CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. toelichting herstel bp Buitengebied; Herziening 2017 nav RvS

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Gedeeltelijk herstel vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied; herziening 2017“ (bestuurlijkelus) n.a.v. uitspraak Raad van State 19 mei 2021.12.005 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017 Gemeente Son en Breugel

Bestemmingsplan ‘Buitengebied: Herziening 2017’ Gemeente Son en Breugel

Toelichting Regels Verbeelding Schaal 1:5000 Vaststelling: 10 januari 2019 Uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State: 19 mei 2021 Vaststelling bestuurlijke lus: September 2021 Projectgegevens: TOE02-0471555-01A REG02-0471555-01A TEK02-0471555-01A Identificatienummer: NL.IMRO.0848.BP820BUITENGEBIED-VA03

Datum vrijgave

Opsteller(s)

Projectleider

21 juli 2021

MB, AdV, EB

E. Boonman Vestiging Oosterhout Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout T: +31 (0)162 48 75 00 www.croonenburo5.com

Vrijgave

Vestiging Maastricht Wim Duisenbergplantsoen 21 6221 SE Maastricht T: +31 (0)43 325 32 23 info@croonenburo5.com

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1 1.2

Aanleiding Opzet en inhoud van het bestemmingsplan

1 2

2

Verordening ruimte Noord-Brabant

3

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Aanleiding Relevante structuren en aanduidingen Typering agrarische bedrijven Regeling veehouderijen Overige landbouwaspecten Overige aspecten Verordening ruimte Noord-Brabant

3 3 8 9 12 14

3

Bevordering ruimtelijke kwaliteit

17

4

Overige aanpassingen/correcties

19

4.1 4.2 4.3

Correcties regels Correcties verbeelding Verwerken bestaande bestemmingsplannen

19 20 21

5

Onderzoeksaspecten

23

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

Plan-MER Vertaling conclusie plan-MER in bestemmingsplan Toetsingsadvies Commissie voor de milieueffectrapportage PAS Gezondheid Externe veiligheid

23 25 26 27 27 27

6

Haalbaarheid

31

6.1 6.2 6.3

Uitvoerbaarheid Kostenverhaal Maatschappelijk

31 31 31

7

Procedure

33

7.1 7.2 7.3 7.4

Vooroverleg Ter visie legging ontwerpbestemmingsplan Vaststelling Uitspraak Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State

33 34 34 34

Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Son en Breugel, 29 augustus 2013 Plan-MER bestemmingsplan ‘Buitengebied: Herziening 2017’ Vooroverlegreactie Veiligheidsregio Brabant Zuidoost Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel Vooroverlegreactie provincie Noord-Brabant Oplegnotitie plan-MER, inclusief advies Commissie voor de milieueffectrapportage Zienswijzennotitie Buitengebied; herziening 2017

CroonenBuro5

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Plangebied bestemmingsplan ‘Buitengebied; Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

1 1.1

Gemeente Son en Breugel

Inleiding Aanleiding Voor het overgrote deel van het buitengebied van Son en Breugel geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Het bestemmingsplan is het resultaat van een integrale herziening, welke is vastgesteld op 28 april 2011 en opnieuw vastgesteld op 7 februari 2013. Het huidige planologische regime is qua provinciaal beleid en wet- en regelgeving gebaseerd op de Ontwerp-Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (2010), de Verordening ruimte fase 1 (2010) en het Reconstructieplan Maas en Meierij. Hierbij is destijds geen plan-m.e.r. opgesteld. De gemeente Son en Breugel heeft besloten om het bestemmingsplan voor het buitengebied te actualiseren. Uitgangspunt van de voorgenomen herziening is het “vertalen” van de Verordening ruimte Noord-Brabant evenals het aanbrengen van een aantal kleine correcties/ omissies. Hiervoor is voorliggende herziening van het bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een passende juridische en planologische regeling voor het buitengebied. Verordening ruimte 2014 Op 7 februari 2014 heeft de provincie Noord-Brabant een partiële herziening van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de bijbehorende Verordening ruimte vastgesteld. De Verordening ruimte 2014 geeft invulling aan de beleidsmatig ingezette koerswijzigingen van de provincie.

Met name voor de regels in het buitengebied is de Verordening ruimte 2014 aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van de Verordening ruimte 2011 en 2012. Belangrijkste wijziging is de implementatie en uitwerking van de beleidslijn "Transitie naar zorgvuldige veehouderij". Centraal in deze beleidslijn staat het motto "Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd". Er wordt alleen nog ontwikkelruimte aan veehouderijen geboden als daarmee een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Hieraan is een aantal voorwaardelijke bepalingen gekoppeld: o.a. voeren van dialoog met omgeving, landschappelijke kwaliteitsverbetering minimaal 10% van het bouwvlak, voldoen aan (bovenwettelijke) eisen ten aanzien van fijn stof, geur. Ontwikkelruimte blijft in principe beperkt tot 1,5 ha. Onder uitzondering is uitbreiding buiten de 1,5 ha mogelijk. Verordening ruimte Noord-Brabant (2017) In de provinciale notitie ‘Versnelling transitie veehouderij’ is geconstateerd dat de transitie naar een zorgvuldige veehouderij in Brabant, zoals in 2014 ingezet, te langzaam verloopt en dat ook de doelen van het Convenant Stikstof en Natura 2000 (29 september 2009), zoals opgenomen in de Verordening Stikstof en Natura 2000 (21 oktober 2010, bijgesteld 2013) en de Verordening natuurbescherming (1 januari 2017) in het huidige tempo niet worden gehaald.

Verder is geconstateerd dat de acceptatie en waardering van de veehouderijsector onder druk staat. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben daarom 7 juli 2017 ingestemd met een maatregelenpakket naar aanleiding van de notitie ‘Versnelling transitie veehouderij’. Dit pakket bestaat uit: een aanpassing van de Verordening ruimte (o.a. mestbewerking, staldering); een aanscherping van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV); een aanpassing van de Verordening natuurbescherming (strengere emissie-eisen, vervallen interne saldering);

CroonenBuro5

1

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Daarnaast is een stop op de ontwikkeling van geitenhouderijen ingesteld. Dit naar aanleiding van resultaten van het onderzoek Veehouderijen en gezondheid omwonenden (VGO) d.d. juni 2017. Doel van de provincie versnelling van de transitie veehouderij is een beweging van de veehouderijsector naar een sector, die ‘maatschappelijk geaccepteerd en gewaardeerd wordt, diervriendelijk produceert, past in zijn natuurlijke omgeving en geen onaanvaardbare gezondheidsrisico’s met zich meebrengt’.

1.2

Opzet en inhoud van het bestemmingsplan Het inhoudelijk uitgangspunt van de voorgenomen herziening is: het verwerken van de provinciale Verordening; het aanbrengen van een aantal kleine correcties, veelal op perceelniveau. Inhoudelijk zijn er, tenzij anders aangegeven, geen ingrijpende wijzigingen doorgevoerd in de bestemmingsregelingen en/of verbeelding. In hoofdstuk 2 en 3 van deze toelichting zijn de wijzigingen ten opzichte van het moederplan toegelicht. Deze toelichting dient ter verduidelijking van de gemaakte keuzen in dit bestemmingsplan en ter informatie over het van toepassing zijnde beleid. Er is inhoudelijk beschreven en gemotiveerd wat de herziening inhoudt. Daarnaast is met de gekozen opzet van de herziening geprobeerd een duidelijk inzicht te geven in: de veranderingen in de herziening ten opzichte van het moederplan; het juridisch planologische regime na inwerkingtreding van de herziening. Voor het opstellen van herzieningen zijn geen standaarden of modelafspraken voorhanden. Er is daarom voor gekozen de volgende onderdelen (verbeelding en/of regels) van het moederplan als volgt te herzien: de verbeelding bestaat uit de plangrens van het moederplan met daarbinnen uitsluitend opgenomen de gronden waarvoor opnieuw bestemmingen en/of aanduidingen worden vastgesteld.

