2. Meerjarenbegroting 2023-2026
Tekst van het document
Periode
Vastgesteld in de raad
Beheerplan wegen
2016-2020
Commissie GZ: 6 januari 2016
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023
Uitgangspunten De kosten voor noodzakelijke reconstructies c.q. vervangingen van wegverhardingen worden niet in de reguliere onderhoudsbegroting meegenomen. Aan de hand van de weginspecties zal hiervoor zo nodig een afzonderlijk voorstel aan het college en de gemeenteraad worden voorgelegd. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel staan de beschikbare budgetten voor het groot onderhoud exclusief de eigen uren. Financieel
2023
2024
2025
2026
Groot onderhoud asfaltverhardingen
388.705
376.105
388.705
376.105
Groot onderhoud klinkerwegen en trottoirs
181.746
181.746
181.746
181.746
Totaal
570.451
557.851
570.451
557.851
Eind 2023 is nog € 421.712 in de egalisatiereserve wegen beschikbaar. Onderhoudsbehoefte Op basis van de globale visuele inspectie en een maatregelen toets wordt jaarlijks de onderhoudsbehoefte bepaald. De inspectieresultaten geven aan waar onderhoud noodzakelijk is en met een maatregelentoets bepalen we wat er exact moet gebeuren om het areaal op niveau te houden. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
67
Openbare verlichting Beleid Aan de hand van het beheersysteem worden jaarlijks de onderhoud- en vervangingsinvesteringen inzichtelijk gemaakt en opgenomen in de begroting. Uitgangspunt is dat de installatie voldoet aan de landelijke richtlijnen (NPR 13201-1). Duurzame openbare verlichtingsinstallatie De openbare verlichting in Son en Breugel in zijn geheel voorzien van energiezuinige led-armaturen. Dit geldt inmiddels ook voor aanstralers van het oude raadhuisje en de kerktoren in Son. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Beleidsnota openbare verlichting
N.v.t.
6 oktober 2016
N.v.t.
Uitgangspunten Kwalitatief goede openbare verlichting waarbij de verkeersveiligheid, sociale veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid als speerpunten gelden. Voldoen aan de landelijke richtlijnen Jaarlijks groot onderhoudsbudget In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de verlichting excl. kleine reparaties en eigen uren weergegeven. Financieel
2023
2024
2025
2026
Onderhoud verlichting
68.566
68.566
68.566
68.566
Totaal
68.566
68.566
68.566
68.566
Achterstallig onderhoud Er is geen achterstallig onderhoud.
Civieltechnische kunstwerken Beleid De brug Dommelpas is dermate versleten dat groot onderhoud niet meer mogelijk is. Deze brug stond in 2021 op de nominatie om in zijn geheel te vervangen. Op basis van het definitieve ontwerp dat in 2021 is opgesteld is een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Uitkomst is dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is voor vleermuizen en de gele kwikstaart. Dit onderzoek is in 2022 afgerond. Conform de huidige planning zal de nieuwe brug eind 2e kwartaal 2023 worden opgeleverd. De huidige brug wordt periodiek gecontroleerd op veiligheidsaspecten zodat deze veilig door voetgangers en fietsers gebruikt kan worden. Na afronding van de brug Dommelpas kunnen de MJOP in 2023 definitief worden opgesteld en worden verwerkt in de begroting. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
MJOP civieltechnische kunstwerken
2024-2034
n.v.t.
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023
Uitgangspunten De MJOP's worden opgesteld om de civiele kunstwerken op een efficiënte en effectieve wijze in stand en veilig te houden. De wijze waarop zal in de MJOP’s worden opgenomen. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de civiele kunstwerken excl. kleine reparaties weergegeven. Financieel
2023
2024
2025
2026
Onderhoud civiele kunstwerken
6.912
6.912
6.912
6.912
Totaal
6.912
6.912
6.912
6.912
Naast bovenstaande bedragen voor het reguliere onderhoud is er ook een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de bruggen Planetenlaan en Dommelpas. Achterstallig onderhoud Er is sprake van achterstallig onderhoud aan de brug Dommelpas. Deze brug wordt zo spoedig mogelijk vervangen.
68
Groenvoorzieningen Beleid In 2021 is het nieuwe groenbeleidsplan vastgesteld. Dit plan wordt in 2022 en 2023 vertaald naar een groenbeheerplan. Dit traject wordt samen met het nieuwe beheerplan wegen vormgegeven zodat er een integrale aanpak voor het beheer van de openbare ruimte mogelijk wordt gemaakt. Beleidsplan Het vigerende groenbeleidsplan is in 2021 vastgesteld en heeft geen specifieke einddatum. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Beleidsnota Openbaar Groen 2021
2022-(geen specifieke einddatum)
25 november 2021
Planning vaststelling nieuw beleidsplan
Uitgangspunten Het hoofddoel van het groenbeleidsplan is om een samenhangend beleid en beheer van het openbaar groen voor de gemeente, naar tevredenheid van bewoners en bedrijven maar met een verschuiving van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende arealen. Financieel
2023
2024
2025
2026
Exploitatiebudget
595.102
589.538
599.728
599.728
Totaal
595.102
589.538
599.728
599.728
Naast de reguliere onderhoudsbudgetten is voor de uitvoering van het groenbeleidsplan € 490.000 gereserveerd. Naar verwachting resteert hiervan eind 2023 € 41.475. Financieel
2023
2024
2025
2026
Besteding uit reserve
42.681
41.475
0
0
Saldo reserve per 31-12
41.475
0
0
0
De uitvoering van het groenbeleidsplan zal naar verwachting doorlopen tot en met 2024. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Riolering Beleid Het beleid wordt vastgelegd in een Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP).Het VGRP is een middel om de gemeentelijke watertaken vast te leggen. Er zijn vier gemeentelijke zorgplichten: zorgplicht voor stedelijk afvalwater; zorgplicht voor hemelwater; zorgplicht voor grondwater en de zorgplicht voor beheer en onderhoud van de riolering. Daarnaast zijn in het VGRP maatregelen opgenomen die voortvloeien uit de Kader Richtlijn Water (KRW). Het rioleringsplan geeft inzicht in de infrastructuur zoals reconstructies en vervangingen van het stelsel. Het is tot stand gekomen op basis van een theoretisch/strategische benadering ofwel de economische levensduur van de riolering binnen het databestand. Nieuw Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan en operationele planning 2016 – 2022 Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP). Op 6 oktober 2016 is het VGRP 2016-2022 vastgesteld door uw gemeenteraad. Overeenkomstig het collegeprogramma is in dit plan een paragraaf opgenomen over MEER (Maatschappelijk; Economisch; Ecologisch en Ruimte). Verder zijn in dit plan de ambities voor duurzaamheid opgenomen.
