CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting, regels en bijlagen bestemmingsplan

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Bennenbroekstraat ong. naast 3027.140 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afb. 1 – Situering percelen Someren T 2181 en 2180 (ged.) te Someren Eind

Conform de provinciale Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerd 1-10-2021 (kaart) & 16-11-2021 (regels) is een investering benodigd die in evenredige verhouding staat tot het realiseren van de woningen middels de regeling Ruimte-voor-Ruimte. Begroting één bouwtitel conform artikel 3.78 voor één woning is € 125.000,-. In voorliggend plan zijn 3 woningen voorzien, derhalve dient aldus het provinciaal beleid een investering à € 375.000,- geleverd te worden.

Aan gevraagde investering wordt voldaan middels een combinatie van fysieke investering in het landschap, aankoop van één bouwtitel bij de provinciale Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte en investering, storting in het gemeentelijke groenfonds. De investering in omgevingskwaliteit vindt plaats door middel van omzetten van agrarische grond naar natuur en aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen. Ontwikkeling van nieuwe natuur, kwaliteitsverbetering is voorzien in directe omgeving van de kleinschalige woningbouw ontwikkeling. Op het perceel, plangebied van de woningbouw, en op aangrenzende percelen wordt Kruidenrijk grasland ingezaaid met robuuste groenelementen zoals landschapsbomen. Naast de beek en in het zuidoosten van het perceel 2180 is reeds beplanting aanwezig. Betreffend struweel, poel en hoogstam boomgaard zijn medio 2014 aangelegd in het kader van STIKA regeling (Groen Blauw Stimuleringskader Noord-Brabant) en zijn voorzien van functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ in vigerende bestemmingsplan uit 2020. Ter aanvulling op de aanwezige elementen op betreffend perceel is door Vinken Landschapsontwikkeling in samenwerking met Verschel & van Dun een plan opgesteld waarin de beoogde kwaliteitsverbetering in het landschap is beschreven.

Aanleg en beheer van bestaande elementen maakt vanzelfsprekend geen onderdeel uit van nieuwe fysieke investering door initiatiefnemer. Dit betreft enkel de aanvullende, nieuwe aanplant en realisatie van natuur op percelen. Wel wordt in beoogde bestemmingsplanwijziging het gehele perceel voorzien van een natuurbestemming in plaats van huidige agrarische bestemming. Echter is ook in begroting bij berekening van landschappelijke verbetering het oppervlakte, reeds van functieaanduiding groen voorzien niet meegenomen. Een volledig overzicht van werkzaamheden en investeringen is gegeven in bijgevoegde begroting, bijlage 1. Voor de beoogde landschappelijke inpassing van de woningen en inrichting op achterliggende perceel is een inpassingsplan opgesteld. Woningen worden voorzien van brede groene omzooming en aan achterzijde komt een strook van ca. 15 meter breed van kruidenrijk grasland met infiltratiegreppel en diverse landschapsbomen. Zie bijlage 2, Landschappelijk inpassingsplan. Naast de investering kwaliteitsverbetering landschap op eigen terrein door initiatiefnemer is in overleg met zowel Gemeente als Provincie afgestemd dat één bouwtitel wordt aangekocht en overige deel een investering, storting in het gemeentelijke groenfonds betreft. De gemeente Someren stelt deze bijdrage beschikbaar aan het project “Ontsnipperende maatregelen Provincialeweg-Somerenseweg”.

