CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bijlage 7 - Quickscan flora en fauna 200678400

Gemeenteraad 30 januari 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Beliënberkdijk 42 Someren16.918 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het bijzonder werd de bebouwing geïnspecteerd die voor sloop in aanmerking komt, waarbij werd gelet op aanwijzingen voor nestlocaties zoals uitstekende droge grassprietjes of veertjes en uitwerpselen tegen de muur nabij een nestplek. Een hoge dichtheid van dergelijke sporen werd geconstateerd aan de noordelijk kopgevel van de grote stal (no.10) ter hoogte van de aanbouw (no.7) aldaar. De houten bekisting langs de dakranden van de kopgevel die deels onder de kap van de

27

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

aangebouwde open stalruimte (no.7) ligt, was volgepropt met hooi, het materiaal dat huismussen aanslepen voor hun nesten. Naast hooi was hier ook meer houtig materiaal aangesleept, mogelijk door spreeuw of rotsduif. Ook de andere bebouwing die gesloopt wordt, inclusief mestsilo is geïnspecteerd op nesten; echter hier werden geen aanwijzingen van nestelplaatsen geconstateerd. Buiten de bebouwing zijn belangrijke elementen voor de huismussenpopulatie op het erf het groen van de siertuin, in het bijzonder de hagen rond de tuin, en de hoge bomen rond de woning (zowel wegbomen, als de boom op het erf). Echter deze elementen blijven gehandhaafd en het functioneel groen voor de huismus wordt in de plannen verder uitgebreid. -Uilen Alle gebouwen, uitgezonderd de woning zijn grondig gecontroleerd op verblijf en verblijfsporen van uilen. De zolderruimten van de woning kunnen door hun gebruik, inrichting en ontoegankelijkheid bij voorbaat uitgesloten worden. Er werden nergens geen aanwijzingen als ruiveren, uilenballen en mestsporen die erop wijzen dat uilen binnen de bebouwing verblijven of op het erf rond de bebouwing foerageren of daar uitkijk- en rustplekken onderhouden. Het plangebied biedt momenteel wel een geschikte ligging en inrichting om deel te zijn van het leefgebied van de steenuil en kerkuil.

Het aanwezige extensief gehouden vee verhoogd met name voor de kerkuil de stand aan prooidieren. -Overig De bebouwing is geheel ongeschikt om aan gierzwaluwen nestgelegenheid te bieden. Broedplekken van deze soorten kunnen geheel uitgesloten worden. De slechtvalk broedt uitsluitend in hoge stedelijke gebouwen en kan voor het plangebied geheel uitgesloten worden. Er ontbreken toegankelijk zolders die nestgelegenheid aan torenvalk kunnen bieden. Jaarrond beschermde verblijfplekken in bomen (categorie 1,2,3 en 4) Naast soorten die in of aan bebouwing broeden valt ook binnen deze beschermingscategorie een brede groep van vooral roofvogels die voor hun nestgelegenheid van bomen afhankelijk zijn. Een soort als de ransuil maakt altijd gebruik van oude nesten van andere vogels. Andere soorten anders dan roofvogels uit deze beschermingscategorie zijn roek en ooievaar. De roek is een koloniebroeder en de ooievaar wijkt ook uit naar menselijke bouwwerken als hoogspanningsmasten en schoorstenen. Nesten van de meeste soorten uit deze groepen konden op basis van hun zichtbaarheid binnen het plangebied, (waar maar 1 hoge boom aanwezig is) al snel uitgesloten worden. Uitgezonderd van de sperwer kennen de soorten een dusdanig breed landschapsgebruik dat het plangebied zover dit het erf betreft, hooguit van een zeer marginale betekenis is binnen hun habitatgebied.

Tijden het veldbezoek werden geen nesten of andere aanwijzingen gevonden van verblijf van roofvogels binnen het plangebied. Jaarronde bescherming van de verblijf optioneel catg.5 De optionele bescherming houdt veelal verband met de schaarste van het type nestgelegenheid. Veel van deze soorten zoeken nestgelegenheid op beschutte plekken in holten, holen en kieren De nesten van zwarte kraai en ekster zijn beschermd omdat roofvogels uit de zwaardere beschermingscategorieën van deze nesten gebruik kunnen maken. De stallen en gevels zijn onderzocht op nesten van boerenzwaluw en huiszwaluw. Nesten van boerenzwaluw werden vastgesteld in beide stallen, dus ook in de stalruimte (no.2) die voor sloop in aanmerking komt. Niet uitgesloten kan worden dat ook de spreeuw in of aan de bebouwing broedt. Voor soorten uit deze categorie die verwacht kunnen worden geldt alsnog dat er geen ecologische omstandigheden zijn om nesten van deze soorten een jaarrond beschermde status te geven. Voor de boerenzwaluw biedt het erf voldoende alternatieve broedgelegenheid binnen de stallen die behouden blijven. Het houden van vee wordt hier tevens voortgezet wat een belangrijke factor is voor het behoud van broedgelegenheid op het erf.

Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient voor deze en andere soorten uit deze categorie uitsluitend het broedseizoen voor deze soorten in acht worden genomen bij het verwijderen van groen en slopen van bebouwing. Evenals bij de volgende groep, is het verbod tot opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) niet (meer) van toepassing. Overige vogels Voor de groep uit de laagste beschermingscategorie geldt de bescherming van de nesten en broedplekken in alle gevallen uitsluitend als daadwerkelijk sprake is van een broedgeval. Hiervoor is artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 van toepassing. Verbod van opzettelijke verstoring (Wnb art.3.1 lid 4) is bij ingang Wnb niet (meer) van toepassing voor deze categorie. Voor algemene tuinvogels is veel nestgelegenheid aanwezig binnen het groen van de siertuin en bebouwing. Uit deze categorie werden als broedvogels binnen de bebouwing witte kwikstaart en rotsduif vastgesteld. Om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen dient daarom het broedseizoen in acht worden genomen bij alle ingrepen bebouwing.

28

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

Rood: bekisting met nestelplaatsen van huismussen en verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen Blauw omlijnd: bebouwing die gesloopt wordt.