69
In het VGRP 2016 – 2022 is een overzicht opgenomen van de te nemen verbetering- en vervangingsmaatregelen. Hieraan zijn tevens de financiële consequenties gekoppeld. Er is aandacht geschonken aan acties die ondernomen moeten worden in het kader van de klimaatverandering waarbij grote droge periodes worden afgewisseld met forse natte periodes. Aandacht voor hittestress en wateroverlast zijn dan ook belangrijke aandachtspunten. De financiële gevolgen zijn de basis voor het vaststellen van een kostendekkende rioolheffing. Samenwerking binnen de afvalwaterketensystemen (OAS) cluster Eindhoven Binnen het samenwerkingsverband worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit van de Dommel en de zij-beken te laten voldoen aan de ecologische Europese Kader Richtlijn Water (KRW). De KRW- richtlijn is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. Voor het stroomgebied van de Boven-Dommel en de zijbeken werken de betrokken partijen (gemeenten en waterschap De Dommel) samen in het Water(klimaat)portaal Zuidoost Brabant. Beleidsplan In 2021 is opdracht gegeven aan een adviesbureau om een nieuw VGRP op te stellen. Het traject om tot een conceptversie te komen heeft iets langer geduurd dan vooraf ingeschat maar feit is dat de conceptversie van het VGRP 2023-2027 in juli 2022 gereed is gekomen.
Het definitieve plan wordt in het eerste kwartaal van 2023 ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan
2016-2022
6 oktober 2016
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023
Jaarlijks groot onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan en zijn opgenomen op het activiteitenplan. Financieel
2023
2024
2025
2026
Onderhoudskosten riolering
333.480
338.485
343.562
348.715
Totaal
333.480
338.485
343.562
348.715
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
Gebouwen Beleid Gemeentelijk gebouwen betreft gebouwen zoals het gemeentehuis, werf, combigebouw en bibliotheek en het Vestzaktheater. Gemeentelijke gebouwen De fysieke staat van de gemeentelijke gebouwen en daarmee het noodzakelijke onderhoudsniveau is opgenomen in een MeerJarenOnderhoudsProgramma (MJOP). Op 2 december 2015 is dit vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op 11 juni 2020 ingestemd met de strategie tot het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De strategie is geschreven op basis van een onderzoek van Strukton. Hierin is benoemd: • Welke gebouwen en maatregelen we meenemen in de MJOP. • Welke projecten zelfstandig uitvoeren om te verduurzamen. • Welke gebouwen we niet meenemen, omdat deze geen toekomstperspectief hebben. • Dat we voor De Landing eerst kijken naar een totaaloplossing. Het was de planning om het benodigd onderhoudsbudget in 2021 te actualiseren. Door lopende en startende projecten, het doorschuiven van bestuurlijke beslissingen omtrent de status van diversen gebouwen en bouwkundige/installatietechnische problemen van enkele gebouwen is op dit moment alleen het Combigebouw geschikt voor actualisatie voor het MJOP. Daarnaast hebben de verduurzaming van de gebouwen als gevolg dat de onderhoudskosten voor de gebruikers is gestegen.
Er zal dus met de gebruikers moeten worden overlegd hoe hier mee om te gaan en hierover afspraken te maken.
70
Het onderhoudsbudget voor de gemeentelijke gebouwen wordt aan de hand van het bovenstaande in 2023 geactualiseerd. Naam
Periode
Vastgesteld in de raad
MJOP gebouwen
N.v.t.
2 december 2015
Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023
Uitgangspunten Periodiek dienen de bestaande meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) te worden geactualiseerd zodat planning en uitvoering in een lijn blijven en de kosten/budgetten actueel blijven. Een MJOP wordt opgesteld voor alle gemeentelijke gebouwen die op de huidige wijze in stand worden gehouden en waarvoor geen nieuwbouw in de planning staat. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel
2023
2024
2025
2026
Dotatie voorziening
75.000
75.000
75.000
75.000
Besteding uit voorziening
210.916
75.155
128.796
198.653
Saldo voorziening per 31-12
715.969
715.814
662.018
538.365
Achterstallig onderhoud Momenteel is sprake van achterstallig onderhoud, mede doordat geplande renovaties uitgesteld zijn. Het achterstallig onderhoud wordt meegenomen bij de actualisatie van het MJOP in 2023.
Speeltoestellen Uitgangspunten Uitgangspunt is dat de speeltuinen voldoen aan de veiligheidseisen van het attractie- en speeltuinenbesluit. Om hieraan te voldoen zijn in de afgelopen jaren alle speeltoestellen vervangen. De investeringen zijn afgesloten. Elk jaar worden de speeltoestellen gecontroleerd door een externe partij en eventuele tekortkomingen worden hersteld. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat o.a. onderhoud, inspectie kleine vervangen en schoonmaak van de speelvoorzieningen. Financieel
2023
2024
2025
2026
Exploitatiebudget
25.766
25.766
25.766
25.766
Totaal
25.766
25.766
25.766
25.766
Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
71
Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000.
