Toelichting - bijlage 5 Onderbouwing Sluisstraat 63b Someren-Eind incl. bijlagen
Tekst van het document
Gemeentelijk beleid
De gemeente Someren heeft een eigen gemeentelijk archeologiebeleid geformuleerd in de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’. In deze nota zijn enerzijds de gemeentelijke ambities en opgaven op het gebied van de economische ontwikkeling, ruimtelijke inrichting, infrastructuur en dergelijke, en anderzijds het behoud en beheer van het gemeentelijk bodemarchief toegelicht en uitgewerkt. Onderdeel van de ‘Nota Archeologiebeleid gemeente Someren’ is de ‘Archeologiekaart van Someren’. Hierna is een uitsnede van de beleidskaart weergegeven waarop de planlocatie is aangeduid.
Planlocatie
Figuur 17: Uitsnede Archeologiekaart van Someren waarop de omgeving van de planlocatie is aangeduid
4.4.2 Toets De planlocatie is op de archeologiekaart van de gemeente Someren aangeduid met ‘categorie 5’. Dit betreft gebieden met een middelhoge archeologische verwachting. De vrijstellingsdrempel is bij de categorie middelhoge verwachting een bodemingreep met een oppervlakte van 2.500 m² en/of een diepte van 0,4 m. Deze afwijking ziet niet toe op een verstoring van de bodem boven deze drempelwaarde. Deze afwijking leidt niet tot aantasting van archeologische waarden. Archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk. De vigerende dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ wordt overgenomen in het bestemmingsplan waarin deze ontwikkeling is opgenomen.
Crijns Rentmeesters bv
31
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
4.5
Natuur
4.5.1 Beleidskader 4.5.1.1
Gebiedsbescherming
De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura-2000 gebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden. Ten aanzien van de gebiedsbescherming dienen plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. 4.5.1.2
Stikstofdepositie
Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient vastgesteld te zijn of een ontwikkeling leidt tot een effect op een Natura 2000-gebied. Voor stikstofdepositie zijn de Wet stikstofreductie en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van toepassing. Deze wet en dit besluit zijn van kracht sinds 1 juli 2021. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering regelt onder meer drie resultaatsverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura 2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. In dit besluit is een vrijstelling voor tijdelijke stikstofemissies tijdens de bouw, sloop en aanleg, de bouwfase. De stikstof dient slechts te worden bepaald voor de structurele stikstofemissies in de gebruiksfase van het bouwwerk of werk, zoals voor bewoning of verkeer dat over een weg rijdt, ofwel de gebruiksfase. Met Aerius Calculator kan de stikstofdepositie bij een ontwikkeling worden bepaald. 4.5.1.3
Soortenbescherming
Om de instandhouding van de wettelijke beschermde soorten te waarborgen, moeten negatieve effecten op die instandhouding voorkomen worden. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met beschermde dier- en plantensoorten ontstaan en dient vooraf een beoordeling plaats te vinden.
4.5.2 Toets 4.5.2.1
Gebiedsbescherming
Op een afstand van circa 3,6 kilometer ten oosten van de planlocatie is het Natura 2000-gebied ‘Groote Peel’ gelegen. Deze afwijking heeft geen gevolgen op het Natura-2000 gebied. Daarvoor is de afstand van de planlocatie tot een Natura-2000 gebied te groot en de ontwikkeling te kleinschalig. Deze ontwikkeling leidt niet tot een toename van verkeersstromen. 4.5.2.2
Stikstofdepositie
Deze ontwikkeling leidt niet tot een toename in verkeersbewegingen. Een bestaand bedrijfsterrein wordt heringericht. Hierbij wordt een loods voor opslag herbouwd en vergroot. De stikstofdepositie ten tijde van de bouw- en aanlegfase zijn vrijgesteld. Er is geen sprake van een toename van verkeer of gebruik. Deze ontwikkeling leidt derhalve niet tot een toename van stikstof.
Crijns Rentmeesters bv
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
4.5.2.3
Soortenbescherming
In de huidige situatie is de planlocatie geheel verhard en in gebruik voor de bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering is in de huidig situatie buiten het bestemmingsvlak gelegen. Het bestemmingsvlak wordt aangepast en alle verharding en opstallen die (dan nog) buiten het bestemmingsvlak gelegen zijn, worden gesaneerd. In samenhang met wijziging en vergroting van het bestemde bedrijfsvlak wordt een zeer forse landschappelijke inpassing gerealiseerd. Deze ontwikkeling heeft een positief effect op flora en fauna. Vanuit de algemene zorgplicht dient evenwel tijdens de werkzaamheden continu gelet te worden op aanwezigheid van al dan niet beschermde planten en dieren. Bij aantreffen van planten en dieren moet worden voorkomen dat deze worden verstoord.
4.6
Geluid
4.6.1 Beleidskader 4.6.1.1
Wegverkeerslawaai
De Wet geluidhinder biedt geluidsgevoelige bestemmingen bescherming tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai bij de aanleg/wijziging van wegen of bij de bouw van woningen in de buurt van wegen. De reikwijdte van de wet is beperkt tot een geluidszone langs wegen. 4.6.1.2
Industrielawaai
Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluidproducerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
4.6.2 Toets 4.6.2.1
Wegverkeerslawaai
Binnen de planlocatie wordt geen gevoelig object toegevoegd. Aan Sluisstraat 63c is een bedrijfswoning aanwezig. Deze woning blijft ongewijzigd behouden. 4.6.2.2
Industrielawaai
Binnen de planlocatie is een bedrijf aanwezig dat geen grote lawaaimaker betreft. Binnen de planlocatie is een bedrijf gevestigd dat is gespecialiseerd in het demonteren en afvoeren van tuinbouwkassen en bedrijfsruimten. De werkzaamheden die het bedrijf uitvoert, worden vooral op locatie waar deze bebouwing staat. De planlocatie is met name in gebruik voor opslag van materialen. Voor herinrichting van het terrein is geen akoestisch onderzoek industrielawaai noodzakelijk.