Zicht op de bekisting

Conclusie Binnen het plangebied werden jaarrond beschermde verblijfplekken van huismussen (RIVM-categorie 2) vastgesteld en verblijfplekken van boerenzwaluw waarvoor de jaarrond beschermde optioneel geldt (RIVMcategorie 5). Binnen de provincie Noord-Brabant is deze jaarronde bescherming niet van toepassing. De nestelplaatsen de boerenzwaluw zijn deels in de stal (fig.3 no.2) die gesloopt wordt gevestigd. De overige zwaluwnesten liggen verspreid over de overige stallen; de nestelplekken van de huismus concentreren zich uitsluitend binnen het deel van de bebouwing dat niet gesloopt wordt, maar wel ligt binnen de invloedsfeer van de sloopwerkzaamheden. Daarom dienen migrerende maatregelen getroffen worden door b.v. de sloop buiten de broedperiode (1 april-1 oktober) plaats te laten vinden (zie verder hoofdstuk 6.2). Voor de boerenzwaluw en alle andere broedvogels die op in of rond de bebouwing verwacht kunnen worden geldt de algemene regel om bij de uitvoerende werkzaamheden het broedseizoen in acht te nemen bij sloop van de bebouwing en ingrepen in het groen om een overtreding van artikel Wnb artikel 3.1 lid 2 te voorkomen. Zie verder hoofdstuk 6.1 voor nadere toelichting. Na de uitvoerende werkzaamheden kan een verbetering van het functioneel leefgebied verwacht worden voor de huismus als gevolg van een verbetering van de groene omgeving.

Een belangrijke factor is dat er ook in de nieuwe plannen ruimte blijft voor een extensieve vorm van veeteelt. De ervaring is dat zowel huismus als boerenzwaluw vaak met het vee van een erf vertrekken. Ook de voedselvoorziening van uilen die op erven foerageren is veelal grotendeels afhankelijk van de aanwezigheid van vee waarvan het voedsel prooidieren aantrekt. 4.3.5 Reptielen, amfibieën en vissen Bronnenonderzoek en waarneming Bronnenonderzoek De NDFF-gegeven vermelden binnen de 1 km-straal geen beschermde reptielen en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt. Wel wordt één beschermde vissoort vermeld: de grote modderkruiper. Binnen de 1-5-straal worden meerdere reptiel- en beschermde soorten amfibiesoorten wat alles te maken zal hebben met de ligging van relatief veel hoogwaardig Natura 2000-gebied binnen de 1-5km-straal. De Groote Peel ligt op een afstand 3,8 km van het plangebied en bevat een van de weinige kernpopulaties van habitatrichtlijnsoort de gladde slang. Het plangebied is gelegen buiten het landelijk verspreidingsgebied van de grote modderkruiper dat in het riviergebied, het poldergebied in midden-Nederland en in het noordelijk provincies ligt. In de omgeving van Someren en Helmond is deze slechts van enkele locaties bekend. Waarnemingen Tijdens het bezoek werden geen waarneming uit deze soortgroepen gedaan.

Verspreiding en bescherming Voor alle reptielen en de meeste middels de Habitatrichtlijn (Wnb §3.2) strikt beschermde amfibieën die binnen een zekere frequentie binnen een natuurlijk verspreidingspatroon in de provincie Noord-Brabant voorkomen, als heikikker, poelkikker en rugstreeppad en kamsalamander, geldt dat dat deze een tamelijk strikte binding hebben met hoogwaardig natuurgebied van heide, heideachtig terrein, stuifzanden, natuurlijke

29

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

graslanden en een kwalitatief hoogwaardig watermilieu. Theoretisch gezien geldt de binding aan natuurgebied minder voor de rugstreeppad. De rugstreeppad is een meer mobiele soort van minder stabiele watermilieus die landelijk op veel plekken in agrarisch gebied en tot binnen stedelijk gebied voorkomt. Binnen Brabant is de soort betrekkelijk zeldzaam en wordt de buiten de optimale biotoop van heide en stuifzanden veel minder vaak aangetroffen dan elders in het land. Voor een vijftal middels Wnb §3.3 beschermde amfibiesoorten die landelijk algemeen voorkomen geldt een vrijstelling. Dit betreft de zeer algemeen voorkomende kikkers de bruine kikker, (groene)bastaardkikker, (groene) meerkikker en gewone pad en als enige salamandersoort de kleine watersalamander. Voor deze soorten geldt alleen de zorgplicht. Onder de habitatrichtlijn (Wnb §3.2) vallen een aantal zoutwatervissen die vanzelfsprekend voor het plangebied uitgesloten kunnen worden. Onder de nationale bescherming (Wnb§3.3) vallen de grote modderkruiper, die gebonden is aan stilstaande wateren met een modderbodem, en een aantal vissen die aan een hoogwaardig beekmilieu gebonden zijn als beekprik, elrits, gestippelde alver, kwabaal. De grote modderkruiper is een soort van sloten en waters met een modderbodem en komt vooral voor binnen laagveengebieden en het rivierengebied voor.

De Brabantse verspreiding ligt vooral in de invloedsfeer van de grote rivieren.

Effectenbeoordeling Het plangebied biedt binnen de invloedsfeer van de ingrepen niet de terreingesteldheid om beschermde reptielen en amfibieën waarvoor geen vrijstelling geldt te verwachten. Op basis van inrichting en het bekende verspreidingspatroon kunnen negatieve effecten deze beschermingscategorie vrijwel uitgesloten worden. Voor de groep van watersalamanders zover daarvoor geen vrijstelling geldt, ligt het erf te ver buiten het bereik van geschikte stabiele voortplantingswaters om deze redelijkerwijs te verwachten. De enige ingrepen aan watergangen die verwacht kunnen worden betreft de aanleg van 2 dammen met duikers voor de geplande ontsluitingsroute naar het parkeerterrein dat men achter het erf wil realiseren. Deze sloten zijn niet van het type dat permanent een waterpeil voert en waarbinnen de grote modderkruiper verwacht kan worden of van belang kan zijn als voortplantingswater van amfibieën. Op basis van zijn inrichting en begroeiingstructuren toont het plangebied zover dit binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingrepen ligt, alleen een landhabitat voor een tweetal algemene amfibiesoorten, de bruine kikker en gewone pad, waarvoor een vrijstelling geldt. De groene bastaardkikker is meer aan water gebonden wordt daarom niet direct op het erf verwacht, maar wel binnen het achterliggend weilandgebied en oevergebieden van de beek.

Conclusie Aanwezigheid van beschermde reptielen, amfibieën en vissen waarvoor geen vrijstelling geldt en negatieve effecten op hun leefgebied als gevolg van de voorgenomen ingrepen kunnen op basis van ligging en inrichting van het plangebied geheel uitgesloten worden.

