CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Jaarstukken 2025 incl. getekende verklaring accountant

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Jaarstukken 2025 Gemeente Son en Breugel42.333 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Regio

13. Door in regionaal verband samen te werken met andere overheden en organisaties werken we efficiënt en benutten elkaars kwaliteiten om de ontwikkeling in de Brainportregio mogelijk te maken.

Relevante beleidsnota's Naam

Periode

Plan van Aanpak Implementatie Omgevingswet Son en Breugel (Implementatieprogramma Omgevingswet)

2016 - 2029 6 december 2016

Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!

2022-pm

Volkshuisvestingprogramma gemeente Son en Breugel; bouwen aan gemeenschappen Gebiedsprogramma Centrum Dorpshart aan de Dommel

19 mei 2022

Voorjaar 2026

3 april 2025 2025 e.v.

Gebiedsprogramma Ekkersrijt Gebiedsprogramma Sonniuswijk

Vastgesteld in Planning vaststelling nieuw beleidsplan de raad

21 juni 2012

Vervalt na vaststelling Uitwerkingsprogramma Centrumvisie Son

n.t.b. 2025 e.v.

27 februari 2025

Jaarstukken 2025 36

Naam

Periode

Uitwerkingsprogramma Nota kostenverhaal

Vastgesteld in Planning vaststelling nieuw beleidsplan de raad 27 mei 2025

Vastgesteld door college vanwege gewijzigde bevoegdheid door Omgevingswet

Afsprakenkader Wonen 2017 SGE

2017 e.v.

21 december 2017

Visie op Wonen Stedelijk Gebied Eindhoven

2019 e.v.

22 augustus 2019

Regionale Woondeal Zuidoost Brabant 2025

doorkijk naar 2040

Huisvestingsverordening gemeente Son en Breugel 2025-2029

2025-2029

3 april 2025

Landschapsinvesteringsregeling gemeente Son en 2013 e.v. Breugel

29 augustus 2013

Nota Grondbeleid

2020-2024

17 december 2020

Masterplan Ekkersrijt

2015 e.v.

12 november 2015

Herijking via Gebiedsprogramma Ekkersrijt

Visie Sciencepark

2017 e.v.

21 december 2017

Herijking via Gebiedsprogramma Ekkersrijt

n.v.t

Visie en uitvoeringsstrategie vastgesteld op 4 juli 2024 tijdens Omgevingsdag. Uitvoeringsagenda vastgesteld op 3 juli 2024 tijdens Omgevingsdag

Regionale programmering werklocaties

Vastgesteld door college d.d. 25 november 2025

Regionale Detailhandelsvisie 2023

2023 e.v.

23 november 2023

Regionale Energie Strategie MRE

2021-2023

Q4 2021

Herijking via Regionale Energietransitie 2.0 in 2026

Transitievisie Warmte

2021-2026

Q4 2021

Herijking via Warmteprogramma in 2026

Ontwikkelvisie de Breeakker -noordelijk deel-'

12 december 2024

Wat hebben we ervoor gedaan? Omgevingswet 1. Uitvoering geven aan een adequate uitvoering van de omgevingswet in de vorm van vergunningen en procedures (BOPA’s en wijzigen van het omgevingsplan). In 2025 hebben we verder invulling gegeven aan onze wettelijke verplichtingen binnen de Omgevingswet. Tegelijkertijd is steeds meer inzicht ontstaan in de werking van de diverse instrumenten van de Omgevingswet. Ervaringen daarin nemen we mee in de nieuwe werkprocessen die zijn ingericht in relatie tot de Omgevingswet. 2. Doorontwikkeling van de omgevingsvisie. In 2025 hebben we de "Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!" (versie 2.0) geactualiseerd en als ontwerp ter inzage gelegd. Hierbij zijn de uitgewerkte thematische en gebiedsprogramma's en nieuw vastgesteld (regionaal) beleid verwerkt. De nieuwe Omgevingsvisie is eind 2025 aangeboden aan de gemeenteraad voor vaststelling in 2026. Gebiedsprogramma's • De gebiedsvisie Sonniuswijk is op 27 februari 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Naar aanleiding hiervan zijn diverse planinitiatieven opgepakt en hebben we een start gemaakt met de opdracht voor het uitvoeringsprogramma.

Binnen het overkoepelende project Sandwyck hebben we samengewerkt met buurgemeenten Best en Meierijstad en waterschap de Dommel aan gemeenteoverstijgende opgaven: samenbrengen van gemeenschappelijke ambities en de zoektocht naar de beste manier om met alle provinciale- en rijksregelingen om te gaan. De 4 samenwerkende partijen hebben een ambitieverklaring ondertekend. • De centrumvisie Son en Breugel 'Dorpshart aan de Dommel' is op 5 juni 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. De ambities vanuit de centrumvisie zijn: groen centrum, fietser en voetganger centraal, barrière Nieuwstraat opheffen, levendig centrum, waterstrategie, meer woningen in het centrum en parkeren aan de randen. We hebben een start gemaakt met de opdracht voor het uitvoeringsprogramma.

Jaarstukken 2025 37

Thematische programma's • Volkshuisvestingsprogramma vastgesteld op 3 april 2025, zie punt 6. • Uitwerkingsprogramma Kostenverhaal vastgesteld op 27 mei 2025. • Mobiliteitsplan volgend op de mobiliteitsvisie (2024), zie programma 3. 3. Het opstellen van het omgevingsplan Son en Breugel. Op 1 januari 2024 hebben we als overgangsmaatregel een 'Omgevingsplan van rechtswege'. Tot 2032 hebben we de gelegenheid dit 'Omgevingsplan van rechtswege' om te zetten naar een "Omgevingsplan gemeente Son en Breugel". We hebben de werkzaamheden voor het opstellen van het ontwerp van de "Omgevingsplan gemeente Son en Breugel" in 2025 voortgezet, zodat we het ontwerpplan in 2026 in procedure kunnen brengen. 4. Het opstellen van de “beslisboom” in het omgevingsloket. Onder de Omgevingswet wordt van gemeenten verwacht om de regels toegankelijker te maken voor inwoners en bedrijven. Dit gebeurt met zogenaamde Toepasbare Regels in de vorm van beslisbomen in het Omgevingsloket. In 2025 hebben we hier een start mee gemaakt. We zijn aan de slag gegaan met de software en de werking van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. 5. Zorgen voor een tijdige en adequate afhandeling van ruimtelijke initiatieven. We hebben ons ingezet voor een tijdige afhandeling van verzoeken en initiatieven. 6.

