Toelichting - bijlage 1 Onderbouwing Achterbroek 7 Lierop incl bijlagen
Tekst van het document
Partijdigheid
Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 3)
rapport B2909 Achterbroek 7 te Lierop
3
2
VOORONDERZOEK
De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Someren C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. www.bodemloket.nl G. Locatiebezoek 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
adres onderzoekslocatie kadastrale gegevens oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie beschrijving bebouwing/inrichting beschrijving maaiveld omgeving
2.2
Achterbroek 7 te Lierop gemeente
Someren
sectie
O
nummer
334
5.300 m² Buiten de bebouwde kom en ten noorden van de kern Lierop.
Agrarisch erf met boerderij, carport en twee stallen. De boerderij is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van dakpannen. Twee stallen zijn opgetrokken uit bakstenen en voorzien van golfplaten. Ce carport is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van plat dak. Het maaiveld is deels verhard met klinkers en betontegels en deels onverhard. Er wordt geen puin aangetroffen op het maaiveld. Inpandig is sprake van betonvloeren en putten. noord Woning en openbare weg Achterbroek oost Woning en landbouwgrond zuid Landbouwgrond west Woning en erf Achterbroek 5 en landbouwgrond
Voormalig en huidig gebruik van de locatie
voormalig gebruik locatie algemeen
Op oude topografische kaarten wordt sinds eind 19e eeuw de boerderij weergegeven. In de jaren ’50 worden ten zuiden van de boerderij bijgebouwen opgericht, deze worden in 1983 gesloopt om ruimte te maken voor twee varkensstallen. In 1993 wordt de locatie aangekocht door de huidige eigenaar (van vader op zoon). In 1996 worden beide varkensstallen verlengd. In 2007 wordt vergunning verleend voor het veranderen van de inrichting, het bouwen van stal 8 en 9 met een luchtwasser en het oprichten van een loods. Deze stallen en de loods worden echter nooit gerealiseerd. In 2016 zijn de asbesthoudende dakplaten vervangen door asbestvrije dakplaten. De stallen waren aan de oostzijde en aan de westzijde niet voorzien van goten, hemelwater kwam uit op onverharde bodem. Het maaiveld tussen de stallen is deels verhard met beton en deels onverhard, er was en is aan deze zijde sprake van goten.
1976
rapport B2909 Achterbroek 7 te Lierop
4
(sloot-)dempingen ophogingen Voormalige bebouwing bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen
2.3
Toekomstig gebruik
bestemming
bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.4
1995 Opslag van reinigingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen vond plaats in een daarvoor bestemde metalen kast in de opslagruimte voorin de meest oostelijke stal. Er werd maximaal een dagvoorraad opgeslagen. Er vinden geen veehouderij activiteiten meer plaats. nee nee nee Dieseltank bovengronds 500 liter en opslag van afgewerkte olie in een vat. Beide staan in één lekbak. .
Beoogd wordt de huidige varkenshouderij met bestemming ‘intensieve veehouderij ’ te herbestemmen naar een ‘niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 2’. De bestaande varkensstallen worden deels gesloopt. Inpandig worden de stallen aangepast voor assemblage werkzaamheden. nee De dieseltank blijft behouden. nee
Beschikbare onderzoeksgegevens
onderzoek op locatie
rapport B2909 Achterbroek 7 te Lierop
In november 1995 heeft G&O Consult te Oploo een verkennend bodemonderzoek verricht op de huidige onderzoekslocatie in het kader van uitbreiding van stallen en oprichting van een loods. 1.000 m² landbouwgrond is onderzocht conform strategie onverdacht. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de zintuiglijk schone boven- en ondergrond geen verhoogde gehaltes aan onderzochte stoffen bevatten. In het grondwater is een licht verhoogde gehaltes aan cadmium, lood, tolueen en zink gemeten. Voor de verhoogde gehalten in het grondwater bestaat geen verklaring, deze worden beschouwd als regionaal verhoogd of zijn afkomstig van buiten de perceelsgrenzen. De resultaten van het onderzoek vormden geen belemmering voor de geplande bouw.
5
onderzoek in directe omgeving
2.5
Bodem- en geohydrologische gegevens
deklaag eerste watervoerend pakket scheidende laag diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.6
Ten noorden van de onderhavige onderzoekslocatie is door Provincie Noord-Brabant in 1993 (Haskoning, kenmerk 7672.B0251.AO) en in 2007 NAVOS-onderzoek (kenmerk NB5100002, Achterbroek/Oude Goorenweg) verricht ter plaatse van een voormalige stort. De stort heeft een oppervlakte van 1,02 hectare. De deklaag met een dikte > 0,5 m is plaatselijk licht verontreinigd met koper, zink, PAK en minerale olie. De risico’s voor mens en die zijn ecologisch en humaan gezien verwaarloosbaar. In het bovenstroomse ondiepe grondwater zijn lichte verontreinigingen met chroom en naftaleen aangetroffen. In het benedenstroomse ondiepe grondwater zijn matige verontreinigingen met nikkel en zink aangetroffen en tevens lichte verontreinigingen met arseen, chroom, cadmium, benzeen, xylenen, naftaleen en tetrachlooretheen. In het benedenstroomse middeldiepe grondwater zijn lichte verhogingen met cadmium, nikkel, zink en lood aangetroffen. Er is sprake van een ernstig geval van grondwaterverontreiniging, op basis van de berekeningen blijkt geen sprake van verspreidingsrisico.
Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. kleihoudende afzettingen hydrologie 2-2,5 m-mv
Nuenengroep
0-18 m-mv
Formatie van Sterksel/Veghel Kedichem/Tegelen
18-66 m-mv 66-96 m-mv
noordoostelijk
Terreinverkenning
Donderdag 6 januari is de onderzoekslocatie geïnspecteerd. Bij de rondgang zijn geen bijzonderheden geconstateerd. 2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese
Uit het verrichte vooronderzoek zijn potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. Het betref de bovengrondse dieseltank met opslag van afgewerkte olie in een lekbak. Hoewel gezien de noordoostelijk grondwaterstromingsrichting geen beïnvloeding van de noordelijk gelegen voormalige stort wordt verwacht op de bodemkwaliteit zijn bij het bodemonderzoek in 1995 in het grondwater verhoogde gehalten aan zink, cadmium, lood en tolueen aangetroffen. Zink, cadmium en lood worden eveneens aangetroffen in het grondwater bij het NAVOS onderzoek ter plaatse van de voormalige stort. Het is aannemelijk dat het grondwater binnen de invloedsfeer van naastgelegen stort valt. De bodem ter plaatse van de druppelzones wordt als asbestverdacht beschouwd.
rapport B2909 Achterbroek 7 te Lierop
6
3
CONCLUSIES EN ADVIES
In opdracht van Maatschap van den Einden te Lierop heeft Bodeminzicht een vooronderzoek uitgevoerd op het perceel Achterbroek 7 te Lierop (gemeente Someren). Aanleiding voor het vooronderzoek is de aanvraag van een bestemmingswijziging op de onderzoekslocatie.
Conclusie en advies Uit het verrichte vooronderzoek zijn potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. In het kader van de bestemmingswijziging van intensieve veehouderij naar niet-agrarisch bedrijf met milieucategorie 2 wordt geadviseerd bodemonderzoek te verrichten ter plaatse van verdachte deellocaties. Het betreft de bovengrondse dieseltank met opslag van afgewerkte olie in een lekbak. Het overige terrein wordt als onverdacht beschouwd. De bodem ter plaatse van de druppelzones wordt als asbestverdacht beschouwd. De NEN 5740+A1 (versie april 2016) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Op basis van het vooronderzoek wordt ter plaatse van de dieseltank met opslag van afgewerkte olie uitgegaan van een verdachte deellocatie (VEP, tabel 5) (deel)-locatie opperstrateboringen tot analyses vlakte gie 0,5 m-mv 2,0 m-mv peilbuis (m²) Dieseltank en 10 ver2 1 1 Minerale olie en PAK bovenopslag van afdacht grond gewerkte olie 1 Minerale olie en PAK grondwater Verkennend asbestonderzoek druppelzones, NEN5707: Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een asbestverdachte toplaag (0 tot 10 cm -maaiveld) in de druppelzones van asbesthoudende daken met onverhard maaiveld.
Het betreft een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke kern (tabel 6). (deel)-locatie opperstrateinspectiegaten/sleuven analyses vlakte gie 30x30cm 200x30cm diepe boring (m²) Druppelzone 55 m² asbest2 1 asbestanalyse en eventueel oostelijke verSEM-analyse als de analysestal, oostzijde dacht resultaten aanleiding geven Druppelzone 65 m² asbest2 1 asbestanalyse en eventueel westelijke verSEM-analyse als de analysestal, westzijde dacht resultaten aanleiding geven
rapport B2909 Achterbroek 7 te Lierop
7
Bijlage 1 Topografische ligging onderzoekslocatie
Kadastrale kaart
Uw referentie: B2909
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 2000
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Someren O 334
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 6 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
onderzoekslocatie
Bijlage 1a
Foto's onderzoekslocatie
Bijlage 2 Situatietekening met boorpunten
k
rbroe
Achte
woning Achterbroek 7
carport
bovengrondse dieseltank en opslag van afgewerkte olie
SR
GW
Situatietekening met boorlocaties
Legenda:
Project:
begrenzing onderzoekslocatie boringen tot 0,5 m-mv boringen 0,5 tot 2,0 m-mv boringen met peilbuis Asbestproefgat
Achterbroek 7 te Lierop Projectnummer:
B2909
0m
25 m
Datum:
01-06-2020
stelcons
klinkers
grind
tegels
beton
onverhard
asfalt
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Maatschap Van den Einden CRR001-0001 13 januari 2022
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Maatschap Van den Einden CRR001-0001 20220113-CRR001-RAP-AKO-2.0 Definitief 13 januari 2022
Opsteller: ing. L.M.C. Smeets
T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl
Verificatie: ir. R.G.P. van Hooy
+C0ing. L.M.C. -+R0 ir. R.G.P. van Hooy +-
Validatie: ir. R.G.P. van Hooy
© 2018 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+V0ir. R.G.P. van Hooy+-
INHOUDSOPGAVE
3.1 3.2
Goede ruimtelijke ordening .......................................................................................................................................... 6 Activiteitenbesluit milieubeheer ..................................................................................................................................... 7
4.1 4.2
Representatieve bedrijfssituatie ..................................................................................................................................... 8 Incidentele bedrijfssituatie ............................................................................................................................................ 9
5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.5
Algemeen ............................................................................................................................................................... 10 Overdrachtsparameters .............................................................................................................................................. 10 Toetspunten ............................................................................................................................................................ 10 Activiteitenbesluit milieubeheer ................................................................................................................................... 10 VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” ................................................................................................................ 10 Geluidbronnen en gehanteerde bedrijfstijden .................................................................................................................. 10 Bijzondere geluiden en trillingen.................................................................................................................................. 12