4.3.6 Ongewervelden Bronnenonderzoek en waarnemingen Bronnenonderzoek Binnen de 0-1 km-straal vermelden de NDFF-gegevens geen soorten uit deze categorie. Binnen de 1-5 km-straal worden relatief veel beschermde vlinders en libellen vermeld, wat ook in dit geval het gevolg zal zijn dat er veel beschermd natuurgebied op korte afstand van het plangebied. Waarnemingen Tijdens het veldbezoek werden geen soorten uit deze beschermingscategorie waargenomen. Waarnemingen betroffen een aantal onbeschermde algemene dagvlindersoorten. Effectenbeoordeling Bescherming en voorkomen Onder de Europese bescherming van de habitatrichtlijn (§3.2) vallen 7 soorten dagvlinders, 1 soort nachtvlinder, 8 soorten libellen, 2 soorten weekdieren en 5 keversoorten. Genoemde soorten zijn allen zeldzaam en gebonden aan hoogwaardige milieus van heide, vennen, beken, moerassen en rivieren. Van de twee weekdieren is de Bataafse stroommossel vrijwel uitgestorven. De andere soort, het waterslakje de platte schijfhoorn, komt verspreid voor in de Utrechtse en Zuid-Hollandse laagveengebieden en in delen van Friesland. Binnen de zuidelijke provincie zijn de vindplaatsen uiterst schaars. Van de 5 keversoorten zijn twee soorten waterroofkevers; de andere 3 soorten betreffen keversoorten die specifiek gebonden zijn aan oude bossen of vrijstaande oude bomen met veel dood hout.

De binding met dood hout, dat in de Nederlandse

30

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

intensief onderhouden bossen meestal snel geruimd wordt, maakt deze soorten kwetsbaar en is de reden van de zware bescherming. Onder de nationale bescherming (§3.3) zonder vrijstelling vallen 20 soorten dagvlinders en 7 libelsoorten, één keversoort (het vliegend hert) en de enige inlandse rivierkreeft, de Europese rivierkreeft. De Europese rivierkreeft is landelijk vrijwel uitgestorven. Het vliegend hert is specifiek gebonden aan oude eikenbossen met dood hout in verschillende rottingsstadia. Effectenbeoordeling De meeste beschermde soorten uit deze categorie zijn dusdanig zeldzaam en/ of stellen een dusdanige specifieke biotoopeisen dat de verwachting kans om deze soorten anders dan incidenteel binnen verstedelijkt en agrarisch gebied aan te treffen bijzonder klein is De libellen en vlinders die binnen de wijdere km straal vermeld worden zijn te specifiek gebonden aan heide, hoogwaardig watermilieu en beek begeleidende bossen gebonden om met enige kans in of dicht bij het plangebied te verwachten. Hooguit kan de beek als trekroute van beschermde libelsoorten fungeren, echter deze is ten gevolge van het intensieve onderhoud weinig geschikt als voortplantingswater en ligt ver buiten de invloedsfeer van de ingrepen.

Het plangebied zover daar de ingrepen van invloed zijn bestaat voornamelijk uit steen en bevat geen enkel element dat van belang kan zijn voor soorten uit deze beschermingscategorie. Conclusie Ten gevolge van inrichting van het plangebied en de bekende verspreidingsgegevens kan uitgesloten kan worden dat de voorgenomen ingrepen van enige invloed is op beschermde soorten uit de groep van ongewervelde dieren en hun leefgebied.

4.3.6 Bescherming houtopstanden Bescherming en regelgeving Het plangebied ligt buiten de bebouwde kom waardoor de gemeentelijke APV niet van toepassing is en uitsluitend Wnb-houtopstanden geldt. Effectenbeoordeling en conclusie Er zijn geen voornemen tot kap van bomen of houtopstanden. Het plangebied bevat geen houtopstanden beschermd zijn middels Wnb §4 Houtopstanden of bomen die op de gemeentelijke lijst van beschermde bomen staan. Indien toch tot kap van de enige boom op het erf besloten dient de aanbeveling om eerst een nacheck bij de gemeente te doen, daar het gemeentebeleid van Someren op dit punt zeer ondoorzichtig is.

31

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

5 CONCLUSIE 5.1. Toetsing Wet natuurbescherming en provinciale regelgeving Gebiedsbescherming Natura 2000- gebied (Wnb §3.2 art 3.5 lid 5) Negatieve effecten ten gevolge van de projectontwikkeling op Natura 2000-gebied die een verslechtering of meer significante negatieve effecten van meer permanente aard opleveren worden op basis van schaal, aard en ligging van de projectontwikkeling niet verwacht, waardoor nader onderzoek en toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Een Aeriusberekening dient deze conclusie te onderbouwen en om vast te stellen of de gestelde drempelwaarden van 0,00mol per ha/per jaar op Natura 2000-gebied niet overschreden wordt. Natuur Netwerk Nederland (Interim Omgevingsverordening NB) Negatieve effecten zowel van tijdelijke aard in de uitvoerende fase als van meer permanent aard in de gebruiksfase kunnen op basis van aard, ligging en reikwijdte van de ontwikkeling uitgesloten worden. Aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken is niet aan de orde en daarmee geen noodzaak tot vervolgonderzoek. .

Soortenbescherming Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb Wnb §3.1 art 3.1 lid 2 en 4 (RVO-categorie 1,2,3,4: vogels met jaarrond beschermde vaste verblijfplekken) Indien een aantal voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 6.2) in acht worden genomen met het oog op de geconstateerde nestelplekken van huismussen kan een overtreding van Wnb art.3.1 lid 4 voorkomen worden. Verder worden binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan op basis van het veldbezoek geen negatieve effecten verwacht op jaarrond beschermde nesten en verblijfplaatsen en leefgebied van vogels die wettelijk als strikt beschermd worden aangemerkt. Art 3.1 lid 4 en lid 5: RVO-categorie 5 en overige vogels Binnen het plangebied zijn nestelplaatsen van algemene vogelsoorten uit deze categorieën binnen de bebouwing aanwezig. Indien het broedseizoen in acht wordt genomen kan een overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze bescherming categorieën voorkomen worden. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: Zoogdieren grondgebonden Aantasting van verblijfplekken van strikt beschermde grondgebonden zoogdiersoorten en het functioneel leefgebied voor de instandhouding van deze verblijfplekken kan geheel uitgesloten worden.

Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: Vleermuizen Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet direct verwacht indien. We bevinden zich binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden potentiële zomerverblijfsmogelijkheden. Om verstoring van vleermuizen en een overtreding van Wnb Art 3.2 lid 2 geheel uit te sluiten dient de sloop buiten de actieve periode van vleermuizen plaats te vinden. Ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen aantasting van essentieel foerageergebied verwacht, nog aantasting van structuren die van belang zijn als trek en foerageerroute. De voorgenomen nieuwe groene inrichting betekent een verbetering van het leefgebied van vleermuizen ten opzichte van de huidige situatie. Wnb §3.2 art 3.5 lid 2 en 4: overige soorten Uit de soortgroepen van ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen waarvoor het zware beschermingsregiem van de habitatrichtlijn geldt worden geen soorten binnen het plangebied of de invloedsfeer daarvan verwacht, noch aantasting van hun beschermd habitatgebied. Nationaal beschermde Andere soorten art. 3.3 Wnb Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b en Wnb § 1.3 art 1.11 (zorgplicht): Zoogdieren Negatieve effecten op jaarrond beschermde verblijfplekken van nationaal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten waarvoor geen vrijstelling geldt worden als gevolg van de ingrepen niet verwacht.

Nooit kan geheel uitgesloten worden dat een boerenerf met oude bedrijfsbebouwing en een kleinschalige extensieve bedrijfsvoering deel uitmaakt van het (onbeschermd) leefgebied van kleine marterachtigen. Om een

32

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

overtreding Wnb § 1.3 art 1.11b te voorkomen dient bij het aantreffen van de kleine marterachtigen, evenals bij kleine beschermde zoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt, alleen de zorgplicht in acht worden genomen (zie hoofdstuk 6.1. Wnb §3.3 art 3.10 lid 1b en Wnb § 1.3 art 1.11: Overige soorten Uit de soortgroepen van vaatplanten, ongewervelden, vissen, amfibieën en reptielen waarvoor het middelzware nationale beschermingsregiem zonder vrijstelling geldt worden geen soorten verwacht. Wel kunnen een aantal algemene amfibieën en kleine zoogdieren verwacht worden waarvoor een vrijstelling en alleen de zorgplicht geldt.

Houtopstanden Wnb §4 Houtopstanden en APV (Wnb §4 art 4 en Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Het plangebied bevat geen beschermde houtopstanden en bomen die op de gemeentelijke bomenlijst staan. Rood: bekisting met nestelplaatsen van huismussen en verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen Blauw omlijnd: bebouwing die gesloopt wordt.

5.2 Samenvatting en vervolgstappen Samenvatting -Overtredingen van de regelgeving van de Interim omgevingsverordening NB en Wet natuurbescherming met betrekking tot de gebiedsbescherming worden niet verwacht. -Met het oog op aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplekken van huismussen dienen bij sloop van de bebouwing de voorzorgsmaatregelen van hoofdstuk 6.2 met betrekking tot huismussen genomen te worden om verstoring van deze verblijfplekken en daarmee een overtreding van Wnb Art 3.1 lid 4 te voorkomen. -Verblijfplekken van vleermuizen binnen het plangebied en invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling worden niet direct verwacht. Wel bevinden zich binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden potentiële zomerverblijfsmogelijkheden. Om verstoring van vleermuizen en een overtreding van Wnb Art 3.2 lid 2 geheel uit te sluiten dient de sloop buiten de actieve periode van vleermuizen plaats te vinden. -Als verder de voorzorgsmaatregelen die het volgende hoofdstuk (6) vermelden in acht worden genomen, wordt geen overtreding van de Wet natuurbescherming verwacht. Vervolgstappen - Een Aeriusberekening dient vast te stellen of de gestelde drempelwaarden van 0,00mol per ha/per jaar op Natura 2000-gebied niet overschreden wordt.

- De voorzorgsmaatregelen vermeld in hoofdstuk 6.2 dienen in acht genomen worden om verblijfplekken van huismussen en mogelijke verblijfplekken van vleermuizen niet te verstoren. -Als de voornoemde voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 6.2) en de voorzorgsmaatregelen met betrekking van tot het broedseizoen en zorgplicht (zie hoofdstuk 6.1) in acht worden genomen is geen vervolgonderzoek nodig. Ontheffingsaanvraag Als aan het voorgaande voldaan wordt is het indienen van een ontheffingsaanvraag voor het verkrijgen van een Verklaring van geen bezwaar niet noodzakelijk.

33

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

6 VOORZORGSMAATREGELEN, MITIGATIE EN AANBEVELINGEN. 6.1 Algemene voorzorgsmaatregelen •

•

•

Bij uitvoering van ingrepen dient het broedseizoen in acht genomen te worden indien niet voldoende gegarandeerd kan worden dat nesten van broedende vogels niet beschadigd of vernietigd kunnen worden. Als aanbeveling geldt, om bij wijze van voorzorgsmaatregel elke schade aan broedgevallen uit te sluiten, ingrepen geheel buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Als broedseizoen wordt de periode half maart-half juli aangemerkt. Ook als na die periode nog broedende vogels of nestjongen worden waargenomen dan geldt dat het broedseizoen nog niet is afgelopen is. Als men binnen het broedseizoen wil werken geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande het broedseizoen ongeschikt te maken voor broedende vogels en vervolgens voorafgaande de werkzaamheden het plangebied te controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld dienen te worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Voor aanwezigheid kleine marterachtigen, onbeschermde en vrijgestelde zoogdieren en amfibieën dient de zorgplicht in acht genomen te worden. D.w.z. dat men verstoring, verwonding en doden van deze diersoorten zoveel mogelijk tracht te voorkomen. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, en ook voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden

6.2 Bijzondere voorzorg- en mitigatiemaatregelen •

•

•

•

•

Met het oog op nestelplaatsen van huismussen dient de sloop van de bebouwing buiten het broedseizoen van huismussen plaats te vinden. Bij huismussen valt dit broedseizoen in de periode (15 maart) 1 april -1 oktober. Bij herinrichting dienen verstorende invloeden, zoals een overmaat aan lichten geluidbelasting nabij de vastgestelde verblijfplek, zoveel mogelijk vermeden te worden. Op dezelfde plek waar de nestelplekken van huismussen zijn vastgesteld zijn, kunnen zomerverblijfplekken van vleermuizen ook niet geheel uitgesloten worden. Met het oog op een mogelijke aanwezigheid en verstoring van vleermuizen dienen de sloopwerkzaamheden buiten de actieve periode van vleermuizen plaats te vinden; de periode van 1 oktober -1 april, de winterperiode, is hiervoor de aangewezen tijd. Dus in een periode die vrijwel samenvalt met de periode die hier ook voor de huismus gewenst wordt. Met het oog mogelijk schuilende kleine marterachtigen en beschermde soorten waarvoor en vrijstelling geldt dient voorzichtig te werk worden gegaan te worden bij het verwijderen van puin en afval en sloop van de bebouwing. Zaken die inpandig schuilgelegenheid kunnen bieden worden zoveel mogelijk verwijderd alvorens tot sloop wordt overgegaan.

