CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen wijziging omgevingsplan buitengebied Someren deelgebied 5

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 5.44.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Artikel 6.44 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.2.6 Bomen en andere opgaande beplanting vellen of rooien Artikel 6.45 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het vellen of rooien van bomen en andere opgaande beplanting binnen: a. beperkingengebied waterkering; b. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; of c. cultuurhistorisch waardevol gebied.

42

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.46 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning bomen en andere opgaande beplanting te vellen of rooien.

Concept

Artikel 6.47 Uitzondering vergunningplicht 1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.46, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.46 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

3

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied waterkering; of b. cultuurhistorisch waardevol gebied.

Artikel 6.48 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het vellen of rooien van bomen en andere opgaande beplanting wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; en b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind.

Artikel 6.49 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.2.7 Houtopstanden en hoogopgaande beplanting aanbrengen Artikel 6.50 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op aanbrengen van houtopstanden en beplanting binnen: a. aandachtsgebied radarzone; of b. beperkingengebied buisleiding - gas.

Artikel 6.51 Aanwijzing verbod Binnen het aandachtsgebied radarzone is het verboden om houtopstanden of beplanting aan te brengen hoger dan 45 meter boven NAP.

Artikel 6.52 Aanwijzijng vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning hoogopgaande beplanting aan te brengen binnen beperkingengebied buisleiding - gas.

Artikel 6.53 Uitzondering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.52, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.54 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van houtopstanden en hoogopgaande beplanting wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend;

43

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

b. c.

geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

Artikel 6.55 Advisering

Concept

Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Paragraaf 6.3.3 Werken en werkzaamheden - aanleggen en veranderen van wegen, paden en verhardingen Subparagraaf 6.3.3.1 Oppervlakteverhardingen aanleggen Artikel 6.56 Toepassingsbereik 1

Deze subparagraaf is van toepassing op het aanleggen van oppervlakteverhardingen in buitengebied DG5.

2

Deze subparagraaf is niet van toepassing op het verharden van onverharde wegen als bedoeld in subparagraaf 6.3.3.2.

Artikel 6.57 Algemene aanlegregels Bij het aanleggen van oppervlakteverhardingen wordt voldaan aan de volgende regels: a. het aanleggen van oppervlakteverharding houdt verband met het gebruik van locaties en gronden; b. indien sprake is van een toename aan verhard oppervlakte vindt in alle gevallen en toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en diens rechtopvolger; c. regenwater dient op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt; d. uitgangspunt voor 'omgaan met afstromend hemelwater' is de voorkeursvolgorde: hergebruik vasthouden - bergen - afvoeren; e. binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen is het aanleggen van oppervlakteverhardingen alleen mogelijk als deze de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de watersystemen niet minder geschikt maken; f. binnen de ecologische verbindingszone is het aanleggen van oppervlakteverhardingen alleen toegestaan als deze de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone niet minder geschikt maken; g. binnen het cultuurhistorisch waardevol gebied is het aanleggen van oppervlakteverhardingen alleen toegestaan als deze het behoud, het herstel en de duurzame ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische waarden niet minder geschikt maken.

Artikel 6.58 Aanwijzing vergunningplicht 1

Het is verboden zonder omgevingsvergunning oppervlakteverhardingen aan te leggen binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied waterkering; d. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; e. cultuurhistorisch waardevol gebied; f. abiotisch waardevol gebied; g. landschappelijk waardevol gebied; of h. aandachtsgebied reservering waterberging.

2

Binnen locaties met de functie agrarisch grondgebruik is het verboden zonder omgevingsvergunning oppervlakteverharding(en) aan te leggen.

Artikel 6.59 Uitzondering vergunningplicht

44

1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.58, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.58 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2;

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

b. c.

Concept

d.

3

binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied waterkering; d. cultuurhistorisch waardevol gebied; e. abiotisch waardevol gebied; f. landschappelijk waardevol gebied; of g. aandachtsgebied reservering waterberging.