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
4.7
Geur
4.7.1 Beleidskader 4.7.1.1
Inleiding
Bij besluitvorming omtrent de bestemming van nieuwe voor geur gevoelige objecten dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: -
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object);
-
Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
4.7.1.2
Activiteitenbesluit
Per 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit in werking getreden. Veel veehouderijen vallen in hun geheel onder het Activiteitenbesluit. De Wet geurhinder en veehouderij en de Wet ammoniak en veehouderij zijn voor deze bedrijven niet van toepassing. De eisen uit de wetten zijn wel als voorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit. 4.7.1.3
Wet geurhinder en veehouderij
De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 ouE/m³ binnen de bebouwde kom en een norm van 14 ouE/m³ buiten de bebouwde kom. Het is middels een verordening mogelijk maatwerk per gebied, waarmee oplossingen worden gezocht voor de spanning tussen het voortbestaan/de ontwikkeling van veehouderijen en de ontwikkeling van dorpskernen of recreatie. De gemeente kan zo een balans vinden tussen de gewenste ruimte voor de veehouderijen enerzijds en de bescherming van gevoelige objecten anderzijds. Ten opzichte van dieren van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld (rundvee en paarden), dienen op grond van de wet vaste afstanden aangehouden te worden. De afstand tussen een geurgevoelig object en een dergelijke veehouderij dient, indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom gelegen is, minimaal 50 meter te bedragen en indien het binnen de bebouwde kom is gelegen minimaal 100 meter. 4.7.1.4
Gemeentelijk beleidskader
Onder de werkingssfeer van de Wet geurhinder en veehouderij heeft de gemeenteraad van Someren op 29 september 2010 een gemeentelijk geurbeleid vastgesteld: de geurgebiedsvisie en geurverordening. Met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat zijn in de geurgebiedsvisie de volgende normen voor de cumulatieve, als gevolg van stapeling van geuremissies van alle veehouderijen in het gebied, achtergrond geurbelasting opgenomen: −
een norm voor de achtergrondbelasting op de woonkernen van 10 ouE/m³;
−
een norm voor de achtergrondbelasting in het buitengebied van 20 ouE/m³;
−
in het (inmiddels voormalige) landbouwontwikkelingsgebied is de norm voor de achtergrondbelasting 32 ouE/m³.
Op 29 juni is bij raadsbesluit de achtergrond geurbelasting voor het gehele buitengebied verruimd naar 28 ouE/m³. Aangezien het landbouwontwikkelingsgebied door het intrekken van de reconstructieplannen is vervallen, is de waarde van 32 ouE/m³ niet meer van toepassing. De genoemde waarde van 28
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
ouE/m³ is bedoeld om burgerwoningen in het buitengebied te beschermen tegen een overmatige achtergrondgeurbelasting en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen. 4.7.1.5
Achtergrondbelasting
Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is een maat voor het leefklimaat. Er dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te zijn. 4.7.1.6
Voorgrondbelasting
Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtst bij het geurgevoelige object is gelegen. Normaal gespreken bepaalt de achtergrondbelasting het woon- en leefklimaat op een locatie. Dit is anders indien de voorgrondbelasting tenminste de helft van de achtergrondbelasting bepaald. Dan is de voorgrondbelasting maatgevend voor beoordeling van het woon- en leefklimaat.
4.7.2 Toets 4.7.2.1
Woon- en leefklimaat
Door de Omgevingsdienst Zuid Oost Brabant is een kaart opgenomen waarop de indicatieve achtergrondbelasting is weergegeven. Navolgende figuur is een uitsnede van deze kaart waarop de omgeving van de planlocatie op deze kaart is aangeduid.
Planlocatie
Figuur 18: Uitsnede kaart met indicatieve achtergrondbelasting voor de omgeving van de planlocatie
Binnen het plangebied is volgens de kaart sprake van een achtergrondbelasting van 0-3 oue/m³. Hiermee is er binnen het plangebied sprake van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Binnen de planlocatie wordt een voor geur gevoelige objecten toegevoegd. 4.7.2.2
Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven
In de omgeving van de planlocatie zijn geen veehouderijbedrijven gelegen. Deze herbestemming belemmert geen ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven.
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
4.8
Gezondheid
4.8.1 Beleidskader 4.8.1.1
Endotoxinen
De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. 4.8.1.2
Geitenhouderijen
Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. 4.8.1.3
Gewasbeschermingsmiddelen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.
4.8.2 Toets 4.8.2.1
Endotoxinen
De planlocatie is gelegen in de kom van Someren-Eind en direct aansluitend hieraan. Er is geen sprake van de aanwezigheid van veehouderijen in de omgeving van de planlocatie. Navolgend figuur geeft een uitsnede met de kaart waarop de endotoxinencontouren in de omgeving van Someren-Eind indicatief zijn aangeduid.
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
Planlocatie
Figuur 19: Kaart met indicatieve endotoxinen contouren in de omgeving van de planlocatie
Deze ontwikkeling is in het kader van endotoxinencontouren geen bezwaar. 4.8.2.2
Geitenhouderijen
Binnen een afstand van twee kilometer tot de planlocatie is de geitenhouderij aan Nieuwendijk 14 gelegen. Binnen de planlocatie wordt echter geen gevoelige functie toegevoegd. Binnen de planlocatie is een bedrijfswoning gelegen aan Sluisstraat 63b. Deze woning blijft ongewijzigd behouden. Deze ontwikkeling is in het kader van ligging ten opzichte van geitenbedrijven geen bezwaar. 4.8.2.3
Gewasbeschermingsmiddelen
De planlocatie is in gebruik als bedrijventerrein. Er vindt een herindeling van dit terrein plaats, waarbij tevens een fors landschappelijk inpassing wordt gerealiseerd. De binnen de planlocatie aanwezig agrarische bestemming wordt wegbestemd. Er is geen sprake van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen binnen de planlocatie. Er wordt ook geen gevoelige functie gerealiseerd. Het aspect gewasbeschermingsmiddelen is niet aan de orde bij deze ontwikkeling.
4.9
Luchtkwaliteit
4.9.1 Beleidskader 4.9.1.1
Inleiding
Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. 4.9.1.2
Uitstoot van schadelijke stoffen
De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. 4.9.1.3
Blootstelling aan verontreiniging
In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof:
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
-
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.
