3. Plan van aanpak regio doordecentralisatie
Tekst van het document
Plan van aanpak Doordecentralisatie Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang
23 mei 2019
Dit plan is gezamenlijk opgesteld door de gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eindhoven, Eersel, Geldrop-Mierlo, HeezeLeende, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
Inhoud 1
Aanleiding ........................................................................................................................................ 2
2
Visie ................................................................................................................................................. 3 2.1
Beschermd wonen ................................................................................................................... 3
2.2
Maatschappelijke opvang ........................................................................................................ 4
3
Huidige situatie ................................................................................................................................ 5
4
Ontwikkelopgaven ........................................................................................................................... 5 4.1
Overzicht lokaal of regionaal ................................................................................................... 6
4.2
Lokale opgaven ....................................................................................................................... 9
4.3
Wonen en leefbaarheid ......................................................................................................... 11
4.4
Ondersteuningsaanbod ......................................................................................................... 13
4.5
Werk en dagbesteding ........................................................................................................... 14
4.6
Kwaliteit ................................................................................................................................. 15
5
Financiële afspraken ..................................................................................................................... 17
6
Planning ......................................................................................................................................... 18
7
Governance ................................................................................................................................... 19
Bijlage 1: Huidige uitvoering .................................................................................................................. 20 Bijlage 2: Cijfers ..................................................................................................................................... 24
1
1 Aanleiding Sinds het ingaan van de Wmo 2015 is beschermd wonen een gemeentelijke taak, maatschappelijke opvang was dat al eerder. De financiële middelen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang gaan nu nog naar de centrumgemeenten. De financiële middelen worden (naar verwachting) per 1 januari 2021 gedecentraliseerd naar alle gemeenten. Dit past bij de wettelijke opdracht aan iedere gemeente om de verantwoordelijkheid te dragen voor het ondersteunen van kwetsbare inwoners, ook als die inwoners beschermd wonen of maatschappelijke opvang nodig hebben. De beweging die daarmee wordt ingezet is van ‘regionaal wat moet, lokaal wat kan’ naar ‘zo lokaal mogelijk en regionaal wat noodzakelijk is’. Om deze beweging te maken moeten gemeenten samenwerken en afspraken maken over de inhoud en de financiën. De uitdaging zit hem in de verkenning van deze samenwerking. Regio Eindhoven is centrumgemeente voor de gemeenten Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Eindhoven, Eersel, Geldrop-Mierlo, Heeze-Leende, Nuenen, Oirschot, Reusel-de Mierden, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. Besluit regionaal samenwerkingsverband De VNG heeft centrumregio’s gevraagd om vóór 1 januari 2017 aan te geven in welke samenwerkingsregio zij willen samenwerken rondom het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang.
Op 13 december 2016 heeft de regio Eindhoven besloten om het huidige samenwerkingsverband niet te wijzigen. Dit betekent dat de 15 gemeenten binnen de regio Eindhoven beleidsmatig en planvormmatig regionaal blijven samenwerken. Aanvullend zijn richting de VNG een tweetal opmerkingen kenbaar gemaakt. Allereerst bekijkt de regio Eindhoven als onderdeel van de planvorming of het mogelijk en wenselijk is om de doordecentralisatie (op onderdelen) eerder te laten plaatsvinden, een mogelijkheid die naar mate de tijd vordert steeds kleiner wordt. Daarnaast willen de gemeenten benadrukken, dat gaandeweg de ontwikkelingen gemeenten de keuzevrijheid willen hebben inzake de uitvoering van deze taken en het samenwerkingsverband. In dit plan zijn acties gekoppeld aan alle afspraken die regionaal al gemaakt zijn. Om de doordecentralisatie verder vorm te kunnen geven, zal invulling gegeven moeten worden aan de benoemde acties. Dit plan is niet ‘in beton gegoten’. Nieuwe inzichten gedurende het proces kunnen leiden tot veranderingen.
2
2 Visie 2.1 Beschermd wonen In opdracht van de VNG heeft de adviescommissie Toekomst beschermd wonen (commissie Dannenberg) een rapport opgesteld met de titel ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Dit rapport, een latere uitwerking met aanbevelingen van de heer Dannenberg voor de regio Eindhoven én de visie op de groep inwoners met ernstige psychiatrische aandoeningen genaamd ‘de Stip’ vormen de basis voor dit plan van aanpak. In het advies van de Commissie Toekomst beschermd wonen staat een nieuwe kijk op psychisch lijden en gezondheid centraal. De commissie spreekt over burgerschap, zelfbepaling, hoop, perspectief en een positieve kijk op gezondheid. Hierbij hoort de inclusieve gedachte: mensen met een psychische kwetsbaarheid maken zoveel mogelijk onderdeel uit van de samenleving. Zij dragen een eigen verantwoordelijkheid, net als het sociale netwerk om de persoon heen, maar zij kunnen ook rekenen op vraaggerichte zorg. De herstelgedachte is daarbij leidend. Om het herstel zo optimaal mogelijk te laten verlopen, is het beschermd wonen gebaat bij een nauwe aansluiting op de lokale ondersteuningsketen. Een preventieve aanpak of snel handelen bij problemen voorkomt erger. Het is hierbij van belang dat zorg en ondersteuning zo flexibel mogelijk worden georganiseerd qua duur en intensiteit.
Navolgend betekent dit een afbouw van intramurale voorzieningen en een toename van lichtere woonvormen of inzet op ambulante begeleiding. Alles is gericht op het behoud van een persoon in zijn of haar woning of – indien opname niet kan worden voorkomen – een zo spoedig mogelijke uitstroom uit een intramurale voorziening. De gemeente speelt een belangrijke rol in het creëren van de juiste condities in de (lokale) samenleving, zodat mensen ook kunnen uitstromen. Tevens onderschrijven wij dat de beweging die de commissie voorstaat niet voor iedere inwoner mogelijk en haalbaar is. Er zal altijd een groep zijn die behoefte heeft aan langdurige en soms intensieve ondersteuning waar soms ook 24 uur per dag toezicht aanwezig is. De commissie somt uiteindelijk een aantal aspecten op, die bijdragen aan de nieuwe, meer vraaggerichte en op inclusie gerichte uitvoering van het beschermd wonen. De gemeenten in de regio Eindhoven onderschrijven deze visie en opgaven richting een meer inclusieve samenleving: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Versterken van zelfmanagement, ervaringsdeskundigheid en informele zorg; Garanderen van langdurige begeleiding met flexibele intensiteit; Ondersteuningscontinuüm voor herstel en participatie; Een breed arsenaal van woonvarianten; Beschikbare en betaalbare wooneenheden; Laagdrempelige toegang tot zorgfuncties; Duurzaam samenwerken tussen gemeenten en zorgverzekeraars; Borgen van kwaliteit en vraaggerichtheid van ondersteuning.
De Stip Naast het rapport van de commissie Toekomst beschermd wonen is er in de regio Eindhoven in 2016 en 2017 gekeken naar de zorg voor de groep inwoners met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Een werkgroep bestaande uit medewerkers van de gemeenten Eindhoven en Veldhoven, de GGzE, NEOS en Novadic-Kentron hebben in 2016 een beleidsnotitie opgesteld onder de naam ‘de Stip’. De Stip kent enige overlap ten opzichte van bovenstaand rapport en kent ook raakvlakken met de doordecentralisatie van zowel het beschermd wonen als de maatschappelijke opvang. In de Stip staat de missie omschreven: voorkom sociale uitsluiting, bevorder het vermogen van eigen herstel en stimuleer het algemeen functioneren (wonen, werken, leven, sociale contacten). De problematiek moet worden bekeken vanuit de leefwereld van mensen, niet vanuit systemen en 3
procedures. Door het herstel centraal te stellen, te kiezen voor maximale autonomie voor persoon en professional en maximale (keuze)mogelijkheden en kansen te bieden bij participatie is het de bedoeling om de afbouw van zorg te stimuleren: van tweede, naar eerste en nulde lijn zorg. Ook in de Stip wordt gewezen op het juiste palet aan voorzieningen, onafhankelijke cliëntondersteuning, ervaringsdeskundigheid en time-outvoorzieningen zeker bij deze groep mensen, waarbij de zorg niet lineair of voorspelbaar verloopt. De inclusieve gedachte stond voor het rapport van de commissie Toekomst beschermd wonen al centraal en heeft met de verschijning van dat rapport alleen maar aan kracht gewonnen. De gemeenten in de regio Eindhoven werken verder samen aan de realisatie van deze visie: proactief, bekeken vanuit de inwoner, met ruimte voor de professional en een sluitende keten, die waar mogelijk zo lokaal mogelijk is ingericht.
