Toelichting
Tekst van het document
mogelijkheden behoren.
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
55
M16073. 02. 026/FSC
56
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M16073. 02. 026/FSC
6
Uitvoerbaarheid De uitvoerbaarheid van de planontwikkeling dient in relatie tot de gemeentelijke financiën te zijn gewaarborgd. Daarbij dient ook te worden onderzocht of en in hoeverre de voorgenomen afwijkingen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan aanleiding kunnen geven tot aanspraken om planschade als bedoeld in artikel 6. 1 van de Wet ruimtelijke ordening.
6. 1
Grondexploitatie
6. 1. 1
Algemeen Afdeling 6. 4 van de Wet ruimtelijke ordening draagt de titel ‘Grondexploitatie’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de mogelijkheden voor gemeenten (en ook provincie en Rijk indien deze als planwetgever optreden) om langs publiekrechtelijke weg eisen te stellen aan het in exploitatie brengen van gronden. Het gaat dan onder andere om eisen op het gebied van kostenverhaal, sociale woningbouw, particulier opdrachtgeverschap en fasering van de invulling van den openbare ruimte. Ook zijn in afdeling 6. 4 Wro twee bepalingen opgenomen over de wijze waarop langs privaatrechtelijke weg eisen gesteld kunnen worden aan het in exploitatie brengen van gronden.
6. 1. 2
Exploitatieplan Afdeling 6. 4 Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen door gemeenten (en in voorkomend geval provincie of Rijk) eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard. Het primaat ligt bij vrijwillige civielrechtelijke afspraken. Deze civielrechtelijke afspraken worden gemaakt in hetzij een anterieure overeenkomst (er is nog geen exploitatieplan vastgesteld) hetzij een posterieure overeenkomst (er is al een exploitatieplan vastgesteld). Artikel 6. 12, lid 1 Wro bepaalt dat de gemeenteraad wordt verplicht om de gronden, waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, een exploitatieplan op te stellen. Artikel 6. 2. 1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan om welke bouwplannen het gaat. Hoofdregel is dat er een plicht bestaat voor het opstellen van een exploitatieplan. Onder artikel 6. 12, lid 2 Wro wordt hierop echter een aantal uitzonderingsmogelijkheden geboden: -
-
-
het verhaal van kosten over de in het plan of besluit begrepen kosten is anderszins verzekerd; het is niet nodig een tijdvak te bepalen waarbinnen de grondexploitatie zal plaatsvinden; het is niet nodig een fasering op te nemen waarbinnen werken, werkzaamheden en bouwplannen uitgevoerd moeten worden; het is niet nodig eisen en/of regels omtrent de uitvoering te stellen aan het bouwrijp maken en/of de inrichting van de openbare ruimte en/of de aanleg van nutsvoorzieningen; het is niet nodig regels te stellen omtrent de uitvoering van de in het bestemmingsplan opgenomen bepalingen omtrent sociale huur en/of koopwoningen, kavels voor particulier opdrachtgeverschap of branches in de detailhandel.
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
57
M16073. 02. 026/FSC
Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op een particulier initiatief voor de uitbreiding van een groentekwekerij met bedrijfsgebouwen en bijbehorende voorzieningen aan de Kerkenhuis 5 te Lierop. Het is niet noodzakelijk een tijdvak of fasering te bepalen voor voorliggend plan. Daarnaast is het niet nodig om bij onderhavig voornemen directe openbare voorzieningen aan te leggen waarvan de kosten doorberekend zouden moeten worden. Daarmee is het verhaal van de kosten van de grondexploitatie voor dit gebied anderszins verzekerd en is de economische uitvoerbaarheid van het plan gegarandeerd.
Gelet op het vorenstaande kan in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan Tussen gemeente en initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Daarin worden
ook afspraken inpassingsplan). o. a.
6. 1. 3
vastgelegd
over
de noodzakelijke
kwaliteitsverbetering
(landschappelijk
Planschade Artikel 6. 1 Wet ruimtelijke ordening biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde planschade. Deze schadevergoeding wordt (in beginsel) door het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente toegekend aan degene die als gevolg van een planontwikkeling schade lijdt. Artikel 6. 4a Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met een initiatiefnemer van een planontwikkeling een overeenkomst te sluiten. De strekking van dergelijke planschadeovereenkomst is dat de door derden geleden schade geheel (of gedeeltelijk) voor rekening komt van de initiatiefnemer, omdat de schade voortvloeit uit het op zijn of haar verzoek ten behoeve van een planontwikkeling wijzigen van het bestemmingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning. de initiatiefnemer en de gemeente Someren wordt, als onderdeel van de anterieure overeenkomst, een planschadeovereenkomst afgesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefnemer zullen komen. Tussen
58
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M16073. 02. 026/FSC
7
Planstukken
7. 1
Algemeen Een bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan en dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting (onderhavig
document)heeft geen juridisch bindende werking, maar biedt een overzicht van de onderzoeksresultaten en planmotivatie. De verbeelding zoals die in het bestemmingsplan wordt verwerkt is als bijlage 8 bij onderhavige toelichting opgenomen.