Met een vastgesteld woonprogramma voorzien in kwalitatief gewenste woningbouwlocaties ten behoeve van een diversiteit aan doelgroepen. De ambitie die de raad heeft vastgelegd in de "Omgevingsvisie Son en Breugel; OOg op een zonnige toekomst!" vraagt op het gebied van wonen om een minimale toename van 700 woningen tot 2040. Het collegeprogramma vraagt om de realisatie van 250 wooneenheden in de periode 2022-2026. Daarnaast hebben we ons als gemeente gecommitteerd aan de Regionale Woondeal, Versnellingsopgave en andere regionale afspraken. • De werkzaamheden voor de lopende woningbouwprojecten zetten we voort. • Naar aanleiding van het op 3 april 2025 door de raad vastgestelde 'Volkshuisvestingsprogramma gemeente Son en Breugel; Bouwen aan gemeenschappen' blijven we locaties monitoren die in aanmerkingen (kunnen) komen voor woningbouw. • Om meer grip te krijgen op de woningmarkt en grondposities, overwegen we strategische aankopen. • Een ander middel om grip te houden op de woningmarkt is de toepassing van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). Inmiddels wordt dit in het kader van de Omgevingswet voorkeursrecht genoemd. Op 20 april 2023 heeft de gemeenteraad o.a. het besluit genomen om dit voorkeursrecht te vestigen op een deel van de wijk Breeakker.

De ontwikkelvisie voor dit deel van de wijk is in 2025 omgezet naar de 'ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Son en Breugel, eerste wijziging Breeakker-noordelijk deel'. • Andere doelgroepen (asielzoekers, Oekraïners, statushouders, arbeidsmigranten, flexwerkers e.d.) vragen om de inzet van (flexibele) woonlocaties. Operationalisering hiervan is noodzakelijk om ook tegemoet te komen aan wettelijke verplichtingen en regionale afspraken. Daarvoor ontwikkelen we locaties en overleggen we met initiatiefnemers en betrokken partijen. In 2025 is onderzoek gedaan naar diverse mogelijkheden. • Het college heeft meerjarige Prestatieafspraken gemaakt met Woonstichting ‘thuis en Woonbedrijf. Deze worden waar nodig jaarlijks geactualiseerd. Deze update heeft in 2025 met Woonstichting 'thuis ook plaatsgevonden.

Wat hebben we ervoor gedaan? Duurzaamheid 7. Son en Breugel wil een klimaat neutrale gemeente zijn. In 2025 continueren we onze inzet om de transitie naar een fossielvrije samenleving te versnellen. We geven hierbij veel vrijheid aan inwoners, organisaties en bedrijven om aan de voorkant mee te denken over uitvoerbare plannen.

Jaarstukken 2025 38

Energiebesparing, Isolatie en Natuur Energiebesparing is een randvoorwaarde voor een succesvolle energietransitie. Om inwoners hierbij financieel en praktisch te ondersteunen, hebben we in 2025 een programma ontwikkeld om de rijksmiddelen (SPUK Energiearmoede en SPUK Lokale Aanpak Isolatie) doelgericht in te kunnen zetten. In 2026 gaan deze programma’s daadwerkelijk lopen. Eind 2024 kende het collectieve project 'De Groene Zone Isoleren' een positieve start. Helaas kwam het project eind 2025 compleet stil te liggen door het faillissement van de uitvoerende partij, Winst uit je Woning. Positief is dat er geen financieel gedupeerde inwoners zijn. In regionaal verband werken we de scenario's uit voor een doorstart of nieuwe aanbesteding. Daarnaast willen we isolatiewerkzaamheden grootschalig kunnen faciliteren zonder de regels voor beschermde diersoorten te overtreden. Hiervoor is een Soorten Management Plan (SMP) nodig. In het voorjaar van 2025 zijn we daarom gestart met een ecologische Quickscan en een huismusonderzoek, waarbij we actief lokale vrijwilligers betrekken. In september 2025 zijn we gestart met de aanbesteding voor het complete SMP. Ondersteuning van Inwoners en Betrokkenheid Onze inwoners kunnen voor laagdrempelig advies terecht bij SonEnergie en het Regionaal Energieloket.

Omdat de Europese EPBD IV-richtlijn nieuwe eisen stelt aan energieloketten en het huidige contract in 2026 afloopt, hebben we een verkenning opgestart voor hoe we hiermee in de toekomst verder gaan. Tijdens de Nationale Klimaatweek (10 tot 16 november) hebben we gecommuniceerd over onze duurzaamheidsinitiatieven via een speciale klimaatoplage in de lokale krant. Tevens werden er intern binnen de gemeentelijke organisatie duurzame challenges gehouden om het goede voorbeeld te geven. Energieopwekking, Netcongestie en laden Het elektriciteitsnetwerk in de regio zit op slot. Samen met netbeheerder Enexis zijn we daarom in 2025 doorgegaan met de proactieve verzwaring van het midden- en laagspanningsnetwerk. Vanwege de toename van de netcongestie en de definitieve afschaffing van de salderingsregeling is in regionaal overleg besloten om het project 'De Groene Zone Zonnepanelen' te beëindigen; het financiële voordeel voor deelnemers was te onduidelijk en beperkt geworden. Voor grootschalige energieopwekking hebben we in 2025 de gebiedsvisie voor Sonniuswijk afgerond waarin ruimte is voor een energielandschap. Aansluitend hierop is gestart met een integrale ontwikkelstudie. We nemen ook in 2025 deel aan de collectieve concessie voor de plaatsing, het beheer, onderhoud en exploitatie van publieke laadinfrastructuur. Deze loopt tot en met 2028.

In 2025 zijn er 3 verkeersbesluiten genomen voor het aanwijzen van 18 parkeerplaatsen voor het laden van elektrische auto’s. Het laadvolume van de openbare laadpalen uit eerder genoemde concessie kende in 2025 een stijging van ruim 33% ten opzichte van 2024, waarmee de geleverde stroom goed was voor bijna 3,8 miljoen emissievrije kilometers. Tot slot hebben we ten aanzien van aardgasvrij wonen de lessen uit het Wijkuitvoeringsplan 't Zand vertaald naar concrete acties. Deze acties zijn meegenomen met de herijking van de transitievisie warmte in het warmteprogramma 2.0. Ondernemers en Bedrijventerreinen Samen met de ondernemers, provincie Noord-Brabant en waterschap De Dommel hebben we op Ekkersrijt de aanpak ‘De Grote Oogst' gecontinueerd. Binnen dit traject zijn pilots georganiseerd, waaronder de inzet van een energiehub-regisseur, met als doel bedrijven toch te laten groeien ondanks de huidige capaciteitsproblemen op het energienet en circulaire trajecten. 8. Son en Breugel moet in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig zijn. De gevolgen van de klimaatverandering worden steeds meer merkbaar. We krijgen te maken met langere periodes van hitte, droogte en met stevige hoosbuien. Dit leidt niet alleen tot overlast, maar kan ook tot economische schade en gezondheidsrisico’s leiden. We werken daarom aan een klimaatbestendig en waterrobuust Son en Breugel.

