CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Michelslaan 14

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Michelslaan 1415.138 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan Michelslaan 14 Someren

Kadastrale gegevens

: : :

Someren G&R 4472, 4473 & 1081

Opgesteld door

:

LK

Referentie

:

200079-002

: :

22 december 2023 februari 2024

Datum

Ontwerp: Vastgesteld:

Gemeente Sectie Nummer

Inhoudsopgave 1.

2.

Beschrijving bestaande situatie ......................................................................... 6 1.1.

Aanleiding en doel ..................................................................................... 6

1.2.

Ligging en begrenzing ................................................................................ 6

1.3.

Vigerend bestemmingsplan ......................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ................................................................................................ 7

Planbeschrijving .............................................................................................. 8 2.1.

Huidige situatie ......................................................................................... 8

2.2.

Beoogde situatie ....................................................................................... 9

2.2.1. 2.3. 3.

Mogelijkheden bestemmingsplan voor beoogde ontwikkeling .........................11

Beleidskader ..................................................................................................12 3.1.

Inleiding..................................................................................................12

3.2.

Rijksbeleid ...............................................................................................12

3.2.1.

Nationale omgevingsvisie ....................................................................12

3.2.2.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .........................................12

3.2.1.

Ladder duurzame verstedelijking ..........................................................13

3.2.2.

Besluit m.e.r. .....................................................................................13

3.3.

Provinciaal beleid .....................................................................................14

3.3.1.

Brabantse Omgevingsvisie ...................................................................14

3.3.2.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant .......................................15

3.3.2.1.

Inleiding ........................................................................................15

3.3.2.2.

Beleidskader ...................................................................................15

3.4.

4.

Planbeschrijving .................................................................................. 9

Gemeentelijk beleid ..................................................................................18

3.4.1.

Structuurvisie ....................................................................................18

3.4.2.

VAB-NAF beleid ..................................................................................19

3.4.3.

Beeldkwaliteitsplan Buitengebied ..........................................................20

3.4.4.

Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2020 ......................21

Omgevingsaspecten ........................................................................................23 4.1.

Bodem ....................................................................................................23

4.2.

Bedrijven en milieuzonering .......................................................................23

4.3.

Geur .......................................................................................................25

4.4.

Luchtkwaliteit ..........................................................................................28

4.5.

Gezondheid .............................................................................................31

4.6.

Geluid .....................................................................................................33

4.7.

Externe veiligheid .....................................................................................33

4.8.

Cultuurhistorie en archeologie ....................................................................35

4.8.1.

Cultuurhistorie ...................................................................................35

4.8.2.

Archeologie .......................................................................................35

4.9.

Flora en Fauna .........................................................................................36

4.9.1.

Gebiedsbescherming ...........................................................................36

4.9.2.

Soortenbescherming ...........................................................................37

4.10.

Landschappelijke inpassing .....................................................................39

4.11.

Waterparagraaf .....................................................................................40

4.11.1.

Waterrelevant beleid .......................................................................40

4.11.2.

Inleiding watertoets.........................................................................41

4.11.3.

Waterparagraaf ...............................................................................43

4.12. 5.

Mobiliteit en parkeren ............................................................................43

Uitvoerbaarheid en procedure ..........................................................................45 5.1.

Economische haalbaarheid.........................................................................45

5.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...............................................................45

5.2.1.

Omgevingsdialoog ..............................................................................45

5.3.

Procedure ................................................................................................45

5.4.

Vooroverleg en inzage ..............................................................................46

Bijlagen ...............................................................................................................50

Bijlage(n) Bijlage 1 Geurberekening Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Akoestisch onderzoek Bijlage 4 Aeriusberekening Bijlage 5 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 6 Quickscan flora en fauna

1. Beschrijving bestaande situatie 1.1.

Aanleiding en doel

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld omdat de initiatiefnemer voornemens is om op de locatie Michelslaan 14 te Someren (hierna genoemd: plangebied) zijn bedrijf verder te ontwikkelen. Het bedrijf is gespecialiseerd in het ontwikkelen van speciaalmachines. Doordat het aantal en de doorlooptijd van projecten toeneemt ontstaat er een gebrek aan ruimte. Graag zou de initiatiefnemer de bedrijfsgebouwen willen uitbreiden, daarnaast wil de initiatiefnemer gezien de gezinssamenstelling het woonhuis vergroten. Voor de uitbreiding van de beoogde bedrijfsgebouwen is er een vergroting nodig van het bouwvlak. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien.

1.2.

Ligging en begrenzing

Het plangebied aan de Michelslaan 14 te Someren is gelegen in het buitengebied van gemeente Someren op een afstand van circa 1 kilometer van de kern Someren-Heide. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Someren, Sectie G, nummers 4472 en 4472 en het gemeente Someren, Sectie R nummer 1082. Afbeelding 1 geeft de topografische ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 1. Topografische kaart

1.3.

Vigerend bestemmingsplan

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het vigerende bestemmingsplan en de relatie hiervan met het te nemen besluit. Het actuele gemeentelijke beleid is opgenomen in paragraaf 3.6. De gemeenteraad van de gemeente Someren heeft op 26 juni 2013 het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2013’ vastgesteld. Het plangebied betreft een niet 6

agrarisch bedrijf en is in het vigerende bestemmingsplan aangeduid met de volgende bestemming en aanduidingen, zie afbeelding 2: • • •

Enkelbestemming: Bedrijf; Functieaanduiding: Specifieke vorm van bedrijf – 73; Gebiedsaanduiding: Reconstructiewetzone – landbouwontwikkelingsgebied.

Afbeelding 2. Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4.

Leeswijzer

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de benodigde motivering van het planvoornemen, in de vorm van een toelichting. Aan bod komen de volgende aspecten: • • •

• • •

7

plan- en gebiedsbeschrijving, hoofdstuk 2; het actuele beleid met betrekking tot de milieuwetgeving en ruimtelijke ordening met toetsing aan het ruimtelijke beleid, hoofdstuk 3; Toetsing aan milieuwetgeving met betrekking tot bestaande of potentiële belemmeringen in de omgeving van het plangebied (milieuaspecten, ruimtelijke aspecten, flora en fauna, landschappelijke inpassing en waterparagraaf), hoofdstuk 4; Uitvoerbaarheid en procedure, met een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken (voor zover relevant), hoofdstuk 5; Juridische planopzet, hoofdstuk 6; De bij het plan behorende bijlagen, hoofdstuk 7.

