Toelichting Nieuwendijk 54 Someren
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Plangebied Nieuwendijk 54, Someren Omschrijving project Toelichting bestemmingsplan ten behoeve realisatie woning Projectnummer DN156. RO01 Datum rapportage 7 maart 2024, versie 1. 5
van
Opgesteld door Agron Advies B. V. Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk Tel: 0492-347761 Email: info @agronadvies.nl Projectleider Donkers Bouwkundig Tekenburo Relou Kerkstraat 60 5421 KX Gemert Tel: 0492-352093 Email: info @donkers-relou.nl
Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Inhoud 1. 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4
Inleiding Algemeen Ligging en begrenzing plangebied Vigerend planologisch-juridisch kader Opbouw bestemmingsplan
1 1 1 2 3
2. 2. 1 2. 2
Planbeschrijving Bestaande situatie Gewenste situatie
4 4 4
3. 3. 1 3. 2 3. 3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
6 6 6 9
4. 4. 1 4. 2 4. 3
Ruimtelijke aspecten Natuur Cultuurhistorie en archeologie Verkeer, ontsluiting en parkeren
11 11 14 16
5. 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7 5. 8
Milieuaspecten M. e. r. -beoordeling Bodem Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit (Agrarische) bedrijvigheid en geur Externe veiligheid Volksgezondheid en veehouderijen
18 18 18 20 21 23 24 26 27
6. 6. 1 6. 2 6. 3 6. 4 6. 5 6. 6
Waterparagraaf Watertoets Waterbeleid Oppervlaktewater Omgang hemelwater Omgang huishoudelijk afvalwater Conclusie
29 29 29 31 31 34 34
7. 7. 1 7. 2
Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
35 35 35
8. 8. 1 8. 2 8. 3
Juridische verantwoording Algemene opzet Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
36 36 36 36
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2
Situatietekening Berekening stikstofdepositie Aerius Calculator
Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Rapportage quick scan flora en fauna Rapportage onderzoek wegverkeerslawaai Rapportage verkennend bodemonderzoek Invoergegevens en resultaten V Stacks Gebied
Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
1.
Inleiding
1. 1
Algemeen
Initiatiefnemer is voornemens op de locatie Nieuwendijk 54 te Someren (hierna: het plangebied) een woning op te richten. Hier is het bestemmingsplan ‘Someren-Eind’ (vastgesteld op 26 juni 2012) van toepassing. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Wonen’ met de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’. Ter plaatse is het enkel toegestaan bijbehorende bouwwerken bij een bestaande woning op te richten. Een woning (hoofdgebouw) mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden opgericht; hiervan is op de locatie geen sprake. Het plan is derhalve in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt middels een bestemmingsplanprocedure. Onderhavige rapportage betreft de toelichting op het bestemmingsplan, waarin wordt onderbouwd dat in de beoogde situatie sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1. 2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de kern Someren-Eind. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie T, nummer 1401. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Nieuwendijk. Aan de overige zijden grenst de locatie aan woonbestemmingen. De directe omgeving heeft een stedelijk karakter. De volgende figuren geven een weergave van de ligging van het plangebied.
Kern Someren-Eind
Plangebied
Figuur 1: Ligging plangebied op topografische kaart
1 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Plangebied
Figuur 2: Ligging plangebied op luchtfoto
1. 3
Vigerend planologisch-juridisch kader
Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Someren-Eind’ (vastgesteld op 26 juni 2012) van toepassing. De locatie heeft de enkelbestemming ‘Wonen’ met de bouwaanduiding ‘bijgebouwen’ (zie volgende figuur)
.
Plangebied
Figuur 3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Someren-Eind’
Ter plaatse is het enkel toegestaan bijbehorende bouwwerken bij een bestaande woning op te richten. Een woning (hoofdgebouw) mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden opgericht; hiervan is op de locatie geen sprake. Het plan is derhalve in strijd met de regels van het vigerend bestemmingsplan. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt middels een bestemmingsplanprocedure.
2 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
1. 4
Opbouw bestemmingsplan
Het voorliggend bestemmingsplan maakt de planologische inpassing mogelijk van de beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan biedt de benodigde juridische basis voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied. Het bestemmingsplan is vervat in een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn onder meer de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. De regels omvatten de bestemmingsbepalingen van de verschillende bestemmingen die in het plangebied voorkomen. De verbeelding en regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan, de toelichting is van belang als beleidsdocument.
3 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
2.
Planbeschrijving
2. 1
Bestaande situatie
Binnen het plangebied is een tweetal bijgebouwen aanwezig die behoren bij de woning Nieuwedijk 54 die oostelijk van het plangebied is gelegen (zie volgende figuren) .
Bijgebouwen
Plangebied Woning Nieuwendijk 54
Figuur 4: Luchtfoto plangebied
Figuur 5: Aanzicht plangebied vanaf Nieuwendijk (bron: google. nl/maps)
2. 2
Gewenste situatie
De initiatiefnemer is voornemens de bestaande bijgebouwen te slopen
en een
nieuwe woning op te richten.
De volgende figuur toont de ligging van de woning en de te slopen bijgebouwen op het perceel. De situatietekening van het perceel is tevens toegevoegd als bijlage. 4 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Figuur 6: Positionering nieuwe woning en bijgebouw op perceel
Het plan is in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken dient derhalve een herziening van het bestemmingsplan plaats te vinden.
