1.2 Jaarstukken 2022 VRNHNAB inc accountantsverklaring
Tekst van het document
Pagina 31
2.6.2 Wat hebben we gerealiseerd Hierna wordt per speerpunt aangegeven welke activiteiten zijn benoemd en welke daarvan zijn gerealiseerd. Speerpunt coördineren en
Bereikt dat
JR
samenwerken Meerjarenperspectief Veiligheidshuizen
2022 conform de landelijke richtlijn de visie Zorg en Veiligheidshuis is
2023
geactualiseerd. Basis op orde casuïstiek
geëvalueerd is of de huidige formatie toereikend is om de groeiende
V
aantal casussen tijdig te kunnen afhandelen. Personen met verward gedrag
de visie Mentaal Welzijn in de wijk in het kader van personen met
2023
verward gedrag is vastgesteld door de gemeenteraden.
2.6.3 Wat heeft het gekost Overzicht baten en lasten Zorg en Veiligheid
(bedragen x €1.000)
2022 Begroting na wijziging
Primaire begroting Baten Lasten Saldo baten minus lasten Bijdragen gemeenten Gerealiseerde resultaat programma
Rekening
760 1.286 -526
1.016 1.444 -428
1.190 1.524 -334
-
-
-
-526
-428
-334
Het gerealiseerde resultaat ter grootte van € 334.000 is € 94.000 voordeliger dan begroot. Een meer gedetailleerd overzicht van baten en lasten en een analyse van het verschil tussen de rekening 2022 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.
2.7 Programma dekkingsmiddelen taakvelden VR 2.7.1 2.7.2 2.7.3
Wat wilden we bereiken Wat hebben we gerealiseerd Wat heeft het opgeleverd
2.7.1. Wat wilden we bereiken De bedoeling is om met de bijdragen van de gemeenten en de vergoeding die wordt verkregen uit de BDUR, naast de te genereren specifieke opbrengsten op de verschillende programma’s, een solide dekking op de lange termijn te creëren voor de activiteiten van de veiligheidsregio.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 32
2.7.2 Wat hebben we gerealiseerd De activiteiten die de veiligheidsregio heeft ondernomen, zijn beschreven in de programma’s.
2.7.3 Wat heeft het opgeleverd Overzicht baten dekkingsmiddelen taakvelden VR
(bedragen x €1.000) Primaire begroting
2022 Begroting na wijziging
Rekening
Baten Lasten Saldo baten minus lasten
5.940 5.940
6.070 6.070
6.294 6.294
Bijdragen gemeenten
44.531
44.531
44.531
Gerealiseerde resultaat programma
50.471
50.601
50.825
Het gerealiseerde resultaat van € 50.825.000 positief is € 224.000 hoger dan begroot. Een meer gedetailleerd overzicht van de baten en een analyse van het verschil tussen de rekening 2022 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 33
Paragrafen
2.8 Bedrijfsvoering / Overhead 2.8.1 2.8.2 2.8.3
Wat wilden we bereiken Wat hebben we gerealiseerd Wat heeft het gekost
2.8.1 Wat wilden we bereiken Inleiding Het BBV is veranderd op het punt van de toerekening van overhead aan programma’s: de overhead wordt voortaan apart gepresenteerd en niet meer toegerekend aan de verschillende programma’s. Feitelijk betreft het hier niet alleen baten en lasten die betrekking hebben op bedrijfsvoering, maar ook de lasten van de overhead van de verschillende programma’s. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Belangrijkste wijziging is dat alle hiërarchische leidinggevenden in het primaire proces en de managementondersteuning van deze leidinggevenden tot de overhead behoren. Daarnaast worden uiteraard ook alle centrale baten en lasten van bedrijfsvoering ondergebracht binnen overhead.
Doel De ondersteuning die Bedrijfsvoering verleent bij het verwezenlijken van de programma’s is van cruciaal belang en zorgt in verband daarmee voor een rechtmatig, doelmatig en doeltreffend beheer en beleid. Het gaat hierbij om het ondersteunen en het scheppen van de voorwaarden voor een adequate uitvoering van de primaire processen binnen de gestelde financiële kaders. Daarnaast wordt er gestreefd naar een lerende organisatie en een prettig en veilig werkklimaat voor de medewerkers.
2.8.2 Wat hebben we gerealiseerd Bedrijfsvoering omvat de volgende teams (na organisatieverandering per oktober 2021: Team Communicatie & Business Intelligence, Team Facilitair, Huisvesting & Inkoop, Team Financiën & Kwaliteit, Team HRM en Team Informatiebeheer & ICT. Vanuit deze teams is het onderstaande gerealiseerd op de bestuurlijke uitgangspunten.
Speerpunt organisatie breed
Bereikt dat
JR 2022
Taakstelling 2022
de structurele taakstelling 2022 van 1,5% is gerealiseerd.
Automatisering en informatiebeveiliging
de doorontwikkeling van de automatisering en informatiebeveiliging
V
conform plan is gerealiseerd om te voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid in 2023.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 34
2023
2.8.3 Wat heeft het gekost Overzicht baten en lasten Bedrijfsvoering / Overhead
(bedragen x €1.000)
2022 Begroting na wijziging
Primaire begroting Baten Lasten Saldo baten minus lasten Bijdragen gemeenten Gerealiseerde resultaat overhead Aandeel overhead andere programma's/Ambu Resultaat overhead excl. aandeel ov. progr./Ambu
Rekening
125 15.734 -15.609
12.390 28.500 -16.110
13.589 29.696 -16.107
-
-
-
-15.609
-16.110
-16.107
1.442
1.595
1.747
-14.167
-14.515
-14.360
Het gerealiseerde resultaat exclusief aandeel ambulancezorg ter grootte van € 14.360.000 is € 155.000 voordeliger dan begroot. Een meer gedetailleerd overzicht van baten en lasten en een analyse van het verschil tussen de rekening 2022 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 35
2.9 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.9.1 2.9.2 2.9.3 2.9.4 2.9.5 2.9.6
Inleiding Beschikbare weerstandscapaciteit Financiële risico’s Benodigde weerstandscapaciteit Verzekeringen en voorzieningen Kengetallen financiële positie
2.9.1 Inleiding Het weerstandsvermogen is te definiëren als het vermogen om niet-structurele financiële risico’s op te kunnen vangen ten einde de taken van de organisatie te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de organisatie. Op grond van artikel 29 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Noord Holland Noord dragen de gemeenten bij in de lasten van deze organisatie voor zover zij niet worden bestreden uit de opbrengsten van andere vergoedingen. De 16 deelnemende gemeenten (na fusie Heerhugowaard en Langedijk op 1 januari 2022) vormen dus als het ware de weerstandscapaciteit. Op basis van de uitgangspunten gemeenschappelijke regelingen is een beperkte algemene reserve toegestaan. Als richtlijn geldt maximaal 2,5% van de exploitatielasten. Dit komt op basis van de jaarstukken 2022 (€ 72.089.000 lasten voor VR NHN) neer op een bedrag van € 1.802.225. Bij zwaarwegende argumenten is afwijking van deze richtlijn mogelijk. Daarnaast bestaat binnen de organisatie de Ambulancezorg die niet door de gemeentelijke bijdrage wordt gefinancierd, maar door bijdragen van de zorgverzekeraars (Nza).
Door de verbeterde financiering in het algemeen en verruiming van vergoedingen voor de huisvesting in het bijzonder, is het mogelijk om voor dit bedrijfsonderdeel een aparte algemene reserve op te bouwen. Hierdoor wordt ook richting de Nza duidelijker zichtbaar dat geld afkomstig van de zorgverzekeraars ook daadwerkelijk alleen wordt ingezet voor de Ambulancezorg. Deze algemene reserve kent vooralsnog geen beperkingen. Beide algemene reserves maken onderdeel uit van de beschikbare weerstandscapaciteit.