6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) .............................................................................................................. 13 Berekening Goede ruimtelijke ordening......................................................................................................................... 13 Activiteitenbesluit milieubeheer ................................................................................................................................... 13 Maximale geluidniveaus (LAmax)................................................................................................................................... 13 Berekening Goede ruimtelijke ordening......................................................................................................................... 13 Activiteitenbesluit milieubeheer ................................................................................................................................... 13 Verkeersaantrekkende werking ................................................................................................................................... 14
BIJLAGEN
3
1
INLEIDING In opdracht van Maatschap Van den Einden is door Kragten een akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de wijziging van het huidige agrarisch bedrijf in een assemblagebedrijf gelegen aan de Achterbroek 7 te Lierop (gemeente Someren). Momenteel is op deze locatie een agrarisch bedrijf gevestigd. Op het perceel is een tweetal bedrijfsloodsen en een bedrijfswoning gelegen. De huidige agrarische bestemming wordt omgezet naar een bedrijfsbestemming met akkerbouw als nevenactiviteit. Hiertoe zal in één hal een assemblagebedrijf worden gevestigd, terwijl de andere hal als stalling voor de akkerbouwactiviteiten dienst blijft doen. Planologisch is ter plaatse van het betreffende perceel een assemblagebedrijf toegestaan met een oppervlakte van slechts 200 m². In de toekomstige situatie zal ter plaatse van het plangebied een assemblagebedrijf met een productieoppervlakte van 200 m² aanwezig zijn. Het assemblagebedrijf zal zich richten op het assembleren van o.a.: gereedschap, machines, machine onderdelen, elektronica en besturingskasten. Ten behoeve van het assemblagebedrijf zal tevens een opslagoppervlakte van 200 m² in gebruik worden genomen. De loods voor de akkerbouwtak zal een oppervlakte hebben van 620 m² hebben. Om het assemblagebedrijf mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.
De gemeente Someren geeft aan dat een assemblagebedrijf met een oppervlakte van 400 m2 een milieucategorie 3 bedrijf is conform de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”, terwijl planologisch daar slechts 200 m² is toegestaan. Middels het akoestisch onderzoek industrielawaai zal derhalve moeten worden aangetoond dat sprake is van bedrijvigheid die qua geluidaspecten gelijk te stellen is met milieucategorie 1 of 2. Het doel van voorliggend akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de inrichting naar de directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van de beoogde bedrijfsvoering berekend op basis van de ter plaatse besproken representatieve bedrijfssituatie, aangevuld met technische gegevens aangeleverd door de opdrachtgever en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. De uitgangspunten en daaruit voortvloeiende resultaten van het onderzoek vormen de basis voor het bevoegd gezag bij de beoordeling van het aspect geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ten behoeve van de milieuhygiënische afweging is aansluiting gezocht bij het stappenplan uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009. Daarnaast is het rapport tevens een akoestisch onderzoek ten behoeve van de melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Deze melding moet worden ingediend zodat het assemblagebedrijf op deze locatie haar activiteiten kan uitvoeren. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 19991. Middels voorliggende rapportage wordt verslag gedaan van de uitgangspunten en bevindingen van het uitgevoerde akoestisch onderzoek.
1
Handleiding meten en rekenen industrielawaai, Ministerie van VROM, Zoetermeer, ISBN 90 422 0232 7
4
2
SITUERING INRICHTING De inrichting is gelegen aan de Achterbroek 7 te Lierop in de gemeente Someren. De meest nabij gelegen woningen zijn gesitueerd aan de Achterbroek 5 en 6 en aan de Verhagenstraat 15. Momenteel is aan het perceel waarop het bestaande bedrijf is gesitueerd een agrarische functie toegekend in het vigerende bestemmingsplan. Gezien het feit dat het bedrijf de wens heeft om de agrarische activiteiten met betrekking tot het houden van landbouwdieren niet meer voort te zetten en andere activiteiten op het perceel wil gaan uitvoeren, is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Het perceel zal herbestemd moeten worden met een functieaanduiding bedrijfsbestemming met akkerbouwactiviteiten als neventak. In de onderstaande afbeelding is de geografische ligging van de inrichting en de maatgevende woningen weergegeven.
Afbeelding 1
Situering inrichting en maatgevende objecten
Navolgende afbeelding geeft een overzicht van de indeling van het terrein weer.
Afbeelding 2
Indeling terrein
5
3
TOETSINGSKADER
3.1
Goede ruimtelijke ordening Om te beoordelen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening is aangesloten bij de systematiek uit de publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. De VNG-publicatie geeft informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfsactiviteiten. In deze publicatie zijn richtafstanden opgenomen voor het ontwikkelen van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het plaatselijke omgevingstype. De publicatie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor de beoordeling of er sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. In de bijlage van deze publicatie is een stappenplan opgenomen voor de beoordeling van het milieuaspect geluid. Binnenplanse ontheffing Bij een binnenplanse ontheffing moet worden beoordeeld of een specifieke activiteit voldoet aan de voorschriften zoals geformuleerd in de planvoorschriften. De planvoorschriften bepalen in de regel dat voor een bedrijf of activiteit uit een hogere milieucategorie ontheffing kan worden verleend indien de concreet voorgenomen activiteit qua aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar is met de activiteiten die wel zijn toegestaan.
