Definitie van erfgoed

Erfgoed is een verzamelbegrip: het staat voor alle gebouwen, ondergrondse en bovengrondse objecten, structuren, landschappen, tradities en verhalen die we willen doorgeven aan volgende generaties. We hebben dit voor Stede Broec onderscheiden in zes categorieën erfgoed: • • • • • •

Landschappelijke structuren Gebouwd erfgoed Archeologie Groen erfgoed Immaterieel erfgoed Roerend en mobiel erfgoed

Al deze typen zijn te duiden als cultureel erfgoed, oftewel door de mens gemaakt, aangelegd, uitgevoerd of aangeplant. We kiezen daarom voor een breed erfgoedbeleid, waarin al deze soorten erfgoed zoveel mogelijk in samenhang aan bod komen.

Totstandkoming van het beleid

Om tot een breed gedragen, doordacht erfgoedbeleid te komen heeft de gemeente samen met stichting MOOI Noord-Holland en Historische Vereniging Oud Stede Broec onderzoek gedaan naar de geschiedenis en het karakter van het gehele gemeentelijk grondgebied. Diverse partijen zijn in een serie werksessies en gesprekken bevraagd (zie de lijst van partners hieronder). De vragen waren: • • •

Wat is voor jou als belanghebbende van waarde in de gemeente? Hoe zou je met het erfgoed om willen gaan? Welke rol verwacht je van de gemeente bij de omgang met het erfgoed?

Na de eerste conceptversie is de gemeenteraad betrokken geweest om een eerste reactie te geven en om een bijdrage te leveren. Vervolgens is, met behulp van alle betrokken partijen en een gemeentelijke klankbordgroep, de tekst definitief gemaakt.

12

Inhoud

Kaders Op landelijk, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn diverse wetten en regelingen van kracht die betrekking hebben op het beschermen, ontwikkelen en zichtbaar maken van erfgoed. Samen vormen ze de (beleids)kaders van deze erfgoednota. Landelijke kaders • • • • • • •

Erfgoedwet (2016) Omgevingswet (2023, onder voorbehoud) Archiefwet (1995) Rijksmonumenten Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland Erfgoed Telt (2018) Verdrag van Faro

Provinciale kaders • • • •

Omgevingsvisie NH2050 (2018) Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (2018) Duurzaamheidsopgave Provinciale monumenten

Regionale kaders •

Pact van Westfriesland 7.1

Gemeentelijke kaders Stede Broec • • • • • • • • • • • • • • •

Erfgoedverordening (2011) Archeologische beleidskaart Stede Broec (2019) Gemeentelijke monumentenlijst (2015) Welstandsnota Stede Broec (2013) Bouwstenen voor de omgevingsvisie van Stede Broec. Meegaan met de tijd, vasthouden van wat van waarde is (2021) Toekomstvisie Stede Broec 2014-2024 (2014) Omgevingsprogramma Bomen Stede Broec (2021) Kerkenvisie (wordt voorgelegd aan de raad in 2023) Verkeersplan Stede Broec Woonvisie Stede Broec (2021-2025) Waterplan Stede Broec (2011-2021) Bestemmingsplannen en beheersverordeningen Subsidieregeling activiteiten Subsidieregeling gemeentelijke monumenten Omgevingsvisie (in ontwikkeling)

Elk kader wordt omschreven in de bijlage.

13

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Op de Overhaal (beeld: Noord-Hollands Archief)

Leeswijzer

De erfgoednota start met een korte samenvatting van alle wettelijke kaders en regels die van kracht zijn. Daarop volgt het inspiratie-hoofdstuk met de titel ‘De identiteit van Stede Broec’. Dit hoofdstuk beschrijft onze gemeenschappelijke geschiedenis en de thema’s en soorten erfgoed die daarmee verbonden zijn. Bovendien benoemen de kernkwaliteiten, die de geschiedenis van onze gemeente illustreren. Wat is er van de geschiedenis in het huidige Stede Broec nog terug te vinden? Uit deze thematische geschiedenis en de beschrijving van de soorten erfgoed volgt een visie. Die hebben we samengevat in de titel: ‘Behoud, ontwikkeling en beleving van land en dorpen’. Hoe kijken wij vanuit het publieke belang naar onze geschiedenis en het erfgoed, en hoe zorgen we ervoor dat de inwoners het erfgoed (leren) kennen, kunnen beleven, gaan waarderen en duurzaam kunnen blijven benutten? Vervolgens vertellen we in het hoofdstuk ‘Opgaven, ambities en acties’ wat ons te doen staat. Voor welke uitdagingen staan we als gemeente? Wat zijn de ambities die daarbij horen? Welke acties willen we ondernemen om die ambities waar te maken? We gaan in elk geval zorgen dat de basis op orde is en blijft, zodat we als gemeente onze wettelijke taken op een goede manier uit kunnen voeren.

Daarnaast zijn er uit de gesprekken met belangstellenden en belanghebbenden ook aanvullende ambities naar voren gekomen waar we de komende jaren mee aan de slag willen. Deze acties worden verder uitgewerkt, geconcretiseerd en geprioriteerd. Vervolgens zijn met behulp van deze acties drie scenario’s ontwikkeld. Deze scenario’s verschillen qua tijd en budget. Dit bepaalt de snelheid waarmee de acties gerealiseerd kunnen worden. Zo kan de gemeente concreet aan de slag. In de bijlage worden de landelijke, provinciale, regionale en gemeentelijke kaders waarbinnen het erfgoedbeleid manoeuvreert verder toegelicht.

14

Inhoud

De Bloembollenveiling van CNB in Bovenkarspel (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Partners van gemeente Stede Broec • • • • • • • • • • • •

15

Historische Vereniging Oud Stede Broec IVN Natuureducatie ANW Recreatieschap Westfriesland LTO J.C. Inventas Westfriese Bedrijvengroep Winkeliersvereniging Streekhof Veteranen Comité Stede Broec Nationaal Comité 4 en 5 mei Stichting Hart van Stede Broec Seniorenraad Stede Broec

• • • • • • • • • • •

Oranjecomité Grootebroek en Bovenkarspel Oranjecomité Lutjebroek De zes kerken van Stede Broec Provincie Noord-Holland Archeologie West-Friesland Erfgoedvereniging Heemschut Westfries Archief Westfriese Bibliotheken Regionale erfgoedcommissie Steunpunt Monumenten & Archeologie Noord-Holland Boerderijenstichting Noord-Holland

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

2

Het verhaal van Stede Broec In de ontstaansgeschiedenis van de dorpen in de gemeente Stede Broec is een aantal rode lijnen te ontdekken die karakteristiek zijn voor deze regio. Ze hebben allemaal te maken met de relatie tussen mens en landschap. Uit archeologische vondsten is bekend dat het gebied in de achtste eeuw voor Christus al bewoond was. En sinds die tijd hebben de manier van leven en de identiteit die door de bewoners werd gevoeld altijd samengehangen met de mogelijkheden die het landschap hen bood. Dit verhaal wordt aan de hand van drie verhaallijnen verteld. ‘Van vaarpolder naar rijpolder’ is het verhaal van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. ‘Akkerbouw, binnenvisserij, handel en tuinbouw’ is het verhaal over de middelen van bestaan, die sterk samenhangen met de ontwikkeling van het landschap. De derde verhaallijn is ‘Samen zelfstandig’ en beschrijft het sociaal-maatschappelijke karakter van Stede Broec, dat zijn wortels heeft in de ligging binnen de regio en waarin de identiteit van de dorpen terugkomt. Elke verhaallijn eindigt met een opsomming van de kernkwaliteiten.