Interne- en externe ontwikkelingen Extern De ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De rentetarieven zijn nog op een laag niveau maar zijn wel aan het stijgen. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema
%
Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond
2,00%
Rente grondexploitatie
0,92%
Rente activa
1,00%
In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen niet zijnde projectfinanciering
2023 2024 2025 2026 232 220 208 196
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierde grondexploitatie
0
0
0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen die doorgezet zijn aan derden
0
0
0
0
De externe rentelasten over de aangetrokken geldleningen voor projectgefinancierd overig (zonnepanelenproject)
22
20
18
16
De externe rentelasten over de verwachte nieuw aan te trekken korte en lange financiering
396 499 482 499
De externe rentebaten 1 Saldo rentelasten en rentebaten
-27
-25
-23
0
-22
623 714 684 689
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
40
1
7
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
0
0
0
0
-22
-20
-18
-16
2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
17
-19
-12
-10
3 Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
3 Rente voorzieningen
38
38
39
40
4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1+2+3)
678 733 712 720
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
5 De aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)
0
0
7
0
0
678 733 712 720
Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.
72
Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2023 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1 Activa
2023
2024
2025
2026
80.762
89.542
89.853
89.085
Grondexploitatie
-5.009
-799
-1.381
-685
Geldleningen OG*
-15.951
-15.089
-14.225
-13.359
Reserves en voorzieningen
-41.919
-41.399
-41.445
-39.114
Financieringsbehoefte
17.883
32.255
32.802
35.927
* Dit is de huidige leningenportefeuille. Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 36 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering. Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien het feit dat de rente op dit moment stijgt, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.
Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap
Omschrijving
2023
Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal
46.700
Percentage regeling
8,50%
1 Toegestane kasgeldlimiet
3.970
Vlottende korte schuld opgenomen gelden < 1 jaar
3.000
Schuld in rekening courant
1.558
Gestorte gelden door derden < 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2 Totaal vlottende korte schuld
13 0 4.570
Vlottende middelen Contante gelden in kas
2
Tegoeden in rekening courant
0
Overige uitstaande gelden < 1 jaar
2
3 Totaal vlottende middelen
4
4 Totaal netto vlottende schuld (2-3)
4.566
Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)
-597
73
Voor 2023 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet om te voorzien in de financieringsbehoefte. De overige financieringsbehoefte wordt gefinancierd door middel van het opnemen van langlopende geldleningen. Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap
Omschrijving
2023
1 Renteherzieningen 2 Aflossingen 3 (1+2)
6 (4 x 5)
2024
2025
2026
0
0
0
0
862
864
866
868
Renterisico
862
864
866
868
4 Begrotingstotaal
46.700
45.425
46.914
45.471
5 Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
Renterisiconorm
9.340
9.085
9.383
9.094
8.478
8.221
8.517
8.226
7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)
Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker
Looptijd Van
Rente
Oorspronkelijk
1-1-2023
31-12-2023
t/m
Provincie Noord-Brabant
2018
2033
1,13%
1.014
760
695
Provincie Noord-Brabant
2018
2033
1,18%
761
571
522
Provincie Noord-Brabant
2019
2034
1,28%
507
413
381
Provincie Noord-Brabant
2019
2034
1,33%
254
207
191
BNG
2022
2042
1,72%
14.000
14.000
13.300
16.536
15.951
15.089
Totaal
74
Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering heeft als doel het zo optimaal mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. In de praktijk moet dit tot uiting komen in het goed bedienen van de klanten van onze gemeente, interne en externe processen efficiënt te laten verlopen en zorgvuldige besluitvorming te garanderen. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de burger, namelijk door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • de beschikbaarheid van gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.
Organisatie die we willen zijn Doorontwikkeling organisatie Het organisatie ontwikkeltraject is een continu proces dat we op basis van opgedane ervaringen en aanvullende inzichten uit rapportages gaan vertalen naar een meerjarig programma. Daarin zullen voorstellen bij elkaar komen met betrekking tot strategie, cultuur en organisatiestructuur. De ambtelijke capaciteit vormt daar ook onderdeel van en de beweging naar zelforganisatie op inhoud is uitgangspunt. Strategisch HRM – beleid Het strategisch HRM plan zetten we in om (middel) lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar een HRM – instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. Hybride werken De gedwongen massale overstap naar thuiswerken heeft geleid tot nieuwe inzichten over werken en verandert de betekenis en functie van het kantoor, zoals we kennen van voor de coronacrisis. De transformering naar het "nieuwe normaal" leidt tot de vraag hoe en waar gaan we werken en wat hebben we daarvoor nodig. Een nieuw perspectief op werken waarvan zowel thuiswerken als op kantoor werken deel uitmaakt. Hieraan gaan we verder invulling geven dat past binnen de beweging naar zelforganisatie.
Informatievoorziening Informatiebeleid en informatieplan Het informatiebeleid 2021-2025 is de leidraad voor het informatieplan 2023. Het informatieplan bevat de door de Dommelvallei-organisaties gezamenlijk geprioriteerde lijst van projecten waarmee we bouwen aan ambities op basis van de thema's: • Digitaal voor en mét de burger • Veilig en vertrouwd • Meer doen met data • Basis voor de toekomst Door verregaande digitalisering en meer eisen op het gebied van informatiebeveiliging nemen ICTkosten toe. Dit is een landelijke trend. Om ons voor te bereiden op deze stijging reserveren we een bedrag van €107.580 in 2023 en vanaf 2024 structureel € 64.240. Met de samenwerkingspartners gaan we kritisch kijken en keuzes maken welke projecten we uitvoeren. Aan het einde van het jaar kijken we tijdens een gezamenlijke raadsinformatieavond terug naar 2023 en op basis van het informatieplan 2024 naar het komende jaar. Zie ook Nieuw beleid van programma 1.