5 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
3. Beleidskader 3. 1
Rijksbeleid
3. 1. 1
Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3. 1. 6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening) is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De ladder moet verplicht worden toegepast bij ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling (wonen, werken, detailhandel en overige stedelijke voorzieningen) mogelijk maken. Sinds 1 juli 2017 is de gewijzigde Ladder van toepassing (besluit tot wijziging Bro) Een van de wijzigingen betreft een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke ‘treden’ en het vervangen van het begrip ‘actuele regionale behoefte’ door ‘behoefte’. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. .
In de Nota van Toelichting bij het besluit wordt opgemerkt dat ontwikkelingen en regelingen die geen extra verstedelijking mogelijk maken, maar bebouwing reduceren of verplaatsen, niet gezien worden als stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat het oprichten van een woning ook niet wordt beschouwd als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Verdere toetsing aan de Ladder kan dan ook buiten beschouwing blijven.
3. 2
Provinciaal beleid
3. 2. 1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant (‘De kwaliteit van Brabant; Visie op de Brabantse Leefomgeving’) vastgesteld. De Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving en bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren (tot 2050) Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De reden voor het opstellen van een Omgevingsvisie is de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. In de Omgevingswet voegt het Rijk alle regels voor de fysieke leefomgeving samen; over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De wet verplicht provincies en gemeenten een visie op de leefomgeving te ontwikkelen. .
De Structuurvisie schept geen directe kaders voor de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied en andersom vormt onderhavige ontwikkeling geen gevaar voor de belangen zoals die zijn gesteld in de structuurvisie. 3. 2. 2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 25 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (geconsolideerd op 15 april 2022) vooruitlopend op de Omgevingswet. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet ,
6 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Het doel van deze verordening is het bij elkaar brengen van alle regels (uit een aantal provinciale verordeningen) over de fysieke leefomgeving in één verordening. Deze verordening vervangt onder andere de Verordening ruimte Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de bijbehorende kaart gelegen binnen ‘stedelijk gebied’, ‘landelijke kern’ (zie volgende figuur) .
Plangebied
Figuur 7: Uitsnede kaart ‘Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant geeft een aantal regels die betrekking hebben op onderhavige ontwikkeling. Hiernavolgend wordt per regel aangegeven hoe de ontwikkeling erbinnen past: • •
Artikel 3. 6 Zorgvuldig ruimtegebruik; Artikel 3. 42 Duurzame stedelijke ontwikkeling.
Zorgvuldig ruimtegebruik In artikel 3. 6 worden de regels voor zorgvuldig ruimtegebruik weergegeven. Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik is al geruime tijd in het provinciaal beleid verankerd en omvat diverse aspecten. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Het voorkomen van onnodig nieuw ruimtebeslag in het landelijk gebied door nieuwvestiging is hierbij een belangrijk uitgangspunt. Dit krijgt ook vorm door eerst de mogelijkheden binnen bestaande bebouwde omgeving optimaal te benutten. Dat betekent niet dat alle fysieke ruimte benut moet worden voordat nieuw ruimtebeslag mogelijk is. Binnen stedelijk gebied is vanuit kwaliteitsoverwegingen bijvoorbeeld ook ruimte nodig voor groenvoorzieningen en voldoende opvang van water. Een verbijzondering voor stedelijke ontwikkeling is dat er toepassing gegeven moet zijn aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zoals opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Een ander aspect van zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt dat gebouwen, bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het bouwperceel.
Het is niet wenselijk dat overal ‘los’ in het landelijk gebied dergelijke voorzieningen worden opgericht. De ontwikkeling betreft de van een woning op een bouwperceel binnen stedelijk gebied en is kleinschalig van aard en omvang. 7 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
De bouw van de woning vindt plaats binnen het bestaand bouwperceel. De oppervlakte van het bouwvlak (waarbinnen het hoofdgebouw dient te worden opgericht) bedraagt circa 180 m². De woning wordt geconcentreerd bij het bestaande bijgebouw gebouwd op het bouwperceel, in lijn met de andere bebouwing aan de Nieuwendijk. Er wordt invulling gegeven aan het begrip zorgvuldig ruimtegebruik. Aangezien de ontwikkeling ziet op de bouw van één woning, is er geen sprake van een nieuwe stedelijk ontwikkeling. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking behoeft dan ook niet verder te worden getoetst. Duurzame stedelijke ontwikkeling In artikel 3. 42 zijn regels opgenomen voor duurzame stedelijke ontwikkelingen. Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken voor woningbouw en dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d.
houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Zorgvuldig ruimtegebruik is dat als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit, is hierbij uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Vanuit de ladder voor verstedelijking die in het besluit ruimtelijke ordening is opgenomen gelden dienaangaande ook voorwaarden. Omdat de stedelijke ontwikkeling van wonen, werken en voorzieningen ook bovengemeentelijke gevolgen kan hebben, worden hierover binnen het regionale overleg afspraken gemaakt. Het is belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen op een juist niveau zijn afgestemd met andere initiatieven zowel vanuit kwantiteit als vanuit kwaliteit. In dit artikel wordt de koppeling met die afspraken gelegd, waardoor deze doorwerking krijgen bij de ontwikkeling van plannen.