De Provincialeweg-Somerenseweg doorsnijdt meerdere natuurgebieden (Strabrechtse heide en Lieropsche heide/Somerensche heide) en vormt daarmee een grote barrière voor de aanwezige fauna en worden veel dieren doodgereden. Hoe meer dieren verkeersslachtoffer worden, hoe minder genenuitwisseling er mogelijk is. Populaties raken hierdoor genetisch verzwakt, steeds meer geïsoleerd en dus kwetsbaar en de kans op lokaal uitsterven neemt hierdoor toe. Om de barrièrewerking van de doorgaande weg en het aantal verkeersslachtoffers te verminderen worden faunavoorzieningen onder/door de Provincialeweg en Somerenseweg gerealiseerd. Dit project is in drie fasen opgedeeld. De begroting van dit project laat een financieel tekort zien dat met de bijdrage door initiatiefnemer in het fonds geheel kan worden ingevuld. Gezamenlijk vormen voornoemde aankopen en stortingen de gevraagde totaal investering. Deze totale investering die wordt geleverd betreft ruim het benodigde bedrag. Concluderend kan worden gesteld dat hiermee ruimschoots wordt voldaan aan het beleidskader. Aldus gedaan te goeder trouw naar beste weten en kennis, overeenkomstig de strekking van uw verzoek en in de overtuiging de ten dienste staande gegevens op een juiste wijze te hebben verwerkt. Hoogachtend, Verschel & van Dun BV

ing. D.H.

Bijlage 1 Begroting Kwaliteitsverbetering Landschap Verschel & van Dun 21-9-2023

De heer Bennenbroekstraat 30 5712 BM Someren

project 21113.007 opgesteld door datum 21-9-2023 versie 12

Begroting drie bouwtitels Kwaliteitsverbetering landschap investering (conform gemeentelijke LIR)

€

Aantal

375.000,00

Eenheid Prijs p. eenheid Totaalprijs

Landschappelijke Verbetering Aanleg van Landschapselementen (met functieaanduiding) Perceel T2181 strook 'aan te planten kruidrijk grasland' Perceel T2181 Knip- en scheerhagen tussen woningen

1404 m 1232 172

2

€

1,95 €

2.737,80

Aanleg van Landschapselementen (met bestemming Natuur) Perceel T2180 agrarisch deel : oppervlakte zonder functieaanduiding in bestemmingsplan

10910 m

2

€

3,65 €

39.821,50

10910

Beheer en onderhoud (factor 3) L8a - Bomenrij en solitaire bomen <20cm cyclisch (1x onderhoud in deze periode) Kruidenrijk Grasland L14a - infiltratiegreppel - jaarlijks beheer L7a - knip en scheerhagen jaarlijks knippen

7 st 1,2314 ha 1 88 m 1 331 m

€ € € €

31,86 372,95 1,08 4,39

€ € € €

669,06 1.377,75 285,12 4.359,27

€

49.250,50

Aankoop 1 titel ORR à €125.000,-

€

125.000,00

Storting in gemeentelijk Fonds

€

200.749,50

Bijlage 2 Inpassingsplan Bennenbroekstraat ong. Vinken Landschapsontwikkeling i.s.m. Van Dun Ontwerp & Planologie 12-10-2023

Legenda plangebied woningbouw

Nieuwe beplanting Knip- en scheerhaag Beuk (Fagus sylvatica) of veldesdoorn (Acer campestre) Hoogte: 1.2m korte zijde perceel Hoogte: 2m lange zijde perceel

Te realiseren woningen

Retentiegreppel

Kruidrijk grasland Bijvoorbeeld: Pinksterbloem(Cardamine pratensis, Gewone brunel(Prunella vulgaris), Gewone margriet (Leucanthemum vulgare), Kamgras(Cynosurus cristatus), Knoopkruid(Centaurea jacea), Muizenoor(Hieracium pilosella). 1.2142 ha.