De werkzaamheden dienen dusdanig te geschieden dat er veilige vluchtwegen overblijven voor snelle dieren als kleine marterachtigen; trage dieren (amfibieën) dienen weggevangen worden en elders op een veilige en geschikte plek uitgezet te worden. Alvorens de aanvang van de werkzaamheden dienen de gebouwen gecontroleerd te worden op actieve broedgevallen, wat het geval kan zijn b.v. als de sloop in het vroege voorjaar of vroege najaar plaats vindt. Mocht dit het geval zijn dan dient de sloop uitgesteld te worden tot de beëindiging van het broedgeval. Hierbij aangetekend dat dit ook voor de rots(stads)duif geldt. Bij wijze van voorzorgsmaatregel dienen de terreindelen rond de te slopen bebouwing ontdaan worden van zaken die die schuilgelegenheid aan kleine zoogdieren en amfibieën en nestgelegenheid aan vogels bieden. Ook dient om deze redenen puin en ander sloopafval na uitvoering van de werkzaamheden snel verwijderd te worden. Bij herinrichting dient de lichtbelasting zoveel mogelijk beperkt te worden met het oog op foeragerende nachtdieren.

34

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

6.3 Aanbeveling en advies •

•

•

•

•

Bij uitvoering van de sloop- en bouwwerkzaamheden dient de aanbeveling om met een goed gekeurde gedragscode te werken, b.v. de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud (versie 4-12-2020)’ (zie verder bijlage 6). Als aanbeveling geld om naar een nieuwe groene inrichting te streven die aansluit op de landschappelijke en ecologische omgeving. Dit kan o.a. door te kiezen voor inlandse houtsoorten voor de aanleg van hagen en planten van bomen. De aanplant dient dusdanig te geschieden dat de uitstraling van licht op de omgeving voor de nachtdieren zoveel mogelijk beperkt wordt. Aan deze voorwaarden voldoen de plannen al zover deze vorm hebben verkregen of bekend zijn. Als aanbeveling geldt het inbouwen van verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen en huismussen in de nieuwbouw. Hiervoor zijn inbouwkasten in alle maten en van verschillend soorten materialen in de handel.

Enkele veel gebruikte methoden om de effecten van lichthinder te beperken zijn: -niet uitstralende armaturen -lagere armaturen (dan zijn er wel meer nodig) -verlichting met een lagere lichtintensiteit -tijdelijke verlichting (slechts een deel van de nacht aan), en alleen op plekken waar het echt nodig is -Het gebruik van sensoren die in werking treden als verlichting nodig is -de verlichting afschermen met struiken zodat het licht niet verstrooid wordt naar plekken waar het niet nodig is. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van neststenen of vogelvides voor huismussen en vleermuiskasten in de gevel van de nieuwe woning. Natuurinclusief bouwen bevorderd de biodiversiteit en ons leefklimaat! Voor meer informatie: www.bouwnatuurinclusief.nl

35

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

7. BRONNEN Literatuur • • • • • • • • • • • • • • •

De amfibieën en reptielen van Nederland. Creemers. R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie) 2009 De Vegetatie van Nederland deel 1 t/m 5. Schaminée e.a. 1995 Nederlandse Ecologische Flora deel 1t/m5. Drs. E.J. Weeda, R. Westra, Ch. Westra, T. Westra 19851994 Veldgids Europese Zoogdieren. P. Twisk, A. van Diepenbeek, J.P. Bekker 2010. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Broekhuizen, S., K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016 Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortenbescherming. 11 oktober 2017. Zoogdiervereniging en provincie Noord- Brabant. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Dietz, C., O. von Helversen& D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest Afrika. Tirion Natuur. Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 1.0 juli 2017. BIJ12 Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Handreiking woningbouw en AERIUS.

Uitgave Rijksoverheid Atmosferische stikstofdepositie en Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen in Vlaanderen; 2015 uitgave Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud 2020-2023. Uitgave BIJ12

Gegevensverstrekking NDFF - quickscanhulp.nl, d.d. 10-10-2023 Internetsites -www. minlnv.nederlandsesoorten.nl/ -www.Verspreidingsatlas.nl -www.quickscanhulp.nl -www.ruimtelijkeplannen.nl -www.kaartbank.brabant.nl

36

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

BIJLAGE 1 - TOELICHTING SOORTENBESCHERMING De Conventie van Bern is een internationaal verdrag over het behoud van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten en de daarbij behorende grensoverschrijdende natuurlijke leefmilieus in Europa. Bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbare soorten en aan soorten die met uitsterven worden bedreigd. Het verdrag werd in 1979 ondertekend door de Europese Unie, Monaco, Burkina Faso, Marokko, Tunesië en Senegal en ligt aan de basis van de huidige Europese en nationale natuurwetgeving. De Conventie van Bonn is een internationaal verdrag met het doel migrerende diersoorten te beschermen. Het verdrag werd in 1979 in Bonn getekend onder auspiciën van de VN. De Habitatrichtlijn (HR) is in 1992 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door natuurlijke habitatten en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De Vogelrichtlijn is in 1979 door de Europese Unie vastgesteld en gericht op de instandhouding van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten.