Voor de volledigheid zijn de dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen uit het moederplan opnieuw gebiedsdekkend opgenomen; niet alle gronden zijn voorzien van bestemmingen en aanduidingen: voor deze gronden wijzigen de bestemmingen en aanduidingen uit het moederplan niet; de aanpassingen op de verbeelding van de herziening bestaan uit: o plandelen welke in zijn geheel zijn herzien. Hierbij zijn de bestemming en alle overige aanduidingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen opnieuw opgenomen; o plandelen waarvoor uitsluitend een gewijzigde of toegevoegde aanduiding of dubbelbestemming is vastgesteld, zoals bijvoorbeeld de gebiedsaanduiding ‘beperkingen veehouderij’: de onderliggende enkelbestemmingen en overige aanduidingen in het moederplan blijven ongewijzigd van toepassing en zijn niet opgenomen; de regels zijn van toepassing op het hele plangebied: de regels die zijn herzien (aangevuld/ gewijzigd/ doorgehaald) staan in rood aangegeven. Voor de niet in deze herziening opgenomen onderdelen blijft de bestemmingsregeling zoals opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van kracht.

CroonenBuro5

2

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

2 2.1

Gemeente Son en Breugel

Verordening ruimte Noord-Brabant Aanleiding De Verordening ruimte Noord-Brabant is voor het eerst in april 2010 vastgesteld. Na het proces rondom de reconstructie (1998-2004) en het megastallendebat (2010) is Noord-Brabant een nieuwe weg ingeslagen. Een weg die moeten leiden naar een zorgvuldige veehouderij die in evenwicht met zijn omgeving produceert. Om deze nieuwe lijn te ondersteunen is in 2014 nieuw beleid vastgesteld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening met daarbij passende maatregelen in de Verordening ruimte 2014. Op 8 juli 2017 hebben Provinciale Staten van Noord-Brabant de meest recente Verordening aangenomen. Vanaf dit moment is de officiële naam: Verordening ruimte Noord-Brabant. De Verordening ruimte Noord-Brabant zoals deze geldt per 8 juli 2017 is dus onderdeel van een maatregelenpakket dat versneld moet leiden tot een zorgvuldige veehouderijsector in Brabant. De volgende beleidswijzigingen in deze Verordening zijn relevant voor het bestemmingsplan: 1. 2.

mestbewerking (artikel 6.3, lid 2 onder d en lid 4 Vr/ artikel 7.3, lid 2 onder d en lid 4 Vr); ontwikkelingsmogelijkheden veehouderij: o staldering (artikel 26 Vr); o excellerende veehouderijen (artikel 6.4 Vr / artikel 7.4 Vr); o bouwstop geitenhouderij (artikel 6.4 onder 5 Vr/ artikel 7.4 onder 5 Vr).

Voor de onderdelen mestbewerking, staldering en de bouwstop op geitenhouderij zijn rechtstreeks werkende regels opgenomen in de Verordening. Deze gelden totdat een bestemmingsplan in overeenstemming is met de Verordening ruimte Noord-Brabant. Naast deze onderwerpen is er een aantal tekstuele wijzigingen doorgevoerd in de regels voor veehouderijen. Deze zijn doorvertaald in het bestemmingsplan. Daarnaast is in de Verordening onder meer een regeling opgenomen voor windturbines en zonneparken. Deze regelingen vragen gezien de aard en omvang van de mogelijke ontwikkeling om een separate procedure en worden daarom hier niet verder belicht en opgenomen in het bestemmingsplan.

2.2

Relevante structuren en aanduidingen In de Verordening wordt het volgende onderscheid gemaakt in structuren: bestaand stedelijk gebied; Natuur Netwerk Brabant (voorheen: Ecologische hoofdstructuur); groenblauwe mantel; gemengd landelijk gebied. Naast deze structuren komen diverse aanduidingen voor, deze worden hierna tevens benoemd. Bestaand stedelijk gebied De kernen binnen de gemeente zijn als zodanig aangemerkt. Voor het bestemmingsplan voor het buitengebied is er geen directe impact. Bestaand stedelijk gebied, kern in landelijk gebied De kern Breugel is als zodanig aangemerkt. Bestaand stedelijk gebied, stedelijk concentratiegebied Deze aanduiding is gelegen over de kern Son, ten noorden van de zuidelijke gemeentegrens en de Eindhovenseweg en tussen de Rooijseweg en de A50.

CroonenBuro5

3

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Voor het bestemmingsplan voor het buitengebied hebben deze aanduidingen geen impact.

Uitsnede Verordening, stedelijke ontwikkeling

Natuur Netwerk Brabant (Ecologische hoofdstructuur) Het Natuur Netwerk Brabant bestaat uit bestaande natuur- en bosgebieden, gerealiseerde nieuwe natuur (gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen) en nog niet gerealiseerde nieuwe natuur (agrarische gronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur, maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig). Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: In de Verordening zijn de volgende aanduidingen opgenomen welke ook al zijn opgenomen in het huidige bestemmingsplan. In het kader van deze analyse heeft een check plaatsgevonden met betrekking tot deze aanduidingen: - Natuur Netwerk Brabant (bestemmingen Natuur, Bos en Agrarisch met waarden - 2): deze zijn reeds bestemd in het huidige bestemmingsplan. De ehs wijkt op enkele plaatsen op perceelsniveau af. - ecologische verbindingszone Wilhelminakanaal (Agrarisch met waarden – 2, Water en Verkeer). - attentiegebied ecologische hoofdstructuur (bestemmingen Natuur en Agrarisch met waarden - 2). - zoekgebied behoud en herstel watersystemen: niet opgenomen in het huidige bestemmingsplan.

CroonenBuro5

4

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Om er zeker van te zijn dat het Natuurnetwerk Brabant goed is doorvertaald is deze voor de volledigheid ook als gebiedsaanduiding opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. De ecologische verbindingszone en het attentiegebied ehs zijn niet gewijzigd omdat deze al correct in het moederplan zijn opgenomen.