Artikel 6.60 Beoordelingsregels vergunningplicht 1

De omgevingsvergunning voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen, als bedoeld in lid 1, wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en diens rechtopvolger; c. niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend gebouwerf; d. niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten perceel; e.

f. 2

geen onevenredig afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; en/of niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

De omgevingsvergunning voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen, als bedoeld in lid 2, wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de agrarische doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd conform het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) en diens rechtopvolger; c. niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend gebouwerf; d. niet resulteren in een oppervlakteverharding voor veepaden groter dan 400 m2 op een kavel grenzend aan locaties met de functie agrarisch bedrijf; e. niet resulteren in een overige verhardingen groter dan 200 m2; en f. niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten perceel.

Artikel 6.61 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij het betrokken waterschap en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.3.2 Onverharde wegen verharden Artikel 6.62 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het verharden van onverharde wegen binnen de locatie onverharde weg.

Artikel 6.63 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning onverharde wegen te verharden.

Artikel 6.64 Uitzondering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.63, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

45

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.65 Beoordelingsregels vergunningplicht

Concept

De omgevingsvergunning voor het verharden van onverharde wegen wordt alleen als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; en b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden.

46

Artikel 6.66 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Paragraaf 6.3.4 Werken en werkzaamheden - grondroeractiviteiten Subparagraaf 6.3.4.1 Verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem Artikel 6.67 Toepassingsbereik Deze subparagaaf is van toepassing op het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem, daaronder tevens begrepen het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging, binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. beperkingengebied waterkering; d. beperkingengebied watergang; e. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; f. cultuurhistorisch waardevol gebied; g. abiotisch waardevol gebied; h. landschappelijk waardevol gebied; i. ecologische waardevol gebied; j. aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen; k. aandachtsgebied waterhuishouding; l. aandachtsgebied reservering waterberging; of m. locaties met de functie natuur.

Artikel 6.68 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem te verlagen, vergraven, op te hogen of egaliseren.

Artikel 6.69 Uitzondering vergunningplicht 1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

3

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. cultuurhistorisch waardevol gebied; d. abiotisch waardevol gebied; e. landschappelijk waardevol gebied; f. ecologische waardevol gebied; g. aandachtsgebied waterhuishouding; h. aandachtsgebied reservering waterberging; of i. locaties met de functie natuur.

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Concept

Artikel 6.70 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

Artikel 6.71 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap, de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.4.2 Diepploegen, diepwoelen en/of uitvoeren van andere ingrepen in de bodem Artikel 6.72 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het diepploegen, diepwoelen en/of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, daaronder begrepen de aanleg van (buis)leidingen, binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; d. cultuurhistorisch waardevol gebied; e. beperkingengebied vaarweg; of f. locaties met de functie natuur.

Artikel 6.73 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bodem te diepploegen, te diepwoelen of andere ingrepen in de bodem uit te voeren.

Artikel 6.74 Uitzondering vergunningplicht 1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.73 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.68 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2; e. binnen ecologische waardevol gebied minder dan 50 cm diep reiken.

3

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. cultuurhistorisch waardevol gebied; of d. locaties met de functie natuur.

Artikel 6.75 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

47

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.76 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Concept

Subparagraaf 6.3.4.3 Waterlopen, sloten en greppels graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren Artikel 6.77 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; d. abiotisch waardevol gebied; e. landschappelijk waardevol gebied; f. ecologische waardevol gebied; g. aandachtsgebied reservering waterberging; h. locaties met de functie natuur; of i. locaties met de functie water.

Artikel 6.78 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning waterlopen, sloten en greppels te graven, te dempen dan wel te verdiepen, te vergraven of anderszins te herprofileren.

Artikel 6.79 Uitzondering vergunningplicht 1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.78, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.78 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

3

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; c. abiotisch waardevol gebied; d. landschappelijk waardevol gebied; e. ecologische waardevol gebied; f. aandachtsgebied reservering waterberging; g. locaties met de functie natuur; of h. locaties met de functie water.

Artikel 6.80 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

48

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.81 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap, de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Concept

Subparagraaf 6.3.4.4 Riolering, kabels, leidingen en drainage aanbrengen Artikel 6.82 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied waterkering; c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; d. cultuurhistorisch waardevol gebied of e. locaties met de functie openbaar gebied.