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plangebied weergegeven. Zowel voor de huidige als de beoogde situatie. Vervolgens zijn de mogelijkheden in het bestemmingsplan beschreven voor de beoogde ontwikkeling.

2.1.

Huidige situatie

Het plangebied is gedeeltelijk bebouwd. Binnen het plangebied zijn een bedrijfswoning, bijgebouwen en een werkplaats aanwezig. In afbeelding 3 is de huidige situatie weergegeven.

Afbeelding 3. Huidige situatie plangebied

Afbeelding 4. Huidige situatie plangebied

8

2.2.

Beoogde situatie

2.2.1. Planbeschrijving De initiatiefnemer, woonachtig binnen het plangebied, is voornemens zijn engineeringen fabricageactiviteiten verder te ontplooien binnen het plangebied Michelslaan 14 te Someren. Daarnaast bestaat de wens om het woonhuis uit te breiden. Beoogd bedrijf Sinds 2008 is de initiatiefnemer actief in de technische sector. Het bedrijf is gespecialiseerd in de ontwikkeling (engineering) en bouw van speciaal-machines binnen verschillende sectoren. Zo is het bedrijf onder andere werkzaam voor de industriële sector (75%), medische sector (15%) als voor de agrarische sector (10%). Binnen het bedrijf zijn twee personen werkzaam (waarvan één de initiatiefnemer is). De initiatiefnemer wenst het aantal werknemers beperkt te houden. De motivatie om de bedrijfsbebouwing uit te breiden komt voort uit de volgende beperkingen waar initiatiefnemer in de huidige situatie tegenaan loopt: Het werkoppervlak van de werkplaats. Doordat projecten met een korte en lange doorlooptijd door elkaar heen lopen is er vaak te weinig ruimte om gelijktijdig aan meerdere projecten te werken. Dit resulteert in een situatie waarbij telkens een installatie compleet aan de kant gezet moet worden om aan het andere project te werken. Waardoor onnodig veel tijd verloren gaat. En het niet mogelijk is om gelijktijdig met meerdere personen aan een aantal projecten te werken.

In de werkplaats staan diverse productiemachines voor de fabricage en aanpassing van onderdelen. Door de beperkte ruimte komt het vaak voor dat er met deze machines geschoven moet worden zodat er voldoende ruimte omheen is om er goed en veilig mee te kunnen werken. Ideaal zou zijn als deze op een vaste positie zouden kunnen blijven staan. Grotere onderdelen waar bv aan gelast moet worden kunnen soms niet volledig binnen. Waardoor er gedeeltelijk of geheel buiten gewerkt moet worden. Dat heeft een nadelige invloed op het lasproces. En is ook zeer vervelend als iets niet vochtig mag worden. Door de beperkte ruimte is er ook geen mogelijkheid om het machinepark uit te breiden. Er is de wens om te investeren in plaatbewerking machines. Om plaatdelen uit te kunnen snijden en knippen. En deze delen te kunnen buigen in de gewenste vorm. Een standaard plaat formaat is bijvoorbeeld 2x3 meter. Om hiermee rondom een machine te kunnen manoeuvreren is ruimte nodig. Nu moet dit werk uitbesteed worden, wat langere levertijden met zich mee brengt, en geen directe controle op het productieproces. Voorraad materiaal neemt een deel van de oppervlakte van de werkplaats in. Het grootste gedeelte hiervan kan niet buiten opgeslagen worden in verband met oxidatie.

Stalen profielen hebben een standaard lengte van 6 meter, om dit in de werkplaats te kunnen verplaatsen van opslag naar machine is ruimte nodig. Hout, Kunststof en metaal wordt nu door elkaar verwerkt. Voor de brandveiligheid zou het beter zijn als dit gescheiden plaats zou vinden. Heftruck, bedrijfsauto’s en aanhanger staan nu vaak buiten. Met meer ruimte zouden deze in de werkplaats kunnen staan. Hetgeen beter is in verband met diefstal en weersomstandigheden. Hoogte werkplaats. De huidige goothoogte van de werkplaats is 3,2 meter. In de werkplaats hangt een hijskraan, maar vaak is de mogelijke hijshoogte een beperking. Waardoor machines of onderdelen met behulp van de heftruck buiten plat gelegd dienen te worden en dan pas de werkplaats in kunnen. De wens is om in de nieuwe bedrijfsbebouwing een hogere 9

goothoogte te verwezenlijken. Waardoor de inrijdhoogte hoger wordt en ook de mogelijke hijshoogte groter is. Oppervlakte verharding rondom werkplaats. De verharding rondom de bedrijfsbebouwing bestaat nu uit een smalle strook. Het is daardoor niet mogelijk om vrachtwagens te laden en lossen op eigen terrein. Dat gebeurd nu op de openbare weg. Met een vergroting van het verharde oppervlak zou dat in vervolg op eigen terrein kunnen plaatsvinden. Doordat de ruimte op dit moment beperkt is zou de initiatiefnemer graag het oppervlakte bedrijfsbebouwing uitbreiden met 766m2 (het paarse gebouw in afbeelding 5 en 6). Dit resulteert in een totaal oppervlak van 1.000m 2 aan bedrijfsbebouwing. Kantoorruimte ten behoeve van het bedrijf wordt in de toekomst beoogd in een gebouw wat gerealiseerd wordt aan de oostzijde van het woonhuis. De benedenverdieping van dit gebouw dient als kantoorruimte van 68m2 ten behoeve van het bedrijf (blauw in afbeelding 6). Uitbreiding woonhuis De initiatiefnemer woont samen met zijn partner en vier kinderen binnen het plangebied. Het woonhuis binnen het plangebied wordt echter als te klein ervaren voor dit aantal personen. Met name de bovenverdieping is te klein. Hierdoor is de wens om de huidige woning (485 m3, beige in afbeelding 5 en 6) aan de oostzijde uit te breiden tot 750 m 3.

Zoals reeds genoemd wordt de benedenverdieping van dit gebouw gebruikt ten behoeve van kantoorruimte. De bovenverdieping komt ten goede van de uitbreiding van het woonhuis (oranje in afbeelding 5 en 6). De beoogde uitbreiding wordt op een dergelijke wijze gesitueerd zodat dit op minimaal 15 meter afstand van de weg komt te liggen. Daarnaast zijn dergelijke uitbreidingen van woonhuizen in de directe omgeving van het plangebied reeds gerealiseerd. Hierdoor is dit naar verwachting passend in de omgeving.

Afbeelding 5. Beoogde situatie plangebied

10

Afbeelding 6. Beoogde situatie plangebied

2.3. Mogelijkheden bestemmingsplan voor beoogde ontwikkeling Ter plekke van de bestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf 73’ mogen gronden worden gebruikt voor de specifiek bedrijfsactiviteit ‘matrijzen en kunststofproductie’ met een maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van 275m 2. Binnen het vigerende bestemmingsplan is geen wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten van een bouwvlak met bestemming ‘bedrijf’. Om het plan mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingplan nodig. Onderhavige toelichting vormt de onderbouwing voor dit bestemmingsplan. De gemeente Someren heeft op 26 maart 2021 besloten onder voorwaarden medewerking te verlenen aan de voorliggende ontwikkeling.

11

3. Beleidskader 3.1.

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het ruimtelijke relevante beleid voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied op Europees, nationaal, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Het vastgelegde beleid vormt het kader voor dit bestemmingsplan en geeft de bandbreedte weer waarbinnen de gemeentelijke gebiedsvisie ontwikkeld kan worden.

3.2.

Rijksbeleid

3.2.1. Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • • • •

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: •

•

•

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied en past binnen de prioriteiten van de NOVI. 3.2.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Naast de Structuurvisie kent de Rijksoverheid ook het ‘Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2011’. De eerste tranche van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en op 12

30 december 2011 in werking getreden. Dit Barro is ontstaan bij het ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Rijk heeft hierin vastgelegd dat voor een aantal specifieke onderwerpen algemene regels gelden, dit is immers een bevoegdheid van het Rijk. Het gaat hierbij om het beschermen van de nationale belangen. In het Barro zijn regels opgenomen waaraan de inhoud van bestemmingsplannen moet voldoen. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is door het Rijk vastgelegd dat de Provincie verantwoordelijk is voor de begrenzing van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS, inmiddels door het Rijk Nationaal Natuurnetwerk genoemd) en begrenzing en bescherming van de EHS dient vast te leggen in een provinciale verordening.

In Noord-Brabant is de EHS vastgelegd in het Natuur Netwerk Brabant. In paragraaf 3.2.3 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant wordt de begrenzing van de Natuur Netwerk Brabant bepaald en wordt invulling gegeven aan het beschermingsregime op basis van het Barro. 3.2.1. Ladder duurzame verstedelijking Op grond van artikel 3.1.6, lid 2 Bro dient een toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Deze ontwikkeling valt gezien de aard, omvang, gebruik en bouwmogelijkheden voorziet onderhavig bestemmingsplan niet in een stedelijke ontwikkeling. De ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is derhalve niet van toepassing. 3.2.2. Besluit m.e.r. De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen 13

moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht.

In de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is de ontwikkeling van functie bedrijf aangemerkt als D11.3 oprichting van een industrieterrein. Een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt in de gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: •

Een oppervlakte van 75 hectare of meer.

Het beoogde initiatief voor het plangebied is aanzienlijk kleiner dan 75 hectare. Daarnaast zijn vanuit milieutechnische en planologische aspecten geen bezwaren gebleken, waaruit geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Wel heeft er door middel van deze toelichting een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieutechnische aspecten zijn getoetst en er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling.

3.3.

Provinciaal beleid

3.3.1. Brabantse Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de periode tot 2050. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaat-proof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Brabantse Omgevingsvisie geeft aan hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit zou moeten zien. En waar Brabant in 2030 tenminste moet staan om die lange termijndoelen te halen. De visie noemt hiervoor een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moet er minder energie worden gebruikt en meer duurzame energie worden opgewekt. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop men zich verplaatst verandert en dit stelt andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering is er sprake van meer extremen in temperatuur en neerslag. Hier moet mee worden omgegaan.

14

5. Concurrerende, duurzame economie: Noord-Brabant wil top kennis- en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt. De Brabantse Omgevingsvisie wordt uitgewerkt in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In deze Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vindt een vertaalslag van de hoofdopgaven in concreet bindende regels plaats. De ontwikkeling wordt in navolgende paragraaf getoetst aan deze verordening. 3.3.2. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3.2.1. Inleiding Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) vastgesteld. Op termijn treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening, waaronder de voormalige Verordening ruimte. 3.3.2.2. Beleidskader De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Interim omgevingsverordening zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die eerder waren opgenomen in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Ook zijn hier regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen.

Afbeelding 4. Uitsnede plangebied IOV

Het plangebied ligt binnen het ‘Landelijk gebied’/’Gemengd landelijk gebied’, zie afbeelding 4. De ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de mogelijkheden die worden geboden binnen deze aanduidingen. Op grond van de begripsomschrijving in de

15

Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) is de beoogde ontwikkeling mogelijk op basis van artikel 3.71 van de IOV. Toets Artikel 3.71 Bestaande niet-agrarische functie in Landelijk gebied Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaande niet-agrarische functie die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; De gebruiksactiviteiten zijn vastgelegd in de planregels behorende bij dit bestemmingsplan. b. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; Dit wordt niet voorzien in de beoogde situatie. c. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; In de omgeving van het plangebied wordt een gemengde plattelandseconomie nagestreefd met in hoofdzaak zijnde agrarische economie. In de beoogde situatie blijft onveranderd een niet-agrarisch bedrijf gevestigd binnen het plangebied. De activiteiten van het nietagrarische bedrijf worden gewijzigd naar engineering en op kleinere schaal machinebouw. De activiteiten kunnen worden gezien als activiteiten in maximaal milieucategorie 3.1. Op de locatie worden op dit moment reeds activiteiten uit milieucategorie 3.1 toegestaan.

Tenslotte zijn er in de omgeving reeds meerdere (niet-)agrarische bedrijven gevestigd waarbij activiteiten uit milieucategorie 3.1, 3.2 of 4.1 worden uitgevoerd en/ of bedrijven met een groot bouwvlak. Hierdoor sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de activiteiten en functies in de omgeving. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; Parkeren zal daarnaast geschieden op eigen terrein waardoor de omgeving hier geen negatief effect van kan ondervinden, zie paragraaf 3.2. Daarnaast wordt de locatie landschappelijke ingepast wat een kwaliteitsimpuls geeft aan de omgeving en verloedering/ verpaupering van het buitengebied tegen gaat. De beoogde ontwikkeling behoud daarnaast de veiligheid in het buitengebied, wat in het gedrang komt naar mate er steeds meer (agrarische) bedrijfslocaties vrijkomen en niet worden gesloopt. Nieuwe toekomstgerichte bedrijvigheid levert dan ook een positieve bijdrage op de leefbaarheid in de omgeving. 3. hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in het realiseren toekomstbestendige bedrijfsbebouwing.

Dit stimuleert de gemengde plattelandseconomie waarbinnen het plangebied is gelegen en voorkomt verloedering van het platteland. Op het plangebied is geen overtollige bebouwing aanwezig. Conform de vab-naf regeling van de gemeente Someren is het verplicht om voor de beoogde aantal extra vierkante meters bebouwing, elders te slopen. Het plangebied is gelegen binnen het gebied ‘Jonge heideontginningen’. Hiervoor geldt dat voor iedere vierkante meter die wordt gebouwd, 3,5 m2 gesloopt moet worden. Voor de beoogde situatie geldt dat: Er wordt 826 m2 extra bebouwing gerealiseerd waardoor 16

2.891m2 aan gebouwen gesloopt dient te worden of bijdrage te betalen conform de landschappelijk investeringsregeling. De bijdrage zal worden geleverd conform de landschappelijk investeringsregeling, waarbij een deel zal worden geïnvesteerd in de landschappelijke inpassing van het plangebied en een ander deel in het gemeentelijke BiO-fonds. De IOV wil goede initiatieven ondersteunen. Daarvoor sluit de IOV aan bij de nieuwe manier van werken uit de Brabantse Omgevingsvisie en worden mogelijkheden geboden voor maatwerk. Hiertoe zijn in de IOV in plaats van middelvoorschriften, doelvoorschriften opgenomen en wordt uitgegaan van een ‘ja, mits – benadering’. Daarnaast dient het beoogde voornemen te voldoen aan paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierbij dient rekening gehouden te worden met: - Artikel 3.5: Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit; - Artikel 3.6: Zorgvuldig ruimtegebruik; - Artikel 3.7: Toepassing van de lagenbenadering; - Artikel 3.8: Meerwaardecreatie; - Artikel 3.9: Kwaliteitsverbetering landschap. Hieronder wordt nader ingegaan op de verschillende aspecten. In paragraaf 3.4.4 en paragraaf 3.4.5 wordt het gemeentelijk Beeldkwaliteitsplan Buitengebied en Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren nader toegelicht.

Een toelichting op het toepassen van de lagenbenadering en de meerwaardecreatie blijkt uit voorliggend bestemmingsplan. Dit leidt tot het waarborgen van de verschillende aspecten zoals hierboven genoemd. Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik Ten behoeve van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit is in de IOV de ‘zorgplicht’ opgenomen. Een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit. Er moet in ieder geval sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing en zorgvuldig ruimtegebruik. Zorgvuldig ruimtegebruik is een compacte opzet met een concentratie van bebouwing en gebruik van bestaande bebouwing. Dit betekent dat zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van bestaande bouwpercelen. Uitbreiding is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen het huidige toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de maat en schaal van de ontwikkeling en de impact op de omgeving. Toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op drie verschillende lagen: 1. De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; 2.

De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. 3. De bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Daarnaast speelt de factor tijd een belangrijke rol. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on-)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.

17

Meerwaardecreatie omvat daarnaast een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling betrokken zijn. Hierdoor ontstaan mogelijkheden om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat. Tevens kan de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Kwaliteitsverbetering van het landschap Naast de zorgplicht is in de IOV tevens het beleidsvoornemen opgenomen met betrekking tot ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. De vereiste kwaliteitsverbetering koppelt ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied aan een concrete tegenprestatie gericht op een verbetering van de kwaliteit van het landschap. In het bestemmingsplan kan ontwikkelingsruimte worden geboden aan functies, mits dit gepaard gaat met maatregelen die het landschap versterken. Dit kan onder andere door landschapselementen aan te leggen maar ook door behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en/of sloop van overtollige bebouwing. De regio Zuidoost-Brabant heeft geen nadere regionale afspraken gemaakt.

Voor de doorwerking van de kwaliteitsverbetering van het landschap heeft de gemeente Someren derhalve een eigen gemeentelijk beleidskader ontwikkeld, waarin is beschreven, nader uitgewerkt en vastgelegd op welke wijze de gemeente de kwaliteitsverbetering van het buitengebied wenst vorm te geven als tegenprestatie voor het kunnen bieden van ontwikkelingsmogelijkheden voor functies in het buitengebied in het bestemmingsplan. Onderhavig initiatief heeft betrekking op een bouwvlakvergroting. In de beoogde situatie worden een nieuw bedrijfsgebouw opgericht en het woonhuis vergroot. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Daarnaast worden in hoofdstuk 4 de verschillende ruimtelijke en milieuaspecten toegelicht welke bij de verschillende lagen van de lagenbenadering horen. Middels de toets aan het relevante beleidskader wordt inzicht gegeven in de meerwaardecreatie van onderhavige initiatief. Dit sluit aan bij de randvoorwaarden zoals opgenomen in het provinciaal (en gemeentelijk) beleid. Het planvoornemen past binnen de kaders van de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant.

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Structuurvisie De Wet ruimtelijke ordeningg (Wro) verplicht alle overheden tot het opstellen van een structuurvisie. Om aan deze Wro-verplichting te voldoen, heeft de gemeente Someren een integrale structuurvisie voor het gehele grondgebied van de gemeente opgesteld. In deze structuurvisie wordt aan de hand van thema’s omschreven wat de ambities van de gemeente Someren zijn voor het jaar 2028. Onderdeel van de ‘Structuurvisie Someren 2028’is de ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’. In afbeelding 5 is een uitsnede van deze kaart met blauwe omcirkeld het plangebied.

18

Afbeelding 5. Uitsnede ‘Algemene Structuurvisiekaart Someren 2028’

Het plangebied is aangeduid als jonge heideontginningen en landbouw concentratiegebied. In structuurstructuurvisie is opgenomen dat het buitengebied van Someren ondanks grote veranderingen gekenmerkt blijft door intensief landbouwkundig gebruikt. De dynamiek in de agrarische sector is groot. Enerzijds vergroten agrariërs hun bedrijf om te voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit economisch vlak of wetgeving. Anderzijds stoppen veel agrariërs of worden de bedrijfsactiviteiten verbreed. Grootschalige en middelgrote omschakelingen naar industriële en niet-agrarische bedrijfsmatige activiteiten worden ongewenst bevonden. Door de snelle opvolging van economische en maatschappelijke ontwikkelingen heeft er een evaluatie van de structuurvisie plaatsgevonden, het VAB-NAF beleid is hieruit voortgekomen. 3.4.2. VAB-NAF beleid De gemeente Someren heeft bij de raadvergadering van 25 februari 2016 het ‘Beleid voor niet agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen’ (vab-naf) vastgesteld. Het doel is om een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied te creëren dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat iedere bewoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden.

Er is een duidelijke scheiding tussen stedelijk gebied en buitengebied en er is sprake van zo min mogelijk leegstand van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Duurzaamheid is daarbij het kernwoord. In dit beleid is uitbreidingsruimte geboden voor de in dit beleid omschreven ontwikkelingen. Of het voorliggende initiatief voldoet aan het vab-naf beleid dient eerst getoetst te worden aan de volgende pijlers. Indien de beoogde situatie voldoet aan de pijlers wordt de ontwikkeling hiervan kansrijker geschat (in blauw cursief de toetsing aan de pijlers): 1. Bijdraagt aan de sloop van stallen (natuurlijk kapitaal); In de beoogde situatie dient er bedrijfsbebouwing te worden gesloopt of een bijdrage worden betaald conform de landschappelijke investeringsregeling zoals beschreven in het VAB-NAF beleid. Voor een nadere toelichting zie paragraaf 3.3.2.2 de toetsing aan artikel 3.71 lid 1 onder c. 2. Ruimte biedt aan innovatie (economisch kapitaal); Het bedrijf is permanent bezig met innovatie binnen de industriële, medische en agrarische sector. Sinds 2008 is het bedrijf actief in de technische en engineeringssector. 19

Door het toestaan van de ontwikkeling van het beoogd bedrijf wordt een bijdrage geboden aan het bieden van ruimte aan innovatie. 3. Bijdraagt aan een maatschappelijke en/of zorgbehoefte uit de Somerense gemeenschap (menselijk kapitaal); In de omgeving van het plangebied is vraag naar het uitwerken van industriële, medische en agrarische machines en onderdelen. Het ontwikkelen van deze producten draagt dan ook bij aan de vraag welke uit de omgeving komt. 4. De uitgangspunten van Cradle to Cradle als vertrekpunt hanteert (natuurlijk, menselijk en economisch kapitaal) De initiatiefnemer wenst zo optimaal mogelijk gebruik te maken van zijn materialen. Hierdoor zal zo min mogelijk restmateriaal overblijven. Dit sluit aan bij een duurzame bedrijfsvoering en bij de uitgangspunten van cradle to cradle. Binnen het vab-naf beleid worden de mogelijkheden weergegeven omtrent het uitbreiden/ vestigen van niet-agrarische bedrijven binnen de gemeente. Om bestaande, positief bestemde bedrijven de ruimte te geven om te ondernemen wordt ruimte geboden om te ontwikkelen. Ondanks dat het maatwerk is zijn er enkele uitgangspunten welke worden gehanteerd: •

• •

• • •

Bedrijven mogen maximaal milieucategorie 3.2 bedragen, middels maatwerk wordt gekeken welke milieucategorie toelaatbaar is binnen het plangebied; De beoogde situatie ziet toe op het uitvoeren van activiteiten en werkzaamheden in milieucategorie 3.1 of lager. Hierdoor wordt voldaan aan de maximale toelaatbare milieucategorie van 3.2. Zijn er in de omgeving kwetsbare (woon-)objecten die de uitbreiding in de weg staan? De dichtstbij gelegen woningen betreffen bedrijfswoningen bij agrarische bedrijven. Deze woningen zijn op minimaal 65 meter van de beoogde inrichting gesitueerd. De dichtstbij gelegen burgerwoning is gesitueerd op 350 meter. De minimale afstand voor bedrijven in milieucategorie 3.1 bedraag 50 meter. Hier wordt ruimschoots aan voldaan waardoor kwetsbare (woon-)objecten niet voor belemmeringen zorgen. Is de uitbreiding waterhuishoudkundig aanvaardbaar? Zie paragraaf 4.11. Is de uitbreiding verkeerskundig aanvaardbaar? Zie paragraaf 4.12. Kan de uitbreiding gepaard gaan met voldoende verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, bijvoorbeeld door landschappelijke inpassing? Zie paragraaf 4.10. 3.4.3. Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022

Het beeldkwaliteitsplan is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft kaders en richtlijnen waarmee de beeldkwaliteit van een bepaald gebied gewaarborgd wordt. Dit houdt in hoe het gebied eruit ziet. Het beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied van Someren is opgebouwd uit vier onderdelen: 1. Sturingsfilosofie Een beeldkwaliteitsplan is bedoeld om de beeldkwaliteit van het buitengebied te behouden en te versterken. Maar hoe moet je het beeldkwaliteitsplan gebruiken en hoe is de sturing bedoeld?

20

2. Gebiedsindeling Het beeldkwaliteitsplan en bijbehorende richtlijnen zijn gebaseerd op de landschapstypen die in Someren voorkomen. Gebieden in een landschapstype hebben ongeveer dezelfde ruimtelijke kenmerken. 3. Streefbeeld Someren heeft nu al een landschap om trots op te zijn. Een landschap met een grote diversiteit en verschillende waardevolle karakteristieken. De gewenste beeldkwaliteit van het Somerense buitengebied is gevat in het Streefbeeld. Aan de hand van dit streefbeeld gaan we in dit hoofdstuk nader in op de staat van het Somerense landschap op dit moment. Maar geven we ook per landschapstype een overzicht van de richtlijnen per landschapstype om de landschappelijke kwaliteit te ‘herstellen en versterken’. 4. Bouwstenen De richtlijnen voor het herstellen en versterken van de landschapskwaliteit zijn zo opgesteld dat de bouwstenen eenvoudig kunnen worden toegepast. Bouwstenen zijn landschapselementen zoals een struweelhaag, bomenrij of bebouwingslint. In dit hoofdstuk wordt elke bouwsteen toegelicht met specificaties, principetekeningen en plantkeuze om ook daadwerkelijk aan de slag te kunnen gaan met de versterking van de beeldkwaliteit. Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding ‘jonge heideontginningen‘. De kenmerken van de jonge heideontginningen zijn de regelmatige en rechtlijnige patronen binnen relatief grootschalige gebieden met verre zichten.

De overgang naar bosgebieden is in dit landschap een vrij rechtlijnige bosgrens. Er zijn enkele zeer waardevolle opengebieden waar ook geen/ weinig bebouwing aanwezig is. Structurerend in het landschap zijn de aanwezige bomenlanen van Eiken. Deze zouden nog versterkt kunnen worden. In het gebied zijn veel en grootschalige agrarische bedrijven aanwezig. Door de hier aanwezige open gebieden zijn de bedrijven op grote afstand zichtbaar. Het gebied wordt gekenmerkt door een uitgesproken landbouwgebied met agrarische en agrarisch verwante bedrijven. In paragraaf 4.10 wordt de landschappelijke inpassing nader uitgewerkt. Hier wordt de aansluiting van het voorliggende initiatief op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied nader toegelicht in de vorm van een landschappelijk inpassingsplan. 3.4.4. Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2020 De Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2020 is een vooraf vastgelegd kader, hoe gemeentebreed wordt omgegaan met de Landschapsinvesteringsregeling (LIR), die zijn basis vindt in het provinciaal beleid (IOV). Hierin is opgenomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied een verplichte bijdrage dienen te leveren aan de kwaliteit van het landschap. In de gemeentelijke LIR wordt onderscheid gemaakt in 3 categorieën, afhankelijk van hun impact op de omgeving van het landschap.

De beoogde situatie bevat een categorie 3 ontwikkeling. Voor een categorie 3 ontwikkeling geldt dat bij een dergelijke ruimtelijke ontwikkeling de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt genormeerd in euro’s (op basis van normbedragen). Conform de normbedragen van de gemeente Someren is de waarde bepaald van de huidige en beoogde situatie aan Michelslaan 14. Uit de berekening blijkt dat ten behoeve van de waardestijging minimaal €93.310,40 geïnvesteerd dient te worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap.

21

Zoals in de gemeentelijke LIR is beschreven kan er op meerdere manieren geïnvesteerd worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap. De beoogde ontwikkeling ziet toe op het een landschappelijke inpassing en een storting in het gemeentelijke BiO-fonds. Er zal voor €11.280,72 worden geïnvesteerd in het landschappelijk inpassingsplan zoals is weergegeven in bijlage 5. Daarnaast zal er €82.029,68 worden gestort in het gemeentelijke BiO-fonds. Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren versie:

augustus 2020

ontwikkeling / bestemmingsplan: oppervlakte plangebied: Bestemmingswaarde

Michelslaan 14 Someren 5382 #1

m2

bedrag / m2 (in €)

voor ontwikkeling oppervlakte waarde

na ontwikkeling oppervlak waarde

Agrarische bestemmingen Agrarische grond - Landbouw gronden

€

8,50

3850 €

32.725,00

2682 €

22.797,00

Bedrijfsbestemmingen, niet-agrarisch Bedrijf, cat 3 of hoger, max 1.500 m2 bedrijfsgebouw

€

110,00

1532 €

168.520,00

2700 €

297.000,00

voor ontwikkeling €

201.245,00

na ontwikkeling € € €

319.797,00 118.552,00 23.710,40

Bestemmingswaarde Bestemmingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

20%

Check oppervlakte plangebied

voor ontwikkeling

Bebouwingswinst

bedrag / eenh. (in €)

Waardestijging als geen gebruik wordt gemaakt van de Somerense sloopbonus regeling(en) Extra m3 inhoud (bedrijfs-)woning, groter dan 750 m3 Extra m2 bijgebouwen bij een (bedrijfs-)woning, groter dan 100 m2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 1-2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 3 of hoger Extra m2 bedrijfsgebouw bij andere bestemming dan 'Bedrijf' of 'Agrarisch bedrijf' Bebouwingswaarde Bebouwingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap Bestemmingswinst + Bebouwingswinst Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

22

€ € € €

250,00 150,00 150,00 200,00

€

150,00

5382

na ontwikkeling

voor ontwikkeling m2 / m3 waarde

€ € € 304 € € voor ontwikkeling € 50%

5382

voldoet

na ontwikkeling m2 / m3 waarde

60.800,00 60.800,00

€ € € 1000 € €

200.000,00 -

na ontwikkeling € € €

200.000,00 139.200,00 69.600,00

€ €

257.752,00 93.310,40

4. Omgevingsaspecten Bij dergelijke aanpassingen dient rekening gehouden te worden met mogelijke (milieu)effecten op de omgeving en vanuit de omgeving. Het onderzoek naar de diverse milieuen planologische aspecten wordt in de volgende paragrafen beschreven.

4.1.

Bodem

De Wet bodembescherming is op 3 juli 1986 inwerking getreden en bevat het wettelijk kader voor het bodembeleid. Op 1 januari 2006 is de Wet Bodembescherming gewijzigd (artikel 46 Besluit financiële bepalingen bodemsanering). De grote hoeveelheid verontreinigde locaties maakte dit noodzakelijk. Met de voortzetting van het toenmalige beleid zou het nog zeker honderd jaar duren voordat de Nederlandse bodem `schoon’ is. De nieuwe regels moeten er voor zorgen dat de bodemverontreinigingsproblematiek in circa vijfentwintig jaar wordt beheerst. Dit door bodemsaneringen beter aan te laten sluiten bij de maatschappelijke dynamiek. Het doel is zo te komen tot een effectiever bodembeleid. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient, bij een nieuw ruimtelijk plan waarmee nieuwe bouwmogelijkheden mogelijk worden gemaakt, aangegeven te worden of de bodemkwaliteit geschikt is voor de nieuwe functie. Volgens de modelverordening van de VNG is er een bodemonderzoek noodzakelijk indien er op de locatie mensen langer dan 2 uur in de gebouwen verblijven. In onderhavige situatie is dit het geval. Navolgend de conclusies van het verkennend bodemonderzoek, het volledige onderzoek is toegevoegd in bijlage 2.

“Gezien de analyseresultaten en de interpretatie hiervan kan de hypothese "onverdachte locatie" worden aanvaard, gezien het feit dat geen locatiespecifieke verontreinigingen zijn geconstateerd. De verontreinigingen met zware metalen in een gedeelte van de bovengrond en in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. De hergebruiksmogelijkheden voor de grond, die eventueel vrijkomt bij toekomstige bouwactiviteiten, kunnen, indicatief gezien, als multifunctioneel worden beschouwd. Hergebruik dient te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het beleid van de gemeente Someren. Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn tegen de realisatie van de woning en nieuwe bedrijfsruimte op de locatie uit oogpunt van de chemische bodemgesteldheid.” Uit de resultaten van het bodemonderzoek blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling.

4.2.

Bedrijven en milieuzonering

Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, stof en gevaar. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De ‘Vereniging van Nederlandse Gemeenten’ (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen met daarin de aan te houden richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Indien van deze richtafstand afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat

23

wordt gedaan. Het zo scheiden van milieubelastende en -gevoelige functies dient twee doelen: • •

het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen); het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.

De opgenomen richtafstanden betreffen de indicatief aan te houden afstand tussen hinderveroorzakende en milieugevoelige functies. Indien dit voldoende gemotiveerd wordt, kan hiervan afgeweken worden. De locatie aan de Michelslaan 14 wordt ingedeeld in verschillende categorieën. Per categorie worden de bijbehorende richtafstanden en indices weergegeven. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’. Een ‘gemengd gebied’ wordt gedefinieerd als: “Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied.” In zo’n geval is het ruimtelijke aanvaardbaar dat de richtafstanden met één stap worden verlaagd. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een menging van verschillende functies zoals wonen, bedrijven, agrarische gronden en groen. Naast agrarische bedrijven zijn er in de omgeving een loonbedrijf, hovenier en verschillende aan huis gebonden beroepen gevestigd.

Door de menging van de functies wordt geconcludeerd dat het plangebied in het omgevingstype ‘gemengd gebied’ valt. In tabel 1 zijn de milieucategorieën met bijbehorende richtafstanden opgenomen.

Bedrijven en milieuzonering

Geur:10 Stof: 10 Geluid: 50 Gevaar:10

Feitelijke afstand tot plangebied(m)

3.2

Afstanden Gemengd gebied (m)

Constructiewerkplaatsen (gesloten gebouw)

Milieucategorie

Functie

Locatie Michelslaan 14

16

Tabel 1. Uitwerking richtafstanden bedrijven en milieuzonering beoogde bedrijf

Zoals wordt aangetoond in tabel 1 wordt voldaan aan de richtafstanden voor de aspecten stof, geur en gevaar. Voor het aspect geluid wordt gemotiveerd afgeweken, zie paragraaf 4.6. In de nabije omgeving van het plangebied zijn verschillende (agrarische) bedrijven gevestigd, zie tabel 2.

24

Bedrijven en milieuzonering Locatie

Functie

Milieucategorie

Afstanden gemengd gebied (m)

Michelslaan 8-10

Fokken en houden van overige graasdieren: Paardenfokkerijen

3.1

Michelslaan 11

Fokken en houden van overige graasdieren: Paardenfokkerijen

3.1

Michelslaan 11A

Fokken en houden van varkens

4.1

Michelslaan 17

Fokken en houden van pluimvee: opfokkippen en mestkuikens Dienstverlening t.b.v. de landbouw: algemeen (o.a. loonbedrijven); b.o.>500 m2 Dienstverlening t.b.v. de landbouw: plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500m2 Fokken en houden van varkens

4.1

Geur: 30 Stof: 10 Geluid:10 Gevaar:0 Geur: 30 Stof: 10 Geluid:10 Gevaar:0 Geur:100 Stof:10 Geluid:30 Gevaar:0 Geur: 100 Stof: 10 Geluid: 30 Gevaar:0 Geur: 10 Stof: 0 Geluid:30 Gevaar:0

Michelslaan 18

Michelslaan 21

Michelslaan 21A

3.1

Feitelijke afstand tot plangebied (m) 30

17

98

280

44

2

Geur:10 Stof: 0 Geluid:10 Gevaar:0

400

4.1

Geur:100 Stof:10 Geluid:30 Gevaar:0

400

Tabel 2. Uitwerking richtafstanden bedrijven en milieuzonering in omgeving plangebied

Zoals blijkt uit de tabel is het plangebied buiten de richtafstanden gelegen voor de aspecten stof, geluid en gevaar. Het plangebied ligt binnen de richtafstand van Michelslaan 11 en 11A met betrekking tot het aspect geur. In paragraaf 4.3 is onderbouwd hoe wordt voldaan aan de gestelde normen met betrekking tot geur. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3.

Geur

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de per 1 januari 2007 in werking getreden Wet geurhinder en Veehouderij (Wgv). Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (gebouwen voor menselijk wonen en menselijk verblijf). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mogen de omliggende veehouderijen niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt. Gemeenten hebben onder de Wgv de bevoegdheid gekregen om binnen de kaders die deze wet stelt eigen normen te stellen. Deze kunnen worden vastgelegd in een geurverordening. De normstelling in de geurverordening dient te worden gemotiveerd aan de hand van een gebiedsvisie geurhinder en veehouderij. Voor het bepalen van de 25

toe te passen normen is het eveneens van belang of het gebied is gelegen binnen een concentratiegebied als bedoeld in bijlage l van de Meststoffenwet, hetgeen voor de gemeente Someren van toepassing is. Dit betekent dat de onderstaande wettelijke normen en afstanden van toepassing zijn binnen het grondgebied van de gemeente: Someren. Wettelijke normen en afstanden Maximale achtergrond belasting in oue/m3

Minimum afstand emissiepunt in meters

Minimum afstand Gevel-totgevel in meters

Buitengebied

Maximale voorgrond belasting in oue/m3

Gebied

Locatie Michelslaan 14

14

20

50

25

Tabel 3. Uitwerking wettelijke normen en afstanden voor de plangebied

De afstand van een emissiepunt van de omliggende bestaande veehouderijbedrijven en het plangebied bedraagt overal meer dan 50 meter. De vergroting van het plangebied leidt daarom niet tot extra belemmering voor de omliggende veehouderijbedrijven. Echter bevindt de varkenshouderij aan Michelslaan 11A binnen de richtafstanden van ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Daarnaast is geurbelasting vanuit Michelslaan 17 in beeld gebracht. De geurhinder van deze veehouderij op het plangebied is berekend met behulp van het programma V-Stacks-vergunning. Brongegevens E-aanvraag

EP Uitreed snelheid

EP Diameter

Ycoördinaat 374 230

3,4

3,8

1,1

3,64

5398

175 457

374 230

3,4

3,8

1,1

3,64

5398

175 453

374 155

3,4

3,6

1,4

3,45

7684

175139

374359

5,0

5,0

0,5

4,00

10593

175138

374354

5,0

5,0

0,5

4,00

10593

175096

374333

5,0

5,0

0,5

4,00

8167

175094

374314

5,0

5,0

0,5

4,00

10560

175092

374296

5,0

5,0

0,5

4,00

10560

175089

374266

5,0

5,0

0,5

4,00

12045

175085

374244

5,0

5,0

0,5

4,00

12045

26

Gemiddelde gebouw hoogte

Xcoördinaat 175 449

Tabel 4. Brongegevens V -stacks vergunning

EP Hoogte

Locatie Michelslaan 11 Stal 3 Michelslaan 11 Stal 4 Michelslaan 11 Stal 5 Michelslaan 17 Stal 1 Michelslaan 17 Stal 2 Michelslaan 17 Stal 3 Michelslaan 17 Stal 4 Michelslaan 17 Stal 5 Michelslaan 17 Stal 6 Michelslaan 17 Stal 7

Geur gevoelige locaties Y-coördinaat

Geurbelasting Michelslaan 11

Geurbelasting Michelslaan 17

Geurnorm

X-coördinaat

Locatie Michelslaan 14 Bouwvlak ZW Michelslaan 14 Bouwvlak ZO Michelslaan 14 Bouwvlak NW Michelslaan 14 Bouwvlak NO Michelslaan 14 Bouwvlak O

175 505

374 334

14,0

10,5

7,3

175 531

374 324

14,0

9,3

6,7

175 523

374 413

14,0

5,0

7,1

175 570

374 398

14,0

4,9

6,2

175560

374 375

14,0

5,8

6,3

Tabel 5. Geur gevoelige locaties V -s tacks vergunning

Uit de voorgrondberekening V-stacks vergunning blijkt de geurbelasting op het plangebied maximaal 10,5 oue/m3 te zijn, waarmee voldaan wordt aan de geurnorm. Het plan voorziet in enkelbestemming bedrijf hiervoor is het woon- en leefklimaat beoordeeld in het kader van geur. Zoals uit afbeelding 6 blijkt bedraagt de achtergrondbelasting voor Michelslaan 14 tussen 13-20 oue/m3. Dit wordt conform de gemeentelijke beleidsregel als een acceptabel niveau voor het woon- en leefklimaat beschouwd.

Afbeelding 6. Uitsnede plangebied kaart Achtergrondbelasting geur

Belang van veehouderij De uitbreiding van de bedrijfslocatie zal voor de omliggende agrarische bedrijven niet meer beperken dan nu reeds het geval is. Daarnaast is middels de kaart achtergrondbelasting van de Odzob aangetoond dat wanneer het gehele plangebied een gevoelige functie krijgt wordt voldaan aan de grenswaarden op basis van de wettelijke en gemeentelijke normen. Belang omwonenden Door de werkzaamheden van het bedrijf kan er geurhinder plaatsvinden, hiervoor zijn richtafstanden opgenomen in de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In paragraaf 4.2 27

is beschreven dat niet aan deze afstand voldaan kan worden. Echter zullen de werkzaamheden waarbij geurhinder kan ontstaan, plaatsvinden op het plangebied waarbij voldaan kan worden aan de richtafstanden. Vanuit het aspect geur zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.4.

Luchtkwaliteit

De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de ‘Wet milieubeheer’ goedgekeurd (Stb. 2007, 414). Met name hoofdstuk 5 titel 2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat titel 2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe titel 2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Deze wet is op 15 november 2007 (Stb. 2007, 434) in werking getreden en vervangt het ‘Besluit luchtkwaliteit 2005’. De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: • •

negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13889180/1