16

Inhoud

Paleogeografische kaart van 2750 voor Christus. Het tegenwoordige Stede Broec bevindt zich in de rode cirkel (beeld: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Van vaarpolder naar rijpolder

Waarom loopt de Zesstedenweg door Stede Broec? Waarom kent de gemeente verschillende soorten verkavelingsstructuren? En waarom zijn de landtongen niet meer in gebruik als vaarveiling? De ontstaansgeschiedenis van het landschap geeft antwoord op deze vragen en maakt inzichtelijk wat de kernkwaliteiten zijn. Tot ongeveer 2500 voor Christus was het landschap van de regio West-Friesland een oost-west georiënteerd krekenlandschap dat uitmondde in de Noordzee. Als gevolg van de toenmalige zeespiegelstijging verzandde de kreek totdat die niet meer kon afwateren en het landschap vanuit oostelijke richting met veen bedekt raakte. De eerste bewoning – de vroegste sporen stammen uit 1800 voor Christus – vond plaats op de hoger gelegen en daardoor drogere kreekruggen. Het gebied dat nu binnen de gemeente Stede Broec valt, was op dat moment een moeraslandschap; broek betekent moeras. Het veengebied was nat en overstroomde vanaf de Middeleeuwen steeds vaker vanuit de Zuiderzee vanwege de zich voortzettende zeespiegelstijging. Kenmerkend is dat de mensen in deze periode meebewogen met de natuur. Lange tijd waren de bewoners gedwongen om te blijven wonen op de hoger gelegen gedeelten. Uiteindelijk is hierdoor de voor West-Friesland typische oost-westelijk georiënteerde lintbebouwing ontstaan. Het Stede Broecse deel van het lint bestaat uit de Zesstedenweg, de Hoofdstraat en de P.J.

Jongstraat. Kenmerkend zijn de korte zijstraatjes die doodlopen op een vaart en daarom vaak uitmonden in een bruggetje. Een ander kenmerk zijn de openingen in het lint – bruggen, ruimte tussen bebouwing – die maken dat je op sommige plekken het open landschap in kunt kijken.

17

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Kaart uit 1550-1570 (beeld: Noord-Hollands Archief)

De Westfriese Omringdijk werd aangelegd in reactie op een zoveelste watersnood in 1170. Dit betekende een ommekeer en is een belangrijk moment in de ontstaansgeschiedenis van het landschap van Stede Broec (en de hele regio). Voor het eerst begonnen de bewoners het landschap in te richten en te beheren. Kleinschalige veenontginningen vonden plaats, al liep het gebied nog wel regelmatig onder water. Met de aanleg van polder Het Grootslag (1423) kwam daar verandering in. Men begon grootschaliger te ontginnen. Het middeleeuwse verkavelingspatroon – noord-zuidelijke oriëntatie, haaks op de linten – met het fijnmazige netwerk aan sloten en vaarten is vanaf toen ontstaan. Je kunt dit landschap nu nog terugvinden in De Weelen en De Horn. Door de fijnmazige structuur van het landschap zijn er talloze eilandjes ontstaan. Met de aanleg van de polder eindigde de strijd tegen het water niet. Stille getuigen van dijkdoorbraken zijn de kolken of wielen die je nog in het landschap kunt herkennen: ronde waterpartijen nabij de dijk. We maken nu een sprong naar de jaren zeventig van de twintigste eeuw. Eigenlijk veranderde er tot die tijd in ruimtelijk opzicht niet zoveel. De kleinschaligheid van het landschap was behouden gebleven. De bebouwing was na de Tweede Wereldoorlog wel wat uitgebreid, maar dat was nog zeer beperkt.

De tracés van de polderwegen waren eeuwenoud en het transport gebeurde nog voornamelijk via het water. De polder werd nog steeds bemalen, al gebeurde dat vanaf 1870 niet meer door vijf molens, maar door het elektrische stoomgemaal Het Grootslag 2. 18

Inhoud

“De lintbebouwing bepaalde altijd de identiteit van de dorpen in de Streek. Maar ook de doorvaarbaarheid van het boerenland was van belang. De ruilverkaveling heeft het grootste deel daarvan laten verdwijnen. Maar gelukkig zijn er nog de Natte Cel en de vele sloten in de dorpen.” Inwoner van Stede Broec

In een tijdspanne van enkele jaren zou in ruimtelijk opzicht echter alles anders worden. Dit kwam door twee ontwikkelingen. De eerste ontwikkeling is de ruilverkaveling. Deze vond in Stede Broec eind jaren zeventig en begin jaren tachtig plaats. De ruilverkaveling bracht een schaalvergroting teweeg die het landschap ingrijpend veranderde. Het fijnmazige netwerk van vaarten en slootjes verdween grotendeels doordat kavels bij elkaar werden gevoegd. Infrastructureel veranderde Stede Broec ‘van vaarpolder naar rijpolder’: het transport ging vanaf deze periode vooral over de weg. Als onderdeel van de ruilverkaveling werd aan de noordzijde van de gemeente het natuuren recreatiegebied Het Streekbos aangelegd. Door de ruilverkaveling kwam een einde aan de polder Het Grootslag als zelfstandig waterschap.

De Weelen met middeleeuwse verkavelingsstructuren (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

19

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Het landschap boven Bovenkarspel kende in 1969 nog de oude verkavelingsstructuren (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

De tweede ontwikkeling zijn de grootschalige wijkuitbreidingen vanaf de jaren 1970, die enorme ruimtelijke consequenties hadden voor de dorpen van Stede Broec. Plannen voor kleinschalige uitbreiding bestonden al voor de Tweede Wereldoorlog. Grootebroek stelde in 1937 het eerste uitbreidingsplan vast en Bovenkarspel volgde in 1940. De voltooiing hiervan vond echter pas later plaats, toen Bureau Froger uit Delft daarvoor werd gevraagd. Dat resulteerde in Plan Zuid (vastgesteld in 1959) in Lutjebroek; Esdoornlaan I (vastgesteld in 1966) in Grootebroek; en Plan Zuid I (vastgesteld 1966) in Bovenkarspel. Tijdens de bouw in de jaren zeventig en tachtig bleken de plannen te beperkt om de grote toename van het aantal forenzen aan te kunnen. De uitbreidingen werden grootschaliger: plan Zuid I werd verder uitgebreid en de wijk Princenhof werd gebouwd. Die trend zette zich in de jaren negentig door met de uitbreidingsplannen voor onder andere Streekhof, Rozeboom, Bakkerstraat, Zuidervoert, Zesstedenpark, Noordertocht en Zuiderwoid. Voor de jaren na 2022 staan nog nieuwe uitbreidingen op stapel, bijvoorbeeld met de wijk Waterweide. Het kleinschalige, dorpse karakter van de drie kernen is door de grootscheepse uitbreidingen veranderd. Door de toename van het aantal inwoners is het mogelijk om goede functies te geven aan historische gebouwen, zoals Het Postkantoor.

