Meerjarenbegroting 2024-2027 geamendeerd vastgesteld
Tekst van het document
Economie 11. Ekkersrijt blijft een economische toplocatie binnen het Brainport ecosysteem. Ekkersrijt is al jarenlang een economische toplocatie; niet alleen binnen de Brainportregio, maar ook op nationaal niveau. Het gebied biedt niet alleen ruimte voor typische hightech bedrijven passend bij het Brainportprofiel, maar ook voor een breed scala aan bedrijven die bijdragen aan de versterking van het gehele Brainport ecosysteem. Daarbij hoort ook de Meubelboulevard met een (boven)regionale verzorgingsfunctie. Om deze status te kunnen handhaven investeren we samen met ondernemers actief in een duurzame ontwikkeling van het gebied, zodat deze aantrekkelijk blijft voor nieuwe investeringen, ondernemers én consumenten/bezoekers. In de vastgestelde Omgevingsvisie hebben we het beleid op Ekkersrijt op hoofdlijnen vastgelegd. Dit werken we verder uit in een gebiedsprogramma voor geheel Ekkersrijt. Dit programma is de actualisatie van het huidige Masterplan Ekkersrijt. Daarnaast ontwikkelen we voor twee deelgebieden een aparte visie, namelijk het Sciencepark en de Meubelboulevard. In alle gevallen spelen de verduurzamingsthema’s energie en klimaat en de inrichting van de openbare ruimte een belangrijke rol. Een andere belangrijke randvoorwaarde om de economische positie te kunnen handhaven is de realisatie van de 2e aansluiting van Ekkersrijt.
Als onderdeel van het regionale project Bundelroutes wordt gewerkt aan de realisering van deze aansluiting. Bij het opstellen van het gebiedsprogramma en de twee deelgebiedsvisies betrekken we nadrukkelijk de ondernemers. De Ondernemersvereniging Ekkersrijt (OVE) speelt hierin een belangrijke rol. We hebben een open houding en denken in mogelijkheden ten aanzien van initiatieven en ontwikkelingsmogelijkheden. Om die reden voeren we met OVE een structureel kwartaaloverleg. Hierbij bespreken we strategische en uitvoeringsvraagstukken, zoals het gebiedsprogramma, duurzaamheid, en belangrijke zaken op het gebied van ruimtelijke ordening, veiligheid, parkeren en bereikbaarheid. Daarnaast investeren we in het onderhouden van een goed netwerk met de individuele ondernemers op Ekkersrijt.
12. Een vitaal en aantrekkelijk (verblijfs)centrum, met een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat. Het centrum van Son is een dynamisch en aantrekkelijk gebied om te wonen, te ondernemen en te verblijven. Doel is om het gezonde en florerende centrum voor inwoners, bezoekers en ondernemers te versterken. Een goede kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor het verblijfs- en ondernemersklimaat in het centrum van Son. Een aantrekkelijke openbare ruimte voorziet ook in een goede en veilige bereikbaarheid voor alle modaliteiten en in alle voorzieningen die daar voor nodig zijn. Tevens is er voldoende ruimte evenementen te kunnen faciliteren.
40
In samenspraak met de Ondernemersvereniging Son en Breugel en haar centrumteam werken we intensief samen om het centrumgebied toekomstbestendig en aantrekkelijk te houden voor ondernemers, consumenten, bezoekers en andere gebruikers. We zijn gestart met het opstellen van een nieuwe centrumvisie, die ook de status van gebiedsprogramma als uitwerking van de Omgevingsvisie heeft. Het opstellen van de centrumvisie vindt fasegewijs plaats: (I) Inventarisatie en input ophalen, (II) scenario’s uitwerken, (III) gebiedsvisie opstellen. Gedurende het gehele proces hebben we aandacht voor de participatie van verschillende stakeholders. Tevens vindt met regelmaat terugkoppeling plaats aan de gemeenteraad. Daarnaast zorgen we voor inhoudelijk en procesmatig afstemming met het mobiliteitsplan. We hebben een open houding en denken in mogelijkheden ten aanzien van initiatieven en ontwikkelingsmogelijkheden. Hiervoor is communicatie én het onderhouden van contacten met het lokale bedrijfsleven en nieuwe initiatiefnemers zeer belangrijk. Daarom vindt ieder kwartaal overleg plaats met de Ondernemersvereniging Son en Breugel, nemen we actief deel aan het Centrumteam en zetten we stevig in op een sterk netwerk en actief relatiebeheer met het bedrijfsleven in het dorp.
Regio 13. Door in regionaal verband samen te werken met andere overheden en organisaties dragen we bij aan een succesvolle ontwikkeling van de Brainportregio. Samenwerking binnen MRE en SGE Op het terrein van economische en ruimtelijke ontwikkeling zijn de regionale samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven (MRE / de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant) en in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE / Eindhoven, de randgemeenten daarvan en Helmond) belangrijk. In de MRE werken we samen op de thema's Ruimte, Wonen, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. In het SGE werken we samen op de thema's Economie, Wonen, Voorzieningen & Evenementen en Ruimte. Voor alle thema's participeren we zowel in een ambtelijk als een bestuurlijk overleg. Daarnaast nemen we deel aan de verschillende overkoepelende bestuurlijke en ambtelijke overleggen, te weten het Algemeen Bestuur van het MRE en het Bestuurlijk en Ambtelijk Platform van het SGE en de ambtelijke coördinatieoverleggen. Vanuit deze regionale samenwerking volgen voor de bovengenoemde beleidsthema’s ook beleidskaders en regionale afspraken. Een voorbeeld daarvan zijn de afspraken voor de woningbouwen bedrijventerreinprogrammering en het regionale detailhandelsbeleid. Deze afspraken hebben ook lokale gevolgen.
Dat houdt bijvoorbeeld in dat we bij gebiedsontwikkelingen of woningbouwopgaven altijd moeten kijken naar deze regionaal gemaakte afspraken. Dit moeten we blijvend doen. Dommeldal uit de verf en Van Gogh Nationaal Park Son en Breugel is partner van het 'Van Gogh Nationaal Park' en van het project 'Dommeldal uit de Verf'. We zijn aangesloten bij het 'Van Gogh Nationaal Park', dat met name gericht is op het (recreatief) vermarkten van een groter natuur- en landschapsgebied binnen Brabant. In het gedachtengoed van Van Gogh hebben we bij ontwikkelingen oog voor de kwaliteiten van ons landschap en onze natuur en we benutten kansen om deze te versterken. Daarnaast sluiten we ons ook vanuit toeristisch-recreatief perspectief aan bij het 'Van Gogh Nationaal Park'. Door hierbij aan te sluiten kunnen we de aanleg van (nieuwe) recreatieve voorzieningen beter stimuleren dan dat we dat zelfstandig doen. En zo sluiten we aan op het regionale toeristisch-recreatieve product/aanbod en routenetwerk Binnen de samenwerking in Rijk van Dommel en Aa realiseren we de ontbrekende onderdelen in het Natuurnetwerk Brabant binnen het Dommeldal, samen met de gemeenten Nuenen, Eindhoven en Geldrop-Mierlo en waterschap De Dommel, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. De visie van 'Dommeldal uit de Verf' hebben we geïntegreerd in de omgevingsvisie.
Bijdragen verbonden partijen aan dit programma Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) De Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) is een verbonden partij waarmee samen wordt gewerkt op het bedrijventerrein. De Stichting verzorgt de beveiliging van het terrein middels camera's die in het openbaar gebied hangen en een beveiligingsteam. Deze samenwerking draagt bij aan de waarde van Ekkersrijt als economische toplocatie.
41
Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x €1.000 Omschrijving
Realisatie 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
0.10 Mutaties reserves programma 4
0
250
250
250
250
250
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
188
181
412
407
396
391
3.1 Economische ontwikkeling
136
129
149
149
149
149
3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur
50
11
11
11
11
11
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
35
42
43
43
43
43
3.4 Economische promotie
77
80
93
93
93
93
8.1 Ruimte en leefomgeving
237
677
943
909
532
462
5.391
3.217
2.713
1.475
1.107
608
8.3 Wonen en bouwen
772
904
923
923
877
877
Totaal Lasten
6.886
5.492
5.535
4.259
3.458
2.883
0.10 Mutaties reserves programma 4
4.205
133
20
20
15
15
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
532
227
279
274
269
264
3.1 Economische ontwikkeling
52
48
98
98
98
98
3.3 Bedrijfsloket en regelingen
14
21
21
21
21
21
3.4 Economische promotie
20
35
27
27
27
27
8.1 Ruimte en leefomgeving
379
22
63
63
63
63
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
506
3.185
2.692
1.475
1.107
608
8.3 Wonen en bouwen
589
737
647
647
647
647
Totaal Baten
6.295
4.408
3.848
2.626
2.248
1.743
Saldo (baten -/lasten)
-591
-1.084
-1.687
-1.633
-1.210
-1.140
Lasten
8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)
Baten
42
Nieuw beleid Omschrijving
I/S
2024
2025
2026
2027
1. Plan van aanpak Wvg-gebied Breeakker
I
-50.000
0
0
0
2. Nota Kostenverhaal
I
-20.000
0
0
0
3. Van Gogh Nationaal Park
S
-8.572
0
0
0
4. Lagere pachtinkomsten
S
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
5. Verhuur openbaar groen
S
20.000
20.000
20.000
20.000
-73.572
5.000
5.000
5.000
Totaal +/+ is voordeel, -/- is nadeel
1. Plan van aanpak Wvg-gebied Breeakker Op 20 april heeft de gemeenteraad o.a. het besluit genomen om een Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) te vestigen op percelen in het gebied 'Breeakker'. De raad heeft, door middel van een aangenomen motie, het college gevraagd om uiterlijk in het vierde kwartaal van 2024, een volledig uitgewerkt plan te presenteren aan de raad. Voor de uitvoering van dit plan worden in 2023 kosten gemaakt die verantwoord worden in de 2e Berap. Voor het opstellen van het plan van aanpak moet externe expertise en advies ingewonnen worden. Denk hierbij aan juridisch advies, inschakeling stedenbouwkundig bureau en externe expertise/ondersteuning voor het participatietraject. Voor de dekking van de kosten in 2024 is een benodigd budget geraamd van € 50.000.
43
Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Wet open overheid 9. Beleidsindicatoren
44
Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.
Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse Uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, worden de tarieven voor 2024 als volgt aangepast: • Voor de OZB zijn de tarieven verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Daarna wordt voorgesteld om een inflatiecorrectie van 5,2% toe te passen. • Leges en tarieven worden verhoogd met de inflatiecorrectie (5,2%).
• De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2024-2027. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2023 (vGRP). • De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn verhoogd met gemiddeld 12,3%. Deze stijging wordt in deze paragraaf onder afvalstoffenheffing nader toegelicht.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Son en Breugel uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. De tarieven voor 2024 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing.
Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt tegelijk met de begroting aangeboden aan de raad.
45
De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2024 (voorlopige stand per 1 september 2023) is ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2023 als volgt: Omschrijving
2023
Totale waarde woningen Totale waarde niet-woningen
2024
3.426.800.000
3.485.000.000
711.000.000
630.000.000
De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2023 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen
Aanslagwaarde
Ons tarief
Opbrengst
Kortingstarief
Korting
Saldo
3.485.000.000
0,0754%
2.627.690
0,06856%
2.389.316
238.374
OZB gebruikers niet-woningen
630.000.000
0,1610%
1.014.300
0,14889%
938.007
76.293
OZB eigenaren niet-woningen
630.000.000
0,1954%
1.231.020
0,19572%
1.233.036
- 2.016
4.560.359
312.651
4.873.010
De ramingen voor de baten OZB 2024 zijn als volgt: Omschrijving
2024
Eigenaren woning
2.804.300
Eigenaren niet-woning
1.574.400
Gebruikers niet-woning
1.101.500
Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. De gemeenteraad heeft besloten om het serviceniveau te verlagen. Hierdoor stijgt in 2024 het tarief voor eenpersoonshuishoudens met 36 cent naar € 267,-. Het tarief van meerpersoonshuishoudens stijgt met € 8,88 naar € 334,68 (2,7%). Als de raad de maatregel niet had genomen dan was de stijging voor meerpersoonshuishoudens circa € 44,64 (13,70%) geweest.
Reinigingsrechten Het tarief 2024 van de reinigingsrechten stemmen we af op het tarief voor de afvalstoffenheffing van 2024.
46
Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. In de raadsvergadering van 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 1 januari 2020 de rioolheffing te differentiëren. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50 tot en met 2034. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. De rioolheffing bestaat vanaf 2020 uit een eigenarenheffing en een gebruikersheffing: 1. Een vast bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (woningen). 2. Een gestaffeld bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (niet-woningen). 3. Een vast bedrag voor hemelwater voor de eigenaar van een perceel waarvan hemelwater in het gemengde riool wordt geloosd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Binnen Son en Breugel is 100% kostendekkendheid uitgangspunt voor de berekening van de tarieven.
De noodzakelijke verbeteringen en vervangingen van het rioolstelsel zijn systematisch in beeld gebracht. De hieruit voortvloeiende lasten zijn opgenomen binnen de tariefberekeningen. Voornoemde verbeteringen en investeringen zijn opgenomen in het Programma Water en Riolering 2023-2027. De totale kosten van de rioleringszorg zijn gestegen met 21%. Dit wordt deels veroorzaakt door de stijging van de rente op de investeringen. Daarnaast wordt een gedeelte van de straatreiniging doorbelast naar riolering en ook deze post kent een stijging in de kosten. In juni 2023 is nieuw rioleringsbeleid in het Programma Water en Riolering 2023-2027 vastgesteld. Het beleid wordt op hoofdlijnen doorgezet maar er zijn enkele wijzigingen doorgevoerd. Zo is er een uitbreiding van de personele bezetting met een rioolbeheerder (1 fte) voorzien. De weg naar risico gestuurd beheer wordt verder vormgegeven door de komende jaren een groter gedeelte van het areaal te inspecteren. De kosten worden gedeeltelijk gedekt via een stijging van de rioolheffing (6,7%). De overige kosten worden verhaald op de rioolvoorziening.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd.
