03A Reactienota RES Noord-Holland Noord - DEF - dec 2020
Tekst van het document
0
Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................... 2 1.1 RES NHN ............................................................................ 2 1.2 Veel reacties, visies en initiatieven ....................................... 2 1.3 Doel van deze nota .............................................................. 2 1.4 Afbakening van de RES ........................................................ 3 1.5 Vervolgstappen op weg naar RES 1.0 ................................... 3 1.6 Leeswijzer ........................................................................... 4 2. Samenvatting van wensen en bedenkingen en reacties ................ 5 2.1 Wensen en bedenkingen ...................................................... 5 2.2 Digitale consultatie.............................................................. 5 3. Samenvatting van wijzigingen, te verwerken in RES 1.0 ............. 10 Bijlagen ......................................................................................... 13 Bijlage 1: Thematafels.................................................................... 14 Bijlage 2: Beantwoording van reacties over het proces, participatie en het bod ...................................................................
18 Bijlage 3: Beantwoording van reacties over energiebronnen en dragers .......................................................................................... 22 Bijlage 4: Beantwoording van reacties over de uitvoering en overige zaken................................................................................. 27 Bijlage 5: Beantwoording van wensen en bedenkingen gemeenten en reacties over zoekgebieden ...................................... 30 Deelregio Alkmaar ................................................................... 32 Deelregio Kop van Noord-Holland ............................................. 51 Deelregio Westfriesland............................................................ 64 Bijlage 6: Beantwoording wensen en bedenkingen provincie en waterschap .................................................................................... 81 Bijlage 7: Overzicht ontvangen reacties ........................................... 85
Reactienota Noord-Holland Noord
1
1. Inleiding In de periode van april tot en met september 2020 hebben volksvertegenwoordigers, belanghebbenden, stakeholders en inwoners de mogelijkheid gehad te reageren op de concept-Regionale Energiestrategie (RES) voor de energieregio Noord-Holland Noord. De volksvertegenwoordigers hebben dit gedaan via wensen en bedenkingen. De andere betrokkenen via reacties. Het opstellen van een regionale energiestrategie is de uitwerking van één van de afspraken uit het Klimaatakkoord, dat op 28 juni 2019 door het kabinet is gepubliceerd. Het Klimaatakkoord is de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015). We gaan met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen: in 2030 met de helft ten opzichte van 1990. Eén van de afspraken is dat dertig energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. De opgave is om met de dertig energieregio’s tenminste 35 TWh aan hernieuwbare energie op te wekken, gebruikmakende van bewezen grootschalig toepasbare technieken voor duurzame energieopwekking zoals het gebruik van zonnepanelen en windturbines. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen.
1.1 RES NHN Resultaat van onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten De concept-RES Noord-Holland Noord (NHN) is het resultaat van vele onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten. In de drie deelregio’s hebben gemeenten, provincie, waterschap en netbeheerder samen met inwoners, ondernemers, energiecoöperaties, maatschappelijke organisaties op het gebied van natuur, milieu en land- en tuinbouw gekeken naar waar grootschalig zonne- en windenergie opgewekt zou kunnen worden. In de energieregio zijn 47 lokale bijeenkomsten gehouden waaraan meer dan 1.500 mensen hebben deelgenomen. Deze gezamenlijke inspanning leidde tot de concept-RES.
1.2 Veel reacties, visies en initiatieven De betrokkenheid bij de RES is groot. Er zijn meer dan tweehonderd reacties ontvangen op de concept-RES. Er zijn twee alternatieve concept-RES'en aangeboden: één door een collectief van bewonersorganisaties en één door de Natuur & Milieufederatie samen met het verenigd bedrijfsleven. Staatsbosbeheer heeft de mogelijkheden en onmogelijkheden van grootschalige opwek door middel van zonne- en windenergie op hun grondgebied aangegeven en Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) heeft een aanbod gedaan vanuit de agrariërs. Daarnaast hebben bijna alle gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap wensen en bedenkingen meegegeven op de conceptRES.
1.3 Doel van deze nota In deze reactienota ‘Op weg naar RES 1.0’ zijn de reacties van deelnemers, alternatieve plannen en visies, de wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen bestuur van het waterschap integraal tegen elkaar afgewogen. Deze afwegingen leiden tot:
Reactienota Noord-Holland Noord
2
• • •
tekstuele veranderingen voor de RES 1.0 ten opzichte van de concept-RES, zoals het toevoegen van onderwerpen of aanvullingen op en verbetering van bestaande teksten; veranderingen op de kaart met zoekgebieden; onderzoeksvragen en thematafels.
In hoofdstuk 3 zijn alle voorstellen tot aanpassing opgenomen. De colleges van gemeenten en provincie besluiten over deze reactienota. Daarna worden ze verwerkt, op weg naar de RES 1.0.
1.4 Afbakening van de RES De kaders van de RES (grootschalige opwek van zonne- en windenergie op land en vraag en aanbod van warmte) hebben tijdens het proces regelmatig tot discussie geleid. In de reacties zijn hier dan ook veel vragen over gesteld. Daarom is ervoor gekozen om ook op de vragen over onderwerpen die buiten de kaders van de RES vallen in te gaan, ook al vallen deze buiten de opdracht (zie bijlage 3 en bijlage 4).
1.5 Vervolgstappen op weg naar RES 1.0 Voor onderwerpen waarover nog geen besluit kan worden genomen omdat nog niet alle kennis of informatie vergaard is, of waarvoor nog afstemming moet plaatsvinden, worden zogenoemde thematafels ingericht. In de aankomende maanden (oktober 2020 tot en met januari 2021) worden de thematafels georganiseerd over de volgende onderwerpen (zie bijlage 1 voor een nadere toelichting): 1. Ontwikkelprincipes zonne- en windenergie 2. Energietransitie: kansen voor agrariërs 3. Ruimtelijke samenhang 4. RES in uitvoering (lokaal eigendom, stimulerend beleid) 5. Jongeren 6. Warmte uit water (warmte, TEO, TEA, TED) 7. Energie-infrastructuur 8. Innovaties Tijdens deze thematafels worden onderwerpen inhoudelijk verder verkend, door verschillende betrokken partijen in het RES-proces. De (tussentijdse) uitkomsten hiervan worden verwerkt in de RES 1.0. Daarnaast zijn de deelregio’s Westfriesland, Regio Alkmaar en Kop van Noord-Holland bezig met de concretisering van zoekgebieden (zie ook bijlage 2 over het proces en de participatie). Nieuwe mogelijkheden en initiatieven worden nog verder onderzocht. Ook wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van het zoekgebied IJsselmeer. Dit kan tot aanpassingen leiden van de RES-kaart. Deze wijzigingen zijn nog niet opgenomen in deze reactienota maar worden wel verwerkt in de RES 1.0.
De concept-RES, met in de bijlagen alle reacties en wensen en bedenkingen, is begin oktober 2020 aangeboden aan het Nationaal Programma RES voor de doorrekening en analyse door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze analyse wordt uiterlijk 1 februari 2021 afgerond en kan leiden tot aanpassingen die worden verwerkt in de RES 1.0. Volgens de bestaande planning wordt de RES 1.0 in mei/juni 2021 voor besluitvorming voorgelegd aan gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap. De deadline voor oplevering van de RES 1.0 is 1 juli 2021.