Daarbij kunnen de nieuwe hoogwaardige wijken gezien worden als mogelijk erfgoed in de toekomst. Het is nog te vroeg om te beslissen of er in de wijken die in de afgelopen decennia zijn gebouwd ‘cultureel erfgoed’ aanwezig is dat bescherming behoeft. Duidelijk is wel dat de generatie die in deze wijken opgegroeid is de woningen, de openbare ruimte en het groene karakter van sommige wijken over het algemeen waardeert. We waken ervoor de omgevingskwaliteit van de wijken zorgvuldig te gaan benoemen en borgen bij nieuwe ontwikkelingen.

20

Inhoud

Omstreeks 1970 had de ruilverkaveling nog niet plaatsgevonden. Op de foto liggen Grootebroek en Lutjebroek op de voorgrond en in de verte zie je Medemblik liggen (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Kernkwaliteiten bij deze verhaallijn: • • • • • • • • •

21

De stedenbouwkundige structuur van linten met afwisselende, kleinschalige be­ bouwing, doodlopende straatjes, bruggen en doorkijken naar het open landschap. De dorpskernen met elk hun eigen karakter: Lutjebroek, Grootebroek, Bovenkarspel en Broekerhaven. De ontginning van het veenlandschap, nog zichtbaar in de middeleeuwse verkavelingsstructuren bij De Weelen en De Horn met hun fijnmazige netwerk van doorvaarbare sloten en vaarten. Bereikbaarheid over het water: bij de nieuwe uitbreidingswijken wordt deze kernkwaliteit in het ontwerp geïntegreerd. Leven met water: Westfriese Omringdijk, andere bedijkingen, polder Het Grootslag met bemalingsvoorzieningen, sporen van dijkdoorbraken. Het open landschap, dat nu nog bestaat buiten de verstedelijkte gebieden. Dit wordt ook als kernkwaliteit benoemd in de Bouwstenen Omgevingsvisie 2021. Natuurgebieden aan de noordzijde van de gemeente. Kustprofiel: de kleinschaligheid is nog te herkennen vanaf het water. Doorlopende groen- en waterstructuren en openbare ruimte in naoorlogse woonwijken.

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

“De Rozenboom is ruim opgezet, met veel typen woningen, het is er heel afwisselend. Als je daar als kind opgroeit heb je de ruimte, er is goede aansluiting op de oude vaarroutes. Maar het groen staat onder druk, daar willen mensen hun woningen uitbouwen. De gemeente zou de doorlopende groenstructuren in stand moeten houden en niet individuele stukjes groen verkopen.” Medewerker van gemeente Stede Broec

Deze luchtfoto – die werd genomen op de vooravond van de ruilverkaveling – laat de vroege uitbreidingswijken in aanbouw zien (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

22

Inhoud

Uitbreidingsplan Zuid I van Bovenkarspel 1966. In de jaren zeventig en tachtig werd de uitbreiding een stuk grootschaliger (beeld: Westfries Archief)

Uitbreidingsplan Esdoornlaan I in Grootebroek (beeld: Westfries Archief)

Luchtfoto uit 1995 waarop de wijk Zuidervoert in aanbouw is. De schaalvergroting in het landschap heeft inmiddels duidelijk plaatsgevonden (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

23

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

De Broekerhaven in 1729 (beeld: Noord-Hollands Archief)

Akkerbouw, binnenvisserij, handel en tuinbouw

De maakbaarheid van het landschap hield direct verband met de manier van leven. Voordat het gebied werd ingepolderd leefden de bewoners van kleinschalige landbouw en binnenvisserij. Toen daarna meer land werd ontgonnen, ontstonden er meer mogelijkheden tot landbouw. Daarmee steeg de welvaart. De activiteiten bestonden vooral uit grove akkerbouw (tarwe, rogge, gerst, haver). In 1449 werd de zeedijk doorbroken en werden de Broekerhaven en De Kolk uitgegraven. Daarmee kreeg de regio een nieuwe economische impuls. Beroemd is de Overhaal, die diende om het niveauverschil tussen binnen- en buitenwater te overbruggen. Door de aansluiting op de Zuiderzee werden zeevisserij en zeehandel mogelijk. Daardoor kon Stede Broec de concurrentie aangaan met Enkhuizen, Hoorn, Opmeer en Medemblik. Het gebied ging daarmee een relatief welvarende periode in die tot ongeveer 1700 zou duren. Om economische redenen werd vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw geleidelijk overgestapt van de grove landbouw naar tuinbouw. Denk aan bloemkolen, bloembollen en zaden. Het zijn gewassen die tegenwoordig nog veel terug te vinden zijn in Stede Broec en die in het seizoen overal langs de weg te koop zijn. De tuindersfamilies hadden zelfstandige bedrijven en verkochten hun oogst op de diverse vaarveilingen.

Er zijn veel foto’s terug te vinden van volgepakte polder­ schuiten, varend naar de veiling door het fijnmazige netwerk van sloten en vaarten. Dit gebruik zou tot eind jaren 1970 blijven bestaan. Vanaf de veiling vonden de producten verder hun weg. Eerst ging het verdere transport vooral over het water. Na de aansluiting op het spoornet (1885) en de aanleg van betere wegen (dertiger jaren) werd dat minder. De afsluiting van de Zuiderzee in 1932 droeg daar ook aan bij en maakte bovendien de zeevisserij onmogelijk. Het nieuwe wegennet dat in het kielzog van de ruilverkaveling werd aangelegd zorgde voor nog meer wegtransport; de schaalvergroting voor het einde van het kleine boerenbedrijf.

24

Inhoud

De Broekerhaven in de jaren 1960 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Middenstanders verkopen hun producten aan de Broekerhavenweg in 1934 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Kernkwaliteiten bij deze verhaallijn: • • • • •

25

De vaarveilingen, onder andere herkenbaar in de landtongen. De traditie van varen met de polderschuit door het fijnmazige netwerk van vaarten en slootjes. Tuinbouw en tuinbouwfamilies. Sporen van de relatieve welvaart 1500-1700: bijvoorbeeld het Weeshuis in Grootebroek. Broekerhaven en De Kolk.