47
Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing
2024
Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat Lasten overige afvalstromen Kapitaallasten Totaal kosten afval taakveld 7.3
594.601 1.568.078 6.939 2.169.618
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
127.884
Kwijtschelding taakveld 6.3
38.710
BTW taakveld 0.11*
394.125
Totaal toerekenbaar
560.719
Totaal lasten
2.730.337
Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3
2.359.068
Baten milieustraat
129.526
Baten overige afvalstromen
215.076
Mutatie voorziening Baten totaal Dekkendheidpercentage afval
26.667 2.730.337 100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan. Dekkendheid rioolheffing
2024
Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering
1.031.551
Kapitaallasten
370.582
Mutatie voorziening
-481.228
Totaal kosten riolering taakveld 7.2
920.905
Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4
224.420
Kwijtschelding taakveld 6.3
28.000
Straatreiniging taakveld 2.1
118.448
Watertaken taakveld 5.7
61.562
BTW taakveld 0.11
248.374
Totaal toerekenbaar
680.894
Totaal lasten
1.601.708
Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2
1.601.708
Baten totaal
1.601.708
Dekkendheidpercentage riool
100%
* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.
48
Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van Rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per paragraaf van de legesverordening, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Per hoofdstuk in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn.
Tussen afzonderlijke paragrafen binnen een hoofdstuk mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaalde paragraaf, mogen kosten binnen een andere paragraaf compenseren. In onderstaande overzichten zijn per paragraaf en per hoofdstuk de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Hoofdstuk 1
Algemene Dienstverlening
Baten
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de BRP
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7
Overige publiekszaken
Paragraaf 1.8
Gemeentearchief
-
7.467
7.430
-
0%
Paragraaf 1.9
Bijzondere wetten
-10.010
37.335
37.148
2.075
13%
Paragraaf 1.10
Diversen
-5.523
29.868
29.719
-
9%
-222.115
347.218
345.482
102.540
28%
Totaal hoofdstuk 1
Salaris
Overhead
Lasten
Percentage
-26.711
33.602
33.434
2.783
38%
-39.162
89.605
89.157
23.436
19%
-115.323
70.937
70.582
51.697
60%
-6.041
33.602
33.434
-
9%
-
-
-
-
n.v.t.
-538
7.467
7.430
7.026
2%
-18.807
37.335
37.148
15.523
21%
49
De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen hoofdstuk 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op paragraaf 2.2 en 2.3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan paragraaf 2.3 binnen hoofdstuk 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Hoofdstuk 2
Dienstverlening en besluiten in het kader van de omgevingswet
Baten
Salaris Overhead Lasten Percentage
Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.2 Voorfase
-
-
-
-
n.v.t.
669.018 346.114
344.383
Paragraaf 2.3 Activiteiten m.b.t. bouwwerken Paragraaf 2.4 Activiteiten m.b.t. cultureel erfgoed en werelderfgoed
78% 169.855
-
-
-
-
n.v.t.
-32.000
-
-
32.999
97%
Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.8 Overige activiteiten
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.10
Gelijkwaardigheid
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.11
Overige tarieven
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.12
Modaliteiten
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.13
Vermindering
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 2.14
Teruggaaf
-
-
-
-
n.v.t.
344.383 202.854
78%
Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten
Totaal Hoofdstuk 2
-701.018 346.114
De salaris- en overheadlasten in hoofdstuk 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Hoofdstuk 3
Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Baten
Paragraaf 3.1
Horeca
-2.367
7.467
7.430
-
16%
Paragraaf 3.2
Seksbedrijven
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 3.3
Winkeltijdenwet
-
7.467
7.430
-
0%
Paragraaf 3.4
Organiseren evenement of markt
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 3.5
Standplaatsen
-
7.467
7.430
-
0%
Paragraaf 3.6
Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]
-
-
-
-
n.v.t.
Paragraaf 3.7
In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
-
3.734
3.715
-
0%
26.005
0
5%
715.870 305.394
53%
Totaal hoofdstuk 3 Totaal hoofdstuk 1,2 en 3
Salaris Overhead Lasten Percentage
-2.367 26.135 - 719.467 925.500
50
Overige belastingen Marktgelden Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is verhoogd met de inflatiecorrectie (5,2%). Precariorechten In 2006 is notitie “Terrassenbeleid Son en Breugel” vastgesteld. Conform deze notitie is dit tarief met de inflatiecorrectie (5,2%) verhoogd.
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de burgers toetsen wij bij het inlichtingenbureau indien er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.
Overzicht tarieven 2022
2023
2024
OZB Eigenaar Woning
0,0841%
0,0754%
0,0770%
OZB Eigenaar Niet-woning
0,1969%
0,1954%
0,1996%
OZB Gebruiker Niet-woning
0,1623%
0,1610%
0,1644%
Afvalstoffenheffing 1-persoonshh
231,60
266,64
267,00
Afvalstoffenheffing meer-pers.hh
290,28
325,80
334,68
Reinigingsrechten
339,00
345,00
363,00
Rioolheffing woningen (afgekoppeld)
141,96
149,76
159,84
Rioolheffing woningen (niet-afgekoppeld)
191,96
199,76
209,84
51
Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2023 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel
Nuenen
Eindhoven
Best
Geldrop-Mierlo
OZB Eig. woning
0,0754%
0,1061%
0,09153%
0,0805%
0,0645%
OZB Eig. niet-woning
0,1954%
0,2392%
0,29512%
0,2092%
0,1787%
OZB Gebr. niet-won.