Reactienota Noord-Holland Noord
3
1.6 Leeswijzer Deze reactienota voor Noord-Holland Noord bestaat uit drie hoofdonderdelen. In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting van de reacties gegeven die via het reactieformulier zijn binnengekomen. Ook is hierin een samenvatting van de wensen en bedenkingen opgenomen. Dit is een thematische beschrijving op hoofdlijnen. Hoofdstuk 3 bevat een samenvatting van de wijzigingen die verwerkt worden in de RES 1.0. Vragen over onderwerpen die vaak aan bod zijn gekomen maar waar het niet over specifieke locaties gaat, worden in de bijlagen beantwoord. Bijlage 1 bevat de onderwerpen waar speciale thematafels voor worden ingericht. Bijlage 2 gaat in op de wijze waarop de participatie is vormgegeven. In bijlage 3 wordt ingegaan op de thema’s energiedragers en energiebronnen. Vragen over de uitvoering en overige thema’s worden in bijlage 4 beantwoord. In bijlage 5 vindt u een overzicht van de beantwoording van wensen en bedenkingen en ontvangen reacties die gaan over specifieke locaties of zoekgebieden1. Bijlage 6 bevat de wensen en bedenkingen van provincie Noord-Holland en de zienswijzen van het waterschap. Tot slot bestaat bijlage 7 uit alle reacties die zijn binnengekomen via het reactieformulier en via e-mail, de wensen en bedenkingen en het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.).
1 Dit betreft de wensen en bedenkingen en de volgende reacties uit het reactieformulier:
2,3,4,5,6,8,9,13,16,17,18,19,23,28,29,32,34,35,36,38,39,40,42,48,57,60,61,63,73,75,89,90,91,93,95,103,1 15,119,121,122,123,126,128,129,131,133,134,135,137,140,142,146,150,152,154,155,172,173,175,177,18 0,184,187,188,189,190,192,196,201,202,209.
Reactienota Noord-Holland Noord
4
2. Samenvatting van wensen en bedenkingen en reacties Voor de totstandkoming van de concept-RES is er door de betrokken overheden intensief samengewerkt met belanghebbenden, maatschappelijke organisaties, inwoners, ondernemers en volksvertegenwoordigers. Na het publiceren van de concept-RES konden betrokkenen en volksvertegenwoordigers reageren op de concept-RES: er was een digitale consultatie voor betrokkenen en via het democratisch proces konden de volksvertegenwoordigers hun wensen en bedenkingen meegeven aan hun bestuurders. In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de reacties die via de digitale consultatie zijn binnengekomen en de wensen en bedenkingen op de RES NHN. Het gaat hierbij om de hoofdlijnen van de thema’s en onderwerpen die vaak worden aangehaald. Deze samenvatting bevat geen uitputtende lijst van alle reacties en wensen en bedenkingen. Deze lijst is opgenomen in bijlage 7.
2.1 Wensen en bedenkingen Bij de behandeling van de concept-RES konden de volksvertegenwoordigers (gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap) wensen en bedenkingen meegeven aan hun bestuurders. Bijvoorbeeld over een gewenste aanpassing van een zoekgebied, of over een onderzoeksvraag voor een zoekgebied dat binnen een gemeente valt. Ook konden zij wensen en bedenkingen meegeven voor onderwerpen of onderzoeksvragen die voor de RES-regio of deelregio relevant zijn. In hoofdlijnen gingen de wensen en bedenkingen in op onder meer de volgende thema’s: • het participatieproces van de RES en de wens voor lokaal eigenaarschap bij de ontwikkeling van zonne- en windenergie; • het aanwijzen van aanvullende zoekgebieden of juist het verwijderen van zoekgebieden; • wens om windturbines2 of zonneweides in een gemeente niet toe te staan; • wens om extra onderzoek te doen naar de effecten op de biodiversiteit bij zonneweides en windturbines; • wens om technieken als aquathermie en geothermie mee te nemen als vorm van duurzame bronnen in de RES; • wens om aandacht te vragen voor de mogelijkheden van kernenergie; • kijken naar de mogelijkheden van de inzet van de assets van het waterschap (HHNK) met behoud of versterking van de taakuitvoering van het waterschap; • het integraal benaderen van zoekgebieden waardoor meerdere gebiedsdoelen worden gediend en
meekoppelkansen worden benut.
2.2 Digitale consultatie De betrokkenheid van de inwoners en (maatschappelijke) organisaties is groot in NoordHolland Noord. Het is duidelijk dat de RES en het thema ‘energietransitie’ veel losmaken. Dit is terug te zien in de verscheidenheid aan reacties. De reacties geven een goed beeld van de verschillende standpunten en belangen die spelen in de regio.
2
Een windturbine is een turbine die de energie van de wind omzet in elektriciteit door middel van een generator.
Reactienota Noord-Holland Noord
5
Periode Aantal reacties via reactieformulier en mail
Inzenders reactieformulier*
Deelregio**
23 april 2020 – 30 september 2020 Totaal
210
Individuele inwoners
118
Inwonersorganisaties Ondernemers Raadsleden Coöperaties
20 22 5 10
Maatschappelijke organisaties
35
Kop van Noord-Holland
30
Westfriesland Alkmaar
95 61
*Reactiegevers geven soms geen rol en soms meerdere ‘rollen’ aan waardoor het totaal niet volledig optelt. **Reactiegevers komen uit alle deelregio’s en refereren in hun reactie soms aan meerdere locaties waardoor het totaal optelt tot meer dan het aantal reacties.
Reacties over specifieke zoekgebieden In de binnengekomen reacties gaat het regelmatig over specifieke zoekgebieden. In grote lijnen gaat het over het IJsselmeer en Markermeer, de Wieringermeer, Zijpe, Hondsbossche Zeewering en de kust nabij Castricum. Daarnaast zijn er reacties die meer in detail ingaan op bepaalde gebieden. In totaal worden er tussen de zeventig en negentig individuele locaties benoemd. Voor de Kop van Noord-Holland worden bijvoorbeeld zorgen geuit over de aantasting van het landschap van Texel bij het plaatsen van windturbines (in zeven reacties). De Wieringermeer wordt in achttien reacties benoemd, als voorbeeld voor locaties waar opwek mogelijk is, maar ook als voorbeeld voor de onwenselijkheid van een dergelijke inrichting. In zes reacties wordt Hondsbossche Zeewering als een onwenselijke plek voor de opwek van duurzame energie aangegeven. In Westfriesland wordt het gebied langs of nabij Hoorn80 een aantal keer benoemd als mogelijke potentiële locatie. In vijf reacties wordt gereageerd op het zoekgebied nabij Schellinkhout, er wordt aangegeven dat deze onwenselijk is. In deelregio Alkmaar wordt de A9 een aantal keer aangehaald in de reacties. In totaal zijn er acht reacties binnengekomen waar de A9 in wordt benoemd.
Hierbij wordt zowel aangegeven dat sommige locaties juist een kans bieden als opweklocatie, maar ook dat sommige locaties langs de A9 onwenselijk zijn. Alternatieve plannen Een aantal betrokkenen in Noord-Holland Noord heeft alternatieve plannen voor de RES ingediend. Deze plannen gaan zowel in op bezwaren op de concept-RES als op nieuwe zoekgebieden. In de alternatieve plannen van Duurzaam Leefbaar wordt gewezen op het aanwijzen van zoekgebieden met weinig maatschappelijk draagvlak en het laten vallen van het afstandscriterium van 600 meter. Duurzaam Leefbaar stelt om die reden voor om in te zetten op de opwek van zonne-energie op het IJsselmeer, en om de potentie van ‘zon op dak’ beter te benutten. Ook het Economisch Forum en de Natuur en Milieufederatie Noord-Holland stellen in hun plan voor om de mogelijkheden van koppelkansen met andere opgaven in de regio en meer innovatie beter te benutten. Zij zien kansen voor de combinatie van natuur en energieopwek, met de voorwaarde dat de locaties toegevoegde waarde hebben voor natuur, economie en landschap. Daarnaast pleiten zij voor het niet op voorhand uitsluiten van windenergie op land. Beide plannen doen concrete voorstellen voor alternatieve zoekgebieden (zie bijlage 7).
Ook heeft een aantal organisaties tijdens het proces en in de ontvangen reacties aangegeven om areaal (dak/grond) te willen inzetten voor de energietransitie (bijvoorbeeld LTO, Staatsbosbeheer, Rijksvastgoedbedrijf).