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Groenteveiling (beeld: Noord-Hollands Archief)

In het doorvaarbare veilinggebouw in 1932 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

“De bloemkool hoort bij Stede Broec. In het seizoen kun je bloemkool langs de weg kopen, er zijn liedjes over gemaakt en thuis aten we zeker wekelijks bloemkool, zo niet vaker.” Inwoner van Stede Broec

26

Inhoud

In de Bloembollenveiling van CNB in 1948 (beeld: Noord-Hollands Archief)

De landtongen bij Bovenkarspel. De landbouwproducten werden vanaf de polderschuiten overgeladen op treinwagons (beeld: collectie luchtfoto’s Historische Vereniging Oud Stede Broec)

27

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Op deze kaart uit 1520 van Michele Tramezzino wordt aan Grootebroek aanzienlijk belang toegekend

Samen zelfstandig

De nederzettingen in het moeraslandschap waren in de vroege Middeleeuwen al verbonden in een buurtschap, de ‘banne’ Broek. Tot de verovering van West-Friesland door graaf Floris V in 1289 was de banne altijd zelfstandig geweest en ook na de verovering liet hij ze een hoge mate van zelfbestuur. De boeren zijn bijvoorbeeld nooit horigen geweest. Wel werd de bevolking vanaf toen langzaamaan bekeerd tot het Christendom. Het ging nog niet om grote aantallen inwoners. Uit historische bronnen is bekend dat Bovenkarspel 200 inwoners telde (in 1198) en Grootebroek 250 (in 1250). In 1364 kregen Grootebroek en Bovenkarspel stadsrechten en het recht om een jaarmarkt te houden – het begin van de ‘stede’ Broek. In 1402 sloot Lutjebroek zich aan, een jaar later Hoogkarspel en bijna 400 jaar later Andijk (in 1786).

28

Inhoud

De stede Broek in 1665 (beeld: Joan Blaeu, Atlas Maior)

Van oudsher bestaat er veel samenwerking tussen de kernen. Er was wel gemeenschapsconcurrentie – zoals die nu ook beleefd wordt tussen de dorpskernen – maar de verbondenheid en afhankelijkheid waren duidelijk groter. Naar buiten toe presenteerden de stede Broek zich als eenheid, hetgeen nodig was in een gebied dat zich moest verhouden tot machtige en welvarende buren en overheersers. Toch kenden de dorpen en steden tegelijkertijd een eigen identiteit, door veel mensen als ‘dorpsgevoel’ gekenschetst. Bovenkarspel, Lutjebroek en Grootebroek hadden rond 1560 bijvoorbeeld al eigen kerken. De kerken die er nu staan, zijn gebouwd tussen 1849 en 1969 – twee per dorpskern. Ook hebben de dorpen tegenwoordig nog steeds eigen buurthuizen, een eigen kermis en eigen (sport)verenigingen.

29

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Loterijprent uit 1694 waarop de oproep wordt gedaan om mee te loten om de slachtoffers van een brand in Grootebroek te steunen. Ook worden de spelregels uitgelegd (beeld: Noord-Hollands Archief)

30

Inhoud

Het wapen van gemeente Grootebroek (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Het wapen van gemeente Bovenkarspel (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Tekenend voor de saamhorigheid is een loterij die in 1694 werd gehouden om geld in te zamelen voor de slachtoffers van enkele grote branden in Grootebroek. En deze ramp stond helaas niet op zichzelf. Een uitzonderlijke hoeveelheid rampspoeden luidden rond 1700 de stagnatie in: een watersnood (1675), de grote brand in Grootebroek (1694), een mislukte oogst (1698), een extreem koude winter (1740), de veepest (1744 en 1745), nog een grote brand in Grootebroek (1750) en eentje in Lutjebroek (1763). Veel mensen trokken door de economische tegenslagen weg uit de stede Broek. De bevolkingsaantallen verminderden dramatisch. In Bovenkarspel bleef bijvoorbeeld maar een vijfde van alle katholieke inwoners over. Een eerste stap naar Stede Broec als gemeente werd in 1825 gezet wanneer de stede worden ontbonden. Grootebroek en Lutjebroek bleven samen en werden een gemeente. Hetzelfde gebeurde met Bovenkarspel en Broekerhaven. De dorpen bleven lange tijd kleine gemeenschappen. Gemeente Grootebroek telde voor de oorlog ruim vierduizend inwoners, gemeente Bovenkarspel ruim drieduizend. Doordat Stede Broec tussen 1960 en 2000 als groeikern werd aangewezen ontstond er in die periode snelle bevolkingsgroei. Niet alleen op landschappelijk vlak vond schaal­ vergroting plaats, maar dus ook op sociaal-maatschappelijk vlak. Tegenwoordig maken die nieuwe woonplekken deel uit van de lokale identiteit.

Bestuurlijk fuseerden de twee gemeenten in 1979 tot gemeente Stede Broec – zo werden de oude dorpskernen opnieuw samengebracht binnen een zelfstandige bestuurlijke organisatie. Het gemeentehuis in Bovenkarspel werd aan het eind van de twintigste eeuw gebouwd bij het dorpslint.

Kernkwaliteiten bij deze verhaallijn: • • • • •

31

Zelfbestuur: het zelfstandige karakter van de regio. Samen staan we sterk: historische verbondenheid tussen de dorpen. Eigen identiteit, ondanks snelle groei; dorpsgevoel, verenigingsleven, kermis. Ruimtelijke herkenbaarheid van de diverse dorpen met elk hun eigen kerk(en) en andere iconische gebouwen. Plekken van samenkomst: buurthuizen, horeca, sportverenigingen, kerken en begraafplaatsen.

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Uitzicht vanaf de Zuiderdijk (beeld: MOOI Noord-Holland)

32

Inhoud

Zes typen erfgoed

In Stede Broec onderscheiden we, zoals eerder gezegd, zes typen erfgoed, die in meerdere of mindere mate aanwezig zijn in de gemeente. Het ontwikkelen, behouden en beleefbaar maken van erfgoed wordt gezien als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de gemeente én de gemeenschap. Voor de omgang met en ontwikkeling van de verschillende typen erfgoed gelden bepaalde wetten en regels, die in de Bijlage beschreven worden. Hieronder geven we voor elk type erfgoed een korte omschrijving met enkele typerende voorbeelden. De zes typen erfgoed zijn: • • • • • •

Landschappelijke structuren Gebouwd erfgoed Archeologie Groen erfgoed Immaterieel erfgoed Roerend en mobiel erfgoed

“De Weelen dienen als leermiddel voor kinderen over de natuur, erfgoed moet voor iedereen beschikbaar zijn.” Inwoner van Stede Broec

33

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Het Streekbos (beeld: gemeente Stede Broec)

Landschappelijke structuren

De identiteit van Stede Broec wordt voor een belangrijk deel bepaald door landschappelijke structuren. De land- en tuinbouw, de vaarcultuur, de langgerekte lintbebouwing, patronen van dijken, wielen en sloten: dit soort elementen zijn karakteristiek en onderscheidend voor de gemeente. Daarom vinden we het belangrijk om de meer grootschalige elementen en structuren ook via het erfgoedbeleid op de agenda te zetten en te waarderen als identiteitsbepalende factoren voor de omgevingskwaliteit. Natuur en (open) landschap In de Middeleeuwen, toen het landschap van Stede Broec nog nauwelijks ontgonnen was, keek je vanaf de hoger gelegen delen zo het open landschap in, niet belemmerd door bebouwing of hoge vegetatie. En dat effect werd nog sterker na de aanleg van polder Het Grootslag (1423) met zijn dijken en wallen. De openheid van het landschap kun je in de noordelijke helft van de gemeente op sommige plekken nog steeds beleven als je vanaf het lint tussen de huizen doorkijkt, of als je bijvoorbeeld op de Grootslagweg rijdt. En vanaf de Zuiderdijk kijk je net als honderden jaren geleden uit over de kust en het water. Na de herinrichting van de polder (de ruilverkaveling) werd in 1978 Het Streekbos aangelegd als natuur- en recreatiegebied, waarin nog kenmerkende inheemse flora zijn terug te vinden.