Dit betekent dat aangetoond moet worden dat de milieubelasting van de beoogde activiteit niet groter is dan de milieubelasting van activiteiten binnen de maximaal toegestane milieucategorie. Navolgend stappen plan (bijlage B5.2 “Toetsingskaden binnenplanse ontheffing”) geeft het toetsingskader voor binnenplanse ontheffing. Geluid Stap 1
Stap 2
Indien de richtafstand voor het aspect geluid past binnen de richtafstand van de toelaatbare milieucategorie, kan verder toetsing van het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: binnenplanse ontheffing is mogelijk Indien stap 1 niet toereikend is: Bij een geluidbelasting (etmaalwaarde) op de richtafstand (conform bijlage 1 van de VNG-publicatie) van de maximaal toelaatbare milieucategorie, van maximaal: 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden); 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; binnenplanse ontheffing is mogelijk.
Toetsing plan Om het assemblagebedrijf mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente Someren geeft aan dat een assemblagebedrijf met een oppervlakte van 400 m2 een milieucategorie 3 bedrijf is conform de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”, terwijl planologisch daar slechts 200 m² is toegestaan. Middels het akoestisch onderzoek industrielawaai zal derhalve moeten worden aangetoond dat sprake is van bedrijvigheid die qua geluidaspecten gelijk te stellen is met milieucategorie 1 of 2. Navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de richtafstanden behorend bij een assemblagebedrijf met een oppervlakte van 400 m2 (> 200 m2). Tabel 1 SBI2008 259,331
Richtafstanden VNG-publicatie Afstanden in meters Nr.
B
Omschrijving
Overige metaalwarenfabrieken
Geur
Stof
Geluid
Gevaar
30
30
100
30
Grootste
Categorie
afstand 100
3.2
6
Zoals door de gemeente is geconcludeerd valt het bedrijf conform de VNG-publicatie onder een milieucategorie welke momenteel niet is toegestaan in de planvoorschriften. Derhalve wordt gesteld dat niet wordt voldaan aan stap 1 met betrekking tot het toetsingskader voor binnenplanse ontheffing. Voorts wordt middels voorliggend akoestisch onderzoek bepaald of al dan niet kan worden voldaan aan de normstelling zoals beschreven in stap 2 van bijlage B5.2 van de VNG-publicatie.
3.2
Activiteitenbesluit milieubeheer De inrichting valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 2.17 lid 1 zijn voor onderhavige situatie normen opgenomen aangaande het milieuaspect geluid. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat de niveaus op de in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit milieubeheer genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in navolgende tabel aangegeven waarden. Tabel 2
Normen Activiteitenbesluit milieubeheer 07.00-19.00 uur
19.00-23.00 uur
23.00-07.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
Opgemerkt wordt dat conform artikel 2.17 lid 1 onder b maximale geluidniveaus in de dagperiode (07:0019:00 uur) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten bij de beoordeling aan het Activiteitenbesluit milieubeheer. Ingevolge artikel 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift bepalen welke technische voorzieningen in de inrichting worden aangebracht en welke gedragsregels in acht worden genomen teneinde aan geldende geluidnormen te voldoen.
7
4
UITGANGSPUNTEN
4.1
Representatieve bedrijfssituatie De representatieve bedrijfssituatie (RBS) beschrijft de werkzaamheden/activiteiten die meer dan 12 keer per jaar voorkomen en de hoogste geluidemissie veroorzaken gedurende de dag-, avond- en nachtperiode. De akoestische beoordelingsperioden zijn als volgt gedefinieerd: dagperiode : 07:00 uur tot 19:00 uur; avondperiode : 19:00 uur tot 23:00 uur; nachtperiode : 23:00 uur tot 07:00 uur. De werkzaamheden binnen de inrichting zullen alleen plaatsvinden in de dagperiode. Binnen het bedrijf zijn twee loodsen aanwezig. De westelijk gesitueerde loods zal in gebruik genomen gaan worden voor de uitvoering van assmblagewerkzaamheden. In de oostelijke gesitueerde loods is een stalling voor landbouwvoertuigen en een kleinschalige werkplaats beoogd. In de werkplaats worden alleen kleinschalige reparatie- en herstelwerkzaamheden uitgevoerd aan eigen materieel. De loods waar de assemblagewerkzaamheden uitgevoerd gaan worden, wordt opgedeeld in twee gelijke “compartimenten” van elk 200 m2. In het noordelijke deel zullen de feitelijke assemblage werkzaamheden gaan plaatsvinden. Bij de assemblagewerkzaamheden zal met name gebruik worden gemaakt van handgereedschap (kolomboor, schuurmachine, lasapparaat, schroefmachine, hameren etc.). In het zuidelijk gesitueerde compartiment zal met name tussenopslag en opslag van gereed product gaan plaatsvinden.