75
Ontwikkelplan professionaliseren functioneel beheer. Functioneel beheer is een katalysator voor digitale transformatie. In 2022 stelde de dienst het ontwikkelplan “professionaliseren functioneel beheer” op met als doel de potentie van digitale mogelijkheden beter uit te nutten. Met dit plan werken zij in 2023 verder aan een functioneel beheerorganisatie die: • Zorgt voor kwaliteit en continuïteit van de informatievoorziening • In staat is om het maximale uit de gebruikte systemen te halen. • Digitale dienstverlening naar een volgend niveau kan brengen. • Zorgt voor een optimale fit tussen gebruiker, proces en systeem. • Kwaliteit van data een boost geeft. Common Ground In 2023 implementeren Dienst Dommelvallei de eerste gegevenskoppelingen die voldoen aan de Common Ground gedachte. Daarmee werken we aan een gegevenslandschap waarbij het mogelijk is om direct de bron te bevragen onder het motto “eenmalig opslaan en meervoudig gebruiken”. Koppelingen die gegevens kopiëren van het éne systeem naar het andere vervangen we in de komende jaren geleidelijk (op natuurlijke momenten en afhankelijk van het aanbod van leveranciers) door relatief eenvoudige en laagdrempelige standaarden voor koppelen. Het ontsluiten van gegevens wordt daarmee makkelijker. Dat zorgt voor betere dienstverlening door meer selfservice naar burgers en bedrijven. Informatiebeveiliging en Privacy 1.
Basis op orde Veiligheid eerst De Chief Information Security Officer (CISO) en Functionarissen Gegevensbescherming (FG’s) zien toe op de invoering van de BIO Top10 maatregelen. Dit programma sluit aan bij de aanbevelingen van de rekenkamercommissie en is risicogebaseerd opgezet. Kwetsbaarheidsscan-/penetratietesten Op basis van de uitkomsten van de kwetsbaarheidsscan die in 2022 is uitgevoerd, worden mitigerende maatregelen genomen en wordt bepaald welk soort penetratietest uitgevoerd wordt. Risicomanagement In 2022 zijn het Information Security Management System (ISMS) en Privacy Management System (PMS) geïmplementeerd en heeft het privacyteam daar de eerste ervaringen mee opgedaan. Met behulp van dit ISMS en PMS kunnen we informatiebeveiliging en gegevensbescherming op een gestructureerde manier borgen in de P&C-cyclus. In 2023 krijgen de proceseigenaren beter inzicht in de risico’s. FG’s en CISO adviseren over de te nemen maatregelen. Verwerkers- en samenwerkingsovereenkomsten De FG’s blijven ook in 2023 sturen op het vastleggen van afspraken met onze samenwerkingspartners. Verwerkingenregister In het verwerkingenregister staan alle verwerkingsactiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van een organisatie plaatsvinden.
Dit register bevat onder andere de verwerkingsdoeleinden, de categorieën van persoonsgegevens die we verwerken, wie de betrokkenen daarbij zijn, wie de gegevens mag ontvangen en hoe lang we de gegevens mogen bewaren. Iedere organisatie is verplicht om een eigen register bij en actueel te houden. De FG’s sporen de leidinggevenden hiertoe aan en toetsen de volledigheid. 2. Bedrijfscontinuïteit Bedrijfscontinuïteitsplannen Om voorbereid te zijn op cyberincidenten moeten bedrijfscontinuïteitsplannen opgesteld worden. Daarin werken we de volgende 3 onderwerpen uit: • Inhoudelijk en technisch: We bepalen welke processen het meest kritisch zijn en op welke wijze de dienstverlening kan doorgaan bij uitval of niet-beschikbaarheid van systemen.
76
•
Privacy: Als (persoons)gegevens die de gemeenten in beheer hebben in verkeerde handen vallen zijn de mogelijke gevolgen voor inwoners, ondernemers en medewerkers bijna niet te overzien. We moeten de impact daarvan op de betrokkenen bepalen en maatregelen beschrijven om de gevolgen te verkleinen. Dit doen we om onze inwoners en medewerkers te beschermen. Ook om aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder te voorkomen. • Communicatie: In hun bedrijfscontinuïteitsplannen beschrijven we hoe ze over incidenten communiceren. Zowel intern als extern. Een goede communicatie zorgt ervoor dat de berichtgeving gebaseerd is op feiten en minder op speculaties.
Werken in de Cloud We werken steeds meer in de Cloud. De risico’s die daarmee gepaard gaan mitigeren worden op 3 fronten gemitigeerd: • Veilige inrichting van de omgeving. Dienst Dommelvallei heeft aandacht voor de juiste inrichting van de Cloud en bij de keuzes in de licenties. Ook besteden zij aandacht aan de juiste back-up strategie en de versleuteling van gegevens. • Beschermen van de gegevens door er voor te zorgen dat alleen de bevoegden toegang hebben, door de autorisatieprocessen hierop aan te passen en periodieke controles op autorisaties uit te voeren. • Beschermen van de toegang tot de gegevens door te zorgen dat alleen toegestane apparaten toegang krijgen door dat technisch af te dwingen. Crisisbeheersing Met de toegenomen dreigingen van buitenaf is een goede crisisbeheersing onontbeerlijk. Immers de risico’s met betrekking tot de bedrijfscontinuïteit nemen toe omdat digitale processen steeds meer de standaard worden. Bij het bestrijden van een crisis is het belangrijk om de verantwoordelijkheden en rollen duidelijk af te spreken. Het crisisteam is bezig met het opstellen van een draaiboek, met daarin een stappenplan om de gevolgen van een ransomware aanval of een hack te bestrijden. Vervolgens zal hiermee geoefend worden. 3. Bewustwording Bewustwording is en blijft voor informatiebeveiliging en gegevensbescherming essentieel.