Bijlage

Categorie

Bern1

Bern 2

Bern 3

Bonn 1

Bonn2

Wnb

Strikt beschermde plantensoorten

Habitatrichtlijn/ Vogelrichtlijn HR-bijlage 4

Strikt beschermde plantensoorten

HR-bijlage 2

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Beschermde diersoorten

HR-bijlage 2 en 5

§ 3.3 art 3.10

Beschermde vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Strikt beschermde (migrerende) diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.2 art 3.5

Strikt beschermde (migrerende) vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

Beschermde (migrerende) diersoorten

HR-bijlage 4

§ 3.3 art 3.10

Beschermde (migrerende) vogelsoorten

Vogelrichtlijn

§ 3.1 art 3.1

37

§ 3.2 art 3.5

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

TABEL 2 - SOORTEN VAN DE VOGELRICHTLIJN Algemeen Alle Europese inheemse vogels zijn beschermd met de Vogelrichtlijn, waarbij een onderscheidt gemaakt kan worden van soorten waarvoor een striktere bescherming geldt (vermeldt in bijlag 2 van de Conventie van Bern en bijlage 1 van het Verdrag van Bonn) en soorten waarvoor die bescherming minder strikt is (bijlage 3 Bern en bijlage 2 Bonn). Echter voor alle soorten is de bescherming van Wnb § 3.1 art 3.1 van toepassing. Van een aantal soorten zijn ook de verblijfplekken en nesten buiten het broedseizoen beschermd, de zgn. jaarrond beschermde verblijfplekken. Vogels met jaarrond vaste verblijfplekken Door de RVO is een lijst van vogelsoorten opgesteld waarbij een onderscheidt is gemaakt tussen de volgende categorieën van beschermde vaste verblijfplekken die deze soorten onderhouden

1 2 4 5

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Verblijfplekken van soorten uit categorie 1,2,3 en 4 zijn in alle gevallen jaarrond beschermd en is ontheffing altijd noodzakelijk. Verblijfplekken van soorten uit categorie 5 zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of “als ecologische omstandigheden” dat rechtvaardigen. Voor deze soorten, die slechts deels vaste nestelplekken onderhouden geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer die van het type nestgelegenheid.

Lijst van vogels die vaste verblijfplekken onderhouden Soort

categorie

steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstraat kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw Bonte vliegenvanger

1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5

soort

categorie

boomklever boomkruiper bosuil brilduiker draaihals groene specht ekster gekraagde roodstaart glanskop grauwe vliegenvanger grote bonte specht hop huiszwaluw ijsvogel kleine bonte specht kleine vliegenvanger koolmees kortsnavelboomkruiper oeverzwaluw

38

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

soort

categorie

pimpelmees raaf ruigpootuil spreeuw tapuit torenvalk zeearend zwarte kraai zwarte mees zwarte roodstaart

5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

BIJLAGE 3 - SOORTEN VAN DE HABITATRICHTLIJN

Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I Bern I

Bern II

Bonn I

HR IV

categorie

soort

soort

Sporenplanten

Geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Sporenplanten

Tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Sporenplanten

Kleine vlotvaren

Salvinia natans

Zaadplanten

Liggende raket

Sisymbrium supinum

Zaadplanten

Drijvende waterweegbree

Luronium natans

Zaadplanten

Groenknolorchis

Liparis loeselii

Zaadplanten

Kruipend moerasscherm

Apium repens

Zaadplanten

Zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Bern II Bern II Bern II

dagvlinders

Moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia ssp. aurinia

Haften

Oeveraas

Palingenia longicauda

Libellen

Mercuurwaterjuffer

Bern II

Zeezoogdieren

Walrus

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Reptielen

Dikkopschildpad

Coenagrion mercuriale ssp. mercuriale Odobenus rosmarus ssp. rosmarus Caretta caretta

Reptielen

Kemp’s zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Reptielen

Lederschildpad

Dermochelys coriacea

Reptielen

Soepschildpad

Chelonia mydas

zeezoogdieren

Bultrug

Megaptera novaeangliae

Zeezoogdieren

gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Zeezoogdieren

noordse vinvis

Balaenoptera borealis

Zeezoogdieren

Potvis

Physeter catodon

Amfibieën

Poelkikker

Pelophylax lessonae

Vissen

Houting

Coregonus oxyrinchus

Weekdieren

Bataafse stroommossel

Unio crassus

Weekdieren

platte schijfhoren

Anisus vorticulus

Zoogdieren

Bever

Castor fiber ssp. albicus

Zoogdieren

Hazelmuis

Muscardinus avellanarius

Zoogdieren

Lynx

Lynx ssp. lynx

Zoogdieren

Noordse woelmuis

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Zoogdieren

Wilde kat

Microtus oeconomus ssp. arenicola Felis silvestris ssp. silvestris

Zoogdieren

Wolf

Canus lupus

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus

Zeezoogdieren

Butskop

Hyperoodon ampullatus

Zeezoogdieren

Dwergvinvis

Balaenoptera acutorostrata

Zeezoogdieren

Griend

Globicephala melas

Zeezoogdieren

Spitsdolfijn van gray

Mesoplodon grayi

Zeezoogdieren

Witte dolfijn

Delphinapterus leucas

Amfibieën

Boomkikker

Hyla arborea ssp. arborea

Amfibieën

Geelbuikvuurpad

Bombina variegata ssp. variegata

Amfibieën

Heikikker

Rana arvalis ssp. arvalis

Amfibieën

Kamsalamander

Triturus cristatus

HR IV HR IV HR IV HR IV

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

Bern II Bern II Bern II Bern II

Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I Bonn I

39

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

Bern I

Bern II Bern II Bern II

Bonn I

HR categorie IV HR IV Amfibieën HR IV Amfibieën

soort

soort

Rugstreeppad

Bufo calamita

Vroedmeesterpad

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Dagvlinders

Apollovlinder

Alytes obstetricans ssp. obstetricans Parnassius apollo

Dagvlinders

Boszandoog

Lopinga achine

Dagvlinders

Donker pimpernelblauwtje

Maculinea nausithous

Dagvlinders

Grote vuurvlinder

Lycaena dispar ssp. batava

Dagvlinders

Pimpernelblauwtje

Maculinea teleius

Dagvlinders

Tijmblauwtje

Maculinea arion

Dagvlinders

Zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Kevers

Dytiscus latissimus

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Kevers

Brede Geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever

Kevers

Juchtleerkever

Osmoderma eremita

Kevers

Vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Libellen

Bronslibel

Oxygastra curtisii

Libellen

Gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Libellen

Gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Libellen

Groene glazenmaker

Aeshna viridis

Libellen

Noordse winterjuffer

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Libellen

Oostelijke witsnuitlibel

Sympecma annulata ssp. braueri Leucorrhinia albifrons

Libellen

Rivierrombout

Gomphus flavipes ssp. flavipes

Libellen

sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Nachtvlinders

Teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Reptielen

Gladde slang

Bern II

HR IV Reptielen

Muurhagedis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Reptielen

Zandhagedis

Coronella austriaca ssp. austriaca Podarcis muralis ssp. brongniardii Lacerta agilis ssp. agilis

Vissen

Steur

Acipenser sturio

Zoogdieren

Hamster

Cricetus cricetus ssp. canescens

Zoogdieren

Otter

Lutra lutra ssp. lutra

Vleermuizen

Baardvleermuis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Bechsteins vleermuis

Myotis mystacinus ssp. mystacinus Myotis bechsteini

Vleermuizen

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri ssp. leisleri

Vleermuizen

Brandts vleermuis

Myotis brandti ssp. brandti

Vleermuizen

Franjestaart

Myotis nattereri

Vleermuizen

Gewone grootoorvleermuis

Plecotus auritus ssp. auritus

Vleermuizen

Grijze grootoorvleermuis

Bern II

HR IV Vleermuizen

Ingekorven vleermuis

Bern II Bern II

HR IV Vleermuizen HR IV Vleermuizen

Kleine dwergvleermuis

Plecotus austriacus ssp. austriacus Myotis emarginatus ssp. emarginatus Pipistrellus pygmaeus

Bern II

HR IV Vleermuizen

Laatvlieger

Bern II

HR IV Vleermuizen

Meervleermuis

Kleine hoefijzerneus

40

Graphoderus bilineatus

Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus Myotis dasycneme

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

Bern I

Bern II Bern II

Bon I

HR IV

categorie

soort

HR IV

Vleermuizen

Kleine hoefijzerneus

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Laatvlieger

Rhinolophus hipposideros ssp. hipposideros Eptesicus serotinus ssp. serotinus

Vleermuizen

Meervleermuis

Myotis dasycneme

Vleermuizen

Mopsvleermuis

Barbastella barbastellus

Vleermuizen

Noordse vleermuis

Eptesicus nilssoni ssp. nilssoni

Vleermuizen

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula ssp. noctula

Vleermuizen

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Vleermuizen

Tweekleurige vleermuis

Vespertilio murinus ssp. murinus

Vleermuizen

Vale vleermuis

Myotis myotis ssp. myotis

Vleermuizen

Watervleermuis

Bern II

HR IV

Vleermuizen

Bruinvis

Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II Bern II

HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV HR IV

Vleermuizen

Dwergpotvis

Myotis daubentoni ssp. daubentoni Phocoena phocoena ssp. phocoena Kogia breviceps

Zeezoogdieren

Gestreepte dolfijn

Stenella coeruleoalba

Zeezoogdieren

Gewone dolfijn

Delphinus delphis

Zeezoogdieren

Gewone spitsdolfijn

Mesoplodon bidens

Zeezoogdieren

Grijze dolfijn

Grampus griseus

Zeezoogdieren

Kleine zwaardwalvis

Pseudorca crassidens

Zeezoogdieren

Narwal

Monodon monoceros

Zeezoogdieren

Orca

Orcinus orca

Zeezoogdieren

Tuimelaar

Tursiops truncatus ssp. truncatus

Zeezoogdieren

Witflankdolfijn

Lagenorhynchus acutus

Zeezoogdieren

Witsnuitdolfijn

Lagenorhynchus albirostris

41

soort

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

BIJLAGE 4 - NATIONAAL BESCHERMDE SOORTEN (‘ANDERE SOORTEN’) Onder dit beschermingsregime vallen de nationaal beschermde soorten als bedoeld in bijlage A en B van Wnb artikel 3.10 (respectievelijk) lid 1a en 1c. Internationaal staan deze vermeldt in bijlage 3 van de Conventie van Bern en bijlage 2 en 5 van de Habitatrichtlijn. soortgroep

soort

soort

bescherming

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Dagvlinders Kevers Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Libellen Kreeftachtigen Reptielen Reptielen Reptielen Reptielen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen Vissen ZoogdierenZoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Alpenwatersalamander Vinpootsalamander Vuursalamander Aardbeivlinder Bosparelmoervlinder Bruin dikkopje Bruine eikenpage Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Sleedoornpage Spiegeldikkopje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Vliegend hert Beekrombout Bosbeekjuffer Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel Gewone bronlibel Hoogveenglanslibel Kempense heidelibel speerwaterjuffer Europese rivierkreeft Adder Hazelworm Levendbarende hagedis Ringslang Beekdonderpad Beekprik Elrits Gestippelde alver Grote modderkruiper Kwabaal Boommarter Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis

Mesotriton alpestris Lissotriton helveticus Salamandra Pyrgus malvae Melitaea athalia Erynnis tages Satyrium ilicis Argynnis niobe Maculinea alcon Argynnis aglaja Nymphalis polychloros Apatura iris) Satyrium w-album Hipparchia statilinus Limenitis camilla Hesperia comma Thecla betulae Heteropterus morpheus Plebejus optilete Boloria aquilonaris Coenonympha tullia Melitaea cinxia Boloria selene Lucanus cervus Gomphus vulgatissimus Calopteryx virgo Coenagrion armatum Somatochlora flavomaculata Cordulegaster boltonii Somatochlora arctica Sympetrum depressiusculum Coenagrion hastulatum Astacus astacus Vipera berus ssp. berus Anguis fragilis Zootoca vivipara Natrix Cottus rhenanus Lampetra planeri Phoxinus phoxinus Alburnoides bipunctatus Misgurnus fossilis Lota Martes martes Mustela putorius Dama dama Meles meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis

Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A)

42

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Sporenplanten Sporenplanten Sporenplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Hermelijn Molmuis Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn Eikelmuis Grote bosmuis Hermelijn Molmuis Steenmarter Veldspitsmuis Wezel Waterspitsmuis Gewone zeehond Grijze zeehond Blaasvaren Groensteel Schubvaren Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge Groene nachtorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Zaadplanten

Mustela erminea Arvicola scherman Mustela putorius Dama Meles Cervus elaphus Sciurus vulgaris Eliomys quercinus Apodemus flavicollis Mustela erminea Arvicola scherman Martes foina Crocidura leucodon Mustela nivalis Neomys fodiens Phoca vitulina Halichoerus grypus Cystopteris fragilis Asplenium viride Ceterach officinarum Ranunculus arvensis Torilis arvensis Odontites vernus subsp. vernus Euphrasia rostkoviana Teucrium montanum Platanthera montana Anagallis arvensis subsp. foemina Himantoglossum hircinum Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus Bromopsis ramosa subsp. benekenii Chenopodium bonus-henricus Euphorbia platyphyllos Eriophorum latifolium Epipactis atrorubens

Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage A) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Goodyera repens Bromus secalinus Teucrium chamaedrys subsp. germanicum Gentianella ciliata Epipactis muelleri

