CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

6. planregels herstel bp Buitengebied; Herziening 2017 nav RvS

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Gedeeltelijk herstel vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied; herziening 2017“ (bestuurlijkelus) n.a.v. uitspraak Raad van State 19 mei 2021.35.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.

5.2.2

Bebouwing binnen bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mogen uitsluitend worden opgericht: a agrarische bedrijfsgebouwen; met dien verstande dat: 1 het oprichten van kassen niet is toegestaan; 2 voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen tevens de volgende bepalingen gelden: · voor veehouderijen buiten de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' en voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. · voor niet-grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.

71

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

b per agrarisch bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden”, maximaal het aangegeven aantal bedrijfswoningen is toegestaan; 2 bedrijfswoningen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; de volwaardigheid dient te worden aangetoond door een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; c bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf waarbij voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' tevens de volgende bepalingen gelden: 1 De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde die: · op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel · gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

2 Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. 5.2.3

Maatvoering en situering bebouwing binnen bouwvlak De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" is als volgt:

BEDRIJFSGEBOUWEN PER BOUWVLAK

MIN.

MAX.

goothoogte

n.v.t.

6m

bouwhoogte

n.v.t.

12 m

afstand zijdelingse perceelsgrens

5m

BEDRIJFSWONING

MIN.

MAX.

goothoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

6m

bouwhoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

10 m maximaal 750 m3 , (incl. aangebouwde bijgebouwen)

inhoud VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN, CARPORTS en/of OVERKAPPINGEN BIJ BEDRIJFSWONING

MIN.

MAX.

gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning

n.v.t.

100 m2

goothoogte

n.v.t.

3,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

6m

BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE

MAX.

Inhoud mestopslagsilo's per bedrijf

2500 m3

Bouwhoogte erfafscheidingen

Voor voorgevelrooilijn: 1 m; Overige: 2 m

72

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

Bouwhoogte carport c.q overkappingen

3,5 m

Oppervlakte carport c.q. overkappingen

20 m2

Bouwhoogte overige bouwwerken

15 m

Sleufsilo's mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gesitueerd

5.2.4

Herbouw Aanvullend gelden voor herbouw van een bestaande (bedrijfs)woning de volgende voorwaarden: a de voorgevel van de te herbouwen (bedrijfs)woning wordt geplaatst in de voorgevelrooilijn van de aanwezige (bedrijfs)woning; b de bebouwingstypologie (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen (bedrijfs)woning wijkt niet af van de bouwwijze van de aanwezige (bedrijfs)woning; c er moet, voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden, sprake zijn van zowel een planologische (omgevingsvergunning of melding voor het slopen) als financiële (sloop- en uitvoeringsovereenkomst) zekerheidsstelling omtrent de sloop van de reeds aanwezige (bedrijfs)woning; d herbouw van gesplitste cultuurhistorisch waardevolle panden / boerderijen is niet toegestaan; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.

5.2.5

(Maatvoering) bebouwing buiten bouwvlak Voor het oprichten van bouwwerken buiten de aanduiding "bouwvlak" geldt het volgende: a Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat: 1 de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen maximaal 1,5 m mag bedragen; 2 het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; 3 nieuwe teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan. b Ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximale bouwhoogte van 2 m. c Paardenbakken buiten de aanduiding "bouwvlak", zijn niet toegestaan.

5.3

Afwijken van de bouwregels

5.3.1

Omgevingsvergunning minicamping Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van het toestaan van minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a een minicamping en bijbehorende voorzieningen is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Brabant'; b kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan: 1 ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; en/of

73

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

2 binnen een afstand van maximaal 100 m van de aanduiding 'bouwvlak', gerekend vanaf de achtergrens van dit bouwvlak; en/of 3 binnen een afstand van 100 m van het eigen bestemmingsvlak 'Wonen of 'Bedrijf; c kampeermiddelen dienen op minimaal 25 meter afstand van gebouwen en percelen van derden te worden geplaatst; d slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans); e er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; f gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak", met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 en een maximale bouwhoogte van 5,5 m; g de sanitaire voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; h er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; i het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op

eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden. 5.3.2

Omgevingsvergunning hogere erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.5 onder a sub 1 teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen buiten de aanduiding "bouwvlak" een grotere bouwhoogte toe te staan tot maximaal 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de grotere bouwhoogte is noodzakelijk om dieren binnen de wei te houden; b de erf- en perceelsafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van afrasteringen; c het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de waarden als omschreven in 5.1.