2.2 Maatschappelijke opvang Onze ambitie is dat iedereen onderdak heeft. We voorkomen dat mensen dakloos raken door tijdig te signaleren. Voor mensen die toch dakloos raken (m.a.w. personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving)1, zorgen we voor tijdelijke opvang met hulpverlening, zodat deze personen zo snel mogelijk weer ‘gewoon’ kunnen wonen. Op dit moment wordt gewerkt aan een doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang. We vinden 4 onderdelen belangrijk binnen de keten van de maatschappelijke opvang: Preventie: Formeel valt preventie niet onder de doordecentralisatie, maar omdat we het als regio belangrijk vinden om een volledig functionerende keten te hebben, nemen we deze wel mee in dit plan van aanpak. Basis opvang en ondersteuning: Wij willen in de regio een sluitende keten hebben om mensen die geen dak boven hun hoofd hebben opvang te bieden. Tevens vinden wij dat deze mensen opvang moeten kunnen krijgen en dat onze regio moet beschikken over een basisinfrastructuur voor opvang. Dit zowel vanuit het maatschappelijk perspectief, maar ook vanuit het perspectief van overlast en veiligheid.
Maatwerk in hulpverlening: Omdat de doelgroep van de maatschappelijke opvang zeer uiteenlopend is, is het belangrijk om aan te sluiten bij de vraag (achter de vraag) van de cliënt en maatwerk te kunnen leveren. Nazorg: Bekend is dat het aantal recidive onder daklozen hoog is. Om dit te verminderen is goede samenwerking met o.a. de regiogemeenten (en doorgaande begeleidingsvoorzieningen aldaar) en woningcorporaties belangrijk, evenals goede ketensamenwerking. De volgende hoofdopgaven om invulling te geven aan deze doorontwikkeling zijn geformuleerd: 1. Vereenvoudiging van het speelveld: verkleinen leef- en systeemwereld 2. Financiële rust: zowel intern als extern zou het rust geven als er meer financiële duidelijkheid is. Belangrijk is dat de financieringsvorm passend is (inkoop/subsidie) en dat er ook voor meerdere jaren financiële afspraken gemaakt kunnen worden. 3. Samenwerking: Op dit moment is de samenwerking binnen de totale keten (van preventie t/m nazorg) niet voldoende op elkaar aangesloten. We gaan met de regiogemeenten, zorgaanbieders, cliënten uit de doelgroep en andere betrokken partners aan de slag om invulling aan te geven aan de doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang. 1 niet zijnde personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid
als gevolg van huiselijk geweld, de toegang en keten voor voorzieningen huiselijk geweld (vrouwenopvang) is anders ingeregeld. 4
3 Huidige situatie Onze huidige werkwijze is in de regio Eindhoven (juridisch) geborgd, doordat regiogemeenten en de centrumgemeente Eindhoven bestuurlijke afspraken hebben opgesteld voor beide beleidsterreinen. Daarnaast hebben de regiogemeenten de gemeente Eindhoven mandaat verleend voor de uitvoering van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang. De financiële verantwoordelijkheid en mogelijke risico’s liggen in de huidige samenwerkingsvorm volledig bij de gemeente Eindhoven, omdat Eindhoven als centrumgemeente de budgetten vanuit het rijk ontvangt. Dat geldt voor zowel het beschermd wonen als de maatschappelijke opvang (de middelen van de vrouwenopvang worden niet doorgedecentraliseerd). In bijlage 1 is een omschreven hoe de uitvoering eruit ziet. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van de cijfers. Hierin is het aantal cliënten te zien en een overzicht van de bijhorende kosten.
4 Ontwikkelopgaven Ons uitgangspunt is dat hetgeen lokaal kan, ook lokaal georganiseerd wordt. Voor ons betekent dit dat we de zwaardere producten (zowel in BW als in MO) gezamenlijk blijven organiseren. De uitvoering van de lichtere hulpverlening komt daarmee volledig bij de eigen gemeenten te liggen. Waar de grens tussen zwaar en licht ligt, moeten we gezamenlijk nog bepalen. In het onderstaande schema (4.1) is te zien hoe we dat nu voor ons zien, in de daaropvolgende paragrafen (4.2 t/m 4.6) gaan we verder in op de inhoud, de consequenties en welke acties nodig zijn. Dit is verwerkt in een globale planning, te lezen in hoofdstuk 6. We moeten gezamenlijk nog bepalen waar precies de lijn komt te leggen en hoe we daar financieel invulling aan geven. En ander belangrijk aspect is dat wij proberen invulling te geven aan de landelijke opgaven, zoals de toegang tot de WLZ. Vraag is hier of wij als regio inzicht kunnen krijgen in de aantallen mensen die mogelijk toegang zullen krijgen tot de WLZ vanaf 2021.
5
4.1 Overzicht lokaal of regionaal In het onderstaande overzicht is te zien wat we regionaal en wat we lokaal willen organiseren. De acties uit dit hoofdstuk zijn in hoofdstuk 6 in een globale planning weergegeven. Functie Algemeen
Begeleiding
Dagbesteding / Daginvulling
Lokaal of regionaal? Regionaal en lokaal
Lokaal – moet aansluiten bij BW en MO producten Lokaal
Korte toelichting
Actie
Op hoofdlijnen hebben we afgesproken dat we de inkoop van BW en MO van de zwaardere producten gezamenlijk willen organiseren. De lichtere producten willen we per gemeente afzonderlijk organiseren. We moeten nog concreet afspreken waar de grens ligt tussen zwaar en licht, dus tussen wat we centraal en decentraal organiseren. Begeleiding organiseren wij lokaal en dicht bij de inwoner. In de vormgeving hiervan moeten we er voor zorgen dat het gat tussen BW en WMO niet te groot wordt zodat een goede overgang van beschermd naar begeleid wonen mogelijk is.
Organiseren wanneer en hoe we de knoop doorhakken. Inrichten werkgroep.
Om inwoners een zinvolle daginvulling te geven willen wij lokaal kleinschalige oplossingen dichtbij de inwoner realiseren. We denken hierbij aan dagbesteding, leefbaarheid/inclusief denken in de wijk, begeleiding, wonen en maatschappelijke steunsystemen. Er wordt meer geïnvesteerd in trajecten richting werk en participatie. Daarnaast wordt onderzocht of via persoonlijke coaches/maatjes dak- en thuislozen begeleid kunnen worden naar vormen van werk/participatie. (De bekostiging van dagbesteding staat los van de bekostiging van BW en MO, dagbesteding wordt lokaal gefinancierd (Wmo).)
Organiseer relevante dagbesteding, waaronder een dagbesteding waar ook de mensen met GGZ problemen terecht kunnen.
Waarborgen aansluiting begeleiding – BW en MO. Iedere gemeente moet in de PDC passende en intensieve begeleidingsproducten opnemen om de overgang van BW naar ambulant te waarborgen.
6
Wonen in de wijk
Regionaal en lokaal
Beschikbaarheid van woningen We zorgen er in de regio voor dat er voldoende woningen zijn om mensen uit te kunnen laten stromen of thuis te kunnen laten wonen. In het stedelijk gebied richten wij ons op de woonagenda en de urgentiecommissie/regeling. Uitstroom Om mensen uit te laten stromen is de lokale toegang van groot belang. Hier houden wij als regio de vinger aan de pols en bezien wij bij herindicatie kritisch wat de inwoner nodig heeft. Als inwoners uitstromen uit een beschermd of begeleid wonen, of MO-voorziening is de vraag of mensen terug kunnen keren naar hun plaats van herkomst of dat ze blijven wonen in de plaats waar de zorgvoorziening staat. Dit laatste hoeft geen vanzelfsprekendheid te zijn, maatwerk staat hierin voorop.