Aanduiding hoofdstructuur

-

Attentiegebied

ecologische

Aanduiding - Behoud en herstel watersystemen Aanduiding - Ecologische verbindingszone Structuur – NNB/ Ecologische hoofdstructuur Structuur - Groenblauwe mantel

Uitsnede Verordening, natuur en landschap Groenblauwe mantel en Gemengd landelijk gebied Het beleid in de ‘Groenblauwe mantel’ is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. In de 'Groenblauwe mantel’ gelden voorwaarden ten aanzien van de omgevingskwaliteiten. Voor agrarische bedrijven, niet- veehouderijbedrijven, is de ligging van een agrarisch bedrijf in 'Gemengd Landelijk gebied' of in de 'Groenblauwe mantel' van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Voor veehouderijen is dit onderscheid niet van belang. Hiervoor de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ van belang. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: In het plangebied komt ‘Groenblauwe mantel’ voor ten oosten van de lijn Rooijseweg/ Son/ Eindhovenseweg van noord naar zuid. De Groenblauwe mantel komt grotendeels overeen met de bestemming Agrarisch met waarden –1. Aan de oostzijde van Breugel (nabij de weg naar Lieshout), de ‘strook’ parallel aan de A50 en de zuidoosthoek van het plangebied zijn niet als zodanig bestemd. Ten opzichte van de Verordening ruimte fase 1 (2010) wijken de regels uit de Verordening voor wat betreft de ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderij in belangrijke mate af van eerder provinciaal beleid. De ligging wel of niet in de ‘groenblauwe mantel’ is voor veehouderij niet meer relevant.

CroonenBuro5

5

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Het huidige bestemmingsplan is deels afgestemd op het provinciaal beleid, het beleid voor de ‘Groenblauwe mantel’ in relatie tot agrarische ontwikkelingen is nog niet expliciet vertaald in de regels. Ten behoeve van de herziening zal het nieuwe bestemmingsplan: - regels moeten stellen ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden: afhankelijk van de ligging van de ‘Groenblauwe mantel’ ten opzichte van de bestemmingen Bos, Natuur, Agrarisch met waarden 1 en 2, zal de regeling hieromtrent moeten worden aangepast of worden toegevoegd; - moeten regelen dat uitbreiding van, vestiging van of omschakeling naar een (vollegronds)teeltbedrijf mogelijk is indien er een positieve bijdrage wordt geleverd aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; - moeten regelen dat de bouw of uitbreiding van kassen niet is toegestaan; - kunnen regelen dat de oppervlakte permanente teeltondersteunende voorzieningen wordt verruimd naar maximaal 3 ha , in plaats van 1,5 ha/bouwvlak (boomteelt), de gemeente kiest er voor dit niet generiek door te vertalen in de herziening; - de regeling voor veehouderijen aanpassen aan de V2014: o.a.

zorgvuldige veehouderij; - moeten regelen dat ontwikkelingen gepaard gaan met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. De gemeente neemt de ‘Groenblauwe mantel’ op als gebiedsaanduiding en koppelt de wijziging van de regels aan deze aanduiding. Tevens zijn een aantal percelen gewijzigd van bestemming ‘Agrarisch’ in ‘Agrarisch met waarden’.

Beperkingen veehouderij Binnen het gebied dat in de Verordening is aangeduid als 'Beperkingen veehouderij' geldt dat intensieve veehouderijen hier geen ontwikkelingsmogelijkheden meer hebben. Deze gebieden zijn gelegen rondom de kernen en natuur. Dit is een voortzetting van het beleid zoals dat gold voor de extensiveringsgebieden op basis van het Reconstructieplan Maas en Meierij. Binnen het gebied dat is aangeduid als ‘beperkingen veehouderij’ is uitbreiding van dierenverblijven ten behoeve van een veehouderij uitsluitend toegestaan indien sprake is van een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld. Daarnaast dient te worden voldaan aan de voorwaarden voor een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Een groot deel van het plangebied, vrijwel het hele gedeelte ten oosten van de A50, valt binnen deze aanduiding.

In deze herziening van het bestemmingsplan is de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ als gebiedsaanduiding opgenomen, inclusief regeling ten aanzien van de (grondgebonden) veehouderij.

CroonenBuro5

6

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Uitsnede Verordening, agrarische ontwikkeling

Reconstructiezonering Het vigerend bestemmingsplan is opgesteld ten tijde dat het Reconstructieplan nog van kracht was. Het hier in opgenomen onderscheid en beleid voor intensieve veehouderij met de onderverdeling in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden, is in de Verordening komen te vervallen. In plaats daarvan wordt de regeling voor de gebiedscategorie 'Beperkingen Veehouderij' geïntroduceerd. Deze komt in grote lijnen overeen met extensiveringsgebied, in een enkel geval deels met verwevingsgebied. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: De aanduidingen voor de reconstructiezonering zijn in het huidige bestemmingsplan Buitengebied opgenomen op de verbeelding. In de regels komen deze aanduidingen terug in: begrippen; afwijkingen: diverse afwijkingen voor nevenactiviteiten; wijzigingsbevoegdheden: diverse wijzigingsbevoegdheden, gekoppeld aan agrarische ontwikkeling danwel gekoppeld aan niet- agrarische ontwikkeling. De aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ komt overeen met de aanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’. Tevens valt een groot deel van de aanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’, gelegen ten zuidoosten van de kern Breugel binnen de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’.

De gemeente neemt de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ op als gebiedsaanduiding en koppelt de wijziging van de regels aan deze aanduiding. De reconstructiewetzones zijn in de herziening opgenomen als vervallen. Bij het vervallen van de reconstructiewetzonering vervalt de uitzondering in de afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden.

CroonenBuro5

7

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

2.3

Gemeente Son en Breugel

Typering agrarische bedrijven In de Verordening wordt het volgende onderscheid gemaakt in type agrarische bedrijven: (vollegronds)teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt; veehouderij*: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt. Hieronder worden ook paardenhouderijen begrepen en bijvoorbeeld witlof- of viskwekerijen. *Onderscheid (grondgebonden) veehouderij en intensieve veehouderij De Verordening maakt binnen het beleid voor veehouderij enkel nog onderscheid tussen grondgebonden veehouderij en intensieve veehouderij binnen de aanduiding ‘Beperkingen veehouderij’. De ligging in ‘Groenblauwe mantel’ en ‘Gemengd landelijk gebied’ is niet van belang: de toelaatbare ontwikkelingen zijn in beide gebieden identiek. In de Verordening zijn de begripsbepalingen ten aanzien van de typen agrarische bedrijven aanzienlijk gewijzigd, met name ten aanzien van de veehouderij.

Er is 1 begrip voor veehouderij en een begrip voor grondgebonden veehouderij. In de wijziging Nadere regels Verordening ruimte – BZV is het begrip voor grondgebonden veehouderij nog verder geconcretiseerd. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: In het huidige bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in: - grondgebonden agrarische bedrijven (veehouderij, niet-veehouderij en paardenhouderij); - intensieve veehouderij (waaronder een viskwekerij); - paardenhouderij. Glastuinbouwbedrijven en niet- grondgebonden agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderij, komen niet voor. Wel komt ‘boomteelt’ voor. In de Vr zijn de begripsbepalingen ten aanzien van de typen agrarische bedrijven aanzienlijk gewijzigd, met name ten aanzien van de veehouderij. De herziening van het bestemmingsplan is hier op afgestemd. De aanduiding voor intensieve veehouderij wordt aangehouden. De gemeente is van mening dat het uit ruimtelijk oogpunt relevant blijft om onderscheid te maken tussen (grondgebonden) veehouderij en intensieve veehouderij vanwege ruimtelijke uitstraling: grondgebonden veehouderijbedrijven met omliggende onbebouwde gronden voor de voerproductie versus intensieve veehouderijen met een relatief hogere bebouwingsdichtheid vanwege het niet noodzakelijkerwijs aanwezig zijn van omliggende onbebouwde gronden.