0,1610%
0,1920%
0,21170%
0,1681%
0,1452%
Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)
326
275
241
339
292
Rioolheffing
200
140
187
182
199
(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk). Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde
2022
2023
2024
379.000
442.000
455.440
9,54%
16,62%
3,04%
OZB
319
333
350
Afvalstoffenheffing (meerpersoons)
290
326
335
Rioolheffing (afvalwater)
142
150
160
Rioolheffing (hemelwater) (#)
50
50
50
Totaal % wijziging lasten t.o.v. t-1
801
859
895
2,70%
7,24%
4,19%
(^): Inschatting op basis van de op 1 september 2023 bekende gegevens. (#): Vanaf 2020 is de rioolheffing gedifferentieerd. Het hemelwater tarief wordt opgelegd aan eigenaren van objecten die niet zijn afgekoppeld. Wanneer er vanaf een perceel geen hemelwater wordt geloosd op het gemengde rioolstelsel wordt deze belasting niet geheven. Op deze manier hebben eigenaren zelf invloed op de totale lastendruk.
52
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Son en Breugel. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.
Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.
In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven. Top 10 Net als bij de jaarrekening 2022, hebben we een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 nemen we via de verzameling "Overige risico's" wel mee in de berekening van de weerstandsratio.
Top 10 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = 'Kans (als percentage)’ x ‘Gevolg in €’ Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, rekenen we met een zekerheidspercentage van 90%.
53
Hoewel we zorgvuldig hebben geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. We maken een inschatting van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens maken we een inschatting van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Kans in %
Gevolg €
1. Jeugdzorg
90%
375.000
337.500
2. Externe gevolgen cybercriminaliteit/ beveiligingsincident
30%
500.000
150.000
3. Algemene uitkering gemeentefonds
70%
175.000
122.500
4. Interne gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident
70%
175.000
122.500
5. Inkoop en aanbesteding
70%
175.000
122.500
6. Intergemeentelijke samenwerking - Dienst Dommelvallei
exact
bedrag
71.775
7. Naheffing Attero
exact
bedrag
65.037
8. Belastingaangifte
30%
175.000
52.500
9. Crisisbeheersing
10%
500.000
50.000
10. GGD Brabant Zuidoost
exact
bedrag
Risico
Subtotaal top 10 Overige risico's + risico's onvoorzien
Risicowaarde in €
41.400 1.135.712 384.032
Totaal
1.519.744
Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%
1.367.770
Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de jaarrekening 2022 is de totale risicowaarde afgenomen. De risicowaarde van de risico's "Jeugdzorg" en "Onvoorzien" is verlaagd. Het risico Inkoop en aanbesteding is nieuw ten opzichte van de jaarrekening 2022. Het risico CMD algemeen is vervallen, het inhuurbudget komt ten laste van de organisatie.
Top 10 risico's 1. Jeugdzorg Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoogcomplexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Beheersmaatregel Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. Er geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden. CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. 2. Externe gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident Een beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit.
Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen.
54
IBD dreigingsbeeld 2023-2024: "De dreiging van ransomware-aanvallen neemt toe. Aan de lopende band proberen criminelen een ingang te vinden. De (potentiële) gevolgen van een aanval worden ook steeds ernstiger: het wordt merkbaar. Het fenomeen ransomware (gijzelsoftware) komt al jaren voor. Criminelen versleutelen gegevens en persen het slachtoffer af om deze gegevens na het betalen van losgeld weer toegankelijk te maken. De IBD ontving de afgelopen twee jaar steeds meer meldingen van situaties waar gemeentelijke processen langdurig(er) verstoord zijn als gevolg van destructieve gijzelsoftware. Criminelen aarzelen niet om privacygevoelige gegevens van inwoners, bedrijven en medewerkers online te publiceren." De externe gevolgen van cybercriminaliteit of een beveiligingsincident kunnen groot zijn: - Een getroffen organisatie is vaak weken of maanden bezig om de bedrijfsprocessen en informatiebeveiliging weer op orde te krijgen en de complete gegevensregistraties opnieuw op te bouwen. - Beveiligings- en privacy- incidenten schaden ook het vertrouwen van inwoners in de overheid, de reputatie van de organisatie en haar bestuurders. Daarnaast kunnen onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder.
Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners kan bovendien leiden tot grote imagoschade. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, destructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens. Beheersmaatregel De CISO, Privacybeheerder en FG organiseren acties om het bewustzijn rondom cybercriminaliteit en beveiligingsincidenten binnen de organisaties te verhogen. Tevens worden medewerkers actief herinnerd aan de gedragscodes omtrent computergebruik en privacywetgeving. Ook worden organisatorische maatregelen getroffen, zoals informatiebeveiligings- en gegevensbeschermingsbeleid, inrichten van autorisaties en beschrijven van werkprocessen. Gemeenten zijn in 2015 aangesloten bij de IBD VNG en hebben de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid) als norm voor hun informatieveiligheid ingevoerd, waarbij eigenaarschap en risico analyse centraal staan. De IBD adviseert ons bepaalde maatregelen te treffen. Die voeren wij door, voor zover op ons van toepassing. 3. Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort.