Analyse maken van beschikbare woningen versus benodigd aantal woningen. Lokaal afspraken maken met woningcorporaties over de uitstroom uit zorginstellingen en de beschikbaarheid van woningen. Prestatieafspraken kunnen hiervoor een vehikel zijn. Aanpak maken om dit te optimaliseren. Betrokken organisaties hier bij betrekken.
Als regio buigen wij ons over de vraag hoe we er voor zorgen dat mensen worden verspreid over de regio, terugkeren naar gemeente van herkomst en ook goed ‘thuis’ kunnen komen (warme overdracht met aandacht voor alle leefgebieden)?
Inkoop BW
Regionaal en lokaal
Leefbaarheid Lokaal moeten wij aan de slag met woningcorporaties, zorgaanbieders, cliënten, inwoners en andere betrokkenen met de leefbaarheid in de wijk, dorp of de stad. Iedere lokale gemeente pakt dit op zijn of haar manier aan. Het is wenselijk hier regionaal contact over te houden want wellicht kunnen we verschillende vraagstukken gezamenlijk adresseren bij aanbieders. Het uitgangspunt bij de inkoop van BW is de visie Dannenberg en ‘De Stip’.
Gemeenten zelf aan zet om leefbaarheid te organiseren. Voorkeur heeft wel om ideeën rondom leefbaarheid met elkaar te bespreken en waar wenselijk in samen te werken.
Eindhoven gaat een inkoopstrategie voor Jeugd en WMO (omdat contracten in 2021 aflopen) ontwikkelen. 7
We willen de beweging doorzetten van scheiden van Wonen en Zorg. We willen ook dat mensen thuis intensieve begeleiding moeten kunnen ontvangen, nu al. Dus we willen ook minder instellingsdenken als de zorgvraag van de inwoner dit toelaat. Wij moeten nadenken over hoe het regionale zorglandschap er uit moet gaan zien. Hierbij kunnen we dan komen tot een passende inkoopstrategie. Wij willen 24 uurs aanwezigheidsvoorzieningen (Beschermd Wonen 24 uur) in ieder geval regionaal organiseren. We moeten nog bespreken hoe we dat financieel organiseren en welke afspraken we daar bij maken (bijvoorbeeld over wel of geen financiële solidariteit). We moeten aandacht hebben voor PGB en afspraken maken over hoe we hier mee omgaan.
Inkoop en subsidie MO
Regionaal en mogelijk ook lokaal
We onderzoeken binnen de regio of we MO ook op willen splitsen in een lichtere en zwaardere uitvoering van zorg. Hierbij kunnen we de keus nog maken om alleen de zwaardere zorg gezamenlijk te organiseren en de lichtere zorg lokaal of subregionaal.
Binnen deze opgave willen wij als regio kijken naar de regionale opgaven op Beschermd wonen. Dit omdat het voor de Wmo deels (namelijk alleen BW en MO) een verhaal moet zijn waar de gehele regio zich bij betrokken voelt. Onderstaande vraagstukken lopen hier in mee: Concretiseren afspraak over regionale inkoop en toegang zwaardere zorgvormen. Bezien of er nog andere hulpvormen zijn die regionaal of lokaal moeten worden ingekocht. Afspraken maken over de grens tussen wat we regionaal en wat we lokaal organiseren, dus waar de grens ligt tussen licht en zwaar. Definities van het aanbod en bijbehorende eisen die wij hier aan stellen. Bepalen wat we willen op het gebied van PGB. Organisatie uitvoering inkoop vanaf 2021: Afspraken maken over de uitvoering van de inkoop en het contractmanagement dat hier bij komt kijken. Inregelen zorg, zoals aanbesteding, contracten en subsidiebeschikkingen Uitkomsten traject doorontwikkeling meenemen in de uitvoering van de doordecentralisatie. Afspraken maken over de grens tussen wat we regionaal en wat we lokaal organiseren. Afspraken maken over de uitvoering van de inkoop en het contractmanagement dat hier bij komt kijken.
8
Toegang BW
Toegang MO
Preventie en nazorg
Lokaal met regionale component
Regionaal en mogelijk ook lokaal
Lokaal
Er wordt momenteel gewerkt aan een doorontwikkeling van de MO, dit zal mogelijk consequenties hebben voor de manier van financieren. De toegang voor BW is op dit moment lokaal georganiseerd, maar het formele mandaat ligt bij de centrumgemeente. In de toekomst zien wij de toegang ook als een lokale functie, waarbij we nog moeten bepalen wat we doen met de toegang tot zorg die wij gezamenlijk gaan inkopen. Iedereen organiseert een toegang waarbij wordt gekeken naar de ondersteuningsvraag en het eigen vermogen van de inwoner. Maar omdat de toewijzingscriteria op elkaar afgestemd moeten worden is regionale afstemming over toegangscriteria en wanneer verwijs je naar welk product, belangrijk. Wij ontwikkelen samen een toegangsprotocol, in ieder geval voor hetgeen we gezamenlijk inkopen. De toegang voor MO is op dit moment regionaal belegd bij het Regieteam. Mede afhankelijk van de keus om het regionaal of lokaal te organiseren, zullen we ook opnieuw naar de toegang moeten kijken. We willen naar een volledige keten, waarbij preventie en nazorg een belangrijk onderdeel vormen.
Inregelen zorg, zoals aanbesteding, contracten en subsidiebeschikkingen. Bezien en besluiten op welke wijze wij de toegang tot de gezamenlijke ingekochte specialistische zorg willen organiseren: kan regieteam Eindhoven hier een rol in spelen? Of moeten we regionaal toegangsteam BW organiseren? Regionaal toegangscriteria afstemmen en ontwikkelen toegangsprotocol. Dit implementeren in lokale toegang. Uitvoeringskosten (beleid, regieteam, contractmanagement, etc) in beeld brengen. Dit betreft vooral de centrumgemeente, maar ook lokaal zijn er uitvoeringskosten. Regionale uitvoeringskosten voor de toegang MO in beeld brengen. Na bepalen regionaal of lokaal organiseren MO, bepalen we de toegang voor de MO. Lokale preventie en nazorg op elkaar aan laten sluiten. Nader uitwerken hoe ver we hier samen in gaan, bij voorkeur trekken we hier gezamenlijk in op vanuit de regio.
In de volgende paragrafen is uitgewerkt wat de belangrijke aandachtspunten zijn om vorm te kunnen geven aan de doordecentralisatie volgens de bovenstaande uitgangspunten.
4.2 Lokale opgaven De volgende algemene lokale opgaven zijn benoemd.
9
Aandachtspunt Preventie
Nazorg
Ervaringsdeskundigheid
Toegang
Toelichting Schulden zijn een belangrijke directe oorzaak van dakloosheid, evenals gezins- en relatieproblemen. Vaak is er sprake van een achterliggende problematiek op meerdere levensgebieden (psychische problemen, verslaving en/of verstandelijke beperkingen). Preventief beleid (bijv ter voorkoming van uitzetting van gezinnen met kinderen, of samenwerking met woningcorporatie) kan hier ook aan bijdragen. Gemeenten zijn hier nu, maar ook na de doordecentralisatie zelf voor verantwoordelijk. Onder preventief beleid scharen we ook de inspanningen die nodig zijn om, nadat iemand is teruggekeerd naar de eigen woning/woonomgeving, die persoon stabiel te houden. Gemeenten maken binnen de lokale zorgketen werk van adequate nazorg. In toenemende mate wordt gekeken naar de inzet van ervaringsdeskundigheid, omdat is bewezen dat het perspectief van een oud-zorgvrager een positieve invloed kan hebben op het (zorg)traject dat iemand doormaakt. De oud-zorgvrager weet uit eigen ervaring wat er in iemand omgaat, kan hierop reflecteren en andere ondersteuning bieden. Alle gemeenten bekijken op welke wijze zij ervaringsdeskundigheid in hun beleid en uitvoering verwerken. Het is cruciaal dat we dezelfde criteria hanteren voor de toegang van in ieder geval de zwaardere zorgproducten die we gezamenlijk inkopen.