Daarnaast geldt binnen het gebied dat is aangeduid als 'Beperkingen veehouderij' wel een verschillend regime. Ontwikkeling voor intensieve veehouderij is hier uitgesloten. De gemeente kiest er voor om naast de bestaande aanduiding voor intensieve veehouderij alle veehouderijen, ook de niet zijnde intensieve veehouderij, aan te duiden als veehouderij. Voor alle overige bedrijven die nu niet onder intensieve veehouderij vallen maar waar wel vee wordt gehouden, moet onderscheid gemaakt worden in de veehouderij en nietveehouderijbedrijven. De bedrijven met vee worden als zodanig aangeduid. Alle begrippen, bestemmingsomschrijvingen en de verbeelding zijn hier op aangepast.

CroonenBuro5

8

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Hokdieren In de Verordening is tevens het begrip ‘hokdieren’ geïntroduceerd. Hieronder worden veehouderijen verstaan, uitgezonderd nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. Dit begrip is van belang voor de zogenaamde provinciale stalderingsregeling. In het bestemmingsplan worden bedrijven niet als zodanig aangeduid maar in de regeling wordt aangegeven wanneer hiervan sprake is en welke regeling hiervoor geldt. Zie ook de toelichting op ‘Staldering’ in paragraaf 2.4.2..

2.4

Regeling veehouderijen Omdat de Verordening met name gevolgen heeft voor de regeling in het bestemmingsplan ten aanzien van veehouderij wordt hier nader op ingezoomd.

2.4.1

Uitbreiding bebouwing en/ of bouwvlak De regels van de Verordening dienen te worden doorvertaald in bestemmingsplannen. Zolang bestemmingsplannen nog niet zijn aangepast aan de regels uit de Verordening gelden er rechtstreeks werkende regels. In deze rechtstreeks werkende regels zijn de bepalingen, zoals hierna genoemd, ten aanzien van veehouderij opgenomen. Op basis van de Verordening is de uitbreiding van de bestaande oppervlakte dierenverblijven voor het uitoefenen van een veehouderij (zoals stallen, machinebergingen of mestopslag) door nieuwbouw dan wel door het in gebruik nemen van bestaande bebouwing binnen het bouwvlak voor het huisvesten van dieren alleen toegestaan indien aan de voorwaarden uit de Verordening wordt voldaan. Dit betekent dat de oppervlakte van dierenverblijven ten dienste van veehouderijen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning, ten hoogste de omvang heeft: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

Op gemengde bedrijven, bijvoorbeeld een veehouderij in combinatie met vollegrondsteelt, mag wel worden gebouwd ten behoeve van de niet-veehouderijtak, hiervoor hoeft dus niet aan de voorwaarden uit de Verordening te worden voldaan. Deze bebouwing mag niet in gebruik worden genomen ten behoeve van de veehouderij. Het vergroten van de oppervlakte dierenverblijven ten behoeve van veehouderij, het wijzigen en vergroten van agrarische bouwvlakken voor veehouderij alsmede het wijzigen van de bedrijfsvoering naar veehouderij (omschakeling) is alleen toegestaan indien aan de voorwaarden uit de Verordening wordt voldaan. De voorwaarden uit de Verordening zijn: - er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.

(Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV)); - de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving en gelet op de volksgezondheid, inpasbaar in de omgeving; - er moet voldaan worden aan extra eisen ten aanzien van geur en fijn stof (gekwantificeerd in de regels van de verordening); - er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief; - er moet geborgd worden dat binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden.

CroonenBuro5

9

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

2.4.2

Gemeente Son en Breugel

Staldering In de Verordening zijn 6 zogenaamde ‘Stalderingsgebieden’ aangewezen. Voor veehouderijbedrijven met hokdieren welke gelegen zijn in het Concentratiegebied Zuid als bedoeld in de Meststoffenwet (gecorrigeerd aan de hand van de gemeentelijke grenzen) wordt het beleidsconcept 'staldering' ingevoerd. Dit betekent dat binnen deze regio, het stalderingsgebied, de bouw of in gebruik name van een stal uitsluitend is toegestaan als er elders in het stalderingsgebied meer staloppervlak (110%) verdwijnt. Voor iedere 10 m² nieuwe stal moet 11 m² bestaande stal gesloopt worden. Een veehouderij met hokdieren die een dierenverblijf wil oprichten of die een bestaand gebouw als dierenverblijf in gebruik wil nemen, moet aantonen dat er elders een bestaand dierenverblijf is gesaneerd door sloop of herbestemming (juridisch en feitelijk beëindigd). Ook moet een stal (dierenverblijf) de afgelopen drie jaar (peildatum 17 maart 2017) feitelijk aanwezig, legaal en onafgebroken bedrijfsmatig in gebruik zijn geweest voor het houden van landbouwhuisdieren om in te kunnen zetten voor staldering. Het stalderen met leegstaande stallen is dus niet toegestaan. Ook bij de vestiging van en omschakeling naar een hokdierhouderij gelden de voorwaarden van het stalderingsprincipe.1 Het stalderingsprincipe geldt alleen in de aangewezen stalderingsgebieden.

Daarnaast geldt de regeling enkel voor zogenaamde hokdieren (nieuw begrip in de Verordening). Hieronder worden veehouderijen verstaan, uitgezonderd nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. Naast deze voorwaarden is om de transitie te bevorderen en uitbreidende veehouders een eerlijke prijs te laten betalen voor de stalderingsmeters door de provincie een stalderingsloket ingesteld. Stalderen loopt verplicht via dat stalderingsloket. Het bewijs dat aan de provinciale stalderingsvoorwaarden wordt voldaan wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten.2 De volgende zes stalderingsgebieden zijn bepaald in de Verordening:

1

Op basis van artikel 42, derde lid van de verordening zijn de stalderingsregels niet van toepassing op gevallen waarvoor Gedeputeerde Staten een ontheffing hebben verleend ingevolge een eerdere verordening en waarbij aan deze ontheffing de voorwaarde is verbonden dat er elders een dierenverblijf is gesloopt. Deze uitzondering geldt slechts tot ten hoogste de omvang die feitelijk gesloopt is.

2

Ondanks de rechtstreeks werkende regels voor het stalderingsprincipe werkt de provincie Noord-Brabant momenteel nog aan een nadere uitwerking van het stalderingsprincipe, zo moet onder meer het stalderingsloket nog verder vorm gegeven worden. Dit biedt onzekerheid over de uitvoering van het principe.

CroonenBuro5

10

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: - stalderingsgebied: de begrenzing zoals opgenomen in de Verordening ruimte NoordBrabant is gemeentegrensoverschrijdend (het hele plangebied valt er binnen). Daarom is het gebied niet op de verbeelding opgenomen maar als begrip in de regels. Het begrip van de Verordening is in het bestemmingsplan overgenomen met daarin een dynamische verwijzing naar de begrenzing zoals opgenomen in de Verordening; - aanpassing regels: regeling aangevuld met verbijzondering voor dierenverblijf, hokdieren en staldering.

