Toelichting - Bijlage 9 Quickscan flora en fauna, Maassen
Tekst van het document
Opvallend is dat de NDFF-gegevens waarnemingen van deze soort als enige strikt beschermde amfibiesoort binnen een straal van 1 km vermeldt. Nader internetonderzoek wijst uit dat een waarneming uit 2015 bekend is binnen de bebouwde kom van Someren. De directe landschappelijke omgeving waarbinnen geschikte voortplantingswaters ontbreken sluit deze soort vrijwel voor het plangebied uit. De nationaal beschermde soorten waarvoor een vrijstelling geldt, betreffen een vijftal soorten amfibiesoorten die landelijk zeer algemeen voorkomen: de Kleine watersalamander, Bruine kikker, twee soorten groene kikkers (Bastaardkikker en Meerkikker) en de Gewone pad. De Meerkikker komt algemeen in het westelijk deel van het land voor en is in het oosten zeldzaam. Voor al deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Veldbezoek Het veldbezoek vond in een tijd van het jaar plaats die was ongunstig voor waarneming van amfibieën. In het algemeen zijn de omstandigheden ongunstig om amfibieën binnen het plangebied en directe landschappelijke omgeving te verwachten die gebonden zijn aan stabiele voortplantingswateren. Hooguit kunnen een aantal meer opportunistische soorten verwacht worden die mobiel zijn en minder direct aan het watermilieu gebonden zijn. Dit betreft in de eerste instantie de Gewone pad en de Bruine kikker, zeer algemene soorten waarvoor een vrijstelling geldt.
Gelet op de aanwezigheid van een kleine tuinvijver kan ook de groene Bastaardkikker en Kleine watersalamander niet geheel uitgesloten worden. De vijver op het terrein biedt voor alle algemeen voorkomende soorten amfibieën die verwacht kunnen worden voortplantingsgelegenheid. Het plangebied biedt ook een zeer geschikte landbiotoop voor deze soorten. Effectenbeoordeling • Zover de ingrepen de sloop van de bebouwing betreft is de soortgroep van amfibieën weinig relevant. Hooguit kunnen algemene soorten waarvoor een vrijstelling geldt schuilen onder opgeslagen materialen. Voor deze soorten geldt uitsluitend de zorgplicht; d.w.z. onnodig doden of verwonden van deze dieren dient voorkomen te worden. • Er worden binnen het plangebied geen strikt beschermde amfibieën verwacht. De herinrichting van het plangebied zoals die op langer termijn plaats gaat vinden betekent daarom geen aantasting van leefgebied en populaties van strikt beschermde amfibiesoorten. Niet geheel uitgesloten kan worden dat als gevolge van grondwerkzaamheden exemplaren van algemene amfibiesoorten waarvoor een vrijstelling geldt schade ondervinden. Voor deze soorten dient uitsluitend de zorgplicht in acht genomen te worden.
29
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
4.3.7 Vissen Voor deze soortgroep is het plangebied niet relevant wegens het ontbreken van een geschikt watermilieu. Negatieve effecten worden daarom niet verwacht
4.3.8 Libellen en vlinders Algemeen Onder de Europees bescherming van de habitatrichtlijn vallen 7 soorten dagvlinders en 8 soorten libellen. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Voor de provincie Noord-Brabant zijn van bijzonder belang de drie witsnuitlibellen, Sierlijke, Oostelijke en Gevlekte witsnuitlibel. Van deze soorten wordt alleen de Gevlekte Witsnuitlibel op een relatief korte afstand van 1 tot 5 km van het plangebied door de geraadpleegde NDFF-gegevens vermeldt. Witsnuitlibellen zijn specifiek gebonden zijn aan het zwak gebufferd watermilieu van vennen en andere kleine waters. Op basis van hun zeldzaamheid, verspreidingsbeeld en specifieke habitatvereisten kunnen deze soorten voor het plangebied uitgesloten worden. Onder de nationale bescherming zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten. Uit de groep van libellen vermelden de NDFF-gegevens binnen een straal van 1 tot 5 km Bosbeekjuffer, Beekrombout, Gevlekte glanslibel en Speerwaterjuffer; uit de groep van vlinders worden binnen de 1 tot 5 km-straal vermeldt Gentiaanblauwtje, Kleine ijsvogelvlinder, Kommavlinder en Spiegeldikkopje. Genoemde soorten kennen een te strikte binding met hoogwaardig beekmilieu, hoogveen, heide, schraalgrasland of met het zwakgebufferd watermilieu van heidevennen e.d.