4.9.2 Toets 4.9.2.1
Uitstoot van gevaarlijke stoffen en blootstelling aan verontreiniging
De herindeling van het bedrijfsterrein binnen de planlocatie leidt niet tot een toename in verkeersbewegingen en hiermee een toename van uitstoot van gevaarlijke stoffen. Dit plan heeft geen effect voor de omgeving of voor gebruikers binnen de planlocatie in het kader van de uitstoot van gevaarlijke stoffen of de blootstelling aan verontreiniging. Er worden geen gevoelige functies toegevoegd. Er is overigens binnen de planlocatie sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van luchtkwaliteit. 4.9.2.2
Besluit gevoelige bestemmingen
De planlocatie betreft geen gevoelige bestemming in het kader van de luchtkwaliteit. Het besluit gevoelige bestemming is niet van toepassing deze afwijking.
4.10
Bedrijven en milieuzonering
4.10.1 Beleidskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking Bedrijven en Milieuzonering. Deze lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In deze lijst worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’.
4.10.2 Toets 4.10.2.1 Gebiedstypering De planlocatie is gelegen tussen de kom van Someren-Eind en de drukke weg Kanaaldijk-Zuid. Het betreft een lint waar naast woningbouw ook diverse bedrijfsbestemmingen gelegen zijn. De locatie wordt
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
gekenschetst als gelegen binnen een gemengd gebied in het kader van bedrijven en milieuzonering. Wanneer echter van een rustig buitengebied wordt uitgegaan dient een maximale afstand van 30 meter te worden gehanteerd. In een gemengd gebied kan dit worden teruggebracht naar 10 meter. 4.10.2.2 Bedrijfsbestemming binnen de planlocatie Als gevolg van voorliggend initiatief verandert de vorm van het bedrijfsperceel, waarbij het terrein ten opzichte van de feitelijke situatie wordt verkleind. De bedrijfsactiviteiten echter wel dichter tegen de woningen aan te liggen ter hoogte van de Sluisstraat 65 en Sluisstraat 67. De bedrijfsactiviteiten op het perceel betreffen het demonteren en afvoeren van tuinbouwkassen en bedrijfsruimtes. Dit is een activiteit die door de handreiking van de VNG wordt getypeerd als een milieucategorie 2 activiteit. De richtafstand tot gevoelige functies is minimaal 30 meter. De afstand van de nieuwe bedrijfsperceelgrens tot aan de achtergevels van de genoemde woningen bedraagt circa 35 meter. Bij realisatie van dit plan wordt de norm van de richtlijnafstand niet overschreden. Bovendien betreft het feitelijk vooral de opslag van materialen welke dichter tegen de woningen aan worden gesitueerd. De normen die gelden voor bedrijven- en milieuzonering vormen geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Beleidskader 4.11.1.1 Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: −
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi);
−
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations;
−
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations;
−
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb);
−
Structuurvisie buisleidingen;
−
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet;
−
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).
De aanwezige risico’s zijn afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). 4.11.1.2 Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.
Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten;
2.
Groepsrisico (GR):
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. 4.11.1.3 Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico’s binnen het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. 4.11.1.4 Gemeentelijke beleidskader De gemeente Someren heeft de Visie Externe Veiligheid gemeente Someren 2013 vastgesteld. Navolgende figuur geeft een uitsnede uit de kaart waarop de gebiedstypering in het kader externe veiligheid is aangeduid voor de omgeving van de planlocatie.
Omgeving planlocatie
Figuur 20: Uitsnede kaart beleidsvisie externe veiligheid waarop de planlocatie is aangeduid als gelegen in een gemengd gebied'
Navolgende tabel geeft een uitsnede uit de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Someren waarin is aangeduid wat het beoordelingskader in de gebiedstypen is.
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
Tabel 2: Tabel met beoordelingskader externe veiligheid in de diverse gebiedstypen van de gemeente Someren
4.11.1.5 Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘ (art. 3.1 Wro) onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
4.11.2 Toets 4.11.2.1 Risicovolle inrichtingen Het bedrijf van de initiatiefnemer betreft geen inrichting waar activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Deze afwijking heeft geen toename van gevaar tot gevolg. Er wordt ook geen gevoelig object toegevoegd. Hiermee is geen sprake van gevaar vanaf inrichtingen. 4.11.2.2 Transport van gevaarlijke stoffen Ten oosten van de Zuid-Willemsvaart is de buisleiding met nummer Z-540-01 gelegen. Deze buisleiding kent een 1% letaliteitszone van ongeveer 73 meter. Deze zone ligt gedeeltelijk over het plangebied. Dit gebied waar de 1% legaliteitszone overheen ligt wordt echter bestemd ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het bedrijf. Binnen dit deel van het plangebied zullen geen mensen verblijven gedurende langere aaneengesloten periodes. De nieuw te realiseren loods wordt geheel buiten deze letaliteitszone gerealiseerd. Het realiseren van bedrijfsbebouwing is niet mogelijk binnen de aanduiding voor landschappelijke inpassing. 4.11.2.3 Groepsrisico De beoogde afwijking wordt niet belemmerd door externe veiligheidsaspecten. De beoogde ontwikkeling heeft geen effect op personen die binnen de planlocatie verblijven. Binnen het plangebied is een bedrijfswoning met bedrijf aanwezig. De nieuw te realiseren loods dient ten behoeve van opslag. Er zullen gedurende de dag slechts beperkt mensen aanwezig zijn.
De bedrijfsbestemming wordt gebruik voor opslag van materialen voor de glastuinbouw. Wanneer deze materialen worden gebruikt, worden deze op de locatie waar de glastuinbouw wordt geëxploiteerd ge(de)monteerd.. Er zijn na deze herbestemming niet meer personen binnen de planlocatie aanwezig. Er is geen toename van het groepsrisico.
4.12
M.e.r-beoordeling
4.12.1 Beleidskader 4.12.1.1 Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te be-
Crijns Rentmeesters bv
41
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
palen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden. 4.12.1.2 Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². 4.12.1.3 Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden.
4.12.2 Toets 4.12.2.1 Drempelwaarden Per saldo wordt 4.480 m² agrarisch bestemde grond herbestemd naar de bestemming ‘Bedrijf’. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.3 (oppervlakte 75 hectare of meer). Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. 4.12.2.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Uit deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en geen aantasting van milieu en omgeving met zich meebrengt, waardoor geen MER dient te worden opgesteld. De Raad van State heeft bovendien geoordeeld dat een zeer kleinschalige ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft waarmee geen mer-aanmeldnotitie noodzakelijk is.