Artikel 6.83 Algemene aanlegregels Op locaties met de functie openbaar gebied mogen (ondergrondse) kabels en leidingen en rioleringen ten behoeve van voorziening van openbaar nut worden aangelegd, tenzij de activiteit wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied waterkering; c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; of d. cultuurhistorisch waardevol gebied.

Artikel 6.84 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning rioleringen, kabels, leidingen en drainage aan te brengen binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied waterkering; c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5; of d. cultuurhistorisch waardevol gebied.

Artikel 6.85 Uitzondering vergunningplicht 1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.84, geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.84 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.86 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het aanbrengen van riolering, kabels, leidingen en drainage wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

49

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.87 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Concept

Subparagraaf 6.3.4.5 Verlagen van de grondwaterstand Artikel 6.88 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het verlagen van de grondwaterstand, anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, binnen aandachtsgebied waterhuishouding

Artikel 6.89 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de grondwaterstand te verlagen.

Artikel 6.90 Uitzonering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.89 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.91 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor verlagen van de grondwatersand wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind.

Artikel 6.92 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.4.6 Heiwerkzaamheden uitvoeren of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem Artikel 6.93 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; b. beperkingengebied buisleiding - riool; of c. archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 of archeologisch waardevol gebied - 5.

Artikel 6.94 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning heiwerkzaamheden uit te voeren of objecten op een andere wijze in te drijven.

Artikel 6.95 Uitzondering vergunningplicht

50

1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.94 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.84 geldt niet voor activiteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2;

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

d.

Concept

3

binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

De uitzondering als bedoeld in het tweede lid geldt niet als de activiteit tevens wordt uitgevoerd binnen: a. beperkingengebied buisleiding - gas; of b. beperkingengebied buisleiding - riool.

Artikel 6.96 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

Artikel 6.97 Advisering Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder of deskundige partij en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning.

Subparagraaf 6.3.4.7 Onroerende objecten plaatsen Artikel 6.98 Toepassingsbereik Deze subparagraaf is van toepassing op het plaatsen van onroerende objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair op locaties met de functie openbaar gebied of beperkingengebied buisleiding - gas.

Artikel 6.99 Algemene aanlegregels Op locaties met de functie openbaar gebied mogen onroerende objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair worden geplaatst, tenzij de activiteit wordt uitgevoerd binnen het beperkingengebied buisleiding - gas.

Artikel 6.100 Aanwijzing vergunningplicht Binnen beperkingengebied buisleiding - gas is het verboden zonder omgevingsvergunning onroerende objecten te plaatsen.

Artikel 6.101 Uitzondering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.100 geldt niet voor activiteiten die zijn toegestaan op grond van artikel 6.20.

Artikel 6.102 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het plaatsen van onroerende objecten wordt alleen verleend als het uitvoeren van de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de gronden zijn toegekend; b. geen onevenredige afbreuk doet aan de waarden en de kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig verkleind; en/of c. niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

Artikel 6.103 Advisering Bevoegd gezag vraagt schriftelijk advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning. Het advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.

Afdeling 6.4 Bouwactiviteiten Paragraaf 6.4.1 Algemene bepalingen bouwactiviteiten

51

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.104 Toepassingsbereik Deze afdeling gaat over het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Concept

Artikel 6.105 Meetbepalingen Voor de toepassing van de regels in deze afdeling wordt op de volgende wijze gemeten: a. goothoogte: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; b. bouwhoogte: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; c. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; d. oppervlakte: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; e. inhoud: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk; f. straatpeil voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang; g. straatpeil in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.

Artikel 6.106 Bouwen ten behoeve van gebruiksactiviteiten Het bouwen van gebouwen, voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde is alleen toegestaan als de gebruiksactiviteit waarvoor wordt gebouwd ter plaatse is toegestaan op grond van afdeling 6.5.