2.9.2 Beschikbare weerstandscapaciteit
x €1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat Totaal reserves
Saldo 1-1-2022 Toevoeging 1.911 2.932 153 3.145 798 7.988 951
Onttrekking 258 258
Bestemming resultaat 816 404 -3.145 -1.925
Saldo 31-12-2022 2.727 3.231 798 6.756
Correcties Bestemmingsreserves Bestemde gelden Veiligheidsregio Gerealiseerde resultaat Vrij besteedbaar Veiligheidsregio (boven 2,5% alg.reserve) Beschikbare weerstandscapaciteit
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
-3.231 -218 3.307
Pagina 36
2.9.3 Financiële risico’s Een risico is een onzekere gebeurtenis waaruit financiële gevolgen kunnen voort vloeien, maar waarbij niet duidelijk is of de gebeurtenis zich gaat voordoen en hoe groot de financiële gevolgen zullen zijn. Op het moment dat de financiële gevolgen inzichtelijk zijn, worden deze gedekt in de begroting. De mate van risico’s zijn opgenomen in 5 klassen. Klasse 1. 2. 3. 4. 5.
% 10% 25% 50% 75% 95%
Waarschijnlijkheid Zeer klein Klein Middel Groot Zeer Groot
Toelichting Onwaarschijnlijk, kans 1 keer in de 10 jaar. Niet waarschijnlijk, kans 1 keer in de 4 jaar. Kan beide kanten op, kans 1 keer in de 2 jaar. Waarschijnlijk, kan komend jaar voorkomen Zeer waarschijnlijk, zal zich komend jaar voordoen.
De volgende risico’s worden onderkend. Hierbij maken wij de kanttekening dat de gegeven opsomming van risico’s niet limitatief is. Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst. 2. BTW plicht over activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN
Oorzaak Europese wet-en regelgeving
Gevolg Mogelijk verplichting tot betaling minimum loon, pensioen, betaling bij ziekte, etc. BTW regelgeving Per jaar € 350.000 BTW over de activiteiten van de Meldkamer NoordHolland aan VRNHN vanaf start 1 mei 2019 3. Langdurige uitval Ziekte / ongeval Hoger dan begrote inhuur nodig om weggevallen capaciteit op te vangen 4. IT-dreigingen (bijv. IT-beveiliging is Dataverlies en virus, cyberaanval enz.) onvoldoende tegen alle datalekken IT-dreigingen
Klasse / Financiële Weerstands% impact capaciteit 3 / 50% € 1.200.000 € 600.000
3 / 50%
€ 1.250.000
€
625.000
4 / 75%
€
200.000
€
150.000
3 / 50%
€
200.000
€
100.000
Niet kunnen Hoger dan geraamde 2 / 25% aantrekken van inhuur derden verpleegkundigen ambulancezorg 6. Materiële en personele Materiële en personele Ongedekte uitgaven (niet 2 / 25% schade bij omvangrijke schade bij omvangrijke begroot) incidenten incidenten
€
200.000
€
50.000
€
200.000
€
50.000
7. Aanbestedingsclaim
€
200.000
€
20.000
5. Tekort ambulanceverpleegkundigen
Totaal
Niet rechtmatig uitvoeren van een aanbesteding
Toewijzen van een aanbestedingsclaim
1 / 10%
€ 1.595.000
Risico 1. Brandweervrijwilligers van rechtswege overgaan in een arbeidsovereenkomst Eind 2018 concludeert Pels Rijcken (kantoor landsadvocaat) dat er een reëel risico bestaat dat elementen in de rechtspositie van de brandweervrijwilligers in strijd zijn met de normen uit de Europese en internationale wet- en regelgeving. Onderzoek wijst uit dat er geen mogelijkheid is om binnen de bestaande juridische kaders de huidige vrijwilligheid bij de brandweer te behouden. Op 14 juni 2019 hebben het Veiligheidsberaad en de minister van J&V besloten tot de oprichting van een denktank. De denktank heeft een denkrichting uitgewerkt en voorgelegd aan het Veiligheidsberaad en minister van J&V op 9 december 2019. Het uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid (differentiatie van verplichte beschikbaarheid, werkinhoud/volume en opleiding) tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, dat tegelijkertijd geen afbreuk doet aan het niveau en kwaliteit van DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 37
de brandweerzorg. In februari 2021 is het definitieve rapport ‘Inzicht in consequenties denkrichting’ taakdifferentiatie in het Veiligheidsberaad behandeld en besproken met de minister van JenV. Burgemeesters Kolff en Depla hebben hun rapport over taakdifferentiatie opgeleverd, waartoe zij in 2018 de opdracht kregen van het Veiligheidsberaad. In het rapport wordt een oplossing geboden om de rechtspositie van brandweervrijwilligers in lijn met Europese wetgeving te brengen, die stelt dat bij gelijk werk gelijke arbeidsvoorwaarden en gelijke betaling geldt, maar ook om het vrijwilligersstelsel te behouden. In het rapport wordt voorgesteld om aan de hand van vier bouwstenen een fundamenteel onderscheid te maken tussen brandweervrijwilligers en beroepsmedewerkers. Deze bouwstenen zijn verplichte beschikbaarheid (kazerneren/consigneren), aantal repressieve taken, type taken en vakbekwaam worden en blijven. Het Veiligheidsberaad heeft kennis genomen van het rapport en heeft uitgesproken de komende jaren aan de slag te willen gaan met de implementatie van bouwsteen 1, mits de benodigde financiële middelen vanuit het rijk komen en een aantal knelpunten opgelost wordt.
Bouwsteen 1 betreft het opheffen van kazernering en consignatie en stelt dat wanneer er bij een inzet geen sprake is van vrije instroom, maar een medewerker móet opkomen, er gelijke arbeidsvoorwaarden en betaling zou moeten zijn. Dit zal betekenen dat vrijwillige brandweermensen straks niet meer geconsigneerd zijn, maar aangesteld kunnen worden met een deeltijd beroepsaanstelling. Het Veiligheidsberaad is niet akkoord met alle bouwstenen, maar er is draagvlak om te starten met de implementatie van bouwsteen 1. Het veiligheidsberaad en minister JenV hebben op 21 juni 2021 de nieuwe stuurgroep ‘toekomst bestendig brandweerstelsel’ de opdracht gegeven voor de implementatie van de eerste bouwsteen en onderzoek te doen naar andere wenselijke thema’s om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Inmiddels worden de randvoorwaarden voor Bouwsteen ‘verplichtend karakter’ op rijksniveau besproken. Eén van de randvoorwaarden is dat het rijk de financiering van Bouwsteen 1 ‘verplichtende karakter’ financiert.
Risico 2. BTW-plicht over activiteiten van de Meldkamer Noord-Holland aan VRNHN Uit onderzoek is gebleken dat er sprake kan zijn van BTW-plicht over de activiteiten die de Meldkamer Noord-Holland verricht voor de veiligheidsregio’s. De wijze waarop de samenwerking en de verdeling van de kosten is ingericht, voldeed in de basis niet aan de constructie “Kosten voor Gemene Rekening” (KGR) waarmee BTW-druk kan worden voorkomen. Hiervoor zijn de verschillende overeenkomsten getoetst en aangepast zodat in principe wel aan deze constructie kan worden voldaan. Daarnaast is op landelijk niveau gekeken hoe de verschillende meldkamers met deze materie omgaan. Tot op heden komt hier een divers beeld uit en zijn gehanteerde oplossingen zeker niet eenduidig. Er wordt daarom gekeken of er een landelijk standpunt kan worden geformuleerd waarover overleg met het ministerie van J&V en de belastingdienst kan worden opgestart. Daarnaast is VRNHN samen met de partners VRK en ZaWa in gesprek met de belastingdienst over dit onderwerp. Zie hiervoor ook de paragraaf 2.13.4 Casus Omzetbelasting Meldkamer. Het risico wat de VRNHN in deze loopt, is circa € 350.000 extra BTW-druk op jaarbasis. De meldkamer bestaat in de huidige vorm vanaf mei 2019. Indien er een BTW-plicht is, zal de veiligheidsregio in gesprek gaan met het ministerie van J&V voor de compensatie van de BTW last.