Crijns Rentmeesters bv
42
Ruimtelijke onderbouwing ‘Sluisstraat 63b-c Someren-Eind’
5 UITVOERBAARHEID 5.1
Economische uitvoerbaarheid
De herindeling van de bedrijfsbestemming binnen de planlocatie betreft een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan. De kosten voor die voor deze ontwikkeling door de gemeente worden gemaakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Bij kleinschalige ontwikkelingen wordt veelal geen exploitatieplan vastgesteld, maar wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Hierin worden afspraken vastgelegd over de procedure, kosten, planschadeverhaal en aan te leveren stukken. Ook in deze procedure sluit de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst met de gemeente Someren. Op deze wijze is de financiële haalbaarheid van het plan gegarandeerd.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Deze ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van een gemeentelijk veegplan en wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van reacties op de aanvraag kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden de ruimtelijke onderbouwing op een aantal punten te wijzigen of de vergunning niet te verlenen.
Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren augustus 2020
versie: ontwikkeling / bestemmingsplan: oppervlakte plangebied: Bestemmingswaarde Agrarische bestemmingen Agrarisch bedrijf Agrarisch bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Agrarische grond - Landbouw gronden Agrarische grond - Teeltondersteunende voorzieningen Agrarische grond - Zonneweide Bedrijfsbestemmingen, niet-agrarisch Bedrijf, cat 1-2, max 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 1-2, meer dan 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, max 1.500 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, meer dan 1.500 m2 bedrijfsgebouw Agrarisch verwant / agrarisch technisch hulpbedrijf Bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Maatschappelijk - met bouwvlak Maatschappelijk - zonder bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, met bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, zonder bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, met bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, zonder bouwvlak Horeca Sport, met bouwvlak Sport, zonder bouwvlak Gemengd Windmolen(s)
#1
#2
#2
Algemene bestemmingen Bos Landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing (aangeduid binnen 'Wonen') Natuur Water Groen Verkeer Wonen Wonen tot 1.000 m2 Wonen groter dan 1.000 m2 maar kleiner dan 2.500 m2 Wonen groter dan 2.500 m2 Tuin (aansluitend aan woonperceel > 2.500 m2
Uitbreiding bedrijfsbestemming Sluisstraat 63b-c Someren-Eind m2
10913
#2
bedrag / m2 (in €)
voor ontwikkeling oppervlakte waarde
na ontwikkeling oppervlak waarde
€ € € €
20,00 75,00 8,50 12,00 maatwerk
€ € 5705 € €
48.492,50 -
€ € € €
€ € € € € € € € € € € € € € €
75,00 90,00 110,00 125,00 90,00 75,00 125,00 40,00 75,00 40,00 40,00 15,00 75,00 90,00 15,00 maatwerk maatwerk
€ 2833 € € € € 1000 € € € € € € € € € €
254.970,00 75.000,00 -
€ 7582 € € € € 1000 € € € € € € € € € €
682.380,00 75.000,00 -
€ € € € € € €
1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 12,50
€ € € € € € €
€ € € € € 2331 € €
2.331,00 -
€ € € €
225,00 60,00 50,00 10,00
1000 € 375 € € €
225.000,00 22.500,00 -
€ € € €
voor ontwikkeling €
625.962,50
na ontwikkeling € € €
Bestemmingswaarde Bestemmingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap
20%
Check oppervlakte plangebied
voor ontwikkeling
Bebouwingswinst
bedrag / eenh. (in €)
Waardestijging als geen gebruik wordt gemaakt van de Somerense sloop-bonus regeling(en) Extra m3 inhoud (bedrijfs-)woning, groter dan 750 m3 Extra m2 bijgebouwen bij een (bedrijfs-)woning, groter dan 100 m2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 1-2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 3 of hoger Extra m2 bedrijfsgebouw bij andere bestemming dan 'Bedrijf' of 'Agrarisch bedrijf'
-
10913
na ontwikkeling
voor ontwikkeling m2 / m3 waarde
250,00 150,00 150,00 200,00
€ € € €
-
#1 #2
759.711,00 133.748,50 26.749,70 voldoet
€ € € €
-
€
150,00
€
-
€
-
voor ontwikkeling €
-
na ontwikkeling € € €
-
-
50%
Bestemmingswinst + Bebouwingswinst Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap Drempelwaarde
-
na ontwikkeling m2 / m3 waarde
€ € € €
Bebouwingswaarde Bebouwingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap
10913
-
€ € €
1.000,00
Blijft de verplichting onder de drempelwaarde? Nee. Ga naar werkblad 'Landschappelijke Kwaliteit'
De begripsomschrijvingen en bestemmingsomschrijvingen uit het bestemmingsplan van de gemeente Someren zijn bepalend voor de indeling Aan een (agrarische) bedrijfswoning wordt 1.000 m2 van het bouwvlak toegerekend
-
133.748,50 26.749,70
Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren Te leveren Kwaliteitsverbetering van het landschap
€
26.749,70 subtotaal
Landschappelijke verbetering
€ / eenh
Aanleg nieuwe natuur (met bestemming 'Natuur') Realisatie van Ecologische verbindingszone (met aanduiding 'evz') Aanleg van nieuwe bosgebieden (met bestemming 'Bos') Aanleg van Landschapselementen (met bestemming 'Groen') Aanleg van Landschapselementen (met een planologische aanduiding) Aanleg van erfbeplanting (zonder planologische aanduiding) Onderhoudskosten Van bestaande groene en planologische beschermde elementen Van nieuwe groene en planologische beschermde elementen
€ € € € € €
10 10
3,65 3,65 2,95 2,95 1,95 1,00
€ / eenh / jr
(max … jaar) #7 #7
€ €
Sloop
Cultuurhistorie Extra bouwkosten Cultuurhistorisch waardevollen bebouwing i.v.m. restauratie
€ € € € € €
oppervlakte
15,00 17,50 22,50 25,00 7,00 2,50
Meerkosten terreininrichting van Cultuurhistorisch waardevol ensemble of omgeving
#4
o.b.v. begroting deskundige
Overige investeringen in Cultuurhistorische waarden
#5
max 50% kosten € / eenh.