Het Streekbos loopt over in De Weelen, het andere natuur- en recreatiegebied van de gemeente. Tot slot wordt ook de bermbegroeiing van de Stede Broecweg en Drechterlandseweg genoemd als kenmerkend.

34

Inhoud

De lintbebouwing in Bovenkarspel met onderin de weg naar Broekerhaven. De foto is genomen door KLM tussen 1921 en 1939 (beeld: Noord-Hollands Archief)

Bewoners poseren in de IJmertstraat in 1947 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Stedenbouwkundige structuren Zoals gezegd vond de eerste lintbebouwing plaats aan de Zesstedenweg, een straatweg tussen Amsterdam en Enkhuizen. Later werd dit kenmerkende stedenbouwkundige patroon uitgebreid met de vertakkingen op het lint (Horn en Broekerhavenweg) en haakse zijstraten (bijvoorbeeld Sint Martinusstraat, IJmertstraat en Outger Jacobszstraat). Een andere plek die opvalt is de Molenbuurt met zijn smalle steegjes. Dit zijn de belangrijkste historische stedenbouwkundige structuren van de gemeente en ze zijn nog steeds zichtbaar en dus herkenbaar. Hier begon het allemaal – dit nog oorspronkelijke stratenplan met nog overwegend kleinschalige bebouwing maakt dat je je soms in vroegere tijden waant.

35

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

De Molenbuurt (beeld: Harrie Kusters)

Waterstructuren De invloed van polder Het Grootslag op het landschap was enorm. Verregaande ontginning was nu mogelijk, met de typische verkavelingsstructuren tot gevolg. De polder vormde het landschap van de vaarpolder: een dijkenpatroon en een fijnmazig netwerk van vaarten en slootjes die de belangrijkste infrastructuur vormden. Die oude waterwegen zijn nog herkenbaar in het landschap. Per boot kun je ze nog het beste beleven in De Weelen, de kleine landjes bij de Natte Cel en bij De Scheg, ten westen van De Horn. Op de vaarten rondom de landtongen kun je met een beetje fantasie de volgepakte polderschuiten nog zien varen. De bereikbaarheid over het water maakt in Stede Broec sterk deel uit van de identiteit. Dat wordt onder meer duidelijk als nieuwe wijken worden gebouwd: een harde eis is vaak dat de wijken doorvaarbaar zijn per boot. Een andere belangrijke waterstructuur is de Molensloot, waaraan tot 1870 vijf operationele molens stonden die de polder bemaalden. In 2023 viert Het Grootslag zijn zeshonderdjarig bestaan.

Onder deze brug voeren de volgepakte polderschuiten vroeger door op weg naar de vaarveiling (beeld: MOOI Noord-Holland)

36

Inhoud

Kaart van polder Het Grootslag uit 1961 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Kaart uit 1826 waarop de vijf molens aan de Molensloot goed te zien zijn (beeld: Noord-Hollands Archief)

37

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Stoomgemaal Grootslag 2 (beeld: MOOI Noord-Holland)

Gebouwd erfgoed

Alle beschermde rijks-, provinciale en gemeentelijke monumenten vallen in de categorie gebouwd erfgoed. Voor deze monumenten is het belangrijk dat restauratie, herbestemming en verduurzaming zorgvuldig gebeuren, op basis van onderzoek naar de cultuurhistorische waarden. De gemeente heeft een spilfunctie in de zorg voor het gebouwde erfgoed als informatieverstrekker, vergunningverlener, subsidieverlener en toezichthouder. Regels zijn opgenomen in de gemeentelijke erfgoedverordening. De gemeente Stede Broec telt 12 rijksmonumenten, 3 archeologische rijksmonumenten, 2 provinciale monumenten en 27 gemeentelijke monumenten. Veel van deze monumenten bevinden zich aan het oude lint: de Hoofdstraat, Zesstedenweg en P.J. Jongstraat. Enkele voorbeelden van rijksmonumenten zijn de pastorie in Grootebroek, het stoomgemaal Grootslag 2, korenmolen Ceres, de Overhaal in Bovenkarspel en de Sint-Nicolaaskerk in Lutjebroek. De twee provinciale monumenten zijn de Heilige Johannes de Doperkerk in Grootebroek en de Westfriese Omringdijk. Beleef de oude dorpen Er bestaat ook veel gebouwd erfgoed dat geen monumentenstatus heeft. Dat is vaak oudere bebouwing die ook in samenhang bekeken kan worden. In Stede Broec valt het op dat je op veel plekken de oude dorpen nog kunt beleven. Dit is bijvoorbeeld het geval in De Kolk, waar je vanaf de Overhaal nog precies kunt zien hoe het dorp er vroeger uitzag.

De Kolk heeft bovendien een grote historische betekenis. Vanaf hier had men vroeger toegang tot de Zuiderzee en daarmee tot de rest van de wereld. Het voornemen van de gemeente is om De Kolk tot beschermd dorpsgezicht te maken en het karakter en de structuur via het omgevingsplan te beschermen.

“Breng panden in de oude staat terug, in plaats van sloop en nieuwbouw. Behoud het straatbeeld!” Inwoner van Stede Broec

38

Inhoud

Broekerhavenweg met de kenmerkende kleinschalige bebouwing (beeld: MOOI Noord-Holland)

Bewoners poseren in de Molenstraat in de jaren 1950 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Andere voorbeelden zijn te vinden in de aftakkingen van het doorlopende lint: in de korte doodlopende straatjes, zoals de Melkstraat en de Gortsteeg, en in De Horn. Als je vanuit Broekerhaven naar het noorden gaat, kom je de bebouwing aan de Peperstraat en de Broekerhavenweg tegen. Ook ligt tussen Grootebroek en Lutjebroek de Molenbuurt – een buurtje dat door het stedenbouwkundige plan aan autoloze tijden doet denken. Binnen de gemeentegrenzen bevinden zich acht stolpboerderijen, waaronder twee rijksmonumenten, een gemeentelijk monument en twee nieuwbouwstolpen. Tot slot beschikken sommige panden, al dan niet monumentaal, over bijzondere en/of sprekende bouwelementen en details. Denk aan glas in lood, lijstwerk, kozijnprofileringen, erfscheidingen of bijzonder metselwerk. Hoewel deze elementen niet perse beschermd zijn bij een niet-monumentaal pand, vertellen deze elementen wel over het ambacht en het vakmanschap dat in Stede Broec aanwezig was en nog steeds gewaardeerd wordt.