2.4.3

Afwijkende regels veehouderij: Excellerende veehouders In de ‘oude’ Verordening was een regeling opgenomen op basis waarvan veehouderijen meer ontwikkelruimte konden krijgen indien een overbelaste situatie werd gesaneerd. Deze regeling is in gewijzigde vorm overgenomen in de nieuwe Verordening: - indien een overbelaste situatie wordt opgeheven is maximaal 2,5 ha bouwperceel mogelijk; In de nieuwe Verordening is tevens een mogelijkheid toegevoegd op basis waarvan veehouderijen onder voorwaarden meer ruimte krijgen indien: - een blijvende score van minimaal 8,5 wordt behaalt op grond van de BZV in plaats van de vereiste 7,25 (maximaal 2 ha mogelijk) (zie ook BZV). Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: In verband met maatwerk en de specifieke uitwerking van de voorwaarden van de Verordening zal een buitenplanse afweging worden gemaakt en uitgewerkt voor veehouderijen die aan deze voorwaarden kunnen voldoen. Bijlage 1:

2.4.4

Bouwstop voor geitenhouderij Aanvullend onderzoek naar gezondheidsaspecten rondom veehouderijen (Veehouderijen en gezondheid omwonenden, VGO-2, juni 2017) heeft aangetoond dat er in de omgeving van geitenhouderijen een verhoogd risico op gezondheidsklachten bestaat. Omdat (nog) niet duidelijk is waardoor dit wordt veroorzaakt heeft de provincie vanuit het voorzorgsprincipe in de Verordening een bouwstop voor geitenhouderijen geïntroduceerd. De vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen is niet toegestaan. De bouwstop blijft gelden tot het moment dat er meer informatie bekend is over de gezondheidseffecten rondom geitenhouderijen, voorlopig tot 2020. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Verplichte vertaling van de regeling voor geitenhouderij: - geitenhouderijen komen niet voor in het plangebied; - de vestiging van en de omschakeling naar een geitenhouderij is niet mogelijk gemaakt; - in de afwijkingen voor de bouw- en gebruiksregels voor veehouderijen is een verbod opgenomen voor de uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van het houden van geiten.

CroonenBuro5

11

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

2.4.5

Gemeente Son en Breugel

Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) In februari 2013 is tijdens de werkconferentie ‘Transitie naar een zorgvuldige veehouderij’ door een brede vertegenwoordiging van partijen de ambitie uitgesproken om in Noord-Brabant een landelijke standaard neer te zetten voor zorgvuldige veehouderij. Deze standaard is gebaseerd op de denklijn dat ontwikkelruimte voor veehouderijen verdiend moet worden: veehouderijen krijgen alleen toestemming voor uitbreiding tot een maximale omvang van 1,5 ha als ze bovenwettelijke maatregelen nemen op het gebied van volksgezondheid. Op 22 maart 2013 hebben Provinciale Staten dit voornemen bekrachtigd in de vorm van besluiten n.a.v. het dossier ‘Transitie naar een zorgvuldige veehouderij 2020’. In de Verordening is bepaald dat Gedeputeerde Staten van Noord Brabant nadere regels kunnen stellen. Dit hebben Gedeputeerde Staten gedaan voor de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij. De nadere regels geven invulling aan artikel 6.3/7.3 van de Verordening. In de Verordening is aangegeven dat de regels invulling geven aan het treffen van maatregelen die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. De toepassing van de nadere regels is daarbij gekoppeld aan een toename van de bebouwingsoppervlakte van een veehouderij. Aangezien de BZV in de tijd wordt aangepast op basis van ervaring en inzicht, is in de nadere regels overgangsbeleid opgenomen.

De BZV wordt getoetst bij de omgevingsvergunning voor bouwen. Het overgangsbeleid regelt dat de BZV versie op het moment van indienen leidend is bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen en bij toezicht en handhaving. De datum van indienen is leidend mits er sprake is van een volledige en ontvankelijke aanvraag. De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) is opgebouwd rond diverse thema's en om te voldoen aan het criterium 'zorgvuldig' moet een minimale score op de BZV worden gehaald. In aanvulling daarop is in de nadere regels aangegeven dat marginale ontwikkelingen niet aan de BZV hoeven te voldoen. Hiervoor is een maximumgrens gesteld van 100 m2 per periode per 10 jaar, zodat het echt beperkt blijft tot kleinschalige ontwikkelingen. Indien een gemeente hiervan gebruik wil maken, is het dus nodig om de in het vergunningensysteem te checken of al eerder van deze mogelijkheid gebruik is gemaakt. De periode van tien jaar is gekozen omdat deze aansluit bij de wettelijke termijn voor aanpassing van bestemmingsplannen. Het ijkpunt van bestaande bebouwing is vastgelegd in de Verordening.

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Omdat de BZV een apart instrument is naast het bestemmingsplan dat bij vergunningverlening wordt toegepast en omdat de nadere regels waarin de BZV is geregeld kunnen wijzigen gedurende de bestemmingsplanperiode is in het bestemmingsplan een ‘dynamische’ verwijzing opgenomen naar het instrument BZV.

2.5

Overige landbouwaspecten Mestbewerking De provincie wil emissies uit mest minimaliseren omdat dit de risico’s voor gezondheid en veiligheid verkleint en goed is voor de natuur. Mest bewerken voordat het wordt opgeslagen of aangewend is daarvoor nodig. Daarom is in de Verordening binnen het bouwerperceel van een veehouderij de bewerking van eigen ter plaatse geproduceerde mest rechtstreeks toegestaan. Mestbewerking ten behoeve van elders geproduceerde mest is op basis van de Verordening niet toegestaan, tenzij: - het mestvergisting van samenwerkende melkrundveehouders betreft (maximale capaciteit van 25.000 ton per jaar), mits: o de locatie goed is ontsloten,

CroonenBuro5

12

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

o de op-, overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt; o bij verdere bewerking de mest ter plaatse zodanig wordt bewerkt dat ten minste 50% van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water; o de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving inpasbaar is (art. 3.1 onder 3 Vr). In Gemengd landelijk gebied (artikel 7.11 Vr), dus buiten de Groenblauwe Mantel (verbod artikel 6.10 Vr), is de vestiging van mest- bewerking of een toename van de gebruiksoppervlakte van bebouwing voor mestbewerking is, buiten het gebied ‘beperkingen veehouderij’, op basis van de Verordening toegestaan indien: - de mest met pijpleidingen wordt aangevoerd vanaf de locatie waar de mest wordt geproduceerd; - ten minste 50 % van het volume van de mest wordt omgezet in loosbaar water; - de op- , overslag en verwerking van producten niet in de openlucht plaatsvindt; - de mestbewerking vanuit het oogpunt van een goede leefomgeving inpasbaar is (art. 3.1 onder 3 Vr); - de locatie buiten de aanduiding 'Gebied beperkingen veehouderij' ligt; - de landschappelijke inpassing ten minste 15 % van de omvang van het bouwperceel bedraagt; - de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording bevat dat een zorgvuldige dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling.

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: - in het bestemmingsplan wordt binnen het bouwvlak van een veehouderij de bewerking van eigen ter plaatse geproduceerde mest rechtstreeks toegestaan op basis van de Verordening; - het huidige begrip ‘mestbewerking’ is conform de Verordening.