Het privacyteam maakt medewerkers bewust van de risico’s van het werken met (persoons)gegevens en we maken risicomanagement expliciet onderdeel van de besluitvorming. We gaan door met onze Dommelvallei brede bewustwordingscampagne, o.a. bestaande uit e-Learning, een Nano training en een phishing mail campagne. Op basis van de behaalde resultaten beoordelen we op welke onderwerpen we ons daarna focussen. Bewustwording is een cyclisch proces. FG’s en CISO zien er op toe dat gegevensbescherming een wezenlijk onderdeel is van het verwerken en analyseren van (big)data.
Wet Open Overheid (Woo) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het doel van de Woo is een meer transparante en actief openbaar makende overheid. Openbaarmaking op verzoek Dit wordt ook wel passieve openbaarmaking genoemd. Ook onder de Woo is het mogelijk om een verzoek in te dienen tot openbaarmaking aan eenieder. De behandeling van Woo-verzoeken is geïmplementeerd in de organisatie. In 2022/2023 bekijken we hoe we het proces voor het behandelen van Woo-verzoeken kunnen vereenvoudigen, zodat we Woo-verzoeken eenvoudiger en sneller kunnen afhandelen. Openbaarmaking uit eigen beweging Dit wordt ook wel actieve openbaarmaking genoemd. De Woo verplicht tot het actief, uit eigen beweging, openbaar maken van documenten. Deze verplichting heeft betrekking op elf categorieën van informatie die benoemd zijn in artikel 3.3 van de Woo. De verplichting tot actieve openbaarmaking is nog niet in werking getreden, maar wordt bij Koninklijk besluit gefaseerd ingevoerd.
77
Op dit moment zijn we nog niet gestart met de actieve openbaarmaking zoals voorgeschreven in de Woo. Op grond van de Woo moeten we informatie openbaar maken via het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI). Dit landelijke platform is nog niet klaar voor gebruik. De implementatie van de actieve openbaarmakingsverplichting pakken we samen op met de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en met de Dienst Dommelvallei. De opgestelde projectopdracht werken we nog verder uit in een plan van aanpak. We verwachten dat het plan begin 2023 klaar is. Digitale informatiehuishouding op orde De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden. Het verbeteren van de digitale informatiehuishouding is een continu proces. Jaarlijks worden er activiteiten uitgevoerd die hier aan bijdragen, zoals het digitaliseren van dossiers. Als onderdeel van de invoering van de Wet open overheid worden aanvullende initiatieven ontplooid om de informatiehuishouding verder te verbeteren.
Control Accountant In de tweede helft van 2022 worden gesprekken gevoerd met de accountant hoe opvolging te geven aan zijn adviezen uit de managementletter en het accountantsverslag. Uitwerking daarvan gebeurt gedeeltelijk in 2023. Rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording gaat in vanaf het boekjaar 2023, in plaats van vanaf 2022. De noodzakelijke wetswijziging hiervoor is nog niet definitief vastgesteld. Het college geeft vanaf het boekjaar 2023 zelf een verantwoording af over de rechtmatigheid. De precieze invulling van deze verantwoording is op dit moment nog onduidelijk. Aan de hand van de beschikbare informatie bereiden we ons in 2022 verder voor, zodat we een rechtmatigheidsverantwoording kunnen afgeven bij de jaarrekening 2023. Data-analyses De verbijzonderde interne controle is altijd in ontwikkeling. Samen met de accountant wordt gekeken naar de verdere inzet van data-analyses. Deze kunnen, zoals nu in een aantal gevallen al wordt gedaan, ingezet worden om gegevensgerichte interne controlewerkzaamheden te verrichten. Dataanalyses worden ook ingezet om risico’s in het proces op te sporen zodat de controle nog slimmer en efficiënter wordt.
78
Kengetallen (peildatum 1-7-2022) Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime Fulltime Parttime
Totaal
Mannen
35
4
39
Vrouwen
12
26
38
Totaal
47
30
77
Verhouding man / vrouw: man 50,6%, vrouw 49,4% Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2021: man 43%/ vrouw 57%* *bron: personeelsmonitor 2021
Formatie (excl. Griffie en College B&W) Factor Totale formatie teams
Begroting 2023
fte
82,23
Gemiddelde leeftijd 2022
2021
Mannen
50,3
49,5
Vrouwen
44,5
44,5
Totaal
47,4
46,9
Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2021: 47,4jaar
Ziekteverzuim (excl. zwangerschapsverlof) 2022 1 januari tot 1 juli
2021 1 januari tot 1 juli
Verzuimpercentage
7,63
7,16
Verzuimfrequentie
0,73
0,23
Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2021: 5,3%
Indicatoren BBV begroting 2021
Jaarrekening 2021
begroting 2021
begroting 2022
begroting 2023
Formatie (FTE per 1000 inwoners)
5,43
5,50
5,74
Bezetting (FTE per 1000 inwoners)
5,33
5,40
5,36
5,70 4,86
Apparaatskosten (kosten per inwoner)
807,36
797,41
846,57
879,42
Externe inhuur (kosten inhuur externen als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)
27,12%
11,96%
17,43%
12,56%
Overhead (% van de totale lasten)
16,96%
15,88%
15,15%
15,57%
79
Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren; het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.