Ten behoeve van het interne transport is een (hand)palletwagen en een elektrische heftruck aanwezig. Op het dak van de betreffende loods wordt een afzuiging geplaatst ten behoeve van het afzuigen van lasdampen. De afzuiging is ten hoogste 8 uur in de dagperiode in werking. In de gevels van de loodsen is een aantal poorten aanwezig. De poorten zijn alleen geopend voor het doorvoeren van producten en/of het doorlaten van personen/machines. Door de personeelsbezetting vinden geen werkzaamheden plaats in de hal als laad- en losactiviteiten plaatsvinden. Derhalve is geen rekening gehouden met open geveldelen. Ten behoeve van de aanvoer van materialen zullen in de dagperiode 1 vrachtwagen en 5 bestelbussen arriveren en vertrekken. Tevens zullen in de dagperiode ten hoogste 1 vrachtwagen en 5 bestelbussen arriveren en vertrekken ten behoeve van de afvoer van gerede producten. Het laden en lossen van de vrachtwagens en bestelbussen gebeurt met de elektrische heftruck en/of de palletwagen. De heftruck is maximaal 1 uur in de dagperiode op het buitenterrein in werking. Op een maatgevende dag arriveren en vertrekken ten hoogste 10 bezoekers met personenauto’s. Zoals reeds aangegeven is de oostelijke loods bestemd als stalling voor landbouwvoertuigen. Op een maatgevende dag arriveren en vertrekken ten hoogste 10 landbouwvoertuigen.
Deze landbouwvoertuigen zullen elders buiten de inrichting werkzaamheden verrichten. De in- en uitrit van de inrichting is gelegen aan de zijde van de Achterbroek. In navolgende tabel is een overzicht weergegeven van het aantal voertuigen dat de inrichting bezoekt. Tabel 3 Route
M01 M02 M03 M04 M05 M06
Aantal motorvoertuigen Omschrijving
Vrachtwagen aanvoer Vrachtwagen afvoer Bestelbus aanvoer Bestelbus afvoer Landbouwvoertuigen (rijden) Personenauto's bezoekers/eigen
Dag
Aantal voertuigen Avond
1
-
1
-
-
5
-
-
5
-
-
10
-
-
10
-
-
nacht
8
4.2 Incidentele bedrijfssituatie Binnen de inrichting is geen sprake van een incidentele bedrijfssituatie waarbij een hogere geluidimmissie wordt veroorzaakt dan in de maximaal representatieve bedrijfssituatie.
9
5
REKENMODEL
5.1
Algemeen Ten behoeve van de berekening van de geluiduitstraling naar de omgeving zijn rekenmodellen opgesteld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai. Hierbij is gebruik gemaakt van het programma “Geomilieu” versie 2021.1, module industrielawaai. In het rekenmodel zijn alle relevante objecten, bodemgebieden, rekenpunten en geluidbronnen meegenomen.
5.2
Overdrachtsparameters In het vervaardigde rekenmodel zijn van de omgeving alle relevante objecten en bodemgebieden meegenomen. Deze zijn gemodelleerd op basis van Basisregistratie Grootschalige Topografie. De objecten binnen de inrichting en de relevante woningen in de directe omgeving van de inrichting zijn aanvullend gemodelleerd overeenkomstig de door de opdrachtgever aangereikte inrichtingstekeningen en een kadastrale ondergrond op rijksdriehoekscoördinaten. Buiten de opgegeven bodemgebieden wordt gerekend met een bodemfactor van 0,0 (akoestisch harde bodem). De bodemgebieden ter plaatse van de woningen zijn gemodelleerd met een bodemgebied met een bodemfactor 0,5. Deze bodemfactor is gehanteerd op basis van de afwisseling aan akoestisch harde (bestrating, terrassen, oprit etc.) en zachte (tuinen, gras) bodemgebieden. In bijlage B3 zijn de invoergegevens van het rekenmodel opgenomen.
5.3
Toetspunten
5.3.1
Activiteitenbesluit milieubeheer De geluidimmissie vanwege de inrichting wordt berekend ter plaatse van de nabij de inrichting gelegen woningen. Voor alle woningen wordt conform het gestelde in paragraaf 5.6 van de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening een beoordelingshoogte van 1,5 meter gehanteerd voor de dagperiode en 5 meter voor de avond- en nachtperiode. Alle geluidimmissies zijn conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai invallend beschouwd. In bijlage B3 zijn de invoergegevens van het rekenmodel opgenomen.
5.3.2
VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” Middels het voorliggende akoestisch onderzoek industrielawaai wordt aangetoond dat sprake is van bedrijvigheid die qua geluidaspecten gelijk te stellen is met milieucategorie 1 of 2. Teneinde te kunnen toetsen of de geluidimmissie vanwege de inrichting past binnen de geluidaspecten behorend bij een bedrijf uit milieucategorie 2, is de geluidbelasting vanwege het bedrijf in het vrije veld getoetst op de richtafstand, te weten 30 meter vanaf de grens van de inrichting. Zoals in de representatieve bedrijfssituatie is aangegeven, is de inrichting alleen in werking in de dagperiode. De geluidimmissie vanwege het bedrijf is derhalve berekend op een beoordelingshoogte van 1,5 meter boven maaiveld.