#5
€ 1,75 € 4,25 max 50% kosten
€
-
€
6.182,50
€
-
€
-
6.182,50
aantal € €
4.545,45
kosten
€ € € € € 2473 €
o.b.v. bouwkostenbegroting
Aanleg van recreatieve fiets- en wandelroutes (per m1) Aanleg van opengestelde recreatieve wateren (per m2) Aanleg van overige recreatieve voorzieningen
kosten
oppervlakte
€
4.545,45 -
€ 2944 €
#3
Recreatie en toerisme
kosten
€ € € € 2331 € €
€ / eenh
slopen overtollige (bedrijfs)gebouwen (bedrijfs)gebouwen (bedrijfs)gebouwen, incl mestkelders (bedrijfs)gebouwen, incl asbest daken (bedrijfs)gebouwen, incl asbest daken en mestkelders slopen kassen saneren verhardingen, sleufsilo's, voerplaten
oppervlakte
-
Totale investering in kwaliteitsverbetering van het landschap:
€
10.727,95
Nog openstaande kwalitatieve verplichting voor deze ontwikkeling
€
16.021,75 voldoet niet!!!
€
16.021,75
€
26.749,70 voldoet
BiO-fonds Storting in gemeentelijke BiO-fonds, na goedkeuring door de gemeente Investering in kwaliteitsverbetering: zelfrealisatie in plan + storting BiO-fonds Voldoet de totale investering in kwaliteitsveretering van het landschap? #3
#6
€
16.021,75
Op basis van een bouwkostenbegroting door een deskundige wordt bepaald wat de extra investering in bouwactiviteiten is a.g.v. het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. Op basis van een begroting van een deskundige wordt bepaald wat de extra investeringen van de (terrein)inrichting zijn a.g.v. het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden. #5 Op grond van een prijsopgave van een uitvoerder én een schriftelijke opdrachtbevestiging van de initiatiefnemer mag tot maximaal 50% van de verbeteringskosten worden opgevoerd als kwaliteitsverbetering. #6 Goedkeuring op grond van een concreet collegebesluit. #7 De gemeente Someren ziet onderhoudskosten voor groenelementen vooralsnog niet als investering in kwaliteitsverbetering van het landschap #4
Landschappelijk inpassingsplan bij ruimtelijke onderbouwing Sluisstraat 63-c Someren-Eind Legenda Plangebied !
! ! !
!
!
Plangebied
Plantvakken Vak 1
oppervlakte 185 m² V
V
V
V!
Vak 3 V!
V!
V!
V!
!
V
Vak 4
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
!
! ! V ! V ! V ! V
V
Lengte 45 meter Breedte 27 meter
! !
V V
!
B
!
!
!V
!
! V
! ! !
! V
! V
! V
!
! V
V
! V
!
Lengte 130 meter Breedte 3,00 meter
!V
V
!V
!
!V
V
! ! !
(bw)
!
V
! !
!V
V V
!V
!
!V
V V
!
V
V
!
!V
vak 5 V
!
!V
V V
V
!V
V V
V
! V !V
V
! V
!
!
V
!
Alle beplanting wordt nieuw aangelegd.
vak 4 Lengte 40 meter Breedte 1,20 meter
vak 3
!
Vak 5
V
!
!
V
V
!V
V! V ! V ! V ! V! vak 2
V
!V
V
V
!V
V!
V
V!
V
V!
Vak 2
V
V!
V
V!
Lengte 80 meter Breedte 4 meter V
V!
V
vak 1
V!
V
! V
V
! V
V
! V
!
!
!
!
! !
!
Esri Nederland, beeldmateriaal.nl 0
1
2
Klein bosje
Struikensingel
Houtsingel
3
4
Knip- en scheerhaag
5
Vrijuitgroeiende haag
Oppervlakte 185 m²
Driehoeksverband, aanplant 1,25 x 1,25 meter 118 stuks totaal. Boomvormers: Zomereik (Quercus robur) 11 stuks en Ruwe berk (Betula Menging: Eik (10%), Berk (10%), Vuilboom (20%), Lijsterbes pendula) 11 stuks, (20%), Gelderse roos (20%), Hulst (20%) Struikvormers: Vuilboom (Rhamnus frangula) 24 stuks, Lijsterbes (Sorbus aucuparia) 24 stuks, Gelderse roos (Viburnum opulus) 24 stuks, Hulst (Ilex aquifolium) 24 stuks
Breedte: 4,00 meter Lengte: 80,00 meter
Aantal rijen: 2 Driehoeksverband, aanplant 1,25 x 1,25 meter Menging: Gelderse roos, krentenboompje, gewone vlier, trosvlier, sleedoorn, liguster Breedte: 27,00 meter Aantal rijen: 18 Driehoeksverband, aanplant 1,5 x 1,5 meter Lengte: 45,00 meter Menging: Beuk (5%), Linde (5%), Tamme kastanje (5%), Gelderse roos (17%), krentenboompje (17%), gewone vlier(17%), trosvlier (17%), sleedoorn (17%)
Breedte: 1,20 meter Dubbele rij, 4 stuks per strekkende meter Lengte: 40,00 meter Breedte: 3,00 meter Driehoeksverband, drie rijen, onderlinge afstand 1 meter . Lengte: 130,00 meter Gelijke menging (191 stuks Veldesdoorn, 191 stuks Koernoelje)
Bomen: 12-14 met draadkluit Struikvormers: 60-80 Wortelgoed
Struikvormers: 96 stuks
305 stuks
Gelderse roos (Vibuernum opulus) 35 stuks, krentenboompje (Amelanchier lamarckii) 34 stuks, gewone vlier (Sambucus nigra) 34 stuks, trosvlier (Plumosa aurea) sleedoorn (Prunus spinosa) 34 stuks, liguster (Ligustrum vulgare)
60-80 Wortelgoed
Boomvormers: Beuk (Fagus sylvatica) 27 stuks, Linde (Tila vulgaris) 27 stuks en Tamme kastanje (Castanea sativa) 27 stuks, Struikvormers: Gelderse roos (Vibuernum opulus) 92 stuks, krentenboompje (Amelanchier lamarckii) 912 stuks, gewone vlier (Sambucus nigra) 92 stuks, trosvlier (Plumosa aurea) sleedoorn (Prunus spinosa) 91 stuks
Bomen: 12-14 met draadkluit Struikvormers: 60-80 Wortelgoed
Bomen: 81 stuks
60-80 wortelgoed
160 stuks
60-80 wortelgoed
382 stuks
Beuk (Fagus sylvatica) Veldesdoorn (Acer Campestre), Koernoelje (Cornus mas)
20
40
80 Meters
Bomen: 22 stuks
Struikvormers: 459 stuks
Datum Schaal Formaat
: 14 januari 2022 : 1:1.000 : A3 Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 - 471777 I: www.crijns-rentmeesters.nl
Verbeelding bij ruimtelijke onderbouwing Sluisstraat 63b-c Someren-Eind Legenda Plangebied !
! ! !
!
!
Plangebied
Bestemmingen B
Bedrijf
WR-A5 Waarde - Archeologie 5
Aanduidingen (bw)
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
(sg-li)
bedrijfswoning specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Bouwvlak
40% 6
(sg-li)
maximum bebouwingspercentage maximum goothoogte, maximum bouwhoogte
11
40%
B 5
WR-A5
8
(sg-li)
V
V
V
V V
V
V
(bw)
V
V
V
V
6 11
V V 0
Datum Schaal Formaat
Het Kadaster
20
40
80 Meters
: 14 januari 2022 : 1:1.000 : A4
Witvrouwenbergweg 12 5711 CN Someren T: 0493 - 471777 I: www.crijns-rentmeesters.nl
V
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740
Sluisstraat 65, Someren-Eind
Datum
: 7 maart 2019
Rapportnummer
: 219-SSL65-vo-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Project
: Sluisstraat 65, Someren-Eind
Projectnummer : 219-SSL65-vo-v1 Opdrachtgever
: Handelsonderneming Geraerts
Datum rapport
: 7 maart 2019
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat Geldig tot
: BRL SIKB 2000 : 2001, 2002, 2018 : EC-SIKB-02236 : 22 november 2020
Veldwerk uitgevoerd door erkend en ervaren veldwerker Projectleider
: W.A. van Aerle : W.A. van Aerle
Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:
Collegiale toets:
W.A. van Aerle
A. van der Vleuten
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Samenvatting In verband met de verkoop van een woonperceel aan de Sluisstraat 65 te Someren-Eind is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. Na uitvoering van het vooronderzoek kon de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 12 boringen verdeeld over de locatie geplaatst. Twee van de boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Hiervan zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd. Vervolgens zijn drie mengmonsters samengesteld, te weten twee van de bovengrond en één van de ondergrond. Een week eerder is een peilbuis geplaatst op het perceel, waaruit watermonsters werden genomen. De grondwaterspiegel werd op ca. 2,46 meter minus maaiveld aangetroffen. Na analyse van de grond- en grondwatermonsters bleek dat : ! de bovengrond verhoogd is t.o.v. de achtergrondwaarden (AW) voor cadmium, koper, zink en / of PAK; ! de ondergrond niet verhoogd is t.o.v. de AW van de onderzoeksparameters; ! het grondwater licht verontreinigd is met barium, cadmium, kobalt, koper en zink, alsmede matig verontreinigd is met nikkel.
De verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Formeel gezien is een nader onderzoek noodzakelijk naar de verspreiding van nikkel in het grondwater. Gezien de schaalgrootte van de problematiek zal dit geen nieuwe relevante informatie opleveren. Ons inziens is daarom een nader onderzoek niet noodzakelijk. De verhoging met PAK in een gedeelte van de bovengrond is mogelijk te relateren aan een enkel puindeeltje in de grondmonsters. Gezien het gehalte is geen nader onderzoek noodzakelijk.
Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie niet multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Someren. Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn tegen de voorgenomen verkoop van perceel met opstallen.
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
Samenvatting 1
Doelstelling verkennend onderzoek
1
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Hypothese
2 3 4 4 5 5 6
3 3.1 3.2 3.3
Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerk Laboratoriumonderzoek
7 7 8
4. 4.1 4.2 4.3
Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses
9 9 10
5. 5.1 5.2 5.3
Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater
12 14 14
6.
Conclusies en aanbevelingen
15
7.
Referenties
16
Bijlagen Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 4
: Situatie- en boorpunttekening : Bodemloket + gegevens gemeente Someren : Isohypsen : Analyserapport grond : Analyserapport grondwater : Toetsingsnormering grond en grondwater : Boorbeschrijving
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 4 februari 2019 is door Handelsonderneming Geraerts aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 aan de Sluisstraat 65 te Someren-Eind. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de voorgenomen verkoop van het perceel. In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter), de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter) en het grondwater zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de Aangepaste Voorlopige Praktijkrichtlijnen van het Ministerie van VROM. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing. Het veldwerk is uitgevoerd door een erkend en ervaren veldwerker (W.A. van Aerle).
Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.
1
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente. S www.bodemloket.nl; S gegevens van ABdK. In de volgende paragrafen wordt een samenvatting gegeven van het vooronderzoek. Door de gemeente Someren is aangegeven dat een aantal gegevens bekend zijn van het perceel en de omgeving. Deze zijn digitaal toegestuurd.
2
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sluisstraat 65 te Someren-Eind-Eind, op een perceel in het zuidoosten van de bebouwde kom van Someren-Eind (gemeente Someren). De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Someren, sectie T, perceelnummers 2064 en 2065. De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1a. De huidige bestemming is wonen en is in het verleden niet gewijzigd. De bestemming van de directe omgeving is bedrijf en wonen. Bodemonderzoeken: Van het perceel zijn geen bodemonderzoeken bekend. Van de locatie Sluisstraat 63bt 3 zijn een tweetal bodemonderzoeken bekend: # verkennend bodemonderzoek door Tukkers (nr. 520019, d.d. 14-2-1995); in de bovengrond is een lichte verhoging aangetroffen met PAK. In de ondergrond zijn geen verhogingen geconstateerd. In het grondwater was arseen licht verontreinigd aangetroffen; # verkennend bodemonderzoek door Het Milieuburo (nr. 97-692-39, d.d. 2-10-1997); in de bovengrond zijn lichte verhogingen aangetroffen met lood, zink en minerale olie. In de ondergrond zijn geen verhogingen geconstateerd. In het grondwater waren chroom en koper licht verontreinigd aangetroffen. Beide onderzoeken gaven geen aanleiding tot aanhouding van de bouwvergunning. Verder is van het perceel Sluisstraat 84 een verkennend bodemonderzoek bekend, uitgevoerd door DvL (nr. B-071066, d.d. 5-6-2007).