Reactienota Noord-Holland Noord
6
Reacties over het zoekgebied IJsselmeer Er zijn in de reacties zorgen geuit over de integraliteit van de aanpak van de verschillende RES’en die grenzen aan het IJsselmeer. Daarnaast zijn er ook zorgen geuit over het gevaar van windturbines voor (trek)vogels en is meermalen aandacht gevraagd voor de Natura2000-status van het IJsselmeergebied. Er zijn ook alternatieve plannen ingebracht die zich richten op het water en de randen van het IJsselmeer. In de visie ‘Van Kaart naar Vaart’ is een voorstel gedaan voor zonne-energie langs de dijk en de vooroevers van het IJsselmeer, gecombineerd met moeraslandschap. In het plan ‘Duurzaam Leefbaar’ zijn concrete suggesties gedaan voor de aanleg van zonne-eilanden in het IJsselmeergebied. Reacties over de afbakening van de RES Zoals ook in de inleiding aangegeven, leidt de afbakening van de RES regelmatig tot vragen en discussies. Reactiegevers vinden het onduidelijk waarom een aantal onderwerpen niet in de concept-RES is meegenomen. Onderwerpen die daarbij worden genoemd zijn: kleinschalige opwek, kernenergie, thorium, waterstof, besparing, opwek via water en energieopslag. In totaal gingen circa 35 reacties over deze onderwerpen.
Ook blijkt uit de reacties dat de reactiegevers vinden dat warmte nog onvoldoende aan bod komt in de concept-RES en worden er suggesties gedaan voor warmtebronnen (schenk aandacht aan warmtenetten, restwarmte van datacenters, buurtwarmte, aardwarmteprojecten). In totaal zijn er circa twintig reacties die in meer of mindere mate ingaan op het vraagstuk warmte en de representatie daarvan in de RES. Reacties op het document en het bod Er zijn positieve reacties ontvangen, zowel op de RES als document als op de hoogte van het bod: er wordt aangegeven dat de concept-RES er goed uit ziet, de verdeling van opwekking van duurzame energie goed is verdeeld over de regio en dat de ambitie hoger mag zijn. Daarnaast zijn er ook reacties met de vraag waarom de regio NHN een zo hoge ambitie heeft ten opzichte van andere RES-regio’s. Reacties over de bijeenkomsten De reacties over de ateliers in de deelregio’s zijn wisselend. Er wordt aangegeven dat de eenzijdige insteek van het atelier (namelijk: geen ruimte voor energiebronnen anders dan zon en wind) een gemiste kans is. Daarnaast geven reactiegevers aan dat ze de input uit het atelier in de verwerking van de zoekgebieden duidelijk terugzien. Voor sommigen bleef het onduidelijk hoe de input precies is verwerkt en waarom bepaalde zoekgebieden wel of niet zijn meegenomen in de kaarten van de concept-RES.
In totaal gaan circa vijftig reacties over de ateliers. Reacties over regelgeving Een aantal inwoners en ondernemers geeft in de reacties aan waar zij in de regelgeving of vergunningverlening tegenaan lopen. Een terugkerend knelpunt is de onduidelijkheid in de politiek, zowel gemeentelijk als provinciaal. Daarnaast zijn de voorwaarden voor realisatie niet altijd duidelijk. Ook bevatten de reacties zorgen over het aantrekkelijk houden voor particulieren om zonne-energie te leveren omdat de salderingsregeling op termijn vervalt. Men stelt dat de regelgeving niet lijkt aan te sluiten bij de duurzaamheids- en energiedoelstellingen van zowel de landelijke als lokale politiek. In totaal zijn er circa tien reacties die de beperkingen of knelpunten van de huidige regelgeving beschrijven. Reacties over agrarische gronden In de reacties worden zorgen geuit over de aantasting van het agrarisch gebied, maar ook dat de agrarische gebieden noodzakelijk zijn om in te zetten in de energietransitie. Het inzetten van de grote daken bij agrariërs voor zonnepanelen of toestemming voor kleine windturbines op het boerenerf wordt een aantal keer benoemd als alternatief voor het inzetten van de gronden. Er zijn bijna twintig reacties binnengekomen waarin wordt
Reactienota Noord-Holland Noord
7
gesproken over agrarische gronden. Zorgen over natuur, landschap en hinder De reacties over natuur, landschap en hinder zijn inhoudelijk divers maar bevatten eenzelfde lijn: er worden zorgen geuit over het inzetten van natuurgebieden en landschappen voor zonne- en windenergie. De reacties tonen de zorgen over het verloren gaan van kernwaarden van die landschappen. In bijna veertig reacties wordt ingegaan op de natuur en het landschap. De zorgen over hinder en overlast komen ook terug in de reacties. De reacties bevatten zorgen over zowel geluidshinder als zichthinder voor omwonenden maar ook voor passanten (het openhouden van zichtlijnen in het landschap). Het detailniveau van de inhoud verschilt daarmee. Enkele reacties bevatten algemene bewoordingen over de opstellingen langs snelwegen, terwijl andere reacties over specifieke locaties gaan. Naast de zorgen worden er ook suggesties gedaan voor opwek in bepaalde (natuur)gebieden. Daarnaast gaat het veelvuldig over de afstand van windturbines tot de woningen. Reacties met suggesties Uit de reacties blijkt dat de inzet van kleine windturbines bij een aantal inwoners/ondernemers gewenst is. In zeven reacties wordt aangegeven dat kleine windturbines tot op heden niet zijn toegestaan, maar dat zij deze graag op het eigen erf plaatsen of als alternatief zien voor de grote turbines.
Ook drijvende zonnepanelen of zonne-eilanden worden een aantal keer genoemd als potentiële wijze van opwek van energie. Daarnaast worden suggesties gedaan voor het inzetten en innoveren met zonnedakpannen, windturbines met meerdere verticale en horizontale niveaus en het combineren van geluidswallen met de opwek van energie om geluidsoverlast tegen te gaan. Overige zienswijzen en input voor de RES 1.0 De ontvangen reacties en wensen en bedenkingen geven een beeld van het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Daarnaast zijn overige inzichten belangrijk voor de RES 1.0, zoals systeemefficiëntie (in verband met de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid) en ruimtelijke inpassing. Richting de RES 1.0 wordt de balans tussen draagvlak, systeemefficiëntie en ruimtelijke inpassing verder geoptimaliseerd.
Zienswijze Liander Liander heeft voor de deelregio’s in Noord-Holland Noord een aantal concrete aanbevelingen opgesteld om de systeemefficiëntie te vergroten3. Het gaat onder meer om: • het combineren van zonne- en windenergie op een locatie; • het gericht investeren in zon op dak: daar waar opgewekte energie zo veel mogelijk direct kan worden gebruikt; • het cluster zoekgebieden in nabijheid van stations om duurzame opwek sneller aan te kunnen sluiten.
Aanbevelingen Nederlandse Vereniging Duurzame Energie4 De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) heeft alle RES’en in Nederland geanalyseerd. Per RES-regio zijn conclusies gevormd en is een aantal aanbevelingen gedaan over de uitvoerbaarheid van de RES en haalbaarheid van de zoekgebieden. De conclusies en aanbevelingen gaan onder andere over de volgende punten: 3 Het rapport van Liander vindt u hier. 4 De presentatie van de analyse van NVDE vindt u hier.
Reactienota Noord-Holland Noord
8
• • • •
Een groot aantal kleine(re) zoeklocaties is technisch of economisch niet haalbaar; onder andere kleine projecten met kleinere windturbines zijn niet rendabel. Gebieden met de grootste potentie zijn niet meegenomen. Focus op IJsselmeer is een risico, in verband met het grote aantal betrokken partijen en daarmee een lange doorlooptijd. Voorkom het ‘rijk rekenen’ met zon op daken en parkeerplaatsen. Grote zonneparken op goedkopere gronden zijn nodig. Waar zou dit kunnen? Kansrijk lijken kleinschalige inpassingen van zonne-energie waarbij landbouwproductiviteit in stand blijft.
