Toelichting
Tekst van het document
Voor veehouderijen is bijvoorbeeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant opgenomen dat een bouwperceel maximaal 1,5 hectare per agrarisch bedrijf mag bedragen.
85
De gronden die worden ingericht ten behoeve van de landschappelijke inpassing maken geen onderdeel uit van het bouwperceel. In de regels is opgenomen dat ter plaatse van de landschappelijke inpassing geen gebouwen en bouwwerken zijn toegestaan en de gronden uitsluitend mogen worden gebruikt ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Tevens worden de gedeeltes van de percelen ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. De aanduiding wordt alleen opgenomen indien hier een verplichting aan ten grondslag ligt. De gronden die deze aanduiding krijgen zijn dan ook nadrukkelijk bedoeld voor een landschappelijke inpassing van de aanwezige bebouwing en verhardingen in het gebied. De aanduiding bevindt zich meestal aan de buitenranden van de percelen. Het oprichten van bebouwing of verhardingen ter plaatse van deze inpassing is ruimtelijk onwenselijk en doet de gewenste uitstraling teniet. Juridische vertaling Onderstaande werkwijze wordt gehanteerd voor het bestemmen van de landschappelijke inpassing: - De landschappelijke inpassing wordt aangeduid op de verbeelding met een aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’; - De inpassing dient waar mogelijk binnen het bestemmingsvlak gesitueerd te worden.
Indien nodig, is het toegestaan het bestemmingsvlak te vergroten; - In de bouwregels wordt een verbod op het oprichten van bebouwing, bouwwerken geen gebouw zijnde etc. opgenomen; - In de regels voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor werk of werkzaamheden (vroeger aanlegvergunning genoemd) wordt een verbod opgenomen voor het verwijderen van de landschappelijke inpassing zonder vergunning. - Perceelsgedeelten met de aanduiding ‘Specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. De landschappelijke inpassing en sloop wordt afgedwongen met een voorwaardelijke verplichting en anterieure overeenkomst. De inpassing dient binnen het bestemmingsvlak gesitueerd te worden en gerealiseerd te worden binnen 12 maanden na inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Indien nodig, is het toegestaan het bestemmingsvlak te vergroten. Het oprichten van bebouwing is niet toegestaan binnen de landschappelijke inpassing. 5.5.4.3 Waardevolle groenstructuren In het plangebied zijn diverse waardevolle laanbeplantingen aanwezig. Deze liggen binnen de bestemming ‘Verkeer’. Deze primaire groenstructuren zijn in het geldend bestemmingsplan niet planologisch beschermd.
Daarom wordt er een functieaanduiding op de verbeelding opgenomen en een regeling toegevoegd aan het bestemmingsplan met daarin een verbod op het aantasten van de primaire groenstructuren zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Een omgevingsvergunning als hiervoor aangegeven is niet vereist voor 86
normaal beheer en onderhoud. Het vervangen van de primaire groenstructuur is alleen toegestaan onder de voorwaarde dat de beplanting in oorspronkelijke staat wordt teruggebracht. Het behoud van waardevolle groenstructuren wordt gewaarborgd door opname van een functieaanduiding op de verbeelding met daaraan gekoppeld een verbod voor het kappen van primaire groenstructuren zonder omgevingsvergunning. Thema paardenhouderij In het bestemmingsplan wordt onderscheid aangebracht tussen productiegerichte en gebruiksgerichte paardenhouderijen in de groenblauwe mantel en het gemengd landelijk gebied. Vooropgesteld wordt dat paardenhouderijen door de gemeente als een passende functie in het buitengebied worden gezien. Met name de productiegerichte paardenhouderij is passend in het buitengebied. Gebruiksgerichte takken van paardenhouderijen zijn ook voorstelbaar, maar hierbij vraagt de ligging in meer gevoelige gebieden zoals de groenblauwe mantel om beperking van de mogelijke effecten op de omgeving. 5.5.5.1 Onderscheid in vormen van paardenhouderij Conform het eerdere onderscheid uit het bestemmingsplan 2011 wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van paardenhouderijen: -
-
-
Productiegerichte paardenhouderij een vorm van een agrarisch bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. Ook paardenmelkerijen vallen hieronder. Gebruiksgerichte paardenhouderij een paardenhouderij waar het accent ligt op het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s met als nevenactiviteit het fokken en africhten ervan. Voorbeelden zijn: stalhouderijen en paardenpensions. Paardenhouderij als nevenactiviteit Naast de agrarische hoofdactiviteit op een locatie kan er sprake zijn van een nevenactiviteit met paarden. Vaak is er sprake van een mengvorm. Dit kan zowel een productiegerichte als een gebruiksgerichte activiteit zijn. Doorgaans is er bij een productiegerichte paardentak bij een andere agrarisch bedrijfstak sprake van een gemengd bedrijf, met twee verschillende agrarische bedrijfstakken.