Artikel 6.107 Bestaande afwijkende maten en hoeveelheden 1

Indien voor bestaande, legaal opgerichte bouwwerken geen omgevingsnorm is opgenomen en de maatvoering van het bouwwerk afwijkt van het bepaalde in deze afdeling, dan mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

2

Indien afstandsmaten tot de grens van het gebouwerf en/of de (as van de) openbare weg tot bestaande bouwwerken en/of de bouw- en/of goothoogten van bestaande, legaal opgerichte bouwwerken, die niet voldoen en meer respectievelijk minder bedragen dan in ingevolge deze afdeling bepaald is, dan mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

3

In het geval van volledige sloop en (her-)bouw van bouwwerken, zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is het bepaalde artikel 6.107, tweede lid alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op exact dezelfde plaats en met inachtneming van geldende bouw- en goothoogten, danwel een minder afwijkende bouw- en goothoogte.

Artikel 6.108 Algemene aanvraagvereisten ruimtelijke bouwactiviteiten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de plattegronden van alle verdiepingen en een doorsnedetekening voor de nieuwe situatie en, voor zover daarvan sprake is, de bestaande situatie; b. het beoogde gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2; d. een situatietekening van de bestaande toestanden en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop de afmetingen van het perceel, het bebouwd oppervlak en de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen aan de wegzijde; e. de hoogte van het bouwwerk ten opzichte van het straatpeil en het aantal bouwlagen; en f. de inrichting van parkeervoorzieningen op eigen terrein.

Artikel 6.109 Algemene beoordelingsregels ruimtelijke bouwactiviteiten Een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt alleen verleend als: a. het aangevraagde bouwwerk een bijdrage levert aan het verbeteren van de stedenbouwkundige structuur; b. landschappelijke en cultuurhistorische waarden niet onevenredig wordt aangetast;

52

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

c. d. e.

Concept

f.

de maatvoering van het aangevraagde bouwwerk naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders aansluit op de maatvoering van omliggende bebouwing; het aangevraagde bouwwerk hydrologisch neutraal wordt uitgevoerd; de bouw- en gebruiksmogelijkheden van omliggende gebouwen en locaties niet onevenredig worden aangetast; en het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, bijdraagt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit.

Artikel 6.110 Specifieke zorgplicht beschermen omgeving bij bouwactiviteiten 1

Degene die bouwactiviteiten verricht of weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat de bouwactiviteiten kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die beschadigingen of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.

2

Degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: a. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; b. het veroorzaken van overlast door geluid, trillingen, dieren of verontreiniging; c. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.

Artikel 6.111 Verboden bouwactiviteiten 1

Het is verboden bouwactiviteiten als bedoeld in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving te verrichten, die niet voldoen aan de eisen in dat artikel.

2

Binnen de locatie bebouwingsvrije zone is het verboden gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen. Daaronder tevens begrepen het vergunningvrij bouwen als bepaald in artikel 22.27 en artikel 22.36.

3

Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 0-50 meter is het verboden bebouwing op te richten.

4

Binnen het aandachtsgebied radarzone is het verboden om enig bouwwerk te bouwen hoger dan 45 meter boven NAP.

5

Op locaties met de functie water is het is het verboden gebouwen te bouwen. Het verbod geldt niet binnen de locatie vaarweg.

6

Binnen het beperkingengebied waterkering is het verboden gebouwen te bouwen.

7

Binnen het Natuur Netwerk Brabant is het verboden nieuwe bouwactiviteiten toe te staan, anders dan het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik als bedoeld in artikel 6.112, eerste lid.

Artikel 6.112 Algemene regels bouwactiviteiten

53

1

Op locaties met de functie water is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen mogelijk als: a. gebouwd wordt ten dienste van de waterhuishoudkundige doeleinden, het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden, alsmede natuurvriendelijke oevers, en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; en b. de bouwhoogte niet hoger is dan 8 meter.

2

Binnen het aandachtsgebied behoud en herstel watersystemen is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten enig gebouwerf alleen mogelijk als deze bouwwerken de verwezenlijk, het behoud en het beheer van de watersystemen niet minder geschikt maakt.

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Concept

3

Binnen het cultuurhistorisch waardevol gebied is het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde buiten enig gebouwerf alleen mogelijk als deze bouwwerken het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden niet minder geschikt maken.