30m

Zeven landschapsbomen

88m

Landschapsbomen Bijvoorbeeld: Knotwilg(Salix alba) Lindeboom(Tilia) Beuk(Fagus sylvatica) 7 stuks

28m

bestaand kruidrijk grasland 28m

Aan te planten kruidrijk grasland

12-10-2023 1:1.000 (A3) 21113.007

INPASSINGSPLAN

14m

bestaande boomgaard

bestaande struweelhaag met paddenpoel

Datum: Schaal: Project:

43m

Deze tekening betreft een indicatieve weergave van de beoogde ontwikkeling als gevolg van de bijbehorende planologische procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

|

BENNENBROEKSTRAAT ONG.| SOMEREN

bestemmingsplan Bennenbroekstraat ong. naast 30

Bijlage 2 Quickscan

bestemmingsplan "Bennenbroekstraat ong. naast 30" (ontwerp) 63

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Rapportnummer: 2021-BE-0919 In opdracht van: Van Dun Advies BV. Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0919 Opdrachtgever Van Dun Advies BV. Contactpersoon De heer Locatie Naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Auteur

Collegiale controle

Opleverdatum 07 juli 2021 Uitvoerder

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4

2.

BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 8

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 9 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 9 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ........................................................................................... 10

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 11 4.2 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 12 4.3 Soortenbescherming ...................................................................................................... 13 4.4 Veldonderzoek................................................................................................................ 14 4.5 Impressie plangebied ..................................................................................................... 15

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 16 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 16 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 16

6.

RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 20 6.1 Voorkomende diersoorten ............................................................................................. 20 6.2 Resultaten ...................................................................................................................... 20 6.3 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 20

7.

BRONNEN ............................................................................................................... 21

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

SAMENVATTING

Initiatiefnemer heeft het plan om onder de provinciale regeling ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentratie’ op het grasland tussen Bennenbroekstraat 10 en 30 te Someren-Eind drie woningen te realiseren met de voorzijde aan de Bennenbroekstraat. Het bestemmingsplan zal worden gewijzigd in een woonbestemming. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven om een ecologische quickscan uit te voeren op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met de werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied.

Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.

Brabant Eco Juli 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Brabant Eco heeft een ecologische quickscan uitgevoerd voor het grasland naast Bennenbroekstraat 30 te Someren-Eind in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Volgens opdrachtgever Van Dun Advies wil men in het plangebied drie woningen realiseren onder de provinciale regeling ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentratie’. De woningen zullen gebouwd worden op percelen van ongeveer 1.200 vierkante meter met de voorzijde richting de Bennenbroekstraat. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan:

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

o o

o

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen naast Bennenbroekstraat 30 ten zuiden van de kern van Someren-Eind in de gemeente Someren. Someren is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 81,43 km2. De gemeente telt 19.428 inwoners (1 januari 2021) en bestaat uit de plaatsen Someren, Someren-Eind, Someren-Heide en Lierop. Someren-Eind ligt ten zuiden van Someren en Heusden, ten oosten van Someren-Heide en ten westen van Nationaal Park De Groote Peel. Het wordt aan de oostelijke zijde begrensd door de Zuid-Willemsvaart en de N266. Het plangebied maakt onderdeel uit van de bebouwingsconcentratie in Someren-Eind. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit burgerwoningen, agrarische percelen en bedrijfsbestemmingen. In de nabije omgeving zijn ook wat kleine wateren aanwezig. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Maps

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Het plangebied bestaat voornamelijk uit grasland. Net buiten het plangebied is vegetatie te vinden in de vorm van bomen en struiken. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Maps

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om drie woningen te realiseren onder de provinciale regeling ‘kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentratie’ op het grasland naast Bennenbroekstraat 30. De bestemming wordt dus een woonbestemming. De percelen krijgen een grootte van zo’n 1200m2.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF).

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

4.2 Gebiedsbescherming 4.2.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 3,5 kilometer afstand van gronden die tot het oostelijk gelegen Natura 2000 gebied De Groote Peel behoren. Op 4,4 kilometer afstand zuidwestelijk ligt Natura 2000 gebied Weerter- en Budelerbergen & Ringselven. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in groen en geel aangegeven.