Reactienota Noord-Holland Noord
9
3. Samenvatting van wijzigingen, te verwerken in RES 1.0 In dit hoofdstuk vindt u een samenvatting van de wijzigingen die worden verwerkt in de RES 1.0. De onderbouwing van deze wijzigingen vindt u terug in de bijlagen 2 tot en met 6. Besparing Voor het onderwerp ‘besparing’ zal in de RES 1.0 een overzicht worden gemaakt van de lopende acties, programma’s en ondersteuning vanuit gemeenten, provincie en waterschap. Klimaattafels De RES 1.0 wordt aangevuld door de actuele stand van zaken van de andere thema’s uit het Klimaatakkoord: mobiliteit, industrie en land- en tuinbouw, en daarnaast een actualisatie op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt in de regio NHN. Uitvoeringsstructuur Met de vaststelling van de RES 1.0 wordt de basis gelegd voor de uitvoering ervan. Borging in ruimtelijk beleid is een belangrijke eerste stap, maar de uitvoering van de RES vraagt meer van de betrokken overheden en stakeholders. In de RES 1.0 zal worden beschreven hoe uitvoering wordt gegeven aan de RES. Bij het opstellen van de uitvoeringsparagraaf worden belangrijke stakeholders betrokken. Uitkomsten van thematafels Voor onderwerpen waarover nog geen besluit kan worden genomen omdat nog niet alle kennis of informatie vergaard is, of dilemma’s nog moeten worden opgelost, worden zogenoemde thematafels ingericht.
Op deze thematafels worden onderwerpen inhoudelijk verder verkend en worden antwoorden en oplossingen gezocht. Dit gebeurt samen met experts en betrokken partijen. In de maanden oktober 2020 tot en met januari 2021 worden deze thematafels georganiseerd. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de RES 1.0. Wijzigingen in de zoekgebieden Hieronder zijn de wijzigingen per deelregio beschreven. Deze wijzigingen kunnen leiden tot een aanpassing van het bod in de RES. De behandeling van de reactienota is een tussenstap richting de RES 1.0, want naast onderstaande aanpassingen, zullen nog meer aspecten van invloed zijn op de inhoud van de RES 1.0, de zoekgebieden en de hoogte van het bod, waaronder: • de uitkomsten van de thematafels; • de concretisering van de zoekgebieden (nader onderzoek, participatie met belanghebbenden); • de vertaling van de inzichten uit de zienswijze van Liander; • de doorrekening van het PBL en het advies van NPRES op basis van de concept-RES (oplevering 1 februari 2021). Wijzigingen zoekgebieden op basis van reacties en wensen en bedenkingen
Regio Alkmaar •
De gemeenteraad van Castricum heeft een amendement aangenomen waarin zij pleit voor het volgen van de leidraad van de natuurorganisaties (Natuurmonumenten en LNH). De natuurorganisaties zijn gevraagd een nadere duiding te geven. Deze duiding zou impliceren dat zoekgebieden 14 A9 Akkersloot-Alkmaar West (binnen gemeentegrenzen) en 15 Spoorweg Castricum-Heiloo en 16 Spoorweg Castricum-
Reactienota Noord-Holland Noord
10
Uitgeest afvallen. Dit zijn respectievelijk de zoekgebieden ‘zon’ langs de A9 en langs het spoor. Ook plaatsen zij vraagtekens bij ‘zon’ boven het parkeerterrein Castricum aan Zee. • De gemeenteraad van Bergen heeft op suggestie van het college per amendement besloten het zoekgebied langs de Hondsbossche Zeewering in de gemeente Bergen te verplaatsen naar het zoekgebied wind/zon langs het Noordhollandsch kanaal (zoekgebied 02 N9 Koedijk-Zijpersluis). • De gemeenteraad Bergen heeft per amendement laten blijken dat zij zich kan vinden in extra zoekgebieden ‘zon rond de kernen’. Het college van Bergen voegt hier ook een zoekgebied ‘zon’ ten zuiden van de Heiloo-er Zeeweg aan toe (Sammerpolder tussen Hogedijk en Egmonder Binnenvaart). • De gemeenteraad Uitgeest heeft bij de ‘wensen en bedenkingen’ aangegeven ‘wind’ als zoekgebied te willen laten vallen en voor de zoekgebieden 17 A9, 18 N203 UitgeestKrommenie en 21 Heemstee alleen uit te willen gaan van ‘zon’. Het college van Uitgeest betrekt dit punt bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden. • De gemeenteraad Uitgeest heeft per amendement besloten zoekgebied 19 Nabij Uitgeest (windturbine ten zuiden van het Uitgeestermeer nabij De Woude), te laten vallen. Dit vanwege de ligging in het open landschap met hoge natuurwaarde. Het college neemt dit over.
Bovenstaande wijzigingen leiden tot een afname van het bod van Regio Alkmaar van circa 0,07 TWh.
Kop van Noord-Holland •
Op de kaart mist een solitaire windturbine aan de Zuid Zijperweg 80 te Wieringerwaard. Deze wordt toegevoegd. • Zoekgebieden voor zon op agrarische gronden in de gemeente Hollands Kroon worden niet verder uitgewerkt in de RES 1.0. • De gemeente Hollands Kroon wil het zoekgebied IJsselmeer vrijhouden van windturbines en van zonne-energie op het oppervlaktewater van het IJsselmeer maar staat open voor het nader onderzoeken van de koppeling met het project Wieringerhoek (het idee van de zonne-atollen uit het plan “Duurzaam leefbaar”), waarbij de technieken geen afbreuk mogen doen aan de ecologische waarden. • Voor Texel worden de zoeklocaties voor windenergie van de kaart gehaald. De gemeenteraad heeft de plaatsing van windturbines afhankelijk gesteld van een bevolkingsraadpleging. Besluitvorming hierover vindt in een later stadium plaats. Bovenstaande wijzigingen leiden tot een afname van het bod van de regio Kop van NoordHolland van circa 0,37 TWh.
Westfriesland •
De gemeente Medemblik zal geen windturbines plaatsen op het grondgebied van de gemeente Medemblik, dit geldt zowel voor zoekgebieden op land als op het IJsselmeer. • De gemeente Medemblik concretiseert haar grondgebied in het zoekgebied IJsselmeer door het toevoegen van zonne-energie als bouwsteen in combinatie met het project Wieringerhoek. • Het zoekgebied zon en wind op Hoornse Markermeer wordt geschrapt. • Het zoekgebied voor wind en zon in het IJsselmeer/Markermeer op het grondgebied Enkhuizen wordt geschrapt. Bovenstaande wijzigingen leiden tot een afname van het bod van de regio Westfriesland van circa 0,51 TWh.
Westfriesland heeft een aantal voorwaarden voor zoekgebieden opgesteld. Deze zijn gebaseerd op de binnengekomen wensen en bedenkingen en reacties. Het betreft de volgende voorwaarden. Samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden te zoeken naar locaties waar draagvlak is voor het plaatsen van windturbines en/of zonnepanelen.
Reactienota Noord-Holland Noord
11
-
Maximaal in te zetten op zonne-energie op dak voor alle gemeenten in Westfriesland. Een zorgvuldig proces rondom de inzet van agrarische gronden voor duurzame energieopwekking voor te staan. De 600-metergrens voor windturbines als minimale afstand tot woningen te handhaven. De minimale afstand van windturbines moet tienmaal de turbinehoogte tot de woonkernen zijn voor de gemeente Enkhuizen. In Koggenland geen grootschalige zonneparken op agrarische grond (niet groter dan 5 hectare).
IJsselmeergebied • • •
Windenergie is geschrapt uit het zoekgebied IJsselmeer. Zonne-energie wordt nader geconcretiseerd in het zoekgebied IJsselmeer als bouwsteen voor het project Wieringerhoek in het grondgebied van de gemeenten Hollands Kroon en Medemblik. In de gemeenten Hoorn en Enkhuizen is zonne-energie geschrapt uit het zoekgebied IJsselmeer.
