concept omgevingsvisie; concept keuzedocument tbv raad 25 maart 2021
Tekst van het document
Mantelzorgers lopen hierbij het risico zwaar belast worden, door de combinatie van hun werk en (zorg)taken. In Son en Breugel zijn zoals gezegd verschillende zorgvoorzieningen, scholen en sportvoorzieningen aanwezig. Ze liggen verspreid in de gemeente en zijn van goede kwaliteit en voor iedereen toegankelijk. Het is hierbij belangrijk dat ook in de toekomst deze voorzieningen goed zijn afgestemd op de demografische ontwikkelingen. Qua sportfaciliteiten moet daarnaast worden ingespeeld op de veranderende sportbehoefte, die meer individueel en commercieel is geworden. Hierdoor is meer behoefte aan sportmogelijkheden in de openbare ruimte. Stagnatie van sporten in verenigingsverband heeft gevolgen voor participatie van kwetsbare groepen. De afgelopen jaren is in de provincie Noord-Brabant een toename in ondermijnende activiteiten. Er wordt met name overlast ondervonden in het buitengebied, door bijvoorbeeld het dumpen van drugsafval. In Son en Breugel is nog geen sprake van een verhoogd aantal incidenten. Het risico op 25
ondermijnende activiteiten bestaat in de gemeente niet alleen in het buitengebied, maar ook op Ekkersrijt en dan met name in leegstaande bedrijfspanden.
26
3. Omgevingsvisie Son en Breugel; de brug naar een zonnige toekomst! De brug naar een zonnige toekomst! Son en Breugel staat er in 2021 op tal van terreinen goed voor, maar er zijn diverse trends en ontwikkeling die die situatie bedreigen en maken dat niets doen geen optie is. College, raad, ketenpartners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en inwoners moeten nu de handen ineenslaan en nieuwe bruggen bouwen. De omgevingsvisie heeft zo een brugfunctie tussen mensen, bedrijven, organisaties en andere overheden. De brug staat daarbij natuurlijk ook symbool voor de samenhang tussen de twee oorspronkelijke dorpen Son en Breugel en de overbrugging van het fraaie Dommeldal. In die zin is het ook de brug tussen de stad Eindhoven en het fraaie landschap achter de kernen Son en Breugel. Door oog te hebben voor alle inwoners, het fraaie landschap en de economie vinden we de juiste balans. Daarbij markeert deze omgevingsvisie de brug tussen verleden, heden en toekomst. De identiteiten en kwaliteiten van Son en Breugel worden gebruikt om invulling te geven aan nieuwe uitdagingen, die we vol vertrouwen samen met de samenleving aangaan .. op weg naar een zonnige toekomst! Die ziet er zo uit….
OOg voor alle inwoners - authentiek dorps leven In 2050 leven we in Son en Breugel authentiek dorps aan de Dommel. De sociale cohesie is hoger dan ooit tevoren. Dit uit zich in een rijk verenigingsleven en het naar elkaar omzien. Dat is best bijzonder in een tijd waarin individualisering in Nederland verder is voortgeschreden. Mensen ontmoeten elkaar dan ook makkelijk omdat de inrichting van de openbare ruimte ze daartoe aanzet. Dit geldt zeker ook voor het compacte centrum van Son, dat sinds het gebied Nieuwstraat en het Raadhuisplein klimaatadaptief en groen is heringericht, een geweldig, autoluw verblijfsklimaat heeft. In het straatbeeld en bij evenementen wordt de cultuurhistorie en identiteit van Son en Breugel zichtbaar gemaakt. Daarbij worden initiatieven uit de samenleving door de gemeente ondersteund, mits ze bijdragen aan de maatschappelijke doelen zoals die in deze omgevingsvisie staan. Vanuit de overtuiging dat iedereen welkom is (dat noemen we inclusiviteit) heeft iedereen toegang tot evenementen en voorzieningen. De groene aders die vanuit de woongebieden direct op het buitengebied aantakken, stimuleren beweging. De inzet op (positieve) gezondheid heeft zijn vruchten afgeworpen; Son en Breugel is ondanks de ligging nabij de Brainport en de snelwegen een ‘blue zone’.