Onderhavige ontwikkeling ziet op de realisatie van één woning. Binnen de gemeente Someren en de kern Someren-Eind bestaat behoefte aan woningen. Door de gemeente heeft regionale afstemming plaatsgevonden en zijn afspraken gemaakt over de nieuwbouw van woningen (RRO Wonen) De gemeente Someren mag op basis van de prognoses voor de periode 20202030 1 805 woningen bouwen. De te realiseren koopwoning past binnen deze prognose en binnen de gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 3. 3. 2) .
.
Bij de bouw van de woning wordt gebruik gemaakt van duurzame bouwmaterialen en waarbij energiebesparende maatregelen worden getroffen. De ontwikkeling ziet niet op een wijziging van bestaand ruimtebeslag ten behoeve van een samenhangende structuur van stedelijke functies en betreft daarmee ook geen een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied en past gelet op de aard en omvang hierbinnen. 1 http: //bevolkingsprognose. brabant. nl/hoofdstuk/ontwikkeling-van-de-brabantse-woningvoorraad
8 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Ten aanzien van de gevolgen van de beoogde ontwikkeling op de omgeving wordt in het plan rekening gehouden met de omgevingswaarden en overige aspecten om te voldoen aan een goede ruimtelijke ordening (zie hoofdstuk 4 en 5) .
Conclusie Er wordt voldaan aan de regels van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant binnen stedelijk gebied.
3. 3
Gemeentelijk beleid
3. 3. 1
Structuurvisie Someren 2028
De Structuurvisie Someren 2028 is op 24 april 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit betreft een instrument dat door het gemeentebestuur wordt gehanteerd om veranderingen in de juiste richting te sturen. Het doel van structuurvisie Someren 2028 is om bestaande visies met elkaar te verbinden en om ze in onderlinge samenhang tot uitvoering te brengen. Het beleid vormt zich aan de hand van zeven thema’s: groen, milieu en duurzaamheid, infrastructuur, economie, recreatie, wonen en accommodaties, voorzieningen en leefbaarheid. Het plangebied is gelegen binnen de zone ‘woningbouwlocatie korte termijn’ (zie volgende figuur) .
Plangebied
Figuur 8: Uitsnede kaart Structuurvisie Someren 2028
De beoogde ontwikkeling is passend binnen het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie. 3. 3. 2
Woonvisie Someren 2030
In 2019 is de Woonvisie Someren 2030 vastgesteld door de gemeenteraad. Hierin is voor de periode tot 2030 een strategie geformuleerd en een aantal beleiduitgangspunten. De strategie bij het realiseren van onderscheidende woonmilieus is als volgt: • Realisatie van woningbouwplannen die uitvoering-gereed zijn en deze optimaliseren volgens de principes van zelf-doen en circulariteit; • Opwaardering van de bestaande voorraad uit oogpunt van een duurzaam en bereikbaar aanbod voor uiteenlopende doelgroepen; • Nieuwe woningbouwplannen zelf actief ontwikkelen en faciliteren waarbij het meebewegen met de behoeften in de kernen het vertrekpunt is. Extra aandacht gaat uit naar jongeren en ouderen. Het tegemoetkomen aan de behoeften van deze doelgroepen is van belang voor een evenwichtige bevolkingssamenstelling en vitale gemeenschappen. Het inspelen op deze behoeften vraagt om een flexibel, vraaggericht woonbeleid.
9 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
De beleidsuitgangspunten zijn als volgt: • In de dorpen zijn mogelijkheden voor woningbouw conform de afspraken in regionaal verband zijn gemaakt. Het accent verschuift van nieuwbouw en uitbreiding, naar het aanpassen van de bestaande woningen om deze toekomstbestendig te maken en inbreiding; • In het woonbeleid ligt het accent op sociale huurwoningen voor huishoudens met een belastbaar inkomen tot de toewijzingsgrens en voldoende bereikbare koopwoningen voor starters; • Gestreefd wordt naar het vergroten van het aanbod van passende woningen voor senioren en zorgbehoevenden. Grootschalige verbouwingen van bestaande woningen dienen idealiter gericht te zijn op het levensloopgeschikt en zorggericht maken van deze woningen. Deze aandacht dient er ook te zijn in de nieuwbouw; • Dat jongeren vertrekken om zich elders verder te ontwikkelen is een autonome ontwikkeling. Actief wordt ingezet op terugkeer van een deel van hen. Voor degenen die in Someren willen blijven wonen of willen terugkeren is het belangrijk dat die mogelijkheid er is; • Woningbouwinitiatieven die bijdragen aan de vitaliteit van de dorpen kunnen rekenen op steun. Initiatieven die bijdragen aan behoud van de leefbaarheid en levendigheid worden gefaciliteerd; • Een kwaliteitsslag in bestaande en toekomstige woningbouwplannen wordt gefaciliteerd. Dit geldt voor alle segmenten.