Het project Wieringerhoek komt voort uit de programmatische aanpak grote wateren (PAGW). Dit programma is vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geïnitieerd en bevat 33 projecten om te komen tot ‘ecologisch gezonde, toekomstbestendige grote wateren waarin hoogwaardige natuur goed samengaat met een krachtige economie’. Het project Wieringerhoek volgt de systematiek van een MIRT-traject. De realisatie start (na afronding van alle procedures en aanbestedingen) medio 2025.
Reactienota Noord-Holland Noord
12
Bijlagen
Reactienota Noord-Holland Noord
13
Bijlage 1: Thematafels Voor onderwerpen waarover nog geen besluit kan worden genomen omdat nog niet alle kennis of informatie vergaard is, of dilemma’s nog moeten worden opgelost, worden zogenoemde thematafels ingericht. In de maanden oktober 2020 tot en met januari 2021 worden deze thematafels georganiseerd. Het gaat om uiteenlopende onderwerpen die hieronder kort worden toegelicht. Bij de onderwerpen van de thematafels zijn onderzoeksvragen benoemd. Deze zijn niet uitputtend, tijdens de gesprekken van de thematafels kunnen er aanvullende vragen ontstaan.
Ontwikkelprincipes zonne- en windenergie Tijdens de provinciale, regionale en lokale ateliers is veel gesproken over de impact van grootschalige energieopwekking op de leefomgeving. Meerdere ontvangen reacties gingen over de minimale afstand van windturbines tot woningen. Ook uit de reacties op de concept-RES en wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap klinkt de vraag naar zorgvuldig gebruik van de ruimte en maatschappelijk draagvlak. Daarnaast zijn reacties ontvangen over de milieueffecten van grootschalige energieopwekking op de natuur. Er zijn zorgen geuit over het effect van windturbines op vogels en vleermuizen (trekvogels, migratieroutes) en het effect van zonneweides in weidevogelleefgebied. Ook is aandacht gevraagd voor de milieueffecten van zon op water (onder en boven water), en zijn er reacties ontvangen waarin de oproep werd gedaan de natuur te ontzien met betrekking tot opwekking van zonne- en windenergie. De Commissie m.e.r. heeft een advies uitgebracht over de milieu-informatie in de conceptRES (zie bijlage 5). Kort samengevat geeft de commissie aan dat er veel en relevant (milieu)onderzoek van goede kwaliteit beschikbaar is. Het valt de commissie op dat de omgeving intensief betrokken is bij de totstandkoming van de concept-RES.
In het advies wordt onder andere aandacht gevraagd voor het documenteren van gemaakte (milieu)afwegingen (navolgbaarheid ten behoeve van besluitvorming). Onderzoeksvragen: Welke algemene (ruimtelijke) voorwaarden willen we toepassen voor het ontwikkelen van zonne- en windprojecten in Noord-Holland? Daarbij gaat het specifiek om ontwikkelprincipes voor: • de leefomgeving; • de natuur (en milieueffecten): Wat zijn de voorwaarden/uitgangspunten om balans tussen natuur en energie te vinden? Bijvoorbeeld: o Hoe kunnen effecten op natuur beoordeeld/afgewogen worden? (Bijvoorbeeld hotspotkaart voor zoekgebied maken.) o Welke ruimte is er voor zoekgebieden in relatie tot het Bijzonder Provinciaal Landschap? o Hoe kunnen nieuwe projecten natuurwaarden versterken? o Hoe kunnen negatieve effecten op de natuur en omgeving worden gemitigeerd?
Energietransitie: kansen voor agrariërs Het gebruik van agrarische gronden voor de opwek van zonne- en windenergie is een veelbesproken onderwerp tijdens het RES-proces. De meningen lopen regelmatig uiteen. Waar de één agrarische grond als kans ziet voor opwek, is de ander tegen omdat dit ten koste gaat van de agrarische productie. LTO heeft in haar reactie aangegeven kansen te
Reactienota Noord-Holland Noord
14
zien voor de realisatie van duurzame energieopwekking op agrarische erven, maar schetst hiervoor een aantal belemmeringen die de uitvoering in de weg staan. Onderzoeksvragen: Wat is er nodig om de energieopwek op agrarische erven en subpunten te realiseren, en onder welke voorwaarden is opwek op agrarische gronden bespreekbaar? • Bijvoorbeeld: hoe kunnen knelpunten in wet- en regelgeving worden opgelost, wat is daarvoor nodig? (Zie belemmeringen in bijlage 4.) • Hoe kunnen we kennis ontwikkelen en delen?
Ruimtelijke samenhang Ruimtelijke samenhang is een veelgenoemd thema in de gesprekken met de betrokken overheden en de partners in het RES-proces. Het gaat dan om de vraag hoe individuele RES-zoekgebieden zich tot elkaar verhouden. En of er gekomen kan worden tot samenhangende ontwerpkeuzes op (boven)regionale schaal, rekening houdend met ruimtelijke aspecten (zoals landschap, natuur, landbouw, recreatie en net-infrastructuur). Ook de ARO5, de PARK6 en de commissie voor de m.e.r. vragen aandacht voor de samenhang tussen de zoekgebieden en cumulatieve effecten. Het onderwerp wordt ook benoemd in een aantal reacties en wensen en bedenkingen. Onderzoeksvragen: • Hoe kunnen we, met de concept-RES-kaart als vertrekpunt, verdere stappen zetten op het gebied van ruimtelijke samenhang en kwaliteit? Welke ontwerpvraagstukken zien we in de regio(’s)? En hoe pakken we deze gezamenlijk op? • Voor welke samenhangende (zoek)gebieden is er behoefte aan gezamenlijke (boven)regionale uitgangspunten/ontwikkelprincipes voor het ontwikkelen, vormgeven en inpassen van energie in het landschap? En hoe zien die eruit (cultuurhistorie, landschappelijke waarden)?
RES in uitvoering: lokaal eigendom en stimulerend beleid voor lokale initiatieven In het Klimaatakkoord is als uitgangspunt opgenomen dat bij het realiseren van de doelstellingen voor hernieuwbare energie wordt gestreefd naar 50 procent lokaal eigendom in de uitvoering. Ook de energiecoöperaties (De Vereniging van Energiecoöperaties en Initiatieven NoordHolland (VEI NH) in een manifest), de Natuur en Milieufederaties en de Participatiecoalitie Noord-Holland hebben reacties op de concept-RES meegegeven. De reacties gaan onder andere over lokaal eigendom en de rol van overheden om lokale initiatieven te ondersteunen en te stimuleren. Zij vragen gemeenten en de provincie Noord-Holland om bij de uitvoering van de (concept-)RES samen met hen op te trekken. Onderzoeksvragen: • Wat is er nodig om het streven van 50 procent lokaal eigendom te halen? o Hoe borg je het streven van 50 procent lokaal eigendom in beleid? o Hoe kan 50 procent lokaal eigendom gefinancierd worden? o Hoe kan iedereen meedoen? o Welke doelgroep kan een koploperspositie innemen en wat is daarvoor nodig? 5 Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling, zie https://www.noord-
holland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Advies_bij_ruimtelijke_ontwikkelingen. 6 Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit, zie https://www.noordholland.nl/Onderwerpen/Ruimtelijke_inrichting/Advies_bij_ruimtelijke_ontwikkelingen/Provinciaal_Advis eur_Ruimtelijke_Kwaliteit_PARK.
Reactienota Noord-Holland Noord
15
•
o Geef een overzicht van inspirerende en concrete voorbeelden. Welke instrumenten/mogelijkheden hebben overheden om de ontwikkeling van de lokale initiatieven te stimuleren? Bijvoorbeeld: o Welke voorwaarden voor (proces)participatie en draagvlak zijn wenselijk en hoe kunnen deze worden geborgd? o Gemeentelijk vastgoed/daken bieden kansen: wie ontwikkelt deze projecten en kunnen deze een rol spelen in het streven naar 50 procent lokaal eigendom? o Hoe kunnen we grondspeculatie voorkomen? o Wegnemen van schade voor omwonenden, hoe doe je dat?