Ter voldoening aan het bepaalde in de artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen hierna de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond; Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch; Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot; • Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) te Son en Breugel; • Stichting Begraafplaats en Uitvaartcentrum Wolfswinkel te Son en Breugel; In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens
omtrent inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer er gebruik wordt gemaakt van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname: wat zijn de risico’s bij geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname: welke alternatieven zijn er; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad: frequentie van informatie terugkoppeling; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur; GR: Gemeenschappelijke regeling; NV: Naamloze Vennootschap.
80
Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) ontstaan als samenwerkingsverband van de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. In MRE-verband werken de gemeenten samen aan een gezonde (fysieke) leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de mooiste en meest inclusieve regio van Nederland. Door samen te werken op de grote maatschappelijke opgaven rondom de kwaliteit van de leefomgeving dragen we bij aan het welzijn en de brede welvaart van onze inwoners. Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) ook onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en het openbaar maken van de cultuurhistorische informatie. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De regio wordt bestuurd op verschillende overheidsniveaus (lokaal, subregionaal en regionaal) en er wordt steeds geschakeld tussen die verschillende niveaus. Dit komt enerzijds doordat de leefwereld van onze inwoners (zoals werken, recreatie, winkelen, mobiliteit, etc.) de zich niet beperkt zich niet tot onze eigen gemeente, maar vindt plaats in de geheel regio.
Dit geldt ook voor de bedrijven in onze gemeente, die onderdeel uitmaken van een regionaal economisch netwerk (Brainport). Anderzijds zijn de maatschappelijk opgaven waar we voor staan steeds vaker gemeentegrens overstijgend. Zowel vanuit onze belangen als vanuit de noodzaak om samen vraagstukken op te pakken is regionale samenwerking belangrijk voor ons. Door MRE wordt de samenwerking op strategisch niveau ingevuld voor de beleidsthema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. Samen met andere overheden (Rijk, provincie), bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties worden de thema’s economie, ruimte en mobiliteit verkend en wordt de regionale strategie bepaald. Daarnaast kan de Metropoolregio op tijdelijke thema’s de gezamenlijke belangen zowel van alle gemeenten als van enkele gemeenten behartigen. Door deze samenwerking wordt niet alleen een kostenbesparing gerealiseerd, maar worden de (ontwikkelings)mogelijkheden van de (sub)regio(‘s) beter benut. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij het RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Veranderingen en ontwikkelingen De afgelopen jaren is gewerkt op basis van het Samenwerkingsakkoord 2019-2022; de termijn daarvan loopt dit jaar af.
Om die reden is in 2021 gestart met de voorbereiding van een nieuw samenwerkingsakkoord door een ambitiedocument op te stellen en deze voor te leggen aan de gemeenteraden. Met input van de 21 gemeenteraden heet het Algemeen Bestuur het ambitiedocument vastgesteld. Op basis hiervan wordt het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 opgesteld; deze zal begin 2023 aan de gemeenteraden worden voorgelegd en door het Algemeen Bestuur geaccordeerd. Op basis van het samenwerkingsakkoord wordt jaarlijks een werkprogramma opgesteld, dat ook ieder jaar voor een reactie wordt voorgelegd aan de gemeenteraden. Mogelijk wordt het RHCe komende jaren verzelfstandigd. Momenteel wordt onderzocht hoe dat georganiseerd kan worden. Risico's In het samenwerkingsakkoord hebben we afgesproken dat de Metropoolregio zich alleen nog richt op de thema's Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. De overige taken zijn overgedragen naar andere samenwerkingsverbanden, zoals het Stedelijk Gebied Eindhoven. Deze overdracht is niet gepaard gegaan met middelen. Er is een risico dat hierdoor de kosten van de andere samenwerkingsverbanden toenemen. Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente Son en Breugel zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan de Metropoolregio.
De Metropoolregio is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen.
81
Alternatieven voor geen deelname Naast de Metropoolregio zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo is op subregionaal vlak een bestuursovereenkomst gesloten met de gemeenten in het stedelijk gebied van Eindhoven en wordt er ook in Dommelvalleiverband samengewerkt. Op het niveau van Zuidoost-Brabant is, inhoudelijk gezien, geen vergelijkbare samenwerking. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Hans Gaillard, plv. lid: Jan Boersma. Raadstafel21: twee leden vanuit de raad: Martien Merks en Flip Verhagen Frequentie van terugkoppeling naar de raad Jaarlijks zijn er vaste momenten dat zaken vanuit MRE worden voorgelegd: Jaarprogramma, kadernota, begroting en jaarrekening. Daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in: • de dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit; • de kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt.
Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken betreffende de fysieke leefomgeving. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede taken in het kader van de Omgevingswet te gaan uitvoeren. De vereiste kwaliteitseisen zijn daartoe noodzakelijk. Een deel van de deelnemers ziet op deelregionaal niveau, bijvoorbeeld binnen Dienst Dommelvallei, mogelijkheden in andere vormen van samenwerking om dit te bereiken. Risico's Indien de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk. Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTHtaken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de (incidentele) verzoektaken.
Voor een groot deel van de verzoektaken is er geen gemeentelijke capaciteit en kennis meer aanwezig. Daarom zijn ook nagenoeg alle verzoektaken uitbesteed aan de ODZOB. Alternatieven voor geen deelname De deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Voor de uitvoering van een deel van de individuele verzoektaken zou het mogelijk om een alternatief te organiseren, maar dit is niet realistisch. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Jelle de Jong (wethouder), plv. Steven Grevink (wethouder). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks driemaal (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen, zoals het rekenkameronderzoek naar het functioneren van de ODZOB.