5.4
Geluidbronnen en gehanteerde bedrijfstijden De relevante geluidbronnen van de inrichting zijn de stationaire bronnen (afzuiging), landbouwvoertuigen, personen-bestelwagens, zware vrachtwagen, laad- en losactiviteiten, intern transport (elektrische heftruck) en activiteiten in de assemblagewerkplaats. De bronvermogens voor het rijden / manoeuvreren van vrachtwagens zijn gebaseerd op het document “geluidemissie van langzaam rijdende vrachtwagens” gepubliceerd in het vakblad “Geluid” d.d. maart 2019. Binnen de inrichting wordt gereden met een snelheid van circa 10 km/uur. Conform voornoemd document is dan een bronvermogen van 100 dB(A) te hanteren voor het rijden van een vrachtwagen. Voor het optrekken en rijden
10
van de vrachtwagen is een piekbronvermogen van 103 dB(A) gehanteerd op basis van geluidmetingen in vergelijkbare situaties. Het laden en lossen van de vrachtwagens gebeurt ter plaatse van de noordzijde van de assemblageloods en aan de zuidzijde van de betreffende loods. Ter plaatse van de noordzijde worden materialen aangevoerd. Aan de zuidzijde van de loods wordt gereed product afgevoerd. Het laden en lossen gebeurt door een elektrische heftruck die eveneens zorgt voor het interne transport. Het bronvermogen van de elektrische heftruck is gebaseerd op bureau-ervaringscijfers. De bronvermogens van de personenauto’s, bestelbussen en landbouwvoertuigen zijn eveneens gebaseerd op bureau-ervaringscijfers. Zoals reeds aangegeven wordt de assemblageloods opgedeeld in twee gelijke delen aan vloeroppervlakte. In het noordelijk deel gaan de assemblagewerkzaamheden plaatsvinden. In het zuidelijk deel zal de (tussen)opslag van gereed product plaatsvinden. Op basis van worst-case aannamen (gezien de personele bezetting en van gebezigde activiteiten in de loods) is in de assemblagewerkplaats uitgegaan van een halniveau van 80 dB(A) gedurende de gehele dagperiode. In de tussenopslag- en in de eindopslaglocatie is uitgegaan van een halniveau van 70 dB(A) gedurende de gehele dagperiode.
Het dak van de loods bestaat uit een geïsoleerde dakbedekking (5mm Dapanel powerline) met cementvezelgolfplaten. De wanden zijn voorzien van spouwmuren met kleine ramen voorzien van dubbel glas. De rolpoorten zijn geïsoleerde poorten (Crawford). Navolgende tabel geeft een overzicht van alle gehanteerde bronnen zoals deze beschouwd zijn in het opgestelde rekenmodel. In deze tabel is, naast het bronnummer en de beschrijving, opgenomen wat het equivalente en maximale bronvermogen is en de bijbehorende bedrijfsduur per etmaalperiode. Tabel 4
Overzicht gehanteerde bronnen
Bronnummer
Bronomschrijving
Bronvermogen [dB(A)] equi. max.
dag
Bedrijfsduur [uur] avond
nacht
82
82
8
-
-
103** 103** 101** 101**
* * * *
-
-
102
*
-
-
95
*
-
-
104**
1
-
-
83 63 52 82 32
12 12 12 12 12
-
-
Puntbronnen P01
Afzuigventilator Mobiele bronnen
M01 M02 M03 M04 M05 M06 L01 AD01 AD02 AG01-AG04 AG05 AG06, -08, -09
Vrachtwagen aanvoer 100 Vrachtwagen afvoer 100 Bestelbus aanvoer 96 Bestelbus afvoer 96 Landbouwvoertuigen (rijden) / rustig 97 optrekken Personenauto's bezoekers/eigen 90 Lijnbronnen Heftruck elektrisch 90 Gevel- en dakbronnen [dB(A)/m 2] Afstralend dak assemblage bedrijf werkplaats 58 Afstralend dak assemblage bedrijf opslag 48 Afstralende gevel werkplaats assemblage 27 Poort 57 Afstralende gevel OPSLAG assemblage 17
-- geeft weer dat voor de betreffende bron geen activiteiten in de van toepassing zijnde etmaalperiode worden uitgevoerd * de bedrijfsduur van de mobiele bronnen is afhankelijk van het aantal bewegingen, de routelengte, de afstand tussen de bronnen en de rijsnelheid ** De in tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten.
Een volledig overzicht van de gehanteerde spectrale invoergegevens van het model zijn weergegeven in bijlage B3.
11
5.5
Bijzondere geluiden en trillingen Gezien de relevante bronnen binnen het bedrijf zal de geluidimmissie vanwege de inrichting geen muziek-, tonaal of impulsachtig karakter hebben. Van laagfrequente geluiden zal evenmin sprake zijn. Binnen de inrichting zijn geen machines of apparatuur in bedrijf die, gezien de afstand tot de woonbebouwing ter plaatse van woningen, specifieke trillingen kunnen veroorzaken.
12
6
REKENRESULTATEN EN TOETSING
6.1
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT)
6.1.1
Berekening Goede ruimtelijke ordening De geluidbelasting vanwege de inrichting is berekend ter plaatse van toetspunten die gelegen zijn op een afstand van 30 meter vanaf de grens van de inrichting en ter plaatse van de woningen gelegen binnen de richtafstand. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de rekenpunten 41 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) op de richtafstand conform de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Op basis van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) ter plaatse van de richtafstand is binnenplanse ontheffing mogelijk. In bijlage B4 is een totaaloverzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) opgenomen.
6.1.2
Activiteitenbesluit milieubeheer In deze situatie is de geluidbelasting berekend ter plaatse van de woningen die in de nabijheid van het bedrijf zijn gelegen. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de woningen 38 dB(A) in de dagperiode (Verhagenstraat 15). Hiermee wordt voldaan aan de normstelling van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
6.2
Maximale geluidniveaus (LAmax)
6.2.1
Berekening Goede ruimtelijke ordening Het hoogst berekende maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ter plaatse van de rekenpunten gesitueerd op een afstand van 30 meter van de grens van de inrichting en/of de woningen gelegen binnen de richtafstand ten hoogste 65 dB(A) in de dagperiode. De hoogste maximale geluidniveaus worden veroorzaakt door het rijden van de vrachtwagens. Conform stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” zijn maximale geluidniveaus toegestaan op de richtafstand van ten hoogste 65 dB(A). De berekende maximale geluidniveaus (LAmax) voldoen derhalve aan de gehanteerde normstelling. Op basis van de berekende maximale geluidniveaus (LAmax) ter plaatse van de richtafstand is binnenplanse ontheffing mogelijk. In bijlage B5 is een totaaloverzicht van de berekende maximale geluidniveaus (LAmax) opgenomen.
6.2.2
Activiteitenbesluit milieubeheer Conform het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn de maximale geluidniveaus (LAmax) vanwege het laden en lossen en de aanverwante activiteiten in de dagperiode uitgesloten van toetsing. Conform de nota van toelichting bij het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden als aanverwante activiteiten onder andere het rijden, optrekken, sluiten van portieren alsmede het eventueel ontluchten van remmen van een vrachtwagen. Derhalve zijn geen maximale geluidniveaus beschouwd vanwege de laad- en losactiviteiten en aanverwante activiteiten vanwege de vrachtwagen en bestelbussen. Het hoogst berekende maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt 64 dB(A) ter plaatse van de woning gelegen aan de Achterbroek 6 te Lierop. Het hoogste maximale geluidniveau (LAmax) wordt veroorzaakt door het (rustig) rijden/optrekken van landbouwvoertuigen. Hiermee wordt in de dagperiode ter plaatse van alle rekenpunten voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de avond- en nachtperiode vinden geen relevante activiteiten plaats. In bijlage B5 is een totaaloverzicht van de berekende maximale geluidniveaus (LAmax) opgenomen.
13
6.3
Verkeersaantrekkende werking Ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (verkeersaantrekkende werking) ondervinden de woningen gelegen in de buurt van de inrichting een geluidbelasting. Als toetsingskader met betrekking tot de geluidbelasting ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking is aangesloten bij de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Om de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (verkeersaantrekkende werking) te bepalen, is eveneens een rekenmodel (module industrielawaai) opgesteld. Voor de modellering is ervan uitgegaan dat al het verkeer zowel van en naar oostelijke als westelijke richting kan rijden (worst case). De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer komende van en gaande naar de inrichting is berekend ter plaatse van de woningen in de directe omgeving van het bedrijf. De geluidbelasting is afwijkend van de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van de activiteiten binnen de grenzen van de inrichting niet berekend op een afstand van 30 meter van de grens van de inrichting (richtafstand behorend bij milieucategorie 2), maar ter plaatse van de woningen. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (verkeersaantrekkende werking) bedraagt ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde. De richtwaarde van 50 dB(A) uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” wordt gerespecteerd.
De volledige invoergegevens van het rekenmodel en rekenresultaten zijn opgenomen in bijlage B6.
14
7
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN (BBT) Ten aanzien van het aspect geluidhinder wordt in de huidige bestuurspraktijk onder een hoog niveau van bescherming van het milieu verstaan dat voldaan wordt aan de richt- en grenswaarden die zijn vastgelegd in weten regelgeving en in (eventueel lokaal) beleid. Voor de richtwaarden wordt veelal aansluiting gezocht bij de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 1999, de grenswaarden van de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Buiten de van toepassing zijnde BBT-documenten wordt aangaande het aspect BBT (Beste Beschikbare Technieken) het navolgende gesteld. Aangezien de afzuiging van het lasapparaat een geheel nieuwe installatie betreft en voldoet aan de huidige stand der techniek, wordt gesteld dat het redelijkerwijs niet mogelijk is de geluiduitstraling van deze bron verder te verminderen. De personenwagens, bestelbussen en vachtwagens zijn van derden, waardoor de inrichtinghouder geen invloed heeft op de geluidemissie van voertuigen van derden. De voertuigen betreffen normale en moderne transportmiddelen die in West-Europese landen conform de huidige stand der techniek zijn uitgevoerd. Verder vinden alle laad- en losactiviteiten plaats ter plaatse van de laad- en loslocatie.
Aangezien de vrachtwagen dichtbij de poorten (laad- en loslocaties) parkeert, vinden uitpandig beperkt relevante laad- en losactiviteiten plaats. De hoogste emissies worden veroorzaakt door het rijden van een rolcontainer/palletwagen door de laadbak van de vrachtwagen. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een elektrische heftruck die voldoet aan de huidige stand der techniek waarmee de geluidimmissies vanwege het feitelijk laden en lossen hiermee tot een minimum beperkt worden. In de assemblageloods vinden de meest relevante activiteiten plaats. Gezien het feit dat de werkzaamheden inpandig plaatsvinden, ramen en deuren zoveel als mogelijk gesloten blijven en de werkzaamheden louter in de dagperiode plaatsvinden, wordt gesteld dat de geluidimmissie naar de omgeving wordt derhalve in belangrijke mate beperkt. Gezien het bovenstaande wordt voldaan aan BBT.