Jongeren Gedurende het proces van de ontwikkeling van de concept-RES is door veel gemeenten en deelnemers van bijeenkomsten het belang van jongerenparticipatie geuit. Ook de Participatiecoalitie heeft aangegeven jongeren meer dan tot nu is gedaan te willen betrekken bij de RES. Door jongeren een stem te geven, wordt bijgedragen aan het toekomstbestendig maken van de RES, want het overgrote deel van de energietransitie zal plaatsvinden in de werkende levens van mensen die nu jong zijn. Jongeren worden gevraagd zich uit te spreken over de dilemma’s die ook op de andere thematafels besproken worden, zodat hun mening en voorkeuren in het gesprek aan deze tafels kunnen worden meegenomen. Het gaat hierbij dus om de relatie tussen grootschalige opwek van hernieuwbare energie en natuur, landschap en leefbaarheid. Onderzoeksvragen: • Wat vinden jongeren van de ambitie (het bod) van de concept-RES’en? • Welke afwegingen maken zij met betrekking tot opwek van hernieuwbare energie, leefbaarheid, natuur en milieu, en landschap?
Warmte uit water (warmte, TEO, TEA, TED) De decentrale overheden willen (onder de juiste voorwaarden) het inzetten van aquathermiebronnen stimuleren. Het waterschap onderzoekt de rol die zij kunnen spelen in de warmteketen. Deze rol en de potenties en randvoorwaarden van aquathermie zouden daarbij een plek moeten krijgen in de RES in de Regionale Structuur Warmte (RSW) en de door de gemeenten op te stellen Transitievisies Warmte (TVW’s). De RSW wordt opgesteld door het team van het MRA Warmte & Koude Programma dat daarvoor een aparte opdracht vanuit de programmaorganisatie van de RES heeft gekregen. Zij stellen de RSW op in nauwe samenwerking met de betrokken gemeenten en het waterschap. De TVW wordt volgens de eigen planning van de gemeenten uitgewerkt. De thematafel ‘warmte uit water’ richt zich op de vragen die in eerste instantie niet aan de orde komen in de RSW of TVW. De uitwerking van deze thematafel zal worden meegenomen in de RES 1.0 onder de Regionale Structuur Warmte. Onderzoeksvragen: • Hoe kunnen we warmtepotentie uit water (grootschalig) benutten? o Waar liggen de kansen? o Welke rol spelen de decentrale overheden hierbij? o Welke innovaties hebben de potentie om op korte termijn grootschalige toepassing mogelijk te maken?
Reactienota Noord-Holland Noord
16
Energie-infrastructuur Misschien wel de belangrijkste schakel in de energietransitie is de energie-infrastructuur. Tijdens het RES-proces is veelvuldig gesproken over de ontwikkelingen rondom de infrastructuur. Belangrijke vraagstukken daarbij zijn de mogelijkheden en knelpunten binnen de bestaande infrastructuur en hoe deze zich in de toekomst gaan ontwikkelen. Hoe houden we het betaalbaar? En is het mogelijk om de verschillende energienetwerken op elkaar af te stemmen? Vragen die op verschillende klimaattafels terecht zijn gekomen en die alleen kunnen worden beantwoord in onderlinge afstemming. Onderzoeksvragen: • Welke relevante ontwikkelingen hebben invloed op de energienetwerken in NoordHolland en welke gevolgen hebben deze op de realisatie van de doelstellingen van de RES? • Hoe kunnen we zon op dak stimuleren in congestiegebieden? • Waar liggen mogelijkheden voor innovatieve oplossingen zoals waterstof en smartgrids? • Hoe kan opslag een rol vervullen in de ontwikkeling van elektriciteitsinfrastructuur?
Innovaties in Noord-Holland Noord In de RES 1.0 is landelijk afgesproken dat alleen grootschalige opwek van zonne- en windenergie meetelt. Dat is door veel deelnemers aan het RES-proces ervaren als een te krappe jas. Er is binnen de regio Noord-Holland Noord grote behoefte om in te zetten op innovaties die de energietransitie kunnen stimuleren en daarmee ook de economische ontwikkeling van de regio te bevorderen. Onderzoeksvragen: • Wat doet de regio NHN nu al om innovaties te stimuleren? • Wat is de potentie van innovaties met betrekking tot de energietransitie? • De energietransitie biedt economische en werkgelegenheidskansen; innovaties zijn daarbij belangrijk. Hoe kunnen we hier in de RES 1.0 voldoende aandacht aan geven? Welke rol speelt de RES bij het stimuleren van innovaties?
Reactienota Noord-Holland Noord
17
Bijlage 2: Beantwoording van reacties over het proces, participatie en het bod De reacties over het proces van de concept-RES in de deelregio’s zijn wisselend. Opvallend is dat consensus lijkt te bestaan over de opgave, zowel die van de energietransitie als van verduurzaming. Er worden zorgen geuit over participatie: bij het opstellen van de RES, richting RES 1.0 en bij de uitvoering. Ook de hoogte van het bod is vaker genoemd; sommigen vinden het te hoog in vergelijking tot andere RES-regio’s, maar er zijn er ook die pleiten voor meer ambitie.
Participatie bij het opstellen van de concept-RES De participatie bij het opstellen van de concept-RES is, net als ontwikkeling en uitvoering van de RES, een voortdurend proces. In de RES Noord-Holland Noord zit participatie in het hart van het proces. Hierbij wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de bestuurlijke en inhoudelijke complexiteit van de energietransitie, de fases na de RES en de beperkt beschikbare tijd om tot de RES 1.0 te komen. Doel van de participatie is om stap voor stap te bouwen aan draagvlak voor de RES door: • een gemeenschappelijk vertrekpunt te creëren door alle (on)mogelijkheden en belangen in beeld te brengen; • bij te dragen aan een zorgvuldige besluitvorming door gemeenten, provincie en waterschap; • het stimuleren van lokaal eigendom in energieprojecten.
Gemeenschappelijk vertrekpunt De participatie bij de concept-RES is de eerste stap die vooral gericht was op het zicht krijgen op (on)mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van zonne- en windenergie, de belangen die in geding zijn en welke afwegingen er gemaakt worden. Dit leverde de basis op voor de concept-RES. Met de uitkomsten van de ontvangen reacties en wensen en bedenkingen op de concept-RES kan de energieregio een vervolg geven aan het proces richting de RES 1.0.
Bevorderen van zorgvuldige besluitvorming In de RES worden regionale belangen afgewogen tussen onder meer opwek, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, ruimtelijke inpassing en energie-infrastructuur. Die afweging – die op zichzelf al complex is – wordt verder gecompliceerd door de noodzaak om ook aan lokale belangen tegemoet te komen. Door volksvertegenwoordigers te vragen naar hun wensen en bedenkingen op de concept-RES, kan hier in het proces richting de RES 1.0 rekening mee gehouden worden. De RES 1.0 wordt ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap.
Stimuleren van lokaal eigendom Draagvlak voor de gekozen maatregelen binnen de RES’en vergroot de haalbaarheid van de doelstellingen. Daarom doorloopt de RES een uitgebreid en zorgvuldig participatieproces. Zo worden inwoners, lokale ondernemers en energiecoöperaties gestimuleerd mee te doen om het streven van 50 procent lokaal eigendom in de uitvoering te realiseren. Op basis van het Klimaatakkoord en de handreiking van het NPRES7, kunnen gemeenten en bewonersinitiatieven daarbij gebruikmaken van begeleiding van de Participatiecoalitie. 7 Klimaatakkoord (2019) en Handreiking 1.1 (2019).
Reactienota Noord-Holland Noord
18
Wanneer gemeenten gebruik willen maken van deze begeleiding moeten zij zelf budget beschikbaar stellen. De Participatiecoalitie Noord-Holland (PCNH) bestaat uit Natuur en Milieu Federatie Noord-Holland (Verenigde Energie Initiatieven Noord-Holland (VEI NH). PCNH kan helpen bij het betrekken van partijen in de regio, het realiseren van het doel tot 50 procent lokaal eigendom en meer.
Aanvullende rol Participatiecoalitie in het proces Voor het vervolgtraject van de RES heeft de Participatiecoalitie een rol in de volgende activiteiten: • Het informeren van de colleges, volksvertegenwoordigers, belanghebbenden, stakeholders en hun (ambtelijk) vertegenwoordigers over de gekozen maatregelen binnen de RES’en vanuit de belangen van de partijen binnen de Participatiecoalitie, met als doel het participatieproces en uiteindelijke bod te verbeteren. • Het ondersteunen van de (deel)regio’s, gemeenten, provincie en waterschap bij het verder concretiseren van de zoekgebieden. Het doel is het vergroten van de betrokkenheid en draagvlak van inwoners en bedrijven voor duurzame zonne- en windenergie, in combinatie met een goede inpassing van de energietransitie in natuur en landschap. • Hierin samen te werken met de betrokken partijen binnen de Energieregio NoordHolland Noord.
Participatie op weg naar de RES 1.0 Naarmate de RES concreter wordt, wordt het debat scherper, de druk op participatie groter en verschuift de verantwoordelijkheid hiervoor naar de gemeenten. Om dit gesprek inhoudelijk te kunnen voeren wordt tot de vaststelling van de RES 1.0 volgend voorjaar voorzien in:
Participatie concretisering zoekgebieden De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het nader onderzoeken en concretiseren van zoekgebieden voor zonneweides, grote zonnedaken en/of windturbines. Hierbij worden inwoners en andere belanghebbenden betrokken. Dit is maatwerk en de uitvoering en het niveau van participatie zijn daardoor verschillend. De deelregio’s Westfriesland, Regio Alkmaar en de Kop van Noord-Holland maken hiervoor plannen van aanpak waarin zij afspreken hoe ze te werk gaan. Zij worden hierbij ondersteund door de programmaorganisatie van de RES NHN.
Gebiedspaspoort Voor de zoekgebieden uit de concept-RES wordt door de gemeenten een zogenoemd gebiedspaspoort opgesteld. Dit gebiedspaspoort biedt informatie en een technische beschrijving van het zoekgebied. Hierin worden onder andere opgenomen: de status van het zoekgebied, een beschrijving van de locatie(s), (potentieel) opwekkingsvermogen, de stappen van participatie, uitgangspunten voor lokaal eigendom, de technische mogelijkheden van de bestaande energie-infrastructuur, een overzicht van alle geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur en milieu, het grondeigendom, en welke andere belangen eventueel in het geding zijn. Het gebiedspaspoort wordt onderdeel van de RES 1.0.
Thematafels De uitkomsten van de thematafels helpen om lokaal beleid vorm te geven op het gebied van lokaal eigendom, eerlijke verdeling van lusten en lasten, ruimtelijke inpassing en stimulerend beleid. Belangenorganisaties en andere stakeholders nemen deel aan deze thematafels.
Reactienota Noord-Holland Noord
19
Democratische besluitvorming De RES leidt tot locaties voor energieprojecten maar ook tot keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Dit raakt de bevoegdheden van de hieraan deelnemende gemeenten, de provincie en het waterschap. Daarom beslissen zij over de RES. Volgens de bestaande planning wordt de RES 1.0 in mei/juni 2021 voor besluitvorming voorgelegd aan gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap.
Participatie bij uitvoering RES 50 procent lokaal eigendom 50 procent lokaal eigendom zorgt voor een gelijkwaardige en transparante samenwerking bij energieprojecten. In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat gestreefd wordt naar 50 procent lokaal eigendom. In de startnotitie van de RES NHN is lokaal eigenaarschap van energieprojecten als leidend principe voor de RES opgenomen. Er zijn hiervoor in de concept-RES geen randvoorwaarden opgenomen, omdat het maatwerk is hoe hier per project invulling aan gegeven kan worden. In de thematafel ‘RES in uitvoering’ wordt onderzocht wat nodig is om het streven van 50 procent lokaal eigendom te behalen. De uitkomsten van deze thematafel worden opgenomen in de RES 1.0.
Participatie bij planontwikkeling Bij de ontwikkeling van energieprojecten moeten de omgeving en belanghebbenden betrokken worden. In de thematafel ‘RES in uitvoering’ wordt onderzocht welke voorwaarden voor (proces)participatie wenselijk zijn en hoe deze geborgd kunnen worden in beleid.
Lokale initiatieven met draagvlak Er zijn in de regio meerdere lokale initiatieven voor energieprojecten van bewoners, bedrijven en energiecoöperaties. Vaak zijn dit initiatieven die samen met de omgeving zijn uitgewerkt en waar veel draagvlak voor is. Vanwege de schaal van de kaart zijn niet alle lokale initiatieven op de concept-RES-kaart weergegeven (of ze vallen binnen een zoekgebied). In de concept-RES is toegelicht dat lokale initiatieven die buiten de zoekgebieden vallen ook worden onderzocht op haalbaarheid en wenselijkheid. Concrete lokale initiatieven (in uitvoering/gerealiseerd) met een groter vermogen dan 15 kWp tellen mee in het bod van de RES.
Participatie en inspraak bij omgevingsbeleid en vergunningen De keuzes in de RES 1.0 worden vastgelegd in het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincie en waterschap. De beslissingsbevoegdheid voor individuele projecten voor zonneweides en windturbines blijft geregeld via omgevingsplannen en omgevingsvergunningen. Hiervoor gelden de reguliere participatie- en inspraakmogelijkheden. Hierbij bestaat de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Ook bestaat de mogelijkheid tot het organiseren van een referendum8 over een besluit van Provinciale Staten.
Hoogte van het bod In het Klimaatakkoord worden regio’s uitgedaagd om in de RES te komen tot een hogere ambitie dan de opgave van 35 TWh. Bij het afwegen van de RES met andere maatschappelijke opgaven zullen naar verwachting nog de nodige plannen afvallen of inkrimpen.
8 Zie https://www.noord-
holland.nl/Bestuur/Inspraak/7_belangrijke_stappen_voor_het_organiseren_van_een_referendum.
Reactienota Noord-Holland Noord
20
Binnen het RES-proces is gekozen voor een bottom-upproces. Er zijn 47 bijeenkomsten georganiseerd om op te halen waarvoor draagvlak is. De uitkomsten van de bijeenkomsten hebben onder andere de inhoud van de concept-RES-kaart bepaald. Voorafgaand aan het participatieproces met de regionale en lokale ateliers is geen doelstelling bepaald. Tijdens de bijeenkomsten is opgehaald waar geen draagvlak voor is en waarvoor wel. Deze bottomupaanpak heeft geleid tot een bod van 4,2 TWh in de concept-RES. De zoekgebieden in de RES geven aan waar gezocht wordt naar mogelijkheden voor de opwekking voor zonne- en windenergie. Bij het concretiseren van deze zoekgebieden kan blijken dat bepaalde zoekgebieden moeten worden bijgesteld of komen te vervallen. Er moeten nog veel keuzes gemaakt worden. De ervaring leert dat niet alle plannen tot uitvoering komen. Dit zal dan worden meegenomen in de tweejaarlijkse actualisatie van de RES. In hoofdstuk 3 van voorliggende reactienota is aangegeven welke aanpassingen in de zoekgebieden worden gedaan, naar aanleiding van de ontvangen reacties en wensen en bedenkingen. De aanpassingen van de zoekgebieden leiden tot een afname van het bod van circa 0,9 TWh.
Reactienota Noord-Holland Noord
21
Bijlage 3: Beantwoording van reacties over energiebronnen en -dragers In veel van de reacties zijn vragen gesteld of opmerkingen gemaakt over alternatieve energiebronnen of energiedragers. De kaders van de RES (grootschalige zonne- en windenergie op land en water en koppeling van regionale warmtevraag en -aanbod) worden in de ontvangen reacties regelmatig ter discussie gesteld. In de onderstaande alinea’s is per energiebron een duiding gegeven of deze een rol speelt binnen de RES en zo niet, waar wel.
