CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Kampstraat 44-Esdoornstraat Someren

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kampstraat 44/Esdoornstraat Someren17.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bodem infiltreren.

54

Voor toevoeging van de woning met bijbehorende bouwwerken en verharding wordt een omvang aan verharding verwacht van circa 250 m.2 De omvang van de infiltratievoorziening bedraagt: hoeveelheid verhard oppervlak x 30 mm (0,03) x gevoeligheidsfactor. De gevoeligheidsfactor bedraagt 1. Derhalve dient op de planlocatie zorg gedragen te worden voor een watervoorziening met een omvang van (250 x 0,03 x 1 =) 7,5 m³. Op basis van de gegevens van de bodematlas, zie onderstaande afbeelding, mag worden aangenomen dat de GHG minimaal -80 tot -100 cm -mv bedraagt. De infiltratievoorziening die op de planlocatie gerealiseerd word, krijgt, derhalve een diepte van maximaal 80 centimeter. Voor het waarborgen van de benodigde waterretentievoorziening is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de

planregels.

Afbeelding 26 Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (planlocatie is indicatief aangegeven met een zwarte cirkel)

4. 14 Milieueffectrapportage en vormvrije m. e. r. -beoordeling

Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m. e. r. of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m. e. r. ), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. 2. 3.

Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m. e. r. - (beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m. e. r. ); Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; Plannen en activiteiten die o. g. v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MERplichtig.

55

Per 1 juli 2017 is het Besluit m. e. r. gewijzigd. Uit deze wijziging blijkt dat de omvang van een project niet het enige criterium is om wel of geen m. e. r. (- beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom ook bij 'kleine projecten' (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m. e. r. (-beoordeling) nodig is. Dit wordt de 'vormvrije m. e. r. -beoordeling' genoemd. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m. e. r. -richtlijn (2011/92/EU), welke o. a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke

hulpbronnen betreffen. Beoordeling Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m. e. r. - (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m. e. r. Het planinitiatief betreft de realisatie van één levensloopbestendige twee-onder-één-kapwoning. De realisatie van woningen valt onder categorie D11. 2 van het Besluit m. e. r. (stedelijk ontwikkelingsproject). Echter, met de beoogde ontwikkeling worden de grenswaarden uit de C- of Dlijst van het Besluit m. e. r. niet overschreden. Geconcludeerd kan worden dat het plan derhalve niet kaderstellend is voor een m. e. r. -(beoordelings)plichtig besluit. Wat betreft het eerste criterium geldt er derhalve geen plicht tot het opstellen van een MER. Middels de toetsing aan de overige milieuaspecten in dit hoofdstuk heeft een vormvrije m. e. r. beoordeling plaatsgevonden. Hieruit zijn geen belangrijke nadelige milieugevolgen gebleken, waaruit bovendien geconcludeerd kan worden dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER. Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden.

Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000-gebieden. Er is dus geen sprake van de verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de bijbehorende procedure. Wel heeft er een vormvrije m. e. r. - beoordeling plaatsgevonden, waarbij alle relevante planologische en milieuhygiënische aspecten zijn getoetst en akkoord bevonden. Er is geen

sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen. Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m. e. r. -procedure o. g. v. het Besluit m. e. r. of de Wet natuurbescherming. Uit de vormvrije m. e. r. -beoordeling volgt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent.

5 JURIDISCHE PLANTOELICHTING

56

5. 1 Inleiding Dit hoofdstuk bespreekt de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt

centraal gestaan dat er een regeling geboden wordt die de ontwikkeling van het plangebied mogelijk maakt. 5. 2 Opbouw bestemmingsplan In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is bepaald dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen dient vast te stellen, waarbij ten behoeve van ‘een goede ruimtelijke ordening’ de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk

geval regels omtrent het gebruiken en bebouwen van gronden. De Wro en het bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bevat een nadere uitwerking uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Een bestemmingsplan bestaat in ieder geval uit een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Het juridisch bindende onderdeel

het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van

van

de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.

Een

bestemmingsplan dient bovendien ten aanzien van de planologische mogelijkheden en beperkingen eenvoudig raadpleegbaar te zijn. Daarom zijn er standaarden vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening, waarmee plannen op een vergelijkbare wijze worden opgebouwd en gevisualiseerd. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) biedt bindende standaarden voor de opbouw en de regels en de verbeelding van een bestemmingsplan. Bij onderhavig plan worden deze standaarden gevolgd.

57

6 UITVOERBAARHEID 6. 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische

uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Er wordt nader ingegaan op de grondexploitatie en de koppeling met het exploitatieplan. 6. 2 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6. 12) wordt voorgeschreven dat tegelijk met het vaststellen van een wijzigingsplan, bestemmingsplan of verlenen van een Omgevingsvergunning voor een bouwplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor het plangebied of delen ervan, tenzij: het kostenverhaal anderszins verzekerd is; er geen noodzaak tot het stellen van locatie-eisen of eisen aan type woningbouw is; er geen noodzaak is voor het bepalen van een tijdvak of fasering.

artikel 6. 2. 1 Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Onder een bouwplan wordt onder andere verstaan de bouw van één of meer hoofdgebouwen. In

De beoogde ontwikkeling kan worden bestempeld als een 'bouwplan' op grond van artikel 6. 2. 1 Bro. Omdat er een anterieure overeenkomst is afgesloten met de initiatiefnemer, is het kostenverhaal 'anderszins verzekerd' en hoeft er geen exploitatieplan opgesteld te worden. Op grond van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is 6. 3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan vindt, indien nodig, een heroverweging op deze

onderdelen plaats en kan besloten worden onderhavig bestemmingsplan op een aantal punten te wijzigen.

58

7. PROCEDURE 7. 1 Inleiding De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3. 4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: − −

−

−

het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad; binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast; de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; o Gedeputeerde Staten hebben een zienswijzen ingediend en deze zienswijzen is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan; o De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten - wijzigingen aangebracht.

Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend zijn gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. 7. 2 Inspraakprocedure In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding

bestemmingsplan worden betrokken. In de inspraakverordening is aangegeven dat inspraak wordt verleend wanneer dit wettelijk verplicht is. Daarnaast kan elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluiten of inspraak wordt verleend. van een

7. 3 Overleg ex artikel 3. 1. 1 Bro

Artikel 3. 1. 1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3. 1. 1 Bro zijn provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. 7. 4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf xxx tot en met xxx ter inzage gelegen. Een ieder kon mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen binnen de ter inzage termijn. P. M.

59

8 BIJLAGEN 1.

AERIUS-berekening bouwfase

2.

AERIUS-berekening gebruiksfase

3.

Verkennend bodemonderzoek

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14645650/1