Deze systematiek zal in ieder geval nog gelden t/m 2025. Hoe vanaf 2026 de financieringssystematiek zal zijn is nu nog niet bekend. Via de fondsbeheerders worden hier in overleg met alle betrokkenen in de huidige kabinetsperiode voorstellen voor gemaakt. Er is al wel per 1-1-2023 een nieuw verdeelmodel ingevoerd. Dit ondanks dat de VNG en de ROB aangaven dat er nog veel verbeterd moest worden. De fondsbeheerders hebben toegezegd aan verbeteringen te gaan werken. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) worden opgestart. In hoeverre door de val het kabinet de uitwerking van de nieuwe financieringsmethodiek vertraging oploopt is nog niet duidelijk. Dit geldt ook voor het voornemen om samen met de VNG te bezien welke mogelijkheden er zijn qua modernisering en uitbreiding van het gemeentelijk belastinggebied. De schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. Beheersmaatregel De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerst volgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden.
55
4. Interne gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident Naast de externe gevolgen - die genoemd worden bij risico 3 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk interne gevolgen. Grootste risico's daarbij zijn: - Uitval van dienstverlening en bedrijfsvoering; - Fouten in de dienstverlening; - herstelkosten. Drie soorten dreigingen vallen de laatste tijd op: - Meer ransomware, desctructievere gevolgen - Steeds meer en ernstiger kwetsbaarheden in software - Gevaren in ketens Beheersmaatregel Er worden technische maatregelen genomen, zoals het uitvoeren van technische scans, SIEM/SOC, 2FA. 5. Inkoop en aanbesteding De volgende risico's hebben betrekking op inkoop en aanbesteding: Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut.
Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoering beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd. Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en -procedures, vastgesteld. Daarbij zijn - overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind. 6. Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Op basis van de vastgestelde begroting van Dienst Dommelvallei wordt financieel bijgedragen aan de dienst.
Hierbij zijn ook aannames gemaakt met betrekking tot te realiseren efficiency. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft worden de risico’s van de dienst betrokken bij de risicowaarde van de drie deelnemende gemeenten. Beheersmaatregel Via een begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. De risico's van Dienst Dommelvallei zijn, voor zover mogelijk, inzichtelijk gemaakt en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. 7. Naheffing Attero Als de naheffing op basis van tonnages wordt berekend, dan is de naheffing hoger. Beheersmaatregel De gemeente heeft net als de andere deelnemende gemeenten een stem in de verdeelsleutel.
56
8. Belastingaangifte De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw-aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Beheersmaatregel Met het oog op de ontwikkelingen rondom 'Horizontaal Toezicht' met de Belastingdienst wordt er gewerkt aan een 'Tax Control Framework'. Dit betekent niet dat het risico komt te vervallen. 9. Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. Beheersmaatregel Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis zo veel mogelijk beperkt worden. Lokale, regionale en landelijke crisisorganisaties voorzien daarin, met name door crisiscoördinatie en organisatie. Goede eenduidige informatievoorziening, opleidingen en oefenen zijn daarbij randvoorwaarden voor succes. Implementatie van verbeterpunten uit evaluaties zorgt steeds voor verdere professionalisering van de crisisorganisatie. Daarnaast wordt ruim ingezet op preventie en preparatie om aan de voorkant crises te voorkomen. De inrichting van de crisisorganisatie wordt geactualiseerd.
Leerpunten uit de coronacrisis en de uitgangspunten van de visie op crisisbeheersing worden hierin meegenomen. Er wordt vorm gegeven aan een nog professionelere multidisciplinaire organisatie. Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost en Brabant-Noord en de Politie Oost-Brabant werken hierin nauw samen. Een goed getrainde organisatie die expertise betrekt waar nodig, zal door adequaat ingrijpen de effecten van incidenten zo veel mogelijk kunnen beperken. Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor kan de gemeente vaker partij zijn wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet. Met de Coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is al langer gekwalificeerd als een risico met grote waarschijnlijkheid en mogelijk catastrofale gevolgen. Ook voor de toekomst zullen we hier rekening mee moeten houden. Hoewel de opgave aan gemeenten om per direct noodopvang van vluchtelingen uit Oekraïne te realiseren niet benoemd is als een crisis, is wel gewerkt conform de communicatielijnen en de organisatiestructuur van de crisisbeheersing. Ook met dit soort opgaven met enorme impact voor gemeenten moeten we in de toekomst wellicht vaker rekening houden. 10. GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg.
Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Binnen de Gemeenschappelijke Regeling zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor de taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de ambulancezorg. De gemeenten zijn daarom voor een deel van het onafgedekte risico van € 1.850.000 verantwoordelijk. Beheersmaatregel Via de begroting, jaarrekening en rapportages worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur en ambtelijk het Opdrachtgeversplatform.