Particulieren, sociale en commerciële ontwikkelaars worden nadrukkelijk uitgenodigd om met onderscheidende plannen en verrassende ontwerpen te komen, op basis van zelf-doen en circulariteit; • Binnen de regionale afspraken wordt flexibiliteit in de woningbouwprogrammering ingebouwd, om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op veranderende behoeften; • De bouwnijverheid is een belangrijke sector in onze gemeente, zelf bouwen zit in het Somerens DNA. (Collectief) particulier opdrachtgeverschap wordt gestimuleerd. Aandachtspunten bij (zelf) realisatie zijn groene inpassing, duurzaamheid (isolatie/energie) en levensloop-bestendigheid. Conform de indicatieve globale woningbouwprogrammering 2020-2030 (die is gebaseerd op de prognoses van de provincie Noord-Brabant) bedraagt het totaal aantal te bouwen woningen binnen de kern SomerenEind tot 2030 149. Hiervan betreffen 97 woningen vrije sector-woningen. Toets ontwikkeling Onderhavig plan betreft een inbreidingsontwikkeling binnen de kern Someren-Eind. De bouw van één woning past binnen het totaal aantal te bouwen vrije sectorwoningen in Someren-Eind tot 2030 (97 stuks) Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de vitaliteit en het behoud van de leefbaarheid is het dorp.
.
10 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
4.
Ruimtelijke aspecten
4. 1
Natuur
De bescherming van de natuur in Nederland vindt plaats door Europese en nationale wetgeving. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen soortbescherming en gebiedsbescherming. Deze staan los van elkaar en hebben ieder hun eigen werking. 4. 1. 1
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden Natura2000-gebieden zijn beschermde gebieden die worden aangewezen ter uitvoering van twee Europese richtlijnen: de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn. Internationale verplichtingen volgend uit deze richtlijnen zijn verwerkt in de Wet natuurbescherming. Het doel van deze wet is het beschermen van terreinen en wateren met bijzondere natuur- en landschapswaarden, waaronder de Natura2000-gebieden. Het meest nabijgelegen Natura2000-gebied betreft Groote Peel op een afstand volgende figuur)
van
circa 3, 7 kilometer (zie
.
Groote Peel
Figuur 9: Ligging Natura2000-gebieden ten opzichte van plangebied (plangebied rood omkaderd)
Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator. In de bijlage zijn de invoergegevens en resultaten van de berekening toegevoegd. Het resultaat van de berekening voor de realisatiefase laat zien dat geen sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0, 00 mol/ha/jaar. Gelet hierop zijn geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de omliggende Natura2000-gebieden te verwachten als gevolg van deze fase.
11 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Overige storende effecten Daarnaast heeft men te maken met de volgende mogelijke storende aspecten ten gevolge van activiteiten en plannen zoals verlies van oppervlakte, barrièrewerking en versnippering, verstoring door geluid en licht, trilling, optische verstoring, verstoring door mensen, mechanische effecten, verontreiniging, verdroging en bewuste verandering soortensamenstelling. Door de aard en geringe omvang van de voorgenomen ontwikkeling en de geruime afstand tot de Natura2000-gebieden zijn storende effecten op deze gebieden uitgesloten. Natuur Netwerk Brabant Het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-) nationaal belang, zoals de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden, de rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Het meest nabijgelegen gebied dat onderdeel uitmaakt van het Natuur Netwerk Brabant is gelegen op een afstand van circa 780 meter ten oosten van het plangebied (zie volgende figuur) .
Figuur 10: Natuur Netwerk Brabant (plangebied rood omkaderd)
Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling als wel de grote afstand tot dit gebied vindt er geen negatieve externe werking van het project plaats op de NNB-gebieden. 4. 1. 2
Soortenbescherming
In zijn algemeenheid is bij ruimtelijke ingrepen sprake van directe, indirecte, tijdelijke en permanente effecten. Onder directe effecten worden effecten verstaan waarmee planten en dieren rechtstreeks te maken krijgen als gevolg van de ontwikkeling. Verlies van habitat en kwaliteit zijn directe effecten en bovendien permanent. Indirecte effecten betreffen onder andere verstoring, waarbij de aanwezigheid van mensen, licht en geluid een rol speelt. Verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijk, maar verstoringen kunnen ook een permanent karakter hebben. De toets in het kader van de soortenbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb) die de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen regelt. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. ,
12 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
De bouwactiviteiten zorgen voor een eventuele tijdelijke verstoring van de directe omgeving. Permanente verstoring door menselijke activiteiten, zoals licht en geluid, zullen beperkt blijven tot het plangebied. Quick scan flora en fauna Binnen het plangebied is een quick scan flora en fauna uitgevoerd 2 (zie rapportage in bijlage) Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen op de locatie. .
Conclusies en aanbevelingen Soorten Vogelrichtlijn Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals de huismus, gierzwaluw, steenuil en kerkuil. Nader onderzoek naar deze soorten binnen het plangebied wordt niet nodig geacht. Nader onderzoek naar boombewonende soorten welke volgens de vogelrichtlijn beschermd dienen te worden wordt niet nodig geacht door het ontbreken van een geschikt habitat. Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) De te slopen bebouwing is zijn potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder de spreeuw, koolmees, pimpelmees en zwarte roodstaart. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn.
Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. .
Algemene broedvogels De te ontwikkelen kavel en hagen en beplantingen op de kavelgrenzen zijn geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus) Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van nesten uit te voeren. Wanneer nesten aanwezig zijn, dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot de jonge vogels uitgevlogen zijn. Bij twijfel te allen tijde een ecoloog inschakelen. .