Bijvoorbeeld door meer ruimte te creëren voor water en groen, zodat we verdroging en hittestress tegengaan. Samen met gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk hebben we afspraken gemaakt om in 2050 klimaatveerkrachtig en waterrobuust ingericht te zijn (Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018).

Jaarstukken 2025 39

We zijn gestart met een pilot op Ekkersrijt voor de aanpak voor klimaatadaptatie voor Son en Breugel. In de aanpak kijken we naar de openbare en particuliere ruimte. Zo geven we ook aan wat bedrijven hier zelf aan kunnen doen. Ook bekijken we hoe we dit proces verder kunnen organiseren. Aanpak klimaatbestendige leefomgeving In 2025 hebben wij de uitvoeringsstrategie voor een klimaatbestendig Son en Breugel verder vormgegeven. In SGE verband is gewerkt aan de doorontwikkeling en implementatie van de 'Rekentool Klimaatopgave'. Deze online tool stelt ontwikkelaars, bouwers en particulieren in staat om per project de vereiste waterberging en de noodzakelijke hoeveelheid groen te berekenen. Hiermee borgen wij dat woningbouwprojecten aantoonbaar bijdragen aan het voorkomen van hittestress en wateroverlast. Klimaatrobuuste bodem en natuur In 2025 hebben wij verder ingezet op de omvorming van onze natuurgebieden naar een groter aandeel loofboomsoorten. Daarmee dragen wij bij aan verbetering van strooiselopbouw en bodemvochtregulatie op de lange termijn. Deze aanpak ondersteunt onze ambitie om in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust te zijn. 9. We verhogen biodiversiteit in ons buitengebied en bebouwd gebied. In 2025 hebben wij met de Dommelvallei-gemeenten gewerkt aan een gezamenlijke gebiedsgerichte aanpak voor de biodiversiteit.

Deze samenwerking is gericht op het verbeteren van de basiskwaliteit natuur in gebieden waar natuur niet de hoofdfunctie is. Daarnaast hebben wij door ons partnerschap in het Van Gogh Nationaal Park gefaciliteerd dat lokale agrariërs en grondeigenaren aanspraak kunnen maken op regelingen zoals ‘Brabants Bodem’ en ‘Brabant Behaagt’. Hiermee is de verhoging van de biodiversiteit op particuliere erven en bedrijven binnen Son en Breugel direct ondersteund. 10. We koesteren de landschappelijke kwaliteit. Stimuleringsregeling Landschap (StiLa) In 2025 hebben wij de eerste StiLa-periode afgerond met 6 ondertekende overeenkomsten. Dit heeft geresulteerd in de aanleg en het beheer van 1.453 m² houtsingels, 36 meter heg, een poel, 22 bomen en een wandelpad van 400 meter. Met deze resultaten hebben wij bijgedragen aan de provinciale ambitie voor 10% groenblauwe dooradering in 2050. Voor de periode tot 2030 hebben wij met de provincie een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor de Stimuleringsregeling Landschap getekend. LEADER en Het Groene Woud In samenwerking met Het Groene Woud hebben wij een werkatelier georganiseerd voor inwoners. Hierbij zijn lokale initiatiefnemers gekoppeld aan experts om plannen voor natuur en water verder uit te werken tot concrete subsidieaanvragen.

Van Gogh Nationaal Park Via het partnerschap in het Van Gogh Nationaal Park hebben wij de continuïteit van het landschapsbeheer ondersteund. Dit heeft mede geleid tot de verlenging van de provinciale beheersubsidies voor landschapselementen van 6 naar 30 jaar. Hiermee hebben wij langdurige zekerheid gecreëerd voor het beheer van de groenblauwe dooradering door lokale agrariërs en grondeigenaren.

Wat hebben we ervoor gedaan? Economie 11. Ekkersrijt blijft een economische toplocatie binnen het Brainport ecosysteem aanvullend op de andere toplocaties in de regio. Om de positie van Ekkersrijt als economische toplocatie in de Brainportregio te behouden is een veelzijdige aanpak nodig. Belangrijk daarbij is de samenwerking met de ondernemers, vastgoedeigenaren en andere stakeholders in het gebied. Naast de projecten en processen waar we ze bij betrekken, hebben we het afgelopen jaar weer vele individuele gesprekken met hen gevoerd. Deze gesprekken vonden plaats in het kader van zowel concrete bedrijfsplannen, het onderhouden van goede relaties en het gevoel houden met ontwikkelingen in het bedrijfsleven. Jaarstukken 2025 40

Belangrijk onderdeel daarvan is de structurele samenwerking met de Ondernemersvereniging Ekkersrijt (OVE), ieder kwartaal heeft met de OVE het kwartaaloverleg plaatsgevonden. Met de werkgroep Science Park, waarin ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente vertegenwoordigd zijn, is voorbereidend werk verricht om te komen tot de deelgebiedvisie Science Park. Er heeft zowel ambtelijk als bestuurlijk overleg plaatsgevonden over de 2de aansluiting van Ekkersrijt op de A50. Samen met de provincie, het waterschap, de OVE en individuele bedrijven hebben we in 2025 via de Grote Oogst aanpak weer stappen gezet in het toekomstbestendig maken van Ekkersrijt. Hierbij werken we aan de hand van specifieke thema's om de verschillende projecten gericht vorm te geven. Binnen de energietransitie hebben we samen met Brainport Development vervolgacties gezet die uit het verkennend onderzoek van 2024 kwamen. Met de beoogde gezamenlijke oplossingen kan zowel de netcongestie aangepakt worden als de groei van duurzame energie gestimuleerd worden. De focus is gelegd op de partijen voor wie de urgentie het grootst is. Doormiddel van simulaties wordt de businesscase en de haalbaarheid van verschillende oplossingen onderzocht, zoals voor groepstransportovereenkomsten, collectieve laadpleinen en het vergroten van de lokale afzet van duurzame energie.

Om hergebruik van materialen op Ekkersrijt te versterken werken we samen met stichting Indusym. We hebben ingezet op het bevorderen van circulaire kennis en circulaire handvaten. De materiaalstromen op Ekkersrijt zijn in kaart gebracht en er hebben zes collectieve inzamelrondes plaatsgevonden. Samen met Wageningen Universiteit is er een routekaart voor circulair Ekkersrijt gemaakt. Er is een provinciaal kunststofketenproject opgestart (doorontwikkeling via Brainport Development) en een businesstrack Remanufacturing georganiseerd. Dit heeft geresulteerd in 4 bedrijven die zijn toegetreden tot het Remanufacturing Collectief Brabant. In het tweede kwartaal van 2025 is er een impuls gegeven aan het verblijfsklimaat en de biodiversiteit in het gebied door het herinrichten van het groen op de Meubelboulevard. De werkzaamheden zijn onderdeel van de uitvoering van de Groenvisie Ekkersrijt. Daarnaast hebben we het in 2023 gestarte proces, om samen met ondernemers en eigenaren het Sciencepark door te ontwikkelen, voortgezet. Deze werkgroep heeft afgelopen jaar wederom enkele concrete acties uit de Visie Sciencepark uitgevoerd, waaronder het zetten van stappen naar de realisatie van de lunchwandelroutes. Zo werken we aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van het terrein en de gezondheid, betrokkenheid en verbinding van medewerkers met de omgeving. 12.