Actie Iedere gemeente richt voor zichzelf de preventie goed in. We bedenken als regio wel gezamenlijk na over hoe we dit lokaal in kunnen regelen. Aandachtspunten hierbij zijn oa. schulden en voorkoming van huisuitzetting, afspraken met woningcorporaties over signalen, buurtbemiddeling.
Iedere gemeente richt voor zichzelf de nazorg goed in. Ook hierbij bedenken we als regio wel gezamenlijk na over hoe we dit lokaal in kunnen regelen. Aandachtspunten hierbij zijn oa. voldoende woningen en de juiste ondersteuning en begeleiding. Inventariseren vraag/aanbod woningen in ieders gemeente. Met elkaar onderzoeken we hoe ervaringsdeskundigheid onderdeel kan zijn van de ondersteuning.
Als regio moeten we afspraken maken voor de regionale toegang. Alle gemeenten zorgen ervoor, dat zij de juiste en voldoende expertise aanwezig hebben bij de toegangsbepaling voor beschermd wonen, dat de computersystemen operationeel zijn en de administratieve processen op orde. Gemeenten zijn zelf 10
verantwoordelijk voor bijscholing van personeel. Daar waar mogelijk wordt gezamenlijk opgetrokken. Regionaal worden toewijzingscriteria afgestemd, waardoor zoveel mogelijk sprake is van een eenduidige werkwijze binnen de regio Eindhoven.
Inloopvoorzieningen
Lokale uitvoering implementatie
In iedere gemeente kunnen inwoners behorend tot de kwetsbare doelgroep (groep de een beroep zou kunnen doen op de Opvang of BW) een beroep doen op een laagdrempelige voorziening (met of zonder indicatie). Dat wil niet per definitie zeggen, dat in ieder gemeente een inloopvoorziening moet worden gerealiseerd.
Zaken als verordeningen, contracten, beleidsregels, etc, moeten lokaal geregeld worden, wel kunnen we samenwerken als regio hierin.
Als regio maken wij (financiële) afspraken over de uitvoering. In onderling overleg tussen gemeenten moet worden bepaald of deze voorzieningen regionaal of subregionaal worden georganiseerd. Onderwerp van gesprek is dan ook de financiële samenwerking op dit vlak indien het een algemene voorziening betreft. In kaart brengen per gemeente welke voorzieningen er al zijn in de sociale basis. Dan kunnen we ook bekijken of hier mogelijk ook boven-lokaal gebruik van kan worden gemaakt. Vanuit de regio kunnen we conceptteksten opstellen die we hiervoor kunnen gebruiken.
4.3 Wonen en leefbaarheid Een voornaam probleem in de huidige aanpak van het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang is de (beschikbare) huisvesting. Op de eerste plaats signaleren alle betrokken koepelorganisaties (VNG, Actiz, Aedes), dat in toenemende mate een kwetsbare groep mensen versneld terugkeert naar de eigen woonomgeving. Niet zelden komen deze mensen in kwetsbare buurten of wijken terecht, omdat zich hier het goedkopere huursegment bevindt. Landelijk zijn er initiatieven opgestart als het actieprogramma Weer Thuis in een poging om het huisvestingsvraagstuk rondom deze doelgroep op te lossen. In de kern is het huisvestingsvraagstuk in een viertal onderdelen op te delen. Allereerst wordt door de zorgsector aangegeven dat er onvoldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn voor deze doelgroep. In de praktijk gaat het niet altijd om de kwantitatieve maar ook om de kwalitatieve vraag (uitstroom is mogelijk, maar de woning voldoet niet aan de noodzakelijke eisen, zoals veel prikkels, terug in een kwetsbare wijk waar de problemen zijn begonnen, maar ook betaalbaarheid). Op de tweede plaats stagneert de door- en uitstroom vanuit voorzieningen. Dat heeft niet enkel te maken met de beschikbaarheid van woningen, maar ook met het leren anders te denken over de mogelijkheden van deze doelgroep binnen de gehele sector.
Op de derde plaats roept de (versnelde) uitstroom vanuit voorzieningen vragen op voor de leefbaarheid in wijken. Tot slot is er een overkoepelend onderdeel. Gemeenten zitten
11
afzonderlijk met zorgaanbieders rondom de inkoop en corporaties rondom om de prestatieafspraken om tafel. Er ontbreekt een gezamenlijke aanpak onder regie van gemeenten. Aandachtspunt Spreiding van woningen
Toelichting Als inwoners uitstromen uit een traject beschermd of begeleid wonen, dan is het de vraag waar hij of zij het beste kan gaan wonen: de plaats van herkomst of de huidige woonplaats. De gemeente van herkomst heeft hier een inspanningsplicht en gelijktijdig moet de situatie dit toelaten (mogelijk veiligheidsvraagstuk) en uitvoerbaar zijn.
Betaalbare en beschikbare woningen
Alle gemeenten nemen in de prestatieafspraken met corporaties afspraken op over het voor hen benodigde aantal zorggerelateerde woningen voor deze doelgroep. Om het gezamenlijke belang te benadrukken adresseren de gemeenten in de regio Eindhoven dit vraagstuk samen bij de regionale woningcorporaties. De vertaling van de afspraken vindt lokaal plaats. Indien wenselijk worden aanvullend met particuliere bedrijven / vastgoed afspraken gemaakt. Op dit moment komen mensen nog onnodig vaak in de maatschappelijke opvang terecht. Het gaat hierbij om zwerfjongeren en gezinnen die om uiteenlopende redenen uit huis worden geplaatst. Het realiseren van flexibele woonruimten per gemeente voorkomt onnodige opvang en maakt het mogelijk, dat die mensen binnen de eigen gemeentegrenzen kunnen blijven wonen (tenzij om veiligheidsredenen anders is gewenst).
Voorkomen van uithuisplaatsing
Acceptatie in de wijk
Gemeenten zijn er zelf voor verantwoordelijk om lokaal door middel van informatie en voorlichting, samenwerking met woningcorporaties en zorg- / welzijnsaanbieders een basis te creëren, waardoor terugkeer ook mogelijk is. De wijze waarop gemeenten werken aan sociale cohesie in de wijk is afhankelijk van de omvang en complexiteit per gemeente. Het is tegelijkertijd wenselijk om hier regionaal contact over te houden, omdat het
Actie Als regio buigen wij ons over de vraag, hoe gemeenten er gezamenlijk voor kunnen zorgen, dat mensen verspreid over de regio terugkeren (mits het niet uitmaakt waar iemand het beste kan gaan wonen) en er ook sprake is van ‘goed’ thuiskomen middels een adequate overdracht en inzet van de sociale wijkteams. Dit valt ook onder nazorg. Alle gemeenten brengen in kaart hoeveel woningen nodig zijn en nemen in de prestatieafspraken met corporaties afspraken op over het voor hen benodigde aantal zorggerelateerde woningen voor deze doelgroep.
Iedere gemeente onderzoekt de situatie van uithuisplaatsing in relatie tot flexibele woonruimten, inventarisatie svz. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van het crisisprotocol schulddienstverlening bij betalingsachterstand. Bepalen hoe we hier mee omgaan en uitvoering aan geven, per gemeente en regionaal Iedere gemeente heeft een eigen plan voor acceptatie in de wijk. We hebben hier als regio afstemming over, wenselijk is om een gezamenlijke aanpak te formuleren vanuit de regio.