82
GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, ambulancezorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO; • Het in beeld brengen van risico's; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is inde Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO.
Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veranderingen en ontwikkelingen Na de taak en rol van de veiligheidsregio in de opschaling, coördinatie en zorg voor uniformiteit gedurende de coronapandemie, kwam daar in het voorjaar 2022 ook nog de coördinerende rol in de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de ondersteuning van de asielstroom met crisisnoodopvang, bij. Afhankelijk van de ontwikkelingen heeft dit ook nog invloed op de werkzaamheden van VRBZO in 2023. Leerpunten uit de evaluaties van deze crises én de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s worden meegenomen in de herijking van het Regionaal Crisisplan 2023. In april 2021 is de Visie 2025 VRBZO vastgesteld. VRBZO gaat de komende jaren op basis van uitvoeringsplannen aan de slag met de in de visie vastgestelde speerpunten en thema's: Samen voor veilig, Weerbare samenleving en Toekomstbestendige organisatie. Risico's Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld.
De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000 - € 1.000.000 risico's model brandweerzorg € 500.000 - € 1.000.000 risico grootschalige ramp/crisis € 500.000 - € 1.000.000 totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000 - € 3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen en hoeft derhalve niet te worden aangepast. De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat. Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wet gemeenschappelijke regelingen, Wet veiligheidsregio's). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven.
83
Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door 21 gemeenten uit de regio Zuidoost Brabant. Algemeen bestuur: lid: Hans Gaillard (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening) en halfjaarlijks (1e en 2e samenvatting van de bestuursrapportage); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de Veiligheidsregio. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven Doel en openbaar belang Het belang van de GGD is sinds 2020 duidelijker geworden dan ooit tevoren. De GGD speelt een cruciale rol in de infectieziektebestrijding als onderdeel van de Wet publieke gezondheid. De GGD draagt dus bij aan de gezondheid van onze inwoners en ter preventie van ziekten. De GGD zet snelle interventies in op het gebied van gezondheid en behartigd de belangen van de 21 gemeenten op dit vlak. Financiering van de GGD is op basis van een inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten, financiering van contracttaken, zorgverzekeraars en particulieren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente maakt gebruik van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden.
Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten. Dit draagt op een positieve wijze bij aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Veranderingen en ontwikkelingen Met ingang van 2021 is de jeugdgezondheidszorg 0-4 binnen de GGD geïntegreerd waardoor er een doorlopende lijn in de JGZ is. Dit heeft een positief effect op de zorgverlening aan onze jeugd, maar zorgt ook voor een sterkere GGD organisatie. De aankomende jaren wordt gewerkt aan optimalisatie van de doorlopende lijn 0-4 jaar binnen de JGZ. Risico's De GGD is in 2020 aan de slag gegaan met de bestuursopdracht om de financiële risico’s voor gemeenten in de toekomst te beperken. Ondanks de coronacrisis is de GGD erin geslaagd deze opdracht uit te voeren. Echter is het voor de GGD noodzakelijk om een ‘normaal’ jaar te draaien om hier de volledige effecten van te zien. Tot op heden is dit nog niet het geval. De komende jaren moeten de mate van succes van de bestuursopdracht uitwijzen. Tot die tijd blijven de gevolgen nog onduidelijk en kan dit mogelijk een risico vormen voor de 21 gemeenten.
Afbreukrisico van geen deelname Het afbreukrisico van de GGD is dat wanneer de GGD niet zou bestaan er: • Geen behartiging van onze belangen bestaat op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. • Geen uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak; de Wet Publieke Gezondheid. Als individuele gemeente in de omvang van Son en Breugel kan deze taak onmogelijk tegen dezelfde kosten uitgevoerd worden. Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties (andere GGD) die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg is geen reële optie gezien de verwevenheid met de Veiligheidsregio.
84
Bestuurlijke betrokkenheid Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Bestuurlijke vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: Steven Grevink. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, belastingen, personeel & organisatie, informatievoorziening en planning en control voor de drie gemeenten ondergebracht. Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen de taken met betrekking tot werk en inkomen en dienstverlening in Dienst Dommelvallei ondergebracht. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap. Veranderingen en ontwikkelingen Dienst Dommelvallei stimuleert de samenwerking met en tussen de deelnemende gemeenten. Uitgangspunt is dat met de huidige collegiale houding van de partners er op diverse terreinen harmonisatie afspraken worden gemaakt.
Bij harmonisatiewensen en nieuwe ontwikkelingen wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gezamenlijk afgestemd binnen de structurele overlegvormen tussen portefeuillehouders, gemeentesecretarissen, contactpersonen en managementteams. Risico's Er bestaat een risico van uittreding van een van de drie deelnemers, indien twee van de drie overblijven wordt de organisatie kwetsbaarder. Een tweede risico betreft het verlies aan binding met de gemeente. Dit kan zich voordoen als niet continue wordt geïnvesteerd in verbinding en samenwerking. Het betreffen essentiële bedrijfsonderdelen die bij dienst Dommelvallei zijn ondergebracht, die nauw samenhangen en moeten samenwerken met onze gemeentelijke organisatie. Afbreukrisico van geen deelname Bij geen deelname kunnen ook geen voordelen van de samenwerking worden behaald. Alternatieven voor geen deelname De werkzaamheden weer zelf als gemeente oppakken of in andere verbanden samenwerkingsmogelijkheden zoeken. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. Het Algemeen Bestuur (AB) bestaat uit drie leden per college van de deelnemers. Hans Gaillard (burgemeester), Jelle de Jong (wethouder) en Jan Boersma (wethouder) namens Son en Breugel. Het AB wijst uit zijn midden een voorzitter, die tevens voorzitter is van het Dagelijks Bestuur (DB).