57
Weerstandscapaciteit in cijfers De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit
Peildatum 1-1-2024
Algemene reserve
3.000.000
Reserve vrije bestedingsruimte
7.361.008
Totaal incidentele weerstandscapaciteit
10.361.008
Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien
80.000
Totaal structurele weerstandscapaciteit
80.000
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
10.441.008
Er is veel meer incidentele capaciteit beschikbaar dan structurele capaciteit. De structurele capaciteit kan in principe jaarlijks worden vrijgemaakt voor financiële tegenvallers. De incidentele capaciteit kan slechts eenmaal worden aangesproken en kan pas na aanvulling weer worden gebruikt om volgende tegenvallers te kunnen opvangen. Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1). Deze verhouding wordt bepaald door de volgende ratio: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit € 10.441.008 / € 1.367.770 = 7,63 Wij concluderen dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 7,63 goed is. Ontwikkeling weerstandsvermogen De onderstaande grafiek laat de ontwikkeling van de weerstandsratio zien, inclusief de prognose voor de komende jaren. Voor de prognose gaan we uit van gelijk blijvende benodigde weerstandscapaciteit. Voor de beschikbare weerstandscapaciteit gaan we uit van de meerjarenramingen. Met een weerstandsratio van 7,63 is het weerstandsvermogen van Son en Breugel goed. Ook voor de komende jaren blijft de ratio op een goed niveau gehandhaafd.
58
Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer
Minst risicovol
Neutraal
Meest risicovol
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90
90-130
>130
Solvabiliteitsratio
>50
20-50
<20
Grondexploitatie
<20
20-35
>35
Structurele exploitatieruimte
>0
0
<0
Belastingcapaciteit
<95
95-105
>105
59
60
Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2023 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 20232026. De kengetallen voor de begroting 2024-2027 zijn afkomstig uit deze meerjarenbegroting. Omschrijving Netto schuldquote
Realisatie
Begroting
2020
2021
2022
2023
2024
0%
11%
28%
72% 110% 119% 131% 133%
2025
2026
2027
72% 106% 115% 127% 129%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-3%
8%
24%
Solvabiliteitsratio
71%
72%
57%
46%
32%
31%
29%
29%
Grondexploitatie
-13%
-19%
-18%
-11%
0%
4%
7%
10%
Structurele exploitatieruimte
0%
3%
1%
2%
1%
2%
0%
2%
Belastingcapaciteit
89% 101% 105%
89%
93%
93%
93%
93%
Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).
61
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie
De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.
62
Structurele exploitatieruimte
Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.
63
Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Son en Breugel beïnvloed door 2 oorzaken: • De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie zijn de afgelopen jaren gedaald, waardoor de financieringsbehoefte ook gedaald is. • Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren wordt veroorzaakt door de gedane en geraamde investeringen voor: o Gemeentehuis o Gezamenlijke uitbreiding voor de Bloktempel en de Ruimte o Braecklant o Dommelhuis o Sporthal de Bongerd o Nieuwbouw Buitenste Binnen o Grondaankopen en aankoop panden o diverse investeringen in rioolvervangingen en wegen Solvabiliteitsratio De daling van het kengetal in de meerjarenbegroting wordt veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor een deel van de hierboven genoemde investeringen. Daarnaast stijgt de totale boekwaarde van de activa als gevolg van de hierboven genoemde investeringen. Grondexploitatie In de afgelopen jaren is het kengetal gedaald door de afname van de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie. Dit kengetal wordt in de jaren 2023 en verder weer positief omdat de grondexploitatie met een negatieve boekwaarde wordt afgerond en dan alleen onderhanden grondexploitaties blijven staan. Structurele exploitatieruimte De kengetallen van de begrotingsjaren zijn nihil of positief.
Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Bij de berekening van dit kengetal moeten de stortingen en onttrekkingen aan de reserves gecorrigeerd worden, daardoor geven de jaren 2024 en 2026 toch percentage van 1% en 0%, ondanks dat ze structureel niet sluitend zijn. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Het kengetal belastingcapaciteit daalt voor 2024 naar 93% in vergelijking met de jaarrekening 2022. Kanttekening daarbij is dat de opbrengsten afgezet zijn tegen een landelijke gemiddelde dat niet geactualiseerd is voor 2024.
64
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het beheer en onderhoud van het groen (openbaar groen), grijs (wegen en openbare verlichting) en blauw (riolering; gemalen en grondwater). Een rationeel beheer en onderhoud van dergelijke kapitaalgoederen is gebaat bij beheersystemen die tijdig de gewenste informatie verschaffen in het noodzakelijke onderhoud en de daarmee samenhangende kosten. Vandaar dat in deze paragraaf ingegaan wordt op de huidige stand van zaken van deze systemen.
Wegen en weginspectie Beleid Son en Breugel werkt met een wegenbeheersysteem. Op basis van tweejaarlijkse inspecties actualiseren we de basisgegevens binnen dit systeem. Het huidig areaal aan verhardingen is te verdelen in: • Elementenverhardingen: ca. 670.000 m2 • Asfaltverhardingen: ca. 470.000 m2 Uitgangspunt van het onderhoud aan de gemeentewegen is dat die voldoet aan de kwaliteitsnormen van het CROW (Centrum voor onderzoek en regelgeving in de grond-, weg- en waterbouw en verkeerstechniek). Het onderhoudsniveau van wegen is kwaliteitsniveau C. In de CROW-kwaliteitscatalogus wordt dit omschreven als matig. Het onderhoudsniveau van trottoirs is B (kwaliteit: voldoende). Beheerplan Groen-Grijs In 2022 is de aanbesteding doorlopen om tot een groen-grijs beheerplan te komen. Er is eerder een bureau geselecteerd op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Doel hierbij is om op een meer integrale wijze het grijze en groene areaal te beheren. Daarbij is een langere doorlooptijd op de koop toegenomen. De eerste stap is geweest om in beeld te brengen welk areaal wordt beheerd, voor welke kosten en in welke mate er sprake is van achterstallig onderhoud. Medio 2023 zijn de resultaten hiervan gepresenteerd aan de raad in de vorm van de rapportage ' Basis in Beeld'. In kwartaal 4 van 2023 vindt een tweede adviserende sessie met de raad plaats.
Hierin wordt de raad bevraagd welke thema's extra aandacht verdienen bij het beheer van de openbare ruimte. Dit vertaalt zich in het definitief maken van het beheerplan. Dit zal in kwartaal 1 van 2024 worden vastgesteld. Met dit vastgesteld beheerplan kan een meerjarenonderhoudsplanning worden opgesteld en kunnen diverse werkzaamheden in de openbare ruimte in een integraal contract worden aanbesteed. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan wegen
2016-2020
Commissie GZ: 6 januari 2016
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 1e kw 2024
Uitgangspunten De kosten voor noodzakelijke reconstructies c.q. vervangingen van wegverhardingen worden niet in de reguliere onderhoudsbegroting meegenomen. Aan de hand van de weginspecties zal hiervoor zo nodig een afzonderlijk voorstel aan het college en de gemeenteraad worden voorgelegd. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel staan de beschikbare budgetten voor het groot onderhoud exclusief de eigen uren. Financieel
2024
2025
2026
2027
Groot onderhoud asfaltverhardingen
375.145
387.745
375.145
387.745
Groot onderhoud klinkerwegen en trottoirs
189.246
181.746
181.746
181.746
Totaal
564.391
569.491
556.891
569.491
Eind 2023 is nog € 353.425 in de egalisatiereserve wegen beschikbaar.
65
Onderhoudsbehoefte Op basis van de globale visuele inspectie en een maatregelen toets wordt jaarlijks de onderhoudsbehoefte bepaald. De inspectieresultaten geven aan waar onderhoud noodzakelijk is en met een maatregelentoets bepalen we wat er exact moet gebeuren om het areaal op niveau te houden. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Openbare verlichting Beleid Aan de hand van het beheersysteem worden jaarlijks de onderhoud- en vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt en opgenomen in de begroting. Uitgangspunt is dat de installatie voldoet aan de landelijke richtlijnen (NPR 13201-1). Duurzame openbare verlichtingsinstallatie De openbare verlichting in Son en Breugel in zijn geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen. Dit geldt inmiddels ook voor aanstralers van het oude raadhuisje en de kerktoren in Son. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beleidsnota openbare verlichting
N.v.t.
6 oktober 2016
N.v.t.
Uitgangspunten Kwalitatief goede openbare verlichting waarbij de verkeersveiligheid, sociale veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid als speerpunten gelden. Voldoen aan de landelijke richtlijnen Jaarlijks groot onderhoudsbudget In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de verlichting excl. kleine reparaties en eigen uren weergegeven. Financieel
2024
2025
2026
2027
Onderhoud verlichting
87.696
87.696
87.696
87.696
Totaal
87.696
87.696
87.696
87.696
Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud. Alle verlichting is LED-verlichting.
Civieltechnische kunstwerken Beleid De brug Dommelpas is dermate versleten dat groot onderhoud niet meer mogelijk is. Deze brug stond in 2021 op de nominatie om in zijn geheel te vervangen. Op basis van het definitieve ontwerp dat in 2021 is opgesteld is een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Uitkomst is dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is voor vleermuizen en de gele kwikstaart. Dit onderzoek is in 2022 afgerond. Tijdens de omgevingsvergunning procedure zijn er aanvullende onderzoeken geëist. Deze zijn nu definitief ingediend. Conform de huidige planning zal de nieuwe brug begin 2e kwartaal 2024 worden opgeleverd. De huidige brug wordt periodiek gecontroleerd op veiligheidsaspecten zodat deze veilig door voetgangers en fietsers gebruikt kan worden. Aan de hand van de in 2023 opgestelde MJOP worden jaarlijks de onderhoud- en vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt en opgenomen in de begroting. Naam