2 Quick scan
flora en fauna Nieuwendijk 54, Someren-Eind, BNL Advies, 13 juni 2022 13 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Soorten Habitatrichtlijn Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3. 5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht. Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikte habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt, door het ontbreken van een geschikt habitat. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie NoordBrabant een vrijstelling geldt als egel, konijn en (spits) muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits) muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.
Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quick scan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanvullend flora en faunaonderzoek nodig voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Het zou goed zijn de aanbevelingen met betrekking tot natuurinclusief bouwen mee te nemen in de ontwikkeling van de nieuwe woningen. Door het aanbrengen van nestkasten, geïntegreerd in de woning, wordt de biodiversiteit vergroot zonder afbreuk te doen aan de eisen gesteld met betrekking tot isolatiewaarden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. De sloop van een deel van de bestaande bijgebouwen en de oprichting van de nieuwe woning leiden niet tot overtredingen van de Wet natuurbescherming. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk.
4. 2
Cultuurhistorie en archeologie
4. 2. 1
Cultuurhistorische waarden
Cultuurhistorie neemt een belangrijke plaats in de ruimtelijke ordening. Met cultuurhistorische waarden dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden in de vorm van bescherming en behoud van deze karakteristieke gebiedswaarden. Volgens de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart is het plangebied gelegen binnen de cultuurhistorisch waardevolle regio ‘Peelrand’ (zie volgende figuur) .
14 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Peelrand
Lijn van redelijk hoge waarde
Figuur 11: Uitsnede ‘Cultuurhistorische Waardenkaart 2010, herziening 2016’ (plangebied rood omkaderd)
De Peelrand is een overwegend oud en gevarieerd zandlandschap met een kralensnoer van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. De oude dorpen liggen in een wijde boog rond het voormalige hoogveengebied. Deze oude dorpen worden gekenmerkt door akkercomplexen, schaarse groenlanden en voormalige heidevelden. De heidevelden zijn in de negentiende en twintigste eeuw ontgonnen en grotendeels omgezet in landbouwgrond, waardoor er een waardevol mozaïek is ontstaan van oude en jonge ontginningen. Het beleid is hier gericht op het behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio en de cultuurhistorische waarden van de Peelrand in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Zuidelijk van het plangebied is Nieuwendijk aangewezen als een historisch-geografische lijn van redelijk hoge waarde. De ontwikkeling ziet op de bouw van een woning binnen een bestaand bouwperceel en doet geen afbreuk aan de aanwezige cultuurhistorische waarden in de omgeving. Het aspect cultuurhistorie vormt dan ook geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4. 2. 2
Archeologische waarden
Bij de opstelling en uitvoering van ruimtelijke plannen moet rekening gehouden worden met bekende archeologische waarden en de te verwachten archeologische waarden. Het uitgangspunt hierbij is dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt moeten, in het geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge verwachtingswaarde voor archeologisch erfgoed, de archeologische waarden door middel van een vooronderzoek in kaart worden gebracht. Het plangebied is volgens de vastgestelde archeologiebeleidskaart van de gemeente Someren gelegen in ‘categorie 6-gebied’ waarin een lage archeologische waarde geldt (zie volgende figuur) .
15 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Plangebied
Figuur 12: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Someren, Archeologische verwachtingen- en waardenkaart
2015 Ter plaatse van deze archeologische waarde geldt geen onderzoeksplicht. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5. 10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www. cultureelerfgoed) .
4. 3
Verkeer, ontsluiting en parkeren
4. 3. 1
Ontsluiting
In de bestaande situatie is sprake van een uitrit op de Nieuwendijk waarmee de bestaande bijgebouwen worden ontsloten. De Nieuwedijk is een belangrijke ontsluitingsweg van het dorp Someren-Eind. Deze uitrit wordt in de beoogde situatie verbreed ten behoeve van de woning zodat hier een drietal parkeerplekken kunnen worden gerealiseerd. 4. 3. 2
Verkeersaantrekkende werking
De beoogde ontwikkeling leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen van en naar het plangebied. In totaal betreft het aantal dagelijkse verkeersbewegingen in de beoogde situatie 10. De weg Nieuwendijk kan deze geringe toename verwerken. 4. 3. 3
Parkeren
Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren in beginsel moet plaatsvinden op eigen terrein. Uitgegaan wordt van de parkeernormen zoals opgenomen in het ‘Parapluplan Parkeren bebouwde kommen’ van de gemeente Someren. In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de parkeerbehoefte in de beoogde situatie. Tabel 1: Parkeerbehoefte Functie Koop vrijstaand, rest bebouwde kom
Parkeernorm (per eenheid) 2, 3 per woning
Aantal parkeerplaatsen 3
Bij de nieuwe woning wordt een lange, dubbele oprit zonder garage gerealiseerd met de breedte van 5, 5 meter en een lengte van minimaal 10 meter. Conform het parkeerbeleid geldt voor een dubbele inrit een berekende waarden van 1, 7 parkeerplaatsen; voor een lange oprit betreft dit 1, 0 parkeerplaatsen. 16 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
In totaal worden bij de woning 2, 7 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte berekend op basis van het parkeerbeleid van de gemeente Someren.