We onderhouden nauwe contacten met de ondernemers en scheppen randvoorwaarden waarmee het aantrekkelijk blijft voor ondernemers zich in de centra te vestigen. We vinden het belangrijk dat ondernemers goed met ons en ook met elkaar samenwerken. Dit zorgt ervoor dat Son en Breugel een fijne plek is om te ondernemen in het centrum van het dorp, in de wijken en natuurlijk ook op bedrijventerrein Ekkersrijt. We hebben regelmatig overleg gehad met verschillende (groepen) ondernemers en de belangenorganisaties zoals de Ondernemersvereniging Son en Breugel (OVSB), Ondernemersvereniging Ekkersrijt (OVE), VNO-NCW, het centrumteam en de diverse evenementenorganisaties. We hebben samen gewerkt aan versterking van het centrum door onder andere de vaststelling van de centrumvisie en het opstellen van het evenementenbeleid. Het centrumteam, dat bijdraagt aan een levendig centrum, zet in op het organiseren van activiteiten dat de aantrekkelijkheid van het centrum versterkt en leefbaarheid verbetert. Wij helpen hen hierbij. Het blijft een uitdaging om alle winkeliers in het centrum actief te laten meedoen aan activiteiten. Het is echter belangrijk dat we hieraan gezamenlijk blijven werken voor de aantrekkelijkheid en leefbaarheid van het centrum.

We hebben bijeenkomsten bezocht en georganiseerd: een bijeenkomst op de Dag van de Ondernemer, de ondernemersavond georganiseerd door de Lionsclub en netwerkbijeenkomsten van de ondernemersverenigingen OVE en OVSB.

Jaarstukken 2025 41

Wat hebben we ervoor gedaan? Regio 13. Door in regionaal verband samen te werken met andere overheden en organisaties werken we efficiënt en benutten elkaars kwaliteiten om de ontwikkeling in de Brainportregio mogelijk te maken. Samenwerking binnen MRE en SGE Op het gebied van economische en ruimtelijke ontwikkeling werken we in de Metropoolregio Eindhoven (MRE; de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant) en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE; Eindhoven, de 7 randgemeenten en Helmond) voor verschillende thema's regionaal samen. In de MRE werken we samen op de thema's Economie, Energietransitie, Mobiliteit, Ruimte & Wonen en Vitale groene leefomgeving (voorheen Transitie Landelijk Gebied). In het SGE werken we samen op de thema's Economie, Ruimte, Voorzieningen & Evenementen en Wonen. In alle bestuurlijke en ambtelijke overleggen van zowel MRE als SGE hebben we actief deelgenomen en inhoudelijke inbreng geleverd. Hiermee hebben we, samen met de andere gemeenten, bijgedragen aan de uitvoering van het Samenwerkingsakkoord MRE 2023-2026, de Brainportdeal, de Beethovendeal en de Samenwerkingsagenda SGE 2022-2026. Binnen MRE en SGE wordt gewerkt aan opgaven die voortkomen uit de ontwikkelrichtingen in Zuidoost Brabant. De schaalsprong die in Zuidoost-Brabant / de Brainportregio plaatsvindt is richtinggevend voor een groot deel van de werkzaamheden van MRE.

Zo is de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant opgesteld als hulpmiddel om de juiste keuzes te kunnen maken met het oog op brede welvaart. De werkzaamheden binnen de verschillende thema’s liggen in het verlengde van de schaalsprong en de ontwikkelstrategie. Ook de met het Rijk gesloten Brainportdeal en Beethovendeal hebben invloed gehad op de uitgevoerde werkzaamheden. In MRE-verband wordt ook gewerkt aan het Brabants Programma Landelijk Gebied, de Regionale Energiestrategie (RES), Novex De Peel en NOVEX stedelijk Brabant. In SGE-verband is de focus via enkele thema’s volledig gericht op de stedelijke schaalsprong. Meest in het oog springende onderwerpen waar in MRE- en SGE-verband samen aan gewerkt is, zijn: • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Actualisatie MIRT Input Jaarplan Brainport Development Regionaal uitgifteprotocol nieuwe uitgifte bedrijventerreinen Uitvoeringsagenda van het Regionaal Programma Werklocaties voor Zuidoost-Brabant Versnellen uitrol laag- en middenspanningsnetwerk (Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Elecktriciteitsnetwerk Brainport (UTEB)) Regionale warmtebronnenstrategie Ontwikkelvisie Gulbergen Korte Termijn Maatregelenpakket 2 Meerjarig Multimodaal Mobiliteitspakket Rekentool klimaatopgaven Doorontwikkeling Regionale Ontwikkelstrategie Project Groenblauwe structuren Programma vitale groene leefomgeving als doorontwikkeling van het thema vitaal landelijk gebied Voorzieningen en evenementen Regionale Voorzieningenstrategie Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant 2025 Huisvestingsverordening 2025-2029 Subsidieverordening Woningbouwversnelling Beethoven Vastgoed Exploitatie Opheffen Bestuurscommissie RHCe en instellen vaste Commissie van advies voor RHCe Overdrachtsdocument MRE voor nieuwe bestuursperiode Samenwerkingsagenda's Meierijstad, Weert en Venlo

Jaarstukken 2025 42

Kwaliteitssprongtafel De wethouders Sociaal domein uit de MRE-gemeenten hebben in gezamenlijkheid en onder eigen regie gewerkt aan de opzet en positionering van de Kwaliteitssprongtafel. Deze tafel heeft als doel de impact van de schaalsprong op de samenleving in goede banen te leiden. Dommeldal uit de Verf In 2025 hebben wij de visie van ‘Dommeldal uit de Verf’ verder verankerd in de Omgevingsvisie 2.0. Door de samenwerking met partners als het waterschap, buurgemeenten en terreinbeherende organisaties hebben wij efficiënter gewerkt aan de realisatie van het Natuurnetwerk in het Dommeldal. Van Gogh Nationaal Park In 2025 zijn wij betalend partner gebleven van het Van Gogh Nationaal Park. Door dit partnerschap hebben wij de toegang tot regionale programma’s en beheersubsidies voor onze gemeente geborgd. Hierdoor hebben lokale agrariërs en grondeigenaren gebruik kunnen maken van regelingen zoals ‘Brabants Bodem’ en ‘Brabant Behaagt’ voor de versterking van hun bedrijfsvoering en de lokale biodiversiteit.