39

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Heilige Johannes de Doperkerk (beeld: MOOI Noord-Holland)

Religieus erfgoed Het is bekend dat de stede Broek vanaf de zestiende eeuw al kerken hadden, en wellicht eerder. Hoewel enkele kerkgemeenschappen uit die tijd nog steeds bestaan, zijn de kerkgebouwen zelf niet bewaard gebleven. Het enige restant uit die tijd is de kern van de toren van de Oude Kerk in Grootebroek. De zes kerken die de gemeente rijk is zijn vanaf de 19e eeuw gebouwd: de Oude Kerk (Grootebroek, 1849), de Nederlands Hervormde Kerk (Lutjebroek, 1863) met daarnaast het kerkhof ‘Bessie’, de Sint-Nicolaaskerk (Lutjebroek, 1877), de Heilige Johannes de Doper (Grootebroek, 1927), de Heilige Martinus (Bovenkarspel, 1965) en de Driesprong (Bovenkarspel, 1969). De twee nieuwste kerken, waarvan de Heilige Martinus een wederopbouwkerk is, hebben nog geen beschermde status. De afgelopen jaren is er voor de gemeente een kerkenvisie gemaakt, waaruit blijkt dat alle kerken

De Heilige Martinus in Bovenkarspel (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Inhoud

De beeldjes boven de entree van het Weeshuis herinneren nog aan vroegere tijden (beeld: gemeente Stede Broec)

minder in gebruik raken voor religieuze doeleinden. Daarom dient er voor een aantal kerken onderzocht te worden of een andere (deel)functie mogelijk is. Een ander gebouw met een religieuze achtergrond is het rijksmonumentale Weeshuis in Grootebroek – op deze plek stond vroeger het Sint Elisabeth-klooster. In de 15e eeuw speelde het klooster een belangrijke rol. Hier leerden de zusters de kinderen lezen en schrijven en zorgden ze voor de zieken en armen in de stad. Na de Reformatie besloot het stadsbestuur dat het klooster een weeshuis moest worden. Bijzondere graven In gemeente Stede Broec liggen diverse bijzondere graven. Historische Vereniging Oud Stede Broec heeft de graven in kaart gebracht – het gaat om grafzerken in gebouwen, oorlogsgraven, graven met een bijzondere vormgeving en graven van markante personen uit de lokale geschiedenis, zoals een schoolhoofd, burgemeester en kerkelijke figuren. Op de Gemeentelijke Begraafplaats in Grootebroek zijn nog enkele zeventiende-eeuwse graven aanwezig. Ook vertellen de graflocaties en -vormen iets over de religieuze geschiedenis, bijvoorbeeld over het binnen of buiten begraven en de scheiding van de geloofsgemeenschappen.

“Erfgoed moet zoveel mogelijk een openbare functie krijgen, maar het moet ook betaalbaar zijn.” Inwoner van Stede Broec

Een bijzonder graf op de Begraafplaats Broekerhaven. Het is van Harry E. Evans, een Engelse vlieger van de RAF die in 1944 boven het IJsselmeer sneuvelde (beeld: MOOI Noord-Holland)

41

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Molen Ceres, recent herbouwd (beeld: MOOI Noord-Holland)

Varen en bemalen Vanwege het bestaan van polder Het Grootslag en de vele waterlopen in de gemeente is er ook veel gebouwd erfgoed dat samenhangt met waterbeheer. Een goed voorbeeld is het gemaalcomplex Grootslag 2, dat de polder nog tot 1978 bemaalde nadat de vijf molens bij de Zuiderdijk verdwenen waren. Een ander voorbeeld is de oude korenmolen Ceres, die na een brand in 2019 met financiële steun van onder andere de bevolking weer volledig werd herbouwd. Tot eind jaren zeventig werden de landbouwproducten met polderschuiten via de waterlopen naar de veilingen gebracht, waar ze verkocht en overgeladen werden. Er bestaan nog meerdere veiling­ gebouwen en -plekken, waarvan de zogenaamde ‘landtongen’ van vaarveiling De Tuinbouw het meest markant zijn. Via de landtongen werden de producten vroeger direct van de schuiten in wagons geladen en vervolgens via het spoor verder gebracht. Ook de veilinghallen van bloembollenveiling CNB zijn van cultuurhistorische en bouwkundige waarde.

“Erfgoed moet voor elke inwoner beschikbaar zijn.” Inwoner van Stede Broec

Zo kwam je vroeger aanvaren naar de landtongen (beeld: MOOI Noord-Holland)

42

Inhoud

Historische foto van de Overhaal met daarnaast nog de voorgaande overhaal, die op stoom werkte (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Beroemd in Broekerhaven is de Overhaal, die dient om het niveauverschil tussen het binnen- en buitenwater te overbruggen. In de 17e eeuw werden schuiten uit de polder al overgezet naar De Kolk, van waaruit ze de Zuiderzee op konden varen. Deze voorziening was nodig om de landbouwproducten te kunnen transporteren naar Amsterdam en de Scandinavische landen aan de Oostzee. Er was grote concurrentie met de havens in Enkhuizen. De tegenwoordige Overhaal is een elektrische installatie uit 1923 en deed dienst totdat het transport via het spoor en de weg de overhand kregen. Nu wordt de Overhaal nog altijd gebruikt voor recreatieve doeleinden.

De Kolk met de Overhaal anno 2022 (beeld: MOOI Noord-Holland)

43

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

Het Archeologische rijksmonument aan de Voetakkers. Op deze luchtfoto (1981) zie je drie grafheuvels liggen (beeld: Archeologie West-Friesland)

Archeologie

In gemeente Stede Broec liggen negen AMK-terreinen. Een AMK-terrein is een gebied van archeo­ logische waarde, dat aangegeven staat op de Archeologische Monumentenkaart (AMK). Drie van deze AMK-terreinen zijn beschermd door het Rijk als archeologische rijksmonumenten. Het grootste archeologische rijksmonument van Stede Broec ligt midden in polder Het Grootslag, aan weerszijden van de Oude Gouw. Dit is een uitgestrekt nederzettingsterrein uit de Bronstijd en Vroege Middeleeuwen. Het tweede archeologische rijksmonument ligt aan de Voetakkers, waar zich de resten van tenminste drie grafheuvels uit de Bronstijd bevinden. Het derde archeologische rijksmonument ligt aan de Inlaat/Overstort in Grootebroek. Ook dit is een grafheuvel uit de Bronstijd. Er zijn ook gebieden in Stede Broec die geen archeologische monumentenstatus hebben, maar wel als waardevol worden aangemerkt. Dit zijn de overige AMK-terreinen, aangevuld met enkele gebieden die zijn weergegeven op de Archeologische Beleidskaart Stede Broec (2019). Dit zijn onder andere de historische dorpskernen van Lutjebroek, Grootebroek, Bovenkarspel, delen van Broekerhaven en de Westfriese Omringdijk. Voor het stuk bodem van het Markermeer direct voor de ingang van de Broekerhaven geldt een hoge archeologische verwachting.