om buiten de natuurgebieden te verwachten. Effectenbeoordeling Gelet op hun zeldzaamheid en binding aan specifiek habitatgebied kunnen beschermde libel- en vlindersoorten voor het plangebied geheel uitgesloten worden.
4.3.9 Overige ongewervelden Uit de overige groepen van ongewervelden die Europees beschermd zijn middels de Habitatrichtlijn Vallen 2 soorten weekdieren en 5 keversoorten. Van de twee weekdieren is De Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de Platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout. De binding met dood hout, dat in de Nederlandse intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Van genoemde keversoorten ligt het landelijk verspreidingsgebied van de Vermiljoenkever uitsluitend in de provincies Noord-Brabant en ZuidLimburg. De kever heeft een voorkeur voor vochtige bossen. Onder de nationale bescherming vallen één keversoort, het Vliegend hert en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft. De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het Vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Dit bostype ontbreekt in de nabijheid van het plangebied.
Echter de NDFF-gegevens
30
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
vermelden wel een waarneming binnen de 1 km-straal. Waarschijnlijk betreft het afgedwaald exemplaar of aangevoerd met dood hout.
Effectenbeoordeling Gelet op hun zeldzaamheid en binding aan specifiek habitatgebied worden geen soorten uit deze categorie verwacht.
4.4. Bescherming houtopstanden Binnen het plangebied ontbreken houtopstanden die voldoen aan de criteria die Wet natuurbescherming stelt om als beschermde houtopstand aangemerkt te worden. Op de bomenlijst van de gemeente Someren staan geen kapvergunningplichtige bomen voor adres Zandstraat 44 vermeldt. Overtreding van Wet natuurbescherming op dit punt en eveneens de gemeentelijke AVPbomenkap kan uitgesloten worden.
31
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
32
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
5 Conclusie 5.1. Samenvatting effectenbeoordeling Natura 2000-gebied Gelet op de kleinschaligheid en aard van de voorgenomen ontwikkeling en ligging op voldoende geruime afstand tot Natura 2000 kunnen negatieve effecten op Natura 2000 gebied als een kwaliteitsverlies of overschrijding van de gestelde drempelwaarden geheel uitgesloten worden. NNN-gebied (voormalige EHS) Er worden geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/EHS aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen en ontwikkeling en de ligging op een geruime afstand. Een toetsing aan het NNN/EHS-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. Groenblauwe mantel Het plangebied ligt buiten de Groenblauwe mantel en Attentiegebied ecologische hoofdstructuur. Verbodsbepalingen uit Artikel 6 en 12 van de Verordening ruimte 2014 zijn daarom niet van toepassing op het plangebied. Soorten habitatrichtlijn De enige soort die onder strenge beschermingsregiem van de Habitatrichtlijn vallen en met enige waarschijnlijkheid binnen het plangebied verwacht kunnen worden zijn vleermuizen en in het bijzonder de Gewone dwergvleermuis. Als gevolg van de voorgenomen ingrepen en ontwikkeling worden geen negatieve effecten verwacht op verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van vleermuizen.