17 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
5.
Milieuaspecten
Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.
5. 1
M. e. r. -beoordeling
Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dient op basis van wet- en regelgeving vaak een m. e. r. -procedure doorlopen te worden. Om te beoordelen of een plan of besluit m. e. r. - (beoordelings) plichtig is, dient te worden bepaald of het project is opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m. e. r. ) .
Het Besluit m. e. r. is per 1 juli 2017 gewijzigd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden van kolom 2 vallen dient een toets te worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling betreft de bouw van één woning. Op basis van jurisprudentie (ECLI: NL: RVS: 2020: 100) is geen sprake van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Het plan is dermate kleinschalig van aard dat geen m. e. r. -beoordeling noodzakelijk is.
5. 2
Bodem
In een bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of bij een buitenplanse afwijkingsprodedure. Verkennend bodemonderzoek Ter plaatse van het plangebied is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 3 (zie rapportage in bijlage) De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de geplande nieuwbouw op de locatie. Als gevolg hiervan is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. Daarnaast is door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb)
.
.
Conclusie Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3, 5 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. In de uitkomende grond zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid.
3 Verkennend
bodemonderzoek Nieuwendijk 54 Someren-Eind, Lankelma Geotechniek Zuid BV, 10 juni 2022 18 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Grond In het grondmengmonster MM01 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met cadmium aangetoond. Deze concentratie overschrijdt de achtergrondwaarde, doch overschrijdt de interventiewaarde niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse Wonen beschouwd worden. In het grondmengmonster MM02 (bovengrond) is analytisch een licht verhoogd gehalte met cadmium, lood en zink aangetoond. Deze concentratie overschrijdt de achtergrondwaarde, doch overschrijdt de interventiewaarde niet. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse Industrie beschouwd worden. In het grondmengmonster MM03 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van deze bodemlaag indicatief als klasse AW2000 beschouwd worden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis PB01 is analytisch een licht verhoogd gehalte aan barium aangetoond. Deze overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden.
en
koper
Asbest in grond In het kader van dit onderzoek is geen specifiek onderzoek (conform NEN5707) verricht naar het voorkomen van asbest in de grond en op het maaiveld. Wel heeft een indicatieve inspectie van het terrein plaatsgevonden. In de vrijkomende grond en op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat) materialen aangetroffen. Het voorliggende onderzoek doet echter geen bindende uitspraak over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem binnen de onderzoekslocatie. Toetsing hypothese De hypothese ‘heterogeen diffuus verdacht’ dient op basis van de resultaten formeel gezien te worden aanvaard, echter in zowel grond als grondwater worden maar minimale overschrijdingen aangetroffen. Nader bodemonderzoek Op basis van voornoemde samenvatting en conclusies is nader bodemonderzoek vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien niet aan de orde.
Resumé
en aanbeveling Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk. Op basis van de bevindingen uit onderhavig bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt derhalve geen belemmeringen c. q. beperkingen voor de geplande nieuwbouw op deze locatie. Wanneer men (graaf) werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken: • wanneer men grond van de locatie wil afvoeren dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring) Op basis van dit onderzoek is de bovengrond indicatief als zijnde klasse Industrie en de ondergrond indicatief als zijnde klasse AW2000 bestempeld; • het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag. .
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
19 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
5. 3
Geluid
In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. 5. 3. 1
Wegverkeerslawaai
Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De te realiseren woning vormt een geluidgevoelig object en is gelegen binnen de geluidzone van onder andere de Nieuwendijk. Aangezien de woning binnen de geluidzone van onder andere de Nieuwendijk wordt opgericht, is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Middels dit onderzoek is het geluid afkomstig van omliggende wegen inzichtelijk gemaakt. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai In het kader van het aspect wegverkeerslawaai is een akoestisch onderzoek uitgevoerd 4 (zie rapportage in bijlage) .
Ter plaatse van de gevels van de beoogde nieuwe woning aan de Nieuwendijk bedraagt de geluidbelasting afkomstig van de zone plichtige wegen, inclusief correctie van artikel 110g, ten hoogste 54 dB. Derhalve wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Er dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen voor het vaststellen van hogere grenswaarden om de bouw van de woning mogelijk te maken. Om de waarden terug te brengen naar de voorkeursgrenswaarden zijn doelmatige geluidbeperkende maatregelen in de vorm van maatregelen aan de bron, financieel en verkeerstechnisch, niet haalbaar. Ingrijpende maatregelen in het overdrachtsgebied (zoals wallen en hoge schermen) zijn stedenbouwkundig, verkeerstechnisch en financieel niet aanvaardbaar, wenselijk of doelmatig. Omdat het om het opvullen van een open plaats gaat en ook wordt voldaan aan overige aanvullende eisen van het hogere waarde beleid, kan op grond van art. 110a, lid 5 Wet geluidhinder een hogere waarde worden vastgesteld. De geluidbelasting op het gebouw afkomstig van het wegverkeer exclusief aftrek van artikel 110g bedraagt ten hoogste 59 dB. Met een gevelwering welke ten minste 20 dB zal op basis van het Bouwbesluit het binnen niveau ten hoogste 39 dB bedragen waarmee niet wordt voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit.