Opslag ruwvoer In de Verordening is opgenomen dat een agrarisch bouwvlak met 0,5 ha mag worden vergroot indien het bedrijf vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate is aangewezen op de opslag van ruwvoer. Dit kan enkel indien de ruimte binnen het bouwperceel niet aanwezig is en het bestemmingsplan borgt dat deze 0,5 hectare uitsluitend gebruikt wordt ten behoeve van voorzieningen, geen gebouwen zijnde, voor de opslag van ruwvoer. Het totale bouwvlak mag maximaal 2 ha bedragen. In het bestemmingsplan kan een regeling worden opgenomen dat indien sprake is van een bouwvlak voor een veehouderij, direct aansluitend op dit bouwvlak een aanduidingsvlak voor de ‘opslag van ruwvoer’ worden opgenomen, mits deze opslag gekoppeld is aan de betreffende veehouderij en niet binnen het agrarisch bouwvlak kan worden opgenomen. Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Het bestemmingsplan is aangepast aan de regeling in de Verordening.

CroonenBuro5

13

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

2.6

Gemeente Son en Breugel

Overige aspecten Verordening ruimte Noord-Brabant Water In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn de volgende aanduidingen opgenomen die relevant zijn voor het plangebied: - behoud en herstel watersystemen (Dommel en Wilhelminakanaal); - boringsvrije zone (Best en Son, reeds bestemd); - regionale waterberging (rondom de Dommel, reeds bestemd); - reservering waterberging (grote gebieden rondom de Dommel); - waterwingebied (Best, reeds bestemd).

Uitsnede Verordening, water

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Alle relevante wateraspecten zijn reeds goed geregeld in het huidige bestemmingsplan. Aanpassing in deze herziening is niet noodzakelijk.

CroonenBuro5

14

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Cultuurhistorie In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn de volgende aanduidingen opgenomen die relevant zijn voor het plangebied: - aardkundig waardevol; - cultuurhistorisch vlak.

Uitsnede Verordening, cultuurhistorie

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: Wat betreft de aanduidingen voor water en cultuurhistorie geldt dat: - aardkundig waardevol reeds is opgenomen en overeenkomt met de Verordening; - voor de cultuurhistorische waarden beschikt de gemeente over eigen beleid, het bestemmingsplan behoeft op dit onderdeel geen aanpassing als gevolg van het provinciaal beleid.

CroonenBuro5

15

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

CroonenBuro5

16

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

3

Gemeente Son en Breugel

Bevordering ruimtelijke kwaliteit Bij de vaststelling van het bestemmingsplan voor het buitengebied was het nog niet noodzakelijk om de vereisten met betrekking tot de bevordering van ruimtelijke kwaliteit in het bestemmingsplan op te nemen. Inmiddels zijn voor de vertaling van de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en de kwaliteitsverbetering van het landschap in grote delen van de provincie Noord Brabant regionale afspraken gemaakt. Gemeenten die beschikken over een dergelijk regionaal en/of gemeentelijk kader kunnen deze ‘door vertalen’ in het bestemmingsplan. In de Verordening ruimte Noord-Brabant zijn regels vastgelegd die de belangen van de provincie bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten beschermen. Met deze regels moet bij de opstelling van bestemmingsplannen rekening worden gehouden. In artikel 3.2. van de Verordening wordt verplicht gesteld dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied bij moeten dragen aan de verbetering van de kwaliteit van het landschap. Deze zogenaamde landschapsinvesteringsregeling (LIR) is van toepassing op alle ontwikkelingen in het buitengebied die in strijd zijn met het geldende bestemmingsplan, maar waaraan vanuit ruimtelijke overwegingen toch medewerking kan worden verleend. De LIR geldt ook voor binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden.

De verplichting om de kwaliteit te verbeteren komt bovenop de ‘basis’-verplichting om te zorgen voor de (handhaving) van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied, zoals is opgenomen in artikel 3.1 van de Verordening. De Verordening schrijft niet voor hoe en in welke mate ontwikkelingen aan de kwaliteit van het landschap moeten bijdragen. Nadrukkelijk heeft de provincie zich daarbij op het standpunt gesteld dat de gemeenten dit zelf mogen bepalen, zij het dat de provincie wel minimale eisen stelt. Op grond van de Verordening kan kwaliteitsverbetering van het landschap plaatsvinden via investeringen in de kwaliteit van bodem/ water/ natuur/ landschap/ cultuurhistorie en investeringen in extensieve recreatieve mogelijkheden. Het besluit om medewerking te verlenen aan ontwikkelingen in het buitengebied is afhankelijk van het eigen ruimtelijk beleid dat door de gemeenten wordt gevoerd. Dat betekent dat initiatieven in de eerste plaats aan dit beleid zullen worden getoetst, voordat wordt toegekomen aan het bepalen van de bijdrage in de kwaliteit van de landschap ruimtelijke inpassing en de wijze waarop deze bijdrage kan worden ingezet. Indien ontwikkelingen passen in het beleid en ook ruimtelijk/planologisch inpasbaar blijken, is een regionaal en/of gemeentelijk kader het handvat om inhoud te geven aan de gevraagde investering in de kwaliteit van het landschap.

Relevantie bestemmingsplan ‘Buitengebied Son en Breugel’: De gemeente beschikt over eigen beleid ten aanzien van dit onderdeel. Op 29 augustus 2013 is de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Son en Breugel vastgesteld, met goedkeuring van de provincie. In de herziening van het bestemmingsplan is een koppeling gelegd met dit beleid. De bepalingen die terug komen in de diverse afwijkingen/ wijzigingsbevoegdheden zijn op basis van de ‘zwaarte’ van de ontwikkeling aangevuld met: - de voorwaarde ten aanzien van landschappelijke inpassing; - de voorwaarden indien er sprake is van een verslechtering van de kwaliteit van het landschap: “de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied van dit bestemmingsplan”. Verder geldt voor de nadere invulling van deze algemeen geformuleerde bepaling de genoemde uitwerking in het gemeentelijk kader danwel maatwerk.

CroonenBuro5

17

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

CroonenBuro5

18

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

4

Gemeente Son en Breugel

Overige aanpassingen/correcties De volgende correcties, verbeteringen, aanpassingen zijn tevens opgenomen in deze herziening van het bestemmingsplan:

4.1

Correcties regels Naast de doorvertaling van de Verordening zijn de volgende aanpassingen in de regels doorgevoerd: Artikel 34.2 Mantelzorg Op basis van artikel 2 bijlage II Bor onderdeel 22 is mantelzorg in bestaande bebouwing vergunningsvrij mogelijk. De regeling in artikel 34.2 “mantelzorg” is daarom geschrapt. Artikel 25.2.1c en 26.2.1c Op basis van jurisprudentie is de bepaling met de uitzondering van archeologisch onderzoek binnen bouwvlakken in de bestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ geschrapt. Artikel 23.3.2, 24.3.2, 25.3.2 en 26.3.2 In de verschillende archeologie dubbelbestemmingen is een uitzondering in de regels opgenomen, die grondwerkzaamheden toelaat die nodig zijn om archeologisch onderzoek te kunnen uitvoeren. Artikel 3.2.3, 4.2.3, 5.2.3 De regeling met betrekking tot bijgebouwen, carports en overkappingen in de agrarische bestemmingen (‘Agrarisch’, ‘Agrarisch met Waarden – 1’ en ‘Agrarisch met Waarden – 2’) is verduidelijkt omdat de oorspronkelijke regeling voor verwarring zorgde in relatie tot aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen. Artikel 3.2.4, 4.2.4, 5.2.4, 6.2.6, 7.2.5, 16.2.4 De regeling voor herbouw van de (bedrijfs)woning is verduidelijkt en/ of aangevuld. Er is een bepaling toegevoegd waarmee wordt geborgd dat voldaan moet zijn aan milieutechnische normen en eisen.

Artikel 3.2.2c, 4.2.2c, 5.2.2c Bedrijfswoningen zijn rechtstreeks toegestaan. Wenselijk is dat dit enkel geldt voor volwaardige agrarische bedrijven. Een toets moment is niet direct aanwezig doordat de bouw rechtstreeks mogelijk is. Daarom is een bepaling toegevoegd dat dit enkel kan voor volwaardige agrarische bedrijven, waarbij wordt getoetst door de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. Algemeen: regeling bijgebouwen De regeling met betrekking tot bijgebouwen, overkappingen etcetera is onvoldoende duidelijk. Daarom zijn de regels aangepast: bijgebouwen en carports en overkappingen vallen onder dezelfde definitie. Gezamenlijk mogen deze 100 m2 oppervlakte hebben. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt in het aandeel dat overkappingen en carports hierin mogen hebben (voorheen 20 m2). De totale bouwmogelijkheden blijven zo onveranderd, maar daarbinnen is meer flexibiliteit mogelijk.

CroonenBuro5

19

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

4.2

Gemeente Son en Breugel

Correcties verbeelding Naast de doorvertaling van de Verordening zijn de volgende aanpassingen op de verbeelding doorgevoerd: Verkeersbestemming Stakenburgstraat Het fietspad tussen de bebouwde kom en het Wilhelminakanaal is abusievelijk niet bestemd. Het tracé van het fietspad, parallel liggend aan de Stakenburgstraat, is nu bestemd als ‘Verkeer’.

Gasleiding De aangeduide gasleiding, ten noorden van het Wilhelminakanaal, is niet aanwezig. De leiding is daarom wegbestemd met deze herziening.

Gestopte intensieve veehouderijen Op een aantal agrarische locaties zijn geen intensieve veehouderijen meer actief. De vergunningen zijn ingetrokken/ vervallen. Het is daarom niet meer noodzakelijk deze agrarische bouwvlakken aan te merken als ‘intensieve veehouderij’. Dit is aangepast in deze herziening. Wolfswinkel 6 Op Wolfswinkel 6 was voorheen een varkenshouderij / paardenhouderij gevestigd. Deze locatie is gedeeltelijk gesaneerd voor wat betreft de varkenstak. Hiervoor is de milieuvergunning gedeeltelijk ingetrokken d.d. 24-10-2016. De vergunning is in stand gebleven voor 44 volwassen paarden. Deze worden feitelijk ook ter plaatse gehouden in de vergunde en nog aanwezige paardenstallen. In 2011 is hiervoor een overeenkomst aangegaan tussen eigenaar en de gemeente. De toenmalige varkensstallen zouden ontmanteld worden mits de paardenhouderij in stand zou blijven. Met dit bestemmingsplan wordt het vergunde en feitelijke gebruik planologische geborgd.

CroonenBuro5

20

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

4.3

Gemeente Son en Breugel

Verwerken bestaande bestemmingsplannen Om versnipperingen aan plannen te voorkomen zijn de volgende plannen toegevoegd aan het bestemmingsplan voor het buitengebied. De vigerende planologische regeling is hierbij één op één overgenomen. Het betreft de volgende plannen: Bestemmingsplan ‘Buitengebied - Bosgebied-West’ Op basis van het geldende bestemmingsplan wordt dit plan toegevoegd. De bestemmingen Bos, Natuur en Agrarisch met waarden zijn één op één overgenomen, evenals de regeling voor agrarisch natuurbeheer. Voor de bestaande locatie van de scouting geldt momenteel een maatschappelijke bestemming, deze is toegevoegd aan de reeds bestaande planregels. Het bouwvlak is aangepast aan het voorgenomen bouwinitiatief.

Plangebied bestemmingsplan ‘Buitengebied – Bosgebied-West’

Integreren noordelijk deel bestemmingsplan ‘Sonniuspark; Herziening 2017’ Het noordelijke deel van het bestemmingsplan ‘Sonniuspark’ is geïntegreerd in het bestemmingsplan voor het buitengebied. Bij de recente herziening van het bestemmingsplan voor Sonniuspark is het noordelijke gedeelte, tussen de rijksweg en de Rooijseweg, buiten de planherziening gelaten. Dit gedeelte wordt daarom toegevoegd aan het plangebied van de herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied.

Deel van plangebied bestemmingsplan ‘Sonniuspark’

Bestemmingsplan ‘Evenementen’ Uit het onherroepelijke bestemmingsplan ‘Evenementen’ zijn de voor het buitengebied relevante onderdelen één op één overgenomen.

CroonenBuro5

21

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Overnemen geluidzone bedrijventerrein Ekkersrijt Voor bedrijventerrein Ekkersrijt geldt een geluidzone. Hiervoor is in 2011 een bestemmingsplan vastgesteld. Abusievelijk is de geluidzone niet overgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – Bosgebied-West’ dat in 2014 is vastgesteld. Dit wordt nu gecorrigeerd. De geldende geluizone wordt planologisch geregeld voor het deel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied - Bosgebied-West’.

Begrenzing gezoneerd bedrijventerrein (blauw vlak) en zonegrens: deze zonegrens is vastgelegd in het bestemmingsplan

Begrenzing gezoneerd bedrijventerrein (blauw vlak) en zonegrens: deze zone is vastgelegd in het bestemmingsplan

CroonenBuro5

22

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

5

Gemeente Son en Breugel

Onderzoeksaspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het bij het opstellen van een bestemmingsplan verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieuhygiënische aspecten. Als een bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, moet worden aangetoond dat dit haalbaar is in relatie tot deze aspecten. Als gevolg van het (opnieuw) opnemen van bouwvlakken voor veehouderijbedrijven, is een plan-MER noodzakelijk bij dit bestemmingsplan. Deze is uitgevoerd en de uitvoerbaarheid er van is geborgd in het bestemmingsplan. Het plan-MER vormt een bijlage bij dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk nader toegelicht. De bestaande ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied wijzigen niet inhoudelijk. Er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt op locatieniveau. Voor doorgevoerde planaanpassingen is (op locatieniveau) afgewogen of deze milieuhygiënisch inpasbaar zijn.

5.1

Plan-MER In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een plan-MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of, en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.: - de voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r.; - voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura 2000gebieden.

5.1.1

M.e.r.-verplichting vanuit Besluit m.e.r. In de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C- activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De m.e.r.-procedure is van toepassing bij (C-) activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook (D-) activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven, waarvoor door het bevoegde gezag moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor deze activiteiten dient een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen project-m.e.r. en plan-m.e.r. Een project-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan concrete besluiten. Een plan-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan plannen die concretere vervolgtrajecten mogelijk maken die m.e.r.(beoordelings-) plichtig zijn en daarmee dus kaderstellend zijn.

5.1.2

M.e.r.-verplichting vanuit Natura 2000 Wanneer niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebied, volgt uit de Wet natuurbescherming dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Uit de Wet natuurbescherming en de Wet milieubeheer volgt dat dan (ook) een plan-m.e.r. procedure doorlopen worden.

CroonenBuro5

23

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

5.1.3

Gemeente Son en Breugel

Bestemmingsplan Buitengebied en Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan maakt (onder voorwaarden) uitbreiding mogelijk van agrarische bedrijven. Het betreft voornamelijk het opnieuw bestemmen van (nog niet benutte) uitbreidingsmogelijkheden uit de vigerende bestemmingsplannen. Dit is planologisch als conserverend te zien, maar m.e.r.-technisch wordt dit gezien als opnieuw te beschouwen ontwikkeling. Hieruit volgen verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. Voor deze uitbreidingsmogelijkheden moet in het kader van de (individuele) vergunningsaanvraag mogelijk een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, onder andere afhankelijk van de aard en omvang van de uitbreiding. In de m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure worden de effecten van de individuele uitbreiding onderzocht en in het kader van de vergunningaanvraag afgewogen. Omdat het bestemmingsplan kaderstellend is voor deze (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten, moet voor het bestemmingsplan als geheel een plan-m.e.r.-procedure worden doorlopen. In de plan-m.e.r.-procedure worden op het niveau van het plangebied als geheel de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan onderzocht en afgewogen. Hierbij maakt het niet uit of de ontwikkelingsmogelijkheden rechtstreeks of middels een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt.

Belangrijk uitgangspunt in een plan-m.e.r.-procedure voor een bestemmingsplan buitengebied is dat de maximale effecten van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt, worden onderzocht. Dit om onderschatting van effecten te voorkomen.

5.1.4

Conclusie plan-MER Bijgevoegde tabel bevat een samenvattend overzicht van de beoordeling van de effecten van de ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017 op de diverse aspecten conform het beoordelingskader zoals beschreven in paragraaf 5.1 van het plan-MER en de effectbeschrijvingen. De beoordeling is weergegeven in plussen en minnen ( ++ zeer positief effect, + positief effect, 0 positief noch negatief effect, 0/- neutraal tot enigszins negatief effect, negatief effect, - - zeer negatief effect) ten opzichte van de referentiesituatie. Tevens is aangegeven of er sprake kan zijn van cumulatie van effecten (wordt het effect op een locatie groter door het uitstralingseffect van elders) en/of vermindering van effecten (mitigatie) mogelijk is. Thema

Aspect

Landschap

Landschappelijke structuur/elementen Ruimtelijk visuele kwaliteit Aardkundige waarden Beschermde waarden Niet beschermde waarden Archeologische monumenten Overige archeologische waarden Bodemopbouw/waarden Bodemkwaliteit Oppervlakte verharding water waterberging Grondwater waterwinning attentiegebied EHS Waterkwaliteit Beschermde gebieden: N2000 Beschermde gebieden: NNN Beschermde gebieden: Wav Beschermde soorten Verkeersintensiteiten Verkeersveiligheid Geluidhinder / gehinderden Uitstoot luchtverontreinigende stoffen

Cultuurhistorie Archeologie Bodem Water

Natuur

Verkeer Geluid Lucht

CroonenBuro5

24

Beoordeling effect 0/0 0 0/0 0/0 0 0/0 0 0 0/--/ 0 (1) 0/0/0/0/0/0/-

Cumulatie effect nee ja nee nee ja nee nee nee nee ja nee nee nee ja nee ja nee ja Ja nee ja ja

Mitigatie mogelijk? ja ja n.v.t n.v.t. ja ja. ja n.v.t n.v.t. ja n.v.t n.v.t. n.v.t ja n.v.t. ja n.v.t. ja nee nee ja nee

Bestemmingsplan Buitengebied: Herziening 2017

Gemeente Son en Breugel

Geur Geurhinder / gehinderden -ja ja Licht Lichthinder / gehinderden 0/nee ja Veiligheid Plaatsgebonden risico en groeps risico 0 nee nee Gezondh. Leefklimaat 0/ja ja ++ zeer positief, + positief, 0 positief noch negatief, 0/ neutraal tot enigszins negatief, - negatief, - - zeer negatief (1) Zeer negatief zonder maatregelen, neutraal met maatregelen

Het bestemmingsplan is grotendeels planologisch conserverend. Het maakt de uitbreiding van de bestaande veehouderijen mogelijk, conform de mogelijkheden binnen het vigerende bestemmingsplan, de Verordening ruimte Noord-Brabant en de Wet Natuurbescherming. Deze ontwikkelingen hebben effecten op het buitengebied. De effecten moeten echter wel in perspectief beschouwd worden: de ontwikkelingen zijn niet grootschalig, niet nieuw, sluiten aan op al bestaande ruimtelijke en functionele structuren en vinden niet plaats in “nog maagdelijk” gebied, maar in van oudsher primair agrarisch gebied. Daarnaast zijn een aantal belangrijke waarden (natuur, landschap, cultuurhistorie, archeologie, water) planologisch beschermd in het bestemmingsplan. Uitbreiding van veehouderijen ten koste van deze waarden is niet mogelijk of moet vooraf worden getoetst en afgewogen (beschermingsregime). Ook is in een deel van het buitengebied, met de provinciale aanduiding “beperkingen veehouderij” uitbreiding van niet grondgebonden bedrijven niet toegestaan. Ook hiermee worden negatieve effecten voorkomen, dan wel beperkt. Conform m.e.r.-methodiek is in het MER het effect onderzocht van de maximaal mogelijke ontwikkeling binnen het bestemmingsplan.

Het is echter hoogst onwaarschijnlijk dat deze ontwikkelingsruimte ook daadwerkelijk zal worden benut, niet op alle locaties en niet in de volle planologische omvang. Natura 2000 Uitbreiding van bestaande veehouderijen in het buitengebied, conform de mogelijkheden in de herziening leidt, zonder beperkende maatregelen, tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Omdat in de huidige situatie al sprake is van een overspannen situatie (hogere stikstofconcentraties dan de kritische depositiewaarde) is elke toename significant. Er kan niet uitgesloten worden dat de natuurlijke kenmerken worden aangetast. Het bestemmingsplan is daarmee, zonder planologische en/of andere mitigerende maatregelen, in strijd met de Natuurbeschermingswet en onuitvoerbaar. Overige effecten (buiten stikstofdepositie) zijn uit te sluiten. In het bestemmingsplan is daarom een maatregel/ voorwaarde opgenomen.

5.2

Vertaling conclusie plan-MER in bestemmingsplan Belangrijk aandachtspunt is een bestemmingsplanregeling die én ruimte geeft voor agrarische ontwikkeling én past binnen het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming. In en in de omgeving van het plangebied liggen Natura 2000-gebieden. Al deze gebieden zijn aangewezen voor natuurlijke habitats en habitats van soorten welke gevoelig zijn voor stikstof. In deze gebieden is sprake van een overbelaste situatie m.b.t. stikstof; de stikstofdepositie is hoger dan de kritische depositie. Het bestemmingsplan moet uitsluiten dat de ammoniakdepositie op de omliggende Natura 2000- gebieden toeneemt. De Wet natuurbescherming bepaalt dat een bestemmingsplan niet mag leiden tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. Recente jurisprudentie heeft duidelijk gemaakt dat in de praktijk dit alleen te garanderen is als per bedrijf de ammoniakemissie niet groter wordt dan in de huidige situatie (o.a. uitspraak ABRvS met betrekking tot het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Weststellingwerf (201501041/5/R4, 1 juni 2016).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10584653/1