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlas Leefomgeving

4.2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied ligt op minimaal 660 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Deze gebieden behoren tot de categorie ‘Droog bos met productie’ (N16.03) en ‘Zoete Plas’ (N04.02). Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren blauw, roze, groen en bruin.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

Natuurnetwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant

4.3 Soortenbescherming 4.3.1 Flora Volgens gegevens uit de NDFF (Project: Bennenbroekstraat, Referentie: BE-0919, d.d. 22 juni 2021) komen binnen een straal van vijf kilometer geen beschermde plantensoorten voor (zie bijlage 1). Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten.

4.3.2 Fauna Vogels Volgens de gegevens van de NDFF zijn er binnen een straal van een kilometer in de omgeving waarnemingen van zes soorten die afhankelijk zijn van bebouwing, namelijk de gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, slechtvalk en steenuil. Daarnaast zijn er in een straal van vijf kilometer ook waarnemingen van de ooievaar. Vogels die hun nesten maken in bomen die volgens de NDFF zijn waargenomen binnen een straal van een kilometer zijn de buizerd, havik, roek, sperwer en wespendief. Binnen een straal van vijf kilometer zijn er ook waarnemingen van de boomvalk, ransuil en zwarte wouw. Zoogdieren De gegevens van de NDFF geven aan dat er in een straal van een kilometer van het plangebied één vleermuissoort is waargenomen, de gewone dwergvleermuis. Binnen een straal van vijf kilometer zijn ook de gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Daarnaast zijn er in een straal van een kilometer om het plangebied vijf andere zoogdiersoorten waargenomen, de bever, bunzing, egel, wezel en wolf. Binnen een straal van vijf kilometer zijn ook de soorten das, eekhoorn, haas, hermelijn, konijn, rosse woelmuis, steenmarter en wild zwijn aanwezig (zie bijlage 1).

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Amfibieën, reptielen en vissen Volgens de NDFF komen er binnen een straal van een kilometer van het plangebied geen amfibieën, reptielen en vissen voor. In een straal van vijf kilometer komen alpenwatersalamander, bastaardkikker, gladde slang, grote modderkruiper, heikikker, levendbarende hagedis, poelkikker en vinpootsalamander voor. Het voorkomen van beschermde amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en voorstudie uitgesloten binnen het plangebied omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten. Insecten Volgens de NDFF zijn er in een straal van een kilometer rond het plangebied waarnemingen gedaan van de teunisbloempijlstaart. Binnen een straal van vijf kilometer zijn er waarnemingen van de grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder, spiegeldikkopje en vliegend hert. Deze insecten leven in specifieke biotopen welke in het plangebied ontbreken. Het is daarom uit te sluiten dat het plangebied deel uitmaakt van de essentiële leefomgeving van deze insectensoorten. Soortgroep Flora Vogels Zoogdieren Amfibieën Reptielen Insecten Vissen

Mogelijke aanwezigheid Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee

Samenvattende tabel: soorten na literatuuronderzoek

4.4 Veldonderzoek Op vrijdag 2 juli in de middag hebben medewerkster ecologie en ecoloog , in het kader van het natuurwaardenonderzoek, het veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een noordenwind met windkracht 1 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 20 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder zomerse omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden actief zijn. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en biotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.

Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Het plangebied bestaat uit grasland dat twee jaar geleden is omgeploegd en daarna volledig met Engels raaigras is ingezaaid. Daarvoor was het voornamelijk een bouwplaats, welke gebruikt werd voor de opslag van bouwmaterialen van de in aanbouw zijnde woning met bijgebouwen aan de Bennenbroekstraat 30. Naast Engels raaigras staan er hier en daar wat kruidachtige planten, o.a. kamille, witte klaver en ridderzuring, waar wat algemene insectensoorten op af kunnen komen. In de berm van de bennenbroekstraat, net buiten het plangebied, staan zeven grote eiken. Ten zuidwesten (achterzijde) van het plangebied zijn in samenwerking met Brabants Landschap twee bloemenranden met een vijftal lindebomen, twee houtwallen met struweel, een fruitboomgaard en een grote amfibieënpoel (20 x 30m) aangelegd. Het grootste deel van de oppervlakte van dit ongeveer twee hectare groot zijnde achtergelegen natuurlijk terrein wordt begraasd door twintig geiten en drie runderen. Het achter het plangebied gelegen terrein zal blijven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