Door middel van een gevelweringonderzoek dient aangetoond te worden dat een voldoende karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies (GA, K) gerealiseerd kan worden om aan een binnenniveau van 33 dB te voldoen. Er worden voorwaarden gesteld aan het maximaal binnenniveau van 33 dB en in de planregels wordt geborgd dat de woning een geluidsluwe gevel en buitenruimte heeft die voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Hiermee is de woning zelf ook een waarborg voor de aanwezigheid van een geluidluwe gevel en een geluidluwe buitenruimte. Tevens is in de regels geborgd dat ten minste 50% van het aantal verblijfsruimten of 50% van het oppervlak van het verblijfsgebied aan de geluidluwe noordwestzijde wordt gerealiseerd. 4 Akoestisch
onderzoek wegverkeerslawaai voor het ontwikkelen voor een nieuwe woning aan de Nieuwendijk 54 te Someren-Eind
20 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Een aanvaardbaar woon-
en
leefklimaat is hiermee voldoende geborgd.
Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras aan de achterzijde van de woning kan verondersteld worden dat er een goede geluidskwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat. Het aspect wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 5. 3. 2
Industrielawaai
Ten aanzien van geluid worden de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ aangehouden (zie paragraaf 5. 4) Voor de volledigheid wordt verwezen naar deze paragraaf. .
5. 4
Bedrijven en milieuzonering
Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies in het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. Uitgave Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzonering om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde brochure Bedrijven en milieuzonering (editie 2009) .
Scheiding van functies versus functiemenging Scheiding van milieubelastende en milieugevoelige functies met behulp van milieuzonering is in de omgeving van sterk milieubelastende activiteiten zonder meer noodzakelijk. Een vergaande scheiding van functies kan echter ook leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een verlies aan ruimtelijke kwaliteit. Een gemengd gebied met een mix van wonen en werken, winkels en horeca stimuleert een levendig straatbeeld, een hogere sociale veiligheid en extra draagvlak voor voorzieningen. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding binnen een gemengd gebied niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Richtafstandenlijsten De twee belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten in bijlage 1 van de VNG-brochure. Voor een scala aan milieubelastende activiteiten (lijst 1) en opslagen en installaties (lijst 2) zijn richtafstanden aangegeven ten opzichte van een rustige woonwijk. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste en categorie 6 de zwaarste vormen van bedrijvigheid.
De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden) .
Twee omgevingstypen: rustige woonwijk en gemengd gebied De richtafstanden in bijlage 1 van de VNG-brochure zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig 21 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied) Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG-brochure gelden ten opzichte van een rustige woonwijk. De afstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. .
Tabel 2: Milieucategorieën en richtafstanden tot woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied Milieucategorie
Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied
Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0 m
2
30 m
10 m
3. 1
50 m
30 m
3. 2
100 m
50 m
4. 1
200 m
100 m
4. 2
300 m
200 m
5. 1
500 m
300 m
5. 2
700 m
5. 3
1. 000
6
1. 500 m
500 m m
700 m 1. 000 m
Omgeving van het plangebied rustige woonwijk of gemengd gebied? Het plangebied is gelegen binnen een rustige woonwijk. De volgende figuur toont de ligging van de omliggende bedrijven.
Nieuwendijk 60 detailhandel
Nutsvoorziening Figuur 13: Ligging bedrijven (plangebied rood omkaderd)
22 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
De volgende tabel toont de richtafstanden die horen bij de verschillende functies. Tabel 3: Richtafstanden op basis van ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (VNG) Categorie bedrijvigheid Indices en richtafstanden (meters) Nieuwendijk 60 Someren (detailhandel / wooninrichting) Geur Stof Geluid Gevaar Detailhandel 0 0 10 0
Werkelijke afstand (m)
20 meter
De nieuw op te richten woning worden op een afstand van circa 20 meter opgericht, hierbij wordt voldaan aan de richtafstanden met betrekking tot de winkel aan Nieuwendijk 60. De nutsvoorziening is gelegen op een afstand van 30 meter voorziening geldt geen richtafstand.
van
de nieuwe woonkavel. Voor deze
Het initiatief vormt geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende functies en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
5. 5
Luchtkwaliteit
Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5. 2 Wm) Titel 5. 2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. .
De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. .
Niet in betekenende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde.
op
Toetsing initiatief Om te beoordelen of het beoogde initiatief NIBM bijdraagt, is de NIBM-tool (versie 2022) ingevuld. Hierin is de bijdrage berekend bij een aantal dagelijkse voertuigbewegingen van maximaal 10. Onderstaande figuur toont het resultaat.
Figuur 14: NIBM-tool 23 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Achtergrondconcentratie De huidige achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) bedraagt ter plaatse van het plangebied 17, 12 µg/m³; de huidige achtergrondconcentratie zeer fijn stof fijn stof (PM2, 5) bedraagt 9, 45 µg/m³ en de achtergrondconcentratie NO2 bedraagt 11, 12 g/m³ 5 Er wordt voldaan aan de wettelijke normen. Er is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. .
De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/ verslechtering van de luchtkwaliteit. Op basis van de hier benoemde achtergrondconcentraties kan gesteld worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
5. 6
(Agrarische) bedrijvigheid
en geur
De Wet geurhinder en veehouderij (wgv) schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. .