7. 2
Regels In de regels staan regels voor het gebruik van de gronden binnen de bestemming in het plangebied en
het oprichten en gebruiken van bebouwing op die gronden. Middels de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren- Deelgebied 4’ worden de van toepassing zijnde regels van de vigerende bestemmingsplannen overgenomen, zijnde de regels uit de bestemmingsplannen: ‘Buitengebied’, vastgesteld 29-06-2011 en deels onherroepelijk; Gerechtelijke uitspraak bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren’ (24 juli 2013); 'Buitengebied Someren (2011), eerste partiële herziening' (25 september 2014); ‘Plattelandswoningen Someren’ (26 november 2015); ‘Buitengebied Someren, 2 e partiële herziening, bedrijfswoningen Vlasakkers’ (30 juni 2016); ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ (28 juni 2018), voor
7. 3
Verbeelding De verbeelding bestaat uit een kaartblad waarin de bestemmingen en aanduidingen van de gronden in het plangebied zijn aangegeven. De juridische betekenis van deze bestemmingen en aanduidingen is terug te vinden in de regels. Een aantal gegevens heeft juridisch gezien geen betekenis en is alleen op de verbeelding (zie bijlage 8) aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart
(bijvoorbeeld kadastrale en topografische gegevens en huisnummers).
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
59
M16073. 02. 026/FSC
60
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M16073. 02. 026/FSC
8
Vooroverleg, inspraak
8. 1
Inleiding
en
formele procedure
De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
Verder heeft er omtrent dit plan met de directe buren een omgevingsdialoog plaatsgevonden (zie paragraaf 8. 3)
8. 2
Vooroverleg Artikel 3. 1. 1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten (wettelijke adviseurs). Daarbij moet worden gedacht aan naburige gemeenten, het waterschap, en de diensten van het Rijk en de provincie. Overleg met het waterschap is altijd verplicht, terwijl het tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoort om te beoordelen of overleg met de desbetreffende diensten van het Rijk en de provincie nodig is. Artikel 3:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van overeenkomstige toepassing. De bedoeling van dit vooroverleg is voornamelijk om de opstellers van het plan tijdig de mogelijkheid te geven het plan desgewenst aan opmerkingen van andere overheden aan te passen.
Voorliggende planontwikkeling is door de gemeente in het kader van artikel 3. 1. 1 Bro voorgelegd voor advies aan de Provincie Noord-Brabant en het waterschap Aa en de Maas. De Provincie Noord-Brabant heeft kenbaar gemaakt geen aanleiding te hebben tot het maken van opmerkingen. Het waterschap Aa en de Maas heeft enkele opmerkingen gemaakt welke vervolgens zijn verwerkt in paragraaf 5. 4 ‘Waterhuishouding’ van deze toelichting en welke worden overgenomen in de begrippen en de regels van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren- Deelgebied 4’.
8. 3
Omgevingsdialoog Initiatiefnemer hecht ook waarde aan communicatie met de omgeving. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is hij dan ook de dialoog met zijn directe omgeving aangegaan. Dit betreft de omwonenden in een straal van 100 meter rond het bedrijf. Dit zijn immers de mensen die gedurende de dagelijkse werkzaamheden de bedrijfsvoering als zodanig in hun leefomgeving kunnen ervaren. Voor een akkerbouwbedrijf geldt op grond van de brochure bedrijven en milieuzonering een grootste milieuafstand van 30 meter. Met een afstand van 100
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
61
M16073. 02. 026/FSC
meter wordt dus ruim geïnventariseerd. Omwonenden die op grotere afstand wonen zullen de
bedrijfsvoering alleen indirect ervaren (bijv. af- en aanrijden verkeer dat dan al in het heersende verkeersbeeld is opgenomen). In september 2022 heeft initiatiefnemer de omwonenden en mensen die vanuit hun woon/bedrijfslocatie zicht hebben op de bedrijfslocatie Kerkenhuis 5, bezocht. De meeste omwonenden staan niet negatief tegenover deze bedrijfsuitbreiding. Er wordt met name aandacht gevraagd voor de realisatie van een landschappelijke inpassing en de verkeersafwikkeling (vrachtwagens niet in westelijke richting). Het plan is voorzien van een landschappelijke inpassing (zie bijlage 2) en vrachtverkeer zal het bedrijf bezoeken vanuit oostelijke richting en ook in oostelijke richting vertrekken (richting de Steemertseweg/Achterbroek). De verslaglegging van het overleg is opgenomen als bijlage 7 bij onderhavige toelichting.
8. 4
Inspraak Het ontwerp bestemmingsplan heeft conform artikel 3. 8 van de Wet ruimtelijke ordening van 27 oktober 2023 t/m 7 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze
inzagetermijn heeft iedere belanghebbende de mogelijkheid gehad om zijn of haar zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan kenbaar te maken. Tijdens de inzagetermijn zijn 9 zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn opgenomen in een Nota van zienswijzen en voorzien van een gemeentelijke beantwoording. De naar voren gebrachte zienswijzen hebben niet geleid tot een heroverweging van de medewerking aan het bestemmingsplan. De Nota van zienswijzen is als bijlage 9 toegevoegd aan het vastgestelde plan. Wel is paragraaf 5. 4. 1 (Verkeersstructuur) van de toelichting van het bestemmingsplan ambtshalve inhoudelijk aangepast. De op dat punt gewijzigde toelichting is in het vastgestelde bestemmingsplan opgenomen.
8. 5
Formele procedure
8. 5. 1
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen: 1. 2.
3. 4. 5.
62
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling.
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M16073. 02. 026/FSC
6. 7.
Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
63
M16073. 02. 026/FSC
64
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
M16073. 02. 026/FSC
9
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Advies Adviescommissie Agrarische bouwaanvragen (AAB); Landschappelijke inpassing-groencompensatie (Pouderoyen); Bodemonderzoek (Aelmans ECO); Archeologisch onderzoek t. p. v. plangebied; Watertoets;
Aeriusberekeningen stikstofdepositie op NB-gebieden ten gevolge van bedrijfsuitbreiding Verslaglegging gevoerde omgevingsdialoog september 2022; Verbeelding Kerkenhuis 5 Lierop; Nota van zienswijzen.
Bestemmingsplan Kerkenhuis 5 Lierop Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu BV
65