OOg voor het fraaie landschap – cultuurlandschap aan de Dommel Het mooie landschap met zijn natuurlijke en cultuurrijke kwaliteiten is in 2050 nog steeds het goud van Son en Breugel. Dat begint bij een goed functionerend bodem en watersysteem, dat helemaal is ingericht op klimaatbestendigheid. In 2050 is het vaker droger èn natter, maar het landschap kan het allemaal aan. Dat geldt voor het agrarische landschap maar ook voor de bossen. Het landschap, dat onderdeel is van het Groene Woud, Rijk van Dommel en Aa en het Van Gogh Nationaal Park, is ook voor bewoner en recreant optimaal beleefbaar en herkenbaar. Daarbij laten we ook zien wat er aan cultuurschatten onder de grond ligt. Het uitgebreide natuurnetwerk biedt mede dankzij de kringlooplandbouw de ruimte aan een grote bloeiende biodiversiteit. Breugel-Zuidoost is nog heel herkenbaar als kleinschalig boerenlandschap, terwijl Sonniuswijk is omgevormd tot een veelkleurig landschap met een goede verdeling tussen een open, half-open en dichte landschapsstructuur, en met ruimte voor kleinschalige zelfvoorzienende woningbouw, recreatiemogelijkheden en duurzame energieopwekking. 27
OOg voor de duurzame economie – etalage van de Brainportregio In 2050 is de Brainportregio dankzij een aantrekkelijk woon- en werkklimaat concurrerender dan ooit. Ekkersrijt, en dan met name het Meubelplein en de Sciencepark, speelt hierin een belangrijke rol. Het is een circulair bedrijventerrein met – mede dankzij de greendeals met bedrijven - veel water en groen, zon op daken en een schone mobiliteit. Son en Breugel kan economisch floreren omdat het zo ontzettend goed bereikbaar is. De gemeente is onderdeel van een wijdvertakt HOV systeem met ‘smart hubs’ met overstapmogelijkheden van auto, bus en fiets. Son en Breugel is ook aangetakt op een netwerk van snelfietspaden – de slowlane – zodat een groot deel van het woon-werkverkeer met de (elektrische) fiets gaat. De kringlooplandbouw is in Son en Breugel breedgedragen door de boeren. Zij dragen bij aan natuur en landschap en krijgen hiervoor betaald omdat ze niet alleen meer produceren voor de wereldmarkt maar ook voor de lokale en regionale markt.
28
4. Thematische uitwerking 4.1. Inleiding Het is nog geen 2050. Om het ideaalbeeld te bereiken moeten we hard aan de slag. In dit hoofdstuk is aangegeven hoe de koers per thema zou moeten worden ingevuld. De thema’s zijn weergegeven in het cirkeldiagram. Dit inspiratie- en afwegingskader is sturend voor nieuw beleid en kan worden gebruikt om initiatieven vanuit de samenleving te wegen. In het volgende hoofdstuk werken we de ambities per deelgebied uit.
4.2. OOg voor alle inwoners - authentiek dorps leven 4.2.1. Toekomstbestendige woonomgeving Evenwichtige bevolkingsopbouw We willen de groei van de eigen bevolking opvangen om een evenwichtige bevolkingsopbouw te kunnen garanderen en maatschappelijke voorzieningen en verenigingen op peil te houden. Bovendien willen we aan iedereen ruimte bieden. We gaan ervan uit dat we tot 2040in elk geval 700 woningen hiervoor moeten bouwen. We hanteren de Sonse Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit betekent dat we van die 700 het grootste deel, circa 400 woningen, binnenstedelijk bouwen. Dit is op de nu bekende locaties (deels ook al in harde plannen), inclusief woningsplitsing, zoals verdichting in centrumgebied (transformatie aanloopstraten / op verdieping wonen, maar niet in de plint). Aanvullend zijn de transformatiegebieden oostelijke deel van Ekkersrijt-Oost en (verdichting in) het gebied rond de Kanaalstraat/Eindhovenseweg als inbreidingslocaties in beeld. Nader onderzocht moet de potentie worden om de wijken De Vloed, Breeakker en rond de Hubertuslaan te herstructureren en te verdichten, bijvoorbeeld met kleinschalige appartementen. Deze en andere inbreidingen moeten plaatsvinden binnen de randvoorwaarden dat het een dorps karakter en maat/schaal heeft, er minimaal evenveel groen blijft en het gebied klimaatadaptief wordt ingericht.
Circa 300 woningen krijgen buiten de bebouwde kom een plek. Daarvoor zijn de volgende locaties in beeld: Woningbouw in de noordwestpunt bovenin de wijk Sonniuspark Kleinschalige woonmilieus in Sonniuswijk als onderdeel van de transformatieopgave van dit hele gebied, waarbij kwaliteitsverbetering van het gebied en niet het halen van grote aantallen woningen voorop staat. Naast de kwantitatieve behoefte moet ook gekeken worden naar de kwalitatieve behoefte. De zes ambities uit de Woonvisie 2012-2020 zijn in dit verband grotendeels nog actueel: 1. focus op een evenwichtige leeftijdsopbouw en leefbaarheid op peil houden en versterken 2. bieden van een geschikt woonklimaat voor de middengroep 3. realiseren van kwalitatief hoogwaardige (groene) woonmilieus 4. behouden en versterken van het dorps karakter 5. duurzaam karakter van de gemeente vergroten 6. inspelen op de vergrijzingstrend. Hierbij moet aandacht zijn voor bijzondere woonvormen en betaalbare en qua omvang kleinere wooneenheden, die geschikt zijn voor diverse doelgroepen. Verder moeten we inspelen op de 29
blijvende vraag naar betaalbare woningen voor starters en sociale huur. Een dynamisch woonaanbod is belangrijk om de dorpen levendig te houden. We moeten dus ook flexibel en duurzaam bouwen, zoals dat gebeurt met levensloopbestendige woningen (eventueel met zorgvoorzieningen). In de gemeentelijke visie Wonen met Zorg sturen we op een situatie waarbij inwoners zo lang mogelijk zelfstandig thuis kunnen blijven wonen in hun eigen omgeving of levensloopbestendig leefgebied. Daarbij hebben we de volgende ambities/wensbeelden: Bij voorkeur worden vervoersbewegingen teruggedrongen door wonen nabij voorzieningen te realiseren Naarmate de zorgintensiteit toeneemt, worden woonvoorzieningen bij voorkeur geclusterd gerealiseerd Mogelijkheden woonservicezones: centrum Son, centrum Breugel, Sterrenschool Son Met de vergrijzing groeit ook de behoefte aan passende woonvormen voor ouderen en mogelijkheden tot woningaanpassing (denk aan extra handgrepen en beugels of een alarmknop).
Bevestiging van de Sonse Ladder voor Duurzame verstedelijking inclusief de buitenstedelijke locaties. Benoemen van randvoorwaarden waaronder die kunnen worden gerealiseerd. Opheffen sportvelden om te bebouwen (past niet echt bij gezondheidsdoelen)?
Prettige woon- en leefomgeving Het groene karakter is het goud van Son en Breugel. Daarom doen we er alles aan de groenstructuur in de kernen te behouden en, met name in de dorpsranden, te versterken eventueel in combinatie met water(berging). We versterken ook de door de dorpskern lopende groene aders met een herkenbare en samenhangende opbouw in zijn geheel, maar ook per wijk (beheer/inrichtingsniveau). Het groen moet karakter van de buurt/wijk benadrukken. Hier ligt een actieve rol voor burgers. Voor de woonwijken wordt dan ook een integraal wijkontwikkelingsplan opgesteld voor de verduurzaming en klimaatadaptieve inrichting van de wijken, waarbij ook de inwoners nauw worden betrokken. De rol voor burgers is door de vergroening van hun eigen tuinen en bij te dragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. We gaan voor een veerkrachtige openbare ruimte, zodat veranderingen in hitte, droogte en wateroverlast niet leiden tot grote schade en gevaar voor de volksgezondheid. Hierbij wordt gefocust op bovengrondse systeemoplossingen en niet per se op de technische (ondergrondse) oplossingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zoeken we naar de meest klimaatneutrale maatregelen. We kiezen voor een integrale aanpak, zoveel mogelijk samen met de gemeenschap.
Meer specifiek gaat het om de volgende ambities: We zorgen overal voor een goed toegankelijke openbare ruimte, voor senioren en mensen met een handicap. We koppelen hemelwater af (grotendeels al gebeurd) en borgen dit op eigen terrein Groenvoorzieningen benutten we voor waterberging We leggen klimaatadaptieve wegprofielen aan Op Ekkersrijt realiseren we een ecologische verbindingszone en stimuleren vergroening We stimuleren de realisering van groene daken en het plaatsen van zonnepanelen. Bij nieuwe bedrijven en woningen stellen we dit verplicht. (EPC-norm van ….) We vergroenen het centrum van Son We nemen extra maatregelen in Gentiaan, Hoogstraat en ‘t Keske 30
4.2.2. Vitaal en sociaal We zetten de behoeften van mensen centraal. Alle mensen. Wij willen dat iedereen gezond en gelukkig kan wonen, werken en leven. Wij bieden kansen aan hen die dat nodig hebben en zorgen dat de directe omgeving je inspireert, verzorgt en voedt. In Son en Breugel zijn zoals gezegd verschillende zorgvoorzieningen, scholen en sportvoorzieningen aanwezig. Ze liggen verspreid in de gemeente, zijn van goede kwaliteit en laagdrempelig en voor iedereen toegankelijk. Ze bieden tegelijkertijd ruimte voor ontmoeting. Het is hierbij belangrijk dat ook in de toekomst deze voorzieningen goed zijn afgestemd op de demografische ontwikkelingen en maatschappelijke behoeften. Multifunctionaliteit is een pre. Met de sportfaciliteiten moet worden ingespeeld op de veranderende sportbehoefte, die meer individueel en commercieel is geworden. Hierdoor is meer behoefte aan sportmogelijkheden in de openbare ruimte, zeker nu met Corona. Hier zetten we als gemeente op in. De eigen kracht van de burger staat centraal. We zetten daarbij in op preventie aan het begin van de keten. Om de decentralisatie van de zorgtaken goed te kunnen regelen, is een samenwerkingsverband in Dommelvallei ontstaan, waarin de vormgeving en organisatie van het zorgaanbod gemeenschappelijk geregeld wordt.
De nadruk komt in het zorgaanbod steeds meer te liggen op ‘de eigen verantwoordelijkheid van de burger en zijn/haar sociale omgeving’. Ze worden hierbij ondersteund door de gemeente en maatschappelijke organisaties. De CMD (Centrum Maatschappelijke Deelname) is een laagdrempelige voorziening per gemeente die alle vragen met betrekking tot deelname in de maatschappij beantwoordt. We monitoren of er geen mensen tussen wal en schip vallen. We hebben extra aandacht voor risicogroepen Naast de verenigingen en (sport)clubs speelt Son en BreugelVerbindt een belangrijke rol in het creëren van meer ruimte voor ontmoeting. (Sociaal)culturele en welzijnsactiviteiten die bijdragen aan de sociale cohesie in het dorp worden van harte ondersteund. Om de sociale cohesie in alle kernen op een goed peil te houden en voorzieningen dichtbij te kunnen organiseren is spreiding gewenst. Tegelijkertijd is er kostentechnisch de behoefte en trend te centraliseren.
4.2.3. Gezond en veilig We hanteren als basis voor beleid het concept positieve gezondheid. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. In deze visie is gezondheid niet meer het domein van de zorgprofessionals, maar van ons allemaal. Het gaat immers om het vermogen om met veranderende omstandigheden om te gaan. Daarbij worden de volgende zes dimensies onderscheiden:
31
Dit neemt niet weg dat we ook kijken naar de milieuhinder. Met name geluidhinder en slechte luchtkwaliteit leveren immers een grote bijdrage aan de ziektelast. De lijnen uit het het gemeentelijk Duurzaamheidsbeleid 2016 worden goeddeels overgenomen: het voorkomen van bodemverontreinigingen en het optimaliseren van grondstromen (grondverplaatsing), het voorkomen van verdroging en waterverontreinigingen, het voorkomen van luchtverontreinigingen en geuroverlast, het voorkomen van geluidshinder (vliegverkeer, wegverkeer, industrielawaai en horeca/evenementen) en het voorkomen van onacceptabele situaties met betrekking tot externe veiligheid en volksgezondheid. Er is met name aanvullend beleid nodig voor het wegverkeer (30km/u zones) en de veehouderij. Een groot deel van de lucht- en geluidhinder komt van de luchtvaart en de A50. Dit zijn moeilijk te beïnvloeden factoren, maar we blijven ons daar wel voor inzetten. Met betrekking tot het vliegverkeer van Eindhoven Airport zijn enkele afspraken vastgelegd: Binnen de 20 KE contour mag geen grootschalige woningbouw plaatsvinden, al geeft de WHO een strenger advies. De geluidsoverlast van Eindhoven Airport mag niet verder mag toenemen in de toekomst.
De Proefcasus Eindhoven Airport stelt dat het van belang is om bij de ontwikkelrichting van de Airport in te zetten op verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en meerwaarde creatie voor de regio, waarmee Eindhoven Airport een proeftuin voor de toekomstige luchtvaart is. Het betekent dat we daarnaast zoveel mogelijk moeten bekijken wat we wel kunnen doen, zoals het terugdringen van het lokale verkeer. Ook de overlast van de (zware) industrie op bedrijventerrein Ekkersrijt moet worden teruggedrongen. Hier is sprake van geuroverlast en luchtverontreiniging en in mindere mate van geluidsoverlast. We zoeken actief een oplossing voor de geurhinder van de bedrijven in de westpunt van Ekkersrijt. We pakken de geurhinder aan door een aantal intensieve veehouderijen, in goed overleg met de boeren, in Sonniuswijk te saneren.
32
Met het oog op een gezonde leefomgeving kan aangesloten worden op de Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving opgesteld door de GGD. Per deelgebied regelen we het mengpaneel voor milieuambities in. Daarbij zijn de volgende accenten te leggen: Woongebieden: nadruk op prettige leefomgeving/leefbaarheid Centrum: nadruk op levendigheid, maar geurhinder van restaurants en cafetaria en geluidhinder van evenementen binnen de perken. Breugel-zuidoost en Dommeldal: nadruk op natuur(ontwikkeling) Ekkersrijt: nadruk op bedrijvigheid maar wel vergroenen en meer nadruk op verblijf en langzaam verkeer. Sonniuswijk: nadruk op verbetering milieuwaarden, transitie landbouw, nieuwe woonfuncties en energie. Omgeving Oud Meer: nadruk op natuurwaarden Alle nieuwe ontwikkelingen moeten minimaal de milieusituatie verbeteren. Op basis van monitoring bekijken waar we moet ingrijpen (eventueel door te saneren). In de monitoring nemen we ook het belevingsaspect mee (GGD) Voor de aanpak van ondermijnende activiteiten is het stimuleren van de veerkracht en meldingsbereidheid bij inwoners en ondernemers van belang. We gaan in de normering zoveel mogelijk uit van de WHO-richtlijnen?
4.3.
OOg voor het fraaie landschap – Cultuurlandschap aan De Dommel
4.3.1. Bodem, water en klimaatadaptatie Het is onze ambitie om te komen tot goed functionerende ecosystemen met ideale bodem- en watercondities. Dit draagt bij aan de natuurwaarden (biodiversiteit) en waterveiligheid (kwaliteit en kwantiteit). Volgens wettelijke verplichting stellen we randvoorwaarden aan het hergebruik van bouwstoffen, grond en baggerspecie, in en op de bodem en in oppervlaktewateren om vervuiling ervan te voorkomen. Verder dragen we als gemeente zorg voor een goede bodemwaterkwaliteit in het waterwingebied in Sonniuswijk. We zetten in op een robuust watersysteem. Dit betekent meer ruimte voor water in een adaptieve inrichting en het streven naar efficiënt (her)gebruik van water. Behoud en herstel van het watersysteem van het Dommeldal zijn belangrijke speerpunten. De ‘attentiezone waterhuishouding’ rondom De Dommel is een beschermingszone van gemiddeld 500 meter rondom natte natuurparels, buiten de NNB. Hier gelden restricties voor grondwateronttrekkingen. Dit nemen we over in het omgevingsplan. In het bebouwde gebied hebben we de volgende ambities: Vasthouden, infiltreren, vertraagd afvoeren naar oppervlaktewater/riolering. 33
Toewerken naar een gescheiden rioolsysteem (afkoppelen hemelwater, ontvlechten van waterstromen) en zorgen voor opvangvoorzieningen voor hemelwater. Daarbij werken we toe naar een multifunctioneel en levenscyclusgericht rioolsysteem (energieneutraal). Integratie van klimaat- en waterdoelen in ruimtelijke transities
Waterbergingsgebieden ten behoeve van klimaatadaptatie?