Ook voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden: • Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belang veehouderij) (voorgrondbelasting) ; • Is er ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object) (achtergrondbelasting) .
Onder voorgrondbelasting wordt verstaan de individuele geurbelasting op het plangebied van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang veehouderij) Onder achtergrondbelasting wordt verstaan de cumulatieve geurbelasting op het plangebied als gevolg van de aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied (belang geurgevoelig object) .
.
Normen voorgrondbelasting Door de gemeenteraad van de gemeente Someren is de ‘Verordening geurhinder en veehouderij 2010’ vastgesteld. Deze verordening stelt een norm van 3, 0 ouE/m³ voor de maximale voorgrondbelasting voor het plangebied. Toetswaarden achtergrondbelasting In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor veehouderijen normen gesteld aan de geurbelasting. Bij ontwikkeling van de veehouderij (uitbreiding, vestiging of omschakeling) dient aangetoond te worden dat de kans op cumulatieve geurhinder op gevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij de ontwikkeling van de veehouderij leidt tot een daling van de achtergrondbelasting. Een achtergrondconcentratie van 20 ouE/m³ bij 98 percentiel veroorzaakt maximaal 20% kans op geurhinder in het buitengebied. In de bebouwde kom is een goed woon- en leefklimaat te borgen indien de
5 https: //www. atlasleefomgeving. nl/kaarten
24 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
achtergrondconcentratie niet hoger is dan 10 ouE/m³. Dit komt overeen met een kans op geurhinder die niet hoger is dan 12%. De cumulatieve geurbelasting wordt aan deze waarden getoetst. 5. 6. 1
Beoordeling belangen veehouderijen (voorgrondbelasting)
In de omgeving van het plangebied zijn de volgende veehouderijbedrijven gelegen: • Vaartdijk 5 (pluimveehouderij) : afstand 360 meter (zie volgende figuur) .
Vaartdijk 5 Voormalig agrarisch bedrijf
Figuur 15: Ligging meest nabijgelegen veehouderijbedrijven (plangebied rood omkaderd)
Opgemerkt dient te worden dat de stallen van dit bedrijf reeds zijn gesloopt en de bestemming van deze locatie is gewijzigd naar ‘Wonen’. De veehouderij wordt nog wel weergegeven in het bestand Web-BVB van de provincie Noord-Brabant. Door beoogde ontwikkeling wordt de veehouderijen niet belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden. Daarnaast is van belang op te merken dat de veehouderijen reeds belemmerd wordt in zijn ontwikkelingsmogelijkheden door woningen welke dichterbij zijn gelegen. 5. 6. 2
Beoordeling woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting)
De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Deze bepaalt het woon- en leefklimaat op een locatie. Voor de ontwikkeling is een geurberekening voor de achtergrondbelasting uitgevoerd met behulp van het programma V-Stacks Gebied en veehouderijgegevens uit WebBVB (d. d. 20 mei 2022) Hierbij zijn de hoekpunten van het plangebied als rekenpunt genomen (‘worst case’-scenario) Voor een totaaloverzicht van de invoergegevens wordt verwezen naar de bijlage. De volgende tabel toont de achtergrondbelasting in de beoogde situatie. .
.
Tabel 4: Achtergrondbelasting beoogde situatie Adres geurgevoelig Toetswaarde IOV object (ouE/m 3 ) Hoekpunt 1 10 Hoekpunt 2 10 Hoekpunt 3 10 Hoekpunt 4 10
Achtergrondbelasting beoogde situatie
[ouE/m³] 8, 1 8, 1 7, 5 7, 3
25 Toelichting bestemmingsplan Nieuwendijk 54, Someren
Er wordt voldaan aan de toetswaarden. Het woon- en leefklimaat is daarmee aanvaardbaar op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Beoordeling milieukwaliteit Naast een kwantitatieve weergave van de geurbelasting is er bij deze berekening voor gekozen om de geurbeleving inzichtelijk te maken. Om de milieukwaliteit te beoordelen is de volgende beoordelingstabel gehanteerd waarin de milieukwaliteitscriteria van het RIVM zijn opgenomen. Deze tabel is opgenomen in de Handreiking geurhinder en veehouderij. Tabel 5: Beoordeling milieukwaliteit Percentage Milieukwaliteit geurgehinderden (%) < 5 Zeer goed 5-10 Goed 10-15 Redelijk goed 15-20 Matig 20-25 Tamelijk slecht 25-30 Slecht 30-35 Zeer slecht 35-40 Extreem slecht
In de volgende tabel wordt de milieukwaliteit voor het plangebied bepaald. Tabel 6: Milieukwaliteit plangebied Receptorpunt Achtergrondbelasting [ouE/m³] Hoekpunt 1 Hoekpunt 2 Hoekpunt 3 Hoekpunt 4
8, 1 8, 1 7, 5 7, 3
Er is sprake van een goed woononderhavige ontwikkeling.
5. 7
Percentage geurgehinderden [%] 11% 11% 10% 10%
en
Milieukwaliteit Redelijk goed Redelijk goed Goed Goed
leefklimaat. Het aspect geurhinder levert geen belemmering op voor
Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht.