CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Smulderslaan 30-40

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Smulderslaan 30-4033.078 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In navolgende paragraaf wordt de benodigde compensatie onderbouwd en berekenend.

Kenmerken van het watersysteem en toetsing wateraspecten

De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: beschermde gebieden, bodem en grondwater, oppervlaktewater, hemel- en afvalwater.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Met betrekking tot water zijn de belangrijkste gemeentelijke voorwaarden:

65

Beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in een beschermd gebied of attentiegebied. Bodem en Grondwater De maaiveldhoogte ter plaatse van het plangebied bedraagt circa 26,50 meter boven NAP. De grond ter plaatse van het plangebied betreft volgens de provinciale atlas een veldpodzolgrond met lemig fijn zand (code Hn23). Bij zwak tot sterk slibhoudend (leemhoudend) zand is sprake van een K-waarde tussen 0,5 en 2 per dag. Gesteld kan worden dat ter plaatse van het plangebied uitgegaan kan worden van een doorlatendheid van 1 meter per dag. De Gemiddelde Laagste Grondwaterstand (GLG) ter plaatse bedraagt 180-250 cm-mv. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) ter plaatse van het plangebied bedraagt 40-60 cm-mv. Met de nieuwe gebouwelijke ontwikkelingen op locatie wordt rekening gehouden met de benodigde ontwateringsdiepte van nieuwbouw.

Uitsnede Leggerkaart Waterschap De Dommel met globale aanduiding plangebied (rood omlijnd)

Oppervlaktewater Op basis van de Leggerkaart van Waterschap De Dommel is het mogelijk om de oppervlaktewateren in de omgeving van het plangebied inzichtelijk te maken. Ter impressie zie voorgaande afbeelding. Op basis van de leggerkaart van waterschap De Dommel is binnen het plangebied geen oppervlaktewater of watergang gelegen. De nabijgelegen oppervlaktewateren zijn gelegen bij de kruisingen Smulderslaan-Gelderselaan en Smulderslaan-Brabantlaan. De afstand tussen de kruisingen bedraagt circa 700 meter. Met de beoogde herontwikkeling van het plangebied zullen geen handelingen plaatsvinden welke effect zullen hebben op oppervlaktewateren.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats.

66

Afvalwater In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een traditioneel vrij verval gemengd rioolstelsel gelegen. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer: DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel binnen het perceel. Het perceel is reeds via de voorzijde ontsloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel. De mogelijkheden en wijze van aansluiting binnen het perceel zal in overleg met de gemeente besproken worden. Hemelwater Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een groot gedeelte van de bestaande bedrijfsbebouwing gesloopt en vervangen voor enkele nieuwe bedrijfsgebouwen. Diverse bestaande gebouwen blijven in de toekomstige situatie gehandhaafd. Globaal bedragen de verharde oppervlaktes in de bestaande en toekomstige situatie als volgt: Bestaande situatie Functie Bedrijfswoning nr. 30 Bedrijfswoning nr. 40 Plattelandswoning nr. 38 Overige gebouwen nr. 30 Overige gebouwen nr. 40

Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 105 m2 265 m2 200 m2 493 m2 175 m2

Varkensstallen nr. 40

7.000 m2

Varkensstallen nr. 30

3.520 m2

Verharding (asfalt) nr. 30 Verharding (asfalt) nr. 40

1.425 m2 2.700 m2

Toekomstige situatie Functie Bedrijfswoning nr. 30 Bedrijfswoning nr. 40 Plattelandswoning nr. 38 Akkerbouw & paarden nr. 30 Berging, werkplaats en ambachtelijk bedrijf (trapleuningen) Agrarisch technisch hulpbedrijf 40 Akkerbouw en zoogkoeien Berging/opslag Stapmolen Mestopslag Verharding (asfalt) nr. 30 Verharding (asfalt) nr. 40

Verhard/bebouwd oppervlak (m2) 105 m2 265 m2 200 m2 143 m2 350 m2 379 m2 751 m2 175 m2 255 m2 25 m2 620 m2 1.300 m2

Het toekomstig verhard- en bebouwd oppervlak (4.823 m2) wordt getoetst aan de vereiste compensatie. De vereiste compensatie wordt berekend door de toename van het verhard oppervlak te vermenigvuldigen met een waterschijf à 0,06 m. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters: 289,38 m3. Ter plaatse moet daarbij tevens rekening worden gehouden met een GHG van 40 - 60 cm. In de bestaande situatie is deze compensatie eis vele malen hoger door het grotere oppervlak verhard en bebouwd oppervlak. Een mogelijkheid voor infiltreren van het hemelwater, wat niet rechtstreeks infiltreert in de bodem, is het realiseren van een infiltratieveld of het afwateren van hemelwater in een zaksloot. In de huidige situatie en de situatie voor de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, stroomt het hemelwater al geruime tijd af naar een zaksloot. Dit geschiedt zowel ter plaatse van Smulderslaan 30 aan weerszijden van het erf, als ter plaatse van Smulderslaan 40 rondom het erf. Deze sloot betreft geen A- of B-watergangen. Het is aannemelijk dat deze watergangen middels een noodoverloop wel in verbinding staan met de nabijgelegen A-watergangen ten westen en oosten van het plangebied. De nabijgelegen oppervlaktewateren zijn gelegen bij de kruisingen Smulderslaan-Gelderselaan en Smulderslaan-Brabantlaan. Ter impressie zie navolgende afbeelding.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Zoals uit bovenstaande tabel opgemaakt kan worden nemen de vierkante meters bebouwd en verhard oppervlakte af. In de bestaande situatie is er sprake van in totaal 15.883 m 2 verhard en bebouwd oppervlak, terwijl in de toekomstige situatie sprake is van in totaal 4.823 m2 verhard en bebouwd oppervlak. Dit is een afname van 11.060 m2.

67

150 m 135 m 425 m

Uitsnede Leggerkaart Waterschap De Dommel met globale aanduiding zaksloten op beide locaties.

Het is aannemelijk dat gezien de grote afname van 11.060 m2 bebouwd en verhard oppervlak dat de hemelwatersituatie op locatie zal verbeteren. Het te slopen bebouwd oppervlak wordt met name hergebruikt ten behoeve akkergronden. Tussen de zonnepanelen zal voldoende ruimte blijven dat afstromend hemelwater kan infiltreren in de bodem. De grond wordt ingezaaid met een gras en bloemenmengsel. Overall is er in het plangebied dus minder afstromend oppervlak en meer ruimte dat hemelwater in de grond kan infiltreren. De bestaande zaksloot blijft derhalve ongewijzigd binnen het plangebied. Conclusie: Gelet op de huidige situatie en de afname van het verhard en bebouwd oppervlak en de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied worden er geen belemmeringen verwacht voor toekomstige ontwikkelingen.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

De zaksloot op locatie staat doorgaans droog. Alleen bij langdurige regenval is deze deels gevuld met water. Ter plaatse van Smulderslaan 40 bedraagt de lengte zaksloot aan weerszijden van het erf respectievelijk 150 meter en 135 meter. Deze sloten zijn gemiddeld 80 cm diep, 180 cm breed op maaiveldhoogte. Aangezien een sloot wiskundig gezien een zogeheten prisma betreft is er sprake van een inhoudsmaat van in totaal 410 m3 ter plaatse van Smulderslaan 40. Ter plaatse van Smulderslaan 30 is er sprake van een slootlengte van 425 m. Hierbij gelden eenzelfde profiel als de zaksloot nabij Smulderslaan 40. Hierbij geldt een inhoudsmaat van in totaal 612 m 3. Rekening houdend met de GHG is er sprake van meer dan voldoende bergingscapaciteit bij zowel Smulderslaan 40 als Smulderslaan 30. Ook indien men besluit om in de toekomst ooit een deel van de sloten te dempen, blijft er sprake van voldoende bergingscapaciteit op beide locaties.

68

4.2.4 Verkeer en parkeren Verkeer

Het plangebied wordt in de bestaande situatie, reeds zoals in de bestaande situatie, ontsloten via de Smulderslaan. Via de Smulderslaan is Someren-Heide te bereiken. Vanuit daar is in Noordelijke richting een verbinding met Someren. In zuidelijke richting is de verbinding naar Nederweert en Maarheeze. De Smulderslaan betreft een 60 km/uur-weg. Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een toename van het aantal verkeersbewegingen. In het kader van het aspect luchtkwaliteit is reeds het verkeer nader uitgewerkt. Per dag worden met de ontwikkeling in totaal 34 verkeersbewegingen verwacht op een gemiddelde weekdag. Het aandeel vrachtverkeer bedraagt 4% en betreft met name transportbewegingen ten dienste van de akkerbouwactiviteiten. Het aantal voertuigbewegingen per dag bestaat met name uit verkeersbewegingen van het klussenbedrijf, post en pakketdiensten en persoonlijke vervoer van initiatiefnemers. Ten opzichte van de bestaande situatie is er sprake van een toename van gemiddeld 11 verkeersbewegingen per dag. De omliggende wegen kunnen deze verkeerstoename goed verwerken. Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Parkeren

Het uitgangspunt bij onderhavige ontwikkeling is dat het parkeren volledig binnen het plangebied zelf wordt opgevangen, zodat er geen extra parkeerdruk voor de omgeving ontstaat. Bij het uitwerken van het planvoornemen is hiermee dan ook rekening gehouden. In het kader van het planvoornemen is navolgende parkeerbalans opgesteld. Een impressie van de parkeerplaatsen zijn opgenomen op navolgende afbeeldingen. Een gedetailleerde weergave is opgenomen op de situatietekeningen in bijlage 1. Op Smulderslaan 40 zijn twee vaste parkeerplaatsen nodig voor de werknemers van het agrarisch klussenbedrijf. Daarnaast is er één laad en los plaats voor vrachtverkeer en twee laad- en los plaatsen voor licht verkeer voor alle activiteiten op Smulderslaan 40. De parkeerplaatsen ter plaatse van de plattelandswoning en bedrijfswoning zijn reeds aanwezig en blijven ongewijzigd.

Op basis van de uitgevoerde parkeerbalans zijn in totaal 11 parkeerplaatsen benodigd. Binnen het plangebied zijn deze parkeerplaatsen voorzien. Er is meer dan voldoende verharding en ruimte aanwezig om hierin te voorzien. Hiermee worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te kunnen voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Tot slot zal de definitieve toetsing van het aantal benodigde parkeerplaatsen plaatsvinden in het kader van de toekomstige omgevingsvergunningaanvraag. In de regels van dit bestemmingsplan zijn hiertoe voorwaarden opgenomen.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Op Smulderslaan 30 zijn twee vaste parkeerplaatsen nodig voor de werknemers van het agrarisch klussenbedrijf. Daarnaast één parkeerplaats voor de werknemer van het ambachtelijk klussenbedrijf. Daarnaast is er één laad en los plaats voor vrachtverkeer en twee laad en los plaatsen voor licht verkeer voor alle activiteiten op Smulderslaan 40. De parkeerplaatsen ter plaatse van de bedrijfswoning zijn reeds aanwezig en blijven ongewijzigd.

69

Toekomstige situatie Smulderslaan 40 (deel 2, de zonneweide)

Toekomstige situatie Smulderslaan 30 inclusief aanduiding parkeerplaatsen (rood omlijnd)

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Toekomstige situatie Smulderslaan 40 (deel 1, gebouwen aan voorzijde)

70

4.2.5 Kabels en leidingen Binnen het plangebied en de directie omgeving liggen geen kabels en/of leidingen met een planologische beschermingszone die van invloed is op het plangebied. Vanuit dit kader bestaan er kortom geen belemmeringen.

4.3 M.e.r.-(beoordelings)plicht Algemeen

Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is. Een m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen of bij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een MER nodig.

4.3.1 Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling

In onderdeel D, kolom 1 van het Besluit m.e.r. staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt; voor veehouderij is dit D14 ‘De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’. In onderdeel D14 kolom 2 staan bij deze activiteit gevallen (drempelwaarden) genoemd. In het geval dat de activiteit betrekking heeft op meer dan de genoemde aantallen dan is direct een m.e.r. beoordeling noodzakelijk. Indien de activiteit beneden de drempelwaarde ligt, is er sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. D14: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op meer dan: 40.000 stuks pluimvee (Rav1 cat. E, F, G en J), 2.000 stuks mestvarkens (Rav cat. D.3), 750 stuks zeugen (Rav cat. D.1.2, D.1.3 en D.3 voor zover het opfokzeugen betreft), 3.750 stuks gespeende biggen (biggenopfok) (Rav cat. D.1.1), 5.000 stuks pelsdieren (fokteven) (Rav cat. H.1 t/m H.3), 1.000 stuks voedsters of 6000 vlees- en opfokkonijnen tot dek leeftijd (Rav cat. I.1 en I.2), 200 stuks melk-, kalf- of zoogkoeien ouder dan 2 jaar (Rav cat. A.1 en A.2), 340 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat. A 3), 340 stuks melk-, kalf- en zoogkoeien ouder dan 2 jaar en vrouwelijk jongvee tot 2 jaar (Rav cat.

A 1, A 2 en A 3), 10) 1.200 stuks vleesrunderen (Rav cat. A.4 t/m A.7), 11) 2.000 stuks schapen of geiten (Rav cat. B.1 en C.1 t/m C.3), 12) 100 stuks paarden of pony’s (Rav cat. K.1 en K.3), waarbij het aantal bijbehorende dieren in opfok jonger dan 3 jaar niet wordt meegeteld. (Rav cat. K.2 en K.4), 13) 1.000 stuks struisvogels (Rav cat. L.1 t/m L.3). De voorgenomen activiteit ziet toe op het oprichten, wijzigingen of uitbreiden van een installatie voor het houden van dieren, en overschrijdt een of meerdere D14-drempelwaarden niet. Zoals blijkt uit paragraaf 2.2 (toekomstige situatie – dieraantallen) wijzigen de dieraantallen op locatie binnen de 15%norm na deelname aan de Srv. De exacte aantallen zijn opgenomen in paragraaf 2.2. De wijziging in dieraantallen van verschillende van bovenstaande categorieën overschrijdt de gestelde drempelwaarden niet.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

71

Afweging

Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een vormvrije m.e.rbeoordelingsplicht. Dit betekent dat voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat, het college van burgemeester en wethouders aan de hand van een aanmeldingsnotitie moet beoordelen en besluiten of een milieueffectrapport moet worden opgesteld e.e.a. conform §7.6 Wet milieubeheer. Naar aanleiding van de wijziging van artikel 7.28 (d.d. 1 januari 2021) hoeft, in het geval er sprake is van een aanmeldingsnotitie m.e.r., een m.e.r.- beoordelingsbesluit niet al worden voorgelegd bij de aanvraag. De beoordeling van de aanmeldingsnotitie vindt dan tegelijkertijd plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. In navolgende §4.3.2 is de vormvrije m.e.r.-beoordeling nader uitgewerkt.

4.3.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

In een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet de gemeente beoordelen of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.-procedure nodig is. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk, 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een MER gemaakt moet worden.

Algemeen

In deze paragraaf wordt getoetst of op basis van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Het gaat hierbij om de volgende criteria (zie ook onderstaande tabel): 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect.

• • • • • • •

Omvang van het project Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling)

2. Plaats van het project • • •

Bestaande en goedgekeurde grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; b. kustgebieden en het maritieme milieu; c. berg- en bosgebieden; d. natuurreservaten en –parken;

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

1. Kenmerken van het project

72

e. gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; f. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; g. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; h. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect • • • • • • • •

de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden) de aard van het effect het grensoverschrijdende karakter van het effect de intensiteit en complexiteit van het effect de waarschijnlijkheid van het effect de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van de voorliggende bestemmingsplanwijziging. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Kenmerken van het project Criteria

Toets

Omvang van het project

Vigerende vergunning De inrichting beschikt over een rechtsgeldige milieuvergunning tot het veranderen en/of in werking hebben van een inrichting (verleend op 20-11-2011). De vigerende Wet Milieubeheer is onherroepelijk en heeft betrekking op onderstaande diercategorieën en dieraantallen.

Voorgenomen situatie In het kader van het planvoornemen wordt de intensieve veehouderij gestaakt en wordt het bedrijf omgeschakeld naar een akkerbouwbedrijf als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 40 en wonen als hoofdfunctie op locatie Smulderslaan 30. Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt het wonen gecombineerd met het hobbymatige houden van enkele paarden en een nevenactiviteit ambachtelijk bedrijf (trapleuningen). Ter plaatse van Smulderslaan 40 is er sprake van een akkerbouwbedrijf, nevenactiviteit zoogkoeien, nevenactiviteit agrarisch technisch hulpbedrijf en 0,5 hectare zonnepanelen. Voor meer informatie zie hoofdstuk 2 en de tekeningen in bijlage 1. Cumulatie met andere projecten

In de omgeving bevinden zich meerdere intensieve en grondgebonden veehouderijen, waardoor cumulatie met andere veehouderijen kan optreden. De dichtstbijgelegen veehouderij ligt op ca. 140 m afstand van de inrichting. In de omgeving zijn naast de bestaande veehouderijen geen goedgekeurde, maar nog niet gerealiseerde ontwikkelingen aanwezig. In het rapport ‘informatie aanvraag Wet Milieubeheer wordt bij

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Feitelijke situatie De vigerende vergunning is in overeenstemming met de feitelijke situatie en vormt daarmee de referentiesituatie in het kader van de m.e.r.-beoordeling.

73

de verschillende ‘waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten’ afzonderlijk ingegaan op de mogelijk cumulatieve effecten. Gebruik van Binnen de inrichting wordt aardgas verbruikt voor de verwarming van de huizen. natuurlijke Daarnaast zijn zonnepanelen aanwezig die grotendeels voorzien in de elektriciteits hulpbronnen behoefte. Elektra wordt verbruikt voor met name de verlichting. Door de toepassing van energiebesparende maatregelen en monitoring van het verbruik wordt zo spaarzaam mogelijk omgegaan met het gas- en elektraverbruik. Binnen de inrichting wordt verder (diesel) olie verbruikt. Verder wordt er grond- en/of leidingwater verbruikt, onder andere als drinkwater voor de dieren en voor reinigings-doeleinden. Door de toepassing van waterbesparende maatregelen en monitoring wordt zo spaarzaam mogelijk omgegaan met het waterverbruik. In het voornemen worden emissiereducerende en bodem-beschermende maatregelen getroffen om te zorgen dat het project geen nadelige effecten heeft op milieuvoorraden en biodiversiteit. Productie van afvalstoffen

Binnen de inrichting komen afvalstoffen vrij, met name kadavers, restafvalstoffen, verpakkingsmateriaal, papier, plastic, GFT, klein chemisch afval en restanten medicijnen. Deze afvalstoffen worden via verschillende erkende inzamelaars afgevoerd.

Verontreiniging en hinder

De ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied van de gemeente Someren. In het voornemen is sprake van beperkte emissies van met name ammoniak, geur, fijnstof, geluid, en vinden bodembedreigende activiteiten plaats. Hierdoor kan milieuhinder veroorzaakt worden. De emissies worden beperkt door het treffen van maatregelen. In hoofdstuk 4 ‘Uitvoeringsaspecten’ zijn deze aspecten en maatregelen nader uitgewerkt.

Risico van ongevallen

In de bestaande situatie is geen sprake van een (beperkt) kwetsbaar object binnen een plaatsgebonden risicocontour van een risicovolle inrichting. Er is ook geen risico aanwezig op domino-effecten (cumulerende effecten). De locatie ligt niet in de risicozone van buisleidingen of hoogspanningsleidingen. Het bedrijf is zodanig ingericht dat het zo optimaal mogelijk kan functioneren. Binnen de inrichting zijn door bedrijfsvoering geen gevaarlijke stoffen van toepassing. Toch kunnen binnen de inrichting onvoorziene situaties of calamiteiten ontstaan, zoals stroomstoringen of brand. Binnen de inrichting zijn de nodige veiligheidsvoorzieningen getroffen om een calamiteit en een hierdoor optredende bijzondere milieubelasting, te voorkomen dan wel te beperken.

Risico’s voor de menselijke gezondheid

Bij een veehouderij betreft dit met name beperkte emissies van ammoniak, geur, fijnstof, geluid, maar ook zoönosen en water- en bodemvervuiling. De emissies worden onder andere beperkt door de toepassing van emissie-reducerende technieken, een hoge gezondheids-status van de veestapel en door (hygiëne)maatregelen op het

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Daarnaast komt binnen de inrichting bedrijfsafvalwater vrij, hetgeen wordt opgevangen in de mestput en samen met de drijfmest conform de Meststoffenwet uitgereden op landbouwgronden. Door de aanwezige dieren wordt mest geproduceerd, deze mest wordt elders als meststof elders uitgereden op landbouwgronden. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op het vuilwaterriool. Bedrijfsafvalwater wordt geloosd in de mestput. Er wordt geen verontreinigd (afval)water geloosd op het oppervlaktewater.

74

bedrijf, de toepassing van bodembeschermende maatregelen en opvang van verontreinigd (afval)water. In § 4.4 wordt (de beperking van) deze risico’s nader uitgewerkt. Plaats van het project Criteria

Toets

Bestaand grondgebruik

Het plangebied betreft een voormalige varkenshouderij die deelneemt aan de Srv. De gronden zijn reeds agrarisch in gebruik.

Relatieve rijkdom aan kwaliteit N.v.t. en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied

• gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden)

Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van door de Wet natuurbescherming beschermde gebieden. Zie ook § 4.2.2 Ecologie.

• gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden

Nee

• gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid

N.v.t.

• landschappen van historisch, Cultuurhistorie: het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering in cultureel of archeologisch het kader van het planvoornemen. Voor meer informatie zie § 4.2.1 belang. Archeologie: het aspect archeologie vormt geen belemmering in het kader van het planvoornemen. Voor meer informatie zie § 4.2.1 In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied

Toets

Beschermd natuurmonument

Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument.

Habitat en vogelrichtlijngebieden

Nee, zie § 4.2.2 Ecologie

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor:

75

Watergebied van internationale betekenis

Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationale betekenis.

Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS)

Het plangebied ligt niet binnen of in de nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN. Voor meer informatie zie § 4.2.2 Ecologie

Landschappelijk waardevol gebied

Op basis van het provinciaal beleid maakt het plangebied uit van een landschappelijk waardevol gebied. Het planvoornemen heeft geen negatieve invloed op het landschappelijk waardevolle gebied. Voor meer informatie zie §3.2.

Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden

Uit de kaarten behorende bij de IOV blijkt dat het plangebied niet ligt binnen een grondwaterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied en (milieu)beschermingsgebieden. Voor meer informatie zie §4.2.3.

Beschermd monument

In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig.

Belvedere-gebied

Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.

Kenmerken van het potentiële effect Gevoelig gebied

Toets

Bereik van het effect De planlocatie bestaat momenteel reeds uit een veehouderij met (geografische zone en grootte daaromheen landbouwgrond ten behoeve van gewaswinning en van de getroffen bevolking) beweiding. Met het planvoornemen wordt de bedrijfslocatie verandert waarbij omliggende landbouwgrond wordt gebruikt voor beweiding en akkerbouwactiviteiten. De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. De effecten zijn daarmee zeer beperkt. Grensoverschrijdende karakter n.v.t. van het effect Waarschijnlijkheid van het effect

Van onevenredige effecten voor de omgeving is geen sprake.

Conclusie

Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat dit geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Duur, frequentie en de Er is sprake van een ontwikkeling ter plaatse van een veehouderij. omkeerbaarheid van het effect De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoord in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van een onevenredige aantasting.

76

4.5 Economische aspecten Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grex-wet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Deze verplichting vervalt indien de gronden volledig in eigendom zijn van de gemeente. De voorliggende ontwikkeling betreft een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hierdoor geldt een verplichting tot kostenverhaal. De voorgestane ontwikkeling aan Smulderslaan 30 en 40 te Someren betreft een particulier initiatief. De met de ontwikkeling gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de desbetreffende particuliere initiatiefnemer. Afspraken omtrent planschade, mogelijke vervolgonderzoeken en de van toepassing zijnde voorwaardelijke verplichtingen worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Eventuele planschade is voor rekening voor initiatiefnemer. Het kostenverhaal is hiermee in voldoende mate anderszins verzekerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

4.6 Handhaafbaarheid

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Een belangrijk aspect in de uitvoering van het bestemmingsplan is van juridische aard. Het gaat hierbij om de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het bestemmingsplan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten te kunnen bewaren. Daarnaast is handhaving van belang uit het oogpunt van rechtszekerheid. Alle gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze aan het bestemmingsplan te worden gehouden. Met deze oogmerken is in het bestemmingsplan gestreefd naar een eenvoud van in het bijzonder de planregels. Door de toegankelijkheid en de leesbaarheid daarvan worden de mogelijkheden om toe te zien op de naleving vergroot.

77

Hoofdstuk 5 – Juridische planopzet 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en planregels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De regels en verbeelding zijn opgesteld op basis van de landelijk geldende standaarden (SVBP 2012) en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 3’ (NL.IMRO.0847.BP02020022-VS01) en voorbeeld bestemmingsplan ‘Nijssenstraat 4 te Haghorst’ (NL.IMRO.0798.BPNijssenstraat4-VO01).

5.2 Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen aanduidingen zijn aangegeven, waaraan in de regels voorwaarden zijn verbonden. De opgenomen verklaring is niet juridisch bindend en is op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding.

5.3 Toelichting op de regels De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: • Hoofdstuk 1: Inleidende regels; • Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • Hoofdstuk 3: Algemene regels; • Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

5.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten.

Begrippen

Wijze van meten

Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken/ percelen gemeten moeten worden.

5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: • • • • • •

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels;

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn.

78

• • •

omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid.

Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemmingen nader toegelicht.

Agrarisch– Agrarisch bedrijf

De bestemming ‘Agrarisch– Agrarisch bedrijf’ is reeds aanwezig in het plangebied en deze bestemming blijft gehandhaafd in het toekomstige bestemmingsplan. De voor ‘Agrarisch– Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende agrarische voorzieningen, én het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschapswaarden en natuurwaarden. In de situatie van Smulderslaan 40 is dit ten dienste van de uitoefening van het akkerbouwbedrijf. Het agrarisch bedrijf is als voldoende volwaardig bestempeld op basis van het opgestelde bedrijfsplan en het advies van de AAB (zie paragraaf 3.3.5).