2.9.4 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 1.595.000. De ratio weerstandsvermogen versus weerstandscapaciteit bedraagt op basis van de aanwezige buffer € 3.307.000 / € 1.595.000 * 100% = 207%. Dit houdt in dat de Veiligheidsregio in staat is om de onderkende risico’s financieel te dragen. DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 38
2.9.5 Verzekeringen en voorzieningen Het verzekeringspakket voorziet in het afdekken van de meest gangbare risico’s op personeel en materieel gebied. Daarnaast heeft de veiligheidsregio nog een aantal voorzieningen getroffen voor toekomstige verplichtingen. In de toelichting op de balans worden deze nader toegelicht.
2.9.6 Kengetallen financiële positie Overzicht kengetallen 2022 2022 Kengetallen Netto schuldquote
begroting (bijgesteld) 0,50
jaarrekening 0,27
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,50
0,27
Solvabiliteitsratio
0,09
0,14
0,00%
0,95%
Structurele exploitatieruimte
Toelichting kengetallen •
• •
Netto schuldquote: netto schuld gedeeld door de inkomsten exploitatie (excl. mutaties reserves) Onder netto schuld wordt verstaan de langlopende en kortlopende schulden minus de langlopende en kortlopende vorderingen en uitzettingen. Solvabiliteitsratio: verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen (eigen vermogen en vreemd vermogen). Structurele exploitatieruimte: saldo van de structurele baten en lasten en saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten (excl. mutaties reserves), uitgedrukt als percentage.
Duiding kengetallen • •
•
Netto schuldquote: algemeen wordt ratio van 1 of lager gekwantificeerd als voldoende. Meerjarig voldoet VR NHN aan deze norm. Solvabiliteit: algemeen wordt een ratio van 1 of hoger gekwantificeerd als voldoende. Bij VR NHN is de ratio beduidend lager wat wordt veroorzaakt door: o een relatief laag eigen vermogen; als gevolg van een restrictie van maximaal 2,5% van de totale lasten; o een omvangrijke leningenportefeuille als gevolg van de overname van roerende en onroerende goederen van gemeenten in het kader van de regionalisering in 2014. Structurele exploitatieruimte: deze begroting is gebaseerd op structurele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte is nihil, waardoor de ratio laag is.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 39
2.10 Onderhoud kapitaalgoederen 2.10.1 Wat wilden we bereiken 2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd 2.10.3 Wat heeft het gekost
2.10.1 Wat wilden we bereiken Doel Veiligheidsregio Noord-Holland Noord is een organisatie die sterk afhankelijk is van de inzet van haar materieel. Uitval kan niet worden gepermitteerd. Het is daarom noodzakelijk om het risico van deze uitval zoveel mogelijk te beperken door garanties en zekerheden te stellen. Eén van de zekerheden wordt ontleend aan het meerjarig in beeld brengen van de onderhoudskosten die gepaard gaan met het operationeel houden van de onderhoudsobjecten. Er mag geen sprake zijn van achterstallig onderhoud. Een andere zekerheid is het weten wanneer het materieel vervangen moet worden. Hiervoor beschikt de Veiligheidsregio over een actueel MJIP (Meerjareninvesteringsplan) waarin alle nu bekende toekomstige investeringen zijn opgenomen. De veiligheidsregio beschikt over diverse soorten kapitaalgoederen die jaarlijks moeten worden onderhouden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Dit betreffen o.a. panden, voertuigen en kantoorautomatisering. VR NHN heeft in 2022 diverse panden in eigendom. Naast de panden die worden gebruikt ten behoeve van ambulancezorg, heeft de veiligheidsregio ook nog diverse brandweerkazernes. Deze kazernes zijn gekocht van de gemeenten in 2013 om btw heffing bij de gemeenten te voorkomen. Het pand voor de centrale huisvesting in Alkmaar (Hoofdkantoor) en het pand voor de ambulancedienst op Texel worden gehuurd.
De brandweerkazernes die niet in eigendom zijn, worden om niet gehuurd van de gemeenten.
2.10.2 Wat hebben we gerealiseerd Gebouwen ambulancedienst In 2019 heeft op basis van de in 2018 uitgevoerde (interne) analyse op de staat van de gebouwen een extern onderzoek plaatsgevonden. Daaruit is naar voren gekomen dat de ambulancevoorzieningen in Hoogkarspel en Den Helder niet langer geschikt zijn voor hun functie en extra ruimte beschikbaar moet komen voor het overdekt stallen van ambulances. Uit onderzoek naar meerdere oplossingsvarianten is de conclusie getrokken dat nieuwbouw voor beide locaties de voorkeur geniet boven een grootschalige renovatie. Het rapport is vertaald in een notitie voor het Lokaal Overleg van maart 2020 waarin de probleemstelling vertaald is naar een advies het beschikbare budget huisvesting te verhogen. In het najaar 2020 is de extra budgetaanvraag gehonoreerd en vindt structurele ophoging plaats. In 2021 is begonnen met de planvorming voor de nieuwbouw. De daarbij afgegeven planningen zijn in de loop van 2022 aangepast naar de nieuwe omstandigheden (uitloop verkrijgen vergunningen, beschikbaarheid bouwers en materiaal). Naar de huidige verwachtingen vinden de opleveringen in de loop van 2023 en 2024 plaats.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 40
Brandweerkazernes Voor de kazernes zijn in 2013 de volgende uitgangpunten afgesproken met de gemeenten en zijn/worden als zodanig uitgevoerd: 1. Kazernes blijven in eigendom van de gemeenten; 2. Kazernes < 10 jaar zijn in eigendom overgedragen aan VR NHN (per 31-12-2013) in het kader van de btw problematiek. Gemeenten hebben recht van 1e koop na afloop van de btw compensatie termijn van 10 jaar; 3. De jaarlijkse exploitatielasten komen voor rekening van de gemeenten die zijn betrokken bij de overdracht; 4. Overige kazernes worden door de gemeenten om niet in bruikleen gegeven aan VR; 5. Huisvestingslasten maken geen onderdeel uit van de begroting van de VR; 6. Het beheer en onderhoud is een gemeentelijke taak en wordt geborgd in de overeenkomsten voor beheer en onderhoud tussen gemeenten en VR; 7. Gemeenten berekenen hun facilitaire kosten (schoonmaak, alarmopvolging, e.d.) door aan VR; 8. Roerende goederen zijn om niet of tegen de geldende boekwaarde door VR overgenomen. Onderhoud, reparatie en vervanging is voor rekening van VR. Het onderzoek, in meerdere jaren uitgevoerd in 2017-2018 naar de toekomstbestendigheid van de bestuurlijke afspraken omtrent de huisvesting van de brandweer heeft niet geleid tot aanpassing van de in 2013 gemaakte afspraken.