Warmte In de concept-RES is nog beperkt aandacht voor de regionale warmtebronnen, de warmtevraag en het warmteaanbod. In algemene zin kan worden geconstateerd dat NoordHolland Noord een beperkt aantal regionale warmtebronnen heeft. In de RES 1.0 vindt een verdieping plaats ten opzichte van de concept-RES. Voor warmte betekent dit dat in kaart zal worden gebracht welke initiatieven binnen de Transitievisies Warmte (TVW’s) van de gemeenten zich lenen voor regionale samenwerking. Daarnaast zal een nadere verkenning worden gedaan naar de potentie van warmtebronnen als geothermie, aquathermie, biogas en waterstof. Ook worden nut en noodzaak verkend van gemeenten om samen te werken op het gebied van kennisdeling en expertise.
Geothermie Geothermie wordt al in de glastuinbouw toegepast. Daarnaast biedt geothermie kansen voor de verwarming van wijken; hiervoor is de aanleg van een warmtenet nodig. Onderzoeken, vergunningen, het slaan van een put en de aanleg van een warmtenet vragen tijd. Hiervoor geldt de inschatting dat dit niet voor 2030 gerealiseerd is. Er zijn wel kansen in Regio Alkmaar: er is al een opsporingsvergunning en er ligt al een warmtenet waar in de toekomst een geothermiebron aan gekoppeld kan worden.
Aquathermie De regio NHN heeft potentie voor de inzet van aquathermie voor de verwarming van de gebouwde omgeving. Om deze potentie en mogelijke toepassingen verder te verkennen wordt een thematafel georganiseerd (zie hoofdstuk 7). De uitwerking van deze thematafel zal worden meegenomen in de RES 1.0 onder de Regionale Structuur Warmte (RSW). Het waterschap wil (onder de juiste voorwaarden) het inzetten van aquathermiebronnen stimuleren. Het waterschap onderzoekt de rol die hij kan spelen in de warmteketen. De potenties en randvoorwaarden van het toepassen van aquathermie zijn nog onderbelicht en moeten nader worden onderzocht.
Wind op zee Bij de berekening van de opgave voor duurzame elektriciteitsproductie op land is rekening gehouden met productie van windenergie op zee. Zo’n 60 procent van de totale landelijke opgave voor groene stroom wordt tot 2030 met wind op zee gerealiseerd (49 TWh). De ontwikkeling van wind op zee valt buiten de RES maar wordt wel meegenomen aan de klimaattafel Industrie.
Kleinschalige windturbines In het Klimaatakkoord is de landelijke doelstelling van 35 TWh grootschalige energieopwek op land geformuleerd. Onder grootschalig wordt hierbij verstaan een aansluitwaarde groter
Reactienota Noord-Holland Noord
22
dan 15 kW. Kleine windturbines met een aansluitwaarde die groter is dan 15 kW mogen ook worden meegeteld. Dit betreffen over het algemeen windturbines met een tiphoogte vanaf 15 meter. Om kleine windturbines mogelijk te maken, heeft provincie Noord-Holland in haar Omgevingsverordening een aantal regels opgenomen. Deze regels maken het mogelijk één windturbine te realiseren op een agrarisch bouwperceel of op een bouwperceel van ten minste 1 hectare waar een stedelijke functie is toegestaan. Belangrijk daarbij is dat de windturbine zorgvuldig ruimtelijk wordt ingepast.
Zonnepanelen op daken Ook hiervoor geldt dat, om deze zonnepanelen mee te kunnen rekenen in het bod van de RES, er een aansluitwaarde minimaal 15 kW moet worden gerealiseerd. Bij gebruik van zonnepanelen met de huidige stand der techniek komt dat neer op circa zestig panelen. Zon op dak heeft bij alle betrokkenen in het proces de voorkeur. Daarbij werd de vraag gesteld of de ambitie van zon op dak verhoogd kan worden. In de concept-RES is uitgegaan van 25 tot 50 procent benutting van het potentieel van zon op grootschalige daken. Het ophogen van deze ambitie lijkt eenvoudig, maar de ervaring leert dat dat niet zo is. Er zijn meerdere knelpunten: niet alle grootschalige daken hebben een geschikte dakconstructie, door installaties op daken is het niet mogelijk om de daken 100 procent vol te leggen, soms is er beperkte ‘ruimte’ op het energienet beschikbaar en is er een afhankelijkheid van de (investerings)bereidheid van de dakeigenaren. Als bij de verdere uitwerking van de zoekgebieden blijkt dat de benutting van zon op dak verhoogd kan worden, dan zal dit worden opgenomen in de RES 1.0 en verder.
Zon en wind en de waterkwaliteit Het waterschap heeft expertise over de effecten op het gebied van waterkwaliteit en biodiversiteit van zon op water. Die kennis zal worden benut bij de verdere concretisering van zoekgebieden. De relatie tussen de energietransitie en het watersysteem vraagt echter om nadere uitwerking en onderzoek.
Zon en wind op de keringen Het waterschap ziet ideeën opkomen over mogelijkheden voor ontwikkeling van zonne- en windenergie op dijken, waterbergingen en oppervlaktewateren. Het waterschap gaat graag het gesprek aan over welke mogelijkheden hiervoor zijn. Hierbij is het behoud of de versterking van de taakuitvoering voor het waterschap van belang, maar ook de ecologie, de biodiversiteit en de cultuur- en landschappelijke waarden.
Biomassa In de regio wordt naast de opwek van zonne- en windenergie, ook biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) geproduceerd. Dit gas wordt soms als groengas benut, en soms verbrand voor de opwek van warmte en elektriciteit. Daarnaast kan biomassa worden verbrand voor de opwek van warmte en elektriciteit. De opwek van groengas, warmte of elektriciteit uit biomassa telt niet mee in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) van de RES. De vraag of de inzet van biomassa voor energieopwekking duurzaam is, is een landelijke discussie. Het kabinet heeft hiervoor onlangs een duurzaamheidskader biogrondstoffen opgesteld. Hierin geeft de Rijksoverheid aan dat zij de inzet van biomassa voor laagwaardige toepassingen, zoals het verbranden van biomassa voor het bieden van
Reactienota Noord-Holland Noord
23
basislast voor warmtenetten of het opwekken van elektriciteit, niet langer wenselijk vindt. Dit duurzaamheidskader zal ook voor de RES-regio gelden.
Waterstof en groengas Duurzame gassen als waterstof en groengas hebben een belangrijke rol in het energiesysteem omdat ze goed opgeslagen kunnen worden, over lange afstand getransporteerd kunnen worden en een hoge energiedichtheid hebben. Ze zijn echter schaars.
Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar enkel een energiedrager. De productie van groene waterstof telt niet mee in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) van de RES. Er zijn drie manieren waarop waterstof op grote schaal gemaakt kan worden: 1. de grijze route (vanuit aardgas met CO2-uitstoot); 2. de blauwe route (grijze waterstof met opslag van CO2); en 3. de groene route (elektrolyse vanuit hernieuwbare energiebronnen, of door middel van biomassavergassing). Groene waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie, maar de productie ervan is nog duur en het aanbod zeer beperkt. Tot aan 2030 is de landelijke ambitie om elektrolysecapaciteit in te zetten voor de productie van 250-350 Kton aan groene waterstof9. Dit is 30 tot 40% van de hoeveelheid grijze waterstof die nu in Nederland wordt opgewekt voor de industrie10. Het is (nog) niet verstandig om waterstof in te zetten in sectoren die hernieuwbare elektriciteit ook direct kunnen gebruiken, omdat veel energie wordt verloren bij de omzetting van elektriciteit naar waterstof (conversieverlies). Onderzoek naar en productie van (groene) waterstof maakt geen deel uit van de RES 1.0. Echter, in onze regio zijn hiervoor al wel initiatieven gaande. In Alkmaar wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan of het mogelijk is om de dorpen Graft en de Rijp in 2025 aardgasvrij te maken met waterstof.