-

een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch-technisch hulpbedrijf’ met in de regels een maximum oppervlakte van 300 m2. een functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij' tevens een veehouderij, tot een maximum van 800 m² bruto vloeroppervlakte voor de huisvesting van maximaal 26 stuks vrouwelijk jongvee en/of 40 stuks zoogkoeien en/of 1 stuk fokstieren of maximaal 400 schapen, of een verdeling hiertussen waarbij de maximale ammoniakemissie niet meer bedraagt dan het maximale emissie bij een van deze varianten, uitsluitend ten dienste van de nevenactiviteiten genoemd in de planregels.

Wat betreft de bedrijfswoningen op locatie is op de verbeelding per adres een maximum aantal wooneenheden aangegeven. Ter plaatse van Smulderslaan 40 geldt dat twee bedrijfswoningen zijn toegestaan en een plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning'. Hier is tevens het wonen in de bedrijfswoning door derden, die geen relatie hebben met het ter plaatse gevestigde bedrijf, toegestaan. Binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ geldt daarnaast de voorwaardelijke plicht tot sloop conform bijlage 2 in de planregels (ter impressie eveneens bijlage 10 bij deze toelichting).

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Ter plaatse van het plangebied is middels de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch intensieve veehouderij uitgesloten' geen intensieve veehouderij is toegestaan. Daarnaast geldt specifiek voor de locatie Smulderslaan 40 de onderverdeling ten behoeve van de nevenactiviteiten. Namelijk:

79

Agrarisch met waarden – Landschapswaarden

De bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ is reeds aanwezig op een deel van de gronden rondom het plangebied. In onderhavig bestemmingsplan wordt de bestemming toegekend aan de gronden rondom het agrarisch erf waar geen bedrijfs- en woonactiviteiten plaatsvinden. Deze gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden, inclusief tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. De gronden zijn daarnaast bestemd met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’. Deze aanduiding is toegekend aan de groene landschapselementen aan de randen van het plangebied. De met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van het groen, de landschapselementen, natuurwaarden en de bijbehorende groeiplaats, behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden. Tot deze aanduiding behoort tevens de voorwaardelijke verplichting in relatie tot het landschappelijk inpassingsplan. In lijn met het advies van het waterschap is een voorwaardelijke verplichting hemelwaterinfiltratie opgenomen in de planregels. Ter plaatse van Smulderslaan 40 is de vergunde zonneweide gepland. Voor de zonneweide is op 23 maart 2022 onder voorwaarden een vergunning verleend (zaaknummer 0847200367850), die reeds onherroepelijk is.

De zonneweide is specifiek aangeduid en geborgd middels de functieaanduiding 'specifieke vorm agrarisch - zonneweide'.

Wonen

De bestemming ‘Wonen’ wordt toegekend aan het erf ter plaatse van de locatie Smulderslaan 30. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen en ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' is één kleinschalig bedrijf toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (zie paragraaf 4.1.5). Op locatie Smulderslaan 30 zal er sprake van een trapleuningen bedrijf met circa 50 m2 vloeroppervlak ten behoeve van een werkplaats voor het ambachtelijk bedrijf. De producten worden bewerkt ter plaatse van het bedrijf. De verkoop vindt online plaats en de producten worden opgehaald afgevoerd via reguliere pakketdiensten. Er zal derhalve geen balieverkoop plaatsvinden op het erf.

Ter plaatse van Smulderslaan 30 geldt derhalve dat wonen in één woning is toegestaan. Op locatie is eveneens de uitvoering van een intensieve veehouderij uitgesloten middels de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch uitgesloten – intensieve veehouderij’. Daarnaast geldt ook voor deze bestemming de voorwaardelijke plicht tot sloop conform bijlage 2 in de planregels (ter impressie eveneens bijlage 10 bij deze toelichting) en de voorwaardelijke verplichting in relatie tot het landschappelijk inpassingsplan. In lijn met het advies van het waterschap is een voorwaardelijke verplichting hemelwaterinfiltratie opgenomen in de planregels.

5.3.3 Algemene regels In de algemene regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen, te weten de antidubbeltelregel, algemene bouw-, gebruiks-, afwijkings-, wijzigings- en procedureregels en overige regels.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Voor toepassing van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' op locatie wordt het planvoornemen getoetst aan de wijzigingsvoorwaarden uit artikel 4.7.3 Wijziging naar ‘Wonen’ met aanduiding ‘wonen plus’. Voor meer informatie, zie paragraaf 3.3.6. Dit betekent onder andere dat een maximum bestemmingsvlakoppervlak ‘Wonen’ à 3.000 m2 is opgenomen. Ter plaatse van Smulderslaan 30 wordt op basis van de vergunde situatie in onderhavig bestemmingsplan het oppervlak bijgebouwen vastgelegd op 239 m2. Er bestaat een mogelijkheid om onder voorwaarden het oppervlak bijgebouwen uit te breiden tot maximaal 350 m2.

80

Anti-dubbeltelregel

In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk.

Algemene bouwregels

In de algemene bouwregels zijn onder andere regels opgenomen ten aanzien van ondergronds bouwen en maatvoering.

Algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels

Deze bepalingen geven het bevoegd gezag c.q. burgemeester en wethouders de mogelijkheid om in specifieke gevallen af te wijken van het bestemmingsplan of het plan in geringe mate te wijzigen. Het betreft onder andere een afwijkingsbevoegdheid om een paardrijbak buiten de bestemming ‘Wonen’ te leggen.

Overige regels

In dit artikel zijn regels opgenomen omtrent parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij gebouwen.

5.3.4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen.