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Alchemilla subcrenata

Andere soorten (bijlage B)

Valerianella dentata Tuberaria guttata Hypochaeris glabra Carex laevigata Coeloglossum viride Legousia speculum-veneris Fragaria moschata Aphanes arvensis Herminium monorchis Ranunculus polyanthemos subsp. polyanthemoides Centaurea calcitrapa Dianthus carthusianorum Selinum carvifolia Veronica verna Scorzonera humilis Euphorbia exigua

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

43

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten Zaadplanten

Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs Moerasgamander Muurbloem Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor Wilde weit Wolfskers Zandwolfsmelk Zinkviooltje

Campanula glomerata Lathyrus linifolius Filipendula vulgaris Arnoseris minima Carum verticillatum Thymus praecox Drosera longifolia Veronica prostrata Teucrium scordium Erysimum cheiri Lathyrus aphaca Scandix pecten-veneris Arabis hirsuta subsp. sagittata Lilium bulbiferum subsp. croceum Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospermum arvense Asperugo procumbens Carex lepidocarpa Galeopsis angustifolia Hieracium lactucella Rubus saxatilis Euphorbia stricta Monotropa hypopitys Carduus tenuiflorus Minuartia hybrida Teucrium botrys Scheuchzeria palustris Ophrys insectifera Veronica praecox Artemisia campestris subsp. campestris Consolida regalis Melampyrum arvense Atropa bella-donna Euphorbia seguieriana Viola lutea subsp. calaminaria

44

Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B) Andere soorten (bijlage B)

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

BIJLAGE 5 - SOORTEN MET EEN VRIJSTELLING Uitgezonderd: Geen vrijstelling Vrijstelling voor ingrepen aan bebouwing en erven.

1 2 3 4 5

Tijdelijke vrijstelling van juli t/m september Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus tot 15 oktober Tijdelijke vrijstelling periode maart en april en periode juli t/m september

zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn

4

Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis

1

Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter

5

Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis

1

Vos Wezel Woelrat Amfibieën en reptielen Bruine kikker Gewone pad Hazelworm

2

Kleine watersalamander Levendbarende hagedis

3

Meerkikker Bastaardkikker

45

ANWvB RN art 3.31

Zuid-Holland

Zeeland

Utrecht

Overijssel

Noord-Holland

Noord- Brabant

Limburg

Groningen

Gelderland

Friesland

Flevoland

Drente

Tijdelijke vrijstelling van 15 augustus t/m februari

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

BIJLAGE 6 - WERKEN MET GEDRAGSCODE Met het oog op mogelijke verblijf/nestelplekken van kleine zoogdieren, vogels en amfibieën kan gewerkt te worden met een door het Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode om overtredingen te voorkomen. Aanbevolen wordt om te werken naar de ‘Gedragscode soortbescherming gemeenten voor Ruimtelijke ontwikkeling of inrichting en Bestendig beheer of onderhoud (versie 4-12-2020)’ Deze gedragscode is tot 2023 geldig en opgesteld en uitgegeven door de Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland met medewerking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. De inzet van de gedragscode met betrekking tot de soorten waarvoor deze dient te worden toegepast is beperking van schade bij handelingen in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling. Voor de betrokken soorten mogen de verboden beperkt worden overtreden. De gedragscode kan bij ruimtelijke ontwikkeling toegepast worden op soorten die beschermd zijn middels paragraaf 3.1 (vogelrichtlijn) en 3.2 (‘andere soorten’) van de Wet natuurbescherming. Soorten en verblijfplekken die onder de strikte bescherming vallen zijn uitgesloten van werken met gedragscode. Door de gedragscode worden de verblijfplekken de verblijfplekken in verschillende categorieën verdeeld. B.v. verblijfplekken van watersalamanders worden tot de categorie 4 (van “leefgebied jaarrond in gebruik”.

Bunzing en wezel kunnen voorplantingsplekken en rustplekken binnen een plangebied onderhouden. Deze worden door de genoemde gedragscode gecategoriseerd als verblijfplekken van de categorie 3 (tijdelijke rust- of voortplantingsplek). De gedragscode dient volgens het volgende protocol uitgevoerd te worden. •

• •

•

• •

soort

Het opstellen van een werkprotocol voor het uitvoeren van de werkzaamheden die tot overtreding van de Wet natuurbescherming kunnen leiden. Het aantrekken van en ecologische deskundige om toe te zien op een correcte uitvoering van de werkzaamheden en om eventueel ecologisch advies te geven. Opruimwerkzaamheden dienen bij voorkeur handmatig te gebeuren. Bij het aantreffen van amfibieën en andere trage dieren dienen deze verzameld te worden en zo snel mogelijk op en geschikte plek uitgezet te worden. B.v in het geval van amfibieën binnen dekking gevende vegetatie langs de oevers van waters. Voor marterachtigen en andere snelle kleine zoogdieren dienen veilige vluchtwegen geboden te worden. De werkrichting dient dusdanig gekozen te worden dat vluchtende dieren niet gehinderd worden in het kiezen van de juiste vluchtrichting. Voor vluchtende dienen direct op hun vluchtweg buiten het plangebied schuilmogelijkheden aanwezig te zijn. B.v houtrillen voor marterachtigen. Verstorende werkzaamheden dienen te geschieden buiten de kwetsbare perioden voor de betreffende soorten. Bijvoorbeeld voor watersalamanders is dat de winterrustperiode die gesteld kan worden tussen 1 oktober en 1 april. Na 1 april zijn de meeste watersalamanders naar het water vertrokken.

Voor de marterachtigen is de kwetsbare periode de voortplantingsperiode die gesteld wordt tussen 1 maart en 1 augustus (zie onderstaand overzicht). Jan

Feb

Mrt

April

Mei

Juni

Juli

Aug

Sept

Okt

Nov

Dec.

Watersalamanders Kleine marterachtigen De rode vlakken geven de kwetsbare perioden aan. Bij het verlaten van winterverblijfplekken van amfibieën speelt het weer ook een grote rol: in een warm voorjaar zullen deze eerder vertrokken zijn dan bij een koud voorjaar.

•

Voor verlies van leefgebied en verblijfsmogelijkheden dient compensatie geboden te worden door het aanbieden van alternatieve verblijfsmogelijkheden. B.v. door het aanleggen van steen- en houtstapelingen, oprichten van marterruiters en aanbrengen houtrillen

46

Ecologische quickscan – Herontwikkeling Beliënberkdijk 42 te Someren

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14966269/1