4

Binnen het Natuur Netwerk Brabant is het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken ten behoeve van de natuurfunctie of het recreatieve medegebruik alleen mogelijk als: a. het oprichten van kleinschalige bebouwing en bouwwerken geen aantasting geeft van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant; en b. eventuele (tijdelijke) verstoring van verstoring van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant wordt gecompenseerd.

5

Binnen het ecologische waardevol gebied is het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde alleen mogelijk als: a. de bouwwerken noodzakelijk zijn voor de instandhouding, versterking en ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden; b. gebouwd wordt ten dienste van de in paragraaf 4.3.12.6 omschreven doelen; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen niet hoger is dan 2 meter; d. de bouwhoogte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen, niet hoger is dan 3 meter; en e. de oppervlakte van bouwwerken, niet zijnde terreinafscheidingen, maximaal 10 m2 bedraagt.

Artikel 6.113 Aanwijzing vergunningplicht bouwactiviteiten 1

Binnen het beperkingengebied buisleiding - gas is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.

2

Binnen het beperkingengebied buisleiding - rioolis het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen.

3

Binnen het beperkingengebied waterkering is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen en/of bouwwerken te bouwen.

4

Binnen beperkingengebied watergang is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen.

5

Binnen beperkingengebied vaarweg is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen, met uitzondering van de met vaarweg verband houdende bouwwerken.

6

Binnen het aandachtsgebied monument is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde te (ver)bouwen.

7

Binnen archeologisch waardevol gebied - 1, archeologisch waardevol gebied - 2, archeologisch waardevol gebied - 3, archeologisch waardevol gebied - 4 en archeologisch waardevol gebied - 5 is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen.

8

Binnen het geluidsaandachtsgebied weg 50-100 meter is het verboden zonder omgevingsvergunning te bouwen.

9

Binnen het beschermd dorpsgezicht is het verboden zonder omgevingsvergunning bouwwerken te bouwen.

10

Binnen het aandachtsgebied reservering waterberging is het verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen te bouwen.

Artikel 6.114 Uitzondering vergunningplicht bouwactiviteiten

54

1

Het verbod, bedoeld in artikel 6.113, eerste lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. de bouwwerken noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de betreffende aardgasleiding; b. de bouwwerken van geringe omvang zijn; en c. de bouwhoogte niet hoger is dan 3 meter.

2

Het verbod, bedoeld in artikel 6.113, tweede lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als:

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

a.

Concept

b.

55

de bouwwerken noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de ondergrondse rioolwatertransportleiding; en de bouwhoogte niet hoger is dan 3 meter.

3

Het verbod, bedoeld in artikel 6.113, derde lid geldt niet voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde als: a. gebouwd wordt ten dienste van dijken, kaden en voorzieningen ten behoeve van de waterkering; b. de bouwhoogte niet hoger is dan 2 meter.

4

Het verbod, bedoeld in artikel 6.113, vijfde lid geldt niet voor het bouwen van de met de vaarweg verband houdende bouwwerken.

5

Het verbod, bedoeld in artikel 6.113, zevende lid geldt niet voor bouwactiviteiten die: a. binnen archeologisch waardevol gebied - 2 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 100 m2; b. binnen archeologisch waardevol gebied - 3 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; c. binnen archeologisch waardevol gebied - 4 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m2; d. binnen archeologisch waardevol gebied - 5 minder dan 40 cm diep reiken ten opzichte van het maaiveld en een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 2.500 m2.

Artikel 6.115 Beoordelingsregels vergunningplicht bouwactiviteiten 1

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, eerste lid, wordt alleen verleend als: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de betreffende leiding niet wordt aangetast; en b. geen kwetsbare gebouwen worden gebouwd.

2

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, tweede lid, wordt alleen verleend als: a. het behoud van een veilige ligging en de continuïteit van de rioolwatertransportleiding wordt gewaarborgd.

3

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, derde lid, wordt alleen verleend als: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de dijken, kaden en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering niet wordt aangetast.

4

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, vierde lid wordt alleen verleend als: a. de belangen van de watergang niet worden geschaad.