4.5 Impressie plangebied

Overzicht grasland plangebied

Overzicht grasland plangebied

Bloemenrand met kleine lindebomen achter plangebied

Poel met houtwallen en struweel achter plangebied

Fruitboomgaard met geiten achter plangebied

Wei met runderen achter plangebied

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Effectbeoordeling In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de gegevens van de NDFF zijn er binnen een straal van vijf kilometer geen waarnemingen van beschermde planten. Het plangebied bestaat uit grasland dat voor zo’n 95% uit Engels raaigras bestaat en

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind biedt daarom geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek ook geen beschermde plantensoorten waargenomen. De aanwezigheid van beschermde planten wordt dan ook uitgesloten. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Er worden geen bomen verwijderd in het plangebied omdat deze volledig afwezig zijn. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Algemeen beschermde soorten Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen een kilometer afstand van het plangebied de volgende soorten zijn waargenomen: de bever, bunzing, egel, wezel en wolf. Op een afstand tot vijf kilometer zijn de das, eekhoorn, haas, hermelijn, konijn, rosse woelmuis, steenmarter en wild zwijn aanwezig. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals mol, konijn, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor bovenstaande soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen.

Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Volgens de gegevens van de NDFF zijn er alleen waarnemingen van de gewone dwergvleermuis binnen een kilometer van het plangebied. Binnen een straal van vijf kilometer kunnen de volgende soorten voorkomen: gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn geen bomen en gebouwen in het plangebied aanwezig, dus verblijfplaatsen van vleermuizen komen hier niet voor. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het plangebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken.

Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van vleermuizen ontbreken. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In het plangebied en directe omgeving komen geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’ (provinciaal beschermde soorten), door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten. Echter is de zorgplicht wel altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn er geen beschermde zoogdieren waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Tijdens het veldonderzoek werden er geen vogelsoorten in het plangebied waargenomen. Rond het plangebied vlogen wel enkele merels. Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht.

Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in gebouwen Uit deze zwaarste beschermingscategorie zijn in het plangebied mogelijk een aantal soorten aanwezig die als uitgesproken cultuurvolgers gelden en voor hun verblijfsmogelijkheden geheel afhankelijk zijn van bebouwing. Binnen een straal van een kilometer vermelden de NDFF gegevens waarnemingen van de gierzwaluw, grote gele kwikstaart, huismus, kerkuil, slechtvalk en steenuil. Binnen een straal van vijf kilometer komt ook de ooievaar voor. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig, en zijn dus ook geen verblijfplaatsen van vogels die in gebouwen leven aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn deze soorten ook niet foeragerend waargenomen in het plangebied. Categorie 1-4 Vogels met vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de NDFF komen op een afstand van minder dan een kilometer uit deze categorie buizerd, havik, roek, sperwer en wespendief voor. Iets verderop zijn ook de boomvalk, ransuil en zwarte wouw waargenomen. Binnen het plangebied is geen geschikt leefgebied voor genoemde vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Ook voor de ransuil, die broedt in oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen heeft in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid.

In het plangebied zijn geen beschermde nesten uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Categorie 5 Categorie 5-soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten aangetroffen, aangezien er ook geen bomen in het plangebied staan. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn geen mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Rondom het plangebied zijn wel wat bomen en struweel aanwezig waar deze vogels in zouden kunnen broeden. Conclusie Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen In het plangebied staan geen gebouwen en dus is er geen geschikte habitat waargenomen voor deze vogels. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van o.a. huismussen, uilen of gierzwaluwen verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden.

Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen Aangezien er geen bomen in het plangebied aanwezig zijn, zijn er ook geen verblijfplaatsen van boom bewonende soorten te verwachten. Overige Vogelrichtlijnsoorten Alle vogels en hun actief in gebruik zijnde nesten zijn beschermd, maar er zullen geen broedplaatsen direct verstoord worden door de werkzaamheden. Mogelijk dat ook de in de directe omgeving aanwezige vegetatie gebruikt wordt om te schuilen of te broeden.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, reptielen en vissen Uit gegevens van RAVON en de NDFF blijkt dat er binnen een straal van een kilometer van het plangebied geen amfibieën, reptielen en vissen voorkomen. In een straal van vijf kilometer komen wel de alpenwatersalamander, bastaardkikker, gladde slang, grote modderkruiper, heikikker, levendbarende hagedis, poelkikker en vinpootsalamander voor. De aanwezigheid van deze beschermde soorten in het plangebied is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie NoordBrabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing.

Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF komt er in een straal van een kilometer de teunisbloempijlstaart voor. In een straal van vijf kilometer rond het plangebied zijn er ook waarnemingen van de grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en spiegeldikkopje. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders. Er komen wel algemene vlindersoorten voor zoals groot dikkopje en klein koolwitje. Overige soorten Er zijn in een straal van vijf kilometer om het plangebied waarnemingen van het vliegend hert. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden.

Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten. Ook voor beschermde reptielen en amfibieën is er geen geschikt leefgebied aanwezig.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Voorkomende diersoorten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord.

6.2 Resultaten De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie naast Bennenbroekstraat 30 weinig biodiversiteit bevat. Het grasland is ingezaaid met Engels raaigras waardoor er nagenoeg geen andere plantensoorten groeien. Ook zijn er hierdoor weinig schuil- en foerageermogelijkheden voor diersoorten. Net ten zuidwesten van het plangebied is er in samenwerking met Brabants Landschap zo’n twee hectare natuur aangelegd. Hierdoor zijn er in de omgeving van het plangebied wel foerageermogelijkheden en nestgelegenheden voor verschillende diersoorten. Mits er natuurinclusief wordt gebouwd, zullen er ook nestgelegenheden voor gebouwbewonende soorten ontstaan, zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen.

6.3 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Ook effecten op het Natuurnetwerk Nederland zijn er niet. Een nadere toetsing is dus niet aan de orde. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid. Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied naast Bennenbroekstraat 30 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten. o In de directe omgeving van het plangebied zijn huismussen en gierzwaluwen aanwezig.

Om de populatie huismussen in de omgeving uit te breiden kunnen er speciale dakpannen of inbouwstenen worden gebruikt om te dienen als nestgelegenheid in de nieuw te bouwen woningen. Het aanbrengen van houten nestkasten is ook mogelijk, maar is minder duurzaam. Op deze manier kan de in de directe omgeving aanwezige populatie zich naar de planlocatie uitbreiden en wordt de gunstige staat van instandhouding gewaarborgd. o Het begin van de biodiversiteitskringloop wordt ondersteund door de aanwezige bloemenranden. Om aan de ondersteuning van de kringloop een vervolg te geven is het plaatsen van een insectenhotel op het achtergelegen terrein aan te bevelen. o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied wordt bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren.

Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerder genoemde insecteneters.

Voorbeeld insectenhotel

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Vogelvide; bron: Vogelbescherming

21

Ecologische quickscan naast Bennenbroekstraat 30 Someren-Eind

7. BRONNEN

Websites www.atlasleefomgeving.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl www.verspreidingsatlas.nl www.rijksoverheid.nl www.brabant.nl kaartbank.brabant.nl www.natuurmonumenten.nl www.vivarapro.nl www.ivn.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.floron.nl www.sovon.nl www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl

Andere bronnen Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus Checklist vleermuisprotocol

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Project

: Bennenbroekstraat

Referentie : BE-0919 Datum

: 22 juni 2021

Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 22 juni 2021' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13889161/1