Sinds 2010 werkt Stede Broec op het gebied van archeologisch onderzoek samen met de zes andere Westfriese gemeenten Drechterland, Enkhuizen, Hoorn, Koggenland, Medemblik en Opmeer. Inmiddels zijn Schagen, Texel en Hollands Kroon ook aangesloten.

Op de bodem voor de ingang van de Broekerhaven verwacht men veel archeologische vondsten te kunnen doen (beeld: MOOI Noord-Holland)

44

Inhoud

Dit schilderij van oud-burgemeester Jo Schrijnder hangt in het verenigingsgebouw van Historische Vereniging Oud Stede Broec en verbeeldt de sloop van het voormalige gemeentehuis van Grootebroek omstreeks 1930 (beeld: Wim Kersten)

Roerend en mobiel erfgoed Roerend erfgoed Binnen de gemeente zijn meerdere collecties te vinden. De gemeente heeft zelf een bescheiden collectie aan schilderijen, waaronder een aantal van oud-burgemeester en beeldend kunstenaar Jo Schrijnder (in functie tussen 1924 en 1946). Deze collectie is opgeslagen op de gemeentewerf. Ook in het verenigingsgebouw van Historische Vereniging Oud Stede Broec is één van deze schilderijen te vinden. Daarnaast heeft gemeente Stede Broec in samenwerking met het Westfries Museum en Vrienden van het Museum een ivoren lakzegel van de stad Grootebroek aangekocht uit de zestiende eeuw. Het zegel is te zien in het museum. Naast de werken van Jo Schrijnder ligt de overige kunstcollectie ook in de gemeentewerf. Deze collectie verdient een opslag onder betere omstandigheden. In de tuin van de historische vereniging staat een loods met een keur van historische voorwerpen uit de geschiedenis van de gemeente. Ook beschikt de Rooms-Katholieke parochie over een uitgebreide collectie religieuze gebruiksvoorwerpen. Het gemeentelijk archief wordt beheerd door het Westfries Archief.

Een zestiende-eeuws ivoren lakzegel van de stad Grootebroek. Het lakzegel wordt ten­ toongesteld in het Westfries Museum (beeld: Wim Kersten)

45

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

In de vaarveiling (beeld: Noord-Hollands Archief)

Historische foto van de tram naar Hoorn in Bovenkarspel (beeld: Noord-Hollands Archief)

46

Inhoud

De bus van Hoorn naar Enkhuizen in het centrum van Grootebroek omstreeks 1925 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Mobiel erfgoed De polderschuit werd in Stede Broec traditioneel gebruikt voor het vervoeren van producten naar de veilingen en ook als vervoersmiddel, bijvoorbeeld om percelen te bereiken die niet over de weg bereikbaar waren. Tegenwoordig worden de schuiten gebruikt voor de pleziervaart, onder andere voor de Verlichte Schuitentocht. In Lutjebroek staat nog een oude tramremise, nu in gebruik als woonhuis, die herinnert aan de tijd dat de stoomtramverbinding en later de paardentramverbinding tussen Hoorn en Enkhuizen door de dorpskernen van Stede Broec liep. Het tracé was tussen 1881 en 1917 in gebruik.

“Toen mijn vriendin hier nog niet woonde kwam ze elke week vanuit Amsterdam naar Lutjebroek rijden. Ze zei dan: als het naar bloemkool begint te ruiken, weet ik dat ik er bijna ben.” Medewerker van gemeente Stede Broec

47

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

De begraafplaats bij de Nederlands Hervormde Kerk in Lutjebroek (beeld: MOOI Noord-Holland)

Groen erfgoed

Voor de leefbaarheid van de dorpen en wijken is groen een niet te overschatten aspect. Parken, plantsoenen, begraafplaatsen en losse bomen verrijken onze leefomgeving. Het is belangrijk dat groene structuren, zoals langgerekte plantsoenen of doorlopende bomenrijen, niet versnipperd raken omdat ze historische of infrastructurele lijnen afleesbaar maken en een groen karakter geven. Voorbeelden van deze groenstructuren zijn de noordelijke groenstrook langs de Drechterlandseweg en de zuidelijke groenstrook – samen met het Nassaupark – langs de provinciale weg. Daarnaast is ook historisch groen te vinden aan de Wijzend en het Park De Woid in Lutjebroek. Tot slot verdienen de oorspronkelijke groenstructuren in het nieuwbouwplan van de uitbreidingswijken onze aandacht. Hoewel het open landschap van Stede Broec van oorsprong niet veel bomen kent, zijn er in de loop der tijd in de bebouwde omgeving veel bomen geplant. Bomen verrijken de openbare ruimte, bieden schaduw, vertegenwoordigen een ecologische waarde en zijn belangrijk voor de beleving van de leefomgeving. Sommige bomen zijn inmiddels zo oud en indrukwekkend gegroeid dat ze een monumentale status verdienen. In Stede Broec staan veertig monumentale bomen. Vijf daarvan zijn meer dan 150 jaar oud: drie beuken en twee platanen.

Vijftien bomen zijn tussen honderd en honderdvijftig jaar oud; beuken, platanen, een wilg, lindes en een kastanje. Bij de iets minder oude bomen zijn er behalve de bovengenoemde soorten ook enkele walnoten. Bij de inventarisatie is gebleken dat verreweg de meeste monumentale bomen gezond zijn. Ook zijn er tweehonderd beeldbepalende bomen. Ze hebben een respectabele leeftijd, worden als mooi ervaren en/of zijn van een bijzondere soort.

48

Inhoud

Het Lutjebroeker drinklied (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Immaterieel erfgoed

Het erfgoed bestaat uit meer dan alleen tastbare zaken. Stede Broec wordt eveneens gekenmerkt door wat we doen, wat we als gemeenschap aan tradities en gebruiken kennen. Immaterieel erfgoed bestaat uit cultuuruitingen die door erfgoedgemeenschappen worden beleefd als erfgoed en hen een gevoel van identiteit en continuïteit geven. Dit immateriële erfgoed wordt in interactie met de sociale omgeving steeds opnieuw vormgegeven en van generatie op generatie doorgegeven. In Stede Broec kun je denken aan tradities en gebruiken als kermissen en dorpsfeesten, volksdans, Westfries dialect, proza en poëzie, traditionele liedjes en muziek, de huisbroei, de Verlichte Schuitentocht, oude ambachten en gerechten, en de verkoop van groente (bloemkool) en bloemen (tulpen) langs de weg. Tot het immateriële erfgoed kun je ook de manier waarop je je verhoudt tot de omgeving rekenen – een soort traditionele state of mind. Denk aan de omgang met – en dikwijls strijd tegen – het water, waar de vaarcultuur onderdeel van uitmaakt. Ook de eigen identiteit van de verschillende dorpen kun je hiertoe rekenen, net als de samenkomst van verschillende groepen en gemeenschappen in bijvoorbeeld dorpshuizen of kerkgebouwen.