Overgangsrecht

In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht.

Slotregel

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.

81

Hoofdstuk 6 – Maatschappelijke uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 1.3.1. van het Bro dienen Burgemeester en Wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of er een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt. Ook is in artikel 1.3.1. Bro bepaald dat het voornemen tot het voorbereiden van een bestemmingsplan waarbij geen MER wordt opgesteld, dient te worden gepubliceerd conform artikel 3:12 lid 1 en 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en langs elektronische weg. Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt geen inspraakprocedure gehouden. Het plan wordt rechtstreeks als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij eenieder de mogelijkheid heeft om een zienswijze op het plan in te dienen. Mocht een bestemmingsplan toch aanleiding geven om inspraak te verlenen, dan kunnen Burgemeester en Wethouders met het delegatiebesluit (op grond van artikel 156 van de Gemeentewet) alsnog besluiten om inspraak te verlenen op basis van een voorontwerp-plan. Hiervoor kan aanleiding bestaan bij politiek of maatschappelijk gevoelige kwesties. Hiervan is geen sprake bij onderhavig bestemmingsplan. Er wordt dan ook geen mogelijkheid tot inspraak geboden. Wel heeft eenieder de mogelijkheid een zienswijze tegen het ontwerpplan in te dienen. Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1.

Bro dient vooroverleg te worden gevoerd met diensten van het Rijk, provincie en het waterschap. Deze instanties kunnen aangeven dat in bepaalde gevallen vooroverleg niet noodzakelijk is. In het kader van onderhavig plan zijn geen nationale belangen in het geding. Vooroverleg met de Rijksoverheid is dan ook niet noodzakelijk. In het kader van het planvoornemen is ten behoeve van het vooroverleg een voorontwerp bestemmingsplan aangeboden bij de Provincie Noord-Brabant en het Waterschap De Dommel. De reacties zijn hieronder samengevat.

Vooroverlegreactie provincie Noord-Brabant

a) Wat betreft de herbestemming van de locatie Smulderslaan 30 en 40 is de provincie van mening dat in het plan in onvoldoende mate is omschreven waarom een bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ op beide locaties te rechtvaardigen is. Volgens provincie wordt in het plan onvoldoende omschreven wat de activiteiten van het grondgebonden teeltbedrijf behelzen qua aard en omvang. Het plan geeft in de motivering onvoldoende inzicht in hoofd- en nevenactiviteiten. b) Het toepassen van een koppelteken (koppeling van twee bestemmingsvlakken via de figuur ‘relatie’) waardoor twee percelen worden verbonden tot één bouwperceel, is niet logisch en niet gewenst. Dit mede op basis van de begripsbepaling in de Interim omgevingsverordening (IOV). c) De realisatie van het zonneveld (0,5 ha) dient getoetst te worden aan de voorwaarden van artikel 3.41 IOV. In artikel 3.41 IOV is bepaald dat zonneparken alleen met een tijdelijke omgevingsvergunning (artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 2 of 3, Wabo) kunnen worden toegestaan, voor een periode van maximaal 25 jaar en met (financiële) zekerstelling van verwijdering. Daar is met onderhavig plan geen sprake van en is er derhalve sprake van strijdigheid met de IOV. d) De overlegde BZV voldoet, maar correspondeert niet met de bepalingen uit de verleende subsidie voor de sanering, waarin is bepaald dat geen (intensieve) veehouderij meer mag

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

De provincie Noord-Brabant heeft op 21-11-22 het conceptontwerp bestemmingsplan ontvangen (zaaknummer C2304933). Samenvattend is de feedback als volgt:

82

worden ontplooid. Verder wordt geadviseerd om de BZV- toets via de laatste versie (versie 2.2) nader uit te werken. In een periode van eind november 2022 tot en met begin juni 2023 hebben diverse overleggen plaatsgevonden tussen gemeente, provincie en initiatiefnemer. Door personele wisselingen heeft dit traject langer geduurd dan vooraf beoogd. Desalniettemin heeft deze dialoog geleidt tot een beantwoording van de vooroverlegreactie. Namelijk: Sub a) ten aanzien van Smulderslaan 30 is overwogen dat een bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ niet passend is. In overeenstemming met gemeente en provincie is bepaald dat voor deze locatie, binnen de bestemmingsplansystematiek van de gemeente Someren, de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' wordt toegekend. Voor een nadere duiding van de bestemmingsplanregeling zie paragraaf 5.3.2. Ten aanzien van Smulderslaan 40 is overwogen dat dat een bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ wel passend is. Hiertoe is in de overweging van deze bestemming voor deze locatie een overzichtelijk bedrijfsplan opgesteld. Zie bijlage 2. Het bedrijfsplan geeft een omschrijving van de diverse functies, het ruimtebeslag per functie, de urenbesteding en de verwachte financiële opbrengsten per functie.