Het onderzoek heeft geleid tot een verbeterde attentie bij gemeenten dat de huisvesting van de brandweer een verantwoordelijkheid is van gemeenten en Veiligheidsregio samen. Binnen de bestuurlijke uitgangspunten kunnen de knelpunten worden opgelost hetgeen in de praktijk ook daadwerkelijk gebeurt. In meerdere kazernes zijn verbeteringen aangebracht met betrekking tot arbeidshygiëne en er vindt een betere afstemming plaats op de uitvoering van het meerjarenonderhoudsplan. Een aantal gemeenten zijn daadwerkelijk gestart met of er zijn de plannen in voorbereiding voor het vervangen van veelal verouderde brandweerkazernes. In hoeverre de ontwikkeling van het brandweerdekkingsplan naar een brandweerzorgplan effect gaat hebben op deze vervangingen is momenteel nog niet uitgekristalliseerd.
Centrale huisvesting de Hertog Het gebouw aan de Hertog Aalbrechtweg 22 te Alkmaar wordt samen met de GGD Hollands Noorden als hoofdlocatie gebruikt. VR NHN is huurder. Voor het medegebruik door de GGD HN is een overeenkomst voor gemene rekening opgesteld die is goedgekeurd door de Belastingdienst. Op basis hiervan worden de huisvestingskosten op basis van een verdeelsleutel verdeeld tussen de GGD HN en VR NHN zonder dat dit tot extra btw-druk leidt. Met de verhuurder van het pand is een SLA afgesproken waarin het beheer en onderhoud van het pand geregeld is.
Ambulancematerieel In 2022 zijn 7 ambulances en bijbehorende elektrische brancards aangekocht.
Brandweermaterieel De brandweer beschikt over up-to-date materieel en materiaal. Voertuigen en inventaris worden op basis van het MJIP vervangen. Bij iedere vervanging wordt gekeken of er een technische noodzaak is om te gaan vervangen. Het aantal aanbestedingstrajecten is klein. Voor reguliere brandweermaterialen zijn er inkoopovereenkomsten beschikbaar en waar nodig worden deze inkoopovereenkomsten rechtmatig verlengd. Op die manier wordt zo efficiënt mogelijk met de beschikbare middelen om gegaan. In 2022 zijn two-way pagers aangeschaft ten behoeve van alarmering van brandweervrijwilligers/beroeps. Aanschaffing van tankautospuiten en ander materieel is uitgesteld/vertraagd door de hoog opgelopen inflatie en leveringsproblemen door het slecht verkrijgen van onder andere grondstoffen.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 41
Persoonlijke beschermingsmiddelen Brandweer Het uitleveren van het nieuwe operationele uniform is vertraagd mede door de oorlog in Oekraïne. Eind 2022 is wel een eerste deellevering ontvangen, maar dat is nog maar slechts 20% van de totale levering. Door vertraging in de productie is het onzeker of de rest in 2023 geleverd gaat worden.
Kantoorautomatisering De VR beschikt over een visie op informatie gestuurd werken die op hoofdlijnen de richting voor de toekomst weergeeft. Met de acties in het jaarplan is verder invulling gegeven aan deze visie. Voor de VR is een architectuur opgesteld die gericht is op de huidige ontwikkelingen binnen de regio en op landelijk niveau. Het risicobewustzijn van werken bij de veiligheidsregio is toegenomen. Dit vertaalt zich in het veilige gebruik van ICT-voorzieningen, geen datalekken en grip op persoonsgegevens. Om toegang te krijgen tot de werkomgeving is de toegangscontrole uitgebreid met een authenticator-procedure. In 2021 is begonnen met het regio-breed vervangen van de laptops. Dit is in 2022 nagenoeg afgerond.
2.10.3 Wat heeft het gekost Gebouwen Ambulancedienst De kosten van groot onderhoud worden ten laste van de voorziening groot onderhoud gebracht. De jaarlijkse onderhoudskosten die op dagelijkse basis worden gemaakt, zijn opgenomen in de exploitatie. De voorziening groot onderhoud is in 2022 gehandhaafd op het niveau van vorig jaar, namelijk € 416.000. In 2022 is geen onderhoud uitgevoerd ten laste van de voorziening vanwege de geplande en uit te voeren nieuwbouw. Het herschrijven van het onderhoudsplan naar de nieuwe situatie wordt aansluitend op de realisatie van de nieuwe/verbouwde posten uitgevoerd. Zie voor de verwachte opleverdata de tabel in paragraaf 2.10.2. Aansluitend wordt de voorziening aangepast aan de dan berekende noodzakelijke hoogte en worden de nieuwe dotaties voor de komende jaren berekend.
Brandweerkazernes In 2013 zijn er vanwege fiscale redenen een aantal kazernes van verschillende gemeenten gekocht. De afschrijvingslasten, rente en het onderhoud komen voor rekening van de verkopende gemeenten. In 2022 zijn de kazernes Schagen, Nibbixwoud en Zwaag terug verkocht aan de gemeenten. Dit is niet gelukt voor de kazerne in Den Oever, deze verkoop zal begin 2023 plaatsvinden.
Ambulancematerieel Aan onderhoud van de ambulances is € 250.000 uitgegeven. Begroot was € 263.000.
Brandweermaterieel Het onderhoud van het brandweermaterieel (o.a. voertuigen, kleding, ademlucht, klein gereedschap) is per team uitgevoerd. In totaal is aan onderhoud € 2.029.000 uitgegeven. Begroot was € 2.034.000.
ICT / Kantoorautomatisering De organisatie brede exploitatiebudgetten voor ICT / kantoorautomatisering (onderhoud c.a.) waren begroot op € 1.639.000. Er is voor € 1.530.000 aan kosten gemaakt.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 42
2.11 Financiering 2.11.1 2.11.2 2.11.3 2.11.4
Inleiding Evaluatie treasury activiteiten Toerekening rentelasten naar taakvelden EMU saldo
2.11.1 Inleiding Op 27 november 2015 is door het algemeen bestuur het treasurystatuut 2015 vastgesteld. In dit statuut zijn de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten van de treasuryfunctie vastgelegd. Het statuut is gebaseerd op de voorschriften zoals vastgelegd in de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido) inclusief de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. De belangrijkste punten zijn: • Aantrekken van langlopende geldleningen geschiedt door een offerte aan te vragen bij tenminste twee financiële instellingen; • Uitzetten van tijdelijke overtollige financiële middelen vindt uitsluitend plaats bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën (schatkistbankieren). Middelen tot de schatkistlimiet mogen worden uitgezet bij financiële ondernemingen die ten minste over een A-rating beschikken en gevestigd zijn in Nederland, of een andere EU lidstaat die beschikt over tenminste een AA rating; • De organisatie maakt geen gebruik van derivaten. • Jaarlijks vindt evaluatie plaats van de gedane treasury activiteiten in de paragraaf ‘Financiering’.
2.11.2 Evaluatie treasury activiteiten Kasgeldlimiet (kortlopende geldleningen) Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de hoogte van de netto vlottende schuld voor gemeenschappelijke regelingen op een maximum gezet van 8,2% van de begrote lasten, de kasgeldlimiet. Voor 2022 is deze berekend op € 5,9 miljoen1. De kasgeldlimiet is in 2022 niet overschreden.
Schatkistlimiet Vanaf december 2013 is het schatkistbankieren van toepassing. Dit betekent dat overtollige geldmiddelen boven de schatkistlimiet verplicht moeten worden aangehouden in de schatkist. Dit voorkomt dat decentrale overheden hun middelen kunnen uitzetten bij derden (zoals buitenlandse banken) en draagt bij aan het verlagen van het EMU saldo van de totale Nederlandse overheid. Voor 2022 is de schatkistlimiet berekend op € 1.444.0002. De schatkistlimiet is in 2022 niet overschreden. Het volgende overzicht geeft een beeld van de uitkomsten op kwartaalbasis. Bedrag schatkistlimiet
x €1.000 Kwartaal 1 1.444
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 2 1.444
Kwartaal 3 1.444
Kwartaal 4 1.444
203
298
244
205
1.241 -
1.146 -
1.200 -
1.239 -
1 Op basis van begrotingstotaal lasten € 72.234.000 (primair)
De limiet wordt berekend als 0,75% van het begrotingstotaal lasten (primair), met een ondergrens van € 250.000. M.i.v. 1 juli 2021 is de limiet verhoogd tot 2%, met een ondergrens van € 1.000.000. 2
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 43
Renterisiconorm Ter beperking van het renterisico heeft de wetgever de renterisiconorm gemaximaliseerd op 20% van het begrotingstotaal. Dit betekent dat het totaal van herfinancieringen en renteherzieningen op de vaste schuld in enig jaar beperkt is tot 20% van het begrotingstotaal. Voor 2022 is de renterisiconorm berekend op € 14,5 mln. De renterisiconorm is in 2022 niet overschreden.
Financieringen (kort-/langlopende geldleningen) Om de financieringsbehoefte te kunnen bepalen maken we gebruik van een gedetailleerde liquiditeitsbegroting. Deze wordt minimaal 1 keer per week bijgewerkt. Verwachte tijdelijke tekorten worden opgeheven door het aantrekken van kasgeldleningen (kortgeld). De ervaring leert dat tijdelijke tekorten (of minimale overschotten) in liquide middelen kunnen optreden aan het einde van ieder kwartaal. Dit deed zich einde 2021 voor. Begin 2022 is een kasgeldlening van € 4 miljoen aangetrokken om het minimale overschot tijdelijk aan te vullen.
Leningenportefeuille Naast de reguliere aflossingen zijn in 2022 drie geldleningen volledig afgelost. Als herfinanciering en op basis van de verwachte investeringen zijn een tweetal nieuwe leningen aangetrokken. Zie voor een overzicht bijlage 5.4 bij de jaarrekening.
2.11.3 Toerekening rentelasten naar taakvelden In onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop de rente wordt toegerekend aan investeringen en projecten. De rente van geldleningen die zijn aangetrokken voor de aankoop van materieel / kazernes wordt bij VR NHN gezien als projectfinanciering.
Omschrijving Externe financiering kort en lang Rentelasten Rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2022 Bedragen x €1 -/+/+
Doorberekening rente aan grondexploitatie Toerekening rente van projectfinanciering aan het betreffende taakveld Toerekening rentebaten van specifieke projectfinanciering aan het betreffende taakveld Aan taakveld toe te rekenen externe rente
-/-/+/+
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakveld toe te rekenen rente
-/+/+
7.1 Volksgezondheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer 0.4 Overhead De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-/-/-/-/-
207.430 38.575 168.855
34.785 134.070
0 134.070 14.614 113.474 5.982 134.070
Renteresultaat op het taakveld Treasury
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
0
Pagina 44
2.11.4 EMU saldo Onderstaand het berekend EMU saldo 2022.
Omschrijving
2022 x € 1000,Volgens realisatie tot en met dec. 2022
1
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2
Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
3
Dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie minus vrijval van voorzieningen ten bate van de exploitatie
237
4
Bruto investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
2.973
5
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, geen betrekking hebbende op bouwgrondexploitatie en niet verantwoord op de exploitatie
6
Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
7
Aankoop van grond en uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d., alleen transacties met derden niet op de exploitatie verantwoord
8
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover niet al op de exploitatie verantwoord
9
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
10
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder vraag 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht
11 a b
Verkoop van effecten: Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
693
7.997
ja
nee
Berekend EMU-saldo
5.954
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 45
2.12 Verbonden partijen 2.12.1 2.12.2 2.12.3 2.12.4 2.12.5 2.12.6 2.12.7
Inleiding Relevante ontwikkelingen Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Visie op verbonden partijen Beleidsvoornemens deelnemingen Eigen vermogen en resultaat RAV
2.12.1 Inleiding Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin VR NHN een bestuurlijk én een financieel belang heeft. Een financieel belang is aanwezig wanneer een ter beschikking gesteld bedrag niet verhaalbaar is bij faillissement dan wel als financiële aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt (artikel 1 BBV). Bestuurlijk belang is aanwezig indien er zeggenschap bestaat uit hoofde van stemrecht dan wel vertegenwoordiging in het bestuur van de organisatie. In deze paragraaf wordt ingegaan op de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de veiligheidsregio. Ook wordt de realisatie van de beleidsvoornemens met betrekking tot de verbonden partijen beschreven. Tevens is opgenomen of en zo ja welke risico’s en problemen ten aanzien van de verbonden partijen zijn te onderkennen.
2.12.2 Relevante ontwikkelingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) (vestigingsplaats Alkmaar) De RAV NHN is per 10 februari 2010 opgericht met als doel het hebben en exploiteren van een vergunning tot het uitvoeren van ambulancevervoer. Per 1 januari 2013 beschikt de RAV NHN over deze vergunning. RAV NHN kent twee leden: Ambulancezorg Noord-Holland Noord (= VR NHN) en Witte Kruis Ambulancezorg. De centrale administratie wordt uitgevoerd door VR NHN en de controlfunctie door WK. Het secretariaat van de RAV wordt door VR NHN gevoerd. Verder gebruiken beide partners één automatiseringspakket waarin de ambulanceritten worden geregistreerd. De ambulanceritten worden door VR NHN gefactureerd. De partners behouden afzonderlijk de verantwoordelijkheden over het debiteurenbeheer. Beide partners staan bij de zorgverzekeraars bekend als één wettelijk gemachtigde uitvoerende en verantwoordelijke zelfstandige organisatie (coöperatie) die beschikt over één gezamenlijke bankrekening en spaarrekening. De Meldkamer is via een SLA verbonden aan de RAV. Op 1 januari 2021 is de Wet ambulancevoorzieningen (Wav) in werking getreden. De nieuwe wet ambulancezorg geeft zekerheid aan de RAV over haar positie. Om de continuïteit te kunnen waarborgen wil de minister de huidige positie van de RAV’s intact houden.
In de nieuwe wet is opgenomen dat: “Er per veiligheidsregio een monopolist is, die niet alleen het alleenrecht heeft om spoedeisende ambulancezorg te leveren, maar ook de plicht heeft om deze zorg te leveren”. De Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houden gezamenlijk toezicht op de naleving van de Wav. De zorgverzekeraars maken met de RAV jaarlijks afspraken over het budget en de daarvoor te leveren kwaliteit en prestaties. DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 46
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) (Vestigingsplaats Arnhem) Het NIPV is een bij wet opgerichte zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s. Het NIPV ondersteunt de veiligheidsregio’s bij het versterken van de brandweerzorg en de aanpak op het terrein van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Per 7 maart 2022 is de naam gewijzigd van voorheen Instituut Fysieke Veiligheid (IFV) in Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De regio’s Kennemerland, Noord-Holland Noord en Zaanstreek-Waterland hebben hun krachten op het gebied van vakbekwaam worden gebundeld. Sinds het formele ondertekeningmoment op 11 juli 2019 is er één gezamenlijk opleidingsinstituut: de Brandweerschool Noord-Holland (BWS NH). BWS NH zet in op kwalitatief goed onderwijs, het innoveren van brandweeronderwijs, het voldoen aan landelijk gestelde kwaliteitscriteria en het onderhouden en ontwikkelen van les- en leerstof. Voorlopig richt BWS NH zich in hoofdzaak op de opleidingen basisbrandweerzorg, aangevuld met de opleidingen brandweerchauffeur en instructeur. De landelijke (en verplichte) audit Kwaliteit Aanbieders Brandweeronderwijs (KAB) is uitgevoerd op 21 november 2019. De Brandweerschool heeft deze exercitie met goed gevolg doorlopen.
Daarmee mag zij voor de komende drie jaar brandweeronderwijs verzorgen conform de landelijke standaarden. In januari 2020 heeft met goed gevolg een audit plaats gevonden ten behoeve van een accreditatie voor het CrKBO (Centraal Register Kort Beroepsonderwijs). Inschrijving heeft in februari 2020 plaats gevonden.
2.12.3 Opbrengsten en kosten deelnemingen in relatie tot de begroting Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Het aandeel VR NHN in de kosten van de RAV NHN maakt onderdeel uit van het programma Ambulancezorg. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Alle veiligheidsregio’s dragen financieel bij aan het NIPV. Deze bijdrage wordt rechtstreeks in mindering gebracht op de BDUR-gelden. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De kosten van opleiden, en dus ook van de BWS NH, zijn opgenomen binnen het programma Brandweer.
2.12.4 Invulling aandeelhouders- en commissarisrol Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) De bestuurdersrol is statutair vastgelegd. Twee bestuurders vormen het bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks volgens een vast schema tussen beide bestuurders. Voor 2022 was de directeur WK de bestuursvoorzitter, voor 2023 wordt dit de directeur ambulancezorg VRNHN. De algemene directeuren van de beide zelfstandige organisaties en de twee bestuurders vormen samen de Algemene Ledenvergadering (ALV).
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 47
Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De voorzitters van de veiligheidsregio’s, verenigd in het Veiligheidsberaad, vormen het algemeen bestuur van het NIPV. De bestuursvoorzitter van VR NHN is lid van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur benoemt uit zijn midden een voorzitter en een dagelijks bestuur. De voorzitter van het NIPV is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. Het bestuur wordt gevormd door de directeuren van de veiligheidsregio’s. Daarnaast kent de coöperatie een algemene ledenvergadering.
2.12.5 Visie op verbonden partijen Een verbonden partij is voor de veiligheidsregio een instrument om de overgenomen maatschappelijke doelstellingen voor de aangesloten gemeenten te behalen. Bij het aansturen van een verbonden partij is het in ieder geval van belang dat: • Afspraken over taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, financieel en juridisch beleid worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten of statuten); • Afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie; • De veiligheidsregio zich realiseert dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
2.12.6 Beleidsvoornemens deelnemingen Vereniging Ambulancezorg Regio Noord-Holland Noord in coöperatief verband U.A. (RAV NHN) Er zijn bij de RAV NHN geen grote beleidsvoornemens te onderkennen. Het afgelopen jaar is het ingezette beleid voortgezet. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid De beleidsvoornemens voor de veiligheidsregio’s liggen op het terrein van: - beleids- en bestuursondersteuning van de ambtelijke en bestuurlijke top - kennis ontwikkelen, makelen en borgen voor de professional in het veld - opleidingen, trainingen en oefeningen voor vakbekwaam worden en blijven faciliteren en verzorgen - talent- en leiderschapsontwikkeling bevorderen - materieel voor de veiligheidsregio's verwerven, beheren en organisatorisch inbedden - projectmanagement en (organisatie)advies Coöperatie Brandweerschool Noord-Holland U.A. De coöperatie zet in de eerste jaren van haar bestaan in op het verder uitrollen van haar activiteiten en het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs. Daarnaast wordt getracht schaalvoordelen te behalen door het bundelen van de opleidingsactiviteiten. In 2021 heeft evaluatie plaats gevonden. Op basis van de rapportage zijn in 2022 voorstellen gedaan om aangedragen verbeterpunten te realiseren. Implementatie hiervan zal plaatsvinden in 2023.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 48
2.12.7 Eigen vermogen en resultaat RAV Uit de (concept) jaarstukken 2022 RAV blijkt dat zowel het eigen vermogen per 31 december 2022 als het exploitatiesaldo 2022 € 0 bedraagt.
Overzicht RAV Deel-
Nominaal
neming
belang
%
Bestuurlijk belang
Publiek doel
Wijziging in
Financieel belang
2022
RAV
€ 0 in
In 2022 was de directeur
Het leveren
In 2022
Uitgangspunt is dat
NHN
2016 is
WK bestuursvoorzitter.
van
hebben zich
de vergoeding
het
De directeuren van WK
ambulance-
geen
/bevoorschotting aan
werkkapi-
en VR NHN zijn beide
zorg voor de
wijzigingen
de vervoerder alleen
taal terug-
tekeningsbevoegd voor
gemeenten
in het beleid
plaats kan vinden als
gestort
het sluiten van
in Noord-
voor
deze ook voor de
aan de
overeenkomsten
Holland-
gedaan.
coöperatie de
50%
leden)
Noord
Balans met
Balans met
VR NHN
VR NHN
ultimo 2021
ultimo 2022
(x 1.000)
(x 1.000)
Te verrekenen RAV 3.332 D
afgesproken cashflow heeft gegenereerd.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 49
3.103 D
2.13 Fiscaliteiten 2.13.1 2.13.2 2.13.3 2.13.4
Tax Control Framework Convenant Horizontaal Toezicht Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Casus Omzetbelasting Meldkamer
2.13.1 Tax Control Framework Naar aanleiding van de eisen van het doorontwikkeld Horizontaal toezicht vanuit de Belastingdienst én de eigen wens van de VRNHN om op allerlei terreinen meer ‘in control’ te zijn, is in september 2020 een start gemaakt met de ontwikkeling van een Tax Control Framework (TCF). Om vanaf 2023 nog steeds onder het regime van Horizontaal Toezicht te vallen, lag de deadline van een vastgesteld TCF op eind 2022. Medio 2022 was het concept gereed om inhoudelijk met de Belastingdienst te bespreken. De van hen ontvangen feedback is verwerkt en in het laatste kwartaal 2022 heeft positieve besluitvorming op het TCF plaatsgevonden. De verdere uitvoering en doorontwikkeling van het TCF is vanuit projectfase naar de staande organisatie overgedragen.
2.13.2 Convenant Horizontaal Toezicht Vanaf 2011 heeft VRNHN een convenant Horizontaal Toezicht. In 2019 is dit verlengd met 3 jaar, waarin moest worden ‘toegegroeid’ naar de eisen van het doorontwikkeld Horizontaal Toezicht. Hiervoor is het Tax Control Framework ontwikkeld (zie 2.13.1). Op 8 februari 2023 is het nieuwe convenant Horizontaal Toezicht voor de jaren 2023-2025 formeel ondertekend. Tijdens dit moment mocht VRNHN complimenten van de Belastingdienst ontvangen over de wijze waarop wij dit hebben voorbereid. Landelijk is VRNHN voorloper in zowel het hebben van een vastgesteld TCF als het hebben van een nieuw driejarig convenant Horizontaal Toezicht.
2.13.3 Casus Vennootschapsbelasting Ambulancezorg Sinds het ontstaan van de Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsorganisaties in 2016, heeft VRNHN voor de jaren 2016 tot en met 2018 nihilaangiftes ingediend en zijn overeenkomstige aanslagen opgelegd. Over het aangiftejaar 2019 hebben we eveneens een nihilaangifte ingediend, maar in samenwerking met onze externe fiscalist hebben we daarbij een zogenaamde ‘expliciete standpuntbepaling’ ingenomen. Dit hebben we verder uitgewerkt in een afstemmingsverzoek. Dit verzoek heeft betrekking op de activiteit Ambulancezorg. In de kern gaat het erom dat bij deze activiteit positieve resultaten worden behaald die in onze ogen niet kwalificeren als winst in de zin van de Vennootschapsbelasting. In het afstemmingsverzoek is die zienswijze met behulp van onze inbreng door de externe fiscalist onderbouwd met argumenten. We zijn momenteel in afwachting van een reactie van de Belastingdienst op dit afstemmingsverzoek.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 50
2.13.4 Casus Omzetbelasting Meldkamer Over de mogelijke BTW-plicht over de activiteiten in de Meldkamer Noord-Holland (zie paragraaf 2.9.3, onder risico 2) is door een externe fiscalist een formeel verzoek tot beoordeling van die BTW-positie ingediend. Dit verzoek is namens alle samenwerkende partijen in de meldkamer gedaan. Uit een eerste reactie van de Belastingdienst bleek dat de complexiteit van de samenwerking nog niet goed genoeg overgebracht was. In een tweede brief is nadere uitleg gegeven en tevens werd de Belastingdienst uitgenodigd om op de meldkamer in Haarlem de werkwijze in de praktijk waar te nemen. Deze uitnodiging is geaccepteerd en eind januari 2023 heeft het bezoek van de Belastingdienst plaatsgevonden. Vertegenwoordigers van de Veiligheidsregio’s Kennemerland, Zaanstreek-Waterland en Noord-Holland Noord waren daarbij aanwezig. Het bezoek werd als verhelderend omschreven. Mede op grond van de opgehaalde informatie gaat de Belastingdienst haar reactie op het beoordelingsverzoek formuleren. Op dit moment (februari 2023) zijn wij nog in afwachting daarvan.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 51
2.14 Crises 2.14.1 2.14.2 2.14.3 2.14.4 2.14.5
Inleiding Coronavirus (Covid-19) Opvang Oekraïnse oorlogsvluchtelingen Opvang asielzoekers Crisisnoodopvang (CNO)
2.14.1 Inleiding Zoals in het dagboek van ons dagelijks werk te lezen is, zijn in de loop van 2022 een aantal nieuwe crises ontstaan waar de veiligheidsregio is gevraagd om verschillende rollen te vervullen. Waar de coronacrisis wat meer naar de achtergrond is geraakt, zijn er voor de opvang van vluchtelingen een drietal scenario’s bijgekomen. De oorlog in Oekraïne heeft vanaf eind februari een vluchtelingenstroom op gang gebracht. Deze vluchtelingen worden verspreid opgevangen. De opvangcapaciteit voor andere vluchtelingen in Ter Apel bleek niet meer toereikend, waardoor er op verschillende plekken in Nederland extra eerste opvang geregeld moest worden, zoals in Alkmaar. Door de grote toestroom was er ook extra crisisnoodopvang (CNO) benodigd. Hiervoor zijn in Noord-Holland Noord een aantal (tijdelijke) paviljoens opgebouwd en ingericht. In de navolgende paragrafen wordt per crisis een korte schets gegeven van de ontwikkelingen en activiteiten in 2022, de gemaakte kosten en declaratie hiervan.
2.14.2 Coronavirus (Covid-19) Ontwikkelingen en activiteiten Begin 2022 raakte het coronavirus dan toch op zijn retour. Hierdoor besloot het rijk om zowel de genomen beperkende maatregelen als ook de financiële ondersteuning in Q1-2022 af te bouwen en te beëindigen per 31 maart. De veiligheidsregio heeft dienovereenkomstig haar activiteiten in die periode afgeschaald tot het hoogst noodzakelijke en per 31 maart volledig gestaakt. Gemaakte kosten en declaratie De in Q1-2022 gemaakte kosten betreffen met name kosten voor juridisch advies en ondersteuning, extra kosten voor coördinerende activiteiten, kosten voor de extern gerichte communicatie, kosten voor de crisisnoodopvang in Heiloo en persoonlijke beschermingsmiddelen. De kosten in Q1-2022 bedragen € 134.232, welke alleen gemaakt zijn binnen de VR. Kostensoort Coronahotels/centra Inkoop en distributie PBM Overige specifieke meerkosten Bedrijfsvoering Subtotaal Overige meerkosten Minder opbrengsten Totale kosten 2022
€ €
Opgave kosten 2022 9.075,00 4.617,33
€ € € € €
120.539,55 120.539,55 134.231,88
Van het ministerie VWS is geen toezegging ontvangen dat de VR NHN deze kosten over 2022 nog kan declareren. Vooralsnog zijn deze kosten in de eigen exploitatie opgenomen. DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 52
2.14.3 Opvang Oekraïnse oorlogsvluchtelingen Ontwikkelingen en activiteiten Door het uitbreken van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne zijn miljoenen mensen op de vlucht geslagen. Een deel van deze vluchtelingen is terecht gekomen in Nederland. Het Rijk heeft de veiligheidsregio’s opdracht gegeven de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland te coördineren en opvangplekken te realiseren. Hiervoor heeft VR NHN op 16 maart een doorstroomlocatie (HUB) in Sportpaleis Alkmaar. Hier kunnen vluchtelingen terecht voor de eerste 24-uurs opvang, eventuele medische zorg en registratie. Vanuit de doorstroomlocatie gaan de mensen door naar één van de zestien gemeenten in Noord-Holland Noord, waar zij voor langere tijd onderdak kunnen krijgen. Gemaakte kosten en declaratie Er is een voorschot van € 2.136.700 ontvangen van het ministerie van J&V op basis van de geraamde kosten. De gemaakte werkelijke (en declarabele) kosten in 2022 bedragen € 1.622.250 en bestaan onder andere uit huur, catering, beveiliging, overhead en materiele kosten. Dit betreft alleen kosten VR NHN. Kostensoort
Opgave kosten 2022
Coördinatie
€
1.194.527
Hotels/centra
€
-
Overige specifieke meerkosten (materiële kosten)
€
427.723
Overige meerkosten
€
-
Totaal
€
1.622.250
De kosten die in dit kader zijn gemaakt door de gemeente Alkmaar en GGD, zijn door de VR NHN meegenomen in de voorschotaanvraag. VR NHN treedt in deze op als kassier. De kosten worden op basis van een richtlijn van het ministerie van J&V (maart 2023) door VR NHN in 2023 afgerekend en opgenomen in de SiSa-verantwoording.
2.14.4 Opvang asielzoekers Ontwikkelingen en activiteiten Staatssecretaris Van der Burg trok in april dit jaar bij de veiligheidsregio’s en gemeenten aan de bel. Er was een groot gebrek aan ruimte in het aanmeldcentrum voor asielzoekers in Ter Apel. Voor zo’n driehonderd mensen moest crisisnoodopvang worden gevonden. Gemeente Alkmaar en Veiligheidsregio Noord-Holland Noord hebben ingestemd met het verzoek deze opvang te regelen. In de doorstroomlocatie bedoeld voor Oekraïnse oorlogsvluchtelingen, het Sportpaleis Alkmaar, werd in korte tijd ruimte gemaakt voor de opvang van 150 asielzoekers voor maximaal een week. Voorwaarde was wel dat de locatie ook opvang bleef bieden aan vluchtelingen uit Oekraïne. Ruim honderd brandweervrijwilligers hebben geholpen om in korte tijd de opvang te organiseren en in goede banen te leiden. De tijdelijke huisvesting van asielzoekers is zonder veel externe ophef verlopen. Bij de start is er vanuit gemeente Alkmaar een persbericht verstuurd, dat door de veiligheidsregio is gedeeld op onze website, Twitter en LinkedIn. Bij de meest gestelde vragen hebben we bezoekers met vragen over de opvang van asielzoekers doorverwezen naar het COA. In de media was zowel landelijk als regionaal aandacht voor de opvang in Alkmaar. Uiteindelijk hebben 128 asielzoekers tussen 20 en 27 april op de locatie verbleven.