49

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

De kermis van Grootebroek op de Burgemeester Schrijnderlaan in de jaren 1960 (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Kermiscultuur Beroemd en berucht zijn de Westfriese kermissen en dorpsfeesten. Ook Stede Broec kent kermissen in Grootebroek, Lutjebroek en Bovenkarspel. Van oudsher bestaat de dorpskermis vaak uit niet meer dan een aantal marktkramen en een draaimolen. De echte kermis speelt zich voornamelijk af in en rondom de herberg of het café. Naarmate de negentiende eeuw verstreek, verdween door de komst van winkels de marktfunctie van de kermis. Vertier, vermaak en het ervaren van samenhorigheid is vanaf die tijd het enige doel. De legende van de Zouaven Aan het Zouavenleger – dat halverwege de negentiende eeuw de kerkelijke staat in Italië moest redden – leverden de stede Broek vierentwintig mannen. Eén van hen, Pieter Janszoon Jong uit Lutjebroek, vervulde een heldenrol. Dat heeft zijn sporen nagelaten in de Stede Broecse samen­leving. De voetbalclub van Lutjebroek en Grootebroek heet De Zouaven en speelt in de kleuren van het tenue van Janszoon Jong: grijs met rood. In het dorp zijn meer referenties aan deze held te vinden, zoals het beeld voor de Sint-Nicolaaskerk. Verlichte Schuitentocht De Verlichte Schuitentocht is een nieuwe Stede Broecse traditie en verbindt op een mooie manier de overgebleven historische vaarroutes met het gebruik van polderschuiten. En natuurlijk is de menselijke factor hierin onmisbaar: de tocht wordt jaarlijks georganiseerd door IJsclub Grootebroek.

In 2009 voer men de route voor het eerst tijdens het dertigjarige bestaan van de gemeente Stede Broec.

‘De kermis van Lutjebroek is een dorpsaangelegenheid waar het hele dorp op afkomt.’ Inwoner van Stede Broec

50

Inhoud

De voetballers van De Zouaven in actie in 1950 op een veld achter de kerk van Lutjebroek (beeld: Historische Vereniging Oud Stede Broec)

Op dit beeld komen de kermiscultuur en de legende van de Zouaven samen (beeld: MOOI Noord-Holland)

Na de Tweede Wereldoorlog was de vaarcultuur nog springlevend. Deze vaarveiling was enkele decennia in gebruik. Nu staat de loods van Schipper Bloembollen op deze plek (beeld: Noord-Hollands Archief)

51

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

3 Visie

‘Behoud door ontwikkeling’ is een bekende uitspraak die ons als gemeente uitstekend past. We willen niet stilstaan, maar om de gemeente op een goede en duurzame manier te kunnen ontwikkelen moeten we ons erfgoed kennen, uitdragen en respecteren. Het erfgoed van Stede Broec vormt de basis voor de identiteit van de gemeente op de lange termijn. Het gaat in onze landelijke gemeente om veel meer dan alleen de gebouwen die we als gemeentelijk monument beschermen en de bekende archeologische vindplaatsen; ook het landschap bepaalt een groot deel van de identiteit. Met een erfgoedbrede aanpak zorgen we ervoor dat er niets over het hoofd wordt gezien en dat de verschillende soorten erfgoed in Stede Broec in samenhang met elkaar worden benaderd. Daarbij streven we naar meer kennis over de geschiedenis en betekenis van land en dorpen bij de inwoners en naar een levendige, duurzame toekomst voor ál het waardevolle erfgoed van onze mooie gemeente.

52

Inhoud

“Erfgoed moet voor iedereen benaderbaar en te betreden zijn.” Inwoner van Stede Broec

De kermis van Bovenkarspel in 2019 (beeld: gemeente Stede Broec)

53

BEHOUD, ONTWIKKELING EN BELEVING VAN LAND EN DORPEN | ERFGOEDNOTA STEDE BROEC (2023)

Inhoud

“Erfgoed kan een educatieve functie krijgen.” Inwoner van Stede Broec

De kerndoelstelling van de Omgevingswet is: een gezonde en veilige leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Erfgoed vormt een belangrijk onderdeel van die algemene kwaliteitsdoelstelling. Daarbij wordt erfgoed opgevat als een samenhangend beleidsveld dat kansen biedt om de vraagstukken waar de gemeente voor staat op te lossen. Als er nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn op het vlak van bijvoorbeeld woningbouw, verduurzaming van bestaande bouw, infrastructuur, landbouw of energietransitie willen we erfgoedwaarden als uitgangspunt en inspiratiebron gebruiken. Door sterker in te zetten op het verhaal van Stede Broec en gebruik te maken van het fundament dat erfgoed hiervoor biedt, versterken we de betrokkenheid van inwoners, de aantrekkingskracht van de dorpen en wijken en de economische potentie van Stede Broec. We merken dat erfgoed een steeds belangrijkere rol speelt voor andere beleidsterreinen; een ontwikkeling die in het kader van de Omgevingswet wordt versterkt. Het erfgoedbeleid van Stede Broec heeft dan ook een integraal ambitieniveau: de erfgoedmedewerker moet in een vroeg stadium betrokken worden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, maar ook bij initiatieven op het vlak van bijvoorbeeld recreatie, onderwijs of cultuur.

We vinden het belangrijk om de noodzakelijke verduurzaming van de monumenten te stimuleren zonder de beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden geweld aan te doen. We moeten onderzoeken op welke locaties de openbare ruimte nog klimaatbestendiger ingericht kan worden. De Regionale Energie Strategie (RES) zal ongetwijfeld invloed hebben op het cultuurlandschap en de vraag is hoe we waardevolle bestaande landschappelijke (water)structuren hierbij een rol kunnen laten spelen. Als gemeente kunnen we helpen om het verhaal van de leefomgeving voor de inwoners op allerlei manieren ‘beleefbaar’ te maken. Een groot deel van onze inwoners werkt elders en een deel is niet geboren en getogen in de regio. Ze waarderen hun leefomgeving maar kennen vaak de historische betekenis en de achterliggende verhalen niet goed. We streven er naar dat de inwoners van Stede Broec het dorpsgevoel nog meer gaan waarderen en hun leefomgeving koesteren. Daartoe betrekken we bijvoorbeeld het publiek bij archeologische opgravingen, vertalen we oude vaarkaarten naar de hedendaagse situatie, stimuleren we dat historische panden met gevelstenen goed worden onderhouden, vertellen we verhalen op een toegankelijke manier en behouden we markante tradities.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12845962/1