5.3.3

Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 onder a teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits in aanvulling op de voorwaarden in 5.2.4 aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; c door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast;

74

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

d er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd. 5.3.4

Omgevingsvergunning met betrekking tot het vergroten inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3 ten aanzien van de maximaal toegestane inhoud van een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a er is sprake van een cultuurhistorisch waardevol object, zoals opgenomen in de verbeelding met de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; b de bestaande bouwmassa van het cultuurhistorisch waardevol object mag niet worden vergroot, waarbij de bouwmassa wordt gebaseerd op de oorspronkelijke bouwmassa, inclusief inpandige bijgebouwen en/of stallen; c de afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden; d er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.

5.3.5

Omgevingsvergunning hogere goothoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.3, teneinde een goothoogte toe te staan van maximaal 7 m, mits aantoonbaar is dat de hogere goothoogte noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering dan wel voortvloeit uit de milieuwetgeving. De hogere goothoogte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden.

5.3.6

Omgevingsvergunning bouw dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.2 onder a voor het bouwen of vergroten van een dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het vergroten van de oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van het houden van geiten is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.

75

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 5.3.6 onder e is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

g Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die wordt opgericht; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.

5.4

Specifieke gebruiksregels

5.4.1

Gebruik overeenkomstig de bestemming In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik in overeenstemming met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor mestbewerking van op het eigen bedrijf geproduceerde mest.

5.4.2

Strijdig gebruik In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen: a het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de

76

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

c d e f g h

i 5.4.3

gemeente Son en Breugel

agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; detailhandel, behoudens het bepaalde in 5.1.2 onder c; buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; vrijstaande bijgebouwen en/ of aangebouwde bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; het bewonen van bedrijfsruimte; het afgraven, verlagen, egaliseren of ophogen van de bodem ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - aanlegvergunning aardkundig waardevol"/ 'wetgevingzone aanlegvergunning aardkundig waardevol'; het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen, niet zijnde bouwwerken.

Veehouderijen Voor veehouderijen gelden de volgende gebruiksregels: a De vestiging van en de omschakeling naar een geitenhouderij is niet toegestaan,

tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen, waar ten hoogste twee bouwlagen mogen worden gebruikt. c Een gebruikswijziging van gebouwen, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen, is niet toegestaan indien daardoor de de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven meer bedraagt dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven: 1 die op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of legaal in uitvoering zijn; 2 die gebouwd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan.

Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een veehouderij op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel

77

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

- een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'geregistreerde meldingen'. e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 5.3.6 of 5.5.5 is het bepaalde onder d onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking.

5.5

Afwijken van de gebruiksregels

5.5.1

Omgevingsvergunning zorgverlenende nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1.2 onder b teneinde – bedrijfsmatige- nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij een agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b de nevenactiviteit kan uitsluitend worden toegestaan, indien er sprake is van een directe relatie tussen de zorgfunctie en het agrarisch bedrijf; c indien er nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de nevenfunctie, dan kan advies worden ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; d de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m2; e de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf mag maximaal 500 m2 bedragen; de oppervlakte die nodig is voor het plaatsen van kampeermiddelen wordt hierbij niet meegerekend; f het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; h het woon- en

leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; i de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; k het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden.

5.5.2

Omgevingsvergunning recreatieve nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1.2 onder b teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijs- of kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed & breakfastvoorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering en dient bedrijfsmatig te worden geëxploiteerd; b de nevenactiviteit is kleinschalig en bezoekersextensief

78

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

c verblijfsrecreatieve activiteiten zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vakantieappartementen, kamerverhuur, bed & breakfast e.d.; kampeermiddelen en stacaravans zijn niet toegestaan; d er mogen per bedrijf maximaal 5 vakantieappartementen worden toegestaan, met dien verstande dat de appartementen binnen de bestaande bebouwing zijn opgenomen, nieuwbouw is niet toegestaan; e maneges zijn niet toegestaan; f de nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de nevenactiviteit is daarnaast toegestaan in cultuurhistorisch waardevolle vrijstaande bijgebouwen; g bed & breakfast is toegestaan met een maximum van 10 (éénpersoons)bedden per agrarisch bedrijf waarbij tevens de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5.1.2 onder l van toepassing zijn; h de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 500 m2; i ondergeschikte en ondersteunende horeca, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; j de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en

dierenwelzijnswetgeving; m er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; n het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; o ten behoeve van de nevenactiviteit is ondersteunende horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; p detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm; q het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden; r vooraf kan door de gemeente advies worden ingewonnen bij de commissie Recreatie en Toerisme. 5.5.3

Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.1.2 onder d teneinde een grotere vloeroppervlakte ten behoeve van inpandige statische opslag toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; c de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; d detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; e de milieubelasting mag niet toenemen;

79

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

f

de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; h het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; k het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden. 5.5.4

Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.2 onder h ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de huisvesting vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; b deze omgevingsvergunning wordt voor maximaal 5 jaar verleend; c de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; d de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; e de huisvesting duurt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; f de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan

te worden overlegd; j er dient op eigen erf of terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien.

5.5.5

Omgevingsvergunning gebruik dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.3 onder c voor het in gebruik nemen van gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het in gebruik nemen van dierenverblijven voor het houden van geiten is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is

opgeheven. b Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' een gebruikswijziging uitsluitend is toegestaan voor een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld,

80

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. d De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving. e Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert.

f Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 5.5.5 onder f is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). g Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. h Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die in gebruik wordt genomen; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de ingebruikname van een

dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.

5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunning) 5.6.1

Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en

81

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

werkzaamheden) de in het schema onder 5.6.4 omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren. 5.6.2

opgenomen

Uitzonderingen vergunningenplicht Het onder 5.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning danwel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; d welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.

5.6.3

Toetsing aan aanwezige waarden De in 5.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 5.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 5.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.

5.6.4

Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden

Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden · het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden tot leidingen; onevenredige aantasting van de agrarische belangen; · ter plaatse van de aanduiding "wro-zone aanlegvergunning aardkundig waardevo l"/ 'wetgevingzone - aanlegvergunning aardkundig waardevol' mogen deze aardkundige waarden niet blijvend worden aangetast; · er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschaps- en natuurwaarden; ·

het afgraven, ophogen en egaliseren danwel het diepploegen en diepwoelen van de bodem; (buiten de gronden met de aanduiding wro-zone aanlegvergunning aardkundig waardevol"/ 'wetgevingzone - aanlegvergunning aardkundig waardevol'')

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschaps- en natuurwaarden; · ter plaatse van de aanduiding "wro-zone aanlegvergunning hoge akkers "/ 'wetgevingzone aanlegvergunning hoge akkers' mogen de cultuurhistorische waarden van de akkers niet blijvend worden aangetast;

· · · ·

het vellen of rooien van houtgewas; het omzetten van grasland in bouwland; het dempen van poelen en sloten; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2.

·

er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschaps- en natuurwaardenwaarden;

·

het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan wel het recreatief medegebruik; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke en natuurwaarden.

·

82

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

5.7

Wijzigingsbevoegdheid

5.7.1

Wijziging naar wonen/ t.b.v. woningsplitsing

gemeente Son en Breugel

Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in de bestemming Wonen waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij voor wonen kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (beiden inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e woningsplitsing is uitsluitend toegestaan voor het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; f bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst; de minimale inhoud van de beide gesplitste woningen dient 350 m3 te bedragen; g de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning; indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 100 m2 vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige

bedrijfsgebouwen, tot een totaal maximum van 200 m2 per woning; hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan, te worden gesloopt; sloop van cultuurhistorisch waardevolle panden en monumentale panden is niet toegestaan; h uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; i voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; j er wordt voldaan aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens een op deze wet gebaseerde verordening; k de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; n er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; o de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve

mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; p er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming;

83

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

q de regels van de bestemming Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 5.7.2

Wijziging naar Bos of Natuur Burgemeester en wethouders kunnen gronden wijzigen in de bestemming Natuur ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuurelementen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a de inrichting dient zodanig te zijn dat de nabijgelegen agrarische bedrijven geen onevenredige belemmering ondervinden in de bedrijfsontwikkeling; b de natuurontwikkeling op deze gronden geschiedt enkel op basis van vrijwillige medewerking van de grondeigenaren; c de grondeigenaar is bereid en in staat om het terrein als natuur in te richten; d er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.

5.7.3

Wijziging t.b.v. vergroting./vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van de aanduiding "bouwvlak" tot maximaal 1,5 ha, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a vergroting is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'; b ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat vergroting/ vormverandering enkel is toegestaan indien deze omschakeling een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; c de vergroting en/of vormverandering is uitsluitend toegestaan indien aangetoond wordt, dat de wijziging noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de huisvestigingseisen voortvloeiend uit het 'Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij'en uit de op grond van de 'Gezondheids- en welzijnswet voor dieren' gestelde eisen; d het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; e het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de

waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding "bouwvlak" wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; indien sprake is van uitbreiding of vormverandering van een intensieve veehouderij, dient in het beplantingsplan te worden aangetoond, dat tenminste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor goede landschappelijke inpassing; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; i de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.

84

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

5.7.4

gemeente Son en Breugel

Wijziging t.b.v. ruwvoeropslag Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de realisatie van voorzieningen voor ruwvoeropslag. Hiervoor mag het bouwvlak worden vergroot en de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - ruwvoeropslag" worden toegevoegd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer en het is niet mogelijk de ruwvoeropslag binnen het bouwvlak te realiseren; b de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; c uitsluitend ten behoeve van ruwvoeropslag mag het bouwvlak worden vergroot met een maximum van 5.000 m² waarbij de totale oppervlakte van het bouwvlak nooit meer bedraagt dan 2 ha; d de vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bouwvlak; e ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch – ruwvoeropslag" is het bouwen van gebouwen niet toegestaan; f het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de

waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.

85

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

Artikel 6

gemeente Son en Breugel

Bedrijf

6.1

bestemmingsomschrijving

6.1.1

Algemeen De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a niet-agrarische bedrijven; b water en waterhuishoudkundige voorzieningen; één en ander met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen en overeenkomstig de in 6.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.

6.1.2

Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 6.1.1:

a

Type bedrijf

Afkorting

Aanduiding/ type bedrijf

Adres

Beb. Opp in m2

A

niet agrarische bedrijvigheid

(sb-avb)

specifieke vorm van bedrijf afvalverwerkingsbedrijf

Ockhuizenweg 5

2200

(sb-au)

specifieke vorm van bedrijf autobedrijf

Planetenlaan 3a

350

(sb-ba)

specifieke vorm van bedrijf – Sonniuswijk ong. baken Eindhoven airport

6

(sb-gas)

specifieke vorm van bedrijf gasstation

Stakenburgstraat ong.

100

B

agrarisch verwante en/of agrarische hulpbedrijven

(sb-lw)

specifieke vorm van bedrijf loonwerkbedrijf

Olen 6c

2420

(sb-ato)

specifieke vorm van bedrijf – Olen 9 agrarisch toeleveringsbedrijf

1360

(sb-dp)

specifieke vorm van bedrijf dierenpension

Stakenburgstraat 21

1060

(sb--ob)

specifieke vorm van bedrijf ontsmettingen en bestrijdingen voor de agrarische sector

Sonniuswijk 43/45

2500

(tc)

tuincentrum

Wolfswinkel 1

380

(nb)

nutsbedrijf (rioolgemaal)

Kanaaldijk Noord ong.

50

Afwijkende maatvoeringseis

86

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

(sb-brb)

specifieke vorm van bedrijfboomrooibedrijf

Airborneweg 25

610

(sb-aao)

specifieke vorm van bedrijfaardappelopslag

Bokt 1

900

(hv)

hovenier

De Kuilen 3d

280

(hv)

hovenier

De Kuilen 4a

0

(hv)

hovenier

Van den Elsenstraat 60

220

(hv)

hovenier

Rooijseweg 4

1220

(hv)

hovenier

Hooijdonk 7

600

(op)

opslag

Kanaaldijk zuid 1a

300

(op)

opslag

De Kuilen 4

800

(op)

opslag (caravans)

Rooijseweg 12

3600

(hv) (tc)

Tuincentrum hoveniersbedrijf

Eindhovenseweg 27

4000

6.2

Bouwregels

6.2.1

Toegestane bebouwing

max 53 m2 voor detailhandel

max. 2690 m2 voor detailhandel

Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 6.2.2

Bedrijfswoning Voor bedrijfswoningen geldt het volgende: per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: a indien ter plaatse de aanduiding “bedrijfswoning uitgesloten” is opgenomen, een bedrijfswoning niet is toegestaan; b indien ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden” is aangegeven, het aangegeven aantal bedrijfswoningen is toegestaan.

6.2.3

Bouwvlak Indien en voor zover binnen een bestemmingsvlak een aanduiding "bouwvlak" is aangegeven, mogen gebouwen uitsluitend worden opgericht ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak".

6.2.4

Bebouwde oppervlakte De bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan de oppervlakte als opgenomen in de tabel in 6.1; deze bebouwde oppervlakte is exclusief de bebouwde oppervlakte ten behoeve van een bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen.

6.2.5

Maatvoering De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is als volgt: BEDRIJFSGEBOUWEN

MIN.

MAX.

goothoogte

n.v.t.

6m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

afstand zijdelingse perceelsgrens

5m

n.v.t.

87

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

BEDRIJFSWONING

MIN.

MAX.

goothoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

6m

bouwhoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

10 m maximaal 750 m3, (incl. aangebouwde bijgebouwen)

inhoud afstand zijdelingse perceelsgrens

5m

n.v.t.

VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN , CARPORTS en/of OVERKAPPINGEN BIJ (BEDRIJFS)WONING

MIN.

MAX.

gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen

n.v.t.

100 m2

goothoogte

n.v.t.

3,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

6m

BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE MAX. Bouwhoogte erfafscheidingen

Voor voorgevelrooilijn: 1 m; Overige: 2 m

Bouwhoogte carport c.q overkappingen

3m

Oppervlakte carport c.q. overkappingen

20 m2

Bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde

10 m

Voor zover in de tabel in 6.1 maatvoeringseisen zijn opgenomen, gelden deze eisen in afwijking van bovenstaande tabel. 6.2.6

Herbouw Aanvullend gelden voor herbouw van een bestaande (bedrijfs)woning de volgende voorwaarden: a de voorgevel van de te herbouwen (bedrijfs)woning wordt geplaatst in de voorgevelrooilijn van de aanwezige (bedrijfs)woning; b de bebouwingstypologie (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen (bedrijfs)woning wijkt niet af van de bouwwijze van de aanwezige (bedrijfs)woning; c er moet, voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden, sprake zijn van zowel een planologische (omgevingsvergunning of melding voor het slopen) als financiële (sloop- en uitvoeringsovereenkomst) zekerheidsstelling omtrent de sloop van de reeds aanwezige (bedrijfs)woning; d herbouw van gesplitste cultuurhistorisch waardevolle panden / boerderijen is niet toegestaan; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.

88

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

6.3

Afwijken van de bouwregels

6.3.1

Omgevingsvergunning oppervlakte bebouwing niet-agrarische bedrijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde van de in 6.2 gestelde maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van niet-agrarische bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de in 6.2.4 juncto 6.1.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot, indien het de bedrijven betreffen als opgenomen onder A in de tabel; indien de aanvraag een agrarisch verwant of agrarisch hulpbedrijf betreft, zijnde de bedrijven als opgenomen onder B in de tabel, kan een uitbreiding van max. 25% kan worden toegestaan; b in afwijking van het bepaalde onder a.

kan ter plaatse van het bestemmingsvlak met de aanduiding 'sb-avb' (afvalverwerkingsbedrijf) een vergroting van de toegestane maximale bebouwde oppervlakte worden toegestaan van maximaal 1000 m2; c de vergroting dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; d de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; e er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; f er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; g de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; k er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; l het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 6.1 omschreven waarden.

6.3.2

Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.2.6 onder a teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits in aanvulling op de voorwaarden in 6.2.6 aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; c door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.

89

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

6.3.3

gemeente Son en Breugel

Omgevingsvergunning met betrekking tot het vergroten inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.4 ten aanzien van de maximaal toegestane inhoud van een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a er is sprake van een cultuurhistorisch waardevol object, zoals opgenomen in de verbeelding met de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; b de bestaande bouwmassa van het cultuurhistorisch waardevol object mag niet worden vergroot, waarbij de bouwmassa wordt gebaseerd op de oorspronkelijke bouwmassa, inclusief inpandige bijgebouwen en/of stallen; c de afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden; d er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.

6.4

Specifieke gebruiksregels

6.4.1

Strijdig gebruik In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen: a het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; b detailhandel, behoudens voor zover noodzakelijk ten behoeve van de bestemming; c voor (ondersteunende) horeca; d vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; e woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; f het bewonen van bedrijfsruimte; g een seksinrichting. h geluidzoneringsplichtige inrichtingen; i risicovolle inrichtingen;

6.5

Wijzigingsbevoegdheid

6.5.1

Wijziging naar andere vorm van niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een andere vorm van niet-agrarische bedrijvigheid toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a aangetoond dient te worden dat er sprake is van een ruimtelijke en milieukundige verbetering; een ruimtelijke en milieukundige verbetering betekent dat er een afname van bebouwing (niet zijnde gemeentelijk monument of een rijksmonument dan wel woonboerderijpand) plaatsvindt alsmede een visueel ruimtelijke verbetering van de situatie en/of een vermindering van de milieubelasting; b er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; 90

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

c de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; d voldaan moet worden aan de maatvoeringseisen uit 6.2; e detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover zulks in ondergeschikte vorm noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en niet leidt tot een al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 100 m2; f de beoogde ontwikkeling leidt niet tot twee of meer zelfstandige bedrijven; g geen zelfstandige kantoorvoorziening of een baliefunctie toegestaan; h de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; j het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; k er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; l uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. 6.5.2

Wijziging naar wonen/ t.b.v. woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming Wonen waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning voor wonen kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning (inclusief inpandige deel/stal) mag niet worden vergroot; b de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; c woningsplitsing is uitsluitend toegestaan voor het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; d bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst; de minimale inhoud van de beide gesplitste woningen dient 350 m2 te bedragen; e de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning; indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 100 m2 vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een totaal maximum van 200 m2 per woning; hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan, te worden gesloopt; sloop van cultuurhistorisch

waardevolle panden en monumentale panden is niet toegestaan; f uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; g voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; h er wordt voldaan aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens een op deze wet gebaseerde verordening; i de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;

91

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

j

het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; l er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; m de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; n er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; o de regels van de bestemming Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 6.5.3

Wijziging t.b.v. een (vollegronds)teeltbedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen ten behoeve van het opnemen van de bestemming met bijbehorende regels als opgenomen in Artikel 3 Agrarisch of Artikel 4 Agrarisch met waarden - 1 teneinde ter plaatse van het bestemmingsvlak indien geen aanduiding "bouwvlak" is opgenomen, een aanduiding "bouwvlak op te nemen ten behoeve van een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a het betreft uitsluitend een grondgebonden bedrijf (vollegronds)teeltbedrijf; b er dient sprake te zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een agrarisch bedrijf dat na verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig agrarisch bedrijf; dienaangaande wordt advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen ingewonnen; c op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; d de bedrijfswoning wordt gevestigd in de bestaande woning; e uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; f er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; g bebouwing die niet noodzakelijk is voor de nieuwe bestemming (overtollige bebouwing) dient te

worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is; h de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; j het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; k er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10584655/1