Een productiegerichte paardenhouderij wordt beschouwd als een agrarisch bedrijf. Een paardenhouderij wordt op grond van de Interim omgevingsverordening niet gezien als veehouderij, maar als ‘overig agrarisch bedrijf’ en is derhalve ook aan andere regels gebonden. Daarnaast zijn er de gebruiksgerichte paardenhouderijen (bijvoorbeeld een pensionstalling). Deze worden, conform Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, beoordeeld als een agrarisch verwant bedrijf als deze in het gemengd landelijk gebied liggen en als niet-agrarisch bedrijf als deze in de groenblauwe mantel liggen. Als er sprake is van
87
een mengvorm, zoals een pensionstal bij een paardenfokker, is het per situatie noodzakelijk om de hoofdfunctie duidelijk te bepalen en ook in het bestemmingsplan vast te leggen. Tot slot kan er sprake zijn van een gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenactiviteit bij een andere agrarische hoofdfunctie (‘Agrarisch bedrijf’ of ‘Agrarisch bedrijf - veehouderij’). Bijvoorbeeld een kleinschalige pensionstal bij een productiegerichte paardenhouderij. In die gevallen bepaalt de agrarische hoofdfunctie de bestemming en mogelijkheden. Als er sprake is van twee agrarische bedrijfstakken, waaronder een productiegerichte bedrijfstak met paarden, dan is er sprake van een gemengd agrarisch bedrijf onder de bestemming ‘Agrarisch bedrijf (-veehouderij)’. 5.5.5.2 Minder ruimte in de groenblauwe mantel De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant biedt minder ruimte voor paardenhouderijen in de groenblauwe mantel. Deze lijn is overgenomen in dit bestemmingsplan. Hierbij moet worden opgemerkt dat deelgebied 2 niet in de groenblauwe mantel ligt. Voor een optimale consistentie tussen de deelgebieden en volledigheid van de afweging wordt dit toch betrokken bij deze toelichting. In de groenblauwe mantel is beperkt ruimte voor productiegerichte paardenhouderijen. Bestaande locaties worden gerespecteerd, maar vestiging of omschakeling kan slechts onder strikte voorwaarden.
Binnen de groenblauwe mantel zijn er geen mogelijkheden voor de vestiging van agrarische verwante bedrijven. Nieuwe gebruiksgerichte paardenhouderij binnen de groenblauwe mantel worden derhalve getoetst als zijnde niet-agrarische bedrijven. Bij dergelijke ontwikkelingen moet worden onderbouwd dat de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. In het gemengd landelijk gebied worden productiegerichte paardenhouderijen gezien als agrarisch bedrijf. Uitbreiding en omschakeling naar een productiegerichte paardenhouderij is onder voorwaarden mogelijk. Een gebruiksgerichte paardenhouderij is een agrarisch verwant bedrijf. De Interim omgevingsverordening biedt mogelijkheden voor de vestiging van agrarisch verwante bedrijven in gemengd landelijk gebied. 5.5.5.3 Bestemmingsplanregeling De gemeente heeft een aangepaste bestemmingsregeling op grond van bovenstaande systematiek opgenomen in het bestemmingsplan voor deelgebied 2. -
Gemengd landelijk gebied Binnen de bestemming ‘Agrarisch - agrarisch bedrijf’ is een productiegerichte paardenhouderij als hoofdactiviteit en als nevenactiviteit rechtstreeks toegestaan. Via het strijdige gebruik zijn bedrijfsactiviteiten ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij binnen deze bestemming uitgesloten. Via een afwijkingsprocedure kan onder voorwaarden alsnog een vergunning worden verleend voor een gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenactiviteit.
88
Binnen het gemengd landelijk gebied kan worden gewijzigd naar een Agrarisch verwant bedrijf ten behoeve van een ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’. Hierbij gelden de voorwaarden overeenkomstig de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. Verder mag maximaal 600 m² aan bedrijfsbebouwing behouden blijven. -
Groenblauwe mantel Binnen de bestemming ‘Agrarisch - bedrijf’ is een bestaande productiegerichte paardenhouderij als hoofdactiviteit of nevenactiviteit toegestaan. Ook bij een bestaand agrarisch bedrijf met functieaanduiding veehouderij kan sprake zijn van een paardenhouderijtak. Via het strijdige gebruik is het gebruik voor een nieuwe gebruiksgerichte paardenhouderij uitgesloten. Hoewel niet voorkomend in de regels in de deelgebied vindt de gemeente wel dat er ook in de groenblauwe mantel ruimte moet zijn om via een afwijkingsprocedure en onder voorwaarden een vergunning te verlenen voor een gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenactiviteit. In het bestemmingsplan zijn geen wijzigingsbevoegdheden voor vestiging en/of omschakeling naar een ‘gebruiksgerichte paardenhouderij’ opgenomen in de groenblauwe mantel.
89
5.5.5.4 Schematische weergave Schematisch is deze regeling als volgt weer te geven:
Figuur 16 Beslisboom paardenhouderijen
90
6 ONDERBOUWING WIJZIGINGEN 6.1 Inleiding Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en de overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. Met het oog op toetsing en handhaving is een retrospectieve toets van het grootste belang. De geconstateerde strijdigheden hebben op diverse locaties geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Om recht te doen aan een goede ruimtelijke ordening binnen het plangebied wordt daarom aangegeven in welke situaties een nieuwe bestemming is gegeven aan percelen (positief bestemmen), waarmee de strijdige situatie wordt gelegaliseerd. Daarnaast wordt, indien van toepassing, aangegeven wanneer een strijdige situatie onder het overgangsrecht wordt gebracht. Deze lijst met aanpassingen noemen we een retrospectieve toets. De wijzigingen op perceelsniveau zijn beschreven in paragraaf 6.2. In paragraaf 6.3 wordt ingegaan op het borgen van de voorwaarden die bij enkele wijzigingen aan de orde zijn. Dit op grond van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant en de lokale sloopbonus-regeling.
Naast de wijzigingen op perceelsniveau zijn er diverse algemene wijzigingen doorgevoerd in dit bestemmingsplan ten opzichte van het geldend bestemmingsplan door beleidswijzigingen op gemeentelijke en provinciaal niveau. Ten behoeve van de retrospectieve toets zijn de bestemmingsregelingen zoals deze zijn opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan Buitengebied vergeleken met die uit geldende bestemmingsplannen. Paragraaf 0 bevat een beschrijving van de algemene wijzigingen.
6.2 Wijzigingen per locatie Voor de grotere wijzigingen in het bestemmingsplan dient de haalbaarheid van de ontwikkeling te worden aangetoond. Deze ontwikkelingen zijn afzonderlijk onderzocht en getoetst aan relevante wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu. De initiatiefnemers zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van de ruimtelijke onderbouwing voor de ontwikkelingen inclusief de bijbehorende onderzoeken. De toetsing van de ruimtelijke onderbouwing en daarmee de haalbaarheid van de ontwikkeling is een taak van de gemeente. De ruimtelijke onderbouwingen voor de grotere wijzigingen zijn als bijlages toegevoegd aan de toelichting. Op andere locaties hebben wijzigingen plaatsgevonden die van een dergelijke geringe aard zijn dat hier geen uitgebreide ruimtelijke onderbouwing voor hoeft te worden opgesteld. Deze wijzigingen zijn bijvoorbeeld kleinschalig of hebben ruimtelijk gezien weinig impact op de omgeving.
91
Alle wijzigingen worden op perceelniveau toegelicht in deze paragraaf. De wijzigingen zijn opgedeeld in de categorieën; agrarische gebiedsbestemmingen (paragraaf 6.2.1), agrarische bedrijven (paragraaf 6.2.2), glastuinbouwbedrijven (paragraaf 6.2.3), niet-agrarische bedrijven, maatschappelijke bedrijven en sportlocaties (paragraaf 0) en woonbestemmingen (paragraaf 6.2.5). Per bestemming worden de wijzigingen beschreven en verantwoord. Tevens is per wijziging aangegeven of deze is voorzien van een ruimtelijke onderbouwing. Is de wijziging niet voorzien van een ruimtelijke onderbouwing dan wordt in de tekst aangegeven waarom deze wijziging heeft plaatsgevonden. Locatiespecifieke functieaanduidingen worden genummerd. Het betreft hier bijvoorbeeld landschappelijke inpassingen per adres of veldschuren. Voor de overzichtelijkheid en om dubbele aanduidingen te voorkomen wordt in dit deelgebied 2 genummerd vanaf 200. In deelgebied 1 werd vanaf 100 genummerd, in deelgebied 3 wordt vanaf 300 genummerd en zo verder. Bestemming ‘Agrarisch’ Op onderstaande percelen met een agrarische gebiedsbestemming (Agrarisch en Agrarisch met waarden) in de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn wijzigingen aangebracht. De huidige gebiedsbestemming ‘agrarisch’ en ‘agrarisch met waarden’ wordt als volgt gewijzigd: Locatie Bennenbroekstraat ong. (perceel T490)
Wijziging Aanduiding opnemen voor schuilgelegenheid ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren’
Bennenbroekstraat ong. (perceel T999)
Aanduiding opnemen voor schuilgelegenheid ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren’
Brimweg ong. (naast nr. 16)
Wijzigen naar twee bestemmingen ‘Wonen’ met hierop de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’. Tevens wordt de landschappelijke inpassing opgenomen op de verbeelding en in de regels. Maatvoering bijgebouwen op de verbeelding voor het oostelijke
Motivatie Aan de Bennenbroekstraat ong. bevindt zich een schuilgelegenheid welke in het verleden met vergunning is opgericht. Om recht te doen aan de situatie wordt voor de schuilgelegenheid een aanduiding opgenomen met hieraan verbonden regels. Aan de Bennenbroekstraat ong. bevindt zich een schuilgelegenheid welke overgangsrechtelijk beschermd is. Om recht te doen aan de situatie wordt voor de schuilgelegenheid een aanduiding opgenomen met hieraan verbonden regels. Aan de Brimweg zijn twee ruimte-voorruimtewoningen voorzien. De locatie ligt binnen een bebouwingsconcentratie. Ten behoeve van de bestemmingswijziging zijn twee ruimte-voor-ruimtetitels aangeschaft. De percelen worden landschappelijk ingepast en deze inpassing wordt opgenomen op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan. Het betreft een nieuwe verplichting.
RO Nee
Nee
Ja, zie bijlage 2
De initiatiefnemer heeft via de gemeentelijke sloopbank meters gekocht om de hoeveelheid bijgebouwen op te plussen op de locatie.
92
Driehoekstraat ong. (tussen nr. 6 en nr. 8)
woonbestemmingsvlak: 250 m² Verwijderen aanduiding ‘voorgevelrooilijn’
Aanpassen gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone wijzigingsgebied.
Nee
De gebiedsaanduiding was niet volledig juist opgenomen op het perceel, dit is aangepast. -
Geen aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’
Groeneweg ong. (tussen nr. 7 en nr. 11)
De afstand tot de voorgevelrooilijn komt overeen met de standaardregels zoals vastgelegd in het bestemmingsplan. De voorgevelrooilijn op de verbeelding heeft daarom geen meerwaarde.
Opnemen twee bestemmingen ‘Wonen’ met hierop de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte’
Opnemen aanduiding t.b.v. de landschappelijke inpassing Haagdoornweg ong. (perceel T1752)
Opnemen functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarische - veldschuur’ en dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorie’
Heistraat 19
Aanduiding opnemen voor twee veldschuren 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur’
Voor de locatie geldt een landschappelijke inpassingsplicht wanneer de ruimte-voorruimtewoning gebouwd wordt. Deze plicht kan echter nog niet gekoppeld worden aan het gebruik, omdat er momenteel nog woning aanwezig is. Wanneer het wijzigingsplan voor de ruimte-voor-ruimtewoning ingediend wordt, dan wordt deze plicht alsnog opgenomen in het bestemmingsplan. Voor de locatie is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van twee ruimte-voorruimtewoningen. De locatie is gelegen binnen een bebouwingsconcentratie, in de ruimtelijke onderbouwing wordt nader ingegaan op de planologische aanvaardbaarheid van de locatie. De bestemmingsvlakken worden landschappelijk ingepast en de inpassing wordt gewaarborgd. Het betreft een nieuwe verplichting. Aan de Haagdoornweg ong. (naast nr. 23) bevindt zich een gemeentelijk monument buiten een bouwvlak. Het gebouw is vergund als slagerij in 1932 en nu in gebruik als veldschuur. Hoewel het gebruik niet meer conform vergunning is, is het niet wenselijk om een gemeentelijk bouwwerk te verwijderen. Om de vergunde rechten te respecteren wordt een aanduiding veldschuur opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. Ook wordt een dubbelbestemming cultuurhistorie voor de veldschuur opgenomen om de cultuurhistorische waarde van het gebouw te beschermen.
Op de locatie bevinden zich twee veldschuren buiten een bouwvlak welke met vergunning zijn opgericht. Om recht te doen aan de vergunde situatie wordt voor de twee
Ja, zie bijlage 5
Nee
Nee
93
Korteweg ong. (perceel T45)
Aanduiding opnemen voor schuilgelegenheid ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren’
Laarstraat ong. (achter nr. 34)
Aanduiding opnemen voor twee veldschuren 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur’
Nieuwendijk ong. (perceel G4804)
Aanduiding opnemen voor veldschuur 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur’
Ploegstraat 68
Ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen wordt een aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ opgenomen binnen de bestemming ‘Agrarisch’. Tevens krijgt een gedeelte van het perceel de bestemming ‘Water’ met hierop de aanduiding ‘specifieke vorm van water gietwatervoorziening en/of piekberging’. Op de bijbehorende glastuinbouwbestemmi ng wordt een aanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing’ opgenomen Een gedeelte van het perceel krijgt de bestemming ‘bedrijf nutsvoorziening’ Opnemen bestemming ‘Wonen’, aanduiding ‘specifieke vorm van
Ravelweg 3
Ruiter 6
veldschuren een aanduiding opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. Aan de Korteweg ong. bevindt zich een schuilgelegenheid welke in het verleden met vergunning is opgericht. Om recht te doen aan de vergunde situatie wordt voor de schuilgelegenheid een aanduiding opgenomen met hieraan verbonden regels. Op de locatie bevinden zich twee veldschuren buiten een bouwvlak welke met vergunning zijn opgericht. Om recht te doen aan de vergunde situatie wordt voor de twee veldschuren een aanduiding opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. Aan de Nieuwendijk naast nr. 153 bevindt zich een veldschuur welke overgangsrechtelijk beschermd is. Om recht te doen aan de situatie wordt voor de veldschuur een aanduiding opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. Het glastuinbouwbedrijf ter plaatse heeft behoefte aan een uitbreiding van de teeltondersteunende voorzieningen. Initiatiefnemer heeft daarom een ruimtelijke onderbouwing opgesteld ten behoeve van deze wijziging. Tevens wordt een gedeelte van het perceel in gebruik genomen als gietwatervoorziening en/of piekberging ten behoeve van de bedrijfsvoering en als compensatie voor het containerveld.
In het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat de teeltondersteunende voorzieningen alleen gebruikt mogen worden ten behoeve van het glastuinbouwbedrijf op Ploegstraat 68. Op de bijbehorende glastuinbouwbestemming wordt een landschappelijke inpassing gerealiseerd.
Op Ravelweg 3 bevindt zich een nutsvoorziening. Alle nutsvoorzieningen krijgen een aparte bestemming ‘bedrijf nutsvoorziening’. Voor de locatie is eerder een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een ruimte- voor-ruimtewoning (2017), Ruimte voor Ruimte Ruiter ong.
Nee
Nee
Nee
Ja, zie Bijlage 12
Nee
Nee
94
wonen - ruimte voor ruimte woning’
Zandstraat ong. (naast nr. 53)
Zandstraat 57 (perceel R244)
Toevoegen aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ op de bestemming ‘Wonen’ Een gedeelte van het perceel krijgt de bestemming ‘bedrijf nutsvoorziening’ Aanduiding opnemen voor veldschuur 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur’
Zandstraat ong. (perceel S196)
Aanduiding opnemen voor veldschuur 'specifieke vorm van agrarisch - veldschuur’
Kruising Zandstraat Driehoekstraat
De percelen die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant krijgen de bestemming ‘Natuur’. De dubbelbestemming ‘waarde - ecologie’ blijft behouden
Someren. Deze omgevingsvergunning wordt vertaald naar het bestemmingsplan. Het bestemmingsvlak wordt landschappelijk ingepast en de inpassing wordt gewaarborgd conform de verleende omgevingsvergunning. Het betreft een oude inpassingsplicht.
Ten oosten van de Zandstraat 53 bevindt zich een nutsvoorziening. Alle nutsvoorzieningen krijgen een aparte bestemming ‘bedrijf nutsvoorziening’. Op Zandstraat 57 bevindt zich een veldschuur welke voor 1976 is opgericht en daarmee overgangsrechtelijk beschermd is. Om recht te doen aan de situatie wordt voor de veldschuur een aanduiding opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. Tegenover Zandstraat 93 bevindt zich een veldschuur welke overgangsrechtelijk beschermd is. Om recht te doen aan de situatie wordt voor de veldschuur een aanduiding opgenomen waaraan beperkende gebruiks- en bouwregels worden verbonden. De percelen die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant krijgen de bestemming ‘Natuur’ ter bescherming van de aanwezige natuur- en landschapswaarden. De dubbelbestemming ‘waarde - ecologie’ blijft behouden.
Nee
Nee
Nee
Nee
Bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ Op onderstaande percelen met de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ in de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn wijzigingen aangebracht. De huidige bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wordt als volgt gewijzigd: Locatie Antoniusweg 21
Wijziging Wijzigen bestemming naar ‘Wonen’ en ‘Tuin’ met de aanduidingen ‘specifiek vorm van wonen - wonen plus’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’. Het bouwvlak wordt verkleind, de toegangsweg naar het perceel krijgt de
Motivatie Het agrarisch bedrijf op de locatie is beëindigd. De woning is in gebruik als burgerwoning en daarom wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’ en ‘Tuin’. De bestemming ‘Tuin’ wordt hier gebruikt om te voorkomen dat er een groter bouwvlak ontstaat dan wenselijk. Vanwege de bestaande invulling van het perceel is het niet mogelijk om het bestemmingsvlak verder te verkleinen. Daarom wordt als maatwerkoplossing een deel van de gronden bestemd als ‘tuin’. Vanwege deze redenen is het te verdedigen
RO Ja, zie bijlage 1
95
bestemming ‘Verkeer’ en er is een aanduiding ‘specifiek vorm van wonen - voorwaarde sloop gebouwen’ opgenomen
Beliënberkdijk 7
Beliënberkdijk 10
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
dat het betreffende deel van het perceel wordt uitgesloten van vergunningvrije bouwmogelijkheden. Vanwege de kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis krijgt het bestemmingsvlak een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’. De overtollige bebouwing wordt gesloopt en de locatie wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. Het betreft een nieuwe verplichting. De sloop en inpassing worden opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan en daarmee gewaarborgd. De bestemmingswijziging is passend binnen het beleid. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen.
Bestemming ‘Verkeer’ wijzigen naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’
Het bestemmingsvlak wordt vergroot ten behoeve van een tuin welke buiten het bestemmingsvlak is gelegen. Het vergroten van het bestemmingsvlak wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3ontwikkeling. Er wordt een tegenprestatie geleverd in de vorm van een landschappelijke inpassing.
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ ten behoeve van de landschappelijke inpassing
Voor de locatie is in het verleden een vergunning verleend voor het bouwen van een stal (2010) met daaraan gekoppeld een landschappelijke inpassingsplicht. De landschappelijke inpassing is uitgebreid als kwaliteitsverbetering voor een vergroting van het bestemmingsvlak. Deze aangepaste landschappelijke inpassing wordt opgenomen in het bestemmingsplan. Hiermee wordt de aanplant en instandhouding geborgd. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen.
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Vergroten bestemmingsvlak ‘Agrarisch Agrarisch bedrijf’ met aanduiding ‘rijbak’ t.b.v. een buitenrijbaan voor paarden
Nee
Nee
Het bestemmingsvlak wordt vergroot ten behoeve van een buitenrijbaan voor paarden welke buiten het bestemmingsvlak is gelegen. Dit gedeelte van het bestemmingsvlak krijgt de aanduiding ‘rijbak’. Het vergroten van het bestemmingsvlak wordt in het kader van de LIR Someren gezien als een categorie 3ontwikkeling. Door middel van een afdracht in
96
Beliënberkdijk 12
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - niet-agrarische nevenfunctie’ Ervenweg 2-4 Groeneweg 21-23
Heistraat 20
Heistraat 23
Opnemen aanduiding ‘twee-aaneen’ Opnemen aanduiding ‘plattelandswoning’
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ t.b.v. de landschappelijke inpassing Wijzigen bestemming naar ‘Wonen’ met de aanduiding ‘specifiek vorm van wonen - wonen plus’. Het bouwvlak wordt verkleind en er wordt een landschappelijke inpassing en sloopverplichting opgenomen voor het perceel. Maatvoering bijgebouwen op de verbeelding: 350 m2 Wijzigen bestemming d.m.v. het verwijderen van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’, het bestemmingsvlak wordt daarnaast verkleind. Er
het BIO-fonds wordt een tegenprestatie geleverd van minimaal 20% van de waardevermeerdering. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Voor de locatie is een vergunning verleend voor het wijzigen van de gebruiksfunctie voor een niet-agrarische nevenactiviteit bij de ter plaatse gevestigde veehouderij. Hier wordt daarom een aanduiding voor opgenomen. Zie toelichting algemene wijzigingen (paragraaf 6.4). De bedrijfswoning wordt niet bewoond ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Omzetting naar een burgerwoning is niet mogelijk vanwege de uitstoot van het eigen bedrijf. Voor de locatie is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de omzetting van de bedrijfswoning naar een plattelandswoning. De wijziging voldoet aan het provinciaal en gemeentelijk beleid.
Nee
Nee Ja, zie bijlage 4
Het bestemmingsvlak is landschappelijk ingepast, deze inpassing wordt opgenomen op de verbeelding en in de regels en zo gewaarborgd. De beplanting is in de ruimtelijke onderbouwing in beeld gebracht. Het agrarisch bedrijf op de locatie is beëindigd. De woning is in gebruik als burgerwoning en daarom wordt de bestemming gewijzigd naar ‘Wonen’. Vanwege de kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis krijgt het bestemmingsvlak een aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’. De overtollige bebouwing wordt gesloopt en de locatie wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. De sloop en inpassing worden opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan en daarmee gewaarborgd. De bestemmingswijziging is passend binnen het beleid. De veehouderij op de locatie is beëindigd. Om te waarborgen dat de stallen niet kunnen worden teruggebouwd wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’ verwijderd. De overtollige bebouwing wordt gesloopt en het aantal vierkante meters aan bijgebouwen wordt vastgelegd d.m.v. een maatvoering. Het bestemmingsvlak wordt
Ja, zie bijlage 7
Ja, zie bijlage 8
97
wordt een landschappelijke inpassing en sloopverplichting opgenomen voor het perceel
Hollandseweg 14
Hollandseweg 15
Opnemen functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - niet-agrarische nevenfunctie’ Vormverandering van het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ ten behoeve van een vergunde stal
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’
Hollandseweg 16-18
Opnemen: ‘Maatvoering: Maximaal aantal wooneenheden 2’
Kanaaldijk-Zuid 3840
De gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszonen - Bevi’ wordt verwijderd
Kerkendijk 63
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Kerkendijk 77
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Korteweg 24
De toegangsweg naar het bestemmingsvlak krijgt de bestemming ‘Verkeer’.