Soorten nationaal beschermd (geen vrijstelling) Er werden geen aanwijzingen gevonden van aanwezigheid van nationaal beschermde soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. Aanwezigheid van kleine marterachtigen als Hermelijn en Bunzing kunnen op basis van inrichting en de NDFF-gegevens voor het onderhavig terrein niet uitgesloten worden. Zover de ingreep de sloop van de bebouwing betreft kan schade aan verblijfplekken uitgesloten worden. Soorten nationaal beschermd (vrijstelling) Het plangebied biedt goede voorwaarden om veel soorten uit deze beschermingscategorie te verwachten. Deze kunnen schade ondervinden door verwijdering van groen en afval en als gevolge van grondwerkzaamheden. Uit oogpunt van de beschermingsplicht is de hoge stand aan konijnen van bijzonder belang. Met het oog op deze soort en kleine zoogdieren en amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt is de zorgplicht van toepassing om schade te voorkomen. Jaarrond beschermde verblijfplekken van zoogdieren en vogels Er werden tijdens het veldbezoek binnen het plangebied geen verblijfplaatsen die als jaarrond beschermde vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren kunnen worden aangemerkt. Zover de ingreep de sloop van de bebouwing betreft kan schade aan verblijfplekken uitgesloten worden. Verblijfplekken van kleine marterachtigen elders op het terrein kunnen niet geheel uitgesloten worden.
De kans op verblijfplekken van vleermuizen in of aan de overige bebouwing wordt momenteel klein geacht, o.a. als gevolg van het feit dat de daken recent vernieuwd zijn. Beschermde houtopstanden Binnen het plangebied zijn geen houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming of de gemeentelijke AVP-bomenkap vallen. Tevens zijn er geen voornemens tot kap van houtopstanden.
33
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
Overtreding van de Wet natuurbescherming en gemeentelijke regels kan op dit punt uitgesloten worden.
5.2 Conclusie Mogelijke effecten en overtredingen • Als gevolg van de voorgenomen ingreep, de sloop van overtollige bebouwing, wordt geen aantasting van jaarrond beschermde verblijfplekken of de functionaliteit daarvan verwacht en daarmede geen overtredingen van artikel Wnb 3.5 lid 2 en 4. • Bij de herinrichtingswerkzaamheden zoals die op langer termijn zijn voorgenomen kan verstoring van verblijfplekken van kleine marterachtigen plaats vinden. Indien onvoldoende voorzorgsmaatregelen en mitigatie in acht wordt genomen kan dit een overtreding van Wnb Art 3.10 lid 1b betekenen. • Indien het broedseizoen onvoldoende in acht wordt genomen kan vernietiging en beschadiging van broedgevallen plaats vinden waardoor Wnb artikel Art 3.1 lid 2, 4 en 5 overtreden worden. • Indien onvoldoende de zorgplicht in acht wordt genomen waardoor onnodig verwonding en doden van een aantal soorten kleine zoogdieren en amfibieën waarvoor een vrijstelling geldt plaats wordt artikel Wnb 1.11. inzake de zorgplicht overtreden. In dit geval dient in het bijzonder rekening gehouden te worden met konijnenholen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Vervolgonderzoek Vervolgonderzoek is in dit stadium van herontwikkeling niet noodzakelijk.
In een later stadium kan vervolgonderzoek noodzakelijk zijn indien onvoldoende garantie gegeven kan worden dat ten gevolge van werkzaamheden verblijfplekken van kleine marterachtigen schade ondervinden. Ontheffingsaanvraag Als de voorzorgsmaatregelen die in het volgende hoofdstuk staan vermeld in acht worden genomen wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht.
Samenvatting Indien voorzorgs- en mitigatiemaatregelen die in het volgend hoofdstuk worden vermeld in acht worden genomen wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. Vervolgonderzoek en een ontheffingsaanvraag is dan niet noodzakelijk.
34
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
6 Voorzorgsmaatregelen, mitigatie en aanbeveling. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •
•
•
Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Indien men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden stopgezet dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.
Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Er dienen voorzorgsmaatregelen genomen te worden om foeragerende vleermuizen en nachtvogels zo weinig mogelijk te verstoren. De invloeden van licht- en geluidsbelasting dient daarom zoveel mogelijk beperkt te worden, zowel in de uitvoerende fase als bij de nieuwe inrichting die het plangebied verkrijgt. Bij herinrichting dient de aanbeveling om naar een lichtplan te streven waarbij weinig lichtuitstrooiing naar de omgeving is.
6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen •
Met het oog op mogelijke aanwezigheid van kleine marterachtigen dienen bij sloop-, opruim- en herinrichtingwerkzaamheden plaats vinden volgens de richtlijnen die gegeven zijn in de uitgave de “Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming (Sander Bouwens; uitgave Provincie-Noord-Brabant 2017)”. Deze richtlijnen betreffen o.a. het uitvoeren van de werkzaamheden buiten de voortplantingsperiode van kleine marterachtigen, openlaten van vluchtwegen en aanbieden van toevluchtmogelijkheden. Ook geeft de handleiding richtlijnen voor de mitigatie van het leefgebied.
6.3 Voorgenomen mitigatieplan De initiatiefnemer heeft voorgenomen het deel van plangebied buiten de nieuwe erfbegrenzing een inrichting te geven die het aspect van “kleinschalig agrarisch landschap” benadrukt en een versterking betekent van het leefgebied van o.a. kleine marterachtigen en Steenuil. Bestaande houtbegroeiingen worden zoveel mogelijk binnen dit inrichtingsplan geïntegreerd, takkenrillen e.d. blijven intact of worden uitgebreid en extensieve begrazing zal de beheervorm worden. De ingrepen zullen voornamelijk betrekking hebben op het verwijderen van zaken en begroeiing die kenmerkend voor siertuinen zijn. De ingrepen zullen kleinschalig uitgevoerd worden en indien noodzakelijk buiten het broedseizoen van vogels. De intentie is om het huidig karakter en inrichting van het terrein zoveel mogelijk te handhaven en geen aanpassingen te doen die hier geheel mee in strijd zijn.
35
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
36
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
7. Bronnen Literatuur
• • • • • • • •
Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Schaminée e.a. 1995. De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5 Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 1985-1994. Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5. P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Veldgids Europese Zoogdieren Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. SOVON-broedvogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 19982000. J.J.C.W. van Delft & W. Schuitema Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Uitgave RAVON 2005. Sander Bouwens. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Uitgave Provincie-Noord-Brabant 2017.
Internetsites -www.verspreidingsatlas.nl -www.dassenwerkgroepbrabant.nl -www.ed.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl - www.kaartbank.brabant.nl
37
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
38
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
Bijlage1 - Wet Natuurbescherming 1.1 Verbodsbepalingen
Bron: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen; publicatie van Min. van EZ.
1.2 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een zorgplicht opgenomen: Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat eenieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
39
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
Bijlage 2- Beschermde soorten en verblijfplekken 1.2 Bescherming soorten Vogelrichtlijn I (vogels met vaste verblijfplekken). De vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplekken 1 2
4 5
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden
soort steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk Boom valk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals eidereend
categorie 1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5
soort groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel Kleine bonte specht Kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw Tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht
40
categorie 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
2.1 Beschermde soorten Habitatrichtlijn bijlage IV
41
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
2.2 Nationaal beschermde soorten
42
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
Bijlage 3- Soorten met een vrijstelling.
Uitgezonderd: Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven. Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september
zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
4
Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis
1
Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
5
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis
1
Vos Wezel Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm
2
Kleine watersalamander Levendbarende hagedis
3
Meerkikker Bastaardkikker
43
ANWvB RN art 3.31
Zuid-Holland
Zeeland
Utrecht
Overijssel
Noord-Holland
Noord- Brabant
Limburg
Groningen
Gelderland
Friesland
Flevoland
Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari
Drente
1 2 3 4 5
Quickscan – Zandstraat 4 Someren
44