12
Woonvoorzieningen
zeer waarschijnlijk is, dat soortgelijke vraagstukken in meer gemeenten spelen en door regionale samenwerking kan dit in gezamenlijkheid worden geadresseerd bij bijvoorbeeld zorg- / welzijnsaanbieders en woningcorporaties. Het is een gezamenlijke taak van de regio om ervoor te zorgen dat een goede spreiding van woonvoorzieningen over de regio wordt gerealiseerd. Het is van belang dat gemeenten hier onderling afspraken over maken c.q. elkaar informeren, zodat geen tekort of overschot van woonvoorzieningen binnen de regio Eindhoven ontstaat. Met andere woorden, de benodigde capaciteit is leidend. Uitgangspunt is om zoveel mogelijk in te zetten op scheiden van wonen en zorg.
Iedere gemeente brengt in beeld wat de spreiding van woonvoorzieningen is in relatie tot de vraag hiernaar. Ter verduidelijking van de opgave stelt de regio een ‘startfoto’ op met hierop vermeld de voorzieningen.
4.4 Ondersteuningsaanbod Gemeenten willen de Wmo op een meer vraaggerichte wijze organiseren, waarbij de eigen verantwoordelijkheid en regie van de inwoner centraal staat. Tegelijkertijd laten de ervaringen van 2015 hier in de regio en elders zien, dat innovatie binnen het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang niet eenvoudig is te realiseren. Bepaalde inwoners hebben (nog) een overgangsrecht tot 2021 (BW), een toenemend aantal zorgaanbieders is actief geworden op deze producten en de extramuralisering legt een grote druk op enerzijds professionele instellingen (gemeenten, corporaties, GGZ aanbieders etc.) en anderzijds de samenleving in zijn geheel (opvang in wijken en buurten, ondersteuning van naasten). De voorbije jaren zijn eerste stappen gezet in een passend ondersteuningsaanbod. De regio Eindhoven wil het ondersteuningsaanbod de komende jaren verder ontwikkelen, waarbij aandacht is voor de uitgangspunten zoals die staan genoteerd in de visie én ervaringen die de voorbije jaren zijn opgedaan. Aanvullend op het reguliere ondersteuningsaanbod hebben we aandacht voor de volgende belangrijke punten. Aandachtspunt Ontwikkelingen ZVW
Toelichting Behandeling met verblijf voor psychische problematiek wordt hoofdzakelijk bekostigd uit de Zorgverzekeringswet. Het rijk bouwt de opnameduur af. Dit betekent dat een psychisch kwetsbare groep inwoners sneller naar huis terugkeert en daar verder wordt behandeld. Hier moeten we aandacht voor hebben bij het inrichten van de zorginkoop.
Actie Dit nemen we mee in de inkoopstrategie en de doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang.
13
Aansluiting ZVW
Samenwerking totale keten
Specialistische voorzieningen
Een essentieel onderdeel van de zorgketen GGZ wordt gefinancierd Als regio hebben we contact met zorgverzekeraars en vanuit de Zorgverzekeringswet. Om een sluitende aanpak in de wijk te zorgkantoren. organiseren is samenwerking met de zorgverzekeraars onontbeerlijk. In de regio Eindhoven zijn met name CZ en VGZ actief. De gemeenten in de regio Eindhoven trekken gezamenlijk op richting zorgverzekeraars om voor de gehele regio te bewerkstelligen, dat een actieve samenwerking tussen zorgverzekeraars en gemeenten tot stand komt. Datzelfde geldt voor contacten met de zorgkantoren in relatie tot overgang cliënten WLZ naar Wmo en omgekeerd en de beschikbaarheid van crisisbedden. Alle gemeenten spelen een regisserende rol in het stimuleren / Regiogemeenten treden met elkaar in overleg over de afdwingen van ketensamenwerking binnen de eigen juiste vorm van samenwerking en afstemming. gemeentegrenzen tussen formele organisaties onderling, maar ook tussen formele en informele organisaties. Hierbij valt te denken aan zorgaanbieders, welzijnsaanbieders, huisartsen, woningcorporaties, politie, inloopvoorzieningen en vrijwilligersinitiatieven. Huidige ketensamenwerkingen dienen te worden uitgebreid, omdat de complexiteit van de problematieken groter is. Een sluitende ketenaanpak vraagt om een langere en intensievere ketensamenwerking.
Een aantal voorzieningen binnen de regio zijn gericht op een De regio Eindhoven onderzoekt welke voorzieningen dermate complexe doelgroep, dat hiervoor slechts enkele enkel op regionale schaal kunnen worden georganiseerd voorzieningen nodig zijn voor de gehele regio. Het gaat daarbij met en maakt hier financiële afspraken over. Ook landelijk zal name om voorzieningen op het gebied van de maatschappelijke er een lijst van specialistische voorzieningen worden opvang. aangelegd.
4.5 Werk en dagbesteding Bij het normaliseren van de zorg past ook het zoeken naar een zo relevant mogelijke daginvulling. Wat haalbaar is, is per individu verschillend. Het aanbod varieert van de eerder besproken inloopvoorzieningen tot vormen van dagbesteding en (regulier of aangepast) werk. Aandachtspunt
Toelichting
Actie
14
Dagbesteding
Werk
Het bieden van een zinvolle daginvulling (dagbesteding of activering) is essentieel. Gemeenten willen dit bij voorkeur bieden in kleinschalige oplossingen dichtbij de inwoner. Hierbij wordt ook gedacht aan het denken vanuit inclusie binnen een wijk of dorp. In beginsel is dit een lokale of subregionale taak, die deels via subsidie en deels via inkoop is te realiseren. Gemeenten kunnen elkaar hier in adviseren en indien nodig regie voeren op het benodigde aantal locaties in de (sub)regio. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren van de keten richting werk. Dit kan men organiseren in samenwerking met het lokale bedrijfsleven, het UWV en sociale werkvoorzieningen.
Gemeenten organiseren lokaal of subregionaal zinvolle daginvulling.
Gemeenten gaan aan de slag om de keten richting werk beter aan te laten sluiten op de keten van MO en BW.
4.6 Kwaliteit De onderdelen kwaliteit, toezicht en handhaving verdienen aandacht. Bij de introductie van het beschermd wonen en de doorontwikkeling van de maatschappelijke opvang stonden zorgcontinuïteit en keuzevrijheid centraal. Een toenemend aantal nieuwe partijen is toegetreden tot de markt. Daarnaast wordt er iets anders verwacht van de zorg dan in het verleden: het accent is zoals eerder aangegeven veel meer komen te liggen op de door- en uitstroom, de normalisering, de eigen regie en de eigen kracht. Dat betekent dat ook bestaande aanbieders hun dienstverlening moeten aanpassen. Om te kunnen sturen op de kwaliteit van zorg en daarmee de resultaten is meer nodig. Gemeenten in de regio Eindhoven spreken de wens uit om dit samen te organiseren, voor wat betreft de voorzieningen die regionaal worden ingekocht of gesubsidieerd. Aandachtspunt Inzicht aantallen en voorzieningen
Toelichting Het is belangrijk dat er altijd goed inzicht is in de voorzieningen en het aantal cliënten dat hier gebruik van maakt.
Kwaliteitssysteem
Alle gemeenten in de regio Eindhoven komen gezamenlijk tot een programma van eisen richting zorgaanbieders, waar zij aan moeten voldoen om zorg te bieden aan deze groep inwoners.
Actie Gemeenten informeren elkaar ook na de doordecentralisatie over aantallen indicaties en trends in de keten en signalen van aanbieders. Alle gemeenten in de regio Eindhoven komen gezamenlijk tot een programma van eisen richting zorgaanbieders, waar zij aan moeten voldoen om zorg te bieden aan deze groep inwoners.
Dit hangt direct samen met de inkoop en eisen die vanuit daar gesteld worden aan aanbieders en producten. Contractmanagers zien erop toe dat er aan de kwaliteitseisen voldaan wordt. Op die manier treedt geen
15
Toezicht
Bureaucratie
ongelijkheid op in de kwaliteit, die we regionaal van (hoofdzakelijk dezelfde) aanbieders wensen. Het toezicht op voorzieningen die de gemeenten gezamenlijk inkopen, vindt centraal plaats. De gemeenten stellen hiervoor samen een toetsingskader op. Dit toetsingskader kan gelijktijdig worden gebruikt voor het toezicht van producten die lokaal of subregionaal worden ingekocht. We moeten bepalen wie hiervoor gemandateerd wordt en hoe we omgaan met bijv. fraude. Gemeenten in de regio informeren elkaar over situaties, waaruit toezicht / handhaving is gebleken dat de zorg niet aan de gestelde eisen voldoet. Dit is in lijn met de huidige samenwerking. Indien gemeenten bij de doordecentralisatie besluiten om zelf producten in te kopen, dan wordt in onderling overleg getracht om zaken zo uniform mogelijk in te regelen, zodat voor inwoners, zorgaanbieders en gemeenten onderling zo min mogelijk bureaucratische last ontstaat.
De gemeenten stellen samen een toetsingskader op voor gezamenlijke ingekochte zorg en bepalen hoe hier uitvoering aan gegeven wordt. Gemeenten informeren elkaar over situaties, waaruit toezicht / handhaving is gebleken dat de zorg niet aan de gestelde eisen voldoet.
Gemeenten hebben gezamenlijk aandacht voor de beperking van bureaucratie voor aanbieders.
16
5 Financiële afspraken Half maart 2019 hebben de VNG en de ministeries van VWS en BZK de voorlopige verdeelsleutel bekend gemaakt van de doordecentralisatie. Op dit moment is het nog te vroeg om te zeggen wat hier direct de consequenties van zijn. Eerder hebben we als regio uitgangspunten benoemd, die later worden geconcretiseerd en opgepakt: 1. Uitvoering budgetneutraal: het streven is om het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang budgetneutraal uit te voeren. 2. Financiële solidariteit: eerder hebben we als regiogemeenten met elkaar gesproken over financiële solidariteit. Maar op dit moment is nog niet besloten hoe we hier mee om willen gaan. Centraal staat eerst de vraag wat we precies regionaal willen organiseren en wat lokaal. De vraag over eventuele financiële solidariteit zullen we als regio daarna oppakken. 3. De afspraken uit het raadsbesluit van de gemeente Eindhoven en de uitgangspunten daarin zijn op dit moment nog voor ons leidend voor de regionale inkoop, zoals onder andere budgetplafonds, sturen op resultaat, kwaliteit, minder aanbieders en sluiproutes beheersen. We moeten nog bepalen hoe we daar vanaf 2021 mee om zullen gaan. Momenteel werkt de gemeente Eindhoven aan een nieuwe inkoopstrategie voor onder andere BW en MO, wat invloed zal hebben op de inkoop hiervan. Eindhoven stemt deze goed af met de regio.
Daarbij zijn de volgende aandachtspunten en overwegingen benoemd: - Bij het (financieel) afbouwen van Beschermd wonen zou het wenselijk zijn om deze middelen in te blijven zetten binnen de Wmo, in het bijzonder ten aanzien van preventie en ambulante begeleiding. - Houd rekening met een toename van cliënten - en daarmee samenhangende kosten - die vanuit Beschermd wonen instromen in (ambulante) Begeleiding. - Lange termijn visie versus financiële ruimte. - Geen wachtlijsten buiten de treeknorm. - Meer inzicht in de partners (vb. zorgaanbieders) in de regio. - Risicospreiding. - Inkoop met meerdere gemeenten samen doen? - Inkoop afstemmen binnen reguliere Wmo. - Gesprek aangaan met aanbieders om op uitstroom te koersen. - Zorg er voor dat je inkoopinstrumentarium aansluit bij de gewenste doelstellingen. Verdeelsleutel doordecentralisatie We brengen als regio, maar ook als individuele gemeenten, spoedig in beeld wat de gevolgen zijn van de verdeelsleutel en dan definitief bepalen wat dit betekent voor onze lokale en regionale financiering. In de voorlopige verdeelsleutel wordt onderscheid gemaakt in financiering met en zonder Wlz. Het is belangrijk dat we als regio, maar ook als gemeenten onderling een goed beeld krijgen van het aantal potentiele cliënten en de consequenties hiervan.
We gaan als regio terug van een totaalbudget voor BW en MO (incl WLZ) € 124,1 miljoen naar € 108 miljoen. We gaan er dus ongeveer ruim 16 miljoen euro op achteruit. Vraag is hier of wij als regio inzicht kunnen krijgen in de aantallen mensen die mogelijk toegang zullen krijgen tot de WLZ vanaf 2021. Er heeft al een uitvraag onder aanbieders plaatsgevonden, deze komt niet overeen met de bedragen van de VNG. VNG lobby loopt, want meer gemeenten ervaren dit. Van belang is hier dat de WLZ uitname in 2020 plaatsvindt, nog voordat de mensen definitief uit de Wmo zijn. Voor onze regio betreft dit 16 miljoen. De herindicaties starten in 2019/2020. De definitieve verrekening voor de cliënten die uit de WMO gaan volgt in 2022. Dit is ingewikkeld omdat wij onze inkoop moeten organiseren zonder dat wij zekerheid hebben over de cliënten die in de WMO blijven en het definitieve budget dat wij ontvangen.
17
6 Planning We onderscheiden vier fasen om te komen van de organisatie tot en met de uitvoering van de doordecentralisatie. Fase 1: Plan van aanpak: t/m mei 2019 Fase 2: Vertalen pva naar concrete opgaven: mei – december 2019 Fase 3: Implementatie zorg en financiering: 2020 We werken aan een gedetailleerde planning, die er op hoofdlijnen als volgt uitziet: Plan van Aanpak Inrichten plan van aanpak en opzetten organisatiestructuur om opgaven uit te werken
april
mei juni juli
aug sept okt
nov dec 2020
Vertaling PvA naar concrete opgaven april Woonopgave duiden en concretiseren Inkoopstrategie: Afspreken wat we centraal en decentraal organiseren Afspreken hoe we de toegang (en mandaat) organiseren Afspreken hoe we de financiering vormgeven Bepalen hoe we 24-uurs bereikbaarheid in willen regelen Bepalen wat we willen op het gebied van PGB Gezamenlijke opgaven preventie en nazorg bepaald Kwaliteitseisen opstellen Regionaal toegangscriteria bepalen en ontwikkelen toegangsprotocol Toetsingskader voor toezicht op gezamenlijke ingekochte zorg Afspraken maken over de uitvoering van de inkoop (organisatie, contactmanagement, etc.) Regionale juridische overeenkomsten sluiten
mei juni juli
aug sept okt
nov dec 2020
Implementatie zorg en financiering Implementatie inkoop Kwaliteit medewerkers en systemen voor toegang inregelen Verordeningen, beleidsregels, etc op orde Plan over het hoe elkaar informeren (aantallen, indicaties, trends, etc.)
mei juni juli
aug sept okt
nov dec
april
2020
Aandachtspunten en overige actiepunten Leefbaarheid en acceptatie in de wijken in de gemeente zelf organiseren. Onderzoeken welke voorzieningen enkel op regionale schaal kunnen worden georganiseerd Betrekken aanbieders bij inhoud en inkoop. Afspraken maken over spreiding in de regio van het aanbod Gemeenten organiseren lokaal of subregionaal zinvolle daginvulling. Gemeenten gaan in gesprek met de zorgverzekeraars en zorgkantoren (ook met terreinen forensisch, justitieel, reclassering). Bepalen rol ervaringsdeskundigheid. Uitvoeringskosten (beleid, regieteam, contractmanagement, etc) worden in beeld gebracht. Aandacht voor versterking ketensamenwerking.
18
Gemeenten hebben aandacht voor de beperking van bureaucratie voor aanbieders.
7 Governance Wat
Wie
Frequentie
Voorzitter en agenda Eindhoven (secr.)
Toelichting
Regionaal bestuurlijk overleg Werkgroep doordecentralisatie
Alle 15 gemeenten
4 maal per jaar
Ambtelijke vertegenwoordiging op subregionaal niveau
Overleg inplannen op basis van stuurgroep overleggen (voorafgaand aan)
Eindhoven voorzitter Agenda maken we samen
4 maal per jaar plannen
Eindhoven voorzitter Agenda maken we samen
Werkgroep houdt zich bezig met doordecentralisatie en zorgt voor input voor de stuurgroep (agendapunten) linkin pin stelt op basis hiervan agenda op en koppelt de uitkomst van de overleggen weer terug naar werkgroep en koppelt terug aan het bredere ambtelijk overleg en bespreekt uitwerkpunten met hen. Beleid en uitvoering stemmen agenda’s af om te voorkomen dat er besluiten worden genomen zonder dat beleid en/of uitvoering hierover geconsulteerd zijn / van op de hoogte zijn. Terugkoppeling stand van zaken werkgroep/stuurgroep (doordecentralisatie) is een vast agendapunt Beleid en uitvoering stemmen agenda’s af
Ambtelijk regionaal overleg – going concern beleid
Alle 15 gemeenten
Ambtelijk regionaal overleg – going concern uitvoering
Alle 15 gemeenten
Eindhoven voorzitter Agenda maken we samen
Ambtelijk overleg bespreekt en bereidt agenda voor
19
Bijlage 1: Huidige uitvoering Beschermd wonen Definitie beschermd wonen: Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische-of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (Wmo 2015, artikel 1.1.1). Doelgroep Het beschermd wonen is in de kern een vorm verblijf in een zorginstelling op basis van psychische of psychosociale problematiek. Van mensen die gebruiken dienen te maken van dit type voorziening wordt verwacht, dat ze niet (meer) zelfstandig kunnen wonen. Voor een deel van hen is dat een blijvende situatie. Anderen zijn wel in staat om stappen richting een zelfstandig wonen te zetten. In het beschermd wonen wordt inwoners een woonruimte geboden en intensieve begeleiding bij tal van dagelijkse activiteiten. De zorg is gebaseerd op het bieden van een stabiele (leef)omgeving, het bieden van zinvolle daginvulling of dagstructuur. De zorgvraag kan oplopen tot meer dan 15 uur per week.
Inwoners die een indicatie voor het beschermd wonen hadden voor de decentralisatiedatum van 1 januari 2015, hebben vanuit het rijk een maximale termijn voor overgangsrecht – behoud van de indicatie – gekregen tot einde 2020. In de regio Eindhoven ontvangen momenteel ongeveer 1.600 inwoners beschermd wonen (2018). Bijna 3/4e van die populatie woont in de gemeente Eindhoven. Dit heeft als voornaamste reden dat veel woonvoorzieningen van zorgaanbieders in die gemeente zijn gevestigd. Het is ook mogelijk dat mensen van buiten de regio zich vestigen in de regio Eindhoven. Gemeenten hebben onderling een convenant afgesloten over de Landelijke Toegankelijkheid Beschermd Wonen. Dit convenant is aangegaan door de 43 centrumgemeenten van Nederland/ door alle gemeenten in Nederland. Hierin staat onder meer opgenomen, dat als een persoon wil verhuizen van de ene naar de andere regio, er gekeken wordt waar hij of zij de meeste binding heeft en dus een grote kans heeft op welbevinden. Dit convenant heeft een looptijd tot in ieder geval 1 januari 2020 of zoveel langer als dat tussentijds wordt besloten. In de bijlagen bij dit document is een actueel overzicht toegevoegd, waarin staat vermeld hoeveel inwoners iedere gemeente huisvest met een indicatie voor het beschermd wonen en welke kosten hieraan verbonden zijn.
Uitvoering Gemeenten in de regio Eindhoven hebben onderling afgesproken dat elke gemeente een (her)onderzoek uitvoert naar een aanvraag of herindicatie voor ondersteuning in de vorm van beschermd wonen. Gemeente Eindhoven bepaalt het beleid, stelt de kaders en faciliteert de regiogemeenten in de vorm van richtlijnen om het onderzoek zoveel als mogelijk uniform vorm te geven. Omdat de gemeente Eindhoven middels het mandaat van de 15 regiogemeenten heeft gekregen om alle formele en primaire besluiten met betrekking tot beschermd wonen te nemen, is het uiteindelijk de gemeente Eindhoven die besluit over de maatwerkvoorziening beschermd wonen. Daarbij volgt de gemeente Eindhoven zoveel als mogelijk de uitkomst van het advies op basis van het onderzoek van de regiogemeenten.
20
Het beschermd wonen is in de regio Eindhoven op dit moment nog opgedeeld in 6 producten. Met deze producten is het voor zorgaanbieders mogelijk om op- of af te schalen als de situatie van de inwoner hierom vraagt. Met de nieuwe inkoopstrategie zullen wij bezien of deze producten nog passend zijn. Deze worden in 2019 gemonitord. 1. Het zwaarste product is genaamd beschermd wonen (15A07). Hierbij is sprake van wonen in een accommodatie van een instelling (intramuraal verblijf) met 24-uurs toezicht en aanwezigheid van zorg/ondersteuning zowel overdag als in de nacht. 2. Een product dat per 1 mei 2019 beschikbaar is gekomen betreft beschermd wonen licht (15W02). Hierbij is eveneens sprake van wonen in een accommodatie van een instelling (intramuraal verblijf) met 24-uurs toezicht en aanwezigheid van zorg/ondersteuning zowel overdag als in de nacht, terwijl de intensiteit van de ondersteuning minder is dan in 15A07 omdat inwoner enigszins is gestabiliseerd. 3. Bij het product Ondersteunen Wonen inclusief (15A05) of exclusief wooncomponent (15A03) is sprake van 24 uur bereikbaarheid en oproepbaarheid en aanwezigheid van de ondersteuning overdag in de nabijheid van de woonlocatie. Gedurende de avond en nacht dient de ondersteuning (een adequate en ter zake kundige professional) op afroep van inwoner binnen 15 minuten bij de inwoner te kunnen zijn.
Bij het product exclusief wooncomponent betaalt de inwoner zelf huur. De gemeente financiert hier niet het verblijf c.q. de wooncomponent. 4. Een tweede product dat per 1 mei 2019 beschikbaar is, betreft Ondersteunen Wonen, Midden, ambulant, inclusief wooncomponent (15W01): dit betreft een afschaalproduct van met name 15A05 of 15A07: de ondersteuning is in vergelijking met 15A05 niet meer in de nabijheid van de woonlocatie nodig en kan meer ambulant worden vormgegeven terwijl er wel nog steeds behoefte is aan oproepbaarheid van de ondersteuning die vervolgens binnen 15 minuten kan worden opgevolgd. Ook is de wooncomponent inclusief. 5. Ondersteuning Zelfstandig Leven Plus (OZL-Plus, 10A60) betreft een ambulant ondersteuningsproduct waarbij nog regelmatig sprake is van ongeplande ondersteuning in combinatie met een redelijk intensieve (mix met geplande) ondersteuning. Ondersteuning is bereikbaar in de vorm van telefonisch of app-contact waarop op een later begeleidingsmoment of de volgende werkdag opvolging kan worden gegeven. Inwoners hebben naast ondersteuning in de vorm van de maatwerkvoorziening beschermd wonen soms ook andere Wmo-(maatwerk) voorzieningen nodig zoals dagbesteding en bijkomend vervoer. Eindhoven heeft deze aanpalende voorzieningen voor inwoners met een indicatie voor beschermd wonen voor de regio ingekocht.
De kosten die hiermee samenhangen worden betaald uit de Eindhovense begroting en komen grotendeels ten laste van het centrumbudget voor beschermd wonen. Budget Het rijksbudget voor beschermd wonen, dat centrumgemeente Eindhoven voor de regio ontvangt, bedraagt volgens de septembercirculaire 2018 € 49.078.437. Dit budget is hoofdzakelijk opgebouwd uit zorgkosten. Daarnaast is een deel van het budget bestemd voor de uitvoering van deze taak (ambtelijke inzet rondom regionale beleidsontwikkeling, inkoop en het toegangsproces). Naast de rijksbijdrage ontvangt iedere gemeente ook inkomsten uit de eigen bijdragen, die cliënten betalen voor het beschermd wonen. Deze inkomsten worden niet verrekend met centrumgemeente Eindhoven en komen dus ten gunste van iedere afzonderlijke gemeente (op basis van de verdeling over de regio gaat het om grofweg een derde van het totaal aan eigen bijdragen).
21
Maatschappelijke opvang Definitie Maatschappelijke Opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving (Wmo 2015, artikel 1.1.1). De kwaliteitseisen in dit document zijn van toepassing op ondersteuning aan de (‘rechthebbende’) cliënten: mensen met een Nederlandse nationaliteit, een tijdelijke verblijfsstatus of EU-burgers na 3 maanden verblijf in Nederland. Doelgroep De maatschappelijke opvang heeft als voornaamste taak om mensen een tijdelijke verblijfplaats te bieden, die om uiteenlopende redenen dak- of thuisloos zijn geworden. Aan die verblijfplaats is een vorm van zorg of begeleiding gekoppeld en/of het verhelpen van een crisis. Bij mensen die dak- of thuisloos raken is vaak sprake van meervoudige problematiek: naast dak- of thuisloosheid, bijvoorbeeld schulden, werkloosheid, psychiatrische of somatische problematiek, verslaving en geweldsituaties. De hulpvraag is met andere woorden complex van aard en verschillende instanties zijn bij de persoon in kwestie betrokken. De doelgroep is divers: jongeren, verslaafden, migranten, gezinnen.
Uitvoering De meeste (dreigend) dak- en thuislozen komen zelf of via het netwerk terecht bij het inloopspreekuur, het regieteam van de gemeente of bij de instellingen MO zelf (Neos, Leger des Heils) in Eindhoven. Door de gemeente wordt allereerst de regiocheck in het kader van de landelijke toegankelijkheid MO uitgevoerd (nagaan waar traject meest passend dan wel de meeste kans van slagen heeft), of er mogelijk recht is op een uitkering in het kader van de Participatiewet (poortwachtersfunctie) en of er een postadres is. Ook wordt geadviseerd over bed, bad, brood, dan wel uitkeringsvragen. Op basis van deze korte scan wordt binnen maximaal 48 uur een afspraak gemaakt voor een intakegesprek bij regieteam. In dit team zijn regisseurs werkzaam (met verschillende achtergronden) en vier generalisten van WIJeindhoven. Het Regieteam stelt het integrale plan van aanpak op en bepaalt welke vormen van ondersteuning, zorg en opvang nodig is. Ook stuurt en bewaakt het Regieteam de uitvoering van de individuele plannen, die door de gecontracteerde partners worden uitgevoerd. Om uitvoering te geven aan de maatschappelijke opvang zijn er verschillende voorzieningen.
Het gaat om de primaire nachtopvang, maar ook om woonvoorzieningen waar zij daarna verblijven en om inloopvoorzieningen waar dak- en thuislozen gedurende de dag kunnen verblijven, ambulante begeleidingstrajecten en begeleid wonen. Veelal is er sprake van traject op diverse leefgebieden, zoals werk en activering, gezondheid, ADL, wonen, veiligheid etc. Doel is dat de personen in traject uiteindelijk succesvol uitstromen (stabiele mix van werk, zorg en inkomen). Het aantal zorgaanbieders, dat werkzaam is op het gebied van de maatschappelijke opvang, is relatief beperkt. De gemeente Eindhoven financiert hen middels subsidie en/of inkoop. Budget Het rijksbudget voor maatschappelijke opvang, dat centrumgemeente Eindhoven voor de regio ontvangt, bedraagt volgens de septemberciculaire 2018 € 11.240.506. Dat wordt verdeeld over inkoop, subsidie en uitvoeringskosten. Subsidie We subsidiëren onder andere de volgende onderdelen bij Het Leger des Heils, NEOS, Ervaring die Staat, Novadic-Kentron, St. Cathrien en Diaconaal Centrum: Opvangplekken (crisisopvang Blijf van m’n Lijf/vrouwenopvang, nachtopvang (inclusief crisisbedden), winternoodbedden); Maatschappelijke steunsystemen; 22
Bemoeizorg; Preventief verslavingsbeleid; Inloopvoorzieningen.
Inkoop Met deze trajecten worden personen in de maatschappelijke opvang begeleid richting uitstroom naar een andere of reguliere stabiele huisvesting, werk en inkomen. Ook financieren we winternoodbedden, dit is op factuurbasis. Uitvoeringskosten Dit wordt besteed aan onder andere contractmanagement, regieteam, gemeentelijk de-escalatieteam, ontwikkelcapaciteit, beleid, administratie, etc. Daarnaast zijn er nog andere activiteiten, die op andere wijze (niet via gemeenten) bekostigd worden, zoals de Medische heroïne behandeling en de Straatdokter.
23
Bijlage 2: Cijfers In deze bijlage zijn cijfers opgenomen gebaseerd op data uit Suite tot en met 19 december 2018. Definitieve cijfers volgen nog na definitieve afrekening.
Beschermd wonen Overzicht per gemeente Zorgkosten per gemeente 2018:
Gemeente Bergeijk Best Bladel Cranendonck Eersel Eindhoven Geldrop-Mierlo Heeze-Leende Nuenen, Gerwen en Nederwetten Oirschot Reusel-De Mierden Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre Overig Onbekend Totaal
Zorgkosten ZIN € 176.206 € 2.198.750 € 1.089.050 € 248.482 € 417.896 € 31.429.857 € 1.052.235 € 12.452
% Zorgkosten PGB % 0,4 € 423.676 6,2 5,3 € 417.167 6,1 2,6 € 78.826 1,1 0,6 € 80.405 1,2 1,0 € 443.286 6,4 76,4 € 3.340.786 48,5 2,6 € 175.057 2,5 0,0 € 146.611 2,1
€
86.529
0,2
€
€ € € € € € € € €
180.319 145.681 387.188 1.718.433 1.041.189 114.830 536.691 278.151 41.113.938
0,4 0,4 0,9 4,2 2,5 0,3 1,3 0,7 100
€ € € € € € € € €
109.188
Zorgkosten totaal € 599.881 € 2.615.916 € 1.167.876 € 328.887 € 861.182 € 34.770.643 € 1.227.292 € 159.062
% 1,2 5,4 2,4 0,7 1,8 72,4 2,6 0,3
1,6
€
195.717
0,4
17.185 0,2 77.832 1,1 68.990 1,0 101.818 1,5 1.119.148 16,2 196.750 2,9 88.485 1,3 2.600 0,0 6.887.808 100
€ € € € € € € € €
197.504 223.513 456.178 1.820.251 2.160.337 311.580 625.176 280.750 48.001.745
0,4 0,5 1,0 3,8 4,5 0,6 1,3 0,6 100
Indicaties per gemeente In deze voortgangsrapportage is eerder aandacht besteed aan het aantal cliënten, dat iedere maand in zorg is. Dat aantal schommelt rond de 1235 personen per maand, waarbij in- en uitstroom cijfers ook staan weergegeven. Om financieel juiste overzichten te maken, staan in tabellen met kosten alle indicaties opgenomen. In die tabellen kan een en dezelfde persoon dus meerdere malen voorkomen, als er gedurende het jaar nieuwe indicaties zijn gesteld. Voor regiogemeenten is inzichtelijk te maken, hoeveel unieke cliënten er in één jaar een indicatie beschermd wonen hebben gehad. Die aantallen staan in de onderstaande tabel opgenomen. Bij deze tabel een drietal kanttekeningen:
De cijfers kunnen afwijken van het aantal unieke cliënten op een bepaald moment (zoals weergegeven in tweemaandelijkse overzichten), omdat in onderstaand overzicht ook de personen zijn opgenomen, waarvan gedurende dat jaar de zorg is afgesloten (in de functie beschermd wonen).