Na een week zijn zij overgeplaatst naar asielzoekerscentra en alternatieve crisisnoodopvang. DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 53
Gemaakte kosten en declaratie De gemaakte (declarabele) kosten over de periode april 2022 voor de tijdelijke noodopvang bedragen in het verslagjaar totaal € 94.366. De werkelijke kosten van de noodopvang zijn ingediend bij het COA.
2.14.5 Crisisnoodopvang (CNO) Ontwikkelingen en activiteiten In het verlengde van het voorgaande is eerst verzocht om 100 asielzoekers te huisvesten voor de periode van een maand. De gemeente Schagen heeft 50 personen opgevangen in ’t Zand en heeft de inrichting en beheer van de locatie volledig zelfstandig opgepakt. De gemeente Koggenland heeft 20 mensen opgevangen in hotel Groet in Avenhorn. Na 14 dagen gaf het COA aan dat de locatie niet voldeed en zijn de mensen verplaatst. In Hoorn zijn 30 mensen opgevangen in de Lageweg 4 in Hoorn, een leegstaand pand van de gemeente. De Veiligheidsregio heeft in Avenhorn en Hoorn de inrichting en beheer verzorgd. Tevens is er verzocht om de coördinatie en verdere invulling van crisisnoodopvang (eerst 225 en daarna 450 plaatsen) te organiseren. Hiervoor zijn locaties gezocht en (tijdelijke) paviljoens gebouwd waarin vluchtelingen tijdelijk kunnen worden gehuisvest. Hiervoor heeft tijdelijke opvang plaatsgevonden in sportcentrum het Vennewater (Heiloo). In de volgende plaatsen zijn paviljoens gebouwd met een capaciteit van 225 opvangplekken per paviljoen: - Bergen van 9-9-2022 t/m 30-11-2022 (locatie is opgeheven, als opvolging voor Heiloo). - Petten van 28-10-2022 t/m 30-6-2023 (was eerst 4 maanden, is verlengd). - Enkhuizen van 30-11-2022 t/m 31-3-2023 (vaste einddatum wegens beschikbaarheid terrein, als opvolging voor Bergen).
Gemaakte kosten en declaratie De kosten worden grotendeels bepaald door de op- en afbouw alsook huur van de paviljoens, huur van grond, kosten voor divers personeel (bewaking, schoonmaak, medische verzorging, tolken, dagelijkse begeleiding e.d.) alsook kosten voor catering en materiele kosten. De werkelijke kosten (er wordt niet met voorschotten gewerkt) zijn gedeclareerd bij het COA. De gemaakte (declarabele) kosten over 2022 bedragen € 10.861.188.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 54
3. Jaarrekening 3.1 3.2 3.3
3.4 3.5
Balans per 31 december 2022 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Toelichtingen: 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 3.3.2 Toelichting op de balans 3.3.3 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over 2022 3.3.4 Analyse begrotingsafwijkingen en -rechtmatigheid Sisa-bijlage Financiële overzicht naar taakvelden
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 55
3.1 Balans per 31 december 2022 (bedragen x €1.000) ACTIVA
31 december 2022
31 december 2021
Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Financiële vaste activa Overige langlopende leningen Totaal vaste activa
31.808
36.838
-
-
31.808
36.838
Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige vorderingen
1.766
1.818
7.934 75
1.042 91 9.775
Liquide middelen Kassaldi Banksaldi
1 205
2.951 1 202
206 Overlopende activa Nog te ontvangen bijdragen van het Rijk Nog te ontvangen bijdragen van overige overheid Overige vorderingen
92 6.823
203 2.046 4.196
6.915
6.242
Totaal vlottende activa
16.896
9.396
TOTAAL ACTIVA
48.704
46.234
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 56
(bedragen x €1.000) PASSIVA
31 december 2022
31 december 2021
Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat
2.727 3.231 798
1.911 2.932 3.145 6.756
Voorzieningen Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's Egalisatievoorzieningen
653
7.988 416
653 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden
30.860
27.959
-
Totaal vaste passiva
416
30.860
27.959
38.269
36.363
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd k orter dan één jaar Overige kasgeldleningen Opgenomen gelden uit 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden
-
-
-
5.450
6.192 6.192
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend boekjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren Overige vooruitontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren
5.450
3.183
3.333
1.060
1.013
-
75 4.243
4.421
Totaal vlottende passiva
10.435
9.871
TOTAAL PASSIVA
48.704
46.234
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 57
3.2 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening over het begrotingsjaar Inleiding In overeenstemming met het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten bestaat de resultatenrekening uit het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per programma zonder toegerekende overhead. De Veiligheidsregio kent zeven programma’s. Begroting 2022 (primair en na wijziging) In de vergadering van het algemeen bestuur d.d. 9 juli 2021 is de primaire begroting voor het jaar 2022 vastgesteld. De kolom 'Begroting 2022 na wijziging' betreft de begroting zoals vastgesteld op 2 december 2022 door het algemeen bestuur naar aanleiding van de 2e bestuursrapportage 2022. Te bestemmen resultaat Het te bestemmen voordelig resultaat van € 798.000 is als volgt opgebouwd: Bedragen x € 1.000 Programma's Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma GHOR Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Programma Zorg en Veiligheid Programma Dekkingsmiddelen taakvelden VR Saldi programma's Algemene dekkingsmiddelen (treasury) Overhead Heffing Vpb Onvoorzien Saldo van baten en lasten, resultaat voor bestemming Toevoegingen/onttrekkingen aan reserves per progr.: Programma Ambulancezorg Programma Brandweer Programma Meldkamer Programma Risico- en crisisbeheersing Overhead Resultaat na bestemming
Primaire begroting 2022 Begroting na wijziging 2022 Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo 16.755 15.212 1.543 17.777 16.092 1.685 2.360 33.097 -30.737 5.105 36.732 -31.627 12 1.333 -1.321 12 1.315 -1.303 1.723 2.775 -1.052 1.753 2.850 -1.097 2.447 -2.447 2.884 -2.884 760 1.286 -526 1.016 1.444 -428 50.471 - 50.471 50.601 - 50.601 72.081 56.150 15.931 76.264 61.317 14.947 125 15.734 -15.609 12.390 28.500 -16.110 350 -350 72.206 72.234 -28 88.654 89.817 -1.163
Rekening 2022 Baten Lasten Saldo 17.664 15.262 2.402 4.705 35.405 -30.700 48 1.257 -1.209 1.421 2.808 -1.387 98 2.809 -2.711 1.190 1.524 -334 50.825 - 50.825 75.951 59.065 16.886 52 52 13.589 29.696 -16.107 86 -86 89.592 88.899 693
115 12 6 72.339
57 1 145 55 89.850
101 4 72.339
-101 115 -4 12 6 -
184 328 61 89.227
101 4 89.922
-101 184 -4 328 61 -695
153 89.052
-153 57 1 145 55 798
De gedetailleerde toelichting op het overzicht van baten en lasten en een analyse tussen de rekening 2022 en de begroting na wijziging is opgenomen in de toelichting op de programmarekening onder 3.3.3.
DOC-P&C: Jaarstukken 2022
Pagina 58
3.3 Toelichtingen 3.3.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Ter vergelijking opgenomen cijfers De vergelijkende cijfers van de balans per 31 december 2021 zijn overgenomen uit de jaarrekening 2021, vastgesteld door het algemeen bestuur op 8 juli 2022.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het BBV geeft. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeldaanspraken en dergelijke. Met ingang van 2022 wordt op basis van de cao CAR-UWO én een uitspraak van de commissie BBV in het kader van de introductie van verlofsparen een voorziening gevormd. Het wettelijk verlof alsook zorg- en bijzonder verlof zijn hiervan uitgesloten. Op basis van de verslaggevingsrichtlijnen RJZ zijn voor de programma’s ambulancezorg en meldkamer voorzieningen getroffen met betrekking tot arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume.