Toelichting bestemmingsplan Gezandebaan 17a
Tekst van het document
Door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant is de achtergrondbelasting in de gemeente Someren op kaartmateriaal inzichtelijk gemaakt. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze kaart waarop het plangebied is aangeduid.
Crijns Rentmeesters bv
34
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Plangebied
Figuur 19: Indicatieve achtergrondbelasting voor de omgeving van het plangebied
Binnen het plangebied is volgens de kaart van de Omgevingsdienst sprake van een achtergrondbelasting van 3-7 oue/m³. Hiermee is er sprake van een ‘goed woon- en leefklimaat’. De herbestemming van het plangebied is in het kader van de achtergrondbelasting dan ook geen bezwaar. Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven Een herbestemming mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. De veehouderijen in de omgeving van het plangebied worden niet belemmerd door deze ontwikkeling. Er is reeds een woonbestemming aanwezig. Deze herbestemming belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijbedrijven dus niet verder dan dat momenteel het geval is.
Gezondheid Beleidskader Endotoxinen De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. De GGD adviseert het voorzorgsbeginsel toe te passen en terug-
Crijns Rentmeesters bv
35
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
houdend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor drift in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van luchtverontreiniging, waardoor mens en dier in contact kunnen komen met gewasbeschermingsmiddelen.
Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden.
Toets Endotoxinen De gemeente Someren heeft een eigen beleidskaart opgesteld met de endotoxine contouren binnen de gemeente Someren. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze endotoxinenkaart waarop de ligging van het plangebied is aangeduid. Het plangebied ligt niet binnen de contouren van een veehouderijbedrijf.
Plangebied
Figuur 20: Endotoxinen contouren in de omgeving van het plangebied
Geitenhouderijen Binnen twee kilometer tot het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Het plangebied is wel gelegen binnen één kilometer tot een pluimveehouderij. Binnen het plangebied wordt geen gevoelig
Crijns Rentmeesters bv
36
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
object toegevoegd. Er is reeds sprake van een woonbestemming met bijgebouwen voor één huishouden. Dit blijft ongewijzigd. Deze ontwikkeling leidt niet tot gezondheidsrisico’s binnen het plangebied. Gewasbeschermingsmiddelen In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De agrarisch bestemde gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Daarbij wordt binnen het plangebied geen gevoelig object toegevoegd. Er is reeds sprake van een woonbestemming met bijgebouwen voor één huishouden. Dit blijft ongewijzigd.
Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering”. Deze (indicatieve) lijst geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden. In navolgende figuur zijn de aan te houden richtlijnafstanden voor de bedrijfscategorieën opgenomen. Milieu-cate-
Richtafstand tot omgevingstype rustige
Richtafstand
gorie
woonwijk en rustig buitengebied
mengd gebied
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
3.1
50 meter
30 meter
3.2
100 meter
50 meter
tot
omgevingstype
ge-
Tabel 2: richtafstanden en omgevingstype tot en met categorie 3.2
Toets De omgeving van het plangebied kan getypeerd worden als een rustig buitengebied. In de omgeving van het plangebied is slechts één bedrijf gelegen. Dit betreft het melkveebedrijf aan Gezandebaan 22. De woning binnen het plangebied is gelegen op een afstand van circa 130 meter tot dit bedrijf en is hiermee gelegen buiten de aan te houden richtlijnafstand van 50 meter.
Crijns Rentmeesters bv
37
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Externe veiligheid Beleidskader Inleiding Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi); Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations; Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb); Structuurvisie buisleidingen; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet; Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro). De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).
Risico-contouren Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.
2.
Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten; Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.
Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.
Crijns Rentmeesters bv
38
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Gemeentelijke beleidskader De gemeente Someren heeft de Visie Externe Veiligheid gemeente Someren 2013 vastgesteld. Navolgende figuur geeft een uitsnede uit de kaart waarop de gebiedstypering in het kader externe veiligheid is aangeduid voor de omgeving van het plangebied.
Omgeving plangebied
Figuur 21: Uitsnede kaart beleidsvisie externe veiligheid waarop het plangebied is aangeduid als gelegen in een gemengd gebied
Navolgende tabel geeft een uitsnede uit de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Someren waarin is aangeduid wat het beoordelingskader in de gebiedstypen is.
Tabel 3: Tabel met beoordelingskader externe veiligheid in de diverse gebiedstypen van de gemeente Someren
Overige wet- en regelgeving Ook wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ onder andere getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’.
Toets Inrichtingen In de omgeving van het plangebied is één inrichting gelegen waarvoor een risico-contour geldt in het kader van de externe veiligheid. Dit betreft een veehouderij aan Peelweg 11. Dit betreft een veehouderij met een bovengrondse propaantank van 56 m³. Er geldt een aan te houden afstand van 25 meter. Het
Crijns Rentmeesters bv
39
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
plangebied is hier ruim buiten gelegen. Voor deze propaantank is een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd. Hieruit blijkt dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde blijft. Een verantwoording van het groepsrisico kan derhalve achterwege blijven. Het plangebied is op de risicokaart van de provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Navolgende figuur geeft een uitsnede van de risicokaart externe veiligheid voor de omgeving van het plangebied, waarop het plangebied is aangeduid.
Plangebied
Figuur 22: Uitsnede van de risicokaart externe veiligheid voor de omgeving van het plangebied
Vervoer van gevaarlijke stoffen Ten oosten van de Zuid-Willemsvaart is de buisleiding met nummer Z-540-01 gelegen. Deze buisleiding kent een 1% letaliteitszone van ongeveer 73 meter. Het plangebied is buiten deze zone gelegen. Het plangebied ligt niet binnen een (water) weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hoogspanningsleiding Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 230 meter tot de hoogspanningsleiding van 220 kv en hoger. Binnen het plangebied wordt geen gevoelig object toegevoegd. Met deze afstand is het plangebied buiten het invloedsgebied van deze leiding gelegen.
Luchtkwaliteit Beleidskader Inleiding Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
Crijns Rentmeesters bv
40
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Uitstoot van schadelijke stoffen De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .
de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³. De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³.
Toets Uitstoot van schadelijke stoffen Er is geen sprake van toevoeging van een gevoelig object. Er is geen sprake van een verkeersaantrekkende werking. Dit plan valt onder het begrip ‘niet in betekenende mate’, waardoor de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit. Een woonbestemming wordt uitgebreid en er komt een functieaanduiding voor wonen-plus. Dit betreft een hoveniersbedrijf. Dit bedrijf wordt ook uitgevoerd door de eigenaar van de woning binnen het plangebied. Blootstelling aan verontreiniging Fijnstof Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van fijnstof binnen het plangebied en de directe omgeving weer.
Crijns Rentmeesters bv
41
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Plangebied
Figuur 23: Kaart met fijnstof PM10 waarop de ligging van het plangebied is aangeduid (bron: RIVM)
Plangebied
Figuur 24: Kaart met fijnstof PM2,5 waarop de ligging van het plangebied is aangeduid (bron: RIVM)
Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-20 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³. De beoogde ontwikkeling is in het kader van de blootstelling aan fijnstof geen bezwaar.
Crijns Rentmeesters bv
42
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Stikstof Navolgende figuur geeft de jaargemiddelde concentratie van NO2 binnen het plangebied en directe omgeving weer.
Plangebied
Figuur 25: Kaart met stikstofdioxide waarop de ligging van het plangebied is aangeduid (bron: RIVM)
Binnen het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie NO2 van 11-12 µg/m³. Deze ontwikkeling is in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging als gevolg van stikstofdioxide geen bezwaar.
M.e.r.-beoordeling Beleidskader Inleiding De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (‘m.e.r.’) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), aanmeldingsnotitie of vormvrije-mer noodzakelijk is. In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen
Crijns Rentmeesters bv
43
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling. Drempelwaarden Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2.000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². Vorm-vrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de criteria die genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling dient bij een ontwikkeling een vormvrije m.e.r.- beoordeling worden uitgevoerd indien de drempelwaarde zoals genoemd in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage niet wordt overschreden.
Jurisprudentie De Afdeling heeft uiteindelijk geoordeeld wanneer dat de voorziene ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject vormt, geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd.
Toets Dit plan ziet toe op uitbreiding van de bestemming ‘Wonen’ en vergroting van de maximale omvang aan bijgebouwen bij deze woning. Deze herbestemming valt wegens aard en omvang van het project niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling waarop de drempelwaarden genoemd in de D-lijst. Omdat de beoogde ontwikkeling geen stedelijke ontwikkeling is, als bedoeld in het Besluit milieueffectrapportage, is het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling niet noodzakelijk. Dit volgt ook uit jurisprudentie van de Raad van State, uitspraak ECLI:NL:RVS:2010:100.
Crijns Rentmeesters bv
44
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
5.
JURIDISCHE PLANOPZET Inleiding
Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.
Toelichting op de verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. De verbeelding bestaat uit een planverbeelding, getekend op een digitale kadastrale ondergrond. Het plangebied is aangeduid. De bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Waarde – Archeologie 5’ zijn opgenomen. De landschappelijke inpassing is verankerd binnen de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing’. Tenslotte zijn de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van wonen – voorwaardelijke verplichting wonen plus’ en ‘specifieke vorm van wonen – wonen plus’ opgenomen.
Algemene toelichting op de regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel kan uit de volgende leden in deze volgorde worden opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen. De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd. Met betrekking tot de regels is aangesloten bij de vigerende bestemmingsplannen voor het plangebied.
Crijns Rentmeesters bv
45
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
Toelichting op de bestemmingen Agrarisch met Waarden – Landschapswaarden De voor ‘Agrarisch met Waarden – Landschapswaarden’ zijn bestemd voor het agrarisch grondgebruik me bescherming van de aangeduide specifieke waarden op deze gronden.
Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, tuinen en erven, groenvoorzieningen, water- en waterhuiskundige voorzieningen. De regels zijn overgenomen uit het bestemmingsplan voor deelgebied 3, waarin het plangebied gelegen is. Aan deze locatie is de functieaanduiding voor ‘wonen-plus’ opgenomen. Vastgelegd is dat een omvang van maximaal 318 m² aan bijgebouwen is toegestaan.
Waarde – Archeologie 5 De vigerende dubbelbestemming voor behoud van archeologische waarden is overgenomen uit het huidige bestemmingsplan voor bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem.
Crijns Rentmeesters bv
46
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
6.
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn in afdeling 6.4 Wro en afdeling 6.2 Bro regels opgenomen voor grondexploitatie bij een ruimtelijke ontwikkeling. Centraal doel van deze regels voor grondexploitatie is, om te komen tot een verbetering van het stelsel van kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie en een verbetering van de gemeentelijke regie met betrekking tot locatieontwikkeling. Het uitgangspunt van het dit stelsel vormt de verplichting tot kostenverhaal bij particuliere grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat een gemeente de te maken kosten op de exploitant moet verhalen in het geval deze exploitant tot een ontwikkeling van de gronden overgaat. Deze verplichting wordt vormgegeven door het verplicht stellen van een grondexploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. Bij deze ontwikkeling is sprake van het verzekeren van kostenverhaal door het sluiten van een anterieure overeenkomt tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Verankerd is dat het bij een planologische maatregel die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief.
De gemeente Someren zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Dit wordt met de initiatiefnemer kortgesloten middels een anterieure overeenkomst. In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van initiatiefnemer met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen.
Crijns Rentmeesters bv
47
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Toelichting
7. PROCEDURE Procedure De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad; binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast; de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; - Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledig door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht. Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. Het bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld.
7.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleggen met het bestuur van de bij het plan betrokken waterschap. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Conform artikel 3.1.1 Bro worden de provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 24 november 2023 tot en met 4 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen op dit plan. Het bestemmingsplan is ongewijzigd ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.
Crijns Rentmeesters bv
48