Hiermee wordt gemotiveerd dat de agrarische bedrijfsvoering volwaardig genoeg is om de bestemming ‘Agrarisch bedrijf’ te verantwoorden en dat de agrarische bedrijfsvoering de hoofdfunctie is. Sub b) conform het advies van de provincie wordt het koppelteken niet meer toegepast. Sub c) ten behoeve van de zonneweide is op 23 maart 2022 onder voorwaarden een vergunning verleend (zaaknummer 0847200367850). Deze vergunning is reeds onherroepelijk waardoor sprake is van ‘bestaand recht’. Ondanks dat de zonneweide en vergunning in strijd zijn met artikel 3.41 IOV, wordt de zonneweide als zodanig geborgd in onderhavig bestemmingsplan in verband met het verworven recht. Sub d) naar aanleiding van de vooroverlegreactie is een nieuwe versie van de BZV uitgevoerd en bijgevoegd bij het plan. Zie bijlage 5. Het Waterschap De Dommel heeft op 07-10-22 het conceptontwerp bestemmingsplan ontvangen. Op 17-10-22 volgde de feedback. Het Waterschap kan op hoofdlijnen instemmen met het bestemmingsplan. Met het plan neemt het totaal verhard oppervlak af met circa 11.060 m 2. In lijn met het advies van het waterschap is in de plantoelichting de GHG aangepast van 60-80cm onder maaiveld naar een hogere GHG, namelijk 40-60cm onder maaiveld. Hier dient rekening mee worden gehouden bij de invulling van de waterbergingsopgave en de benodigde ontwateringsdiepte van nieuwbouw.

Daarnaast dient bekeken te worden op welke wijze hemelwater wordt geïnfiltreerd op locatie. In de bestaande situatie is een zaksloot gelegen zowel ter plaatse van Smulderslaan 30 ten oosten en ten zuiden van het erf, als ter plaatse van Smulderslaan 40 ten westen en ten zuiden van het erf. De zaksloot op locatie staat doorgaans droog. Alleen bij langdurige regenval is deze deels gevuld met water. Het is aannemelijk dat gezien de grote afname van 11.060 m 2 bebouwd en verhard oppervlak dat de hemelwatersituatie op locatie zal verbeteren. Het te slopen bebouwd oppervlak wordt met name hergebruikt ten behoeve akkergronden. Tussen de zonnepanelen zal voldoende ruimte blijven dat afstromend hemelwater kan infiltreren in de bodem. De grond wordt ingezaaid met een gras en bloemenmengsel. Overall is er in het plangebied dus minder afstromend oppervlak en meer ruimte dat hemelwater in de grond kan infiltreren. De bestaande zaksloot blijft derhalve ongewijzigd binnen het plangebied. Voor meer informatie zie paragraaf 4.2.3.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Vooroverlegreactie Waterschap De Dommel

83

Conclusie: De vooroverlegreacties hebben op enkele punten geleid tot aanpassingen. Het wettelijke vooroverleg kan daarmee als afgerond worden beschouwd.

Participatie Gemeente en initiatiefnemers achten het van belang dat de ontwikkeling vroegtijdig aan omwonenden wordt toelicht en met de omgeving wordt besproken. Doel van een omgevingsdialoog is om omwonenden de informeren en in gelegenheid te stellen hun bezwaren hiertegen kenbaar te maken en verbeterpunten op te halen. Voorafgaand aan de formele voorbereidingsprocedure is een omgevingsdialoog gevoerd met de buurtbewoners nabij Smulderslaan 30 en 40 te Someren. Een samenvatting van de omgevingsdialoog wordt hieronder kort beschreven. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage in bijlage 11. De omgevingsdialoog is toegevoegd met een kort verslag, een impressie van het planvoornemen en een overzicht van omwonenden die kennis hebben genomen van het planvoornemen. Initiatiefnemer is in oktober ’23 en november ’23 langs de deuren geweest bij buurtbewoners nabij Smulderslaan 30 en 40 te Someren. Onder het genot van een kop koffie zijn de plannen toegelicht middels het landschappelijk inpassingsplan en de bestemmingsplan verbeelding. Beide documenten zijn als bijlage bijgevoegd bij de omgevingsdialoog. De betreffende deelnemers van de omgevingsdialoog hebben met interesse kennis genomen van de plannen. Alle deelnemers hebben positief gereageerd op de plannen en wensten initiatiefnemer succes met het voltooien hiervan.

De deelnemers aan de omgevingsdialoog hebben daarnaast de mogelijkheid om formeel te reageren tijdens de procedure van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode heeft eenieder de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerp-bestemming worden te zijner tijd in navolgend hoofdstuk omschreven.

84

Hoofdstuk 7 – Procedure 7.1 Algemeen Een bestemmingsplan doorloopt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is vastgelegd in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke procedure start met de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: • • • • • •

• •

Vooroverleg met betrokken instanties; Openbare kennisgeving van het ontwerpbestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan gedeputeerde staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien gedeputeerde staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

7.2 Ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan ‘Smulderslaan 30-40 Someren’ (identificatienummer: NL.IMRO.0847.BP02022011-OW01) heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wro ter inzage gelegen van 15 december ’23 tot en met 25 januari ’24. Gedurende deze periode zijn géén zienswijzen ingediend. Het plan wordt verder voorbereid voor vaststelling.

Het bestemmingsplan wordt op PM datum raadsvergadering door de gemeenteraad van de gemeente Someren vastgesteld.

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

7.3 Vastgesteld bestemmingsplan

85

Bijlagen

Bestemmingsplan “ Smulderslaan 30-40 Someren”

1. Impressie toekomstige situatie 2. Bedrijfsplan Smulderslaan 3. Vergunning zonnepanelen 4. Landschappelijk inpassingsplan 5. Brabants Zorgvuldigheid Veehouderij (BZV-toets) 6. Adviezen Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB) 7. Bodemonderzoeken Smulderslaan 30 en 40 8. Quickscan Flora en Fauna 9. Onderzoek stikstofdepositie 10. Voorwaardelijke verplichting sloop 11. Omgevingsdialoog

86

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13887062/1