Bijdrage verbonden partijen aan dit programma Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) De Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) is een verbonden partij waarmee samen wordt gewerkt op het bedrijventerrein. De Stichting verzorgt de beveiliging van het terrein middels camera's die in het openbaar gebied hangen en een beveiligingsteam. Metropoolregio Eindhoven (MRE). Samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio Zuidoost-Brabant. Het takenpakket is vastgelegd in artikel 4 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven. Het doel van deze samenwerking is het behouden en het verstevigen van de internationale concurrentiepositie en spitst zich toe op de behartiging van de gezamenlijke belangen op de thema’s economie, energietransitie, mobiliteit, ruimte & wonen en vitale groene leefomgeving.

Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo (afwijking budget 2025) wordt weergegeven als positief als het gerealiseerde bedrag hoger is dan de begroting. Bij de lasten is een positief bedrag dus een nadeel, bij de baten een voordeel. Door afronding kunnen er verschillen ontstaan omdat tellingen uit het financieel systeem komen en daarom soms afwijken.

Jaarstukken 2025 43

Bedragen x € 1.000,Omschrijving

Primaire begroting 2025

Begroting na wijziging 2025

Realisatie 2025

Afwijking budget 2025

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 4

250

250

250

0

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

371

504

513

10

3.1 Economische ontwikkeling

176

176

187

11

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

18

43

21

-22

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

46

46

48

2

3.4 Economische promotie

115

115

127

12

7.5 Begraafplaatsen

0

0

10

10

8.1 Ruimte en leefomgeving

1.008

1.344

1.511

167

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

3.939

1.325

658

-667

8.3 Wonen en bouwen

1.081

1.081

1.244

162

Totaal Lasten

7.004

4.884

4.569

-315

0.10 Mutaties reserves programma 4

20

397

353

-45

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

287

401

482

81

3.1 Economische ontwikkeling

99

47

46

-1

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

14

10

12

2

3.4 Economische promotie

27

18

24

6

7.5 Begraafplaatsen

28

28

78

50

8.1 Ruimte en leefomgeving

153

153

84

-69

3.939

1.325

1.082

-244

Baten

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) 8.3 Wonen en bouwen

705

705

437

-268

Totaal Baten

5.272

3.085

2.598

-487

Saldo (baten -/- lasten)

-1.733

-1.799

-1.970

-171

Analyse 4. Economische en ruimtelijke ontwikkeling

I/S Bedrag

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

59.000

Op dit taakveld zijn er de volgende voor- en nadelen: - Er zijn exploitatiekosten opgenomen voor een in 2025 aangekocht object. Deze kosten zijn niet uitgegeven in 2025. - In 2025 zijn er binnen het reststroken project en het netcongestie project samen meer opbrengsten gerealiseerd dan dat er kosten zijn gemaakt (voordeel € 90.000). - Een onvoorziene BTW-correctie zorgde voor een nadeel van € 46.000. - De inhuurkosten voor het project netcongestie zorgen voor een nadeel van € 64.000. 7.5 Begraafplaatsen en crematoria

39.000

Door de afwikkeling Stichting Uitvaartcentrum Wolfswinkel is de voorziening die hiervoor was getroffen, vrijgevallen. Dit zorgt voor een voordeel. 8.1 Ruimtelijke ordening

-111.000

De kosten van het opstellen en uitwerken van de ontwikkelvisie Breeakker zijn hoger dan begroot (nadeel € 111.000)

Jaarstukken 2025 44

4. Economische en ruimtelijke ontwikkeling

I/S Bedrag

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

91.000

Het resultaat van de grondexploitatie 2025 is € 423.000 voordelig. Dit bestaat uit: een tussentijdse winstneming bij grondexploitatie Sonnius Park: € 31.000, een vrijval in de verliesvoorzieningen voor de grondexploitaties Centrum Son (€ 167.000), Herontwikkeling Centrum Breugel (€ 259.000) en Akkerpad (1.000). Daarnaast blijven nog kosten achter op de Grexen algemeen, namelijk € 34.000 die niet toe te delen zijn aan een specifieke Grex. Het nadeel van € 333.000 is onderdeel van het verschil van € 91.000 binnen directe salarislasten en overhead hieronder. 8.3 Wonen en bouwen

-268.000

Minder legesinkomsten ontvangen doordat grotere plannen doorgeschoven zijn naar 2026 en later, zoals Ekkersrijt 1001 en 25 woningen Van Gentlaan. Mutaties reserves programma 4

-45.000

Er zijn een aantal onttrekkingen in de reserves (nog) niet nodig gebleken. Dit betreffen: - Bedrijfsvoering Ekkersrijt; - Reserve reststroken. Directe salarislasten en overhead

-21.000

Zie de algemene toelichting en inleiding bij programma's Kapitaallasten

18.000

Zie de algemene toelichting en inleiding bij programma's Overig

67.000

Totaal

-171.000

Jaarstukken 2025 45

Paragrafen Overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn hieronder de volgende paragrafen opgenomen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Wet open overheid 9. Beleidsindicatoren

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft een overzicht van de diverse lokale heffingen en belastingen op hoofdlijnen. Vanaf 1-1-2024 is de uitvoering van de Wet WOZ en de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen met inbegrip van kwijtschelding via een dienstverleningsovereenkomst (DVO) ondergebracht bij de Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB). De eerste 2 jaar van deze samenwerking hebben met name in het teken gestaan van het verbeteren van de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het algemeen oordeel luidde dat deze uitvoering "op onderdelen verbeterd moest worden" en inmiddels is het oordeel positief bijgesteld. Het algemeen oordeel van de Waarderingskamer luidt nu dat de uitvoering van de Wet WOZ "voldoende" is.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we de tarieven van de gemeentelijke belastingen en/of leges verlagen; • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies; • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, zijn de tarieven over 2025 als volgt aangepast: • Bij de OZB is 3,3% inflatiecorrectie toegepast en er is via extra OZB-verhoging een extra OZB-opbrengst geraamd van € 400.000. Bij de berekening van het tarief is rekening gehouden met de WOZ-waardeontwikkeling;

Jaarstukken 2025 46

• •

Leges en tarieven zijn verhoogd met de inflatiecorrectie (3,3%); De tarieven voor afvalstoffenheffing en de rioolheffing is gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2025-2028.

Definitieve (formele) vaststelling van de diverse belastingtarieven vond plaats door vaststelling van de belastingverordeningen tijdens de behandeling in de raadsvergadering van 7 november 2024. Voor de OZB geldt dat de tarieven in de verordening in de raad van 12 december 2024 zijn vastgesteld.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen (OZB): • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en de Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Reinigingsrechten worden geheven van niet-woningen (bedrijven) die hebben aangegeven gebruik te maken van de inzameldienst voor huishoudelijke afvalstoffen. Het betreft hier geen bedrijfsafval.

Rioolheffing Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. De rioolheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect via de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. De tarieven van de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. We streven er naar dat de kosten voor 100% worden gedekt door de opbrengsten uit de heffingen. Per 1 januari 2020 is de gedifferentieerde rioolheffing ingevoerd. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing is een heffing met een vast bedrag van € 50,-. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven en heffingen wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de geraamde lasten niet overschrijden. De tarieven mogen dus hoogstens kostendekkend zijn. Daarnaast moeten we de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan deze berekeningen vermelden en de manier waarop we deze uitgangspunten bij de tariefstellingen hanteren. Met onderstaande tabel verantwoorden we of de heffingen (afvalstoffenheffing en rioolheffing) inderdaad kostendekkend zijn geweest, ofwel of de werkelijke baten de gerealiseerde lasten niet hebben overschreden. Per heffing worden de totale baten en lasten en het gerealiseerde dekkendheidspercentage weergegeven.

Jaarstukken 2025 47

Dekkendheid rioolheffing

2025

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

837.127

Kapitaallasten

304.159

Mutatie voorziening

-14.970

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

1.126.316

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

205.274

Kwijtschelding taakveld 6.3

26.757

Straatreiniging taakveld 2.1

149.293

Watertaken taakveld 5.7

93.639

BTW taakveld 0.11

200.732

Totaal toerekenbaar

675.695

Totaal lasten

1.802.011

Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2

1.781.573

Overige opbrengsten taakveld 7.2

20.438

Baten totaal taakveld 7.2

1.802.011

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de Gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het Btw-compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de Btw compensabel en werd tegelijkertijd het gemeentefonds hiervoor verlaagd. Dekkendheid afvalstoffenheffing

2025

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat

479.135

Lasten overige afvalstromen

1.559.837

Kapitaallasten

27.231

Mutatie voorziening*

263.748

Totaal kosten afval taakveld 7.3

2.329.951

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

135.964

Kwijtschelding taakveld 6.3

46.451

BTW taakveld 0.11**

389.624

Totaal toerekenbaar

572.039

Totaal lasten

2.901.990

Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3

2.414.787

Baten milieustraat

144.959

Baten overige afvalstromen

342.244

Baten totaal

2.901.990

Dekkendheidpercentage afval

100%

Jaarstukken 2025 48

Kostendekkendheid leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk van de legesverordening 2025, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de gerealiseerde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len).

Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per paragraaf de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salarislasten en overhead in Hoofdstuk 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald. Baten

Salaris

Overhead

Lasten

Percentage

Burgerlijke stand

-24.166

36.221

37.141

1.797

32%

Reisdocumenten

-259.887

96.589

99.042 138.638

78%

Paragraaf 1.3

Rijbewijzen

-56.451

76.466

78.408

14.027

33%

Paragraaf 1.4

Verstrekkingen uit de Basisregistratie personen

-15.814

36.221

37.141

157

22%

Paragraaf 1.5

Bestuursstukken

Paragraaf 1.6

Vastgoedinformatie

Paragraaf 1.7

Overige publiekszaken

Paragraaf 1.8 Paragraaf 1.9

Hoofdstuk 1

Algemene dienstverlening

Paragraaf 1.1 Paragraaf 1.2

0

8.049

8.254

4.529

0%

-34.918

40.425

41.268

27.327

32%

Gemeentearchief

0

8.049

8.254

0

0%

Huisvestingswet

0

0

0

0

0%

Paragraaf 1.9

Leegstandswet

0

8.049

8.254

0

0%

Paragraaf 1.9

Kansspelen

0

12.704

12.380

0

2%

Paragraaf 1.9

Telecommunicatie, kabels en leidingen

-107.693

8.049

8.254

0

661%

Paragraaf 1.9

Verkeer en vervoer

-488

12.704

12.380

0

2%

Paragraaf 1.10

Kinderopvang

0

8.049

8.254

0

0%

Paragraaf 1.10

Diversen

-5.818

24.147

24.761

2.950

11%

383.789 189.425

53%

Totaal hoofdstuk 1

-505.234 374.282

De salarislasten en overhead in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst.

Jaarstukken 2025 49

Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Hoofdstuk 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen

Paragraaf 2.1

Algemene bepalingen

0

0

0

0

0%

Paragraaf 2.2

Voorfase

-37.007

0

0 146.199

25%

Paragraaf 2.3

Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

-437.368 467.829

479.712

0

46%

Paragraaf 2.4

Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

0

0

0

0

0%

Paragraaf 2.5

Milieubelastende activiteiten

0

0

0

0

0%

Paragraaf 2.6

Lozingsactiviteiten

0

0

0

0

0%

Paragraaf 2.7

Aanlegactiviteiten

0

0

0

0

0%

479.712 146.199

43%

Totaal hoofdstuk 2

-474.375 467.829

De salarislasten en overhead in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten

Salaris Overhead Lasten Percentage

Hoofdstuk 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Paragraaf 3.1

Horeca

-2.493

8.049

8.254

0

15%

Paragraaf 3.2

Seksbedrijven

0

0

0

0

0%

Paragraaf 3.3

Winkeltijdenwet

0

8.049

8.254

0

0%

Paragraaf 3.4

Organiseren evenementen of markten

0

0

0

0

0%

Paragraaf 3.5

Standplaatsen

0

8.049

8.254

0

0%

Paragraaf 3.6

Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap]

Paragraaf 3.7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

4.025

4.127

0

0%

-2.493 28.172

28.887

Totaal hoofdstuk 3 Totaal hoofdstuk 1,2 en 3

-982.102 870.283 892.388

0

4%

335.624

47%

Marktgelden Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is in 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie.

Precariorechten Precario is een heffing op het gebruik van gemeentegrond. Het tarief is in 2025 verhoogd met de inflatiecorrectie en is er precarioheffing toegepast.

Kwijtscheldingen gemeentelijke belastingen Als mensen de verschuldigde belasting niet kunnen betalen (of met buitengewoon bezwaar), komen zij wellicht in aanmerking voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. In het kader van de administratieve lastenverlichting voor de inwoners, toetsen we bij het inlichtingenbureau indien eerder kwijtschelding verleend is of er geen belemmering is voor het verlenen van automatische kwijtschelding. Bij geen belemmering verlenen we automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid:

Jaarstukken 2025 50

• •

De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend; De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend.

Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • OZB; • Afvalstoffenheffing; • Rioolheffing.

Overzicht tarieven 2023

2024

2025

OZB Eigenaar Woning

0,0754%

0,0770%

0,0786%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,1954%

0,1996%

0,2054%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1610%

0,1644%

0,1677%

Afvalstoffenheffing 1-persoonshh

266,64

267,00

272,88

Afvalstoffenheffing meer-pers.hh

325,80

334,68

342,12

Reinigingsrechten

345,00

363,00

387,36

Rioolheffing t/m 500m3 woningen afgekoppeld

149,76

159,84

180,00

Rioolheffing t/m 500m3 woningen niet afgekoppeld

199,76

209,84

230,00

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2025 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB eigenaar woning

0,0786%

0,1039%

0,0905%

0,0803%

0,0648%

OZB eigenaar niet-woning

0,2054%

0,2377%

0,2942%

0,2612%

0,1876%

OZB gebruiker niet-woning

0,1677%

0,1907%

0,2069%

0,2038%

0,1524%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

342

305

332

389

407

Rioolheffing

230

214

197

198

202

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde.

Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar

2023

2024

2025

WOZ-waarde

442.000

455.000

483.000

Wijziging WOZ-waarde

16,62%

3,00%

6,10%

OZB

333

350

380

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)

326

335

342

Rioolheffing (gebruiker)

150

160

180

Rioolheffing (eigenaar)

50

50

50

Totaal

859

895

952

7,24%

4,19%

6,37%

% wijziging lasten t.o.v. t-1

Jaarstukken 2025 51

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in de financiële positie van de gemeente Son en Breugel. Hiervoor beschrijven en waarderen we de risico's. Vervolgens zetten we het totaal aan risico's af tegen de aanwezige weerstandscapaciteit. Voor wat betreft het beleid over weerstandsvermogen en risicobeheersing hanteren we de uitgangspunten van de 'Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen'. Als laatste worden de financiële kengetallen gepresenteerd.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven. Top 10 Er is een selectie gemaakt van 10 in plaats van 15 risico's die extra aandacht verdienen. De impact van de risico's buiten de top 10 op de benodigde weerstandscapaciteit is beperkt. De risico's buiten de top 10 worden via de verzameling "Overige risico's" wel meegenomen in de berekening van de weerstandsratio.

Top 10 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico's toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in de onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde (€) = Kans (%) x Gevolg (€) Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren rekenen we hierbij met een zekerheidspercentage van 90%. Hoewel zorgvuldig is geprobeerd om alle risico’s in beeld te brengen, kan het voorkomen dat een risico niet is opgenomen. Zoals eerder genoemd is risicomanagement een dynamisch proces en voortschrijdend inzicht zorgt voor een steeds vollediger beeld. Jaarstukken 2025 52

Het is onmogelijk en onwenselijk om te sturen op alle geïdentificeerde risico’s. Door de risico’s te kwantificeren wordt de lijst geordend. Op deze manier ligt de focus op de risico’s die de grootste impact op de organisatie hebben. Zowel de kans dat een risico zich manifesteert als de impact die het risico met zich meebrengt moet worden bepaald. Er wordt een inschatting gemaakt van de waarschijnlijkheid dat het risico daadwerkelijk optreedt. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van het bedrag dat de gemeente kwijt is indien het risico optreedt. Het kwantificeren van risico’s is een proces van taxeren en inschatten en heeft daarmee altijd in bepaalde mate een subjectief karakter. Risico (bepaling risicowaarde)

Jaarrekening 2025

Begroting 2026

Jaarrekening 2024

1. Sociaal domein (50% x € 2.000.000)

€ 1.000.000

€ 540.000

€ 450.000

2. Cyberrisico's (50% x € 1.000.000)

€ 500.000

€ 262.500

€ 187.500

3. Inkoop (90% x € 375.000)

€ 337.500

€ 262.500

€ 187.500

4. Kwetsbaarheid in personele continuïteit (90% x € 375.000)

€ 337.500

€ 122.500

€ 122.500

5. Fiscale risico's (30% x € 600.000)

€ 180.000

€ 52.500

€ 52.500

6. Crisisbeheersing (30% x € 500.000)

€ 150.000

€ 150.000

€ 150.000

7. Verbonden partij - Dienst Dommelvallei (exact bedrag)

€ 141.570

€ 93.060

€ 93.060

8. Algemene uitkering gemeentefonds (70% x € 175.000)

€ 122.500

€ 122.500

€ 122.500

9. Niet /onderverzekerde gebouwen (30% x € 375.000)

€ 112.500

-

-

10. Exploitatie archiefruimte gemeentehuis (20% x € 500.000)

€ 100.000

€ 100.000

€ 100.000

€ 2.981.570

€ 1.705.560

€ 1.465.560

€ 493.358

€ 440.858

€ 470.682

Subtotaal top 10 Overige risico's + risico's onvoorzien Totaal

€ 3.474.928

€ 2.146.418

€ 1.936.242

Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%

€ 3.127.435

€ 1.931.776

€ 1.742.618

Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de begroting 2026 is de totale risicowaarde licht toegenomen. Dit komt vooral door de toename van het risico Sociaal domein. Risico voorziening wethouderspensioenen Het risico voorziening wethouderspensioenen is nieuw. Momenteel is de risicowaarde € 0 (door de extra stortingen in de voorziening) en daarmee komt dit risico niet in de top 10. Toch willen wij dit risico benoemen. De hoogte van de voorziening wethouderspensioenen kende jaarlijks een fluctuatie als gevolg van een gewijzigde rekenrente. Een hogere rente betekent een lagere benodigde voorziening hetgeen zorgt voor een vrijval uit de voorziening. Een lagere rente heeft een tegenovergesteld effect. Met de geplande overgang van deze pensioenen naar het ABP op 1-1-2028 is daar nog een andere fluctuatie bijgekomen. Namelijk de hoogte van de dekkingsgraad die het ABP als vereiste stelt. Deze dekkingsgraad wijzigt voortdurend en wordt pas vlak voor de overgang naar het ABP definitief vastgesteld. Tot die tijd zal de dekkingsgraad voor een fluctuatie van de voorziening zorgen. Voor de jaarrekening 2025 is gerekend met een dekkingsgraad van 115,2%.

Jaarstukken 2025 53

Top 10 risico's 1] Sociaal domein - Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoog complexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. - Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. - Een ander risico betreft eventuele nafacturering door zorgaanbieders tot 5 jaar na inzet zorgaanbod. - Daarnaast loopt momenteel een pilot voor kleinschalig wonen bij een zorgaanbieder waar de gemeente Son en Breugel cliënten in zorg heeft. De pilot is gestart in 2023 heeft structureel vorm gekregen. Dit levert in de praktijk nog steeds hoge kosten op. Het uiteindelijk doel is kostenverlaging door kortere indicaties. Beheersmaatregel - Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. - Per 2022 geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. - Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden.

CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. - In 2025 zijn we gestart met het plan Grip op Jeugdhulp en Wmo. Hierin staan meerdere maatregelen die uitgevoerd gaan worden. Dit is echter een tijdsinvestering en levert naar verwachting na enkele jaren geleidelijk besparingen op. 2] Cyberrisico's Als gevolg van een nog onvolwassen risicomanagementproces worden informatiebeveiliging- en privacy risico’s onvoldoende geïdentificeerd, geïmplementeerd en beheerst. Binnen de Dommelvalleiorganisaties is het inkopen van diensten en goederen een cruciaal proces, waarbij grote hoeveelheden (persoons)gegevens worden verwerkt. Hoewel we intensief samenwerken met leveranciers, blijft de eindverantwoordelijkheid voor Gegevensbescherming bij de Dommelvallei organisatie liggen. Digitale dreigingen, mede veroorzaakt door ketenafhankelijkheid met onder andere leveranciers, raken direct aan de continuïteit van onze dienstverlening en het vertrouwen van inwoners. Incidenten zoals datalekken en verstoringen bij leveranciers kunnen leiden voor ernstige schade, reputatiesschade en juridische gevolgen. Daarnaast beschikken we over beperkte capaciteit, kennis en middelen, waardoor het lastig is om de digitale veiligheid structureel te waarborgen.

Geopolitieke spanningen, technologische afhankelijkheden en een krappe arbeidsmarkt vergroten de kans op incidenten en maken preventie complexer. Beheersmaatregel Om deze risico’s te beheersen, wordt ingezet op het versterken van het risicomanagementproces. Verder wordt informatiebeveiligings- en privacy beleid, zoals het tactisch beleid informatiebeveiliging en privacy eisen in de keten geïmplementeerd. Er worden volgens een continu programma bewustwordingsactiviteiten op informatiebeveiliging en privacy georganiseerd. Bestuur heeft zich geconformeerd aan een gezamenlijke en uniforme inrichting van een managementsysteem en actieve sturing op informatiebeveiliging en privacy. Deze aanpak zorgt voor meer duidelijkheid in verantwoordelijkheden, voorkomt versnippering en maakt het mogelijk om beschikbare middelen beter te benutten.

Jaarstukken 2025 54

3] Inkoop 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3. Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoerig beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd.

Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en –procedures, vastgesteld. Daarbij zijn – overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind. 4] Kwetsbaarheid in personele continuïteit Er is een aantal factoren dat een risico vormt voor de continuïteit van de bedrijfsvoering, zoals: moeilijk kunnen invullen van vacatures a.g.v. krapte op de arbeidsmarkt, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim, inzet van externen. Deze risico's kunnen leiden tot vertraging in de bedrijfsvoering. Daarnaast kan het leiden tot hogere kosten door externe inhuur. Beheersmaatregel De risico’s voor de continuïteit van de bedrijfsvoering (arbeidsmarktkrapte, werkdruk, personele wisselingen, ziekteverzuim en externe inhuur) worden maandelijks gemonitord. Het doel is om vertraging in de bedrijfsvoering te voorkomen en kostenstijgingen te beperken. Ziekteverzuim is verwerkt in het percentage productieve uren per medewerker. Externe inhuur wordt bekostigd uit vacatureruimte of, bij ziekte, de knelpuntenpot personeelskosten; overschrijdingen worden gedekt uit de reserve personeel. Ziekteverzuim en inhuur worden maandelijks gemonitord. De recruitmentstrategie wordt ingezet om het werkgeverschap duurzaam te versterken.

5] Fiscale risico's De gemeente is verantwoordelijk voor correcte verwerking van loonbelastingopgaven, BTW-aangiften, opgaven voor het BTW-compensatiefonds, Vennootschapsbelasting en de Werkkostenregeling (WKR). Daarnaast kan zij aansprakelijk worden gesteld voor belastingverplichtingen van derden, bijvoorbeeld via inlenersaansprakelijkheid of ketenaansprakelijkheid. Ook bij betalingen aan externe partijen via de UBD dient de gemeente uiterst zorgvuldig te handelen, aangezien onvolkomenheden of het niet naleven van fiscale verplichtingen binnen deze processen eveneens tot aansprakelijkheid kunnen leiden. Beheersmaatregel Er wordt momenteel gewerkt aan de ontwikkeling van een Tax Control Framework met als doel te voldoen aan de fiscale wet- en regelgeving, daarover tijdig, juist en volledig verantwoording af te leggen en haar fair share aan belastingen bij te dragen. Tegelijkertijd blijft zij continu investeren in fiscale beheersmaatregelen en het minimaliseren van materiële fiscale risico’s.

Jaarstukken 2025 55

6] Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. In de afgelopen jaren is gebleken dat langdurige en ongekende crises realiteit kunnen worden. Denk hierbij aan de pandemie en vluchtelingenopvang. Vanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt daarnaast aandacht gevraagd voor de militaire- en hybride dreiging vanwege de geo-politieke spanningen in de wereld. Deze dreigingen vergroten het risico op ontwrichtende verstoringen van de openbare orde en openbare veiligheid van de maatschappij. Beheersmaatregel Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis zo veel mogelijk beperkt worden. Lokale, regionale en landelijke crisisorganisaties voorzien daarin, met name door crisiscoördinatie en organisatie. Goede eenduidige informatievoorziening, opleidingen en oefenen zijn daarbij randvoorwaarden voor succes. De inrichting van de crisisorganisatie is in de afgelopen jaren geactualiseerd. Diverse leerpunten uit crises en de aanbevelingen van de evaluatie Wet veiligheidsregio’s zijn hierin meegenomen. Met een nieuw crisisplan is vorm gegeven aan een nog professionelere multidisciplinaire organisatie.

Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost en Brabant-Noord, de Politie Oost-Brabant en de gemeenten werken hierin nauw samen. Een goed getrainde organisatie die expertise betrekt waar nodig, beperkt door adequaat ingrijpen, de effecten van incidenten zo veel mogelijk. Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor is de gemeente vaker partij wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet. Samen met onze partners zetten we daarom in op versterking van de maatschappelijke weerbaarheid.

7] Verbonden partij - Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen algemene (risico) reserve heeft, wordt het totaal van de risico's van de dienst via de verdeelsleutel belegd bij de drie deelnemende gemeenten. Beheersmaatregel Via de begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. 8] Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente in ieder geval 2 maal per jaar (mei en september) geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds. In 2024 is een nieuwe financieringssystematiek ingevoerd. De nieuw gekozen vorm van indexatie levert meer stabiliteit op. De indexatie is gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt (volumedeel). De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds reëel “op niveau” blijft (prijsdeel).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17152801/1