Hierin zijn in de grond geen verhogingen geconstateerd en in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetroffen met cadmium, chroom, koper en zink. Bodemloket: Volgens het bodemloket zijn de onderzoeken bekend, zoals hiervoor samengevat. Tanks: Op de locatie zijn geen gegevens bekend van tanks.
3
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
Milieuvergunningen: Van het perceel zijn geen milieuvergunningen bekend. Op de locatie Sluisstraat 63b is een kassenbouwbedrijf aanwezig, waarvoor meldingen Wet milieubeheer bekend zijn. Bodembedreigende activiteiten vinden hier niet plaats. Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over oude watergangen. De locatie is niet vermeld op de lijst van voormalige stortlocaties. De Sluisstraat staat niet bekend als zinkassenweg. Conclusie: vooronderzoek Van de onderzoekslocatie zijn geen directe aanwijzingen aangetroffen dat het perceel verontreinigd is.
2.2. Huidig gebruik De onderzoekslocatie is alleen verhard ter plaatse van de inrit en het achterterras van de woning op het perceel. De verharding bestaat uit klinkers. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ongeveer 2.610 m2. Obstakels of zichtbare verontreinigingen zijn niet geconstateerd. Kabels en leidingen zijn niet zichtbaar aanwezig op het terrein. Er zijn verder geen andere aanwijzingen gevonden, dat er calamiteiten op de onderzoekslocatie zijn geschied.
2.3. Toekomstig gebruik Het perceel met opstallen zal worden verkocht. Over toekomstige ontwikkelingen is nog niets bekend. Mogelijk zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. Bodembedreigende activiteiten op de locatie zijn niet waarschijnlijk.
4
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
2.4 Asbest in de bodem Op de onderzoekslocatie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707 ‘Asbest in de bodem’. Het onderzoeksgedeelte is hierbij rastermatig onderzocht op de aanwezigheid van asbestmateriaal. De maaiveldinspectie is niet volgens conform NEN 5707 uitgevoerd, omdat meer dan 50% van het oppervlak bedekt is. De maaiveldinspectie uitgevoerd met behulp van een hark voor het doorwoelen van de eerste centimeters van de bovenlaag. Uit het onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen asbestmaterialen op- of in de bodem zijn aangetroffen, zodat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is.
2.5. Bodemsamenstelling en geohydrologie De locatie is gelegen in het gebied van de Centrale Slenk. Deze Centrale Slenk wordt in het noordoosten begrensd door de Peelrandbreuk en in het zuidwesten door de Gilze-Rijenstoring. De deklaag van de bodem ter plaatse, behorende tot de Nuenen Groep, bevindt zich op ongeveer 28 meter boven NAP en loopt door tot 14 meter boven NAP. Deze deklaag bestaat uit middel fijn tot uiterst fijn zand, gemengd met of onderbroken door lagen (1 meter dikte) met klei of zandige klei. Deze laag is slecht waterdoorlatend. Na de deklaag begint het eerste watervoerende pakket, behorende tot de formaties van Sterksel, Veghel en Kedichem, doorlopend tot 103 meter beneden NAP waarna de eerste scheidende laag, behorende tot de Brunssum klei, begint. De grondwaterspiegel van het freatische grondwater bevindt zich op ca. 25,5 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is noordelijk. Deze gegevens zijn ontleend aan de door TNO samengestelde grondwaterkaart van Nederland (kaart 57 oost, kaartblad 57F). Op de tekening in bijlage 2 zijn de isohypsen van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven.
5
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
2.6. Hypothese Gezien de informatie die uit het historische onderzoek naar voren is gekomen kan gesteld worden dat geen verontreinigingen worden verwacht in de bodem, ondanks dat het gebied bekend is met diffuse zware metalen verontreinigingen. Derhalve wordt de hypothese "onverdachte locatie" gesteld, welke aan de hand van de analyseresultaten zal worden getoetst.
6
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
3. Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek 3.1. Onderzoeksstrategie De gekozen onderzoeksstrategie is conform de NEN 5740 voor onverdachte locaties. Hierbij worden de monsters genomen volgens een gelijkmatig over het terrein verdeeld patroon. De oppervlakte van het onderzoeksgedeelte bedraagt ca. 2.610 m2. Onderzoeksstrategie onverdachte locaties volgens NEN 5740 AANTAL BORINGEN tot 0,5 m
9
en tot 2 m
2
TE ONDERZOEKEN MENGMONSTERS
en peilbuis
grond
1
grondwater
0 - 0,5 m
0,5 - 2,0 m
2
1
1
De boorpunten zijn aangegeven op de tekening in bijlage 1a.
3.2. Veldwerk Op 15 februari 2019 zijn in totaliteit op de onderzoekslocatie 12 handboringen verricht van 0 tot 0.5 m - mv (bovengrond), welke gelijkmatig verdeeld zijn over de onderzoekslocatie. Twee van deze boringen zijn doorgezet tot 2 meter beneden maaiveld. Van alle separate boringen zijn vervolgens monsters genomen en deze monsters zijn in het laboratorium tot drie mengmonsters samengesteld: M1 : boring 1.1, 2.1, 6.1 0 - 0,5 m-mv boring 3.1 t/m 5.1 0,3 - 0,5 m-mv M2 : boring 7.1 t/m 12.1 0 - 0,5 m-mv M3 : boring 4.2 + 8.2 0,5 - 1,0 m-mv boring 4.3 + 8.3 1,0 - 1,5 m-mv boring 4.4 + 8.4 1,5 - 2,0 m-mv
7
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
Op 8 februari 2019 is reeds één boring verricht tot 1,5 meter beneden de grondwaterspiegel en afgewerkt als peilbuis (HDPE). De peilbuis is centraal op het perceel geplaatst. De peilbuis is tot ca. 50 cm boven de filter aangevuld met zuiver filterzand en daar bovenop is 50 cm zwelklei (bentoniet) aangebracht. Verder is het boorgat afgedekt met zuiver fijn zand. De peilbuis is direct na plaatsing een aantal malen afgepompt, waarna d.d. 15 februari 2019 grondwatermonsters zijn genomen. Vervolgens werd de grondwaterstand gemeten en monsters genomen waarbij de pH en de elektrische geleidbaarheid (EGV) werden bepaald en zijn weergegeven in onderstaande tabel: Peilbuis P1 GWS [m-mv]
2,46
pH
6,52
EGV [:S/cm]
798
D [NTU]
36
3.3. Laboratoriumonderzoek De mengmonsters van de boven- en ondergrond en de grondwatermonsters zijn door het geaccrediteerde milieulaboratorium, AL-West te Deventer, geanalyseerd op de volgende onderzoeksparameters : M1 t/m M3
: zware metalen, PAK, PCB, minerale olie, droge stof, lutum en humus
P1
: zware metalen, VOH, minerale olie, BTEX, naftaleen
Het pakket van de zware metalen bestaat uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. De vluchtige aromaten (BTEX) worden vertegenwoordigd door benzeen, tolueen, ethylbenzeen en de xylenen. Voor de vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH) is een selectie gemaakt van de gechloreerde organische oplosmiddelen.