5

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, vijfde lid wordt alleen verleend als: a. de belangen van de vaarweg niet worden geschaad; en b. schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken beheerde van de vaarweg.

6

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, zesde lid, wordt alleen verleend als: a. het (ver)bouwen niet leidt tot een onevenredige aantasting van de cultuurhistorische waarden.

7

De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 6.113, zevende lid, wordt alleen verleend als: a. met een archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteit niet onevenredig (kunnen) worden verstoord; b. een onderzoek als bedoeld onder a is niet noodzakelijk als de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen activiteiten kunnen worden verstoord.

8

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113, achtste lid wordt alleen verleend als: a. schriftelijk advies is ingewonnen bij de wegbeheerder.

9

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113, negende lid, wordt alleen verleend als: a. geen onevenredige aantasting ontstaan van de aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden en/of de ruimtelijke structuur.

10

De omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113, tiende lid, wordt alleen verleend als:

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

a.

is aangetoond dat de bebouwing niet leidt tot een vermindering of verslechtering van het waterbergend vermogen van het gebied en een effectieve werking van het waterbergingsgebied behouden blijft dan wel wordt verbeterd.

Concept

Artikel 6.116 Advisering vergunningplicht bouwactiviteiten 1

Bevoegd gezag vraagt advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, eerste lid.

2

Bevoegd gezag vraagt advies bij de leidingbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, tweede lid.

3

Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder van de waterkering en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, derde lid.

4

Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap en/of de beheerder van de watergang en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, vierde lid.

5

Bevoegd gezag vraagt advies bij de beheerder van de vaarweg en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, vijfde lid.

6

Bevoegd gezag vraagt advies bij een terzake deskundige instantie, zoals Stichting Monumentenhuis Brabant, en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, zesde lid.

7

Bevoegd gezag vraagt advies bij een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, zevende lid.

8

Bevoegd gezag vraagt advies bij de wegbeheerder en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, achtste lid.

9

Bevoegd gezag vraagt advies bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de gemeentelijke monumentencommissie en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, negende lid.

10

Bevoegd gezag vraagt advies bij het waterschap en betrekt dit advies bij het besluit op de aanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.113, tiende lid.

Artikel 6.117 Maatwerkvoorschriften vergunningplicht bouwactiviteiten 1

Het bevoegd gezag kan met het oog op het beschermen van de archeologische waarden in de bodem, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113, zevende lid, als zij van oordeel is dat de aanwezige archeologische waarden door de bouwactiviteiten aangetast (kunnen) worden. Aan de omgevingsvergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; of c. de verplichting om de bouwactiviteiten die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

2

Het bevoegd gezag kan ten behoeve van de opbouw, het behoud en herstel en waar mogelijk versterking van de algemene landschappelijke en cultuurhistorische waarden, een maatwerkvoorschrift verbinden aan de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.113, zesde lid, in de vorm van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan.

Artikel 6.113 Ondergronds bouwen 1

56

Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,5 meter onder peil) is vergunningvrij binnen de gevelgrenzen van de (bedrijfs-)woning en de verder binnen gebouwerven toegestane bebouwing, met uitzondering van dierenverblijven en andere gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van de veestapel.

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Concept 57

2

Voor ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen van de bovengrondse bebouwing wordt een omgevingsvergunning worden verleend als: a. er sprake is van maximaal één ondergrondse bouwlaag tot maximaal 3,5 meter onder peil; b. het ondergrondse gebouwde wordt niet gebruikt voor de huisvesting van de veestapel; c. de totale oppervlakte van ondergrondse bebouwing binnen een gebouwerf maximaal 10% van de oppervlakte van het gebouwerf bedraagt met een maximum van 150 m2. Deze maximale maat geldt niet voor mestputten en mestkelders op locaties met de functie agrarisch bedrijf; d. gebouwd wordt op een afstand van minimaal 15 meter uit de as van de weg, tenzij de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat, dan is deze afstand bepalend; e. het bouwwerk geheel onder maaiveld gebouwd wordt; en f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd.

3

De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd, telt niet mee bij het bepalen van de maximaal toegestane inhoud van een gebouw.