15
8
SAMENVATTING EN CONCLUSIES In opdracht van Maatschap Van den Einden is door Kragten een akoestisch onderzoek uitgevoerd in verband met de wijziging van het huidige agrarisch bedrijf in een assemblagebedrijf gelegen aan de Achterbroek 7 te Lierop (gemeente Someren). Momenteel is op deze locatie een agrarisch bedrijf gevestigd. Op het perceel is een tweetal bedrijfsloodsen en een bedrijfswoning gelegen. De huidige agrarische bestemming wordt omgezet naar een bedrijfsbestemming met akkerbouw als nevenactiviteit. Hiertoe zal in één hal een assemblagebedrijf worden gevestigd, terwijl de andere hal als stalling voor de akkerbouwactiviteiten dienst blijft doen. Planologisch is ter plaatse van het betreffende perceel een assemblagebedrijf toegestaan met een oppervlakte van slechts 200 m². In de toekomstige situatie zal ter plaatse van het plangebied een assemblagebedrijf met een productieoppervlakte van 200 m² aanwezig zijn. Het assemblagebedrijf zal zich richten op het assembleren van o.a.: gereedschap, machines, machine onderdelen, elektronica en besturingskasten. Ten behoeve van het assemblagebedrijf zal tevens een opslagoppervlakte van 200 m² in gebruik worden genomen. De loods voor de akkerbouwtak zal een oppervlakte hebben van 620 m² hebben. Om het assemblagebedrijf mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk.
De gemeente Someren geeft aan dat een assemblagebedrijf met een oppervlakte van 400 m2 een milieucategorie 3 bedrijf is conform de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”, terwijl planologisch daar slechts 200 m² is toegestaan. Middels het akoestisch onderzoek industrielawaai zal derhalve moeten worden aangetoond dat sprake is van bedrijvigheid die qua geluidaspecten gelijk te stellen is met milieucategorie 1 of 2. Het doel van voorliggend akoestisch onderzoek is inzicht te geven in de geluidemissie van de inrichting naar de directe omgeving. Hiertoe is de geluiduitstraling van de beoogde bedrijfsvoering berekend op basis van de ter plaatse besproken representatieve bedrijfssituatie, aangevuld met technische gegevens aangeleverd door de opdrachtgever en (akoestische) ervaringscijfers, opgedaan bij vergelijkbare inrichtingen. De uitgangspunten en daaruit voortvloeiende resultaten van het onderzoek vormen de basis voor het bevoegd gezag bij de beoordeling van het aspect geluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Ten behoeve van de milieuhygiënische afweging is aansluiting gezocht bij het stappenplan uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009. Daarnaast is het rapport tevens een akoestisch onderzoek ten behoeve van de melding in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Deze melding moet worden ingediend zodat het assemblagebedrijf op deze locatie haar activiteiten kan uitvoeren. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Goede ruimtelijke ordening De geluidbelasting vanwege de inrichting is berekend ter plaatse van toetspunten die gelegen zijn op een afstand van 30 meter vanaf de grens van de inrichting en ter plaatse van woningen die zijn gelegen binnen de richtafstand. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de rekenpunten 41 dB(A) in de dagperiode (41 dB(A) etmaalwaarde). Hiermee wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) op de richtafstand conform de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Het hoogst berekende maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt ter plaatse van de beschouwde rekenpunten ten hoogste 65 dB(A) in de dagperiode. Conform stap 2 van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” zijn maximale geluidniveaus toegestaan op de richtafstand van ten hoogste 65 dB(A). De berekende maximale geluidniveaus (LAmax) voldoen derhalve aan e gehanteerde normstelling. Op basis van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) en maximale geluidniveaus (LAmax) ter plaatse van de richtafstand is binnenplanse ontheffing mogelijk.
16
Activiteitenbesluit milieubeheer In deze situatie is de geluidbelasting berekend ter plaatse van de woningen die in de nabijheid van het bedrijf zijn gelegen. Het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) bedraagt ter plaatse van de woningen 38 dB(A) in de dagperiode (Verhagenstraat 15). Hiermee wordt voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Conform het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn de maximale geluidniveaus (LAmax) vanwege het laden en lossen en de aanverwante activiteiten in de dagperiode uitgesloten van toetsing. Het hoogst berekende maximale geluidniveau (LAmax) bedraagt 64 dB(A) ter plaatse van de woning gelegen aan de Achterbroek 6 te Lierop. Hiermee wordt in de dagperiode ter plaatse van alle rekenpunten voldaan aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de avond- en nachtperiode vinden geen relevante activiteiten plaats. De inrichting voldoet aan het BBT-principe. De geluidbelasting ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting (verkeersaantrekkende werking) bedraagt ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde. De richtwaarde van 50 dB(A) uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” wordt gerespecteerd.
Op basis van het uitgevoerde akoestisch onderzoek is er sprake van een goede ruimtelijke ordening en voldoet het bedrijf na realisatie conform de aangeleverde uitgangspunten aan de normstelling met betrekking tot het aspect geluid aan de normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het bevoegd gezag wordt verzocht bij acceptatie van de melding geen lagere geluidniveaus dan de standaardvoorschriften bij maatwerkvoorschrift vast te stellen.
17
BIJLAGEN
B1 FIGUREN
B1-1