8
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
4. Resultaten 4.1. Boorbeschrijving In bijlage 4 zijn de boorbeschrijvingen weergegeven, waarbij de beschrijving van de bodemopbouw is weergegeven conform NEN 5104.
4.2. Zintuiglijke waarnemingen In de grondmonsters zijn geen bodemvreemde materialen, zoals bijvoorbeeld puin, kolenassen of zinkslakken aangetroffen. Ook werden geen abnormale kleur- en/of geurafwijkingen waargenomen.
9
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
4.3. Chemische en fysische analyses In de volgende tabel 1 worden de resultaten van de grond weergegeven. In bijlage 3b is de toetsing aan de Wbb-normering opgenomen. Tabel 1a: Analyseresultaten boven- en ondergrond Onderzoeksparameter
M1
M2
M3
0 - 0,5 m
0 - 0,5 m
0,5 - 2,0m
Droge stof [% w/w]
85,6
86,2
88,1
Organische stof [% DS]
3,8
3,8
1,7
Lutumgehalte [%]
3,4
3,5
3,9
53
32
21
Cadmium
0,69 *
0,45 *
0,31
Kobalt
3,6
< 3,0
< 3,0
Koper
14
13
8,4
Kwik
< 0,05
< 0,05
< 0,05
Lood
34 *
30
< 10
Molybdeen
< 1,5
< 1,5
< 1,5
Nikkel
7,6
4,2
5,0
Zink
110 *
74 *
46
PAK-totaal (VROM) [mg/kg DS]
1,7 *
0,84
0,66
0,0049
0,0049
0,0049
< 35
< 35
< 35
Zware metalen [mg/kg DS] Barium
PCB [mg/kg DS] Minerale olie (GC) [mg/kg DS]
‘<‘ : betekent lager dan de detectielimiet voor de betreffende parameter Toetsing Wet bodemkwaliteit * : > achtergrondwaarde ** : > tussenwaarde *** : > interventiewaarde Toetsing Besluit bodemkwaliteit & : > maximale waarde voor functieklasse wonen && : > maximale waarde voor functieklasse industrie # : < 2 maal de achtergrondwaarde en kleiner dan de maximale waarde ## : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse wonen ### : < som van de achtergrondwaarde en maximale waarde voor functieklasse industrie
10
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
Tabel 2 : Analyseresultaten grondwater [µg/l] Onderzoeksparameter
P1
pH
6,52
EGV 20 EC [µS/cm]
798
Grondwaterstand [m-mv]
2,46
S
T
I
Zware metalen Barium
98 *
50
337
625
Cadmium
0,98 *
0,4
3,2
6,0
Kobalt
31 *
20
60
100
Koper
17 *
15
45
75
Kwik
< 0,05
0,05
0,18
0,30
Lood
3,0
15
45
75
Molybdeen
< 2,0
5
152
300
Nikkel
58 **
15
45
75
Zink
230 *
65
433
800
1,1,1-Trichloorethaan
< 0,10
0,01
150
300
1,2-Dichloorethaan
< 0,20
7
203,5
400
1,1,2-Trichloorethaan
< 0,10
0,01
65
130
Tetrachlooretheen
< 0,10
0,01
20
40
Dichloormethaan
< 0,20
0,01
500
1000
Tetrachloormethaan
< 0,10
0,01
5
10
Trichlooretheen
< 0,20
24
262
500
Dichloorethenen
0,21
0,01
10
20
Dichloorpropanen
0,42
0,8
40
80
Benzeen
< 0,20
0,2
15
30
Tolueen
< 0,20
7
503,5
1000
Ethylbenzeen
< 0,20
4
77
150
Xylenen (som)
0,21
0,2
35,1
70
Naftaleen
< 0,020
0,01
35
70
Minerale olie
< 50
50
325
600
Vl.gechloreerde kwst.(VOH)
Vluchtige Aromaten (BETX)
11
Sluisstraat 65, Someren-Eind
M & A Bodem & Asbest BV
5. Interpretatie en toetsing van de resultaten 5.1. Algemeen Grond De resultaten van de chemische en fysische analyse voor de grondmonsters dienen getoetst te worden aan de achtergrondwaarden (AW) volgens het Besluit bodemkwaliteit. Verder zijn voor de bodem nog de interventiewaarden (I) van belang volgens de Circulaire bodemsanering. Alle toetsingswaarden zijn gerelateerd aan het organische stofgehalte en het lutumgehalte van de grond, welke in het laboratorium zijn bepaald. Aan de hand van een vergelijking van de analyseresultaten met de genoemde toetsingswaarden kan een uitspraak worden gedaan omtrent de mate van verontreiniging van het onderzochte terrein. Hierbij kan de volgende gradatie worden aangehouden : - niet verontreinigd : concentratie lager dan de achtergrondwaarde - verontreinigd : concentratie hoger dan de achtergrondwaarde - sterk verontreinigd : concentratie hoger dan de interventiewaarde Indien de tussenwaarde (de helft van de som AW + I) wordt overschreden voor een parameter, dan dient te worden geadviseerd om een nader onderzoek uit te voeren naar de verspreiding van deze parameter. Hergebruik van grond volgens Besluit bodemkwaliteit Indicatief kunnen de analyseresultaten worden getoetst of de beoogde gebruiksfunctie voldoet aan de kwaliteitsnorm volgens het Besluit bodemkwaliteit.