verkleind. Er blijft een veldschuur van 280 m² behouden. Daarnaast wordt de locatie voorzien van een landschappelijke inpassing. De sloop en inpassing worden opgenomen in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan en daarmee gewaarborgd. De bestemmingswijziging is passend binnen het beleid. Voor de locatie is een vergunning verleend voor het wijzigingen van de gebruiksfunctie voor een niet-agrarische nevenactiviteit bij de ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf, daarom wordt een aanduiding opgenomen. Op de locatie bevindt zich een stal voor een klein gedeelte buiten het bestemmingsvlak. De stal is met vergunning opgericht en daarom wordt het bestemmingsvlak ‘Agrarisch Agrarisch bedrijf’ op de locatie van vorm veranderd, zodat de stal binnen het bouwvlak valt. Aan de vergunning voor de stal (verandering inrichting 2013) en de hiervoor omschreven vormverandering van het bestemmingsvlak is een landschappelijke inpassingsplicht verbonden. Deze landschappelijke inpassing wordt opgenomen op de verbeelding en in de regels en daarmee geborgd. Het erfbeplantingsplan is bijgevoegd bij dit bestemmingsplan. Het betreft een correctie, er wordt een maatvoering voor twee bedrijfswoningen opgenomen. Beide bedrijfswoningen zijn met vergunning opgericht, maar niet juist bestemd in het geldende bestemmingsplan.
De propaantank op het terrein ten noordwesten van het bedrijf is verwijderd, de gebiedsaanduiding is dus niet meer nodig en kan verwijderd worden. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Het perceel is in het geldend bestemmingsplan niet ontsloten op een bestemming ‘Verkeer’. De toegangsweg was al vóór 1999 op deze locatie aanwezig en is noodzakelijk om het
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
98
Nieuwendijk 100
Ten behoeve van de landschappelijke inpassing wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing opgenomen’
Nieuwendijk 120-122
Bestemming wijzigen naar ‘Maatschappelijk’ en ‘Agrarisch met waarden - landschapswaarden’ met hierop de aanduidingen ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing, ‘specifieke vorm van maatschappelijk dierenweide’, ‘specifieke vorm van verkeer parkeren’
Nieuwendijk 130
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Nieuwendijk 139
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Nieuwendijk 149
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Nieuwendijk 156
Opnemen aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veehouderij’
Het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wordt van vorm veranderd ten behoeve van een sleufsilo. Ter
agrarisch bedrijf te bereiken en dient daarom als zodanig bestemd te worden. In het verleden is op de locatie een vergunning voor het oprichten van een kalverenstal verleend met hieraan gekoppeld een landschappelijke inpassingsplicht (2005). De initiatiefnemer heeft een kwalitatief vergelijkbaar beplantingsplan ingediend. De landschappelijke inpassing wordt opgenomen in het bestemmingsplan waarmee de aanleg en instandhouding van de beplanting is gewaarborgd. Het agrarisch bedrijf op de locatie is beëindigd. Er is een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van de bestemming voor het oprichten van een zorgboerderij met ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel met daarbij een bedrijfswoning, schuur, een park met dierenweide en plukvelden. Deze vergunning, ‘Nieuwendijk 120 en Groeneweg Ong.’ (vastgesteld 31-012018) wordt overgenomen in het bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan zijn nog enkele wijzigingen doorgevoerd. Daarnaast zijn voorwaarden opgenomen voor de ondersteunende daghoreca. Zie nota van zienswijzen. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij.
In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen. Op de locatie bevindt zich een vergunde veehouderij. In het geldende bestemmingsplan is aan het agrarisch bedrijf geen aanduiding veehouderij toegekend, deze aanduiding wordt nu alsnog opgenomen.
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Op de locatie bevindt zich een sleufsilo buiten het bestemmingsvlak. Ter plaatse van de sleufsilo wordt het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ uitgebreid en wordt een aanduiding voor de opslag van
99