Artikel 6.118 Voorrangsbepaling bouwen Voor zover de bepalingen in subparagraaf 22.2.7.3 tegenstrijdig zijn aan de genoemde bouwactiviteiten in deze paragraaf, hebben de bepalingen in subparagraaf 22.2.7.3 voorrang op deze paragraaf. De overige regels in hoofdstuk 6 zijn onverminderd van toepassing

Paragraaf 6.4.2 Agrarische bedrijfsgebouwen bouwen Artikel 6.119 Toepassingsbereik 1

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen binnen de locatie agrarisch bedrijfsgebouw.

2

Deze paragraaf is niet van toepassing op het bouwen van dierenverblijven als bedoeld in paragraaf 6.4.3.

Artikel 6.120 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning agrarische bedrijfsgebouwen te bouwen.

Artikel 6.121 Uitzondering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.120, geldt niet voor het uitbreiden van bestaande agrarische bedrijfsgebouwen als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.122.

Artikel 6.122 Beoordelingsregels vergunningplicht 1

De omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen wordt alleen verleend als: a. de goothoogte maximaal 4,5 meter bedraagt; b. de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt; c. de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt; d. gebouwd wordt op een afstand van: 1. minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf; 2. minimaal 20 meter uit de as van de weg; en e. de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.

2

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122, eerste lid onder a en b wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen met een grotere goot- en bouwhoogte alleen verleend als: a. de goothoogte maximaal 10 meter bedraagt; b. de bouwhoogte maximaal 12,5 meter bedraagt; c. aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling. Dit moet worden aangetoond door middel van een advies van de AAB; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast; en e. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Concept 58

3

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122, eerste lid onder c wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen met een plat dak alleen verleend als: a. aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering; b. de stedenbouwkundige kenmerken van de omgeving niet onevenredig worden aangetast; en c. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.

4

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122, eerste lid onder d wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de grens van een gebouwerf alleen verleend als: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven niet worden belemmerd; b. aantoonbaar sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; c. aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang dan wel een algemeen maatschappelijk belang; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving niet onevenredig worden aangetast; e. sprake is van een ruimtelijk kwaliteitsverbetering; en f. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt.

5

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.122, eerste lid onder d wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen op een kortere afstand tot de (as van de) weg alleen verleend als: a. aantoonbaar sprake is van een noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting; b. geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. de overschrijding niet leidt tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie; d. de wegbeheerder is gehoord; en e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichterbij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde gebouwerf. Als het gebouwerf aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 meter te worden aangehouden.

Paragraaf 6.4.3 Dierenverblijven bouwen Artikel 6.123 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van dierenverblijven binnen de locatie dierenverblijf.

Artikel 6.124 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven uit te breiden.

Artikel 6.125 Beoordelingsregels vergunningplicht 1

De omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven wordt alleen verleend als: a. sprake is van een zorgvuldige veehouderij die voldoet aan de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij en de nadere regels zoals die door Gedeputeerde Staten zijn vastgesteld in de Omgevingsverordening, waarbij de maatregelen die worden getroffen vervolgens in stand worden gehouden; b. een zorgvuldig dialoog is gevoerd, gericht op het betrekken van het belang van omwonenden en de omgeving bij de planontwikkeling; c. de ontwikkeling vanuit een goede leefomgeving en gelet op de aspecten als benoemd in de Omgevingsverordening, inpasbaar in de omgeving is; d. aangetoond is dat de kans om cumulatieve geurhinder, (achtergrondbelasting) in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan de voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert; e. binnen de dierenverblijven de dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn met uitzondering van volière en scharrelstallen voor legkippen waar een tweede bouwlaag gebruikt mag worden;

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

f. g. h. i.

Concept

j.

2

de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd wordt; geen sprake is van een geitenhouderij; het dierenverblijf niet is gelegen binnen de locatie beperkingen veehouderij, tenzij het dierenverblijf wordt gebouwd ten behoeve van een grondgebonden veehouderij; het dierenverblijf qua maatvoering voldoet aan de beoordelingsregels voor reguliere agrarische bedrijfsbebouwing als bedoeld in artikel 6.122, eerste lid; en de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.