Het DB bestaat uit een collegelid uit het AB per deelnemer en de gemeentesecretarissen van de deelnemers. J.F.M. Gaillard is voorzitter van het DB. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting en jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van onderwerpen en ontwikkelingen
85
GR Werkvoorzieningsschap de Dommel (WSD) te Boxtel Doel en openbaar belang De WSD voert de verplichtingen uit de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit. Daarnaast verzorgt de WSD de re-integratie van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt voor gemeenten in het kader van de Participatie wet. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij In 2020 zijn alle gemeenteraden akkoord gegaan met de geformuleerde ambitie voor de doelgroep: iedereen doet naar vermogen mee, waarbij meedoen belangrijker is dan alleen het hebben van betaalde arbeid. De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Veranderingen en ontwikkelingen De WSW is per 1-1-2015 opgehouden te bestaan (er vindt geen nieuwe instroom plaats). De zittende doelgroep blijft gebruik maken van de WSW. Er vindt gemiddeld jaarlijks 5% uitstroom plaats van de doelgroep. Door middel van de instroom vanuit de Participatiewet wordt de omvang van het bedrijf en werknemersbestand in stand gehouden.
Risico's WSD heeft een sluitende meerjarenbegroting opgesteld waarin rekening wordt gehouden met het behoud van het volume van 2100 medewerkers/inwoners vanuit de deelnemende gemeenten. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt wanneer dit niet gebeurt. Afbreukrisico van geen deelname Hoog (bestuurlijk maar ook financieel als je zou besluiten om niet meer te deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling). Alternatieven voor geen deelname Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught. Algemeen bestuur: Steven Grevink en José Goossens-Junier Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Blink Doel en openbaar belang Het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding.
Binnen de kaders van het publiekrecht en in samenwerking met een privaatrechtelijke rechtspersoon. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Actieve bijdrage aan de lokale vertolking van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP), met in acht neming van lokale accenten. Verzekeren van de openbare dienstverlening wat betreft hoogwaardige inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, dit alles binnen de grenzen van haar werkgebied.
86
Zorgdragen voor alle aanverwante activiteiten, zoals sortering, hergebruik en/of nuttige toepassing dan wel recycling van de huishoudelijke afval-/reststromen. Belangrijk is dat binnen de samenwerking zonder winstoogmerk de kernactiviteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, zoals eerder omschreven, t.w. preventie en projectbeheer, inzameling, sortering en overslag, afzet en commercialisatie alsmede implementatie beheers- en controlesystemen in naam en voor rekening van de bij Blink aangesloten gemeenten en eventueel later aangesloten publieke partijen. Veranderingen en ontwikkelingen De gemeente Son en Breugel is per 1-1-22 toegetreden tot de GR Blink Het op 21 februari 2018 door het Algemeen Bestuur van Blink vastgesteld 'Strategisch Meerjarenplan 2018-2022 waarin de strategie en koers van Blink voor de komende jaren is vastgelegd. Het ondernemingsplan is gebaseerd op een tweetal pijlers: Pijler 1: Verdere ontwikkeling van Blink als excellente uitvoeringsorganisatie; Pijler 2: Ontwikkeling en rol van Blink gerelateerd aan de transitie naar een circulaire economie en de rol die gemeenten hierin lokaal en in de regio hebben. De verwachting is dat in 2022 of 2023 een nieuwe versie komt van het strategisch meerjarenplan. Risico's Risico van beëindiging van deelname in Blink door een of meerdere deelnemers.
Financieel risico voor deelnemers vanwege het ontbreken van eigen vermogen. Invloed van de private partner PreZero. Aanbestedingsrisico’s door het direct gunnen van diensten aan PreZero. Afbreukrisico van geen deelname Zelfstandige uittreding betekent schadeloos stellen van andere deelnemers. Aanbesteding en samenwerking met een andere afvalinzamelaar leidt tot veel minder flexibiliteit en minder invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering. Alternatieven voor geen deelname Aanbesteding van de taken die betrekking hebben op huishoudelijke afvalstoffen en reiniging van verhardingen. Deelname in een andere GR constructie zoals Cure (de gemeenschappelijke regeling van gemeente Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo). Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Naast onze gemeente nemen de directie van Prezero en nog acht andere gemeenten in de regio deel in de gemeenschappelijke regeling. Algemeen bestuur: J. Boersma (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Bij het vaststellen van de Begroting Blink; Bij wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling; Bij toetreding van nieuwe gemeenten. 3-jaarlijkse evaluatie van Blink.
87
Vennootschappen en coöperaties NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag Doel en openbaar belang De BNG Bank is de bank van en voor (decentrale) overheden en instellingen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, energie en infrastructuur. De BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De BNG Bank stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het betalingsverkeer van de BNG Bank richt zich specifiek op zakelijke klanten in de publieke sector. De BNG Bank biedt een volledig pallet aan zakelijke producten. Digitaal, efficiënt en veiligheid staan hierbij centraal. Veranderingen en ontwikkelingen Per eind 2018 heeft de BNG Bank duurzame obligaties uitgegeven. De opbrengst hiervan wordt duurzame projectfinanciering alsmede balansfinanciering van de Nederlandse gemeenten en woningcorporaties, die in hun categorie het best scoren op het gebied van duurzaamheid en sociaal beleid. Risico's De BNG Bank is na de Staat een van de grootste emittenten van Nederland. Het door de bank uitgegeven schuldpapier heeft een credit rating AAA van Moody’s, en AA+ van Standard & Poor’s en AA+ van Fitch. Door deze topratings kan de BNG Bank tegen lage prijzen geld aantrekken op de gelden kapitaalmarkt. Hierdoor kan de bank hun klanten lage tarieven bieden.