4.3.2. Beleving van natuur, landschap en cultuurhistorie Landschap en cultuurhistorie Eén van de kernkwaliteiten van Son en Breugel is de dooradering van het bebouwde gebied met het landschap. Dit is met name te danken aan de waterlopen en de velen bomen. In het buitengebied is het samenspel van bos, heide, landschappelijk groen, agrarisch ‘weide’groen en cultuurhistorische groene lijnelementen bepalend voor de identiteit van Son en Breugel. Daarom behouden en versterken we waardevolle structuren, lijnen, elementen en dorpsgezichten. Denk aan de laanbeplanting, het gegraven Wilhelminakanaal en het Walkampsdijkje, Bolle en Hooijdonkse Akkers, maar ook historische wegenstructuren en historisch bebouwd gebied. Ook beschermen we monumentale gebouwen en objecten. Zo mogelijk brengen we verloren gegane elementen terug in het landschap. Voornamelijk het Dommeldal en het cultuurlandschap van Breugel zuidoost, maar ook Ekkersrijt en Son centrum kennen hoge archeologische waarden. We beschermen deze waarden (aanwezig/te verwachten) door deze te verankeren in het omgevingsplan. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden deze waarden bij voorkeur zichtbaar gemaakt in het ruimtelijk ontwerp of de landschappelijke inrichting. Dit vereist maatwerk. Nieuwe ontwikkelingen moeten ook een kwaliteitsimpuls geven aan het landschap.
Dit betekent niet alleen een goede landschappelijke inpassing van activiteiten, maar een initiatiefnemer moet ook iets toevoegen aan of terugbrengen in het landschap. Dit komt ook de recreatie en het toerisme ten goede. We werken hiervoor samen met de buurgemeenten in het kader van het Van Gogh-landschap. We besteden aandacht aan cultuurhistorie in de communicatie om inwoners trots te maken op de identiteit en het verhaal van Son en Breugel. Dit kan via cultuureducatie op scholen, maar ook door het ondersteunen van verenigingen en meer ruimte voor kunst en cultuur in de openbare ruimte te reserveren. Natuurnetwerk De natuurgebieden zijn de parels van Son en Breugel. Het parelsnoer moet echter beter. We kiezen er dan ook voor het natuurnetwerk Brabant verder invulling te geven, ook in agrarisch gebied, zodat de ecologische continuïteit kan worden versterkt. Dit speelt met name in Breugel-Zuidoost. Er zijn twee opties: 1. Agrarisch gebruik in beheer van organisaties krijgen, zodat het NNB op grotere schaal gerealiseerd kan worden (dus via verwerving) 2. In particulier eigendom van perceeleigenaar laten waarbij zijzelf met natuurontwikkeling aan de slag gaan. Er bestaat de mogelijkheid om aan de randen van NNB ‘ondernemend NNB te realiseren’, eventueel als kostendrager voor ontwikkeling van NNB. Denk aan tijdelijke energieopwekking op braakliggende 34
gronden. Het Natuurnetwerk loopt door tot in de dorpskern. We realiseren daarnaast de ecologische verbindingen Wilhelminakanaal en verbinding Ekkersrijt en Groote Beek. We maken werk van het vergroten van de biodiversiteit. Zowel binnen als buiten de kern zorgen we ervoor dat het aantal verschillende planten- en diersoorten wordt vergroot. Beleving Het prachtige landschap van Son en Breugel functioneert als recreatief uitloopgebied van de Brainport. Het Oud Meer, Sonse Bergen en het Dommeldal zijn vooral interessante locaties in dit verband. Om het Dommeldal beter beleefbaar te maken verbinden we de kernen Son en Breugel onder meer door wandelpaden (laarzenpad), waarbij we zodanig zoneren dat meest kwetsbare natuurwaarden worden ontzien. Ook in de andere beekdalen moeten we de identiteit versterken en moeten we beleving toevoegen. Het gaat om functiecombinaties van natte ecologische zone, waterberging en recreatie. We moeten nadenken over eventuele aanvullende randvoorwaarden. Om spanning tussen recreatie en biodiversiteit te voorkomen, moeten ook andere gebieden waar biodiversiteit belangrijk is, worden ontzien.
Aangewezen locaties voor recreatieve ontwikkelingen zijn: Onderdoorgang Dommel bij het Wilhelminakanaal Huidige kano-opstapplaats ter hoogte van de Planetenlaan Park Vroonhoven Haven in Wilhelminakanaal recreatief ontwikkelen? Eventueel aangehaakt op snelfietsroute Visplas? De recreatieve voorzieningen, dag- en verblijfsvoorzieningen, moeten passend bij identiteit van het landschap kleinschalig, duurzaam en natuurinclusief zijn. We bieden recreatieve verbredingsmogelijkheden aan boeren. Het gaat niet alleen om recreanten van elders. Ook voor onze eigen inwoners moeten er volop mogelijkheden zijn om eropuit te trekken. Daarom moeten de recreatieve fiets- en wandelnetwerken doorlopen tot in de kernen. Son en Breugel is nu onderdeel van nationaal landschap Het Groene Woud. Het Van Gogh Nationaal Park omvat niet alleen natuurgebieden, maar ook de authentieke Brabantse dorpen. Essentie is om bij alle grote opgaven aandacht te hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke landschappen en het landschap te gebruiken als economisch vliegwiel. Het Van Gogh park krijgt waarschijnlijk een belangrijke rol in creëren van intergemeentelijke samenwerking en communicatie/promotie. Vier ontwikkellijnen van het VGNP zijn: 1. Natuur, landschap en erfgoed als kans 2. Perspectief voor boeren en duurzame (voedsel)productie 3. Natuur en landschap tot in het hart van de stad 4.
Ontwikkeling van duurzaam (cultuur)toerisme
Er ligt een opgave om het NatuurNetwerk Brabant verder uit te rollen, ook in agrarisch gebied. De vraagt ligt voor hoe we dit kunnen aanpakken.
4.3.3. Energietransitie In het kader van de regionale energiestrategie staat Son en Breugel voor een opgave om meer duurzame energie op te wekken. Dit moet zoveel mogelijk eerst in bebouwd gebied plaatsvinden. Er liggen veel kansen op grote daken, zoals scholen en supermarkten en Ekkersrijt. Om aan de ambitie te voldoen zijn dan ook aanvullende maatregelen noodzakelijk. Te denken valt aan collectieve 35
voorzieningen, restwarmte van bedrijven, windmolens of zonneparken. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de aansluitingsinfrastructuur, landschappelijke inpassing, eigenaarschap/lokale financiële participatie. PM!
4.4. OOg voor een duurzame economie – etalage van de dynamische Brainportregio 4.4.1. Circulaire economie Topsectoren Om als Brainportregio internationaal competitief te blijven is het van belang dat een aantrekkelijk woon- en werkklimaat wordt gerealiseerd. Ekkersrijt, en dan met name het Meubelplein en de Sciencepark, speelt hierbij een belangrijke rol. We trekken het huidige beleid van het Masterplan Ekkersrijt en de Visie sciencepark in grote lijnen door: De gemeente wil de economische structuur verbreden, de bereikbaarheid verbeteren en de creativiteit, innovatiekracht en de werkgelegenheid vergroten. We staan verbreding van de branchering toe, met name een toename in speciaalzaken op het gebied van home en living en ‘in en om huis’ winkels. In de detailhandelsvisie van het SGE is de Meubelboulevard Ekkersrijt aangewezen als enige locatie in de regio waar perifere detailhandel, op het gebied van home & living, kan uitbreiden. De ruimtelijke kwaliteit van Ekkersrijt is voor een deel toe aan verbetering. Met name het oude gedeelte Ekkersrijt-oost wordt geherstructureerd. Hier wordt een deel van de woningbouwvraag gerealiseerd. De functiecombinatie wonen en werken faciliteren we hier. Dit geldt ook voor de mogelijkheden om arbeidsmigranten te huisvesten.
Het stenige karakter van de andere delen het bedrijventerrein heeft een negatief effect op de aantrekkelijkheid van het werkmilieu. Een grootschalige vergroening is daarom belangrijk. Bovendien ligt in Ekkersrijt een grote duurzaamheidsopgave en is een actieagenda ontwikkeld voor de klimaatbestendigheid. We sluiten greendeals met bedrijven. Er is een groter wordend risico op ondermijnende criminaliteit in Ekkersrijt. Om dit tegen te gaan is het van belang dat ondernemers voldoende weerbaar zijn. Met de economische ontwikkeling van Ekkersrijt, komt de bereikbaarheid van het bedrijventerrein ook steeds meer onder druk te staan. Daarom vindt op het moment studie plaats naar een twee ontsluiting op Ekkersrijt. De dorpskernen zelf worden ontsloten via drie hoofdverkeersaders, waar tijdens de spits regelmatig opstoppingen voorkomen. We gaan het gesprek aan met de bedrijven in de westhoek om de milieuvervuilend omlaag te brengen.
Het Sciencepark en omgeving moeten verder worden ontwikkeld; wat zijn hier de gewenste kwaliteiten? Voor de retail op de meubelboulevard is de (uitvoering van) de Regionale Retailvisie van belang. 36
De bereikbaarheid (MIRT) - de tweede ontsluiting - het parkeren en de (her)inrichting van de openbare ruimte (schoon, heel, veilig) vragen aandacht. Ook moet worden nagedacht over nieuwe initiatieven zoals hubs, deelmobiliteit, oplaadpalen en -stations voor elektrische voertuigen. In het zuidelijk deel, grenzend aan A50/Esp (gemeente Eindhoven), heeft de gemeente nog acht hectare grond uit te geven. Hiervoor moet nog een visie worden ontwikkeld, bij voorkeur afgestemd op de visie van Eindhoven. Verder zijn de afsplitsing van kantoren en de vraag naar leisure/hotel aandachtspunten.
Kringlooplandbouw Door processen van schaalvergroting komen de kleinschalige landbouwgebieden in Son en Breugel onder druk te staan. Dit heeft dan ook (negatieve) gevolgen voor de leefomgeving. De veehouderij zorgt namelijk voor geuroverlast en aantasting van de luchtkwaliteit. Aan de andere kant wordt in dit proces door boeren wel geïnvesteerd in moderne stallen die de overlast beperken. Van rijkswege wordt ingezet op de transformatie van de landbouw naar een meer circulaire vorm, waarbij meer oog komt voor biodiversiteit, milieuhinder, landschapsbeheer en dierenwelzijn. Son en Breugel wil dit graag faciliteren en kijkt daarbij verder vooruit: vanwege de ligging nabij Eindhoven is het ideaal dat de agrariërs niet voor de wereldmarkt produceren maar voor de lokale markt. Deze trend is al gaande en wordt versterkt door Corona, maar wij geven het graag nog een zetje. De circulaire landbouw en dit langetermijnperspectief passen met name goed bij de relatieve kleinschaligheid en oorspronkelijkheid van Breugel-Zuidoost. Op die manier kan ook het BNN worden ingepast. Het is tegelijkertijd denkbaar zonnepanelen hier goed in groene ‘kamers’ in te passen. In Sonniuswijk wordt een integrale visie voorbereid omdat veel ruimteclaims hier samenkomen en een aantal varkensboeren heeft aangegeven te willen stoppen.
Dit betekent grote milieuwinst voor de bewoners van Sonniuspark en omgeving, maar is ook aanleiding om te bezien wat er met de vrijkomende percelen kan worden gedaan. 4.4.2. Van winkelen naar ontmoeten Het centrum van Son is dé centrale ontmoetingsplek van de gemeente. Dit is versterkt door corona: men winkelt vooral lokaal. Daarom is het belangrijk dat het centrum daartoe uitnodigt. Dit doen we door het centrum meer als verblijfsgebied in te richten door sterk te vergroenen c.q. ontstenen. We gaan ons best doen om samen met de ondernemers de uitstraling van de gevelpanden te verbeteren. In de plinten van het centrum mogen alleen publieke functies; dus winkels en voorzieningen met baliefunctie. In aanloopstraten en op de verdiepingen van de winkels mag gewoond worden. Ook verhogen we de verblijfskwaliteit door de barrièrewerking van wegen te verminderen. Dit kan door de wegen zo te herinrichten dat de fietser en voetganger voorrang hebben en de auto te gast is. Over de Nieuwstraat rollen we als het ware een groen tapijt uit. Het blijft echter mogelijk voor de bus en de auto om door het centrum te rijden, omdat er geen alternatieven zijn. Parkeren gebeurt alleen op grootschalige parkeerplaatsen. We leggen ook sterker de verbinding met het park aan westkant en Dommel, zodat dit onderdeel wordt van het centrum.
Verder zorgen we ervoor dat wandel- en fietsroutes vanzelfsprekend in het centrum uitkomen. Dat geldt ook voor kunstroutes. In het centrum moet voldoende ruimte zijn voor evenementen. 37
Contour van centrumgebied is nog wel een vraagteken. In PS map wel contour die we nu gehanteerd hebben, maar ligt nog open. Te klein winkeloppervlak nog steeds een vraagteken. De vraag of wel/niet kiezen voor concentratie van horecagelegenheden, bijvoorbeeld op het Raadhuisplein.
4.4.3. Goede regionale bereikbaarheid Momenteel wordt regionaal een planstudie uitgewerkt om doorstromings- en leefbaarheidsproblemen in de kernen en het buitengebied op te lossen (doelstelling regionale Bereikbaarheidsagenda 2016). Het uitgangspunt van de ‘Bundelroutes’ is om doorgaande autoverkeer naar de ‘robuuste randen’ te brengen. Het gaat hierbij om de wegen: N79 – A67 – A2 – A58 – A50. De Bundelroutes moeten de verkeersstromen opvangen en in combinatie met andere maatregelen die fiets- en openbaar vervoer gebruik stimuleren, ervoor zorgen dat de congestie en overlast vermindert. Een tweede aansluiting op Ekkersrijt, ter hoogte van Ekkersrijt Oost, is onderdeel van de realisatie van deze Bundelroutes. We zetten sterk in op vermindering van het autogebruik in Son en Breugel. Dit is gelet op de hoge milieulast belangrijk. Alle beetjes helpen. Ook is meer bewegen goed voor de gezondheid. Als bovendien op termijn het autobezit afneemt komt er meer ruimte voor groen. Onmoediging van het gebruik van de auto doen we door de mogelijkheden voor het openbaar vervoer en het langzaam verkeer te vergroten. Om HOV systeem uit te rollen wordt ingezet op zogenaamde ‘smart hubs’ – fysieke locaties waar netwerken van beschikbare modaliteiten samen komen, waarbij reisadvies door middel van datakoppeling wordt gegeven.
In Son en Breugel wordt ingezet op een lokale hub met overstapmogelijkheden van auto, bus en fiets. Door de provincie wordt gewerkt aan snelfietspaden – de slowlane – zodat de Brainport snel en goed bereikbaar is met de fiets. Deze slowlane zal onder andere over het Ekkersrijt gaan, door het Sciencepark en de Meubelboulevard. Dit gedeelte van de Slowlane wordt in 2020 gerealiseerd. Om ook de dorpskern op de slowlane aan te sluiten, is een inprikker op de Eindhovenseweg gerealiseerd. Voor verdere optimalisatie van een goede aansluiting op de regionale fietsverbinding is het belangrijk dat de overige missende links in Son en Breugel (Sonniuswijk ; Breugel noord) worden gerealiseerd. Een van de speerpunten is dat de voetgangersverbindingen en voorzieningen in de dorpskern voor iedereen goed toegankelijk zijn. Dit is met het oog op de vergrijzing ook erg belangrijk, aangezien ouderen kwetsbaar zijn en sneller vallen. Hiermee moet bij de inrichting van het openbaar gebied rekening worden gehouden.
38
Omgevingsvisiekaart Son en Breugel, de brug naar een zonnige toekomst!
39
5. Koers per deelgebied 5.1. Inleiding In de voorgaande inhoudelijke onderdelen zijn de belangrijkste kwaliteiten, trends en ontwikkelrichtingen beschreven en samengevat in de omgevingsvisiekaart. Dit vormt de kern van de omgevingsvisie. De gemeente heeft echter een grote verscheidenheid aan kernen, wijken en landschappen. We streven ernaar om zeggenschap van inwoners over hun eigen woon- en leefomgeving te versterken, met maatwerk waar mogelijk. We werken dus zo gebiedsgericht mogelijk. Met als doel; het realiseren van een gezamenlijke en integrale aanpak van de leefbaarheid in de buurten en dorpen, zowel binnen als buiten. Omdat we streven naar zo inzichtelijk en voorspelbaar mogelijk beleid in de omgevingsvisie hebben we voor diverse typen gebieden en kernen een nadere uitwerking gemaakt. De gebiedsgerichte vertaling biedt de benodigde detaillering voor doorwerking in onder andere het omgevingsplan en is essentieel voor de functionaliteit als afwegingskader. We doen dit door (op basis van een prioritering van de diverse ontwikkelrichtingen) de specifieke kwaliteiten, opgaven en uitgangspunten voor de verschillende gebieden te beschrijven. We staan per gebied ook stil bij de ambitiebepaling op het gebied van milieu, gezondheid en veiligheid (PM). We hanteren hierbij de volgende deelgebieden:
40
5.2. Dorpskernen / woonwijken
41
Milieukaders
42
5.3. Centrum Son & Breugel (PM toevoegen schetsen)
43
Milieukaders
44
5.4.
Ekkersrijt
45
Milieukaders
46
5.5.Sonniuswijk
47
Uitgangspunten Sonniuswijk is in 2050 geslaagd als bijgedragen is aan en/of rekening gehouden is met (PM aanpassen laatste ontwikkelingen): Het verbinden Van Gogh Nationaal Park, het Groene woud en het Rijk van Dommel en Aa Kleinschalige zelfvoorzienende woningbouw Voorkomen van grootschalige woningbouw, want: o Wordt enclave in niemandsland o Toename verkeersbewegingen o Barrièrewerking A50 (alleen als overkluizen) Gentiaan Het voorkomen van verpaupering/criminaliteit Het aanpassen van infrastructuur aan verkeersbewegingen; dus niet zomaar verkeersaantrekkende functies toelaten Sport/voorzieningen dichtbij wonen houden: sporten jeugd (veiligheid), ouderen Begroting: structurele bron, maar uitgangspunt? Landbouw in de vorm van kringlooplandbouw, passend bij andere kwaliteiten met zoveel mogelijk lokale afname van productie (voorbeeld voedselbos, Heerenboeren) De waterstructuur Het feit dat het een recreatief uitloopgebied is van de MRE Een goede verdeling tussen open, half-open, dichte landschapsstructuur Het voorkomen van concurrentie van eventuele horeca en detailhandel met centrum Het feit, dat als er een recreatiepark wordt toegestaan, dit zelfvoorzienend moet zijn Het verhogen van de woonkwaliteit van Sonniuspark.
Dus geurhinder moet omlaag De bijdrage van energieopwekking aan landschap en andere doelen Het invullen van voormalig agrarische bedrijfscomplexen/bebouwing (VAB’s). Dit mag geen extra verkeer aantrekken, het moet in het bestaande volume en de ruimtelijke uitstraling moet verbeterd worden. De vraag is of opslag hieraan voldoen kan.
48
49
Milieukaders
50
5.6.Natuurgebieden
51
Milieukaders
5.7. Breugel (zuid)oost / Beekdal de Dommel
52
Milieukaders
53
6. Uitvoeringsparagraaf en monitoring PM
54