In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.125, eerste lid wordt binnen de locatie stalderingsgebied een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van de bestaande oppervlakte aan dierenverblijven alleen verleend als: a. bewijs is overlegd dat binnen het stalderingsgebied, een dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of functiewijziging waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; b. het bewijs dat aan de voorwaarden van staldering is voldaan, wordt uitgegeven door of namens Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

Paragraaf 6.4.4 Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij veehouderijen uitbreiden Artikel 6.126 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het uitbreiden van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bij veehouderijen binnen de locatie beperkingen veehouderij.

Artikel 6.127 Aanwijzing verbod 1

Het is verboden om de bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, uit te breiden.

2

Als bestaande oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bedoeld in het eerste lid, geldt de oppervlakte die: a. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; of b. mag worden uitgevoerd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende vergunning.

Artikel 6.128 Uitzondering verbod Het verbod, bedoeld in artikel 6.127, geldt niet voor een grondgebonden veehouderij die voldoet aan één van de volgende criteria: a. de veebezetting bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend over de grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie; b. ten minste 75% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie; c. via een jaarlijkse rapportage uit BEX is aangetoond dat de veehouderij: 1. ten minste 95% van het ruwvoer, zoals gras en mais, uitgedrukt in fosfaat, wordt ingewonnen op grond die volgens de gecombineerde opgave voor de veehouderij in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km van de bedrijfslocatie; en 2. ten minste 50% van het fosfaat in het rantsoen afkomstig is uit ruwvoer, zoals gras en mais; of d. de dieren worden uitsluitend of in hoofdzaak gehouden ten behoeve van natuurbeheer.

Paragraaf 6.4.5 Teeltondersteunende kassen bouwen Artikel 6.129 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van teeltondersteunende kassen binnen de locatie agrarisch bedrijfsgebouw.

Artikel 6.130 Aanwijzing verbod Binnen de gebiedsaanwijzing groenblauwe waarden is het verboden om teeltondersteunende kassen te bouwen.

59

Concept

(van 15-7-2025 9:21) (Online)

Artikel 6.131 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning teeltondersteunende kassen te bouwen.

Concept

Artikel 6.132 Uitzondering vergunningplicht Het verbod, bedoeld in artikel 6.131, geldt niet voor het uitbreiden van bestaande teeltondersteunende kassen als de uitbreiding voldoet aan de beoordelingsregels in artikel 6.133.

Artikel 6.133 Beoordelingsregels vergunningplicht De omgevingsvergunning voor het bouwen van teeltondersteunende kassen wordt alleen verleend als: a. de totale oppervlakte maximaal 1.000 m2 bedraagt; b. de goothoogte maximaal 4,5 meter bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal 10 meter bedraagt; d. de dakhelling tussen de 20 en 60 graden bedraagt; e. gebouwd wordt op een afstand van: 1. minimaal 5 meter uit de grens van het gebouwerf; 2. minimaal 20 meter uit de as van de weg. f. de kassen voorzien zijn van een bergings- c.q. infiltratievoorziening die aantoonbaar voldoende capaciteit heeft; en g. de totale oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen maximaal 90% van het gebouwerf bedraagt.

Paragraaf 6.4.6 Veldschuur bouwen Artikel 6.134 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een veldschuur binnen de locatie veldschuur.

Artikel 6.135 Aanwijzing verbod Het is verboden een veldschuur te herbouwen, te verbouwen, nieuw te bouwen, te vervangen en/of uit te breiden.

Artikel 6.136 Algemene bouwregels Een bestaande veldschuur mag in stand worden gehouden, mits: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum oppervlakte veldschuur; b. de goothoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum goothoogte veldschuur; en c. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan aangegeven met de omgevingsnorm maximum bouwhoogte veldschuur.

Paragraaf 6.4.7 Bedrijfsgebouwen bouwen Artikel 6.137 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van (niet-agrarische) bedrijfsgebouwen binnen de locatie bedrijfsgebouw.

Artikel 6.138 Aanwijzing vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning (niet-agrarische) bedrijfsgebouwen te bouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608610/2